Tagarchief: God

Strijd in de Hemelse gewesten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Ef. 6:12 “want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.

 

 

Dit gedeelte leert ons dat we als gelovigen moeten worstelen tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Wat zo vreemd is, is dat vele gelovigen niet eens weten waartegen ze moeten vechten laat staan hoe ze moeten vechten. Niemand trekt ten strijde zonder de strijd te kennen.

 

 

maxresdefault

 

 

 

1. De strijd tussen God en satan

 

Satan was, de vader der leugen, de misleider, de mensenmoordenaar vanaf den beginne. Er kwam hoogmoed in het hart van satan. Hoogmoed en trots liggen aan de basis van de strijd in de hemelse gewesten. Satan wilde niet langer God aanbidden en Hem alle lof eer en glorie geven, hij wilde als God zijn. Hij wilde zich verheffen boven God.  Vervolgens werd satan uit de hemel geworpen en is er een strijd aan de gang tussen de satan en God.

 

Lees  Openbaringen 12:4. Vele uitleggers geloven dat deze tekst erop wijst dat satan een derde deel van de engelenschare met zich meesleepte in de val. Een deel van deze gevallen engelen is met satan actief in de hemelse gewesten en de wereld.  Een ander gedeelte wordt door God bewaard tegen ‘de dag des oordeels’.

Openbaringen 12:1-17 beschrijft op een indrukwekkende manier de strijd tussen God en de satan. De vrouw: Israël. Het kind: Christus. De draak: satan.

 

 

openbaring 12 : de vrouw en de draak

openbaring 12 : de vrouw en de draak

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Al vanaf het allereerste begin van de geschiedenis zien we dat de satan probeert om het reddingsplan dat God met de wereld heeft te dwarsbomen. (Gen. 6: zonen Gods hebben gemeenschap met de vrouwen). De strijd wordt ten top gevoerd wanneer Jezus geboren wordt.

  • Satan wilde Jezus doden als baby onder Herodes.
  • Verzoeking in de woestijn.
  • In de tuin van Getsémané.
  • Aan het kruis.
  • In het graf.

In de onzichtbare wereld is er een strijd aan de gang tussen God en de satan.

 

 

 

2. Strijd tussen de engelen en de demonen.

 

Er is niet alleen een strijd tussen God en satan. Er is ook een strijd tussen engelen en demonen. Laten we hier e-ven bij stil staan.

 

 

2.1. Engelen


De natuur van de engelen

 

Het woord engel betekent ‘bode’, ‘boodschapper’.  God is de Here der Heerscharen (1 Sam. 17:45). Hij regeert en heeft heerschappij over de engelen.

 

Engelen zijn geestelijke wezens en zijn als geestelijk wezen niet gebonden aan de fysische wetten die gelden voor de menselijke natuur:

( Hand. 12:6-8 )engelen kunnen gesloten gevangenissen binnenkomen

( Hand. 5:19) ze kunnen gevangenisdeuren openzetten

( Rich.13: 19-20) ze kunnen nederdalen onder vorm van een vuurvlam

 

Engelen zijn in staat om grote afstanden op korte tijd af te leggen.

 

Engelen zijn wijzer dan mensen. 

(2 Sam. 14:20)  “Om uw zaak een ander aanzien te geven, heeft uw dienaar Job dit gedaan. Maar mijn heer is zo wijs als een engel Gods: hij weet alles wat op aarde geschiedt” .

 

Engelen hebben veel kracht.

 (Ps. 103:20) “Looft de Heer, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn volk volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord.”

  1. Eén engel doodde 185.000 Assyrische soldaten : 2 Kon. 19:35.
  2. Eén engel sloeg 70.000 Israëlieten ten gevolge van Davids zonde :  2 Sam. 24:15-16.
  3. Eén engel veroorzaakte een grote aardbeving en rolde de steen weg bij het graf van Jezus : Mat. 28:2-4.
  4. Eén engel zal de duivel gedurende 1000 jaar vastbinden en gevangen houden : Op.20:1-3.

 

Er is een hiërarchie tussen de engelen.

( Judas 9) Michaël wordt een aartsengel genoemd.

( Kol. 1:16, Dan; 10:12-21, l Thes. 4:16, l Pet. 3:22) De Bijbel spreekt over aartsengelen, over engelen, over tronen, over machten en heerschappijen.

 

Engelen zijn onsterfelijk

( Luc. 20:35-36), ze hebben geen stoffelijke lichamen en kennen geen tekenen van veroudering en dood.

 

Engelen zijn geslachtsloos en onhuwbaar

( Luc. 20:35-36 en Mat. 22:30)

 

Engelen kunnen zichtbaar worden en menselijk voedsel eten

(Luc. 2:9, Gen; 32:1-2 Gen. 18:5)

 

 

battleofgoodandevil

 

 

 

Het aantal engelen

 

Er zijn oneindig, ontelbaar veel engelen.

(Op.5: 11) “en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen…”.

(Heb. 12:22) “…tot de stad van de levende god, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen engelen…”.

(Mat. 26:53)  Jezus zei “of meent gij dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan 12 legioenen engelen terzijde stellen”( 3.000 tot 6.000 elk).

(2 Kon.6:17) de knecht van Elisa zag, nadat God hem de ogen opende als antwoord op gebed van Elisa, dat de berg vol vurige paarden en wagens was rondom Elisa.

 

 

 

Het werk van de engelen

 

In de hemel:

 

1.de opdracht van de engelen is in eerste instantie het loven, prijzen en dienen van God. 

(Openbaring 5:11-12; 8:3-4).

 

Op aarde :

 

2.  hier vervullen ze opdrachten voor God.

Hagar de bron tonen, verschijnen voor Jozua met een getrokken zwaard, de ketenen van Petrus losmaken, de deuren van gevangenissen openen en het voeden, versterken en verdedigen van Gods kinderen.

 

3. Ze voeren de oordelen en doelstellingen van God uit.

(Num. 22:22) ” Maar de toorn Gods ontbrandde toen hij ging , en de Engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander…”

(Hand. 12:23) “en terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij (Herodes) God de eer niet gaf…” zo werd Herodes door een engel gedood.

 

 

4. Ze moeten uit het Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen die ongerechtigheid bedrijven en zij zullen in het vuur geworpen worden

( Mat. 13:41-42).

 

 

5. Engelen zijn dienende geesten.

(Heb.1:14) “Ze zijn uitgezonden ter wille van hen die het heil zullen beërven”.

 

 

6. Ze begeleiden gelovigen.

(Hand: 8:26) Een engel leidde Phillipus tot bij de Ethiopiër. Ze beschermen, helpen en versterken de gelovigen.

(Mat.4:1 1) Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn.

(Luc.22:43) Op Gethsemane  “en Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven”.

 

 

7. Ze zullen onze Heer begeleiden bij Zijn wederkomst

(Mat. 25:31, 2 Thes;1:7-8).

 

 

8. De engelen zijn betrokken bij het geven van Gods wetten.

(Heb. 2:2) “want indien het woord, dat door bemiddeling van engelen is gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en gehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen…

(Hand; 7:53 )“gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van de engelen, doch haar niet hebt onderhouden.”

 

 

9. Als gelovigen mogen we de engelen niet loven en eer bewijzen.

(Openbaringen 22:8-9).

 

 

 

Rangorde onder de engelen.

 

Aartsengelen:

  • Michaël die een speciale beschermengel is voor het volk Israël. Hij wordt omschreven als vorst.
  • Gabrieël: boodschapper van God. Dan. 8:16, Dan. 9:21, Luc. 1:19, 26

 

Cherubijnen: Bewakers van Gods heiligheid.

  • Gen. 3:24, Bij de hof van eden.
  • Ezech 1:15-25, Onder Gods troon.
  • Ex. 25:17:22, Op de ark.
  • Ex. 26:1, 31, Op het voorhangsel

 

Serafs: Jes. 6:2-7,  Gods heiligheid aankondigen.

 

Gewone engelen: beschermengelen, spirituele begeleiders, dienaren van God.

 

 

angels

 

 

 

De superioriteit van de mens ten opzichte van de engelen

 

Engelen zijn net als Adam en Eva volmaakt geschapen. Engelen als geestelijke wezens en Adam en Eva als men-selijke, vleselijke wezens. Niettegenstaande zijn we toch superieur aan de engelen omdat:

  1. Engelen mogen het evangelie niet verkondigen, deze opdracht is door Jezus aan ons gegeven.
  2. Op zekere dag zullen we oordelen over de engelen ( l Kor. 6:3). Waarschijnlijk gaat het enkel over de gevallen engelen (Judas 6).

Niettegenstaande we in zonde gevallen zijn, zijn we heilig voor God door het bloed van Christus. Ja, Christus heeft ons de positie boven de engelen gegeven.

 

 

 

2.2. De demonen.

 


Gevallen engelen

 

Engelen worden door Christus omschreven als heilig (Marc.8:38), engelen zijn heilig van bij hun schepping. Ook engelen worden door God op de proef gesteld. Wanneer ze niet volharden in hun dienstbaarheid aan God wor-den ze verworpen, degenen die wel aan Gods wil beantwoorden, worden bevestigd in hun heiligheid.

(Ps. 89:7 ) “God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die met hem zijn”.

(2 Pet. 2:4)  spreekt over de gevallen engelen, als de engelen die gezondigd hebben. Het is onduidelijk wanneer de val van de engelen juist plaats vond, vanuit de Bijbel worden verschillende hypothesen gemaakt:

  1. Ze rebelleerden tegen God wanneer satan probeerde te zijn zoals God. (Jes. 14:12, Ezech. 28:16 en Op. 12:7).
  2. De zonde van de “gevallen engelen” was de zonde van trots en ongehoorzaamheid t.a.v. God.
  3. Het was de zonde van seksuele gemeenschap met de kinderen der mensen (Gen:1-4).

 

De toekomstige plek van de gevallen engelen :

(Mat. 25: 41) “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”. Ten gevolge van hun val wachten ze op het oordeel.

 

 

maxresdefault (1)

 

 

 

Rangorde

 

Overheden en machten

Opperbevelhebbers en bevelhebbers

Wereldbeheersers

 

 

 

Macht

 

Ziekte toebrengen.

 

Math. 9:32-33, Doofstomme die bezeten is.

Math. 12:22, Blind, stom.

Luc. 13:11, Geest van zwakheid: verkromde vrouw.

Hand.: Waarzeggende geest. Meisje die voorspellingen doet.

 

 

Invloed in deze wereld door occultisme, hekserij, muziek, enz.

Gelovigen en de gemeente doen wankelen en aanvallen door leugens

Misbruik maken van de zwakten van de mens

Ongelovigen doen uitschijnen dat ze goed bezig zijn

Laten uitschijnen dat zij niet bestaan. Daardoor bevestigen ze dat God ook niet bestaat

Gods plannen dwarsbomen en Hem bespotten

 

Heel praktisch voorbeeld van de strijd in de hemelse gewesten. Daniël 10 beschrijft de strijd in die gebieden, waar een engel van God en de engelenvorst Michaël het moeten opnemen tegen de demonische vorst die over het koninkrijk der Perzen heerst. Deze strijd duurde 21 dagen. Later zouden ze moeten strijden tegen de vorst van Griekenland, een andere demonische machthebber. We zien ook hier heel duidelijk een strijd om Gods heilsplan met de wereld te verijdelen.

 

 

 

3. Strijd gelovigen en de hemelse gewesten.

 

We hebben gezien dat er een duidelijke strijd gaande is tussen de satan en God. De satan haat God. Dat is het uitgangspunt van alle strijd. Hij wil Gods aanbidding en Gods glorie vernietigen. Dat is ook de reden waarom sa-tan de gemeente aanvalt, waarom hij de gelovigen aanvalt. De strijd is een strijd om de glorie van God. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God,  (2 Tim. 2:3-4).

 

 

 

4. Hoe strijdt satan?

 

  • Mensen te verblinden. 2 Kor. 4:3-4
  • Satan probeert door ongeloof, onverschilligheid, valse getuigenissen, leugens, valse religies, enz. de mensheid te verblinden. Daarom zegt Paulus in Efeze 6: 18-19, bid!
  • Gelovigen aan te vallen, ontmoedigen, aftrekken. Lucas 22:31, 1 Petrus 5:8, Job. 1:6-12, 2:1-10.  > Staan op Gods beloften: 1 Kor. 10:13
  • Verdeeldheid te zaaien, huwelijk verbreken. 1 Kor. 7:3-5
  • Leiders vernietigen. 1 Tim. 3:2-6
  • Valse religies en dwaalleraars. 2 Kor. 11:13-14
  • In ons denken en ons handelen en door middel van begeerten.

 

 

derren-brown-tricks-of-the-mind

 

 

 

5. Samenvatting.

 

Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd tussen licht en duisternis, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente. Het is een strijd om de glorie van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken. God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen.

Hoe kunnen we standhouden in deze strijd?

  • Staan op Gods beloften. (1 Kor. 10:13), niet boven vermogen verzocht worden.
  • Strijden in gebed.
  • De weg van gehoorzaamheid aan Gods woord bewandelen. (2 Kor. 10:3-6)
  • Vlucht naar God toe! (Jacobus 4:7-8)

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Liber Divinorum Operum : visioen 10

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

.

.

Liber Divinorum Operum

.

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

.

.

Hildegard

.

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

.

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildega

rd von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

.

.

Liber Divinorum Operum 10

.

.

Het einde der tijden wordt door Liefde voltrokken

.

Het visioen van Hildegard

.

“Toen zag ik naast de berg – die ik in de oostelijke streek gezien had – iets als een rad van buitengewone omvang. Het was een stralend witte wolk gelijk en gericht naar het oosten. Dwars door het midden ervan, van de linkerkant naar rechts, onderscheidde ik een donkergekleurde lijn, als de ademtocht van een mens. Boven deze lijn verscheen in het midden van het rad een andere lijn, die gloeide als morgenrood, neerdalend van het hoogste deel van het rad tot aan het midden van de donkere lijn.

De bovenste helft van het rad zond – vanaf de linkerzijde naar het midden toe – een groene glans uit; rechts daarvan tot aan het midden glansde het roodkleurig; deze beide kleuren namen gelijke ruimten in. En de helft van het rad die onder de genoemde dwarslijn lag, vertoonde een bleke met zwart gemengde kleur. En ziedaar, midden in het rad in de genoemde (dwars)lijn zag ik een gestalte zitten, die mij eerder genoemd was: Liefde (Caritas).

Zij was nu anders getooid dan ik haar eerder zag. Haar gelaat straalde als de zon; haar gewaad glansde als purper. Om haar hals droeg zij een gouden band, met kostbare edelstenen versierd. Zij had schoenen aan die bliksemlicht uitstraalden. Voor het gelaat van deze gestalte verscheen iets als een tablet, dat als kristal flonkerde. Daarin was geschreven: “Ik zal mij vertonen in een schone vorm als van zilver. Want de Godheid, die zonder begin is, bezit grote luister. Maar alles wat een begin heeft, is in zijn verschrikkingen onzeker.

En het kan de geheimen Gods niet ten volle begrijpen.” En de gestalte (Liefde) keek naar het genoemde tablet. Meteen kwam de lijn waarin zij zat, in beweging. En daar waar deze lijn aan de linkerkant van het rad verbonden was, werd het buitenste deel van het rad door een smalle tussenruimte enigszins waterig, daarna – boven de dwarslijn in het rad – roodachtig en toen zuiver en helder. Tenslotte voltooide het zich als een wervelwind en hevige storm, namelijk dicht bij het einde van de helft waar de genoemde lijn in het rad bevestigd was. (LDO, IX)

.

De stem uit de hemel gaf een verklaring van dit geheimzinnige beeld

.

Het rad duidt op de Schepper, die zonder begin en zonder einde is. De donkere dwarslijn betekent Gods wilsbesluit, het tijdelijke van het eeuwige te scheiden. De als morgenrood gloeiende lijn beduidt de wereldordening, die alles in gerechtigheid heeft toebereid. Het groene betekent de groene levensfrisheid van het geschapene. Het roodachtige verwijst naar het einde van de wereld, maar ook naar de bestemming van de gelovige zielen. Het grijze gebied betekent het leed in de aardse afloop van alle dingen.

Wanneer Liefde kijkt naar het tablet dat zij vasthoudt, begint de (tijd)lijn te draaien. Liefde heeft – naar Gods wilsbesluit – de wereldgeschiedenis in beweging gezet. De tijdelijke mens kan dat niet begrijpen. Dat Liefde zittend verschijnt, betekent dat God zich op de ‘zevende dag’ als het ware rustend met Liefde verbonden heeft in Zijn wil. Zij is versierd omdat al het goede uit liefde geschiedt.

.

In ‘vogelvlucht’ wat voorafging aan wat komen gaat

.

Terwijl de lijn in het rad wentelt, veranderen de kleuren van ‘waterig’ naar roodachtig. Dit verzinnebeeldt de tijden van Adam af tot aan de verschijning van de Godszoon uit het ‘Morgenrood’. Daar begint de helderheid van het Nieuwe Verbond, die zich over de wereld verspreid heeft door de apostelen.

Levendig wordt verteld over deze twaalf uitverkorenen, die bezield door de Heilige Geest de boodschap van Gods gerechtigheid verkondigd hebben, ieder naar hun eigen verschillende geaardheid. Ook Paulus, de toegevoegde, wordt beschreven. Hij wordt een ‘nietig vonkje’ genoemd, ontstoken tot een groot vuur.

Maar na de tijd van vurig geloof, waarin vele martelaren de gerechtigheid Gods met hun bloed bezegeld hebben, kwam het tijdperk van de lauwheid en de verdeeldheid. Het kerkelijke schisma, begonnen onder koning Hendrik IV in 1076, heeft de door God gewilde ordening verstoord. Hildegard zag hierin het aanbreken van een ‘zwakke vrouwelijke’ tijd zonder krachtige geestelijke leiding. Dan krijgen de tegenkrachten hun kans in de wereld en in de christenheid. De Antichrist begint zich te manifesteren in de toekomstige heerschappijen van ongerechtigheid.

.

De lange weg die nog gegaan moet worden

.

Het dan volgende verhaal is lang en wijdlopig. Van de lezer worden inspanning en volharding gevergd om de lijn ervan vast te houden. Weliswaar is de hoofdlijn dezelfde als in Scivias, maar er zijn veel zijlijnen bij gekomen. Het verhaal van de ‘Wegen des Heren’ was te zien als een film met concrete beelden, al waren het metaforen. In het boek van de ‘Goddelijke werken’ moet men het verhaal er als het ware uitpellen. Uitweidingen en Bijbelcitaten onderbreken de uitlegging. Het is alsof voor Hildegard ineens alle in de tussenliggende jaren opgeslagen kennis en inzichten ook in haar geest verschenen en meeklonken. De bazuin was inmiddels een beproefd instrument geworden.

Weer verschijnen de tijdperken van de vijf wilde dieren. Maar zij volgen elkaar niet ononderbroken op. Zij worden afgewisseld door perioden van herstel en rust. In het tijdperk van de vurige hond wordt de gerechtigheid met voeten getreden. Terreur en onrecht heersen, ook in de Kerk van Christus. De geestelijken doen niet onder voor de wereldlijken in hun streven naar macht. Het tijdperk van de leeuw komt dan met gruwelijke oorlogen. Maar daarna zal er een tijd van vrede zijn.

Er worden geen oorlogen gevoerd, het wordt zelfs verboden wapens te vervaardigen. Er zal welstand zijn en rust. De volken krijgen hoop op een betere toekomst. Maar de mensen zullen deze vredestijd niet gebruiken om gerechtigheid op de aarde te vestigen. Zij leven zorgeloos en vallen gemakkelijk ten prooi aan de komende Antichrist. In het tijdperk van het vale paard zal deze veel schade berokkenen aan de weerloze christenen.

In die tijd doet de Godszoon in de hemel voorspraak voor Ecclesia, zijn Bruid. Christus herinnert de Vader aan Zijn eeuwige Raadsbesluit. Er breekt dan een tijd aan waarin vele wonderen gebeuren onder de christelijke volken. Een grote schare heidenen zal zich aansluiten bij de christenheid. Maar eenmaal binnen hun gemeenschap, keren zij zich tegen de christenen.

Voorzegd wordt dan, dat het machtige roomse imperium zal verzwakken, verbrokkelen en zelfs verdwijnen. Ook de bisschopswaardigheid zal ondermijnd worden, de apostolische Stoel van Rome zal afbrokkelen. Er zullen vele dwaalleraren optreden die verwarring zaaien onder de gelovigen. Met het tijdperk van het zwijn verschijnt de Antichrist in de gedaante van de Zoon des Verderfs. In het visioenbeeld is dat te zien in de stormachtige beweging in het rad.

Deze tijd brengt een grote geloofscrisis, waardoor gelovigen massaal afvallen van de Kerk. Dit is de tijd waarvan de apostel Paulus schreef: “Laat niemand u in verwarring brengen of vrees aanjagen, noch door een geest(verschijning) noch door een prediking, noch door een brief die van ons zou zijn, alsof de Dag des Heren reeds aanbrak.” (2 Tessalonicenzen 2:2).

De Zoon des Verderfs zal zich dan manifesteren met allerlei duivelskunsten en velen verleiden. Maar ook zullen er wonderen en tekenen geschieden in de naam van gerechtigheid. Vele getrouwe volgelingen van Christus zullen het martelaarschap lijden, zodat het ‘gouden getal’ der bloedgetuigen vol wordt.

De Liefde (Caritas) die in het rad zittend verscheen, komt pas weer ter sprake in het tijdperk van de grijze wolf. Dan is de nood van de christenheid zo groot, dat de Mensenzoon de Vader bezweert de tijd te bekorten omwille van het bloed der martelaren. Dan zegt de Zoon: “Vader, zie toch Uw Liefde, waarmee U mij in de wereld gezonden hebt!”

Daarna breekt werkelijk de eindtijd aan. Henoch en Elia, die op de aarde teruggekeerd en door de Zoon van het Verderf gedood zijn, verrijzen en worden in de hemel opgenomen. In grote woede ontstoken, verzamelt de Verderver zijn volgelingen en tracht met hen de hemel te bestormen. Maar hij wordt met geweldige kracht teruggeworpen in de afgrond waar hij stikt in de stank van zwavel en pek. Dan totaal verslagen zal de ‘oude slang’ knarsetandend toegeven:

“Nu zijn wij geheel teschande geworden. Nu zal het ons niet meer mogelijk zijn, de mensen zo te onderdrukken als wij tot nu toe gedaan hebben.”

Verwerkelijkt wordt zo, hetgeen de apostel Paulus heeft geschreven: “En dan wordt deze wetteloze openbaar, wie de Heer Jezus vernietigen zal met de adem van zijn mond” (2 Tessalonicenzen 2:8). Allen die getrouw gebleven zijn aan de Godszoon, zullen dan God roemen en roepen: “Nu is geschied het heil en de kracht en de heerschappij van onze God en de macht van Zijn Gezalfde.” (Openbaring 12:10).

De stem uit het levende Licht zegt: “Daarom, verheugt u, die in de hemel en die op de aarde uw woning hebt. Na de val van de Antichrist zal de heerlijkheid van de Zoon Gods zich in haar volle omvang tonen!”

.

Geen ‘happy end’?

.

Jezus Christus, de Gezalfde, de Godszoon die Mensenzoon is geworden door de incarnatie van het Woord is de ‘Hoofdpersoon’ van Liber Divinorum Operum. Het overweldigende visioen, dat de zieneres Hildegard tot schrijven dwong, heeft de eindoverwinning behaald.

Toch eindigt het boek mat. Er klinken geen vreugdezangen van de heiligen en engelen samen, zoals aan het eind van Scivias. Wel klinkt er een waarschuwing aan de gelovigen om in de tijden die nog komen moeten, de hardnekkige aanklager en vervolger moedig te weerstaan. “Want de mens is altijd een zondaar”, zegt de stem.

In het eindtijdvisioen overweegt de bezorgdheid van de zieneres, die bijna een halve eeuw het wereldgebeuren om zich heen aanschouwd heeft en de betekenis ervan geschouwd heeft in het licht van de Bijbelse openbaring van God.

.

Lichamelijk uitgeput, helder van geest

.

Hildegard heeft het boek van de ‘Goddelijke werken’ besloten met een persoonlijk getuigenis, gezegd door de stem uit de hemel. Moge de almachtige God zich verwaardigen de armzalige vrouw, door wie Hij dit geschrift bekend gemaakt heeft, met de olie van Zijn barmhartigheid te zalven .

Want zij heeft geleefd zonder enige zekerheid. Ook heeft zij niet de kennis van het onderricht in de Schriften, die de Heilige Geest tot opbouw van de Kerk voorgelegd heeft en die als grote muren van de stad (Gods) zijn .

Het boek van het leven (Liber Divinorum Operum) is een geschrift van het Woord Gods. Door God is de hele schepping tevoorschijn gekomen. Het geschrift is voortgebracht door een eenvoudige en ongeleerde vrouw, zoals het Hem wonderbaarlijk behaagd heeft.

.

Deze uitspraak getuigt van Hildegards sterke overtuiging

.

Haar levensopdracht was een ‘boek van het leven’ te schrijven. Zij heeft die taak volbracht, dodelijk vermoeid maar helder van geest. Opvallend is de helderheid waarmee Hildegard de samengestelde en ingewikkelde visioenbeelden van de ‘Goddelijke werken’ uiteengezet heeft. Het is of de beelden die haar dertig jaren eerder overrompelden, toen zij de ‘Wegen des Heren’ zag, vele malen door haar heen gegaan zijn.

Telkens heeft zij als het ware nieuwe nuances gezien, totdat zij de volle betekenis begreep van de incarnatie van het Woord Gods voor het persoonlijke leven en voor de (heils)geschiedenis der mensen. Door de menswording van Gods Woord is de mens verantwoordelijk gebleven voor zijn rentmeesterschap op de aarde.

Indrukwekkend is de preciesheid waarmee Hildegard haar kennis en inzichten geformuleerd heeft. In het grote geding tussen God en Satan gaat het om gerechtigheid (iustitia) en rechtmatigheid (equitas). Zorgvuldig onderscheidde zij die beide hoedanigheden.

Gerechtigheid is hetgeen de Schepper heeft aangeboden in de vorm van een bloesem, aan Zijn ‘beeld en gelijkenis’. Gerechtigheid is volbracht door de Mensenzoon, Gods ‘zevende werk’. Ongerechtigheid (iniustitia) verweet Hildegard de machthebbers van haar tijd. Zij pleegden onrecht door bedrog, oneerlijkheid, geweldpleging en onderdrukking van armen en zwakken.

Onrechtmatigheid (iniquitas) is wat degenen doen, die de ‘Zoon des Verderfs’ navolgen. Hiermee bedoelde Hildegard de misleiding van het volk door valse ‘profeten’. In beeldende taal heeft Hildegard haar overweldigende visioen uiteengezet. Door die beelden gaf zij een inzicht door, dat eeuwen later nog even actueel is als toen.

.

Besluit

.

Bijzonder van Hildegards visionaire kennis is, dat het ‘holistische’ kennis is. Er is de Eeuwige in diens verschijningen als Vader, Zoon en Heilige Geest. Er zijn de hemelgeesten, het geschapen universum in zijn tijdelijke verschijningsvormen en de gevarieerdheid van de schepselen op aarde temidden van de elementen. Hildegard kende deze in hun onderlinge betrokkenheid en als totaliteit. Midden in deze werkelijkheid zag zij de mens, stoffelijk en sterfelijk, als ‘rentmeester’ over al het geschapene gesteld, begiftigd met een geestelijk weten (rationalitas) en een eeuwige bestemming.

Hildegard zag de mens als man-en-vrouw die samen de belichaming van gerechtigheid en barmhartigheid waren in een wereld, waarin de ‘orde’ verstoord wordt door diabolische machtsmanipulaties. Nietig en verheven is de mens medeverantwoordelijk voor het wereldgebeuren (Psalm 8).

Hildegard zag haar ‘spiegelkennis’ als ware kennis. Bij hedendaagse mensen, die gewend zijn alle kennis te relativeren, kan dat twijfels oproepen. Niet te ontkennen valt, dat Hildegards boodschap gekleurd is door haar tijd, haar leefsituatie en haar persoon. Uit het ‘levende Licht’ vernam Hildegard mededelingen over het joodse volk, waarvan mensen ‘na Auschwitz’ huiverend kennis nemen.

De strikte opvatting over rangen en standen, die Hildegard zag als door God gewilde ‘scheppingsorde’, is achterhaald door de geschiedenis. Men moet erkennen dat de ‘bazuin van het levende Licht’ was afgestemd op de westers-christelijke denkwijze van de twaalfde eeuw.

Terecht heeft Hildegard geschreven dat elke profeet de ‘schaduw’ zichtbaar maakt van wat komen gaat. Zij heeft de onheilspellende schaduw laten zien van een christenheid, die het ‘Oude Verbond’ ingelijfd heeft in een christelijk bolwerk. Zij heeft laten zien dat wanorde de schepping op een rampzalige wijze verstoort. Daarvan is de ‘schaduwzijde’ nu duidelijker zichtbaar dan toen.

De bijzondere wijze waarop Hildegard ‘oude’ geloofsopvattingen in een nieuw licht geplaatst heeft kan hedendaagse theologen ertoe brengen zich te gaan verdiepen in de theologie van deze verlichte vrouw. Haar invulling van de ‘zevende dag’ geeft stof tot nadere overdenking. God de Vader heeft het scheppingswerk op de ‘zevende dag’ in beheer gegeven aan de mensen. De Zoon heeft op die ‘dag’ de geschonden mensheid in ere hersteld.

Dit geeft een visie op het rentmeesterschap van de mens, die een uitdaging inhoudt. Met Hildegard komt men niet tot passieve vroomheid. Er is geen ‘goede God’, die telkens weer herstelt wat de mensen kapot maken. Er is wel een ‘Vader in de hemel’, die zijn boetvaardige kinderen aanvaardt. Er is een Mensenzoon, die in de hemel de barmhartigheid vertegenwoordigt en pleit voor zijn ‘familie’, de mensheid. Er is een Heilige Geest, die bemoedigt wie gerechtigheid doet aan weerlozen.

.

.

ldo32

.

.

.

ldo33

.

.

.

ldo34

.

.

.

ldo35

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

.

.

JOHN ASTRIA

Psalm 112 • The heart of a God-centered life/Het hart van een op God gericht leven

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

.

Psalmen 112 . Het hart van een op God gericht leven

.

Paul LeBoutillier

.

 

 

 

 

 

 

Is God Jezus?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Is Jezus God?

 

 

 Het historische geschil

 

Het antwoord op deze vraag is het enige echte geschil rondom de historische Jezus. Geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde ontkent tegenwoordig dat Jezus een historische persoonlijkheid was die ongeveer 2000 jaar gele-den de aarde bewandelde, opmerkelijke wonderen en goede daden verrichtte en even buiten Jeruzalem een af-schuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis. Het emotionele debat concentreert zich in het bijzonder op de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God is die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond.

 

 

 De enige alternatieven

 

Veel mensen hebben dit geestelijk vraagstuk “opgelost” door Jezus te aanvaarden als een goed mens, een goed leraar of een groot profeet. Maar Jezus en Zijn volgelingen gebruikten duidelijke taal toen zij verkondigden dat Hij God was :

zie Johannes 10: 30-38, Matteüs 16: 13-17, Marcus 14: 61-64, Johannes 14: 6, Hebreeën 1: 6-8, Kolossenzen 1: 15 – 19, Johannes 12: 37-41 [citaat van Jesaja 6: 1-10]).

 

 

Johannes 10: 30-38

 

30 Ik en de Vader zijn helemaal één.” 31 De Joden begonnen weer stenen aan te slepen om Hem daarmee dood te gooien. 32 Maar Jezus zei: “Ik heb laten zien wat voor geweldige dingen mijn Vader doet. Om welke van die dingen willen jullie Mij nu doden?” 33 De Joden antwoordden Hem: “We willen U niet doden vanwege de goede dingen die U doet, maar omdat U God beledigt. Want U, een mens, zegt van Uzelf dat U God bent.” 34 Jezus antwoordde hun: “Er staat toch in de Boeken: ‘Ik heb gezegd: jullie zijn goden’  ? 35 God noemt de mensen dus goden als Hij tegen hen spreekt, en we moeten ons houden aan wat er in de Boeken staat. 36 Ik ben speciaal door de Vader geroepen om naar de wereld te gaan. Waarom zeggen jullie dan dat Ik God beledig, als Ik zeg dat Ik Gods Zoon ben? 37 Als Ik níet doe wat mijn Vader zegt, geloof Mij dan maar niet. 38 Maar als Ik dat wél doe en jullie Mij toch niet geloven, geloof dan de dingen die Ik doe. Dan zullen jullie moeten toegeven dat de Vader één met Mij is en Ik één ben met de Vader.”

 

 

Matteüs 16: 13-17

 

13 Ze kwamen in de buurt van de stad Cesarea Filippi. Daar vroeg Hij aan zijn leerlingen: “Wat zeggen de men-sen over de Mensenzoon? Wie ben Ik volgens hen?” 14 Ze antwoordden: “Sommige mensen zeggen dat U Jo-hannes de Doper bent. Andere mensen zeggen de profeet Elia  . Weer andere mensen zeggen Jeremia, of één van de andere profeten.” 15 Maar Jezus zei tegen hen: “Maar Wie ben Ik volgens júllie?” 16 Simon Petrus ant-woordde: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” 17 Jezus antwoordde: “Simon, zoon van Jona, wat heerlijk voor je dat je dit begrijpt! Want je weet dat niet doordat een mens je dat heeft laten zien. Maar mijn hemelse Vader heeft jou dat laten zien.

 

 

Marcus 14: 61-64

 

61 Maar Jezus zweeg en gaf geen antwoord. Toen vroeg de Hogepriester Hem weer: “Ben Jij de Messias, de Zoon van de Gezegende God?” 62 Jezus zei: “IK BEN  het. En u zal de Mensenzoon zien als Hij naast de Almach-tige God zit en op de wolken komt.” 63 De hogepriester riep uit: “We hebben verder geen beschuldigingen meer nodig! 64 Jullie hebben zelf gehoord dat Hij God heeft beledigd! Wat vinden jullie?” En ze vonden allemaal dat Hij de doodstraf moest krijgen.

 

 

Johannes 14: 6

 

6 Jezus zei tegen hem: “IK BEN  de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen. 7 Als jullie Mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen. Vanaf nu kennen jullie Hem en zien jullie Hem.”

 

 

Hebreeën 1: 6 – 8

 

6 En opnieuw zegt God, op het moment dat Hij zijn eerstgeboren Zoon in de wereld brengt: “Al Gods engelen moeten Hem aanbidden.” 7 Van de engelen zegt Hij: “Zijn engelen zijn als de wind. Zijn dienaren zijn als vuur-vlammen.” 8 Maar van de Zoon zegt Hij: “God, U bent voor eeuwig Koning en U heerst volmaakt rechtvaardig.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 19

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde ge-maakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem. 18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opge-staan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen.

 

 

Johannes 12: 37-41

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

Daarom is elke mogelijke intellectuele compromis die Jezus een “goed mens” noemt logisch gezien inconsequent. Waarom? Omdat er feitelijk slechts drie werkelijke alternatieven zijn voor de identiteit van Jezus Christus. Hij is een leugenaar, een gek of onze Heer en God. Omdat Jezus beweerde God te zijn, zijn Zijn beweringen of waar, of onwaar. Als ze onwaar zijn, dan moet Hij dus een leugenaar zijn geweest, die de massa’s met opzet misleidde. Of Hij was een gek die oprecht geloofde dat Hij zelf God was, maar in werkelijk slechts een gewoon mens was.

Maar als Jezus een “goed mens” was, wat volgens de meeste mensen waar is, hoe kon Hij dan tegelijkertijd goed en gek zijn, of goed en een leugenaar? Er bestaat maar één logisch consequent alternatief: Hij moet de waarheid verteld hebben over Zijn identiteit. Naast de logische onverenigbaarheid toont het opmerkelijke historische en archeologische bewijs, samen met het bewijs uit de manuscripten, dat Jezus geen leugenaar en ook geen gek was. Nogmaals, de enige overgebleven positie is dat Zijn bewering waar was. Jezus is Heer en God.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het enige nog resterende alternatief is dat Jezus slechts een legende of een mythe was. Het is erg onwaarschijn-lijk dat de beweringen van Jezus slechts legendarisch van aard zijn. Er was gewoonweg niet voldoende tijd voor de ontwikkeling van fabelachtige verhalen die de werkelijkheid konden vervangen. We weten nu bijvoorbeeld dat de Evangeliën zo’n 30 tot 50 jaar na de kruisiging van Jezus werden geschreven. We kunnen nu zelfs enkele van de vroege christelijke geloofsbelijdenissen, waarin het leven, de dood en de opstanding van Jezus worden ver-kondigd, dateren tot ongeveer 3 tot 10 jaar na Zijn kruisiging. Hieronder bevinden zich de brieven van Paulus aan de Korintiërs, de Romeinen en de Galaten.

Tenslotte, als de bewering van Jezus dat Hij God was slechts een mythe was, dan zouden de vroege Joodse tegenstanders van het christendom zeer zeker gebruik hebben gemaakt van het simpele feit dat deze dingen nooit werkelijk hadden plaatsgevonden. Maar in tegenstelling tot moderne sceptici ontkenden de Joodse rabbijnen nooit de bewering van Jezus dat Hij God was. In plaats daarvan noemden zij Hem een leugenaar en berechtten zij Hem wegens godslastering.

 

 

 Het enige mogelijke antwoord

 

Als jij jezelf al deze vragen hebt gesteld, al het bewijs hebt gewogen en alle argumenten hebt beproefd, zul je ui-teindelijk oog in oog staan met deze vraag. In Matteüs 16:15 zei Jezus het als volgt, “‘En wie ben ik volgens jullie?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.” Wat is jouw antwoord?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Psalm 111 • A call to praise God for His wonderful works/Een oproep om God te loven voor Zijn wonderbaarlijke werken

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

.

Psalmen 111 . Een oproep om God te loven voor Zijn wonderbaarlijke werken

.

Paul LeBoutillier

.

 

 

 

 

 

 

Boeddha (563-483 v Chr.)

Standaard

categorie : reiki en de aura

.

.

Boeddha wist dat macht corrupt maakt. De religie die rond hem ontstond, was vrij van dogma’s. Boeddha was geen God! Door zijn eigen toewijding verwierf hij de perfecte wijsheid en puurheid van geest. Hij werd een voorbeeld voor iedereen die hem wilde volgen. Misschien bewees hij juist zo wel dat het goddelijke binnen ieder mens aanwezig is.

.

.

20130516-the-dhammapada-panditavagga-the-wiseimage-450

.

.

In de Dhammapada is de leer van het Theravada Boeddhisme samengevat. De Dhammapada is een samenstelling van 423 verzen van de Boeddha, verdeeld over 26 hoofdstukken. Hierin worden de wijsheden van Boeddha beschreven, in de vorm van korte spreuken.  Zo zegt het dat je in de wereld moet zijn en niet van de wereld. Het leert ons dat haat niet overwonnen kan worden met haat.

Haat wordt overwonnen met liefde. Dat is een eeuwige wet. Overwin boosheid door niet-boosheid, overwin kwaad door het goede. Overwin de vrek door gul te zijn, overwin de leugenaar met de waarheid. De Dhammapada laat zien dat geloof niet zo gecompliceerd hoeft te zijn dat het slechts door theologen na een lange studie begrepen kan worden.

.

.

9200000012851147

.

.

De weg van de bevrijding is het achtvoudige pad. Het bestaat uit het juiste begrip, de juiste gedachten, het juiste spreken, het juiste handelen, het juiste levensonderhoud, de juiste inspanning, juiste bewustzijn en concentratie. Hierbij worden begrip en gedachten gezien als wijsheidselementen.

Spreken, handelen en levensonderhoud zijn deugdzaamheids elementen. De laatste drie inspanning , bewustzijn en concentratie hebben te maken met het een zijn met wat we doen ofwel meditatie. Er zijn nagenoeg geen fundamentalistische boeddhisten, het boeddhisme heeft hier tegen een ingebouwde weerstand.

.

        De 4 waarheden en de achtvoudige weg van Boeddha

.

Boeddha heeft in zijn tijd de individuele mens weer de verantwoording terug gegeven voor zijn persoonlijke spirituele ontwikkeling. Het is nu aan ons om deze te gebruiken.

.

De vier edelen waarheden zijn:

.

1. Lijden Bestaat.

2. De oorzaak van ons lijden is niet bewust zijn.

3. De remedie voor niet bewust zijn is meditatie.

4. Het beoefenen van meditatie is juist leven.

.

De achtvoudige weg is:

.

1. Het juiste inzicht: De wetten van karma leren.

2. De juiste gedachte: gedachten van medeleven koesteren.

3. De juiste spraak: De waarheid vertellen in plaats van leugens.

4. De juiste handelswijze: Zich behulpzaam gedragen.

5. Het juiste levensonderhoud: De kost verdienen op een manier die geluk bevordert.

6. De juiste inzet: Zorgen voor een gezonde gemoedstoestand.

7. De juiste geesteshouding: Zich meer bewust worden van gedachten en handelingen

8. De juiste meditatie: De oefening van het aanwezig zijn verdiepen.

Compassie of het zorgen voor elkaar is een van de essenties van het boeddhisme. Veel boeddhisten leven sober. Ze drinken en roken niet en zijn vegetarisch. Ze hebben respect voor alles dat leeft.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Jezus Christus : een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1: 15 – 17 en Openbaring 3: 14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 17

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde gemaakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem.

 

 

Openbaring 3:14

 

14 De Heer zei tegen Johannes: “Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen (=’ja, zo is het’), de Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat God heeft gemaakt.

 

 

De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon “er maar één God is” (1 Korintiërs 8: 4; Deuteronomium 6: 4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1: 26; Efeze 2: 19)

 

 

1 Korintiërs 8: 4

 

4 Ik wil jullie het volgende zeggen over het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd. We weten dat er eigenlijk geen andere goden bestaan. Want er is maar één God.

 

 

Deuteronomium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén.

 

 

Genesis 1: 26

 

26 En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.”

 

 

Efeze 2: 19

 

19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God.

 

 

Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het “Woord” (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1: 1-3; Efeze 3: 9; Hebreeën 1: 1 – 3)

 

 

Johannes 1: 1-3

 

1 We willen jullie vertellen over het Levende Woord. Het Levende Woord was er al vanaf het begin. We hebben Hem gehoord, met onze eigen ogen gezien en met onze eigen handen gevoeld. 2 In Hem is het Leven Zelf zichtbaar geworden. Dat eeuwige Leven was bij de Vader, en de Vader heeft het zichtbaar gemaakt zodat wij het konden zien. 3 We willen jullie vertellen wat we hebben gezien en gehoord, zodat we één met elkaar zullen zijn. En wíj zijn één met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

 

 

Efeze 3: 9

 

9 God, die alle dingen door Jezus Christus heeft gemaakt, heeft eeuwenlang zijn plannen verborgen gehouden. En nu mag ík aan de mensen zijn plan bekend maken!

 

 

Hebreeën 1: 1 – 3

 

1 God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door zijn Zoon. 2 Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat. 3 De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.

 

 

Nadat Hij “Zichzelf ledigde” van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2: 5 – 8) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6: 23) werd Jezus de “eniggeborene des Vaders”, (Johannes 1: 14 – 18; 3: 16 – 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4: 14 – 16) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4: 10-12)

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

Romeinen 6: 23

 

23 Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.

 

 

Johannes 1: 14 –  18 

 

14 Het Woord werd een mens en Hij heeft bij ons gewoond. We hebben gezien hoe geweldig en machtig Hij is: Hij, Gods enige Zoon, met dezelfde macht als de Vader, liefdevol, vriendelijk, en vol van waarheid. 15 Johannes de Doper zei van Hem: “Dit is de man over wie ik het had. Hém bedoelde ik toen ik zei: ‘De man die na mij komt, is belangrijker dan ik,’ want Hij was er al voordat ik werd geboren.” 16 Hij is één en al liefde, vriendelijkheid en goedheid. Daarom is Hij ook eindeloos liefdevol, vriendelijk en goed voor ons allemaal. 17 Door Mozes hebben we de wet gekregen, die ons leert wat God van ons vraagt. Door Jezus Christus zijn Gods liefde, vriendelijkheid, goedheid en waarheid naar ons toe gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien. Maar zijn Enige Zoon, die helemaal één met Hem is, heeft ons laten zien wie God is.

.

 

Johannes 3: 16 – 18

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

.

1 Johannes 4: 14 – 16

 

14 Wij hebben met eigen ogen gezien dat de Vader de Zoon heeft gestuurd als Redder van de mensen. En dat is wat wij aan de mensen vertellen. 15 Als iemand hardop erkent dat Jezus de Zoon van God is, mag hij er zeker van zijn dat God in hem woont en dat hij in God is. 16 We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.

.

 

Handelingen 4: 10-12

 

10 Ik wil dat u en het hele volk van Israël weten dat wij dat hebben gedaan namens Jezus Christus uit Nazaret. U heeft Hem gekruisigd, maar God heeft Hem teruggeroepen uit de dood en weer levend gemaakt. Door deze Jezus staat deze man nu gezond vóór u. 11 Jezus is de steen die u, de bouwers, niet goed genoeg vond. Toch is hij de belangrijkste bouwsteen van het gebouw geworden. 12 Niemand anders dan Hij kan de mensen redden. Er is op aarde niemand anders door wie de mensen gered kunnen worden.”

 

Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3: 14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als “het begin der schepping Gods”. Het probleem ligt in de vertaling van het woord “het begin”. (In het Grieks, arche)

 

 

Openbaring 3: 14 > zie boven

.

 

De Drievuldigheid en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

 

Christus is “de oorsprong van de schepping Gods”. (Prof. Brouwer, zie ook de Moffatt of NIV vertaling) “Het Begin” zou beter vertaald zijn met “de Beginner” of de “Bewerker”, of de “Schepper” van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3: 14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1: 15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als “de eerstgeborene der ganse schepping”, Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met “eerstgeborene” -prototokos (van proto, “eerste” en tikto, “verwekken”) – geeft niet aan, dat Jezus geschapen was.

Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de “superioriteit” als “de eerstgeborene uit de doden” had. (Kolossenzen 1: 18; Openbaring 1: 4 – 6) Bovendien –  zoals juist opgemerkt in Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words – is Kolossenzen 1: 15 een vers “waar Christus’ relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde. Het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt. Hij schiep Zichzelf niet.

 

 

Kolossenzen 1: 18

 

18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen. 20 Door Jezus’ dood aan het kruis heeft God vrede met ons gesloten. Door Jezus heeft Hij de vriendschap hersteld tussen Hemzelf en alles wat leeft op de aarde en in de hemel.

 

 

Openbaring 1: 4 – 6

 

4 Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia (= Turkije): Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, 5 en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. 6 Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en “een priester van God, de Allerhoogste” (Genesis 14: 18 – 20).

 

Genesis 14: 18 – 20

 

18 Ook Melchizédek, de koning van Salem, kwam Abram tegemoet. Hij gaf hem en zijn mannen brood en wijn. Melchizédek was een priester van de Allerhoogste God. 19 Hij zegende Abram en zei: “Ik zegen je met de zegen van de Allerhoogste God, de Eigenaar van de hemel en de aarde. 20 En ik dank de Allerhoogste God, die ervoor zorgde dat je al je vijanden hebt overwonnen.” Toen gaf Abram aan Melchizédek een tiende deel van de hele buit.

 

 

Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos”. (Hebreeën 7: 3)

 

 

Hebreeën 7: 3

 

3 Verder wordt er niets over hem gezegd. Zo is hij zonder vader, zonder moeder, zonder voorouders of kinderen, zonder begin van zijn leven en zonder eind van zijn leven. Hij is daarmee gelijk aan de Zoon van God en blijft voor altijd priester.

 

Melchisedek was “als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5: 10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen

 

 

Hebreeën 5: 10

 

10 Zo maakte God Jezus tot net zo’n Hogepriester als Melchizédek.

 

 

Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet.

Jezus Christus is het “Woord”, die “God was” en “met God” was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1: 1-4), vòòr de schepping, die zal terugkomen als “Koning der koningen en Here der heren” (Openbaring 19: 13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2: 2-4).

 

 

Johannes 1: 1-4

 

1 In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. 2 In het begin was het Woord bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. 4 In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen.

 

 

Openbaring 19: 13-16

 

3 Zijn kleren waren in bloed geverfd. Zijn naam is: ‘Het Woord van God’. 14 En de hemelse legers, gekleed in schone, witte, linnen kleren, volgden Hem op witte paarden. 15 Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, waarmee Hij de ongelovigen verslaat. Hij zal streng over de volken heersen, als met een ijzeren staf. Hij zal Zelf de druiven uitpersen in de druivenpers van de straf van de Almachtige God. 16 Op zijn kleding staat bij zijn bovenbeen zijn naam geschreven: ‘Hoogste Koning en machtigste Heer.’

 

 

Jesaja 2: 2-4

 

2 Als het eind van de tijd is gekomen, zal de berg waarop de tempel van de Heer staat de hoogste berg zijn. Hij zal hoger zijn dan de hoogste bergen, indrukwekkender dan de hoogste heuvels. Alle volken zullen daarheen gaan. 3 Ze zullen zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Jakob. Want we willen van Hem leren hoe we moeten leven. We willen leven zoals Hij het wil. Want vanuit Jeruzalem zal de Heer zijn wil bekend maken.’ 4 Hij zal rechtspreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren.

.

 

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Psalm 108 • Trusting God even when things look bleak/God vertrouwen, zelfs als de dingen er somber uitzien

Standaard

Category, categorie:  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

.

Psalmen 108 . God vertrouwen, zelfs als de dingen er somber uitzien

.

Paul LeBoutillier

.