Tagarchief: roze

Roze vetkruid : Sedum spurium

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de tuilen stervormige roze (soms witte of rode) bloemen en
– de vlezige bladeren

 

 

 

 


Bloem 

 

Roze vetkruid is een overblijvende, zoden vormende vetplant op droge, vaak stenige plaatsen. Oorspronkelijk komt ze uit de Kaukasus. In de Lage Landen is ze vanuit tuinen verwilderd en heeft ze zich plaatselijk kunnen handhaven. Ze wordt 10 tot 20 cm hoog. Ze bloeit in juli en augustus met roze (soms rode of witte) bloemen die aan het einde van de bloeistengel in een platte, dichtbloemige tuil gegroepeerd staan.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vetplantenfamilie (Crassulaceae)
– overblijvend
– plaatselijk ingeburgerd
– 10 tot 20 cm

Bloem
– roze, soms wit of rood
– juli en augustus
– tuil
– stervormig
– tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 vlezige kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– omgekeerd eirond
– top stomp
– rand gekarteld tot gezaagd
– voet wigvormig
– vlezig

Stengel
– rechtop
– kort behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Rozekwarts

Standaard

categorie :  sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Kenmerken van rozekwarts

 

De prachtige roze rozekwarts heeft vaak een wat wolkig uiterlijk. De steen wordt meestal gevonden in grote amorfe brokken, die doorzichtig tot doorschijnend zijn. Uit Zuid-Amerika echter komt prachtige transparante rozekwarts, waarvan je de kristalstructuur met het blote oog kunt zien (macrokristallijn). Het is de steen van het kind en van de kunstenaar. De rozekwarts beschermt al wat kwetsbaar en klein is, maakt weerbaar en onweer-staanbaar. Rozekwarts is de steen van de onvoorwaardelijke liefde. Het leert ons onszelf te accepteren zoals we zijn, zodat we anderen ook kunnen liefhebben om wie en wat ze zijn.

Zoek je naar vriendschap, dan is rozekwarts je steen. Draag deze bij je in een leuk sieraad of in je broekzak. Met rozekwarts treed je de wereld vrolijker en vrijer tegemoet. Dat zal je helpen contact met andere mensen te maken. De rozekwarts heeft, als je deze in een ruimte als je huiskamer legt, een rustgevend en harmoniserend effect op de sfeer. Rozekwarts is nog steeds een van de meest geliefkoosde edelstenen voor het maken van sieraden. Po-pulair is vooral de cabochon geslepen rozekwarts met een ster met zes stralen (asterisme). Dit verschijnsel wordt veroorzaakt door ingesloten rutiel- of hematietnaaldjes. Pas op voor namaak! Soms wordt roze glas als roze-kwarts aangeboden. Glas verraadt zich door kleine ingesloten luchtbelletjes. Deze zijn zichtbaar als je de steen onder goed licht en door een loep bekijkt.

 

 

 

 

 

 

.

 

Herkomst van de naam

 

Rozekwarts dankt zijn naam natuurlijk aan de roze kleur. De steen wordt vaak ten onrechte rozenkwarts genoemd, maar hij heeft niets te maken met de bloem roos. De naam rozekwarts wordt gebruikt sinds circa 1800. Voor die tijd werd de steen melkkwarts of (al)gemene kwarts genoemd.

 

 

 

.

Door de eeuwen heen

 

Rozekwarts kent een lange geschiedenis. De steen wordt al eeuwen gebruikt en gewaardeerd als steen van de liefde. In het oude Egypte werden maskers uit rozekwarts gesneden, als zinnebeeld van schoonheid en liefde. In de klassieke Griekse en Romeinse tijd dacht men dat rozekwarts door de godin van de liefde, Aphrodite/Venus, op aarde was gebracht. Daarom was dit mineraal aan deze godin gewijd.

De Egyptenaren en Romeinen gebruikten rozekwarts graag om zegelstenen uit te snijden. Er zijn ook fraaie inta-glio’s uit de Romeinse tijd gevonden: edelstenen met een ingegraveerde versiering, in de vorm van ringen, han-gers en zegelstenen. Een ring of ander sieraad van rozekwarts zou het liefdesleven aanmerkelijk verbeteren. In China werd en wordt rozekwarts graag gebruikt om beeldjes uit te snijden, zoals Boeddhabeeldjes. In Japan werd rozekwarts gebruikt om zogenaamde netsuke’s uit te snijden, kunstig vervaardigde voorwerpjes die bij de Japanse klederdracht horen.

 

 

 

.

Spiritueel

 

* Problemen in de relationele sfeer worden minder door regelmatig sieraden met rozekwarts op je hart te dragen, of door een rozekwarts regelmatig in je hand te nemen en aandachtig te beschouwen.

* Rozekwarts vergroot het invoelingsvermogen, waardoor je begrip krijgt voor andermans gevoelens. Kalmeert en troost bij verdriet en zorgen. Beurt je op bij melancholie en depressie.
* Rozekwarts opent je hartchakra. Dat maakt je ontvankelijk voor schoonheid en kwetsbaarheid. Draag regelmatig rozekwarts sieraden en je ziet duidelijker de schoonheid van de natuur, van jonge mensen en dieren, van bloemen en planten.
* Rozekwarts helpt je weer als een kind te zijn, onbevangen en onbevreesd. Het maakt speels en vrolijk.
* Rozekwarts leert je jezelf accepteren zoals je bent. De steen geeft je de kracht en energie om je mindere kanten ten goede te veranderen.
* Rozekwarts is de steen van de onvoorwaardelijke liefde.
* Rozekwarts is kalmerend. De steen troost de verdrietigen, verzacht iemand met een verhard gemoed, tempert driftige natuurtjes.
* Rozekwarts helpt goed tegen allerlei angsten en fobieën, zoals angst in het donker of angst om opgesloten te worden.

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Rozekwarts is een zusje van de bergkristal en de amethist. Het is siliciumdioxide met ingesloten ijzer, titaan en mangaan. Deze elementen geven dit mineraal zijn karakteristieke roze kleur. Zonlicht kan rozekwarts doen ver-bleken.

 

 

 

 

Samenstelling: microkristallijn: SiO2 + Na, Al, Fe, Ti + (Ca, Mg, Mn);
macrokristallijn: SiO2 + Na, Al, P + (Fe, Mn)
Hardheid: 7, bros
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, vaak melkachtig
Breuk: schelpvormig, splinterig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 2,65
Kristalstelsel: trigonaal, microkristallijn en macrokristallijn

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

Ronde ooievaarsbek : Geranium rotundifolium

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine roze bloemetjes met 5 kroonbladen met ronde of iets uitgerande met ondiepe inkeping top en
– de in omtrek ronde bladeren en
– de beharing van de plant; alle delen, behalve de kroonbladen zijn behaard, ook met klierharen

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Ronde ooievaarsbek is een eenjarig plantje. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, vaak stenige plaatsen. Ze is zeer zeldzaam en voornamelijk te vinden in stedelijke gebieden. Behalve de kroonbladen is de hele plant zacht afstaand behaard met haren en klierharen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf april tot en met september. De kleine bloemetjes hebben 5 niet gespleten kroonbladen met een ronde of iets uitgerande top. Ze zijn roze, aan de basis wit en hebben drie donkere lijnen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn lang gesteeld en 5- tot 7-lobbig. De bovenste zijn korter gesteeld, 3- tot 5-lobbig en hebben in de insnijding een rode vlek.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

glanzige ooievaarsbek : zeer zeldzaam in stedelijke gebieden en langs de binnenduinrand > glanzend blad

 

gewone reigersbek : 2 van de 5 kroonbladen zijn iets kleiner met vlek > geveerd blad

duinreigersbek : 2 van de 5 kroonbladen zijn iets kleiner zonder vlek > geveerd blad

kleverige reigersbek : 5 gelijke kroonbladen zonder vlek, kleverige plant > geveerd blad

 

robertskruid : donkergeel tot oranje stuifmeel > ingesneden en in omtrek niet rond blad

klein robertskruid : geel stuifmeel, stadsplant en daar zeldzaam > ingesneden en in omtrek niet rond blad

 

slipbladige ooievaarsbek : afstaand behaard, bovenste deel met klierharen > ingesneden en in omtrek rond blad met smalle slippen

fijne ooievaarsbek : aangedrukt behaard zonder klierharen > ingesneden en in omtrek rond blad met smalle slippen

 

zachte ooievaarsbek : helder roze stempels, stengels behaard met lange en korte haren > ingesneden en in omtrek rond blad met lobben

kleine ooievaarsbek : gele stempels, stengels behaard met alleen korte haren > ingesneden en in omtrek rond blad met lobben

ronde ooievaarsbek : kroonbladen zonder top-insnijding > ingesneden en in omtrek rond blad met lobben

 

 

glanzige ooievaarsbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

robertskruid

 

 

 

klein robertskruid

 

 

 

slipbladige ooievaarsbek

 

 

 

kleine ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

 

– ooievaarsbekfamilie (Geraniacea)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– roze
– vanaf april t/m september
– gesteeld , met 2 bij elkaar
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig gelobd
– 5- tot 7-delig
– in omtrek rond
– top stomp
– handnervig
– behaard, ook met klierharen

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard, ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Ijskwarts / Nirvana kwarts

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Nirvana kwarts of ijskwarts is een speciale groeivorm van roze of witte kwartskristallen. Deze kristallen zijn voor het eerst ontdekt in de Himalaya in 2006, na millennia onder het ijs verscholen te zijn geweest. De kristallen dan-ken hun naam aan hun uiterlijk. De roze en witte kristallen lijken op ijsschotsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rode ogentroost : Odontites vernus subsp. serotinus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
– roze lipbloemen met iets uitstekende meeldraden
– in eindelingse, eenzijdige trossen en
– vanaf de basis vertakte stengels met
– zijtakken in een hoek van 45° tot 90° en
– schutbladen niet langer dan de bloemen

 

 

.

 

 

Algemeen

 

Rode ogentroost is eenjarige, ruw behaarde plant, die bloeit vanaf juli tot en met oktober. Ze groeit op open, natte of vochtige, voedselrijke, eventueel zilte, grazige grond. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend in de Lage Landen, maar ze staat op de rode lijst als sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van rode ogentroost staan min of meer naar 1 kant gericht in rijk-bloemige trossen aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze zijn roze, rozerood, soms wit gekleurd.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren, stengels en kelkbladen zijn kort ruw behaard en vaak roodpaars aangelopen.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Rode ogentroost is een halfparasiet; ze haalt een deel van haar voedsel uit de wortels van de grassen waarop ze groeit.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast rode ogentroost is er ook de zeer zeldzaam voorkomende akkerogentroost.

 

 

 

  rode ogentroost
– bloeiperiode juli t/m oktober
– schutbladen korter tot even lang als de bloemen
– stengel vertakt voor het midden
– zijtakken maken een hoek van 45° tot 90° met de hoofdas
  akkerogentroost
– bloeiperiode mei t/m augustus
– schutbladen gewoonlijk langer dan de bloemen
– stengel vertakt na het midden
– zijtakken maken hoogstens een hoek van 45° met de hoofdas

 

 

akkerogentroost

 

 

 

Algemeen

 

– helmkruidfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer   zeldzaam
– 10 tot 50 (80) cm

Bloem
– roze, rood, soms wit
– vanaf juli t/m oktober
– eenzijdige tros
– lipbloem
– 8 tot 11 mm
– 4 kroonbladen, vetgroeid
– 4 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand getand
– voet afgerond
– veernervig
– kort ruw behaard

Stengel
– rechtop
– aan de basis vaak verhout
– kort ruw behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rhodochrosiet

Standaard

categorie :  sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Kenmerken van rhodochrosiet

.

De rhodochrosiet staat bekend om zijn prachtige roze tot rode kleur. Die kleur is te danken aan het hoge gehalte mangaan; rhodochrosiet is dan ook een belangrijk mangaanerts. Hij vertoont meestal een roze met wit gebandeerd patroon. Daarnaast kan de rhodochrosiet ook rozerode, bruinrode, perzikkleurige of bruine tinten hebben.

.

