Tagarchief: duivel

Belijdenis van een duivel voor de Heilige Maria

Standaard

categorie : religie 

.

.

BELIJDENIS VAN EEN DUIVEL

.
OP BEVEL VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA

.

door Maria geïnspireerd aan Myriam van Nazareth
op donderdag 15 maart 2007
.
.
door John Astria

Maria en Christus

Pasteltekening van John Astria

.

.

Inleidende opmerking

.

Voornamelijk in de loop van 2006-2007 vergunde de Meesteres van alle zielen Haar Myriam bij herhaling visioenen in dewelke Zij Haar “relatie” tot duivels tot uiting bracht. Zij deed dit binnen het kader van Haar onderrichtingen over de unieke macht die aan de Koningin des Hemels is verleend, opdat de zielen uit deze informatie hoop en bemoediging mogen putten in hun dagelijkse strijd tegen de duisternis.  De Meesteres van alle zielen bestempelde het grootste gedeelte van deze visioenen als “privaat”. De volgende openbaring gaf Zij echter vrij voor publicatie.

Deze openbaring is uniek in die zin, dat zij deel uitmaakt van een lang visioen via hetwelk de Meesteres van alle zielen Myriam in maart 2007 toonde hoe Zij 32 duivels beval om zich aan Haar voeten op de knieën te werpen, Zij vervolgens één van deze duivels uitkoos, en deze dwong tot een heel ongewone belijdenis. Na deze ervaring werd Myriam zwaar door de satan aangevallen. Bij diverse gelegenheden bevestigde Maria Zelf later de waarheid van datgene, wat in dit visioen was getoond en gezegd.

.

.

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

.

.

Maria tot Myriam: “Ik wil dat je opschrijft wat Ik je nu zal laten horen uit de mond van één van deze vijanden van de zielen, want op Mijn bevel zal hij spreken in naam van alle duivelen. Je zult deze getuigenis aan de zielen mededelen, want zij zal worden tot een unieke openbaring van een mijlpaal in de geschiedenis van het Heil in de laatste voorbereidingen op de definitieve overwinning van de Vrouw op de satan en de grondvesting van Gods Rijk op aarde”.

Ik zie Maria met Haar rechter wijsvinger één van 32 vóór Haar geknielde duivelen aanwijzen. Zij raakt met de tenen van Haar linkervoet de grond links vóór Zich aan, en Zij zegt tot hem:

MARIA: “Werp je hier, aan Mijn voeten, ter aarde neer.

Ik zie hoe deze gestalte zich in een flits op de door Maria’s tenen aangewezen plaats op de knieën neerwerpt.

MARIA: Al je gedachten zijn Mij bekend. Ik wil dat je je innerlijke ervaring van je contacten met Mij en van de relatie van alle duivelen tot Mij hardop mededeelt, tot verheerlijking van Mijn macht, als een belijdenis voor al je gezellen, en ten aanhoren van de engelen en van een mensenziel, tot getuigenis van de onmacht van alle duistere krachten tegenover Maria, de Meesteres van alle zielen. De geringste onoprechtheid, onwaarheid of doordachte weglating in je belijdenis zal je blootstellen aan een verschrikkelijke, eeuwigdurende straf te Mijner bevrediging. Spreek!”

De duivelse gestalte ligt geknield vóór Maria’s voeten en begint hardop te spreken, met een enigszins hortende stem die onrust en angst verraadt. Ik schrijf mee zoals ik het hoor, en geef in dit verslag de dingen weer die Maria mij bij het uittijpen opdraagt.

.

.

BELIJDENIS VAN EEN DUIVEL OP MARIA’S BEVEL

.

De duivel

.

“Hij hierboven heeft ons voorspeld dat de Vrouw ons zou overwinnen. Eeuwenlang hebben wij eraan getwijfeld of die tijd ooit zou komen, omdat onze meester (de satan) ons leerde hoe wij meer en meer macht konden krijgen over de mensenzielen. In deze tijd beheersen wij hen zoals nooit tevoren. Wij kennen al hun zwakheden, en wij ondermijnen hun vertrouwen en geloof zodanig dat ze ervan overtuigd raken dat Hij hierboven niet bestaat.

Wij zijn erin geslaagd om de meeste mensenzielen te laten geloven dat er geen God en geen duivel bestaat, en dat de aarde dus alleen door de mens beheerst wordt. Nu geloven ze dat ze zelf God zijn, en ze doen alles wat wij hen influisteren. Zo heersen wij over alles. Wij hebben ons zo machtig gevoeld.Bijna allemaal liggen ze aan onze voeten, zonder te beseffen wie of wat hen zozeer beheerst.”

Hij aarzelt lang, en gaat dan verder:

“Sedert korte tijd worden wij gekweld door opvorderingen van Haar, de Vrouw. In het uur waarin ik door Haar geroepen werd, onderging ik een kwelling die duizend maal vreselijker was dan het vuur van de hel.

de stem wordt steeds meer gespannen, de klanken beginnen te lijken op krampachtig hijgen.

Verschrikkelijk! Zij beval mij om mij vanaf een afstand van vele meters voor Haar op mijn knieën te werpen. Niets, ik kon niets. Op een teken van Haar vinger kon ik niets anders meer dan op mijn knieën naar Haar voeten toe kruipen zoals een insect.

Wat een vernedering! Die macht, die verschrikkelijke macht ! En die machteloosheid in mij! Niets anders kunnen dan gehoorzamen aan een zo diep vernederend bevel van de Vrouw Die voelbaar genoot van de macht die Zij over mij heeft. Nooit eerder heeft Zij Zich op deze wijze geopenbaard als de Meesteres over alles. Wij zouden alles doen om hieraan te ontsnappen, maar Zij wil het. Haar verschrikkelijke macht! Zelfs met duizenden voelen wij ons niets tegenover Haar, en sidderen wij van angst bij de geringste beweging die Zij maakt. Hoe vreselijk.

Wij die zo genoten van de macht die wij schijnbaar over alles hadden, worden door deze Vrouw gedwongen om ons aan Haar voeten op de knieën te werpen en in Haar nabijheid voortdurend geknield te blijven liggen. Ze heeft ons tot het uiterste vernederd.

Wij kunnen niet anders dan al Haar bevelen onmiddellijk gehoorzamen, want Haar Wil is wet. Nooit heb ik kunnen geloven dat de macht van de Vrouw over ons zo totaal, zo absoluut en zo verschrikkelijk is, tot ik zelf heb ervaren welke uitwerking het heeft om voor Haar geknield te liggen ”.

Hij spreekt nu als in zware innerlijke strijd:

Mochten de zielen in de deugd willen leven en zich totaal aan Haar weggeven, zouden wij beneden nog dezelfde dag allemaal onder Haar voeten zuchten, want dat is wat Zij wil: Zij wil ons allemaal tot Haar slaven maken, maar tot ons geluk zijn de zielen zo gemakkelijk te verleiden. Wat zouden wij doen zonder de ontelbare miljarden zonden die dagelijks op aarde bedreven worden? 

De straffen die de Vrouw ons oplegt, zijn voor ons diepe, vernietigende vernederingen. Zij legt ons deze op omdat wij eeuwenlang hebben geweigerd, Hem van hierboven en Haarzelf te dienen en te gehoorzamen. moet ik bekennen dat de dag nadert waarop Zij het genot zal smaken om onze meester zelf onder Haar voet te leggen.

Het is een Wet van hierboven dat alles en iedereen aan de voeten van de Vrouw is gelegd. De hel verkeert in onrust, want Zij beveelt ons om onze ervaringen met Haar mee te delen aan alle verdoemden. Elke verdoemde beeft van angst voor het uur waarin hij aan Haar voeten zou worden geroepen. Alles waarvoor wij eeuwenlang gewerkt hebben, stort in elkaar naarmate Zij grotere aantallen van ons tot Haar slaven maakt”.

Hij spreekt verder in verschrikkelijke strijd:

“Voor ons is het een kwelling wanneer wij de blinde onderwerping van de engelen tegenover de Vrouw moeten aanzien. De aanschouwing van MENSENZIELEN geknield aan Haar voeten, is voor ons echter een onuitsprekelijke marteling, want elke vrijwillige onderwerping van een mensenziel jegens de Vrouw vergroot de uitwerkingen van Haar grenzeloze macht. Het aanhoren van een mensenziel die Haar in diepe zelfvernedering begroet als “Meesteres”, maakt ons waanzinnig. Daarom zou de erkenning van Haar als “Meesteres van alle zielen” door vele mensen, voor ons het absolute einde zijn.

Als ooit het uur komt waarin de mensenzielen begrijpen en erkennen dat de Vrouw hun Meesteres is, zal Haar macht de hel in twee splijten en zullen wij allemaal voor Haar voeten liggen tot in de eeuwigheid. Ik beken en belijd: de Vrouw is de absolute Meesteres over alles wat leeft. Zij heeft alle macht, ook over ons, duivelen. In het uur waarin de mensenzielen dit erkennen en ernaar leven, zal de hele Schepping op haar fundamenten schudden en beven, en is ons rijk voorbij ”.

.

Tot zover een niet bij naam genoemde duivel op Maria’s bevel.

.

De duivelse gestalte zwijgt. Maria, die de hele tijd in een onbeschrijflijke uitstraling van waardigheid en macht op de gestalte aan Haar voeten heeft neergekeken, spreekt nu:

MARIA: “Je zult nu naar de hel terugkeren. Ik wil je deze belijdenis met precies dezelfde woorden horen herhalen tegenover je meester, de satan, ten aanhoren van alle verdoemden. Daarna zal Ik over je verdere lot beslissen. Ga!”

Ik zie en hoor hoe de helse gestalte als waanzinnig vόόr Maria’s voeten begint te kronkelen en te smeken om erbarmen. Terwijl Zij op hem neerkijkt, herhaalt Zij slechts Haar laatste woord: Ga!”. Ik zie hem verdwijnen zoals een donkere schaduw die geleidelijk helemaal onzichtbaar wordt.

.

.

Maria vertrappelt de Mammon, de geldgod

Pasteltekening van John Astria

.

.

Korte toelichting: De Meesteres van alle zielen heeft Myriam van Nazareth in diverse visioenen in de loop van de jaren 2006-2007 getoond hoe Zij naar believen duivels voor eeuwig onwerkzaam kan maken, doch in dit verband rekening moet houden met de Wet van Gods Gerechtigheid, wat concreet betekent: Dit is een buitengewone genade, die moet worden “verdiend”. Zij heeft mij aanschouwelijk getoond:

  1.  hoe Zij deze duivels bestrafte door eerst te beschikken dat deze een stoffelijke gedaante zouden aannemen en zich vervolgens aan Haar voeten ter aarde zouden neerwerpen, in die positie dagenlang Haar macht over hen zouden prijzen, en zich op uiteenlopende wijzen voor Haar zouden vernederen;
  2. hoe Zij deze bestraften na een zekere tijd opnieuw wegzond, waarbij Zij dezen beval, gedurende een tijdsspanne volgens Haar welbehagen (niet zelden jarenlang, soms zelfs eeuwigdurend in de hel tot Haar eer in geknielde positie te blijven en hoorbaar met de lofprijzing aan “de Meesteres van alle zielen” door te gaan.

Maria verzekerde mij dat de bestrafte duivels onder geen beding in staat zijn om hun lofprijzing aan de Meesteres van alle zielen te onderbreken, want dat Haar volmaakte macht over hen dit verhindert. Maria verklaarde dat Zij duivels slechts van het merkteken van een dergelijke eeuwige straf kan voorzien in de mate waarin de Wet van de Goddelijke Gerechtigheid dit mogelijk maakt, en dat dit afhangt van de diep beleefde toewijding vanwege de zielen aan Haar, van hun boetedoening, hun offers en de mate waarin zij Haar erkennen als Meesteres van alle zielen.

.

Opmerking

.

Maria geeft mij de toelating, melding te maken van het feit dat tijdens het intikken van deze buitengewone openbaring, de computer waarop deze Openbaringen verzameld worden, onvoorstelbaar eigenaardige stoornissen vertoont (onder andere het oncontroleerbaar in allerlei richtingen verspringen van de cursor, alsof deze plots kriskras over het scherm heen begint te flitsen…). Het is opmerkelijk hoezeer deze computer tot mikpunt van vreemde verschijnselen is geworden sedert het verwerken van de openbaringen over Maria’s contacten met duivelen.

.

Slotopmerking

.

De Meesteres van alle zielen heeft het bovenstaande visioen verleend als een bijzonder indrukwekkende bevestiging voor het feit dat de tijd nadert, in dewelke het beeld van de Hemelse Koningin wier voet op de helse slang drukt, een waarneembare werkelijkheid zal zijn.

Dit beeld is echter reeds nu een realiteit, niet slechts in Gods ogen doch in het algemeen, in die gebeurtenissen waarin de Meesteres van alle zielen werken van duivelen onwerkzaam maakt in de mate waarin de toewijding en overgave van zielen aan Haar het mogelijk maakt dat Haar macht zichtbaar wordt.

Maria’s macht is onbeperkt, doch zij wordt in uiteenlopende mate geremd in haar uitwerkingen door de Wet der Goddelijke Gerechtigheid. Maria’s macht kan slechts merkbaar tot uitdrukking worden gebracht in de mate waarin de mensheid zich heiligt.

De visioenen over de bestraffing van duivelen door Maria, die de Meesteres mij gedurende enige tijd op intensieve basis verleende, spreken boekdelen. Deze visioenen mogen echter (nog) niet worden gepubliceerd, omdat – aldus Maria Zelf – de staat der genade van de mensheid dit op dit punt niet toestaat. Ik, die deze beelden heb mogen aanschouwen, betuig de Hemelse Waarheid ervan, en betuig derhalve de grenzeloze macht van de Meesteres van alle zielen over elke bron van duisternis en over elk plan van duisternis.

Het gaat bij deze visioenen in geen geval om één of andere fantasie, doch om het onverdiend genadegeschenk door hetwelk ik, onwaardige ziel, een voorafbeelding heb gekregen van datgene wat nu reeds voltooide werkelijkheid is en op zekere dag waarneembare werkelijkheid zal worden: de definitieve Triomf van de Vrouw over de duisternis.

Zij heeft reeds in Haar Onbevlekte Ontvangenis de duisternis volkomen overwonnen, doch zal deze overwinning nogmaals herhalen in vertegenwoordiging van alle zielen, in het uur waarin de satan zichtbaar onder Haar voeten zal liggen, totaal vernederd en overwonnen. Het gaat hier om niets minder dan een Belofte van God die door de Meesteres van alle zielen nu reeds voor Haar dienares zichtbaar heeft gemaakt ten behoeve van dier vorming in de meest strikte dienst aan de Koningin des Hemels in Haar allerhoogste eigenschap.

Ook ikzelf heb tijd nodig gehad om „klaar te komen“ met de gedachte dat mij meermaals de onbeschrijflijke vervoering werd vergund, mijn Hemelse Meesteres te mogen zien in een machtsontplooiing die men zich nauwelijks kan voorstellen, tijdens dewelke duivels, belichamingen van alle ellende van deze wereld, op Haar bevel aan Haar voeten moesten liggen.

Pas later begreep ik dat Zij mij dit genadegeschenk bereidde opdat ik in staat zou zijn om op basis van eigen ervaring en een beleving die in het allerdiepste van mijn hart was gebrand, onvermoeibaar de boodschap van volkomen hoop aan de zielen over te brengen.

Maria laat mij er bij alle zielen op aandringen dat zij blind in de Meesteres van alle zielen zouden geloven, opdat Zij in staat moge worden gesteld om de hel daadwerkelijk te doen beven. Er staat niets minder op het spel dan het Geluk en de Vrede van alle mensen, evenals de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

.

.

eeuwig in het paradijs of eeuwig in de hel

Pasteltekening van John Astria

.

.

Twaalf krachtige aanroepingen tot Maria in de strijd tegen de duisternis

.

1  . “Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik lever alle duisternis over aan Uw macht”.

2  . Op 12 december 2006 sprak Maria: “Telkens een ziel tijdens een bekoring zegt:

‘Maria, machtige Meesteres van mijn ziel, ik lever de duivel
die mij hiertoe tracht te bekoren, aan Uw voeten uit’

wordt de vernedering voor de satan volkomen, want dan dwing Ik hem voor Mij op de knieën“.

 3  . “Mijn Meesteres, ik verheerlijk Uw macht, opdat Gods Rijk op aarde kome.

Maria zegt over deze aanroeping (Openbaring van de Meesteres van alle zielen, 18 mei 2007):

“Deze aanroeping heeft een onoverzienbaar grote macht op Gods Hart, want de grondvesting van het Rijk Gods op aarde is onlosmakelijk verbonden met de erkenning van Mijn grenzeloze macht, die symbool staat voor de totale overwinning van de mensenziel over alle duisternis”

  • Met betrekking tot de volgende aanroeping vraagt Maria, dat deze dagelijks op het middaguur geknield zou worden uitgesproken:

4   . “Geprezen en verheerlijkt zij Maria, de machtige Meesteres van alle zielen, in Haar overwinning over de duisternis”

5   . “Mijn machtige Meesteres, wil in de kern van mijn wezen binnentreden, opdat ik met U in mij de poorten der hel kan bestormen, want voor U vlucht alle duisternis”.

6   . “Maria, machtige Hemelse Koningin, ik behoor helemaal U toe, bescherm mij tegen alle kwaad”.

7   . “Maria, mijn machtige Hemelse Moeder en Meesteres, wil mij met U bekleden, want U bent de ondoordringbare Schutsmuur van Goddelijk Licht”.

8   . “Maria, hoog verheven Hemelse Koningin en Meesteres van alle zielen, ontplooi toch Uw onbegrensde macht over alle duisternis die mij en mijn gezin bedreigt”.

9   . “Maria, onze hoog verheven Meesteres, Uitverkorene van onze God, ontplooi Uw onbegrensde macht over alle duisternis”.

10   . “Onbevlekte Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van het Licht der Wereld en Schrik der duivelen, toon nu Uw onoverwinnelijke macht over alle kwaad. Verjaag alle duisternis in de Hemelse gloed van Uw verheerlijkt Wezen. Baar het lichtend Kruis van Jezus Christus en Zijn verblindende Liefde in al Uw kinderen”.

11   . “O Maria, onze onbevlekt ontvangen Medeverlosseres die de kop van de duivel zult verpletteren, ik offer al mijn lijden op aan het verlossend Kruis van Jezus en leg het in Uw Smartvol Hart, opdat het moge worden tot heilig Licht dat de satan verblindt”.

12   . “O Maria, afstraling van het Goddelijk Licht, beheers het hart van ieder mens, opdat geen ziel meer ten prooi zou vallen aan de eeuwige duisternis”.

.

.

Uitleg over de eindtijden door John Astria

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

Drie waardevolle lessen uit Openbaring 1-5

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Drie waardevolle lessen uit Openbaring 1-5

 

Hoe verderop in de Bijbel, hoe wonderlijker de boeken lijken te zijn. Schrijft Judas al over een strijd tussen de aartsengel Michaël en de duivel, en heeft Johannes het over de antichrist, het boek Openbaring staat vol met engelen, angstaanjagende beesten en vreemde gebeurtenissen.

 

 

Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

.
.
.

1. Wat voor beeld geven de eerste vijf hoofdstukken van Jezus Christus?

 

In het eerste hoofdstuk ziet Johannes Jezus Christus als verrezen Heer in al zijn goddelijk glorie, de vervulling van vele profetieën. Hij is betrokken bij zijn kerk (Hij staat te midden van de lampenstandaards, die de zeven gemeenten symboliseren, 1:12), en heeft het recht om elke gemeente te waarschuwen en andere profetische boodschappen te geven.

In het vijfde hoofdstuk lezen we dat Johannes over Jezus hoort als de leeuw uit de stam Juda, de telg van David. Alleen Hij kan de zeven zegels van de boekrol verbreken. Maar wat Johannes vervolgens ziet is een lam, dat eruitzag of het geslacht was. De combinatie van wat Johannes hoort en ziet vormt samen een nieuw symbool: Jezus, de krachtige Messiaanse heerser, heeft overwonnen door te worden als een lam, dat zich opoffert. Kortom, God overwint in Jezus niet door machtsvertoon, maar door opoffering en kwetsbaarheid.

 

 

Openbaring 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

 

2. Wat is de boodschap van de eerste vijf hoofdstukken van Openbaring?

 

Deze Jezus geeft Johannes boodschappen voor de kerk (Opb. 2 en 3). Die boodschappen bevatten bijna allemaal zowel bemoediging als waarschuwing. Jezus complimenteert de christenen die veel te verdragen hebben om Hem, zoals gevangenschap, laster, en zelfs de dood. Daarnaast waarschuwt Jezus de christelijke gemeenschappen die compromissen sluiten en/of veel te tolerant in hun cultuur en maatschappij staan. Elke kerk moet goede keuzes maken in de strijd tussen goed en kwaad en Jezus belooft hen overwinning als zij zich radicaal blijven toewijden aan Hem.

Die overwinning kan Hij de kerken toezeggen, omdat Hij zelf de overwinning heeft behaald, zoals Openbaring 4 en 5 laten zien: God is de werkelijke heerser van de kosmos en Jezus heeft de dood en de duivel overwonnen. De eindbeslissing van de strijd die in Openbaring wordt beschreven, staat al vast: God heerst en heeft alle macht, ook al lijkt het misschien nog niet zo. Hij beschermt zijn kinderen. Voor alle hemelbewoners is dit aanleiding voor eindeloze aanbidding.

God overwint in Jezus niet door machtsvertoon, maar door opoffering en kwetsbaarheid.
.
.
.

Openbaring hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekeningen van John Astria

 

.

3. Hoe kunnen we Openbaring beter begrijpen?

 

We kunnen Openbaring beter begrijpen als we ons de volgende zaken voor ogen houden:

• Openbaring is een boek om te bestuderen met tijd en aandacht. Het boek is beter te begrijpen als je het in één keer achter elkaar uit leest: dan krijg je zicht op de thema’s en ontwikkelingen in het boek, en daarmee meer begrip.
• Openbaring wil zijn lezers gelukkig maken, dat staat tenminste in het begin van het boek: Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt (1:3). Vraag je bij het lezen af, hoe Openbaring die claim realiseert: welke boodschap komt in het boek naar voren, die ons als gelovigen gelukkig maakt?
• Openbaring is een hybride van genres. In het boek worden zowel het apocalyptisch als het profetisch genre gebruikt. En deze apocalyptische profetie wordt in de eerste eeuw ook nog eens als brief naar zeven concrete bestaande gemeenten gestuurd. Dit betekent onder andere dat de boodschap van Openbaring voor de kerk in die tijd actueel was. De kerk werd vervolgd, maar er stonden christenen nog ernstiger vervolgingen te wachten. Dit besef helpt om het boek beter te begrijpen.

Kortom, het boek Openbaring roept op om naar het Lam te kijken en te horen wat de Geest tot de gemeente zegt. Aanbid God en het Lam en getuig van hem in woord in daad. Ook als het je alles kost, is het vooruitzicht fantastisch: altijd bij God zijn en heersen met Hem in de nieuwe schepping!

 

 

 

.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

Zuster Lucia van Fatima over de rozenkrans.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Jacinta_marto_lucia_santos

 

Zuster Lucia rechts op de foto

 

 

 

             Heilige woorden van zuster Lucia dos Santos voor de mensheid

 

”Het verval in deze wereld is zo groot omdat er niet voldoende gebeden wordt. En het is precies daarom dat de Maagd met zoveel nadruk het bidden van de Rozenkrans heeft aanbevolen. En omdat de rozenkrans na de Heilige eucharistische liturgie het meest aangewezen gebed is om het geloof in onze zielen te bewaren, heeft de duivel zijn offensief ingezet tegen dit gebed. We zijn jammer genoeg getuige van al het onheil dat hij heeft gesticht.

We kunnen en mogen ons niet laten tegenhouden door de duivel, en zoals Onze Heer het zegt, de zonen van de duisternis mogen de strijd niet winnen tegen de zonen van het Licht. De Rozenkrans is daartoe het machtigste wapen in deze strijd.”

 

 

Jean-Paul-II_Soeur-Lucie

 

 

 

 

Uitleg over de eindtijden door John Astria

Uitleg over de eindtijden
door
John Astria

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Noveen gebed op voorspraak van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Noveen gebed  op voorspraak van P. PIO van Pietrelcina

 

 

padre_pio

 

 

EERSTE DAG

 

Pio van Pietrelcina, Gij die de wonden van onze Heer J.Chr ontvangen hebt en zijn kruis voor ons gedragen. Gij hebt alle lichamelijk en moreel lijden op u genomen. Uw lichaam en ziel verkeerden in een voortdurende toestand van martelaar. Spreek voor ons ten beste bij God opdat wij geduldig de kleine en grote kruisen van het leven dragen en van elke beproeving een brug naar de hemel maken.

 

“ Het past dat gij de ongemakken die God toelaat verdraagt. Jezus zal niet verdragen dat gij te neer geslagen blijft, Hij zal u sterken en nieuwe moed geven” (P.Pio)

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

TWEEDE DAG
 

Pio van Pietrelcina gij hebt met de hulp van O.H. Jezus Christus kunnen weerstaan aan de bekoringen van de duivel. Gij hebt de aanvallen van de helse duivels ondergaan, die u wilden afhouden van de weg naar de heiligheid, spreek voor ons bij God ten beste dat wij met uw hulp en deze van de uitverkorenen kracht krijgen om te weerstaan aan de zonde en het geloof bewaren tot aan de dood.

 

“Wees moedig en vrees de woede van de duivel niet. Herinner u altijd dat wanneer de vijand onrust en moeilijkheden zaait, dit een teken is dat hij niet overwonnen heeft (P.Pio)

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

DERDE DAG
 

Pio van Pietrelcina , gij die de Maagd Maria zeer genegen waart en dagelijks zeer veel genaden en troost van haar  ontvangen hebt, spreek bij haar ten best. Leg met zachtheid onze zonden en onze gebeden in haar handen opdat, zoals eens in Cana in Gallilea, haar Zoon naar zijn moeder luistert en dat onze naam opgeschreven wordt in het boek van het leven.

 

De heilige Maagd  weze de ster die uw weg verlicht. Moge zij u de betrouwbare weg naar God wijzen en een vast anker zijn in het uur van de beproeving dat u nog sterker met Hem verenigt. (P.Pio)

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

VIERDE DAG
 

Pio van Pietrelcina, Gij die zoveel van uw engelbewaarder hebt gehouden, Hij was uw gids, verdediger en boodschapper. Gij aan wie de bewaarengelen de gebeden van uw spirituele kinderen brengen, spreek ten beste bij de Heer zodat wij leren onze toevlucht te nemen tot onze bewaarengel die gedurende ons leven ons kan bemoedigen om het goede te doen en het kwaad te vermijden.

 

“Roep uw engel aan, dat hij u verlicht en leidt. De Heer heeft hem u gegeven als gids en boodschapper. Neem uw toevlucht tot Hem” P.PIo

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

VIJFDE DAG
 

Pio van Pietrelcina, Gij die een grote godsvrucht had voor de zielen in het vagevuur. Gij hebt u voor hen opgeofferd als slachtoffer, tot uitboeting van hun zonden. Bid voor ons zodat ook in ons hart gevoelens van medelijden en vriendschap ontstaan voor deze zielen. Zo kunnen wij hun wachten verkorten en bekomen wij door ons gebed en offer voor hen de aflaten die zij nodig hebben

 

“Mijn God, Ik bid u leg mij het lijden op die voorbereid zijn voor de zondaars en de zielen in het vagevuur. Vermeerder voor mij de straffen tot zij bekeerd zijn en gered, dat de zielen bevrijd zijn uit het vagevuur  (P.Pio)

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

ZESDE DAG
 

Padre Pio de Pietrelcina, gij die de zieken meer hebt lief gehad dan uzelf, omdat ge in hen het beeld van de lijdende zaagt; gij die mirakelen bekomen hebt naar lichaam en ziel, bidt voor ons bij de Heer opdat alle zieken, door de voorspraak van de maagd Maria, genezing bekomen en een overvloed van aan genade ontvangen en de Heer loven tot in eeuwigheid.

 

Indien ik weet dat een persoon naar lichaam of naar ziel gekweld wordt, zou ik niet weten wat te doen om hem te bevrijden van zijn kwalen? Ik neem graag al zijn kwelling op mij om hem gered te zien en de vruchten van dat offer bied ik graag aan aan God, als Hij het me toestaat. (Padre Pio)

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

ZEVENDE DAG
 

Padre Pio de Pietrelcina, gij die deelneemt aan het heilswerk van God en al uw lijden opoffert voor de bevrijding van de zondaars, spreek bij ons voor bij God opdat ongelovigen de genade van het geloof krijgen en zich bekeren; dat zondaars oprecht berouw krijgen; dat lauwen vurig worden en dat de rechtvaardigen op de goede weg blijven.

 

“Indien de arme wereld de schoonheid van een ziel in staat van genade konden zien, zouden alle zondaars en alle ongelovigen zich ogenblikkelijk bekeren. “Padre Pio”

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

ACHTSTE DAG
 

Padre Pio de Pietrelcina, gij die zoveel geestelijke aanhangers telt waarvan velen door u tot Christus zijn geleid, ten koste van uw bloed, beschouw ons ook, alhoewel we u nauwelijks persoonlijk hebben gekend, als uw geestelijke kinderen, zodat met uw vaderlijke bescherming wij geleid worden naar de heiligheid. Geef dat we ondersteund worden door de Goddelijke kracht zodat we op onze sterfdag de poorten van hemel open zien voor ons.

 

“Indien het me mogelijk was zou ik aan God één enkele genade vragen: van niet in het paradijs te mogen gaan alvorens al mijn geestelijke kinderen en al diegenen die mij toevertrouwd zijn in mijn ministerie er ook zijn. “ (Padre Pio)

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

NEGENDE DAG
 

Padre Pio de Pietrelcina, gij trouwe dienaar van de H. Kerk, spreek voor ons ten beste bij de Heer opdat hij arbeiders stuurt voor zijn oogst en dat hij aan ieder van hen kracht geeft en inspiratie van de kinderen van God. Wij bidden U daarenboven tussen te komen bij de H. Maagd Maria om alle christenen te leiden tot eenheid en hen te verzamelen in het ene grote huis dat als baken mag dienen in de storm van het leven.

 

“Blijf altijd bij de H. Katholieke kerk, zij alleen kan u helpen want zij alleen is de bruid van Christus, die de ware prins van de vrede is. “ (Padre Pio

Bid de noveen ter ere van het H.Hart

 

 

 

 

 

NOVEEN TOT HET HEILIG HART VAN JEZUS(1)

 

Jezus, aan uw Hart beveel ik aan …. bv. deze ziekte , dit examen, deze bekering. Zie daarop neer en doe dan wat uw Hart U ingeeft. Laat uw Hart regeren.

Jezus, ik reken op U. Ik stel mij onder uw hoede.
Ik geef mij geheel aan U over, mijn vertrouwen op U is onbegrensd.
Allerheiligst Hart van Jezus, ik geloof in uw liefde tot mij.
Allerheiligst hart van Jezus, ik vertrouw op U.
Allerheiligst Hart van Jezus, Ik bemin U.
Amen.

 

 

 

NOVEEN TOT HET HEILIG HART VAN JEZUS(2)
(Volgens Jezus’ woorden in het Evangelie)

 

I. O Mijn Jezus, die gezegd hebt: “Voorwaar Ik zeg u, bid en ge zult verkrijgen, zoek en ge zult vinden, klop en u zal worden opengedaan”, zie ik klop, ik zoek, ik bid om volgende genade ….
Onze Vader… Wees gegroet… Glorie aan de Vader…
H. Hart van Jezus, ik vertrouw en hoop op U.

II. O Mijn Jezus die gezegd hebt: Voorwaar Ik zeg u, alles wat ge de Vader in Mijn naam zult vragen, zal Hij u geven, zie, in Uw Naam smeek Ik de Vader om volgende genade…
Onze Vader… Wees gegroet… Glorie aan de Vader…
H. Hart van Jezus, ik vertrouw en hoop op U.

III. O mijn Jezus die gezegd hebt: Voorwaar Ik zeg u, hemel en aarde zullen vergaan, maar Mijn woorden zullen niet vergaan, steunend op de onfeilbaarheid van Uw woorden, smeek ik U om volgende genade…
Onze Vader… Wees gegroet… Glorie aan de Vader…
H. Hart van Jezus, ik vertrouw en hoop op U.

Laat ons bidden:
O Allerheiligste Hart van Jezus, voor Wie het onmogelijk is geen medelijden te hebben met de ongelukkigen, heb medelijden met mij, arme zondaar, en verleen mij de genade waarom ik U smeek, door het Onbevlekt Hart van Maria, Uwe en onze tedere Moeder!
H. Jozef, zo innig met het Allerheiligste Hart van Jezus verbonden, bid voor ons!
Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid, enz…

Goddelijke Voorzienigheid van het heilig Hart van Jezus, voorzie in de verhoring van onze dagelijkse gebedsintenties!”

 

 

 


NOVEEN TOT HET HEILIG HART VAN JEZUS(3)


De laatste opdracht, door Jezus aan Zuster Faustina gegeven, is de verering van de Barmhartigheid van Zijn Goddelijk Hart zoveel mogelijk te verspreiden over heel de wereld bekend te maken. Vergeet ze nooit en geef de 12 beloften door aan de vereerders van Jezus H. Hart, ons bekend gemaakt door de H. Margaretha-Maria Alacoque!

Woorden van Jezus(verkorte versie):
1. Ik zal hun al de gunsten schenken, die zij in hun levensstaat nodig hebben.
2. Ik zal vrede brengen in hun huisgezinnen.
3. Ik zal hen troosten in al hun moeilijkheden.
4. Ik zal hun veilige schuilplaats zijn in het leven en vooral bij het sterven.
5. Ik zal overvloedige zegen uitstorten over al hun ondernemingen.
6. De zondaren zullen in Mijn Hart de bron en de eindeloze oceaan van barmhartigheid vinden.
7. De lauwe zielen zullen vurig worden.
8. De vurige zielen zullen spoedig tot een hoge volmaaktheid komen.
9. Ik zal de plaatsen zegenen, waar de beeltenis van Mijn Hart tot verering zal worden uitgestald.
10. Aan de priesters zal ik de gave verlenen om de harten van de meest verstokte zondaars te treffen.
11. De naam van diegenen die deze devotie zullen verbreiden, zal in Mijn Hart geschreven staan en daar nooit uit weggewist worden.
12. De almachtige liefde van Mijn Hart zal aan allen, die op de eerste vrijdag van negen achtereenvolgende maanden te heilige communie gaan, de genade van de eindvolharding geven. Zij zullen niet in Mijn ongenade sterven. Evenmin zullen zij zonder heilige Sacramenten sterven.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

De duivel en Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

De Duivel

 

De duivel bestaat. Zijn actieve rol behoort niet tot het verleden en kan ook niet herleid worden tot het domein van de menselijke verbeelding. In werkelijkheid gaat de duivel vandaag onverminderd voort met het verleiden tot zonde. Om vele redenen moet de houding van de volgeling van Christus tegenover Satan er een zijn van waakzaamheid en van strijd en niet van onverschilligheid.

De huidige tijdsgeest heeft de figuur van de duivel verbannen naar de mythologie en de folklore. Baudelaire bevestigde juist dat het meesterwerk van Satan in deze moderne tijd er precies in bestaat te maken dat men niet meer in zijn bestaan gelooft. Bijgevolg is het niet gemakkelijk zich voor te stellen dat Satan toch blijk heeft gegeven van zijn bestaan toen hij gedwongen werd felle gevechten met pater Pio aan te gaan. Zulke ‘veldslagen’, die vermeld werden in de briefwisseling van de vereerde confrater met zijn geestelijke oversten, waren werkelijk echte gevechten op leven en dood.

 

 

 

Een van de eerste contacten die pater Pio had met de vorst van het kwaad gaat terug tot 1906 toen hij naar het klooster van Sant’Elia in Pianisi was teruggekeerd. Tijdens een zomernacht kon hij de slaap niet vatten door de drukkende hitte. Hij hoorde in de aangrenzende kamer voetstappen van iemand die heen en weer liep. “Die arme Anastasio kan ook niet slapen zoals ik”, dacht pater Pio. “Ik wil hem in ieder geval voorstellen dat we met elkaar wat zouden praten.”

Hij ging naar het venster en riep zijn metgezel maar zijn stem stokte in zijn keel. Op de vensterbank van van de aangrenzende kamer stond een rijzige afgrijselijke hond. Pater Pio vertelde: “Met ontzetting zag ik een grote hond langs de deur binnenkomen. Uit zijn muil kwam veel rook. Ik viel op mijn rug op het bed en hoorde hem zeggen: “Hij is het, hij is het!” Terwijl ik in die houding lag zag ik het beest een sprong maken naar de vensterbank vanwaar het zich naar het tegenoverliggende dak lanceerde om daarna te verdwijnen.

 

 

De listen van Satan om misbruik te maken van de doodkalme pater manifesteerden zich op allerlei manieren. Pater Agostino bevestigde ons dat Satan verscheen onder de meest uiteenlopende gedaanten: “onder de gedaante van naakte jonge meisjes die wellustig dansten, onder de gedaante van een gekruisigde, onder de gedaante van een jeugdige vriend van de broeders, onder de gedaante van de geestelijke vader of van pater provinciaal, van paus Pius X en van zijn engelbewaarder, van Sint-Franciscus, van de heilige Maria maar ook manifesteerde Satan zich in zijn afschuwelijke gelaatstrekken, met een leger van geesten uit de hel.

Soms was er geen enkele verschijning maar werd de arme pater geslagen tot bloedens toe, gekweld door oorverdovend lawaai, ondergespuwd, enz. Hij slaagde erin zich van deze aanvallen te bevrijden door de naam van Jezus te aanroepen.

 

 

De gevechten tussen pater Pio en Satan verbitterden vooral wanneer de pater de bezetenen van de duivel bevrijdde. Meer dan eens – zo vertelde Pater Tarcisio van Cervinara – schreeuwde de Boze alvorens het lichaam van een bezetene te verlaten: “Pater Pio, jij bezorgt ons meer last dan Sint-Michaël”. En ook: “Pater Pio, ontneem ons de zielen niet en wij zullen jou niet lastig vallen”.

 

 

 

 

Laat ons even kijken hoe pater Pio de aanvallen van Satan beschrijft in de brieven die hij naar zijn geestelijke oversten verstuurde.

 

 

 

 

Brief aan pater Agostino van 18 januari 1912:

“… Blauwbaard wil zich niet gewonnen geven. Hij heeft bijna alle mogelijke gedaanten aangenomen. Sedert verschillende dagen komt hij mij bezoeken met nog meer satellieten, gewapend met stokken en ijzeren werktuigen en wat het ergste is, onder hun eigen gedaanten. Wie weet hoeveel keer hij mij uit mijn bed geworpen heeft en mij door de kamer gesleept! Maar wacht! Jezus, moedertje Maria, het engeltje, Sint-Jozef en Sint-Franciscus zijn bijna altijd bij mij.”

 

 

Brief aan pater Agostino van 5 november 1912: 

“Dierbare vader, ook deze tweede brief van u, heeft –God zij dank – hetzelfde lot ondergaan als de vorige. Ik ben ervan overtuigd dat pater Evangelista u al op de hoogte heeft gebracht van de nieuwe fase van de oorlog die die vuile afvalligen tegen mij zijn begonnen. Omdat zij, vader, de volharding waarmee ik u hun hinderlagen rapporteer niet kunnen breken, hebben ze zich vastgeklampt aan dat andere extreem: ze zouden me in hun netten proberen te strikken door mij te beroven van de raadgevingen, die u mij geeft in uw brieven, mijn enige steun. Ter ere van God en om ze in verlegenheid te brengen zal ik dat verdragen.

Ik zeg u dan nog niet op welke manier die ellendelingen mij gaan treffen. Soms heb ik het gevoel dat ik ga sterven. Zaterdag leek het alsof ze me wilden afmaken. Ik was ten einde raad. Ik wendde me tot mijn engelbewaarder en nadat hij een tijdje op zich had laten wachten zweefde hij uiteindelijk rond mij. Met zijn engelachtige stem zong hij hymnen voor de goddelijke Majesteit. Er speelde zich dan een van die gewone scènes af: ik berispte hem streng omdat hij zolang op zich had laten wachten terwijl ik niet had opgehouden hem ter hulp te roepen.

Om hem te straffen wilde ik niet in zijn gezicht kijken. Ik wilde me verwijderen. Ik wilde hem mijden maar de arme raakte bijna huilend toch tot bij mij en vatte me bij de kraag. Ik richtte mijn blik omhoog, staarde hem in het gelaat en zag dat hij heel veel verdriet had.

 

 

Brief van 18 november 1912 aan de Eerwaarde Heer Augustin:

De vijand wil mij niet loslaten, hij belaagt mij voortdurend, hij doet alles om mij te vergiftigen  met zijn helse valstrikken. Het spijt mij enorm dat ik u deze feiten moet vertellen.Wel te verstaan, dat de duivel mij ervan wil weerhouden u van deze feiten op de hoogte te brengen, terwijl hij me voorstelt u slechts van zijn goede bezoeken te vertellen, deze die u kunnen behagen of verheffen.

De aartsbisschop, op de hoogte gebracht van deze aanvallen van onzuivere geesten, welke in uw brieven plaatsvinden, gaf mij de raad tegenover hem, uw laatste brief te openen. Welnu, terwijl wij hem openden, vonden wij de inhoud bedekt met inktvlekken. Was dat misschien op een andere manier de wraak van Blauwbaard ? Alhoewel, ik zou het niet kunnen begrijpen dat u een brief in zo een smerige staat  zou verzonden hebben, nochtans moet ik u bekennen dat ik moeite had deze brief te ontcijferen.

In het begin schenen de letters  onleesbaar, maar na dat ik op de brief een kruisbeeld had geplaatst en hem onder een sterk licht had gehouden, kwamen wij ertoe de inhoud van de brief te ontcijferen“.

 

 

Brief van 13 februari 1913 aan de E.H. Augustijn:

“ Het  is nu al 22 dagen dat “ze” me hardnekkig vervolgen. Mijn lichaam draagt de sporen van ontelbare slagen die “ze” mij hebben toegebracht. Meermaals, zijn “ze” zover gegaan, dat zij mijn hemd van mijn lichaam rukten om mij te slaan.

 

 

Brief van18 maart 1913 aan EH Benedetto:

“Deze duivels houden niet op me te slaan en mij uit mijn bed te doen vallen, ze slagen er zelfs in mijn hemd uit te trekken en mij te radbraken. Op dit ogenblik jagen ze mij geen angst meer aan. Soms, in zijn grote liefde, richt Jezus mij op en strekt mij uit in mijn bed.

 

 

Zekere dag, overschreed Satan de grens van het toelaatbare, door zich aan pater Pio voor te doen als een biechteling. Hierna volgt de getuigenis van Pater Pio: “Op een zekere morgen, wanneer ik in de biechtstoel zat, bood een heer zich aan. Hij was mager, slank, en gekleed met een zeker raffinement en hij was zeer minzaam. Hij begon met zijn zonden te biechten, zonden tegenover God, tegenover zijn evennaaste, tegenover de moraal en nog verschillende andere zonden.

Erg vreemd, maar een ding trof mij nochtans. Bij elk van zijn bekentenissen, nadat ik hem enkele terechtwijzingen had gedaan met betrekking tot zijn zonden, terechtwijzingen die ik had geformuleerd zoals het hoorde in Gods naam, naar kerkelijke traditie en naar de bevindingen van de Heiligen, nam de biechteling mijn woorden over en gebruikte hen met een buitengewone handigheid en bevoegdheid, om zich te verschonen van de zonden die hij zojuist gebiecht had.

Met een subtiele handigheid, trachtte hij telkens aan te tonen dat de immorele aktes die hij begaan had in feite natuurlijk waren, normaal en uit menselijk oogpunt begrijpelijk. Hij redeneerde op dezelfde wijze voor wat de zonden tegenover de Heer God  betrof, tegenover de H. Maagd of tegenover de Heiligen; en eveneens wat betrof de zonden met een onbeschrijfelijke morele smerigheid. Tegenover zulke bewijsvoering, naar voor gebracht om de beurt met een vriendelijkheid, handigheid en aandrang, stelde ik mij de vraag wie die man wel mocht zijn en vanwaar hij wel afkomstig was.

Ik observeerde hem met aandacht, naar enig teken van herkenning op zijn gelaat speurend, terwijl ik heel aandachtig naar hem luisterde teneinde niets van zijn argumenten te vergeten en in de mogelijkheid te zijn hen ten gepaste tijde te beredeneren. Op zeker ogenblik, ontving ik, door middel van een zeer intens innerlijk licht, de openbaring wie ik in feite voor mij had; op een autoritaire en gedecideerde toon, riep ik uit, “Leve Jezus, Leve Maria”. Nauwelijks had ik deze zoetklinkende en krachtige woorden uitgesproken, met als onmiddellijk gevolg dat de Duivel in een vuurbol verdween, een niet in te ademen stank achterlatend.

 

 

Eeerwaarde Heer Pierino, geestelijk directeur van pater Pio, bevond zich op een zekere dag nabij pater Pio, dag op dewelke Satan de pater uitdaagde, en waarvan zijn gewetensdirekteur hier getuigenis aflegt. “Op zekere morgen, nam e.h Pio de biecht af, ik kon het zien, want de gordijntjes van de biechtstoel waren niet volledig dicht geschoven. De biechtelingen wachtten hun beurt af, ze zaten op een rij aan een kant van de biechtstoel. Ik las mijn brevier en bij tussenpozen wendde ik mijn hoofd in de richting van e.h .PIO.

Een man met een imposante gestalte en een verleidelijk voorkomen kwam binnen onder de stijl van de kleine deur, rechts van het oude kleine kerkje. Hij droeg een donkere jas en een geruite broek. Zijn haren waren licht grijzend en zijn ogen levendig en duister. Ik wou verdergaan met mijn brevieren, maar een inwendige stem fluisterde mij in ,”stop en kijk”. De man ging zonder zijn beurt af te wachten enkele passen voorwaarts daarna enkele passen achteruit, hij ging voor de gordijntjes staan en terwijl de biechteling opstond om de biechtstoel te verlaten, plaatste hij zich voor de e.h. Pio, op die wijze dat hij mij het zicht op de biechtstoel ontnam.

Enkele ogenblikken later, zag ik de man verdwijnen met geopende benen, onder de planken, terwijl op de plaats waar een ogenblik geleden ik priester Pio gezien had, ik nu het gezicht van Jezus bemerkte, mooi, jong en blond, achter de rugleuning van de bank, terwijl hij toekeek hoe de man door de plankenvloer drong. Daarna zag ik e.h. Pio die uit de hoogte komend zich weerom neerzette op zijn plaats terwijl zijn persoon versmolt in deze van Jezus. Vervolgens zag ik nog enkel e.h. Pio.

Met zijn zware stem zegde hij, “Kom op kindertjes, willen jullie biechten” Niemand van de mensen die voor de biechtstoel wachtende waren, scheen iets van het voorval bemerkt te hebben, en de biechtviering verliep verder alsof er niets was gebeurd.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Waarom laat God de duivel mensen kwellen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Als u het lijden van een ander kon verlichten, dan zou u dat vast doen. Reddingswerkers haasten zich vaak naar de plaats van een natuurramp om lijden te verlichten en het leven van volslagen onbekenden te redden. Iemand zou zich daarom kunnen afvragen: waarom bevrijdt God ons eigenlijk niet van de Duivel, die verantwoordelijk is voor onnoemelijk veel menselijk leed?

Die vraag zou beantwoord kunnen worden aan de hand van een illustratie over een belangrijke rechtszaak. De moordenaar, die wanhopig probeert het proces stil te leggen, beweert dat de rechter zijn gezag in de rechtbank op een oneerlijke manier uitoefent. Hij zegt zelfs dat de rechter getuigen heeft omgekocht. Daarom worden er talloze extra getuigen aan het woord gelaten.

De rechter weet dat de uitgebreide procedures veel moeite gaan kosten en hij wil graag dat de zaak zonder onnodig uitstel afgehandeld wordt. Tegelijkertijd beseft hij dat als hij tot een oordeel wil komen dat een precedent schept voor mogelijke toekomstige zaken, beide partijen voldoende tijd moeten krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Om tot een oordeel te komen dat een moreel precedent schept, moeten beide partijen voldoende tijd krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Wat heeft deze illustratie te maken met een beschuldiging die de Duivel, ook „draak”, „slang” en „Satan” genoemd, inbracht tegen God, ’de Allerhoogste over heel de aarde’? (Openbaring 12:9 ; Psalm 83:18) Wie is de Duivel eigenlijk? Waarvan heeft hij God beschuldigd? En wanneer zal God zich van hem ontdoen?

 

 

De Alfa en de Omega : strijd met de duivel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Er wordt een moreel precedent geschapen

 

Oorspronkelijk was degene die de Duivel werd een volmaakt geestelijk schepsel, een van Gods engelen (Job 1:6, 7). Hij maakte zichzelf tot de Duivel toen hij geobsedeerd raakte door een egoïstisch verlangen naar aanbidding door mensen. Daarom trok hij Gods recht om te regeren in twijfel en insinueerde hij zelfs dat God het niet verdient gehoorzaamd te worden. Hij beweerde dat mensen God alleen dienen wanneer ze met zegeningen omgekocht worden. Volgens Satan zouden alle mensen hun Schepper „vervloeken” als ze te maken kregen met moeilijkheden (Job 1:8-11; 2:4, 5).

Om die beschuldigingen van Satan te weerleggen, was een simpel machtsvertoon niet voldoende. Als Satan meteen was terechtgesteld, zou dat voor sommigen misschien zelfs een aanwijzing zijn geweest dat hij gelijk had. Daarom ondernam God, die absolute autoriteit bezit, gerechtelijke stappen om die kwesties in de geest van alle toeschouwers op te lossen.

God gaf aan dat er, in overeenstemming met zijn beginselen en met volmaakte gerechtigheid, door beide partijen getuigen zouden worden opgeroepen om een ondersteunende verklaring af te leggen van hun kant van de controverse. In de toegestane tijd hebben Adams nakomelingen de gelegenheid gekregen te leven en bij te dragen aan dit getuigenis ten gunste van God door hem uit liefde trouw te blijven ondanks moeilijkheden.

 

 

 

Hoe lang duurt het nog?

 

God is zich er sterk van bewust dat het lijden van mensen voortduurt terwijl deze gerechtelijke stappen plaatsvinden. Maar hij is vastbesloten de zaak zo snel mogelijk af te handelen. De Bijbel beschrijft hem als „de Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting” (2 Korinthiërs 1:3).

Het is duidelijk dat „de God van alle vertroosting” de Duivel niet langer zal laten leven dan nodig is, en ook niet zal toelaten dat de gevolgen van zijn invloed blijven bestaan. Aan de andere kant zal Hij de Duivel niet vroegtijdig vernietigen, dus niet voordat de universele rechtszaak volledig ten einde is.

Wanneer de kwesties ten slotte opgelost zijn, zal Gods recht om te regeren volledig gerechtvaardigd zijn. Het rechtsgeding tegen Satan zal tot in alle eeuwigheid als toetssteen dienen. Als iemand dat recht om te regeren ooit weer zou aanvechten, kan er naar Satans voorbeeld verwezen worden als een precedent dat niet herhaald hoeft te worden.

Te zijner tijd zal God zijn Zoon Jezus opdracht geven de Duivel te verwijderen en alles wat hij veroorzaakt heeft ongedaan te maken. De Bijbel heeft het over een tijd waarin Jezus „het koninkrijk aan zijn God en Vader overdraagt, wanneer hij alle regering en alle autoriteit en kracht heeft tenietgedaan. Want hij moet als koning regeren totdat God alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan” (1 Korinthiërs 15:24-26).

Gelukkig belooft de Bijbel dat er wereldwijd paradijselijke omstandigheden zullen zijn. In overeenstemming met Gods oorspronkelijke bedoeling zullen mensen in een vredig paradijs leven! Psalm 37:11 zegt: „De zachtmoedigen  zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” En in vers 29 staat: „De rechtvaardigen, die zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.”

Sta eens stil bij het prachtige vooruitzicht dat de Bijbel schetst voor Gods aanbidders: „Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:3, 4).

 

 

 

 

 

 

Zesde miniatuur : vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

.

 

de zesde miniatuur

 

.

Scivias%20T%206_Boek%20I,4
.
.
.
.

Deze beschrijving en de voorstellingen van de opgang van de ziel naar zijn geestelijke evenwicht in God, zijn eigenlijk een weerspiegeling van de eeuwenoude leer van het geestelijk leven van ieder mens. Mochten we denken dat er zich, wanneer wij eenmaal op de top van de ziel zijn gekomen, geen moeilijkheden meer zullen voordoen, dan is het zesde miniatuurtje daar dat ons leert hoe het in werkelijkheid is.

De duivel zal steeds weer opnieuw proberen om de vrome ziel bekers met de vergiftigde drank der ondeugden te laten drinken. Maar met een dappere afweerbeweging heft zij tegelijk haar ogen naar de goddelijke hand, die haar vanuit de hemel hulp biedt.

 

Hildegardis zegt in haar uitleg van dit visioen onder meer:

“Als de ziel de goedheid van God blijft beschouwen, zullen de pijlen van de duivel haar niet raken. Dat zij steeds het mensgeworden Woord van de nederige Maagd beschouwe, dan zal als een zoete balsem, de zachtheid van God haar doordringen en zal zij sterk staan tegen de influisteringen van de hoogmoed.”

.

Deze zesde miniatuur is een eenvoudige voorstelling die weinig commentaar behoeft. Zij vormt dan ook slechts een schakel van de vijfde naar de zevende miniatuur waar het levenseinde van iedere mens in beeld gebracht wordt.

.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA