Tagarchief: roze

Toermalijn

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Kenmerken van toermalijn

.

Toermalijn is eigenlijk niet één steen, maar een hele familie van langgerekte mineralen met uiteenlopende kleuren. Opvallend is dat een toermalijnkristal meestal twee of meer kleuren heeft. De meest voorkomende soort is de zwarte toermalijn, de meest geliefde soort is de watermeloentoermalijn (groen-roze). Bijzondere exemplaren zijn het turkenkopje (toermalijn met rood topje) en het moorkopje (toermalijn met een zwart topje).

.

.

Min1369

.

.

Voor de edelsteentherapie zijn de stenen met effen kleuren het belangrijkst, zoals rode, groene en zwarte toermalijn. Daarnaast is de groen-roze toermalijn van belang. Tegenwoordig heten de verschillende variëteiten van toermalijn vooral naar hun kleur. Vroeger was het gebruikelijk de stenen te noemen naar vindplaats of vinder. Dat leidde tot een verwarrende hoeveelheid namen.

Bijvoorbeeld: tot de verzamelnaam blauwe toermalijn (ook wel: indigoliet) behoren de veelvoorkomende stenen elbaïet (naar het Italiaanse eilandje Elba) en liddicoatiet (naar een Amerikaanse edelsteenkundige). Beide stenen kunnen echter ook andere kleuren hebben of zelfs kleurloos zijn. Iedere kleurvariant heeft weer zijn eigen naam.Toermalijn is door zijn veelkleurigheid zeer geliefd bij sieradenmakers.
De edelsteen is kalmerend en rustgevend. Hij helpt om lichaam, geest en ziel te verbinden tot één geheel. Vanuit dit geheel ontwikkelen zich wijsheid en creativiteit. De steen stimuleert het geheugen en de concentratie, en neemt allerlei blokkades weg.
.
.
.
.
.
.

Herkomst van de naam

.

De toermalijn raakte in Europa bekend nadat Nederlandse zeelui de steen meenamen uit Sri Lanka. De naam is ontleend aan het Singalees, een van de talen op Sri Lanka. Maar het is niet precies bekend naar welk Singalees woord de naam verwijst. De meeste bronnen houden het op turamali, ‘steen die as aantrekt’. De Hollanders gebruikten de toermalijn namelijk om as te verwijderen uit hun meerschuimen pijpjes. Anderen denken dat de naam ontleend is aan turmali, dat ‘edelsteen met verschillende kleuren’ betekent.

.

.

.

.

Door de eeuwen heen

.

Toermalijn was vanwege zijn vele kleurvariaties al in de oudheid bekend in het Middellandse Zeegebied. Vooral de helderrode en heldergroene toermalijnen werden zeer gewaardeerd als juweel.
Volgens een Arabische overlevering is de toermalijn een steen van de zon, die het hart versterkt en die beschermt tegen onheil en nachtmerries.

In de Middeleeuwen werd toermalijn in Europa amper meer gebruikt in sieraden, omdat de handel in toermalijnen in die tijd stil lag. De steen raakte in de vergetelheid.

In de 18e eeuw werd de toermalijn als edelsteen herontdekt. De Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie handelde in specerijen, ivoor en edelstenen (zoals parels, spinel, granaat, robijn, saffier en toermalijn) die in de Oost – en vooral op Ceylon (nu Sri Lanka) – werden ingekocht. Zo kwam de toermalijn weer in Europa terecht.

De rode variant werd vaak aangezien voor granaat of robijn; en de groene voor smaragd. De dunne kristallen werden gebruikt als pijpenrager. Toermalijn is daarvoor geschikt omdat de steen as en kleine rommeltjes kan aantrekken als hij statisch geladen is. Sieraden uit die tijd bevatten cabochons en kralen van toermalijn. Sindsdien is toermalijn een geliefde steen bij edelsmeden gebleven.

.

.

e14996_-_paraiba_toermalijn_1154_cts_261x208 (1)

.

.

De verschillende kleuren toermalijn hebben naast de algemene werking ook nog een specifieke werking vanwege de kleur. De kleur bepaalt welk chakra bij de steen hoort.

.

* Kleurloos (achroïet): hoort bij hartchakra en kruinchakra. Versterkt het immuunsysteem, de lymfe en de waterhuishouding. Heeft een sterke werking op de epifyse, voor een harmonieuze groei en een gezond beendergestel. Helpt bij rugklachten en snel herstel bij botbreuken.

*Donker: geschikt bij opvliegendheid, overmatige transpiratie, gebrek aan concentratievermogen. Verlicht neurosen, versterkt reukvermogen.

*Licht: bij verdriet, huidaandoeningen, evenwichtstoornissen. Hartversterkend.

* Blauw (indigoliet): hoort bij voorhoofdchakra en kruinchakra. Helpt bij keelklachten en stembandproblemen. Versterkt vriendschap en loyaliteit. Maakt tolerant en gemoedelijk. Helpt andermans fouten te accepteren. Werkt op de waterhuishouding, versterkt nieren en blaas.

* Groen (verdeliet): hoort bij hartchakra. Normaliseert bloeddruk, heft blokkades in hartchakra op. Helpt bij chronische uitputting en vermoeidheid, hoofdpijn, griep, ontstekingen, zweren, epilepsie, tering. Preventief tegen kanker. Geeft levensvreugde en een goed humeur. Ondersteunt de lever en de gal, helpt het lichaam te ontgiften. Versterkt en harmoniseert de werking van de dunne en dikke darm.

* Groen-roze (watermeloentoermalijn): hoort bij hartchakra en basischakra. Preventief tegen kanker, heft blokkades in hartchakra op. Regeneratie van zenuwen en zenuwprikkeloverdracht, ook bij multiple sclerose.

* Geel: hoort bij zonnevlechtchakra. Stimuleert de spijsvertering, versterkt de werking van de lever.

* Roze (rubelliet): hoort bij hartchakra, heiligbeenchakra en basischakra. Geschikt bij overgevoeligheid, geen realiteitszin, onevenwichtigheid, nervositeit. Heft blokkeringen in hartchakra op. Helpt tegen angsten en zorgen, chronische uitputting en vermoeidheid.

* Rood (rubelliet): hoort bij heiligbeenchakra en basischakra. Helpt bij verminderd libido, twijfel en matheid. Maakt charmant, dynamisch en flexibel, versterkt mannelijke kant. Voor een goede doorbloeding.

* Bruin: hoort bij basischakra. Is aardend, helpt bij lage rugklachten.

* Zwart (schörl): hoort bij basischakra. Geeft energie en voert ongewenste energieën af. Verandert negatief in positief, helpt de positieve kanten van situaties in te zien. Is ontspannend en verlicht pijnen. Beschermt tegen allerlei soorten straling (bijv. ultraviolet, röntgen).

.

.

toermalijn-1

.

.

.

.

.

.

Spiritueel

.

* Toermalijn maakt van lichaam, geest en ziel één geheel.
* Toermalijn maakt wijs en creatief.
* Het laatnegatieve energieën afvloeien naar de aarde. Blokkades worden verwijderd, zowel uit de aura als uit het fysieke lichaam.
* Toermalijn is kalmerenden helpt om een gegeven situatie te accepteren zoals die is.

.

.

Chemische samenstelling

.

Toermalijn is een hele familie verwante mineralen. Het gaat steeds om zeer complexe silicaten met tal van wisselende chemische elementen. Kristallen raken door opwrijven elektrisch geladen.

De kristalvorm is een tetraëder (een viervlak van gelijkzijdige driehoeken). Deze viervlakken vormen ringen; daaraan danken de kristallen hun kenmerkende langwerpigheid.

Samenstelling: de algemene formule is X Y3 Z6 [(OH,O, F)4 (BO3)2 Si6O18]
X = natrium (Na), kalium (K), lithium (Li)of calcium (Ca).
Y = ijzer (Fe), mangaan (Mn), lithium (Li), aluminium (Al), koper (Cu) of magnesium (Mg).
Z = aluminium (Al), ijzer (Fe), chroom (Cr), mangaan (Mn), titaan (Ti) of vanadium (V).
Deze elementen komen bovendien voor als ingesloten sporen; dan zijn ze vaak verantwoordelijk voor de kleur.

.

.

Kleur Veroorzaakt door Naam Elementen X, Y3, Z6 + sporen
Kleurloos Achroiet Na(Li,Al)3 Al6
Blauw Fe (ijzer), Ti (titaan) en Cu (koper) Indigoliet (Ca,Na)(Li,Al,Fe)3 (Fe,Al)6 + Ti, Fe, Cu
Roze, rood Li (lithium) en
Mn (mangaan)
Rubelliet (Ca,Na)(Li,Al,Mn)3 (Al,Mn)6 + Ca, F, Fe, K, Li, Mg, Mn
Groen Cr (chroom),
V (vanadium) en
Cu (koper)
Verdeliet (Ca,Na)(Li,Al,Fe)3 (Al,Cr,V)6 + Fe, Cu, V
Groen van buiten, rood van binnen
(of andersom)
Watermeloen- toermalijn (Ca,Na)(Li, Al, Mn, Fe)3 (Al,Cr,Mn,V)6 + Ti, Fe, Mn, Mg, Cu
Geel, bruin Fe (ijzer),
Mn (mangaan) en Mg (magnesium)
Elbaïet, draviet, liddicoatiet (Ca,Na)(Li,Al, Fe, Mn, Mg)3 (Al, Mg)6 + Fe, Ca, Cr, K, Li, Mn, Ma, Ti, Cu, V
Zwart Fe (ijzer) Schörl NaFe3Al6 + Fe,Ca,Cr,Li,Mg,Mn,Ti

.

.

 

Hardheid: 7 – 8
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig tot ondoorzichtig
Breuk: ruw, onregelmatig en schelpvormig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 3,02 – 3,41 varieert met de chemische samenstelling (ingesloten ijzer maakt zwaarder)
Kristalstelsel: trigonaal

.

.

 

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

 

 

De 10 duurste colliers over de hele wereld

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Een mooie halsketting is altijd iets wat iemand een beetje meer speciaal kan maken. Toch is het zo dat er veel diverse prijzen in deze halskettingen zijn. Voor die personen die iets heel speciaal willen, kan je hier even de 10 duurste halskettingen bekijken. Misschien zit er wel één tussen voor jou, nu, als je ze kan betalen dan.

 

.

 

10. Bulgari Sapphire and Diamond Necklace

 

Deze ketting is de eerste in de top tien. De halsketting bevat meer dan 950 diamanten en talloze saffieren. Alles samen bevat deze ketting meer dan 66 karaat aan diamanten en safieren. Voor 1 miljoen dollar is ze helemaal van jou.

 

 

 

 

 

9. Leviev Fancy Pink and White Diamond Necklace

.

Het middelpunt van deze ketting is een zeldzame roze en witte diamant van bijna 98 karaat. Dit maakt dus ook dat deze ketting zo duur is. Voor 2 miljoen dollar kan je deze om je nek dragen.

 

 

 

 

 

8. William Goldberg Fancy Colored Diamond Necklace

.

Dit ‘William Goldberg halssnoer’ bevat 45kt gekleurde diamanten en bestaat voor de rest helemaal uit platina, gekleurd met 19kt geel goud. De prijs voor deze halsketting bedraagt dan ook 2 miljoen dollar, net zoals de Leviev Fancy Pink and White Diamand Necklace.

 

 

 

 

 

7. Tiffany & Co. Majestic Diamond Necklace

 

Deze heel fijne halsketting van Tiffany & Co. bestaat helemaal uit platina en het hangertje van dit halssnoer bestaat uit een diamant die in een 41kt sterretje geslepen is. De ketting kost dan ook 2,5 miljoen dollar.

 

 

 

 

 

 

6. H. Stern’s Venus Necklace

.

Dit is zonder twijfel een echte schoonheid om te zien. De halsketting bezit over 110kt diamanten en is gemaakt uit 18kt goud. De prijs voor deze schoonheid bedraagt dan ook 3 miljoen dollar.

 

 

 

 

5. Chopard Magnificent Diamond and Emerald Necklace

.

Persoonlijk niet één van mijn favorieten, is deze Chopard Magnificent Diamond and Emerald Necklace. De prijs voor deze ketting bedraagt zo veel wegens de 191kt groene smaragden die verbonden zijn met 16kt diamanten. De prijs? Een kleine 3 miljoen dollar. Veel geld voor dit ding als je het mij vraagt. Let wel op dat je de juiste outfit aan hebt vooraleer je deze ketting aandoet. Het zou zonde van het geld zijn als ze er niet bij past.

 

 

 

 

 

4. Titanic Heart of the Ocean Diamond

.

De “Titanic Heart”-halsketting die Kate Winslett, de hoofdrolspeler in de Titanic, draagt, is eigenlijk geen echte diamant. Het is eigenlijk een blauwe Zirkonia die gemaakt werd door de juwelier Asprey & Garrad. Deze juwelier heeft later een reproductie van deze halsketting gemaakt, maar dan met echte edelstenen waaronder een hartvormige 170kt Ceylon saffier. De prijs voor deze halsketting met echte edelstenen bedraagt maar liefst 3,5 miljoen dollar.

 

 

 

 

 

3. De Beers’ Marie Antoinette Necklace

.

De Beers’ Marie Antoinette-ketting behoort zeker tot één van de duurste halssnoeren over de hele wereld, en terecht als je het mij vraagt. Dit halssnoer is voorzien van meer dan 181kt diamanten, met een monterlijke 8kt witte diamant in het midden. Alles zit dan ook goed vast in een platina-ketting. De prijs is 3,7 miljoen dollar.

 

 

 

 

 

2. Neil Lane’s Diamond Necklace

.

Van deze Neil Lane Diamand-halsketting is er maar één op de hele wereld. Deze halsketting is voorzien van 140kt peervormige en druppelvormige diamanten, alles gezet in een platina-halssnoer. De prijs is een ongelooflijke 4 miljoen dollar.

 

 

 

 

 

1. Garrard: Heart of the Kingdom Ruby

.

Deze ‘Garrard: Heart of the Kingdom Ruby’-ketting is veruit de meest dure ketting over de hele wereld. De edelsteen die je hier in het midden van de ketting ziet is een 41kt, ongelooflijk zeldzame, hartvormige Birmarobijn. Deze wondermooie steen wordt omringd met meer dan 150 diamanten.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

Haliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Het mineraal haliet is  ontstaan door indamping van (zee)water. In de loop der eeuwen is de neergeslagen zoutlaag ineengeperst tot een dik pak steen. Haliet wordt daarom ook wel steenzout genoemd. Het mineraal kan ook ontstaan als korstachtige neerslag van zeewater.

 

.

Algemeen

 

Haliet bestaat uit zout plus veel extra mineralen en sporenelementen. Het is goed in water oplosbaar en je kunt het prima als smaakmaker in de keuken gebruiken. Normaal keukenzout bestaat uit zuiver zout. Haliet zonder ingesloten stoffen – erg zeldzaam – is kleurloos of wit. Door die ingesloten stoffen kan haliet allerlei kleuren hebben: lichtgrijs, geel, oranje, roze, rood, roodbruin, bruin, blauw, zwart.

Nederland kent zijn eigen haliet soorten. Deze worden door Akzo Nobel gewonnen bij Boekelo en Hengelo. De ondergrondse haliet wordt in heet water opgelost, opgepompt en verder verwerkt. Een bijzondere soort haliet is Himalayazout. Dit is ongeveer 500 miljoen jaar geleden ontstaan, en is het oudste zout ter wereld. Het een na oudste zout is Dode Zeezout. Dat is ongeveer 450 miljoen jaar geleden ontstaan.

 

Himalayazout wordt in het Himalayagebergte gevonden. Na winning wordt het gewassen in water waarin steenzout is opgelost. Daardoor blijven alle mineralen en sporenelementen behouden. Van alle soorten zout bevelen wij Himalayazout aan, omdat dit het minst verontreinigd is en de meeste mineralen bevat.

Himalayazout en andere steenzouten kun je op veel manieren gebruiken, bijvoorbeeld als geneesmiddel, als schoonheidsmiddel en als verzamelobject. Haliet heeft een zuiverende, beschermende werking. Het helpt ongewenste gewoonten en vastgeroeste patronen te doorbreken. Blokkades kunnen letterlijk ‘oplossen’ dankzij meditatie met een brok haliet of een positieve gedachte (affirmatie) op een papiertje onder een brok haliet.

 

 

$_84

 

 

 

 

haliet-brok

 

.

 

Door de eeuwen heen

 

Het gebruik van haliet is al eeuwen oud. Reeds 3000 v. Chr. (in de Bronstijd) werd steenzout gewonnen in zoutmijnen.De rustgevende en helende werking van zout water op huidklachten was al 2000 v. Chr. bekend. In bijbelse tijden werd de Dode Zee al gebruikt als kuuroord. Aan de westkant van de Dode Zee staat een grote formatie haliet van 210 meter hoog. Deze formatie wordt Berg Sodom genoemd. Waarschijnlijk heeft het bijbelse verhaal van de vrouw van Lot zijn oorsprong in deze pilaar.

Toen Lot met zijn vrouw en kinderen uit Sodom vluchtten, mochten ze niet omkijken. Zijn vrouw kon het toch niet nalaten, wierp een blik over haar schouder en veranderde in een zoutpilaar. Waarschijnlijk lag Sodom aan de westkust van de Dode Zee.

Bij de Romeinen was zout een kostbaar goed, haast kostbaarder dan goud. Zij gebruikten veel zeezout, maar importeerden ook steenzout, onder meer uit Midden-Europa. Het werd gebruikt om bederfelijke waren te conserveren en het was natuurlijk (net als nu) een belangrijke smaakmaker. Er waren ook andere toepassingen, zoals het kleurecht maken van verfstoffen en mummificeren. Zout was tevens in gebruik als schoonheidsmiddel, cosmetica en kunstmest.

Het Oostenrijkse plaatsje Hallstatt – dat zou letterlijk ‘zoutstad’ betekenen – heeft zijn naam aan een hele periode en cultuur gegeven. De Hallstatt-cultuur beleefde zijn hoogtepunt tussen 800 en 500 v. Chr. en was te danken aan de aanwezigheid van winbaar zout.

De Hallstatt-cultuur was verspreid over een zeer groot gebied in Centraal Europa. Uit deze tijd stammen de diepe zoutputten in de buurt van Salzburg – dat letterlijk ‘zoutburcht’ betekent. Sommige van die zoutmijnen zijn tot in de 18e eeuw in gebruik gebleven.

In de Middeleeuwen werd zout vooral gewonnen in Duitsland en Polen. Het werd toen het witte goud genoemd, het was schaars en daardoor duur. Voor de invoering van muntgeld speelde zout een belangrijke rol als betalingsmiddel. Wie zich zout kon veroorloven, moest er belasting over betalen. In Nederland bestond die zoutbelasting tot in de negentiende eeuw. Dit leidde tot spreekwoorden als ‘hij verdient het zout in zijn pap niet’ (hij verdient bijna niets).

In de Middeleeuwen was zout belangrijk voor het conserveren van voedsel (door het te ‘pekelen’). Zout werd gebruikt bij het looien van leer, om het lekker zacht en soepel te maken. Zout was ook een belangrijke component in verfstoffen en medicijnen, schoonmaakmiddelen en buskruit.

In Europa speelde en speelt zout nog steeds een belangrijke rol in allerlei rituelen, feesten en (bij)geloof. Bijvoorbeeld: schenk pasgeboren baby’s een zakje zout om hen te beschermen tegen onheil. Of: zout in jas of broekzak beschermt tegen hekserij en onheil.

Zout is een vrij zacht gesteente, waaruit gemakkelijk voorwerpen of vormen gesneden kunnen worden. Van deze eigenschap is gebruikgemaakt bij de Zout Kathedraal in Zipaquirá, Colombia. Deze kerk ligt 200 meter onder de grond, uitgehakt in een voormalige zoutmijn. De iconen en ornamenten zijn uitgehakt in haliet.

Zout wordt al zeer lang heelkundig gebruikt. Baden in zout water was een universeel middel tegen uiteenlopende klachten als onvruchtbaarheid, impotentie, hysterie, darmklachten en ademhalingsproblemen. Haliet is ook al eeuwen beschermer tegen negatieve invloeden, energetisch vampirisme en entiteiten (geesten).

 

 

.

 

 

blauwe haliet

.

 

 

Chemische samenstelling

.

Tussen zout en haliet is chemisch geen verschil. In de natuur- en scheikunde spreekt men over natriumchloride, in de biologie over keukenzout of natriumchloride, in de geologie over steenzout en in de mineralogie over haliet. Toch praten we steeds over hetzelfde goedje, namelijk natriumchloride. Kristalzout is een handelsnaam voor hoogwaardige steenzout, zoals bijvoorbeeld Himalayazout. Handelsnamen zijn vaak misleidend; zout is een kristallijne materie en dus is elk soort zout eigenlijk kristalzout.

Haliet bevat naast natriumchloride veel extra mineralen en sporenelementen. Vooral het ijzer is kleurbepalend; haliet is meestal rozig door het ingesloten ijzer. Blauwe tinten worden veroorzaakt door stralingsschade aan het kristalrooster. Resten van ooit levende organismen geven een bruine tot zwarte verkleuring.

 

 

.

 

.

Himalayazout bevat maar liefst 84 elementen.

.

actinium, aluminium, antimoon, arsenicum, astaat, barium, beryllium, bismut, boor, broom, cadmium, calcium, cerium, cesium, chloride, chroom, dysprosium, erbium, europium, fluor, fosfor, francium, gadolinium, gallium, germanium, goud, hafnium, holmium, ijzer, indium, iridium, jodium, kobalt, koolstof, koper, kwik, lanthaan, lithium, lood, lutetium, magnesium, mangaan, molybdeen, natrium, neptunium, nikkel, niobium, osmium, palladium, platina, plutonium, polonium, raseodymium, protactinium, radium, renium, rhodium, rubidium, ruthenium, samarium, scandium, seleen, silicium, stikstof, strontium, tantaal, tellurium, terbium, thallium, thorium, thulium, tin, titaan, uranium, vanadium, waterstof, wolfraam, ytterbium, yttrium, zilver, zink, zirkonium, zuurstof en zwavel

 

 

roze haliet

 

.

 

Samenstelling: NaCl + Br, C, Fe, J, K, Mg

Hardheid: 2,5
Glans: glasachtig
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,16 (zuivere NaCl)
Kristalstelsel: kubisch

 

.

 

 

 

 

witte haliet

 

 

groene haliet

 

 

lamp van haliet

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Wilgenroosje : Chamerion angustifolium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de aarvormige bloeiwijze met grote 4-tallige helder roze
(zelden witte) bloemen en
– de donker bruinrode kelkbladen, die tussen de kroonbladen
naar voren buigen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilgenroosje is een overblijvende plant van 30 tot 150 cm hoog. Ze komt zeer algemeen en groeit op zonnige tot half beschaduwde plaatsen met vochtige tot droge, omgewerkte zandgrond op kapvlakten, brandplekken en aan bos- en struikgewasranden. Op kap-, brand- en door storm geteisterde plaatsen kan wilgenroosje plotseling massaal voorkomen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilgenroosje bloeit vanaf juni tot en met september met lange aarvormige trossen. De helder roze bloemen zijn 4-tallig en hebben donker bruinrode kelkbladen. De meeldraden en de stijl steken duidelijk buiten de bloem en gaan later hangen.

De vier kroonbladen zijn niet gelijk. De bovenste twee zijn iets groter dan de onderste, waardoor de kroonbladen wat weg lijken te hebben van de vleugels van een vlinder.

De bloemen lijken op lange stengels te staan, maar die “stengel” is het vruchtbeginsel, dat zich na de bloei ontwikkelt tot een doosvrucht met talrijke pluizige zaden, die door de wind makkelijk verspreid worden.

Naast uitbreiding door middel van zaden, breidt wilgenroosje zich ook uit door middel van de kruipende wortelstok. Op die manier kan de plant grote bestanden vormen, waarin andere planten geen kans krijgen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wilgenroosje draagt smalle lancetvormige bladeren, die verspreid langs de stengel staan. De bladeren lijken op de bladeren van de wilg, vandaar de naam.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bladeren van wilgenroosje kunnen gedroogd worden in de zon om er daarna thee van te trekken. Werkt goed bij darmproblemen. Jonge bladeren en jonge scheuten kunnen als groente gegeten worden of in soep gebruikt worden.

 

 

harig wilgenroosje

 

 

 

Algemeen

 

– teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 0,3 tot 1,5 m

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf juni t/m september
– aarvormige, zeer lange tros
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 4 kroonbladen, iets uitgerand
– niet vergroeid
– 4 donker bruinrode kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- lancetvormig
– zittend
– top spits
– rand gaaf of iets getand
– voet afgerond of wigvormig
– onderkant blauw/groen

Stengel
– rechtop
– niet vertakt
– kaal
– rolrond
– vaak roodachtig aangelopen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde weit : Melampyrum arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de prachtige helder roze aarvormige bloeiwijzen met paars/gele bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde weit is een eenjarig plantje, dat helaas zeer sterk in aantal is afgenomen en op de rode lijst staat als ernstig bedreigd. Ze groeit op droge, enigszins omgewerkte kalkrijke grond. Wilde weit is een halfparasiet net als de ratelaars. Ze is voor water en mineralen afhankelijk van andere planten. Daardoor kan ze in een paar weken volledig uitgroeien en zich handhaven in droge milieus.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met prachtige bloemen die schuin omhoog gericht in dichte trossen bij elkaar staan en ze wordt 15 tot 50 cm hoog. De bloemen zijn aan de top paars met daar onder een geel of geel/witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lancetvormig, de bovenste bladeren hebben priemvormige tanden. De helder roze schutbladen hebben lijnvormige tanden en donkere klierpuntjes aan de onderkant. Ze verkleuren naar groen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– helder roze met geel/wit
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– lipbloem
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– kort behaard

Stengel
– rechtop
– vierkant
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde kamperfoelie : Lonicera periclymenum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de trossen lange, smalle bloemen met ver uitstekende meeldraden,
– roze, (room)wit en geel gekleurd (of een combinatie hiervan),
– aan een klimmende plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde kamperfoelie is een overblijvende plant, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op natte tot droge, vrij zure, matig voedselrijke grond in bossen, struikgewas, moerassen en aan slootwallen, in de duinen vaak op de grond liggend. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde kamperfoelie bloeit vanaf juni tot en met oktober. De bloemen vormen een gesteelde, hoofdjes-achtige bloeiwijze; het zijn een aantal kransen dicht op elkaar, gescheiden door kleine schutbladen. Vooral in de avond verspreiden de bloemen een heerlijke, zoete geur. Jonge bloemen zijn (room)wit, oudere bloemen worden geel. Bloemen en knoppen in de zon lopen vaak rozerood aan.

De bloemen hebben een lange kroonbuis, waarin zich de nectar bevindt. De ongedeelde onderlip en de bredere, 4-spletige bovenlip krommen zich ver achterwaarts, waardoor de bloemen een landingsplaats voor insecten missen. Ze worden daarom voornamelijk bezocht door nachtvlinders, die voor de bloem in de lucht blijven hangen en met hun lange tong de nectar uit de kroonbuis opzuigen.,De kelkbladen, de schutbladen, de jonge takken en de buitenkant van de bloemen zijn met klierharen behaard.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn eirond en kortgesteeld, bovenzijde groen, onderzijde grijs-groen. De stengel windt zich om de takken van struiken als meidoorn en duinroosje of draaien om elkaar. Bij gebrek aan steun liggen de stengels op de grond. Ze kunnen tot 10 meter lang worden. Vaak zijn ze rood-paars verkleurd. Jonge bladeren en takken hebben een lichte beharing, die na verloop van tijd verdwijnt.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De bessen verkleuren van groen naar prachtig, mat glanzend rood. Ze dragen de resten van de kelk als een donker kroontje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

Tartaarse kamperfoelie : 2 bloemen op 1 steel in de bladoksels, bloemen roze, rood of wit, buitenkant bloemkroon kaal.

 

 

 

 

 

 

Rode kamperfoelie : 2 bloemen op 1 steel in de bladoksels, bloemen geelwit, buitenkant bloemkroon viltig behaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tuinkamperfoelie : ongesteelde bloeiwijze, bladeren van bloeiende takken aan de voet tot een schoteltje vergroeid, geurend, zelden verwilderd.

 

 

 

 

 

 

Wilde kamperfoelie : gesteelde bloeiwijze, bladeren van bloeiende takken aan de voet niet vergroeid, geurend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeldzaam
– tot 3,00 meter

Bloem
– wit, geel, roze, rood
– vanaf juni t/m oktober
– gesteeld hoofdje
– 4 tot 5 cm
– buisvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– neer- of overhangend, windend
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Wagneriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemeen

.

.Wagneriet is een vrij onbekend mineraal. Het komt voor in verschillende tinten geel, bruin, roze, oranje of groen, met her en der glanzende metalige vlakken. Wagneriet is verwant aan apatiet; door verwering verandert wagneriet langzaam in dat mineraal. Wagneriet wordt gevonden in verschillende landen, onder meer Verenigde Staten, Noorwegen, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Spanje, Portugal en Rusland.

Het is een fluorfosfaat, waardoor het een belangrijke rol speelt in de edelsteentherapie. Het gaat daarbij vooral om de rozerode variant. We schrijven wagneriet graag voor bij stress en burn-out, omdat deze steen je terugbrengt bij jezelf.

.

.

.

.

Herkomst van de naam

.

Wagneriet is vernoemd naar de Duitse mijndirecteur F.M. von Wagner (1768-1851). De steen was al eerder bekend, maar werd pas erkend als zelfstandig mineraal toen het in 1821 in Duitsland en Oostenrijk werd gevonden. In Noorwegen staat het mineraal bekend als kjerulfin, een vernoeming naar de Noorse geoloog Theodoor Kjerulf (1825-1888).

.

.

.

.

Wagneriet door de eeuwen heen

.

Als fosfaat werd en wordt wagneriet in Scandinavië gebruikt als kunstmest. In de Noorse provincie Telemark ligt de Kjerulfin-mijn, waar vanaf ca 1850 wagneriet (of kjerulfin, zoals de Noren zeggen) wordt gewonnen voor gebruik in de landbouw. Als heelsteen is de wagneriet pas een tiental jaren bekend.

.

.

.

.

Fysische eigenschappen

.

Wagneriet is een fluorhoudend magnesiumfosfaat. De precieze samenstelling varieert per vindplaats. Wagneriet uit de Verenigde Staten bevat mangaan en is daardoor rozerood. Wagneriet uit Noorwegen echter bevat geen mangaan en is daardoor geel-bruin.

.

.

 

Samenstelling: (Mg, Fe2+)2(PO4)F + (OH, Fe, Mn)
Hardheid: 5 – 5,5
Glans: glasachtig tot vettig
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend tot
halfdoorschijnend (opaque)
Breuk: schelpvorming, oneffen
Splijtbaarheid: onvolkomen
Dichtheid: 3,07 – 3,14
Kristalstelsel: monoklien

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Teer guichelheil : Anagallis tenella

Standaard

kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de tere, zachtroze tot bijna witte bloemetjes, met 5 donker geaderde kroonbladen tussen lage vegetatie op natte plekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Teer guichelheil is een overblijvend, laag, kruipend plantje, dat groeit op open plaatsen met natte tot vochtige, al of niet kalkhoudende grond in duinvalleien, in moerassige heiden en lage graslanden. Het zijn plaatsen die in de zomer nat tot vochtig blijven en in de winter meestal onder water staan. De bescherming van het water helpt teer guichelheil de winter door en voorkomt dat ze bevriest. Naast de vochtigheid is ook de hoogte van de overige vegetatie van belang; teer guichelheil heeft open ruimte nodig. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen en ze staat op de rode lijst als zeer zeldzaam en matig afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Teer guichelheil bloeit vanaf juni tot en met augustus met zachtroze tot bijna witte bloemetjes. De 5 kroonbladen zijn donker geaderd en 2 tot 3 keer zo lang als de kelkbladen. De bloemen staan op vrij lange, slanke, draad- vormige stelen in de bladoksels. En profiel tonen ze wat klokvormig. De helmdraden zijn dicht en lang wit behaard en aan de voet vergroeid tot een kokertje.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De kruipende stengels wortelen op de knopen. Teer guichelheil kan onder de juiste omstandigheden snel uitgroeien, ze is dan zodenvormend. De bladeren zijn kort gesteeld, rond tot eirond, staan tegenover elkaar en hebben geen klierpuntjes zoals de bladeren van rood en blauw guichelheil.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast teer guichelheil zijn er in ook blauw- en rood guichelheil, door hun kleur makkelijk te onderscheiden van teer guichelheil. Een ander laag blijvend, zoden vormend plantje met roze/witte bloemetjes is melkkruid. De bloemetjes van melkkruid zijn compacter, zien er steviger uit en hebben geen steel. Melkkruid groeit voornamelijk op brakke tot zilte plaatsen.

 

 

blauw guichelheil

 

 

rood guichelheil

 

 

melkkruid

 

 

 

Algemeen

 

– sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, rode lijst
– 5 tot 20 cm

Bloem
– roze tot bijna wit
– vanaf juni t/m augustus
– alleenstaand
– stervormig
– 0,5 tot 1 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand, zelden verspreid
– enkelvoudig
– rond tot eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond
– netnervig

Stengel
– kruipend
– kaal
– wortelend op de knopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Steenanjer : Dianthus deltoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
alleenstaande helder roze bloemen met witte vlekjes en een donkerrode smalle ring aan de basis van de kroonbladen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Steenanjer is een overblijvende plant van 20 tot 45 cm hoog en groeit op droge, matig voedselarme zandgrond in lage graslanden. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend in de Lage Landen. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als kwetsbaar.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Steenanjer bloeit vanaf juni tot en met oktober met niet geurende bloemen van 1,5 tot 2 cm in doorsnede. Ze staan aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze zijn helder roze (zelden wit) en hebben 5 getande kroon- bladen, die witte vlekjes hebben en een donkerrode, smalle rand. Die rand op de kroonbladen vormt in het midden van de bloem een ring.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Steenanjer heeft rechtopstaande bloeiende stengels en half liggende, korte, niet bloeiende stengels. De bladeren van de niet bloeiende stengels en de onderste bladeren van de bloeiende stengels hebben een stompe punt, de overige bladeren hebben een spitse punt. Stengels en bladeren zijn ze kort afstaand behaard en voelen daardoor ruw aan.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:
:
::
steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

kartuizer anjer

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

ruige anjer

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

duizendschoon

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen tot vrij   zeldzaam
– 20 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, soms wit
– juni t/m oktober
– alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp of spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig
– blauwgroen
– kort ruw behaard

Stengel
– liggend en opstijgend
– kort ruw behaard
– rolrond

zie wilde bloemen