Vanwege de roze tot rozerode kleur wordt rhodochrosiet ook wel mangaanspaat, rozenspaat of framboosspaat genoemd. Een veel gebruikte naam is ook Incaroos (Rosa del Inca). Dit omdat de Inca’s de steen al kenden. In de edelsteentherapie neemt de rhodochrosiet een belangrijke plaats in. Hij is zeer veelzijdig en lost allerlei blokkades in de aura op. Ook heeft hij een positieve invloed op psychische klachten, vooral klachten als gevolg van een ne-gatief zelfbeeld, zoals minderwaardigheidscomplexen. Regelmatig dragen van een rhodochrosiet-hanger bevordert een jeugdige uitstraling.

.

.

 

.

.

Herkomst van de naam

.

De naam van rhodochrosiet is afgeleid van de Griekse woorden rhodon (roos) en chroos, (huidkleur). Dit verwijst naar de roze tot rode kleur van deze steen.

.

.

.

.

Door de eeuwen heen

.

Rhodochrosiet is al eeuwen bekend en geliefd, maar pas in 1813 werd de steen geclassificeerd als een nieuwe mineraalsoort. De ontdekking staat op naam van de Duitse mineraloog Friedrich Hausmann, die de steen ook zijn naam heeft gegeven. Vooral in Argentinië kent de verwerking van rhodochrosiet tot siervoorwerpen een lange ge-schiedenis. Rhodochrosiet werd er al in de dertiende eeuw gewonnen. De Inca’s troffen hem aan in hun zilver- mijnen. Daar was rhodochrosiet begeleidend mineraal van zilvererts, vaak in de vorm van stalagmieten. De Inca’s geloofden dat de rode kleur van de steen het versteende bloed van hun overleden heersers was.

In de oude culturen van Zuid- en Midden-Amerika werd rhodochrosiet veelvuldig gebruikt als geneeskrachtige en beschermende steen. Bij de indianen in deze streken had rhodochrosiet dezelfde symbolische betekenis als robijn bij de oude Grieken. Hij gold als de steen van het hart en de liefde. Door een amulet van rhodochrosiet te dragen, zou je de juiste partner vinden en ware liefde aantrekken. In Europa werd rhodochrosiet pas na de Tweede We-reldoorlog erkend als edelsteen. Sinds ongeveer 1950 is de rhodochrosiet in de handel als siersteen gezet in sieraden. Eerder werden van rhodochrosiet al wel siervoorwerpen gemaakt.

.

.

.

.

.

.

Spiritueel

.

* Rhodochrosiet maakt kalm en vergroot de concentratie.
* Dit mineraal helpt je de wereld vol liefde en vertrouwen tegemoet te treden. Het geeft compassie en mededogen.
* Rhodochrosiet is een zeer beschermende steen voor overgevoelige mensen. Het beschermt tegen negatieve invloeden en mensen.
* Rhodochrosiet maakt minder egoïstisch.
* Het helpt bij allerlei angsten en fobieën.
* Rhodochrosiet maakt tevreden en blij, helpt zodoende bij depressie en mineur.

.

.

.

.

 

Chemische samenstelling

.

Hoe groter de kristallen van de rhodochrosiet, hoe donkerder roze de kleur. Kleine kristallen zijn veel bleker roze dan grote kristallen met een gelijk gehalte mangaan.

.

.

Samenstelling: MnCO3 + Ca, Fe, Zn. De witte strepen zijn vooral calciet.
Hardheid: 3,5 – 4
Glans: glasglans
Transparantie: transparant tot doorzichtig
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: volkomen
Dichtheid: 3,4 – 3,7
Kristalstelsel: trigonaal

.

.

Rhodochrosiet
Rhodocrosite 6(Pérou).jpg
Mineraal
Chemische formule Mn2+CO3
Kleur Geelgrijs, bruin of rozerood
Streepkleur Wit
Hardheid 3
Gemiddelde dichtheid 3,69 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorschijnend
Splijting [1011] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

JOHN ASTRIA

Muskuskaasjeskruid : Malva moschata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de lichte muskusgeur van bloemen en bladeren
– diep handvormig ingesneden stengelbladeren met smalle slippen

.

.

.

.

.

Algemeen

.

Muskuskaasjeskruid is een overblijvende behaarde plant van 30 tot 70 cm hoog, die vrij algemeen voorkomt. Je vindt haar op vochtige, voedselrijke grond op grazige, vaak licht beschaduwde plaatsen, vaak in de buurt van bebouwing. Ze komt van nature in Zuid-, West- en Midden-Europa voor. Ze wordt ook uitgezaaid in bermen en als tuinplant verkocht.

.

.

.

.

Bloem

.

Muskuskaasjeskruid bloeit vanaf juli tot en met september met 4 tot 8 cm grote bloemen, die in eerste instantie donker-roze zijn. Naarmate ze meer opengaan worden ze licht-roze tot wit. De kroonbladen hebben dan duidelijk zichtbare roze aderen. De onderste bloemen zijn alleenstaand in de bladoksels, de bovenste staan in een bundel bij elkaar.

.

.

.

.

Blad

.

De bovenste stengelbladeren van muskuskaasjeskruid zijn diep handvormig ingesneden. De 5 bladdelen zijn weer veervorming ingesneden. De wortelbladeren zijn niervormig en minder diep ingesneden.

.

.

.

.

Bijzonderheden

.

Van alle kaasjeskruiden lijken de vruchtjes op afgeplatte kaasjes, vandaar de naam.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten
Onderste bloemen alleenstaand

• muskuskaasjeskruid 
– zwak geurend naar muskus
– 0,30 tot 0,70 meter
– bladeren met dunne slippen

• vijfdelig kaasjeskruid
– reukloos
– 0,50 tot 1 meter
– bladeren met (meestal) 5 getande lobben
– zeldzaam in het rivierengebied en stedelijke gebieden,
elders zeer zeldzaam

Bloemen niet alleenstaand

• groot kaasjeskruid
– kroonbladen van 18-25 mm
– paars, lila tot rozerood met donkere strepen
– 0,30 tot 1,20 meter
– bladeren met 3 tot 7 lobben met spitse of iets ronde top

• klein kaasjeskruid
– kroonbladen 8-15 mm
– bleekroze tot witachtig
– 0,10 tot 0,40 meter
– bladeren met 5 tot 7 afgeronde lobben

.

.

vijfdelig kaasjeskruid

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

Algemeen

– kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, deels verwilderd
– 30 tot 70 cm

Bloem
– lichtroze tot wit
– vanaf juli t/m september
– alleenstaand, bovenste in een kluwen
– stervormig
– 4 tot 8 cm
– 5 kroonbladen, uitgerand
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 bijkelkblaadjes (lijn- of   lijnlancetvormig)
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– behaard
– wortelbladeren :
– niervormig
– minder diep ingesneden dan de stengelbladeren
– lang gesteeld
– stengelbladeren :
– handvormig ingesneden
– smalle slippen

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Moerasandoorn : Stachys palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de roze/lila aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande lipbloemen en
– langwerpige tot lancetvormige behaarde bladeren

 

.

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasandoorn is een zeer algemeen voorkomende zwak geurende overblijvende plant. Ze wordt 30 tot 80 (120) cm hoog en groeit op vochtige, voedselrijke plaatsen aan oevers van rivieren en sloten, in drassige graslanden en lichte moerasbossen.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus (soms tot oktober) met roze/lila lipbloemen, waarvan de onderlip een donkere tekening heeft (honingmerk). De bloemen staan met 4 tot 10 bloemen in schijnkransen aan het einde van de stengel in een aarvormige bloeiwijze. De bloemen worden door veel insecten bezocht, zowel voor het stuifmeel als voor de nectar.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan paarsgewijs om de stengel, de onderste zijn heel kort gesteeld, de middelste en bovenste zittend of half stengelomvattend. Ze zijn langwerpig van vorm tot 15 cm lang en behaard. Ook de stengel en de bloemkelken zijn behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd moerasandoorn gebruikt als geneesmiddel voor sneden en wonden. De bladeren hebben een ontsmettende werking.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosandoorn : donker roodpaarse bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : roze bloemen (zelden wit), bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 

 

 

stinkende ballote : lichtpaarse bloemen (zelden wit), bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

 

Zowel watermunt als wolfspoot behoren tot de dezelfde familie als moerasandoorn (Lamiaceae). Toch lijkt moerasandoorn op afstand meer op de grote kattenstaart. Beiden groeien aan de waterkant met aarvormige bloeiwijzen. Grote kattenstaart bloeit echter uitbundiger, heeft geen lipbloemen, maar stervormige bloemen en de bloemen zijn feller van kleur.

 

 

watermunt

 

 

wolfspoot

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 80 (120) cm hoog

Bloem
– roze, lila (zelden wit)
– juli en augustus (oktober)
– schijnkrans
– 14 tot 18 mm
– lipbloemen
– 3-delige onderlip met donkere   tekening
– behaarde kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet zwak hartvormig of afgerond
– netnervig
– onderste kort gesteeld
– bovenste zittend of half   stengelomvattend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Heulandiet

Standaard

 categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Heulandiet is kleurloos, wit en roze tot rood. De groene variant is zeldzamer. De steen is doorzichtig tot door-schijnend met een glasachtige tot parelmoerglans. Het behoort tot de zeolieten.

.

.

.

.

.

.

Eigenschappen

.

De samenstelling van heulandiet, dat naast calcium de elementen barium, strontium, kalium en/of natrium  kan bevatten, bepaalt de precieze eigenschappen. De algemene eigenschappen zijn; witte, gele, lichtrode, lichtbruine of lichtgrijze kleuren en een witte streepkleur, een glas- tot parelglans en een perfecte splijting volgens het kristalvlak [010].

De gemiddelde dichtheid ligt tussen 2,2 en 2,35 en de hardheid is 3 tot 3,5. Het kristalstelsel is monoklien en de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute varieert van 4,3 tot 47,06.

.

.

.

.

.

Naam

.

Heulandiet is genoemd naar de Engelse  mineralenverzamelaar John Henry Heuland (1778 – 1856).

.

.

.

.

Voorkomen

.

Zoals andere zeolieten, komt heulandiet voor in allerlei verschillende omgevingen : vulkanisch en omgevingen: metamorfe gesteente, pegmatieten, tuffiet en diepzee sedimenten. De typelocatie voor de calciumvariant van heulandiet is Glasgow in Schotland.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: (Ca,Na2)(Al2Si7O18).6(H2O)

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 2,2

.

.

.

.

.

.

.

Koninginnekruid : Eupatorium cannabinum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de wollige uitziende roze (zelden witte) bloemschermen en
– de 3-of 5-delige bladeren, die aan een hennepblad doen denken en
– het grote formaat van de plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Koninginnekruid, ook wel leverkruid genoemd, is een overblijvende plant van 50 tot 150 cm hoog, die zich het best thuis voelt op plaatsen waar veel organisch materiaal snel tot ontbinding overgaat, zoals natte tot vochtige grond aan waterkanten, in rietlanden, duinvalleien, moerasbossen en op kapvlakten. Ze is een zeer algemeen voorkomende plant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Koninginnekruid bloeit vanaf juli tot en met september met roze (zelden witte) bloemhoofdjes, die zeer talrijk zijn en bij elkaar staan in dicht vertakte schermen. Elke bloemhoofdje bestaat uit 4 tot 6 (meestal 5) aan de top klokvormige buisbloemen. De bloemschermen hebben een wollig uiterlijk en geuren scherp en aromatisch.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De forse, behaarde, vaak rood aangelopen stengels zijn bebladerd met 3- tot 5-delige bladeren, die aan een hennepblad doen denken, vandaar de soortnaam cannabinum. De bovenste bladeren zijn niet gedeeld.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Koninginnekruid is een bekende plant in de volksgeneeskunde. Ze bevordert de spijsvertering en verhoogt de activiteit van de galblaas. In grote dosis is de plant echter giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend,
in het noorden zeldzaam
– 50 tot 150 cm hoog

Bloem
– roze (zelden witte) buisbloemen
– vanaf juli t/m september
– hoofdjes in schermvormige pluimen
– tot 5 mm

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– handvormig 3 – 5 delig
– bovenste bladeren niet gedeeld
– top spits
– rand gezaagd
– netnervig

Stengel
– rechtop
– alleen bovenaan kort vertakt
– vaak rood aangelopen
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen