Tagarchief: sterren

God weet alles.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

God weet alle dingen

.

De alwetendheid van God is het principe dat God al-wetend is; dat Hij alle kennis bevat in Zichzelf over het verleden, het heden en de toekomst van het hele universum. In het begin schiep God de wereld en alles wat daarop was, inclusief alle kennis.

.

.

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Op het eerste gezicht is het idee van de alwetendheid van God misschien een simpel concept. Maar hoe meer we de Bijbel bestuderen, hoe meer we gaan begrijpen wat een ongelooflijke waarheid dat is. Psalm 147:4-5 zegt:

“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos.”

 

God weet niet alleen hoeveel sterren er zijn, maar kent ze ook nog allemaal bij naam. Een recente Australische studie stelde het aantal sterren dat wij kunnen zien vast op 70.000 miljoen miljoen miljoen, oftewel het getal 70 met 22 nullen. Dat betekent dat er meer sterren zijn dan er zandkorrels te vinden zijn op alle stranden en in alle woestijnen samen. In het boek Genesis lezen we de geschiedenis van Jozef, de lievelingszoon van Jakob. De broers van Jozef waren jaloers op hem en bedachten een plan om zich van hem te ontdoen. Ze overwogen hem te doden, maar uiteindelijk verkochten ze hem als slaaf aan vreemdelingen. God wist dat dit zou gebeuren en had al een plan klaar.

Door een aantal gebeurtenissen werd Jozef van slaaf, tot gevangene, tot Egyptisch heerser. Jaren later kon hij zijn gezag en positie gebruiken om voor zijn familie te zorgen toen hun thuisland door een hongersnood werd getroffen. Hoe zou Jozef zich gevoeld hebben toen hij weer met zijn broers verenigd werd? Denk je dat hij wraak wilde? Nee. Hij zei tegen hen:

“Wees daar nu niet verdrietig over. Wees niet boos op elkaar dat jullie mij hierheen hebben verkocht. Want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie te kunnen redden” (Genesis 45:5).

Jozef begreep de alwetendheid van God. Hij begreep dat de gebeurtenissen in zijn leven dienden voor de redding van zijn familie.

 

Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

God weet alles van ons

.

 

Voordat wij geboren werden kende God ons al en had Hij een plan voor ons leven. Hij kent ons beter dan wij ons-zelf. In Matteüs 10:30 staat dat Hij zelfs de haren op ons hoofd heeft geteld. Wij kunnen nog zo ons best doen om dingen geheim te houden voor mensen, maar bij God kan dat niet want Hij kent al onze geheimen.

In Psalm 139:1-4 schreef David:

“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd.”

 

En in Spreuken 15:3 staat:

“De Heer ziet alles wat er gebeurt. Hij ziet de daden van goede en van slechte mensen.”

 

Hij ziet elke handeling van ons, op ieder moment. En ook al weet Hij alles over ons – het goede en het slechte – Hij houdt van ons. God begrijpt hoe we ons voelen als we het moeilijk hebben omdat Hij onze gedachten en onze gevoelens kent.

“Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is” (1Kronieken 28:9).

 

.

eeuwig leven

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

God weet alles over onze toekomst

 

De alwetendheid van God is volmaakt. God leert niet steeds bij, maar weet alles direct. Miljoenen jaren voordat Hij de aarde schiep, wist God al dat Hij zijn Zoon Jezus Christus zou sturen om ons te redden van onze zonden:

“Hij was er al voordat de wereld gemaakt werd. Maar pas nu, aan het eind van de tijd, is Hij voor ons gekomen” (1 Petrus 1:20).

 

God openbaarde Zijn plan aan de profeten in het Oude Testament, zoals Jesaja, die Gods woord verkondigde aan de mensen:

“Daarom zal de Heer u ongevraagd een teken geven: het meisje dat nog maagd is, zal in verwachting raken en een zoon krijgen. Ze zal hem Immanuël noemen” (Jesaja 7:14).

 

De geboorte, dood en opstanding van Jezus waren geen toeval. Ze waren het gevolg van een goddelijk plan dat God een eeuwigheid geleden heeft vastgelegd zodat wij een persoonlijke relatie met Hem kunnen hebben. We kunnen in die relatie stappen door te bidden tot God, onze zonden te belijden en Hem te vragen in ons leven te komen. 1 Johannes 1:9 zegt:

“Maar als we het aan God vertellen als we het verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd. Want Hij doet altijd wat Hij heeft gezegd.”

 

Voor ons als gelovigen is de toekomst zeker. Niet omdat wij weten wat er gebeuren zal, maar omdat God het weet.

 

 

de levenskracht van God

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

WAT DENK JIJ? 

 

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.

Christus

 

Pasteltekening van John Astria

.
.

Welke Bijbelverzen vertellen ons dat God alwetend is?

.

.

Bewijs uit het Oude Testament

 

Denk aan wat er vroeger is gebeurd. Ik ben God en er is geen andere God. Er is niemand als Ik. Al aan het begin vertel Ik wat er aan het eind zal gebeuren. Ik spreek van tevoren over dingen die nog niet gebeurd zijn. En alles wat Ik van plan was, doe Ik” (Jesaja 46:9-10).

“Wie gaf leiding aan de Geest van de Heer? Wie heeft Hem goede raad gegeven? Met wie heeft Hij overlegd? Wie heeft Hem iets geleerd en wie heeft Hem wijsheid gegeven? Wie heeft Hem gezegd hoe het moet?” (Jesaja 40:13-14).

“U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd” (Psalm 139:4).

“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe” (Psalm 139:2-3).

“U zag me al toen U mij daar in het donker vormde, waar nog niemand anders mij zag. U zag me al toen ik nog helemaal geen vorm had. Al mijn dagen stonden al in uw boek toen ik nog niet één dag daarvan had geleefd” (Psalm 139:15-16).

“Maar wie kan God zeggen dat Hij het anders moet doen? Wie kan zeggen tegen Hem die over de engelen oordeelt, dat Hij het verkeerd doet?” (Job 21:22).

“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos” (Psalm 147:4-5).

“En jij, Salomo, houd van de God van je vader. Dien Hem van harte. Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is. Als je van Hem houdt, zal Hij altijd naar je luisteren. Maar als je Hem verlaat, zal Hij jou ook voor altijd verlaten” (1 Kronieken 28:9).

“Begrijp jij hoe de wolken zijn opgehangen? Begrijp jij iets van de wonderlijke dingen die de volmaakt wijze God doet?” (Job 37:16).

“De Heer ziet vanuit de hemel alle mensen. Vanuit zijn huis kijkt Hij naar de bewoners van de aarde. Hij heeft hen allemaal gemaakt. Hij weet alles wat ze doen” (Psalm 33:13-15).

.

 

 Bewijs uit het Nieuwe Testament

 

“Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!” (Romeinen 11:33).

“Niemand kan zich voor God verbergen. Alles wat we zijn en doen, is zichtbaar voor God. En we zullen tegenover Hem verantwoordelijk zijn voor alles wat we hebben gedaan” (Hebreeën 4:13).

“Ook weet Hij precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. Wees niet bang! Want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar” (Lukas 12:7).

“Maar als ons geweten toch ongerust is, mogen we er zeker van zijn dat God belangrijker is dan ons geweten. Hij weet alles” (1 Johannes 3:20).

“Jullie weten toch dat twee mussen voor maar één muntje worden verkocht? Toch zal niet één mus doodgaan zonder dat jullie Vader het toestaat. Ook weet Hij zelfs precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben” (Matteüs 10:29-30).

.

.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Liber Divinorum Operum : visioen 6

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

.

.

Liber Divinorum Operum

.

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

.

Hildegard

.

.

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

.

.

Liber Divinorum Operum 6

.

.

Binnen dit heelal is de engelen een ruime plaats toegekend. Het zesde visioen dat een duidelijk andere vorm heeft dan de voorgaande, is bijna in zijn geheel aan hen gewijd. Hildegard ziet deze keer:

“… een grote, vierkante stad, omgeven door een muur, met zowel luister als duisternis, een stad ook voorzien van heuvels en gestalten. Naast de stad rees een grote, hoge berg op van wit en hard gesteente die op een vulkaan leek. Op de top straalde een spiegel waarvan de helderheid en zuiverheid zelfs die van de zon leek te overtreffen. In de spiegel verscheen een duif met gespreide vleugels, gereed om weg te vliegen.

De spiegel, de plek van de geheime wonderwerken, zond een licht uit dat zowel naar boven als in de breedte straalde en waarin talrijke mysteriën en meerdere vormen en gestalten zichtbaar waren. In deze schittering, in de richting van het zuiden, verscheen een wolk waarvan de bovenzijde wit en de onderzijde zwart was. Boven deze wolk schitterde een engelenschare. Sommige engelen straalden als vuur, anderen waren een en al helderheid, weer anderen fonkelden als sterren.”

Deze stad treedt nu in alle visioenen op. Zij heeft binnen haar vier muren verscheidene gebouwen: kerken, paleizen, zuilen en gewone huizen, die van beeld tot beeld anders staan opgesteld. Zoals gezegd is het zesde visioen voornamelijk aan de rol van de engelen gewijd.

“De engelenschare naast God is in de hemel een geheim dat geheel van het goddelijke licht wordt doordrongen. Een geheim dat verborgen blijft voor het schepsel dat de mens is, tenzij er lichtende tekens zijn waardoor hij er kennis van kan nemen. Deze schare heeft een bestaansreden die meer verband houdt met God dan met de mens. Ze verschijnt de mensen slechts zelden. Toch openbaren bepaalde engelen die in dienst staan van de mensen zich met Gods wil in de vorm van tekens: God heeft hun allerlei taken toevertrouwd en hen in dienst van de schepselen gesteld.”

Onder deze engelen bevinden zich Satan, “die slechts uit zichzelf wilde bestaan”, en de engelen die hij in zijn val heeft meegesleurd.

Maar er is vooral :

“de grote schare van engelen, sommigen als vuur, anderen een en al helderheid, weer anderen als sterren. De engelen van vuur verbergen in zich de grootste energie, niets kan hen tot wankelen brengen. God heeft inderdaad gewild dat zij zonder ophouden zijn aangezicht aanschouwden.

De engelen die een en al helderheid zijn, worden in beweging gebracht door hun dienst aan de menselijke werken, die ook Gods werken zijn; deze vrome werken worden aan de engelen voor Gods aangezicht aangeboden. De engelen kijken onophoudelijk naar hen, zij bieden God hun zoete geur aan door te kiezen wat nuttig is en weg te werpen wat ondienstig is.

De op sterren gelijkende engelen lijden samen met de menselijke natuur, zij bieden deze God aan als een boek, zij zijn de gezellen van de mens, zij spreken hem volgens Gods wil woorden van redelijkheid toe, door de goede werken kunnen zij God prijzen, van de boze werken keren zij zich af.”

In een ander visioen, het zevende, komt Hildegard terug op

“de twee orden, de engelen en de mensen”,

waarbij zij aangeeft dat

“God een ware vreugde put uit de lofprijzingen der engelen, net als uit de heilige werken der mensen. Zeker, de engel staat permanent voor Gods aangezicht, terwijl de mens wisselvallig is; mensenwerk is dan ook vaak gebrekkig, terwijl de lofprijzingen der engelen dat nooit zijn”.

.

Gods Raadsbesluit is een vast Werk

.

“En weer zag ik: een geweldige stad. Zij was vierhoekig aangelegd en deels van een bijzondere lichtglans, deels van duisternissen als door een muur omgeven. Ook was zij opgesierd met een aantal bergen en figuren. Midden in het oostelijke gebied zag ik een geweldig hoog opstijgende berg van harde heldere steen, in de vorm van een vuurspuwende berg. Van de top ervan straalde licht als een spiegel van zulk een heerlijkheid en zuiverheid, dat deze de glans van de zon leek te overstralen.

In die spiegel verhief zich een duif met uitgespreide vleugels, als wilde zij omhoog vliegen. Deze spiegel verborg tal van geheimenissen in zich. Hij zond een glans van grote breedte en hoogte uit, waarin tal van mysteriën en vele gestalten van zeer verschillende figuren verschenen.

In dezelfde glans, naar het zuiden toe, verscheen een wolk, van boven stralend wit en van onderen zwart. Boven haar glansde een grote schare engelen op, van wie sommige als vuur gloeiden, andere helder straalden en nog andere als sterren schitterden. Zij werden door een windadem bewogen als brandende lichten. Ook waren zij vol stemmen, die klonken als het ruisen van de zee.

En elke windadem liet zijn stem met toornige kracht schallen en maakte daardoor een vuur los tegen de zwarte kant van de wolk. Hierdoor ontbrandde die wolk zonder vlam naar de zwartheid toe. Maar weldra blies de wind de zwartheid weg en liet haar als dichte rook verwaaien en vergaan. Aldus joeg hij het zwarte deel van de wolk van het zuiden over de berg heen, naar het noorden toe in een onmetelijke afgrond. De zwartheid kon zich nu niet meer verheffen; zij liet nog wel een nevellaag over de aarde heen trekken.

En ik hoorde bazuinen uit de hemel schallen en klinken: “Wat is dat toch, wat bij alle sterkte van eigen kracht ten val kwam?” En nu straalde het witte deel van de wolk nog heerlijker dan voordien. Maar de wind, die met zijn drievoudige stem de zwartheid van deze wolk verjaagd had, kon nu niemand meer weerstaan.”

De stem uit de hemel legde Hildegard uit, wat dit geheimzinnige schouwspel betekent. De rechthoekige stad duidt op het vaste werk van Gods Raadsbesluit. Licht en duisternis van de muren verwijzen naar de gelovigen en de ongelovigen. De harde lichte berg verwijst naar de kracht van Gods gerechtigheid. De duif verzinnebeeldt de goddelijke scheppingsordening.

In de spiegel zien de engelen die God dienen, hoe de afvallige Lucifer en zijn volgelingen uit de hemel gestoten zijn en dat de uitverkoren mensen de opengevallen plaats zullen innemen, wanneer de geschiedenis voltooid zal zijn. ‘In jubel daarover, dat zij het getal der gevallenen op die wijze hersteld wisten, vergaten zij de val zelf als was die er nooit geweest.’

De uitlegging bij dit visioenbeeld gaat in het bijzonder over de ordening van de engelen en hun verhouding ten opzichte van God en de mensen. Het volgende visioenbeeld gaat over de mensengeschiedenis.

.

.

ldo27

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Jeremia 31:35-37 ; Israël blijft het beloofde land

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Gods profetie in het Oude Testament dat Israël, ondanks wat het heeft misdaan, altijd het uitverkoren volk zal blijven. Wat God heeft beslist in het begin der tijden is voor eeuwig.

 

.

 

mozes

.

 

 

Dit zegt de HEER,
die de zon heeft gemaakt als het licht voor de dag,
de maan en sterren als de lichten voor de nacht,
die de zee opzweept, zodat de golven bruisen,
wiens naam is HEER van de hemelse machten:
Pas als deze orde ophoudt te bestaan
– spreekt de HEER –
bestaat ook Israël niet meer,
is het niet meer voor altijd mijn volk.
Dit zegt de HEER:
Zoals de hoogte van de hemel niet gemeten wordt,
de diepte van het fundament der aarde niet gepeild,
zo verwerp ik niet het nageslacht van Israël
om alles wat het heeft misdaan
– spreekt de HEER.

 

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Bijbel en de wetenschap.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bijbel

 

De Bijbel is geen wetenschappelijk boek, maar een boek over God en over mensen. De Bijbel bestaat uit 66 boeken met geschiedenis, liederen, gedichten, spreuken, profetieën en brieven. Hij is geschreven door meer dan 40 mensen, gedurende een periode van ongeveer 1600 jaar.

De boeken zijn geschreven in het Hebreeuws, Grieks en Aramees. Ze zijn geschreven op de continenten Azië, Afrika en Europa. Er zit een periode van 400 jaar tussen het ‘Oude’ en het ‘Nieuwe Testament’. Toch is de Bijbel een eenheid en alle belangrijke details kloppen. Er zijn tienduizenden manuscripten en fragmenten gevonden. Geen enkel boek uit de oudheid kan daaraan tippen. Daarom kunnen we de Bijbelse geschriften gebruiken om een beeld te vormen van de geschiedenis van de aarde. Dat houdt in dat we uitgaan van een recente schepping (6000 – 8000 jaar geleden)en een grote overstroming die ongeveer jaar 1500 jaar later gebeurde. Deze overstroming werd overleefd door  8 mensen die onze voorouders zijn.

De Bijbel kan zonder problemen als een betrouwbare beschrijving van de geschiedenis gezien kan worden. God wil zichzelf ook bewijzen aan mensen die Hem daarom vragen (dit blijkt uit verschillende delen van de Bijbel, zoals de geschiedenis van de ‘ongelovige Thomas’). Een wetenschapper kan zonder problemen de Bijbel met het volste vertrouwen omarmen, zonder zijn of haar wetenschappelijke integriteit te verliezen. Het is in een Bijbels denkkader geoorloofd om kritische vragen te stellen en ook een antwoord te verwachten!

Er staan ook dingen in de Bijbel die niet wetenschappelijk kunnen verklaard worden. Deze ‘wonderen’ of ‘tekenen’ zijn juist het mooie van de Bijbel omdat ze waargenomen zijn te midden van de alledaagse werkelijkheid.

 

 

Nederlandse Bijbelcompagnie – Statenvertaling 1865

 

 

 

Het Oude Testament

 

Het Oude Testament is door de Masoreten (overleveraars, Joodse geleerden) in een periode van 500 tot 900 na Christus letter voor letter overgeschreven. Elke foute kopie werd vernietigd. De Dode Zee rollen, die dateren uit de periode ca. 250 vóór Christus tot ca. 50 na Christus, werden gevonden in 1947 in grotten bij Qumran. Hoewel deze manuscripten 1000 jaar ouder zijn dan die van de Masoreten, bleken ze daar toch zeer nauwkeurig op aan te sluiten.

Er wordt vanuit een evolutionistisch denkkader vaak aangenomen dat mensen eerst geleidelijk aan gingen praten  en later pas gingen schrijven. Maar in de Bijbel staat dat God de mens helemaal perfect schiep. Adam was zo gemaakt dat hij gelijk kon praten, want hij sprak met God en zijn vrouw (zie Genesis). Daaruit kun je afleiden dat hij waarschijnlijk ook kon schrijven. En zelfs al schreef hij niet; hij was Gods eerste mens en moet dus een perfect geheugen gehad hebben.

Hij heeft 930 jaar geleefd en kreeg veel kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, die onder andere al metaal bewerkten en instrumenten bespeelden. Het is heel waarschijnlijk dat er toen ook al geschreven werd en dat uiteindelijk een aantal van die geschriften meegingen met Noach in de ark. Onze kennis van de vroegste culturen kan alleen maar bevestigen dat taal altijd een hoge mate van complexiteit gehad heeft. Oude talen zijn eerder ingewikkelder dan eenvoudiger.

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

De betrouwbaarheid van de Nieuwe Testamentische geschriften is nog groter dan die van het Oude Testament. Er zijn  24000 manuscripten gevonden en vergeleken. Veel meer dan enig ander werk uit de oudheid. (De Ilias van Homerus komt op de tweede plaats met 643 manuscripten).

Er zijn geen belangrijke verschillen tussen de manuscripten, alleen wat namen en onbelangrijke spelling.
Over de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament wordt door taal- en geschiedkundigen nog minder getwijfeld dan over het Oude Testament. Dat vrijwel alle gevonden oude kopieën identiek zijn is een sterk bewijs dat de geschriften accuraat zijn overgeleverd.
Een ander sterk argument voor de betrouwbaarheid van de inhoud is dat de mensen die het geschreven hebben (behalve Johannes) allemaal een gruwelijke dood gestorven zijn, omdat ze vast bleven houden aan wat ze geschreven hadden over Jezus.

 

 

 

Wetenschap en de Bijbel

 

Wetenschap gaat over het vergaren van kennis en inzicht. Feiten geven inzicht in de dingen die we willen weten. De Bijbel geeft ons bepaalde feiten. Veel van die feiten zijn in de loop der jaren door de wetenschap bevestigd. Dit maakt het waarschijnlijk dat de schrijvers van de Bijbel kennis van zaken hadden en niet puur schreven vanuit de behoefte een religie te stichten. Ze schreven de dingen waarheidsgetrouw op zoals zij ze zagen.
De Bijbel is een boek over geestelijke dingen, met symboliek, leefregels en moraal. Er staan ook dingen in die geschiedkundig kloppen en bevestigd kunnen worden door onze huidige kennis van biologie, natuurkunde, sterrenkunde, archeologie, paleontologie en dergelijke.

 

 

 

Enkele voorbeelden in de Bijbel over wetenschappelijk

correcte uitspraken

.

1.
“Hij hangt de aarde op aan niets.” Dit staat in Job 26:7

2.
Hebreeën 11:3 zegt dat alles wat we zien gemaakt is van dingen die we niet kunnen zien. Dat klopt. We kunnen atomen niet met het blote oog zien. De elementen waaruit atomen bestaan, kunnen helemaal niet gezien worden.

3.
Genesis 1:1 en Hebreeën 1:10-12 gaan over een ‘begin’ en een ‘einde’ van hemelen en aarde. Tijd en ruimte hebben een begin, maar ook een einde. Dat wordt nu ook door wetenschappers erkend, hoewel dat niet altijd zo was.

4.
Genesis 6:15 geeft de perfecte afmetingen voor een stabiel vrachtschip waarmee Noach (met zijn gezin en van elk basistype landdier een paar of een groep) de zondvloed kon overleven.

5.
Leviticus 15:13 geeft instructies voor het wassen met water. Dit moest stromend water zijn, geen stilstaand water. Eeuwenlang hebben mensen zich met stilstaand water gewassen, met alle gevolgen van dien. Vandaag de dag weten we hoe belangrijk het is om zich met stromend water te wassen.

6.
In Deuteronomium 23:12-13 krijgt het volk Israël in de woestijn de opdracht om hun uitwerpselen buiten het kamp te begraven. Ze hadden daarvoor zelfs een schepje in hun standaard uitrusting. Hoeveel mensen zijn er in de middeleeuwen niet gestorven aan ziektes, die voorkomen hadden kunnen worden als ze zich aan deze instructies hadden gehouden?

7.
Job 38:16 spreekt over de ‘fonteinen van de zee (oceaan)’. Deze onderwater fonteinen zijn in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontdekt. Er zijn inderdaad fonteinen op grote diepte. De fonteinen waarover in Genesis 7:11,12 wordt gesproken waren catastrofaal; misschien veroorzaakt door het scheuren van de aardkorst en magma of gesmolten zout dat de zee instroomde. Mogelijk zijn de huidige fonteinen restanten van die catastrofale gebeurtenis.

8.
Volgens Jona 2:5-6 zijn er bergen in de zee. Ook dit is in de afgelopen eeuw ontdekt.

9.
Leviticus 17:11,14 zegt dat het leven in het bloed zit. Aderlating bij zieke mensen heeft veel slachtoffers geëist . Nu weten we dat essentiële voedingsstoffen en zuurstof door het bloed naar alle delen van het lichaam worden getransporteerd.

10.
Volgens Genesis 1:24 schiep God alle dieren naar hun ‘aard’ of ‘soort’. Dit stemt overeen met wat wetenschappers waarnemen. Honden brengen honden voort. Katten brengen katten voort. Rozen brengen rozen voort. Verschillende soorten kunnen niet gekruist worden. Belangrijker is dat het nog nooit is waargenomen dat een bepaalde soort in een nieuwe is overgegaan. Er zijn bijvoorbeeld wel meerdere ‘soorten’ honden, kippen of paarden, maar daarvan weten we dat ze uit één grondsoort komen.

11.
Volgens Genesis 2:7 en 3:19 is de mens gemaakt van het stof van de aarde. Wetenschappers hebben ontdekt dat het menselijk lichaam bestaat uit ongeveer 28 basis- en sporenelementen, die ook allemaal in de aarde gevonden worden.

12.
In de eerste drie verzen van Genesis wordt de schepping van alle bekende aspecten van onze zichtbare wereld beschreven: tijd, ruimte, materie en energie. Genesis 1:1-3 zegt: “In het begin (tijd) schiep God de hemelen (ruimte) en de aarde (materie). En God zei, laat [er] licht (energie) zijn.” God schiep dus hemel en aarde door eerst licht te maken. We weten dat de materie bestaat uit deeltjes die zo ‘groot’ zijn als een lichtstraal.

13.
In Jesaja 40:22 staat niet dat de aarde plat is, zoals velen hebben beweerd, maar het beschrijft de aarde als een cirkel en de hemel als een tent die ‘uitgestrekt’ is.  Deze Goddelijke handeling van ‘uitrekken’ of ‘uitspreiden’ kan worden gebruikt om te verklaren waarom wij sterrenlicht zien van miljarden lichtjaren ver, terwijl de aarde volgens de Bijbel slechts duizenden jaren oud is.

14.
Psalm 8:8 beschrijft de ‘paden’ van de zee die door de vissen worden genomen. Er zijn inderdaad paden in de oceanen, wij noemen ze ‘zeestromen’,

15.
In een tijd dat er minder dan 5000 sterren zichtbaar waren schreef Jeremia (33:22) dat het aantal sterren ontelbaar was. We weten nu dat het aantal sterren alleen te schatten is.

16.
Petrus voorspelde (in 2 Petrus 3:5-6) dat de zondvloed zou worden ontkend en dat ermee zou worden gespot. En dat gebeurd inderdaad nog steeds, ondanks de vele bewijzen voor een wereldwijde overstroming.

17.
Veel geologen zijn het erover eens dat de continenten aan elkaar hebben gezeten. Genesis 1:9-10 zegt dat het water naar één plek samenvloeide, wat inhoudt dat het land uit één stuk bestond.

18.
God ‘weeft’ of ‘borduurt’ ons in de baarmoeder. (Psalm 139:13-15). Het is inderdaad zo dat onze ‘weefsels’ als een soort ‘borduurwerk’ in elkaar zitten.

19.
Wetenschappers zijn er nu achter dat we allemaal van één set genen afstammen. Handelingen 17:26 en Genesis 5 geven al aan dat we allemaal van één man afstammen.

20.
Genesis 11 verklaart de verschillende taalgroepen en rassen die we nu kennen. De evolutietheorie biedt daar geen goede verklaring voor.

21.
Wetenschap heeft bevestigd dat bladen van bomen als medicijn kunnen dienen (Ezechiël 47:12 en Openbaringen 22:2).

22.
De Bijbel beschrijft de kringloop van het water in o.a. Prediker 1:7 en Job 36:27,28. Het opstijgen van damp uit de zeeën, de regen en de rivieren.

23.
De besnijdenis van jongetjes op de achtste dag is ideaal omdat alleen op die dag de bloedstollingswaarde 110% is.

24.
Het licht volgt een pad volgens Job 38:19. Tot de zeventiende eeuw werd geloofd dat het licht overal direct is. Nu weten we dat het licht inderdaad een weg aflegt.

25.
Archeologie heeft bevestigd dat onze voorouders niet primitief waren, maar dat ze gebruik maakten van legeringen (sommige legeringen kan men niet eens namaken), ze hadden luchtgekoelde gebouwen, maakten instrumenten, bestudeerden de sterren en nog veel meer (Gen. 4:20-22, Job 8:8-10 en 12:12).

26.
Brute holbewoners worden beschreven in de Bijbel (Job 30:1-8). Het waren geen primitieve voorouders, maar verwilderde mensen uit de turbulente periode na de zondvloed. Job is één van de oudste boeken van de Bijbel en is mogelijk niet zo lang na de zondvloed geschreven.

27.
De sterrengroepen Pleiaden en Orion worden beschreven in Job 38:31. De Pleiaden zijn gebonden en Orion is los volgens deze tekst. Dit is inderdaad het geval. De Pleiaden zijn gebonden door gravitatiekrachten en de sterren van Orion bewegen van elkaar af.

28.
Alleen de Bijbel kan verklaren waar het menselijk gevoel voor moraal, schoonheid en muziek vandaan komt. Als het niet door God is ingegeven, waar komt het dan vandaan? Waar komt liefde en altruïsme vandaan? Wat voor nut heeft het? De evolutietheorie heeft daar geen bevredigende verklaring voor.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het einde van de macht van Satan.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Keuze tussen goed en kwaad

Keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jesaja 14 : 11-14

 

11 Uw macht en kracht zijn verdwenen; zij zijn met u begraven. De klanken van prachtige muziek in uw paleis zijn weggestorven; de wormen zijn voortaan uw matras, de maden uw deken!

12 U bent nu uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U bent op de aarde neergeveld, hoewel u vele volkeren op aarde overwon.

13 Want u zei bij uzelf: “Ik zal de hemel bestormen en hoger dan de sterren heersen. Ik zal de hoogste troon bestijgen. Ik zal zetelen op de berg van de samenkomst, ver weg in het noorden.

14 Ik zal opklimmen tot in de hoogste hemelen en gelijk zijn aan de Allerhoogste.”

15 Maar in plaats daarvan zult u in het diepst van het dodenrijk worden geworpen.

16 Allen die zich daar bevinden, zullen u aanstaren en vragen: “Kan dit degene zijn die de aarde en de koninkrijken van de wereld op hun fundamenten deed schudden?

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Negentiende Miniatuur : eerste visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Negentiende Miniatuur: Eerste visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2019_Boek%20III,1

 

 

Eerst begint Hildegard te spreken over God zelf, die woont in het Oosten. Zij ziet een hoog oprijzende rots van ijzerkleur, hier als van bovenaf gezien voorgesteld door blauwe en witte cirkels. Baillet meent dat de cirkel de rots van bovenaf gezien voorstelt. Keller gaat nog verder en vermoedt dat de blauwwitte kleur de wolk is die volgens Hildegard boven die rots hing. In ieder geval kan men deze cirkel zien als een hardstenen kei, zo groot dat hij de indruk maakt van een bol.

Daarboven zweeft een witte wolk, hier voorgesteld als aan bloem, waarop de troon van God staat net zoals Boeddha zit op een lotusbloem. Hiltgart Keller heeft een verklaring om deze omhoog gerichte bruine, halve bol met meniekleurige golven die versierd zijn met witte lijnen en zwarte randen.

Zij ziet hierin niet een witte wolk, maar de in de Scivias-tekst beschreven vuurkleurige glans van steen en staal. Het is de glans die na de val van de engelen, voorgesteld als uitdovende vallende sterren, terugkeert naar de troon van de Schepper.

De grote lichtcirkel rondom de Schepper is als een mandorla.  Een mandorla is een amandelvormige figuur, waarin vaak Christus of een heilige wordt afgebeeld. Deze is eveneens bruinrood en menierood van kleur en met witte golflijnen. Hoe dan ook, de verklaring zegt dat de rots de Vreze des Heren is, de grondslag van alle bovennatuurlijke kennis.

Hoe dan ook ziet Hildegard boven de rots een witte wolk zweven als beeld van de gave der Wijsheid. Als ons gezegd wordt dat op die wolk Gods troon staat, roept het geheel sterke herinneringen op aan de Godsverschijning op de berg Sinaï in het Oosten.

De voorstelling van God toont verwantschap met de Pantokrator van de mozaïeken in de oude basilieken. De term Pantokrator is afkomstig uit de Griekse vertaling van de joods-christelijke Bijbel, het Oude Testament en het Nieuwe Testament en is een aanduiding voor God. De nadruk ligt op de universaliteit en de almacht die aan God worden toegeschreven.

We kunnen niet direct zien of het om God de Vader gaat of om Christus, maar er staat  in het Evangelie: “Wie Mij (Christus) ziet, ziet de Vader”

Een apart detail valt nog op te merken: op de borst van het Godsbeeld zien we een gouden schild waarover een bruine band loopt als een pallium. Een pallium is vaak cirkelvormig en wordt gedragen om de hals en over de kazuifel en heeft twee afhangende banden aan de voor- en achterkant. De witte band is voorzien van zwarte kruisen.

Volgens de tekst is dit het leem dat God op zijn hart draagt. Dit geeft de eeuwige verlossende Voorzienigheid aan, waardoor God de zondige mens kent en hem verlossen wil uit de modder van de ondeugd. De edelstenen, die de leem omlijsten, zijn de martelaren, maagden, belijders en ook de boetvaardigen. De Eeuwige heeft hen allen voorbestemd om de engelen te vervangen die Lucifer in zijn val had meegesleurd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Abraham, de stamvader van Israël

Standaard

categorie : religie

 

 

Abraham, oorspronkelijk Abram geheten, is de stamvader van het volk Israël. Uit de Bijbel leren wij hem kennen als een uitstekend vroom man, die zich, in het volle vertrouwen, volkomen aan de goddelijke Voorzienigheid overgaf, toen hem gevraagd werd zijn zoon Izak te offeren. Hij werd als zoon van Terah (of ‘Terach’) en kleinzoon van Nahor geboren in Ur. Hij was dus een afstammeling van Sem, zoon van Noach.

 

 

Abraham Friend of God2

 

 

 

Naam

 

Zijn naam was eerst Abram (‘hoge vader’, ‘vader der hoogheid’), doch na de goddelijke belofte van een talrijk kroost (Gen. 12:2; 17:5), ontving hij op 99-jarige leeftijd de naam Abraham, welke hij de hele Bijbel door behoudt. De nieuwe naam betekent ‘vader van een grote menigte’. Hij zou worden ‘tot een groot volk’ (Gen. 12:2) en ‘een vader van menigte der volken’ (Gen. 17:5).

 

 

 

Afgoderij

 

Terah en zijn zonen Abraham en Nahor hebben andere goden gediend. Jozua verhaalde daarvan:

Joz 24:2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

Joz 24:14 Nu dan, vrees de Heere, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de Heere.

Joz 24:15 Maar als het in uw ogen kwalijk is de Heere te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden,gediend hebben, óf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen!

Joz 24:16 Toen antwoordde het volk en zei: Er is geen sprake van dat wij de Heere zouden verlaten om andere goden te dienen.

 

 

52e00dfb70a3badbe4499241b720db2f

 

 

 

Roeping

 

Abram werd door God geroepen om zijn land en familie te verlaten en te gaan naar een ander land dat God hem zou wijzen. Jahweh zou hem tot een groot volk maken, namelijk het volk van Israël. In hem zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.


Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.


Ge 12:4 Toen ging Abram op weg, zoals de Heere tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

.

.

God verscheen meermaals aan Abraham

 

Hij zei eens van Abraham:

Ge 18:19 want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heeren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

Abraham kreeg acht zonen bij drie vrouwen

 

De vrouwen van Abraham waren Sara, Hagar en Ketura. Hij nam Ketura tot vrouw nadat Sara, 127 jaar oud (Gen. 23:1) gestorven was; Abraham was toen 137 jaar oud. De naam “Ketura” betekent “reukwerk”. Abrahams zonen waren:

  1. Ismaël (‘God verhoort’), zoon van Sara’s dienstmaagd Hagar
  2. Izak (‘gelach’), zoon van Sara.
  3. Zimran (‘beroemde’), zoon van Ketura
  4. Joksan (‘vogelaar’), zoon van Ketura
  5. Medan (‘twist’), zoon van Ketura
  6. Midian (‘strijd’), zoon van Ketura
  7. Jisbak (‘verlatene’), zoon van Ketura
  8. Suah (‘treurig’), zoon van Ketura.

Sara’s overlijden in Hebron gaf hem aanleiding om een spelonk te kopen van de Hethiet Efron (Gen. 23). Hij kocht de spelonk en de akker van Efron voor 400 zilverstukken. Dat was zijn eerste, aangekochte eigendom in het land Kanaän. Na de dood van Sara heeft Abraham nog 38 jaar geleefd. Hij bereikte een leeftijd van 175 jaar. Door zijn zonen Izak en Ismaël werd hij begraven in de spelonk van Machpela.

 

 

 

Abraham, de profeet

 

God noemde Abraham tegenover de filistijnse vorst Abimelech “een profeet” (Gen. 20:7).

Ge 20:7 Nu dan, geef de vrouw van die man terug, want hij is een profeet! Hij zal voor u bidden, zodat u in leven blijft. Als u haar echter niet teruggeeft, weet dan dat u zeker zult sterven, u en al wat van u is.

Dat Abraham een profeet was, bleek uit zijn antwoord aan Izak, onderweg naar de offerplaats.

Ge 22:7 Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Ge 22:8 Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.

 

 

1505

 

 

De profeet Abraham sprak tot zijn knecht, die de opdracht kreeg naar Abrahams familie te gaan en daar een vrouw voor Izak te vinden.

Ge 24:7 De Heere, de God van de hemel, Die mij uit mijn familie en uit mijn geboorteland weggehaald heeft, Die tot mij gesproken heeft en Die mij gezworen heeft: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven -die God zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen.

Toen de aartsvader zich tegenover de Hethieten, van wie hij een gunst verzocht, “een vreemdeling en een inwoner bij u” noemde, noemden zij hem “een vorst Gods in het midden van ons’ (Gen. 23:6). God noemde hem tegenover zijn volk Israël “de rotssteen” waaruit de Israëlieten gehouwen zijn.

 

Jes 51:1  Hoort naar Mij, gij, die de gerechtigheid najaagt, gij, die den Heere zoekt! aanschouwt den rotssteen, waaruit gij lieden gehouwen zijt, en de holligheid des bornputs, waaruit gij gegraven zijt.


Jes 51:2 Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem.

 

Jezus Christus wordt “de Zoon van Abraham” genoemd, omdat hij naar het vlees een afstammeling van Abraham is en evenals deze wandelde in geloof.

Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham.

 

Joh 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zei tot hen: Als u kinderen van Abraham was, zou u de werken van Abraham doen.

 

 

 

Belofte van land

 

Abraham kreeg de belofte van het land Kanaän. Hij was gegaan en gekomen in het land dat God hem ter bezitting aanwees. Het land was voor hem en zijn ‘zaad’, zijn nageslacht. De landbelofte wordt meermaals herhaald.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:7 Zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den Heere, Die hem verschenen was.


Ge 15:7 Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.


Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.

 

 

Afbeelding-04-Het-Beloofde-Land

 

 

 

Het beloofde land is zelfs groter dan Kanaän en strekt zich uit tot de rivier Eufraat (of Frath).

 

Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de Heere een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath.

 

 

 

Abraham bleef een vreemdeling in het land en woonde in tenten.

 

Hnd 7:5 En Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs geen voetbreed, en Hij beloofde het hem tot een bezitting te geven en zijn nageslacht na hem, terwijl hij geen kind had.

 

 

3sarah-et-abraham_isaac540

 

 

 

De landbelofte wordt door God aan Abrahams zoon Izak bevestigd

 

Ge 26:2 En de Heere verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal;

Ge 26:3 Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb.

Ge 26:4 En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde,

Ge 26:5 Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.

 

Ook aan Jacob en Mozes werd de belofte door God bevestigd (Deut. 34:4).

 

 

 

Belofte van talrijk nageslacht

 

Abraham kreeg ook de belofte van een talrijk nageslacht. Abraham is, overeenkomstig de belofte van God, een vader van vele volken geworden. De naam ‘Abraham’ betekent ‘vader van een grote menigte’ .

Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.

Ge 17:5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.


Ge 17:6 En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

Ge 18:17 De Heere zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?


Ge 18:18 Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden.


Ge 18:19 Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de Heere in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van een talrijk nageslacht werd door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

Abraham heeft afstammelingen naar het vlees en naar het geloof. Van Abraham stammen af naar het vlees (lijfelijke nakomelingen):

  • de Israëlieten, via zijn zoon Izak
  • de Edomieten, via zijn zoon Izak
  • de Ismaëlieten, via zijn zoon Ismaël
  • de Assurieten, via zijn zoon Joksan
  • de Letusieten, via zijn zoon Joksan
  • de Leümmieten, via zijn zoon Joksan
  • de Midianieten, via zijn zoon Midian
  • en vele Arabische stammen

Volgens de islamitische overlevering zijn de Arabieren de nakomelingen van Ismaël en daarmee kinderen van Abraham. Moslims zien Abraham als hun vader.

 

 

 

Abrahams nageslacht door het geloof

 

In figuurlijke of geestelijke zin, namelijk om hun geloof, worden gelovigen in de Bijbel kinderen van Abraham genoemd. Abraham geloofde God op het woord van Diens beloften en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Zo wordt ook ons geloof in Jezus Christus, de Zoon van God en de Heiland der wereld, ons tot gerechtigheid gerekend. In dat opzicht is de gelovige als Abraham en wordt hij door God als een zoon van Abraham beschouwd.

Ga 3:7 Erkent dan, dat zij die op grond van geloof zijn,zonen van Abrahamzijn. 

Ga 3:29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en volgens belofte erfgenamen.

 

Uit en door Abraham is dus een natuurlijk en aards volk (Israël) alsook een geestelijk en hemels volk (gemeente van Christus) ontstaan. Deze beide volken worden misschien aangeduid door de uitdrukkingen “de sterren aan de hemel” (gemeente van Christus) en “het zand aan de oever van de zee” (Israël).

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als hetzand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden.

 

 

plaat10

 

 

 

Belofte van zegen

 

Abraham kreeg ook een belofte van zegen in hem: in hem zouden alle geslachten van het aardrijk gezegend worden.

Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van zegen wordt door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, 

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

 

 

 

Op de Pinksterdag herinnert Petrus zijn toehoorders aan deze belofte:

 

Hnd 3:25 U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen heeft gemaakt, toen Hij tot Abraham zei: ‘En in uw nageslacht zullen alle families van de aarde gezegend worden’.

 

 

 

Deze zegen komt door een zoon van Abraham, namelijk Jezus Christus, tot alle volken van de aarde. Eén zegen is de rechtvaardiging uit geloof.

 

Ga 3:8 De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.

 

 

 

Belofte van overwinning

 

Nadat God aan Abraham meermaals de belofte van land, een talrijk nageslacht en zegen door hem voor de volken had gedaan, voegt Hij, nadat Abraham zijn eigen zoon offerde, er een nieuwe belofte bij.

 

 

Het zaad (nageslacht) van Abraham zou de poort van zijn vijanden in bezit nemen:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

Wanneer wij Abrahams zaad (nageslacht) in het meervoud nemen, dus op zijn nakomelingen zien, dan zegt de belofte dat Abrahams nageslacht de poort van zijn vijanden (erfelijk) zal bezitten, hun steden innemen en het goed van hun land genieten. Een poortis in de Heilige Schrift het beeld van macht en sterkte (vgl. Matth. 16:18). In de poorten werden ook de rechtspraken gehouden. Jahweh wil daarmee dus aan Abraham zeggen, dat zijn nakroost over zijn vijanden zal heersen en zijn vijanden overwinnen zal.

Deze belofte ging in vervulling toen Israël zijn vijanden versloeg en het beloofde land innam. De volkomen vervulling geschiedt na de Grote Verdrukking en het geestelijke herstel van Israël. Israël zal dan niet langer de smaad en de staart, maar de eer en het hoofd der volken zijn.

Wanneer wij Abrahams zaad in het enkelvoud nemen, dus op zijn Nakomeling Jezus zien – zoals Paulus doet in Gal. 3:16 – dan zegt de belofte dat de Heer Jezus de poort van zijn vijanden zal innemen. De Heer Jezus is verhoogd aan Gods rechterhand totdat God al zijn vijanden tot zijn voetbank heeft gesteld.

Heb 1:13 Tot wie van de engelen echter heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden stel tot een voetbank voor uw voeten’?

Lu 19:27 Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.

 

 

De Heer Jezus heeft door de dood de satan, die de macht over de dood had, teniet gedaan.

 

Heb 2:14  Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel.

 

 

 

Hij heeft de sleutel van de dood en de hades (= dodenrijk).

 

Opb 1:18 en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.

Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen.

Hij zal bij zijn toekomstige verschijning in de wereld zijn vrederijk op aarde oprichten. Hij zal de wereld regeren, die voordien, na de zondeval, door satan werd geregeerd.

 

1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Boodschap 189 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos.

.

.

.

.

 GOD SCHIEP UIT HET NIETS

.

DE HEMEL EN DE AARDE.

.

DE VELE LICHTJAREN TUSSEN

.

DE STERREN ONDERLING

.

IS NIET HET NIETS, MAAR EEN RUIMTE

.

WAARTUSSEN MEN ZICH KAN BEWEGEN.

.

HET NIETS VAN DE SCHEPPING

.

KAN DOOR HET MENSELIJK BREIN NIET BEGREPEN WORDEN.

.

.

GOD CREATED FROM NOTHING THE HEAVEN AND THE EARTH.

.

THE MANY LIGHT YEARS BETWEEN THE STARS

.

MUTUALLY IS NOT NOTHING,

.

BUT A SPACE AMONG WHICH ONE CAN MOVE.

.

THE NOTHING OF CREATION CANNOT

.

BE UNDERSTOOD BY THE HUMAN BRAIN

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.