Tagarchief: zaden

Gezonde noten en zaden

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

Noten zijn ideale vleesvervangers en daarom zeer geschikt voor vegetariërs. Hiernaast zitten noten en zaden vol met ijzer, onverzadigde vetten en de vitamines B en E. Het eten van noten en zaden zorgt voor een lager cholesterolgehalte in het bloed. Dit komt waarschijnlijk door de gunstige vetzuursamenstelling en de hoge mate aan onverzadigde vetten. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om dagelijks 30 gram noten, zaden en peulvruchten te eten. Noten leveren veel energie en hierdoor is het, in het geval van diëten niet verstandig om hier te veel van te eten. 

 

 

1. Amandelen

 

De amandel is de gezondste noot. Eigenlijk is de amandel geen noot maar een zaad. De amandel zit boordevol vitamine E. Door de grote hoeveelheid vitamine E heeft de amandel een positief effect op het hart, de zenuwen en de rode bloedcellen. De amandel bevat ook weinig verzadigde vetten en juist veel gezonde onverzadigde vetten. Hiernaast verlaagt de amandel de slechte cholesterol en zit het boordevol vezels. Naast de amandel zelf kan er ook gekozen worden voor amandelmelk.

.

 

 

 

2. Pistachenoten

 

De pistache is een noot die oorspronkelijk afkomstig is uit Azië maar tegenwoordig ook in Europa aan de boom te vinden is. De pistachenoot is een hele gezonde noot die boordevol mineralen en vitamines zit. In de pistachenoot zijn de vitamines B1 en B6 te vinden. Ook zit de pistache boordevol vitamine E en antioxidanten. Hiernaast bevat de pistachenoot veel vezels, kalium, ijzer, calcium en zink.

De pistachenoot heeft een cholesterol verlagend effect en uit internationaal onderzoek blijkt dat door de aanwezigheid van L-arginine het makkelijker wordt voor bloedcellen om zich te verwijden. Dit heeft als voordeel dat het voor mannen met lichte impotentieproblemen makkelijker wordt om een erectie te krijgen.

 

 

 

 

 

3. Walnoten

 

De walnoot is een veel gegeten en gezonde noot. De walnoot bestaat voor bijna 70% uit onverzadigde vetten en hierdoor heeft de walnoot een positief effect op onze gezondheid. Het regelmatig eten van walnoten heeft een positief effect op de cholesterol. De goede cholesterol wordt verhoogd en de slechte wordt verlaagd. De kans op hart- en vaatziekten wordt verkleind en de walnoot helpt tegen dementie. Uit onderzoek is tevens gebleken dat het eten van 75 gram walnoten de kwaliteit van de sperma verbetert. Hiernaast bevat de walnoot ijzer, fosfor, calcium, kalium en vitamine B1.

 

 

 

 

 

4. Lijnzaad

 

Lijnzaad is een gezonde zaadsoort en wordt tot de zogenaamde superfoods gerekend. Lijnzaad zit vol met omega 3-vetzuren, calcium, zink, magnesium en de vitamine B1. Door de omega 3-vetzuren heeft lijnzaad een positief effect op het hart en de bloedvaten. Hiernaast zit lijnzaad boordevol antioxidanten en vezels. Door de hoge hoeveelheid vezels is lijnzaad goed tegen een moeizame stoelgang. Ondanks de gezonde eigenschappen van lijnzaad adviseert het voedingscentrum om niet teveel lijnzaad te consumeren. Hiernaast wordt lijnzaad bij zwangerschap of borstvoeding afgeraden.

.

.

 

.

 

5. Zonnebloempitten

 

Zonnebloempitten zijn zeer gezond en zitten boordevol vitamine E, magnesium, vezels, eiwitten en onverzadigde vetzuren. Hiernaast bevatten zonnebloempitten ook het spoorelement seleen. Seleen beschermt rode bloedlichaampjes en cellen tegen beschadiging en heeft een preventieve werking tegen kanker.

