Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
1 Samuel 24 |
1 – 22 |
David spaart Saul |
|---|---|---|
1 Samuel 25 |
1 – 1 |
Samuëls dood |
2 – 44 |
Nabal en Abigáil |
1 Samuel 24-25 – Skip Heitzig


.
1 Samuel 24 |
1 – 22 |
David spaart Saul |
|---|---|---|
1 Samuel 25 |
1 – 1 |
Samuëls dood |
2 – 44 |
Nabal en Abigáil |





.
1 Koningen 4:26 (Statenvertaling)
26 Salomo had ook veertig duizend paardenstallen tot zijn wagenen, en twaalf duizend ruiteren.
2 Kronieken 9:25 (Statenvertaling)
25 Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.
(In sommige vertalingen, waaronder de Nieuwe Bijbel Vertaling 2004 en de Groot Nieuws Bijbel, is 1 Koningen 4:26 geclassificeerd als 5:6.)
Dit is opnieuw de Statenvertaling, want in de NBG ’51 vertaling staat er ‘veertigduizend kribben.’ In de NBG dus geen tegenstrijdigheid. Maar in de grondtekst staat in beide verzen precies hetzelfde woord in precies dezelfde context, dus denk ik niet dat hierin de oplossing ligt.
Waarschijnlijk is de contradictie ontstaan door een kopieerfout in Koningen. 4000 paardenstallen is een realistisch aantal voor een land van die grootte en past beter bij het aantal ruiters.
Het is slechts een klein verschil in spelling, dus deze oplossing is niet onredelijk.
1 Koningen 5:16
16 behalve Salomo’s hoofdopzichters over de arbeid, drieduizend driehonderd, die aangesteld waren over het volk dat de arbeid verrichtte.
2 Kronieken 2:2
2 En Salomo wees een getal aan van zeventigduizend man lastdragers, tachtigduizend steenhouwers in het gebergte en drieduizend en zeshonderd opzichters over hen.
Er zijn verschillende oplossingen geopperd, maar ik zou toch gaan voor een kopieerfout in 1 Koningen, waar oorspronkelijk ook 3.600 stond. Dit wordt ondersteund door de LXX, waar in beide verzen 3.600 genoemd wordt.
1 Koningen 7:26
26 Haar dikte was een handbreed en haar rand was in de vorm van een bekerrand, een leliekelk. Zij had een inhoud van tweeduizend bath.
2 Kronieken 4:5
5 Haar dikte was een handbreed en haar rand had de vorm van een bekerrand, van een leliekelk. Zij had een inhoud van drieduizend bath.
Koningen en Kronieken zijn niet op hetzelfde moment geschreven en maten kunnen veranderen, dat is over de eeuwen regelmatig gebeurd en zou in dit geval ook gebeurd kunnen zijn. Maar er zijn andere mogelijkheden.
‘Die hard’ aanhangers van de ‘KJB’ (zij noemen het de King James Bible, maar over het algemeen is deze vertaling bekend als King James Version, dus KJV) zijn van mening dat de King James de enige goede vertaling is. Ze doen uitspraken als:
One of the proofs of the true Holy Bible, which in English is the King James Bible of 1611, is that it contains no proveable errors.
Will Kinney
Ze lossen de contradictie als volgt op:
1 Koningen 7:26
26 And it was an hand breadth thick, and the brim thereof was wrought like the brim of a cup, with flowers of lilies: it contained two thousand baths.
2 Kronieken 4:5 (King James Bible)
5 And the thickness of it was an handbreadth, and the brim of it like the work of the brim of a cup, with flowers of lilies; and it received and held three thousand baths.
2 Kronieken 4:5 bevat een extra werkwoord, namelijk ‘received.’ In de grondtekst staat dat extra werkwoord er inderdaad (‘chazaq’), hier rood gedrukt:

Letterlijk staat er: ‘chazaq bath drie duizend bevat.’
De KJV aanhangers zeggen, op grond van dit extra werkwoord, dat de ‘zee’ (zoals het genoemd werd) in Kronieken tot haar maximale capaciteit gevuld werd, terwijl 1 Koningen aangeeft hoeveel water de ‘zee’ normaal bevatte.
.
1 Koningen 8:15,16
15 En hij zeide: Geprezen zij de HERE, de God van Israël, die met zijn hand volbracht heeft, hetgeen Hij met zijn mond aldus tot mijn vader David gesproken had: 16 van de dag af, dat Ik mijn volk Israël uit Egypte leidde, heb Ik geen stad uit alle stammen van Israël verkoren om er een huis te bouwen, opdat mijn naam daar zijn zou, maar Ik heb David verkoren om over mijn volk Israël te heersen.
2 Kronieken 6:4-6
4 En hij zeide: Geprezen zij de HERE, de God van Israël, die met zijn handen volbracht heeft, hetgeen Hij met zijn mond aldus tot mijn vader David gesproken had: 5 van de dag aan, dat Ik mijn volk uit het land Egypte leidde, heb Ik geen stád uit alle stammen van Israël verkoren, om er een huis te bouwen, opdat mijn naam daar zijn zou, en geen mán verkoren, om vorst te zijn over mijn volk Israël; 6 maar nu heb Ik Jeruzalem verkoren, opdat mijn naam daar zijn zou, en heb Ik David verkoren, opdat hij over mijn volk Israël zou heersen.
Dit zijn twee citaten van God, die iets verschillen. Maar dit is niet tegenstrijdig, Kronieken is een aanvulling op Koningen. Dat betekent niet dat Koningen fout is, maar dat betekent simpelweg dat de schrijver van Koningen een kleiner gedeelte van Gods uitspraak geselecteerd heeft dan de auteur van Kronieken. Zie ook Matteüs 27:37 vs. Markus 15:26 vs. Lukas 23:38 vs. Johannes 19:19.
Merk wederom op dat veel Bijbelse citaties in feite parafrases zijn en dus niet exact weergeven wat er gezegd is. Waar het om gaat is dat de inhoud correct wordt weergegeven.
1 Koningen 16:8
8 In het zesentwintigste jaar van Asa, de koning van Juda, werd Ela, de zoon van Basa, koning over Israël te Tirsa; twee jaar.
2 Kronieken 16:1
1 In het zesendertigste jaar der regering van Asa trok Basa, de koning van Israël, op tegen Juda en versterkte Rama, om alle verkeer van en naar Asa, de koning van Juda, te verhinderen.
De contradictie is hier dat Basa in het 26ste jaar van Asa stierf, maar in het 36ste jaar van Asa nog de stad Rama liet fortificeren. En dat is onmogelijk, want toen was hij al 10 jaar dood.
Deze tegenstrijdigheid wordt over het algemeen opgelost door te veronderstellen dat 2 Kronieken 16:1 eigenlijk spreekt over het zesendertigste jaar sinds het bestaan van het Zuidelijke Koninkrijk. Het Hebreeuwse woord voor ‘regering’ is ‘malkuwth,’ wat ook ‘koninkrijk’ kan betekenen.
In dat geval zou het om het 16de jaar van Asa gaan, dus tien jaar voor Basa’s dood.
1 Koningen 22:23
23 Nu dan, zie, de HERE heeft een leugengeest gegeven in de mond van al deze profeten van u, en de HERE heeft onheil over u besloten.
Hebreeën 6:18
18 opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die (tot Hem de) toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.
Ik raad iedereen aan de context van 1 Koningen 22 te lezen.
In Deuteronomium 28:20 staat dat de straf voor Israëls goddeloosheid verwarring zou zijn. Zo is de verwarring die God sticht aan het hof van koning Achab Gods oordeel voor zijn goddeloosheid.
Als je het verhaal in 1 Koningen 22 leest, zie je dat Achab eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd is in de waarheid (net als in de tijd van Jeremia). Hij verzamelde valse profeten om zich heen, omdat die hem vertelden wat hij wilde horen. De Bijbel zegt over zulke mensen:
Ezechiël 14:4
4 Daarom spreek met hen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Een ieder man uit het huis Israels, die de drekgoden in zijn hart opzet, en den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht stelt, en komt tot den profeet, Ik, de HEERE zal hem, als hij komt, antwoorden naar de menigte zijner drekgoden;
Principe: de straf voor graag in de leugen verkeren, is in de leugen blijven. De straf komt overeen met de misdaad.
Maar merk op dat zowel in Jeremia’s tijd, als in dit geval van koning Achab, God de Israëlieten niet over liet aan de leugens die de valse profeten hen vertelden. Ze kregen alsnog de waarheid te horen, in Achab’s geval via de dienst van de profeet Micha.
Samenvatting:
Als God werkelijk wilde liegen, zou Hij de waarheid niet openbaar gemaakt hebben.
2 Koningen 8:26
26 Tweeëntwintig jaar was Achazja oud, toen hij koning werd; hij regeerde een jaar te Jeruzalem; zijn moeder heette Atalja; zij was de kleindochter van Omri, de koning van Israël.
2 Kronieken 22:2
2 Achazja was tweeënveertig jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde één jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Atalja; zij was de kleindochter van Omri.
Opnieuw een kopieerfout, zou ik zeggen. Tweeëntwintig is het juiste getal, dit wordt ondersteund door sommige LXX en Syrische manuscripten.
2 Koningen 24:8 (Statenvertaling)
8 Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem.
2 Kronieken 36:9 (Statenvertaling(
9 Acht jaren was Jojachin oud, als hij koning werd, en regeerde drie maanden en tien dagen te Jeruzalem, en deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN.
Eén van de mogelijke verklaringen die hiervoor gegeven wordt is dat Josia, Jojakin’s grootvader (ik gebruik de NBG namen, dus Jojakin i.p.v. Jojachin), Jojakin benoemde als opvolger, vlak voordat Josia optrok tegen de Egyptenaren, waarbij hij om het leven kwam. Toen zou Jojakin ongeveer acht jaar oud geweest moeten zijn.
Josia zag dat zijn zonen (1 Kronieken 3:15) goddeloos waren en hoopte dat Jojakin het er beter van af zou brengen. Hij zou er geen probleem mee gehad hebben een achtjarige op de troon te zetten, aangezien Josia zelf acht was toen hij koning werd (2 Koningen 22:1).
De enige manier waarop een kleinzoon troonopvolger kon zijn, terwijl zijn vader en ooms nog in leven waren, was via een adoptie waardoor hij ‘officieel’ de zoon werd van Josia. Zijn vader en ooms werden dus tevens zijn broers. Deze oplossing geniet Bijbelse ondersteuning:
Matteüs 1:11
11 Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.
Jechonja is een andere naam voor Jojakin (zie 1 Kronieken 3:16). De broeders in dit vers zijn eigenlijk zijn ooms en vader.
2 Kronieken 36:10 (NBV 2004)
10 Bij het aanbreken van het voorjaar liet koning Nebukadnessar hem en ook de kostbaarheden uit de tempel van de HEER naar Babel brengen. Nebukadnessar stelde Jojachin’s broer Sedekia als koning van Juda en Jeruzalem aan.
Hier wordt Sedekia, een oom van Jojakin, zijn broer genoemd. Dit kan alleen als Josia hem als zoon aangenomen heeft. (Er moet toegegeven worden dat het woord voor ‘broer’ een wat bredere betekenis heeft en ook bloedverwant kan betekenen. Maar in veruit de meeste gevallen is het gewoon broer.)
Maar het volk koos Joachaz als Josia’s opvolger, die maar drie maanden regeerde. Daarna regeerde Jajokim voor elf jaar (dit moet dan een naar boven afgerond getal zijn). Toen besteeg Jojakin eindelijk de troon, op zijn achttiende.
Dus volgens deze uitleg geeft 2 Kronieken 36:9 de leeftijd waarop hij officieel koning werd, terwijl 2 Koningen 24:8 aangeeft wanneer hij werkelijk de troon besteeg.
Het alternatief voor deze enigszins speculatieve oplossing is een kopieerfout in één van de teksten. Het betreft een getal, en getallen zijn extra kwetsbaar voor kopieerfouten.
2 Koningen 25:8,9
8 Daarna, in de vijfde maand, op de zevende van de maand – dat was het negentiende jaar van koning Nebukadnessar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, de dienaar van de koning van Babel, te Jeruzalem, 9 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen in Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur.
Jeremia 52:12,13
12 Daarna, in de vijfde maand, op de tiende van de maand – dat jaar was het negentiende jaar van koning Nebukadressar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, die voor het aangezicht van de koning van Babel stond, te Jeruzalem, 13 en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen van Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur.
De 17de-eeuwse historicus Archbishop James Ussher sprong flexibel om met deze schijnbare tegenstrijdigheid:
3416d AM, 4126 JP, 588 BC
850 On the seventh day of the fifth month (Wednesday, August 24), Nebuzaradan, captain of the guard, was ordered by Nebuchadnezzar to enter the city. {2Ki 25:8} He spent two days preparing provisions. On the tenth day that month (Saturday, August 27), he carried out his orders. He set fire to the temple and to the king’s palace. He also burned all the nobleman’s houses to the ground, with all the rest of the houses in Jerusalem. {Jer 52:13 39:8}
James Ussher, Annals of the World, The Fifth Age, p. 104
Er zijn allicht wel meer verklaringen te bedenken. Het is, zoals altijd, aan de scepticus om te bewijzen dat de twee verslagen werkelijk niet te harmoniseren zijn.
2 Koningen 25:19
19 en uit de stad nam hij één hoveling, die het bevel had over de krijgslieden, en vijf mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, die in de stad aangetroffen werden, en de schrijver van de legeroverste, die het volk des lands tot de krijgsdienst opriep, en zestig mannen uit het volk des lands, die binnen de stad aangetroffen werden.
Jeremia 52:25
25 en uit de stad nam hij één hoveling, die het bevel had over de krijgslieden, en zeven mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, die in de stad aangetroffen werden, en de schrijver van de legeroverste, die het volk des lands tot de krijgsdienst opriep, en zestig mannen uit het volk des lands, die binnen de stad aangetroffen werden.
Vijf mannen uit de onmiddellijke omgeving van de koning, of zeven? Een vroege kopieerfout schijnt de enige oplossing, aangezien ook de LXX deze contradictie bevat. Dit is ook één van de weinige gevallen waarin we niet kunnen bepalen welk getal correct is en welke niet, aangezien beiden even waarschijnlijk zijn.
2 Kronieken 36:1
1 Daarop nam het volk des lands Joachaz, de zoon van Josia, en maakte hem koning in Jeruzalem, in de plaats van zijn vader.
Jeremia 22:11
11 Want zo zegt de HERE van Sallum, de zoon van Josia, de koning van Juda, die na zijn vader Josia koning is geworden, die uit deze plaats vertrokken is: Hij zal daar niet weer terugkeren,
Joachaz en Sallum waren één en dezelfde persoon. Archbishop James Ussher schrijft hierover in zijn Annals of the World:
3371c AM, 4081 JP, 633 BC
732 In this year, Josia had a son called Shallum or Jehoahaz by Hamutal, the daughter of Jeremiah of Libnah. He was made king after his father at the age of twenty-three years. The people chose him as king, passing over his older brothers. {2Ki 23:30,31} [E79] It seems the name of Shallum was changed to Jehoahaz for good luck, as the other Shallum, the son of Jabesh, only ruled one month before he was murdered by Menahem. {2Ki 15:13,14}
James Ussher, Annals of the World, The Fifth Age, p. 91
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit. – Johannes 3:16
Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij. – Galaten 2:20
Erken dan dat de HEER uw God inderdaad God is, de getrouwe God die zich aan het verbond houdt en vol medelijden is voor degenen die Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden, tot in de duizendste generatie. – Deuteronomium 7:9
Want de HEER heeft rechtschapenheid lief, Hij laat zijn getrouwen niet in de steek. . . – Psalm 37:28
Degenen die mij liefhebben heb ik lief en degenen die mij zoeken zullen mij vinden. – Spreuken 8:17
En de liefde die God is, is onder ons verschenen doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons door Hem het leven te brengen. Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om onze zonden uit te wissen. Geliefden, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. – 1 Johannes 4:9-11

Bijbelverzen over Liefde voor God
Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij geloven in haar. God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem. – 1 Johannes 4:16
Wij hebben lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad. Maar als iemand zegt dat hij God liefheeft, terwijl hij zijn broeder haat, is hij een leugenaar. Want als hij zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben, die hij nooit heeft gezien. – 1 Johannes 4:19-20
Hieraan kan men de kinderen van God en de kinderen van de duivel onderscheiden: wie de gerechtigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft. – 1 Johannes 3:10
Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel niet tegelijk dienen. – Matteüs 6:24
Uw enige zorg moet dus zijn de HEER uw God lief te hebben. – Jozua 23:11
Ik heb U lief, HEER, mijn kracht. – Psalm 18:2
Jezus zei hem: ‘U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.’ – Matteüs 22:37-39

liefde tussen man en vrouw
Spirituele tekening van John Astria
Bijbelverzen over voor Elkaar
Een vriend heeft te allen tijde lief, een broeder is geboren voor de tijd van nood. – Spreuken 17:17
De liefde is geduldig en vriendelijk; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij verbeeldt zich niets. Zij gedraagt zich niet onfatsoenlijk, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verduurt zij. De liefde vergaat nooit. . . Deze drie dingen blijven altijd bestaan: geloof, hoop en liefde; maar de liefde is het voornaamste. – uit 1 Korintiërs 13:4-13
Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die Ik jullie heb toegedragen. De grootste liefde die iemand zijn vrienden kan betonen, bestaat hierin dat hij zijn leven voor hen geeft. – Johannes 15:12-13
Neem geen wraak op een volksgenoot en koester geen wrok tegen hem. U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEER. – Leviticus 19:18
Haat brengt ruzie teweeg, maar de liefde bedekt tal van zonden. – Spreuken 10:12
Goed te herkennen aan
– de lila tot bleekblauwe “ereprijs” bloemetjes in trossen en
– de plaats waar de plant groeit (in ondiep water)
Algemeen
Blauwe waterereprijs is een eenjarig of overblijvende plant van 15 tot 60 cm. Ze groeit in ondiep, stromend water en open, natte, voedselrijke grond aan waterkanten. In het rivierengebied is ze plaatselijk vrij algemeen. Elders is ze zeldzaam.
Bloem
Ze bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemen vormen lang gesteelde trossen in de bladoksels en zijn lila tot bleekblauw met paarse lijntjes. Na de bloei maken de bloemstelen een scherpe hoek met de as van de bloeiwijze. Dat onderscheidt blauwe waterereprijs van rode waterereprijs, waarvan de bloemstelen een rechte hoek maken na de bloei.
Blad en stengel
De al of niet vertakte, kale stengels zijn groen, soms rood aangelopen en vierkantig. De bladeren zijn licht groen, de bovenste langwerpig en half stengelomvattend, de onderste ei-rond en gesteeld.
Algemeen
– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– eenjarig of overblijvend
– vrij algemeen in het rivierengebied, elders zeldzaam
– 15 tot 60 cm hoog
Bloem
– lila tot bleekblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl
Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd tot bijna gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– zittend (soms kort gesteeld)
– beide kanten zacht behaard
Stengel
– rechtop of opstijgend
– vierkantig
zie wilde bloemen


.
Uit de tv programma’s bleek echter dat het niet bij vliegende objecten bleef. Het is bij verschillende mensen tot contact met ‘buitenaardse wezens’ gekomen. De wezens werden duidelijk herkend en zijn in de programma’s ook beschreven. Er zijn zelfs operaties door hen uitgevoerd, waarbij bleek dat de wezens op zoek waren naar genetisch materiaal. Verschillende personen hielden hier dezelfde soort littekens aan over. Er was een vrouw die in verwachting was na een bezoek van ruimtewezens, maar haar kind verdween uit haar lichaam. Bij een later bezoek kreeg zij haar foetus in de ruimte te zien.
Wat moeten wij met deze verhalezn. Kunnen we er op grond van de Bijbel iets mee? Deze laatste vraag zullen we vast bevestigend beantwoorden. Deze wezens hebben niets gemeen met de Heere God en Zijn Woord! De Bijbel waarschuwt er juist tegen. Het zijn namelijk gevallen engelen, boze machten en krachten, die zich momenteel proberen te openbaren aan de mensheid. Daarom is het goed om eens een Bijbelstudie te wijden aan het onderwerp ‘engelen’. In dit artikel zullen we dan ook de Bijbel naslaan op teksten die gaan over het bestaan van engelen, de taken van engelen, het aantal engelen, de val van engelen, de superioriteit van engelen boven mensen, èn in sommige gevallen de superioriteit van mensen boven engelen. Dit laatste in verband met de redding van de mens.
.
De Bijbel gaat er heel gewoon vanuit dat engelen bestaan. Het woord ‘engel’ komt voor het eerst voor in Genesis 16:7. In de Psalmen staat : “Hij maakt Zijn engelen geesten” (Psalm 104 : 4).
Hebr. 1 : 14 zegt : “Zijn zij (= de engelen van vers 13) niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om degenen, die de zaligheid beërven zullen?”. Engelen zijn dienende geesten!
.
.
De Bijbelse definitie is “gedienstige geesten” (Hebr. 1 : 14) en dat is veel ruimer. Inderdaad zijn er engelen die boodschappen van God overbrengen. Denk aan de engel die de geboorte van Johannes de Doper en van de Heere Jezus Christus aankondigde (Lukas 1).
-In de hemel is hun taak om de Heere God te eren, te aanbidden en te dienen (Openb. 5 : 11 – 12, Openb. 8 : 3).
-Verder vinden we een engel die Filippus er toe leidde om de Ethiopische kamerling te ontmoeten (Hand. 8 : 26).
-We vinden engelen die ondersteunen en dienen : toen de Heere Jezus Christus bloed zweette in de hof van Gethsémané en bad, verscheen Hem een engel en die diende Hem; een engel hielp Elia in 1 Koningen 19 : 1 – 8.
-We vinden engelen die overleden gelovigen naar de hemel brengen enz.
.
.
-Engelen kunnen gesloten gevangenissen binnenkomen (Hand. 12 : 7), gevangenisdeuren openen (Hand. 5 : 19), en zij kunnen verschijnen in een vlam (Richt. 13 : 19 – 20).
-Engelen zijn klaarblijkelijk instaat om grote afstanden zeer snel af te leggen. Bijvoorbeeld in Daniël 10 : 12 – 13, waar de engel zich verontschuldigde dat hij 21 dagen later was door de worsteling met de overheden en machten in de hemelse gewesten.
-Engelen zijn wijzer dan mensen en zij zijn sterk. Eén engel doodde 185.000 Assyrische soldaten in één nacht (2 Kon. 19 : 35). Zo lezen we in 2 Samuël 24 : 15 – 16 dat één engel 70.000 Israëlieten sloeg die de zonde van David navolgden. Evenzo deed één engel de macht van Rome teniet, brak het zegel en rolde de steen van het graf van de Heere Jezus weg (Matth. 28 : 2 – 4).
-En op een dag zal een engel de duivel binden en hem voor duizend jaar gevangen zetten in de afgrond (Openb. 20 : 1 – 3).
Engelen zijn dus echt. Ze zijn er, en het zijn geestelijke wezens. Ze kunnen zichtbaar worden en menselijk voedsel tot zich nemen (Luk. 2 : 9; Gen. 32 : 1 – 2; Gen. 18 : 5). Engelen blijken ontelbaar te zijn. In Openbaring 5 : 11 lezen we: “En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en de dieren en de ouderlingen; en hun getal was tien duizendmaal tien duizenden, en duizendmaal duizenden.” Er wordt gesproken over “de vele duizenden der engelen” (Hebr. 12 : 22). Nog een eigenschap van engelen is dat ze onsterfelijk zijn (Luk. 20 : 35 – 36).
.
Elke engel, die in de Bijbel verschijnt, verschijnt als man. Dit wordt helaas in bijna geen enkel Christelijk boek over engelen gevonden. Bijna altijd wordt van engelen verteld dat het geslachtsloze wezens zijn. Maar dit is on-Bijbels! Engelen worden door de Heere in Zijn Woord ‘mannen’ genoemd. Ze zijn nooit geslachtsloos! Wanneer u de bijbel bestudeert, zult u erachter komen dat er nergens in de Bijbel geslachtsloze engelen voorkomen.
Evenzogoed komt er nergens in de Bijbel een engel voor, die vleugels heeft. De engelen worden niet voor niets herkend als mannen. De Heere Zelf wordt ook wel de Engel des Heeren genoemd wordt.
Hoe komt men er dan bij om te zeggen dat engelen geslachtsloos zijn? Dat kan maar op één Bijbeltekst gebaseerd zijn, maar deze tekst wordt dan wel verkeerd uitgelegd. Het gaat om Matthéüs 22 : 30, waar staat: “Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel” (zie ook Mark. 12 : 25 en Luk. 20 : 35, 36). Dat er niet gehuwd wordt in de hemel, dat er dus geen voortplanting plaatsvindt in de hemel, wil niet zeggen dat deze geestelijke wezens geslachtsloos zijn. De Bijbel Zelf heeft het tegendeel bewezen. Ook de Heere Zelf is namelijk niet geslachtsloos. Hij is de Vader in de hemel, Die Zich geopenbaard heeft in Zijn Zoon Jezus Christus: allemaal mannelijk!
Nog even aandacht voor het feit dat engelen geen vleugels hebben. Hoe kan het dan dat de wezens op de ark van het verbond wel vleugels hadden, en dat de profeet Ezechiël in zijn gezichten ook wezens met vleugels zag? De Bijbel Zelf geeft het antwoord: dit waren geen engelen, maar Cherubs (zie Ex. 25 : 18 – 20, Ezech. 9 : 3 en Ezech. 10 : 1 – 22)! Vandaar dat gevallen engelen geen vleugels hebben, maar de duivel zelf, de satan, wel, want hij was volgens Ezechiël 28 : 13 – 19 de overdekkende cherub, een troonbekleder van God! Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats, want deze gevallen cherub kan zich voordoen als ‘een engel des lichts’ (2 Kor. 11 : 14). De Bijbel geeft duidelijk uitleg: Engelen hebben geen vleugels; de Engel des Heeren, de Heere Zelf, heeft geen vleugels.
De tegenwoordige verblijfplaats van de engelen is in de hemel, of in de hemelse gewesten indien het gevallen engelen betreft. Een groot deel van deze engelen zal in de toekomst nog vallen in overeenstemming met Openbaring hoofdstuk 12. Indien u dat hoofdstuk leest, zult u opmerken dat de aandacht die tegenwoordig in boeken en tv-series gegeven wordt aan engelen en UFO’s, alleen maar een voorbereiding van de mensen is op toekomstige gebeurtenissen. Zij bereiden mensen voor om in de nabije toekomst een positieve kijk te hebben op gevallen engelen, wanneer zij naar de aarde zullen komen. De mensheid, die niet in de Bijbel als Gods Woord gelooft, zal deze gevallen engelen (verschijningen) dan accepteren als buitenaards leven!
De satan zal dit zeker gebruiken, en gezien de huidige aandacht voor UFO’s, bovennatuurlijke verschijningen, en buitenaards leven op bijvoorbeeld de planeet Mars, hoeft de duivel de mens alleen maar wijs te maken dat het hier niet gaat om gevallen engelen, maar om een mens of een hoog ontwikkeld wezen vanuit de ruimte. En wie gelooft er tegenwoordig nog in het bestaan van gevallen engelen, die zich als mannelijke wezens op aarde kunnen settelen? Zelfs de meeste Christenen niet. Maar weet u, dat dit in de geschiedenis al eerder gebeurd is? Dit staat vermeld in Genesis 6.
.
.
Er waren engelen die niet voldeden. 2 Petr. 2 : 4 spreekt over gevallen engelen als “engelen, die gezondigd hebben”. Dit heeft direct te maken met hetgeen we vinden in Genesis 6. De gevallen engelen rebelleerden toen satan gelijk probeerde te worden aan God (Jes. 14 : 12 – 15, Ezech. 28 : 11 – 19).
Het was de zonde van trots en ongehoorzaamheid, het was de zonde van vermenging met vrouwen op aarde (Gen. 6 : 4). Uit deze vermenging kwam een zondig geslacht van reuzen voort (Gen. 6 : 5), een nieuw geslacht, dat zich kon voortplanten, maar wat ontstaan was uit twee gevallen geslachten: Een gevallen mensen-geslacht en een gevallen engelen-ras.
Genesis 6. Gen. 6 : 2 zegt : “Dat Gods zonen de dochters der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkoren hadden.” Uit die huwelijken kwamen: “reuzen, deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van naam.” (Gen 6 : 4).
.
Wat zijn Gods zonen? Gods zonen blijken in het Oude Testament engelen te zijn! In het Oude Testament, na de zondeval, bestond er nog geen wedergeboorte, mensen konden daarom nog niet IN CHRISTUS gedoopt worden door de Heilige Geest (= wedergeboorte, 1 Kor. 12 : 13, 2 Kor. 5 : 17). Deze mensen konden daardoor dus ook géén kinderen, of zonen Gods worden! Dat is aan de Gemeente van Jezus Christus voorbehouden. ‘Zonen Gods’ kan hier dus geen betrekking hebben op mensen.
Gods zonen staan hier voor engelen, ook zij zijn door God geschapen! In Genesis 6 hebben we te maken met engelen die niet meer bij God zijn, het zijn gevallen engelen. Judas 6 zegt dan nog over de gevallen engelen: “En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder de duisternis bewaard.” Deze engelen verschenen op aarde en hadden contact met de dochters der mensen (Gen 6 : 2). Daarvoor hebben zijn hun eigen woonstede (hun geestelijke lichaam) verruild voor een aards lichaam. Zij verschenen als mannen, en vermengden zich met de dochters der mensen.
En daaruit voort kwamen reuzen, een extreem goddeloos geslacht (Gen. 6 : 4 en 5). U begrijpt nu dat bijvoorbeeld de Griekse mythologie van goden en half-goden niet op totale verzinsels berust (Zeus, Olympus e.d.). Echter dat wat de mens als goden is gaan verheerlijken (mythologie), was een vermenging van mensen met onderdanen van de duivel. Vandaar de reuzen, vandaar de extreme goddeloosheid en boosheid in die dagen. En God moest oordelen en stuurde de zondvloed.
De dagen van Noach werden dus gekenmerkt door contact met het bovennatuurlijke! Door contact met de geestelijke wereld die zich op aarde manifesteerde! Vandaar dat de eindtijd ook wel omschreven wordt als “gelijk de dagen van Noach waren” (Matth. 24 : 37). Hetzelfde komen we nu namelijk weer tegen!
.
.
Heel populair zijn de boeken over Harry Potter. Bij de verkoop moet je er tegenwoordig op intekenen. De boeken zijn bij wijze van spreken niet aan te slepen. En in het nieuws is er ruim aandacht voor. De mensen gaan er ruim van te voren al voor uit hun dak! En dan te bedenken dat Harry Potter puur occult is. De dingen die in de boeken beschreven staan komen regelrecht uit het satanisme. Ja, Harry Potter draagt zelfs een merkteken op zijn voorhoofd (Openb. 13 : 16 – 18). Hoe meer magie, hoe beter! We hebben ook al The Lord of the Rings! Er zijn zelfs ‘Christelijke’ uitgevers en organisaties die Bijbelstudies uitgeven gebaseerd op vergelijkingen tussen The Lord of the Rings en de Bijbel. Er worden kerkdiensten gebaseerd op de film en de boeken. En dat terwijl de Bijbel waarschuwt tegen alles wat met toverij te maken heeft (Deut. 18 : 10 – 12a; Hand. 19 : 17 – 20)!
We zien in Openbaring 12 : 9 dat in de Grote Verdrukking inderdaad weer gevallen engelen op aarde geworpen worden: “En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.” Dat is wat nog moet gebeuren in de Grote Verdrukking, en de mensen worden nota bene door onder andere zogenaamde Christelijke instellingen voorbereid om contact te hebben met GEVALLEN ENGELEN!
.
Engelen zijn evenals onze eerste ouders, Adam en Eva, perfect geschapen. Engelen als geestelijke wezens, onze eerste ouders echter als vleselijke wezens. Wij mensen zijn dan ook ‘een weinig minder gemaakt’ dan de engelen (Ps. 8 : 6, Hebr. 2 : 7). Engelen waren dan ook in de directe nabijheid van God. Echter, in sommige gevallen staat de mens boven de engelen.
De Bijbel spreekt over “de duivel en zijn engelen” (Matth. 25 : 41). Als een gevolg van de val van die engelen, wacht die engelen van de duivel het oordeel. Judas 6 zegt: “En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder de duisternis bewaard.”
De gevallen engelen zullen evenals de ongelovige mensen na de tweede opstanding in de poel des vuurs geworpen worden (Openb. 20 : 15, Matth. 25 : 41). Er komt een dag dat mensen engelen zullen oordelen. In 1 Korinthe 6 : 3 zegt Paulus (over geredde mensen in deze bedeling, die op een dag gelijkvormig zullen zijn aan de Engel des Heeren, de Heere Jezus Christus): “Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen?” Dit is ongetwijfeld een verwijzing naar het oordeel over de gevallen engelen, waar Judas 6 over spreekt, en dat deel dat volgens Openbaring 12 nog moet vallen gedurende de Grote Verdrukking.
Ondanks dat we in zonde vielen, zal God ons op een dag in Christus boven de engelen verheffen. Wij zullen dan verloste wezens zijn, door Zijn bloed gekocht, die gelijkvormig zijn aan het beeld van Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. We zullen niet in staat zijn om opnieuw te vallen, en daardoor zullen wij over gevallen engelen oordelen, over geestelijke wezens die zich tegen God keerden. “Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen?” Dit oordeel wordt in Openbaring 20 genoemd.
.
.
Toen de engelen zondigden, voorzag de Heere hen niet van een Verlosser. Waarom niet? Omdat deze engelen geen ‘vlees en bloed’ waren, zij leefden reeds als geestelijke wezens in aanschouwen bij God in de hemel. Door dat de gevallen engelen zich met de mensen vermengden, zelf een lichaam van vlees en bloed aannamen, probeerden zij de redding voor de mensheid onmogelijk te maken.
Wanneer de mensheid met gevallen engelen vermengd zou zijn, zou Jezus Christus niet kunnen komen om Zijn leven voor de gevallen mens te geven. Noach en zijn gezin werden gered, en de rest van de (vermengde) mensheid werd door God vernietigd door de zondvloed: Alles wat zich vermengd had met de gevallen engelen, werd door God vernietigd.
Toen Christus als Redder naar deze aarde kwam, kwam Hij als Verlosser, in de gedaante van een mens (Filip. 2 : 8), met bloed in Hem, om Zijn bloed te vergieten voor mensen van vlees en bloed, wiens leven was in hun bloed (Lev. 17 : 11, Hand 20 : 28), en wiens bloed fout, verkeerd, was, waardoor zij stierven. Engelen zullen dus nooit de vreugde kennen van de volbrachte verlossing in het bloed van Jezus Christus, want een engel is geen wezen, dat door bloed gekocht is.
.
.
.
.
Dit artikel is bedoeld voor christenen die zich afvragen: “Wat doet het er toe? Is de interpretatie van Genesis niet slechts een bijzaak? Het gaat toch om het Evangelie?” Deze mensen zijn het gezeur over ‘de leeftijd van de aarde’ en ‘de interpretatie van Genesis’ inmiddels zat. En vooral wanneer ze zien dat de discussies hierover fel en soms zelfs ‘liefdeloos’ worden, vragen ze zich af of dat het allemaal wel waard is.
En terecht. Als discussies over Genesis liefdeloos worden is dat inderdaad een slechte zaak. Maar aan de andere kant is het niet zo dat we om die reden maar ‘niet moeilijk moeten doen’ over Genesis. Het is niet zo dat de interpretatie van Genesis van ondergeschikt belang is. Er zijn allerlei redenen waarom christenen belang zouden moeten hechten aan wat de Bijbel zegt over de schepping van de wereld.
Om te beginnen zal ik beknopt vier redenen geven waarom de Bijbel onverenigbaar is met evolutionistische theorieën en miljoenen jaren. Daarna volgen er zeven redenen waarom het niet alleen bijbels correct, maar ook nog eens belangrijk is om Genesis te interpreteren zoals het bedoeld is, en geen compromissen te sluiten met menselijke bedenksels.
.
.
Vier redenen waarom evolutionistische theorieën en de Bijbel diametraal tegenover elkaar staan en onverenigbaar zijn:
.
De Bijbel maakt duidelijk dat de zondvloed in de dagen van Noach een wereldwijde gebeurtenis was. Het water stond boven de bergen en al het landleven buiten de ark, in welks neus de levensadem was, kwam om. Het wereldwijd voorkomen van fossielhoudende aardlagen is een overblijfsel van deze gebeurtenis en een herinnering aan Gods oordeel. Evolutionisten ontkennen de wereldwijde zondvloed en spreken daarmee rechtstreeks Gods Woord tegen.
Goed, dus de aarde kan geen miljoenen jaren oud zijn, en de evolutietheorie strookt niet met de Bijbel. Maar waarom is het zo belangrijk hierover een stevig standpunt in te nemen? Hier volgen zeven redenen.
.
.
Theïstisch evolutionisme levert een verkeerd beeld van het karakter van God. De God van de Bijbel is goed (Luc 18:19 en alles wat Hij doet is volmaakt (Deut 32:4). Maar de God van miljoenen jaren van evolutie en natuurlijke selectie is wreed en bloeddorstig. De atheïstische bioloog en Nobelprijswinnaar Jacques Monod zei:
[Natural] selection is the blindest, and most cruel way of evolving new species […] because it is a process of elimination, of destruction. The struggle for life and elimination of the weakest is a horrible process, against which our whole modern ethics revolts. An ideal society is a non-selective society, is one where the weak is protected; which is exactly the reverse of the so-called natural law. I am surprised that a Christian would defend the idea that this is the process which God more or less set up in order to have evolution.
.
.
De Bijbel is Gods Woord en deze zal altijd stand houden (Ps 119:89). De mens is leugenachtig (Rom 3:4). christelijke evolutionisten proberen Gods Woord te conformeren aan het woord der mensen. Dit is de verkeerde mentaliteit. We moeten menselijke beweringen juist toetsen aan het Woord van God (Hand 17:11).
.
.
.
Onder meer de volgende instellingen / doctrines zijn direct geworteld in de historische gebeurtenissen zoals beschreven in Genesis:
.
.
De reden dat Jezus voor onze zonden moest sterven is direct gebaseerd op de ware geschiedenis zoals die in Genesis staat. De Bijbel zegt: “Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben
” (Rom 5:12) en: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
” (1 Kor 15:22) Door Adams zondeval kwam de dood in de wereld. Evolutie vernietigt dit historische gegeven, door te veronderstellen dat de dood er al was lang voor Adam bestond.
.
.
De evolutietheorie is gebruikt om de volgende antichristelijke ideologieën te propaganderen:
Vooral het humanisme is tegenwoordig dominant: “Omdat wij geen Schepper hebben hoeven we aan niemand verantwoording af te leggen, en kunnen we zelf de regels maken.”
Om deze redenen zouden christenen evolutie met kracht moeten bestrijden. Maar als we compromissen sluiten ondergraven we niet alleen de basis onder het christelijke geloof, we komen daarmee ook nog eens tegemoet aan een theorie die gebruikt is om al deze ideologieën te ondersteunen.
.
.
We bevinden ons op een slippery slope, compromis in Genesis heeft geleid tot:
.
.
.
.
Toen Paulus in Athene het Evangelie bracht (Hand 17) bestond zijn publiek uit Griekse wijsgeren die geen concept hadden van de almachtige God. Paulus moest dus eerst een fundering leggen door hen te vertellen over de identiteit van de God waarover hij predikte. Hoe definieerde Paulus over Wie hij het had? Dat deed hij als volgt (Hand 17:23-27):
Wat gij dan, zonder het te kennen, vereert, dat verkondig ik u. De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons.
Voordat Paulus hen het Evangelie kon vertellen, moest hij eerst een fundering leggen waarop verder gebouwd kon worden. Wat was die fundering? Genesis! Want het belangrijkste om over Paulus’ God te weten is dat Hij de Schepper van hemel, aarde en de mens is, en dus boven de schepping staat. Pas als we dit begrijpen kan het Evangelie een logische betekenis hebben.
De huidige samenleving lijkt op dit punt op die van de Grieken van 2000 jaar geleden: men gelooft niet meer in een almachtige Schepper. En de belangrijkste reden dat men niet meer in een Schepper gelooft, of zelfs denkt dat geloof in een Schepper achterhaald is, is evolutie. In deze maatschappij functioneert evolutionisme als het belangrijkste alternatief voor het christelijke geloof. Willen wij met een antwoord komen, kan het maar beter het júiste antwoord zijn! En in het geven van het juiste antwoord (Kolossenzen 4:6) moeten christenen één zijn, en elkaars werk niet ondermijnen.
Evolutie kan op geen enkele manier als fundament dienen waarop we kunnen bouwen als we het Evangelie brengen. We moeten mensen dus opnieuw vertellen dat er een Schepper is, en wel de Schepper waar in de Bijbel over gesproken wordt.
.
.
.
.
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– de onopvallende, kleine, witte, stervormige bloemetjes, waarvan
– de spitse kelkbladen duidelijk groter zijn dan de kroonbladen en
– de smal eironde, spitse bladeren met 3 nerven, soms 5
Algemeen
Drienerfmuur is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm. Ze is algemeen voorkomend in Europa en Azië. Drienerfmuur groeit op droge, matig voedselarme grond in loofbossen en onder struikgewas. Ze groeit in pollen.
Bloem
Ze bloeit vanaf mei tot in de herfst met onopvallende, kleine, witte bloemetjes. De ronde kroonbladen zijn duidelijk kleiner dan de spitse kelkbladen, die een vliezige, behaarde rand hebben.
Blad en stengel
De bladeren zijn smal eirond met spitse punt en gewimperde, gave rand. Ze hebben 3 (soms 5) duidelijke, parallel lopende nerven, waaraan de plant haar naam dankt. De behaarde, sterk vertakte stengels zijn slap, liggend en aan de top opstijgend.
Algemeen
– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 30 cm
Bloem
– wit
– vanaf mei tot in de herfst
– alleenstaand
– 4 tot 7 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 3 stijlen
Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– smal eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– parallelnervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend
Stengel
– liggend en opstijgend
– behaard
– rolrond
zie wilde bloemen