Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Witte waterlelie : Nymphaea alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

l_nymphaea-gonnere

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, witte (zelden rode), geurende bloemen met geel hart en
– de plaats waar ze bloeien …. in het water

 

 

waterlelie-shutter-630

 

 

 

Algemeen

 

Witte waterlelie is een opvallende waterplant van vrij diep, stilstaand tot zwak stromend, voedselrijk tot voedselarm water. Ze is zeer algemeen voorkomend en wordt ook aangeplant. De aangeplante soorten hebben ook gele en roze bloemen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met augustus. De drijvende of iets boven het water uitstekende bloemen verschijnen na de bladeren, zijn variabel in grootte, van 5,5 tot 18 cm in doorsnede, hebben 15 tot 25 witte kroonbladen en vier kelkbladen. De kelkbladen zijn groen of bruinachtig aan de buitenkant en wit aan de binnenkant. ’s Nachts en bij regen sluiten de bloemen zich ter bescherming van het stuifmeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De drijvende, leerachtige bladeren zijn nagenoeg rond met een hartvormige voet, 10 tot 30 cm in doorsnede. De bovenkant is glanzend groen, de onderkant lichtgroen, vaak roodachtig aangelopen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
– waterplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam

Bloem
– wit, zelden rood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 5,5 tot 18 cm
– stervormig
– 15 tot 25 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– stempelschijf met 5 tot 25 stralen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rond
– top rond
– rand gaaf
– voet hartvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

196

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zachte ooievaarsbek : Geranium molle

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

ooievaarzacht-100523-136

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze, in paren staande bloemetjes met
– de van binnen eveneens helder roze stempels en
– de in omtrek ronde, tot de helft gespleten bladeren en
– stengels met lange en korte haren

 

 

zachte_ooievaarsbek_1

 

 

 

Algemeen

 

Zachte ooievaarsbek is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant van 5 tot 40 cm hoog, die bloeit vanaf mei tot de herfst. Ze groeit op open plaatsen met vochtige tot droge, meer of minder voedselrijke, grazige grond, vooral in zandige bermen, op dijken, in gazons en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze van zachte ooievaarsbek is 2-bloemig. De bloemen zijn helder roze. Ze hebben 5 omgekeerd hartvormige, ingesneden kroonblaadjes. De stempels hebben aan de binnenkant dezelfde kleur als de kroonbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels, bladstelen, bloemstelen en kelkbladen zijn behaard met lange en korte afstaande witte haren en korte klierharen. De bladeren zijn in omtrek rond en tot het midden ingesneden. In de herfst kleuren ze rood. De onderste bladeren zijn lang gesteeld en 7- tot 9-delig, de bovenste zijn korter gesteeld en 5-delig.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 5 tot 40 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– 5- tot 9-delig
– in omtrek rond
– top stomp
– rand getand
– handnervig
– behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard, bovenin ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

zachte-ooievaarsbek1

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Witte klaver : Trifolium repens

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_0623-gr-witte-klaver

 

 

Goed te herkennen aan
– het ronde bloemhoofdje met (room)witte vlinderbloemen en
– de halvemaanvormige lichte vlek op de bladeren

 

 

bloemen-witte-klaver1

 

 

 

Algemeen

 

Witte klaver is een zeer algemeen voorkomende soort, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke of brakke tot zilte grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Witte klaver bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemhoofdjes staan op lange bladerloze stelen en ruiken zoet. Ze zijn (room)wit met soms een roze waas. Ze verwelken van (room)wit via roze naar bruin. De uitgebloeide bloemen gaan hangen, de onderste het eerst. Aan de basis van het door de kroonbladen gevormde buisje wordt vrij veel nectar afgescheiden. De bloemen vormen daarom voor langtongige insecten, zoals bijen, een waardevolle nectarbron.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn lang gesteeld, 3-tallig (zelden 4) en voorzien van een halvemaanvormige lichte vlek. Omdat witte klaver een lange liggende stengel heeft, die op elke knoop kan wortelen, is ze moeilijk uit te roeien. Snel woekerend kan ze andere planten verdringen en soms hele tapijten vormen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– roomwit, soms met een roze waas
– vanaf mei tot in de herfst
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– op lange steel, meestal 3-tallig,
zelden 4-tallig
– samengesteld
– rond tot eirond, met
halvemaanvormige lichte vlek
– top stomp of uitgerand
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– bovengronds kruipend
– wortelend op knopen
– glad en kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

witte-klaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Witte engbloem : Vincetoxicum hirundinaria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

51815

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte, stuikachtige vorm en
– de in overhangende bijschermen staande bloemetjes met
– 5 wat bol staande, spitse, witte kroonbladen

 

 

092

 

 

 

Algemeen

 

Witte engbloem is een overblijvende, polvormende plant van 30 tot 120 cm hoog, die groeit op droge, kalkrijke grond op grazige plaatsen. De witte engbloem komt in heel Europa voor. De plant staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en matig afgenomen. Ook staat de plant op de Belgische Rode lijst van planten als met uitsterven bedreigd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met augustus. Ze bloeit met kleine witte bloemetjes, die bijschermen vormen naast de bladoksels. De iets hangende bloemen zijn stervormig. Ze hebben 5 kroonbladen en 5 meeldraden, die in wisselstand met elkaar staan. De kroonbladen zijn spits, de randen iets omgebogen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn aan de rand en aan de onderkant op de nerven kort behaard. Naar boven toe worden de bladeren smaller en de bladstelen korter. Ook de blad- en bloemstelen zijn kort behaard. De stengel is rechtopstaand (soms met overhangende top) en heeft boven het midden 1 rij kromme haren. Bij grotere planten is het bovenste deel van de stengels soms windend. Op te voedzame en te vochtige grond worden de stengels slap en gaan ze hangen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Witte engbloem is zeer giftig. Omdat ze braakneigingen opwekt is ze heel vroeger als tegengif gebruikt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
– overblijvend
– uiterst zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m augustus
– bijscherm
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– donkergroen tot blauwgroen

Stengel
– rechtop
– 1 rij haren
– rond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Wilde akelei : Aquilegia vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

2541480761_61680fe101-wilde

 

 

Goed te herkennen aan
de grote (3 – 5 cm), knikkende, paarsblauwe bloemen, met 5 uitstaande bloemdekbladen en 5 gespoorde nectariën in dezelfde kleur

 

 

60

 

 

 

Algemeen

 

Wilde akelei is een overblijvende plant van 45 tot 60 cm hoog. Ze groeit op vochtige, kalkrijke grond op lichte plekken in loofbossen, in beschaduwd grasland en in de duinen. Ze is vrij zeldzaam en wordt ook aangeboden als tuinplant. Als de kleur paarsblauw is, is het niet meer mogelijk om te bepalen of het gaat om wilde of door verwildering ontstane exemplaren. Andere kleuren, zoals wit, roze, rozerood of roodpaars, planten met gevulde bloemen of met bloemen met gereduceerd spoor zijn altijd exemplaren, die verwilderd zijn.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde akelei bloeit vanaf mei tot en met juli met grote, paarsblauwe, knikkende bloemen, die in losse, armbloemige trossen aan het einde van de gebogen stengel en zijstengels staan. Na de bloei strekken de stengels zich en staan de vruchten rechtop. De bloemen hebben 5 uitstaande bloemdekbladen. De nectariën staan rechtop tussen de bloemdekbladen in, hebben dezelfde kleuren en aan de bovenkant een naar binnen gekromde spoor.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn gesteeld, bovenkant groen en kaal, onderkant blauwgroen en behaard. De wortelbladen zijn het langst gesteeld, dubbel 3-tallig met gelobde blaadjes, de bovenste zijn 3-tallig tot 3-spletig, de hoogste bijna zittend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot zeldzaam
– ook als tuinplant
– 45 tot 60 cm

Bloem
– paarsblauw
– vanaf mei t/m juli
– armbloemige losse tros
– gespoord
– 3 tot 5 cm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– (dubbel) 3-tallig tot 3-spletig
– top stomp
– rand gelobd of gaaf
– veernervig
– onderkant blauwgroen en behaard
– bovenkant groen en kaal

Stengel
– rechtop
– kort behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

 

Wilde reseda : Reseda lutea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_1527-gr-wilde-reseda

 

 

Goed te herkennen aan
– de aarvormige volle bloeiwijze met licht geelgroene 6
(soms 7)-tallige bloemetjes en
– de gedeelde bladeren

 

 

32f5bcb7dcc74c75a5eb58b19ed308f2

 

 

 

Algemeen

 

Wilde reseda is een overblijvende plant van 20 tot 60 cm hoog. De soort komt in België en Nederland vrij algemeen voor op open, zonnige, droge plaatsen met omgewerkte grond, in bermen, duinen en graslanden, maar vooral langs spoorlijnen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met september. Ze bloeit met aarvormige bloemtrossen, die tijdens de bloei langer worden. De niet geurende licht geelgroene bloemetjes komen wat rommelig over. Ze zijn duidelijk gesteeld en hebben meestal 6 (soms 7) gedeelde kroonbladen, waarvan de bovenste twee langer zijn.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn diep veervormig ingesneden, vlak maar ook vaak gekroesd. De stengel is rechtop en vanaf de grond vertakt, waardoor wilde reseda vaak breed uitgroeit.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

resedafamilie (Resedaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeldzaam
– 20 tot 60 cm

Bloem
– licht geelgroen
– vanaf mei t/m september
– aarvormige tros
– stervormig
– 6 mm
– 6 (soms 7) kroonbladen, niet   vergroeid
– 6 (soms 7) kelkbladen
– meer dan 12 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet gevleugeld
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne kop a4

Weegbreezonnebloem : Doronicum plantagineum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

weegbreezonnebloem50

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, gele, lang gesteelde zonnebloemachtige bloemenhoofjes
– met lijnvormige omwindselblaadjes en
– de gesteelde, grote rozetbladeren met wigvormige voet

 

 

img_3399-gr-weegbreezonnebloem

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Weegbreezonnebloem is een overblijvende stinsenplant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is oorspronkelijk afkomstig uit Zuidwest-Europa. Ze groeit op vochtige, zandige, voedselrijke grond op lichte plaatsen in loofbossen bij buitenplaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Weegbreezonnebloem bloeit in mei en juni met opvallende, helder gele bloemenhoofdjes, die lijken op kleine zonnebloemen. De hoofdjes staan alleen of met 2 tot 3 op lange stelen. Ze richten zich naar het licht. De omwindselblaadjes zijn lijnvormig. De straal- en buisbloemen zijn geel, het stuifmeel en de stampers donkergeel, waardoor het hart donkerder kleurt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– stinsenplant
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– mei en juni
– hoofdje
– straal- en buisbloemen
– 5 tot 8 cm

Blad
– enkelvoudig
– netnervig
– behaard
– rozetbladeren :
– wortelstandig
– eirond tot ellipstisch
– top stomp
– rand gaaf of ondiep getand
– voet wigvormig
– gesteeld

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond, gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

19093960605_6d660b66b1_b

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Winterpostelein: Claytonia perfoliata

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

Winterpostelein: Claytonia perfoliata

 

De winterpostelein of kleine winterpostelein (Claytonia perfoliatasynoniemMontia perfoliata) is een eenjarige plant uit de familie Montiaceae. Vroeger was de soort opgenomen in de posteleinfamilie (Portulacaceae). De soort groeit in Noord-Amerika. Via Cuba is de plant naar West-Europa gekomen. De soort wordt in Engeland, Frankrijk BelgiëNederland en Duitsland verbouwd als winterharde postelein, maar komt in al deze landen ook verwilderd voor. Vanwege de route waarlangs de plant in Europa arriveerde, wordt de plant in Duitsland ‘Kubaspinat’ genoemd.

 

 

Winterpostelein
Winterpostelein - overzicht
Winterpostelein – overzicht
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Montiaceae
Geslacht: Claytonia (Winterpostelein)
Soort
Claytonia perfoliata
Donn ex Willd. (1798)
Blad en bloem
Blad en bloem

 

Kenmerken

 

De plant is 15-40 cm hoog en tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de schotelvormige bladeren, waar de stengel door heen lijkt te groeien. Het betreft hier een tweetal bladeren, die tezamen vergroeid zijn. Dit zijn geen  kelkbladeren, maar naar de bloem opgerukte gewone bladeren. De gewone blaadjes hieronder hebben een schop-vorm.

De gewone bladeren zijn 2-3 cm groot. De twee om de bloemstengel vergroeide bladeren zijn groter. De witte bloemen zijn klein met 2-3 mm lange kroonbladen. Deze meerjarige plant bloeit van april tot juni. In maart gezaaid bloeit de plant van juni tot in de herfst. De 1 – 1,5 mm grote zaden hebben een mierenbroodje.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam Claytonia komt van John Clayton, een botanicus uit de 17e eeuw. De naam perfoliata (Latijn: per door +folium blad) is gebaseerd op het feit dat de stengel door 2 tot een schotel aaneengegroeide bladeren groeit.

 

 

Teelt

 

planten half oktober

 

 

Wie de plant wil telen kan in juni en juli zaaien, waarbij de zaadhoeveelheid 10 g/m² bedraagt. Een onderlinge afstand van 10 cm tussen de rijen is gewenst. Voor de teelt onder glas moet in de tweede helft van augustus gezaaid worden, waarbij de eerste oogst in november en de tweede in maart valt.

Reeds jonge planten kunnen in de herfst geoogst worden. Wanneer men het hart laat staan, maakt de plant weer nieuwe bladeren. De oogst dient in maart afgesloten te worden voordat de plant gaat bloeien.

Het plantje heeft een sterke voorkeur voor zandige gronden, en zal dus in tuinen met goede grond niet snel als onkruid woekeren. Wel stelt het eisen aan de vochtigheid: het heeft behoefte aan constant vochtige grond. De plant verwacht een zuurgraad tussen 6,1 en 7,8.

 

 

Zaadteelt

 

Zaden

 

 

Voor de teelt van zaad moet er half maart gezaaid worden. De bloei begint in juni tot in de herfst. De zaaddozen moeten voordat ze op de grond vallen geplukt en gedroogd worden.

 

 

 

Gebruik

 

De plant is tegen vorst bestand en daardoor in het vroege voorjaar een belangrijke bron van vitamine C en mineralen als calciummagnesium, en ijzer. In Amerika werd de plant door zowel Indianen als de goudzoekers in Californië gewaardeerd. Voor deze laatsten was het een belangrijk bestrijdingsmiddel van scheurbuik in het vroege voorjaar, wanneer zij gebrek aan vitamine C hadden. Diverse stammen waaronder de Zwartvoetindianen waardeerden overigens niet alleen de zachte blaadjes, maar ook de knollen, die ook eetbaar zijn evenals de wortels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Schefflera of de vingersboom

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Schefflera’s hebben typerend blad. Hier dankt deze kamerplant zijn Nederlandse naam aan. Namelijk Vingersboom. De Schefflera komt van oorsprong uit Australië. De plantenfamilie is Araliaceae.

 

 

Schefflera+Amate_510x768

 

 

 

 

Schefflera onderhoud

 

 

Water geven

 

Schefflera’s verbruiken matig water. In de zomer staat de kamerplant het liefst in licht vochtige grond. In de winter mag de grond tussen de gietbeurten een beetje indrogen. Bij twijfel kan beter gewacht worden met water geven. In de zomer ongeveer eens per week water geven en in de winter eens per 10 dagen (afhankelijk van o.a. de hoeveelheid water)

De hoeveelheid is onder andere afhankelijk van de potmaat, temperatuur en lichtintensiteit. Hoe groter de pot, hoe meer water de grond kan opnemen, zonder dat de wortels in een laagje water staan. Voelt de grond na 5 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder water. Is de grond na 2 dagen al kurkdroog, geef dan iets meer.

 

 

 

Sproeien

 

De Schefflera sproeien is niet noodzakelijk maar wel wenselijk. Sproei af en toe het stof van de bladeren zodat meer zonlicht het blad bereikt.

 

 

 

 

 

Standplaats

 

De Schefflera staat graag op een lichte standplaats zonder al teveel direct zonlicht. 3 tot 5 uur direct zonlicht per dag is voldoende. Lichtere soorten zoals de Gold Capella of Trinette staan liever op een lichtere standplaats ten opzichte van hun donkergroene soortgenoten. De lichtere soorten hebben namelijke minder bladgroenkorrels in hun blad. Plaats deze op een locatie met ongeveer 5 uur direct zonlicht.

Geschikte afstanden voor het raam voor donkergroene soorten: Raam op het zuiden: 3-4 meter. Raam op het oosten/westen: 2-3 meter. Raam op het noorden 1-2 meter. De lichtere soorten mogen 1 tot 2 meter dichterbij het raam.

 

.

.

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 16 °C
‘S nachts: +/- 12 °C

.

.

.

Verpotten

 

Het verpot een Scheffera eens per 3 jaar en vervang elk jaar de toplaag met verse aarde. Doe dit bij voorkeur in de lente omdat in deze periode eventuele beschadigde wortels sneller herstellen. Verpotten direct na de aanschaf kan ook. Wees buiten het groei seizoen wel extra zuinig met water geven. Zo gaan de wortels sneller opzoek naar water en herstellen daardoor sneller. Gebruik een plantenbak waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Gebruik universele potgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Na 6-8 weken zijn de voedingsstoffen in de aarde verbruikt. Het is dan raadzaam de Schefflera te bemesten. Gebruik hiervoor vloeibare voeding voor groene kamerplanten. Kijk voor de juiste dosering op de verpakking. Gebruik nooit meer als aangegeven op de verpakking, liever iets minder. Bemesten in de herfst en winter is overbodig en kans zelfs schadelijk zijn.

 

 

Schefflera_arboricola3

 

 

Verkleurende bladeren

 

Bruine of gele bladeren zullen van de binnenplant afvallen. Dit vallende blad is vaak een teken dat de plant een tekort heeft aan zonlicht. Plaats de kamerplant in dit geval een meter dichterbij het raam. Of lees hierboven meer over de lichtbehoefte van de Schefflera. In mindere mate is tocht of kou de oorzaak van vallend blad.

Vaak wordt ten onrechte gedacht dat vallend blad een teken is van te weinig water. Men geeft vaak meer water waardoor wortels gaan rotten en vervolgens zal dit leiden tot nog meer bladval.

 

 

Snoeien

 

Snoei de Schefflera elk najaar. Zo kan bereikt meer licht de kern van de kamerplant gedurende de winter. In de lente zal de binnenplant opnieuw uitlopen. De Schefflera zal vertakken na het snoeien. Hierdoor krijg je een volle en toch compacte kamerplant. Vooral uitlopers kunnen het beste teruggesnoeid worden tot in de kruin.

 

 

 

 

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen kan door stekken. Plaats een kopstek van ongeveer 10 cm met 2 bladeren in water. Zorg voor een temperatuur van ongeveer 24 graden en vermijd direct zonlicht. Plaats de stek in vochtige grond wanneer er wortels verschijnen.

 

 

Bloemen

 

Schefflera’s kunnen prachtige bloemen krijgen, maar helaas zal dit niet snel gebeuren in woonkamers.

 

 

 

 

 

Giftig?

 

Schefflera’s zijn licht giftig. Het sap kan de huid irriteren. Ook is het blad schadelijk na inname door dieren of kinderen.

 

 

Ziektes

 

De Schefflera krijgt last van wolluis door tocht. Spuit met een krachtige waterstraal zoveel mogelijk ongedierte van de plant. Eventueel vervolgen met een chemische bestrijding.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Wede : Isatis tinctoria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

isatis-tinctoria-wede-02

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele pluimen kleine bloemetjes en
– bruin-zwarte hangende vruchten en
– lancetvormige blauwgroene bladeren met witachtige middennerf

 

 

wede1

 

 

 

Algemeen

 

Wede is een overblijvende plant, die tot 1,20 meter hoog kan worden. Wede is zeer zeldzaam. Oorspronkelijk komt wede van de steppen uit Oost-Europa en Azië.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wede bloeit in mei en juni met kleine gele bloemetjes.

 

 

 

 

 

Blad

 

De blauwachtig groene bladeren zijn glad en hebben een licht gekleurde middennerf. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bovenste omvatten de stengel met een pijlvormige voet.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

Opvallend zijn de vruchten van de wede. De vruchten hangen en zodra ze beginnen te rijpen worden ze bruin-zwart. Ze zijn 1 (of 2)-zadig.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Wede is een waardplant van de oranjetip en het groot koolwitje. Tot in de 19de eeuw werd wede gekweekt voor de bereiding van blauwe verfstof. Deze kwekerijen verdwenen toen de Europeanen de kleurstof indigo uit India naar Europa brachten.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– zeldzaam voorkomend
– 60 tot 120 hoog

Bloem
– geel
– mei en juni
– tros
– stervormig
– 2,5 tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancet- of pijlvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet pijlvormig, (half)
stengelomvattend
– veernervig, middelste nerf licht
gekleurd
– blauwachtig groen

Stengel
– rechtop
– grijsgroen, soms wat paars
aangelopen
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

wede

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne kop a4