Tagarchief: roze

Rode ogentroost : Odontites vernus subsp. serotinus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
– roze lipbloemen met iets uitstekende meeldraden
– in eindelingse, eenzijdige trossen en
– vanaf de basis vertakte stengels met
– zijtakken in een hoek van 45° tot 90° en
– schutbladen niet langer dan de bloemen

 

 

.

 

 

Algemeen

 

Rode ogentroost is eenjarige, ruw behaarde plant, die bloeit vanaf juli tot en met oktober. Ze groeit op open, natte of vochtige, voedselrijke, eventueel zilte, grazige grond. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend in de Lage Landen, maar ze staat op de rode lijst als sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van rode ogentroost staan min of meer naar 1 kant gericht in rijk-bloemige trossen aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze zijn roze, rozerood, soms wit gekleurd.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren, stengels en kelkbladen zijn kort ruw behaard en vaak roodpaars aangelopen.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Rode ogentroost is een halfparasiet; ze haalt een deel van haar voedsel uit de wortels van de grassen waarop ze groeit.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast rode ogentroost is er ook de zeer zeldzaam voorkomende akkerogentroost.

 

 

 

  rode ogentroost
– bloeiperiode juli t/m oktober
– schutbladen korter tot even lang als de bloemen
– stengel vertakt voor het midden
– zijtakken maken een hoek van 45° tot 90° met de hoofdas
  akkerogentroost
– bloeiperiode mei t/m augustus
– schutbladen gewoonlijk langer dan de bloemen
– stengel vertakt na het midden
– zijtakken maken hoogstens een hoek van 45° met de hoofdas

 

 

akkerogentroost

 

 

 

Algemeen

 

– helmkruidfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer   zeldzaam
– 10 tot 50 (80) cm

Bloem
– roze, rood, soms wit
– vanaf juli t/m oktober
– eenzijdige tros
– lipbloem
– 8 tot 11 mm
– 4 kroonbladen, vetgroeid
– 4 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand getand
– voet afgerond
– veernervig
– kort ruw behaard

Stengel
– rechtop
– aan de basis vaak verhout
– kort ruw behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rhodochrosiet

Standaard

categorie :  sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Kenmerken van rhodochrosiet

.

De rhodochrosiet staat bekend om zijn prachtige roze tot rode kleur. Die kleur is te danken aan het hoge gehalte mangaan; rhodochrosiet is dan ook een belangrijk mangaanerts. Hij vertoont meestal een roze met wit gebandeerd patroon. Daarnaast kan de rhodochrosiet ook rozerode, bruinrode, perzikkleurige of bruine tinten hebben.

.

Vanwege de roze tot rozerode kleur wordt rhodochrosiet ook wel mangaanspaat, rozenspaat of framboosspaat genoemd. Een veel gebruikte naam is ook Incaroos (Rosa del Inca). Dit omdat de Inca’s de steen al kenden. In de edelsteentherapie neemt de rhodochrosiet een belangrijke plaats in. Hij is zeer veelzijdig en lost allerlei blokkades in de aura op. Ook heeft hij een positieve invloed op psychische klachten, vooral klachten als gevolg van een ne-gatief zelfbeeld, zoals minderwaardigheidscomplexen. Regelmatig dragen van een rhodochrosiet-hanger bevordert een jeugdige uitstraling.

.

.

 

.

.

Herkomst van de naam

.

De naam van rhodochrosiet is afgeleid van de Griekse woorden rhodon (roos) en chroos, (huidkleur). Dit verwijst naar de roze tot rode kleur van deze steen.

.

.

.

.

Door de eeuwen heen

.

Rhodochrosiet is al eeuwen bekend en geliefd, maar pas in 1813 werd de steen geclassificeerd als een nieuwe mineraalsoort. De ontdekking staat op naam van de Duitse mineraloog Friedrich Hausmann, die de steen ook zijn naam heeft gegeven. Vooral in Argentinië kent de verwerking van rhodochrosiet tot siervoorwerpen een lange ge-schiedenis. Rhodochrosiet werd er al in de dertiende eeuw gewonnen. De Inca’s troffen hem aan in hun zilver- mijnen. Daar was rhodochrosiet begeleidend mineraal van zilvererts, vaak in de vorm van stalagmieten. De Inca’s geloofden dat de rode kleur van de steen het versteende bloed van hun overleden heersers was.

In de oude culturen van Zuid- en Midden-Amerika werd rhodochrosiet veelvuldig gebruikt als geneeskrachtige en beschermende steen. Bij de indianen in deze streken had rhodochrosiet dezelfde symbolische betekenis als robijn bij de oude Grieken. Hij gold als de steen van het hart en de liefde. Door een amulet van rhodochrosiet te dragen, zou je de juiste partner vinden en ware liefde aantrekken. In Europa werd rhodochrosiet pas na de Tweede We-reldoorlog erkend als edelsteen. Sinds ongeveer 1950 is de rhodochrosiet in de handel als siersteen gezet in sieraden. Eerder werden van rhodochrosiet al wel siervoorwerpen gemaakt.

.

.

.

.

.

.

Spiritueel

.

* Rhodochrosiet maakt kalm en vergroot de concentratie.
* Dit mineraal helpt je de wereld vol liefde en vertrouwen tegemoet te treden. Het geeft compassie en mededogen.
* Rhodochrosiet is een zeer beschermende steen voor overgevoelige mensen. Het beschermt tegen negatieve invloeden en mensen.
* Rhodochrosiet maakt minder egoïstisch.
* Het helpt bij allerlei angsten en fobieën.
* Rhodochrosiet maakt tevreden en blij, helpt zodoende bij depressie en mineur.

.

.

.

.

 

Chemische samenstelling

.

Hoe groter de kristallen van de rhodochrosiet, hoe donkerder roze de kleur. Kleine kristallen zijn veel bleker roze dan grote kristallen met een gelijk gehalte mangaan.

.

.

Samenstelling: MnCO3 + Ca, Fe, Zn. De witte strepen zijn vooral calciet.
Hardheid: 3,5 – 4
Glans: glasglans
Transparantie: transparant tot doorzichtig
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: volkomen
Dichtheid: 3,4 – 3,7
Kristalstelsel: trigonaal

.

.

Rhodochrosiet
Rhodocrosite 6(Pérou).jpg
Mineraal
Chemische formule Mn2+CO3
Kleur Geelgrijs, bruin of rozerood
Streepkleur Wit
Hardheid 3
Gemiddelde dichtheid 3,69 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorschijnend
Splijting [1011] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

JOHN ASTRIA

Muskuskaasjeskruid : Malva moschata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de lichte muskusgeur van bloemen en bladeren
– diep handvormig ingesneden stengelbladeren met smalle slippen

.

.

.

.

.

Algemeen

.

Muskuskaasjeskruid is een overblijvende behaarde plant van 30 tot 70 cm hoog, die vrij algemeen voorkomt. Je vindt haar op vochtige, voedselrijke grond op grazige, vaak licht beschaduwde plaatsen, vaak in de buurt van bebouwing. Ze komt van nature in Zuid-, West- en Midden-Europa voor. Ze wordt ook uitgezaaid in bermen en als tuinplant verkocht.

.

.

.

.

Bloem

.

Muskuskaasjeskruid bloeit vanaf juli tot en met september met 4 tot 8 cm grote bloemen, die in eerste instantie donker-roze zijn. Naarmate ze meer opengaan worden ze licht-roze tot wit. De kroonbladen hebben dan duidelijk zichtbare roze aderen. De onderste bloemen zijn alleenstaand in de bladoksels, de bovenste staan in een bundel bij elkaar.

.

.

.

.

Blad

.

De bovenste stengelbladeren van muskuskaasjeskruid zijn diep handvormig ingesneden. De 5 bladdelen zijn weer veervorming ingesneden. De wortelbladeren zijn niervormig en minder diep ingesneden.

.

.

.

.

Bijzonderheden

.

Van alle kaasjeskruiden lijken de vruchtjes op afgeplatte kaasjes, vandaar de naam.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten
Onderste bloemen alleenstaand

• muskuskaasjeskruid 
– zwak geurend naar muskus
– 0,30 tot 0,70 meter
– bladeren met dunne slippen

• vijfdelig kaasjeskruid
– reukloos
– 0,50 tot 1 meter
– bladeren met (meestal) 5 getande lobben
– zeldzaam in het rivierengebied en stedelijke gebieden,
elders zeer zeldzaam

Bloemen niet alleenstaand

• groot kaasjeskruid
– kroonbladen van 18-25 mm
– paars, lila tot rozerood met donkere strepen
– 0,30 tot 1,20 meter
– bladeren met 3 tot 7 lobben met spitse of iets ronde top

• klein kaasjeskruid
– kroonbladen 8-15 mm
– bleekroze tot witachtig
– 0,10 tot 0,40 meter
– bladeren met 5 tot 7 afgeronde lobben

.

.

vijfdelig kaasjeskruid

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

Algemeen

– kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, deels verwilderd
– 30 tot 70 cm

Bloem
– lichtroze tot wit
– vanaf juli t/m september
– alleenstaand, bovenste in een kluwen
– stervormig
– 4 tot 8 cm
– 5 kroonbladen, uitgerand
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 bijkelkblaadjes (lijn- of   lijnlancetvormig)
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– behaard
– wortelbladeren :
– niervormig
– minder diep ingesneden dan de stengelbladeren
– lang gesteeld
– stengelbladeren :
– handvormig ingesneden
– smalle slippen

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Moerasandoorn : Stachys palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de roze/lila aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande lipbloemen en
– langwerpige tot lancetvormige behaarde bladeren

 

.

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasandoorn is een zeer algemeen voorkomende zwak geurende overblijvende plant. Ze wordt 30 tot 80 (120) cm hoog en groeit op vochtige, voedselrijke plaatsen aan oevers van rivieren en sloten, in drassige graslanden en lichte moerasbossen.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus (soms tot oktober) met roze/lila lipbloemen, waarvan de onderlip een donkere tekening heeft (honingmerk). De bloemen staan met 4 tot 10 bloemen in schijnkransen aan het einde van de stengel in een aarvormige bloeiwijze. De bloemen worden door veel insecten bezocht, zowel voor het stuifmeel als voor de nectar.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan paarsgewijs om de stengel, de onderste zijn heel kort gesteeld, de middelste en bovenste zittend of half stengelomvattend. Ze zijn langwerpig van vorm tot 15 cm lang en behaard. Ook de stengel en de bloemkelken zijn behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd moerasandoorn gebruikt als geneesmiddel voor sneden en wonden. De bladeren hebben een ontsmettende werking.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosandoorn : donker roodpaarse bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : roze bloemen (zelden wit), bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 

 

 

stinkende ballote : lichtpaarse bloemen (zelden wit), bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

 

Zowel watermunt als wolfspoot behoren tot de dezelfde familie als moerasandoorn (Lamiaceae). Toch lijkt moerasandoorn op afstand meer op de grote kattenstaart. Beiden groeien aan de waterkant met aarvormige bloeiwijzen. Grote kattenstaart bloeit echter uitbundiger, heeft geen lipbloemen, maar stervormige bloemen en de bloemen zijn feller van kleur.

 

 

watermunt

 

 

wolfspoot

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 80 (120) cm hoog

Bloem
– roze, lila (zelden wit)
– juli en augustus (oktober)
– schijnkrans
– 14 tot 18 mm
– lipbloemen
– 3-delige onderlip met donkere   tekening
– behaarde kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet zwak hartvormig of afgerond
– netnervig
– onderste kort gesteeld
– bovenste zittend of half   stengelomvattend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Heulandiet

Standaard

 categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Heulandiet is kleurloos, wit en roze tot rood. De groene variant is zeldzamer. De steen is doorzichtig tot door-schijnend met een glasachtige tot parelmoerglans. Het behoort tot de zeolieten.

.

.

.

.

.

.

Eigenschappen

.

De samenstelling van heulandiet, dat naast calcium de elementen barium, strontium, kalium en/of natrium  kan bevatten, bepaalt de precieze eigenschappen. De algemene eigenschappen zijn; witte, gele, lichtrode, lichtbruine of lichtgrijze kleuren en een witte streepkleur, een glas- tot parelglans en een perfecte splijting volgens het kristalvlak [010].

De gemiddelde dichtheid ligt tussen 2,2 en 2,35 en de hardheid is 3 tot 3,5. Het kristalstelsel is monoklien en de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute varieert van 4,3 tot 47,06.

.

.

.

.

.

Naam

.

Heulandiet is genoemd naar de Engelse  mineralenverzamelaar John Henry Heuland (1778 – 1856).

.

.

.

.

Voorkomen

.

Zoals andere zeolieten, komt heulandiet voor in allerlei verschillende omgevingen : vulkanisch en omgevingen: metamorfe gesteente, pegmatieten, tuffiet en diepzee sedimenten. De typelocatie voor de calciumvariant van heulandiet is Glasgow in Schotland.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: (Ca,Na2)(Al2Si7O18).6(H2O)

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 2,2

.

.

.

.

.

.

.

Koninginnekruid : Eupatorium cannabinum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de wollige uitziende roze (zelden witte) bloemschermen en
– de 3-of 5-delige bladeren, die aan een hennepblad doen denken en
– het grote formaat van de plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Koninginnekruid, ook wel leverkruid genoemd, is een overblijvende plant van 50 tot 150 cm hoog, die zich het best thuis voelt op plaatsen waar veel organisch materiaal snel tot ontbinding overgaat, zoals natte tot vochtige grond aan waterkanten, in rietlanden, duinvalleien, moerasbossen en op kapvlakten. Ze is een zeer algemeen voorkomende plant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Koninginnekruid bloeit vanaf juli tot en met september met roze (zelden witte) bloemhoofdjes, die zeer talrijk zijn en bij elkaar staan in dicht vertakte schermen. Elke bloemhoofdje bestaat uit 4 tot 6 (meestal 5) aan de top klokvormige buisbloemen. De bloemschermen hebben een wollig uiterlijk en geuren scherp en aromatisch.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De forse, behaarde, vaak rood aangelopen stengels zijn bebladerd met 3- tot 5-delige bladeren, die aan een hennepblad doen denken, vandaar de soortnaam cannabinum. De bovenste bladeren zijn niet gedeeld.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Koninginnekruid is een bekende plant in de volksgeneeskunde. Ze bevordert de spijsvertering en verhoogt de activiteit van de galblaas. In grote dosis is de plant echter giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend,
in het noorden zeldzaam
– 50 tot 150 cm hoog

Bloem
– roze (zelden witte) buisbloemen
– vanaf juli t/m september
– hoofdjes in schermvormige pluimen
– tot 5 mm

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– handvormig 3 – 5 delig
– bovenste bladeren niet gedeeld
– top spits
– rand gezaagd
– netnervig

Stengel
– rechtop
– alleen bovenaan kort vertakt
– vaak rood aangelopen
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Knikkende distel : Carduus nutans

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote, helder roze, knikkende distelhoofdjes met fors, stekelig omwindsel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Knikkende distel een overblijvende of tweejarige distel van 0,3 tot 2 meter hoog, die groeit op droge tot matig vochtige, kalkrijke, vaak omgewerkte grond. Ze brengt minstens één winter door als rozet en zodra ze vruchtjes gevormd heeft, sterft ze af. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemhoofdjes van knikkende distel zijn tamelijk groot. Onder het hoofdje met buisbloemen zit het omwindsel, dat gelijk een spinnenweb behaard is en vaak rood-bruine kleur heeft. De omwindselbladen zijn voorzien van scherpe stekels, in het midden iets ingesnoerd en dan naar buiten gebogen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De smalle, glanzende, donkergroene, stekelige bladeren zijn veervormig ingesneden en lopen in gestekelde vleugels af langs de stengel. De onderkant van de bladeren is behaard, de bovenkant is kaal. De lange stengels zijn gelijk een spinnenweb behaard, onderaan gevleugeld, bovenaan kaal en gebogen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 0,3 tot 2 m hoog

Bloem
– helder roze  buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– alleenstaand
– 2 tot 8 cm
– omwindselbladen stekelig, afstaand
en licht spinnenwebachtig behaard

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand gestekeld
– voet aflopend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– wit spinnenwebachtig behaard
– rolrond en onderaan gevleugeld

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kartuizer anjer : Dianthus carthusianorum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemen met gekartelde kroonbladen
– in een bundeltje aan het einde van een ijle bloeistengel met
– vliezige, bruine schubben onder de kelk

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kartuizer anjer is een zeer zeldzame, overblijvende, polvormende plant van 30 tot 45 cm hoog, die groeit op grazige zandgrond. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kartuizer anjer bloeit vanaf juni tot en met augustus met helder roze (zelden witte) bloemen van 18 tot 20 mm in doorsnede. De kort gesteelde bloemen staan met 4 tot 15 in een bundeltje bij elkaar aan het einde van de ijle bloeistengel. Ze hebben 5 getande kroonbladen. De vliezige schubben onder de kelk zijn bruin, korter dan de kelk, plotseling in een spitsje van 2 tot 4 mm uitlopend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

 

 

 

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

 

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, zelden wit
– juni t/m augustus
– bundel of krans
– stervormig
– 18 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoenderbeet : Lamium amplexicaule

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder roze lipbloemen met lange rechte kroonbuis in
– schijnkransen die een eindje uit elkaar staan en
– die ondersteunt worden door een “bladschoteltje”

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hoenderbeet is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, (moes)tuinen en bermen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hoenderbeet bloeit vanaf april tot in de herfst met helder roze lipbloemen, die een lange kroonbuis hebben, waardoor ze ver boven de kelk uitsteken. De bloemen staan in schijnkransen die een eindje uit elkaar staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn gesteeld en rond tot eirond. De bovenste zijn niervormig, ongesteeld en omvatten de stengel, zodat ze een schoteltje vormen onder de bloemen.

 

 

Hoenderbeet

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

paarse dovenetel : paarse verkleurde bovenste bladeren en flink stuk kale stengel.

 

 

 

 

 

ingesneden dovenetel : bladeren zijn dieper ingesneden en dubbel gelobd.

 

 

 

 

 

gevlekte dovenetel : heeft gevlekte bladeren en grotere bloemen, waarvan de onderlip donker gevlekt is.

 

 

 

 

 

gestreepte dovenetel : is gekweekt vanuit gevlekte dovenetel en heeft een zilverkleurige streep langs de middennerf.

 

 

 

 

 

hoenderbeet : de bloemen steken hoog uit boven de kelk en de bovenste bladeren zijn rond de stengel vergroeid.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : heeft lancetvormige bladeren.

 

 

 

 

 

stinkende ballote : bladeren geven bij kneuzing een onaangename geur af.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam voorkomend
– 15 tot 30 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 1,4 tot 2 cm
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stuifmeel oranje

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– onderste eirond en gesteeld
– bovenste niervormig, ongesteeld
– top stomp
– rand diep gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoisiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Zoisiet is een fraai, meestal blauw of groen mineraal. Het kan allerlei kleuren hebben en sommige kleuren hebben een eigen naam gekregen. Roze tot rozerode zoisiet wordt thuliet genoemd. Blauwe zoisiet heet tanzaniet. De groene variant met ingesloten robijn heet zoisiet-robijn of anyoliet.

.

Andere kleuren die voorkomen: kleurloos, wit, geel, bruin, blauwgroen-wit met rode insluitsels. Zoisiet wordt op vele plekken ter wereld gevonden en is meestal ondoorzichtig. De transparante variëteiten wedijveren qua kostbaarheid en gewildheid met smaragden en saffieren.

De tanzaniet van edelsteenkwaliteit is een ongelooflijk fraaie en zeldzame steen. Een van de spectaculairste sieraden met tanzaniet is een tiara met een enorme gefacetteerde tanzaniet. Deze steen wordt liefkozend de Queen of Kilimanjaro genoemd. De steen zelf is 242 karaat zwaar.

De groene tinten zoisiet zijn zeer spirituele stenen, die ons met extra energie door de winter heen helpen. Ze zijn symbool voor het groen en alle leven dat in het voorjaar zal weerkeren. Tanzaniet is de nationale steen van Tanzania. Thuliet is de nationale steen van Noorwegen.

.

.

.

.

Herkomst van de naam

.

Zoisiet werd eerst saualpiet of carinthiet genoemd, naar zijn vindplaatsen in Oostenrijk: Sau-alpe en Karinthië. Later werd het mineraal vernoemd naar de Oostenrijkse baron en mineralenverzamelaar Freiherr von Zois (1747-1819), die de steen voor het eerst vond.

De naam thuliet komt van het mythische eiland Thule. Dat was in de klassieke oudheid de naam van het noordelijkste punt van de toen bekende wereld. Bedoeld werd mogelijk Groenland, IJsland, Noorwegen, of eilanden bij deze landen. Noorwegen is een van de vindplaatsen van deze rozerood zoisiet.

Tanzaniet is genoemd naar de vindplaats, het land Tanzania in Afrika.

De naam anyolietvoor de groene zoisiet met ingesloten robijn is ontleend aan Masai anyo (groen) en Grieks lithos (steen).

.

.

l_robijn in zoisiet

.

.

Door de eeuwen heen

.

Overleveringen over de geneeskrachtige werking van zoisiet zijn er niet. De groene zoisiet wordt al een paar eeuwen gebruikt als materiaal voor fraaie kommen en andere voorwerpen. Vooral de groene zoisiet met robijn-insluitsels heeft mooie kleuren en patronen.

Dit gesteente is echter moeilijk te verwerken. Zoisiet is weliswaar betrekkelijk zacht (hardheid 6-6,5 op de schaal van Mohs), maar robijn is zeer hard (hardheid 9 op de schaal van Mohs). De werktuigen om zoisiet-robijn te snijden zijn dan ook voorzien van diamant snijranden. Diamant heeft namelijk hardheid 10 en kan daarom zowel de zoisiet als de robijn zonder al te veel problemen snijden.

Tanzaniais een belangrijke vindplaats van groene zoisiet en zoisiet-robijn. Ook blauwe zoisiet wordt daar gevonden. In 1967 werd er zelfs prachtige transparante blauwe zoisiet in edelsteenkwaliteit ontdekt. De Indische mijnbouwkundige Manuel de Souza was de gelukkige vinder.

Hij meende aanvankelijk dat hij een afzetting van saffier gevonden had. Na grondig onderzoek (door Duitse edelsteenkundigen) werd echter vastgesteld dat deze blauwe edelsteen een nieuwe variëteit van de zoisiet is.

De blauwe zoisiet werd eerst als ‘zoisiet’ verkocht, maar op de Engelstalige markt bleek dat een ongelukkige naam, vanwege de gelijkenis met het Engelse woord suicide, zelfmoord. De steen werd hierdoor amper verkocht. De New Yorkse juwelier Tiffany, die veel blauwe zoisiet verwerkte tot prachtige sieraden, bedacht de nieuwe naam tanzaniet, naar de vindplaats, om zijn producten beter te kunnen verkopen.

FilmsterElisabeth Taylor(1932-2011) droeg graag sieraden met tanzaniet omdat deze stenen de kleur van haar ogen hebben. In navolging van haar gingen meer beroemdheden deze steen dragen en werd tanzaniet beroemd en veelgevraagd.

Tanzaniet is ook bekend dankzij de film Titanic uit 1997. De steen figureerde als de blauwe diamant die met het schip de diepte in verdween.

.

.

robijn-in-zoisiet-india

.

.

 Spiritueel

.

* Alle soorten zoisiet helpen je om zelfstandig te functioneren, op eigen benen te staan en je eigen oordeel te vormen. Zoisiet versterktinspiratie en wilskracht en helpt zo jedromen waar te maken.
* De zoisiet, vooral de thuliet en de tanzaniet, maakt creatief. De steen versterkt alle creatieve talenten, zoals schilderen, tekenen, toneel, dans en muzikaliteit.
* Zoisiet maakt doelgericht. Dat werkt uitstekend voor mensen die vergeetachtig en chaotisch zijn.
* Deze steen helpt jein het hier en nu te leven. Aanbevolen voor wie een beetje wereldvreemd is.
* Groene zoisiet brengt het goedein de mens naar boven.
* Thuliet laat je degoede en slechte kanten van een menszien, en helpt je beide kanten bij jezelf in balans te brengen.
* Anyoliet is een goede beschermsteen voor overgevoelige mensen en beschermt tegen energetisch vampirisme. Het mineraal helpt je je eigen weg te gaan, en tegelijk een goed functionerend lid van een groep of gemeenschap te zijn.
* Tanzaniet kan je tijdens meditatie in contact brengen met je Hoger Zelf, je ziel.

.

.

Robijn-Zoisiet-trommelsteen-groot

.

.

 Chemische samenstelling

.

De groene zoisiet dankt deze kleur aan ingesloten chroom en vanadium. Bevat het daarbij ook ijzer, dan is de kleur blauw. En bevat het veel mangaan, dan wordt het roze, rozerood tot roodbruin.

.

.

Samenstelling:Ca2A13(SiO4)(Si2O7)O(OH) + Mg, Cr, Sr, V
Hardheid: 6 – 6,5
Glans: glasglans
Transparantie: doorschijnend tot ondoorzichtig. De
edelsteenkwaliteit is transparant.
Breuk: onregelmatig, oneffen
Splijtbaarheid: volkomen
Dichtheid:3,25 – 3,36
Kristalstelsel: rombisch
.
.
.
.
.
.
.
.
.

 

.

.

robijn in zoisiet

.

.

robijn in zoisiet

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 John Astria

John Astria