Tagarchief: Jezus

Het boek “Handelingen van de apostelen”

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Het geschiedenisboek van het Nieuwe Testament

 

Het boek Handelingen, of de “Handelingen van de apostelen”, wordt doorgaans gezien als het enige geschiedenisboek in het Nieuwe Testament, hoewel sommige mensen de Evangeliën ook als geschiedenis beschouwen.

 

 

handel01

 

 

Het is het vijfde boek van de 27 boeken van het Nieuwe Testament en is geschreven door Lucas (de arts) aan Theofilus in ca. 63-70 na Christus. Handelingen wordt gezien als de verbinding tussen het korte historische verslag over de Hemelvaart van Jezus en de vestiging en groei van de kerk enerzijds, en anderzijds de Evangeliën en de Epistels (zendbrieven) van Paulus tijdens zijn zendingsreizen.

Sommigen beschouwen dit boek als een voortzetting van het boek van Lucas, omdat beide door dezelfde persoon geschreven zijn. Lucas was een ooggetuige en beschrijft een nauwkeurige en grondige historie van de komst van de Heilige Geest en de geboorte van het christendom. Binnen ongeveer tien jaar na die bewuste Pinksterdag werden de leerlingen christenen genoemd (Handelingen 11:26).

De kerkgeschiedenis begint met de stichting, organisatie en opbouw van het christendom in slechts 30 jaar na de Hemelvaart van de verrezen Christus. Het eerste hoofdstuk van Handelingen gaat over de verrijzenis van Jezus uit het graf en de 40 dagen die Hij doorbracht met de apostelen. Hij besteedde deze tijd aan verder onderricht over het Koninkrijk van God en het werk van Zijn leerlingen na Zijn Hemelvaart.

Jezus instrueerde Zijn volgelingen dat zij eerst de kracht van de Heilige Geest zouden ontvangen en vervolgens het Evangelie moesten brengen naar de uiteinden van de aarde (Handelingen 1:8). Petrus werd een leidinggevende figuur binnen de groep na Pinksteren. Pinksteren wordt gezien als een belangrijk omslagpunt in de door God gegeven kracht en wijding aan de kerk.

De leerlingen en apostelen reisden door heel Judea, Galilea, Samaria, Ethiopië, Macedonië en uiteindelijk naar Rome en door de hele wereld zoals wij die nu kennen. Ondanks tegenstand, gevangenschap, mishandeling en de dood die erop volgde, begon de kerk uit te groeien. De apostelen kregen steeds meer toehorend publiek. De toehoorders ontvingen middels de Heilige Geest genezingswonderen, verlossing van demonen (onreine geesten) en wonderbaarlijke bescherming tegen vervolging.

In deze periode schrijft Lucas over de wonderlijke bekering van een wetsgetrouwe Jood genaamd Saulus. Later werd hij een volgeling van Christus en door God de apostel Paulus genoemd. De groei van het christendom is misschien wel het meest aan Paulus te danken. Lucas schrijft ook over Stefanus, de eerste martelaar voor het christendom, en de executie van Jakobus (de broer van Johannes). Beiden hoorden tot de mensen die het dichtst bij Jezus stonden.

Hoewel zij te maken hadden met extreme vijandigheid en vervolging, bleven de leerlingen en volgelingen van Christus vastberaden trouw. Daarom is het “goede nieuws” over Jezus en het christendom één van de drie grootste en meest verkondigde levensbeschouwingen in de hedendaagse wereld geworden.

 

 

 

Pinksteren

 

De Handelingen van de apostelen vertellen over de wonderlijke Pinksterdag, die de apostelen, de Kerk en de wereld veranderde. Kerken werden niet gevestigd omdat groepjes gelovigen dat toevallig zo bedacht hadden. Zij werden geleid door de uitstorting van Gods Geest en ontvingen kracht om zich te vermenigvuldigen door heel Klein-Azië, Griekenland, Syrië, Rome en nog verder weg.

De Heilige Geest was vanaf dat moment beschikbaar voor jonge mensen, ouderen, mannen, vrouwen, Joden en heidenen. Vóór Zijn Hemelvaart had Jezus tegen Zijn toegewijde apostelen gezegd dat ze moesten terugkeren naar Jeruzalem om daar het beloofde geschenk van de Vader af te wachten. Zij waren bijeen op die Pinksterdag toen plotseling “uit de hemel een geluid klonk als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.

(Handelingen 2:2-4)  ” Op dat moment zag de groep “een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de Heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven” 

Toen beneden in de drukke straat Joden (afkomstig uit allerlei landen) dit hoorden, verzamelden zij zich en “raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken” (vers 6). De menigte stond verbaasd; sommigen spotten en anderen dachten dat deze 120 mensen dronken waren doordat ze teveel wijn hadden gehad.

 

 

image002

 

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 De reizen van de apostelen

 

Het grootste deel van het boek Handelingen beschrijft de zendingsreizen van Paulus met zijn metgezellen. Petrus was een groot voorbeeld van de aanvaarding door Jezus van mensen ondanks hun soms zwakke en betreurenswaardige fouten. Petrus werd veranderd door liefde en werd “de Rots” genoemd, vanwege zijn solide en standvastige geloof. Deze eenvoudige visser was niet foutloos en struikelde af en toe, maar schoot niet tekort in het volgen van Jezus.

 

 

Paulus reis

Paulus reis

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De vier “goed nieuws” boeken in het Nieuwe testament

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de 4 evangelisten: schilderij van Jacob Jordaens

de 4 evangelisten: schilderij van Jacob Jordaens

 

 

 

De boodschap

 

De eerste boeken van het Nieuwe Testament van de Bijbel zijn de vier Evangeliën geschreven door Matteüs, Markus, Lucas en Johannes. Hun boodschap verhaalt van het “evangelie”, wat in het Grieks ‘goed nieuws’ betekent. Het is het goede nieuws van Jezus Christus, want Hij is de Messias (redder) en de Zoon van God. Hij kwam op de wereld als volledig mens en als volledig God.

Zijn naam, die gegeven werd aan Maria, was Immanuël, wat in het Hebreeuws “God met ons” betekent. Hij kwam ‘in het vlees’ (als mens dus) om voor onze zonden te boeten (Johannes 3:16). Jezus kwam niet om een aardse koning te worden, maar om de hemelse koning te worden die door iedereen erkend zal worden als Koning van alle koningen (Openbaring 19:16).

De vier Evangeliën tonen ons de vervulling van vele Oudtestamentische beloften en profetieën van de komst van de Messias. Deze Nieuwtestamentische boeken verhalen van Jezus’ geboorte, afkomst, bediening (werk op aarde), wonderen, kruisiging, wonderbaarlijke opstanding, en hemelvaart.

 

 

 

De auteurs

 

De auteurs van de vier evangeliën brengen elk een uniek perspectief:

 

 

Matteüs

 

Matteüs was een tollenaar, iemand die belasting inde voor de Romeinse bezetters. Hij had een beroep wat toen net zoveel afkeer opriep als vandaag de dag. Het evangelie volgens Matteüs begint met de genealogie, de stamboom van Jezus, door de lijn van koning David. Het verslag van de geboorte van Jezus in Bethlehem is wereldberoemd.

We lezen ook over de selectie van Jezus’ oorspronkelijke twaalf discipelen, over Zijn bekende ‘bergrede’ (toespraak op de berg, de zaligsprekingen), over de gelijkenissen die Hij vertelde, en over Zijn wandeling over het water.Hoofdstuk 26 geeft een gedetailleerd verslag van hoe Judas Iskariot Jezus verraadde bij het Laatste Avondmaal, wat ook bekend stond als het Pesachmaal. Matteüs eindigt met de dood van Jezus aan het kruis. In hoofdstuk 28 geeft Jezus de zendingsopdracht uit.

 

 

 

Marcus

 

Marcus was niet één van de twaalf oorspronkelijke discipelen, maar hij volgde en leerde van Paulus tijdens zijn eerste reis als missionaris. Volgens de traditie werd Marcus later een naaste medewerker van de apostel Petrus en is het Evangelie van Marcus Petrus’ vertelling van de gebeurtenissen. Het boek Marcus is naar verluidt het eerste Evangelie dat opgeschreven werd (rond 55 na Christus).

Het beschrijft meer wonderen dan enig ander Evangelie. Marcus begint met een achtergrondschets van Jezus’ bediening door de bediening van Johannes de Doper te benoemen. Johannes was door God gestuurd om ‘de weg van de Heer te bereiden’. Hoewel mensen in grote groepen naar hem toekwamen, verkondigde Johannes de Doper dat er een ander zou komen die nog machtiger zou zijn dan hij was.

 

Hij stelde in Marcus 1:8: “Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de Heilige Geest.”

 

Nadat Johannes Jezus gedoopt had (als een voorbeeld voor ons allen), doet Marcus verslag van Jezus’ openlijke bediening. Hij verhaalt van Jezus’ bediening in Galilea, beschrijft een groot aantal genezingswonderen, de uitwerping van demonen, en de voeding van vijfduizend mensen met vijf broden en twee vissen. Jezus predikte over het weerstaan van verleiding, het zegenen van kleine kinderen en het dienen van anderen. Jezus vertelde over het weerstaan van afgoden en valse profeten en beloofde Zijn terugkomst voor alle gelovigen.

Hoewel Marcus’ boek een aantal onderwerpen bevat die ook in de andere Evangeliën staan, zoals de kruisiging en de opstanding, eindigt het door ons te laten weten dat de Heer is opgestegen naar de hemel en aan de rechterhand van God zit. Ongeveer een derde van het Evangelie van Marcus is gewijd aan de laatste week van het aardse leven van Jezus.

 

 

 

 

 

Lucas

 

Lucas was, in tegenstelling tot de andere oorspronkelijke discipelen, een Griek en een heidense christen. Hij was buitengewoon goed opgeleid als arts. Er wordt gezegd dat het boek rond 60 na Christus geschreven is (ongeveer in dezelfde tijd als het Evangelie van Matteüs) in Rome of Caesarea. Lucas reisde met Paulus mee op zijn zendingsreizen. Hij stelt Jezus voor als de Redder die beschikbaar is voor de wereld en als een meelevende genezer en onderwijzer.

Lucas schrijft een gekoesterd verslag van de geboorte van Jezus in hoofdstuk 2. Maar hij is uitermate nauwkeurig wanneer hij verslag legt van de handelingen en het onderwijs van Christus vanaf het absolute begin, en hij helpt zijn lezers bij het begrijpen van de zekere weg van verlossing. Zijn boek getuigt van de manier waarop we moeten leven en trouwe kinderen van God mogen worden.

 

 

 

Johannes

 

Johannes, de zoon van Zebedeüs, werd ook wel de “Zoon van de Donder” genoemd. Zijn boek is wat later geschreven dan de andere, zo rond 85-90 na Christus, dus na de verwoesting van Jeruzalem die in 70 na Christus plaatsvond. Het boek wordt vaak het boek van de liefde genoemd.Johannes’ afschildering van Jezus en Zijn liefde laat duidelijk zien dat Jezus niet slechts een normaal mens was. Johannes laat zien hoe Jezus inderdaad de eeuwige Zoon van God is.

Hij vertelt ons hoe Jezus persoonlijk mensen ontmoette, predikte en liefdevol Zijn discipelen onderwees. Johannes laat ons zien dat deze Goddelijke man “leven” aanbood en dat Hij harde en haatdragende mensenharten vriendelijk en liefdevol maakte.Johannes doet verslag van Jezus’ handelingen, net als de eerste drie Evangelisten, maar hij interpreteert ze zodat we er een geestelijke waarheid aan toe kunnen kennen.

 

Hij zegt in Johannes 20:30-31: “Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.”

 

Johannes gebruikt toepasselijke, geestelijke woorden zoals liefde, leven, licht en levend water om zijn boodschap van verlossing meer impact te geven.

 

 

 

 Op welke manier zijn deze verslagen vandaag de dag relevant?

 

Hebreeërs 13:8 zegt: “Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!”

 

Het Evangelie verandert nooit. We moeten ons dagelijks leven op Jezus gericht houden, want Hij is onze hoop en onze redding. In tegenstelling tot mensen is Hij onveranderlijk en zal Hij ons nooit in de steek laten. De Evangeliën laten ons zien dat mensen als Matteüs gered kunnen worden van hun verleden. Door het nieuwe leven dat Matteüs ontving door te gehoorzamen aan de roep van Jezus, kreeg hij een waardevol doel en een rechtvaardige leefwijze. Jezus zal hetzelfde voor jou doen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

De Bergrede van Christus en deze van Mahatma Gandhi

Standaard

categorie : religie

.

.

De Bergrede is te vinden in de hoofdstukken 5, 6 en 7  van Mattheüs en in Lukas 6

.

.

De historische achtergrond

 

Mattheüs vertelt hoe Jezus rondtrok door heel Galilea en in de synagogen leerde. Hij verkondigde het goede nieuws van het Koninkrijk der hemelen en genas zieken onder het volk. Al snel stroomden van alle kanten de mensen toe om de wonderen te zien.

Lukas 6:12-19 vertelt overigens dat Jezus de nacht tussen de aankomst bij de berg en de grote rede, wakend heeft doorgebracht. Het is de enige keer dat wij lezen over een hele nacht vol gebed. Jezus begon niet te spreken voordat hij urenlang voor het volk geknield had liggen smeken bij de Vader.

Om te begrijpen wat Jezus de menigte leerde, is het goed om te kijken naar de omstandigheden waarin Jezus sprak. Politieke, godsdienstige omstandigheden werden nogal eens gebruikt om Zijn boodschap duidelijk te maken.

.

.

.

. 

1.Politieke, godsdienstige omstandigheden

 

In de tijd waarin Jezus opgroeide, werd het godsdienstige klimaat gekleurd door vier belangrijke groeperingen: Sadduceeën, Farizeeën, Essenen en Zeloten. Van deze groeperingen konden de Farizeeën, de Zeloten en de Essenen niet leven met de bestaande toestand. Zij waren op zoek naar herstel van het door God uitverkoren volk.

De Farizeeën vormden de stroming waar Jezus het meest mee te maken gehad heeft. Zij zagen het als hun opdracht het Joodse volk te bewaren bij de Thora. Het zijn vaak moedige mannen geweest, die met inzet van hun leven geprobeerd hebben het Joodse erfgoed te behoeden voor invloeden van buitenaf. Om er zeker van te zijn dat men niet per ongeluk de voorschriften van de Thora zou overtreden, werd er door hen een soort beschermde omheining aangebracht.

Zo werd bijvoorbeeld gesteld dat de sabbat een uur eerder moest beginnen om te voorkomen dat men per ongeluk te laat zou beginnen. Men ging hierin echter steeds eerder verder en men werd gedetailleerder in de voorschriften. Als drijfveer kunnen we veronderstellen dat het hen ging om het behoud van de eigenheid van Israël en de godsdienst. Kortom: in het algemeen waren de Farizeeën felle strijders voor het joodse geloof, vervuld met een oprechte afkeer van de heidense Romeinse bezetter.

Toch bemerken we bij Jezus een zekere felheid ten opzichte van de Farizeeën. Het betreft dan het feit ze anderen zware lasten opleggen. Op dertien jarige leeftijd treedt Jezus in de openbaarheid en begint met Zijn evangelieverkondiging. Letterlijk genomen betekent evangelie ‘goed bericht’. Een goed bericht in geval van overwinningen aan het front of berichten van belangrijke gebeurtenissen rondom de keizer die goddelijke eer genoot.

Het evangelie van het koninkrijk betekent: de goede en verblijdende tijding dat Gods koninkrijk gekomen is en steeds meer zichtbaar wordt. Het hemel rijk is daarbij niet hetzelfde als de hemel. Met het Koninkrijk der hemelen wordt bedoeld dat de hemel en het gezag van God de toon aangeven. Nu Jezus aantreedt, is deze toekomst nabij. Een blijde boodschap.

Deze heilsboodschap vormt de kern van de leer en het werk van de Messias Jezus. Later is de betekenis van het woord evangelie verbreed, maar de oorspronkelijke betekenis ten tijde van Jezus openbaring was de aankondiging van een nieuw tijdperk van Gods heerschappij op aarde. Een belangrijk gegeven met het oog op de Bergrede.

.

.

2. Wat staat in de Bergrede?

 

De Bergrede, zoals beschreven in Mattheüs 5 tot 7, kan op diverse manieren worden ingedeeld. Ze kan gezien worden als richtlijn voor het leven van een christen, die weet dat God hem elk moment van de dag ziet. Velen in de wereld om hem heen leven anders en houden geen rekening met God. In de Bergrede is dat terug te vinden in allerlei situaties, die op twee manieren worden bekeken. Het gaat dan om twee manieren van handelen, die tegengesteld zijn.

Je kunt aalmoezen geven en bidden als een geveinsde, huichelaar, maar dat kan anders. Je kunt schatten verzamelen en zorgen dat je rijk wordt, maar dat kan ook anders. Je kunt bezorgd zijn over allerlei dagelijkse dingen, maar dat kan anders. Je kunt peuteren aan de splinter in het oog van je naaste, maar dat kan ook anders. je kunt ingaan door de brede poort, maar dat kan ook zeker anders.

In het dagelijks leven gebeuren dingen vaak op de ene manier, maar als christen wordt er juist wat anders van je verwacht. Opvallend is dus het denken in tegenstellingen. De Bergrede laat zien dat het besef van Gods aanwezigheid gevolgen heeft voor de keuzes die je maakt. Gevolgen voor de verhouding die de christen heeft tot zijn naaste, die vaak dingen anders aanpakt.

.

.

3. De Bergrede, wat nu?

 

De Bergrede is de grondwet van het koninkrijk van God, dat nergens op aarde te vinden is in de zin van een gebied van landsgrenzen. Christus richt dit op de harten van Zijn onderdanen. In de Bijbel is het voor iedere hoorder een uitnodiging om burger van dit Koninkrijk te worden.

Citaat van Jezus: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die dezelve vinden.

De weg om burger te worden is wedergeboorte en bekering. God heeft een volk voor zichzelf gewild dat hem toebehoort en dient. Daarvoor is de Heer Jezus op aarde gekomen om zichzelf te geven voor de zonden van de mens. Daardoor werd de tegenstrever van God, de satan, voor goed verslagen. Wie in het zoenoffer van het kruis gelooft ( zie Johannes 11: 24-26) krijgt de belofte van Jezus dat hij gered is.

.

.

.

.

De Bergrede in Mattheüs 5

 

Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

Hij nam het woord en onderrichtte hen:

  • Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
  • Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
  • Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
  • Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
  • Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
  • Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
  • Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
  • Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

.

.

Matteüs 5: 39 – 39

 

38 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” 39 En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet,  maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.

.

.

Mattheüs 6

 

7 Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voort prevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden.

8 Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen.

9 Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,

10 laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.

11 Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.

12 Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.

13 En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.

14 Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven.

15 Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.

.

.

In 2018 is het precies zeventig jaar geleden dat Mahatma Gandhi (1869-1948) werd doodgeschoten. Geïnspireerd door de Bergrede van Christus, preekte hij als hindoe en als politicus consequent geweldloosheid, onder andere via de beroemde ‘Zoutmars’ van 1930.

.

.

.

.

Mohandas Karamchand Gandhi (2/10/1869 – 30/01/1948), vaak Mahatma Gandhi genoemd, was een Indiaas politicus. Na een rechtenstudie in Engeland vertrok Gandhi naar Zuid-Afrika, waar hij zich voor de Indiase bevolkingsgroep inzette. Na terugkeer in India werd hij leider in de Indiase onafhankelijkheidsstrijd.

Mahatma Gandhi was een van de grondleggers van de moderne staat India en voorstander van geweldloosheid als middel voor revolutie. Gandhi spande zich ook in voor verzoening tussen hindoes en moslims  in India. Hij werd in 1948 in New Delhi vermoord door een extremistische hindoe. 

Gandhi is in het Westen vooral bekend om zijn levensfilosofie van vreedzaam verzet, oftewel ‘satyagraha’. Het is dus wrang dat hij uitgerekend door geweld om het leven is gekomen door een radicale hindoe.

.

.

10 citaten, als Bergrede, van deze scherpzinnige denker

 

1. “Het verschil tussen wat we doen en wat we kunnen doen zou voldoende zijn om het grootste deel van de problemen van de wereld op te lossen.”

2. “Alleen christenen begrijpen niet dat Christus geweldloos was.”

3. “De liefde eist nooit rechten op, zij geeft ze altijd. De liefde lijdt steeds, koestert nooit wrok, wreekt zichzelf nooit.”

4. “Stilte verlicht je levenspad. Door niet te spreken, zie je duidelijker.”

5. “Alleen de waarheid zal standhouden; al het andere wordt door de vloed van tijd weggeveegd.”

6. “Gebed is de sleutel van de ochtend en de grendel van de avond.”

7. “Iemand kan je alleen je zelfrespect afnemen als je het hem geeft.”

8. “Het gebed is geen ijdel pleziertje van oude vrouwen. Als men het juist begrijpt en benut is het het machtigste middel tot de actie.”

9. “De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen maar niet ieders hebzucht.”

10. “De geest wordt onzuiver als het hart niet gewassen wordt door gebed.”

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Vanwaar komt de naam Jozua?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Namen hebben een belangrijke betekenis in de Bijbel. Dat geldt uiteraard voor de namen van God. Een naam was niet zomaar iets. Namen konden verwijzen naar een bijzondere geboorte, maar ook naar ingrijpende gebeurtenissen. Mensen veranderden namen. God trouwens ook. Jozua is daar een goed voorbeeld van. Jozua kreeg die naam niet van zijn ouders, maar van God. De motieven die ouders hadden om hun kind een bepaalde naam gaven, waren ook toen heel verschillend.

 

 

Jezus ( Jozua ), de redder, met een verloren schaap

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De betekenis van namen

 

  • Lea, de vrouw van Jakob, was zo blij dat haar eerste kind een zoon was, dat ze uitriep: ‘Zie een zoon!’, in het Hebreeuws ‘Ruben’ (Genesis 29:32).
  • Wanneer Zilpa (een bijvrouw van Jakob) later zonen krijgt, voelt ze zich erg gelukkig, en ze noemt haar zonen Gad (gelukkig) en Aser (ik gelukkige) (Genesis 30-10-13).

Blijdschap speelde dus een rol. Maar ook droefheid kon een motief zijn.

  • Zo noemt de echtgenote van Pinehas, nadat hij is gesneuveld in de strijd en de ark van God is buitgemaakt door de Filistijnen, haar zoon Ikabod (de eer is weg) (1 Samuël 4:21).
  • Soms gaven ouders hun kind een naam op basis van de eigenschappen van de baby: Esau (harig) (Genesis 25:25).
  • Het is trouwens opvallend dat de derde zoon van Esau kaal was. Daarom noemden ze hem Korah (kaal) (Genesis 36:14).
  • Esaus broertje werd Jakob genoemd (hielenlichter), omdat hij bij de geboorte de hiel van Esau vasthield.
  • Soms kregen baby’s de naam van een alledaags object, zoals Tamar (palmboom) (Genesis 38:6) en Tabita (gazelle) (Handelingen 9:36).
  • Heel vaak echter ontvingen baby’s een naam die was gebaseerd op iets wat rond de geboorte was gebeurd of op een hoopvol gebed van de ouder, zoals in het geval van Zacharia (God heeft onthouden), Samuël (God hoort).
  • Soms zeggen de namen iets over God, zoals Elimelek (God is koning), Elia (de Here is mijn God), Obadja (knecht van de Here), Uzzia (de Here is mijn sterkte).

 

Zo’n naam zegt iets over het geloof dat de ouders hebben in God en dat zij willen doorgeven aan hun kind. Mensen gaven hun kinderen bij de geboorte bijzondere namen. Soms gaf God Zelf opdracht het kind een bepaalde naam te geven.

  • Namen met een profetische betekenis, zoals Jesaja’s zoon Maher sjalal chaz bas (haastige roof spoedige buit) (Jesaja 8:3).
  • Veel bekender is de betekenis van de naam Johannes: ‘de Heer is genadig’ (Lucas 1:13).

 

 

Jozua heeft iets van een schreeuw, een uitroep.

Jozua ( Jezus ) komt van Hosea dat samen hangt met een werkwoord dat redden of verlossen betekent. Misschien kun je ‘Hosea’ nog het best weergeven met hulp of redding. Het heeft iets van een schreeuw, een uitroep. Als je Hosea vertaalt met hulp of redding, dan betekent Jozua ‘God is mijn heil’. De betekenissen lijken op elkaar, maar die van Jozua is dus concreter. Met de naam Hosea wordt als het ware om hulp geroepen.

Maar er wordt geen redder genoemd. Van wie zal mijn hulp komen? Het antwoord op die vraag wordt niet ge-geven. De naam Jozua noemt de Redder, de Verlosser bij naam: De Heer Jezus Christus. Daarom kun je de naam Jozua beschouwen als het antwoord: mijn hulp is van de Heer (Psalm 121:2).

 

 

 

 

 

Jozua, de Heer redt

 

Jozua in het Hebreeuws werd Jezus in het Grieks. In deze namen is alles gegeven! Jozua <-> Jezus. Dat we de naam Jozua ook al vóór Numeri 13 tegenkomen, hoeft geen probleem op te leveren. Hosea/Jozua werd alvast aangeduid met de naam, waarmee hij bekend geworden is.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Is de Bijbel tegenstrijdig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

gods-zegen

 

 

Er zijn veel mensen die vinden, dat duidelijk te constateren is, dat de Bijbel op veel plaatsen tegenstrijdigheden laat zien. Er zijn talloze boeken verschenen waarin die tegenstrijdigheden worden aangewezen waaruit men de conclusie kan trekken dat de Bijbel is niet het onfeilbare Woord van God is.

 

Een onjuiste conclusie. Want in de Bijbel is géén sprake van tegenstrijdigheden. 

 

Er wordt vaak gesuggereerd dat er veel tegenstrijdigheden in de Bijbel staan of belangrijke zaken waarover ge-makkelijk meningsverschillen ontstaan. Vaak wordt dit als argument gebruikt om de Bijbel niet als waarheid te aanvaarden en dus ook niet te lezen. Eigenlijk zijn er maar heel weinig meningsverschillen over de fundamentele boodschap van de Bijbel. Heel veel tegenstrijdigheden kunnen opgelost worden door goed te lezen wat er nu eigenlijk staat. Door de Bijbel verkeerd te begrijpen kan men een verkeerde interpretatie ervan krijgen.

.

.

 

Klopt er iets niet?

 

Voorbeeld 1

 

(2 Sam. 24) In hoofdstuk 24 van het boek Samuël staat bijna letterlijk hetzelfde verhaal als in I Kronieken 21. Maar in het eerste staat: ‘De toorn des Heren ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda. In Kronieken staat daarentegen: ‘Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tel-len. Tegenstrijdig zou je zeggen; in het ene boek wordt aan God toegeschreven, wat in het andere de Satan doet.

 

 

voorbeeld 2

 

 Als (16: 18-25) je de verzen uit het boek Samuël leest en vergelijkt met die van(17: 55-58), dan lijkt het alsof in het ene gedeelte Saul David en zijn vader wel, en in het andere gedeelte alsof hij hen niet gekend zou hebben.

 

 

voorbeeld 3

 

In Mattheus 21 : 2 wordt gesproken over een ezelin en een veulen die door Jezus voor Zijn intocht gevorderd worden. Maar in Lucas 19 : 30 is er alleen maar sprake van een veulen. Waren het nu twee dieren of was het er maar één? Mattheus schrijft, dat de (Matth. 27: 44) rovers, die samen met Jezus gekruisigd waren, Hem beschimp-ten. Terwijl Lucas schrijft, dat slechts één (Luc. 23: 39) van de rover Jezus lasterde.

 

 

voorbeeld 4

 

Er is een schijnbare, grote tegenstrijdigheid tussen de teksten, die hier zijn vermeld. Rom. 4 : 5: ‘Degene echter, die niet werkt, maar zijn geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid. (Jac. 2 : 24): ‘Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof. , Beide schrijvers wijzen daarbij op Abraham. Het is duidelijk dat zij conclusies trekken die precies tegenover elkaar staan.

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Is de Bijbel niet het onfeilbare Woord van God?

 

Heel wat tegenstrijdigheden zijn te herleiden tot fouten, die bij het overschrijven van de Bijbel gemaakt zijn. Ook bij het doorgeven van de oorspronkelijke handschriften zijn er fouten ingeslopen, die natuurlijk heel gemakkelijk gemaakt worden. Men mag echter niet de auteur de fout toerekenen die de zetter gemaakt heeft. Ook de Bijbel mag niet onbetrouwbaar genoemd worden, omdat er bij het overschrijven in latere tijden door de schrijvers ver-gissingen zijn gemaakt. Zulke fouten zijn overigens niet moeilijk te ontdekken en te herstellen. Er is zelfs een aparte wetenschap voor: de tekstkritiek. Tekstkritiek is heel iets anders dan kritiek op de Bijbel als het Woord van God. Het is geen aanval op de Bijbel, maar juist uit grote eerbied voor het Woord bedreven.

 

 

Tegendeel van tegenstrijdig

 

Wie dieper ingaat op de vermeende tegenstrijdigheden in de Bijbel, zal ontdekken dat ze in feite niet bestaan. Bij elk gedeelte van de Bijbel moet je rekening houden met het grotere geheel en met het doel dat de schrijver be-oogt. In de boeken Koningen bijvoorbeeld, worden koningen, die een heel belangrijke politieke rol hebben ver-vuld soms maar heel kort genoemd, en worden politiek veel minder belangrijke koningen uitvoerig beschreven. Het is duidelijk dat het de schrijver gaat om de betekenis van een vorst voor het rijk en de dienst van God.

Alleen dat van de geschiedenis van Israël wordt beschreven, wat nodig is om te laten zien, hoe God ondanks de zonden van zijn volk, Zijn Rijk doet komen en Zijn belofte vervult. De beschrijving van de geschiedenis staat in het teken van de Verlosser, die eens zal komen. De boeken Koningen zijn één geheel met de boeken Samuël, waarin vooral benadrukt wordt hoe vaak de koning en het volk van Israël het Verbond met God verbreken. De boeken Kronieken hebben een heel ander doel op het oog. Daarin wordt de heerlijkheid beschreven die God geeft aan David en zijn huis. Daarin wordt ook gewezen op de vijandschap tegen God en Zijn volk.

Het is de vijandschap van de satan tegen het Koninkrijk van God, de Satan die altijd het volk van God van Hem probeert af te leiden. Dan wordt ook de schijnbare tegenstrijdigheid verklaarbaar. In Samuël is het God, die David tegen Israël opzet, omdat Zijn toorn ontbrand is vanwege de zonden van Zijn volk. En Kronieken laat zien, dat God daarbij gebruik maakt van de Satan als middel om David aan te zetten een volkstelling te organiseren. Ook die andere tegenstrijdigheid of Saul al dan niet van de afkomst van David op de hoogte was, is verklaarbaar. Saul zal heus wel geweten hebben, wie Davids vader was. Maar hij staat versteld dat zo’n eenvoudige schaapherder en citerspeler in staat is een geweldige reus als Goliath te overwinnen. De vraag van Saul komt voort uit z’n verba-zing: Zit dat soms in de familie? Heeft hij dat soms van zijn vader?

 

 

De mens draagt de tien geboden, wetten voor eeuwig

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Gelovig aanvaarden

 

Jezus heeft, dat blijkt overduidelijk uit het Nieuwe Testament, het hele Oude Testament aanvaard als het Woord van God. Wie er het breekijzer van de kritiek in durft te zetten komt in strijd met wat Hij zegt dat (Joh. 10: 35) de Schrift niet gebroken kan worden. Het Woord heeft bindende kracht. Kritiek op de Bijbel moet in het voet-spoor van Jezus afgewezen worden. Er is geen wezenlijk verschil tussen wat er in Mattheüs en Lucas staat betref-fende één of twee dieren bij de intocht van Jezus. Iedere oosterse boer wist, dat een veulen niet wil lopen als de moeder niet meegaat. Mattheüs wijst daarop in zijn evangelie. Lucas schrijft enkel dat Jezus op het veulen ging zitten.

Het verschil over het lasteren van één of twee rovers is evenmin een tegenstelling. Mattheüs laat zien dat de lastering komt van mede gekruisigden, terwijl Lucas de majesteit van het lijden van Jezus toont. Er staat geschreven dat een misdadiger en een Romeinse hoofdman tot andere gedachten zullen komen. Het is heel goed mogelijk dat eerst beide rovers Jezus bespot hebben en dat later één van hen onder de indruk kwam van de majesteit van Christus in Zijn lijden en zo tot inkeer gekomen is.

De tegenstelling tussen Paulus en Jacobus blijkt ook schijn als duidelijk wordt waar het de schrijvers om gaat. In zijn brief aan de Romeinen waarschuwt Paulus zijn lezers tegen de leer van de Joden, die Jezus als Redder verwer-pen. Zij geloven dat zij door het nauwkeurig houden van de wet (Rom. 4 : 1-8) – door hun eigen inspanningen dus – behouden worden. Paulus vertelt dat Abraham niet vanwege zijn daden gerechtvaardigd werd, maar omdat Hij God op Zijn Woord vertrouwde.

Dat geloof van Abraham bleek wel heel duidelijk, toen God Abraham op de proef stelde, door hem zijn enige zoon Isak te laten (Gen. 22) offeren. En net als Abraham, zegt Paulus, kunnen ook wij alleen behouden worden door te geloven in Jezus. Jacobus  (Jac.2: 21) legt de klemtoon op de daden over het gebeuren met Abraham. Hij zegt dat Abraham uit werken (daden) gerechtvaardigd is toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde.

Dat lijkt het omgekeerde van wat Paulus schrijft, maar dat is het niet. Het gaat Paulus en Jacobus beide om een levend geloof, dat zichtbaar wordt in wat je doet of laat. Goede daden kunnen je niet behouden, zegt Paulus. Al-leen door te geloven ga je vrijuit bij God. Als je zegt te geloven, zonder dat men daar iets van ziet in je leven, dan is dat geloof dood, zegt Jacobus. Trouwens, ook Paulus schrijft dat heel duidelijk: (Gal.5 : 6) Het geloof moet zich door de liefde uiten. Oppervlakkig gezien leek het een tegenstelling tussen wat beide apostelen schreven. Maar het blijkt hetzelfde te zijn; het gaat niet om een geloof waar je alleen maar over praat, maar om een geloof waar je ook naar doet.

 

 

Laat je overwinnen

 

Schijnbare tegenstellingen in de Bijbel blijken na nader onderzoek vaak alleen maar schijn te zijn. Natuurlijk zijn er op sommige plaatsen zaken die moeilijk te verklaren zijn. Wie bidt tot God om inzichten te krijgen in zijn Woord, zal die altijd krijgen. Neem de Bijbel en lees de Bijbel. Laat je overwinnen door de liefde van God, waarvan de Bijbel vol staat.

.

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Is de Bijbel een sprookje?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

oud-bijbel-en-kruis-thumb4052170

 

 

 

Er bestaat de opvatting dat de Bijbel ons vertelt hoe de schrijvers in hun tijd, ervaringen of openbaringen van God gehad hebben. Die ervaringen hebben de schrijvers dan ieder op eigen manier en volgens eigen inzicht verklaard en opgeschreven om op die manier die ervaringen door te geven aan een volgend geslacht.

 

 

Dat volgende geslacht zou er dan weer op eigen manier mee kunnen werken: opnieuw verklaren en eigen erva-ringen doorgeven. Als dat waar is, moeten we rekening houden met menselijke fouten in de Bijbel. Bij deze op-vatting wordt de Bijbel een feilbaar boek. Een boek waarop je kritiek kunt hebben, zoals op ieder ander boek. Een boek, waarin de verschillende schrijvers elkaar dan ook tegenspreken. En de vraag die daaruit volgt is dan natuurlijk:

 

Wat is er eigenlijk waar in het boek, dat zichzelf aandient als het Woord van God ?

 

In het begin van de Bijbel kunnen we lezen over de schepping van de mens en van de wereld en over de opstand van de mens tegen God. Er zijn veel mensen die zeggen, dat dat niet echt gebeurd is. Ze beweren  zelfs dat in de eerste elf hoofdstukken van het boek Genesis volksverhalen worden verteld, maar dat de werkelijke geschied-schrijving pas begint als het gaat over Abraham. Maar ook als het over feiten gaat in de geschiedenis, zou de Bij-bel niet betrouwbaar zijn. Er zouden veel vergissingen gemaakt zijn door de schrijvers van de Bijbel.

Zij hebben eigen voorstellingen vaak doorgegeven alsof het gedachten van God waren. Er zijn talloze voorbeel-den aan te halen op basis waarvan de mens van vandaag de Bijbel eerder ziet als een sprookje, dan als het Woord van God. Volgens velen is de Bijbel daarom een feilbaar, menselijk boek. Wat erin vertelt wordt is niet echt ge-beurd, maar je kunt er wel lering uit trekken.

 

 

 

Jezus over de Bijbel

 

Jezus heeft nooit over de Bijbel gesproken zoals we dat in het voorgaande hebben weergegeven. Hij kende het Oude Testament precies zo als wij. Toen Jezus leefde was het Oude Testament al bekend in de vorm die wij nu nog kennen. Jezus heeft dat Oude Testament aanvaard in z’n geheel als het Woord van God. Hij citeert vaak het Oude Testament of noemt de naam van (Mat th.8 : 4) een schrijver: Mozes, Jesaja.

De  schrijvers zijn voor Hem even gezaghebbend als wanneer Hij zegt:

‘Er (Matth. 4: 4) staat geschreven’ of ‘De Schrift (Matth. 21: 42) zegt’.

 

Voor Jezus is er geen tegenstelling tussen God als auteur van de Bijbel en de mens die door God wordt ingescha-keld. Als Jezus uit het Oude Testament citeert, citeert Hij de woorden van de schrijvers als de Woorden van God. Christus heeft eerbied voor de Bijbel als het Woord van God.  Jezus dacht aan het hele Oude Testament, toen Hij zei:

‘Uw (Joh.17: 17) Woord is de waarheid!’

 

Jezus en Zijn discipelen  staan nooit kritisch tegenover de inhoud van het Oude Testament. Zij hebben die inhoud in zijn geheel en zonder voorbehoud aanvaard. Ook de geschiedkundige gedeelten.

 

 

 

Gaat de zon onder ?

 

De kritische geluiden over de juistheid van de Bijbel zijn niet terecht. Jezus heeft de eerste hoofdstukken van Ge-nesis heel duidelijk als waar gebeurde geschiedenis aanvaard. Hij (Matt 9:4) zegt:

‘Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van de beginne als man en vrouw heeft gemaakt?’

 

 

En (Rom.5:12-15) Paulus:

‘Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen zo is ook door één mens, Jezus Christus, de redding tot stand gebracht’ .

 

Wie het bestaan van Adam niet erkent, trekt daarmee ook het bestaan en het werk van (1 Cor. 15:45) Jezus, de tweede Adam, in twijfel. De schrijvers van de Bijbel dragen niet hun ideeën en voorstellingen uit. God zelf spreekt zo. Dat slaat ook op het zogenaamde verouderde wereldbeeld. Wat in de Bijbel te lezen staat is het Woord van God.

 

 

Christus verenigd in elk geloof

Christus verenigd in elk geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

(EX. 20 : 1-4 ) Toen sprak God al deze woorden

 

Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.’

 

God Laat Mozes dat later ook verklaren:

‘Neemt u er dan terdege voor in acht want gij hebt generlei gedaan te gezien op de dag dat de Here op Horeb tot u sprak uit het midden van het vuur dat gij niet verderfelijk handelt door u een gesneden beeld te maken in de gedaante van enige afgod: een afbeelding van een mannelijk of vrouwelijk wezen; een afbeelding van een of ander dier op de aarde; een afbeelding van een of ander gevleugeld gevogelte, dat langs de hemel vliegt; een afbeelding van een of ander gedierte, dat op de aardbodem kruipt; een afbeelding van een of andere vis, die in het water onder de aarde is; en dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels, aanziet en u Iaat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen.’

In dit (Deut.4:15-19) gedeelte wordt ons duidelijk wat er bedoeld wordt met de uitdrukking: in de hemel, op de aarde en onder de aarde. Het gaat hier gewoon om het luchtruim met de sterren, de aarde en om het water dat nu eenmaal lager ligt dan de aarde. In de Bijbel schrijft God in een taal die Zijn volk dagelijks gebruikt. Het taalge-bruik in de Bijbel is te vergelijken met ons eigen taalgebruik. In ons taalgebruik van iedere dag zeggen wij ook dingen die niet met de natuurkundige werkelijkheid overeenkomen. Ook wij zeggen: de zon komt op en de zon gaat onder. Ook wij schrijven en spreken over de hemel boven ons en over het water dat lager ligt dan de aarde.

Een voorbeeld uit het Nieuwe Testament (Hand.27: 27). Als er staat dat het scheepsvolk vermoedde, na de schip-breuk, dat er land naderde, zullen zij net zo min als wij in ons hedendaags taalgebruik, bedoeld hebben dat het schip stillag en het land op ze toekwam. De Bijbel spreekt geen wetenschappelijke taal. Gelukkig maar. De Bijbel is een boek voor mensen en geschreven in de taal van gewone mensen. De Bijbel gebruikt de taal van de mensen van toen, hun gewone omgangstaal.

 

 

 

Betrouwbaar

 

De Bijbel is het onfeilbare Woord van God. Daarvoor zijn er geen bewijzen. Na het voorgaande is het wel duidelijk dat veel van wat fouten in de Bijbel genoemd worden, vanuit de Bijbel zelf te weerleggen zijn. Van het Oude en van het Nieuwe Testament geldt beide:

‘Nooit is een profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken!’

 

De Bijbel is het betrouwbare Woord van God: Dát staat in de Bijbel zelf. Wij mogen er van overtuigd zijn dat dat woord door God gesproken is en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze aan ons is overge-bracht. Er valt geen enkele rechtmatige grond te ontlenen aan de Bijbel om te spreken van een feilbare overle-vering, die wij van de menselijke factor moeten ontdoen. De Bijbel is betrouwbaar, daar mag je zeker van zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

God redt uit de macht van de zonde

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Keuze tussen goed en kwaad

Keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mattheüs 8:16-17 16 :  Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, 17 opdat vervuld zou worden, hetgeen gespro-ken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.

 

Marcus 1: 32-39 32 :  Toen het nu avond werd en de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, en de bezetenen. 33 En de gehele stad was te hoop gelopen bij de deur. 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.

 

In het evangelie treffen we Jezus aan omringd en omstuwd door een menigte van zieken en van mensen bezeten door boze geesten. Ze worden bij hem gebracht en ze zoeken hem op. Ook als hij zich terugtrekt op een eenza-me plaats om daar te bidden. ‘Allen zoeken U’, melden hem dan zijn discipelen. Jezus kan de zieken en kwalijk gestelden niet ontlopen, Hij raakt ze niet kwijt. Ze zitten hem op de hielen en op de huid.

Dat is de zware last die de Zoon des mensen is opgelegd en die hij steeds ook weer op zich neemt. Hij draagt en deelt het lot van zieken en melaatsen, van armen en zondaars. Dat is kenmerkend voor Jezus’ weg en werk.

Job in het Oude testament : ‘Heeft niet de mens een zware dienst op aarde en zijn zijn dagen niet als die van een dagloner? Als een slaaf die hijgt naar schaduw of als een dagloner, die wacht op zijn loon, zo werden mij maan-den van ellende toebedeeld en nachten van moeite beschoren’.

Ook Jezus, de Zoon des mensen, heeft iets van zo’n slaaf, zo’n dagloner, die hijgt naar schaduw, die rust zoekt welke hem nauwelijks gegund is. Want zijn leven is dienst onder de mensen. Jezus is de last, de moeite en de pijn van het mensenleven niet uit de weg gegaan, maar hij heeft die op zich genomen. Hij heeft er onder gebukt en onder gezucht. En juist daarom  is dat moeitevolle, belaste en gekwelde leven van zo velen niet zonder hoop, niet zonder enig uitzicht en zal het ook niet restloos en hopeloos verloren gaan.

 

 

 

Jezus, de Zoon van God, is in ons moeitevolle leven afgedaald

 

Jezus redt het leven van de ondergang, uit de macht van zonde en dood. Want de naam Jezus betekent immers: God redt! Hij laat ons niet liggen in onze ellende, maar ziet naar ons om wat ons nieuwe moed geeft. Hij laat ons niet over aan ons eenzame lot en hij geeft de wereld niet prijs aan haar fatale loop. Hij wendt en keert ons lot. Hij verbreekt de noodlottigheid van de dingen die er nu eenmaal gebeuren. Zo schept Jezus in zijn woord en daad nieuw vertrouwen, nieuwe verwachting en hoop.

Daar mogen we dagelijks van getuigen. Het is niet zo hopeloos als het wel eens kan lijken. En dat komt omdat God in Christus Jezus ons lot en ons leed zich heeft aangetrokken. We zijn er niet alleen in gelaten. We hoeven het niet allemaal alléén te dragen en te dulden. God weet ervan, God erbarmt zich over onze ellende. Hij kent ons, in ons verdriet, in onze eenzaamheid, in onze stille wanhoop. Dat lezen we af van de gestalte van de bukkende en dienende Jezus. In hem kennen we God en eigenlijk nergens anders dan in hem. Zoals Jezus is,  zo is God.

 

 

 

We mogen geloven in de macht van deze barmhartigheid die in Jezus

openbaar wordt en die naar ons en onze wereld is uitgegaan

 

 

We geloven in de kracht van deze liefde omdat het geen machteloze of vergeefse liefde is. Ze is reddende en genezende liefde. De zieken komen niet alleen tot Jezus, maar ze vinden ook genezing en uitredding bij hem. Zijn toegewijde trouw en liefde zijn niet vruchteloos. We horen:

‘en hij genas velen die ernstig ongesteld waren door allerlei ziektes en vele boze geesten dreef hij uit…’

Misschien zijn we zo vertrouwd en gewend aan de bijbelverhalen dat het ons niet eens meer verrast en verbaast, maar toch is het verrassend en verbazingwekkend dat zijn liefde wonderen doet. Dingen die we niet voor moge-lijk houden, die schijnbaar niet kunnen, maar die toch gebeuren.

 

 

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het evangelie is het verhaal van Gods bewogenheid met verloren

mensenlevens, met een verloren wereld.

 

God wil niet aan dat we naamloos verdwijnen in het niets en dat ons leven en de wereld de ondergang tegemoet gaan. Daar betaalt Hij in Christus een hoge prijs voor en die prijs zijn we indachtig door ook zelf in de liefde te leven. Want we kunnen sinds we van Gods ontferming in Christus weten niet langer liefdeloos leven. Ook wij krij-gen een hart voor de mensen in hun noden en hun menselijkheid. Hart in de zin van gevoel en moed om tussen en onder de mensen te leven.

 

 

 

Leven in het licht en de kracht van Gods liefde

 

Als we leven in het licht en de kracht van Gods liefde, dan worden daarmee niet alle kwellende vragen en duistere raadsels beantwoord en opgelost, maar misschien verliezen ze wel hun kwellend karakter, hun duistere dreiging, hun martelende onzekerheid. Want in de liefde is licht en leven, ook al gaan we (zegt Psalm 23) ‘door een dal van diepe duisternis’ en ook al krijgen we zware lasten te dragen en moeilijke dagen en tijden te verduren.

Net als bij Jezus in de evangeliën breken er op die weg tekenen van Gods Koninkrijk uit, lichtflitsen van zijn heil-rijke toekomst. Dat mogen we geloven en dat zullen we ook ervaren. Daarin houden we het vol en verliezen we de moed niet. Zelfs niet als ons levenseinde nabij is, als onze dagen geteld zijn. Want het is God die onze dagen telt en zo mogen ook wij ze tellen om een wijs en vreedzaam hart te bekomen.

 

 

Houd je in het heden aan de Tien Geboden uit dankbaarheid

 

 

De 10 geboden voor de eeuwigheid

De 10 geboden voor de eeuwigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Eerste gebod:
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

 

Tweede gebod:
Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den
hemel, of onder op de aarde is, of in het water onder de aarde is. Gij zult u voor die niet
buigen, noch hen dienen.

 

Derde gebod:
Gij zult den Naam des Heeren, uws Gods, niet ijdellijk gebruiken.

 

Vierde gebod:
Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.

 

Vijfde gebod:
Eert uw vader en uw moeder.

 

Zesde gebod:
Gij zult niet doodslaan.

 

Zevende gebod:
Gij zult geen overspel doen.

 

Achtste gebod:
Gij zult niet stelen.

 

Negende gebod:
Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

 

Tiende gebod:
Gij zult niet begeren uws naasten vrouw en gij zult u niet laten gelusten uws naasten
huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel,
noch iets dat uws naasten is.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

De Bijbel en Profetieën.

Standaard

categorie : religie

 

 

De profetieën in de Bijbel zijn talrijk en beslaan een groot aantal gebeurtenissen. Gods Woord is een opwindend boek dat gevuld is met Zijn beloften en doeleinden. “Elke schrifttekst is door God geïnspireerd…” (2 Timoteüs 3:16). Hij heeft ons profetische Schriftteksten gegeven, zodat we kunnen begrijpen wat er in het heden plaatsvindt en in de toekomst nog zal plaatsvinden. Zo kunnen wij onze hoop op Hem alleen vestigen.

 

 

6521009

 

 

In tegenstelling tot onszelf opereert God niet op een lineaire tijdbalk. Hij is alziend en almachtig. Hij weet wat er was, wat er is, en wat nog zal komen. En dat allemaal op hetzelfde moment! Het is voor het menselijke verstand moeilijk te bevatten. En toch heeft de Heer, om ons te helpen, ons profetie gegeven om ons te bemoedigen en ons een glimp te geven van Zijn plannen, Zijn oordelen en Zijn zegens.

 

In Openbaring 1:3 zegt Hij: “Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich hou-den aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.”

  • Van de 66 boeken in de Bijbel zijn er 17 gewijd aan profetie.
  • Zestien van deze boeken staan in het Oude Testament.
  • Openbaring is het enige profetische boek in het Nieuwe Testament.

 

Maar profetische verzen zijn door de hele Bijbel heen te vinden. Gods eerste profetische verkondiging vinden we in Genesis 3:15, wanneer Hij Satan aanspreekt over zijn verleiding van Eva. Sommige profetieën voorspellen de opkomst en ondergang van koninkrijken.

Een groot aantal van de profetieën in het Oude Testament wordt Messiaanse profetie genoemd; deze profetieën hebben betrekking op de komende Messias. Deze Schriftteksten zijn een overtuigende bevestiging van de nauw-keurigheid van de Bijbelse profetieën. Hier volg slechts een greep uit de honderden profetieën:

 

De vier Evangeliën in het Nieuwe Testament staan vol vervullingen van deze Messiaanse Profetieën door Jezus Christus. Zij voorspelden niet alleen (met 100% nauwkeurigheid) Zijn eerste komst om voor onze zonden te beta-len, maar verhalen ook over Zijn tweede komst (de wederkomst) om als Koning der Koningen te heersen (Openbaring 19:11-16).

Veel mensen denken dat profetieën mysterieus en onwerkelijk zijn. Om te begrijpen wat profetie precies inhoudt en voor ons vandaag de dag betekent, moeten we ons bewust zijn van het werkelijke bereik van de profetieën en de bedoeling van God. Profetie verbindt het verleden, het heden en de toekomst van de mensheid en geeft ons zo een balans van Gods complete en eeuwige doel.

 

 

 

WAT DENK JIJ?

 

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Helpt bidden echt?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

csm_gp_bidden_02_5964c5bcfc

 

 

 

Helpt bidden eigenlijk wel ?

 

Bidden is iets vragen aan God. Je moet dan natuurlijk wel geloven dat er een God en dat Hij bestaat. En je moet ook geloven, dat God naar je wil luisteren en al evenzeer geloven, dat Hij ook kan doen, wat je vraagt.

Bidden kun je leren. De discipelen, die in hun joodse opvoeding toch echt wel hadden leren bidden, zagen in de omgang van de Here Jezus met Zijn Hemelse Vader iets wat ze niet kenden. Dat bracht hen tot de vraag: “Here, leer ons bidden”. En Jezus leerde hun een gebed.

Ook wij mogen bidden leren. God wil gebeden zijn. Dus laten we werk maken van het gebed. In ons persoonlijk leven en in ons gemeenteleven mag gebed een centrale plaats innemen. Om met elkaar te ontdekken wat bidden nu eigenlijk is en hoe we dit vorm kunnen geven is deze studie van de Bijbel een geweldig middel.

 

 

 

 Wat is bidden eigenlijk ?

 

Veel mensen zeggen dat bidden onzin is. Bidden is ook onzin als je niet gelooft dat God bestaat. Bidden is ook onzin als je wel gelooft dat er een wezen bestaat dat God genoemd wordt, maar niet wilt aannemen dat Hij zich nog met ons bemoeit.

Geloven in God en geloven dat Hij naar je luistert is niet vanzelfsprekend. Het is moeilijk te begrijpen als je be-denkt dat er op hetzelfde ogenblik talloze mensen bidden en in vele talen. Eén ieder met zijn eigen problemen, moeiten en vragen.

Als je aanvaardt dat God al die gebeden kan horen, moet je geloven in een God die dat allemaal kan en die alles weet. Je moet dus geloven dat Hij almachtig en alwetend is. En als je wilt aannemen dat Hij naar je wil luisteren, moet je geloven dat Hij van je houdt en je liefheeft.

Bidden is erkennen dat je hulp nodig hebt. Je kunt het zelf niet meer. Je kunt niet meer op eigen benen staan, je eigen boontjes doppen. Je bent niet meer eigen baas. Bidden is jezelf afhankelijk erkennen. Veel mensen bidden niet meer. Wie niet gelooft dat God wil horen, wil helpen, kan helpen, kan ook niet bidden.

 

 

 

Kan God de mens, jou en mij dus, helpen?

 

In de Bijbel wordt veel over het bidden gesproken en over mensen die bidden. De Bijbel spreekt over bidders die krijgen, waar zo om vroegen, die verhoord worden en over bidders die wel bidden, maar niet ontvangen waar ze om vroegen, die niet verhoord worden. Mag je daaruit concluderen, dat bidden soms wel, soms niet helpt? Lees eens mee wat er staat in Lucas 11 : 5-13. Jezus Christus zelf spreekt over het bidden. Hij doet heel merkwaardige uitspraken :

‘Bidt en u zal gegeven worden’.

 

Ieder die bidt, ontvangt. Wat je vraagt, dat krijg je. Dat lijkt nogal in tegenspraak met de feiten. Meestal lijkt bid-den niet veel uit te halen. Je kunt bidden om beterschap. Gebeurt het dan ook altijd? Je kunt bidden om werk. Heb je dat dan meteen de volgende dag? En als je geen verhoring kreeg op je gebed, heeft God je dan niet ge-hoord? En stel dat je wel werk kreeg, was dat dan het gevolg van je gebed?

 

 

 

Een hemelse aanrader is niet twijfelen

 

Jacobus, waarschijnlijk een broer van Jezus en leider van de christelijke gemeente in Jeruzalem, schrijft daarover in het boek Jacobus 1 : 5-8.

Als u wilt weten wat God van u verwacht, vraag het Hem en Hij zal het u graag vertellen. Want Hij staat altijd klaar om ieder die Hem daarom vraagt, voldoende wijsheid te geven; Hij zal het u niet kwalijk nemen.

Maar als u Hem erom vraagt, moet u ook verwachten dat Hij het zal geven. Iemand die twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind heen en weer gejaagd wordt.

Zo iemand moet niet denken dat de Here hem iets zal geven,

als hij twijfelachtig is en onzeker in zijn optreden.

 

In de eerste plaats is het belangrijk om niet te twijfelen aan God zelf.

‘Want wie tot God komt moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken’. (Hebr. 11 : 6).

 

In de tweede plaats ook niet twijfelen aan het horen van God. God wil altijd luisteren ook al vind je jezelf nog zo’n slecht mens. Bidden met de gedachte van “Baat het niet, het schaadt ook niet” is niet echt bidden. We moeten vast geloven dat God luistert, dat Hij elk gebed hoort. Er niet aan twijfelen dat Hij helpen kan en wil.

 

 

 

Het is een zaak van volhouden

 

De Bijbel zegt dat we niet te gauw moedeloos moeten worden. We moeten blijven bidden en blijven zoeken. Je-zus vergelijkt (Matth. 7 : 7-12; zie ook Luc. 11 : 1-13) het bidden met zoeken en met het kloppen op een deur tot je wordt opengedaan en ontvangt. Jezus vertelt daarover een verhaal, een gelijkenis zoals dat in de Bijbel heet. (Luc. 18 : 1-8). Hij zegt dat als zelfs een onrechtvaardig, een slecht mens tenslotte toch luistert, dan zal God toch zeker horen, als we erg veel van Hem verwachten.

 

 

 

Het moeilijke van onverhoorde gebeden

 

De Bijbel vertelt ook over gebeden die niet verhoord worden, hoewel God de gebeden wel gehoord heeft. Paulus, een gezondene door Jezus Christus om het evangelie te verkondigen (een apostel genoemd) schrijft over een ge-bed van hem dat niet werd verhoord in 2 Cor. 12 : 7-9.

Hij heeft een geweldige ervaring gehad, hij is in het hemelse paradijs geweest. Zelf weet hij niet of dat nu werke-lijk of in een soort visionaire toestand gebeurde. Hij hoorde woorden die hij niet verder vertellen mag. Iets om behoorlijk trots op te zijn. Maar om hem klein te houden krijgt hij een doorn in het vlees.

Hij zegt niet wat dat nou precies is, maar misschien was het iets als een ooglijden. Paulus bidt driemaal of God die doorn weg wil nemen. Het gebeurt niet. God zegt tegen hem: ‘Mijn genade is genoeg voor u’. Dat betekent: Mijn liefde, waarmee God de schuld van de zonde vergeeft, moet genoeg zijn.

Mozes, de leider uit het Oude Testament, heeft iets dergelijks ervaren (Deut. 3 : 23-28 en Num. 20 : 7-13). Omdat Mozes ongehoorzaam was geweest, mag hij van God het land dat de Israëlieten beloofd was niet binnengaan. Hij vindt dat heel erg. Daarom vraagt hij of hij niet toch het beloofde land mag binnentrekken. Maar God zegt: ‘spreek Mij over deze zaak niet meer’ .

Het gebed van Mozes is door God wel gehoord, maar Hij doet niet wat van Hem gevraagd wordt. Soms zegt God al van te voren dat een gebed niet verhoord zal worden. Hij verbiedt dan zelfs het bidden ( zie Jer. 14 : 7-12 en 15: 1).

 

 

 

Gebeden in de Bijbel

 

Als je het gebed ziet als een middel om over God naar je eigen inzichten te kunnen beschikken, zal er zeker geen verhoring komen op je gebed. En bidden helpt ook niet als je het beschouwt als een middel dat ook wel eens te proberen zou zijn.

In de Bijbel staan veel gebeden. Als je die gebeden eens aandachtig leest, zijn er een paar dingen die telkens sterk opvallen. Dikwijls bidt men om vergiffenis en verlossing. In de Psalmen 25 bidt de dichter om verlossing, maar hij begint daar niet mee.

  • Allereerst spreekt hij zijn vertrouwen uit in de God tot wie hij bidt.
  • Daarna vraagt hij of hij God goed mag leren kennen.
  • Dan belijdt hij zijn schuld en bidt hij om vergeving, terwijl hij zegt er vast van overtuigd te zijn, dat God hem ook vergeven zal.
  • En pas nadat hij God om zijn trouw geprezen heeft begint de dichter van Psalm 25 te vragen om hulp.

 

Blijkbaar is er iets dat de dichter nog meer beangstigt dan de haat van zijn vijanden. Zijn eigen schuld, zijn eigen zonde benauwt hem veel meer . Zonde, dat is niet doen wat God zegt en juist wel doen wat God verbiedt.

Daarom gaat zijn gebed om vergeving van de zonde voorop. Hoewel hij er vast van overtuigd is, dat God zijn ge-bed verhoren wil, vindt hij dat kennelijk toch niet zo’n vanzelfsprekende zaak.

 

 

Bidden is bekommerd zijn om de kwaliteit van het leven.

 

Bidden is wikken en wegen. Ook overwegen en afwegen welke de juiste dosis is van de barmhartigheid en de rechtvaardigheid in de wereld en in ons eigen leven. Bidden is bekommerd zijn dat de naam van God zou gehei-ligd worden en dat zijn wil zou geschieden op de aarde als in de hemel.

Als wij niet bidden zal het verkeerd lopen met de schepping, met de wereld en met ons eigen leven. Sommige mensen hebben een zeer eenzijdige en oppervlakkige opvatting van bidden. Voor hen is bidden enkel vragen. Zij vragen dan meestal dingen in hun eigen belang en voordeel.

Tot in het bidden toe zijn ze nog met zichzelf bezig. Bidden is meeleven met God die de Schepper is en dus mee-leven met heel zijn schepping en mee bezorgd zijn opdat het goed zou zijn in de wereld.

Het gebed is er om ons los te maken van onszelf, om ons open te maken voor God en de wereld, voor Christus en de mensen. Mensen die niet bidden riskeren eng en enggeestig, klein en kleinzielig te worden. Bidden verruimt onze horizon en leert ons leven op de maat van God.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria