Tagarchief: bloemen

Medinilla : een prachtige huiskamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Medinilla: een zeer decoratieve plant in de huiskamer

.
.
.

.

.

De Medinilla (ook wel Medinella genoemd) wordt gedurende het hele jaar opgekweekt in de kassen, maar deze mooie kamerplant wordt meestal in het najaar te koop aangeboden bij tuincentra. Waar moet je opletten bij de aanschaf en hoe verzorg je een Medinilla? Hoe kun je de plant vermeerderen?

.

.

Medinilla

 

In een tuincentrum zal deze plant zeker de aandacht trekken door de prachtige bloemen (deels verborgen tussen schutbladen) en de mooie bladeren. De Medinilla komt van de Filippijnen, Java en Oost-Afrika. Daar groeit de plant op takken van bomen, het is een epiphyt. Dat is een plant die op andere planten groeit zonder schade aan te brengen aan deze plant en geen voeding wegneemt. In Nederland wordt de plant (Medinilla magnifica) opgekweekt in kassen. Schaf je de plant aan dan is het best een uitdaging om de plant net zo mooi te houden als op het moment van aankoop. Het is handig als je een kasje of een zonnige serre bezit.

.

.

.

.

Aanschaf en plaats Medinilla

 

  • Let er bij aankoop op dat de wortels niet kletsnat zijn en de plant mag niet te koud hebben gestaan.
  • Pak de plant in voordat je deze gaat vervoeren (de Medinilla kan niet tegen kou).
  • Geef de plant een lichte plaats, maar niet in de volle zon.
  • Zet de plant niet in de buurt van de centrale verwarming, de Medinilla houdt van een hoge luchtvochtigheid.
  • De Medinilla heeft bloemen en bladeren die wat ruimte nodig hebben dus zet de plant niet te dicht bij andere planten

.

.

Temperatuur, water en voeding Medinilla

 

Laat de temperatuur tijdens de bloei niet onder de 18 graden Celcius komen en vernevel de plant van tijd tot tijd. Tijdens de bloei geef je de Medinilla matig water en eens in de twee weken voeding. Na de bloei geen voeding geven, wel moet je de plant wat vochtig houden. Als er uit het hart van de bladeren stengels gaan groeien, dan iets meer water geven en om de week voeding. Zijn de stengels en bladeren uitgegroeid dan weer geen voeding maar de plant wel vochtig houden. Als er een bloemknop ontspringt in het hart van de nieuwe bladeren dan kun je weer wat meer water geven en ook de voeding weer geven om de week. Maar nooit teveel water, dat is funest voor de Medinilla.

.

.

.
.
.

Wanneer bloeit de Medinilla?

 

Koop je de plant in het najaar dan kan de bloei duren tot in februari, maart. Met een goede verzorging zal de volgende bloeiperiode in november zijn. Maar omdat de planten het hele jaar door opgekweekt worden kun je ook een plant in huis hebben die bloeit in een andere periode.

.

.

De overgang van kas, tuincentrum naar de huiskamer

 

De Medinilla is best een uitdaging. Je moet niet schrikken als de plant er thuis al snel niet zo mooi meer uitziet als in het tuincentrum of de kas. De wisselingen van temperatuur kunnen de plant flink van slag doen raken. De Medinilla kan dit ‘uiten’ door een deel van de bloemen te laten vallen. Maar met een goede verzorging zal de plant het redden. Geef de Medinilla nooit teveel water, dit kan leiden tot wortelrot en bladval.

.

.

.

.

Snoeien Medinilla

 

Als de Medinilla teveel ruimte in gaat nemen, kun je de plant eventueel snoeien. Het is belangrijk om op de vorm van de Medinilla te letten. Haal je stengels weg, knip ze dan af aan het begin van de aangroei.

.

.

Vermeerderen Medinilla

 

Je kunt de Medinilla vermeerderen door een jonge loot van de plant af te halen (bij het punt waar deze ontspringt). Deze loot kun je in stekpoeder dopen en onder glas of onder een plastic hoes neerzetten. Bij 30 graden Celcius en een hoge vochtigheid van de lucht zal de stek wortels krijgen in zo’n vier, vijf weken.

.

.

Ziektes Medinilla

 

Geef je te veel water aan de plant dan kunnen bladval en wortelrot ontstaan. Soms heeft een Medinilla last van schildluizen.

.

.

 

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Bloeiend in augustus in de Lage Landen : deel 2

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

blauwe monnikskap

.

.

adderwortel

.

.

akkerkool

.

.

akkerkers

.

.

akkerwinde

.

.

akkermelkdistel

.

.

beemdkroon

.

.

basterdwederik

.

.

bont boonkruid

.

.

beenbreek

.

.

betonie

.

.

berganie

.

.

bijenorchis

.

.

bezemkruiskruid

.

.

reuzenbalsemien

.

.

rode ogentroost

.

.

blauwe zeedistel

.

.

boekweit

.

.

grote pimpernel

.

.

geel walstro

.

.

bosandoorn

.

.

bosrank

.

.

duizendblad

.

.

brede lathyrus

.

.

roze vetkruid

.

.

echte valeriaan

.

.

gekroesde melkdistel

.

.

geel hartje

.

.

ruig klokje

.

.

gele ganzenbloem

.

.

gele maskerbloem

.

.

gele kamille

.

.

gewone agrimonie

.

.

gele monnikskap

.

.

gewone bereklauw

.

.

gewone melkdistel

.

.

grijskruid

.

.

gewoon biggenkruid

.

.

groot spiegelklokje

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

grote egelskop

.

.

grote centaurie

.

.

moeraswespenorchis

.

.

Jacobskruiskruid

.

.

grote wederik

.

.

grote teunisbloem

.

.

harig knopkruid

.

.

haagwinde

.

.

harig wilgenroosje

.

.

hokjespeul

.

.

kartuizer anjer

.

.

kale jonker

.

.

kikkerbeet

.

.

kattendoorn

.

.

klein springzaad

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

klimopbremraap

.

.

klein streepzaad

.

.

knopig helmkruid

.

.

knoopkruid

.

.

korenbloem

.

.

koekruid

.

.

moederkruid

.

.

luzerne

.

.                                 

.

.

moeraskruiskruid

.

.

moerasspirea

.

.

moerasrolklaver

.

.

teer guichelheil

.

.

Oostenrijkse kers

.

.

peen

.

.

penningkruid

.

.

puntwederik

.

.

poelruit

.

.

rechte ganzerik

.

.

schijfkamille

.

.

rimpelroos

.

.

stijve klaverzuring

.

.

steenanjer

.

.

vijfvingerkruid

.

.

veldlathyrus

.

.

vlasbekje

.

.

vogelwikke

.

.

waterkruiskruid

.

.

watermuur

.

.

wilde kamperfoelie

.

.

waterpunge

.

.

wilde weit

.

.

wilgenroosje

.

.

wit vetkruid

.

.

witte klaver

.

.

zandblauwtje

.

.

wouw

.

.

zeeaster

.

.

zeeraket

.

.

zwarte toorts

.

.

zwarte mosterd

.

.

speerdistel

.

.

tweekeurig springzaad

.

.

struikhei

.

.

vertakte leeuwentand

.

.

viltig kruiskruid

.

.

watergentiaan

.

.

watermunt

.

.

wegdistel

.

.

wilde bertram

.

.

wilde marjolein

.

.

wilde cichorei

.

.

wolfspoot

.

.

witte honingklaver

.

.

zegekruid

.

.

zeepkruid

.

.

zomerfijnstraal

.

.

tuinbingelkruid

.

.

gewone zandraket

.

.

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen : deel 1

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

herderstasje

.

.

boerenwormkruid

.

.

bleekgele droogbloem

.

.

paardenbloem

.

.

slanke sleutelbloem

.

.

paarse dovennetel

.

.

klein kruiskruid

.

.

winterpostelein

.

.

madeliefje

.

.

vogelmuur

.

.                                                                

kleine veldkers

.

.

daslook

.

.

canadese fijnstraal

.

.

duinreigersbek

.

.

duinviooltje

.

.

gehoornde klaverzuring

.

.

gewone hoornbloem

.

.

gewone engelwortel

.

.

gewone smeerwortel

.

.                       

grote ereprijs

.

.

grote kaardebol

.

.

phacelia

.

.

grote ratelaar

.

.

hoenderbeet

.

.

hondsdraf

.

.

hazenpootje

.

.                      

hopklaver

.

.

klein vlooienkruid

.

.

heelblaadje

.

.

knikkende distel

.

.

koninginnekruid

.

.

overblijvende ossetong

.

.

ronde ooi

.

.

raapzaad

.

.

tijmereprijs

.

.

kruisdistel

.

.

witte dovenetel

.

.

late guldenroede

.

.

lange ereprijs

.

.

engelwortel

.

.

akker vergeet me nietje

.

.

akkerviooltje

.

.

basterdklaver

.

.

avond koekoeksbloem

.

.

bermooievaarsbek

.

.

beekpunge

.

.

blaartrekkende boterbloem

.

.

bittere veldkers

.

.

blaassilene

.

.

boksdoorn

.

.

bleke klaproos

.

.

bonte wikke

.

.

dagkoekoeksbloem

.

.

donkere ooievaarsbek

.

.

drienerfmuur

.

.

geel nagelkruid

.

.

muskuskaasjeskruid

.

.

gele helmbloem

.

.

gele plomp

.

.

gewone brunel

.

.

gevlekt longkruid

.

.

gewone duivenkervel

.

.

gewone margriet

.

.

gewone ossentong

.

.

gewone rolklaver

.

.

gewone vogelmelk

.

.

gewoon speenkruid

.

.

glad walstro

.

.

groot streepzaad

.

.

heggenwikke

.

.

hengel

.

.

herik

.

.

inkarnaatklaver

.

.

kleine ooievaarsbek

.

.

kleine klaver

.

.

kleine ratelaar

.

.

kleine pimpernel

.

.

knolsteenbreek

.

.

kromhals

.

.

liggende klaver

.

.

oranje springzaad

.

.

mannetjes ereprijs

.

.

melkkruid

.

.

moeras vergeet me nietje

.

.

middelste duivenkervel

.

.

parnassia

.

.

muizenoor

.

.

muurleeuwenbek

.

.

muurbloem

.

.

schijnaardbei

.

.

smalle weegbree

.

.

wilde wikke

.

.

pastinaak

.

.

rode klaver

.

.

robertskruid

.

.

rood guichelheil

.

.

roze winterpostelein

.

.

slibbladige ooievaarsbek

.

.

slangenkruid

.

.

vierzadige wikke

.

.

stinkende gouwe

.

.

vingerhoedskruid

.

.

waterviolier

.

.

wede

.

.

weegbreezonnebloem

.

.

witte klaver

.

.                                                                                                       

witte engbloem

.

.

witte waterlelie

.

.

witte krodde

.

.

zomp vergeet me nietje

.

.

zachte ooievaarsbek

.

.

zwanebloem

.

.

zilverschoon

.

.

wilde reseda

.

.

.

.

De maagdelijkheid van de lelie

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

If you have two loaves of bread, sell one and buy a lily

Chinees spreekwoord

Algemeen

.

De symboliek van de lelie is wijdverspreid en dateert al uit de tijd van de oude Grieken en Romeinen. Hun bruiden kregen een kroon van lelies met de hoop op een puur en vruchtbaar leven. De lelie wordt met veel verheven betekenissen geassocieerd: maagdelijkheid, vrede, vruchtbaarheid, puurheid, geestelijke liefde, onschuld, vergankelijkheid, koninklijk, zuiverheid.

.

.

Tijgerlelie

.

.

De witte lelie wordt ook wel Madonna-lelie genoemd en is vaak te zien als religieus symbool in combinatie met de maagd Maria. Dezelfde witte lelie is echter ook op graven te vinden als symbool van de dood. Vaandels en vlaggen in de Middeleeuwen voerden het symbool van de lelie als teken van vrede. De lelie is sinds 1179 ook terug te vinden in het wapen van de Koning van Frankrijk.

.

.

witte lelie

.

.

Soorten

.

Lelies behoren tot het plantengeslacht Liliaceae. Een paar bekende soorten zijn:

Tijgerlelies gespikkelde lelies met hangende bloemen
Oriëntaalse lelies lelies met grote geurende bloemen
Aziatische lelies de “normale” soort lelies met opstaande bloemen
Tulbandtype lelies met sterk teruggeslagen bloembladeren
Trompetlelies lelies met trompetvormige bloemen (bij de Longiflorum zijn de bloemen lang en dun)

.

.

tijgerlelie

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

   Oriëntaalse lelie

FD12035WH oriëntaalse lelie

.

.

  Aziatische lelie

2211 aziatisch

.

.

tulbandlelie

266px-Lilium_martagon_(flower) tulbaznd

.

.

  trompetlelie

10171trompet

.

.

Kenmerken

.

Een leliebol is geschubd met vlezige bladdelen. Lelies maken in tegenstelling tot andere bollen ook wortels aan de zijde waar de stengel uit de bol komt. De bloem van de lelie is klokvormig. Veel lelies hebben een heerlijke maar ietwat zware geur.

.

Bijzonderheden

.

De Franse lelie is een symbool dat tot op de dag van vandaag kan worden teruggevonden in interieurdecoraties zoals behang, gordijnen, kussens, serviezen en siervoorwerpen, maar ook op veel vlaggen van Franstalige gebieden. Deze Fleur-de-Lys (of fleur-de-lis) heeft een historisch verleden dat terugvoert naar de kroning van Clovis (465 – 511), de koning der Franken.

De maagd Maria zou Clovis een lelie hebben gegeven en de olie voor de zalving van de koning zou uit de hemel zijn komen vallen. Vanaf dat moment werd de lelie een symbool van rechtstreeks van God verkregen macht.

In de loop der eeuwen nam het leliesymbool een steeds belangrijker plaats in. De Franse vlag toonde een tijdlang gouden lelies op een witte ondergrond. Pas na de revolutie tegen Karel X van Frankrijk in 1830 verdween het symbool definitief van de nationale vlag van Frankrijk. Er bestaat overigens enige onduidelijkheid over de naam. Lys of lis betekent in het Frans gewoon lelie, maar het symbool zelf is eigenlijk een gestileerde iris ook wel lis genoemd.

