category / categorie : video
10 facts about the 12 apostles
.
10 wetenswaardigheden over de 12 apostelen

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.


Om Johannes te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn. Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.
Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met zondigen twee verschillende dingen bedoelt.
Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde.
Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus, waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke zonde doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.
Pasteltekening van John Astria
“Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.” (Romeinen 7:15-19)
Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn. Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei – ‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matteüs 26:41).
Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar van het lichaam is en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, Paulus wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:
“Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”
Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:
“God zij gedankt: door Jezus Christus, onze Heer!” (vs 24-25).
Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:
“Als we zeggen dat we de zonde niet hebben, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we zulke zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons die zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1 Johannes 1:8-9)
Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:
“Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons.” (vs 10)
En hij gaat nog een stap verder. Wie dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is wetteloos. Maar met wetteloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en het woord is dus synoniem met goddeloos:
“Ieder die bewust zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden.” (1 Johannes 3:4)
Hij vat dat samen met:
“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).
En vervolgens trekt hij dan de conclusie: Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:
“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)
Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

Goed te herkennen aan
– de vorm van de plant, lang en dun, en
– de zeer veel kleine bloemhoofdjes met aan de rand
korte witte straalbloemen
Algemeen
Canadese fijnstraal is een zeer algemeen voorkomende eenjarige plant, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. In de 17e eeuw is de plant naar Europa gebracht en sindsdien over heel Europa verspreid. Het is een zeer sterk kruid, dat zelfs bestand is tegen chemische bestrijdingsmiddelen en daardoor moeilijk uit te roeien.

Bloem
Canadese fijnstraal bloeit vanaf juli tot de herfst met talrijke hele kleine bloemhoofdjes, die in een sterk vertakte lange pluim staan. Elk hoofdje produceert veel vruchtjes met pluis, die zeer licht zijn en makkelijk door de wind verspreid worden.

Blad en stengel
De rechtopstaande, stevige stengel is dun behaard en vooral in de bovenste helft vertakt. De plant groeit op open, droge, voedselrijke, omgewerkte, zandige, braakliggende grond, ook tussen plaveisel en wordt tot 75 cm hoog. Ze kan op zeer voedselrijke plaatsen hoger worden.
Toepassing
Canadese fijnstraal kent veel toepassingen. In Noord-Amerika werd de plant door de indianen gebruikt tegen slangengif, menstruatiepijnen en puisten. Door de samentrekkende werking is het ook een goed middel bij diarree, bloedend tandvlees, aambeien, inwendige bloedingen, bloedende wonden en neusbloedingen.

Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 20 tot 75 cm
Bloem
– korte witte straalbloemen
– gele buisbloemen
– vanaf juli tot de herfst
– lange pluimen
– 3 tot 5 mm breed
– omwindselbladeren geelgroen,
lijnvormig, vliezig, kaal of weinig
behaard
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- of lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of fijn getand
– 1-nervig
– gewimperd en verspreid behaard
Stengel
– rechtop
– bovenaan rijk vertakt
– behaard
zie wilde bloemen

Botanische familie van Burseraceae
Latijnse benaming: Canarium luzonicum
Etherische olie verkregen door distillatie van de aromatische hars (oleohars)
Deze boom maakt deel uit van de Burseraceae. De familie telt circa vijfhonderd soorten, van meest bomen maar ook struiken. Deze komen voor in de tropen en subtropen. De familie is het meest bekend als leverancier van reukstoffen, zoals mirre, olibanum en wierook. Deze etherische olie komt uit de Filipijnen. Ze bestaat uit een aanzienlijke hoeveelheid monoterpenen, sesquiterpenen, sesquiterpenolen en monoterpenolen.

Deze etherische olie is stimulerend voor het geheel van de secreties die zijn verbonden aan deze functie. Ze oefent een antiseptische en balsemachtige werking uit op het ademhalingsstelsel. Ze is helend. Men kan het op de huid aanbrengen omwille van haar herstellende eigenschappen (zweren, wonden)
Secretie is het afscheiden van lichaamsvocht.
Hieronder valt:
Het is één van de planten die door de Egyptenaren werd gebruikt voor balseming, schoonheidsverzorging en parfums. Op emotioneel vlak “verenigt” ze, door een gevoel van inwendige vrede te brengen en totale mentale helderheid. Het kan eveneens gebruikt worden om de meditatie en de visualisatie te begunstigen. Gebruik haar als een parfum (discrete zalving), in het bad, in uw douchegel, als lichte verdamping. Haar aroma, die kenmerkend is voor een oleohars, brengt een zeer originele fruitige kleuring mee.







.

























































Heb geen schuldgevoel bij het eten van uw lievelingsgerecht, maar eet er niet te veel van en zorg voor veel afwisseling.
Gezond eten betekent variatie. Er is niet één voedingsmiddel dat alle benodigde voedingsstoffen tegelijk levert. Een volledige gezonde voeding krijg je dus door te variëren. Gevarieerd eten doe je door elke dag te kiezen uit de onderstaande groepen voedingsmiddelen:
• Brood en aardappelen, rijst, macaroni of peulvruchten
• Groenten en fruit
• Halfvolle melk, kaas (of andere zuivelproducten), vlees, vis, ei
• Margarine, halvarine of olie
De actieve voedingsdriehoek geeft een idee wat je dagelijks zou moeten eten en hoeveel je moet bewegen. De aanbevelingen zijn opgesteld voor iedereen ouder dan 6 jaar. In de actieve voedingsdriehoek vind je 8 groepen die elk hun aandeel leveren aan een gezonde levensstijl:
• Lichaamsbeweging
• Water
• Graanproducten en aardappelen
• Groenten
• Fruit
• Melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten
• Vlees, vis, eieren en vervangproducten
• Smeer- en bereidingsvet
• De restgroep
Ben jij bang om te bidden voor iemand die op sterven ligt? De dood is nabij en je bent er om te troosten. Maar ben je in staat om dit te doen? Weet je wel hoe je dit kunt doen? De angst die je hebt en het verdriet dat je voelt bevinden zich ook in het hart en het verstand van diegene die stervende is. Vecht er niet tegen, maar omarm dit gevoel en deel het met hem of haar.
Jezus zei in de Bergrede in Matteüs 5:4:
“Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden.”
Nu jij verdriet hebt, samen met iemand die stervende is of samen met iemand die een naaste heeft verloren, kun je hen troosten. Je bent gezegend, omdat je iemand anders kunt zegenen. Hierdoor zul je ook zelf troost vinden.
Wanneer je gebeden voor stervende mensen aan de Heer aanbiedt, kun je in hun geest een strijd om te overleven ontwaren. De gezondheid van onze geest is verbonden aan de strijd om ons aan het leven vast te klampen. Zieke en zwakke mensen zullen toch proberen om hun leven te behouden als hun geest sterk is. Ze vechten een strijd die al verloren lijkt te zijn, een stervend mens zal elke mogelijke leefkwaliteit aanvaarden wanneer dit wordt aangeboden.
Jezus zei dat Hij het leven is (Johannes 14:6);
Hij geeft het leven in overvloed, in al zijn volheid (Johannes 10:10);
Hij zei dat Zijn woorden geest en leven zijn en dat het vlees (het lichaam) ons niet kan helpen (Johannes 6:63);
Hij belooft dat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven zal hebben (Johannes 6:47).
Het leven waaraan we ons vastklampen en waar we voor vechten kan nu meteen in Jezus gevonden worden en zal aan de andere kant van de gruwelen des doods worden verwezenlijkt.
De dood vindt plaats wanneer de strijd om het lichaam te behouden is verloren. De stervende zal de reis aanvaarden die de geest zal moeten maken. En Jezus kent die reis. Hij heeft die reis zelf gemaakt. Hij maakte deze voor jou en voor mij beschikbaar (Johannes 11:25). Alleen Jezus is de rechter over wie het eeuwige leven zal erven. Verlaat dit leven daarom in Zijn liefdevolle, rechtvaardige, genadige en waardige handen.
Er is hoop en goed nieuws dat jij in je gebeden voor een stervend mens kan bieden. Het goede nieuws is dat de dood nu is verslonden in de overwinning (1 Korintiërs 15:54-57). Dankzij Jezus hebben we hoop! Onze hoop is de terugkeer van Jezus om Zijn mensen tot Zich te roepen en de belofte van het eeuwige leven.
De Bijbel herinnert ons er vaak aan dat we naar zijn terugkeer zouden moeten verlangen en ons aan Zijn belofte moeten vasthouden, zodat we toch verder kunnen gaan. Voor de gelovige is de dood de poort naar de belofte van het eeuwige leven: we zullen dan onze aardse lichamen van ons afwerpen en in de aanwezigheid van God binnentreden (1 Korintiërs 15:50-53).
“Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid herboren liet worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, tot een onvergankelijke, onbederfelijke en onaantastbare erfenis, die voor u is weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden.
Daarom bent u vol vreugde, ook al hebt u nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. Die dienen om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door het vuur gelouterd wordt. Dan zullen, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn.
Hem hebt u lief zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet, en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde, wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt.”
Geef deze hoop aan de stervenden, zodat zij vrede kunnen vinden. Jezus zal hen op het moment van hun dood tegemoet treden, net zoals Hij dat voor de dief aan het kruis deed, in Lucas 23:39-43. Ons geloof maakt zich sterk tegen de angst voor de dood en brengt ons niet alleen troost, maar zelfs vreugde.
“Moge de God die onze hoop is, u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven, zodat u overvloeit van hoop, door de kracht van de heilige Geest.” (Romeinen 15:13)
Lieve Hemelse Vader, Met een verzwaard hart komen wij tot U. U bent de Almachtige Schepper God, heilig en vol genade en liefde. Onze harten zijn verzwaard omdat een leven ons zal verlaten. De dood overspoelt ons, Heer. De angst probeert ons te overweldigen.
Wij danken U Vader, omdat U dankzij Jezus onze pijn en ons verdriet op een heel persoonlijke manier kent. Ik dank U, omdat Jezus de weg weet door deze duistere schaduw. Neem de hand van onze dierbare broeder/zuster en toon Uzelf aan hem/haar. Bescherm onze harten en onze gedachten, bewaar deze in Jezus Christus. Neem wat van U is terug en breng het in de eeuwigheid om bij U te zijn.
In Jezus is de dood slechts een schaduw. Jezus heeft het verdriet en de pijn ervan verslonden. Dank U Jezus voor het kruis. Dank U Jezus voor de opstanding. Heer, wij staan nu voor U en wij erkennen dat U de Heer over alles bent, de poortwachter van het eeuwige leven. Uw genade en Uw liefde zijn bestendig, ook al lijken onze zonden alsmaar toe te nemen.
Neem onze handen, Heer, en leid ons hier doorheen. Wij leggen onze angsten aan Uw voeten. Uw belofte is dat U – en U alleen – zal komen om ons mee naar ons eeuwige thuis te nemen.
Psalm 23:4 : “Al moet ik door dalen van duisternis en dood, ik ben voor geen onheil bang, want U bent bij mij: uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed.”
Dank U voor de troost die wij in Uw aanwezigheid vinden. Door de Heilige Geest weten we dat U bij ons bent. Zend ons Uw vrede, Heer; de vrede die alle begrip te boven gaat. Laat ons niet aarzelen en twijfelen. Geef ons een geloof dat altijddurend is. Wij laten onze levens los en leggen deze in Uw handen.
Heer, terwijl we wachten en vooruitkijken weten we dat niemand van ons aan deze reis door de dood zal ontsnappen. Leer ons hoe we deze reis in geloof kunnen omarmen. Geef ons de kracht om de mensen te bemoedigen, die dichter bij het moment komen waarop ze U zullen ontmoeten.
Neem de vrees uit het hart van onze naaste, die U spoedig zal zien. Laat hem/haar vrede vinden in Uw barmhartigheid, troost in Uw liefde en kracht in Uw macht over de dood. Troost ons alstublieft, nu ons verdriet ons lijkt te overspoelen.
U bent een goede, een rechtvaardige en een liefdevolle Vader. Laat ons in deze schaduw van de dood alstublieft niet bitter worden. Maar doorsteek onze harten met een vreugde die we niet kunnen peilen of begrijpen. Een vreugde die boven alle verdorven dingen hier op aarde uitsteekt. Jezus, U huilde vanwege de dood en wij doen dat ook.
Maar het is een verdriet en een rouw die de vreugde aan de andere kant herkent. U bent de overwinnaar over alle dingen en dus vertrouwen we op U. Wij vertrouwen erop dat U zult doen wat juist is, wat uit liefde wordt gedaan. Zowel in de dood als in onze levens wordt Uw wil volbracht. U bent oppermachtig. Mogen we Uw aanwezigheid kennen, Heer. Maak ons altijd bewust van Uw liefdevolle hand, die ons door alle omstandigheden heen leidt. In de naam van Jezus bidden wij dit. Amen.
Pasteltekening van John Astria
De duivel wordt talloze malen genoemd door de Bijbel heen, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Er is echter niet op één plek een alomvattende definitie gegeven van de duivel. Wie dus een goed beeld wil krijgen van de duivel, zal verschillende Bijbelteksten van Genesis tot Openbaring met elkaar moeten combineren en deze plaatsen in het licht van de theologische traditie.
Het Vierde Lateraans Concilie (1215) stelde dat God in de beginne twee schepselen maakte, het spirituele en het lichamelijke, het engelachtige en het aardse, en tenslotte de mens, die tegelijkertijd geest en lichaam was. Het concilie vervolgt hierop:
“Diabolus enim et alii dæmones a Deo quidem naturâ creati sunt boni, sed ipsi per se facti sunt mali.” Vertaald:
“De duivel en de andere demonen zijn door God gemaakt, van nature goed, maar slecht door zichzelf.”
God maakte de duivel en de andere demonen als spirituele en engelachtige wezens. Hij maakte hen goed, maar door hun eigen daden werden ze slecht. Door hun val werden ze duivels van aard. Dit gebeurde vóór de zondeval van Adam en Eva, die immers veroorzaakt werd door de misleidende, sluwe slang in de hof van Eden (Genesis 3). Het is dan ook opmerkelijk dat het verhaal over de val van de engelen pas gevonden wordt in het laatste boek van de Bijbel. In Openbaring staat geschreven:
“Toen brak er een oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid.” (Openbaring 12:9)
In Job 4:18 is een korte referentie te vinden van de val: “(…) ook bij zijn engelen bespeurt hij [God] nog gebreken.”
Uitgebreider wordt over de val gesproken in twee klassieke teksten in de profeten: Jesaja 14: 12-15
“O morgenster, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.
Je zei bij jezelf: ik stijg op naar de hemel,
boven Gods sterren plaats ik mijn troon.
Ik zetel op de toppen van de Safon,
de berg waar de goden bijeenkomen.
Ik stijg op tot boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste.
Nee! Je daalt af in het dodenrijk,
in de allerdiepste put.”
Pasteltekening van John Astria
De profeet Jesaja spreekt deze woorden tegen de koning van Babylon, maar erin verborgen ligt een diepere laag die refereert aan de val van Satan, de rebellerende aartsengel. De tekst hieraan parallel is Ezechiëls klaagzang over de Koning van Tyrus:
Waaraan hebben de gevallen engelen zich bezondigd, dat ze uit de hemel werden verbannen? Engelen zijn niet gevoelig voor lichamelijke verlokkingen en gaan niet ten onder aan de zwakheid van het vlees. De zonde die Lucifer en zijn volgelingen begingen tegen God, was hoogmoed. Het verlangen om onafhankelijk te zijn van God en gelijk te zijn aan hem. Vóór zijn val zou Lucifer een hoge positie in de hiërarchie van de hemel hebben bekleed.
Hij stond dichtbij God. Uit de geschiedenis blijkt dat degene die het dichtst bij de troon staat, het meest vatbaar is voor gevoelens van ambitie. Lucifer, de morgenster en zoon van de dageraad, wilde hoger stijgen dan God en viel in de allerdiepste put.
In zijn val nam hij de engelen mee die hem hadden gevolgd in zijn opstand tegen God. De duivel heeft blijvende macht over deze engelen. Dat blijkt uit deze Bijbelteksten:
“de duivel en zijn engelen” (Matteüs 25:41)
“heerser over de machten in de lucht” (Efeze 2:2)
“de draak en zijn engelen” (Openbaring 12:7).
Niet alleen zijn engelen, maar ook de wereld valt binnen de invloedssfeer van de duivel. Jezus typeert de duivel als “de heerser van deze wereld” (Johannes 14:30). En Paulus spreekt hierover in de brief aan de gemeente in Efeze:
“de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efeze 2:2).
In het eerdergenoemde gedeelte van Openbaring staat dit bevestigd: “Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt.” Na zijn val trok hij Adam en Eva met zich mee, en sindsdien is hij niet gestopt met het verleiden en misleiden van hun kinderen.
Pasteltekening van John Astria