Tagarchief: wit

De chacra’s

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

Chacra’s draaikolken van energie

 

Het woord chacra, een therm afkomstig uit India, komt uit het Sanskriet en betekent wiel of circel. Het is een draaikolk van energie die een wisselwerking heeft tussen de aura ( het energieveld rond het lichaam) en het lichaam. De religieuze en filosofische begrippen van chacra’s als energiecentra stammen uit India. In Oosterse filosofieën worden chacra’s beschouwd als niveaus van bewustzijn. Ze hebben invloed op fysieke, emotionele, mentale en spirituele aspecten van een persoon.

 

 

 

 

 

 

    De werking van het metafysisch stelsel

 

 

Wat is metafysica

 

Metafysica is de leer die op zoek gaat naar het wezen van de werkelijkheid. Ze kan met zintuigeijke waarheid, de fysica, niet bewezen worden. Eén van die metafysische stelsels is het chacrasysteem. Het gaat hierbij om een theorie, niet om een religie.

 

 

De uitgangspunten van het chacrastelsel

 

1:er zijn zeven hoofdchacra’s die vertikaal liggen op de ruggengraat. Ze komen overeen met zeven zenuwknopen in het lichaam en hebben invloed op de mentale en lichamelijke gezondheid van de mens.

2: er zijn talrijke nevenchacra’s die met elkaar verbonden zijn door energiebanen, ook nadi’s genoemd.

3: de noodzakelijke, onzichtbare energie (prana) komt via de kruin van het hoofd het lichaam binnen, gaat langs de ruggengraat naar beneden en geeft zo zijn energie af aan elke chacra. De overtollige energie wordt afgevoerd naar de aarde via de voeten.

4: de zeven hoofdchacra’s hebben invloed op fysieke eigenschappen van het lichaam en op de bewustzijnsniveaus.

5: Hoe hoger de chacra in het lichaam, hoe groter het corresponderende bewustzijnsniveau.

6: de onderste chacra’s zijn op hun ontwikkelingsniveau even belangrijk dan de bovenste.

7: de chacra’s worden in stand gehouden door twee verticale stromen die elkaar kruisen in elke hoofdchacra.

8: elke chacra correspondeert met een kleur, toon en dimensie.

9: de chacra’s staan voortdurend met elkaar in wisselwerking en kunnen slechts theoretisch van elkaar gescheiden worden.

10: de chacra’s kunnen door meditatie, acupunctuur, yoga  en spirituele ontwikkeling ruimer geopend worden met als resultaat verandering van bewustzijn.

 

 

 

 

 

   De zeven hoofdchacra’s

 

Chacra één

 

-naam: de Muladhara of het wortelchacra.

-is gelegen aan de onderkant van de ruggengraat en wordt in verband gebracht met  overleven. Het corresponderende element is aarde.

-de kleur is rood.

-het zenuwknooppunt is de plexus coccygeus.

-endocriene stelsel: de testikels en de geslachtsorganen.

-de corresponderende lichaamsdelen: de benen, botten en dikke darm.

-bij slecht functioneren: zwaarlijvigheid, aambeien en constipatie.

-klinkerklank: o als in boot.

 

 

 

 

Chacra twee

 

-naam: de Swadhistana of het heiligbeenchacra.

-is gelegen in de onderbuik en wordt in verband gebracht met emoties en seksualiteit. Het corresponderende element is water.

-de kleur is oranje.

-het zenuwknooppunt is de ganglion spinale, ook sacrale chacra genoemd.

-endocriene stelsel: de eierstokken, prostaat en testikels.

-de corresponderende lichaamsdelen: de baarmoeder, genitaliën, nieren en de blaas.

-bij slecht functioneren: impotentie, frigiditeit, problemen met blaas en baarmoeder.

-klinkerklank: oe als in doe.

 

 

 

 

 

Chacra drie

 

-naam: de Manipura of het juweelchacra.

-is gelegen in de buurt van de solar plexus en wordt in verband gebracht met wilskracht. Het corresponderende element is vuur.

-de kleur is geel.

-het zenuwknooppunt is de solar plexus, ook zonnevlecht genoemd.

-endocriene stelsel: de alvleesklier en de bijnieren.

-de corresponderende lichaamsdelen: het spierstelsel en de spijsvertering.

-bij slecht functioneren: maagzweren en diabetes.

-klinkerklank: a als in vader.

 

 

 

Chacra vier

 

-naam: de Anahata of het hartchacra.

-is gelegen in de hartstreek en word in verband gebracht met liefde. Het corresponderende element is lucht.

-de kleur is groen.

-het zenuwknooppunt is de plexus cardiacus.

-endocriene stelsel: de hymusklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de longen, hart , armen en de handen.

-bij slecht functioneren: astma en hoge bloeddruk.

-klinkerklank: ee als in mee.

 

 

 

 

Chacra vijf

 

-naam: de Vishudda of het keelchacra.

-is gelegen in de buurt van het strottenhoofd en staat in verband met communicatie en creativiteit. Het corresponderende element is geluid.

-de kleur is blauw.

-het zenuwknooppunt is de plexus pharingeus.

-endocriene stelsel: de hypothalamus en de schildklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de keel, oren en de mond.

-bij slecht functioneren: nekpijn en de griep.

-klinkerklank: ie als in zie.

 

 

 

 

Chacra zes

 

-naam: de Ajna of het voorhoofdschacra.

-is gelegen in de buurt van het voorhoofd en wordt in verband gebracht met helderziendheid en intuïtie. Het corresponderende element is licht.

-de kleur is indigo.

-het zenuwknooppunt is de plexus caroticus.

-endocriene stelsel: de pijnappelklier.

-de corresponderende lichaamsdelen: de ogen.

-bij slecht functioneren: hoofdpijn, nachtmerries en blindheid.

-klinkerklank: de mmm als in ohm.

 

 

 

 

Chacra zeven

 

-naam: de Sahasrara of het kruinchacra.

-is gelegen in de buurt van de kruin en wordt in verband gebracht met kennis en inzicht. Het corresponderende element zijn gedachten.

-de kleur is violet.

-het zenuwknooppunt is de Cerebrale cortex.

-endocriene stelsel: de hypofyse.

-de corresponderende lichaamsdelen: het centrale zenuwstelsel en de hersenschors.

-bij slecht functioneren: vervreemding, verwarring en depressie.

-klinkerklank: ngng als in zing.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

Reuzenberenklauw : Heracleum mantegazzianum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de enorm grote, witte bloemschermen, soms tot 50 cm in doorsnede

 

 

 

 

 

Algemeen

 

De indrukwekkende reuzenberenklauw, ook wel Perzische berenklauw genoemd, is vanuit Zuidwest-Azie in de 19e eeuw naar Europa gebracht als sierplant. Op veel plaatsen is de plant verwilderd. Het is een overblijvende (vaak tweejarige) plant, die algemeen voorkomend in stedelijke gebieden. Elders is ze zeldzaam. Ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke grond in bermen, tuinen, plantsoenen en struikgewas. Afhankelijk van de standplaats kan ze tot 3 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Reuzenberenklauw bloeit vanaf juni tot en met september met een variabel aantal schermen witte bloemetjes. De schermen bestaan uit 50 tot 150 deelschermen. De buitenste bloemen in een deelscherm zijn vergroot en asymmetrisch. De bloemen geuren naar anijs en zijn heel aantrekkelijk voor insecten. In de winter gebruiken de insecten de plant om te overwinteren in de holle stengels.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De grote bladeren bevatten furanocumarine, een sterk geurende, vluchtige olie die de huid overgevoelig maakt voor ultraviolette straling, waardoor ontstekingen en brandwonden ontstaan. In het vroege voorjaar, als de zaden ontkiemen, zullen door de omvang en de enorme groeikracht van de plant andere planten geen kans krijgen en ontstaat er al snel een bos. Reuzenberenklauw is nauwelijks te beteugelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met witte bloemschermen

 

Er zijn veel planten met witte bloemschermen. Zie voor vergelijking en herkenning van de algemeen voorkomende soorten, die groeien in graslanden, akkers, bermen, langs heggen en bosranden de pagina “Sleutel algemene witte schermbloemigen“.

 

 

 

 

 

Algemeen


– 
schermbloemenfamilie (Apiaceae)

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 2 tot 3 meter

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m september
– meervoudig scherm
– stervormig
– 8 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervormig oneven
– top spits
– rand getand
– voet half stengelomvattend
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rood gevlekt
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 Poelruit : Thalictrum flavum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de op lange, onvertakte stengels staande lichtgele, geurende pluimen van dicht op elkaar staande bloemen met lange meeldraden

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Poelruit is een overblijvende plant, die groeit op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, langs rivieren, in drassige graslanden, in grienden en moerassen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Poelruit bloeit in juni en juli met lichtgele, geurende pluimen. Bij nader bekijken blijken de bloeiende pluimen voornamelijk te bestaan uit lange meeldraden; die geven de pluimen hun kleur. Elke bloem heeft vier, smalle, groenig witte bloemdekbladen, die vrij snel afvallen. De knoppen zijn lichtgroen. De geurende bloemen bevatten geen nectar. Bezoekende insecten verzamelen stuifmeel en zorgen voor de bestuiving.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langer dan breed, 2- tot 3-voudig oneven geveerd. De deelblaadjes zijn handvormig en aan de onderkant grijsgroen met uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Poelruit wordt in de kruidengeneeskunde gebruikt als laxeermiddel.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Op afstand lijkt de bloeiwijze van moerasspirea op die van poelruit; de pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes

 

 

moerasspirea

 

 

 

blad moerasspirea

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 45 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel, wit, groen
– juni en juli
– pluim
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 10 tot 20 meeldraden
– 10 tot 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rond en geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peen : Daucus carota

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– het roodpaarse bloemetje in het midden van (volgroeide)
– en de omwindselbladen met lijnvormige slippen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Peen is een stijf behaarde, overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit in vrije droge graslanden, in bermen, op dijken en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Peen bloeit vanaf juni tot de herfst met witte, soms roze, platte schermen, die bestaan uit 20 tot 40 kleinere schermen. Op de plaats van het middelste kleine scherm staan meestal 1 of meer rood-paarse bloemetjes. Hierdoor is peen makkelijk te onderscheiden van de andere witte schermbloemigen.

De schermen bestaan uit kleine witte bloemetjes met 5 uitgerande kroonbladen. De buitenste bloemetjes zijn stralend en hebben ongelijke kroonbladen. Na de bloei gaan de buitenste stralen zich buigen en ontstaat een “vogelnestje”.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De vruchtjes blijven hangen in de vacht van dieren en kunnen daardoor over grote afstanden verspreid worden. Peen is een belangrijke waardplant voor de rupsen van de koninginnenpage. De gekweekte vorm van peen heeft een vlezige oranje wortel, is minder behaard en heeft iets anders gevormde bladeren.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met witte bloemschermen

 

Er zijn veel planten met witte bloemschermen. Zie voor vergelijking en herkenning van de (zeer) algemeen voorkomende soorten, die groeien in graslanden, akkers, bermen, langs heggen en bosranden de pagina “Sleutel algemene witte schermbloemigen“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen of vrij zeldzaam
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– wit (soms roze)
– vanaf juni tot de herfst
– meervoudig scherm
– stervormig
– 1,5 tot 2 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf of gezaagd
– voet wigvormig of gevleugeld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Moeraswespenorchis : Epipactis palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de orchideebloemen met grote witte lob, die 2 dooiergele strepen heeft, een gekartelde, golvende rand en stompe of uitgerande top

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Moeraswespenorchis is een overblijvende plant van 20 tot 65 cm hoog. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als zeldzaam en matig afgenomen.  Ze groeit op natte, kalkhoudende zand- en leemgrond in duinvalleien en blauwgraslanden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Moeraswespenorchis bloeit vanaf juni t/m augustus. De bloemen staan in een tros van 8 tot 15 hangende bloemen. De tros is eerst knikkend, maar gaat later rechtop staan en verlengt zich tijdens de bloei. De bloemen bestaan uit 6 bloemdekbladen. De buitenste 3 zijn aan de buitenkant groenig bruin en aan de binnenkant groenig paarsrood met lichte rand.

Van de drie binnenste bloemdekbladen zijn de 2 bovenste kleiner dan de buitenste bloemdekbladen, wit en aan de basis roze of roze geaderd. Het onderste bloemdekblad bestaat uit 2 gedeeltes. Het binnenste (bovenste) deel is wit en roze geaderd en scheidt de nectar af. Het onderste gedeelte is geheel wit, rond van vorm met gekartelde, golvende rand, stompe of iets uitgerande top en twee dooiergele strepen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn grijsgroen, onbehaard en wat gootvormig. De bovenste bladeren zijn kleiner dan de onderste. Het bovenste gedeelte van de stengel, de bloemstelen en de vruchtbeginsels zijn behaard. Omdat moeraswespenorchis een kruipende wortel met uitlopers heeft, kan ze massaal voorkomen op goeie standplaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Van alle wespenorchideeën is de moeraswespenorchis de enige met een grote witte eindlob aan het onderste bloemdekblad en daardoor makkelijk te herkennen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

orchideeënfamilie (Orchidaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– rode lijst en wettelijk beschermd
– 20 tot 65 cm hoog

Bloem
– wit, rood, groen, roze
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– orchideebloem

– 2 tot 2,5 cm
– 6 bloemdekbladen
– 1 stempelzuil

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond, langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– (half) stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– bovenaan behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloedkoraal

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Bloedkoraal (Corallium rubrum) is een koraalsoort uit de Middellandse Zee. Het wordt aangetroffen op een diepte van 2 tot 280 meter. De onregelmatig gevormde kolonies worden 5 tot 20 centimeter hoog. Meestal is bloedkoraal donkeroranje. Er zijn echter ook witte en zwarte exemplaren bekend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Leefomgeving

 

Bloedkoraal komt voor in diep water met een rotsachtige bodem zoals op onderzeese bergen onder richels en in en rond grotten, waar vaak sterke stromingen zijn.

 

 

 

 

.

Voortplanting

 

Er zijn verschillende theorieën over de voortplanting van koraal, maar dit is de meest waarschijnlijke. Bloedkoraal bestaat uit mannelijke en vrouwelijke kolonies poliepen (dat is niet bij al het koraal). De zaadcellen van een mannelijke kolonie worden in het water losgelaten en proberen een vrouwelijke kolonie te bereiken.

De bevruchte eicel ontwikkelt zich tot een larve in het lichaam van een vrouwelijke poliep. Die ontwikkeling duurt ongeveer 30 dagen. Van eind juli tot eind augustus worden de larven in het water losgelaten. De larven vestigen zich op of in de buurt van het al bestaande deel koraal en ontwikkelen zich tot een poliep. Als dat is gebeurd maken ze een kalkskeletje (er bestaan ook zachte koralen, daarbij vormen de poliepen geen skeletje).

Dit proces herhaalt zich en zo wordt het koraal steeds groter. Bloedkoraal groeit in een tempo van minder dan een centimeter per jaar, dat is erg langzaam vergeleken met andere koralen. Een bloedkoraal kan zo’n 100 jaar oud worden en is volwassen als hij 7 tot 12 jaar oud is.

 

 

 

 

 

ruw

 

Voeding

 

De meeste soorten koralen hebben algen nodig om te kunnen leven. Die algen maken met behulp van fotosynthese glucose (suiker) en zuurstof. De algen gebruiken dit voor een deel zelf, maar er blijft veel over en dat wordt gebruikt door de koraalpoliepen. De koraalpoliep neemt de stoffen op in de maag. Van de afvalstoffen en de koolstofdioxide die de koraalpoliepen uitscheiden kunnen de algen weer nieuwe glucose en zuurstof maken.

Bloedkoraal werkt samen met roodalgen en die zijn, de naam zegt het al, rood. En doordat die algen op of in de koraalpoliepen zitten, lijkt het alsof het koraal zelf die kleur heeft; het koraal zelf is echter wit, de kleur die je ziet zijn de algen. Bloedkoraal is een van de weinige soorten koralen die ook zelf voedsel uit het water kan halen.

De bloedkoraalpoliepen hebben tentakels waarmee ze heel kleine diertjes (bijvoorbeeld plankton), of een heel klein stukje van een groter dier kunnen opvangen en soms ook nog kunnen verdoven met een netelcel en via de mond naar hun maag kunnen brengen. Daar wordt het verteerd. De bloedkoralen die op deze manier aan hun voedsel komen leven dus niet samen met algen en zijn dus ook niet rood (de kleur van de algen) maar wit.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Gebruik

 

Het koraalskelet levert een grondstof voor sieraden. Zo vormen kettingen van bloedkoralen kralen een onderdeel van bijvoorbeeld de Zeeuwse klederdracht. Naast parels, barnsteen en ivoor is het een van de weinige organische stoffen waarmee sieraden vervaardigd worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Symboliek

 

In de iconografie is een snoer bloedkoralen het attribuut van het gepersonifieerde Afrika. De inwoners van het Romeinse Keizerrijk geloofden dat bloedkoraal de magische eigenschap had om het boze oog te kunnen afwenden. Ook dachten zij dat het geneeskrachtig was. Een snoer bloedkoralen werd om de hals van een kind gehangen ter bescherming tegen kwade invloeden. Om deze reden is het ook te zien op christelijke afbeeldingen van Maria met Kind.

 

 

 

 

 

 

 

 

Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Cnidaria (neteldieren)
Klasse: Anthozoa (bloemdieren)
Onderklasse: Alcyonaria
Orde: Gorgonacea (hoornkoralen)
Onderorde: Scleraxonia
Familie: Coralliidae
Geslacht: Corallium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Luzerne : Medicago sativa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
aan de eivormige tot langwerpige, rijkbloemige, lang gesteelde trossen paarse (soms witte), kortgesteelde vlinderbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Luzerne is een overblijvende, 30 tot 80 cm hoge plant. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen. Ze groeit op min of meer vochtige plaatsen in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Luzerne bloeit vanaf juni tot en met september. De bloeiwijze is een rijkbloemige, eivormige tot langwerpige tros vlinderbloemen. Ze zijn kort gesteeld, doorgaans paars, soms zijn ze wit. De trossen zijn lang gesteeld en staan in de bladoksels. Bij kruisingen van luzerne met sikkelklaver zijn de bloemen groen of geel-paars gevlekt. Sikkelklaver heeft gele bloemen.

De meeldraden en stijl liggen onder spanning in de kiel van de bloem verborgen. Zowel bijen als vlinders kunnen de bloem laten “ontploffen”. Zij drukken, op hun zoektocht naar nectar, de zwaarden en kiel naar beneden, waardoor het mechanisme dat stijl en meeldraden onder spanning houdt, wordt open gedrukt en stijl en meeldraden omhoog klappen tegen de buik van het insect.

De stijl is langer dan de meeldraden en ontvangt stuifmeel van een andere bloem, voordat de kortere meeldraden hun stuifmeel aan het insect afgeven. Bij een ontplofte bloem blijven na vertrek van het insect de meeldraden en stijl zichtbaar. Die bloemen worden bezocht door andere insecten vanwege het nu makkelijk bereikbare stuifmeel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De kortgesteelde bladeren bestaan uit 3 langwerpige deelblaadjes, die elk 2 à 3 cm lang zijn, het breedst boven het midden en waarvan de onderste helft van de rand gaaf is en de bovenste helft getand. De top heeft een stekelpuntje. De stengels zijn sterk vertakt en los bebladerd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De zaden van luzerne kunnen het hele jaar ontkiemen en worden verkocht als spruitgroente met de naam alfalfa; op dezelfde manier in de keuken te gebruiken als taugé. Ze wordt ook gekweekt als voederplant en vanwege haar stikstofbindende eigenschap gebruikt als groenbemester voor verbetering van schrale gronden.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Andere planten met paarse trossen vlinderbloemen zijn vogelwikke, stijve wikke en bonte wikke. Hoewel het ook vlinderbloemen zijn, zijn de bloemen van de wikke-soorten anders van vorm en smaller dan de bloemen van luzerne. Verder staan ze binnen 1 tros nagenoeg allemaal dezelfde kant op. Dat is bij luzerne niet het geval. De bladeren van luzerne bestaan uit 3 deelblaadjes, die van de wikke-soorten bestaan uit meer dan 3 deelblaadjes en de bladspil eindigt in een vertakte rank.

 

 

vogelwikke

 

 

stijve wikke

 

 

bonte wikke

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeldzaam
– ook gekweekt als voederplant
– 30 tot 80 cm

Bloem
– paars (soms wit)
– vanaf juni t/m september
– tros
– 8 tot 12 mm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– top spits met stekelpuntje
– rand bovenste helft getand
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– weinig behaar

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Fargiet / Natroliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Natroliet is meestal wit of kleurloos maar kan ook geel- of roodachtig zijn. Het vertoont vaak een fijne, naald- achtige kristal structuur en behoort tot de zeolieten familie. Fargiet is een rode natroliet uit Glenfarg, Schotland en bergmanniet of spreustein is een onzuivere natroliet variant uit Noorwegen.

.

.

.

.

.

Verzorging

.

Natroliet kan beter niet met water gereinigd worden omdat het een vrij kwetsbare structuur heeft waardoor er stukjes van het kristal afgebroken kunnen worden als het onder stromend water gehouden wordt.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Natroliet is een samenvoeging van de Griekse woorden natron (soda) en lithos (steen).

.

.

.

.

Vindplaats

.

Natroliet wordt gevonden in Duitsland, Frankrijk, Rusland, Canada en de Verenigde Staten.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

chemische samenstelling: Na2Al2Si3O10·2H2O

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 2,25

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Kluwenhoornbloem : Cerastium glomeratum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 5 tot 1/4 ingesneden kroonbladen
– in een gedrongen, dichte bloeiwijze en
– de behaarde stengels, die vooral bovenaan kleverig zijn door klierharen

 

 

 

 

Algemeen

 

Kluwenhoornbloem is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige, behaarde plant, vooral bovenin met klierharen, waardoor ze kleverig aanvoelt. Ze groeit op open, vrij droge, tamelijk voedselrijke grond in tuinen, perken, bermen en graslanden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kluwenhoornbloem bloeit vanaf januari tot en met oktober. De hoofdbloei valt in de maanden april tot en met juni. Ze bloeit met kleine witte bloemetjes, die in een gedrongen, dichte bloeiwijze staan. Later wordt de bloeiwijze wat losser. In een bloeiwijze bloeien de bloemen zelden allemaal tegelijk. De bloemen hebben 5 kroonbladen, die ongeveer voor 1/4 zijn ingesneden. Ze zijn iets langer dan de kelkbladen, die tot aan de top behaard zijn.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 5 tot 45 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– dicht bijscherm
– stervormig
– 5 tot 8 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– breed eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– aan beide zijden zacht behaard
– geelgroen

Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kikkerbeet : Hydrocharis morsus-ranae

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, witte bloemen op een lange steel boven water en
– de op het water drijvende, ronde bladeren met hartvormige voet en opvallende kromme nerven

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kikkerbeet is een drijvende waterplant, die groeit in ondiep, (matig) voedselrijk, zoet of zwak brak, zacht stromend of stilstaand, luw water; niet in groot open water. Ze is ook geschikt voor aquaria en siervijvers. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juni tot en met augustus. De bloemen zijn zoet geurend en hebben drie witte kroonbladen, die aan de basis geel zijn. Ze staan op lange stelen boven het water. Ze zijn mannelijk of vrouwelijk. In het hart van de vrouwelijke bloemen staan 6 gele, 2-lobbige stijlen. In het hart van de mannelijke bloemen staan 12 gele meeldraden. De vrouwelijke bloemen zijn alleenstaand. De mannelijke staan met 2 tot 5 bij elkaar, maar meestal is er maar eentje in bloei, zelden 2. Elke bloem is maar 1 dag open.

 

 

 

 

 

Blad

 

De op het water drijvende, vlezige bladeren zijn cirkelrond, 2 tot 7 cm groot. Ze hebben een diep hartvormige voet en opvallende nerven; in het midden van het blad een rechte nerf en zijdelings daarvan aan elke kant 2 boogvormige nerven.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae)
– drijvende waterplant
– algemeen tot vrijwel ontbrekend
– 15 tot 30 cm

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m augustus
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3 cm groot
– 3 kroonbladen, niet vergroeid
– 3 kelkbladen
– 12 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– verspreid of rozet
– enkelvoudig
– rond
– top stomp
– rand gaaf
– voet diep hartvormig
– kromnervig
– vlezig
– op het water drijvend

Stengel
– ondergedoken
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen