Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
| 2 Koningen 1 | 1 – 18 | Ziekte en dood van Aházia |
|---|---|---|
| 2 Koningen 2 | 1 – 13 | Hemelvaart van Elia |
| 14 – 25 | Elísa volgt Elía op |
.
2 Kings 1-2 “Oh man of (van) God!”
.
Paul LeBoutillier


.
| 2 Koningen 1 | 1 – 18 | Ziekte en dood van Aházia |
|---|---|---|
| 2 Koningen 2 | 1 – 13 | Hemelvaart van Elia |
| 14 – 25 | Elísa volgt Elía op |
.
.


Gevangen zijn in het rad van samsara wordt veroorzaakt door drie ongezonde psychische fenomenen: haat, hunkering en zelfbedrog.
Het type wedergeboorte binnen samsara wordt bepaald door het karma van het wezen. Het boeddhisme laat ons zien dat alle dingen in het leven hun eigen cyclus van opeenvolgende veranderingen hebben. Alle verschijnselen komen uit iets voort en zijn op zich weer de oorzaak van een nieuw verschijnsel. Zo kennen we de kringloop van het water.
Zo is er ook de kringloop van het leven. Ook het menselijk bewustzijn is niet zomaar uit het niets ontstaan, ook verdwijnt het niet op het ogenblik van de dood. Het bewustzijn kent geen oorsprong of einde, maar verloopt van het ene bestaan naar het andere. Na de dood leven we, wanneer we niet aan deze cyclus van geboorte en wedergeboorte ontsnappen, verder in een nieuw lichaam. Dit proces van opeenvolging van bestaansvormen noemt men dus samsara.
Samsara bestaat uit een aantal hogere en lagere bestaansniveaus. Na onze dood zal ons bewustzijn een nieuwe identiteit zoeken. Daarbij komen we, afhankelijk van ons karma, terecht in een hoger of lager bestaansniveau. Zo dolen we door deze bestaansniveaus in een maalstroom van hebzucht, haat en begoocheling, en zijn we overgeleverd aan de eindeloze cyclus van geboren worden en sterven.
Aan deze cyclus kunnen we ontsnappen door het inzicht in de vier edele waarheden. Door het opgeven van onze begeerten en het beoefenen van het Achtvoudige Pad kunnen we aan samsara, de kringloop van het bestaan, ontstijgen. De uitgang uit het samsara heet dan ook nirvana.

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.
De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.
De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.
Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.
Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.
Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.
Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten! Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.
Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.
Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!
Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).
In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.
Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).
Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.
God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.
Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.
Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.
In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).
Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.
De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.
Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.
De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.
Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.
Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.
De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.
Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.
Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.
In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).
Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.
Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.
Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.
Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.
Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.
Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).
De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.
Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.
Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.
Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.
Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.
Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.
.
.
.
.
Doe eerst de voor jou bekende ontspanningsoefening. Je lichaam en geest dienen zo diep mogelijk ontspannen en leeg te zijn om de informatie direct te absorberen zonder tussenkomst van je mind. Zoals altijd zijn ze vandaag ook met velen aanwezig. Aartsengel Michael en Meester Saint Germain zijn klaar om ons over het karmische patroon van schuld te informeren en het karma, dat gedurende de vele levens is gecreëerd rondom dit patroon te transmuteren. Vergeet niet om nog eens expliciet je bereidheid aan het Universum te verklaren om het karma omtrent schuld los te laten. Sta nu open om de zegening en de onmetelijke liefde te ontvangen.
.
.
.
.
.
Vandaag gaan we het laatste karmische patroon behandelen en Meester Saint Germain zal met zijn violette straal het karma dat rondom dit patroon is opgebouwd tijdens al jullie incarnaties op aarde, transformeren. Karma is in de nieuwe tijd, de Eenheid, niet meer nodig. De karmische patronen zijn dan niet meer actueel. Deze behoren alle zeven in de derde dimensie en bij het dualistische bewustzijn. In het eenheidsbewustzijn is er geen plaats meer voor enige vorm van karma, behalve het karma die jullie iedere moment bij iedere emotie, gedachte, actie en reactie creëren en die onmiddellijk afgelost wordt.
Het karmische patroon van schuld ontstaat bij ieder van jullie in de eerste levensjaren door de aard van het dualistische bewustzijn van de ouders, opvoeders, en die van jezelf. Als dingen niet gaan zoals gewenst, hebben jullie de neiging om direct een schuldige aan te wijzen. In een dualistisch bewustzijn moet er altijd een schuldige zijn. Er is dus altijd iemand die schuld heeft en iemand die “onschuldig” is en die er “niets aan kan doen”, of een slachtoffer. Zoals jullie nu begrijpen, dit is een illusie. Schuld is onmogelijk in het eenheidsbewustzijn waar alles en iedereen met elkaar verbonden is en waar oorzaak en gevolg heersen in plaats van schuld en onschuld.
Jullie groeien op met een basisprogrammering en een basisovertuiging dat jullie schuldig zijn bij alles wat er om je heen gebeurt. Schuldig, ook in de zin van slecht of niet goed genoeg zijn. Dat is omdat iemand die schuldig is in jullie cultuur als een slecht persoon wordt gezien. Degene die onschuldig is, is altijd de goede of het slacht- offer. Als in jullie jeugd traumatische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, als de omgeving waarin jullie opgroeiden onrustig was, met weinig liefde, met woede of geweld is jullie basis gevoel van schuld groot.
Bij degenen die in een harmonieuze, liefdevolle omgeving opgegroeid zijn is het basisschuldgevoel klein. Maar iedereen die afgescheiden is van de bron, iedereen met een driedimensionaal bewustzijn denkt in termen van schuld, onschuld, slecht en goed. Vanuit het basisschuldgevoel ontstaan handelingen die onaangename consequenties hebben voor jezelf en ook voor anderen.
.
.
.
.
Vanuit schuldgevoel kunnen zelfs oorlogen ontstaan. Uit schuldgevoelens kunnen mensen anderen doden en pijn doen. Maar het ergste is dat schuldgevoel je steeds meer en meer afsluiten van je kern. Schuldgevoelens maken je liefde dood. Schuldgevoelens wakkeren alleen maar angst aan. Soms zijn schuldgevoelens niet met de rede te begrijpen.
Dat komt omdat schuldgevoelens ontstaan zijn in de vroege jeugd toen de rede nog niet ontwikkeld was. Het woord schuld wordt dagelijks gebruikt. Hoe vaak zeggen jullie niet: Dat is mijn schuld, sorry of neen het is jouw schuld dat… of dat is de schuld van de overheid, de ambtenaren, de baas, de rijken, de armen, de buitenlanders, het naburige volk dat bommen naar ons heeft afgevuurd dus we moeten ook dat land met onze bommen plat bombarderen. Maar dit is niet onze schuld, het is de schuld van degene die begonnen is met bommen sturen.
.
.
.
.
Maar is dat eigenlijk wel zo, lieve vrienden? Kijk diep in je hart. Is het mogelijk dat als er iets gebeurt, dat er alleen maar een “schuldige” aan te wijzen is? Natuurlijk niet. Niets gebeurt zomaar uit het niets. Alles wat plaats vindt, heeft met elkaar te maken. Alles wat plaats vindt, gebeurt in samenwerking met een of meerdere personen en alles wat er gebeurt is het gevolg van iets anders wat eerder in de tijd heeft plaats gevonden.
En dat is omdat alles met elkaar verbonden is en omdat alles wat er gebeurt consequenties heeft en reacties uitlokt. Actie en reactie hebben dezelfde verhouding als de kip en het ei. Met andere woorden het zijn cyclische patronen. Er kan dus niets gebeuren zonder actie en er bestaat geen reactie zonder actie en geen actie zonder reactie.
Het is niet belangrijk wie of hoe een gebeurtenis begon. Het is niet belangrijk of de actie eerder was dan de reactie omdat iedere actie gebaseerd is op een eerdere reactie, een eerdere gebeurtenis. Jullie driedimensionaal denken is heel beperkt, lineair en denkt simpelweg: hij doet iets wat niet goed is en ik reageer er gewoon op. Echt, ik heb niets gedaan, ik heb alleen maar gereageerd, alsof reactie geen actie zou zijn.
Maar jou reactie, lieve vriend, ontketent een nieuw reactie en de oorspronkelijke actie is ook een reactie op een eerdere actie. Lieve vrienden, children of love, er bestaat geen schuld of onschuld. Er bestaat alleen oorzaak en gevolg. Nog de oorzaak nog het gevolg kun je als goed, minder goed of slecht betitelen en nooit kun je ze afzonderlijk benaderen.
.
.

.
.
Beide, actie en reactie, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Alles wat plaatsvindt binnen in jezelf, binnen in je eigen universum van denken en voelen, alles wat er gebeurt buiten jou in het universum, buiten jezelf, is met elkaar verbonden. Er is een voortdurende wisselwerking van actie en reactie. Als je je schuldig voelt is dat energetisch gezien, op zichzelf al een actie.
Want het is een gevoel en gevoel is energie in beweging, het zet iets op gang en daarom lokt het ook een reactie uit. Het is hetzelfde principe als slachtofferschap. Ook daar is er geen verschil tussen een dader en een slachtoffer. Beide hebben een rol gespeeld in een gebeurtenis, iets wat zich intern afspeelt en zich naar buiten verplaatste.
Schuldgevoelens leiden tot slachtofferschap, maar schuldgevoelens kunnen ook leiden tot gewelddadige acties. Waarom? Omdat schuldgevoelens afkomstig zijn vanuit angst. Schuldgevoelens behoren bij het donkere gebied waar geen liefde kan komen. Schuldgevoelens zijn niet slecht, maar liefdeloos. Zonder liefde is er angst en deze lokt gewelddadige of onaangename gebeurtenissen naar zich toe.
Kijk diep naar binnen, vrienden, en ontdek bij jezelf de aspecten van schuld. Bij de meeste van jullie zijn schuldgevoelens zeer subtiel, zo subtiel dat ze moeilijk door het bewustzijn op te merken zijn. Dat vergt een secuur waarnemingsvermogen en een openheid om dat te aanvaarden zonder schuldgevoelens.
Aanvaard je schuldgevoelens zonder je schuldig of niet goed genoeg, te voelen. Kijk eens hoe vaak je op een dag vanuit schuldgevoelens reageert. Kijk eens hoe vaak schuldgevoelens het motief van je handelingen zijn. Waarom bezoek je een vriend? Uit vreugde of uit schuldgevoel? Waarom help je anderen, je kinderen, je ouders? Is dat uit zuivere liefde, is het uit pure vreugde of misschien vanuit de overtuiging ‘ik moet helpen anders ben ik een slecht mens of anders vinden anderen mij niet aardig.’
Alweer liggen schuldgevoelens onder het moeten. En nu hoor ik jullie vragen: Waarom creëren schuldgevoelens karma? Ik help toch iemand, of dit nou uit liefde is of uit schuldgevoel? Wat maakt het uit? Een logische vraag, vrienden, begrijpelijk vanuit het lineair denken. Voor ons is dit volstrekt onbegrijpelijk, onmogelijk.
.
.
.
.
Als je vanuit schuldgevoel een ander helpt doe je jezelf geweld aan en dat is net zo “slecht” in jullie woorden, als helemaal niets doen. Het maakt namelijk niet uit wie je helpt. Of je nu jezelf helpt, goed voor jezelf zorgt of dat je jezelf opoffert vanuit schuldgevoelens om er voor iemand anders te zijn, dat maakt het Universum niets uit. Waar het om gaat, is dat op het pad dat jullie nu bewandelen andere normen en waarden en andere wetten gelden. Geen schuldgevoelens meer, maar gevoelens van liefde, van respect voor jezelf, respect voor alle anderen.
In die zin betekent iemand helpen vanuit schuldgevoelens, gebrek aan respect voor jezelf en voor de ander. Heeft de ander wel expliciet om je hulp gevraagd?
Vaak zien we dat jullie vanuit schuldgevoelens her en der rondspringen, de helpende hand aanreiken zonder gevraagd te zijn om te helpen. Schuldgevoelens zien we vaak in de relatie tussen ouders en kinderen. We zien dat ouderschap beladen is met schuldgevoelens. Schuldgevoelens dat je geen goede ouder bent geweest, of bent, en dat je de opvoeding verknald hebt als je kind in de problemen zit.
We zeggen jullie lieverds, er bestaan geen goede of slechte ouders.
Er zijn gewoonweg ouders en kinderen. In oorsprong is een relatie gebaseerd op onvoorwaardelijke pure liefde. In de derde dimensie vermomd in vormen als de plicht om een goede opvoeder te zijn, geschikte en ongeschikte ouders, goed, moeilijk en bijzonder moeilijk opvoedbare kinderen en daarmee gepaard gaande een vracht aan schuldgevoelens.
Zien jullie in, lieve vrienden, dat jullie een hele wereld hebben geschapen met jullie mind, jullie manier van denken en overtuigingen van generatie tot generatie doorgegeven, leven na leven meegenomen? Een enorme pool van driedimensionale overtuigingen, die dikke sluiers vormen en de zuivere liefde het licht afnemen. Van alle karmische patronen is niet een reëel, echt of waarachtig. Ze zijn allemaal producten van jullie mind, jullie denken in goed en kwaad.
We horen ook een andere vraag: Is een moordenaar dus onschuldig? Moet hij niet veroordeeld en gestraft worden als zodanig? We zeggen jullie: Neen, een moordenaar is niet schuldig. De moordenaar en het slachtoffer hebben de daad samen tot stand gebracht zodat beiden iets konden leren, konden ervaren. Het is altijd een afgesproken daad ergens in het verre verleden van ziel tot ziel.
.
.
.
.
En ja, daders dienen er op aangesproken te worden, maar niet gestraft. En ja, sommige daders dienen buiten de samenleving geplaatst te worden om ze voor zichzelf en de samenleving te beschermen. Sommige daders hebben op zielsniveau gekozen om van hun daad te leren en daarom hebben ze rust en liefde nodig in een beschermde omgeving. Gelukkig zijn er in deze tijd weinig zielen die als doel hebben om levenslang een dader te zijn.
In het verre verleden toen jullie aarde volledig in het driedimensionale bewustzijn verankerd was, was dat wel het geval. Toen incarneerden meerdere zielen als daders, misdadigers, om het daderschap te ervaren. De daders van nu werken in dienst van een hoger doel. En dat is groei en overgang naar de Eenheid. Een enkele keer is het een aflossing van oud karma. Maar ook dat is niet meer aanwezig sinds ongeveer het jaar 2000.
Meester Saint Germain heeft nu jullie karma met zijn violette vlam getransformeerd. Nu jullie karma is getransformeerd heeft dat consequenties. De komende tijd zullen jullie min of meer geconfronteerd worden met het bewust worden van eigen schuldgevoelens in verschillende situaties en omstandigheden. Dat kan gebeuren door het aantrekken van gebeurtenissen of door vragen die op jullie af zullen komen en die je schuldgevoelens zullen triggeren.
Laat je er niet door meeslepen. Voel je ook niet schuldig daarover. Het proces van het afleren om in schuldgevoelens te denken, te handelen en te reageren zal door jullie eigen bewustzijn gedaan worden. Daarin mogen we jullie niet helpen. We mogen jullie wel helpen de kracht en moed te vinden om iedere keer je eigen schuldgevoelens onder ogen te komen, te erkennen, te bedanken en los te laten.
.
.
.
.
Nogmaals zeggen we jullie: Schuldgevoelens en alle andere karmische patronen zijn niet “slecht”. Slecht en goed bestaat binnenkort niet meer. Alle karmische patronen waren in dienst van het Grote Bewustzijn, die jullie de grenzen aangaf waarbinnen jullie driedimensionale bewustzijn kon groeien en zich verder kon ontwikkelen. Jullie hoeven je er niet voor te schamen. Jullie hoeven je nergens schuldig over te voelen, jullie kunnen nu jezelf aanvaarden, respecteren zoals je Nu bent. God in een fysiek lichaam op weg naar de eenheid.
De weg naar de Eenheid heeft hobbels, soms kom je moerassen tegen, soms kom je steile hellingen tegen, soms gladde stukken.We hebben veel respect voor jullie lieve children of love, voor jullie moed om af te dalen in de derde dimensie om van daaruit stapje voor stapje terug naar de bron te keren.
Laten we ons nu met elkaar ons verbinden. Wij, de Meesters en de Engelen en jullie onze fysieke broeders en zusters. Stel je een gouden bol voor boven je hoofd als symbool voor je Hogere Zelf. Laat vanuit je hart een energielijn gaan naar je hogere zelf en zie hoe deze direct op antwoord door een verbindingslijn te maken met je hoofd en je hart.
Als jullie eenmaal met je Hogere Zelf verbonden zijn, kun je je met ons en met alles wat leeft op aarde, in het universum en buiten de universa verbinden. Laat vanuit je hogere zelf verbindingslijnen sturen naar de mensen om je heen, naar je geliefden, je vrienden, de mensen in delen van de wereld die honger en pijn lijden. Laat je verbindingslijnen gaan naar het dieren- en plantenrijk, naar alles en iedereen waarmee je je wilt verbinden en voel vervolgens de levensenergie en onvoorwaardelijke liefde die erdoorheen stroomt en jou met alles verbindt. Voel onze onmetelijke liefde, lieverds, want
We houden onvoorwaardelijk van jullie broeders en zusters,
Ik ben, Michael
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Sceptici hebben telkens weer de vrouw gebruikt om het boek Genesis in discrediet te brengen als waargebeurde historische gebeurtenis. Triest genoeg waren de meeste christenen niet in staat om een adequaat antwoord te geven op deze vraag. Met als gevolg, dat de wereld denkt, dat christenen de autoriteit van de Bijbel niet kunnen aantonen, net zo min als van het christelijke geloof. En toch is er een antwoord op te geven. Maar aangezien de meeste kerken geen apologetiek leren, (dat is de leer van de geloofsverdediging) speciaal met het oog op Genesis, zijn veel kerkgangers niet “bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is.” (1 Petr. 3:15).
.
.
Verdedigers van het evangelie moeten kunnen aantonen, dat alle mensen afstammen van één man en één vrouw (Adam en Eva), want alleen afstammelingen van Adam en Eva kunnen gered worden. Dus moeten gelovigen ervan overtuigd zijn, dat Kaïns vrouw een nakomelinge van Adam was. ( Het Bijbelgedeelte dat hier op slaat is Genesis 4:1-5:5 ).
.
.
.
Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben (Rom. 5:12). We lezen in 1 Kor. 15:45 dat Adam de eerste mens was.De Bijbel stelt heel duidelijk, dat alleen de nakomelingen van Adam gered kunnen worden. Rom. 5 leert ons, dat we zondaars zijn, omdat Adam zondigde. De doodstraf, die Adam kreeg als oordeel over zijn opstandigheid, ging over op al zijn nakomelingen. Omdat één mens zonde en dood in de wereld bracht, hebben alle nakomelingen van Adam een zondeloos mens nodig om de straf te betalen voor de zonde en het oordeel van de dood te ondergaan.
.
.
.
God voorzag in een oplossing. Hij opende een weg om de mens te bevrijden uit zijn verloren staat. De zoon van God nam de menselijke natuur aan, toegevoegd aan zijn volle goddelijkheid. Hij wordt “de laatste Adam” genoemd (1 Kor. 15:45), omdat Hij de plaats innam van de eerste Adam. Hij werd het nieuwe hoofd en omdat hij zonder zonde was, was Hij in staat te prijs te betalen voor de zonde:
Want, dewijl de dood er is door één mens, is ook de opstanding der doden door één mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. (1 Kor. 15:21-22).
Christus stierf op het kruis. Hij stortte zijn bloed want “zonder bloedstorting is er geen vergeving.” Hebr. 9:22. Daardoor kunnen degenen die spijt hebben van hun zonde en hun vertrouwen in zijn werk aan het kruis stellen, verzoend worden met God.
.
.
.
Zodoende was er slechts een man aan het begin—gemaakt uit het stof der aarde (Genesis 2:7).
Dit betekent ook, dat Kaïns vrouw een nakomelinge was van Adam.
.
.
.
In Genesis 3:20 lezen we, “En Adam noemde zijn vrouw Eva, omdat ze de moeder was van alle levenden.”
Eva werd gemaakt uit een rib van Adam (of zijde) (Genesis 2:21-24).
Ook lezen we in Genesis 2:20, dat toen Adam naar de dieren keek, hij geen hulp voor zichzelf kon vinden—er was er geen een van zijn soort.
Dit alles maakt het duidelijk dat er in het begin maar één vrouw was, Adams vrouw. Er waren geen andere vrouwen aanwezig, die niet van Eva afstamden.
.
.
.
Kaïn was het eerste kind van Adam en Eva, dat staat in (Genesis 4:1). Zijn broers, Abel (Genesis 4:2) en Set (Genesis 4:25), waren een gedeelte van de eerste generatie kinderen, die ooit op aarde geboren waren.
Hoewel slechts deze drie bij name vermeld staan, hadden Adam en Eva meer kinderen. In Genesis 5:4 staat dat Adam zonen en dochteren verwierf—”En de dagen van Adam, nadat hij Set verwekt had, waren achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren.”
De Bijbel vertelt ons niet hoeveel kinderen Adam en Eva kregen. Het lijkt ons redelijk om aan te nemen, dat het er velen waren! Denk er wel aan, God had hen het bevel gegeven: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk” (Genesis 1:28).
.
.
.
Als we nu echt puur afgaan op wat de Bijbel zegt, dan moesten in het begin broers met zusters trouwen, of er zou geen volgende generatie meer zijn geweest!
Er wordt ons niet gezegd wanneer Kaïn trouwde, maar het ding staat vast dat enkele broers bij de aanvang der geschiedenis met hun zusters zijn getrouwd.
De bedoeling van God was dat één man met één vrouw zou trouwen voor het leven (gebaseerd op Genesis 1 en 2). Het was in die begintijd geen ongehoorzaamheid aan God als naaste verwanten met elkaar huwden (zelfs broers en zusters).
Lang geleden huwde Abraham zijn halfzuster huwde. (Genesis 20:12). God zegende deze verbinding, want door Isaäk en Jakob werd het hele Joodse volk geboren. Pas 400 jaar later gaf God aan Mozes wetten, die zulke huwelijken verbood.
.
.
.
Vandaag de dag is het volgens de wet voor broers en zusters (en halfbroers en halfzusters) niet toegestaan om te trouwen, omdat de kinderen uit deze verbintenis een onacceptabel risico lopen om mismaakt te worden. Hoe meer de ouders aan elkaar verwant zijn, hoe groter het risico dat hun nageslacht afwijkingen zal krijgen.
Adam and Eva hadden geen opeenstapeling van afwijkingen. Toen de eerste twee mensen werden geformeerd, waren ze lichamelijk perfect. Alles wat God maakte was erg goed (Genesis 1:31). Maar toen de zonde in de wereld kwam (vanwege Adam—Genesis 3:6, Rom. 5:12), vervloekte God de wereld. zodat de perfecte creatie begon te degenereren.
Kaïn behoorde bij de eerste generatie kinderen. Hij, zowel als zijn broers en zusters, hebben geen imperfecte genen van Adam en Eva overgeërfd en de vloek op de schepping was nog maar minimaal doorgedrongen. In dat geval kunnen broers en zusters wel met elkaar huwen met Gods toestemming, zonder dat mogelijke afwijkingen in het nageslacht ontstaan.
In de tijd van Mozes, een paar duizend jaar later, zouden degeneratie fouten zich al hebben opgebouwd in het menselijke ras. Daardoor vond God het nodig om het broeder-zuster huwelijk ter verbieden (en tussen nauw verwanten) (Leviticus 18-20). Er waren destijds ook genoeg mensen op de aarde en er was dus geen dringende reden meer om binnen het gezin met elkaar te trouwen.
.
.
.
.
De nakomelingen van Kaïn en Abel waren erg intelligente mensen. Jubal maakte muziekinstrumenten zoals de harp en het orgel (Genesis 4:21), en Tubal-Kaïn werkte met koper en ijzer (Genesis 4:22).
Omdat men erg beïnvloed is door het evolutiedenken menen veel mensen vandaag de dag dat onze generatie de intelligentste is die ooit bestaan heeft op deze planeet. Moderne technologie is het resultaat van een opeenstapeling van kennis uit vroegere tijden. We staan op de schouders van hen die ons voorgegaan zijn.
Onze hersens hebben geleden van het 6.000 jaar ondergaan van de vloek sinds Adam. We zijn flink gedegenereerd vergeleken met mensen uit vele generaties voor ons. Aan de intelligentie van Adam en Eva en de inventiviteit van hun kinderen, kunnen we bij lange na niet tippen.
.
.
.
Vele Christenen proberen Genesis te interpreteren vanuit onze huidige situatie, veel meer dan de Bijbelse waarheid te aanvaarden van de veranderingen die ontstaan zijn door de zonde. Omdat ze hun wereldvisie niet bouwen op de Schrift, maar een seculiere manier van denken hebben aangenomen ten aanzien van de Bijbel, zijn ze blind voor simpele antwoorden.
Genesis geeft een verslag van God, die er was toen de geschiedenis een aanvang nam. Het is het woord van die Ene, die alles weet en Die een getrouwe getuige is van het verleden. Als we dus Genesis nemen als basis voor ons historische begrip, dan kunnen we de zingeving ontdekken van zaken die anders een mysterie voor ons zouden blijven.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Hulp van entiteiten: derde graad
.
.
.
Entiteiten zijn energieën van overleden mensen. Na de dood is het in het aardse denken normaal dat we allemaal naar de hemel gaan. Nee. Sommige zielen kunnen na hun dood het licht niet vinden en blijven als het ware op aarde ‘ronddolen’. Ze zijn wanhopig, angstig en boos omdat ze niet weten waar ze heen moeten. Ze zijn ook heel verdrietig, maar niet altijd. Sommige weten niet eens dat ze zijn overleden en denken nog steeds dat ze op aarde leven en doen nog gewoon hun dagelijkse dingen.
Ze beseffen wel dat er iets mis is maar weten niet precies wat. Ze leven in een schemergebied en zijn vaak ook erg eenzaam. Ze weten niet meer wat ze moeten of waar ze heen moeten. Dan hebben we ook nog de levenden onder ons. Een ziel die nog in een lichaam zit en nog leeft op aarde. Een mens.
We doen onze dagelijkse dingen niet wetende dat er overal zielen ronddolen die niet weten waar ze naartoe moeten. Zielen zonder een lichaam, die nu slechts enkel uit onzichtbare energie bestaan. Ze zien ons wel, maar wij hen niet. Entiteiten zijn overal, niet alleen in huizen en gebouwen.En wij als mensen zijn ook overal.
Doordat deze zielen dolende zijn op de aarde en niet verder kunnen naar Gene zijde is er voor hun een mogelijkheid om warmte te zoeken bij iemand in zijn energieveld ( de aura ). En dat niet alleen, ook bij mensen thuis kan het soms erg druk zijn met ronddolende zielen. Bij iedereen in huis zitten er wel een paar, maar het meeste bij de gevoeligste en spiritueel open staande mensen.
Sommige zielen weten dat ze zijn overleden, en zoeken aandacht bij de levende mens. Dit kan op verschillende manieren. Ze kunnen hun aanwezigheid laten voelen in de kamer waar je op het moment bent, je ruikt opeens een lekkere of vieze geur ( zoals een rozen geur of een vieze tabaks lucht ). Je kan voetstappen horen in huis of vreemde geluiden zoals gebonk. Of je kan het plotsklaps ineens koud hebben. Allemaal tekenen van een of meerdere dolende zielen in huis.
.
.

.
Het kan gebeuren dat een ziel zich in een het energieveld (de aura) van een mens gaat vestigen. Het kan één ziel zijn of meerdere. Vaak gaat dit per ongeluk, sommige zielen beseffen niet hoe ze zo ineens in de aura zijn terecht gekomen. Er is dikwijls een oorzaak waardoor deze zielen zich in onze aura vast gaan klampen. Doordat wij gevoelig zijn pikken we sneller energieën op van mensen, maar ook van entiteiten. Deze dolende zielen leefden vaak in een lagere energie. Dat wil dus zeggen dat, toen ze nog leefden, ze erg aan de materie gehecht waren. Geld, mooie en dure dingen, macht en hebzucht speelden een rol in hun leven
Soms staan we als mens allemaal in een lagere energie. Maar dat hoeft niet altijd door ons zelf te komen. Ook anderen kunnen ons erg beïnvloeden, waardoor we helemaal down raken en even de weg kwijt zijn. Vooral hoog-gevoeligen hebben hier snel last van. Als je denken heel negatief is of erg laag in de energie, dan krijgen de dolende zielen de kans om in je aura te klimmen. Ze kunnen daar vertoeven zolang ze willen. Ze nemen je als het ware over en je kan je hierdoor erg slecht gaan voelen. Veel voorkomende klachten zijn: last van de nek en schouders en veel vermoeidheid en nergens zin in hebben. De zielen die in je aura zitten snoepen veel energie bij je weg. Ze leven deels van jouw energie. Je bent jezelf niet meer.
Dit is geen bezetenheid, want dat is weer wat anders. We noemen het gewoon een ‘overname’. Je wordt gewoon even overgenomen door deze ziel(en) die het licht niet kunnen vinden. Zij zijn namelijk boos en gefrusteerd omdat ze niet verder kunnen. Wij zijn een makkelijke prooi voor ze. Want niks is zo leuk en lekker warm als in de aura van een levende te zitten en weer het gevoel hebben om een lichaam te hebben en.
Iedereen kan dit overkomen, soms merk je het niet eens. Want energie is energie en het gaat heel snel. Het hoeft niet altijd een lagere energie te zijn. We leven momenteel in een erg moeilijke tijd op aarde waarin alles verandert. We scheiden, onze relaties werken niet meer, we worden ziek, we hebben verdriet omdat er van alles om ons heen gebeurt. En juist dit zorgt er voor dat er soms gaten in de aura komen, je energie wordt lager en de entiteiten pakken hun kans.
Gedachten zijn krachten, dus je denken doet al heel wat. En ieder mens heeft weleens last van aura-lifters (zo noemen we ze). Ook (jonge) kinderen zijn daar vatbaar voor. Zij zijn nog gevoeliger en pikken nog meer energie op. Er zijn kinderen die kunnen praten met deze zielen. Voor hun heel normaal, maar sommigen kunnen er bang van worden. Niet iedere ziel is vriendelijk. Zoals je boze mensen hebt, zo heb je ook boze entiteiten. Ze zijn dikwijls boos omdat ze niet naar het licht kunnen om over te gaan naar een andere dimensie.
.
.
.
.

Pasteltekening van John astria
Pasteltekening van John Astria
Sommigen denken dat de eerste ruiter Christus is, maar het is de antichrist. Het Lam opent het eerste zegel en kan daarom niet op het witte paard zitten. Eén van de vier wezen geeft bevel aan de ruiter op het witte paard. Zou Christus zich door iemand laten bevelen? Hem werd een kroon gegeven. In hoofdstuk 19 zien wij dat Christus vele kronen heeft. De antichrist draagt een boog en een zegekrans, hij verovert de wereld. Velen zullen hem volgen en als hun leider goedkeuren. Eens hij veel macht bezit zal hij zich aansluiten bij de duivel.
Deze ruiter heeft een groot zwaard in zijn hand, dat staat voor: afslachtingen, terreur en bloedvergieten. Hij kreeg opdracht om de vrede op aarde weg te nemen (Matteüs 24:6). Dit is een duidelijk bewijs dat de antichrist eerst komt met schijnvrede. Het rode paard staat voor de bloedige doden, het zwaard voor wat goed en kwaad scheidt.
Daarna zag de ziener een ruiter op een zwart paard met een weegschaal in zijn hand. Zwart is de kleur van rouw. Waarschijnlijk zal er een voedselschaarste door oorlogen en economische problemen komen. Een gezin zal dan moeten leven van het voedsel voor 1 persoon per dag (Openbaring 6:6 en Matteüs 20:2). De ontberingen die er op de wereld zullen komen zijn het gevolg van hebzucht. De weegschaal is de balans die volledig overhelt naar de machtigen der aarde.
De ruiter van dit lijkkleurig paard (‘chloros’ is vaalgroen) zal een vierde deel van de aarde doden (dat zou in de huidige tijd om ongeveer 1,5 miljard mensen gaan). Dan zal de aarde geteisterd worden met oorlogen, hongersnoden, de pest en wilde dieren. De ruiter met de zeis in zijn handen is de dood. Hij krijgt de macht om fysieke levens te nemen maar niet de ziel van de mens. Het paard brengt verschrikkelijke ziektes, ook door chemische- en biologische wapens.
De aardse tabernakel was een afschaduwing van het hemelse. Zo zag Johannes bij de ingang van de hemel onder het altaar zielen. Zij zijn aan het de beginperiode van de oordeelstijd tot bekering gekomen en omgebracht vanwege hun getuigenis. Het zijn de martelaren die om wille van hun trouw aan God en Christus het leven gelaten hebben.
Het Griekse woord ‘seismos’ betekent aardschudding. Het gaat hier om een krachtige schok die de gehele planeet treft. Niet onwaarschijnlijk is dat de stand van de aarde gewijzigd zal worden. Jesaja profeteerde: ‘De aarde waggelt zeer als een beschonkene’ (24:19-20). Dan zullen alle bergen en eiland van hun plaats worden gerukt. Grote kosmische brokstukken (meteorieten) zullen de aarde treffen. De gehele aarde zal bang zijn als de planeet waggelt!”
Bij Christus’ wederkomst zal iedereen zich tevergeefs proberen te verbergen. De mensen die trouw zijn aan Christus zullen de dag des oordeels doorstaan. Anderen, die hardnekkig vasthouden aan aardse systemen, worden niet gered.


.
.
.
.
.
.
De Bijbelpassages over de onvergeeflijke zonde worden hier beneden opgesomd:
Matteüs 12:31-32 zegt: “Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de Heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.”
En Lucas 12:10 stelt: “En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie lastertaal spreekt tegen de Heilige Geest zal niet worden vergeven.”
.
.
De onvergeeflijke zonde wordt soms ook wel de “lastering van of tegen de Heilige Geest” genoemd. Laten we eens beginnen met de definitie van het woord “lastering”. Dit kan gedefinieerd worden als een “hoogmoedige oneerbiedigheid” en zou kunnen bestaan uit het vervloeken of ontaarden van God. Ook wanneer er een relatie wordt gelegd tussen God en het kwaad, wordt dit “lastering” genoemd.
Matteüs 12:31-32 heeft betrekking op de wonderen die Jezus in de macht van de Heilige Geest verricht. Door deze wonderen is het duidelijk dat Jezus de beloofde Messias is. In deze passage beweren de Farizeeën dat Jezus deze macht had gekregen van een demon met de naam Beëlzebub (Matteüs 12:24).
Zij legden op deze manier een verband tussen Jezus en de macht van de Heilige Geest en de hel, en niet met de hemel. Jezus zei feitelijk dat dit de lastering van de Heilige Geest was, deze zonde was onvergeeflijk. Zij hadden hem afgewezen.
.
.
.
Het idee van de onvergeeflijke zonde heeft al veel mensen in de geschiedenis bedroefd. Misschien is het schuldgevoel en de angst wel onnodig. Als jij bang bent dat je de onvergeeflijke zonde hebt begaan, dan is dat ongetwijfeld bewijs voor het feit dat je dat niet hebt gedaan! De mensen die de onvergeeflijke zonde begingen hadden hiervan geen berouw zoals God het wil. Ze waren niet geïnteresseerd in Gods vergeving. Vergeet niet dat Petrus tot drie maal toe ontkende dat hij Jezus kende, maar toch door Jezus werd vergeven.
Het lijkt zo te zijn dat deze onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest alleen mogelijk was in de tijd waarin Christus Zijn bediening op aarde uitvoerde. De onvergeeflijke zonde, die in Matteüs 12 wordt beschreven, kan tegenwoordig niet meer worden begaan. We zijn niet in staat om de wonderen van God, die door Jezus Christus werden verricht, aan Satan toe te schrijven.
Maar wanneer mensen Jezus Christus en Zijn geschenk van het eeuwige leven afwijzen, dan begaan zij in zekere zin de onvergeeflijke zonde van het ongeloof. Ieder die ernaar verlangt om door Gods genade gered te worden heeft de onvergeeflijke zonde niet begaan. Maar, iemand die tot aan zijn dood in ongeloof leeft en Jezus altijd heeft afgewezen, zal niet vergeven worden. Een dergelijk mens zal de eeuwigheid in de hel doorbrengen, afgezonderd van God.
2 Korintiërs 7:10 zegt: “Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood.” Mensen die oprecht naar Gods vergeving verlangen zullen deze vergeving ook ontvangen!
.
.
.
.
.
.

De Heilige Geest
Pasteltekening van John Astria
De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?
Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:
“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”
Johannes 14:16-18
De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.
Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:
“Ik heb
alle macht in hemel en op aarde gekregen.Ga
er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen
te maken. Doop hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen
altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit
niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”
Mattheüs 28:18-20
God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzinds vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest. Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.
Johannes 1:12-13
Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:
“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”
Johannes 3:5-6
De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.
1 Corinthiërs 2:11
Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:
“Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26
Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij groot maken.
Johannes 16:14
Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”
God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.
En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.
Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.
1 Corinthiërs 2:9-14

De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen. De Heilige Geest geeft het karakter van een wedergeboren christen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.
Galaten 5:22
In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).
De Heilige Geest heeft ook een belangrijke taak ten opzichte van niet-gelovigen. Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.
De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.