 

 

 

 

 

 

6. Chiazaad

 

Chiazaad komt van de Mexicaanse muntplant Chia en wordt veel gegeten in Zuid-Amerika. De chiazaad zit boordevol goede voedingsstoffen en mineralen zoals omega 3-vetzuren, calcium, kalium, antioxidanten, ijzer, vezels en eiwitten. De chiazaad wordt, net als lijnzaad, tot de superfoods gerekend. De chiazaad verlaagt de bloeddruk en vermindert de kans op hart- en vaatziekten. Hiernaast is chiazaad door de grote hoeveelheid vezels ook goed voor de stoelgang.

 

 

 

 

 

7. Hennepzaad

 

Hennep wordt al duizenden jaren gebruikt en het gebruik gaat terug tot aan het stenen tijdperk. Voor zover bekend komt deze plant oorspronkelijk uit Centraal-Azië maar kan in veel klimaatsoorten groeien. Hennepzaad is door de eeuwen heen ook door verschillende culturen gebruikt zoals de Indiërs, Mesopotamiërs, Perzen, Egyptenaren en diverse stammen in Midden-Amerika.

Hennepzaad zit boordevol gezonde voedingsstoffen zoals complexe eiwitten, gammalinoleenzuur, calcium, fosfor, ijzer, zink, vezels, kalium en omega 3- en omega 6-vetzuren. Hiernaast bevat hennepzaad ook de vitamines B, C en E. Hennepzaad versterkt het immuunsysteem en de werking van de lever. Hiernaast heeft hennepzaad een ontstekingsremmende werking. Hennepzaad bevat gammaglobuline en deze stof helpt het beschadigde weefsel te herstellen. Ook biedt hennepzaad bescherming tegen kankercellen, bacteriën, virussen en parasieten.

 

 

 

 

 

En verder

 

In de tabel hieronder worden de belangrijkste voedingsstoffen van de voedingsmiddelen in het kort samengevat.

 

 

Voedingsmiddel Energie (kcal) Eiwit (g) Vet totaal (g) Verzadigde vetzuren (g) Vezels (g) Koolhydraten (g)
Amandelen 579 21,3 50,5 3,9 11,8 19,7
Cashewnoten 581 16,9 47,8 8,5 3,3 30,2
Chiazaad 490 15,6 30,8 3,2 37,7 43,9
Hazelnoot 638 15 60,8 4,5 9,7 16,8
Hennepaad 569 37 46,2 5,0 3,5 6,6
Lijnzaad 535 18,3 42,2 3,7 27,3 28,9
Pecannoten 691 9,2 71,8 6,3 9,6 13,9
Pinda’s 568 25,9 49,3 6,7 8,5 16,1
Pistachenoten 557 20,6 44,4 5,4 10,3 28
Walnoten 659 15,3 65,3 6,0 6,7 13,8
Zonnebloempitten 583 20,8 51,5 4,5 0 11,4

 

 

 

 

 

 

 

Wilgenroosje : Chamerion angustifolium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de aarvormige bloeiwijze met grote 4-tallige helder roze
(zelden witte) bloemen en
– de donker bruinrode kelkbladen, die tussen de kroonbladen
naar voren buigen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilgenroosje is een overblijvende plant van 30 tot 150 cm hoog. Ze komt zeer algemeen en groeit op zonnige tot half beschaduwde plaatsen met vochtige tot droge, omgewerkte zandgrond op kapvlakten, brandplekken en aan bos- en struikgewasranden. Op kap-, brand- en door storm geteisterde plaatsen kan wilgenroosje plotseling massaal voorkomen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilgenroosje bloeit vanaf juni tot en met september met lange aarvormige trossen. De helder roze bloemen zijn 4-tallig en hebben donker bruinrode kelkbladen. De meeldraden en de stijl steken duidelijk buiten de bloem en gaan later hangen.

De vier kroonbladen zijn niet gelijk. De bovenste twee zijn iets groter dan de onderste, waardoor de kroonbladen wat weg lijken te hebben van de vleugels van een vlinder.

De bloemen lijken op lange stengels te staan, maar die “stengel” is het vruchtbeginsel, dat zich na de bloei ontwikkelt tot een doosvrucht met talrijke pluizige zaden, die door de wind makkelijk verspreid worden.

Naast uitbreiding door middel van zaden, breidt wilgenroosje zich ook uit door middel van de kruipende wortelstok. Op die manier kan de plant grote bestanden vormen, waarin andere planten geen kans krijgen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wilgenroosje draagt smalle lancetvormige bladeren, die verspreid langs de stengel staan. De bladeren lijken op de bladeren van de wilg, vandaar de naam.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bladeren van wilgenroosje kunnen gedroogd worden in de zon om er daarna thee van te trekken. Werkt goed bij darmproblemen. Jonge bladeren en jonge scheuten kunnen als groente gegeten worden of in soep gebruikt worden.

 

 

harig wilgenroosje

 

 

 

Algemeen

 

– teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 0,3 tot 1,5 m

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf juni t/m september
– aarvormige, zeer lange tros
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 4 kroonbladen, iets uitgerand
– niet vergroeid
– 4 donker bruinrode kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- lancetvormig
– zittend
– top spits
– rand gaaf of iets getand
– voet afgerond of wigvormig
– onderkant blauw/groen

Stengel
– rechtop
– niet vertakt
– kaal
– rolrond
– vaak roodachtig aangelopen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlas : Linum usitatissimum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichtblauwe (soms witte), 5 tallige, tere bloemen,
– waarvan de kroonbladen donker geaderd zijn én
– de slanke, alleen bovenaan vertakte stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vlas is een oud cultuurgewas, dat soms verwilderd voorkomt in omgewerkte bermen. Ze wordt 30 tot 120 hoog. In de Lage landen wordt vlas voornamelijk verbouwd. Samen met wol is vlas lange tijd de belangrijkste grondstof voor textiel geweest. Vanaf de 19de eeuw is men meer katoen gaan verwerken in textiel en is de teelt van vlas aanzienlijk terug gelopen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vlas bloeit in juni en juli. De tere bloemen zijn lichtblauw (soms wit), donker geaderd, bloeien maar een paar dagen en alleen in de ochtend.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn maximaal 4 cm lang en slechts 3 tot 5 mm breed. Ze hebben drie nerven in de lengte. De stengels van de soorten die gekweekt worden voor de vezels zijn vaak langer dan de stengels van de soorten die vanwege de zaden gekweekt worden.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vlas wordt al meer dan 8000 jaar gekweekt. Van de vezels wordt linnen gemaakt. Geperst vlas is een zeer veelzijdig product, waarvan bijvoorbeeld verkeersborden en tennisrackets gemaakt kunnen worden. Het zaad van vlas heet lijnzaad. Lijnolie wordt gebruikt in de voedings- en farmaceutische industrie. Lijnzaad heeft een licht laxerende werking. Daarnaast kan het een gunstige invloed hebben op de cholesterol- en bloedsuikerspiegel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlasfamilie (Linaceae)
– eenjarig
– cultuurgewas
– 30 tot 120 cm hoog

Bloem
– lichtblauw
– juni en juli
– alleenstaand
– stervormig
– 16 tot 24 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– 3-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Winterpostelein: Claytonia perfoliata

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

Winterpostelein: Claytonia perfoliata

 

De winterpostelein of kleine winterpostelein (Claytonia perfoliatasynoniemMontia perfoliata) is een eenjarige plant uit de familie Montiaceae. Vroeger was de soort opgenomen in de posteleinfamilie (Portulacaceae). De soort groeit in Noord-Amerika. Via Cuba is de plant naar West-Europa gekomen. De soort wordt in Engeland, Frankrijk BelgiëNederland en Duitsland verbouwd als winterharde postelein, maar komt in al deze landen ook verwilderd voor. Vanwege de route waarlangs de plant in Europa arriveerde, wordt de plant in Duitsland ‘Kubaspinat’ genoemd.

 

 

Winterpostelein
Winterpostelein - overzicht
Winterpostelein – overzicht
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Montiaceae
Geslacht: Claytonia (Winterpostelein)
Soort
Claytonia perfoliata
Donn ex Willd. (1798)
Blad en bloem
Blad en bloem

 

Kenmerken

 

De plant is 15-40 cm hoog en tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de schotelvormige bladeren, waar de stengel door heen lijkt te groeien. Het betreft hier een tweetal bladeren, die tezamen vergroeid zijn. Dit zijn geen  kelkbladeren, maar naar de bloem opgerukte gewone bladeren. De gewone blaadjes hieronder hebben een schop-vorm.

De gewone bladeren zijn 2-3 cm groot. De twee om de bloemstengel vergroeide bladeren zijn groter. De witte bloemen zijn klein met 2-3 mm lange kroonbladen. Deze meerjarige plant bloeit van april tot juni. In maart gezaaid bloeit de plant van juni tot in de herfst. De 1 – 1,5 mm grote zaden hebben een mierenbroodje.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam Claytonia komt van John Clayton, een botanicus uit de 17e eeuw. De naam perfoliata (Latijn: per door +folium blad) is gebaseerd op het feit dat de stengel door 2 tot een schotel aaneengegroeide bladeren groeit.

 

 

Teelt

 

planten half oktober

 

 

Wie de plant wil telen kan in juni en juli zaaien, waarbij de zaadhoeveelheid 10 g/m² bedraagt. Een onderlinge afstand van 10 cm tussen de rijen is gewenst. Voor de teelt onder glas moet in de tweede helft van augustus gezaaid worden, waarbij de eerste oogst in november en de tweede in maart valt.

Reeds jonge planten kunnen in de herfst geoogst worden. Wanneer men het hart laat staan, maakt de plant weer nieuwe bladeren. De oogst dient in maart afgesloten te worden voordat de plant gaat bloeien.

Het plantje heeft een sterke voorkeur voor zandige gronden, en zal dus in tuinen met goede grond niet snel als onkruid woekeren. Wel stelt het eisen aan de vochtigheid: het heeft behoefte aan constant vochtige grond. De plant verwacht een zuurgraad tussen 6,1 en 7,8.

 

 

Zaadteelt

 

Zaden

 

 

Voor de teelt van zaad moet er half maart gezaaid worden. De bloei begint in juni tot in de herfst. De zaaddozen moeten voordat ze op de grond vallen geplukt en gedroogd worden.

 

 

 

Gebruik

 

De plant is tegen vorst bestand en daardoor in het vroege voorjaar een belangrijke bron van vitamine C en mineralen als calciummagnesium, en ijzer. In Amerika werd de plant door zowel Indianen als de goudzoekers in Californië gewaardeerd. Voor deze laatsten was het een belangrijk bestrijdingsmiddel van scheurbuik in het vroege voorjaar, wanneer zij gebrek aan vitamine C hadden. Diverse stammen waaronder de Zwartvoetindianen waardeerden overigens niet alleen de zachte blaadjes, maar ook de knollen, die ook eetbaar zijn evenals de wortels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone raket: Sisymbrium officinale

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Gewone raket: Sisymbrium officinale 

 

De gewone raket (Sisymbrium officinale) is een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) die voorkomt op braakliggend terrein, langs wegen en dijken. De wetenschappelijke naam Sisymbrium komt uit het Latijn en betekent ‘waterkers’. Dit omdat tijdens de periode dat Linnaeus het plantenrijk indeelde, deze soort samen met de witte waterkers (Sisymbrium) werd ondergebracht. Later is bij een herverdeling deze soort alleen overgebleven maar heette nog steeds Sisymbrium. Dit is nooit veranderd.
.
De soortaanduiding officinalis geeft aan dat aan de plant geneeskundige werking werd toegeschreven. De Nederlandse naam zou afgeleid zijn van het Franse Roquette, een wilde koolsoort. Het is een 30-60 cm hoge, kruidachtige plant. Door de vertakkingen doet de raket aan een kandelaar denken. Het onderste gedeelte van het blad heeft een spiesvormige eindslip. De bovenste bladeren zijn ongedeeld.
.
De plant bloeit met dichte trossen die later langer worden, van mei tot september. De bloem is bleekgeel en klein (2 – 4 mm). De gewone raket draagt kortgesteelde, priemvormige, 8 – 20 mm lange hauwen die tegen de stengel zijn gedrukt. De bruine tot donkerbruine zaden zijn 1 – 1,3 lang en 0,5 – 0,6 mm breed. De soortaanduiding officinalis duidt erop dat aan de plant geneeskundige werking werd toegeschreven.
.
Zij wordt nog wel in anti-hoestmiddelen en keelpastilles verwerkt en staat vermeld in de Franse farmacopee. Verder vindt het geneeskundig gebruik geen toepassing meer. Als slijmoplossend middel kan men een aftreksel van twee theelepels per kop water gebruiken tegen hoest en slijm. De gewone raket wordt ook wel heeskruid genoemd, wegens zijn smerende werking op de stembanden.
.
.
.
.

 

 

 

 

Standplaats

 

Matig vochtige tot droge, voedselrijke bodem in halfschaduw of zon. Gedijt op alle grondsoorten. Plant van ruigten.

 

 

 

.

.

Eigenschappen

 

2-slachtig

tredplant

medicinaal

ingeburgerd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Malviden
Orde: Brassicales
Familie: Brassicaceae (Kruisbloemen)
Geslacht: Sisymbrium (Raket)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Luzerne : Medicago sativa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
aan de eivormige tot langwerpige, rijkbloemige, lang gesteelde trossen paarse (soms witte), kortgesteelde vlinderbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Luzerne is een overblijvende, 30 tot 80 cm hoge plant. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen. Ze groeit op min of meer vochtige plaatsen in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Luzerne bloeit vanaf juni tot en met september. De bloeiwijze is een rijkbloemige, eivormige tot langwerpige tros vlinderbloemen. Ze zijn kort gesteeld, doorgaans paars, soms zijn ze wit. De trossen zijn lang gesteeld en staan in de bladoksels. Bij kruisingen van luzerne met sikkelklaver zijn de bloemen groen of geel-paars gevlekt. Sikkelklaver heeft gele bloemen.

De meeldraden en stijl liggen onder spanning in de kiel van de bloem verborgen. Zowel bijen als vlinders kunnen de bloem laten “ontploffen”. Zij drukken, op hun zoektocht naar nectar, de zwaarden en kiel naar beneden, waardoor het mechanisme dat stijl en meeldraden onder spanning houdt, wordt open gedrukt en stijl en meeldraden omhoog klappen tegen de buik van het insect.

De stijl is langer dan de meeldraden en ontvangt stuifmeel van een andere bloem, voordat de kortere meeldraden hun stuifmeel aan het insect afgeven. Bij een ontplofte bloem blijven na vertrek van het insect de meeldraden en stijl zichtbaar. Die bloemen worden bezocht door andere insecten vanwege het nu makkelijk bereikbare stuifmeel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De kortgesteelde bladeren bestaan uit 3 langwerpige deelblaadjes, die elk 2 à 3 cm lang zijn, het breedst boven het midden en waarvan de onderste helft van de rand gaaf is en de bovenste helft getand. De top heeft een stekelpuntje. De stengels zijn sterk vertakt en los bebladerd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De zaden van luzerne kunnen het hele jaar ontkiemen en worden verkocht als spruitgroente met de naam alfalfa; op dezelfde manier in de keuken te gebruiken als taugé. Ze wordt ook gekweekt als voederplant en vanwege haar stikstofbindende eigenschap gebruikt als groenbemester voor verbetering van schrale gronden.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Andere planten met paarse trossen vlinderbloemen zijn vogelwikke, stijve wikke en bonte wikke. Hoewel het ook vlinderbloemen zijn, zijn de bloemen van de wikke-soorten anders van vorm en smaller dan de bloemen van luzerne. Verder staan ze binnen 1 tros nagenoeg allemaal dezelfde kant op. Dat is bij luzerne niet het geval. De bladeren van luzerne bestaan uit 3 deelblaadjes, die van de wikke-soorten bestaan uit meer dan 3 deelblaadjes en de bladspil eindigt in een vertakte rank.

 

 

vogelwikke

 

 

stijve wikke

 

 

bonte wikke

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeldzaam
– ook gekweekt als voederplant
– 30 tot 80 cm

Bloem
– paars (soms wit)
– vanaf juni t/m september
– tros
– 8 tot 12 mm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– top spits met stekelpuntje
– rand bovenste helft getand
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– weinig behaar

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine ratelaar : Rhinanthus minor

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de gele lipbloemen met witte, soms paarsblauwe, korte tanden

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine ratelaar is een eenjarige plant, vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen, maar de plant staat wel op de rode lijst als sterk afgenomen. Ratelaars zijn halfparasieten. Ze zijn voor water en mineralen afhankelijk van andere planten, met name grassoorten. Zodra de zaden ontkiemen gaan de wortels op zoek naar wortels van andere planten. Andere bouwstoffen die ze nodig hebben, kunnen ze zelf vormen. De gastplant gaat niet dood, maar zal niet zo groot worden als zijn soortgenoten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine ratelaar bloeit vanaf mei tot en met september met gele lipbloemen, die witte, soms paarsblauwe tanden hebben, die hooguit 1 mm lang zijn. Na de bloei belanden de zaadjes, die onderin de bloem gevormd zijn, in de kelk. De kelk verdroogt en wordt hard. Als de planten bewogen worden hoor je de zaden rammelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Grote en kleine ratelaar lijken veel op elkaar, maar als je ze beiden gezien hebt, kun je ze makkelijk uit elkaar houden. Vooral de grootte van de tanden is een goed kenmerk. En ook de schutbladen zijn heel verschillend. Die van grote ratelaar zijn aan de onderkant van het blad breder en lichter van kleur dan die van kleine ratelaar.

 

 

grote ratelaar : heeft bredere, bleekgroene schutbladen met langere tanden, dan kleine ratelaar.

harige ratelaar : stengel en kelkbladen zijn lang behaard.

 

 

grote ratelaar

 

 

harige ratelaar

 

 

Algemeen

 

bremraapfamilie (Orobanchaseae)
– eenjarig
– vrij algemeen op de Waddeneilanden
– elders vrij tot zeer zeldzaam
– 10 tot 50 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m september
– eindelingse tros
– lipbloem
– 10 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig
– zittend, iets stengelomvattend

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– scherp vierkant
– vaak met kleine donkere streepjes

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Klein springzaad : Impatiens parviflora

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, lichtgele bloemen met nagenoeg recht spoor aan rechtopstaande stelen en
– de in verhouding tot de bloemen grote, donkergroene bladeren met fijn gezaagde rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein springzaad is eenjarige, kale plant, die groeit op vochtige, matig voedselrijke (omgewerkte) grond in loofbossen, parken en ook tussen riet. Ze wordt 20 tot 60 cm hoog. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit Midden- en Zuid-Azië en heeft zich inmiddels verspreid over grote delen van Europa.

 

 

Klein springzaad

 

 

 

Bloem

 

Klein springzaad bloeit vanaf juni tot en met oktober met lichtgele bloemen, die met 4 tot 10 bij elkaar op rechte stelen in okselstandige trossen staan. De bloemen hebben een kort, nagenoeg recht spoor, dat aan het onderste kelkblad zit. Dat kelkblad heeft dezelfde kleur als de bloem. De overige 2 kelkbladen zijn kleiner en groen en zitten aan de zijkant van de bloem. Het bovenste kroonblad heeft een groene kiel. Op de twee onderste kroonbladen en wat dieper in de bloem (aan het begin van de spoor) zitten donkergele vlekken met rode streepjes of stippen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan verspreid aan de stengel. De bovenste zijn groter dan de onderste.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De zaden kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Het verzamelen van zaad is echter lastig, omdat rijpe vruchten bij aanraking openspringen en het zaad wegschieten.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

klein springzaad : lichtgele kleine bloemen, nagenoeg recht spoor (niet teruggekromd), rechtopstaande bloemstelen.

groot springzaad : gele bloemen, krom spoor, hangende bloemstelen.

oranje springzaad : oranje bloemen met roodachtige vlekken, krom spoor, hangende bloemstelen.

reuzenbalsemien : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, krom spoor.

tweekleurig springzaad : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, nagenoeg recht spoor, recent ingeburgerd in stedelijke gebieden.

 

 

groot springzaad

 

 

 

oranje springzaad

 

 

 

reuzenbalsemien

 

 

 

tweekleurig springzaad

 

 

 

Algemeen

 

balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 20 tot 60 cm

Bloem
– lichtgeel
– vanaf juni t/m oktober
– tros, 4 tot 10 bloemen
– gespoord
– incl. spoor tot 1,5 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top toegespits
– rand fijn gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– donkergroen
– iets glanzend

Stengel
– rechtop
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe serotonine verhogen?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Serotonine is een belangrijke stof die berichten van een gebied van je hersenen naar een andere stuurt. Studies wijzen uit dat het een rol speelt in een breed scala van psychologische functies, variërend van stemming naar slaapkwaliteit, leervermogen, libido, eetlust en zelfs geheugen. Een tekort aan serotonine kan lijden tot depressies, maar antidepressiva is niet de enige oplossing daarvoor. Er zijn ook andere dingen die je kan doen om het serotonine tekort aan te vullen.

 

 

 

 

 

1. Geniet van het licht

 

Wanneer je word blootgesteld aan zonlicht (en zelfs gewoon daglicht op een bewolkte of koude dag), beginnen je hersenen meer serotonine te produceren als reactie. Dus, maak er een gewoonte van om 10-20 minuten per dag te gaan wandelen. Dit is meteen een goed moment om al je gedachtes weer even te ordenen.

 

 

 

2. Minder je suiker gebruik

 

Mensen met een laag serotonine niveau hebben vaak een intense drang naar suiker, dit is een manier van je lichaam om een signaal te geven dat je meer serotonine nodig hebt (omdat suiker insuline produceert en zorgt voor serotonine kick). Dit is geen goede manier om je lichaam te stabiliseren, omdat dit lijd tot extra risico op ziektes zoals diabetes en hartziekten.

 

 

 

3. Neem meer Vitaminen B

 

Alle B-vitamines helpen de geestelijke en lichamelijke gezondheid te ondersteunen, maar de vitaminen B6 en B12 staan vooral bekent om ons humeur te verbeteren dankzij hun vermogen om de hoeveelheid serotonine in onze hersenen te verhogen.

Een recent onderzoek wijst uit dat oudere volwassenen met een depressie meestal weer herstellen na een paar weken, wanneer ze beginnen aan een dieet die bestaat uit B-vitamines. Een dagelijkse dosis van 50-100 mg wordt aanbevolen.

 

 

 

4. Streef naar positiviteit

 

Het is niet alleen de manier waarop je je lichaam behandelt dat de serotonine in je hersenen kan verhogen. Psychologen hebben ontdekt dat positief denken, en een positieve instelling ook een groot aandeel hebben in het aanmaken van extra serotonine.

Bijvoorbeeld, het bijhouden van een dagboekje, tijd doorbrengen met goede vrienden en het luisteren naar rustgevende muziek kunnen allemaal helpen bij het verlichten van een depressie.

Enkele andere manieren om te werken aan positiviteit zijn onder meer:

-Luister naar brainwave audio’s
-Ontdoen van negatieve invloeden (inclusief giftige mensen)
-Lach meer
-Als je over je problemen praat, focus je meer op de oplossingen dan het probleem zelf
-Luister meer naar gelukkige liedjes in plaats van verdrietige-
-Lees positieve boeken en kijk naar grappige films (in tegenstelling tot horror films en thrillers)

 

 

 

serotonine

 

 

 

5. Voeg meer eiwit toe aan je dieet

 

Het eiwitgehalte van voedingsmiddelen zoals eieren, kaas en meer vlees kan het niveau van tryptofaan in je bloed verhogen, waardoor je meer serotonine aanmaakt. Vergeet niet om ook het eigeel te eten en niet alleen de eiwitten. Eigeel is rijk aan tryptofaan, een potentieel kanker bestrijdend middel.

 

 

 

6. Eet meer noten en zaden

 

Alle noten en zaden zijn een bron van tryptofaan, dat is een aminozuur dat nodig is om serotonine op te nemen. Noten zijn niet alleen goed voor je stemming, maar ook voor je hart, ademhalingsstelsel en celproductie. Een handvol noten geeft je ook een fijne dosis vezels, wat goed is voor je spijsvertering .

 

 

 

7. Neem een massage

 

Massage heeft een directe invloed op de verhoging van je serotonine niveau. Massages verminderen het niveau van cortisol, een stresshormoon dat je hersenen blokkeert van het produceren van de juiste hoeveelheid serotonine.

 

 

 

8. mediteer

 

Regelmatig mediteren houdt je serotonine op het juiste niveau. Op dit moment zijn er tientallen geloofwaardige studies die de connectie tussen meditatie en psychologische gezondheid bewijzen, zodat je meerdere redenen hebt om aan deze gewoonte te voldoen.

 

 

 

 

 

 

 

De 2de negentien van Bachbloesem : Pine

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

grove_den__pinus_sylvestris__scots_pineimg_6610bloemflowermale

 

 

Pine (Grove Den)

Pinus sylvestris

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

 

bach-flower-remedie-24-pine-grove-den-20ml-1

 

 

Indicatie

 

Voor degenen die zichzelf de schuld geven. Zelfs als ze slagen denken ze dat ze het beter hadden gekund, en ze zijn nooit tevreden met hun inspanning of met het resultaat. Ze werken hard en hebben veel te lijden onder de fouten die ze zichzelf toedichten.

 

 

 

Affirmatie

 

Gezondheid is dus de werkelijke weerslag van wat we zijn. We zijn perfect want we zijn kinderen van God. Het bestaat niet dat we onze best moeten doen om iets te verdienen wat we al gekregen hebben. We zijn hier alleen maar om in stoffelijke vorm de perfectie te laten zien waarmee we vanaf het begin der tijden al begiftigd zijn.

 

 

 

Habitat

 

De Schotse den is een inheemse soort in bossen op zure grond in de Schotse Hooglanden. Ook elders is ze wijdverbreid geplant, de den plant zich voort via de zaden die ze zelf verspreiden.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor zelf-verwijt, schuldgevoel, voor hen die zichzelf de schuld geven, zelf-veroordeling, die vaak de verantwoordelijkheid nemen voor een situatie die niet hun schuld is. Ze zijn ontevreden en kritisch tegenover zichzelf, te nauwgezet, verontschuldigend en te nederig. De voortdurende moeite die ze doen om zichzelf alsmaar te verbeteren kan leiden tot vermoeidheid en neerslachtigheid. Helpt om schuldgevoelens te verlichten.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria