Tagarchief: roze

 Smalle wikke : Vicia sativa subsp. nigra

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

smalle-wikke

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze vlinderbloemen, die alleenstaand of met 2-4 in de bladoksels staan en
– waarvan de zwaarden nagenoeg dezelfde kleur hebben als de vlag
– en de samengestelde bladeren met vertakte rank

 

 

plant-smalle-wikke

 

 

 

Algemeen

 

Smalle wikke is een eenjarige, zeer algemeen voorkomende plant en groeit op grazige zandgrond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit van mei tot en met juli met helder roze, kort gesteelde bloemen, die alleen of met 2-4 in de bladoksels staan. De zwaarden en vlag zijn nagenoeg gelijk van kleur. Dit in tegenstelling tot vergeten wikke, waarbij de vlag duidelijk lichter is dan de zwaarden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stomp vierkantige stengels, die 10 tot 100 cm lang kunnen worden, zijn slap en de plant vindt door middel van de ranken steun bij omringend gras, soortgenoten of andere planten. De ranken zijn vertakt en zitten aan het uiteinde van de samengestelde bladeren in het verlengde van de bladspil. De bladeren hebben kleine steun- blaadjes met klieren, die bij zonnig weer nectar produceren, waar vooral mieren op afkomen. De deelblaadjes van de bovenste bladeren zijn veel smaller dan die van de onderste bladeren. De overgang in breedte is tamelijk abrupt. De overgang in breedte van de deelblaadjes bij vergeten wikke gaat heel geleidelijk.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 100 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m juli
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen met gelijke tanden
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– smal eirond tot langwerpig
– in of boven het midden het breedst
– zeer kort gesteeld
– top rond met spits uitsteekseltje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

Stengel
– klimmend
– weinig behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

smalle-wikke

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Veldsalie : Salvia pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

salvia-pratensis-veldsalie_small

 

 

Goed te herkennen aan
– grote blauwpaarse lipbloemen met een sterk gebogen bovenlip en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

 

 

dsc08913a

 

 

 

Algemeen

 

Veldsalie is een behaarde, licht aromatische plant. Ze kan tot 80 cm hoog worden. De plant komt in heel Europa voor, vooral Frankrijk. Veldsalie groeit op matig vochtige, kalkrijke grond in graslanden, wegbermen, op rivierduintjes en langs dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldsalie bloeit in mei, juni en juli met prachtige blauwpaarse (zelden lichtblauwe, roze of witte) lipbloemen van 15 tot 30 mm. Ze staan in losse schijnkransen van 4 tot 8 bloemen in de oksels van de schutbladen om de stengel. Zowel de bloemkroon als bloemkelk zijn bedekt met klierharen. De stijl steekt vrij ver buiten de bloem.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn lang gesteeld, langwerpig tot eirond en vormen een rozet. Aan de stengel zitten kleinere, kort gesteelde of zittende stengelbladeren.

 

 

sensation deep rose

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd veldsalie veel gebruikt in de keuken. Tegenwoordig gebruikt men echte salie (Salvia officinalis).

 

 

sensation white

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 30 tot 80 cm

Bloem
– blauwpaars (zelden lichtblauw,
roze of wit)
– vanaf mei t/m juli, soms tot de herfst
– aarvormige bloeiwijze met losse   schijnkransen
– lipbloem
– 15 tot 30 mm
– kelk- en kroonbladen met klierharen
– kroonbladen vergroeid
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– maximaal 15 cm lang
– stengelbladeren :
– kleiner dan de rozetbladeren
– kruisgewijs tegenoverstaand
– kort gesteeld of zittend
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top iets spits
– rand gekarteld of dubbel gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– rimpelig
– bovenkant kaal
– onderkant sterk behaard, lichter van kleur

Stengel
– rechtop
– sterk behaard
– vierkantig

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Slangenkruid : Echium vulgare

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

slangenkruid-110626-1038

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze/paarse knoppen en blauwe bloemen
– met meeldraden en stijl ver buiten de bloem stekend en
– de roodbruine knobbels met lange haren op de stengel

 

 

slangenkruid-1

 

 

 

Algemeen

 

Slangenkruid is een behaarde, overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond. In Europa loopt het verspreidingsgebied van Midden-Scandinavië tot Spanje. In Noord-Amerika is de plant ingevoerd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Slangenkruid bloeit vanaf mei tot en met september. Bij vele ruwbladigen verkleuren de bloemen van roze (in de knop) via paars (grotere knop) en blauwpaars (bloem in volle bloei) naar blauw (verwelkte bloem, een enkele keer tot wit of vleeskleurig. De 5 meeldraden zijn opvallend donker roze/paars en ongelijk van lengte. Evenals de stijl steken ze ver buiten de bloem. De bloeiwijze is een langgerekte pluim, waarin de bloemen in (niet opgerolde) schichten bij elkaar staan. De schichten groeien tijdens de bloei schuin naar boven uit.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn dicht behaard met aanliggende korte haren en afstaande lange haren op roodbruine of witte knobbels. De rozetbladeren zijn langwerpig tot lancetvormig, in een steel versmallend. De zittende stengelbladeren zijn lancet-tot lijnlancetvormig.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De wortel is in het verleden gebruikt als basis voor rode verf. Op internet vind je een aantal toepassingen voor inwendig gebruik van slangenkruid, zoals thee gemaakt van de onderste bladeren of toevoegen van jonge blaadjes aan sla.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen in het duingebied en
plaatselijk in stedelijke gebieden,
elders zeldzaam
– 30 tot 100 cm

Bloem
– verkleurend van roze naar blauw
– vanaf mei t/m september
– pluim, opgebouwd uit schichten
– trechtervormig
– 10 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of rozet
– enkelvoudig
– lancet- tot lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf, soms golvend
– voet aflopend (in steel)
– hoofdnerf met onduidelijk zijnerven
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– roodbruine knobbels
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Smithsoniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Het mineraal smithsoniet of zinkspaat is een zink-carbonaat met de chemische formule ZnCO3. Het is ook bekend onder de benamingen galmei en kalamijn. De Franstalige naam voor het plaatsje Kelmis La Calamine verwijst naar laatstgenoemde benaming.

.

.

.

.

.

.

Eigenschappen

.

Smithsoniet kan wit, grijs, groen, roze of blauw zijn, met een witte streepkleur. Het heeft een soortelijk gewicht van 4,4 en een hardheid van 4,5 op de Hardheidsschaal van Mohs. De glans is glas- tot parelachtig en het materiaal is doorzichtig tot doorschijnend.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Smithsoniet is vernoemd naar de oprichter van het Smithsonian Institute.

.

.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Het normaal voorkomend smithsoniet, supergenetisch ontstaan door oxidatie van zinkertsen, wordt geassocieerd met andere super genetische loodmineralen. De belangrijkste vindplaatsen zijn Broken Hill in Australië, Tsumeb  in Namibië en de Kelly-mijn te Magdalena in de Verenigde Staten. Ook in Monte Poni op Sardinië zijn mooie aggregaten en stalactieten gevonden.

In België wordt smithsoniet aangetroffen in de omgeving van Kelmis en Moresnet, alwaar het vroeger op grote schaal werd ontgonnen, vooral voor de productie van messing. De aanwezigheid van zink in de ondergrond heeft hier gezorgd voor een bijzondere flora met onder andere het beschermde zinkviooltje.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

Chemische samenstelling: ZnCO3

hardheid: 4 – 4,5

.

.

.

.

.

Smithsoniet
Smithsonite - USGS Mineral Specimens 016.jpg
Mineraal
Chemische formule ZnCO3
Kleur Wit, grijs, groen, roze of blauw
Streepkleur Wit
Hardheid 4 tot 4,5
Gemiddelde dichtheid 4,43 kg/dm3
Glans Glas- tot parelachtig
Opaciteit Zelden doorzichtig, doorschijnend
Breuk Conchoïdaal tot oneffen
Splijting [1011] Perfect
Kristaloptiek
Brekingsindices N1,621, N1,848-1,849
Dubbele breking 0,027
Bijzondere kenmerken Geen

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Roze winterpostelein : Claytonia sibirica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1830-gr-roze-winterpostelein

 

 

Goed te herkennen aan
– de mooi geaderde helder roze bloemen en
– de twee tegenoverstaande niet vergroeide bladeren onder de bloemen

 

 

266px-claytonia_sibirica_plant_roze_winterpostelein_plant

 

 

 

Algemeen

 

Roze winterpostelein is een eenjarige plant van 10 tot 40 cm hoog. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke grond in loof-en naaldbossen, vaak als opslag in tuinen en parken. Halverwege de vorige eeuw is ze als sierplant in de Lage landen ingevoerd en daarna is ze via tuinafval verwilderd. Omdat ze zich gemakkelijk uitzaait en op plekken groeit waar geen andere plant kan groeien, heeft ze zich in het wild kunnen handhaven.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met augustus met donker geaderde helder roze (zelden witte) bloemen, die vijf ingesneden kroonblaadjes hebben.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Evenals witte winterpostelein is roze winterpostelein winterhard en kunnen de blaadjes rauw gegeten worden als salade of gekookt als spinazie. In de zomer kunnen ze wat bitter smaken. Een smeersel van gestampte bladeren werd gebruikt bij snijwonden en andere uitwendige verwondingen. Het sap van de plant is gebruikt als oogdruppels bij pijnlijke en rode ogen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

posteleinfamilie (Portulacaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf mei t/m augustus
– pluim
– stervormig
– 8 tot 10 mm
– 5 kroonbladen ingesneden
– kroon niet vergroeid
– 2 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet of tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot ruitvormig
– top spits of toegespitst
– rand gaaf
– voet wigvormig
– kromnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-roze-winterpostelein

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Rode klaver : Trifolium pratense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

rodeklaver

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze tot rozerode bloemhoofdjes
– met stengelbladeren direct onder het hoofdje en
– de eironde tot langwerpige bladeren met V-vormige, lichte vlek en behaarde onderkant

 

 

bloeiende-rode-klaver

 

 

 

Algemeen

 

Rode klaver is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant van vochtige, voedselrijke grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober met paarsrode tot roze, ronde bloemhoofdjes, die geuren naar nectar. Ze worden alleen bezocht door insecten met een lange tong, zoals hommels en vlinders; insecten met een korte tong kunnen niet bij de nectar komen. Verwelkte bloemen worden bruin, maar gaan niet hangen. Dit in tegenstelling tot de uitgebloeide bloemen in het bloemhoofdje van basterdklaver, die wel gaan hangen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad is samengesteld en bestaat uit 3 (soms 4) eironde tot langwerpige deelblaadjes, elk met een duidelijke, V-vormige, lichte vlek. Verder zijn de bladeren vooral aan de onderkant behaard en is de rand gewimperd. ’s Nachts vouwen de bladeren zich samen. De onderste bladeren zijn lang gesteeld, de bovenste kort gesteeld of zittend. De stengels zijn liggend, aan het einde opstijgend en behaard.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 15 tot 50 (80) cm

Bloem
– roze tot rozerood en wit
– vanaf mei t/m oktober
– hoofdje
– vlinderbloem
– 12 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top stomp
– rand gaaf en gewimperd
– voet afgerond
– veernervig
– met V-vormige lichte vlek
– vooral de onderzijde behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond
– niet wortelend

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

 Mannetjesereprijs : Veronica officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

man

 

 

Goed te herkennen aan
– de rijkbloemige trossen van lichtblauwe “ereprijs” bloemetjes, die
– in de bladoksels van beide tegenoverstaande bladeren staan

 

 

mannetjesereprijs-1

 

 

 

Algemeen

 

Mannetjesereprijs is een overblijvende, behaarde plant van 10 tot 50 cm hoog.

 

 

 

 

 

Biotoop

 

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge, matig voedselarme, onbemeste, humushoudende, vaak zwak zure tot basische (kalkhoudende) grond (zand en leem, zelden op uitgedroogd veen).

Groeiplaatsen: Heide (grazige plaatsen en heidebermen), grasland (schraal grasland), bermen (schrale plaatsen), zeeduinen, bossen (bosbermen), bosranden en kapvlakten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met augustus. De bloemen zijn lichtblauw (zelden donkerblauw, roze of wit), neigend naar lila en donker geaderd.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn liggend, alleen de bloeiende stengels richten zich aan het einde op. Zowel stengels als bladeren hebben een dichte, ruwe beharing.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Bepaalde stoffen uit mannetjesereprijs worden gebruikt voor geneesmiddelen tegen bronchitis en huidaandoeningen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duinen
– 10 tot 50 cm

Bloem
– lichtblauw, donker geaderd
– vanaf mei t/m augustus
– tros
– stervormig
– 6 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– eirond
– top stomp
– rand gekarteld/gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

 Melkkruid : Glaux maritima

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

3f7d6b66b1

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze/rode/witte, ongesteelde, klokvormige bloemetjes,
– bloeiend in de oksels van kleine, vlezige blaadjes, en
– groeiend op brakke plaatsen

 

 

img_4528-gr-melkkruid

 

 

 

Algemeen

 

Melkkruid is een vaste plant die voorkomt in de Nederlandse – en Vlaamse duinen en in slufters. Melkkruid komt ook in de kustgebieden van Europa en Noord-Amerika voor, de plant is een halofyt en wordt ingedeeld in de sleutelbloemfamilie. Melkkruid is een overblijvende, meestal lage, bodembedekkende plant, die groeit op hoge schorren en kwelders, op groene stranden, aan zeedijken, in brakke rietlanden, weilanden en in duinvalleien.

Ze heeft een duidelijke voorkeur voor brakke standplaatsen, maar wil niet regelmatig overspoeld worden met zeewater. Ze kan zich soms ook goed standhouden in een verzoetend milieu. Melkkruid komt algemeen voor in het maritiem gebied en ze is plaatselijk algemeen op de Waddeneilanden; zeldzaam in de duingebieden langs de gehele kust (incl. de Waddeneilanden) en eveneens zeldzaam in de rest van Zeeland, Zuid- en Noord-Holland, het noorden van Friesland en Groningen en langs het IJsselmeer.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Melkkruid bloeit vanaf mei tot en met augustus. De ongesteelde bloemen hebben een bloemdek van 5 tot de helft klokvormig vergroeide, roze/rode/witte kelkbladen. De kroonbladen ontbreken. De bloemen staan in de oksels van de bladeren in het middelste gedeelte van de stengels. Wat verder in de bloeiperiode is dat goed zichtbaar. Hoe minder zout de bodem, hoe uitbundiger de bloei.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan min of meer tegenover elkaar of aan het einde van de stengel verspreid. De stengels staan rechtop of liggen en zijn dan alleen aan het einde opstijgend. Ze wortelen en hebben melksap, al is dat laatste niet altijd duidelijk te zien.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 2 tot 30 cm

Bloem
– roze, rood, wit
– vanaf mei t/m augustus
– ongesteeld alleenstaand
– klokvormig
– 3 tot 6 mm
– 5 bloemdekbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of tegenoverstaand
– enkelvoudig
– elliptisch tot lijnvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– vlezig

Stengel
– rechtop of liggend en opstijgend
– kaal
– rolrond of vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

 

Rubelliet / Roze Toermalijn

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Toermalijn is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans en kan verschillende kleuren zijn. Toermalijnkwarts is bergkristal met ‘naalden’ van zwarte toermalijn. Zwarte toermalijn wordt ook wel schörl genoemd. Enkele andere soorten toermalijn zijn: blauwe toermalijn (indigoliet), gele toermalijn, groene toermalijn, roze toermalijn (rubelliet), bruine toermalijn (draviet) en watermeloen toermalijn.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Na(Li,Al)3Al6(BO3)3Si6O18(OH)4

hardheid: 7-7,5

dichtheid: 3,06

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Rhodoniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Het mineraal rhodoniet is een mangaan-ijzer-magnesium-calcium-silicaat met de chemische formule (Mn2+,Fe2+,Mg,Ca)SiO3. Het mineraal behoort tot de inosilicaten. De naam van het mineraal rhodoniet is afgeleid van het Griekse rhodon, dat “roze” betekent. Het heeft een rode grondkleur met daarin zwarte dendrietachtige insluitsels van mangaanoxide. Doorzichtige variëteiten zijn zeer zeldzaam.

Het doorzichtig tot doorschijnend gele, roze, bruine, zwarte, of rozenrode rhodoniet heeft een glasglans, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is perfect volgens het kristalvlak [110]. Het kristalstelsel is triklien. Rhodoniet heeft een gemiddelde dichtheid van 3,6, de hardheid is 6 en het mineraal is niet radioactief.

.

.

.

.

.

.

Geschiedenis

.

Van oudsher schrijft men rhodoniet magische krachten toe. Men maakte er siervoorwerpen, vazen en sarco -fagen van. In de 16de eeuw werd rhodoniet beschouwd als steen van geluk en vrolijkheid, hij vrolijkte het hart op, versterkte het gemoed, verstevigde het eergevoel en verbeterde het geheugen.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: CaMn4Si5O15

hardheid: 5,5-6,5

dichtheid: 3,6

.

.

.

.

.

Rhodoniet
Rhodonite, calcite 300-4-6538.JPG
Mineraal
Chemische formule (Mn2+,Fe2+,Mg,Ca)SiO3
Kleur Donkerrood, vleesrood, zwart
Streepkleur Wit
Hardheid 6
Gemiddelde dichtheid 3,6 kg/dm3
Glans Glasglans, op de splijtvlakken parelmoerglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Oneffen
Splijting Perfect, [110]
Habitus Plaatvormig, zuilvormig, meestal ruw
Kristaloptiek
Kristalstelsel triklien
Brekingsindices Np 1,711-1,738, Mn 1,716-1,741, Ng 1,724-1,751
Dubbele breking 0,0110 – 0,0140
Luminescentie Soms donkerrood, roze
Pleochroïsme Zwak tot duidelijk roze
Overige eigenschappen
Veredeling Niet bekend
Vergelijkbare mineralen Rhodochrosietthuliet
Bijzondere kenmerken Vaak gevormd in mangaan-dendrieten

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.