categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen
.
.
Moonshine green jaspis
.
.
Moonshine green jaspis is vaak een combinatie van de kleuren groen, bruin en geel.
.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.
.
.
Moonshine green jaspis is vaak een combinatie van de kleuren groen, bruin en geel.
.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

Naast de betekenissen van de kleuren zelf, is het ook van belang hóe je kleuren draagt: De kleuren van jasjes, broeken en rokken geven aan hoe je wilt dat de buitenwereld jou ziet, terwijl je shirt of bloes eronder aangeeft wat je werkelijke gevoelens zijn. Hetgeen je om je nek draagt, een ketting, sjaaltje of (strop)das, zegt iets over hoe jij communiceert. De kleur van wat je óp je hoofd draagt, vertelt wat over je overtuigingen en karakter.
De volgende keer wanneer je kleding uitzoekt voor een belangrijke sociale of zakelijke afspraak, bedenk dan eerst hoe je wilt overkomen en wat voor (eerste) indruk je wilt wekken, en pas je kleding en accesoires aan hetgeen je wilt uitstralen.
Als je een bepaalde kleur overheerst in je garderobe gedurende het merendeel van de tijd, kunnen de associaties negatief worden. Deze zullen per kleur ook kort toegelicht worden.
De kleur geel impliceert vrolijkheid, moed en optimisme, maar ook intelligentie, alertheid, bewustzijn en rationeel denken.
De negatieve associaties zijn: cynisme, sarcasme, kritisch zijn en nervositeit.
Oranje staat voor avontuurlijkheid, activiteit, enthousiasme, vrolijkheid en warmte.
De negatieve associaties zijn: impulsief, afhankelijk, opdringerig en egoIstisch.
Als je rood draagt, ben je niet bang om op te vallen. Deze kleur straalt activiteit, alertheid alsook passie uit. Ook zegt het dat een sterke wil, vasthoudendheid en uithoudingsvermogen aanwezig zijn.
Negatieve associaties zijn oa: aggresieviteit, eisen stellen, ongeduldig, koppig en dominant.
Donkerrood: klassiek, elegant, rijkdom, geschoold, subtiel, smaakvol en tevreden.
Negatieve associaties: afhankelijk van luxe, verwend en negatief.
Zachtroze staat voor charme, zachtheid en liefelijkheid, troostend, aantrekkelijk, voorzichtig en begripvol zijn.
Negatief: kinderachtig, onzeker en aanhankelijk.
Hardroze of fuchsia associeert met zekerheid, levendigheid, sensualiteit, flexibiliteit, overtuigingskracht en directheid.
Negatieve associaties: overheersend en ongeduldig zijn.
Lila: Spiritualiteit, verfijndheid, vriendelijkheid, gevoeligheid, toegewijd. Negatieve associaties: een fragiele, zwakke of dromerige persoonlijkheid.
Paars: Wordt geassocieerd met luxe en originaliteit, ervaring, mysterie, elegantie en smaak.
Negatief staat het voor: excentrisme, arrogantie, dogmatisme en drama.
Turquoise: Staat voot creativiteit, communicatie, spontaniteit en inzicht.
Negatieve associaties: impulsiviteit, onbetrouwbaarheid en besluiteloosheid.
Lichtblauw: Straalt kalmte en rust uit, acceptatie en tolerantie. Ook tactisch, betrouwbaar en aandachtig.
De negatieve associaties: teruggetrokken, controlerend en gewoontes aanhoudend.
Donkerblauw: De meest chique van de blauwtinten. Het staat voor effieciëntie, principes, verantwoordelijkheid en kalmte, alsook verfijning, standvastigheid, doorzettingsvermogen en trouw.
Negatieve associaties: berekenend, overheersend en koppig.

Olijfgroen: discretie, goedwillendheid, moraal, leiderschap, wijsheid en creativiteit.
Negatieve associaties: ontrouw, terggetrokkendheid, bitterheid.
Groen staat voor eerlijkheid, sympathie en geaard zijn, maar ook voor diplomatie en tact.
De negatieve associaties zijn: jaloezie en controle.
Staat voor natuurlijk, effectief, stabiel, betrouwbaar, sociaal, neutraal en praktisch.
Negatief: saai, bezitterig en een gesloten geest.
Een grijs pak doet betrouwbaar aan. Verder signaliseeert het prakticiteit, precisie, discipline, educatie, diplomatiek en georganiseerdheid.
Negatief betekent het: onpersoonlijk, onverbonden en emotioneel afstandelijk.

Zwart wordt geassocieerd met discretie, voorzichtigheid, discipline, objectiviteit, zelfbeheersing, elegantie en mysterie.
Negatieve associaties zijn: onbeduidend, onbuigzaam, koppigheid en onpersoonlijkheid.
Traditioneel staat wit voor puurheid en onschuld, tact, sympathie maar ook perfectionisme, nieuwsgierigheid, moraal en openheid. Het wordt ook met steriliteit en hygiëne in verband gebracht, daarom hebben verplegers, dokters ed witte werk kleding aan.
Negatief: superioriteit, ontoegankelijkheid en overgevoeligheid.
Zilver doet koel, zakelijk en modern aan.Het staat voor zelfverzekerdheid, rust, onbewogendheid, en intelligentie.
Negatief betekent het: berekenend, bezeten, ongeïnteresserd en koud.
Deze kleur straalt rijkdom en chique uit, vrolijkheid, vertrouwen, inspiratie en bewustzijn.
Negatief is het materialistisch, egoïstisch en vragen om aandacht.
.
.
.
Het boek van de goddelijke werken
met visioenen van
Hildegard van Bingen
.
.
.
.
“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”
Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.
.
.
.
.
.
“Ik zag naar het oosten gekeerd een gedaante waarvan het gezicht en de voeten dermate lichtend waren dat mijn ogen erdoor werden verblind. Over haar witzijden gewaad droeg zij een groene mantel die met de meest uiteenlopende kostbare stenen was bestikt. In haar oren droeg zij hangers, op haar borst een collier, aan haar armen armbanden, fijngouden juwelen die met edelstenen waren bezet. Maar in het midden van de zuidelijke streek zag ik een tweede gestalte. Een vreemde, staande verschijning.
De plaats van het hoofd werd ingenomen door een glans die mij verblindde, midden op haar buik was een mannenhoofd te zien met grijs haar en een baard; de voeten van de gestalte leken op de klauwen van een leeuw. De gestalte had zes vleugels. Twee vertrokken er vanuit de schouders, om zich opwaarts te buigen en van achteren bij elkaar te komen; ze bedekten om zo te zeggen de schittering waarvan wij zojuist spraken. Twee andere vleugels, eveneens aan de schouders bevestigd, bogen zich over haar nek. De laatste twee vleugels reikten van de heupen tot de hielen. Soms bewogen haar vleugels zich opwaarts, alsof ze wilden uitslaan om te vliegen.
Het lichaam van de gestalte was helemaal bedekt, niet met veren, maar, net als een vis, met schubben. De vleugels boven haar nek waren voorzien van vijf spiegels. De bovenste spiegel van de rechtervleugel droeg het opschrift: ‘Weg en Waarheid’, de tweede spiegel, in het midden: ‘Ik ben de toegang tot alle geheimen Gods’, de spiegel aan het uiteinde van de vleugel: ‘Ik ben de openbaring van alle goeds.’ De bovenste spiegel op de linkervleugel had tot opschrift: ‘Ik ben de spiegel die de goede bedoelingen der uitverkorenen reflecteert’, de vijfde spiegel, aan het uiteinde van de vleugel: ‘Zeg ons of jij werkelijk het volk van Israël bent’. De gestalte stond met de rug naar het noorden.”
Hildegard ziet een merkwaardig visioen met onverwachte figuren, zoals de gestalte met de visschubben en de beelden van de spiegels. Het is bekend dat deze in de geschriften van die tijd een veel voorkomende metafoor vormen. De glazen spiegel verzinnebeeldt het licht en kan wijsheid, heiligheid en het gezicht en de trekken van hen die men bewondert weerkaatsen.
De uitleg van het negende visioen volgt op de beschrijving.
.
De stralende gestalte is:
.
“de wijsheid van de ware gelukzaligheid, het witzijden gewaad is de Zoon Gods die in de maagdelijke schoonheid mens wordt en die de mens met zijn onschuld en de zoetheid van zijn liefde omhelst”.
“De mantel is groen en met kostbare stenen bestikt, omdat de wijsheid de uiterlijke schepselen [de dieren], wier geest sterft met het lichaam, of ze nu op aarde leven, vliegen, klimmen of zwemmen, niet afwijst. De wijsheid laat ze groeien, ze beschermt ze, want ze behoeden de mens voor de slavernij en voorzien in zijn voeding. Ze dragen ook de uiterlijke kentekenen van de wijsheid: ze gaan hun aard niet te buiten, in tegenstelling tot de mens, die vaak het voor hem bestemde rechte pad verlaat.”
.
Daarna volgt de uitleg voor de andere, zeer verbazingwekkende figuur:
.
“Boven de gestalte, op de plaats van het hoofd, is er een glans waarvan de uitstraling verblindend is, omdat geen levend wezen, zolang hij het gewicht van zijn sterfelijk lichaam ondervindt, in staat is de voortreffelijkheid van de allesverlichtende godheid te aanschouwen”.
God is deze schittering, die geen begin en geen einde heeft. Het hoofd van de man op de buik van de gestalte herinnert aan het oude heilsplan van de mens, dat in de volmaaktheid van Gods werken aanwezig is.
De gestalte heeft zes vleugels, omdat wij zes dagen werken. Gedurende zes dagen roept de mens God aan en prijst hij Hem door zich onder zijn bescherming te plaatsen. De twee vleugels, die elkaar raken ter bescherming van de glans waarvan wij spraken, duiden op de liefde tot God en de naaste. De onderste vleugels duiden op heden en toekomst. Op dit ogenblik volgen de generaties elkaar op. In de toekomst zal er een feilloos en eeuwig leven zijn. Het einde van de wereld zal worden voorafgegaan door talloze angsten en wonderen, die dit einde als een vlucht vogels zullen aankondigen.
Als het lichaam is bedekt met visschubben en niet met vogelveren, is dat om de volgende reden: zoals wij niet weten hoe de vis wordt geboren en hoe hij zich ontwikkelt, hoe hij door het stromende water wordt meegenomen, zo ook is de Zoon Gods in Zijn volmaakte heiligheid geboren in een vreemde natuur die zich onderscheidt van die der andere mensen. In zijn volmaakte gerechtigheid zal hij de mens op de vleugels van al zijn goede werken naar de hemel terugvoeren.
En ten slotte de verklaring voor de spiegels. Zij doen denken aan “de verlichters der verschillende tijdperken. Het zijn er vijf: Abel, Noach, Abraham, Mozes en de Zoon Gods. Alle vijf belichten zij alles wat de mens op de weg van de waarheid van dienst kan zijn.
“Maar het is de Zoon Gods wiens Lijden en Sterven de sleutel tot de hemelse vreugde heeft gebracht.”
Deze zelfde toelichting is op andere plaatsen in Hildegards oeuvre terug te vinden, met name in haar brieven. De tijdperken worden volgens haar gemarkeerd door deze vijf figuren, die doen denken aan de fasen die de mensheid tot de komst van Christus aflegt.
Zij besluit het visioen met het woord dat haar opvatting van de mensheid samenvat:
“Zo is de mens het omhulsel van de wonderwerken Gods.”
.
.
De verteltrant bij het laatste visioenbeeld van Scivias was nog min of meer onbevangen, als het verslag van een ontdekkingsreis, die weliswaar griezelig was maar toch ook spannend en die goed afliep. God zij lof gezongen!
De eindfase van de ‘Goddelijke werken’ daarentegen is meer beklemmend dan opwindend. De toon is overwegend somber, als van iemand die veel gereisd en te veel gezien heeft. Er klinkt een zekere berusting in hetgeen de stem uit de hemel Hildegard laat opschrijven.
Ook de laatste visioenbeelden die de eindtijd aankondigen, zijn anders dan die in Scivias. De monsterachtige verschijning van de Antichrist had een natuurlijk uiterlijk, al was dit wanstaltig. Het miniatuur dat dit vreemde tafereel uitbeeldt, roept toch een schoonheidsbeleving op. De beelden die Hildegard twintig jaar later zag, zijn vreemd en hebben iets afstotends. Dat komt ook in de miniaturen tot uitdrukking.
Toch past de verbeelding van de eindtijd in Liber Divinovum Operum geheel in het totaalbeeld van het grote visioen, dat Hildegard ontving voordat zij over de ‘Goddelijke werken’ begon te schrijven. Zoals Liefde aan het begin de geschapen wereld als het ware omarmde, zo is Liefde aanwezig wanneer de geschiedenis der mensheid afloopt. In de eindtijd gaat het om de mens die strijdt en lijdt in het grote conflict tussen Gods gerechtigheid en Satans streven om Gods ‘evenbeeld’, de mens, te vernietigen.
De Mensenzoon, het geïncarneerde Woord, is in het Liber Divinorum Operum de centrale figuur in die strijd. Hij belichaamt Gods gerechtigheid en barmhartigheid, de mannelijke en vrouwelijke kant van de Eeuwige. De mens moet kiezen: voor of tegen Hem. Dat heeft God in Zijn Wijsheid besloten en in Zijn eeuwig Raadsbesluit bepaald.
Dat zag een eenvoudig mens als Hildegard. Zij zag weer de vierkante, ommuurde stad. Twee gestalten kondigen het eindoordeel over de wereld aan:
Daarna zag ik bij de noordhoek van de stad, naar het oosten toe, een gestalte wier gelaat en voeten met zo’n glans straalden, dat het mijn ogen verblindde. Zij droeg een gewaad van witte zijde, daar overheen een groene mantel, die rijk versierd was met allerlei soorten edelstenen. Aan haar oren droeg zij hangers, op haar borst een halsketting, aan haar armen had zij armbanden; allemaal van zuiver goud en versierd met edelstenen. In het midden van de noordstreek zag ik een andere gestalte, die rechtop stond.
Een wonderlijke verschijning. Bovenaan, waar het hoofd was, straalde zij met zulk een heerlijkheid, dat die glans mijn ogen verblindde. Middenin haar buikstreek zag men een mensenhoofd met grijze haren en baard. De voeten van de gestalte leken op leeuwenklauwen. De gestalte had zes vleugels. Twee ervan daalden omlaag vanaf haar schouders, bogen dan terug en kwamen vóór het stralende hoofd tezamen. Twee vleugels strekten zich vanaf de schouders tot aan de hals van het mensenhoofd. Twee vleugels vielen van de heupen der gestalte omlaag tot de voeten, soms verhieven zij zich alsof zij vliegen wilden.
Het lichaam van de gestalte was verder geheel bedekt met schubben als van een vis. De gestalte stond met de rug naar het noorden. Over het gehele westelijke gebied zag ik een schemerige nachtschaduw. Uit de noordelijke hoek kwam een zwartachtig mengsel van vuur en zwavel opzetten uit dichte duisternis. En dit krulde zich bijna tot het midden van de noordstreek.
Weer klonk de stem uit de hemel om Hildegard uitleg te geven. De eerste gestalte is Wijsheid. Haar groene, met edelstenen versierde, mantel duidt op de schoonheid van de schepping en op de mens, die namens God het geschapene beheert. De andere gestalte is de Almacht van God. Zijn gelaat kan geen mens zien vanwege de verblindende heerlijkheid van Zijn majesteit.
Het mensenhoofd met grijze haren en baard betekent het Raadsbesluit van God, de ‘Oude van Dagen’. Het is een mensenhoofd, want God heeft de mens naar Zijn ‘beeld en gelijkenis’ geschapen. De leeuwenklauwen betekenen, dat God al het mensenwerk als met leeuwenklauwen naar zich toe laat trekken door de Godszoon, om het te oordelen op de Jongste Dag.
De zes vleugels verwijzen naar de mensengeschiedenis. De bovenste twee betekenen de liefde tot God en de naastenliefde, in welke twee het grote Gebod bestaat. De beide middelste vleugels duiden op hetgeen in het Oude en Nieuwe Verbond door Gods almacht is bewerkstelligd. Het onderste vleugelpaar verzinnebeeldt het heden en de toekomstige tijd, waarvan de werkingen nog verborgen zijn.
De geschubde huid als van een vis duidt op de verborgen wegen van de Godszoon in de wereld. Zijn gang door de geschiedenis lijkt op het gaan van de vissen in het diepe water. Zoals een vis opeens aan de oppervlakte verschijnen kan, verscheen de Zoon van God onverhoeds midden in de nacht.
De duisternis in het westen, daar waar de wereld ondergaat, duidt op het naderende oordeel van God over het Kwaad. Een zee van vuur en zwavel wacht daar de verloren zielen. In het rijk der duisternis is er voor de veroordeelden geen hoop meer.
.
.
Hildegard begreep niet de achtergrond van die verbeten strijd tussen de Godszoon en de Zoon des Verderfs, waarin de mensen op zo’n vreselijke wijze betrokken zijn. Niemand begrijpt die. Geen mens mag weten, wat er vóór de schepping van hemel en aarde was en wat er na het einde van de geschiedenis zijn zal. Hildegard wilde graag meer weten. Menigmaal is zij teruggewezen door de stem uit het levende Licht.
Opeens zag zij, dat het Raadsbesluit zo diep verborgen is in het binnenste van Gods almacht, dat het voor haar en voor iedereen ontoegankelijk is. Maar naast de Almacht Gods zag Hildegard de Wijsheid staan. Zal dat haar getroost hebben?
Het staat er niet. Wijsheid was voor Hildegard het begin van al haar ‘zien’. Wijsheid heeft Liefde voortgebracht. Liefde verscheen aan het begin van Hildegards grote visioen van de ‘Goddelijke werken’. In het laatste visioenbeeld, over het einde van de wereldgeschiedenis, verschijnt Liefde weer, zij het in een andere gedaante.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Maw sit sit is groen met zwarte aders. Het is een steen welke verschillende mineralen bevat waaronder jadeiet (jade) en albiet. Deze jadeachtige steen is in 1963 ontdekt in Birma(Myanmar) en genoemd naar het dorpje gelegen aan de voet van de Himalaya waar al duizenden jaren religieus en helingsbewustzijn heerst.










Mtoroliet of chroom chalcedoon is een groen tot blauwgroene chalcedoon soort welke sporen van chroom bevat.

ruw



.
Kleur: groen, grijs, wit
Glans: wasachtig, glanzend
Hardheid: 7
Structuur: trigonaal
Formule: Si02
Uiterlijk: groen, vaak met witte strepen
Belangrijkste vindplaatsen: Zimbabwe, Zambia, Namibië, Zuid-Afrika

ruw








Goed te herkennen aan
– de bolvormige vrouwelijke of mannelijke hoofdjes
– aan een vertakte bloeistengel en
– de stekelige bollen van spitse vruchten en
– de lange, smalle (6-30 mm), rechtopstaande, gekielde bladeren en
– de groeiplaats in en aan ondiep zoet water
Algemeen
Grote egelskop is een overblijvende, woekerende oeverplant van 30 tot 100 (180) cm hoog. Ze groeit aan en in zoet, voedselrijk, niet te diep, stilstaand of langzaam stromend water. Het is een zeer algemeen voor komende plant.

Bloem
De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met september. De stengel van de bloeiwijze is vertakt. Dit onderscheidt grote egelskop van kleine, kleinste en drijvende egelskop. Zowel de hoofdstengel als de korte zijstengels zijn zigzag gebogen. Aan elke vertakking en aan het einde van de hoofdtak zitten een aantal bolvormige, ongesteelde bloeiwijzen. De onderste (1-4) bloeiwijzen zijn vrouwelijke hoofdjes en bestaan alleen uit vrouwelijke bloemen. De bovenste, kleinere hoofdjes bestaan uit mannelijke bloemen. Meestal zijn er veel meer mannelijke hoofdjes dan vrouwelijke.
De vrouwelijk bloemen hebben een lange, draadvormige, vuilwitte stijl en stempel (soms twee) en groen bruinachtige bloemdekblaadjes. De mannelijke bloemen bestaan uit 1-3 meeldraden, die omgeven worden door 4 vliezige bloemdekbladen. De bloemen stellen niet zoveel voor, idat is ook niet zo belangrijk omdat bestuiving door de wind plaatsvindt. Na bevruchting ontwikkelen de vrouwelijke hoofdjes gesnavelde vruchtjes, waar de plant haar naam aan dankt.
Blad
De bladeren zijn 6 tot 30 mm breed, onderaan driehoekig in doorsnede, bovenaan plat, gekield en niet of nauwelijks gedraaid. De bladeren van lisdodden en zwanenbloem zijn wel gedraaid. De bladeren van grote egelskop worden door meerkoeten gebruikt als nestmateriaal.

Vergelijkbare soorten
Een ondersoort van grote egelskop is blonde egelskop (Sparganium erectum subsp. neglectum), enkel van elkaar te onderscheiden door de vorm van de vruchtjes : rijpe vruchtjes van blonde egelskop zijn 2x zo hoog als breed. Rijpe vruchtjes van grote egelskop zijn iets hoger dan breed. Van alle egelskopsoorten (grote, kleine, kleinste en drijvende) heeft grote egelskop als enige een vertakte bloeistengel.

blonde egelskop
Algemeen
– egelskopfamilie (Asteraceae)
– overblijvende water-/oeverplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 100 (180) cm
Bloem
– groen
– vanaf juni t/m september
– talrijke mannelijke hoofdjes
– 1 tot 4 vrouwelijke hoofdjes
– 1 tot 1,5 cm
Blad
– in 2 rijen
– enkelvoudig
– zwaardvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig
Stengel
– rechtop
– kaal
zie wilde bloemen
Het mineraal dioptaas is een koper-silicaat met de chemische formule CuSiO2(OH)2. Het behoort tot de cyclosilicaten. Het doorzichtig tot doorschijnend donker blauw-groene, smaragdgroene of turquoise dioptaas heeft een glasglans, een groene streepkleur en de splijting van het mineraal is goed volgens het kristalvlak [1011]. Het kristalstelsel is trigonaal. Dioptaas heeft een gemiddelde dichtheid van 3,31, de hardheid is 5 en het mineraal is niet radioactief. De dubbelbreking van dioptaas is 0,0510 tot 0,0530.
.
De naam van het mineraal dioptaas is afgeleid van de Griekse woorden dia (“door”) en optamai, dat “zicht” betekent.
.
.
Dioptaas is een secundair mineraal dat voorkomt in geoxideerde koperafzettingen. De typelocaties van dioptaas zijn in Namibië en Kazachstan. Het mineraal wordt verder gevonden in de Christmas mijn, Gila county, Arizona, Verenigde Staten.
.
Onder mineralenverzamelaars is dioptaas een heel erg gewild mineraal. Verder kent het geen toepassingen. Om als edelsteen te dienen is dioptaas zeker mooi genoeg, maar niet hard en sterk genoeg. Het wordt dus maar heel zelden tot een edelsteen geslepen.

| Dioptaas | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | CuSiO2(OH)2 | |
| Kleur | Donkerblauwgroen, smaragdgroen of turquoise | |
| Streepkleur | Groen | |
| Hardheid | 5 | |
| Gemiddelde dichtheid | 3,31 kg/dm3 | |
| Glans | Glas | |
| Opaciteit | Doorzichtig tot doorschijnend | |
| Splijting | Goed [1011] | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Trigonaal | |
| Dubbele breking | 0,0510 – 0,0530 | |






Het blauwe, grijze, witte, groene of zwarte mineraal heeft een perfecte splijting volgens het kristalvlak [100], een witte streepkleur en een glas- tot parelglans. Het kristalstelsel is triklien, de gemiddelde dichtheid is 3,61 en de hardheid is 4 tot 7. Kyaniet is noch magnetisch, noch radioactief. Kyaniet of distheen is een hele kwetsbare steen.
Kyaniet is vernoemd naar het Griekse woord kyanos = blauw. Distheen komt van de Griekse woorden di = twee en stenos = kracht.
Kyaniet wordt momenteel nog gewonnen in o.a. de Verenigde Staten, Brazilië, Zwitserland en Frankrijk.

samenstelling: Al2SiO4
hardheid: 5-7
dichtheid: 3,6-3,7

groene kyaniet
| Kyaniet | ||
| Mineraal | ||
| Chemische formule | Al2SiO5 | |
| Kleur | Blauw, wit, grijs, groen of zwart | |
| Streepkleur | Wit | |
| Hardheid | 4 – 7 | |
| Gemiddelde dichtheid | 3,61 kg/dm3 | |
| Glans | Parelglans | |
| Opaciteit | Doorzichtig of doorschijnend | |
| Breuk | Splinterig | |
| Splijting | Perfect, [100] | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Triklien | |
| Dispersie | 0,020 | |
| Luminescentie | Niet-fluorescerend | |
| Pleochroïsme | Kleurloos tot blauw | |
| Overige eigenschappen | ||
| Vergelijkbare mineralen | Andalusiet, sillimaniet | |
| Bijzondere kenmerken | Zelden kattenoogeffect | |







pauw kyaniet
Goed te herkennen aan
– de kleur van de plant; blauw(grijs)groen en naar boven (meestal) paarsblauw aangelopen en
– paarsblauwe, stekelige bloemhoofdjes met eronder een kraag van brede schutbladen en
– de stekelige, stijve bladeren
Algemeen
Blauwe zeedistel is een overblijvende, wettelijk beschermde, blauw(grijs)groene, stekelige plant, die groeit in de duinen, in de zeereep en op omgewerkte plaatsen bij bebouwing. Ze wordt 30 tot 60 cm hoog en groeit in pollen.

Bloem
Blauwe zeedistel bloeit vanaf juni tot en met augustus met paarsblauwe (soms witte) bolvormige tot eironde hoofdjesachtige schermen (hoofdje). Onder het hoofdje zit een kraag van 4 tot 6 brede, stijve, gestekelde schutbladen en onder elke bloemetje in het hoofdje zit een enkel schutblad met drie lange, stekelige tanden, die je goed voelt als je het hoofdje aanraakt. De vergroeide kelkbladen zijn groen, de kroonbladen van jonge bloemen zijn paarsblauw. Later verbleken ze. De helmdraden zijn ook paarsblauw en steken buiten de bloemen.

Blad en stengel
De bladranden en nerven zijn wittig, naar boven soms paarsblauw aangelopen net als de stengels. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bovenste stengelomvattend. Alle bladeren zijn gestekeld.
Vergelijkbare soort
Een vergelijkbare soort is kruisdistel. Beide soorten verschillen op een aantal punten duidelijk van elkaar, maar het meest in het oog springende verschil is de kleur. Kruisdistel is bleekgroen en nooit blauw aangelopen, blauwe zeedistel is blauw(grijs)groen en vaak naar boven toe paarsblauw verkleurd.

kruisdistel
Algemeen
– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 60 cm
Bloem
– paarsblauw
– vanaf juni t/m augustus
– hoofdje
– 1,5 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 2 stijlen
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig
– top stekelpuntig
– rand stekelig getand
– bovenste stengelomvattend
– onderste gesteeld
– hand- en netnervig
– blauwgroen
Stengel
– rechtop
zie wilde bloemen

.
.
.
Verdiet is de handelsnaam voor een onzuivere vorm van fuchsiet / serpentijn en kan in mindere mate bijvoorbeeld albiet, chloriet, korund, rutiel en kwarts bevatten. De steen is groen van kleur soms met wat rood of geel. Het mineraal serpentijn of clinochrysotiel is een magnesium-ijzer-silicaat met de chemische formule (Mg, Fe)3Si2O5(OH)4. Het behoort tot de fylosilicaten. Het amorfe mineraal kan rood, geel, wit en groen zijn.
De groene kleur is typisch voor het mineraal in het mantelgesteente serpentiniet. De hardheid is 2,5 tot 4, afhankelijk van de samenstelling en serpentijn heeft een gemiddelde dichtheid van 2,59. Één van deze soorten valt onder asbest. De inademing van deze soort is schadelijk voor de gezondheid.
.
.

ruw
.
.
.
Verdiet wordt gevonden in Zimbabwe en Zuid-Afrika.
.
.

.
.
.
Hardheid: 2 – 3
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.

.
.
