categorie: Religie/video/Openbaring
Bijbel College Openbaring deel 11
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
Eén van de meest mysterieuze en intrigerende aspecten van Jezus is de manier waarop Hij bad. We hebben slechts de beschikking over kleine gedeelten van Zijn gebeden, zoals deze in de Evangelies zijn vastgelegd.
Het staat geschreven dat Hij soms de hele nacht lang bad. De Bijbel vertelt ons dat Hij in de hof van Getsemane bloed zweette, zo groots was Zijn gesprek met Zijn Vader.
Zijn laatste vastgelegde gebed zijn de bekende woorden: “Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.” Deze uitdrukking van volkomen onderwerping aan wat er zou gaan gebeuren staat in schril contrast met onze menselijke neiging om confrontaties en de dood te ontwijken.
Er is niet vastgelegd dat Jezus ooit in het openbaar bad. Hij leerde Zijn volgelingen om hun geestelijkheid niet te gebruiken om de aandacht op zichzelf te vestigen, zoals de priesters in die tijd gewoonlijk deden.
Hij bad in afzondering. Om precies te zijn, Hij trok zich op een eenzame plek terug zodat hij niet door anderen zou worden afgeleid. We kunnen Zijn voorbeeld volgen door een stille plek voor onszelf te reserveren en ons gebed op een dusdanig tijdstip te plannen dat we minder snel door familie, vrienden of andere afleidingen worden gestoord. Je op God concentreren is de voornaamste gedachte, zodat we Zijn antwoord kunnen horen.
De Bijbel leert ons dat we ten alle tijde een “biddende houding” moeten aannemen. Eén van de prachtigste aspecten van bidden is dat we zelfs kunnen bidden als we aan het werk zijn, als we thuis zijn, of op andere plaatsen. We kunnen zelfs bidden als we in de auto rijden. Een biddende houding betekent dat we ons steeds bewust moeten zijn van de aanwezigheid van God en dat Hij altijd luistert.
“Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet” (Jakobus 5:16). Dit betekent dat de kleinste vurige verzoeken met dezelfde kracht door God worden ontvangen als een lang gebed: “Ik geloof” heeft de macht om jouw leven te veranderen.
Toen Zijn discipelen Hem vroegen om hen te leren bidden, leerde Hij hen het “Onze Vader”. Dit gebed leerde hen om God te eren, om Zijn perfecte wil voor hun levens na te streven, om Hem te vragen in hun behoeften te voorzien, om Zijn voorzieningen te verwachten en om zichzelf in dienstbaarheid op te offeren.
Een aardige manier om te onthouden welke dingen jij in je gebed kunt opnemen is :
God prijzen,
vreugdevol zijn,
vraag wat je zou willen, en
geef je aan Hem over.
Deze vier eenvoudige dingen vormen een geweldige fundering waar jij je gebeden op kunt bouwen.
Bidden is tweerichtingsverkeer. Onze vader in de Hemel verlangt ernaar om met ons te communiceren. Wij hebben deze wonderbaarlijke mogelijkheid gekregen om “tweerichtingsgesprekken” met onze Schepper te voeren. Hij kent onze harten en gedachten al, maar als we deze aan Hem verwoorden, dan laten we onze lasten en onze verlangens los.
Wanneer wij God in vertrouwen nemen, dan maakt Hij Zijn antwoorden aan ons bekend. We bidden niet alleen om onszelf te horen denken of praten. Bidden bouwt aan de relatie die we met Hem hebben. Bidden bouwt aan ons geloof.
God reageert op ons geloof, niet op onze behoeften. Bidden is de handeling waarmee ons geloof wordt uitgezonden. Ook wij kunnen bidden zoals Jezus dat deed.
Ieder van ons verlangt naar een verbinding met iemand die zich kan identificeren met onze omstandigheden en met wie we ons dagelijkse leven kunnen delen. En dat is precies wat een gebed is: een persoonlijke ervaring en een intieme verbinding met onze liefdevolle Hemelse Vader.
1 Johannes 5:14-15
“Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”
God wordt op vele manieren beschreven: van een onpersoonlijke levenskracht tot een welwillende, persoonlijke, almachtige Schepper. Hij is ook al bij vele namen genoemd, zoals “Zeus”, “Jupiter”, “Brahma”, “Allah”, “Ra”, “Odin”, “Ashur”, “Izanagi”, “Viracocha”, “Ahura Mazda” en “de Grote Geest”. Hij wordt door sommigen gezien als “Moeder Natuur”, door anderen als “Vader God”. Maar wie beweert Hij zelf te zijn?
Wat heeft God over Zichzelf aan ons geopenbaard? Allereerst noemt Hij zichzelf “Vader”, nooit “Moeder”, wanneer Hij over Zichzelf spreekt in de context van ouderschap. Hij noemt Zichzelf “een Vader voor Israël” en in één geval, toen zijn “kinderen” bijzonder oneerbiedig tegen Hem waren, zei Hij tegen hen:
“Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de Heer van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij?”
Zijn profeten erkenden Hem als Vader door te zeggen: “Toch, Heer, bent u onze vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen.”
En: “Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen?” Nooit noemt God Zichzelf “Moeder” en nooit wordt Hij zo door de profeten beschouwd. God “Moeder Natuur” noemen is vergelijkbaar met je aardse vader “mama” noemen.
Pasteltekening van John Astria
Wie is God wat betreft Zijn morele eigenschappen? Hij zegt dat Hij geniet van rechtvaardigheid en oprechtheid:
“… De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij mij kent, inziet dat ik, de Heer, dit land liefde schenk, rechtvaardigheid en recht, want daar schep ik behagen in.”
“Want ik, de Heer, heb het recht lief, ik haat offers van roofgoed…”
Rechtvaardigheid en onpartijdigheid zijn erg belangrijk voor God. Maar net zozeer erbarmen en genade. Dus terwijl God iedereen verantwoordelijk houdt, ieder voor zijn eigen leven, reikt Hij met Zijn genade uit naar de berouwvolle zondaar. Hij belooft:
“Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven. Denken jullie dat ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft. Want de dood van een mens geeft me geen vreugde. Kom tot inkeer en leef!”
Met dood bedoelt God niet echt de lichamelijke dood, waar wij meteen aan zouden denken. In plaats daarvan verwijst God naar een gebeurtenis in de eeuwigheid, na onze lichamelijke dood. De Schriftteksten verwijzen naar deze gebeurtenis als de “tweede dood”.
De eerste dood scheidt ons van onze lichamen en verwijdert ons uit deze wereld. De tweede dood is anders. Deze is ook een scheiding, maar in dit geval de scheiding van de éne groep mensen van de andere: mensen die gerechtvaardigd en vergeven zijn aan de ene kant, en mensen die boosaardig en zonder berouw zijn aan de andere kant. Over deze twee groepen zal afzonderlijk worden geoordeeld.
De ene groep zal beloond worden op basis van de goede dingen die zij gedaan hebben. Hun slechte daden zullen hierin niet in beschouwing worden genomen, maar door God vergeven worden. De andere groep zal beoordeeld worden op basis van het kwaad dat zij hebben gedaan, en hun goede daden zullen hen niet redden van hun straf.
God zegt:
“Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven. Kom tot inkeer en leef!”
Op deze manier ziet God er op toe dat gerechtigheid uiteindelijk zegeviert, maar dat genade wordt verleend aan mensen die nederig en berouwvol zijn.
God heeft een voorziening gemaakt voor mensen die berouw willen tonen. Het is een voorziening die mensen redt van hun zonden, als zij op goede voet met Hem willen staan. Hij stuurde een Messias, een Dienaar die vrijwillig leed en een plaatsvervangende dood stierf om de prijs te betalen voor de zonden van de mensen die tot inkeer willen komen en op Hem willen vertrouwen.
De Bijbel zegt:
“Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard? Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op zich neerkomen.
Wanneer we de namen Adam en Eva horen, dan denken we dan aan het verloren paradijs, ongehoorzaamheid, zonde en het kwaad dat in de wereld kwam? Maar wanneer we het boek Genesis goed lezen, zien wij ook een andere kant van het eerste mensenpaar. Want zij hebben God niet vaarwel gezegd.
Na hun overtreding mochten ze niet meer in de tuin van Eden wonen. Het klinkt misschien vreemd, maar het was een straf uit liefde. God wilde niet dat ze na de overtreding nog van ‘de boom des levens’ zouden eten, waardoor ze eeuwig zouden voortleven in hun moeiten. Hij liet hen echter niet aan hun lot over. Als een liefdevolle Vader leerde Hij hen te leven buiten de beschermde tuin.
God zorgde voor de eerste levensbehoeften, zoals kleding. Maar eerst werd de verleider aangepakt. “God, de Heer, zei tegen de slang:
‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel’ ” (Genesis 3:14-15).
Zo beloofde God Adam en Eva, nog voordat Hij over hen een oordeel uitsprak, dat eens de gevolgen van hun zonde uitgewist zouden worden. Pas daarna hoorden Adam en Eva wat het gevolg van hun overtreding was voor henzelf.
“Tegen de vrouw zei Hij: ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’ Tegen de mens zei Hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zweten zul je voor je brood totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug’” (Genesis 3:16-19).
In vers 20 komen we voor het eerst de naam Eva tegen. Adam had zijn vrouw mannin genoemd, gewoon de vrouwelijke vorm van mens of man. Nu gaf hij haar dus de naam ‘Eva’, wat leven betekent. Hiermee liet hij zien dat hij God geloofde: uit zijn vrouw zou nieuw leven geboren worden. Het leven was voor Adam en Eva nu totaal anders geworden, ze zullen vaak met weemoed hebben gedacht aan het leven in de tuin. Maar de liefde voor God hadden zij niet verloren.
Bij de geboorte van hun eerste kind zei Eva: “Met de hulp van de Heer heb ik het leven geschonken aan een man” (4:1). Zij dankte God dus voor het nieuwe leven dat zij ontving. Zij noemden hun eerste zoon Kaïn (bezit), de tweede Abel (adem). Naast hen kregen zij nog andere zonen en dochters. Ze leerden hen alles over God. Het leek alsof Kaïn en Abel de Heer liefhadden.
De Bijbel vertelt dat zij Hem een offer brachten. God zag de gezindheid van Abel en zijn offer; hij was rechtvaardig in Gods ogen, en Hij zegende hem. God zag de gezindheid van Kaïn en zijn offer; hij was vervuld van jaloezie en hebzucht, en God zegende hem niet.
De oudste zoon, waar ze zo blij mee waren, en waar ze God voor gedankt hadden, liet toen zien hoe erg de zonde is. Zijn jaloezie werd haat en hij doodde zijn broer. De dood was toen voor Adam en Eva werkelijkheid geworden. Het gevolg van de zonde drong steeds meer tot hen door. Zij zagen wat het betekent: ‘stof ben je, tot stof keer je terug’.
Vol verdriet zagen zij het lichaam van Abel. Kaïn was door God weggestuurd. Zo verloren zij twee zonen op één dag. Maar Adam en Eva kregen meer kinderen. Ze bleven hen de weg van God leren. Vol vreugde zagen zij dat één van hen in gezindheid op Abel leek. Ook hij gehoorzaamde God. Ze noemden hem Set (vervanging), “want”, zei Eva, “God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven” (Genesis 4:25). Zij zei niet in de plaats van Kaïn, nee in de plaats van Abel.
In die tijd werden de mensen erg oud. Van Adam lezen we: “In totaal leefde Adam 930 jaar”. Het eerste mensenpaar bracht vele kinderen groot. Zij zagen twee soorten mensen ontstaan: nakomelingen van Set, die voor hen een vreugde waren en nakomelingen van Kaïn, die goddeloos en gewelddadig waren.
Voor Adam en Eva moet dat laatste een groot verdriet zijn geweest, wetende dat zij verantwoordelijk waren voor het kwaad dat in de wereld was gekomen. Het was een troost dat nakomelingen van Set waren als Abel. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige:
“… en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.” (Hebreeën 11:4)
en in vers 39:
“Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan” (Hebreeën 11:39).
Deze belofte, waar ook Adam en Eva naar uitkeken, is vervuld in het ware nageslacht van de vrouw: Jezus Christus.
Pasteltekening van John Astria
Pasteltekening van John Astria
De ark van het verbond betekent voor verschillende mensen verschillende dingen. Voor sommigen is de ark een mystiek object met angstaanjagende bovennatuurlijke krachten. Voor anderen is het een oudheidkundig artefact met een groot godsdienstig belang, vergelijkbaar met de heilige graal. Vanwege de vele verschillende mythen waarmee de ark is omgeven, is het de moeite waard om zijn ware oorsprong en doel eens nader te bekijken.
De ark van het verbond wordt in de Bijbel voor het eerst vermeld in Exodus 25. Na de bevrijding van Israël uit de slavernij in Egypte draagt God Mozes op om een tabernakel (een soort tent) te bouwen waarin de Israëlieten God zullen aanbidden. De ark van het verbond werd in een speciaal gedeelte van de tabernakel ondergebracht, wat bekend stond als het “Allerheiligste”.
De ark was het heiligste object in de tabernakel. God gaf hen gedetailleerde aanwijzingen voor de bouw van de ark. Hij moest vervaardigd worden van acaciahout en beslagen worden met goud. De ark moest tweeënhalve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog zijn (een el is ongeveer 45 centimeter). Bovenop de ark bevonden zich twee gouden cherubijnen (engelen) die met hun vleugels het gedeelte van de ark bedekten dat bekend stond als de “Verzoeningsplaat”.
De ark van het verbond bevatte drie objecten die heel belangrijk waren voor de Israëlieten. Ten eerste waren dit de twee stenen tafelen met de Tien Geboden. De Tien Geboden waren het fundament van het verbond tussen God en Israël, die meestal de “Mozaïsche Wet” of kortweg “de Wet” genoemd wordt (Exodus 31).
Het tweede belangrijke voorwerp in de ark was de staf van Aaron. God liet de staf van Aaron op wonderbaarlijke wijze bloeien om de andere stammen van Israël te laten zien dat het Zijn wil was dat Aaron de leiding zou hebben over het priesterschap (Numeri 17).
En het derde object was een gouden kruik gevuld met manna. Manna was het voedsel dat de Israëlieten op wonderbaarlijke wijze van God aangereikt kregen tijdens hun veertig jaar van omzwervingen in de woestijn (Exodus 16).
De ark van het verbond was de plaats waar God Zijn aanwezigheid op aarde manifesteerde. Wanneer de Israëlieten zich verplaatsten, ging de ark ging altijd voor hen uit. De ark was in de tabernakel het middelpunt van de aanbidding van God. Daarnaast beschermde hij de Israëlieten ook in veldslagen door tegenstanders op bovennatuurlijke wijze te verslaan (Jozua 6:3-4). De Israëlieten wendden zich ook tot de ark om God om leiding en wijsheid voor het volk te vragen (Numeri 7:89, Exodus 25:22).
De ark van het verbond was meer dan een speciaal meubelstuk met bovennatuurlijke krachten; de ark was voor de Israëlieten ook het middel om een relatie met God te hebben. De ark van het verbond kon maar één keer per jaar, op Jom Kippoer (de Joodse “Grote Verzoendag”), benaderd worden door een hogepriester.
Op deze dag ging de hogepriester het Allerheiligste binnen met het bloed van een offerlam. Het was ook de enige dag waarop Gods aanwezigheid zich tussen de twee cherubijnen manifesteerde. De hogepriester sprenkelde het bloed van het offerlam op de verzoeningsplaat.
Zodra het bloed van het lam door God werd ontvangen, werd het een boetedoening (een bedekking) voor de zonden van de hogepriester en van het hele Israëlitische volk. Dit ritueel werd onophoudelijk uitgevoerd, jaar in jaar uit. De ark van het verbond speelde een sleutelrol in de vergeving van hun zonden.
.
Op het eerste gezicht lijken de bloedoffers die verbonden zijn aan de ark van het verbond enigszins verontrustend. Het slachten van dieren en het offeren van hun bloed riekt naar occultisme. Maar we moeten goed begrijpen dat deze offergaven niet bedoeld waren om de toorn van een bloeddorstige godheid te pacificeren. God verlangt helemaal niet naar het bloed of het lijden van hulpeloze lammeren (Hebreeën 10:8).
De Bijbelse tekst toont ons herhaaldelijk dat zonden onvermijdelijk de dood tot gevolg hebben. De offergave van het lam wijst op de ernst van de zonde. Zonden vereisen altijd een boetedoening (een “betaling”), zodat God rechtvaardig kan zijn (Hebreeën 9:22). Gods erbarmen maakte het mogelijk dat de zonden van Israël op een lam konden worden overgedragen.
En nog belangrijker, deze offers waren een voorafschaduwing van een grotere offergave die nog moest plaatsvinden: het offer van de Joodse Messias, Jezus Christus. God wist dat deze voortdurende offergaven een onvoldoende betaling zouden zijn voor de zonden van Israël, laat staan voor de zonden van de hele mensheid. Daarom gaf God ons Jezus Christus als het ultieme offerlam.
Zijn dood werd de grootste liefdesdaad in de hele geschiedenis. Een Romeins kruis werd de ark waarop Christus werd geofferd. Met het bloed van Christus werd voor eens en altijd betaald voor de overtredingen van alle mensen die bereid zijn om Hem als hun Redder te aanvaarden (Johannes 3:16).
De ark van het verbond verdween ergens vóór of tijdens de Babylonische invasie van Jeruzalem in 586 voor Christus uit de Joodse Tempel. In afwachting van de verdwijning van de ark schreef de profeet Jeremia:
“En als jullie in die tijd in aantal toenemen en dit land weer zullen bevolken, zal niemand meer over de ark van het verbond met de Heer spreken. Die komt in niemands gedachten op, hij wordt niet meer genoemd of gemist, en wordt niet opnieuw gemaakt” (Jeremia 3:16).
Al voor de tijd van Jezus openbaarde de profetie van Jeremia dat er in de toekomst geen behoefte meer zou zijn aan de ark van het verbond. God had een beter Verbond dat Hij in werking zou laten treden, het Nieuwe Verbond in Zijn Zoon, Jezus Christus.
Pasteltekening van John Astria
Bestaat er enig archeologisch bewijs voor Jezus? Hebben we feitelijke locaties of artefacten die getuigen van de historische waarheid van Jezus Christus? Het is opmerkelijk dat er in de afgelopen decennia belangrijk bewijs is aangetroffen voor het leven, de leer, de dood en de opstanding van Jezus.
Het bewijs voor Jezus begint met Zijn geboorteplaats in Bethlehem. De Geboortekerk wordt in het algemeen als een geloofwaardige historische locatie beschouwd. De grot waarin Christus geboren zou zijn, is gemarkeerd met de rijk versierde Ster van Bethlehem. De kleine stad wordt nog steeds omgeven door terrasvormige heuvels waarop herders hun kuddes weiden.
Het dorp Nazareth, waar Christus Zijn jeugd doorbracht, bestaat vandaag de dag nog steeds aan het Meer van Tiberias. In recente droge seizoenen zijn oude havens gevonden die overeenkomen met de Bijbelse beschrijvingen. Een Gallilese vissersboot uit de eerste eeuw werd uit de modder opgegraven en behouden. Hoewel we geen idee hebben wie de eigenaar van de boot was, komt deze overeen met het Bijbelse verslag over de vaartuigen die door de discipelen van Christus gebruikt werden.
Kafarnaüm, een dorp dat vaak door Jezus werd bezocht, is grotendeels opgegraven. Interessante locaties in dit dorp zijn onder meer de synagoge waar Jezus een man met een onreine geest genas en de rede hield over het brood van het leven, en het huis van Petrus waar Jezus de schoonmoeder van Petrus en anderen genas.
Andere archeologische locaties die verband houden met de bediening van Christus zijn onder meer :
In Jeruzalem zien we nog steeds de fundamenten van de Joodse Tempelberg die door Herodes de Grote werd gebouwd. Andere belangrijke plaatsen in Jeruzalem zijn:
Het bewijs voor de gebeurtenissen die tot de kruisiging van Jezus leidden begint aan de andere kant van het Kidrondal, bij de Olijfberg. Daar kunnen we tussen de oude olijfbomen naar de hof van Getsemane lopen waar Jezus bad voordat hij gearresteerd werd. Van daaruit kunnen we naar de andere kant van de vallei terugkijken, naar de Gouden Poort waardoor Christus Jeruzalem binnenging om berecht, gefolterd en gedood te worden.
Elders vinden we nog meer bewijs voor Jezus en de mensen die de leiding hadden over Zijn berechting en kruisiging, waaronder een inscriptie met een vermelding van de Romeinse procurator van die tijd, Pontius Pilatus. Ook heeft men de feitelijke beenderen van de Joodse Hogepriester van die tijd, Kajafas, die in een rijk versierd ossuarium zijn behouden.
In Jeruzalem kunnen we op de plaats staan waar Pontius Pilatus zijn uitspraken deed, Gabbata genaamd, en dan de Via Dolorosa bewandelen waarover Jezus Zijn eigen kruis naar Golgota droeg. De enorme Heilige Grafkerk staat volgens de meeste Schriftgeleerden op de locatie van zowel de kruisiging als de begrafenis van Christus. Recentelijk is zelfs een 2000 jaar oud hielbeen, doorboord met een ijzeren spijker, ontdekt in een begraafplaats in Jeruzalem, wat meer licht werpt op de kruisigingen door de Romeinen in de eerste eeuw.
Het bewijs voor Jezus op locaties uit de oudheid bereikt een climax wanneer we het lege graf bekijken dat net buiten de muren van Jeruzalem is gevonden. Hoewel we de exacte locatie van het graf van Jozef uit Arimatea niet weten, biedt deze traditionele locatie die bekend staat als “het Tuingraf” ons een prachtige voorstelling.
Verder kunnen we ons, op de weg naar Emmaus, voorstellen hoe de opgestane Christus meeliep met de twee ontmoedigde mannen die slechts enkele dagen eerder hun leider hadden verloren van wie zij gedacht hadden dat dat Hij de Messias was.
Welke andere gebeurtenis zou een handvol angstige plattelanders ertoe kunnen bewegen om de wereld te verlichten met de dappere prediking van Jezus Christus? Niets minder dan de opstanding van Christus had deze mensen zo sterk kunnen transformeren, het bewijs voor Jezus na Zijn dood en opstanding is verbazingwekkend!
De opstanding van Jezus is de fundering van het christelijke geloof. In de brief van Paulus aan de Korintiërs zegt hij:
“En als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan.” (1 Korintiërs 15:14-15).
“Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden.” (1 Korintiërs 15:17).
Zoals is gebleken, ontkent tegenwoordig geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde of godsdienst dat Jezus een historische figuur was die ongeveer 2000 jaar geleden de aarde bewandelde, dat Hij een groot leraar was, dat Hij wonderen verrichtte en dat Hij aan een kruis stierf omdat Hij schuldig was bevonden aan godslastering. Daarom bestaat het enige echte dispuut uit de vraag of Jezus al dan niet de Zoon van God was, die na Zijn kruisiging opstond uit de dood.
De opstanding van Jezus wordt tegenwoordig op grond van bewijslast aangevochten. Om eerlijk te zijn moet het bewijs worden beoordeeld zoals dit voor elke andere historische gebeurtenis wordt gedaan. Gebaseerd op de algemeen geldende regels voor de behandeling van bewijslast, zouden voor een partij in een rechtszaak consequente ooggetuigenverslagen van meerdere geloofwaardige ooggetuigen het beste bewijs vormen.
Als we dus zo’n getuigenissen kunnen vinden in geloofwaardige historische verslagen over de opstanding van Christus, dan hebben we dus volgens de traditionele regels een belangrijke uitdaging van het bewijs weten te weerstaan. En in feite hebben we meerdere ooggetuigenverslagen over de opstanding van Jezus.
In 1 Korintiërs 15:3-6 stelt Paulus het volgende vast:
“Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven.”
Studies van de manuscripten geven aan dat dit een zeer vroeg geloofsprincipe was van het christelijke geloof, dat slechts enkele jaren na de dood van Jezus Christus werd geschreven. Het is daarom zeer treffend dat Paulus deze passage afsluit met” “maar waarvan de meesten nu nog leven”. Paulus nodigde hiermee mensen uit om zelf de feiten na te gaan. Hij zou een dergelijke uitspraak hierin niet hebben opgenomen, als hij probeerde om een samenzwering, bedrog, mythe of legende te verbergen.
De opstanding van Jezus werd ook in talrijke andere verslagen beschreven, zoals de verschijning van Jezus
aan Maria uit Magdala (Johannes 20:10-18),
aan andere vrouwen (Matteüs 28:8-10),
aan Kleopas en zijn metgezel (Lucas 24:13-32),
aan elf discipelen en anderen (Lucas 24:33-49),
aan tien apostelen en anderen (zonder Thomas, Johannes 20:19-23),
aan de apostelen (inclusief Thomas, Johannes 20:26-30),
aan zeven apostelen (Johannes 21:1-14),
aan de discipelen (Matteüs 28:16-20),
aan de apostelen op de Olijfberg (Lucas 24:50-52 en Handelingen 1:4-9).
De ultieme geloofwaardigheidstest van deze ooggetuigen is het feit dat velen van hen het martelaarschap ondergingen voor hun ooggetuigenverslagen. Dit is dramatisch! Deze getuigen kenden de waarheid. Welk voordeel konden zij eruit halen om te sterven voor een leugen? Het bewijs spreekt voor zich: dit waren geen godsdienstige fanaten die slechts voor een godsdienstige overtuiging stierven; dit waren de volgelingen van Jezus Christus die stierven voor een historische gebeurtenis: Zijn opstanding die bewees dat Hij de Zoon van God was.
Het christelijke geloof is gestoeld op Jezus Christus en Zijn opstanding. Al voor de Evangelies van het Nieuwe Testament werden geschreven, verkondigden de vroege christelijke leiders al hun geloofsbelijdenis: hun geloof in de dood en de opstanding van Jezus. De christelijke geloofsbelijdenis werd voor het eerst op papier gezet door de apostel Paulus in 1 Korintiërs 15:3-8:
“Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.”
Een van de belangrijkste argumenten tegen het christelijke geloof is dat het verhaal over de opstanding een mythe zou zijn die zich pas een eeuw na de kruisiging van Jezus ontwikkelde. Aanvankelijk dacht men dat de Evangeliën pas zo’n honderd jaar na het leven van Jezus op aarde werden geschreven. Maar recent onderzoek naar de betrouwbaarheid van de Nieuwtestamentische manuscripten en de tekstkritiek hebben tot de conclusie geleid dat de Evangeliën ongeveer 30 tot 50 jaar na Jezus werden geschreven.
De bovenstaande passage van Paulus zo belangrijk omdat Bijbelse Schriftgeleerden hebben vastgesteld dat 1 Korintiërs 15 slechts 3 tot 5 jaar na de dood van Jezus Christus werd geschreven. Dit werd bepaald aan de hand van de historische verslagen van Paulus en zijn vroege reizen naar Damascus en Jeruzalem.
Dit is erg belangrijk omdat deze eerste christelijke geloofsbelijdenis zich zó snel ontwikkelde, dat er geen sprake zou kunnen zijn van een mythologische ontwikkeling. Er was te weinig tijd beschikbaar om het historische verslag van de opstanding te verdraaien.
De Nederlandse vertaling van de geloofsbelijdenis die in Vlaanderen gebruikt wordt:
Ik geloof in God, de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer,
die ontvangen is van de heilige Geest,
en geboren uit de Maagd Maria;
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
gekruisigd is, gestorven en begraven;
die neergedaald is ter helle,
de derde dag verrezen uit de doden;
die opgevaren is ten hemel,
en zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader;
vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest;
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap van de heiligen;
de vergiffenis van de zonden;
de verrijzenis van het lichaam;
het eeuwig leven.
Amen.
Omdat Jezus Christus en Zijn opstanding het fundament van het christelijke geloof vormen, zijn de historische werkelijkheid van Zijn leven, dood en opstanding van cruciaal belang. Want zoals Paulus later in een brief aan de Korintiërs stelde (1 Korintiërs 15:14-17):
“En als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan. Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt. Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden.”
Hoewel het christelijke geloof weliswaar niet volledig op bewijs is gebaseerd, wordt het wel degelijk bevestigd door het beschikbare bewijsmateriaal. Geloof betekent niet dat je je verstand moet uitschakelen en alleen op je hart kunt vertrouwen, of dat je de rede moet negeren ten gunste van emotie. Nee, het christelijke geloof gaat over het opzoeken en kennen van Jezus Christus met alle aspecten van het menselijke karakter. Het gaat over Hem liefhebben met heel je hart, verstand, ziel en kracht.
.
.
.
.
.
De Heilige Rita heeft vele jaren een open wonde op haar voorhoofd gehad. Deze wonde zou er gekomen zijn nadat ze neergeknield zat te bidden voor een kruisbeeld. Ze had dezelfde wonde gekregen die Jezus had in zijn voorhoofd door zijn doornenkroon. Er zijn wel meerdere Heiligen die kruiswonden van Jezus mochten ontvangen, zoals bijvoorbeeld de Heilige Franciscus die de vijf grote kruiswonden kreeg, en Pater Pio die de wonden in zijn handen kreeg. De Heilige Rita kreeg dus de wonde van de doornenkroon.
.
De legende van het roodborstje gaat ook over deze doornenkroon. Het is een heel mooi verhaaltje, omdat het net door zijn mooie legende komt dat het roodborstje als een boodschappertje wordt gezien. Het zien van een roodborstje kan een bijzondere betekenis hebben van bovenuit.
De legende van het roodborstje kent vele verschillende versies en wordt dus op verschillende manieren verteld, maar de essentie is wel altijd dezelfde.
.
.
.
God had de Aarde en de Hemel geschapen, de mens en de dieren. Dit alles op zes dagen tijd en de zevende dag rustte hij. Daarna besloot Hij om de dieren namen te geven. Zo kreeg dus een olifant de naam ‘olifant’ en een leeuw kreeg de naam ‘leeuw’. Elk dier kreeg een naam dat bijzonder was voor zijn soort.
Een klein vogeltje kreeg de naam ‘roodborstje’, maar dit vogeltje had helemaal geen rode kleur in zijn veertjes. Hij vroeg aan God waarom hij dan roodborstje werd genoemd? God zei tot het vogeltje dat hij het zelf moest verdienen om die naam waardig te worden. Het vogeltje wist echter niet hoe.
Generaties lang leefde het roodborstje zonder de typische rode vlek die hij nu heeft. Het beestje was er best wel verdrietig door want hij wist niet hoe hij nu precies die rode kleur kon verdienen. Op de dag van de kruisiging van Jezus treurden niet alleen de mensen, maar ook de dieren en de natuur. Van op een afstand keken verschillende diertjes naar Jezus aan het kruis en ze weenden bittere tranen om zijn lijden.
Het kleine roodborstje kon dit alles niet langer aanzien en wilde iets doen om het lijden van Jezus te verminderen. Hij vloog naar het kruis en keek naar de wonden. De zware nagels in de handen en voeten kon hij er niet uit trekken, tot zijn grote spijt. Maar toen zag hij de doornenkroon en hoe die doorns in het hoofd van Jezus veel pijn veroorzaakten.
Het kleine vogeltje trok met al zijn kracht een grote doorn uit het voorhoofd van Jezus, waardoor er bloed van Jezus op zijn veertjes viel. Deze rode vlek is nooit meer weggegaan, want doordat hij het lijden van Jezus probeerde te verminderen, had hij het verdiend zijn naam waardig te worden en werd hij een echt roodborstje.
Nadat Jezus gestorven was aan het kruis voor de zonden van de mens, werd het donker en brak er een hevige storm los, alsof de wereld ging vergaan. Toen de lente weer kwam en het roodborstje voor nakomelingen zorgde, was er voor het eerst dat de kleine vogeltjes ook een rode vlek kregen.
En ook deze jongen kregen jongen, die op hun beurt een rode vlek kregen. En dit alles omdat er één roodborstje zijn naam had verdiend en om zo de mensen altijd te blijven herinneren aan het lijden van Jezus.
.
.
.
.
Het “gebed om verlossing” is het belangrijkste gebed dat we ooit zullen bidden. Wanneer we er klaar voor zijn om een christen te worden, zijn we er ook klaar voor om ons eerste echte gesprek met God te hebben, met de volgende componenten:
Wanneer we het gebed om verlossing bidden, dan laten we God weten dat we geloven dat Zijn woord waar is. Door het geloof dat Hij ons heeft gegeven kunnen we er voor kiezen om in Hem te geloven. De Bijbel vertelt ons:
“Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.” (Hebreeën 11:6)
Wanneer we bidden, vragen we God dus om het geschenk van onze verlossing. We gebruiken onze vrije wil om te erkennen dat we in Hem geloven. Deze uiting van geloof behaagt God, omdat we er in alle vrijheid voor gekozen hebben om Hem te leren kennen.
Wanneer we het gebed om verlossing bidden, moeten we toegeven dat we gezondigd hebben. Zoals de Bijbel over iedereen, behalve Christus, zegt:
“Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God.” (Romeinen 3:23)
Zondigen is niets anders dan tekort schieten, als een pijl die de roos maar niet kan raken. Wij schieten tekort tegenover de heerlijkheid van God, die alleen in Jezus Christus kan worden gevonden:
“De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.“ (2 Korintiërs 4:6)
Het verlossingsgebed erkent dus dat Jezus Christus de enige mens is die ooit zonder zonde heeft geleefd:
” God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.“ (2 Korintiërs 5:21)
Pasteltekening van John Astria
Met Christus als onze standaard voor perfectie, erkennen we nu ons geloof in Hem als God, in overeenstemming met wat de woorden van de Apostel Johannes:
“In het begin was het Woord [Christus], het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat“ (Johannes 1:1-3)
Omdat God alleen een perfect, zondeloos offer kon aanvaarden en omdat Hij wist dat wij dat doel onmogelijk zouden kunnen bereiken, stuurde Hij Zijn Zoon om voor ons te sterven en de eeuwige prijs te betalen.
“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)
Pasteltekening van John Astria
Ben jij het eens met alles wat je hierboven hebt gelezen? Als dat zo is, begin je nieuwe leven in Jezus Christus dan nu meteen. Bid het volgende met ons:
“Vader, ik weet dat ik Uw wetten heb overtreden en dat mijn zonden mij van U hebben weggehouden. Het spijt me echt en ik wil nu van mijn vroegere zondige leven tegenover U weglopen. Vergeef mij alstublieft en help me om niet meer te zondigen. Ik geloof dat Uw zoon, Jezus Christus, voor mijn zonden stierf, dat Hij uit de dood is opgestaan, leeft en mijn gebeden hoort. Ik nodig Jezus uit om de Heer van mijn leven te worden, om vanaf vandaag in mijn hart te heersen. Stuur alstublieft Uw Heilige Geest om mij te helpen U te gehoorzamen en voor de rest van mijn leven Uw wil te volbrengen. Ik bid hiervoor in de naam van Jezus. Amen.”
Als je dit gebed om verlossing met ware overtuiging en met heel je hart hebt gebeden, dan ben je nu een volgeling van Jezus. Dit is een feit, zelfs als jij je nu niet anders voelt dan voorheen. Godsdiensten hebben jou misschien ooit doen geloven dat je nu iets zou moeten voelen; een warme gloed, een rilling of een soort mystieke ervaring. De werkelijkheid is dat je zoiets zou kunnen voelen… of niet.
Als je het verlossingsgebed hebt gebeden, en je meende het echt, dan ben je nu een volgeling van Jezus. De Bijbel vertelt ons dat je eeuwige redding nu veilig gesteld is!
“Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.” (Romeinen 10:9)
.
.
.
De Heilige Rita en de Heilige Theresia van Lisieux hebben een aantal dingen gemeen. Ze hebben allebei een grote devotie voor Jezus en Maria en ze worden allebei afgebeeld met een kruisbeeld en rozen.
.
.
.
.
De Heilige Rita werd de heilige van de rozen door de legende van de roos die bloeide in haar tuintje van haar huis in Roccaporena, ondanks de dikke laag sneeuw in januari.
De Heilige Theresia, ook wel de kleine Theresia van het kindje Jezus genoemd, beloofde om het te laten rozen regenen na haar dood. En inderdaad, de gunsten die ze reeds verleent heeft, regenden als rozen over de mensen die hun toevlucht tot haar zochten.
.
Nog iets dat de Heilige Rita en de kleine Theresia van het kindje Jezus gemeen hebben, was hun vurige wens om naar het klooster te gaan.
De Heilige Rita bleef ijveren tot ze aanvaard werd en dit duurde vijf jaar. De Heilige Theresia van Lisieux was veertien toen ze de beslissing nam om in te treden. Ze was echter nog te jong en de bisschop wilde haar niet toelaten. De Heilige Theresia legde zich hier niet bij neer en richtte zich tot de paus. Ze trad in het klooster in op vijftienjarige leeftijd, waar ze overleed aan tuberculose op vierentwintig jarige leeftijd. Er wordt gezegd dat de Heilige Theresia best wel koppig was, maar ook een heerlijk gevoel voor humor had.
Haar ouders, Louis en Zélie Martin, zijn heilig verklaard op 18 oktober 2015 door paus Franciscus. Haar geboorte-
huis staat er nog in Lisieux, niet zo ver van de basiliek die er ter ere van haar gebouwd werd. Zowel de Heilige Rita als de Heilige Theresia worden vereerd op een donderdag. Hier is een noveen dat kan gebeden worden voor de Heilige Theresia negen donderdagen achter elkaar. Daarna volgt nog een litanie voor haar.
.
Deze noveen is zeer krachtig. Wie geestelijke of tijdelijke gunsten wil bekomen: volbreng de Noveen op de negen Donderdagen in voorbereiding tot haar feest (1 oktober), of in de loop van het jaar.
.
.
Men mag deze Noveen ook op negen opeenvolgende dagen doen
.
Hemelse Vader, die de Kleine Theresia aan de wereld hebt geschonken om de kinderlijke eenvoud van het Evangelie overal te verkondigen, geef ons de genade, dat wij, door haar voorbeeld voorgelicht, ons in alles met kinderlijk vertrouwen aan uw vaderlijke goedheid overgeven. Wees gegroet …
Minnelijke Jezus, die in de Kleine Theresia de wijsheid van uw Evangelie hebt doen uitschijnen om de dwaasheid van de geest van de wereld te veroordelen, geef ons de genade, dat wij, door uw goddelijk licht bestraald, mogen inzien dat alles ijdelheid is op aarde, behalve God te beminnen en Hem alleen te dienen. Wees gegroet …
Heilige Geest, die in de Kleine Theresia een ware bruid hebt gevonden aan uw barmhartige liefde gans overgeleverd, geef ons de genade, dat wij, door uw goddelijke liefde bezield, aan uw geheime inspraken gewillig geloof geven en uw heiligende werking getrouw volgen. Wees gegroet… Bid voor ons, Heilige Kleine Theresia, opdat we de beloften van Christus waardig worden.
Laten wij bidden, Heilige Kleine Theresia van het kind Jezus in wier hart Maria zulk een grote plaats innam, leer ons de Hemelse Moeder met een kinderlijke en betrouwvolle liefde beminnen. Onderwijs ons uw kleine weg der geestelijke kindsheid. Schenk ons uw geest van gebed en uw deugden: kinderlijke eenvoud, volle overgave aan Gods Wil, grenzeloos betrouwen. Gewaardig door de overvloed van uw verdiensten onze gebeden welgevallig te doen verhoren, door Christus Onze Heer.
Amen.
Heilige. Kleine Theresia, bid voor ons !
.
.
LITANIE VAN DE HEILIGE THERESIA VAN HET KINDJE JEZUS
.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Heilige Maria onbevlekt in uw ontvangenis, bid voor ons.
Heilige Maria, Moeder van Jezus,
Heilige Theresia, van uw eerste jeugd af door God met genade begunstigd,
Heilige Theresia, engel van onschuld,
Heilige Theresia, uitgelezen bruid van de Heer,
Heilige Theresia, nieuwe bloem van de Carmelus‘ Orde,
Heilige Theresia, onthecht aan alle aardse goederen en genoegens,
Heilige Theresia, kuis en rein als de engelen Gods,
Heilige Theresia, volmaakt voorbeeld van gehoorzaamheid,
Heilige Theresia, zeer duurbaar aan het allerheiligste Hart van Jezus,
Heilige Theresia, nederige dienares van de Heer,
Heilige Theresia, slachtoffer van de goddelijke liefde,
Heilige Theresia, onwrikbaar vertrouwend op God,
Heilige Theresia, brandend van zielenijver,
Heilige Theresia, waardige dochter van uw heilige geestelijke moeder Theresia,
Heilige Theresia, kleine bloem van onze Heer Jezus, voor eeuwig nu bloeiend in zijn hemels lusthof,
Heilige Theresia, die een overvloed van hemelse gunsten als rozen doet neerdalen over de wereld,
Heilige Theresia, zeer machtige beschermster van allen die u aanroepen,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Bid voor ons, Heilige Theresia van het Kindje Jezus. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden,
O God, die Uw dienares de Heilige Theresia door de gave van de wonderen verheerlijkt hebt, vergun ons, smeken wij U, op haar voorbede, dat wij naar haar voorbeeld, U steeds mogen dienen in onbeperkt vertrouwen en nederigheid. Door Jezus Christus, onze Heer, die met U leeft en heerst in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
.
.

Heilige Rita
.
Heilige Theresia
.
Het gebeurt wel eens dat mensen bij het zien van een afbeelding of het zien van een beeldje van de Heilige Rita of van de Heilige Theresia van Lisieux niet goed weten wie het is. Ze worden beiden getoond in klooster habijt, met een kruisbeeld en rozen. Dit zorgt soms voor wat verwarring maar toch is het niet moeilijk om het verschil te zien. De Heilige Rita wordt meestal afgebeeld met de wonde op haar voorhoofd. Zij draagt het habijt van de Augustinessen waarin zwart de hoofdkleur is. Slechts rond de kap en rond de hals is er een beetje wit, verder is het habijt helemaal zwart.
De Heilige Theresia draagt het habijt van de Karmelietessen waarbij de kap ook zwart is maar verder is de hoofdkleur van het kleed bruin en wordt er een lichte mantel over gedragen. Heel soms zie je bij een afbeelding van de Heilige Rita bijen op haar habijt. De Heilige Theresia is één van de weinige heiligen waar foto’s van bestaan. Ze had een heel levendige, warme en vrolijke persoonlijkheid. Ze was gedreven, vastberaden en koppig maar ze bezat ook een heel fijn gevoel voor humor.
.
Heilige Theresia, kleine bloem, alsjeblief pluk voor mij een roos uit de Hemelse tuin en stuur ze naar mij met een boodschap van liefde. Vraag God om mij de gunst te verlenen die ik vraag en zeg Hem dat ik elke dag meer en meer van Hem zal houden.
Sainte Thérèse, petite Fleur, s’il te plait cueille une rose des jardins du ciel et envoie-la moi avec un message d’amour. Demande à Dieu de m’accorder la faveur que je te demande et dis lui que je l’aimerai chaque jour de plus en plus.
Theresia,
Je hebt beloofd
Je Hemel door te brengen met goed te doen op Aarde.
Bid met ons opdat in ons hart de rozen bloeien van een wakker geloof,
Een volhardend vertrouwen en een vurige wederliefde
Voor God en alle mensen
In de kleine dingen van elke dag.
Verhoor dit gebed, o Vader,
In de Geest van Jezus,
Die liefde en barmhartigheid is
Tot in de eeuwigheid
Amen
.
NOVEEN TOT DE HEILIGE THERESIA VAN HET KINDJE JEZUS
.
Eerste dag: ONS DOEL
.
“Wij blijven maar in vrede als we ons keren naar de hemel.
God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de H. Geest. Zoals het was in den beginne, zoals het nu is, zoals het altijd zal zijn in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer, Laat in het op en neer van mijn leven mijn geest verankerd zijn in U. Naar u ben ik op weg, samen met velen die mijn broers en zussen zijn. Al het aards gaat voorbij maar Gij blijft! Ook de zorgen die mij nu bedrukken, eens zullen ze er niet meer zijn. Help mij zolang mijn kruis te dragen. Help mij te vertrouwen als een kind. Gij zijt mij nabij. Gij laat mij nooit alleen!
Stille overweging wat onze zorgen of problemen zijn.
Onze Vader… Slotgebed.
SLOTGEBED voor elke dag.
God, hemelse Vader, Gij hebt de H. Theresia uitgekozen om ons nabij te zijn op de weg van grenzeloos vertrouwen. Zij is ons voorgegaan, zij ging diezelfde kleine weg van kind te worden, zodat ze kon zeggen: “Gebrek aan vertrouwen, dat alleen beledig t de Heer “ en “Mijn hoop werd nooit ontgoocheld”. Op voorspraak van deze heilige bid ik U, sta mij bij in mijn nood – noem hem- en sterk mij wanneer ik vertrouw op uw Goedheid alleen. Amen.
.
.
Tweede dag: ONZE VADER
.
“Ik overweeg het Onze Vader. Een wonder dat wij de goede God ‘Vader’ mogen noemen”. (Theresia)
God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…
Heer Jezus, Gijzelf hebt ons geleerd God ‘Onze Vader’ te noemen en zelf zijt Gij de weg naar die Vader. Vermeerder in mij de liefde van een kind, en sterk die ervaring die mij vreugde geeft: Hij, de Vader, ziet wat mij nu bedrukt en angstig maakt. Leer mij, met U, uit heel mijn hart te zeggen: “Vader, neem alstublieft deze beker van mij weg: toch, laat niet mijn wil gebeuren, maar die van U”.
Stille overweging Onze Vader… Slotgebed.
.
.
Derde dag: ONZE BROEDER
.
“Jezus is een verborgen schat, een verborgen weldaad”. (Theresia)
God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….
Jezus, mijn Broer! Gij werd geheel aan ons gelijk om voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven te zijn. Volg ik U na, dan dwaal ik niet in duisternis. Op de weg van het kruis ben ik zeker U te ontmoeten. Help mij om het verdriet dat op mij drukt met U te doorleven. Geef mij kracht om de last te dragen tot Gij die van mij af zult nemen.
Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.
.
.
Vierde dag: EUCHARISTIE
.
“Als ik voor het tabernakel kniel, heb ik Hem maar één ding te zeggen: Mijn God, Gij weet dat ik U bemin!”. (Theresia)
God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….
Jezus, Mijn Heer en Meester, inde Eucharistie maakt Gij U voor ons tot voedsel Als ik één word met U, groeit in mij uw kracht en zie ik met nieuwe ogen hoe Gij mij nabij zijt. Wees voor mij de bron, Heer, Waaruit ik putten mag: moed, geduld en sterkte. Blijf mij geleiden, Heer, op de weg van het volle vertrouwen, op de smalle weg van de totale overgave aan Gods wil.
Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.
.
.
Vijfde dag: MARIA
.
“Ik begreep dat zij over mij waakte, dat ik Haar kind was”. (Theresia)
God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…
Jezus, mijn Verlosser, aan het kruis hebt Gij mij Maria tot Moeder gegeven. Nu weet ik dat Zij ook mij nabij is op mijn lijdensweg. Zij vraagt voor mij de genade in alle omstandigheden stil en vol vertrouwen te bidden: “Ik bied mij aan als diena(a)r(es) van de Heer; laat met mij gebeuren wat U zegt”, Aan Haar hand geleid wil ik mijn weg gaan, onder Haar bescherming weet ik mij geborgen.
Stille overweging, Wees gegroet Maria … Onze Vader… Slotgebed.
.
.
Zesde dag: ONZE BROEDER
.
“Ik voelde in mij een groot verlangen, mij in te zetten voor de bekering van de zondaars”. (Theresia)
God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….
Heer, de H. Teresia hand niet de kans grote werken voor U te doen. Maar wat ze deed, deed ze met grote liefde, uit vreugde voor U, en tot redding voor U, en tot redding van de mensen. Ik heb dezelfde kans om wat zwaar en onaangenaam is op mijn weg in liefde aan te nemen en het U vol vol liefde aan te bieden. Help mij, te groeien in genegenheid en maak de liefde die ik U biedt vruchtbaar als Gij mensen tot de Vader keert.
Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.
.
.
Zevende dag: EUCHARISTIE
.
“Je moet altijd maar herhalen: Ja, arm en klein, zo wil ik blijven”. (Theresia)
God, kom mij ter hulp. Heer haast u mij te helpen. Eer aan de Vader ….
Jezus, Mijn Heer en Meester, inde Eucharistie maakt Gij U voor ons tot voedsel Als ik één word met U, groeit in mij uw kracht en zie ik met nieuwe ogen hoe Gij mij nabij zijt. Wees voor mij de bron, Heer, Waaruit ik putten mag: moed, geduld en sterkte. Blijf mij geleiden, Heer, op de weg van het volle vertrouwen, op de smalle weg van de totale overgave aan Gods wil.
Stille overweging, Onze Vader… Slotgebed.
.
.
Achtste dag: KERK ZIJN
.
“Ik hou van de Kerk, want zij is mijn moeder”. (Theresia)
God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…
Heer, ik dank U dat de kerk ook mijn moeder mag zijn. Van haar wil ik houden en zó wil ik leven dat ik steeds met haar op weg mag zijn, tot over de grenzen van de dood. Zolang wil ik mij steeds voor ogen houden: Wie U navolgt door zijn kruis te dragen die zal delen in de vreugde die geen einde heeft.
Stille overweging … Onze Vader… Slotgebed.
.
.
Negende dag: VERTROUWEN
.
“De enige juiste weg, is die van eenvoudig en liefdevol vertrouwen”. (Theresia)
God, kom mij ter hulp, Heer haast U mij te helpen. Eer aan de Vader…
Jezus, mijn Heer en mijn Verlosser, ben ik ten einde raad, angstig en teneergeslagen, dan is het omdat ik niet vertrouwen kan. Hoe meer ik mij geef aan U, des te méér kom ik open voor uw hulp. Gij zegt het toch zelf: “Komt tot Mij, gij allen en zie hoe Ik u verkwikken zal”. Dát van U te horen, dat maakt mij blij, dat schenkt mij weer levensmoed. Dank U, Heer! Heer Jezus, ik vertrouw op, laat uw genade spoedig blijken.
Stille overweging. Onze Vader… Slotgebed.
.
.
.
.
.
.
.
.
De Bijbel is het geschreven Woord van God. De oudste geschiedenis van de Bijbel hangt daarom samen met de geschiedenis van het schrift. Zonder schrift geen Bijbel. De Bijbel zelf spreekt voor het eerst over schrijven in het boek Exodus. De Tien Geboden werden door God zelf geschreven op stenen tafelen. En Mozes schreef de woorden van de wet op in een boek:
“Hierna schreef Mozes alles op wat de Heer had gezegd. Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor” (Exodus 24:4,7 ).
God gebood hem de geschiedenis met Amalek op te schrijven:
“En de Heer zei tegen Mozes: Leg deze overwinning in een oorkonde vast” (Exodus 17:14 ).
De namen van de twaalf stammen van Israël stonden gegraveerd in edelstenen op Aärons borstschild en schouderstukken; op zijn tulband zat een gouden plaat waarop stond geschreven: ‘Aan de Heer gewijd’ (Exodus 39:6,14, 30 ).
Toen God wilde tonen dat Hij Aäron tot hogepriester had gekozen, liet Hij de twaalf vorsten van Israël elk hun staf inleveren met hun naam daarop geschreven (Numeri 17:2,3,8). Ook in de wet komt het schrijven naar voren. In het voorschrift over jaloersheid moest de priester bijvoorbeeld een vervloeking opschrijven (Numeri 5:23).
.
.
.
Lange tijd werd ontkend dat men zo lang geleden kon schrijven. In de tijd van Mozes zou de schrijfkunst nog niet hebben bestaan. Intussen weten we beter. De oudste geschreven teksten die we bezitten stammen uit de tijd tussen 3500 en 3000 v.Chr. en Mozes leefde zo’n 2000 jaar later. Aanvankelijk was er sprake van een primitief beeldschrift dat zich geleidelijk ontwikkelde tot spijkerschrift.
.
.
.
Het eerste ons bekende spijkerschrift was Sumerisch, later volgden Assyrisch en Babylonisch evenals een aantal Semitische talen. In latere tijden zijn in andere delen van de antieke wereld andere schriftvormen ontstaan. Rond 3000 v. Chr. ontstond in Egypte het hiëroglyfenschrift. Deze schriftvormen zijn nauw verbonden met de materialen die men voorhanden had.
De gecompliceerde beeldschriftvormen en de daarvan afgeleide schriftvormen vereisten een langdurige schrijversopleiding. Er ontstond een aparte klasse van schrijvers. Jongens die hiervoor werden opgeleid gingen vanaf hun zesde jaar naar een schrijversschool, waar ze 10 tot 12 jaar moesten leren. Niet alleen schrijven, maar ook landmeten en andere wetenschappen waarbij schrijven of geschreven boeken te pas kwamen.
Alleen gegoede ouders konden zo’n langdurige opleiding betalen. Maar de jongen was dan ook verzekerd van een goede baan als ambtenaar of een soort notaris. De uitvallers van de opleiding werden dorpsschrijver. De goede schrijvers konden veel macht verwerven, omdat rijksbestuurders zelf vaak net zo min konden schrijven of lezen als het gewone volk.
De invoering van alfabetisch schrift heeft hierin echter grote verandering gebracht. Toen de richter Gideon een jongen uit Sukkoth in handen kreeg, schreef deze namen van vorsten en oudsten voor hem op. En dan niet met veel moeite één of enkele namen, maar een lange lijst van 77 (Richteren 8:14). De schrijver van het boek Richteren nam niet de moeite vooraf te vermelden dat de jongen kon schrijven. Dat sprak kennelijk vanzelf.
Toen Jesaja sprak over de ondergang van Assur, vergeleek hij dat met een bos waarvan zo weinige bomen overblijven dat ze “te tellen zijn, ja, een jongen zal ze kunnen opschrijven” (Jesaja 10:19). De beperkingen van het kind lagen hier niet in zijn schrijfkunst, maar in zijn vaardigheid tot tellen. Eerder had God tot Jesaja gezegd:
“Neem een groot schrijftablet en noteer daarop in leesbaar schrift…” (Jesaja 8:1 ).
De eventuele moeilijkheid om het te lezen lag in het al of niet duidelijk schrijven van Jesaja, niet in een mogelijke ongeletterdheid van het volk. De consequentie hiervan was dat de Israëliet zelf toegang had tot Gods Woord omdat hij het zelf kon lezen.
.
.
.
.
.
Volgens de traditie heeft Mozes de eerste vijf boeken van de Bijbel geschreven. Aangezien ook Jezus zich hierbij aansloot, hebben we alle reden dit te geloven. Dat ligt echter anders met de bijbehorende gedachte dat met name het materiaal van Genesis tot aan Mozes mondeling zou zijn overgeleverd. Hiertegen worden door sommigen argumenten aangevoerd van drieërlei aard:
Wiseman wijst voor de onderbouwing van zijn theorie op frappante overeenkomsten in literaire stijl tussen Genesis en de bekende kleitabletten. Genesis begint met: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” Hoofdstuk 2 begint met: “Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heir.” Volgens Wiseman betekent dit:
“Hiermee is het verhaal voltooid van hemel en aarde’ en alle tabletten daarvan.”
.
.
.
De overgang op een nieuw kleitablet binnen een verhaal werd vaak gemarkeerd door herhaling van woorden, die aan het eind van het ene tablet stonden, aan het begin van het volgende tablet. Dit verschijnsel vinden we ook in bijvoorbeeld Genesis 11:26 en 27. Vanaf hoofdstuk 37 verdwijnen de genoemde kenmerken.
Het verhaal wordt dan ook breedsprakiger. Dit klopt met het feit dat de geschiedenis van Jozef in Egypte te boek moet zijn gesteld. Daar gebruikte men geen kleitabletten maar papyrusrollen waarop een doorlopende, en veel uitgebreidere, tekst kon worden geschreven.
.
.
.
Alles wat Mozes dan gedaan zou hebben is de verschillende verslagen tot één verhaal samenvoegen en er hier en daar wat aantekeningen aan toe voegen. Dat Mozes zelf kon schrijven hoeven we hier niet meer te betogen. Het schrift bestond, in tegenstelling tot wat men in de negentiende eeuw nog meende, ook in Egypte al meer dan 1500 jaar.
Hooguit kan men de vraag stellen of Mozes dan tot de schrijversklasse behoorde. Stephanus geeft ons daarop een antwoord:
“En Mozes werd onderwezen in alle kennis (wijsheid) van de Egyptenaren” (Handelingen 7:22).
Deze kennis/wijsheid steunde op de kennis van het geschreven woord, welke kennis ook zelf deel uitmaakte van die wijsheid.
.
.
.
.
.
.