categorie / categorie: video
4 facts about heaven
.
4 feiten over de hemel

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.




.
.

.
.
.
.
Eet ze als gezonde snack of te verwerken in een salade. Nectarines zijn bijna het jaarrond beschikbaar. De belangrijkste aanvoer komt onder andere uit Spanje, Griekenland, Zuid-Afrika en Chili.
.
.

.
.
.
Nectarines zijn laag in calorieën waardoor ze een geweldige optie zijn voor mensen die gewicht willen verliezen. Ze bevatten geen verzadigde vetten en in plaats daarvan bieden ze antioxidanten, vitamines en mineralen.
Ook bevatten ze vitamine A, B, C, zeaxanthine, luteïne, ijzer, zink, koper en kalium. Al deze vitamines en mineralen hebben aangetoond dat het de algehele gezondheid ondersteuning. Met hun voedingswaarde in gedachten, laten we verkennen wat hun voordelen voor de gezondheid zijn.
.
.
| Nectarine Voedingswaarde | Voedingswaarde per 100 g |
|---|---|
| Voedingsstoffen | Energie 44 KcalKoolhydraten 10.55 g Totaal Vet 0,32 g Eiwit 1,06 g Cholesterol 0 mg Voedingsvezels 1,7 g |
| Vitaminen | Vitamine A 332 IU vitamine C 5,4 mg vitamine E 0,77 mg vitamine K 2,2 ug riboflavine 0.027 mg Pyridoxine 0,025 mg Niacine 1,125 mg Folaten 5 ug |
| Mineralen | Calcium 6 mg ijzer 0,28 mg Magnesium 9 mg Fosfor 26 mg |
| Elektrolyten | Natrium 0 mg Kalium 201 mg |
.

.
.
.
Omdat nectarines geen verzadigd vet bevatten en laag laag zijn in calorieën kunnen ze helpen bij gewichtsverlies. Als een gezonde snack optie kunt u nectarines gebruiken ipv van de dikmakers.
.
.
Nectarines bevatten veel antioxidanten die vechten tegen vrije radicalen die schade veroorzaken. Vrije radicalen kunnen vele delen van het lichaam, zoals visie, huid en gehoorschade aanrichten. Het verminderen van vrije radicalen kan zorgen voor een betere gezondheid.
.
.

.
.
.
Nectarines bevatten essentiële voedingsstoffen om de gezondheid van de ogen te bevorderen.
.
.
Hypokaliëmie is een aandoening die wordt gekenmerkt door lage kalium niveau. Kalium is nodig in het lichaam om onze zout (dat gekoppeld is aan hypertensie) te balanceren. Velen consumeren te weinig kalium, dus als u op zoek bent naar een andere bron van kalium – naast bananen – kies voor nectarines.
.
.

.
.
.
Het hart is een vitaal orgaan voor het menselijk lichaam. Naast beweging, heeft een gezonde voeding aangetoond dat het hart beschermend is. Integratie van nectarines in uw voeding kan de gezondheid van het hart bevorderen. Omdat nectarines ook vezels bevatten kunnen zij helpen bevorderen van een gezonde cholesterolspiegel.
.
.
Het immuunsysteem is er om ons te verdedigingen tegen ziekte. Hoe ouder we worden, hoe zwakkere ons immuunsysteem wordt, waardoor het moeilijker wordt om ons af te weren tegen ziektes. Nectarines bevatten essentiële vitaminen voor ons immuunsysteem, die ons helpt ons te stimuleren gezond te blijven.
.
.

.
.
.
Zoals gezegd, antioxidanten werken om te vechten tegen vrije radicalen, zelfs degenen die onze huid kunnen beïnvloeden. Omdat onze huid voortdurend wordt blootgesteld aan de elementen, kan er schade ontstaan waardoor we er ouder uitzien. Door het eten van nectarines verbruiken we de antioxidanten die werken om onze huid jonger te houden.
.
.
Spijsverteringsproblemen zijn vrij algemeen onder ouderen. Obstipatie en diarree zijn frequente klachten. Nectarines kan helpen bij een gezonde spijsvertering omdat ze voedingsvezels bevatten.
Zoals je kunt zien is er een breed scala aan voordelen voor de gezondheid die nectarines ons bieden. Als u dit toevoegt aan uw voeding, kunt u ook profiteren van de voordelen van nectarines.
.
.
.
.

.
.

| Gember etherische olie wordt gedestilleerd uit de gedroogde en gemalen wortelstok van de Zingiber officinalis roscoe. 25 kilo wortels leveren ± 1 kilo etherische olie, deze is lichtgeel tot groenachtig van kleur.
Gember is oorspronkelijk afkomstig uit Azië, het is de bewerkte wortelstok van de Zingiber officinalis plant. Dit is een rietachtige plant van meer dan een meter hoog met lange smalle bladeren en een bloemknop met geelrode bloemetjes.
|
De knolvormig vertakte wortel heeft een kruidige smaak en is lichtbruin van kleur. De kleinste éénjarige wortelstokken leveren de beste Gember, die `stemginger` genoemd wordt. Verse Gember wordt in China gebruikt voor de behandeling van veel aandoeningen waaronder reuma, malaria en verkoudheid.
Gember is doorbloeding stimulerend, verwarmend, pijnstillend en ontstekingsremmend en daarom ideaal voor massage van verharde spieren, bij spierpijn en reumatische klachten.
Gember olie heeft een zeer plezierige warme, krachtige en vurige geur die weer nieuwe levenskracht schenkt. Bij zwakte en moedeloosheid geeft de olie energie en versterkt het afweersysteem.
| Gember olie wordt in de aromatherapie gebruikt bij: spierpijn, reumatische klachten, artritis, vermoeidheid, verstuikingen en verrekkingen, slechte bloedsomloop, slijmvliesontsteking, bijholteontsteking, keelpijn, krampen, flatulentie, misselijkheid, reisziekte, koorts, infectieziekten, griep, verkoudheid, geestelijke uitputting. |
Let op: in hoge concentraties kan gember olie mogelijk irriterend zijn en het kan bij sommige mensen overgevoeligheid veroorzaken. Licht fototoxisch.
Psychisch: Gember etherische olie stimuleert de verbeelding en is zeer geschikt voor mensen die moeite hebben vorm te geven aan hun leven of hun eigen mogelijkheden niet zien.
Gember is ook een olie die goed werkt bij mensen die (te) hard voor zichzelf zijn. De olie zorgt ervoor dat de innerlijke verharding wordt losgeweekt zodat de energie weer kan stromen.
Het is eveneens een licht afrodisiacum.
Geeft aan mensen zich geestelijk, innerlijk koud voelen warmte, bescherming en geborgenheid.
Gember laat zich uitstekend combineren met ylang ylang, rozenhout, sandelhout, geranium, cederhout, citroen, eucalyptus, grapefruit, koriander, limoen, mandarijn, mirte, neroli, palmarosa, patchouli, roos, rozemarijn, sinaasappel, vetiver en wierook.
|


.
.
.
.
.
.
De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een voorloper van een broek, ook wel braies genaamd, een overkleed en een mantel. De braies bestond uit een tussen de benen geslagen lap stof, die met een gordel omhoog word gehouden. De latere broek kwam tot aan de enkels. De mannen droegen ook kousen die omhoog gehouden werden door kruisbanden.
In de 12e eeuw kregen de kousen meer vorm en werden ze langer, zodat men ze over de braies ging dragen. De bovenbroek werd toen een onderbroek. Het overkleed werd korter gedragen dan dat van de adellijke mannen. Op deze manier konden de mannen beter op een paard rijden en vechten.
De stoffen die voor de burgerlijke mannen waren geschikt waren: wol, linnen en bont. De motieven die in de stof werden geweven waren cirkels of vierkantjes. De kleuren die werden gebruikt waren bruin, wit en grijs. Dit kwam doordat de burgerlijke mannen hun kleren zelf moesten verven.
.
.
.
.
.
De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een braies, een overkleed en een mantel. Dit is hetzelfde als 200 jaar terug. De burgers konden niet veel veranderen aan hun kleding, omdat ze het zelf moesten maken en verven. De mantel in deze tijd was een wijd pelgrimskleed van bruine wol, dat over het hoofd werd getrokken.
De stoffen die geschikt waren voor de burgers waren wol, linnen, laken en bont. De kleuren van de stoffen kwamen al meer in de buurt van de adellijke kleuren zoals; rood, blauw en groen. Van de burgers waren de kleuren alleen doffer. Bruin, wit en grijs werd nog steeds door het merendeel van de burgers gedragen. De burgers hadden nu eenvoudige patronen op hun stoffen zoals: ruiten en strepen.
.
.
.
.
.
De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een braies, een hemd en een pourpoint (dit was een soort jasje). De poutpoint was getailleerd en afgezet met knopen. De lange mouwen van het hemd kwamen onder de poutpoint uit. De broek was bijna niet zichtbaar, net zoals het hemd wat eronder zat.
Aan het einde van de 14e eeuw kwam een nieuw type overkleed in de mode onder de burgers. Deze kwam tot net boven de knie, zodat de burgers nog gemakkelijk op hun paard konden zitten. De mantel was kort, zodat de burgers er geen last van hadden met paardrijden en had losse mouwflappen.
De stoffen die werden gebruikt voor de burgers kwamen nu ook meer in de richting van de adellijken. De stoffen waren namelijk gemaakt van: wol, linnen, katoen en tafzijde. In Frankrijk en Italië werd er door het volk ook geverfd bont en zijde gedragen. Onder de burgers zag je qua patronen vaak horizontale strepen of verticale strepen.
.
.
.
.
.
De burgerlijke mannen droegen een kort hemd en een korte braies. Ze droegen hierover een jasje dat bij de heupen strakker zat door middel van een riem. Aan deze riem konden ze hun wapens ook hangen, als ze moesten vechten voor de koning. De mannen droegen ook twee kousen, die nog steeds omhoog gehouden werden met een bandje net onder de knie.
De stoffen die nu ook gebruikt werden door de burgers waren: wol, linnen, katoen, zijde en brokaat. De burgers droegen nog steeds veel bruin, wit en grijs. De stoffen onder de burgers werden meer bedrukt, maar je zag nog steeds duidelijk verschil tussen adellijke en burgerlijke kleding.
.
.
.
.
.
De burgerlijke mannen droegen over het hemd een jasje met of zonder riem met pofmouwen. Hoe hoger je stand was hoe groter de pofmouwen waren. De burgerlijke mannen hadden dus niet zo duidelijk grote pofmouwen, maar de mouwen werden wel strak gehouden door een touwtje aan de onderkant, waardoor de mouwen gingen poffen.
Het hemd kreeg aan het einde van de 15e eeuw een lagere hals. En tussen de kousen werd een lapje stof genaaid, zodat er een voorloper van de broek ontstond. Onder de adellijken bestond dit al wat langer, maar bij de boeren kwam dit pas aan het einde van de 15e eeuw.
De stoffen die werden gebruikt door de burgerlijke mannen was nog steeds hetzelfde als 40 jaar geleden, namelijk: wol, linnen, katoen, zijde en brokaat. De gegoede burgers kregen nu ook meer oosterse kleuren zoals: blauw, rood en groen. De burgers die niet zoveel hadden bleven nog steeds bruin, wit en grijs dragen. De patronen waren ook nog steeds hetzelfde als 40 jaar geleden.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

De Drievuldigheid
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.

.
.

.
.
.
.

.
.
De Apostel Paulus waarschuwde er al herhaaldelijk voor: pas op voor valse profeten, leraren en leiders (bijv. Ef. 4:14, 2 Tim. 4:1-5, 2 Tes. 2:3-12 etc.). Zij willen u misleiden en van de waarheid weglokken. De geschiedenis van de kerk van Jezus is niet te scheiden van het werk van Satan om haar te vernietigen. En hoewel de kerk grote uitdagingen van buiten heeft moeten doorstaan zijn de meest desastreuze altijd van binnenuit gekomen.
Want van binnenuit ontstaan de valse leraren, diegenen die dwalingen naar binnen brengen terwijl ze zich voordoen als leraren van de waarheid. Ze nemen vele vormen aan, iedere keer op maat gemaakt voor de tijd, cultuur en context. Hieronder vind je er zeven die je vandaag de dag in de kerk tegenkomt bij het uitvoeren van hun bedrieglijke, destructieve werk. Alles is in mannelijke vorm beschreven maar het kunnen natuurlijk net zo goed vrouwen zijn.
.
.
Pasteltekening van John astria
.
.
.
De Ketter is de meest prominente en misschien wel de gevaarlijkste van de valse leraren. Petrus waarschuwde in zijn tweede brief tegen hem.
“Er zijn destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen stiekem met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang.” (2 Petrus 2:1).
De Ketter is de persoon die onderwijst wat duidelijk in tegenspraak is met een essentiële leer van het christelijk geloof. Hij is een gezellig figuur, een natuurlijk leider die net genoeg waarheid onderwijst om zijn dodelijke dwaalleer te maskeren. Maar door het geloof te ontkennen en te vieren wat onwaar is, leidt hij zijn volgelingen van de veiligheid van het orthodoxe christelijk geloof naar het gevaar van ketterij.
Vanaf de vroegste dagen van de kerk is ze door de Ketter in zijn verschillende vormen geteisterd. Hij zet zijn slechte werk vandaag voort, soms door de waarheid tegen te spreken en soms door eraan toe te voegen. Hij kan de geloofsbelijdenissen van de Drie-eenheid opnieuw in een kader plaatsen, zoals Arius deed in de derde eeuw en zoals oneness-pentecostals dat vandaag doen.
Hij kan, net als Marcus Borg en andere prominente geleerden, de maagdelijke geboorte of de opstanding van Jezus Christus ontkennen. Net als Jehovah’s Getuigen, kan hij Gods afgewerkte woord veranderen, of zoals Mormonen, daaraan toevoegen. Hij knutselt, telkens weer, stoutmoedig met “het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd” (Judas 1:3b).
.
.
.
.
.
.
.
De Kwakzalver is de persoon die het christendom gebruikt als een middel tot persoonlijke verrijking. Paulus waarschuwde Timotheüs om op zijn hoede te zijn:
“Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer van ons geloof, is verblind. Zo iemand begrijpt niets, maar is ziek door zijn geredetwist en geruzie; dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen, en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt.” ( 1 Timotheüs 6: 3-5).
De Kwakzalver is alleen geïnteresseerd in het christelijk geloof in de mate dat het zijn portemonnee kan vullen. Hij gebruikt zijn leidende positie om te profiteren van de rijkdom van anderen. Simon, bijvoorbeeld, was gemotiveerd door de liefde voor geld toen hij probeerde de kracht van de Heilige Geest te kopen (Handelingen 8:9-24). En na hem is de Kwakzalver in vele vormen verschenen, altijd op zoek naar bekendheid in de kerk, zodat hij in extravagantie kan leven.
Toen paus Leo X de beroemde Tetzel opdracht gaf om aflaten te verkopen, financierde de winst niet alleen de reconstructie van de Sint-Pietersbasiliek, maar ook zijn luxueuze levensstijl. In de jaren negentig bracht televangelist Robert Tilton elk jaar tientallen miljoenen dollars binnen door de kwetsbaren en goedgelovigen te exploiteren. Tegenwoordig zetten Benny Hinn, Creflo Dollar en een heel aantal anderen het welvaartsevangelie in om zichzelf te verrijken met de geschenken van hun volgelingen.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
De Valse Profeet beweert begiftigd te zijn door God om nieuwe openbaringen buiten de Schrift te spreken – nieuwe, gezaghebbende voorspellingswoorden, onderwijzingen, berispingen of aanmoedigingen. In werkelijkheid wordt hij echter door Satan opgedragen en gemachtigd met het doel de kerk van Christus te misleiden en te verstoren. Johannes kondigde een dringende waarschuwing over hem aan.
” Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen.” (1 Johannes 4:1).
Christenen moeten “de geesten testen” om te bepalen of ze voortkomen uit de Heilige Geest of uit een demonische geest. Later verklaarde Johannes dat Gods Woord volledig en af is. Daarbij waarschuwde hij voor mensen die zichzelf gelijk stellen aan Gods Woord door er aan toe te voegen of ervan af te halen.
“Ik verklaar tegenover eenieder die de profetie van dit boek hoort: als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek beschreven zijn; en als iemand iets afneemt van wat in het boek van deze profetie staat, zal God hem zijn deel afnemen van de levensboom en van de heilige stad, zoals die in dit boek beschreven zijn.” (Openbaring 22:18-19).
De Profeet verschijnt in de loop van de geschiedenis van de kerk. Al in de tweede eeuw beweerden Montanus en zijn discipelen te spreken in naam van de Heilige Geest. In de negentiende eeuw beweerde Joseph Smith het boek van Mormon van de engel Moroni ontvangen te hebben. Tegenwoordig zit de lucht vol van mensen die beweren in naam van God te spreken door de kracht van de Geest. Persoonlijke profetieën zijn slechts een telefoontje verwijderd. Sarah Young, auteur van de beste christelijke bestseller van het decennium, beweert dapper dat haar boek de woorden van Jezus bevat. De Profeet blijft spreken en misleiden.
.
.
.
.
.
.
.
De Misbruiker gebruikt zijn leiderschapspositie om te profiteren van andere mensen. Meestal maakt hij er gebruik van om zijn seksuele lust te voeden, hoewel hij ook naar macht verlangt. Zowel Petrus als Judas waren zich bewust van de lust van de Misbruiker:
“Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen” (2 Petrus 2:2).
De Misbruiker beweert dat hij zielen verzorgt, maar zijn echte interesse ligt in hoe hij zijn seksuele behoeften kan bevredigen. Hij werkt zich een weg in het leven van vrouwen, hun vertrouwenskring, huizen en bedden. Wanneer hij geen illegaal seksueel genot nastreeft, is hij vaak een dominant persoon die uit is op macht en hen misbruikt op zijn weg naar bekendheid.
Hij doet dit in de naam van zijn bediening, met de claim van Gods zalving. Hij gebruikt en misbruikt anderen op ongepaste wijze om zijn lusten te voeden. Het is tragisch dat de geschiedenis van het christelijk geloof talloze misbruikers kent. Zelfs in de vroegste dagen van de kerk waren er seks secten en andere verdorven perversies van het geloof. Eeuwenlang was het pausschap weinig meer dan een corrupte machtsstrijd.
Vandaag lijkt het erop dat we iedere week opnieuw horen van een leider die zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele zonden met mannen, vrouwen of zelfs kinderen. Ondertussen horen we de droevige verhalen van overlevenden die misbruikt en terzijde geschoven zijn door een leider die hunkert naar macht. De Misbruiker zet, ook vandaag de dag, zijn werk voort.
.
.
De Stoker gebruikt valse leerstellingen om de kerk te verstoren en waar mogelijk zelfs ten gronde te richten. Hij zaait vrolijk verdeeldheid tussen broers en zussen. Judas waarschuwde voor hem:
‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet. (Judas 18-19). De stoker zaait verdeeldheid en is verstoken van de Heilige Geest wiens eerste vrucht liefde is en wiens speciale werk gelovigen bij elkaar houdt in de band van vrede (Galaten 5:22, Efeziërs 4:3).
Deze valse leraar brengt strijd, geen liefde. Hij genereert facties, geen eenheid. Hij verlangt onenigheid, geen harmonie. Gemeenten en denominaties zijn vaak versplinterd door de Stoker terwijl hij zijn leugens promoot. Hij maakt soms secundaire zaken primair en laat ze functioneren als ‘het’ kenmerk van christelijke volwassenheid, waardoor er facties in het lichaam ontstaan. Soms introduceert hij dus sluwe on-Bijbelse leerstellingen, of hij ondermijnd het bestaande leiderschap. Maar hij doet het allemaal voor een perverse voldoening die gepaard gaat met vernietiging.
.
.
De People Pleaser is de foute leraar die niet gericht is op wat God belangrijk vindt maar op wat de mensen graag willen. Hij is eerder iemand die de mensen naar de mond praat dan dat hij de God-pleaser is. Paulus benoemde hem al:
“Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels” (2 Timotheüs 4:3-4).
De People Pleaser hunkert naar populariteit en lof van de wereld. En om het respect van zijn volgers te behouden, predikt hij alleen de delen van de Bijbel die zij acceptabel vinden. Daarom spreekt hij veel over geluk, maar weinig over zonde, veel over de hemel maar niets over de hel. Hij geeft ze alleen wat ze willen horen. Hij predikt een gedeeltelijk evangelie wat helemaal geen evangelie is.
De People Pleaser is al zo oud als de kerk zelf. In de negentiende eeuw was hij Henry Ward Beecher, en in de twintigste was hij Norman Vincent Peale en Robert Schuller. Tegenwoordig is hij Joel Osteen, predikant van de grootste kerk in Amerika, die even bekend staat om zijn brede glimlach als om zijn lege inhoud. Hij predikt een leeg evangelie aan een volle kerk. Net als de valse profeten van Jeremia, zegt hij en de duizenden zoals hij: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede is ” (Jeremia 6:14).
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Ten slotte is de Speculant degene die geobsedeerd is door nieuwheid, originaliteit of speculatie. De schrijver van de Hebreeën brief waarschuwde zijn kerk voor deze ‘vreemde leringen’, terwijl Paulus aan Timoteüs opdroeg de kerk te beschermen tegen elke ‘afwijkende leer’ (Hebreeën 13:9, 1 Timotheüs 1:3). Onderwijs, gericht op speculatie, verdringt de zekere en constante leer van de Schrift.
De Speculant gooit het grootste deel van de Bijbelinhoud en het gewicht van de Bijbel opzij om geobsedeerd te raken door zaken die triviaal, fris, nieuw of modern zijn. Hij wordt moe van de oude waarheden en streeft naar respect door originaliteit. Tegenwoordig, zoals in elk tijdperk, is de Speculant geobsedeerd door de eindtijd. Maar op de een of andere manier weerhouden zijn mislukte voorspellingen hem en zijn volgelingen er niet van om er vrolijk mee door te gaan.
Onlangs hebben we hem de duidelijke boodschap van de Schrift zien verduisteren door naar verborgen codes in de Schrift te zoeken. Soms beweegt hij zichzelf in de academische wereld, waar een van zijn recente meester- werken een opnieuw uitgevonden God is, die niet in staat is om de toekomst te zien en te kennen. Terecht beschreef Paulus de Speculant als een tegenstrijdige, oneerbiedige babbelaar (1 Timotheüs 6:20-21).
.
.
Satans grootste ambassadeurs zijn geen pooiers, politici of succesvolle zakenmensen, maar voorgangers en leiders in de kerk. Zijn priesters prediken niet een andere religie, maar een dodelijke variant van de ware. Zijn troepen gaan niet voor een frontale aanval, maar werken under cover en sluipen langzaam het andere leger binnen. Satans tactieken zijn slim, voorspelbaar en effectief. Daarom moeten we altijd waakzaam blijven.
“Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen” (Mattheüs 7:15-16a).
.
.
.
.
.
.
Dit is heel belangrijk. Mensen die niet geloven dat God wil dat wij gezond zijn, besteden nauwelijks tijd om zich af te vragen waarom niet iedereen geneest, want ze geloven niet dat het Gods wil is om iedereen te genezen. De mensen die echt verbijsterd zijn, zijn de mensen die wél geloven dat het Gods wil is, maar toch niet zien dat ieder persoon wordt genezen, of ze zien zichzelf niet genezen. Hoe komt het dat dit gebeurt?
Pasteltekening van John Astria
Dit is heel wat anders dan wat de meeste mensen zouden zeggen. Op de vraag ‘waarom denk jij dat mensen niet genezen’, zou waarschijnlijk het meest voorkomende antwoord zijn: ‘omdat ze niet genoeg geloof hadden.’ Natuurlijk is het waar dat als iemand geen geloof heeft, het ontvangen van genezing daardoor wordt aangetast. In ieder voorval waar Jezus genezing aan iemand bediende, was een bepaalde mate van geloof betrokken.
Soms kwam er iemand naar Jezus, zoals de vrouw in Markus 5, die zei:
En zij raakte Zijn kleed aan. Het geloof van God was er en de kracht van God stroomde en deze vrouw werd genezen. En de Heer sprak tot deze vrouw: ‘Uw geloof heeft u genezen’. Dát is een sterk geloof. Dat is een geloof dat zich uitstrekt, en grijpt wat God beschikbaar heeft gemaakt.
Eén van de redenen, volgens de meeste mensen, waarom iemand niet geneest is dus dat hij/zij niet in geloof functioneert. Dat belemmert hem/haar om te ontvangen. Maar dat is niet wat Jezus zei. Jezus zei niet dat het kwam omdat zij weinig geloof hadden.
Sommige mensen denken dat ongeloof hebben hetzelfde is als weinig geloof hebben, en dat een sterk geloof hebben nooit wat te maken kan hebben met ongeloof hebben. Maar dat is niet wat het Woord onderwijst. In Markus 11:23 staat:
Jezus zegt hier dat je tegen deze berg moet spreken. Er wordt van uitgegaan dat je in geloof spreekt. Het is hier: ‘Spreek in geloof én niet twijfelen in je hart.’
16 Jezus vroeg: “Waar hebben jullie ruzie over?” 17 Een man uit de groep antwoordde Hem: “Meester, ik kwam mijn zoon naar U toe brengen. Er zit een geest in hem die maakt dat hij niet kan praten. 18 En als de geest hem aanvalt, gooit hij de jongen op de grond. Dan gaat mijn zoon stuiptrekken. Hij krijgt schuim op zijn mond, knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik heb aan uw leerlingen gevraagd om de geest uit hem weg te jagen. Maar ze konden het niet.” 19 Toen zei Hij tegen hen: “Wat zijn jullie toch ongelovig! Hoelang zal Ik nog bij jullie zijn? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Mij.” 20 Ze brachten de jongen naar Jezus. Toen de geest Jezus zag, gooide hij de jongen op de grond en maakte hem aan het stuiptrekken. De jongen lag met schuim op de mond over de grond te rollen. 21 Jezus vroeg aan de vader: “Hoelang heeft hij dat al?” De vader zei: “Vanaf dat hij een klein kind was. 22 En die geest heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid, om hem te doden. Maar als U iets kan doen, help ons dan alstublieft!” 23 Jezus zei tegen hem:
Met andere woorden, de vader zag de manifestatie bij deze jongen die een toeval had en hij voelde zich wanhopig, gefrustreerd, en hij riep uit: ‘Als U iéts kunt doen. Help ons.’ Hij begon te twijfelen, hij begon te wanhopen. Hij keek naar de situatie en zei: ‘God, ik weet niet zeker of U dit wel aankunt.’ En Jezus keerde zich tot hem en in plaats van dat Hij álle verantwoordelijkheid voor de genezing op zichzelf nam, keerde Hij zich tot die vader en zei:
En kijk hoe vervolgens de vader van deze jongen reageert: ‘En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zei: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.’
Deze gebeurtenis van de vader en de zieke jongen is een duidelijk voorbeeld van tegelijkertijd geloof én ongeloof hebben. Het gaat over krachten zijn die elkaar in evenwicht houden. Ze zullen elkaar ongedaan maken. Ook zijn leerlingen konden om die reden de jongen niet konden genezen. Jezus zei dat het kwam omdat ze ongeloof hadden. En het ongeloof maakt het geloof dat je hebt ongedaan.
Jezus’ leerlingen hadden eerder al demonen uitgedreven, ze hadden gezien hoe ze mensen vrij zetten, en deze keer deden ze precies hetzelfde maar toch kregen ze niet hetzelfde resultaat. Ze waren verbijsterd en waren in de war omdat de genezing weg bleef. En dus vroegen ze: ‘Waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ En Hij zei niet:
Matteüs 17: 20
Jezus zegt in feite: als jouw geloof maar pietepeuterig klein is, dan is het nog genoeg om een berg in de zee te werpen. Hij wil duidelijk maken dat je helemaal geen groot geloof nodig hebt. Je hebt gewoon een geloof nodig dat niet wordt uitgevlakt, tegengewerkt door ongeloof, dat in de tegengestelde richting werkt. En om dat te onderstrepen zegt Hij dat als je geloof maar zo klein is als een mosterdzaad, dan is het al genoeg om een berg te verplaatsen, zonder hem maar fysiek aan te raken, alleen maar door er tegen te spreken.
Hoe kun je geloven als je eer zoekt van anderen en niet de eer zoekt die uitsluitend van God komt. Als je het nodig hebt dat andere mensen je waarderen om je goed over jezelf te voelen, en als je bezorgd bent over de mening van andere mensen, dan is dat vrees voor mensen. En vrees is het tegenovergestelde van geloof. Vrees is in feite geloof in een negatieve richting. Dit is in feite ongeloof wat het geloof uitvlakt. Vele handopleggers en gebedsgenezers krijgen met deze problematiek te maken, net zoals Jezus’ leerlingen. Men moet niet reageren op wat mensen denken of zeggen maar op wat God zegt!
Als mensen bidden om de genezing van iemand en ze zien niet de genezing manifesteren willen ze hun geloof op bouwen en vermeerderen. Ze hebben het denkbeeld dat ze een enorm geloof moeten hebben. Maar in werkelijkheid is dat in strijd met wat Jezus hier onderwijst in Matteüs 17. Hij zegt dat als je geloof maar de grootte van een mosterdzaadje moet hebben om een berg in de zee te werpen.
Het geloof moet dus puur zijn met niets dat het tegenspreekt of tegenwerkt, wat het uitvlakt, en in de tegenovergestelde richting werkt. Ongeloof komt op dezelfde wijze als dat geloof komt. Romeinen 10:17 zegt:
Met andere woorden, geloof komt als we onze aandacht richten op God en op Zijn woorden. Ongeloof komt op gelijke wijze maar in de tegenovergestelde richting, als we onze aandacht richten op wat ménsen te zeggen hebben, op al het negatieve. Als wij al die negatieve dingen in overweging nemen, dan ontkracht dat ons geloof.
De meeste christenen spenderen een extra uur per dag in het Woord in een poging hun geloof op te bouwen, maar de rest van de dag ontkrachten ze dat weer door maar raak te kijken voor de televisie. Ze lezen al het slechte nieuws in de krant. Ze staan toe dat het afvalwater van de wereld door hen heen stroomt, gedachten, mentaliteiten, denkbeelden die tegenovergesteld zijn aan het Woord van God. En dan vragen ze zich af waarom hun geloof niet werkt.
Als wij zouden stoppen met naar ieder ander te luisteren en naar al hún ongeloof en de negativiteit van deze wereld, het cynisme van deze wereld, het anti-goddelijke, het anti-Christus gevoel van deze wereld, als wij nooit naar die gedachten zouden luisteren, zouden wij niet verzocht worden om God niet te geloven.
Vele mensen vragen zich af waarom het voor hen zo moeilijk was om hun genezing te ontvangen? Dat komt omdat hen zó veel ongeloof is geleerd in de zin van: dit kun je niet overwinnen, dit is ongeneeslijk, hier is geen enkele manier voor. En dat ongeloof schakelt hun kleine mosterdzaadje hoeveelheid geloof uit. Jezus zei:
Er is ongeloof dat uit onwetendheid voortkomt.
Soms weerspreken mensen wat God zegt niet om een speciale reden, ze weten gewoon niet beter. Er zijn mensen die helemaal niet weten dat God je gezond wil hebben. Ze hebben er nooit van gehoord. Het is onwetendheid, maar desalniettemin is het ongeloof. De manier waarop je dat soort ongeloof overwint is iemand gewoon de waarheid vertellen. Je laat ze de waarheid van het Woord van God zien.
Het tweede soort ongeloof is het ongeloof dat wordt veroorzaakt door verkeerd onderwijs, verkeerde doctrine.
Sommige mensen is geleerd dat God tegenwoordig geen wonderen doet. Genezing is niet meer voor ons. Die dingen zijn verdwenen met de apostelen. Dat is niet waar, dat is niet wat het Woord van God onderwijst. Maar toch is het hen geleerd. Het is veel moeilijker om ongeloof te overwinnen dat voortkomt uit verkeerde doctrine dan ongeloof dat voortkomt uit onwetendheid. Want je moet éérst de verkeerde doctrine weerleggen en dan de Waarheid onderwijzen. Maar het tegengif is in principe precies hetzelfde. Het antwoord op beide is de waarheid van Gods Woord.
Maar vervolgens is er een derde soort ongeloof, en dat is wat ik natuurlijk ongeloof noem.
Met andere woorden, als jij gewoon voor jezelf of iemand bidt om genezing, en ze vallen dood neer, dan zullen je ogen, je oren, al je zintuigen jou zeggen dat het niet heeft gewerkt. En dat is niet per se onwetendheid, en niet per se verkeerd onderwijs, het is gewoon dat jij hebt geleerd te vertrouwen op wat je ziet, proeft, hoort, ruikt en voelt. Als jij voor je lichaam bidt om te stoppen met pijn doen, maar je lichaam voelt nog steeds pijn, dan vertelt je lichaam je gedachten van natuurlijk ongeloof. Het is niet demonisch en het is niet verkeerd. Je vijf zintuigen zijn niet van de duivel.
Maar als God je iets zou zeggen om te doen, en je fysieke zintuigen zeggen je dat het niet gaat werken, dan moet je in staat zijn verder te gaan dan die vijf zintuigen. Als God wil dat je iets doet dat ingaat tegen wat jij kunt zien, proeven, horen, ruiken en voelen, dan kunnen je natuurlijke vijf zintuigen jou natuurlijke gedachten van ongeloof geven, die je geloof uit kunnen vlakken.
Het is niet een kwestie van gewoon maar meer het Woord bestuderen. Maar je moet in de aanwezigheid van God binnengaan, en jezelf in een dergelijke mate vernieuwen, dat je een zesde zintuig ontwikkelt. Dit is heel belangrijk. Als al jouw zintuigen je zeggen dat vragen om genezing niet heeft gewerkt, dan ben je in staat een zesde zintuig te ontwikkelen dat je zegt dat het wél heeft gewerkt.
Je kunt zover komen dat je geloof net zo werkelijk voor je wordt als wat je ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt. Dat doe je door tijd door te brengen in het geestelijke gebied en dat is waar bidden en vasten over gaan. Dit is de logica achter vasten. Vasten verandert niets aan God. Vasten zet God niet in beweging. Vasten en bidden laten ook geen demon weggaan. Er bestaat geen demon die je ooit zult tegenkomen, waar vasten en bidden voor nodig zou zijn als toevoeging aan wat Jezus heeft gedaan om hem uit te drijven. Nee, gebed, de naam van Jezus uitspreken in geloof is in staat met welke demon dan ook af te rekenen.
Je vasten en bidden brengt God dus niet in beweging en ook de duivel niet, maar het beweegt jou en het heeft invloed op jou. God alleen voedt je en je kunt je vlees, het lichaam, dat leren. Als je geen tijd hebt besteed aan vasten en bidden, als je niet in de aanwezigheid van God bent geweest, dan zal je lichaam niet reageren op genezing.
Maar je kunt je zintuigen trainen, je kunt ze oefenen om zowel goed als kwaad te onderscheiden, dat staat in Hebreeën 5:14 . En naarmate je dit doet kun je zover komen dat je meer luistert naar wat geloof te zeggen heeft dan wat je lichaam te zeggen heeft. Meer dan wat je emoties te zeggen hebben, meer dan wat je kunt zien, proeven, smaken, ruiken en voelen. En door dat te doen, verminder je het ongeloof.
Het gaat niet per se om hoe sterk je bent in geloof. Je bent sterk of zwak in geloof, afhankelijk van in hoeverre je het met ongeloof hebt vermengd. Als je veel ongeloof hebt, ben je zwak in geloof, als je weinig ongeloof hebt, ben je sterk in geloof. Dat is een meer correcte beschrijving, terwijl klein geloof en groot geloof niet helemaal passend zijn. De waarheid is dat aan een ieder van ons hét geloof van de Zoon van God is gegeven.
Iedere wedergeboren christen heeft precies dezelfde hoeveelheid en kwaliteit van geloof die Jezus had. Wij hebben helemaal geen ‘geloof’ probleem, maar een ongeloof probleem. Schakel de oorzaken van ongeloof in ons leven uit. Honger ons ongeloof dood. Kom tot het punt waarop we zoveel tijd doorbrengen in de geestelijke wereld, denkend aan de dingen van God, dat we niet eens de gedachten van ongeloof hébben.
Bij de meeste mensen is het voor de bediening van genezing niet dat zij geen geloof hebben, maar het feit dat hun geloof ontkracht wordt door ongeloof. En dat komt omdat zij niet zoveel tijd in de aanwezigheid van God hebben doorgebracht, en dat ze zó gewend zijn aan de wereld, dat ze gedachten van ongeloof denken.
De sleutel tot de overwinning in het christenleven is niet per se om dit enorme geloof te hebben, maar veeleer een eenvoudig kinderlijk geloof, een geloof van de omvang van een mosterdzaadje dat niet wordt ontkracht door ongeloof. Je moet het ongeloof dat in de tegenovergestelde richting trekt, los koppelen, en dan is dat kleine mosterdzaadjegeloof van je genoeg om je naar de overwinning te trekken.
Je kunt geloof hebben en een geweldig mens zijn. Je kunt God liefhebben en geweldig geloof hebben. Maar toch heb je tegelijkertijd ongeloof dat je in de andere richting trekt. Honger je ongeloof uit tot dat je eenduidig denkt aan de dingen van God. Als jij jezelf afsluit, zelfs al is het maar voor een week van vasten en gebed, en je aandacht gericht houdt op de Heer, kan dat grote schade aan jouw ongeloof aanrichten.
Het is niet zo dat je daardoor van God meer kracht ontvangt, het veroorzaakt dat het geloof dat je hebt zoveel beter gaat werken, omdat je het ongeloof vermindert dat in de tegenover gestelde richting trekt. En dat is goed nieuws. God wil dat je gezond bent. En als jij dat gelooft, is het enige wat je hoeft te doen, het ongeloof uithongeren tot jouw geloof de resultaten die je verlangt begint voort te brengen.
Mariposiet is een chroom-houdende silicaat. Het is officieel geen erkend mineraal, maar een variant van fengiet, een vorm van mica. Vaak komt het in gesteente voor in combinatie met dolomiet en kwarts. Het chroom in mariposiet geeft het een groene kleur en het is net als veel andere mica’s schilferig.
Marisposiet is vernoemd naar de vindplaats Mariposa in de Verenigde Staten.
Mariposiet wordt vooral gevonden in Canada en de Verenigde Staten.
samenstelling: K(Al,Cr)2(Al,Si)4O10(OH)2