Tagarchief: romeinen

Opaal

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Kenmerken van opaal

 

 

Opaal is een kwarts die een bont kleurenspel kan vertonen. Het mineraal heeft soms slechts één kleur, maar met een geheimzinnige diepe gloed. Vele kleuren zijn mogelijk: wit, geel, blauw, rood, groen, bruin, zwart. Opaal is meestal doorzichtig of doorschijnend. Als het net gedolven is, is het zachter dan bergkristal. Blootgesteld aan de lucht wordt het snel hard. Bijzonder is dat opaal veel water bevat.

 

Opaal komt veel voor. Slechts een klein deel is van edelsteenkwaliteit. Opaal kan ontstaan als opvulling van spleten en gaten in een rots, maar ontstaat ook vaak bij de vorming van fossielen.
In Amerika zijn hele wouden van versteend hout met opaal gevonden; bekend voorbeeld is het National Petrified Forest in Arizona. Dit type opaal heet houtopaal.

Er bestaan allerlei soorten opaal, afhankelijk van hoe de opaal gevormd is.
We onderscheiden 3 hoofdsoorten.

  • De glinsterende edelopalen zijn het meest geliefd, vanwege hun bonte kleurenspel. Dit kleurenspel wordt opalescentie genoemd.
  • Wateropalen lijken op bergkristal. Ze zijn kleurloos, maar hebben een blauwige of melkachtige waas.
  • Alle overige opaalsoorten worden opaal of gewone opaal genoemd. Ze zijn doorschijnend tot ondoorzichtig met weinig tot geen kleurenspel.

 

 

 

 

 

Onderstaand overzicht toont de belangrijkste soorten opaal.

 

GEWONE OPALEN
Andesopaal

 

 

melkachtig troebele variant van opaal uit Peru, vaak roze (door mangaan) of blauw tot groen (door nikkel of koper)
Blauwe opaal

 

chalcedoon met blauwe tot donkerblauwe opaal
Chlooropaal

groene tot bruine opaal
Chrysopaal, prasemopaal
of prasopaal
blauwgroene variant (door nikkel of koper) van andesopaal
Dendrietenopaal

groene, gele of witte opaal met insluitsels die op planten lijken (ook wel: merliniet)
Groene opaal

opaal gekleurd door ingesloten nikkel en chloriet
Honingopaal of goudopaal

goudgele opaal (handelsnaam)
Jaspopaal of opaaljaspis

door ijzeroxide rood gekleurde opaal
Jelly

doorzichtige tot doorschijnende opaal, met zwak kleurenspel
Kascholong

Porseleinachtig poreuze, doorschijnende variant van opaal
Melkopaal

witte opaal
Opaliet

opaalhoudend gesteente
Pinkopaal

roze andesopaal (gekleurd door mangaan)
Potch

ondoorzichtige opaal zonder kleurenspel
Vuuropaal

opaal met rode, oranjerode of gele kleur, vooral uit Mexico
EDELOPALEN
Boulderopaal

edelopaal met donkerbruine ondergrond en flonkerend kleurenspel. Komt voor in kiezels en keien (in het Engels boulders), waar opaal holle ruimten in ijzerhoudend moedergesteente opvult. Afkomstig uit Australië
Girasol

bijna kleurloze, doorzichtige edelopaal met blauwachtige lichtschijn
Harlekijnopaal

edelopaal met opvallende bonte kleurpatronen, als een blokkendoos. Een zeer geliefde opaal
Hydrofaan edelopaal die alleen natgemaakt een kleurenspel toont
Jellyopaal

edelopaal met felle kleuren (genoemd naar de kleuren van gelatinepuddinkjes)
Kristalopaal

zeer heldere tot doorzichtige opaal met kleurenspel
Luipaardopaal

met edelopaal gevulde blaasjes in basalt
Opaalmatrix of matrixopaal

moedergesteente met talrijke kleine ingesloten edelopaaltjes
Vuuropaal

edelopaal met rode, oranjerode of gele kleur, vooral uit Mexico
Witte opaal of melkopaal

edelopaal met witte of lichte grondkleur en een bont kleurenspel
Zwarte opaal

edelopaal met donkere basiskleur (grijs, blauw, groen) en bont kleurenspel. Een pikzwarte ondergrond is zeer zeldzaam. Zwarte opalen zijn zeldzamer dan witte opalen
WATEROPALEN
Girasol, Hyaliet of glasopaal

glasheldere opaal
Hydrofaan

opaal die alleen natgemaakt kleurenspel toont
Kristalopaal

rossige of blauwige reflecties op kleurloze ondergrond die aan vensterglas doen denken
Oregon-opaal

goudgele glasheldere opaal

 

 

De meeste opaal is afkomstig uit Australië. Het is dan ook de nationale steen van dit continent. Ook de kost-baarste opaalsoort, de zwarte opaal, komt uit Australië. Deze vorm van edelopaal glinstert en vonkt veelkleurig bij het bewegen. Opaal van edelsteenkwaliteit is populair in sieraden en siervoorwerpen. De meeste opalen worden echter in de industrie verwerkt. Opaal is aantrekkelijk als grondstof voor silicium. Het wordt vermalen verwerkt tot vuurvaste tegels en wetstenen. Het wordt ook toegepast als droogmiddel (in lederwaren, voeding), bindmiddel (pillen) en schuurmiddel (in tandpasta).

Edelsteentherapeuten gebruiken opaal vaak voor mensen die zwaar op de hand of superserieus zijn. Opaal maakt lichtvoetig en luchthartig. Bamboe-opaal of tabashir is een belangrijk ingrediënt in de Ayurvedische en de tradi-tionele Chinese geneeskunde. Het is wit, geel of blauwig. Deze opaal is afkomstig uit de stelen van sommige soorten bamboe.

 

 

vuuropaal

 

 

 

Herkomst van de naam

 

De herkomst van de naam opaal is onzeker. De Romeinen kenden het woord opalus, ontleend uit het Sanskriet úpala (‘edelsteen’). Ze gebruikten dit in de betekenis van ‘gekleurde steen’, maar het is onzeker of ze hiermee het mineraal bedoelden dat wij nu opaal noemen. Er is wel gesuggereerd dat de Romeinse vruchtbaarheidsgodin Ops, echtgenote van de god Saturnus, haar naam aan deze edelsteen heeft gegeven. Dit naar aanleiding van de Opalia, Romeinse festiviteiten rond de zonnewende (21 december) die aan Ops gewijd waren. Dit is echter volks-etymologie en klopt niet.

 

 

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Opaal is al sinds de Oudheid geliefd als edelsteen. De oudste vondst, in een grot in Kenia, is waarschijnlijk een sieraad van 4000 v.Chr. uit de mijnen van Ethiopië. De eerste schriftelijke vermelding van opaal dateert van ca 500 v.Chr. Opaal werd gebruikt voor de vervaardiging van werktuigen, maar ook voor sieraden en siervoorwerpen. Opaal was al bekend bij de Babyloniërs, Assyriërs en de oude Grieken en Romeinen. De Romeinse schrijver-we-tenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr) beschreef opaal in zijn lapidarium (boekwerk met beschrijving van edelstenen). Het ging hierbij hoogstwaarschijnlijk om edelopaal uit de afzettingen van Dunbík in Slowakije, die in die tijd al werden ontgonnen.

De Romeinen waren dol op opaal. Zij vonden het een magische steen. Opaal werd gebruikt tegen somberheid en melancholie, en was een genezer van oogklachten en gaf stralende ogen. Men geloofde dat de opaal kon waarschuwen voor ziekte en narigheid. Dat klopt ook, weten we nu. Door het hoge vochtgehalte reageert de opaal sterk op koorts; de steen wordt daar dof van. De Spaanse veroveraars (conquistadores) uit de 16e eeuw namen allerlei edelstenen mee naar huis vanuit Zuid-Amerika, en daar waren prachtige opalen uit Peru bij.

Traditioneel gold opaal als gelukssteen, als een goed amulet tegen pech en ongeluk. Maar door een zeer popu-laire roman uit 1829 van Sir Walter Scott, Anne of Geierstein, or The Maiden of The Mist, kreeg de opaal in de 19e eeuw in Europa een slechte naam. Een van de personen uit dit boek, lady Hermione, draagt altijd een schitteren-de grote opaal in het haar. Maar er rust een vloek op, er valt wijwater op de opaal, de steen verliest al zijn kleur en Hermione bezwijmt. De volgende dag is zij met haar steen verdwenen, slechts een hoopje as blijft achter.

Kort na het verschijnen van deze roman daalde de verkoop van opaal dramatisch, en bleef enkele decennia laag. Koningin Victoria van Engeland (1809-1901) was echter dol op opalen. Zij verzamelde een grote collectie, wat de populariteit van opaal weer deed toenemen. Maar in Rusland werd de opaal tot diep in de 20e eeuw gewan-trouwd en gezien als belichaming van het boze oog. In de tweede helft van de 19e eeuw werden in Australië zeer grote voorraden opaal gevonden. Tegenwoordig is Australië goed voor meer dan 90% van alle gedolven opaal.

In 1987 is in Coober Pedy, Zuid-Australië, een fossiel van een pliosaurus (soort zeereptiel) gevonden, waarvan het skelet geheel in opaal is veranderd. Het fossiel is zo ’n 100 miljoen jaar oud en kreeg de naam Eric, naar een vis uit een sketch van de tv-serie Monty Python’s Flying Circus. Eric is te bewonderen in het National Museum in Sydney.

 

 

 

 

 

Spiritueel

 

* Opaal maakt wijs en tevreden, geeft inzicht en laat je intuïtie groeien. Opaal is een steen die je laat beseffen dat je uit een lichaam, een geest en een ziel bestaat. Door opaal te dragen of met opaal te mediteren integreren lichaam, geest en ziel beter. Dat geldt vooral voor edelopaal.

* Opaal laat je de oorzaken van je emoties doorzien en begrijpen. Het helpt je deze koel en afstandelijk te analyseren. Ondanks dat is de opaal een warme en vriendelijke steen.
* Mensen die zwaar op de hand zijn, worden losser en vrolijker door het dragen van een sieraad met opaal of een opaal in de broekzak.
* Verdriet vanwege het verlies van een geliefd persoon, huisdier of voorwerp laat zich met opaal omzetten in acceptatie en rust.
* Met opaal kun je emotionele situaties intensiever beleven. Ook kun je met opaal de wonden van oude emotionele trauma’s helen.
* Edelopaal maakt creatief, verheft de ziel. Versterkt de zintuigen ook op spiritueel niveau. Edelopaal reinigt de aura en repareert gaten in de aura.
* Edelopaal versterkt het vertrouwen in andere mensen.
* Vuuropaal versterkt het zelfvertrouwen, maakt daadkrachtig. versterkt het fysieke en emotionele veld van de aura. Zwakt sterke emotionele schommelingen af.
* Girasol maakt je ontvankelijk voor het doorbreken van patronen, het opdoen van nieuwe indrukken en het maken van nieuwe vrienden.

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

De opaal is een kwarts en dus familie van de bergkristal. Opaal is siliciumdioxide verbonden met water (gehydra-teerd). Edelopaal kan tot wel 30% water bevatten. Wateropaal bevat tot 20% water. Vuuropaal bevat 6 tot 10% water. Edelopaal bevat microscopisch kleine silicabolletjes in silicagel. Deze opaalsoort krijgt zijn intrige-rende kleurenspel door breking van het licht in het vloeibare deel, of in de lamellenstructuur die de bolletjes kunnen hebben. Door vochtverlies kan het kleurenspel verminderen.

 

 

Samenstelling: SiO2.nH2O
Hardheid: 5,5 – 6,5
Glans: glasglans, dof
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 1,90 – 2,30
Kristalstelsel: amorf

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Onyx

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

 Kenmerken van onyx

.

De diepzwarte onyx is een kwarts, meestal ondoorzichtig en met afwisselend witte en zwarte lagen of banden. Heel soms bevat onyx ook dunne bruine randjes. De meest gewilde onyx is helemaal zwart; de meest voorkomende zwart met wit.

.

Echte onyx is zeldzaam. De meeste onyx die op de markt wordt aangeboden, is geen echte onyx. Het gaat vaak om flint (ook een zwart soort kwarts), zwart gebeitste agaat of ruw gepolijste obsidiaan met een diepe, matte kleur. Soms wordt de naam onyx gebruikt voor marmeronyx, een veelkleurig gesteente dat populair is bij het ma-ken van gebruiksvoorwerpen zoals kandelaars en asbakken. Onyx is van oudsher uiterst populair als heelsteen of als edelsteen in sieraden en amuletten. Nog steeds dragen mannen vaak onyx in ringen en manchetknopen. De steen is ook geliefd voor rozenkransen en rouwsieraden.

.

.

.

.

Herkomst van de naam

.

Het Griekse woord onyx betekent ‘vingernagel’. Waarschijnlijk is de naamgeving terug te voeren op de gelijkenis van de witte lagen met de witte maantjes en de witte randen die vingernagels hebben. Bovendien vertellen oude volksverhalen dat onyx een gunstig effect heeft op huid, haar en nagels.

.

.

paarse onyx

.

Door de eeuwen heen

.

De naam onyx werd in vroeger tijden gegeven aan stenen die wij nu agaat noemen. De steen die wij nu onyx noemen, heette vroeger jaspis. Pas sinds de 18e eeuw wordt de naam onyx alleen nog gegeven aan zwarte chal-cedoon. Dat doen we tegenwoordig nog steeds. Zowel in het oude Egypte als bij de klassieke Grieken en Rom-einen was de zwarte onyx een van de belangrijkste bescherm- en heelstenen. Alle klachten die met nagels, huid en haar te maken hadden, werden met onyx bestreden.

In het oude Egypte werd de zwarte onyx geassocieerd met Ra, de zonnegod. Volgens de bijbel werd onyx gevon-den in het land Havilah (letterlijk ‘Uitgestrekt zand’), waarschijnlijk was dat Egypte of Midden-Arabië. In Egypte zijn scarabeeën, potjes, kommen en andere gebruiksvoorwerpen van onyx gevonden. De oude Romeinen ge-bruikten onyx om cameeën en intaglio’s van te maken.. Een camee is een gesneden steen met een verhoogd reliëf; een intaglio heeft een verdiept reliëf. Ook zegelringen werden graag van onyx gemaakt. De was die ge-bruikt werd om de brieven dicht te plakken, bleef niet aan de kwarts vastzitten.

De oude Chinezen geloofden dat je angstige dromen en nachtmerries zou krijgen op een plaats waar onyx gevonden kon worden. Ook zou onyx stemmingmakerij en ruzies bevorderen. Zij noemden de onyx daarom ‘steen der droefheid’. Met de nieuwe kennis over China na de ontdekkingsreizen van Marco Polo, vatte deze gedachte ook post in middeleeuws Europa. De zwarte onyx werd als een ongelukssteen beschouwd, omdat hij angstig en neerslachtig zou maken. De steen stond daardoor bekend als ‘steen der egoïsten’ of ‘steen der droefheid’.

Oorspronkelijk was onyx in de Middeleeuwen de steen van Maria. In tijden van nood, zoals tijdens de pestepidemieën, geloofde men dat onyx een krachtig amulet tegen deze nare ziekte was. Daarom werd de steen veelvuldig in broekzak of als sieraad gedragen. Ook werd onyx wel verpulverd om het te kunnen innemen. De onyx zou magiërs helpen zich onzichtbaar te maken. In India en Pakistan gebruikte men onyx om de concentratie te verdiepen. Men droeg er graag zilveren sieraden met onyx als bescherming tegen het boze oog. Bij vrijwel alle volkeren, maar vooral bij de indianen, was en is onyx in gebruik als amulet tegen zwarte magie en ziektes.

.

.

.

.

Spiritueel

.

* Onyx is een goede steen voor spirituele groei. Helpt bij aantrekken en opnemen van die energieën uit de kosmos die nodig zijn voor heling en groei.

* Onyx helpt bij verwezenlijking van dromen en doelen. De steen helpt je deze doelgericht na te streven, zonder je te laten afleiden of beïnvloeden door je omgeving. Een goede steen als je gevoelig bent voor de mening van je omgeving.

* Onyx versterkt doorzettingsvermogen en zelfdiscipline, en maakt je geest helder. De steen helpt je analytisch en pragmatisch naar een probleem of blokkade te kijken.

* Onyx is een goede steen voor rouwverwerking. Helpt te kijken naar de goede dingen die geweest zijn, en daaruit kracht en inspiratie te putten.

.

.

.

.

Chemische samenstelling

.

Onyx is een silicaat. Het bestaat meestal uit zwarte en witte chalcedoon, scherp afgegrensd. De zwarte kleur ont-staat door fijnverdeeld ijzer en mangaanoxide. De witte kleur is ongekleurde chalcedoon. Nauw verwant aan onyx is sardonyx. Dat heeft geen twee, maar drie kleuren: naast zwarte en witte chalcedoon ook bruine sarder of carneool.

.

.

onyx-cabochon

.

.

Samenstelling: SiO2 + Fe, Mn, HO
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: wasglans, zijdeglans
Transparantie: doorschijnend, ondoorschijnend
Breuk: ruw, schelpvormig, onregelmatig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,64
Kristalstelsel: trigonaal, microkristallijn

.

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Geschiedenis en de werking van edelstenen

Standaard

categorie: Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

GESCHIEDENIS EN WERKING VAN EDELSTENEN

.

.

.

.

Sieraden zijn altijd de uiterlijke en tastbare kentekenen van rijkdom en macht geweest. Door onze hele geschiedenis heen hebben mensen altijd al mooie voorwerpen, gesteente en beenderen van dieren verzameld om ze al dan niet te bewerken en als sierobject ter verfraaiing van het eigen lichaam en kledij bij te houden.

Hetzelfde was het geval met edelstenen. De minerale kristallen die we tegenwoordig zorgvuldig bewerken, hadden in de oudheid, zelfs prehistorie, een krachtige en magische betekenis. Ze werden geacht geluk, vruchtbaarheid en gezondheid te brengen.

De kracht en magie van stenen, het geloof daarin en de hoop ter genezing vindt zijn oorsprong in verschillende culturen bv. de Grieken, Romeinen, Egyptenaren, Chinezen, Indiërs, noem het maar op al deze oude culturen brengen een verband met de kracht van helende stenen of astrologie.

.

.

Soorten sieraden

.

Edelstenen zijn een symbool voor eeuwigheid en oneindigheid, maar ook voor kalmte en bezinning. Edelstenen zijn oeroud, ze hebben vaak miljoenen jaren nodig om zich te vormen. Ze beston­den lang voordat er sprake was van mensen, daarom zijn ze ook een teken van tijdloosheid. De meeste edelstenen zijn ontstaan uit gesmolten gesteente, uit magma.

Door bewegingen in de aardkorst komt er voortdurend gloeiend magma uit het binnenste van de aarde naar boven. Door afkoeling van magma ontstaan edelstenen. In stenen zit een vibratie die een speciaal effect heeft. Edelstenen werken voornamelijk door de trillingen die zij afgeven en de kleureigenschappen.

De helende krachten van edelstenen wordt toegeschreven aan de energietrillingen die de stenen uitstralen. Elke edelsteen heeft namelijk een eigen kleur en grondstofsamenstelling en daardoor een eigen specifieke trilling  (bv. mangaan geeft een roze/paarsachtige kleurreactie in de steen, rozenkwarts bevat mangaan).

En deze trilling kunnen ze afgeven aan ons eigen menselijke energiesysteem en op deze manier positieve invloed hebben. Elke mens reageert verschillend en individueel  op de genezende kracht van stenen.

.

.

.

.

.

.

.

Elke steen op zich is waardevol en kan je in jouw leven begeleiden en aan jouw zijde staan. Stenen werken zacht in op hun omgeving, geven energie af en nemen de trillingen van hun omgeving op. Edelstenen kunnen hun `steentje` bijdragen in processen en ontwikkelingen van onszelf, maar zijn geen vervanging van de reguliere geneeskunst. Vaak kies je een edelsteen uit op intuïtie en dat is ook het mooie ervan, vaak past die steen dan ook bij jou.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Heliotroop

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Heliotroop is een groene kwarts, die vlekken in allerlei kleuren kan hebben. Het bekendst is de heliotroop met rode vlekken. Ook gele vlekken komen nogal eens voor, en soms ook bruine, witte of zwarte vlekken. Het mineraal is sterk verwant aan jaspis en chalcedoon.

.

.

266px-Quarz_-_Heliotrop_(Blutjaspis)

.

.

Algemeen

.

Een andere naam voor deze edelsteen is bloedsteen of bloedjaspis, omdat de rode vlekken aan bloedspatten doen denken. In het Engels is bloodstone de gangbare naam voor de heliotroop. In de edelsteentherapie staat de heliotroop bekend om zijn energiestoot. Door heliotroop te dragen, krijg je extra energie. Heel prettig voor mensen die herstellende zijn van ziektes of operaties. Prima tegen verkoudheid en griep. De steen brengt geluk en verenigt tegenstellingen. Hij is zowel activerend (door zijn rode kleur) als kalmerend (door zijn koele groene kleur).

.

.

.

Herkomst van de naam

.

De naam heliotroop komt van de Griekse woorden helios (‘zon’) en tropein (‘draaien’) of trepein (‘veranderen’). Een verklaring is dat de steen de kleuren weerspiegelt van de ondergaande zon in de zee.

In India was heliotroop in gebruik als pijnstiller. Zeer fijn gemalen heliotroop werd gebruikt tegen kwalen van maag en ingewanden. De steen werd er ook wel gebruikt ter verhoging van de potentie.

De Oude Grieken geloofden dat de rode vlekken van de heliotroop bloedspatten van Moeder Aarde waren. Het groen was de kleur van planten en de dieren die daarvan leefden. De Grieken meenden dat het dragen van amuletten van heliotroop een goede conditie en een lang, gezond leven brengt. Krijgers en atleten zouden er een langere adem van krijgen. Zo’n amulet zou je ook nader brengen tot de Goden van voorspoed en geluk.

De Oude Grieken en Romeinen lieten vrouwen tijdens het baren heliotroop vasthouden. Dat zou gunstig zijn voor een soepele bevalling. Ook zou het de levensvatbaarheid van baby’s vergroten.
Soldaten uit het Romeinse leger droegen amuletten van heliotroop om zich te beschermen tegen bloedende wonden, en om de genezing van verwondingen te versnellen.
De heliotroop is al beschreven in de Naturalis Historia, een soort encyclopedie, van de Romeinse wetenschapper/schrijver Plinius de Oudere (23 v.Chr.- 79 n.Chr).

In Egypte zijn bij opgravingen veel ringen gevonden die zijn ingezet met heliotroop. Gezien het grote formaat van deze ringen gaat het vermoedelijk om duimringen. Heliotroop zou voorspoed en welvaart aantrekken.

De Chinezen waren – en zijn dol – op groene stenen, omdat deze geluk, een lang leven en voorspoed brengen. De heliotroop is daarop geen uitzondering, ondanks de rode vlekjes. Sterker nog, de rode vlekken van in goud gezette heliotroop zouden daadkracht en geestkracht te versterken.

De Europese kruisridders droegen graag amuletten van heliotroop vanwege het geloof dat de rode vlekken het bloed van Jezus Christus zijn. Volgens een bijbelse legende veranderde het gras onder het kruis van Jezus door de tranen van zijn moeder Maria in groene jaspis. Toen een Romeinse soldaat Jezus in zijn flank verwondde, spatte het bloed op de groene ondergrond.

Door de brandende zon droogde het bloed op de steen op. Sindsdien heeft deze jaspis rode vlekken.
Net als de Romeinen legden de kruisridders heliotroop op bloedende wonden om het bloeden te stelpen. Ze droegen de steen als amulet tegen verwondingen. Vaak ook waren gevesten van zwaarden en dolken versierd met heliotroop.

In de Middeleeuwen werd heliotroop bloedjaspis genoemd, vanwege de rode vlekjes. Ook toen verbond men de rode vlekjes met het bloed van Jezus Christus. De heliotroop werd gebruikt als middel tegen ontstekingen en vergiftigingen. Ook werd de steen gebruikt voor kwalen die te maken hebben met bloed, zoals aambeien en blauwe plekken.

Alchemisten beschouwden heliotroop als een zeer bijzondere steen. De heliotroop zou zijn drager onzichtbaar kunnen maken. Ook zou de drager van deze steen alle bestaande kennis tot zich kunnen nemen.

Heliotroop werd gebruikt ter versterking van de geur van parfums en oliën, en ter versterking van de werking van geneesmiddelen. Op schilderijen over martelaarschap en zelfkastijding staat regelmatig een heliotroop afgebeeld. Daarom staat de heliotroop ook wel bekend als martelaarssteen.

.

.

.

.

.

.

.

Spiritueel

.

* Heliotroop helpt bij keuzes maken, beslissingen nemen en doorpakken als de keuze eenmaal gemaakt is.

* Heliotroop versterkt de concentratie en het geheugen.
* Bij verloren liefdes en rouwverwerking kan heliotroop een zeer troostende steen zijn.
* De heliotroop maakt zijn drager wijs en geeft hem compassie.
* De heliotroop is de steen van de balans en de harmonie. De steen heeft twee contrasterende kleuren. Gezamenlijk zorgen deze voor harmonisering van de hogere chakra’s (keel, voorhoofd, kruin) en de lagere chakra’s (basis, heiligbeen, zonnevlecht).
* De heliotroop versterkt en harmoniseert de werking van de onderste drie chakra’s met de bijbehorende organen, zoals maag, lever, nieren.
* Het dragen van een sieraad of ring met heliotroop werkt door in de aura. Deze wordt zo gereinigd. Geduld en compassie met de medemens wordt zo gestimuleerd.

.

.

Heliotroop

.

.

 Chemische samenstelling

.

Heliotroop bestaat altijd uit een mengeling van chalcedoon en jaspis. De flesgroene kleur wordt veroorzaakt door ingesloten chloriet. Deze groene kleur kan vervagen in de zon. De rode en gele vlekken zijn ijzeroxide-insluitsels van jaspis of chalcedoon. Ook de rode en gele vlekken kunnen verbleken.

.

Samenstelling: SiO2 + Al, Fe, K, Mg, OH, Si (de groene ondergrond) + Fe2O3 of Fe3O4 (de rode en gele vlekken)
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: mat, vetglans, glasglans
Transparantie: ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig, ruw
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,91
Kristalstelsel: trigonaal, microkristallijn

.

.

.

.

.

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De geschiedenis van de kledij deel 1: van de oertijd tot de Romeinen

Standaard

categorie : mode en kledij

.

.

Het is niet helemaal duidelijk wanneer de kleding zijn intrede doet. Er zijn wetenschappers die denken dat het zo’n 500.000 jaar geleden al moet zijn geweest, maar recent onderzoek beweert dat kleding veel jonger is. Zo’n 170.000 jaar geleden zou de mens pas behoefte hebben gekregen aan kleding. De onderzoekers baseren die conclusie op de geschiedenis van de luis. Het dier ontwikkelde zich zo’n 170.000 jaar geleden van hoofdluis tot een luis die ook op kleding kon overleven. Kou was waarschijnlijk de reden dat de mens zich ging kleden en de luis de carrièreswitch kon maken.

.

 

De oertijd

.

In het allereerste begin droegen de mensen geen kleding. Ze liepen eerst op handen en voeten en waren vrij zwaar behaard. Kleding hadden ze niet nodig. Het leven bestond er vooral in om te overleven. De hele dag waren ze op zoek naar voedsel. De oermens dacht enkel aan zichzelf en overleven. Naarmate het klimaat kouder werd, stelden ze vast dat de vacht van de dieren waarop ze joegen, dichter werd. Hun beharing volstond op een bepaald moment niet meer en daarom gingen ze vacht van gedode beesten gebruiken om rond zich te hangen. Stilaan ontstonden er alzo kleding stukken om zich te verwarmen.

.

 

.

 

.

Decoratief

.

Wanneer de mens kleding voor het eerst als louter decoratie ging zien, is onduidelijk. Vaststaat dat de mens de noodzakelijke kleding wel graag aan de eigen wensen aanpaste. Archeologen hebben geverfde vezels gevonden die zo’n 36.000 jaar oud zijn. Door de jaren heen werd de mens ook steeds creatiever in het gebruik van grondstoffen. Bestonden de eerste gewaden nog vooral uit dierenhuid en dierenvellen, later werd ook vlas, wol en leer geïntroduceerd en soms zelfs gecombineerd. Ondertussen is kleding niet meer weg te denken uit de (moderne) geschiedenis.

.

.

De Egyptenaren

.

Het Oude Egypte was een beschaving die in de vallei van de Nijl ontstond rond 3000 v. Chr. De beschaving ging ten onder na de verovering van Egypte door Alexander de Grote in 332 voor Christus. De essentiële factor in het overleven van beschaving was de irrigatie van het landbouwgebied rond de Nijl. Het rijk kwam tot bloei en bleef jarenlang stabiel dankzij dit water dat ervoor zorgde dat het land veel opbracht.

De Egyptenaren waren hierdoor erg gericht op de jaarlijkse terugkeer van de droogte en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. De samenleving van de Egyptenaren was erg gestructureerd. De Egyptenaren waren op allerlei gebieden enorm vooruitstrevend voor hun tijd. Zo werd Egypte geregeerd door farao’s die door ambtenaren werden bijgestaan. Deze ambtenaren inden de belastingen en spraken recht.

De Egyptenaren hadden veel goden en geloofden dat zij na hun dood in een andere wereld verder leefden. Daarom lieten de farao’s graven bouwen waarvan de enorme piramiden het bekendst zijn. Als de farao stierf werd zijn lichaam gebalsemd en in stroken katoen of rameh gewikkeld.

Dit gebeurde omdat men geloofde dat het lichaam na de dood als woonplaats voor de ziel bewaard moest blijven.
Ook op het gebied van wetenschap waren de Egyptenaren de rest van de wereld al een stap voor. De Egyptenaren hun kleding was erg kenmerkend door hun opvallende vorm.

Omdat het Egyptische rijk zo lang heeft bestaan, verdelen wij de geschiedenis in drie perioden:
-het Oude Rijk: vanaf 2700 v. Chr.
-het Middenrijk: vanaf 2000 v. Chr.
-het Nieuwe Rijk: vanaf 1400 v. Chr.

.

.

Het Oude Rijk

.

De Egyptenaren droegen vanwege de warmte niet veel kleding. De mannen droegen alleen een soort heupschort, de slaven gingen zelfs vaak naakt. De vrouwen droegen kokervormige jurken van de oksels tot de enkels, soms versierd met geplooide stroken. Over deze jurken werd soms een soort poncho gedragen, de kalasiris. Dit was een hemdvormig, nauw kledingstuk.

Deze kon korte mouwtjes hebben of mouwloos zijn, maar had ook vaak alleen maar twee draagbanden die tussen de borsten door liepen en voor in het midden bij elkaar kwamen. Op deze manier had de vrouw haar armen vrij tijdens het werk. De kleding was vaak gemaakt van katoen, linnen of rameh.

.

.

.

.

 

Het Midden- en het Nieuwe Rijk

.

In het Midden- en in het Nieuwe Rijk werd er meer kleding gedragen, vooral meer wikkelkleding. De weefsels, die al bijzonder fijn waren, werden nu ook nog geplisseerd. De rijkere mensen droegen soms sandalen. Deze waren gemaakt van gevlochten bladeren van de papyrusplant, die in de Nijl groeide. De mensen uit de hogere stand droegen halskragen die vaak met goud en met edelstenen waren versierd. Mooie sieraden als armbanden, ringen, enkelbanden en halssieraden werden door zowel de mannen als de vrouwen gedragen.

.

.

.

.

De Farao

.

  • De koningen beschouwden zichzelf ook als goden op aarde en daarom zorgden zij voor een zorgvuldige reinheid. Haar werd als onrein beschouwd en afgeschoren, daarom droegen de farao’s pruiken. Deze pruiken werden gemaakt van mensenhaar, vlas of palmvezels. Ze werden met bijenwas vastgeplakt. Als teken van koningschap droeg de farao een valse baard. De farao droeg een dubbele kroon. Enerzijds droeg hij de kroon van beneden-Egypte, wat leek op een rode haarbandkroon. Anderzijds droeg hij de kroon van boven-Egypte, wat leek op een een vierkant gevouwen hoofddoek. Zo werd de samenvoeging van beide gebieden gesymboliseerd.
  • De vrouw van de farao, die evenals de farao kaalgeschoren was, droeg een pruik met geborduurde haarbanden versierd met lotusbloemen. Zij droeg bovenop haar hoofd een parfumketeltje van was. Deze smolt langzaam en verspreidde zo een aangename geur.
  • De ogen waren omrand met kohl. Een ander make-up artikel was henna. Hiermee werden de lippen en de nagels gekleurd.
  • De farao droeg over de heupschort aan de voorkant een met koningssymbolen versierd driehoekig onderscheidingsteken. Hier overheen droeg hij een hemdvormig gewaad.
  • De koningin droeg een lange kalasiris met een gordel die twee keer om het lichaam werd gewikkeld. Het kleed werd van voren vastgeknoopt, de uiteinden hingen tot bijna op de grond. Ook droeg zij de zogenaamde ‘koninginnekap’. Deze had de vorm van een valk met de vleugels naar beneden geklapt (deze bedekten de oren van de vorstin) en de kop naar voren. Ook de farao en zijn vrouw droegen met edelstenen versierde halskragen.
  • De koninklijke familie en andere rijke personen hadden vaak de voorkeur voor fijn, sluierachtig linnen om schoon en koel te blijven en zich prettig te voelen. Dit heeft ook te maken met de waarde die men hechtte aan de reinheid van het lichaam. Deze halfdoorschijnende stof werd ook wel ‘koningslinnen’ genoemd.

.

.

.

.

De Grieken

.

Vanuit Egypte nemen we een grote stap richting Griekenland. Rond 800 voor Christus ontstond in Griekenland de eerste grote Europese beschaving. Deze werd gevormd uit de Griekse stadstaten zoals Athene, Sparta en Milete. Het Grieks gebied rondom de Ionische Zee noemden de Grieken Hellas. De oude Grieken hebben de wiskunde en het Alfabet ontwikkeld en indrukwekkende (tempels) bouwwerken, zoals het Parthenon opgericht.

De kleding die beelden uit het oude Griekenland vaak droegen lijken op het eerste gezicht wat rommelig. Het zijn meestal wijde gewaden met veel plooien die overvloedig gedrapeerd zijn. De Griekse kleding bestond ook uit wikkelkleding of draperiekleding.

Al deze gewaden bestaan uit een rechthoekige lap stof die op een bepaalde manier omgeslagen en vastgespeld wordt. Het verschil tussen een doorsnee en bijzonder statig kledingstuk wordt vooral gevormd door de manier van dragen  en door de kwaliteit en versiering van de stof.
Er zijn een aantal soorten gewaden te onderscheiden:

.

.

De peplos

.

De peplos is de typische kledij van vrouwen in het antieke Hellas. Het werd gemaakt van een wollen rechthoekige lap met een afmeting van circa twee bij drie meter. De bovenzijde van de lap werd omgeslagen. Deze omslag werd apotygma genoemd. De lap werd vervolgens tot een koker gevormd, waarbij de zijnaad dichtgenaaid kon worden of open kon blijven. Het gewaad werd op de schouders met kledingspelden (ook wel fibula genoemd) vastgespeld en rond het middel bond de drager een koord of ceintuur. De kledingspelden waren vaak van brons.

.

.

.

.

De chiton

.

De chiton is een kledingstuk dat oorspronkelijk voor mannen bestemd was, maar later ook door vrouwen werd gedragen. De chiton werd evenals de peplos gevormd uit een grote rechthoekige lap. Er waren twee soorten chiton, de Dorische en een Ionische chiton. De Dorische chiton was van wol, terwijl de Ionische chiton van linnen was. Deze was fijner en duurder.

Ook de chiton werd tot een soort koker gevormd. Alleen werd de omslag achterwege gelaten. De zijnaden werden van boven tot beneden gesloten. Op de schoudernaad werden knoopjes gezet, waarbij drie openingen werden uitgespaard voor het hoofd en de beide armen. Het kledingstuk kom met een ceintuur omgord worden. De stof kon over de ceintuur heen getrokken worden, zodat een sterke overbloezing (Grieks: kolpos) ontstond.

De chiton kon zeer wijd zijn wat ervoor zorgde dat hij in duizenden prachtige plooitjes rond het lichaam viel. De chiton van de man was meestal minder wijd omdat die meer bewegingsvrijheid gaf. Bij speciale gelegenheden en door oudere mannen werd de lange chiton gedragen. De chilton is iets luxer uitgevoerd dan de exomis.

.

.

.

.

De himation

.

Over de peplos en de chiton heen, kon door mannen en vrouwen een mantel, de himation, worden gedragen. Ook dit was een rechthoekige lap, die op zeer veel verschillende manieren om het lichaam gedrapeerd kon worden, al dan niet vastgespeld op de schouder. Soms kon ook het hoofd met de himation worden bedekt.

.

.

.

.

De clamys

.

De clamys was een ander kledingstuk voor mannen. Dat was een lap die de linkerschouder en linkerarm bedekte en die op de rechterschouder werd vastgemaakt.

.

.

.

.

De exomis

.

De meeste eenvoudige mannen droegen een exomis. De exomis zit alleen om de linkerschouder vast.

.

.

.

.

Schoenen

.

Op bedelaars en enige filosofen na liep iedereen uit het oude Griekenland op schoenen. Meestal waren dit sandalen (sandaloi). Deze waren gemaakt van een flexibele zool met leren riempjes om de voet. Voor de lange afstand waren er ook echte schoenen, die helemaal dicht zijn.

.

.

.

.

Haardracht

.

Mannen hadden lang haar, omdat het in de mode was. Zo konden ze zich onderscheiden van slaven, die kortgeknipt haar moesten hebben. Later gaan ook de normale mannen kort haar dragen. Meestal vinden de vrouwen hun eigen haar niet mooi genoeg. Daarom dragen de chique dames vaak een pruik of een kunstig kapsel. Ze hadden hun haar vaak opgestoken met een paar vlechtjes of een soort clip.

.

.

.

.

.

.

.

.

Hoeden

.

Vrouwen droegen om het hoofd een hoofddoek. Mannen hebben vaak een hoge, naar boven spits oplopende muts op, de pilos. Mannen die op reis gingen droegen vaak een ‘petasos’; een strooien hoed met een brede rand en een band om de kin.

.

.

De Romeinen

.

Rond 754 voor Christus is, volgens de legende, door Romulus en Remus de stad Rome gesticht. Deze stad zou al snel uitgroeien tot het centrum van een machtig rijk. Vanaf 510 voor Christus werd Rome een republiek. In de hierop volgende eeuwen veroverden de Romeinen heel Italië. Later moest ook een groot deel van Europa buigen voor de macht van Rome. Het Romeinse Rijk zou in de geschiedenis het grootste rijk in Europa worden.

Typerend voor het Romeinse Rijk was de politiek. De Volksvergadering waarin alle burgers stemrecht hadden maakte de wetten en benoemde de hoge ambtenaren (magistraten). De Senaat, waarin alleen oud-magistraten zaten, hield zich vooral bezig met buitenlandse zaken. Om te voorkomen dat ze teveel macht zouden krijgen benoemden de Romeinen hun magistraten maar voor één jaar. De laagste waren de aedielen.

Daarop volgden de quaestoren, de praetoren en twee consuls . De censor, de hoogste ambtenaar, hield toezicht op het gedrag van de Romeinse burgers. In tijden van nood kon voor zes maanden een dictator worden benoemd. Hij had alle  macht. Ook in ons land kwamen de Romeinen tot aan de grote rivieren. Zij brachten hun beschaving mee naar het noordenen dus ook de typische Romeinse kledij.

.

.

De tunica

.

De Tunica was een lang en mouwloos kledingstuk van linnen of katoen dat rond het middel met een gordel was vastgesnoerd. Het is te vergelijken met een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Dit hemd werd met een riem een beetje opgebonden.

De tunica werd door de proletariërs, winkeliers en bouwvakkers gedragen, omdat je je in dit kledingstuk goed kon bewegen. Het eenvoudige volk, dat altijd een Tunica droeg, werd tunicati genoemd.

.

.

.

.

De toga

.

Een toga is een witte, wollen lap stof van ongeveer 20 m2. Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd. Het omslaan van dit kleed was  zó ingewikkeld, dat veel rijkelui voor dit karwei een aparte slaaf hadden. De toga was een standenkleed. Aan de manier waarop de toga gedragen werd, kon je zien wat voor rang en stand de drager had.

Het was ook erg ingewikkeld om te dragen. In het dagelijkse leven was dit kledingsstuk niet zo van belang door zijn beperkte bewegingsvrijheid. De Toga diende vooral als statussymbool en  werd dus alleen bij officiële gelegenheden gedragen.

Een toga werd vaak gekleurd, omdat dat er leuk uitzag. De kostbaarste kleurstof was purper. Die was afkomstig van de purperslakken. Er waren ongeveer 10.000 slakken nodig om een mantel purper te verven. Sommige rijke Romeinen hadden een streep purper op hun mantel. De enige die een geheel purperen toga mocht dragen was de keizer van het Romeinse rijk. Welgestelde Romeinse mannen werden togati genoemd.

.

.

.

.

Vrouw

.

De kleding van de Romeinse vrouw lijkt op die van de Griekse, maar is veel rijker. Als basis werd de tunica gedragen. Deze kwam bij vrouwen altijd tot de grond. Vrouwen droegen in plaats van een toga een soort wit wollen gewaad, de stola genaamd.

Over het hoofd werd soms een sluier gedragen. Welgestelde vrouwen droegen over hun tunica de palla, een omslagmantel, die lang genoeg was om over de schouders en of om het hoofd geslagen te worden en tegelijkertijd de knieën te bedekken. De palla was evenals de toga van wol. De meeste vrouwen kozen felle en contrasterende kleuren uit voor hun stola en palla.

.

.

.

.

Man

.

De mannen droegen als basis een tunica die tot de knieën kwam. Onder de Tunica werd door de mannen een lendendoek of een ander soort broek gedragen. Over de tunica mochten alleen de vrije Romeinen een groot wikkelkleed dragen, de toga.Een soortgelijk kledingstuk voor de mannen was de paenula.

Dit was een grote rechthoekige wollen lap die over de linker schouder werd gedrapeerd en onder de rechter arm door voor de borst werd getrokken. Bij slecht weer droegen de mannen een wollen cape met capuchon.

.

.

.

.

Kinderen

.

Kinderen droegen verkleinde uitgaven van de kleding der volwassenen.

.

.

Schoenen

.

De sandaal was bij de Romeinen veruit favoriet, zowel bij mannen als bij vrouwen. Deze sandalen waren  uit één stuk leer gesneden. Boeren droegen de carbatina, een schoen die van een stuk ossenhuid is gemaakt en met riempjes wordt vast gegespt. De Caligae is een ‘marssandaal’. Het zijn sandalen met spijkertjes in de zolen ter voorkoming van een glijpartij.

.

.

.

.

gladiator – sandalen

.

.

Haar

.

Het kapsel van de Romeinse leek op dat van de Griekse. Er werden vaak diademen en parels in gedragen. De Romeinse vrouwen waren dol op ingewikkelde kapsels. Ze zaten urenlang bij de kapper, en lieten soms hun haar rood of zwart verven. Soms droeg men blonde pruiken van haar van Germaanse slavinnen. Ook blondeerden de dames hun haar met bleekmiddel. De Romeinse man droeg het haar kort en evenwijdig aan de wenkbrauwen afgeknipt, en had geen baard.

.

.

.

.

.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Turkoois

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Kenmerken van turkoois

.

Turkoois bevat vaak bruine of zwarte aders. Dit heet wel een spinnenweb-patroon. Die donkere aders gelden als bewijs van de echtheid van turkoois. Soms heeft turkoois ook goudkleurige insluitsels.

Turkoois is heel poreus en neemt gemakkelijk kleurstoffen op. De mooie blauwe kleur verandert in groen door de inwerking van bijvoorbeeld transpiratie, zeep, parfum en schoonmaakmiddelen. De steen wordt ook groen als hij wordt verwarmd tot meer dan 250 graden Celsius.

Turkoois wordt vaak geïmpregneerd met olie of hars om de steen minder poreus en kwetsbaar te maken en de kleur te versterken. Let op, turkoois is dermate geliefd dat niet alle aangeboden turkoois echt is. Er zijn vele creatieve handelsnamen, en meestal gaat het niet om echte turkoois. De vervalsingen zijn soms duidelijk herkenbaar, maar soms ook niet.

.

.

.

.

Amerikaanse turkoois en Mexicaanse turkoois zijn wel echt, maar hebben van zichzelf geen felle kleur. Die kleur wordt meestal door verven of impregneren mooier gemaakt.

 

Californische turkoois is eigenlijk varisciet.

Weense turkoois is eigenlijk blauw geverfde klei.

Magnesiet en howliet zijn witte poreuze mineralen die vaak turkoois geverfd worden. De geverfde howliet wordt dan als turqueniet of turquereniet aangeboden.

Turkoois is koperhoudend en wordt vaak gevonden samen met andere koperhoudende mineralen, zoals chrysocolla, malachiet en azuriet. Eilatsteenis een vergroeiing van chrysocolla, turkoois en malachiet.

Turkoois is de nationale steen van Iran en Turkije, en van de Amerikaanse staten Arizona, Nevada en New Mexico.

In de edelsteentherapie wordt turkoois gebruikt voor zenuwgerelateerde klachten als nervositeit en reumatische pijn.

.

.

.

.

Herkomst van de naam

.

Turkooisdankt zijn naam aan de kruistochten (tussen 1095 en 1271). De kruisvaarders troffen deze steen aan in de Oriënt en namen hem mee naar huis. De naam is afgeleid van het Latijnse woord turcois (‘uit Turkije’). In het Frans werd dit vertaald naar pierre turquoise (‘Turkse steen’).

Eilatsteen is genoemd naar de vindplaats nabij Eilat, een havenstad in het uiterste zuiden van Israël.

.

.

.

.

Door de eeuwen heen

.

Turkoois was in veel culturen een beschermende steen: hij zou beschermen tegen schadelijke tovenarij en werd als amulet gedragen. Men geloofde dat zo’n amulet kracht, gezondheid en levensvreugde gaf. Volgens de overlevering zou turkoois zijn drager waarschuwen voor gevaar of ziekte door van kleur te veranderen.

Het beroemde gouden dodenmasker van farao Toetanchamon (ca. 1342-1223 v.Chr.) is versierd met vooral lapis lazuli, maar ook met turkoois. Uit het graf van Toetanchamon kwamen allerlei sieraden versierd met turkoois, zoals scarabeeën, ringen, hangers en kralen.In het Oude Egypte was turkoois een aan de godin Hathor gewijd mineraal. Zij was de Moedergodin, moeder van de goden. Zij werd wel de Blauwe Godin genoemd.

De Egyptenaren waren zo dol op turkoois, dat ze om aan de vraag te voldoen zelf turkooiskleurige fayence (een soort porselein) maakten.

Ook uit China zijn turkooisvondsten bekend van 3 millennia oud. Turkoois werd, net als jade en andere groene stenen, gebruikt als amulet ter bescherming, en als talisman om voorspoed en geluk aan te trekken. Turkoois werd, net als jade, verwerkt tot siervoorwerpjes, kralen en hangers.

In het Perzië van 2000 jaar geleden werd blauwe turkoois gebruikt om daken en plafonds van paleizen te versieren. De kleur werd geassocieerd met de hemel, maar ook met de hemel op aarde. Uiteraard konden alleen de extreem-rijken zich dit veroorloven. Vaak werden het turkoois voorzien van teksten uit de Koran.

De Romeinen (ca. 600 v.Chr. – 500 n.Chr.) gebruikten turkoois graag gezet in goud, omdat dit de mooie kleur goed doet uitkomen. Er zijn veel sieraden met turkoois teruggevonden uit de Romeinse tijd, zoals oorbellen en ringen. Opvallend zijn de hangers met oogmotief, amuletten tegen het boze oog.

De Romeinse wetenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.) beschreef ooit een kostbare blauwgroene steen met alle kwaliteiten van de turkoois zoals wij die kennen (poreus, gevoelig voor vetten, parfum en zweet). Hij noemde deze steen toen calais of callais.
Lieden die Plinius later citeerden hadden het over kallaiet, wat ontleend zou zijn aan de Griekse woorden kallos (‘mooi’) en lithos (‘steen’).

De Azteken (ca, 1200-1500) kenden turkoois als Teoxihuitl. Ze gebruikten dit mineraal graag om maskers, wapens en schilden te versieren. Ook beeltenissen van goden werden graag met turkoois versierd.

Turkoois was vaak de kleur van de slangengod Quetzalcoatl, de god van het water en de wind, de vruchtbaarheid en de hemel.

De oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika gebruikten en gebruiken turkoois graag voor hun sieraden. DeIndianengeloven dat turkoois iemand mooier, aantrekkelijker en gezonder maakt. Door zijn kleur helpt turkoois je te verbinden met de elementen lucht en water. Ze beschouwden turkoois als scherven van de hemel.

In Europa was turkoois al eeuwenlang bekend, omdat voorwerpen en sieraden versierd met turkoois via de Zijderoute deze kant op waren gekomen. Door zijn zeldzaamheid en kostbaarheid was turkoois voorbehouden aan koningen en hooggeplaatste geestelijken. Pas in de 14e eeuw werd hij populair onder een breder publiek.

De naam turkoois werd gemunt door Saxo Grammaticus (1160-1208), een Deense geschiedenisschrijver. Hij noemde de steen in het Latijn lapis turcois.

In het Middellands Zeegebied werd en wordt turkoois als blauwe steen gebruikt als amulet tegen het boze oog.

.

.

.

.

Spiritueel

 

* Turkoois is dé steen van de zelfverwezenlijking.
* Turkoois helpt je bij het vinden vancreatieve oplossingen voor problemen. Dat geldt ook voor relatieproblemen; turkoois laat je zien hoe die problemen ontstaan zijn, welke rol je daar zelf in speelde, en hoe je ze kunt oplossen.
* Turkoois maakt eerlijk en waarheidsgetrouw.
* Turkoois brengt evenwicht bij extreme stemmingswisselingen.
* Turkoois helpt je jezelf te accepterenzoals je bent.
* Turkoois geneest hartenpijn, stimuleert trouwe vriendschap en romantische liefde.
* Turkoois beschermt je bij overgevoeligheidvoor invloeden van buitenaf.

.

.

.

.

Chemische samenstelling

.

Turkoois is koperhoudend. Het mineraal kan heel veel tinten blauw en of groen hebben: hemelsblauw, blauw, blauwgroen, groenblauw, groen, appelgroen, groenig grijs. Insluitsels van ijzer kleuren de turkoois groen; hoe mee ijzer, hoe groener de turkoois. De steen kan soms lichtbruin of gelig grijs zijn.

De kenmerkende donkere aders bestaan uit bruine limoniet (FeOOH) of zwarte mangaanoxide (Mn2O3). De goudkleurige insluitsels bestaan uit ingesloten pyriet (FeS2).

.

.

Samenstelling: (CuAl6 (PO4)4 (OH)8 4H2O) + Ca, Cr, Fe, Mn, S
Hardheid: 5 – 6
Glans:vetglans, wasglans, glasglans, mat
Transparantie: ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig, ruw
Splijtbaarheid: goed
Dichtheid: 2,6 – 2,9
Kristalstelsel: triklien

.

.

Turkoois-ruw

.

.

 

.

.

 

.

.

.

.

.

.

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 John Astria

John Astria

Chrysopraas, een smaragdgroen mineraal

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Chrysopraas is de naam van een helder groene tot smaragdgroene soort chalcedoon. Dit mineraal is tegenwoordig vrij onbekend, maar was eeuwen geleden zeer geliefd.

.

.

Algemeen

 

Chrysopraas is betrekkelijk zeldzaam. Het mineraal wordt gevonden tussen lagen verweerd, serpentijnhoudend gesteente. Met bulldozers of ander zwaar materieel wordt dit gesteente zo veel mogelijk verwijderd. Daarna wordt de smaragdgroene chalcedoon met de hand voorzichtig verder ontdaan van het moedergesteente.

De meeste chrysopraas komt nu uit Australië. De kleur is van Australische chrysopraas is dieper groen dan die van de Europese variant. Omdat chrysopraas voorkomt in allerlei mooie tinten groen, wordt het graag gebruikt als imitatie van jade. Op de markt wordt het soms verkocht als Australische jade.

Er bestaat ook citroengele chrysopraas, die dan ook citroenchrysopraas heet. Dit is eigenlijk het mineraal gaspeiet vermengd met kleurloze chalcedoon. In de edelsteentherapie wordt chrysopraas vaak gebruikt voor kinderen die zich onbegrepen voelen, zich slecht kunnen uiten of hyperactief zijn.

 

Let op! Er wordt tegenwoordig ook blauwe chalcedoon op de markt aangeboden die kunstmatig smaragdgroen is gekleurd door middel van nikkel of groen zout.

.

.

ruw

.

.

 

Door de eeuwen heen

 

Chrysopraas is al vele eeuwen bekend als siersteen en heelsteen.

In het oude Egypte (vanaf circa 3300 v.Chr.) werd chrysopraas in kettingen en andere sieraden vaak gecombineerd met lapis lazuli of sodaliet. Chrysopraas was gewijd aan de Egyptische godin van de vruchtbaarheid, Bastet of Bast. Deze godin had het hoofd van een kat.

In de tijd van Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) werd chrysopraas de Overwinningssteen genoemd, meldde de Duitse geleerde Albertus Magnus (1206-1280). Volgens de overlevering had Alexander zijn successen te danken aan het feit dat hij vanaf het begin van zijn zegetocht altijd een riem droeg die versierd was met een ‘praas’-steen. Maar op zekere dag beet een slang de steen van de riem, waarna Alexander geen enkele strijd meer won. Niet veel later stierf hij….

Het grootste bekende stuk chrysopraas uit de Oudheid heeft een grootte van 12,5 x 15 cm. en stelt het hoofd van oppergod Jupiter voort. Het dateert uit de 2e eeuw. Het bevindt zich in de collectie edelstenen van de Universiteit van Pennsylvania.

Chrysopraas was ook geliefd bij de Romeinen (ca. 600 v.Chr. – 500 n.Chr.). Er zijn veel Romeinse sieraden met chrysopraas teruggevonden: broches (cameeën), armbanden, kettingen en zegelringen. Chrysopraas werd beschouwd als een sterke talisman die beschermde tegen het boze oog, een slecht humeur, vervloekingen en vechtpartijen.

De Romeinen schaarden de chrysopraas bij de stenen die aan de liefdesgodin Venus gewijd waren. De chrysopraas zou goed zijn tegen sleur en desinteresse, en zou echtelieden geïnteresseerd in elkaar houden. Chrysopraas stond niet voor de zinnelijke liefde, maar voor geestelijke liefde. Daarnaast stimuleerde chrysopraas de liefde voor de waarheid.

Koningin Cleopatra (69-30 v.Chr.) droeg volgens overlevering graag chrysopraas omdat dit zou helpen haar jeugdige schoonheid te bewaren.

De Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) gebruikte de chrysopraas tegen jicht. De patiënt moest dit kristal op de blote huid leggen, bovenop de aangedane plek. Ze liet heetgebakerde mensen langdurig chrysopraas op de keel dragen, om zo hun woede te temperen. Chrysopraas wordt heden ten dage nog steeds gebruikt vanwege zijn verkoelend effect bij woede, jaloezie, liefdesverdriet en andere heftige emoties.

Silezië was in de Middeleeuwen de belangrijkste bron voor kwalitatief hoogwaardige chrysopraas. Tot in de 17e eeuw bleef Silezië de belangrijkste vindplaats van chrysopraas. Dit mineraal werd toen graag gebruikt voor sieraden, kralen en knopen. Dat zie je vaak terugkomen in vondsten uit die tijd, en op schilderijen.

Silezië was in de 18e eeuw het toneel van veel conflicten. Uiteindelijk moest de Habsburgse keizerin Maria Theresa (1717-1780) het gebied afstaan aan Frederik de Grote (1712-1786), koning van Pruisen. Inclusief de chrysopraas-mijnen. Dit heeft Maria Theresa Frederik nooit vergeven.

Frederik de Grote was volgens de overleveringen zo dol op chrysopraas, dat hij zijn paleis in Potsdam rijkelijk versierde met siervoorwerpen en zelfs meubilair met chrysopraas. Hij bezat een ring met een grote chrysopraas, waarop hij zo dol was dat hij ‘m nooit afdeed. En als hij ging wandelen, nam hij een wandelstok mee die versierd was met een grote knop van chrysopraas. Hij bezat maar liefst 18 snuifdozen van chrysopraas.

Langzaam maar zeker raakten de mijnen in Silezië uitgeput. En dit kristal raakte een beetje in vergetelheid. Door recente grote vondsten in Australië is chrysopraas weer op de kaart gezet.

.

.

.

.

 

Spiritueel

.

.

* Chrysopraas is een goede steen voor volwassenen om hun Innerlijk Kind te bevrijden van onverwerkte (negatieve) emotiesen patronen uit hun kinderjaren..

* Chrysopraas geeft een gevoel van veiligheid en geborgenheid, en helpt bij negatieve emoties als wrok, jaloezie en liefdesverdriet. Het mineraal helpt je omje hoofd koel te houden en de vrede te bewaren in verhitte situaties.
* Chrysopraas helpt je om tijdens je slaap heftige belevenissen van de dag op een evenwichtige manier te verwerken. Hierdoor helpt chrysopraas tegen negatieve visioenen en nachtmerries.
* Chrysopraas helpt je te accepteren dat je bent zoals je bent. Chrysopraas laat je zien dat ieder mens bestaat uit een unieke combinatie van mooie, en soms wat minder mooie, gaven en talenten..
* Chrysopraas maakt onzelfzuchtig en eerlijk. Het delen van informatie, geld en goederen wordt gemakkelijker.

.

.

.

.

.

.

Chemische samenstelling

 

Chrysopraas is siliciumoxide. De mooie groene kleur van chrysopraas wordt veroorzaakt door sporen nikkel. Soms bevat het mineraal ook chroom.

.

.

Samenstelling:SiO2 + Ni, H2O
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: glasglans, mat, wasglans
Transparantie: licht doorschijnend tot ondoorzichtig
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,64
Kristalstelsel: trigonaal, micro-kristallijn

 

 

Chrysopraas
Chrysopraz-tumble polished stone.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2
Kleur smaragdgroen, blauwgroen en appelgroen
Streepkleur wit
Hardheid 6-7
Glans glasglans,mat
Breuk ruw, bros
Splijting geen
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal microkristallijne aggregaten
Brekingsindices Ne 1,539-1,544, No 1,526- 1,535
Dubbele breking 0,004 tot 0,005
Dispersie geen
Fluorescentie geen
Luminescentie geen
Overige eigenschappen
Veredeling niet bekend
Bijzondere kenmerken geen

 

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De edelsteen Chrysocolla

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

De lieflijke chrysocolla is een koperverbinding met doorgaans

mooie tinten groen, blauw en turkoois.

De steen wordt ook wel chrysokol genoemd.

.

Chrysocolla is heel zacht en onregelmatig van structuur. Dat maakt deze edelsteen lastig te verwerken. De sieradenmakers prefereren daarom een mengvorm van chrysocolla met veel silicaat; dat maakt de steen harder en geeft een geweldige kleur groen. Deze kwaliteit wordt Gem Chrysocolla (‘edelsteen-chrysocolla’) of chrysocolkwarts genoemd.

De variant met veel helderrode insluitsels heeft een eigen naam: Sonora Sunrise. Het is een vergroeiing van blauwgroene chrysocolla met cupriet (rode vlekken) en soms tenoriet (zwarte aders). De variant werd populair na de vondst van edelstenen van hoge kwaliteit met heldere kleuren en scherp begrensde patronen.

Eilatsteen is een vergroeiing van chrysocolla met turkoois en malachiet.

Azulita is een handelsnaam voor de vergroeiing van chrysocolla, azuriet, malachiet, cupriet en dioptaas.

Chrysocolla is vanwege zijn mooie kleuren geliefd voor sieraden. De steen is echter vrij poreus, en daardoor gevoelig voor transpiratie, parfum en zeep. Sieraden van chrysocolla kun je beter niet in aanraking laten komen met schoonmaakmiddelen. Ze kunnen dan van kleur veranderen en minder mooi worden.

Van oudsher wordt chrysocolla gebruikt als bron van kopererts. Tegenwoordig wordt chrysocolla ook gebruikt als coating bij schepen, om het aangroeien van algen tegen te gaan.

Chrysocolla is een heel prettige edelsteen voor gebruik in de edelsteentherapie. De steen heeft een verruimende werking op de luchtwegen. Geestelijk geeft chrysocolla wijsheid en inzicht.

 

 

.

.

Door de eeuwen heen

 

.De oude Egyptenaren (vanaf ongeveer 3300 v.Chr.) waren dol op chrysocolla. Ze meenden dat het een zwakkere soort turkoois was. De steen werd graag gebruikt voor het maken van een scarabee, een amulet voor de reis van een overledene naar het Dodenrijk, om de wedergeboorte in het hiernamaals te garanderen. De Egyptenaren dachten dat een sieraad van chrysocolla hielp bij het perfectioneren van de relatie tussen lichaam en geest. De steen werd ook gebruikt om groene verf te maken.

De oude Grieken (ca. 800-250 v.Chr.) en Romeinen (ca. 600 v.Chr.-600 n.Chr.) zagen de chrysocolla als steen van hoop. Daarnaast zou chrysocolla beschermen tegen tegenslag en geestelijke wonden. Turkooiskleurige stenen, zoals chrysocolla, waren gewijd aan Aphrodite/Venus, godin van de liefde, en garandeerden een interessant seksueel leven.

De geleerde Theofrastus (ca. 371-287 v.Chr.), een leerling van Aristoteles, besteedde reeds veel aandacht aan de chrysocolla. Hij schreef dat de mooiste kwaliteit uit Cyprus, en de mooiste kleur groen uit Spanje kwam.

Hij gaf uitgebreid informatie over de toepassingen van chrysocolla. Het was een belangrijke grondstof voor groene verf. Ook medicinaal was de steen belangrijk. In combinatie met was en olie desinfecteerde chrysocolla wonden. Met honing werd het gegeven bij angina en als braakmiddel.

Chrysocolla in oogdruppels kon wondjes rond de ogen genezen en littekens laten verdwijnen. Een chrysocolla pleister verminderde oogpijn. Ook wijdde hij uit over hoe je goud kan solderen met chrysocolla.

De informatie van Theofrastus werd later vrijwel letterlijk geciteerd (zonder bronvermelding) door de Romeinse wetenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.), die de chrysocolla ook kende onder de naam amphidanes. Hij vertelde erbij dat de chrysocolla in India wordt opgegraven door mieren. De steen zou een soort magneet zijn voor goud.

Deze informatie werd vervolgens vrijwel letterlijk tot diep in de middeleeuwen doorgegeven door schrijvers als Albertus Magnus (ca. 1200-1280).

Schilders in de Middeleeuwen gebruikten vermalen chrysocolla en andere koperverbindingen als groen pigment.

In 1808 werd chrysocolla voor het eerst beschreven als zelfstandig mineraal. Dit was het werk van de Franse geoloog en mineraloog Brochant de Villiers.

 

 

.

.

Chemische samenstelling

 

Chrysocolla is een waterhoudend kopersilicaat. Het mineraal komt voor in oxidatiezones van kopererts. De zwarte insluitsels zijn tenoriet (CuO). De rode insluitsels zijn stukjes cupriet (roodkopererts, Cu2O).

De steen is poreus en gaat gemakkelijk verbindingen aan met andere elementen dan koper. Je vindt dan ook vaak mengvormen van chrysocolla met azuriet, cupriet, hemimorfiet, malachiet, opaal, smithsoniet, turkoois of varisciet. Hieraan dankt de chrysocolla zijn aantrekkelijk uiterlijk.

.

.

 

Samenstelling: CuSiO3.2H2O + Al, Fe, P, CuO2
Hardheid: 2 – 4
Glans: dof tot glasglans
Transparantie: meestal ondoorzichtig, heel soms zwak doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,2 – 2,5
Kristalstelsel: rombisch, soms amorf

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De blauwe chalcedoon

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

.

Kenmerken van blauwe chalcedoon

.

De blauwe chalcedoon is licht tot helder blauw, soms met een streeppatroon, soms juist effen van kleur. Het is een zeer zuivere kwarts die eigenlijk wit is. De mooie blauwe kleur is een gevolg van een natuurkundig verschijn- sel dat ontstaat door de microkristallijne structuur van de steen (Tyndall-effect). De microscopisch kleine kristallen verstrooien het invallende licht: het blauwe deel van het kleurenspectrum worden veel meer verstrooid dan het rode deel. Het gevolg: wij zien de witte steen als blauw.

Chalcedoon wordt veel gevonden bij holtes en breuken in gesteente. Een streeppatroon ontstaat als de steen uit stromend kiezelzuur ontstaat. Wordt hij in stilstaand kiezelzuur gevormd, dan is hij gelijkmatig doorschijnend en zonder bandering. Chalcedoon is als het ware een opvulmiddel in holle ruimtes van gesteente. Zijn energetische werking is vergelijkbaar: helend en vullend. Het is dé steen voor mensen die driftig, snel geraakt of snel beledigd zijn. Chalcedoon leert je beter naar je eigen lichaam te luisteren en hierop te reageren.
Chalcedoon maakt ook welsprekend en diplomatiek.

 

 

chalcedoongeode1

 

 

 

Herkomst van de naam

.

De blauwe chalcedoon dankt zijn naam aan de oude stad Chalcedon, die in de Oudheid in Klein-Azië aan de Bosporus was gelegen, tegenover Byzantium. Zijn de streeppatronen fijn en kantachtig, dan wordt dit kristal ook wel blue lace agaat (‘blauw kant agaat’) genoemd.

Een andere naam is avaloniet, naar het legendarische land Avalon. Naar dat eiland reisde de mythische koning Arthur toen hij in het jaar 537 dodelijk gewond raakte. Avalon werd geregeerd door de tovenares Morgan le Fay en haar acht zusters. Zij waren zeer bedreven in het verzorgen van gewonden en het helen van ziekten.

 

 

chalcedoon-trommelstenen

.

 

 

Door de eeuwen heen

.

Chalcedoon is al meer dan 8000 jaar bekend en geliefd. Aanvankelijk diende het als grondstof voor het vervaardigen van werktuigen, zoals messen. Pas later werd het ook als siersteen gewaardeerd.

De Oude Egyptenarenmaakten van chalcedoon onder andere scarabeeën, meestal doorboord en voorzien van hiërogliefen, en andere siervoorwerpen.
Bij de Romeinen werd hij als amulet tegen vergiftiging gedragen.
In Tibet is de witte chalcedoon symbool van de reine Lotusbloem.
De Arabieren dachten dat de chalcedoon moed en kracht schonk.
De befaamde Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) noemt de steen een goed hulpmiddel voor redenaars, om beter in het openbaar te spreken.

 

 

chalcedoongeode

.

Spiritueel

.

* Chalcedoon is dé steen van de communicatie. Met deze steen in je hand of zak kan je (leren) luisteren naar je gesprekspartner. Daarnaast laat de blauwe chalcedoon je begrijpen wat de andere partij eigenlijk zegt; je doorziet verborgen boodschappen.
* De blauwe chalcedoon laat je rustig spreken, helder formuleren. Het maakt je welsprekend.

* Het mineraal geeft plezier in communicatie in alle mogelijke vormen en met alle mogelijke gesprekspartners: mensen, engelen, planten en dieren, met wie je maar wilt. Creatieve uitingen zoals het maken van tekeningen, schilderijen, muziek of dans worden met blauwe chalcedoon gemakkelijker.

* Het mineraal helpt bruggen te slaan, en in moeilijke situaties oplossingen te zien en toe te passen. Het helpt dat je te allen tijden jezelf blijft.
* De blauwe chalcedoon heelt innerlijke wonden, zoals jeugdtraumata, gevoelens van niet geaccepteerd worden, gekwetstheid. Het mineraal geeft letterlijk en figuurlijk de ruimte om de weggedrukte emoties vorm te geven, waardoor oude patronen doorbroken kunnen worden.
* Chalcedoon helpt je om vreemde talen te leren. Je wordt gevoeliger voor de fijne nuances van de taal. buitenlandse talen zijn gemakkelijker te leren. Blauwe chalcedoon is de steen van de diplomatie.
* Het leert je beter naar je eigen lichaam en behoeftes te luisteren en hiernaar te handelen.

 

 

zhaohua5052-12MM-font-b-ANTIQUE-b-font-font-b-ART-b-font-font-b-DECO-bketting

.

 

 

Chemische samenstelling

.

Blauwe chalcedoon ontstaat door snelle afkoeling bij lage temperaturen en geringe druk en heeft daardoor geen zichtbare kristallen. Blauwe chalcedoon is een kwarts en dus familie van de bergkristal. Bergkristal is zuiver siliciumdioxide; chalcedoon is siliciumdioxide plus ingesloten water. Agaat, carneool, chrysopaas, mosagaat en muggensteen zijn familie van de chalcedoon. Deze stenen hebben ook nog andere insluitsels, zoals ijzer of calcium.

 

 

Samenstelling: SiO2 + H2O
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: glasglans, mat, zijdeglans, wasglans
Transparantie: meest doorschijnend, ook halfdoorzichtig, opaak
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,64
Kristalstelsel:microkristallijn, trigonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Gladiool

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

 De gladiool

.

De dood of de gladiolen (overwinnen of ten onder gaan) > uitdrukking

.

Algemeen

.

Gladiolen zijn van april tot november verkrijgbaar. De maanden juni, juli, augustus en september zijn echter de topmaanden. ,”De dood of de gladiolen” is een uitdrukking die nogal eens in de wielersport wordt gebruikt, maar toch vooral ook verbonden is aan de Nijmeegse Vierdaagse. De laatste etappe van dit jaarlijkse wandelspektakel wordt terplekke omgedoopt tot “Via Gladiola”, de “Weg van de Gladiolen”. Daar lopen betekent dat de finish in zicht is. Op deze Via Gladiola worden de wandelaars overladen met gladiolen als teken dat ze het volbracht hebben.

.

.

Gladiolen

.

.

De bloemen en de daaraan gekoppelde uitspraak zijn niet willekeurig gekozen of bij toeval gekozen. In de tijd van de Romeinen werden de roemruchte Gladiatoren gevechten gehouden. Twee zwaardvechters vochten in een arena letterlijk om de dood of de gladiolen. De overwinnaar werd na afloop bedolven onder gladiolen. Gladiool komt namelijk van het Latijnse woord Gladius en dat betekent zwaard. De bloem heeft ook een zwaardvormig uiterlijk en heet dan ook wel zwaardlelie. Sindsdien symboliseren gladiolen kracht en overwinning. In andere landen is de gladiool in gebruik als grafbloem. Dan betekent de bloem zoveel als “Jij bent mijn ware liefde” en “We zullen je missen”.
.

Soorten

.

De gladiool behoort tot het plantengeslacht Gladiolus. Er bestaan grootbloemige en kleinbloemige gladio- lensoorten. Het aantal kleuren is enorm, maar rood is de populairste kleur bij de consument. Bekende en veel verkochte grootbloemige soorten zijn:

.

.

Gladiolus Chinon (rood)

chinon
.
.
                                                                            Super Star (wit)
superstar
.

Sancerre (wit met lila hart)

GladiolusSancerre1
.
.

Hunting Song

179497_main_large hunting song
.
.
.

Van de kleinbloemige soorten zijn dit populaire rassen:

.

Gladiolus tubergenii Charming Beauty

10431tubergenii

.

.

Gladiolus Elvira (zalmroze met rode vlekken)

gladioluselvira

.

.

Colvillei Alba (wit)

gladiolus_hybrid_x_the_bride_colvillei_2004_1
.
.
.

Kenmerken

.

De bloemen van de gladiool bloeien symmetrisch aan weerszijden van de stengel. De bloemen groeien in aren en hebben twee schutbladeren. In het midden van de bloem zitten opvallende, rozerode meeldraden. De groot- bloemige soort haalt een stengellengte van 150 centimeter, de kleinbloemige komt tot 50 centimeter.

.

Bijzonderheden

.

De gladiool komt van oorsprong uit Afrika. Door de knollen te roosteren voorzag men zich van voedsel met een kastanjeachtige smaak. Geitenmelk vermengd met gedroogde en gemalen knollen werd tegen buikkrampen gebruikt. Een papje van gladiolenmeel werd op de huid gesmeerd om splinters uit de huid te laten trekken.

In ons eigen land kennen we allemaal wel de redelijk onvriendelijke uitroep “Achterlijke gladiool”. Het scheldwoord betekent dat iemand een ongelooflijke stomkop is. In 1984 werd het voor het eerst opgenomen in het Nationaal Scheldwoordenboek en ondertussen heeft ook Van Dale gladiool als scheldwoord opgenomen.

.

Verzorgingstips

.

  • Het is niet nodig om snijbloemenvoedsel te gebruiken.
  • Door de top van de aar weg te breken, ontstaat een gelijkmatiger bloei van de knoppen. Ook het doorbuigen van de steel kan zo worden voorkomen. De sierwaarde is hierdoor wel minder.
  • Vermijd rijpend fruit vanwege het vrijkomende ethyleengas dat bloemen snel doet verwelken.
  • gebruik schoon water.

 

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA