Tagarchief: wit

Bariet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Het mineraal bariet (ook wel bariumsulfaat, zwaarspaat, blanc fixe of permanentwit genoemd) is een barium-sulfaat met de chemische formule BaSO4. Het kan o.a. kleurloos, wit, geel, grijs en blauw zijn. Het is transparant, doorschijnend of opaak en heeft een glas- of parelglans. Bariet is niet oplosbaar in water, zuren en basen.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het heeft een hardheid van 3 tot 3,5. Bariet is niet oplosbaar in water en heeft een hoge weerstand tegen andere chemicaliën. Het heeft een dichtheid van 4,48 kg/dm3, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is perfect volgens [210] en imperfect volgens [010]. De dubbelbreking van bariet is 0,0110 – 0,0120. Er bestaan stenen van onzuiver bariumsulfaat die opgloeien in het donker, zogenaamde Bologna-stenen.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Bariet komt meestal voor in hydrothermale aderswaar het ontstaat bij lage tot middelmatige temperatuur. Verder wordt het gevonden in gangen en holten in kalksteen en in nieuwgevormde, vochtige en licht verzilte bodems. Bariet is een veel voorkomend mineraal en wordt o.a. gevonden in China, Europa (o.a. Engeland, Duitsland, Spanje), VS, Bolivia en Australië. In België wordt bariet aangetroffen te Blieberg, Angleur, Villers en Fagne en Fleurus.

 

 

.
.
.

 

Etymologie

 

De naam bariet komt van het Griekse woord barys wat “zwaar ” betekent. Dit vanwege het uitzonderlijk hoge gewicht voor een niet metaalhoudend mineraal.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

 

Mineraal
Chemische formule BaSO4
Kleur Kleurloos, soms gekleurd door onzuiverheden
Streepkleur Wit
Hardheid 3 tot 3,5
Gemiddelde dichtheid 4,48 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorzichtig tot opaak
Breuk Oneffen
Splijting Perfect, [210]; imperfect, [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Brekingsindices 1,634 – 1,648
Dubbele breking 0,0110 – 0,0120
Overige eigenschappen
Chemisch gedrag Fosforiserend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bariet met fluoriet bariet cluster

 

 

 

bariet mineralen – Marokko

 

 

 

blauwe bariet

 

 

 

vandaniet kristallen op bariet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Mannetjesereprijs : Veronica officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

man

 

 

Goed te herkennen aan
– de rijkbloemige trossen van lichtblauwe “ereprijs” bloemetjes, die
– in de bladoksels van beide tegenoverstaande bladeren staan

 

 

mannetjesereprijs-1

 

 

 

Algemeen

 

Mannetjesereprijs is een overblijvende, behaarde plant van 10 tot 50 cm hoog.

 

 

 

 

 

Biotoop

 

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge, matig voedselarme, onbemeste, humushoudende, vaak zwak zure tot basische (kalkhoudende) grond (zand en leem, zelden op uitgedroogd veen).

Groeiplaatsen: Heide (grazige plaatsen en heidebermen), grasland (schraal grasland), bermen (schrale plaatsen), zeeduinen, bossen (bosbermen), bosranden en kapvlakten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met augustus. De bloemen zijn lichtblauw (zelden donkerblauw, roze of wit), neigend naar lila en donker geaderd.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn liggend, alleen de bloeiende stengels richten zich aan het einde op. Zowel stengels als bladeren hebben een dichte, ruwe beharing.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Bepaalde stoffen uit mannetjesereprijs worden gebruikt voor geneesmiddelen tegen bronchitis en huidaandoeningen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duinen
– 10 tot 50 cm

Bloem
– lichtblauw, donker geaderd
– vanaf mei t/m augustus
– tros
– stervormig
– 6 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– eirond
– top stomp
– rand gekarteld/gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Scapoliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Scapoliet is een groep mineralen bestaande uit aluminium, calcium, natriumsilicaat, chloor, carbonaat en sulfaat. Het kan geel, blauw, paars, grijs, wit en groen van kleur zijn. Scapoliet is een mineraalgroep uit de isomorfe reeks tussen marialiet en mejoniet. Beide behoren tot de tectosilicaten.

Het doorzichtig tot doorschijnend scapoliet heeft een glasglans, een witte streepkleur en de splijting is duidelijk volgens de kristalvlakken [100] en [110]. Scapoliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,66 en de hardheid is 6. Het kristalstelsel is tetragonaal en het mineraal is niet radioactief.

 

 

ruw

 

 

 

 

Etymologie

 

Scapoliet komt van het Griekse woord skapos wat staaf betekent, vernoemd naar de vaak langwerpige kristalvorm.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Scapoliet is een mineraal dat voorkomt als verweringsproduct van plagioklazen uit gabbro’s’s. De typelocatie van scapoliet is het Otter Lake in Canada. Afzettingen bevinden zich in Myanmar, waar gele, roze violette en blauwe kristallen te vinden zijn. Enige vertonen een kattenoogeffect. Gelijksoortige scapolieten komen ook voor in Sri Lanka.

Gele scapolieten worden gewonnen in Canada, lichtgele in Brazilië. Afzonderlijke doorzichtige kristallen kunnen 40 x 10 cm groot worden. Edelsteenskapolieten komen ook voor in Tanzania, Kenia, Madagaskar en Mozam- bique. Grote geslepen stenen zijn zeldzaam.

In het Smithsonian Institution in Washington bevinden zich onder andere een geslepen steen van 288 karaat, een geslepen skapoliet-kattenoog van 29,9 karaat uit Myanmar en een zware geeloranje geslepen steen uit Tanzania. Het wordt verder gevonden in Brevik, Noorwegen.

 

 

blauwe scapuliet

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: 3NaAlSi3O8.NaCl – 3CaAl2Si2O8.CaCO3

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 2,5 – 2,7

 

 

 

 

 

scapoliet
Skapolit,1 Benono, Madagaskar.jpg
Mineraal
Chemische formule Na4[Cl(Al3Si9O24)] MarialietCa4[CO3(Al6Si6O24)] Mejoniet
Kleur Kleurloos, wit, grijs, groengrijs, blauwachtig, roze, violet, oranje
Streepkleur Wit
Hardheid 5-6
Glans Glasglans, parelmoerglans
Breuk Schelpvormig, ruw
Kristaloptiek
Brekingsindices Ne 1,540 tot 1,548, No 1,549-1,567
Dubbele breking -0,007-0,020
Dispersie 2,017
Luminescentie Soms geel of oranje
Pleochroïsme Met blote oog waarneembaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Krabbenscheer : Stratiotes aloides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

img_5229-gr-krabbenscheer

 

 

Goed te herkennen aan
– de boven water uitstekende, scherp getande bladeren in rozet en
– daartussen de 3-tallige witte bloemen

 

 

img_5239-gr-krabbenscheer

 

 

 

Algemeen

 

Krabbenscheer is een altijd groene waterplant. Ze groeit in voedselrijke, zoete en zwak brakke, luwe wateren; niet in groot open water. De plant komt voor in Eurazië en staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als algemeen voorkomend maar sterk afgenomen.

In België is het een zeldzame plant, die op de lijst van de wettelijk beschermde planten staat. Men vindt die slechts in de driehoek Gent, Antwerpen en Mechelen. Ook in Frankrijk is het een zeldzame plant die op de lijst van de wettelijk beschermde planten staat.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van krabbenscheer zijn wit en bloeien vanaf mei tot en met juli in de bladoksels. Ze zijn of mannelijk of vrouwelijk. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke bloemen hebben 15 tot 30 priemvormige gele staminodia (steriele meeldraden). De mannelijke bloemen groeien op korte stelen; ze hebben een schotelvormige bloemkroon, staan met 3 tot 6 bij elkaar, telkens maar eentje in bloei. De vrouwelijke bloemen staan alleen, hebben een trechtervormige bloemkroon en zijn zittend of heel kort gesteeld.

 

 

 

 

 

Blad

 

Alle bladeren staan in een rozet. Ze zijn lancetvormig, puntig, enigszins gootvormig met getande rand. Op elke bladtand staat een naar de top gerichte stekel. De bladeren onder water zijn donkergroen tot wijnrood, die boven water zijn grasgroen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

In het winterhalfjaar is de plant in rust op de bodem; de cellen zijn dan gevuld met water. Zodra in de lente nieuwe bladeren gevormd worden, komt krabbenscheer naar boven. Krabbenscheer is een snelle groeier en vermenigvuldigt zich voornamelijk via de vorming van nieuwe rozetten aan het einde van uitlopers vanuit de bladoksels. Zo kan een sloot snel dichtgroeien. De populatie bestaat dan uit klonen van 1 soort; of mannelijk of vrouwelijk.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae)
– waterplant
– plaatselijk vrij algemeen tot   ontbrekend
– 15 tot 40 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– alleenstaand
– stervormig
– ongeveer 4 cm
– 3 kroonbladen, niet vergroeid
– 3 kelkbladen
– 12 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand scherp getand
– voet gevleugeld
– parallelnervig

Stengel
– ondergedoken
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Knolsteenbreek : Saxifraga granulata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-saxifraga_granulata_140505

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte, 5-tallige, groenig geaderde bloemen in
– losse, min of meer schermvormige, asymmetrische bloeiwijzen en
– de knolletjes onderaan de stengels net boven de grond en
– het plakkerige van de plant door klierharen

 

 

volop-bloemen-knolsteenbreek

 

 

 

Algemeen

 

Knolsteenbreek is een overblijvende plant van 15 tot 50 cm hoog. Ze is behaard, bovenaan ook met klierharen en voelt daardoor kleverig aan. Er blijven ook veel haren en pluizen van andere planten aan plakken. De soort komt voor in West-Europa en in de bergen van Zuid-Europa.

Hij komt in Nederland voor in het zuiden en langs de grote rivieren. In Vlaanderen is de plant vrij algemeen in het Maasgebied, in Limburgs Haspengouw en in de Kempense en Brabantse rivier- en beekdalen. Buiten genoemde gebieden is de soort zeer zeldzaam of ontbrekend. Ze staat op de rode lijst als zeldzaam en sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode valt in mei en juni. De bloemen zijn wit. Ze hebben 5 groenig geaderde kroonbladen, die 3x zo lang zijn als de kelkbladen. De bloeiwijze is een losse, min of meer schermvormige, armbloemige, asymmetrische tros.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren vormen een wintergroen rozet. De rozetbladeren en de onderste stengelbladen zijn rond tot niervormig en hebben een gekartelde rand. De bovenste bladeren zijn smaller, waaiervormig met een getande rand. De stengel is rond en evenals de bladeren en de kelk behaard, vooral bovenaan met klierharen.

Onderaan de stengel, net boven de grond bevinden zich de knolletjes, waaraan ze haar naam te danken heeft. Naast voortplanting door middel van zaad kan knolsteenbreek zich ook door middel van die knolletjes vegetatief voortplanten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

steenbreekfamilie (Saxifragaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– rode lijst
– 15 tot 50 cm

Bloem
– wit
– mei en juni
– schermvormige tros
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– rozet en verspreid
– enkelvoudig
– handnervig
– behaard
– rozet en onderste :
– rond tot niervormig
– rand gekarteld
– top stomp
– bovenste :
– waaiervormig
– rand getand
– top spits
– voet wigvormig

Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-knolsteenbreek

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Glad walstro : Galium mollugo

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

walstroglad-110519-217

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte losse pluimen en
– de in kransen geplaatste smalle bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Glad walstro is een overblijvende plant, die groeit op vrij droge tot vrij natte, meer of minder voedselrijke grond in graslanden, in bermen, op dijken, in struikgewas, aan bosranden en in de zeeduinen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met opvallende witte losse pluimen en kan tot 1,2 meter hoog worden. Ze heeft een aangename geur en wordt dan ook graag door bijen bezocht. De bloemen zijn klein en de bloemdekbladen hebben een toegespitst topje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan met 6 tot 8 in een krans om de stengel. De stengels zijn slap, kaal of weinig behaard, vierkantig en opstijgend of liggend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– 2 tot 5 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid en
met 0,2 tot 0,3 mm lang topspitsje
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top toegespitst
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– niet of weinig behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone vogelmelk : Ornithogalum umbellatum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

gewone-vogelmelk-bloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de schermvormige tros grote, witte bloemen en
– de zeer smalle bladeren met witte middenstreep

 

 

vogelmelk_01

 

 

 

Algemeen

 

Gewone vogelmelk is een overblijvende plant van 10 tot 30 cm hoog en groeit op vrij open, vochtige, matig voedselrijke grond in graslanden, bermen en loofbossen. Ze is wettelijk beschermd en wordt ook als tuinplant aangeboden.

De meeste soorten komen van nature voor in Zuid-Europa en Klein-Azië, al zijn er ook een aantal soorten die van nature voorkomen in Zuid-Afrika. In de Lage landen komen vier soorten voor:

  • Bosvogelmelk : (Ornithogalum pyrenaicum), ook wel Pruisische asperge of Pyrenese vogelmelk genoemd. De bloemstengel wordt 1 m hoog, de bloemtrossen worden 30-50 cm groot. Na de bloei blijven de bloemen geopend.
  • Gewone vogelmelk : (Ornithogalum umbellatum)
  • Knikkende vogelmelk : (Ornithogalum nutans)
  • Piramidevogelmelk : (Ornithogalum piramidale) (in Noordwest-Europa voorkomend) is 40-80 cm hoog en afkomstig uit Zuid-Europa en Klein-Azië. De witte bloemen verschijnen in juni-juli in rijke trossen, die in het begin van de bloei piramidevormig zijn. De bloemblaadjes draaien na de bloei ineen.

 

 

bosvogelmelk

bosvogelmelk

 

 

 

knikkende vogelmelk

knikkende vogelmelk

 

 

 

piramidevogelmelk

piramidevogelmelk

 

 

 

Bloem

 

Gewone vogelmelk bloeit in mei en juni met opvallend grote (3 tot 5 cm) witte bloemen, die bij bewolkt weer sluiten. Ook bij mooi weer gaan ze meestal ’s middags dicht. De bloeiwijze is een schermvormige tros van 3 tot 20 bloemen. De onderste bloemstelen in een tros zijn sterk verlengd. De bloemdekbladen zijn aan de binnenkant wit, aan de buitenkant groen met een witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn erg smal (2 – 8 mm) en hebben in het midden een witte streep.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Alle delen van gewone vogelmelk zijn giftig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 30 cm
– wettelijk beschermd

Bloem
– wit
– mei en juni
– schermvormige tros
– 3 tot 5 cm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– parallelnervig
– witte middenstreep

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

gewone-vogelmelk1

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne kop a4

Gewone hoornbloem : Cerastium fontanum subsp. vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

zijkant-bloem-gewone-hoornbloem

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 5 tot ongeveer de helft ingesneden kroonbladen en
– de 5 stijlen per bloem en
– de behaarde, maar niet kleverige stengels

 

 

11608

 

 

.

Algemeen

 

Gewone hoornbloem is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende (soms eenjarige), geheel behaarde plant van vochtige, voedselrijke, grazige grond.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Ze wordt 4 tot 45 cm hoog en bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte bloemetjes, die in een losse tros staan en 5 tot de helft ingesneden kroonbladen hebben. De kroonbladen zijn iets korter tot iets langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad is donkergroen, langwerpig en aan beide zijden behaard. Ook de vaak paarsachtige stengel is behaard, maar niet met klierharen, zoals de stengel van een aantal andere soorten hoornbloemen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– zeer algemeen
– 4 tot 45 cm

Bloem
– wit
– vanaf april tot in de herfst
– losse tros
– stervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– aan beide zijden zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond
– vaak paarsachtig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

De gerbera, een kleurrijke bloem

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De gerbera

 

Whatever a man’s age, he can reduce it several years
by putting a bright-colored flower in his button-hole.

Mark Twain

 

 

 

Algemeen

 

De gerbera zou een goede keus geweest zijn voor de suggestie die Mark Twain doet. De gerbera is namelijk een bloem met zeer intense, felle en heldere kleuren. Het is dan ook een bloem met een hoge decoratieve waarde die zich ook prima staande houdt als enkele bloem in een vaas.

 

 

Oranje en gele gerbera's

 

 

De gerbera heeft zijn oorsprong in Azië, Zuid-Amerika en Tasmanië. De Leidse botanicus Gronovius heeft de plant in 1737 ontdekt en deze vernoemd naar zijn collega, Traugott Gerber, een Duitse arts die op het Deense Jutland bloemen verzamelde. De huidige Gerbera-rassen stammen af van de Gerbera Jamesonii die werd ontdekt en vernoemd naar Jameson, een plantenverzamelaar. Gerbera’s spreken met hun kleuren. Ze stralen vrolijkheid en levendigheid uit.

 

 

Soorten

 

De gerbera behoort tot het plantengeslacht Asteraceae. Er bestaan grootbloemige en kleinbloemige soorten. Voorbeelden van bekende Gerberasoorten zijn:

 

 

Grootbloemig

 

 

Optima (oranje)

 

 

GERB019 optima

 

 

 

 

 

Serena (roze)

 

suzie-fall-2 serena

 

 

 

 

 

Ruby Red (rood)

 

rubyred

 

 

 

 

 

Ferrari (rood)

 

red-gerbera-daisies_015754 ferrari

 

 

 

 

 

Tamara (geel)

 

tamara

 

 

 

Kleinbloemig

 

 

Flolili (oranje)

 

gerbera-flolili

 

 

 

 

 

Salsa (rood)

 

salsa

 

 

 

 

 

Illusion (geel)

 

illusion 1

 

 

 

 

 

Kaliki (geel)

 

Kaliki

 

 

 

 

 

Jaimy (rood)

 

jaimy

 

 

 

Gezien de decoratieve kracht en veelzijdigheid van de toepassing van de gerbera in zowel boeketten als in een compositie van alleenstaande bloemen, worden ook regelmatig nieuwe variëteiten ontwikkeld. Zo zijn onder andere de volgende soorten ontstaan:

 

 

 

Extreme (oranje met gele punten)

 

orange-yellow-gerbera-flower-extreme-close-up-24980916

 

 

 

 

Trianimo (geel met een oranjerood hart)

 

Cornice trianimo

 

 

 

 

 

Pincky Eye (lichtroze)

 

GERB020 pinkey eye

 

 

 

 

Dalma (wit met een zwart hart)

 

gerbera-floraco-dalma

 

 

 

 

Evergreen (lichtgroen)

 

Gerbera-Evergreen-Head-350_a7ff1c4a

 

 

 

 

 

Combat (roodbruin)

 

gerbera combat

 

 

 

 

 

Bentley (roodbruinpaars)

 

895250e1ca3e4b106b0d7586b76c1fe1 bentyley

 

 

 

 

Spetter (geel met een oranjerood hart)

 

Kaliki

 

 

 

 

 

Tri-Exotica (oranje met gele punten)

 

gemitriexotica

 

 

 

 

 

Thunder (oranje met gele punten)

 

potted-gerbera-daisy-plant_365 thunder

 

 

Kenmerken

 

De kleurenvariatie is heel groot, maar de meest geliefde zijn oranje, geel, rood, paars, zalm, wit, roze en tweekleurig. De lange stengels van de gerbera zijn behaard, waardoor ze er wollig uitzien en zacht aanvoelen. De bloemen bloeien aan het einde van de bladloze stengel en hebben een doorsnee van 12 – 16 centimeter.

 

 

Bijzonderheden

 

De oranje gerbera is het symbool van de Wereld Niet Roken Dag op 31 mei, ooit begonnen in Scandinavië. Op deze dag wordt de Gerbera Award uitgereikt aan een organisatie of persoon die zich sterk heeft gemaakt voor niet-roken bevorderende maatregelen.

 

 

Verzorgingstips

 

Gerbera’s in gemengde boeketten of alleen in een vaas vragen dezelfde verzorging, op het voedsel na.

Alleen gerbera’s in de vaas:

  • Zet gerbera’s in een goed schoongemaakte vaas
  • Snijd de stelen schuin af (voorzichtig wegens de tere steel)
  • Voeg een paar chloordruppels toe aan het water
  • Houd tijdens het schikken rekening met het omhoog groeien van gerbera’s in de vaas
  • Zorg voor een niet te hoog waterniveau in verband met gevoeligheid voor rot in de stengel
  • Houd de bloem verwijderd van tocht, warmte, zon en rijpend fruit
  • Ververs zo nodig het water en snijd dan opnieuw de stelen aan

Gemengde boeketten:

  • In plaats van chloordruppels snijbloemenvoedsel toevoegen

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

                                           

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA