Tagarchief: Jezus

De duivel en Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

De Duivel

 

De duivel bestaat. Zijn actieve rol behoort niet tot het verleden en kan ook niet herleid worden tot het domein van de menselijke verbeelding. In werkelijkheid gaat de duivel vandaag onverminderd voort met het verleiden tot zonde. Om vele redenen moet de houding van de volgeling van Christus tegenover Satan er een zijn van waakzaamheid en van strijd en niet van onverschilligheid.

De huidige tijdsgeest heeft de figuur van de duivel verbannen naar de mythologie en de folklore. Baudelaire bevestigde juist dat het meesterwerk van Satan in deze moderne tijd er precies in bestaat te maken dat men niet meer in zijn bestaan gelooft. Bijgevolg is het niet gemakkelijk zich voor te stellen dat Satan toch blijk heeft gegeven van zijn bestaan toen hij gedwongen werd felle gevechten met pater Pio aan te gaan. Zulke ‘veldslagen’, die vermeld werden in de briefwisseling van de vereerde confrater met zijn geestelijke oversten, waren werkelijk echte gevechten op leven en dood.

 

 

 

Een van de eerste contacten die pater Pio had met de vorst van het kwaad gaat terug tot 1906 toen hij naar het klooster van Sant’Elia in Pianisi was teruggekeerd. Tijdens een zomernacht kon hij de slaap niet vatten door de drukkende hitte. Hij hoorde in de aangrenzende kamer voetstappen van iemand die heen en weer liep. “Die arme Anastasio kan ook niet slapen zoals ik”, dacht pater Pio. “Ik wil hem in ieder geval voorstellen dat we met elkaar wat zouden praten.”

Hij ging naar het venster en riep zijn metgezel maar zijn stem stokte in zijn keel. Op de vensterbank van van de aangrenzende kamer stond een rijzige afgrijselijke hond. Pater Pio vertelde: “Met ontzetting zag ik een grote hond langs de deur binnenkomen. Uit zijn muil kwam veel rook. Ik viel op mijn rug op het bed en hoorde hem zeggen: “Hij is het, hij is het!” Terwijl ik in die houding lag zag ik het beest een sprong maken naar de vensterbank vanwaar het zich naar het tegenoverliggende dak lanceerde om daarna te verdwijnen.

 

 

De listen van Satan om misbruik te maken van de doodkalme pater manifesteerden zich op allerlei manieren. Pater Agostino bevestigde ons dat Satan verscheen onder de meest uiteenlopende gedaanten: “onder de gedaante van naakte jonge meisjes die wellustig dansten, onder de gedaante van een gekruisigde, onder de gedaante van een jeugdige vriend van de broeders, onder de gedaante van de geestelijke vader of van pater provinciaal, van paus Pius X en van zijn engelbewaarder, van Sint-Franciscus, van de heilige Maria maar ook manifesteerde Satan zich in zijn afschuwelijke gelaatstrekken, met een leger van geesten uit de hel.

Soms was er geen enkele verschijning maar werd de arme pater geslagen tot bloedens toe, gekweld door oorverdovend lawaai, ondergespuwd, enz. Hij slaagde erin zich van deze aanvallen te bevrijden door de naam van Jezus te aanroepen.

 

 

De gevechten tussen pater Pio en Satan verbitterden vooral wanneer de pater de bezetenen van de duivel bevrijdde. Meer dan eens – zo vertelde Pater Tarcisio van Cervinara – schreeuwde de Boze alvorens het lichaam van een bezetene te verlaten: “Pater Pio, jij bezorgt ons meer last dan Sint-Michaël”. En ook: “Pater Pio, ontneem ons de zielen niet en wij zullen jou niet lastig vallen”.

 

 

 

 

Laat ons even kijken hoe pater Pio de aanvallen van Satan beschrijft in de brieven die hij naar zijn geestelijke oversten verstuurde.

 

 

 

 

Brief aan pater Agostino van 18 januari 1912:

“… Blauwbaard wil zich niet gewonnen geven. Hij heeft bijna alle mogelijke gedaanten aangenomen. Sedert verschillende dagen komt hij mij bezoeken met nog meer satellieten, gewapend met stokken en ijzeren werktuigen en wat het ergste is, onder hun eigen gedaanten. Wie weet hoeveel keer hij mij uit mijn bed geworpen heeft en mij door de kamer gesleept! Maar wacht! Jezus, moedertje Maria, het engeltje, Sint-Jozef en Sint-Franciscus zijn bijna altijd bij mij.”

 

 

Brief aan pater Agostino van 5 november 1912: 

“Dierbare vader, ook deze tweede brief van u, heeft –God zij dank – hetzelfde lot ondergaan als de vorige. Ik ben ervan overtuigd dat pater Evangelista u al op de hoogte heeft gebracht van de nieuwe fase van de oorlog die die vuile afvalligen tegen mij zijn begonnen. Omdat zij, vader, de volharding waarmee ik u hun hinderlagen rapporteer niet kunnen breken, hebben ze zich vastgeklampt aan dat andere extreem: ze zouden me in hun netten proberen te strikken door mij te beroven van de raadgevingen, die u mij geeft in uw brieven, mijn enige steun. Ter ere van God en om ze in verlegenheid te brengen zal ik dat verdragen.

Ik zeg u dan nog niet op welke manier die ellendelingen mij gaan treffen. Soms heb ik het gevoel dat ik ga sterven. Zaterdag leek het alsof ze me wilden afmaken. Ik was ten einde raad. Ik wendde me tot mijn engelbewaarder en nadat hij een tijdje op zich had laten wachten zweefde hij uiteindelijk rond mij. Met zijn engelachtige stem zong hij hymnen voor de goddelijke Majesteit. Er speelde zich dan een van die gewone scènes af: ik berispte hem streng omdat hij zolang op zich had laten wachten terwijl ik niet had opgehouden hem ter hulp te roepen.

Om hem te straffen wilde ik niet in zijn gezicht kijken. Ik wilde me verwijderen. Ik wilde hem mijden maar de arme raakte bijna huilend toch tot bij mij en vatte me bij de kraag. Ik richtte mijn blik omhoog, staarde hem in het gelaat en zag dat hij heel veel verdriet had.

 

 

Brief van 18 november 1912 aan de Eerwaarde Heer Augustin:

De vijand wil mij niet loslaten, hij belaagt mij voortdurend, hij doet alles om mij te vergiftigen  met zijn helse valstrikken. Het spijt mij enorm dat ik u deze feiten moet vertellen.Wel te verstaan, dat de duivel mij ervan wil weerhouden u van deze feiten op de hoogte te brengen, terwijl hij me voorstelt u slechts van zijn goede bezoeken te vertellen, deze die u kunnen behagen of verheffen.

De aartsbisschop, op de hoogte gebracht van deze aanvallen van onzuivere geesten, welke in uw brieven plaatsvinden, gaf mij de raad tegenover hem, uw laatste brief te openen. Welnu, terwijl wij hem openden, vonden wij de inhoud bedekt met inktvlekken. Was dat misschien op een andere manier de wraak van Blauwbaard ? Alhoewel, ik zou het niet kunnen begrijpen dat u een brief in zo een smerige staat  zou verzonden hebben, nochtans moet ik u bekennen dat ik moeite had deze brief te ontcijferen.

In het begin schenen de letters  onleesbaar, maar na dat ik op de brief een kruisbeeld had geplaatst en hem onder een sterk licht had gehouden, kwamen wij ertoe de inhoud van de brief te ontcijferen“.

 

 

Brief van 13 februari 1913 aan de E.H. Augustijn:

“ Het  is nu al 22 dagen dat “ze” me hardnekkig vervolgen. Mijn lichaam draagt de sporen van ontelbare slagen die “ze” mij hebben toegebracht. Meermaals, zijn “ze” zover gegaan, dat zij mijn hemd van mijn lichaam rukten om mij te slaan.

 

 

Brief van18 maart 1913 aan EH Benedetto:

“Deze duivels houden niet op me te slaan en mij uit mijn bed te doen vallen, ze slagen er zelfs in mijn hemd uit te trekken en mij te radbraken. Op dit ogenblik jagen ze mij geen angst meer aan. Soms, in zijn grote liefde, richt Jezus mij op en strekt mij uit in mijn bed.

 

 

Zekere dag, overschreed Satan de grens van het toelaatbare, door zich aan pater Pio voor te doen als een biechteling. Hierna volgt de getuigenis van Pater Pio: “Op een zekere morgen, wanneer ik in de biechtstoel zat, bood een heer zich aan. Hij was mager, slank, en gekleed met een zeker raffinement en hij was zeer minzaam. Hij begon met zijn zonden te biechten, zonden tegenover God, tegenover zijn evennaaste, tegenover de moraal en nog verschillende andere zonden.

Erg vreemd, maar een ding trof mij nochtans. Bij elk van zijn bekentenissen, nadat ik hem enkele terechtwijzingen had gedaan met betrekking tot zijn zonden, terechtwijzingen die ik had geformuleerd zoals het hoorde in Gods naam, naar kerkelijke traditie en naar de bevindingen van de Heiligen, nam de biechteling mijn woorden over en gebruikte hen met een buitengewone handigheid en bevoegdheid, om zich te verschonen van de zonden die hij zojuist gebiecht had.

Met een subtiele handigheid, trachtte hij telkens aan te tonen dat de immorele aktes die hij begaan had in feite natuurlijk waren, normaal en uit menselijk oogpunt begrijpelijk. Hij redeneerde op dezelfde wijze voor wat de zonden tegenover de Heer God  betrof, tegenover de H. Maagd of tegenover de Heiligen; en eveneens wat betrof de zonden met een onbeschrijfelijke morele smerigheid. Tegenover zulke bewijsvoering, naar voor gebracht om de beurt met een vriendelijkheid, handigheid en aandrang, stelde ik mij de vraag wie die man wel mocht zijn en vanwaar hij wel afkomstig was.

Ik observeerde hem met aandacht, naar enig teken van herkenning op zijn gelaat speurend, terwijl ik heel aandachtig naar hem luisterde teneinde niets van zijn argumenten te vergeten en in de mogelijkheid te zijn hen ten gepaste tijde te beredeneren. Op zeker ogenblik, ontving ik, door middel van een zeer intens innerlijk licht, de openbaring wie ik in feite voor mij had; op een autoritaire en gedecideerde toon, riep ik uit, “Leve Jezus, Leve Maria”. Nauwelijks had ik deze zoetklinkende en krachtige woorden uitgesproken, met als onmiddellijk gevolg dat de Duivel in een vuurbol verdween, een niet in te ademen stank achterlatend.

 

 

Eeerwaarde Heer Pierino, geestelijk directeur van pater Pio, bevond zich op een zekere dag nabij pater Pio, dag op dewelke Satan de pater uitdaagde, en waarvan zijn gewetensdirekteur hier getuigenis aflegt. “Op zekere morgen, nam e.h Pio de biecht af, ik kon het zien, want de gordijntjes van de biechtstoel waren niet volledig dicht geschoven. De biechtelingen wachtten hun beurt af, ze zaten op een rij aan een kant van de biechtstoel. Ik las mijn brevier en bij tussenpozen wendde ik mijn hoofd in de richting van e.h .PIO.

Een man met een imposante gestalte en een verleidelijk voorkomen kwam binnen onder de stijl van de kleine deur, rechts van het oude kleine kerkje. Hij droeg een donkere jas en een geruite broek. Zijn haren waren licht grijzend en zijn ogen levendig en duister. Ik wou verdergaan met mijn brevieren, maar een inwendige stem fluisterde mij in ,”stop en kijk”. De man ging zonder zijn beurt af te wachten enkele passen voorwaarts daarna enkele passen achteruit, hij ging voor de gordijntjes staan en terwijl de biechteling opstond om de biechtstoel te verlaten, plaatste hij zich voor de e.h. Pio, op die wijze dat hij mij het zicht op de biechtstoel ontnam.

Enkele ogenblikken later, zag ik de man verdwijnen met geopende benen, onder de planken, terwijl op de plaats waar een ogenblik geleden ik priester Pio gezien had, ik nu het gezicht van Jezus bemerkte, mooi, jong en blond, achter de rugleuning van de bank, terwijl hij toekeek hoe de man door de plankenvloer drong. Daarna zag ik e.h. Pio die uit de hoogte komend zich weerom neerzette op zijn plaats terwijl zijn persoon versmolt in deze van Jezus. Vervolgens zag ik nog enkel e.h. Pio.

Met zijn zware stem zegde hij, “Kom op kindertjes, willen jullie biechten” Niemand van de mensen die voor de biechtstoel wachtende waren, scheen iets van het voorval bemerkt te hebben, en de biechtviering verliep verder alsof er niets was gebeurd.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Bestaat Satan echt?

Standaard

categorie : religie

.

.

Problemen waar we mee te maken hebben
.
.
.

Wie is Satan? Bestaat hij echt?

.

Sommige moderne wetenschappers zeggen dat Satan niet echt bestaat. Ze beweren dat hij gewoon aan de fantasie van mensen is ontsproten. Deze controverse is niet nieuw. „De sluwste streek van de Duivel”, schreef de negentiende-eeuwse dichter Charles Baudelaire, „is dat hij ons ervan probeert te overtuigen dat hij niet bestaat.”

Bestaat Satan echt? En zo ja, wat is dan zijn oorsprong? Is hij de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren? Hoe kunnen we zijn slechte invloed vermijden? Is Satan de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren?

.

Wat de Bijbel zegt

.

De Bijbel beschrijft Satan als een bestaand persoon die zich in het onzichtbare geestenrijk bevindt ( Job 1: 6 ). Er wordt in verteld over zijn kwaadaardige en meedogenloze eigenschappen en zijn slechte daden ( Job 1: 13-19 ;  Job 2: 7 en 8 ; 2 Timotheüs 2 : 26 ). Er staan zelfs gesprekken in die Satan met God en met Jezus heeft gevoerd. (  Job 1 : 7 – 12 ; Mattheüs 4: 1 – 11 ).

Wat is de oorsprong van dit slechte wezen? Lang voordat de mens bestond, schiep God zijn ’eerstgeboren’ Zoon, die ten slotte bekend kwam te staan als Jezus ( Kolossenzen 1: 15 ). Na verloop van tijd volgde de schepping van andere „zonen Gods”, engelen genoemd ( Job 38: 4 – 7 ). Die waren allemaal volmaakt en integer. Maar een van die engelen werd later Satan.

De naam Satan kreeg hij niet toen hij werd geschapen. Het is een beschrijvende naam die  „Tegenstander, Vijand of Beschuldiger” betekent. Hij werd pas later Satan genoemd omdat hij een levenswijze koos waarmee hij tegen God in opstand kwam.

In het hart van dit geestelijke schepsel ontwikkelden zich gevoelens van trots en wedijver tegenover God. Hij wilde dat anderen hem gingen aanbidden. Toen Gods eerstgeboren Zoon, Jezus, op aarde was, probeerde Satan hem zelfs zover te krijgen dat hij „een daad van aanbidding” voor hem verrichtte ( Mattheüs 4: 9 ).

Satan „stond niet vast in de waarheid” ( Johannes 8: 44 ). Hij suggereerde dat God een leugenaar was, terwijl hij in feite zelf de leugenaar was. Hij zei tegen Eva dat ze als God kon zijn, terwijl hij zelf als God wilde zijn. En door zijn leugenachtige gedrag verwezenlijkte hij zijn zelfzuchtige verlangen. Voor Eva werd hij iemand die hoger was dan God. Door Satan te gehoorzamen, aanvaardde Eva Satan als haar god ( Genesis 3: 1 – 7 ).

Door tot opstand aan te zetten maakte deze engel, in wie ooit vertrouwen werd gesteld, zichzelf tot een tegenstander en vijand van God en de mens. Ook de naam „Duivel”, die „Lasteraar” betekent, werd aan de beschrijving van dit goddeloze wezen toegevoegd.

Deze aanstichter van de zonde beïnvloedde ten slotte andere engelen op zo’n manier dat ze God ongehoorzaam werden en zich bij hem aansloten in zijn opstand ( Genesis 6: 1 en 2 ; 1 Petrus 3: 19 en 20 ). Die engelen maakten de situatie van de mensheid er niet beter op. Omdat ze Satans zelfzuchtige gedrag navolgden, werd de aarde „met geweldpleging vervuld” ( Genesis 6: 11 ; Mattheüs 12 : 24 ).

.

.

Satan in de sport

Pasteltekening van John Astria

.

Hoe krachtig is Satans invloed?

.

Een misdadiger zal op de plaats van een misdrijf misschien zijn vingerafdrukken verwijderen in een poging geen sporen van zijn identiteit achter te laten. Maar als de politie arriveert, weten ze dat als er een misdaad is gepleegd, er ook een misdadiger moet zijn. Satan, de oorspronkelijke „doodslager”, probeert te voorkomen dat hij sporen van zijn identiteit achterlaat ( Johannes 8: 44 ; Hebreeën 2: 14 ).

Toen hij met Eva sprak, verborg hij zijn identiteit achter een slang. In deze tijd probeert hij zich nog steeds te verbergen. Hij heeft ’de geest van de ongelovigen verblind’, zodat de reikwijdte van zijn krachtige invloed wordt verhuld ( 2 Korintiërs 4: 4 ).

Maar Jezus zei dat Satan het criminele meesterbrein is achter de corrupte wereld waarin we leven. Hij noemde hem „de heerser van deze wereld” ( Johannes 12: 31 en 16: 11 ). „De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze”, schreef de apostel Johannes ( 1 Johannes 5: 19 ).

Satan ’misleidt de gehele bewoonde aarde’ en maakt daarbij een doeltreffend gebruik van „de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft” ( 1 Johannes 2: 16 ; Openbaring 12: 9 ). Hij is degene die door de mensheid in het algemeen wordt gehoorzaamd.

Net als Eva maken degenen die Satan gehoorzamen, hem eigenlijk tot hun god. Daarom is Satan „de god van dit samenstel van dingen” ( 2 Korintiërs 4: 4 ). De gevolgen van zijn overheersing omvatten huichelarij en leugens; oorlog, marteling en vernieling; misdaad, hebzucht en corruptie.

.

.

Satan, de tegenstrever

Pasteltekening van John Astria

.

Hoe we zijn invloed kunnen vermijden

.

De Bijbel waarschuwt: „Houdt uw zinnen bij elkaar, weest waakzaam, omdat ’uw tegenstander, de Duivel, rondgaat als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden ” ( 1 Petrus 5: 8 ). Hoewel dit een ernstig stemmende Schriftplaats is, is het geruststellend te weten dat alleen degenen die niet hun zinnen bij elkaar houden — zij die niet waakzaam blijven — „door Satan zullen worden overmeesterd” ( 2 Korintiërs 2 : 11 ).

Het is van levensbelang dat we erkennen dat Satan echt bestaat en dat we ons door God ’standvastig en sterk laten maken’. Op die manier kunnen we ons standpunt tegen Satan innemen en ons aan Gods kant opstellen ( 1 Petrus 5: 9 en 10 ).

.

.

.

.

Waarom laat God de duivel mensen kwellen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Als u het lijden van een ander kon verlichten, dan zou u dat vast doen. Reddingswerkers haasten zich vaak naar de plaats van een natuurramp om lijden te verlichten en het leven van volslagen onbekenden te redden. Iemand zou zich daarom kunnen afvragen: waarom bevrijdt God ons eigenlijk niet van de Duivel, die verantwoordelijk is voor onnoemelijk veel menselijk leed?

Die vraag zou beantwoord kunnen worden aan de hand van een illustratie over een belangrijke rechtszaak. De moordenaar, die wanhopig probeert het proces stil te leggen, beweert dat de rechter zijn gezag in de rechtbank op een oneerlijke manier uitoefent. Hij zegt zelfs dat de rechter getuigen heeft omgekocht. Daarom worden er talloze extra getuigen aan het woord gelaten.

De rechter weet dat de uitgebreide procedures veel moeite gaan kosten en hij wil graag dat de zaak zonder onnodig uitstel afgehandeld wordt. Tegelijkertijd beseft hij dat als hij tot een oordeel wil komen dat een precedent schept voor mogelijke toekomstige zaken, beide partijen voldoende tijd moeten krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Om tot een oordeel te komen dat een moreel precedent schept, moeten beide partijen voldoende tijd krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Wat heeft deze illustratie te maken met een beschuldiging die de Duivel, ook „draak”, „slang” en „Satan” genoemd, inbracht tegen God, ’de Allerhoogste over heel de aarde’? (Openbaring 12:9 ; Psalm 83:18) Wie is de Duivel eigenlijk? Waarvan heeft hij God beschuldigd? En wanneer zal God zich van hem ontdoen?

 

 

De Alfa en de Omega : strijd met de duivel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Er wordt een moreel precedent geschapen

 

Oorspronkelijk was degene die de Duivel werd een volmaakt geestelijk schepsel, een van Gods engelen (Job 1:6, 7). Hij maakte zichzelf tot de Duivel toen hij geobsedeerd raakte door een egoïstisch verlangen naar aanbidding door mensen. Daarom trok hij Gods recht om te regeren in twijfel en insinueerde hij zelfs dat God het niet verdient gehoorzaamd te worden. Hij beweerde dat mensen God alleen dienen wanneer ze met zegeningen omgekocht worden. Volgens Satan zouden alle mensen hun Schepper „vervloeken” als ze te maken kregen met moeilijkheden (Job 1:8-11; 2:4, 5).

Om die beschuldigingen van Satan te weerleggen, was een simpel machtsvertoon niet voldoende. Als Satan meteen was terechtgesteld, zou dat voor sommigen misschien zelfs een aanwijzing zijn geweest dat hij gelijk had. Daarom ondernam God, die absolute autoriteit bezit, gerechtelijke stappen om die kwesties in de geest van alle toeschouwers op te lossen.

God gaf aan dat er, in overeenstemming met zijn beginselen en met volmaakte gerechtigheid, door beide partijen getuigen zouden worden opgeroepen om een ondersteunende verklaring af te leggen van hun kant van de controverse. In de toegestane tijd hebben Adams nakomelingen de gelegenheid gekregen te leven en bij te dragen aan dit getuigenis ten gunste van God door hem uit liefde trouw te blijven ondanks moeilijkheden.

 

 

 

Hoe lang duurt het nog?

 

God is zich er sterk van bewust dat het lijden van mensen voortduurt terwijl deze gerechtelijke stappen plaatsvinden. Maar hij is vastbesloten de zaak zo snel mogelijk af te handelen. De Bijbel beschrijft hem als „de Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting” (2 Korinthiërs 1:3).

Het is duidelijk dat „de God van alle vertroosting” de Duivel niet langer zal laten leven dan nodig is, en ook niet zal toelaten dat de gevolgen van zijn invloed blijven bestaan. Aan de andere kant zal Hij de Duivel niet vroegtijdig vernietigen, dus niet voordat de universele rechtszaak volledig ten einde is.

Wanneer de kwesties ten slotte opgelost zijn, zal Gods recht om te regeren volledig gerechtvaardigd zijn. Het rechtsgeding tegen Satan zal tot in alle eeuwigheid als toetssteen dienen. Als iemand dat recht om te regeren ooit weer zou aanvechten, kan er naar Satans voorbeeld verwezen worden als een precedent dat niet herhaald hoeft te worden.

Te zijner tijd zal God zijn Zoon Jezus opdracht geven de Duivel te verwijderen en alles wat hij veroorzaakt heeft ongedaan te maken. De Bijbel heeft het over een tijd waarin Jezus „het koninkrijk aan zijn God en Vader overdraagt, wanneer hij alle regering en alle autoriteit en kracht heeft tenietgedaan. Want hij moet als koning regeren totdat God alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan” (1 Korinthiërs 15:24-26).

Gelukkig belooft de Bijbel dat er wereldwijd paradijselijke omstandigheden zullen zijn. In overeenstemming met Gods oorspronkelijke bedoeling zullen mensen in een vredig paradijs leven! Psalm 37:11 zegt: „De zachtmoedigen  zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” En in vers 29 staat: „De rechtvaardigen, die zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.”

Sta eens stil bij het prachtige vooruitzicht dat de Bijbel schetst voor Gods aanbidders: „Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:3, 4).

 

 

 

 

 

 

Het Eucharistisch Wonder in Buenos Aires te Argentinië

Standaard

categorie : religie

 

 

Recente eucharistische wonderen die zijn onderworpen aan analyses van de moderne techniek, brengen een licht in de zaak dat de gegevens vanuit het geloof bevestigt en de wetenschap eraan herinnert dat zij niet van de gehele werkelijkheid rekenschap kan afleggen. Deze wonderen dragen een bewijs aan van de werkelijke objectieve aanwezigheid van het Lichaam en van het Bloed van de Heer in de Heilige Eucharistie.

 

 

Paus Franciscus, encycliek Lumen fidei, 29 juni 2013, 2-3.

«In de moderne tijd heeft men gedacht dat een dergelijk licht voldoende kon zijn voor de oude samenlevingen, maar van geen nut was voor de moderne tijden, voor de mens die volwassen was geworden, trots op zijn rede, ernaar verlangend op een nieuwe wijze de toekomst te verkennen. In deze zin verscheen het licht als een bedrieglijk licht, dat de mens ervan weerhield zich stoutmoedig op het gebied van het weten te bewegen. Het geloof werd dan verstaan als een sprong in de leegte, die wij doen uit gebrek aan licht, gedreven door een blind gevoel; of als een subjectief licht, dat misschien in staat is ons hart te verwarmen, persoonlijke troost te verschaffen, maar dat aan anderen niet kan worden voorgehouden als een objectief en gemeenschappelijk licht om de weg de verlichten» 

 

 

Een bloederige substantie

 

 

Legandro Pezet met aartsbisschop Bergoglio, de huidige paus Franciscus

 

 

……..hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.

 

Op 18 augustus 1996 viert eerwaarde Alejandro Pezet de Mis in de kerk van het winkelcentrum van de stad Buenos Aires, in Argentinië. Hij heeft zojuist de heilige Communie uitgereikt wanneer een vrouw hem komt zeggen dat ze een hostie heeft gezien waarvan iemand achter in de kerk zich heeft willen ontdoen. Wanneer hij naar de aangegeven plaats gaat, ziet de priester de besmeurde hostie; hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.

Op maandag 26 augustus doet hij het tabernakel open en ziet tot zijn stomme verbazing dat de hostie een bloederige substantie is geworden. Hij brengt Mgr. Jorge Bergoglio, hulpbisschop van Kardinaal Quarracino en toekomstige Paus, hiervan op de hoogte, waarop deze instructies geeft om de aldus getransformeerde hostie te laten fotograferen door een beroepsman. De foto’s die op 6 september zijn genomen tonen duidelijk aan dat de hostie die in een stukje bloederig vlees is veranderd, aanzienlijk in omvang is toegenomen. Gedurende drie jaar wordt ze bewaard in het het tabernakel en wordt de hele zaak geheim gehouden; maar wanneer hij vaststelt dat de hostie geen enkele waarneembare vorm van ontbinding heeft ondergaan besluit Mgr. Bergoglio haar wetenschappelijk te laten analyseren.

Vanaf oktober 1999 worden er analyses uitgevoerd op monsters van de hostie. Die voeren tot de verklaring die in 2005 is afgelegd door dokter Federico Zugibe, deskundige op het gebied van de cardiologie en gerechts-geneeskundig expert:

«De geanalyseerde materie is een fragment van de hartspier die zich in de wand van de linker hartkamer, dichtbij de hartkleppen bevindt. Deze spier is verantwoordelijk voor de samentrekking van het hart. De linker hartkamer functioneert als een pomp die bloed doorstroomt door het hele lichaam. De hartspier is in een staat van ontsteking en bevat een groot aantal witte bloedlichaampjes. Dat geeft aan dat het hart leefde op het moment dat het monster werd genomen. Ik verklaar dat het hart leefde, gegeven het feit dat witte bloedlichaampjes buiten een levend organisme afsterven; ze hebben behoefte aan een levend organisme om in stand te kunnen blijven. Hun aanwezigheid geeft dus aan dat het hart leefde toen het monster werd genomen. Bovendien waren de witte bloedlichaampjes in de weefsels opgenomen, hetgeen aangeeft dat het hart aan intensieve stress onderhevig was geweest, alsof zijn eigenaar harde klappen had gekregen ter hoogte van de borst.»

 

Twee Australiërs, de journalist Mike Willesee en de jurist Ron Tesoriero, zijn de getuigen geweest van deze testen. Na de conclusie van de arts, deelt men hem mede dat de substantie waaruit het monster afkomstig was dateerde van 1996, Dokter Zugibe vraagt:

«U moet me een ding uitleggen: als dat monster afkomstig is van een dode persoon, hoe kan het dan dat, toen ik het onderzocht, de cellen van het monster nog in beweging waren en kloppingen liet zien? Als dat hart afkomstig is van iemand die in 1996 is gestorven, hoe kan het dan nog steeds in leven zijn?»  

 

Pas dan legt Mike Willesee dokter Zugibe uit dat het monster afkomstig is van een geconsacreerde hostie die op mysterieuze wijze veranderd is in bloederig menselijk vlees. Stomverbaasd als hij dat hoort, antwoordt de dokter:

«Hoe en waarom kan een geconsacreerde hostie van karakter veranderen en levend menselijk vlees en bloed worden? Dat zal een onverklaarbaar mysterie blijven voor de wetenschap, een mysterie dat volledig mijn competentie overstijgt.»

 

 

Moeilijkheden met geloven

 

In Lanciano, in de regio van de Abruzzi (Italië), vond rond 750 een soortgelijk wonderlijk feit plaats. Een Brasiliaanse monnik ondervond moeilijkheden bij het geloven in de werkelijke tegenwoordigheid van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus in de Eucharistie. Hij bad voortdurend om verlichting van zijn zeer pijnlijke onzekerheden. Op een ochtend, nog altijd gekweld door zijn twijfels, begon hij de viering van de Mis voor de bewoners van een naburig dorp. Plotseling, na de consecratie van het brood en de wijn, bracht hetgeen hij op het altaar zag zijn handen aan het trillen en een ogenblik lang, dat de parochianen een eeuwigheid toescheen, stond hij perplex. Vervolgens keerde hij zich zachtjes naar hen toe en zei:

«Oh, gelukkige getuigen aan wie de gezegende God, om mijn ongeloof tegen te spreken, zich Zelf heeft willen openbaren in dit gezegende Sacrament en zich voor onze ogen zichtbaar heeft willen maken, komt onze God die ons zo nabij is zien: dit is het Vlees en het Bloed van onze Beminde Christus.»

 

De hostie was vlees en de wijn bloed geworden! Dezelfde dag ging het gerucht door het hele dorp zoals een brand een woud in vuur en vlam zet en bereikte even zo snel de naburige dorpen en verspreidde zich tot in Rome. Dit mirakel blijft tot op de dag van vandaag zichtbaar voor ons: de vlees geworden hostie en de bloed geworden wijn zijn na meer dan twaalf eeuwen nog volledig intact.

In 1970 vroegen de aartsbisschop van Lanciano en provinciaal van de Conventuelen, met toestemming van Rome, aan professor Edoardo Linoli, directeur van het ziekenhuis van Arezzo, een grondig wetenschappelijk onderzoek uit te voeren op de resten van het twaalf eeuwen tevoren gebeurde wonder. Op 4 maart 1971 presenteerde de professor zijn conclusies:

  • 1. Het “wonderbaarlijke vlees” is vlees dat bestaat uit het dwarsgestreept spierweefsel van de myocard (hart).
  • 2. Het “wonderbaarlijk bloed” is echt bloed: de chromotografische analyse levert hiervan het onbetwistbaar bewijs.
  • 3. Het vlees en het bloed zijn van menselijke natuur en het immunologisch bewijs stelt dat ze behoren tot bloedgroep AB, dezelfde als die van de man van de lijkwade van Turijn, en kenmerkend voor de bevolkingen van het Midden-Oosten.
  • 4. De eiwitten in het bloed zijn procentueel identiek verdeeld zoals de eiwitten in het serum van vers normaal bloed.
  • 5. Geen enkel histologisch onderzoek heeft de aanwezigheid van sporen van zoutinfiltraties of van stoffen die vroeger voor mummificatie gebruikt werden aangetoond. Ook moet worden opgemerkt dat, wanneer het eucharistisch bloed van Lanciano (dat gewoonlijk is gestold) eenmaal vloeibaar is, het al zijn chemische en fysische eigenschappen behoudt zonder dat het enige schade ondervindt in welke vorm ook. Terwijl normaal gesproken vijftien minuten na het afnemen van gewoon menselijk bloed alle biologische activiteit onherstelbaar verloren gaat.

 

Het medisch rapport dat werd gepubliceerd in de “Cahiers Sclavo” (fasc. 3, 1971) wekte grote belangstelling in wetenschappelijke kring. In 1973 benoemde de Hoge Raad van de Wereld Gezondheidsorganisatie een wetenschappelijke commissie om de conclusies van professor Linoli te verifiëren. Er werd 15 maanden aan gewerkt en er werden 500 onderzoeken verricht. De commissie verklaarde dat het ging om een levend weefsel dat beantwoordde aan alle klinische reacties van levende wezens. Sinds de VIIIe eeuw, verkeren het vlees en het bloed van Lanciano in dezelfde staat als van vlees en bloed dat dezelfde dag van een levend wezen zou zijn verwijderd.

De synthese van de werken van de commissie die in december 1976 in New York en in Genève werd gepubliceerd, erkent dat de wetenschap, bewust van haar beperkingen, zich geplaatst ziet tegenover de onmogelijkheid een verklaring te leveren. Andere experts gingen over tot vergelijking van de rapporten die zijn opgesteld naar aanleiding van het mirakel van Buenos Aires met de voor het mirakel van Lanciano uitgewerkte rapporten. Deze wetenschappers die de oorsprong van de monsters niet kenden concludeerden dat het in beide rapporten van de laboratoria ging om monsters die, naar het scheen, afkomstig waren van dezelfde persoon.

 

 

mirakel van de Heilige Hostie te Lanciano

 

 

Lanciano eucharistic miracle

 

 

 

Op zoek naar een groot licht

 

In de encycliek Lumen fidei schrijft Paus Franciscus:

«Langzamerhand heeft men echter gezien dat het licht van de autonome rede niet erin slaagt de toekomst voldoende te verlichten; uiteindelijk blijft zij in haar duisternis steken en laat de mens achter in de angst voor het onbekende. En zo heeft de mens afgezien van het zoeken naar een groot licht, een grote waarheid om zich tevreden te stellen met de kleine lichten die het korte ogenblik verlichten, maar niet in staat zijn de weg te openen. Wanneer het licht ontbreekt, wordt alles verward, is het onmogelijk goed van kwaad te onderscheiden, de weg die naar het doel leidt te onderscheiden, van die welke ons in steeds dezelfde kringen, zonder richting doet gaan» 

 

Om dit euvel te vermijden hebben we geloof nodig, zo verklaart de paus :

«Het is daarom dringend noodzakelijk de aard van het licht dat eigen is aan het geloof, opnieuw te ontdekken, omdat ook alle andere lichten uiteindelijk hun kracht verliezen, wanneer de vlam hiervan dooft. Het licht van het geloof heeft immers een bijzonder karakter, omdat het in staat is heel het bestaan van de mens te verlichten. Om zo krachtig te zijn kan een licht niet van onszelf uitgaan, moet het komen van een oorspronkelijkere bron, moet het tenslotte komen van God. Het geloof ontstaat bij de ontmoeting met de levende God, die ons roept en ons zijn liefde openbaart, een liefde die ons voorafgaat en waarop wij kunnen steunen om een houvast te hebben en ons leven op te bouwen. Door deze liefde veranderd, krijgen wij nieuwe ogen, ervaren wij dat daarin een grote belofte van volheid gelegen is en voor ons de blik op de toekomst opengaat. Het geloof, dat wij van God ontvangen als bovennatuurlijke gaven, verschijnt als een licht voor de weg, een licht dat onze gang in de tijd richting geeft». 

 

 

Een nieuw bewijs

 

Als bevestiging van het geloof in de Kerk, heeft de Heer aan de wereld in 2008 een nieuw bewijs willen geven van zijn liefde door een ander eucharistisch mirakel dat geheel gelijksoortige kenmerken vertoont als die van het mirakel van Buenos Aires. Op 12 oktober van dat jaar viert eerwaarde Jacek Ingielewicz de Mis in de kerk H. Antonius van Padua in Sokólka (Polen), in aanwezigheid van tweehonderd personen. Tijdens het uitdelen van de Communie valt een hostie op de grond. Eerwaarde Jacek raapt hem op en stopt hem in een klein zilveren liturgisch potje dat hij vult met water om de hostie op te lossen, stopt vervolgens het geheel in een kluis in de sacristie.

Wanneer een hostie daarna geheel is opgelost is het lichaam van Christus inderdaad niet meer tegenwoordig. Op de hoogte gebracht door eerwaarde Jacek, laat eerwaarde Stanislaw Gniedziejko, pastoor van de parochie, het potje twee weken in de kluis staan. Dan stelt hij vast dat de hostie niet alleen niet is opgelost in het water, maar dat een vorm aan het licht is gekomen die doet denken aan een bloedvlek. De pastoor Stanislaw zou later verklaren:

«Diep onder de indruk, wist ik niet wat ervan te denken, mijn handen trilden toen ik de kluis weer op slot deed: ik kon nauwelijks spreken.»

 

Hij besluit zich tot de aartsbisschop van Bialystok, naburige stad, Mgr. Edward Ozorowski, te wenden. Wanneer deze naar Sokólka komt laat men hem de hostie zien die op een corporale is gelegd. Daar ziet hij behalve een bloedvlek iets wat lijkt op een organische substantie. Het lijkt, zo merkt eerwaarde Jacek op, op de natuur van weefsels. Op 5 januari 2009 vraagt de bisschop aan twee professoren in de geneeskunde aan de Universiteit van Bialystok, Maria Elizabeth Sobianiec-Lotowska en Stanislaw Sulkowski, een analyse uit te voeren op een deeltje van de hostie. Beiden hebben meer dan dertig jaar gewerkt op het gebied van de histopathologie van de Universiteit.

Toen de monsters waren genomen was het intact gebleven deel van de hostie vast blijven zitten aan het weefsel dat geanalyseerd werd, zonder dat die iets minder wit was geworden. Beide specialisten kwamen, na gescheiden hun werk te hebben gedaan, tot dezelfde conclusie: hetgeen hun was overhandigd is afkomstig van het weefsel van een nog in leven, maar wel stervend zijnde menselijke hartspier. Professor Sulkowski verklaart de aanwezigheid te hebben waargenomen van:

«talloze typische biomorfologische indicatoren van weefsel van de hartspier, evenals van zichtbare schade in de vorm van geringe vezelbreuken in het weefsel. Deze schade kan slechts worden waargenomen in levende vezels en zijn de tekenen van snelle spasmes van de hartspier in de periode die voorafgaat aan de dood.»

 

Professor Sobianiec-Lotowska bevestigt dit:

«Het betreft weefsel van de in leven zijnde hartspier.»

 

Wanneer ze hierbij stilstaat, geeft ze blijk van haar stomme verbazing over het feit dat een weefsel in leven is gebleven nadat het uit het organisme waarvan het integraal deel uitmaakte is verwijderd:

«Dat is een «ongelooflijk fenomeen! Gedurende lange tijd was de hostie in water ondergedompeld, vervolgens op de corporale gelegd; het weefsel zou dus het proces van “verstikking” hebben moeten ondergaan, maar dat hebben we bij onze testen niet waargenomen. De huidige kennis op het gebied van de biologie stelt ons niet in staat dit fenomeen wetenschappelijk te verklaren. Dit buitengewone fenomeen van onderlinge absorptie van het hartspierweefsel en de hostie dat met de microscoop en eveneens via elektronische transmissie is waargenomen, bewijst dat geen enkele menselijke interventie op het monster heeft kunnen plaatsvinden».

 

De structuur van het hartspierweefsel en die van brood zijn in het onderhavige geval inderdaad zo nauw verwant dat het onaannemelijk is dat een menselijke interventie dit zou kunnen verwezenlijken (cf. verklaring van professor Sobianiec-Lotowska in het rapport «Het Eucharistisch Mirakel van Sokólka», Lux Veritatis, 2010). Anderzijds heeft het bloed van de hostie dezelfde kenmerken als dat van de lijkwade van Turijn en van het mirakel van Lanciano (groep AB).

 

 

Mirakel van de Heilige Hostie te Sokolka

 

 

miracle of sokolka

 

 

 

De devotie neemt toe

 

Nadat hij de resultaten van de testen heeft gekregen, informeert de aartsbisschop de apostolisch nuntius in Warschau die het dossier doorgeeft aan Rome ter bestudering. In september 2009 begint het publiek dat kennis heeft genomen van het rapport van de twee deskundigen, uit heel Polen, maar ook uit Wit-Rusland en Litouwen naar Sokólka te komen. In Sokólka zelf stelt men onmiddellijk een toename van de devotie voor het Allerheiligste vast. De mensen komen in de kerk bidden voor de gebroken families, de kinderen die het geloof verlaten, ter verkrijging van genezingen.

Na officieel te hebben verklaard dat het zichtbare weefsel op de hostie echt wonderbaarlijk is, stopt Mgr. Ozorowski dit in een monstrans die wordt uitgestald ter aanbidding door gelovigen in een kapel van de Sint Antonius kerk. Ten aanzien van de Eucharistie vraagt de Kerk om de eredienst van de latria, dat wil zeggen de aanbidding die aan God alleen is voorbehouden, hetzij tijdens de viering van de Eucharistie, hetzij daarbuiten:

«Het is, zo schreef H. Johannes Paulus II, in het bijzonder nodig, zowel tijdens de viering van de Mis als bij de verering van de Eucharistie buiten de Mis, het besef te verlevendigen van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus» (Apostolische Brief Mane nobiscum Domine, 7 oct. 2004, 18).

 

«Zoals de vrouw die Jezus zalfde in Bethanië, heeft de Kerk hiervoor geen ‘verspilling’ van haar beste zaken geschuwd om uitdrukking te geven aan haar verwondering en aanbidding tegenover het onmetelijk geschenk van de Eucharistie. Niet minder dan de eerste leerlingen die belast waren met het gereed maken van de «bovenzaal» voelde zij zich gedreven om door de eeuwen heen een in haar ontmoeting met verschillende culturen, de Eucharistie te vieren in kader dat een zo groot geheim waardig was… Ofschoon het idee van een «feestmaal» vanzelf vertrouwelijkheid suggereert, heeft de Kerk nooit toegegeven aan de verleiding om deze «intimiteit» met haar Bruidegom te banaliseren door te vergeten dat Hij ook haar Heer is en dat het «feestmaal» altijd een offer blijft dat getekend is door het bloed dat op Golgotha werd vergoten» (Encycliek Ecclesia de Eucharistia, Witte Donderdag 2003, 48).

 

«De Eucharistie stelt inderdaad tegenwoordig en actualiseert het offer dat Christus eens en voor altijd op het kruis gebracht heeft aan de Vader ten bate van de mensheid. Het kruisoffer en het offer van de Eucharistie zijn één en hetzelfde offer. Een en dezelfde zijn het slachtoffer en de offeraar: wat alleen verschilt is de wijze van geofferd worden: bloedig op het kruis, onbloedig in de Eucharistie. Daar uit het Misoffer alle genaden voortvloeien die nodig zijn voor ons heil, verplicht de Kerk de gelovigen ertoe aan de Heilige Mis deel te nemen op iedere zondag en op voorgeschreven feestdagen, terwijl zij hen aanbeveelt ook op andere dagen eraan deel te nemen.» (Compendium van CKK,280).

 

H.Johannes Paulus II eens tegen jongeren gezegd die hem ondervroegen naar aanleiding van de grote ingetogenheid waarmee hij de mis vierde (18 oktober 1981). Heilige Padre Pio geeft er ons een mooi voorbeeld van:

«Wanneer Padre Pio de Mis vierde, wekte hij de indruk zo intiem, zo intens en zo volledig verbonden te zijn met Hem die zich aan de Hemelse Vader aanbood, als slachtoffer ter boetedoening voor de zonden der mensen. Zodra hij aan de voet van het altaar stond onderging het gezicht van de celebrant een gedaanteverwisseling. Padre Pio bezat de gave anderen aan het bidden te zetten. Men beleefde de Mis» (Fr. Narsi Decoste, Le Padre Pio).

 

De vrucht van het geactualiseerde Offer op het altaar is de communio met het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, voorproef van de eeuwige communio in de Hemel. Een zo grote gave kan slechts ontvangen worden door hem die:

«ten volle ingelijfd is in de katholieke Kerk en in staat van genade, dat wil zeggen zonder zich van een doodzonde bewust te zijn. Hij die er zich van bewust is een zware zonde te hebben begaan, moet het Sacrament van de Verzoening ontvangen alvorens tot de communie te naderen. Van belang zijn ook de geest van inkeer en gebed, het onderhouden van het door de Kerk voorgeschreven vasten, en de lichaamshouding (gebaren, kleding), ten teken van eerbied voor Christus» (Compendium,291).

 

«De heilige Communie doet onze vereniging met Christus en zijn Kerk groeien. Zij sterkt ons voor de pelgrimstocht van dit leven en doet ons verlangen naar het eeuwig leven, doordat zij ons nu al verenigt met Christus, opgestegen naar de rechterhand van de Vader, met de hemelse Kerk, met de heilige Maagd en met alle heiligen» (ibid., 292 en 294).

 

 

De hoogste verwerkelijking

 

De eucharistische wonderen zijn niet te ontkennen feiten; zij stellen ons voor de grote Werkelijkheid: God bestaat, Hij is vlees geworden, Hij is tegenwoordig en treedt actief op in onze geschiedenis, Hij heeft zich blootgesteld aan lijden en dood, om de dood teniet te doen en ons het Leven te geven! Het geluk dat wij allen zoeken hangt af van onze liefdesbetrekking met Hem alleen! In de encycliek Fides et ratio, schreef heilige Johannes Paulus II:

«Verschillende filosofische systemen hebben de mens er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn absoluut eigen heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen, wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten vertrouwt. Dat zal nooit de grootheid van de mens kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal alleen de beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven wonen. Pas binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn vrijheid zich in de volle zin ontplooit en dat hij geroepen is tot liefde en kennis. Daarin ligt zijn hoogste zelfverwerkelijking »

Laten we uit de Eucharistie de kracht putten die we nodig hebben om Jezus te volgen op de weg van het eeuwig leven!

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Evolutie of schepping?

Standaard

categorie : religie

.

.

Evolutie

.

Evolutie is de overtuiging dat al het leven op aarde van een enkele voorouder afstamt, een eenvoudige levende cel.  Evolutionisten zijn de mensen die dit geloof aanhangen. Veel evolutionisten geloven dat het eerste leven vanzelf uit niet levende materie is ontstaan. Daarbij wordt vaak ook nog geloofd in een spontaan ontstaan van alle materie door ‘de oerknal’; een expansie van tijd en ruimte vanuit een ondeelbaar klein ruimte-tijdgebied, de “Big Bang” genoemd.

.

.

.

.

Veel mensen gaan er vanuit dat de variatie die we nu binnen de soorten zien (zoals de verschillende soorten schildpadden, honden, paarden, kippen, rozen en orchideeën) omgezet  kan worden naar het verleden. Dat zou betekenen dat de verandering die we nu zien zo ver kan worden doorgetrokken, dat elk levend wezen in de geschiedenis van de aarde afstamt van het ‘eerste’ eencellige leven, dat op zich weer vanzelf ontstaan is uit levenloze materie. Hiervoor zijn honderden miljoenen jaren veronderstelt men.

Voor het ontstaan van die eerste cel heeft echter nog niemand een algemeen aanvaarde wetenschappelijke verklaring kunnen geven. De miljoenen tot miljarden jaren lijken op zich bewezen, gezien het feit dat het radioactief verval van bepaalde elementen heel veel tijd kost en het licht van sterren er heel lang over gedaan moet hebben om hier te komen.

Maar daarbij gaat men er vanuit dat deze processen in het verleden altijd even snel gegaan zijn als nu. Gaan we uit van een schepping, dan is het heel aannemelijk dat allerlei processen in het prille begin veel ‘soepeler’ verliepen dan nu. Zo kan via verschillende wetenschappelijke modellen aangetoond worden dat het licht van de sterren bijna direct op aarde belandde, zonder een verhoging van de lichtsnelheid.

Uiteindelijk kunnen alle dingen,volgens de Bijbel, die we nu op aarde zien in een geschiedenis van zes- tot achtduizend jaar ontstaan zijn. De schepping heeft volgens de Bijbel dus geen miljoenen jaren geleden plaatsgevonden, maar slechts tussen de 6000 en 8000 jaar geleden.

.

Schepping

.

Want sinds de schepping van de wereld zijn de onzichtbare dingen van God, Zijn eeuwige kracht en Zijn goddelijkheid, duidelijk zichtbaar, ze worden begrepen door de dingen die gemaakt zijn, zodat zij (mensen) geen excuus hebben.”
(Romeinen 1:20)

.

Deze tekst komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Paulus zegt dat er geen excuus is voor mensen om niet in God te geloven. Hij heeft alles geschapen en alles is duidelijk zichtbaar. Maar waarom zien zo veel mensen dat niet zo? Zou het iets te maken kunnen hebben met wat men wil geloven?

God heeft in het begin de aarde en alle basissoorten van levende wezens gemaakt. We zien een grote rijkdom aan variatie, wat wijst op een zeer ingenieus ontwerp. We zien uitwisseling van genetisch materiaal, maar aan het oorspronkelijke bouwplan verandert niets. Niemand heeft ooit waargenomen hoe de huidige families ontstaan zijn uit eerdere vormen.

Natuurlijk moet ook gezegd worden dat niemand heeft gezien hoe God de dieren maakte, maar het geloof dat Hij het heeft gedaan is minder problematisch dan geloven in een spontaan ontstaan en ontwikkelen van al het leven uit dode materie.

.

.

.

.

.Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen, En zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping“. 2 Petrus 3:3-7

.

Volgens Petrus laat zien dat mensen de neiging hebben om het bestaan van God weg te redeneren, door angst of teleurstelling (“God laat zich toch niet zien”).  Maar God wordt in de Bijbel niet als gevaarlijk beschreven. Hij is altijd bereid om te vergeven en heeft het beste met ons voor. Alleen mensen die bewust  tegen Hem blijven zondigen, lopen gevaar om veroordeeld te worden. “Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad” (1 Johannes 1:9).

.

Bewijs?

.

Een overtuigend bewijs kan geleverd worden door het aanvoeren van vele bewijsstukken en een persoonlijke overtuiging kan gevormd worden door intensief onderzoek. We kunnen aan de hand van de feiten uit het verleden een logische conclusie trekken over de dingen die we niet kunnen waarnemen, het bovennatuurlijke, en de dingen die we met het oog kunnen zien. Dit is anders dan in ‘de wetenschap’, waarbij een groot aantal mensen tot een overeenstemming komen.

.

Hier volgen een aantal punten die de Bijbel een hoge mate van betrouwbaarheid geven:

.

  • De scheppingsgeschiedenis in de Bijbel lezen is logisch en realistisch. Het begint met de schepping van tijd, ruimte en materie. Als er iemand is die alles gemaakt heeft, moet hij zelf niet aan tijd of ruimte gebonden zijn. En zo wordt God ook in de Bijbel beschreven.
  • De schepping zit niet alleen heel knap in elkaar, maar heeft ook een heel specifieke complexiteit. De schepping bestaat uit allemaal systemen die zo met elkaar verweven zijn dat ze eigenlijk alleen maar het resultaat van bewust ontwerp kunnen zijn. Dit spreekt in het voordeel van de Bijbel, waarin beschreven wordt hoe God alles met een eigen aard en functie gemaakt heeft.
  • De aardlagen kunnen het best verklaard worden door één grote (de zondvloed) en een aantal kleinere rampen (aardbevingen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen), precies zoals de Bijbel ons laat zien. Enorme geulen, zoals de Grand Canyon, ontstaan in korte tijd, niet gedurende miljoenen jaren. Dit is in overeenstemming met een jonge aarde, die minstens één grote overstroming heeft meegemaakt (de zondvloed).
  • Het heelal vertoont duidelijke tekenen van recente schepping. Kometen die maar 10.000 jaar kunnen bestaan draaien nog steeds om onze zon. Er zijn veel te weinig supernovarestanten voor een heelal van miljarden jaren oud. Manen en planeten die al lang koud hadden moeten zijn vertonen nog steeds heftige geologische activiteit, waarvoor in een model dat miljarden jaren omspant allemaal verklaringen gevonden moeten worden.
  • Er zijn nog steeds ‘prehistorische’ beesten. Maar de vraag is of ‘pre-historie’ wel bestaat, omdat geschiedenis in de Bijbel vanaf het begin van de tijd staat opgetekend. Je kunt dus ter discussie stellen of er wel miljoenen jaren van onbeschreven geschiedenis zijn geweest.
  • De tekst van de Bijbel is gedurende de duizenden jaren sinds het is geschreven vrijwel niet veranderd. En veel van de mensen die bijvoorbeeld schreven over de opstanding van Jezus, zijn daar zelfs onder grote druk, martelingen en bedreigingen, niet op teruggekomen.
  • De Bijbel is wetenschappelijk betrouwbaar ; archeologisch onderzoek bevestigt steeds meer dat plaatsen en mensen die in de Bijbel beschreven worden echt hebben bestaan. De meeste wetenschappelijke feiten passennaadloos in de Bijbelse geschiedenis.
  • Het tot in detail uitkomen van de profetieën van de Bijbel is een bewijs dat deze afkomstig zijn van Iemand die buiten ruimte en tijd staat. Geheel in overeenstemming met de aard en het karakter van de God van de Bijbel.
  • Er staan geen wezenlijke tegenstrijdigheden in de Bijbel.  Het betreft meestal schijnbare tegenstrijdigheden die vrij makkelijk te verklaren zijn.
  • De boodschap van de Bijbel heeft het leven van zeer veel mensen ten goede veranderd.

.

.

.

.

.Gods boodschap is duidelijk en eenvoudig, maar soms lastig te accepteren voor mensen met een hoge intelligentie.

Jezus zelf zei:  (Luk 10:21) “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verborgen hebt voor wijze en intelligente mensen en dat U ze geopenbaard hebt aan eenvoudige mensen…” Het is moeilijker voor hoog intelligente mensen omdat ze knap zijn in het verzinnen van ‘uitvluchten’.

In Mattheus 22:37 staat: “Jezus zei … u moet de Heer uw God liefhebben met uw hele hart, … ziel en … verstand.” Dat betekent dat ons verstand erbij betrokken is.

En in Handelingen 17:11 lezen we: “[De mensen in Berea] waren beter … want ze onderzochten dagelijks de geschriften om te zien of het echt waar was [wat Paulus en Silas hun vertelden]”
We moeten dus onderzoeken en tot een eerlijke conclusie komen.Desnoods probeer je te bewijzen dat de Bijbel niet betrouwbaar is. Gebruik je verstand, stel vragen en je mag best twijfels hebben. Als je met die vragen en twijfels maar wat doet en gaat onderzoeken. Paulus en Silas konden de Bereanen ook niet zomaar iets wijsmaken. Zij gingen het onderzoeken in de boeken. In deze tijd zijn er veel meer bronnen om uit te putten.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Geen wonderen zonder geloof.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

5afad67d9b9eb91942ae77aada15debd

 

 

 

Marcus 6:5-6 

 

En hij kon er geen enkel wonder doen, alleen maar een paar zieken genezen door hun de handen op te leggen. En hij was verbaasd over hun ongeloof. Jezus stuurt zijn leerlingen eropuit Jezus trok langs de dorpen in de omtrek en onderwees er de mensen.

Toen Jezus in Nazareth het Woord van God predikte, namen velen mensen aanstoot aan Hem. Hij was in dat dorp opgegroeid, als kind. Hij was daar naar school geweest. Zijn moeder en broers en zusters woonden daar nog. (Marcus 6:1-4)

Jezus predikte hetzelfde Woord als in andere dorpen en de mensen die daar Zijn Woord hoorden en aannamen, genazen van hun ziekten. Wonderen gebeurden er. Maar in het dorp waar Hij was groot gebracht, ergerde men zich aan Hem. Vandaar de bekende spreuk: “Een profeet is niet geliefd in eigen land.”

Jezus verbaasde Zich over hun ongeloof. De les die we hier uit kunnen trekken is, dat wanneer we aanstoot nemen aan het Evangelie, aan de boodschap van genezing door geloof, we geen wonder van genezing moeten verwachten. Ook als we ons ergeren aan de persoon die de boodschap brengt, sluiten we de deur voor een wonder. Dus laat dit niet toe. Vraag vergeving aan God als u dit ervaart in uw leven.

Jezus verbaasde Zich over hun ongeloof, terwijl Hij op andere plaatsen mensen tegenkomt waarvan Hij verbaasd is over hun groot geloof (Matteüs 8:10).  Laat Jezus Zich verbazen over uw groot geloof !

Zelfs Jezus, de Zoon van God, was niet in staat om wonderen te doen, vanwege het ongeloof van mensen. Er staat niet dat Jezus hen niet wilde genezen, neen, er staat dat Hij hen niet kon genezen. Iets stond hun genezing in de weg en dat was hun ongeloof. Dit vertelt ons iets over het belang van geloof. Daarom is het zo belangrijk om mensen te vinden die geloven in genezing en daar mee op te trekken, als u uw genezing wil bekomen en behouden!

 

 

 

Wat was de remedie tegen ongeloof ?

 

Jezus stuurde Zijn discipelen uit om het Woord van genezing te prediken. Horen en genezen gaan hand in hand. Geloof komt door het horen. Ongeloof is ook gekomen door het horen van het verkeerde, waar u in bent gaan geloven.

Als u geloof voor genezing wil ontwikkelen, moet u het Woord van God over genezing horen en horen …

Spreek het Woord hardop, zelfs als u het nog niet gelooft, want geloof komt door het horen.

 

 

 

Gebed

 

“Heer U genas iedereen die in geloof tot U kwam. Heer ik kom tot U in geloof. U kunt en wil mij genezen. Genezing komt door het Woord van genezing keer op keer te horen. Ik genees door mijn denken te vernieuwen door de kennis van Uw Woord en Uw wil. “

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Zeer belangrijke gebeden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

levenskracht

Genade

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De twaalf artikelen van het geloof

 

Ik geloof in God de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde.

En in Jezus Christus, zijn enig geboren zoon, onze Heer.

Die ontvangen is van de heilige Geest, en geboren uit de Maagd Maria

Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven.

Die nedergedaald is ter helle; de derde dag verrezen uit de doden.

Die opgeklommen is ten hemel, en zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader.

Van daar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest.

De heilige katholieke kerk, de gemeenschap van de heiligen.

De vergiffenis van de zonden

De verrijzenis van het vlees.

Het eeuwig leven. Amen.

 

 

 

Het Onze Vader

 

Onze Vader, die in de hemelen zijt,

Geheiligd zij Uw naam;

Uw rijk kome;

Uw wil geschiede op aarde als in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.

En leid ons niet in bekoring

Maar verlos ons van het kwade. Amen

 

 

 

Het weesgegroet

 

Weesgegroet Maria,

vol van genade,

de Heer is met U,

gezegend zijt gij  boven alle vrouwen 

en gezegend is de vrucht van uw lichaam Jezus. 

Heilige Maria,

Moeder Gods,

bid voor ons,

arme zondaars,

nu en in het uur van onze dood. Amen.

 

 

 

Weesgegroet  Koningin

 

Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, bannelingen, kinderen van Eva.

Tot U verzuchten wij, klagend en wenend in dit tranendal.

Welaan dan, onze Middelares, sla uw barmhartige ogen op ons.

En toon ons, na deze ballingschap, Jezus , de gezegende vrucht van uw lichaam.

O, genadige, o meedogende, o zoete Maagd Maria.

 

 

 

Akte van Berouw

 

Mijn Heer en mijn God, het is mij leed dat ik tegen uw opperste Majesteit misdaan heb.

Ik verfoei al mijn zonden, niet alleen omdat ik uw straffen heb verdiend, maar vooral omdat ze U mishagen, die oneindig volmaakt en alle liefde waardig zijt.

Ik maak het vast voornemen mijn leven te beteren en de gelegenheden tot zonde te vluchten.

In dit berouw wil ik leven en sterven.

 

 

 

Het glorie zij de Vader

 

Glorie zij de Vader, en de Zoon, en de heilige Geest.

gelijk het was in het begin, nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

 

 

 

Gebed tot de engelbewaarder

 

Engel van God

die mijn beschermer zijt

Omdat de hemel mij aan u heeft toevertrouwd

Verlicht mij

Leid mij

en bescherm mij vandaag. Amen

 

 

 

Eeuwige rust

 

Heer, geef hen de eeuwige rust en dat het eeuwig licht hen verlichte.

 

 

De onweerstaanbare noveen aan het Heilig Hart van Jezus

 

O mijn Jezus die gezegd hebt: “Voorwaar ik zeg u: vraagt en ge zult verkrijgen, zoekt en ge zult vinden, klopt en er zal opengedaan worden!” Zie, ik klop, ik zoek en ik vraag U de genade

Onze Vader, Weesgegroet, Glorie zij de Vader

H.Hart Van Jezus, ik hoop en ik vertrouw op U

 

O mijn Jezus die gezegd hebt: “Voorwaar ik zeg u: Alles wat ge zult vragen aan mijn Vader in Mijn Naam, zal Hij u geven!”  Zie, aan Uw Vader vraag ik in uw naam de genade

Onze Vader, Weesgegroet, Glorie zij de Vader.

H.Hart Van Jezus, ik hoop en ik vertrouw op U

 

O mijn Jezus die gezegd hebt: “Voorwaar ik zeg u: Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.!”

Zie steunend op de onfeilbaarheid van Uw Heilige woorden, smeek ik om de genade…

Onze vader, Weesgegroet, Glorie zij de Vader

H.Hart van Jezus, ik hoop en ik vertrouw op U

 

 

 

Gebed

 

Allerheiligste Hart van Jezus, voor wie één enkele zaak onmogelijk is, namelijk geen medelijden te hebben met ons die in nood zijn, heb toch medelijden met ons, arme zondaars, en verleen ons de genade die wij U afsmeken door de voorspraak van het Onbevlekt Hart van Maria, Uwe en onze tedere moeder.

 

Heilige Jozef, voedstervader van Jezus, bid voor ons.

Wees gegroet, Koningin

Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid,

ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, bannelingen, kinderen van Eva.

Tot U verzuchten wij, klagend en wenend in dit tranendal.

Welaan dan, onze Middelares, sla uw barmhartige ogen op ons.

En toon ons, na deze ballingschap, Jezus , de gezegende vrucht van uw lichaam.

O, genadige, o meedogende, o zoete Maagd Maria.

 

 

 

De negen eerste vrijdagen van de maand

 

De twaalf beloften gedaan door onze Heer Jezus Christus aan de H. Margareta Maria aan de vereerders van het Heilig Hart van Jezus.

 

 

Ik zal vrede brengen in hun huisgezinnen.
Ik zal hen troosten in alle noden.
Ik zal hun veilige toevlucht zijn gedurende het leven en in het bijzonder in het uur van de dood.
Ik zal hen overvloedig zegen schenken bij alles wat zij ondernemen.
De zondaars zullen in mijn Hart de bron en de onmetelijke oceaan van de barmhartigheid vinden.
De lauwe zielen zullen vurig worden.
De ijverige zielen zullen spoedig tot grote volmaaktheid komen.
Ik zal de plaats zegenen waar de beeltenis van mijn Hart tot verering zal worden uitgesteld.
Aan de priesters zal ik de gave verlenen om de harten van de meest verstokte zondaars te  treffen.
De naam van diegenen die deze devotie zullen verbreiden, zal in mijn Hart geschreven staan en daar nooit uitgewist worden.
De almachtige liefde van mijn Hart zal aan allen, die op de eerste vrijdag van negen achtereenvolgende maanden ter heilige communie gaan, de genade van eindvolharding geven. Zij zullen niet in mijn ongenade sterven. Evenmin zullen zij zonder heilige Sacramenten sterven.

 

 

 


De grote belofte van het  Onbevlekte Hart van Maria: De vijf eerste zaterdagen

 

Tijdens de derde verschijning, 13 juli 1917, heeft de Heilige maagd Maria aangekondigd dat Zij komt vragen ” de H.Communie eerherstel  op elke  eerste zaterdag.”

Het is ook dat de H.Maagd Maria verscheen aan zuster Lucia, op 10 december 1925, in het klooster van de zusters van Pontevedra (Spanje) met het kind Jezus aan haar zijde, zeggende: “Zie, mijn dochter, mijn hart is doorboord met doornen door de godslasteringen van ondankbare mensen. Tracht gij ten minste,  mij te troosten en zeg dat iedereen die gedurende vijf maanden, de eerste zaterdag van de maand te biechten gaat, de H.Communie ontvangt, zijn rozenkrans bidt en mij voor een kwartier gezelschap houdt al mediterend over de 15 mysteries van de rozenkrans als eerherstel, zeg hen dat ik hen zal bijstaan in het uur van de dood met alle nodige genaden tot heil van hun ziel.

 

 

Gebed tot de Heilige Jozef

 

Tot U, heilige Jozef, nemen wij onze toevlucht in onze nood, en – na de hulp van uw allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen – smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af. Wij bidden U ootmoedig: zie goedgunstig neer op het erfdeel, dat Jezus Christus door zijn bloed heeft verworven, en help ons in onze noden door uw machtige bijstand. Dat vragen wij U omwille van de liefde, die U heeft verbonden met de onbevlekte Maagd en Moeder van God, en omwille van de vaderlijke tederheid, waarmee gij het Kind Jezus hebt omhelsd.

Zorgzame bewaarder van het heilige Huisgezin, bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus. Liefderijke Vader, verwijder van ons alle besmetting van dwaling en zedenbederf.

Machtige Beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis. En, zoals Gij weleer het kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered zo verdedig nu ook de heilige kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking.

Neem ieder van ons in uw blijvende bescherming, opdat wij, naar uw voorbeeld en gesteund dor uw hulp, heilig leven, zalig sterven en eeuwig geluk in de hemel verkrijgen. Amen.

 

 

 

Gebeden voor de ziele van het vagevuur

 

Gedenk, H.Maagd Maria, dat men nooit gehoord heeft, dat iemand die tot U zijn toevlucht nam, verlaten werd.

Aangemoedigd door dit vertrouwen, O Moeder, maagd der maagden, kom ik tot U, en zuchtend onder het gewicht van mijn zonden, kniel ik voor U neer.

O, Moeder van het Woord, verwerp  mijn nederige gebeden niet; maar luister  goedgunstig naar mijn gebeden.

Toevlucht der zondaars, bid voor ons. Weesgegroet Maria…

Troosteres der bedrukten, bid voor ons. Weesgegroet Maria…

Hulp der Christenen, bid voor ons.  Weesgegroet Maria…

 

 

 

Volle aflaat voor de overledenen

 

Vanaf de middag van 1 november en gans de dag van 2 november kan men een volle aflaat bekomen voor de overledenen. Eveneens vanaf de middag van 1 augustus en de ganse dag van 2 augustus is het mogelijk om een volle aflaat te bekomen voor de overledenen.

Voorwaarden om deze volle aflaat te bekomen.

Het sacrament van de biecht ontvangen om in de genade van God te komen.

Deelname aan de H. Eucharistieviering met H.Communie.

Bezoek aan de kerk van Portiuncula, of een kerk daaraan gelijkwaardig. waardoor  men zijn geloof (Credo) kan bidden en bevestigen.

Het bidden van het “Onze Vader” om te bevestigen dat men een Kind van God is.

Een gebed voor de intenties van de Paus om te bevestigen dat men behoort tot de Kerk waarvan de Paus het fundament en het zichtbaar hoofd van eenheid is.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Bijbelverzen over het doel van de doop

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 Bijbelverzen over het doel van de doop

 

 

113

 

 

 

Markus 16:15-16 – Hij die gelooft en zich laat dopen

zal behouden worden

 

In welke verhouding staat de doop hier met de redding?

 

Komt de redding voor de doop of als een resultaat ervan? We kunnen niet meer gered worden voor de doop als dat redding mogelijk is voordat we geloven. Het is zoals 1 + 1 = 2. Als je eender welke wegneemt dan krijg je niet langer meer 2. Gelijkerwijs is het als je ofwel de doop ofwel het geloof wegneemt, dat je geen redding meer hebt.

Sommigen zullen antwoorden dat je zal veroordeeld worden als je niet gelooft, maar niet dat je veroordeeld wordt als je niet bent gedoopt. De Bijbel zegt niet altijd woord voor woord wat we moeten doen om verloren te gaan. De Bijbel zegt ons wat we moeten doen om gered te worden en er wordt verwacht van ons om dit te doen. Als we het niet doen dan gaan we verloren.

Hier wordt gezegd dat we 2 dingen moeten doen om gered te worden. Om verloren te gaan, moet je slechts één ervan weglaten. Als je geen geloof hebt, zal je waarschijnlijk ook niet worden gedoopt, en ook al zou je het dan doen, dan zou het geen zin hebben. Om verloren te gaan is gemakkelijk – gewoon niet geloven.

Om gered te worden is moeilijker – je moet geloven en gedoopt worden. Verder zal de persoon, die een waar geloof heeft, geloven dat de doop nodig is. Jezus zei om het evangelie te geloven (vs 15-16), wat zegt dat het hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Wat niet gelooft, gelooft ook het evangelie niet!

 

 

Merk het verschil op tussen wat mensen zeggen en wat de bijbel zegt:

 

Mensen zeggen: Hij die gelooft is behouden en mag worden gedoopt. Het evangelie zegt: Hij die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden. Beiden geloof en doop zijn noodzakelijk om gered te worden. Herinner u dat het volgen van leringen van mensen die verschillen van het evangelie leidt tot veroordeling (Galaten 1:8; Matteus 15:9; enz).

 

 

 

Handelingen 2:38 – Bekeer u en laat u dopen

tot vergeving van zonden

 

 

In welke verhouding staat de doop hier met de redding?

 

Zijn de zonden vergeven voor de doop of als het gevolg ervan? Merk op dat de bedoeling van de doop duidelijk wordt weergegeven, dat het is tot de vergeving van zonden.

 

 

Wat betekent “tot vergeving van zonden”?

 

Sommige zeggen dat “tot” betekent “omwille van”, zoals ‘hij kreeg een bekeuring omwille van zijn hardrijden” – Hij kreeg de bekeuring omdat hij hard had gereden, niet omdat hij zou gaan hardrijden. ‘Tot’ kan deze betekenis hebben, maar in Handelingen 2:38 kan het dit niet betekenen.

Denk eens na tegen wie Petrus aan het spreken was. Als “tot” betekent “ze hadden al vergeving ontvangen”, dan moet Petrus tegen mensen spreken die gered waren. Is dat zo? Hij had hen juist veroordeeld omdat ze Jezus hadden gedood (vs 36), en ze waren diep in hun hart getroffen en vroegen wat ze moesten doen (vs 37).

Ze hadden nog geen vergeving ontvangen, maar stonden er juist op om dit te krijgen. Petrus zei hun dat ze zich moesten “bekeren”. Als ze al vergeven waren, waarom moesten ze zich dan nog bekeren? Het bevel om zich te bekeren bewijst dat deze mensen nog niet waren gered, maar dat ze nog steeds zondaars waren die vergeven moesten worden.

Na vs 38 zegt Petrus hen “laat u behouden uit dit boze geslacht” (vs 40). Als ze al gered waren, waarom zeggen dat ze zich moesten laten behouden? Het is duidelijk dat deze mensen niet waren gered en dat ze werden gezegd wat ze moesten doen omdat ze nog niet vergeven waren. Ze waren verloren zondaars die werden verteld wat ze moesten doen om vergeven te worden. Daarom dat “tot vergeving van zonden” betekent “om vergeving van zonden te krijgen”.

 

 

 

Overdenk deze woorden volgens Matteüs 26:28

 

Handelingen 2:38 zegt “Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden” Matteüs 26:28 zegt dat Jezus’ bloed zou worden vergoten “tot vergeving van zonden”. Heeft Jezus zijn bloed vergoten omdat de mensen reeds vergeving van zonden hebben gekregen? Helemaal niet. Hij deed het zodat mensen die nog niet waren vergeven, konden worden vergeven.

Gelijkerwijs wordt men niet gedoopt omdat men al vergeving van zonden heeft ontvangen, maar opdat de mensen die het nog niet zijn, het kunnen ontvangen. Veronderstel dat iemand is gedoopt zonder te weten dat dit het doel is waarvoor hij wordt gedoopt. Veronderstel dat hij was gered voor de doop. Is hij dan gedoopt om vergeving van zonden te ontvangen? Hoe kan dat dan, als hij geloofde dat hij het al had ontvangen? Hoe zou dan zijn doop volgens de wil van God zijn gebeurd?

 

 

 

1 Petrus 3: 21 – de doop redt u

 

Noach laat zien hoe wij worden gered. Vs 20 zegt dat hij en zijn familie werden gered “door het water heen”. Het water van de vloed vernietigde de bozen, maar het redde ook Noah, omdat de boot erop dreef, en zo Noach redde van de dood. Dit geeft weer dat het de doop is dat ons redt. Dit betekent niet dat we fysiek het vuil van onze lichamen wassen. De kracht is niet in het water, maar in de dood en opstanding van Christus. We komen in contact met het bloed door de doop.

 

 

Redding door het bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Galaten 3:27 – We worden gedoopt in Christus

 

Hoeveel mensen zijn in Christus? Net zoveel als er in Hem zijn gedoopt. Wat als iemand niet is gedoopt in Christus? Dan is die persoon niet in Hem. Waarom is het belangrijk om in Christus te zijn?

 

Efeziërs 1:7 – vergeving van zonden is in Christus.

2 Timoteus 2:10 – Het heil is in Hem.

1 Johannes 5:11-12 – Het eeuwige leven is in de Zoon.

Efeziërs 1:3 – Alle geestelijke zegeningen zijn in Christus. (vgl Romeinen 8:1; 2 Korintiërs 5:17; Filippenzen 4:7)

 

 

Als iemand buiten Christus is, dan heeft hij geen vergeving, geen redding, geen eeuwig leven of geestelijke zegeningen. Maar hoe komt iemand in Christus? Hij moet worden gedoopt in Christus. Wat is dan de toestand van iemand die niet is gedoopt of die niet gelooft dat de bedoeling van de doop is om gered te worden?

Horen, geloven, bekering en belijden zijn noodzakelijke stappen richting Christus, maar de doop is de stap die iemand in Christus plaatst. Voor de doop is men nog steeds buiten Christus, nog steeds zonder vergeving en alle andere zegeningen die in Christus zijn. Als hij deze zegeningen wil dan moet hij worden gedoopt met de bedoeling om in Christus te komen.

 

 

 

Romeinen 6:3 – We worden gedoopt in Jezus’ dood.

 

Dit vers zegt weeral (zoals Galaten 3:27) dat we worden gedoopt in Jezus. Maar we worden ook in Jezus’ dood gedoopt. Waarom is de dood van Jezus belangrijk voor ons? Het was in Zijn dood dat hij Zijn bloed voor ons vergoot dat ons redt van de zonde! Hoe komen we ermee in contact? We worden er in gedoopt!

De mensen die de noodzaak van de doop leren worden er vaak van beschuldigd van het niet geloven in de redding door Jezus’ bloed. De waarheid is het tegenovergestelde. We leren dat de doop noodzakelijk is omdat bij de doop de zondaar in contact komt met Jezus’ bloed!

Zij die je zeggen dat je gered bent voor de doop zeggen (onbedoeld) dat je gered kan worden zonder het bloed, omdat ze leren dat de zondaar gered is nog voor hij in contact komt met het bloed! In de doop verkrijgen we de voordelen van Jezus’ dood! Wat is dan de toestand van hen die zeggen dat je gered bent voor de doop of dat de doop niet nodig is om vergeving te krijgen?

 

 

Christus alleen kan u redden van de klauwen van Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Handelingen 22:16 – Laat u dopen en uw zonden afwassen

 

Waar is het afwassen van de zonden in deze tekst; voor de doop of als een gevolg van de doop?

 

De zondaar in dit verhaal (Saul) had al alles gedaan voor zijn doop wat de meeste kerken leren dat men moet doen om gered te worden.  Hij had Jezus gezien onderweg, geloofde duidelijk in Hem en was bereid om Hem te gehoorzamen (22:5-10; 9:3-6). Hij had zelfs gebeden (9:9-11). Als iemand kon gered worden voor de doop, dan zou het Saul wel zijn. Maar was hij gered?

Jezus had gezegd dat Saul naar de stad moest gaan en daar zou men hem zeggen wat hij moest doen (9:6). Ananias kwam en vertelde hem om zich te laten dopen en zijn zonden te laten afwassen. Als zonden worden vergeven voor de doop, dan zou Saul geen zonden meer hebben om af te wassen.

Maar hij had nog steeds zonden tot hij werd gedoopt. Dus iemand kan vandaag de dag in Jezus geloven en zich bekeren, maar hij is schuldig voor al zijn zonden totdat hij wordt gedoopt.

 

 

Dat is waarom in de voorbeelden van bekering in de bijbel, de mensen de doop nooit uitstelden

 

Altijd als de zondaar het evangelie geloofde en zich bekeerde, werd hij onmiddellijk gedoopt.

Handelingen 2:41 – Die dag werden 3000 mensen gedoopt.

Handelingen 8:36 – Wat is ertegen dat ik wordt gedoopt?

Handelingen 9:18 – Terstond stond hij op en werd gedoopt.

Handelingen 16:33 – in hetzelfde uur van de nacht werden terstond hij en zijn familie gedoopt.

Handelingen 22:16 – Wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen.

 

Wanneer hedendaagse denominaties de doop van overtuigde gelovigen uitstellen, dan volgen ze het plan van de Bijbel niet die wijst op de dringendheid van de doop. Ze geloven dat de persoon al is gered, waarom moeten ze zich haasten? Wanneer we begrijpen dat de persoon nog steeds in zonde leeft, dan begrijpen we ook waarom de mensen in de Bijbel de doop niet uitstelden.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Jozef, de vader van Jezus

Standaard

Categorie: religie

.

.

Jozef, de vader van Jezus

.

Wat we weten over Jozef, de aardse en wettelijke vader van Jezus, komt uit de evangelies van Matteüs en Lukas. De volledige genealogie van Jozef is te vinden in Matteüs 1:1-24. Mensen die de Bijbel voor het eerst lezen, vragen zich vaak af waarom deze lange genealogie wordt beschreven, maar het belang van deze lijst wordt al snel duidelijk. Genealogieën waren bijzonder belangrijk voor de Joden, en deze verzen laten zien dat de familielijn van Jezus helemaal teruggaat naar Abraham. Hierin kunnen wij een vervulling herkennen van een van de vele profetieën over de komende Messias uit het Oude Testament.

.

.

.

.

Matteüs 1: 1-24

.

De voorouders van Jezus

.

1 Dit is de lijst van voorouders van Jezus Christus. Hij is de zoon van koning David, die uit de familie van Abraham is. 2 Abraham kreeg een zoon: Izaäk. Izaäk kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg zonen: Juda en zijn broers. 3 Juda kreeg twee zonen: Perez en Zera. Hun moeder was Tamar. Perez kreeg een zoon: Hezron. Hezron kreeg een zoon: Aram. 4 Aram kreeg een zoon: Aminadab. Aminadab kreeg een zoon: Nahesson. Nahesson kreeg een zoon: Salmon. 5 Salmon kreeg een zoon: Boaz. Boaz’ moeder was Rachab. Boaz kreeg een zoon: Obed. Obeds moeder was Ruth. Obed kreeg een zoon: Isaï. 6 Isaï kreeg een zoon: David, die later koning werd.

Koning David kreeg een zoon: Salomo. De moeder van Salomo was de vrouw van Uria. 7 Salomo kreeg een zoon: Rehabeam. Rehabeam kreeg een zoon: Abia. Abia kreeg een zoon: Asa. 8 Asa kreeg een zoon: Josafat. Josafat kreeg een zoon: Joram. 9 Joram kreeg een zoon: Uzzia. Uzzia kreeg een zoon: Jotam. Jotam kreeg een zoon: Achaz. 10 Achaz kreeg een zoon: Hizkia. Hizkia kreeg een zoon: Manasse. Manasse kreeg een zoon: Amon. Amon kreeg een zoon: Josia. 11 Josia kreeg zonen: Joahaz en zijn broers, toen de bewoners van het koninkrijk Juda gevangen meegenomen werden naar het land Babylonië .

12 Nadat ze gevangen meegenomen waren naar Babylonië, kreeg Joahaz een zoon: Sealtiël. Sealtiël kreeg een zoon: Zerubbabel . 13 Zerubbabel kreeg een zoon: Abiud. Abiud kreeg een zoon: Eljakim. Eljakim kreeg een zoon: Azor. 14 Azor kreeg een zoon: Zadok. Zadok kreeg een zoon: Achim. 15 Achim kreeg een zoon: Eliud. Eliud kreeg een zoon: Eleazar. Eleazar kreeg een zoon: Mattan. 16 Mattan kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg een zoon: Jozef, die later met Maria trouwde. En uit Maria is Jezus geboren. Hij wordt de Christus genoemd.

17 Van Abraham tot David zijn 14 voorvaders. En van David tot het moment dat het volk van Juda gevangen werd meegenomen naar Babylonië zijn 14 voorvaders. En vanaf het moment dat het volk van Juda gevangen werd meegenomen naar Babylonië tot aan Christus zijn ook 14 voorvaders.

.

De geboorte van Jezus

.

18 Dit is het verhaal van de geboorte van Jezus Christus. Maria was verloofd met Jozef. Omdat ze nog niet getrouwd waren, waren ze nog nooit met elkaar naar bed geweest. Maar op een dag wist Maria dat ze in verwachting was. Dat was ze door de kracht van de Heilige Geest. 19 Maar Jozef dacht dat Maria van een andere man in verwachting was geraakt. Daarom was hij van plan om de verloving met Maria uit te maken. Maar hij wilde niemand zeggen dat dat was omdat ze in verwachting was. Want hij was een goed mens. 20 Toen hij dat besloten had, kwam er in een droom een engel van de Heer God naar hem toe. De engel zei: “Jozef, zoon van David, trouw gerust met Maria. Want haar kind is ontstaan door de Heilige Geest. 21 Maria zal een zoon krijgen. Je moet Hem Jezus (= ‘God redt’) noemen. Want Hij zal zijn volk bevrijden van hun ongehoorzaamheid aan God en daarmee van Gods straf. 22 Dit is gebeurd zodat zou uitkomen wat de Heer God van tevoren door de profeet Jesaja heeft gezegd: 23 ‘Het meisje dat nog maagd is zal in verwachting raken en een zoon krijgen. De mensen zullen Hem Immanuël noemen. Dat betekent: ‘God is met ons.’ “24 Toen werd Jozef wakker. Hij deed wat de engel tegen hem had gezegd en trouwde met Maria. 25 Hij ging niet met haar naar bed totdat het kind was geboren. En hij noemde Hem Jezus.

.

.

.

.

Jozef was een rechtstreekse nakomeling van David. Hij was een genadige en gerespecteerde man die zich hield aan de wetten van het Jodendom. Hij had een mager inkomen, maar toch was hij een eerwaardige en trouwe man. Jozef verdiende zijn brood als timmerman in het kleine dorp Nazaret. Jozef leerde zijn zoon de knepen van het vak. Jezus was zelf een timmerman tot Hij Zijn openbare bediening begon (Markus 6:1-6).

Jozef onderwees Hem ook op geestelijk vlak. Jozef hield zich met zijn gezin aan de heilige dagen en de Joodse feesten.

.

Marcus 6 : 1-6

.

De bewoners van Nazaret geloven niet in Jezus

.

1 Jezus vertrok weer en ging naar zijn eigen stad, Nazaret. Zijn leerlingen gingen met Hem mee. 2 Op de heilige rustdag ging Hij les geven in de synagoge. Veel van de mensen die Hem hoorden, waren heel verbaasd. Ze zeiden: “Waar heeft Hij die dingen vandaan? Hoe komt Hij aan die wijsheid? Hoe kan Hij zulke wonderen doen? 3 Hij is toch de timmerman, de zoon van Maria, en de broer van Jakobus, Joses, Judas en Simon? En zijn zussen wonen toch ook hier?” En ze geloofden Hem niet. 4 Jezus zei tegen hen: “Alleen in zijn eigen stad en in zijn eigen familie hebben de mensen geen respect voor een profeet.” 5 En Hij kon daar geen grote wonderen doen. Alleen maakte Hij een paar zieke mensen gezond door hun de handen op te leggen. 6 En Hij was verbaasd over hun ongeloof.

.

.

.

.

Lukas 2 : 41-42 

.

Jezus’ ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. Toen Jezus twaalf jaar oud was, reisden zijn ouders weer zoals elk jaar naar Jeruzalem.” 

We weten ook dat Jozef de rol innam van voogd en beschermer van Jezus, omdat hij naar God luisterde en Hem gehoorzaamde. In elk opzicht vervulde hij zijn vadersrol op een bewonderenswaardige manier. De evangelies geven ons weinig details over Jozef. Omdat Jezus de zorg voor Maria aan Johannes overdroeg, wordt gespeculeerd dat Jozef mogelijk een natuurlijke dood is gestorven tussen het bezoek aan de tempel toen Jezus pas twaalf was (Lukas 2:41-51) en de doop van Jezus toen Hij dertig was (Markus 1:9-11).

.

ucas 2 : 41-51

.

Jezus in de tempel

.

41 Jezus’ ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. 42 Toen Jezus twaalf jaar oud was, reisden zijn ouders weer zoals elk jaar naar Jeruzalem. 43 Na de feestdagen gingen zijn ouders weer naar huis. Maar Jezus bleef in Jeruzalem achter. Zijn ouders hadden dat niet gemerkt. 44 Ze dachten dat Hij meeliep met de andere mensen die ook naar huis terugreisden. Zo reisden ze één dag en zochten Hem intussen bij familie en kennissen. 45 Maar toen ze Hem niet vonden, gingen ze terug om Hem in Jeruzalem te zoeken.

46 Na drie dagen vonden ze Hem in de tempel. Hij zat daar tussen de wetgeleerden . Hij luisterde naar hen en stelde vragen. 47 De mensen die Hem hoorden, waren verbaasd hoe verstandig Hij was. Ook verbaasden ze zich over de antwoorden die Hij gaf. 48 Toen zijn ouders Hem daar vonden, waren ze boos. Zijn moeder zei tegen Hem: “Kind, hoe kun je zoiets doen? Je vader en ik zijn zó ongerust geweest! We hebben overal naar je gezocht!” 49 Maar Hij zei tegen hen: “Waarom heeft u naar Mij gezocht? Wist u dan niet dat Ik bezig moet zijn met de dingen van mijn Vader?” 50 Maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. 51 Hij ging met hen mee terug naar Nazaret en was gehoorzaam aan zijn ouders. Zijn moeder onthield alles wat er gebeurd en gezegd was en dacht er over na in haar hart.52 Terwijl Jezus opgroeide, werd Hij steeds wijzer. En God en de mensen hielden van Hem.

.

.

.

.

Marcus 1 : 9-13

.

Jezus wordt in de woestijn door de duivel uitgedaagd

.

9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jordaan. 10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer. 11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”12 Onmiddellijk daarna stuurde de Geest Jezus naar de woestijn.13 Daar werd Hij 40 dagen lang door de duivel op de proef gesteld. Hij leefde bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.

.

.

.

.

Het is duidelijk dat andere mensen Jozef erkenden als de wettelijke vader van Jezus. Dat zien we in verzen als Johannes 1:46. Jozef moet in die vroege jaren een ongelooflijke invloed op Jezus hebben gehad. Wanneer Jezus sprak over God als een liefdevolle Vader, kon Hij terugvallen op het soort liefde dat Hij als kind van Jozef had ontvangen. Jozef is een groot voorbeeld van de waarde van integriteit, gehoorzaamheid en trouw, maar vooral ook van de eervolle invulling van de hem toevertrouwde rol van het vaderschap.

.

Johannes 1 : 46

.

46 Filippus ging naar Natanaël en zei tegen hem: “We hebben de Man gevonden over wie Mozes en de profeten hebben geschreven! Hij heet Jezus en Hij is de zoon van Jozef uit Nazaret!”

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.