Tagarchief: roze

Muskuskaasjeskruid : Malva moschata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de lichte muskusgeur van bloemen en bladeren
– diep handvormig ingesneden stengelbladeren met smalle slippen

.

.

.

.

.

Algemeen

.

Muskuskaasjeskruid is een overblijvende behaarde plant van 30 tot 70 cm hoog, die vrij algemeen voorkomt. Je vindt haar op vochtige, voedselrijke grond op grazige, vaak licht beschaduwde plaatsen, vaak in de buurt van bebouwing. Ze komt van nature in Zuid-, West- en Midden-Europa voor. Ze wordt ook uitgezaaid in bermen en als tuinplant verkocht.

.

.

.

.

Bloem

.

Muskuskaasjeskruid bloeit vanaf juli tot en met september met 4 tot 8 cm grote bloemen, die in eerste instantie donker-roze zijn. Naarmate ze meer opengaan worden ze licht-roze tot wit. De kroonbladen hebben dan duidelijk zichtbare roze aderen. De onderste bloemen zijn alleenstaand in de bladoksels, de bovenste staan in een bundel bij elkaar.

.

.

.

.

Blad

.

De bovenste stengelbladeren van muskuskaasjeskruid zijn diep handvormig ingesneden. De 5 bladdelen zijn weer veervorming ingesneden. De wortelbladeren zijn niervormig en minder diep ingesneden.

.

.

.

.

Bijzonderheden

.

Van alle kaasjeskruiden lijken de vruchtjes op afgeplatte kaasjes, vandaar de naam.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten
Onderste bloemen alleenstaand

• muskuskaasjeskruid 
– zwak geurend naar muskus
– 0,30 tot 0,70 meter
– bladeren met dunne slippen

• vijfdelig kaasjeskruid
– reukloos
– 0,50 tot 1 meter
– bladeren met (meestal) 5 getande lobben
– zeldzaam in het rivierengebied en stedelijke gebieden,
elders zeer zeldzaam

Bloemen niet alleenstaand

• groot kaasjeskruid
– kroonbladen van 18-25 mm
– paars, lila tot rozerood met donkere strepen
– 0,30 tot 1,20 meter
– bladeren met 3 tot 7 lobben met spitse of iets ronde top

• klein kaasjeskruid
– kroonbladen 8-15 mm
– bleekroze tot witachtig
– 0,10 tot 0,40 meter
– bladeren met 5 tot 7 afgeronde lobben

.

.

vijfdelig kaasjeskruid

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

Algemeen

– kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, deels verwilderd
– 30 tot 70 cm

Bloem
– lichtroze tot wit
– vanaf juli t/m september
– alleenstaand, bovenste in een kluwen
– stervormig
– 4 tot 8 cm
– 5 kroonbladen, uitgerand
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 bijkelkblaadjes (lijn- of   lijnlancetvormig)
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– behaard
– wortelbladeren :
– niervormig
– minder diep ingesneden dan de stengelbladeren
– lang gesteeld
– stengelbladeren :
– handvormig ingesneden
– smalle slippen

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Moerasandoorn : Stachys palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de roze/lila aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande lipbloemen en
– langwerpige tot lancetvormige behaarde bladeren

 

.

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasandoorn is een zeer algemeen voorkomende zwak geurende overblijvende plant. Ze wordt 30 tot 80 (120) cm hoog en groeit op vochtige, voedselrijke plaatsen aan oevers van rivieren en sloten, in drassige graslanden en lichte moerasbossen.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus (soms tot oktober) met roze/lila lipbloemen, waarvan de onderlip een donkere tekening heeft (honingmerk). De bloemen staan met 4 tot 10 bloemen in schijnkransen aan het einde van de stengel in een aarvormige bloeiwijze. De bloemen worden door veel insecten bezocht, zowel voor het stuifmeel als voor de nectar.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan paarsgewijs om de stengel, de onderste zijn heel kort gesteeld, de middelste en bovenste zittend of half stengelomvattend. Ze zijn langwerpig van vorm tot 15 cm lang en behaard. Ook de stengel en de bloemkelken zijn behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd moerasandoorn gebruikt als geneesmiddel voor sneden en wonden. De bladeren hebben een ontsmettende werking.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosandoorn : donker roodpaarse bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : roze bloemen (zelden wit), bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 

 

 

stinkende ballote : lichtpaarse bloemen (zelden wit), bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

 

Zowel watermunt als wolfspoot behoren tot de dezelfde familie als moerasandoorn (Lamiaceae). Toch lijkt moerasandoorn op afstand meer op de grote kattenstaart. Beiden groeien aan de waterkant met aarvormige bloeiwijzen. Grote kattenstaart bloeit echter uitbundiger, heeft geen lipbloemen, maar stervormige bloemen en de bloemen zijn feller van kleur.

 

 

watermunt

 

 

wolfspoot

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 80 (120) cm hoog

Bloem
– roze, lila (zelden wit)
– juli en augustus (oktober)
– schijnkrans
– 14 tot 18 mm
– lipbloemen
– 3-delige onderlip met donkere   tekening
– behaarde kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet zwak hartvormig of afgerond
– netnervig
– onderste kort gesteeld
– bovenste zittend of half   stengelomvattend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Heulandiet

Standaard

 categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Heulandiet is kleurloos, wit en roze tot rood. De groene variant is zeldzamer. De steen is doorzichtig tot door-schijnend met een glasachtige tot parelmoerglans. Het behoort tot de zeolieten.

.

.

.

.

.

.

Eigenschappen

.

De samenstelling van heulandiet, dat naast calcium de elementen barium, strontium, kalium en/of natrium  kan bevatten, bepaalt de precieze eigenschappen. De algemene eigenschappen zijn; witte, gele, lichtrode, lichtbruine of lichtgrijze kleuren en een witte streepkleur, een glas- tot parelglans en een perfecte splijting volgens het kristalvlak [010].

De gemiddelde dichtheid ligt tussen 2,2 en 2,35 en de hardheid is 3 tot 3,5. Het kristalstelsel is monoklien en de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute varieert van 4,3 tot 47,06.

.

.

.

.

.

Naam

.

Heulandiet is genoemd naar de Engelse  mineralenverzamelaar John Henry Heuland (1778 – 1856).

.

.

.

.

Voorkomen

.

Zoals andere zeolieten, komt heulandiet voor in allerlei verschillende omgevingen : vulkanisch en omgevingen: metamorfe gesteente, pegmatieten, tuffiet en diepzee sedimenten. De typelocatie voor de calciumvariant van heulandiet is Glasgow in Schotland.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: (Ca,Na2)(Al2Si7O18).6(H2O)

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 2,2

.

.

.

.

.

.

.

Koninginnekruid : Eupatorium cannabinum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de wollige uitziende roze (zelden witte) bloemschermen en
– de 3-of 5-delige bladeren, die aan een hennepblad doen denken en
– het grote formaat van de plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Koninginnekruid, ook wel leverkruid genoemd, is een overblijvende plant van 50 tot 150 cm hoog, die zich het best thuis voelt op plaatsen waar veel organisch materiaal snel tot ontbinding overgaat, zoals natte tot vochtige grond aan waterkanten, in rietlanden, duinvalleien, moerasbossen en op kapvlakten. Ze is een zeer algemeen voorkomende plant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Koninginnekruid bloeit vanaf juli tot en met september met roze (zelden witte) bloemhoofdjes, die zeer talrijk zijn en bij elkaar staan in dicht vertakte schermen. Elke bloemhoofdje bestaat uit 4 tot 6 (meestal 5) aan de top klokvormige buisbloemen. De bloemschermen hebben een wollig uiterlijk en geuren scherp en aromatisch.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De forse, behaarde, vaak rood aangelopen stengels zijn bebladerd met 3- tot 5-delige bladeren, die aan een hennepblad doen denken, vandaar de soortnaam cannabinum. De bovenste bladeren zijn niet gedeeld.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Koninginnekruid is een bekende plant in de volksgeneeskunde. Ze bevordert de spijsvertering en verhoogt de activiteit van de galblaas. In grote dosis is de plant echter giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend,
in het noorden zeldzaam
– 50 tot 150 cm hoog

Bloem
– roze (zelden witte) buisbloemen
– vanaf juli t/m september
– hoofdjes in schermvormige pluimen
– tot 5 mm

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– handvormig 3 – 5 delig
– bovenste bladeren niet gedeeld
– top spits
– rand gezaagd
– netnervig

Stengel
– rechtop
– alleen bovenaan kort vertakt
– vaak rood aangelopen
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Knikkende distel : Carduus nutans

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote, helder roze, knikkende distelhoofdjes met fors, stekelig omwindsel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Knikkende distel een overblijvende of tweejarige distel van 0,3 tot 2 meter hoog, die groeit op droge tot matig vochtige, kalkrijke, vaak omgewerkte grond. Ze brengt minstens één winter door als rozet en zodra ze vruchtjes gevormd heeft, sterft ze af. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemhoofdjes van knikkende distel zijn tamelijk groot. Onder het hoofdje met buisbloemen zit het omwindsel, dat gelijk een spinnenweb behaard is en vaak rood-bruine kleur heeft. De omwindselbladen zijn voorzien van scherpe stekels, in het midden iets ingesnoerd en dan naar buiten gebogen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De smalle, glanzende, donkergroene, stekelige bladeren zijn veervormig ingesneden en lopen in gestekelde vleugels af langs de stengel. De onderkant van de bladeren is behaard, de bovenkant is kaal. De lange stengels zijn gelijk een spinnenweb behaard, onderaan gevleugeld, bovenaan kaal en gebogen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 0,3 tot 2 m hoog

Bloem
– helder roze  buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– alleenstaand
– 2 tot 8 cm
– omwindselbladen stekelig, afstaand
en licht spinnenwebachtig behaard

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand gestekeld
– voet aflopend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– wit spinnenwebachtig behaard
– rolrond en onderaan gevleugeld

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kartuizer anjer : Dianthus carthusianorum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemen met gekartelde kroonbladen
– in een bundeltje aan het einde van een ijle bloeistengel met
– vliezige, bruine schubben onder de kelk

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kartuizer anjer is een zeer zeldzame, overblijvende, polvormende plant van 30 tot 45 cm hoog, die groeit op grazige zandgrond. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kartuizer anjer bloeit vanaf juni tot en met augustus met helder roze (zelden witte) bloemen van 18 tot 20 mm in doorsnede. De kort gesteelde bloemen staan met 4 tot 15 in een bundeltje bij elkaar aan het einde van de ijle bloeistengel. Ze hebben 5 getande kroonbladen. De vliezige schubben onder de kelk zijn bruin, korter dan de kelk, plotseling in een spitsje van 2 tot 4 mm uitlopend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

 

 

 

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

 

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, zelden wit
– juni t/m augustus
– bundel of krans
– stervormig
– 18 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoenderbeet : Lamium amplexicaule

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder roze lipbloemen met lange rechte kroonbuis in
– schijnkransen die een eindje uit elkaar staan en
– die ondersteunt worden door een “bladschoteltje”

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hoenderbeet is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, (moes)tuinen en bermen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hoenderbeet bloeit vanaf april tot in de herfst met helder roze lipbloemen, die een lange kroonbuis hebben, waardoor ze ver boven de kelk uitsteken. De bloemen staan in schijnkransen die een eindje uit elkaar staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn gesteeld en rond tot eirond. De bovenste zijn niervormig, ongesteeld en omvatten de stengel, zodat ze een schoteltje vormen onder de bloemen.

 

 

Hoenderbeet

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

paarse dovenetel : paarse verkleurde bovenste bladeren en flink stuk kale stengel.

 

 

 

 

 

ingesneden dovenetel : bladeren zijn dieper ingesneden en dubbel gelobd.

 

 

 

 

 

gevlekte dovenetel : heeft gevlekte bladeren en grotere bloemen, waarvan de onderlip donker gevlekt is.

 

 

 

 

 

gestreepte dovenetel : is gekweekt vanuit gevlekte dovenetel en heeft een zilverkleurige streep langs de middennerf.

 

 

 

 

 

hoenderbeet : de bloemen steken hoog uit boven de kelk en de bovenste bladeren zijn rond de stengel vergroeid.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : heeft lancetvormige bladeren.

 

 

 

 

 

stinkende ballote : bladeren geven bij kneuzing een onaangename geur af.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam voorkomend
– 15 tot 30 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 1,4 tot 2 cm
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stuifmeel oranje

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– onderste eirond en gesteeld
– bovenste niervormig, ongesteeld
– top stomp
– rand diep gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoisiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Zoisiet is een fraai, meestal blauw of groen mineraal. Het kan allerlei kleuren hebben en sommige kleuren hebben een eigen naam gekregen. Roze tot rozerode zoisiet wordt thuliet genoemd. Blauwe zoisiet heet tanzaniet. De groene variant met ingesloten robijn heet zoisiet-robijn of anyoliet.

.

Andere kleuren die voorkomen: kleurloos, wit, geel, bruin, blauwgroen-wit met rode insluitsels. Zoisiet wordt op vele plekken ter wereld gevonden en is meestal ondoorzichtig. De transparante variëteiten wedijveren qua kostbaarheid en gewildheid met smaragden en saffieren.

De tanzaniet van edelsteenkwaliteit is een ongelooflijk fraaie en zeldzame steen. Een van de spectaculairste sieraden met tanzaniet is een tiara met een enorme gefacetteerde tanzaniet. Deze steen wordt liefkozend de Queen of Kilimanjaro genoemd. De steen zelf is 242 karaat zwaar.

De groene tinten zoisiet zijn zeer spirituele stenen, die ons met extra energie door de winter heen helpen. Ze zijn symbool voor het groen en alle leven dat in het voorjaar zal weerkeren. Tanzaniet is de nationale steen van Tanzania. Thuliet is de nationale steen van Noorwegen.

.

.

.

.

Herkomst van de naam

.

Zoisiet werd eerst saualpiet of carinthiet genoemd, naar zijn vindplaatsen in Oostenrijk: Sau-alpe en Karinthië. Later werd het mineraal vernoemd naar de Oostenrijkse baron en mineralenverzamelaar Freiherr von Zois (1747-1819), die de steen voor het eerst vond.

De naam thuliet komt van het mythische eiland Thule. Dat was in de klassieke oudheid de naam van het noordelijkste punt van de toen bekende wereld. Bedoeld werd mogelijk Groenland, IJsland, Noorwegen, of eilanden bij deze landen. Noorwegen is een van de vindplaatsen van deze rozerood zoisiet.

Tanzaniet is genoemd naar de vindplaats, het land Tanzania in Afrika.

De naam anyolietvoor de groene zoisiet met ingesloten robijn is ontleend aan Masai anyo (groen) en Grieks lithos (steen).

.

.

l_robijn in zoisiet

.

.

Door de eeuwen heen

.

Overleveringen over de geneeskrachtige werking van zoisiet zijn er niet. De groene zoisiet wordt al een paar eeuwen gebruikt als materiaal voor fraaie kommen en andere voorwerpen. Vooral de groene zoisiet met robijn-insluitsels heeft mooie kleuren en patronen.

Dit gesteente is echter moeilijk te verwerken. Zoisiet is weliswaar betrekkelijk zacht (hardheid 6-6,5 op de schaal van Mohs), maar robijn is zeer hard (hardheid 9 op de schaal van Mohs). De werktuigen om zoisiet-robijn te snijden zijn dan ook voorzien van diamant snijranden. Diamant heeft namelijk hardheid 10 en kan daarom zowel de zoisiet als de robijn zonder al te veel problemen snijden.

Tanzaniais een belangrijke vindplaats van groene zoisiet en zoisiet-robijn. Ook blauwe zoisiet wordt daar gevonden. In 1967 werd er zelfs prachtige transparante blauwe zoisiet in edelsteenkwaliteit ontdekt. De Indische mijnbouwkundige Manuel de Souza was de gelukkige vinder.

Hij meende aanvankelijk dat hij een afzetting van saffier gevonden had. Na grondig onderzoek (door Duitse edelsteenkundigen) werd echter vastgesteld dat deze blauwe edelsteen een nieuwe variëteit van de zoisiet is.

De blauwe zoisiet werd eerst als ‘zoisiet’ verkocht, maar op de Engelstalige markt bleek dat een ongelukkige naam, vanwege de gelijkenis met het Engelse woord suicide, zelfmoord. De steen werd hierdoor amper verkocht. De New Yorkse juwelier Tiffany, die veel blauwe zoisiet verwerkte tot prachtige sieraden, bedacht de nieuwe naam tanzaniet, naar de vindplaats, om zijn producten beter te kunnen verkopen.

FilmsterElisabeth Taylor(1932-2011) droeg graag sieraden met tanzaniet omdat deze stenen de kleur van haar ogen hebben. In navolging van haar gingen meer beroemdheden deze steen dragen en werd tanzaniet beroemd en veelgevraagd.

Tanzaniet is ook bekend dankzij de film Titanic uit 1997. De steen figureerde als de blauwe diamant die met het schip de diepte in verdween.

.

.

robijn-in-zoisiet-india

.

.

 Spiritueel

.

* Alle soorten zoisiet helpen je om zelfstandig te functioneren, op eigen benen te staan en je eigen oordeel te vormen. Zoisiet versterktinspiratie en wilskracht en helpt zo jedromen waar te maken.
* De zoisiet, vooral de thuliet en de tanzaniet, maakt creatief. De steen versterkt alle creatieve talenten, zoals schilderen, tekenen, toneel, dans en muzikaliteit.
* Zoisiet maakt doelgericht. Dat werkt uitstekend voor mensen die vergeetachtig en chaotisch zijn.
* Deze steen helpt jein het hier en nu te leven. Aanbevolen voor wie een beetje wereldvreemd is.
* Groene zoisiet brengt het goedein de mens naar boven.
* Thuliet laat je degoede en slechte kanten van een menszien, en helpt je beide kanten bij jezelf in balans te brengen.
* Anyoliet is een goede beschermsteen voor overgevoelige mensen en beschermt tegen energetisch vampirisme. Het mineraal helpt je je eigen weg te gaan, en tegelijk een goed functionerend lid van een groep of gemeenschap te zijn.
* Tanzaniet kan je tijdens meditatie in contact brengen met je Hoger Zelf, je ziel.

.

.

Robijn-Zoisiet-trommelsteen-groot

.

.

 Chemische samenstelling

.

De groene zoisiet dankt deze kleur aan ingesloten chroom en vanadium. Bevat het daarbij ook ijzer, dan is de kleur blauw. En bevat het veel mangaan, dan wordt het roze, rozerood tot roodbruin.

.

.

Samenstelling:Ca2A13(SiO4)(Si2O7)O(OH) + Mg, Cr, Sr, V
Hardheid: 6 – 6,5
Glans: glasglans
Transparantie: doorschijnend tot ondoorzichtig. De
edelsteenkwaliteit is transparant.
Breuk: onregelmatig, oneffen
Splijtbaarheid: volkomen
Dichtheid:3,25 – 3,36
Kristalstelsel: rombisch
.
.
.
.
.
.
.
.
.

 

.

.

robijn in zoisiet

.

.

robijn in zoisiet

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 John Astria

John Astria

 

 

Fluoriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Fluoriet wordt al eeuwen gebruikt als vloeimiddel om metalen gemakkelijker uit erts los te smelten en de slakken beter te laten afvloeien. Om die reden wordt fluoriet ook wel vloeispaat genoemd.

 

.

Algemeen

 

Fluoriet kan allerlei kleuren hebben: wit, geel, oranje, roze, bruin, groen, blauw, paars en doorzichtig. De kristalvorm is duidelijk zichtbaar: meestal een regelmatig achtvlak (octaëder). Deze feiten maken het mineraal aantrekkelijk voor verzamelaars.

Het verschijnsel fluorescentie is genoemd naar deze edelsteen. Men ontdekte bij het bewerken van metaal dat fluoriet oplicht in het donker, als het eerder in daglicht heeft gelegen. Ook het element fluor, ontdekt in 1886, ontleent zijn naam aan fluoriet.

Fluoriet is een echte studie- en denksteen. Het helpt grote lijnen te zien in de studiestof, en verbanden te leggen met reeds aanwezige kennis. Daardoor is de informatie gemakkelijker te ordenen en kan de stof beter opgenomen worden.

Dit mineraal brengt je op een zachte, maar toch snelle manier bij je kern. Het haalt het beste in je naar boven, zowel fysiek als geestelijk. Omdat fluoriet in zoveel kleuren voorkomt, werd en wordt het vaak gebruikt om andere edelstenen te imiteren.

 

 

 

.

 

fluoriet

 

.

.

Herkomst van de naam

.

De naam fluoriet is afgeleid van het Latijnse werkwoord fluere, dat ‘stromen, vloeien’ betekent.

In China is de fluoriet al eeuwenlang een geliefde steen om beeldjes en gebruiksvoorwerpen van te maken. Dit omdat het een zacht gesteente is, dat gemakkelijk is te snijden. De Chinezen beschouwden de groene fluoriet – net als alle andere groene stenen – als een krachtige talisman en amulet. Het mineraal zou vooral goede bescherming bieden tegen hekserij en duivelskunsten.

De Oude Grieken en Romeinen waren verzot op fluoriet. Ze vervaardigden er prachtige kommen en schalen in allerlei kleuren van. In die tijd was fluoriet zo populair, dat het zelfs werd nagemaakt om aan de vraag te kunnen voldoen. Vooral de blauwe fluoriet, die onder meer in Engeland gevonden werd, was zeer in trek. De namaakfluoriet was vooral van glas. Ook nu wordt nepfluoriet van glas op de markt aangeboden.

Vanaf het midden van de achttiende eeuw werd fluoriet gebruikt als vloeispaat bij de verwerking van metaal en glas, en bij de vervaardiging van allerlei kleuren email. Tegenwoordig wordt het ook gebruikt voor het bereiden van waterstoffluoride. Dit product wordt gebruikt in antiaanbakcoatings en als desinfecterend middel.

 

 

 

.

 

fluoriet_paars_3

 

.

 

Spiritueel

.

* Fluoriet absorbeert negatieve emoties en emotionele verstoringen, en brengt emoties in balans. Dat maakt dit mineraal een geschikte steen voor kinderen met ADHD en andere (geestelijke) groeistoornissen.
* Fluoriet beschermt tegen en helpt bij angstgevoelens. Het werpt een energetisch schild op, waarachter je beschermd bent tegen energetisch vampirisme en andere negatieve energieën.

 

* Fluoriet helpt om orde en structuur in chaos te scheppen. Fluoriet is een goede steen voor denkprocessen, bevordert de concentratie, helpt nieuwe toepassingen van reeds aanwezige kennis te vinden.

* Fluoriet geeft inzicht in patronen, en de moed en de kracht om die patronen te doorbreken als dat nodig is. Fluoriet helpt je het heft in eigen hand te nemen en je eigen weg te gaan, onafhankelijk en zelfstandig. Het ondersteunt de vrije wil en laat zien dat er altijd een keuze is.
* Witte fluoriet op het kruinchakra reinigt de aura.
* Paarse fluoriet op het voorhoofdchakra stimuleert de spirituele groei en de intuïtie, beschermt tegen energetisch vampirisme. Een goede beschermsteen voor overgevoelige mensen.
* Blauwe fluoriet op het keelchakra stimuleert creativiteit en communicatie.
* Groene fluoriet is kalmerend en ontspannend.
* Roze fluoriet op thymus of hartchakra verzacht een verhard gemoed, maakt je liever voor jezelf en je omgeving.
* Gele fluoriet en oranje fluoriet maken tevreden en blij.
* Rode, bruine en zwarte fluoriet op het basischakra beschermt tegen negatieve emoties en situaties.
* Regenboogfluoriet (vertoont alle kleuren samen) is een geweldige beschermsteen en heeft alle werkingen hierboven bij de verschillende kleuren genoemd.

 

 

 

.

 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

.

.

 

Chemische samenstelling

.

Fluoriet hoort bij de familie der halogenen, die gemakkelijk zouten vormen. Fluoriet bestaat grotendeels uit calciumfluoride, belangrijk voor de vorming van botten en tanden.

Samenstelling: CaF2 + (C, Ce, Cl, Fe, Mn, Y, Sm, Eu).

Soms kan fluoriet een alexandriet-effect vertonen: bij daglicht groen en bij kaars- of kunstlicht rood. Dat komt door ingesloten sporen cerium (Ce), yttrium (Y), samarium (Sm) en europium (Eu). De meeste fluoriet bestaat voor ruim de helft uit calcium. Indien de fluoriet relatief veel yttrium bevat, is de kleur violet, grijs of roodbruin.

 

 

Hardheid: 4, bros
Transparantie: doorzichtig, half doorschijnend
Breuk: glad tot schelpvormig, bros
Splijtbaarheid: goed
Dichtheid: 3,18 – 3,25
Kristalstelsel: kubisch

 

 

Fluoriet-schijf

.

 

 

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 John Astria

John Astria

 

 

 

Granaat.

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Bij granaat denken de meeste mensen aan een kostbare bloedrode steen, vergelijkbaar met robijn. Maar granaat is in de mineralogie de verzamelnaam van een grote familie zeer harde kristallen. Granaat kan allerlei kleuren hebben: rood, oranje, roze, groen, bruin, zwart. En zelfs kleurloos, wit. De enige kleur die natuurlijke granaat zelden heeft, is blauw.

.

Algemeen

.

Hier behandelen we vooral de rode granaat. Deze kleur komt het meest voor, wordt het meest verwerkt tot sieraden, en wordt ook het meest gebruikt in de edelsteentherapie. De populairste varianten rode granaat zijn de rood-violette almandien en de helderrode pyroop. Ze zijn echter lastig te onderscheiden. Pyroop ontstaat dieper in de aarde dan almandien, en is daarom harder. De meeste rode granaat is een mengvorm van deze twee varianten. Een granaat die bestaat uit 50% almandien en 50% pyroop heet rhodoliet.

De granaat is een van de hardste edelstenen. Granaten worden diep in de aarde gevormd, in de binnenste aardmantel of de overgang naar de buitenste aardmantel. Granaten zijn vaak bestanddeel van dieptegesteentes. Granaten kunnen piepklein zijn, maar ook heel groot. Ze zijn harder dan het gesteente dat hen omringt, en komen door verwering vrij. Ze kunnen door rivieren mee gespoeld worden. Je vindt ze dan ook in klei en zand.

Granaat van edelsteenkwaliteit wordt graag gebruikt in sieraden. De meeste granaten zijn echter niet geschikt voor sieraden; zij worden verwerkt tot schuurpoeder. De kleurloze variant is geslepen zó fraai, dat hij voor diamant aangezien kan worden. De witte granaat wordt dan ook vaak als imitatiediamant gebruikt. Almandien werd ooit aangezien voor robijn.

Rode granaat is de steen van de Amerikaanse staten Connecticut en New York. Granaat wordt daar veel gevonden, vaak in grote brokken. In de edelsteentherapie wordt de rode granaat vooral gebruikt voor het verbeteren van de bloedsomloop en de bloedsamenstelling, en bij oververmoeidheid en uitputting.

.

.

.

.

Door de eeuwen heen

.

Al sinds de oudheid is de granaat een geliefde en gezochte edelsteen. Van alle granaatsoorten zijn pyroop en almandien het langst en best bekend. Je vindt deze soorten dan ook in veel kronen en andere symbolen van macht (regalia). In de Oudheid was de almandien de meest gewaardeerde variant, omdat deze ‘de kleur van duivenbloed’ had. De steen werd destijds in Klein-Azië gedolven.

De oudste grafvondsten van sieraden met granaat zijn 3500 jaar uit en stammen uit het Oude Egypte. De Egyptenaren beschouwden de granaat als bloed van Isis, godin van vruchtbaarheid, leven en dood. In graven zijn fraaie oorbellen en kettingen gevonden die versierd zijn met bloedrode granaat. Granaat werd ook graag in het gevest van wapens verwerkt. Granaat zou een krachtig amulet tegen het boze oog zijn, en de gezondheid van de drager beschermen.

In de Oudheid, en ook nog in de Middeleeuwen, werden heel veel rode stenen carbunculus of karbonkel genoemd. Dat geldt onder meer voor rode toermalijn, robijn en granaat. Dergelijke stenen lijken op het oog erg op elkaar. De karbonkelsteen is vanaf de oudheid een mythisch kristal. Volgens sagen en legenden licht de karbonkelsteen als een kooltje vuur op in het donker.

Bij archeologische opgravingen in Klein-Azië werden gebruiksvoorwerpen, kettingen, oorbellen en ringen met schitterende rode granaten uit de 6e tot 4e eeuw v.Chr. gevonden. Ze werden gebruikt door de Scythen, een volk dat toen in die streek leefde.

De Oude Grieken droegen granaat ook in spelden voor mantels, en verwerkten ze in lauwerkransen. Volgens de Grieken zou granaat helpen de liefde in stand te houden van geliefden die elkaar lange tijd niet zien. Na een weerzien zou de liefde snel weer opbloeien.

Tijdens de late Romeinse tijd en de Grote Volksverhuizing (4e tot 6e eeuw n.Chr.) werd granaat graag in goud ingelegd. Er zijn fraai versierde zwaarden, sieraden, boekomslagen en andere voorwerpen gevonden die op deze manier waren bewerkt. Zo’n met goud omrande granaat wordt wel cloisonné granaat genoemd.

Veel voorwerpen versierd met granaat en ingelegd volgens de cloisonné-techniek werden aangetroffen in de schat van Staffordshire (midden-Engeland), gevonden in 2009 en later. Deze schat bestaat uit zo’n 3500 sieraden en wapens van goud en zilver uit de Angelsaksische tijd (7e en 8e eeuw). Opvallend is dat de sieraden allemaal bedoeld waren voor hooggeboren mannen.

In de Middeleeuwen werd de karbonkelsteen al in overdrachtelijke betekenis opgevat: de steen die kennis, licht en hoop brengt als het leven uitzichtloos lijkt. Een mens is als een granaat, met een ruw uiterlijk dat pas na slijpen en polijsten (lees: ouder en ervarener wordt) gaat schitteren. Het leven is een slijpproces voor het karakter van de mens.

De middeleeuwse ridders hielden van granaten als opsmuk voor zwaarden, dolken, schilden en kleding. Dit zou hen beschermen tegen verwondingen, en zou herstel van verwondingen bespoedigen. In de 16e eeuw werden veel edelstenen vermalen ingenomen. Zo zou gemalen granaat in water of wijn goed zijn voor allerlei hartkwalen en de vitaliteit versterken.

In de 19e eeuw waren granaten, vooral pyroop uit Bohemen, zo populair, dat ze massaal naar Amerika geëxporteerd werden. De Boheemse pyroop was en is van zeer hoge kwaliteit. In de tijd van koningin Victoria (1819-1901) werd veel granaat in sieraden verwerkt. Niet alleen de geliefde pyroop, maar ook rhodoliet en almandien. Koningin Victoria was een trendsetter. Veel van haar sieraden bevatten granaat, en haar onderdanen volgden haar in die voorkeur.

In de Indiase opstand tegen de koloniale machthebbers in Brits-Indië in 1857, werden granaten gebruikt als kogels! Granaat activeert en versterkt het overlevingsinstinct. Na zware tijden, zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog, was de granaat dan ook in de mode. Veel van onze Nederlandse klederdrachten kennen kettingen van granaat.

.

.

.

.

.

.

 

.

.

Chemische samenstelling

.

Granaat is een verbinding van silicaat (SiO4) met twee metalen, zoals ijzer, aluminium, mangaan, calcium, chroom. De meest voorkomende varianten zijn: almandien, pyroop, spessartiet, grossulaar, uvaroviet en andradiet. Mengvormen zijn gebruikelijk. De verschillende soorten granaat kunnen naadloos in elkaar overgaan. Dat geldt vooral voor almandien en pyroop. IJzerhoudende granaat vertoont vooral rode, roze, oranje en bruine tot zwarte tinten. Dit soort granaat wordt het meest gebruikt in de edelsteentherapie.

.

.

.

.

.

.

.

.

 

 

Samenstelling: Me2+3 Me3+2(SiO4)3 (Me=een metaal)
Samenstelling almandien: Fe3Al2(SiO4)3
Samenstelling pyroop: Mg3Al2(SiO4)3
Hardheid: 6,5 – 7,5
Glans: glasglans
Transparantie: ondoorzichtig, doorzichtig, doorschijnend
Breuk: schelpvormig, onregelmatig, splinterig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: almandien 3,95 – 4,30; pyroop 3,79 – 3,89;
Kristalstelsel: kubisch, meestal met 12 of 24 vlakken

.

.

.

.

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA