Tagarchief: God

Liber Divinorum Operum : visioen 4

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

Liber Divinorum Operum 4

 

 

 

Hildegard vervolgt met een gedetailleerde beschrijving van het vierde visoen:

“De redelijke ziel brengt talrijke woorden voort die weerklinken zoals de boom zijn takken vermeerdert en zoals de takken uit de boom voortkomen, zo ontspruiten de krachten van de mens aan zijn ziel. De werken die zij in samenwerking met de mens volbrengt, welke deze ook mogen zijn, lijken op de vruchten van een boom.

De ziel heeft in werkelijkheid vier vleugels (geestelijke vermogens):

de zinnen (voelen),

de kennis (waarnemen),

de wil (willen)

en het verstand (denken).”

 

Haar overwegingen betreffende de mens te midden van de natuur voeren Hildegard terug tot de tijd van de schepping. “Toen God de mens zag, zag Hij dat hij goed was; had Hij hem niet naar zijn eigen beeld en gelijkenis geschapen? Het was aan de mens middels de stem van de rede de goddelijke wonderwerken te verkondigen! De mens is de volheid van het werk Gods, de mens kent God, want God heeft in hem alle schepselen geschapen, en Hij heeft hem toegestaan Hem in de kus van de ware Liefde en door de rede te loven en te prijzen; maar er ontbrak de mens een hulp aan hem gelijk.

God gaf hem deze hulp in de spiegel die de vrouw is. Zij verborg in zich het hele menselijke geslacht, dat zich in de energie van de goddelijke kracht moest ontwikkelen; in deze energie had hij de eerste mens geschapen. Daarom komen man en vrouw tezamen, om aan elkaar hun werk te voltrekken, want zonder de vrouw zou de man niet als zodanig worden herkend, en omgekeerd.

De vrouw is het werk van de man, de man is het instrument van troost voor de vrouw en geen van hen kan afzonderlijk leven. De man duidt op de goddelijkheid, de vrouw op de menselijkheid van de Zoon van God.” Zo hebben al deze visioenen een diepe eenheid van God en Zijn werk, of het nu om de mens gaat of om de kosmos.

 

 

Daaraan ontlenen zij hun grootsheid:

 

“De ziel, zolang zij in het lichaam verblijft, voelt Gods aanwezigheid omdat zij uit God voortkomt, maar zolang zij haar taak onder de schepselen vervult, ziet zij God niet. Als zij de werkplaats van haar lichaam heeft verlaten en oog in oog met God komt te staan, zal zij haar ware karakter en haar vroegere afhankelijkheid van het lichaam kennen. Zij wacht dus vol ongeduld op de jongste dag van de wereld, want het omhulsel waarvan zij houdt en dat haar eigen lichaam is, heeft zij verloren.

Als zij het heeft teruggekregen, zal zij samen met de engelen het luisterrijke aangezicht Gods zien. ” “De mens is het omhulsel dat mijn Zoon in Zijn koninklijke macht omhult, om God van de hele schepping en leven van leven te lijken.” “God heeft in de gedaante van de mens zijn gehele werk vastgelegd.”

 

Het vierde visioen van Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel in het lichaam werkt.

De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart. Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken. Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is zij immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht. Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden.

De ziel vliegt in de mens met vier vleugels, namelijk met het waarnemingsvermogen (sensualitas), met het verstand (intellectus) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali). Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees (lichaam); door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis van het goede en kwade voltooit de mens elk werk in de ziel. Daardoor wordt getoetst welke werken door de geest verlossing door God verlangen en welke door het vlees het eerbetoon van de mensen begeren.

 

 

 

De levensweg van de ziel 

 

Was in Scivias de pelgrimsreis van de ziel op aarde verteld als een beeldverhaal, in Liber Divinorum Operum blijkt dat Hildegard in staat was een geleerd betoog te schrijven. Toch bleef zij concrete beelden gebruiken om uit te leggen wat zij bedoelde zoals een boom met takken of de ziel als een gevleugelde vogel. Wat zij opnieuw wilde verkondigen was, dat de mensenziel haar edele staat en haar opdracht ontleent aan haar goddelijke afkomst. Daardoor neemt zij deel aan de rede (rationalitas) en kan zij beschikken over woorden en taal om zich te uiten en haar werk bekend te maken. Na een lang leven van bidden en werken, schreef Hildegard:

 

“Immers, de met rede begiftigde ziel brengt met deze klank woorden voort om die te vermenigvuldigen, zoals een boom zijn takken vermenigvuldigt. En uit haar (de ziel) komen alle krachten van de mens voort, zoals uit de boom zijn takken. En zo worden ook de werken die door de mens verricht worden, naar hun hoedanigheid bekend, zoals de vruchten van de boom gekend worden. De ziel heeft immers vier vleugels, namelijk waarnemingsvermogen (sensus) en kennis (scientia), wil (voluntas) en verstand (intellectus). Door de vleugel van de waarneming merkt zij dat zij gewond is.

Zij neigt immers tot wat het vlees behaagt, waardoor zij altijd koerst op onbestendige wind. Door de vleugel der kennis heeft het lichaam, wetend dat het door de ziel leeft, verlangen om te werken. En door de vleugel van de wil verlangt de ziel ernaar om met het lichaam te werken, daar zij ziet dat dit ervoor gemaakt is. Maar door de vleugel van het verstand (her)kent de ziel de vruchten van al die werken, of zij nuttig zijn of nutteloos, en weet zij in hoeverre deze het eeuwige (leven) te wachten staat.

Doordat deze vier vleugels met de kennis van goed en kwaad van voren en van achteren ogen hebben, vliegt de ziel als een vogel voorwaarts door de kennis van het goede als de mens het goede doet, achteruit door de kennis van het kwade als de mens slechte werken doet.”

 

Hoewel de beelden die Hildegard in Liber Divinorum Operum gebruikte verschillen van die in Scivias, is de inhoud van haar zielkunde dezelfde gebleven, maar zij is dieper doordacht en diepzinniger uitgedrukt. Meer dan vroeger benadrukte Hildegard in haar latere werk de gespannen verhouding tussen de ziel en het lichaam. Het lichaam trekt de ziel omlaag met haar zintuigen die het aardse zoeken. De ziel moet het lichaam moeizaam meetorsen terwijl zij opwaarts wil streven naar haar goddelijke oorsprong en bestemming.

 

 

ldo22

 

 

 

ldo23

 

 

 

ldo24

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Het boek ” De Openbaring ” uit het Nieuwe Testament.

Standaard

categorie : de Openbaring

.

.

Wat is de Openbaring ?

.

voorpagina openbaring a4

.

.

 “De Openbaring”

.

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden.

.

.

God geeft kennis over

.

zijn doel met deze wereld.

de toekomst van Israël en de wereld.

het mysterie van het goede en het kwade.

de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade.

de toekomstige natuurrampen en oorlogen.

de wederkomst van de Messias.

de dag des oordeel

het uitzicht in de hemel en zijn troon.

de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

.

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van goddelijke theocratie voor gans de wereld.

.

    Waarom de Openbaring lezen?

.

  1. Johannes17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.”
  2. Openbaring1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  3. Openbaring22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

.

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots ver-staanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Daardoor krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

.

.

 Pasteltekeningen per hoofdstuk van de Openbaring door John Astria 

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview,  aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

    JOHN ASTRIA

Boodschap 261 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

.

.

Het helende bloed van Christus

 

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

WIE GELOOFT DAT GOD BESTAAT KAN GERED WORDEN,

.

MITS GELOOF IN HET ZOENOFFER VAN CHRISTUS OP HET KRUIS

.

.

WHOEVER BELIEVES THAT GOD EXISTS CAN BE SAVED,

.

PROVIDED THAT THEY BELIEVE IN THE SACRIFICIAL SACRIFICE

.

OF CHRIST ON THE CROSS

.

.

.

.

Het beeld van het beest.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Beeld van het Beest is het toekomstige beeld dat op bevel van het Beest uit de Aarde (= de valse profeet, de antichrist) door de mensen gemaakt wordt voor het Beest uit de Zee, een grote politieke leider. Als het beeld klaar is, krijgt het Aardebeest van hogerhand de macht om het beeld adem te geven, leven in te blazen. Het beeld moet aanbeden worden. Het zorgt ervoor dat iedereen die het beeld niet aanbidt, gedood wordt.

.

 

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

pasteltekening van John Astria

 

 

Openbaring 13:14. En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken.


Openbaring 13:15. En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.

Het Beeld van het Beest wordt massaal aanbeden (vgl. Opb. 14:9; 14:11; 16:2; 19:20). Opvallend is dat het Beest uit de Zee deze beeldverering kennelijk goedvindt, hoewel hij zich verzet en zich verheft tegen al wat een voorwerp van verering is (2 Thess. 2:4). Een dergelijke tegenstrijdigheid betreft ook zijn afwijzing van al wat God heet, hoewel hijzelf “in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is” (2 Thess. 2:4). Vergelijk de voorzegging door de engel aan Daniël over een toekomstige koning:

Da 11:36.  Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.


Da 11:37.  En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, [en] ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken.


Da 11:38.  En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden.

Da 11:39.  Hij zal versterkte vestingen maken samen met een vreemde God. Voor hen die hij zal kennen, zal hij de eer laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning.

Aanbidding van het Zeebeest en zijn beeld is je reinste afgodendienst. Er zullen echter mensen zijn die er niet aan mee doen. Zij weten dat God een na-ijverig God is en geen aanbidding van mensen of beelden kan verdragen.

Exodus 20:2.  Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.


Exodus 20:3.  U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.


Exodus 20:4.  U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.


Exodus 20:5.  U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de Heere, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,


Exodus 20:6. Maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.

Degenen die weigeren mee te doen aan de aanbidding van het Beeld en van het Beest en ook het merkteken van het Beest weigeren, al kost het ook hun leven, zijn overwinnaars en zullen opgewekt worden en met Christus in het duizendjarig Vrederijk regeren.

Openbaring 15:2.  En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God.

Openbaring 20:4.  En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.

 

 

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Het Beeld van het beest dan wel het Beest zelf is waarschijnlijk gelijk aan de gruwel der verwoesting‘ waarvan door de profeet Daniël gesproken is. De Heer Jezus verwijst naar deze de gruwel, die in ‘de heilige plaats’ , de tempel in Jeruzalem, zal staan.

Mattheüs 24:14.  En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.


Mattheüs 24:15.  Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op)


Mattheüs 24:16.  laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

 

.

 

Voorafschaduwing

.

Een historische voorafschaduwing van het Beeld is het gouden beeld dat de beroemde Babylonische koning Nebukadnezar liet oprichten en waarvoor iedereen moest buigen. Het was ongeveer 30 meter (60 el) hoog en 3 meter (6 el) breed. Wie weigerde te buigen, moest in een brandende oven geworpen worden.

Daniël 3:1.  Koning Nebukadnezar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig el was, en zijn breedte zes el. Hij richtte het op in het dal Dura, in het gewest Babel.

Daniël 3:5.  Op het moment dat u het geluid hoort van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten, moet u neervallen en het gouden beeld aanbidden dat koning Nebukadnezar heeft opgericht.

Daniël 3:6. Wie niet neervalt en aanbidt, zal op hetzelfde ogenblik midden in de brandende vuuroven worden geworpen.

Daniël 3:7.  Daarom, zodra al de volken het geluid hoorden van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, en allerlei muziekinstrumenten, vielen op datzelfde tijdstip alle volken, natiën en talen neer, [en] aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht.

.

 

Afbeelding: gedwongen verering van het beeld van Nebukadnezar.
Het 30 meter hoge beeld is naar verhouding nog te klein getekend.

.

Drie Joodse mannen, namelijk Sadrach, Mesach en Abed-Nego, die Nebukadnezar over het bestuur van het gewest Babel had aangesteld, weigerden het gouden beeld te aanbidden. Zij werden er dan ook van beschuldigd dat zij Nebukadnezars goden niet vereren en het gouden beeld niet aanbidden (Dan. 3:12). Zij antwoordden de koning:

Daniël 3:17.  Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.


Daniël 3:18.  En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.

Daarop werden ze in de brandende oven geworpen. In de oven verscheen een vierde persoon, een engel, en deze was bij de mannen en zij werden gespaard. Nebukadnezar zag hun wonderlijke bewaring en riep de Joden uit de oven terug. Hij noemde ze “dienaren van de allerhoogste God” (Dan. 3:26). Er was aan de mannen helemaal niet te merken dat ze in de oven waren geweest.

Daniël 3:27. Toen kwamen de stadhouders, de machthebbers, de landvoogden en de raadslieden van de koning bijeen. Zij zagen aan deze mannen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam: het haar van hun hoofd was niet geschroeid, en hun mantels waren niet verteerd, ja, er hing [zelfs] geen brandlucht aan hen.


Daniël 3:28.  Nebukadnezar nam het woord en zei: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, Die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan hún God.


Daniël 3:29.  Daarom wordt door mij een bevel uitgevaardigd dat elk volk, [elke] natie of taal die lasterlijke dingen zegt over de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, in stukken zal worden gehouwen en dat zijn huis tot een mesthoop zal worden gemaakt, want er is geen andere god die zo redden kan.


Daniël 3:30.  Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-Nego voorspoedig in het gewest Babel.

 

.

In meerdere opzichten schaduwt Nebukadnezars beeld het beeld van het Beest vooraf

.

  1. het beeld is een beeld van de grote Leider
  2. de gedwongen aanbiddig
  3. de massaliteit van de aanbidding
  4. de doodstraf bij weigering

Een eigentijdse voorloper van de verering van een mansbeeld is de eer die burgers in Noord-Korea dagelijks moeten bewijzen aan Kim Il-Sung, bij diens immense standbeeld in de hoofdstad van het land. Wie dat niet doet, riskeert het strafkamp.

 

 

 

Foto: eerbetoon bij het 23 meter hoge standbeeld van Kim Il-Sung.
Het beeld van Nebukadnezar was zo’n 7 meter hoger.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

God begrijpen

Standaard

Categorie: religie

 

 

God begrijpen

 

De Bijbel zegt in Hebreeën 10:23 dat we moeten blijven vasthouden aan wat God ons heeft beloofd! Er staat zelfs: Omdat God zich aan Zijn woord houdt, zullen wij krijgen wat wij van Hem verwachten! God heeft geen reden om dit in de Bijbel te vermelden, tenzij de duivel, die ons gelóóf wil wegnemen! In Johannes 10: 10 staat dat de duivel gekomen is om te stelen. Helaas zijn er veel mensen die Gods plan een sprookje vinden en ridiculiseren.

Waarom is het belangrijk dat wij vasthouden in wat wij hopen, in wat wij geloven en in wat wij belijden? Toen Petrus over het water liep, ging het pas mis toen hij angst kreeg. Hij begon te twijfelen! Hij hield niet vast aan het woord wat Jezus gesproken had! Jezus zei: Kóm! Dat zei Hij niet om Petrus vervolgens te laten verdrinken. Hetzelfde geldt voor de storm op het meer. Jezus had gezegd dat ze naar de overkant zouden gaan! Ze hielden zich niet vast aan deze belofte, maakte Jezus wakker en zeiden: Here, help ons, wij vergaan! En Jezus werd wakker en zei: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen?

 

 

Gelaat vh goede

Pasteltekening van John Astria

 

De Bijbel zegt in Lucas 1:37 dat geen woord wat van God komt krachteloos zal wezen! Wij hebben geen enkele reden om te twijfelen aan het woord en de beloften van God! Aan de hand van een voorbeeld over tijd en ruimte, van Albert Einstein, kunnen we de grootheid van God en ons beperkt verstand begrijpen.

Stel je voor dat ik in een ruimteschip zou gaan en zou vliegen met de snelheid van het licht. Duizenden kilometers per seconde! Stel dat ik 25 jaar lang zou vliegen en weg zou zijn. Dan zou ik 75 jaar zijn in onze aardse tijd, want ik ben nu 50 jaar. 50 plus 25 is 75!

Qua tijd in de ruimte en in combinatie met de lichtsnelheid, zou ik al duizenden duizenden en duizenden jaren onderweg zijn! Iedereen die ik ken zou al gestorven zijn, Iedere stad waar ik ooit gesproken had, zou waarschijnlijk niet meer bestaan. Alles, maar dan ook alles zou anders zijn! Dat kunnen wij met ons verstand niet bevatten.

Hetzelfde geld voor hoe God werkt, hoe hij alles onder controle kan hebben, hoe Hij onze gebeden hoort en overal tegelijk kan zijn etc. En zo kunnen we honderden, misschien wel duizenden vragen hebben. Eeuwigheid is heel bijzonder en voor ons ook niet te vatten! De hoogste berg ter wereld gerekend vanaf de voet op de zeebodem is Mount Kenau op Hawaï. Deze meet vanaf de zeebodem 10.200 meter, waarvan 4250 meter boven zeeniveau. De hoogste berg op het land is de Mount Everest met een hoogte van 8850 meter.

Stel je voor dat er één keer per jaar een vogeltje naar de top van één van deze bergen zou vliegen en met zijn snaveltje één keer heen en weer zou krassen op de berg. Stel dat dit vogeltje dit ieder jaar zou doen, totdat de berg helemaal weg gekrast zou zijn! Dan zou er nog geen één minuut voorbij zijn wat betreft de eeuwigheid.

 

 

gelaat van het kwade

Pasteltekening van John Astria

 

In 2 Petrus 3 vers 8 zegt de bijbel dat voor God één dag als 1000 jaar is en 1000 jaar als één dag! Een periode van 24 uur is dus voor God als 1000 jaar. God opereert in een hele andere tijdsdimensie dan wij. Stel je eens voor dat wij iets bidden. Het maakt niet uit wat, maar we vragen God of Hij iets voor ons wil doen. Ik ga de gemeente uit vol van geloof, want de Bijbel zegt, gelooft dat gij het hebt ontvangen en het zal geschieden. Halleluja! Maar na twee weken is het gebed nog steeds niet verhoord en gaan we twijfelen en zeggen we: Ik begrijp niet waarom mijn gebed niet verhoord is, ik had zo’n groot geloof, ach, het zal waarschijnlijk toch nooit gebeuren, God zal wel een ander plan hebben enz.

Dit zeggen we dus in een tijdsbestek van drie weken. Dat is niet onrealistisch, want een mens wordt nu eenmaal snel ongeduldig. Nu gaan we dit zelfde verhaal door God zijn ogen bekijken. Wat God hoort is namelijk het volgende: ‘Heer wilt u mij voorzien? Ik begrijp niet waarom God niet voorziet. Ach, Hij zal wel een ander plan hebben’. Dát is wat God hoort, want als voor God 1000 jaar als één dag is, dan is drie weken voor Hem als een seconde!

Daarom moeten we vasthouden aan ons geloof! Twijfel niet, want Matteüs 19:26 zegt dat wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God! Voor God is niets onmogelijk!

 

 

geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Boodschap 260 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

.

.

5 voor 12

 

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

VELE KERKEN VERKONDIGEN VALSE WAARHEDEN

.

EN STAAN ONDER DE INVLOED VAN DE DUIVEL.

.

ZIJ PREDIKEN DE REDDING VAN ELKE ZIEL DOOR DE

.

BARMHARTIGHEID VAN GOD.

.

DIT IS EEN DEMONISCHE LEUGEN

.

.

MANY CHURCHES PROCLAIM FALSE TRUTHS

.

AND ARE UNDER THE INFLUENCE OF THE DEVIL.

.

THEY PREACH THE SALVATION OF EVERY SOUL BY THE MERCY OF GOD.

.

THIS IS A DEMONIC LIE

.

.

.

.

Een dag als 1000 jaar

Standaard

Categorie: religie

 

Eén dag als duizend jaar: 2 Petrus 3 vers 8

 

Jezus Christus zegt dat Hij zal komen als een dief in de nacht (Openbaring 3:3) voor wie niet wakker worden, maar ook dat Zijn komst ons juist niet zal overvallen als wij zullen waken (1 Tessalonicenzen 5:4). De Bijbel geeft heel veel aanwijzingen, maar ondanks de letterlijke waarschuwing om te waken horen we toch nog vaak dat we de Tijden maar beter aan God moeten overlaten. Alleen al het onderzoeken van die tijden wordt als irrelevant afgeschilderd, zonder dat we ons de vraag stellen waarom God deze tijden dan toch in de Bijbel kenbaar heeft gemaakt voor wie het wil zien.

 

 

 

 

1 dag als 1000 jaar

 

Bij God is één dag als duizend jaar en duizend jaar als een dag. Voor wie deze verzen in het Oude en Nieuwe Testament leest, lijkt dit een mysterieuze en onoplosbare formulering. Omdat velen met die uitspraak niet goed raad weten, houden ze het veiligheidshalve op de gedachte dat we nooit precies weten wat voor kalender God aanhoudt. Immers, God is niet aan tijd gebonden, is de gedachte. Dat laatste is waar, maar hoe komt het dan dat zodra wij Gods Kalender aan belangrijke wereldgebeurtenissen koppelen er bijzondere patronen zichtbaar worden die Zijn Plan in hoofdlijnen blootleggen?

 

 

Schaduw van het Vrederijk

 

Vanaf de tijd van Adam tot aan de Kruisiging van Jezus Christus wordt ongeveer 4000 jaar geteld en sinds die tijd is inmiddels al weer bijna 2000 jaar verstreken. De Bijbel leert ons dat er na de wederkomst van Jezus Christus nog een Vrederijk zal komen dat 1000 jaar zal duren. Samen is dat 7000 jaar op Gods Kalender. Die zeven millennia komen overeen met de zeven scheppingsdagen en de zeven dagen van de week. De kleine cycli passen in de grote cyclus.

De zevende dag van de week is de sabbat en dat is nu ook juist de Bijbelse schaduw van het Vrederijk. In die telling klopt het dus precies dat 1000 jaar is als een dag. Voor wie het wil aannemen: we zijn nagenoeg in het 6000e jaar aangekomen vanaf Adam.

De profeet Hosea volgde dezelfde lijn toen hij profeteerde dat Israël weer zou worden opgericht na twee dagen. Dat proces werd ook voor de wereld heel zichtbaar vanaf het jaar 1948 op de westerse kalender. De profeet Ezechiël beschrijft van zijn kant hoe dit oprichten van Israël in fasen verloopt.

 

 

Zeven dagen van duizend jaren

 

Maar er is veel bredere ondersteuning voor deze indeling op Gods Kalender: in de eeuwen voorafgaand aan de komst van Jezus Christus werden deze 6000 jaar ook al door de rabbijnen genoemd. Rabbi Elija leerde al dat de huidige aardse tijdsindeling door God verdeeld zou worden in 2000 jaar van chaos – de periode zonder Thora – gevolgd door 2000 jaar van de Thora en dan nog 2000 jaar voor het tijdperk van de Messias, afgesloten met een sabbatsrust van 1000 jaar. Opmerkelijk genoeg profeteerde deze rabbi daardoor al een paar eeuwen voor onze tijdsrekening terecht dat de Messias ongeveer 4000 jaar na Adam zou komen. Ook in de Talmoed wordt overigens naar deze zelfde tijdsindeling verwezen.

In de eerste eeuwen na Christus wordt de gedachte van 6000+1000 jaar opnieuw bevestigd, onder andere in de brief van Barnabas. Hoewel deze brief niet tot de westerse canon van de Bijbel behoort, geeft hij wel aan hoe men in die tijd over de Goddelijke tijdsindeling dacht. Barnabas schrijft in zijn brief dat God het werk van Zijn handen na zes dagen eindigde en dat dit niet anders kon betekenen dan dat God alle dingen na 6000 jaar tot een eind zal brengen (Barnabas 15:3-5). Barnabas stond aan het begin van het tijdvak van die 2000 jaar van de Messias, terwijl wij aan het eind van dit tijdvak leven. De vroege ‘kerkvaders’ bevestigden eveneens de tijdsindeling van zeven dagen van duizend jaren. Opmerkelijk genoeg wordt zelfs in de Koran melding gemaakt dat de Bijbel dit tijdprincipe hanteert (Soera 22:47; 32:5). Maar wat doen wij er vandaag mee?

 

 

7 scheppingsdagen

 

 

Geestelijk beeld

 

Tegenwoordig horen we in de kerken nog nauwelijks spreken van de zeven scheppingsdagen en de 7000 jaar. Dat heeft vooral te maken met het theologische idee dat die de zeven dagen gezien moesten worden als een geestelijk beeld, niet als letterlijke tijd in jaren. Velen vinden het misschien wel ongepast om er nog een mening over te hebben, want een en ander gaat in tegen veel theologie van onze tijd. De tijdslijn van de 6000+1000 jaar brengt ons vandaag écht aan het eind van die zesde dag.

 

 

De lijdensweek

 

De drie perioden van achtereenvolgens 4000 jaar vóór Golgotha, 2000 jaar na Golgotha en de komende 1000 jaar van het Vrederijk komen bij God dus ook overeen met (4+2)+1 dagen. Deze combinatie verwijst én naar de scheppingsweek én naar de zeven dagen van de week, maar ook naar de lijdensweek van Jezus Christus. We stellen vast dat Jezus na Zijn intocht vier dagen in Jeruzalem was, voordat Hij gekruisigd werd, waarna Hij twee dagen in het dodenrijk was en aan het begin van de derde dag opstond. De cyclus van zeven dagen was rond.

Is het belangrijk om inzicht te krijgen in de tijden die God op Zijn Kalender heeft bepaald? Kennelijk heeft God redenen gehad om deze tijdslijnen kenbaar te maken: bijvoorbeeld om ons op te roepen waakzaam te zijn en ons voor te bereiden op Zijn komst, om de beschikbare tijd te benutten om Hem te leren kennen en anderen op Hem te wijzen, om met het oog op het najagen van Zijn roeping voor ons leven de juiste prioriteiten te stellen.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Psalm 58 • There is a God who judges on earth/ Er is een God die op aarde zal oordelen

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Psalm 58 • There is a God who judges on earth

.

Psalmen 58 . Er is een God die op aarde zal oordelen

.

Paul LeBoutillier