.

.

Franse lelie

.

.

Verzorgingstips

.

  • Gebruik snijbloemenvoedsel voor een betere bloei.
  • Plaats de lelies niet bij rijpend fruit in verband met ethyleenvorming.
  • Vermijd dat er blad in het water hangt.
  • Haal ongeveer drie cm. van de steel af met een scherp mes.
  • Zet lelies niet in de felle zon.
  • Kijk uit voor stuifmeelvlekken op kleding. Mocht er toch een vlek ontstaan, verwijder die dan niet met een natte doek maar met een droge borstel. Andere manieren van reinigen zijn het buitenhangen van de kleding in zon en wind, of het stuifmeel voorzichtig met een plakbandje van de kleding halen.

 

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

mijne kop a4                                                                                      John Astria

Onkruid soorten in ons land-letter B

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Bereklauw  (Umbelliferae)

 

De Bereklauw (Heracleum sphondylium) behoort tot de familie der schermbloemigen. Bij de leden van deze familie zijn de bloeiwijzen opgebouwd als een paraplu, doordat de bloemstelen als spaken uit een as komen. De buitenste zijn langer dan de binnenste, zodat alle bloemen op ongeveer gelijke hoogte komen te staan. Bereklauw is een tweejarige plant en kan behoorlijk groot worden; de holle, behaarde en gegroefde stengel kan een hoogte van wel 2 m bereiken. De bladeren zijn 15-60 cm in doorsnee en net als de stengel ruw behaard; ze zijn verdeeld in breed ovale segmenten met een getande rand.

De witte bloempjes in de opvallende bloemschermen, die verschijnen van juni tot in de herfst, hebben 5 diep ingesneden bloemblaadjes. De buitenste bloemen in het scherm zijn het grootst. De vruchten zijn aanvankelijk groen, maar worden later lichtbruin. Berenklauw is moeilijk te bestrijden, als gevolg van zijn dikke penwortel die een heel eind de grond in gaat. De plant is net zo sterk als hij er uit ziet: het geslacht is dan ook genoemd naar de god Hercules. Komt voor in Europa en Noord-Amerika, vooral in grasland, langs dijken en wegen.

 

 

Gewone bereklauw

 

 

 

 

 

 

 

Boterbloem (Ranunculaceae)

 

Hoe onschuldig zien boterbloemen er uit op  een mooie morgen in mei! De schoonheid van hun goud glanzende bloemen neemt niet weg dat ze een scherp sap bevatten dat fataal kan worden voor vee dat van de planten eet. De boterbloem groeit op een grond die rijk is aan mineralen en berooft borderplanten van het voedsel dat deze nodig hebben. Bovendien scheiden de wortels een stof uit die de groei van naburige planten remt en vertraagt. Alle drie hier genoemde boterbloemsoorten zijn overblijvende planten.

 

 

 

De SCHERPE BOTERBLOEM (Ranunculus acris) bereikt een hoogte van 15 tot 90 cm en heeft stengelbladeren die in vijf slippen zijn verdeeld. De wortels zijn dik en vezelig en de kleine vruchtjes (achenen) hebben een bijna rechte snavel. De afzonderlijk staande bloemen zijn gewoonlijk helder geel maar soms bleker, tot bijna wit toe. Ze hebben vijf bloemblaadjes; dat wil zeggen in het normale geval, er komen namelijk ook gevulde bloemen voor. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De naam van de plant wijst er al op dat het sap zeer scherp is. Deze boterbloem is in ons land zeer algemeen in graslanden, aan wegen en dijken enzovoort. Het verspreidingsgebied omvat Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika.

 

 

 

 

 

 

 

 

De KRUIPENDE BOTERBLOEM (Ranunculus repens) heeft lange stevige wortels en vormt bebladerde uitlopers die wortelen op de knopen, dat wil zeggen de plaatsen op de stengel waar de bladeren ontstaan. De bloeiende stengels, 10-50 cm lang, behaard en voorzien van bladeren, dragen heldergele alleenstaande bloemen met vijf bloemblaadjes. De bloeitijd loopt van mei tot en met juli. De bladeren zijn in drieën verdeeld, waarbij ieder van die drie blaadjes meestal nog weer drie insnijdingen vertoont. Het middelste van de drie blaadjes is lang gesteeld en vaak zo diep ingesneden dat het uit drie afzonderlijke delen bestaat.

De buitenomtrek van het geheel heeft de vorm van een driehoek. Deze soort vormt minder zaad dan de vorige maar hij maakt vele uitlopers, soms wel tot 25 t5oe. Daardoor is hij in staat snel een grote kolonie te vormen en in een enkel groeiseizoen een oppervlakte van meer dan 3 m2 in beslag te nemen. Het verspreidingsgebied is ongeveer als dat van de Scherpe boterbloem. In ons land zeer algemeen op vochtige plaatsen, aan slootkanten en op gestoorde bodems.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De KNOLBOTERBLOEM (Ranunculus bulbosus) heeft zijn naam te danken aan de stengel die aan de voet knolvormig verdikt is. De hoogte varieert van 15 tot 30 cm en de bloeitijd valt in mei en juni. De stengels staan rechtop en zijn behaard. De onderste bladeren zijn drietallig, waarbij het middelste van de drie blaadjes langgesteeld is. De bovenste bladeren zitten dicht tegen de stengel en zijn diep ingesneden, tot smalle, vaak lijnvormige segmenten. Alle bladeren zijn in de regel behaard. Een bijzonder kenmerk is dat de vijf geelachtige kelkblaadjes sterk teruggebogen zijn. De bloemkroon is goudgeel van kleur.

De vruchtjes hebben een korte snavel. Deze is enigszins gekromd en dat wijst er op dat de verspreiding gebeurt doordat de vruchtjes zich in de pels van passerende dieren haken. De Knolboterbloem komt in het grootste deel van Europa voor en is in ons land vrij algemeen, vooral in het duingebied, langs de grote rivieren en in Zuid-Limburg. Groeit op droge zandige plaatsen, langs dijken en wegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het SPEENKRUID (Ficaria verna) werd tot voor kort ook tot het geslacht Ranunculus gerekend, zodat we hem voor het gemak maar bij de boterbloemen bespreken. De bladeren van deze plant zijn heel anders dan van de besproken boterbloemsoorten; ze zijn hartvormig en niet ingesneden. Zowel bladeren als bloemen komen afzonderlijk uit de wortelknolletjes. Deze knolletjes raken gemakkelijk los, waardoor Speenkruid zeer moeilijk binnen de perken te houden is, want ieder knolletje wordt binnen een jaar weer een nieuwe plant.

Gewoonlijk zitten ook in de oksels van de bladeren kleine knolletjes die eveneens voor de vermeerdering dienen. De goudgele bloemen lijken veel op die van de boterbloemsoorten, maar ze hebben smallere en meer (8-12) bloemblaadjes. De bloemen verschijnen in de periode van maart tot mei. Speenkruid komt voor in Europa en West-Azië. In ons land zeer algemeen op vochtige, beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Braam (Rosaceae)

 

Meestal hebben we het over Braam alsof dat één bepaalde soort zou zijn. In feite zijn er echter in Europa wel zo ongeveer 400 en in Noord-Amerika meer dan 300 soorten. Het is dan ook geen wonder dat sommige mensen zich speciaal bezighouden met de studie van de Braamsoorten. Er is zelfs een apart woord voor deze specialisten: batologen. Voor ons doel kunnen we echter de Braam toch  maar het best beschouwen als één, zeer vormenrijke soort, die dan wordt aangeduid als ‘Rubus fruticosus (coll.)’.

Bramen zijn die heerlijke vruchten die we in nazomer en herfst verzamelen in heggen en bosranden, om zo uit de hand te eten of jam van te maken. Ook in de tuin vestigen de braamstruiken zich graag in een hek en al snel steken ze dan hun lange doornige armen uit naar alles wat op hun pad komt. Ze moeten zodra ze ontdekt zijn meteen uitgespit worden, anders zullen ze met hinkstapsprong de hele tuin doorgaan, doordat ieder groeipunt wortel schiet en een nieuwe plant vormt.

De verspreiding van de braam wordt nog bevorderd doordat hij zich kan vermeerderen zonder dat bevruchting van de bloemen heeft plaatsgevonden. Deze wijze van vermeerdering, die we ook bij andere planten wel tegenkomen, wordt apomixis genoemd. De bloemen met hun vijf bloemblaadjes, die in kleur variëren van wit tot roze, zitten in groepjes bijeen. De bladeren kunnen zowel uit één geheel bestaan als uit drie of vijf blaadjes zijn samengesteld. Aan de onder- en /of bovenkant zijn ze vaak voorzien van dons; aan de onderkant zijn ze vaak groen of blauwachtig. De stengels zijn overblijvend of tweejarig, klimmend of langs de grond kruipend, met veel of weinig dorens.

Bij al deze variatie blijft één eigenschap onveranderd: het vermogen op elk willekeurig stuk grond een ondoordringbaar struikgewas te vormen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brandnetels (Urticaceae)

 

De GROTE BRANDNETEL (Urtica dioica) is een waardevol onkruid met vele goede eigenschappen. Deze overblijvende plant kan in hoogte zeer variëren, van 30 cm tot 3 m; groeit gewoonlijk in grote groepen. De taaie gele wortels zijn sterk vertakt. Zowel de grof gezaagde bladeren als de stengels zijn voorzien van gewone haren en brandharen. De eironde tot langwerpige bladeren groeien met tweeën tegenover elkaar aan de stengel. De bladparen staan steeds als in een kruis om en om, waardoor ze al het aanwezige licht kunnen opvangen om daarmee het bladgroen te maken waaraan de plant zo rijk is. De heel kleine, groene vrouwelijke bloemen hangen in katjes uit de bladoksels, de aren met mannelijke bloemetjes staan rechtop.

De brandharen bestaan uit een holle buis die een bijtend vocht bevat. Bij de geringste aanraking breekt de ronde top van de buis af. Hierdoor ontstaat als het ware een injectienaald die de huid binnendringt waardoor het gif in de wond terechtkomt. De meeste brandharen staan naar boven gericht; het is dan ook het best de plant met een opwaartse beweging – stevig – beet te pakken, waardoor de haren minder gemakkelijk breken. De Grote brandnetel, die bloeit van juni tot in de herfst komt over de hele wereld voor. Bij ons zeer algemeen op stikstofrijke plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De KLEINE BRANDNETEL (Urtica urens) een veel minder forse plant dan de vorige. Hoewel hij 60 cm hoog kan worden is hij gewoonlijk veel lager. Bij deze soort ontbreken soms de brandharen. De rangschikking van de bladeren is net als bij de ‘grote broer’. De nerven in het blad lopen van de voet naar de top en zijn niet vertakt zoals bij de vorige soort. De bloeiwijzen zijn kort en rechtopstaand of horizontaal uitstaand. Deze soort begint al in mei te bloeien en gaat hiermee door tot in de herfst. De verspreiding is eveneens wereldwijd. In ons land minder algemeen dan de Grote brandnetel; vooral te vinden op mesthopen en in moestuinen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijvoet (Compositae)

 

Hoewel hij als het ware een neefje is van de Chrysanthemums en even aromatisch, ziet BIJVOET (Artemisia vulgaris) er toch heel anders uit. In tegenstelling tot veel andere leden van de familie der samengesteldbloemigen openen de bloemhoofdjes zich nooit. De hoofdjes bestaan uitsluitend uit een toefje roodachtig bruine bloemetjes boven een rond, kelkachtig omwindsel. De hoofdjes zitten aan zijtakken die afwisselend langs de hoofdstengel staan; de staan rechtop of zijn enigszins knikkend. De stengelbladeren zijn veerdelig en zitten dicht tegen de stengel aan; de onderste bladeren zijn kortgesteeld. Aan de bovenkant zijn de bladeren donkergroen, aan de onderkant wit-wollig. De gegroefde, hoekige stengels variëren in hoogte van 0,600 tot 1,20 meter. Bijvoet komt voor in de gematigde delen van het noordelijk halfrond. In ons land zeer algemeen langs wegen en dijken, op ruige plaatsen, in heggen enzovoort. De bloeitijd is juli-september.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De Japanse kimono’s.

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

In ontwerp is het één van de meest simpele kledingstukken van de wereld, en toch bestaat er zo veel verschil en subtiliteit tussen de vele verschillende uitvoeringen en hun betekenissen. Dit artikel gaat over de algemene en huidige dracht van kimono’s.

 

 

 

Het woord kimono betekent letterlijk “ding om te dragen”; ki = aantrekken, dragen, mono = ding. Ze worden al eeuwen door de Japanse geschiedenis heen in vele vormen gedragen. Tegenwoordig draagt men in Japan vooral Westerse kleding, maar op bepaalde gelegeheden en een aantal festivals worden er door jong en oud nog steeds kimono’s uit de kast gehaald om het straatbeeld op te vrolijken.

 

 

Kleuren

 

Eerst wat over kleurengebruik in Japanse kleding en cultuur in het algemeen. Elk jaargetijde heeft zijn eigen traditionele kleurenschema’s, dit is zowel in de kunst als de kleding terug te vinden. De kleuren zelf hebben ook hun eigen betekenissen en associaties, net als hier in het westen.

 

 

56-141_663momiji

   momiji : japanse esdoorn, typische herfstkleuren in Japan.

 

 

 

asanoha asanoha

 

 

Het asanoha patroon is een populair zomerpatroon in Japan en stelt het hennepblad voor. Hennep wordt van oudsher veelal gebruikt voor zomerse werkkleding, de betekenis van het patroon heeft te maken met de sterkte en duurzaamheid van hennep. Men hoopt dus dat door het dragen van dit patroon in werkkleding wat van de goede eigenschappen van de plant in de drager worden opgenomen, hij wordt in elk geval steeds aan de boodschap herinnerd.

 

 

 

 De soorten kimono’s

 

 

De hadajuban

 

Dit is een onderkledingstuk, meestal van fijne katoen of linnen gemaakt. Het is wit of lichtroze van kleur en wordt op het naakte lichaam gedragen, niet alleen voor wat extra warmte maar ook om de bovenliggende zijden kledinglagen schoon te houden van zweet, zijde is immers moeilijk wasbaar. De hadajuban wordt onder zowel yukata’s als formele kimono’s gedragen.

 

 

DCF 1.0

.

.

De nagajuban

 

Dit is een tweede onderkimono, hij wordt alleen onder formele(re) kimono’s gedragen. De nagajuban is van zachte zijde en heeft een verstevigde kraag. Hij dient om de bovenliggende lagen alvast vorm te geven. Deze ondekleding  komt in allerlei gekleurde varianten voor, wit of lichtroze kom je het vaakst tegen. Het randje van de kraag van de nagajuban blijft te zien onder, of eigenlijk: boven de buitenste kledinglaag uit.

 

 

nagajuban

 

 

 

De yukata

 

De meest informele kimono is de yukata. Ze worden gemaakt als dagelijks kledingstuk, van katoen, zodat ze makkelijk in de was kunnen.Yukatas zijn voor alle leeftijden en beide sekses een makkelijk en luchtig kledingstuk voor de dagelijkse bezigheden. Het is een zomerkimono, maar er zijn wat dikkere varianten verkrijgbaar. Met een onderkimono of in laagjes zijn ze ook in de andere seizoenen te dragen. Ook wordt de yukata als pyama gebruikt, om in te slapen.

 

 

yukata

 

 

Vrouwen in Tokyo kunnen hun waaier, de uchiwa, in hun obi steken zodat ze hun handen vrij hebben. Dit zijn voorgestrikte “kant-en-klaar” obi’s, die makkelijk en snel voor dagelijks gebruik zijn. Yukatas hebben meestal drukkere patronen dan formelere kimono’s.

Deze patronen bedekken de hele kimono en kunnen van alles bevatten maar meestal zijn het bloemen of geometrische patronen. Voor kinderen zijn er vaak yukatas met konijntjes, usagi, of modernere varianten zelfs met Hello Kitty. Mannen dragen effen kleuren of geometrische patronen, kleuren zoals donkerblauw, zwart of grijs zijn geliefd.

 

 

 

De furisode

 

De letterlijke vertaling van furisode is “wiegende mouwen”. Dit is de meest formele kimono voor meisjes en ongetrouwde jonge vrouwen. Bruiden trekken vaak nog een laatste keer deze vrijgezellenkimono aan op de receptie van hun bruiloft. De patronen en kleuren zijn bijpassend voor jonge vrouwen; veel bloemen, vlinders en rozetinten. Vaak wordt de furisode door elkaar gehaald met de kimono’s die artiesten als maiko’s (leerling geisha’s) dragen, omdat ze ook lange mouwen hebben, maar de furisode heeft geen sleepje.

 

Ook hele jonge meisjes dragen deze plechtige kimono bij officiiële gelegenheden: De kimonos zijn nu nog wat aan de ruime kant, maar de kinderen zullen deze kledingstukken de komende jaren nog kunnen dragen. De patronen zijn passend bij de gelegenheden.

 

 

 

 

 

 

 

De houmongi

 

Dit is de formele kimono voor getrouwde vrouwen. Hij straalt boven alles netheid en degelijkheid uit, wat verwacht werd van de Japanse huisvrouwen, maar is ook een prima kimono om de stad in te gaan of wat te gaan eten. De kleuren en vooral de patronen zijn rustiger dan die van de furisode kimono’s, wat men meer bijpassend achtte voor getrouwde mensen.

 

 

houmongi

 

 

De irotomesode

 

Deze kimono kan door zowel vrijgezelle als door getrowde vrowen worden gedragen, bij officieuze alswel officiële gelegenheden. Het woord iro betekent “kleur”, dat wil zeggen dat de basiskleur van dit kledingstuk alles behalve zwart kan zijn. De mouwen hebben dezelfde standaardlengte als de houmongi, maar deze kimono is meer chique. De patronen zijn bij formele versies alleen op de onderkant aangebracht.

Bij sommige formele gelegenheden kan deze kimono worden gedragen in plaats van de formelere tomesode, in dat geval moet er op de aanwezigheid van ka mon worden gelet; familiewapens die in getale van één, drie of vijf op het kledingstuk kunnen voorkomen. Hoe meer het er zijn, hoe officiëler de gelegenheid waar de kimono voor bedoeld is. Deze ka mon of mon staan afgebeeld op de rugzijde, de mouwen en aan beide kanten van de borst. De kleur van de slippers en het tasje is bij formeel gebruik van deze kimono altijd zilver of goud.

 

 

 

Iroiro

 

 

De kurotomesode

 

De meest formele kimono voor allerlei serieuze gelegenheden en bepaalde familiebijeenkomsten. Kuro betekent zwart; deze kimono’s zijn zwart van kleur, maar er kunnen op de onderkant, zeker wat patronen op staan. De regel is: hoe formeler, hoe minder patroon, ook onder de meest formele kimono’s ondeling geldt dat. De ka mon zijn natuurlijk ook aanwezig.

 

 

kurotomesode

 

.

.

De shiromuku, irouchikaki en hikifurisode

 

Shiromuku

 

De shiromuku is de Japanse versie van de trouwjurk. Deze trouwkimono is sinds de Muromachi periode (1333-1568) een gekoesterde traditie. De trouwoutfit is compleet in het wit, met opgestoken haar vol met mooie spelden en een “hoedje”, er is ook een bijbehorende sluier of cape. De kleding bestaat uit de uchikake, de buitenste kimono en een voor daaronder; de kakeshita.

 

 

shiromuku

 

 

Irouchikake

 

Er kan ook een irouchikake worden gedragen in plaats van traditioneel wit; het is een rijkgekleurde en versierde uchikake. Vaak staan er gelukssymbolen zoals schildpadden en kraanvogels op.

 

 

uchikake_example

 

 

Hikifurisode

 

De hikifurisode, is een furisode met een sleepje. Het ontstond in de Edo periode (1603 – 1868) als formele trouwkleding voor samuraivrouwen. De mannen dragen hakama als ze gaan trouwen, dat is een wijde broek met zeven plooien, die ook door samurai en bepaalde hoogwaardigheidsbekleders werden gedragen. De zeven plooien staan voor de zeven deugden. Eroverheen gaat een haori, een soot kimonojasje, de officiële versie met alle ka mon op hun plek.

 

 

hikifuiro

 

 

De hakama

 

Thuis en om het huis kan de man een yukata dragen. Bij meer formele gelegenheden zullen mannen de hakama dragen. Hoewel er ook hakama zijn voor vrouwen, kun je meestal aan de kleuren en patronen zien voor welke sekse het kledingstuk in kwestie is bedoeld. Er bestaan ook speciale hakama voor bij het afstuderen, het is een speciale outfit vergelijkbaar met de afstudeerkloffies in Amerika, maar dan op zijn Japans. Verder worden deze wijde broeken nu nog veel gedragen in allerlei Japanse vechtsporten zoals kendo en iaido.

 

 

hakama

 

 

Mofuku

 

Mofuku is de naam voor Japanse rouwkleding. Alles is in het zwart, inclusief alle accesoires en schoenen. Alleen de tabi, de sokjes, en het zichtbare kraagrandje van de nagajuban zijn wit. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.

 

 

mofuku

 

 

Maiko, geisha, oiran en theater

 

Naast de dagelijks gedragen kimono’s zijn er ook nog de speciale kimono’s voor artiesten zoals acteurs in Japanse theaters en entertainers zoals maiko’s en geisha’s. Deze kleding is natuurlijk opvallender dan de normale, met ingewikkeld gestrikte obi’s en prachtige kleuren.

 

 

Maiko kimono

Maiko kimono

 

 

 

Geisha kimono

Geisha kimono

 

 

 

Oiran kimono

Oiran kimono

 

 

Susohiki

 

Maiko’s, leerling geisha’s, dragen een susohiki. Deze kimono’s hebben net iets kortere mouwen dan de furisode en zijn wat langer met een sleepje zodat erin gedanst kan worden op de traditionele manier. Hierdoor krijgt het ook de typische beweging die je ziet als erin wordt gelopen, het heeft een zwevend effect. De maiko’s leren dit loopje op speciale geta, de okobo. Op het schuine deel van deze geta, daar waar de stof uitkomt, zit een bel vast.

 

 

susohiki

 

 

Hikizuri

 

De kimono van een geisha (of geiko zoals ze heten in Kyoto) heet de hikizuri, deze lijkt op een tomesode kimono, maar is ook langer met een sleepje. De mouwen zijn net iets langer dan bij de tomesode. Voor een geisha hetzelfde als voor iedere andere Japanse vrouw; hoe ouder ze wordt, hoe rustiger en simpeler haar kleding wordt. Gelukkig voor haar ook haar schoeisel; geisha’s lopen op zori of geta, afhankelijk van de gelegenheid. Het dansen van de geisha of maiko gebeurt op hun sokjes, de tabi.

 

 

hikizuri

 

.

.

Oiran of tayuu

 

Dit is van oudsher een hoge courtisane, zeker niet te verwarren met een geisha. De haardrachten zijn ingewikkeld en uitgebreid met een typerend groot aantal haarspelden. Een oiran draagt de strik van haar obi aan de voorkant, dat was vroeger het gebruik bij getrouwde vrouwen en prostituees.Over de kimono heen wordt een rijkversierde uchikake gedragen.

Ze lopen in nog zelfs hogere klompen dan de maiko, daarom hebben ze altijd begeleiders bij zich om ze te helpen niet op hun plaat te gaan, met alle stof en klompen is het zwaar tillen. Ook hebben ze een parasoldrager in hun nabijheid die een grote rode parasol boven het hoofd van de oiran houdt.

Het lopen gaat met een karakteristieke ronde voetbeweging naar buiten, dit is mede om niet over de kimono te struikelen als ie over de grond wordt gedragen. Er zijn tegenwoordig nog maar zo’n vier vrouwen in heel Japan die deze traditie in leven houden, het gaat hierbij om de levensstijl, niet zozeer de sexuele aspecten.

 

 

Kabuki en noh

 

Dit zijn oude Japanse theatervormen waarin men traditionele kleding draagt. Kabuki komt vanuit de shintoreligie en is een kleurrijk theater voor alle bevolkingslagen. Noh is ontstaat in de aristocratsche kringen en is door het uitheemse boeddhisme beïnvloed. In noh theater worden naast uitbundige kimono’s ook maskers gebruikt om personages weer te geven, in kabuki worden de gezichten van de acteurs beschilderd.

Sommige kimono’s bedoeld voor dit soort theater vertellen hele verhalen met hun motieven, zodat ze alleen maar voor een speciefiek stuk bruikbaar zijn. Ze zijn zo karakteristiek dat kenners aan alleen de kimono al kunnen zien om welk stuk het gaat.

 

 

nakubinoh

.
.
.

Accessoires bij de kimono

 

 

Obi

 

Een obi is het stuk stof van ongeveer 30 cm breed en minstens twee meter lang, wat als strik om het kadootje heen om de kimono heen gaat. De “strik” zelf, op de achterkant kent vele varianten, van simpel tot ingewikkeld, ook per gelegenheid en formaliteit verschillend. De meer ingewikkelde formen moeten door een tweede persoon worden geörigamied, de te kleden persoon kan dat onmogelijk zelf. Er zijn fijne, zijden obi’s voor in de zomer tot ceremoniële zware brocaten obi’s.

 

 

obi

 

.

Obijime

 

De obijime is een decoratief koord wat nog over de obi heengaat. Het wordt op de voorkant met een platte knoop, sierknoop of door middel van een obidome, een soort broche-achtig klemmetje, vastgemaakt. De losse einden worden meestal om de obijime heen om het middel geslagen naar achter toe.

 

 

Kimono_obijime_04

 

 

Aan de bovenzijde van de obi steekt een stuk stof uit, fijne zijde vaak bewerkt met speciale knoop- en verftechnieken waardoor de stof geribbeld wordt. Dit effect heet shibori, dat letterlijk “gekreukeld” betekent. Een shibori stof kun je nooit meer wassen omdat dan de ribbeltjes eruitgaan. Een sjaaltje van deze stof wordt langs de bovenkant van de obi gewonden en aan de voorkant vastgemaakt, de uiteinden worden onder de obi weggewerkt.

 

 

Japans traditioneel schoeisel en sokken

 

Geta en zori

 

Wat voor schoenen trek je aan onder een kimono? De geta bijvoorbeeld. Dit zijn houten teenslippers, het koord wat over je voet heengaat is van zijde of katoen gemaakt.De formelere zori zijn slippers van stof, tegenwoordig worden veel kunststoffen gebruikt die makkelijker zijn om schoon te houden.

 

 

Geta

Geta

 

 

 

Zori

Zori

 

 

 Tabi

 

Het was vroeger in Japan onfatsoenlijk om als vrouw je blote voeten te laten zien, daarom worden tabi gedragen; sokjes met een “losse” grote teen, zodat ze makkelijk in teenslippers gedragen kunnen worden. Meestal zijn ze wit, maar je ziet ze ook regelmatig in het zwart of andere kleuren, met en zonder patroon. Vroeger waren dit stugge sokjes die je met clipjes vastmaakte, tegenwoordig hebben ze tabi in alle mogelijke kleuren, patronen en stoffen, incllusief van rekbaar katoen zoals in het westen.

 

 

tabi

.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Bloeiend in juli in de Lage Landen : deel 2

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in juli in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

aardaker

.

.

baluwe monnikskap

.

.

akkerwortel

.

.

akkerdistel

.

.

akkerkers

.

.

akkerwinde

.

.

akkermelkdistel

.

.

basterdwederik

.

.

beenbreek

.

.

berganie

.

.

bezemkruiskruid

.

.

rode ogentroost

.

.

reuzenbalsemien

.

.

boekweit

.

.

blauwe zeedistel

.

.

bont boonkruid

.

.

bolderik

.

.

bosrank

.

.

brede lathyrus

.

.

duizendblad

.

.

roze vetkruid

.

.

echte valeriaan

.

.

franjekelk

.

.

gekroesde melkdistel

.

.

geel hartje

.

.

ruig klokje

.

.

gele ganzenbloem

.

.

gele maskerbloem

.

.

gele kamille

.

.

gewone agrimonie

.

.

gele monnikskap

.

.

gewone bereklauw

.

.

gewone melkdistel

.

.

grijskruid

.

.

gewoon biggenkruid

.

.

groot spiegelklokje

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

grote egelskop

.

.

grote centaurie

.

.

grote pimpernel

.

.

grote engelwortel

.

.

grote wederik

.

.

grote teunisbloem

.

.

harig knopkruid

.

.

haagwinde

.

.

harig wilgenroosje

.

.

hokjespeul

.

.

jacobskruiskruid

.

.

hondsroos

.

.

kartuizer anjer

.

.

kale jonker

.

.

kikkerbeet

.

.

kattendoorn

.

.

klein springzaad

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

klimopbremraap

.

.

klein streepzaad

.

.

knopig helmkruid

.

.

knoopkruid

.

.

korenbloem

.

.

koekruid

.

.

moederkruid

.

.

luzerne

.

.

moeraskers

.

.

moeraskruiskruid

.

.

moerasspirea

.

.

moerasrolklaver

.

.

muurpeper

.

.

moeraswespenorchis

.

.

oranje havikskruid

.

.

oostenrijkse kers

.

.

peen

.

.

penningkruid

.

.

puntwederik

.

.

poelruit

.

.

reuzenbereklauw

.

.

rechte ganzerik

.

.

schijfkamille

.

.

rimpelroos

.

.

stijve klaverzuring

.

.

steenanjer

.

.

tripmadam

.

.

teer guichelheil

.

.

tuinbingelkruid

.

.

trosglidkruid

.

.

vijfvingerkruid

.

.

veldlathyrus

.

.

vlas

.

.

vildganzerik

.

.

vlasbekje

.

.

vogelwikke

.

.

watermuur

.

.

waterkruiskruid

.

.

wilde kamperfoelie

.

.

waterpunge

.

.

wilde weit

.

.

wilgenroosje

.

.

wit vetkruid

.

.

wilde klaver

.

.

zandblauwtje

.

.

wouw

.

.

zeeaster

.

.

zeeraket

.

.

zwarte toorts

.

.

zwarte mosterd

.

.

schermhavikskruid

.

.

speerdistel

.

.

tweekleurig springzaad

.

.

struikhei

.

.

vertakte leeuwentand

.

.

viltig kruiskruid

.

.

watergentiaan

.

.

watermunt

.

.

wegdistel

.

.

wilde bertram

.

.

wilde cichorei

.

.

wilde marjolein

.

.

wolfspoot

.

.

witte honingklaver

.

.

zegekruid

.

.

zeepkruid

.

.

zomerfijnstraal

.

.

gewone zandraket

.

.

.

.

Bloeiend in juli in de Lage Landen : deel 1

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in juli in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

 herderstasje

 .

.

boerenwormkruid 

.

.                                                                                                                                                                

bleke droogbloem

.

.   

  paardenbloem

.

.                                                           

   paarse dovenetel

.

.

slanke sleutelbloem

.

.

winterpostelein

.

.

klein kruiskruid

.

.

kluwenhoornbloem

.

.

madeliefje

 .

.

vogelmuur    

 

.

.

akkerhoornbloem

.

.

kleine veldkers

 

.

.

canadese fijnstraal

.

.

duinreigersbek

 

.

.      

duinviooltje

.

.

gehoornde klaverzuring

.

.

gewone hoornbloem

.

.

gewone engelwortel

.

.

gewone reigersbek

.

.

gewone smeerwortel

.

.

grote ereprijs

.

.

grote kaardebol

.

.

grote muur

.

.

gulden sleutelbloem

.

.

hoenderbeet

.

.

hondsdraf

.

.

hazenpootje

.

.                                                             

hopklaver

.

.

klein vlooienkruid

.

.

heelblaadje

.

.

knikkende distel

.

.

koninginnekruid

.

.

korenbloem

.

.

overblijvende ossetong

.

.

ronde ooievaarsbek

.

.

raapzaad

.

.

scherpe boterbloem

.

.

tijmereprijs

.

.

kruisdistel

.

.

witte dovenetel

.

.

late guldenroede

.

.

lange ereprijs

.

.

liggende asperge

.

.

engelwortel

.

.

akker vergeet me nietje

.

.

akkerviooltje

.

.

avondkoekoeksbloem

.

.

basterdklaver

.

.

beekpunge

.

.

bermooievaarsbek

.

.

bittere veldkers

.

.

blaartrekkende boterbloem

.

.

blauwe waterereprijs

.

.

bleke klaproos

.

.

boksdoorn

.

.

brem

.

.

bonte wikke

.

.

dagkoekoeksbloem

.

.

donkere ooievaarsbek

.

.

echte koekoeksbloem

.

.

drienerfmuur

.

.

moerasandoorn

.

.

geel nagelkruid

.

.

muskuskaasjeskruid

.

.

gele helmbloem

.

.

gele morgenster

.

.

gele plomp

.

.

gewone brunel

.

.

gevlekt longkruid

.

.

gewone duivenkervel

.

.

gewone margriet

.

.

gewone ossentong

.

.

gewone rolklaver

.

.

.

gewone vogelmelk

.

.

speenkruid

.

.

glad walstro

.

.

groot streepzaad

.

.

grote klaproos

.

.

grote ratelaar

.

.

heggenwikke

 

 

hengel

.

.

herik

.

.

inkarnaatklaver

.

.

kleine ooievaarsbek

.

.

kleine klaver

.

.

.

kleine ratelaar

.

.

kleine pimpernel

.

.

knolsteenbreek

.

.

kromhals

.

.

liggende klaver

.

.

oranje springzaad

.

.

mannetjesereprijs

.

.

melkkruid

.

.

moerasvergeet me nietje

.

.

middelste duivenkervel

.

.

parnassia

.

.

muizenoor

.

.                                                                                                                                             

muurleeuwenbek

.

.

muurbloem

.

.

oosterse morgenster

.

.

phacelia

.

.

wilde wikke

.

.

pastinaak

.

.

rode klaver

.

.

robertskruid

.

.

roze winterpostelein

.

.

schijnpapaver

.

.

schijnaardbei

.

.

slibbladige ooievaarsbek

.

.

slangenkruid

.

.

smalle weegbree

.

.

smalle wikke

.

.

veldhondstong

.

.

stinkende gouwe

.

.

vergeten wikke

.

.

veldsalie

.

.

viltige hoornbloem

.

.

vingerhoedskruid

.

.

waterviolier

.

.

wede

.

.

weegbreezonnebloem

.

.

wilde akelei

.

.

wilde reseda

.

.

witte klaver

.

.

witte engbloem

.

.

witte waterlelie

.

.

witte krodde

.

.

zompvergeetme nietje

.

.

zachte ooievaarsbek

.

.

zwanebloem

.

.

zilverschoon

.

.

.

.

Bloemen bij speciale gelegenheden

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Speciale gelegenheden

 

Natuurlijk kun je ook zonder speciale aanleiding bloemen laten bezorgen (of gewoon zelf geven), maar daarnaast zijn er toch een paar “speciale gelegenheden” die —althans binnen onze cultuur— onlosmakelijk met bloemen verbonden lijken:

 

 

  • Huwelijk (bruidsboeket)
    Een bruiloft zonder bloemen lijkt haast ondenkbaar. Toch is sprake van een vrij recente traditie: pas in de 19de eeuw ontstond de gewoonte om een bruidsboeket mee te dragen.

 

bruidsboeket-fel-roze

 

 

  • Moederdag
    Deze feestdag werd oorspronkelijk populair gemaakt door een Amerikaanse vrouw die de nagedachtenis aan haar moeder wilde eren, maar inmiddels heeft de commercie (van bloemisten tot banketbakkers) zich geheel van de dag meester gemaakt.

 

 

moederdag

 

 

 

  • Overlijden (rouwbloemen)
    Hoewel je de laatste tijd steeds vaker ziet dat nabestaanden liever iets geven aan een goed doel waarmee de overledene zich verbonden voelde, spelen rouwbloemen nog steeds een belangrijke rol bij begrafenissen en crematies.

 

 

bloemwerken-romana-063_

 

 

 

  • Valentijnsdag
    Sommigen schenken een sieraad vol diamanten, terwijl anderen bloemen sturen of een (al dan niet anoniem) gedicht schrijven voor hun geliefde… Deze feestdag, oorspronkelijk afkomstig uit de Angelsaksische wereld, wordt tegenwoordig ook bij ons enthousiast gevierd.

 

 

valentijnsboeket%20sjoeke3

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Arecapalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Deze Areca palm heeft velen namen, zoals: Arekapalm, Goudpalm, Dypsis, Goudvruchtpalm en Chrysalidocarpus Lutecens. De Areca komt van oorsprong uit de vochtige tropen van Madagaskar. De Areca behoort tot de familie Araceae ook wel Palmae. De Areca is redelijk voordelig omdat de palm snel groeit en daardoor voordelig te kweken is. Daarentegen vraagt de snelle groei voor meer onderhoud, omdat ouder blad sneller lelijk wordt.

 

 

areca_palm_1

 

 

De grond moet altijd vochtig blijven, zonder dat de Areca met zijn wortels in een laagje water staat. Wanneer de grond uitdroogt beschadigd dit de palm. Het is daarom raadzaam om regelmatig water te geven. Bijvoorbeeld eens per week in de winter en 2x per week in de zomer. Regelmatig kleine beetjes is beter dan eens heel veel. Steek een vinger in de grond om te controleren of de grond vochtig aanvoelt.

Bij een nieuwe huiskamerplant is het verstandig dit regelmatig te doen. Na enkele keren water geven leer je vanzelf hoeveel en hoe vaak jouw Areca nodig heeft. Het is van belang dat de Areca lauw water krijgt bovenop de wortelkluit en niet vanaf onder per schaal. Zo voorkom je dat de kleinere palmpjes met kortere wortels niet uitdrogen.

De hoeveelheid is afhankelijk van verschillende factoren zoals standplaats en grootte van de palm. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder per gietbeurt.

 

 

 

Watersysteem

 

Indien je de kamerplant opmaakt met vulcastrat en een watermeter veranderd de watergift. Hierbij geef je eenmaal per week water, totdat de watermeter begint te bewegen. Des te kleiner de uitslag, des te beter. De watermeter geeft namelijk aan dat er te veel water in de pot staat. Je kunt dan ook het beste de watergift stoppen vlak voordat de watermeter uitslaat. In de winter kun je eenmaal per twee weken water geven.

 

 

 

Sproeien

 

Hoe meer hoe beter. Sproei een Areca het liefst dagelijks. Vooral in de winter wanneer de kachel aan staat is sproeien zeer raadzaam. Geef de Areca eens een douche, de badkamer ruikt dan heerlijk naar jungle. Dit werkt preventief tegen ongedierte en verwijdert stof. Gebruik warm water en dek de grond af met huishoudfolie.

 

 

220px-Dypsis_lutescens1

 

 

Licht en Warmte

 

Als woonkamerplant verdraagt een Areca niet te lang direct zonlicht. De palm wenst echter wel veel licht. Daarom gedijt de Goudpalm het beste voor een raam op het noorden. Een raam op het westen of oosten is niet ideaal maar wel geschikt wanneer de standplaats ongeveer 2 meter van het raam is. Indien er alleen een raam op het zuiden is, plaats de Areca dan 3 tot 4 meter van het raam. Bovenstaande afstanden zorgen ervoor dat de plant ongeveer 3-5 uur direct zonlicht ontvangt. Bij te veel direct zonlicht kleuren de bladeren geel.

 

 

 

Mnimale temperatuur

 

Overdag:21 ℃’S

nachts:18

 

 

 

Verpotten

 

Een Areca verpotten kan direct na aanschaf, maar bij voorkeur in het voorjaar. Een grotere pot geeft de Areca een grotere waterbuffer, omdat de grond vocht kan absorberen. Hiermee is de kans op verdroging kleiner. Neem een sierpot met een diameter van minimaal 20% breder als de vorige. Gebruik gewone universele potgrond of speciale palm grond. Probeer hierbij zo min mogelijk wortels te beschadigen. Gebruik bij hoge vazen een inzethoes. Dit voorkomt rottend water onderin de pot, wat buiten het bereik van de wortels is. Wanneer de wortels al het water kunnen opnemen, is de kans op rot minder.

 

 

 

 

 

Voeding

 

De Areca groeit snel, daarom is regelmatige voeding aan te raden. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Geef eens per week vloeibare voeding voor palmen. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de binnenplant geen voeding heeft gehad.

 

 

 

Onderhoud

 

Verkleurde bladeren

 

De Areca verkleurt snel geel bij te veel direct zonlicht. In dat geval is het raadzaam de palm een meter verder van het raam te plaatsen. Bruine puntjes zijn vaak niet te voorkomen. Ook Areca’s in de natuur hebben deze bruine punten. Vooral het oudere blad wat onderaan de palm hangt zal hiervan last krijgen. Meer sproeien zal het verse blad langer mooi houden.

 

 

 

Snoeien

 

Zoals hierboven beschreven zal het blad van een palm op den duur lelijk worden. Een palm maakt namelijk bovenaan in de kern nieuw blad aan en de onderste bladeren sterven af. Bij een Areca gaat dit proces relatief snel, dit heeft als nadeel dat er regelmatig gesnoeid moet worden. Het oudere blad dat niet meer mooi is kan je het beste bij de stam afknippen. Dit zal namelijk nooit meer herstellen en kost de plant alleen maar energie. De stam zelf kan niet gesnoeid worden. Hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

 

Areca’s zijn alleen te vermeerderen uit zaad.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

De Areca palm gaat pas bloeien wanneer de plant een bepaalde leeftijd heeft bereikt. Exemplaren voor in de woonkamer zullen dit stadium niet behalen.

 

 

Giftig

 

De Areca is niet giftig.

 

 

 

Ziektes

 

De Areca groeit van nature in vochtige omstandigheden. Een droge lucht maakt de kamerplant vatbaarder voor spint daarnaast kan tocht leiden tot wolluis.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA