Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Jeremiah 12-15 • Prophecies and conversations with the Lord
.
Jeremia 12-15 . Profetieën en gesprekken met de Heer
.
Paul LeBoutillier
.
.




.
.








.
.

.
.
.
.
– aroma: zout, houtachtig, kruidig
– kleur: kleurloos tot lichtgeel
– consistentie: dun
– extractie: stoomdistillatie
.
.
.
koriander olie is licht verwarmend en stimulerend: bij onderstaande condities niet gebruiken als er sprake is van oververhitting en (hoge) koorts
.
opwekkend en ontspannend, rustgevend: bij geestelijke vermoeidheid, zenuwspanningen, slapeloosheid
(koriander olie bevat een hoog percentage linalool: linalool vertraagt de activiteiten van het motorisch systeem van de hersenen)
.
bevordert de spijsvertering:
a) bij indigestie met pijn en krampen in maag en darmen, winderigheid, constipatie en misselijkheid
b) bij een zwakke of nerveuze maag met gebrek aan eetlust, een opgeblazen gevoel na de maaltijd, anorexia
.
lever
stimuleert de productie van gal in de lever en helpt bij de afbraak en verwijdering van vetstoffen uit het lichaam
.

.
– striae en littekens
.
reumatiek en arthritis: bij ontstekingen, pijn en stijfheid in spieren en gewrichten
.
gebrek aan libido: in gevallen van impotentie of frigiditeit
.
– verdamper
– huid: maximaal 5 druppels per theelepel basis olie (verhoudingsgewijs is dit 5% van de olie)
– bad: 5 druppels, vermengd met een emulgator (bv. badolie of baddouche)
.
– vermijd bij zwangerschap
– verdund en nooit in te grote hoeveelheden gebruiken:
a) koriander olie kan in sommige gevallen irritatie van de huid, de ogen en het neusslijmvlies veroorzaken (dit is te wijten aan de aanwezigheid van linalool)
b) kan bij te hoge dosis euforie en verdoving veroorzaken
.
– koriander is ook bekend als ‘cilantro’ en ‘ketoembar’
– wordt ook gebruikt in de parfum-, cosmetica en levensmiddelen industrie
– het belangrijkste chemische bestanddeel in de aromatische olie van koriander is linalool, tot 80% (voor korte beschrijving van linalool, zie ‘Ho-blad olie’)
– koriander – blad en zaad – bezit anti-oxidanten: voorkomt bederf van voedsel (vooral vlees)
– goed te combineren met aromatische olie van bergamot, citronella, cypres, den, frankincense, gember, jasmijn, kaneel, kruidnagel, mandarijn, neroli, petitgrain, sandelhout, scharlei, tea tree, zoete sinaasappel, wierook
.
Dodecenal, een chemische stof die zowel in het blad als in de zaadjes van koriander wordt aangetroffen, bezit krachtige anti-bacteriële eigenschappen volgens onderzoekers aan de Universiteit van Berkeley: zij hebben aangetoond dat dodecenal bijzonder effectief is in de bestrijding van de Salmonella bacterie. (een paar blaadjes koriander/cilantro in een maaltijd is hiervoor echter niet toereikend: de hoeveelheid ervan moet minstens even groot zijn als de hoeveelheid van de rest van de maaltijd)
In laboratorium proeven is aangetoond dat koriander zaad het cholesterol gehalte kan verlagen (door de aanmaak van gal in de lever te stimuleren)
Koriander extract heeft een regulerende werking op de insuline in het lichaam; in de traditionele geneeskunde is het sinds oudsher een belangrijk kruid bij de bestrijding van diabetes
(gebruik koriander olie nooit ter vervanging van cholesterol-verlagende of anti-diabetische medicijnen, tenzij onder strikt toezicht van een behandelende arts)
.
.

.
.

.
.

.
.

.
.
.
Schermbloemenfamilie (Apiaceae of Umbelliferae)
Latijnse benaming: Anethum graveolens
Etherische olie verkregen door distillatie van zaden
Product afkomstig van de biologische landbouw: gecontroleerd door Certisys-BE1
.
.
.
De schermbloemigen (apiaceae of umbelliferae) zijn overvloedig aanwezig in heel Europa. Verschillende onder hen bieden ons een etherische olie: anijs, karwij, koriander, venkel, enz. De etherische olie van dille bestaat uit monoterpenen en ketonen.
.
.

.
.
.
Ze handelt op winderigheden, kolieken en intestinale spasmen, want de etherische oliën van zaden hebben een anti-spasmodisch effect op de gladde spierweefsels die de peristaltische bewegingen van de darmen controleren. Ze bestrijdt de insufficiëntie van de lever en de galblaas. Het is eveneens een goed diuretisch middel en nierbeschermend.
.
.
.
Het aroma dat vrijkomt is fijn en fris en heeft een lichte anijssmaak. De etherische olie van dille oefent een neurotonisch en antidepressief effect uit. Ze harmoniseert het geheel van digestieve functies, frist de geest op en scherpt haar aan door haar buitengewone stimulerende werking.
.
.

.
.

.
.

De duif is een van de moeilijkste yogahoudingen. Gelukkig zijn er veel stapjes onderweg die we ons eerst eigen gaan maken en die ons naar het einddoel brengen. Hier volgt de Salamba kapotasana, de duif met ondersteuning. De volgende stap is de duif op een been, waarbij de handen in de lucht gestrekt worden, en daarna volgt de ‘koningsduif’, waarbij twee armen achter het hoofd de voeten beet pakken. Ook de duif met ondersteuning vergt flink soepele heupen en sterke benen.
Salamba kapotasana
de koningsduif
Start in Ado Mukkha Svanasana, hond met het hoofd omlaag. Zwaai het rechterbeen omhoog naar achteren, buig het been en breng de rechtervoet naar voren bij je linker pols en de rechter knie bij je rechterpols. De rechter hiel is voor de linker heup. Je rechterscheenbeen rust nu op de vloer. Breng je linkerbeen naar achteren en breng de linker dij omlaag tot de grond. Breng je rechter zitbeen ook richting de grond. De twee heupbotten, links en rechts, liggen redelijk in lijn richting de grond.
Bij de eerste beoefening mag de rechterknie lichtjes naar rechts wijzen, en daardoor uit lijn met de heup raken. Let op je linkerbeen, dit moet recht naar achteren gestrekt zijn en niet naar links afbuigen. Een beetje naar binnen mag wel, het been drukt op de grond. Adem uit en leg je borstkas op de binnenkant van je rechterdij en blijf zo liggen voor een paar ademhalingen, met de armen naar voren gestrekt. Dit kan een flink druk op je heupen geven, blijf goed doorademenen.
Loop met je handen terug naar je voorste scheenbeen en druk jezelf omhoog. Strek de borstkas omhoog, maak je rug lang en breng het staartbeen onder je, het schaambeen gaat richting de navel. Houd de houding een minuut aan, of bijvoorbeeld tien ademhalingen. Vaak is het moeilijk om de voorste heup op de grond te houden. Plaats er een dik deken onder.
Als het lukt om in deze positie te blijven ook zonder de steun van je handen, breng de handen dan aan de onderkant van je ribbenkast. Breng de borstkas naar boven en naar achteren, maar druk je bekken naar de grond met je handen. Leg het hoofd naar achteren maar blijf in de nek verlengen. Borstkas richting het plafond.
Als je zo kunt blijven zitten, zou een partner je boven armen kunnen tillen en naar achteren brengen. Als ook dit lukt, ben je klaar om de voet aan de achterkant te gaan optillen. Wellicht met steun van een riem die je in een lus om je linker voetbal bindt.
De bovenbeenspieren van het been dat je optilt worden zeer sterk aangespannen. Beweeg je been daarom rustig, anders schieten de spieren snel in een kramp. Als het bewegen goed gaat, en de voor- en achterbeenspieren zijn gewend, kun je iets meer trekken en het been naar je toe halen. Op elke uitademing een stukje verder komen. Kom terug in Ado mukkha svanasana en doe de andere kant, breng het linker been voor.



















Het boek van de goddelijke werken
met visioenen van
Hildegard van Bingen
“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”
Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.
“In het midden van de zuidelijke windstreek aanschouwde ik in de geheimen Gods een prachtige gestalte: zij leek op een mens. De schoonheid en helderheid van het gezicht was zo mooi, dat het gemakkelijker zou zijn geweest in de zon te kijken dan naar dit gezicht. Het hoofd was met een gouden kring omgeven. In deze kring domineerde een tweede gezicht, dat van een grijsaard. Zijn kin en baard raakten de top van zijn schedel.
Aan beide zijden van de hals van de eerste gestalte was een vleugel te zien. Deze vleugels waren geheven en raakten elkaar boven de gouden kring. Uit de uiterste punt van de kromming van de rechtervleugel kwam de kop van een adelaar (Schorpioen: water, voelen). Zijn ogen van vuur straalden als in een spiegel de engelachtige pracht uit. Op hetzelfde punt in de linkervleugel was een mensenhoofd (Waterman: lucht, denken) te zien dat schitterde als een ster. Beide figuren waren met het gezicht naar het oosten (naar God) gekeerd.
Vanuit de twee schouders van de gestalte raken de vleugel tot de knieën. De gestalte was bekleed met een gewaad dat straalde als de zon. In haar handen droeg ze een lam dat schitterde als een met licht overgoten dag. Met de voet verbrijzelde de gestalte een schrikwekkend, lelijk, zwart monster en een slang. De slang hield het rechteroor van het monster tussen haar tanden. Het lijf van de slang kronkelde om het hoofd van het monster, haar staart reikte aan de linkerkant van de gestalte tot haar voeten.”
“Ik ben de hoogste kracht, de eruptieve (uitademende, scheppende) kracht. Ik ben degene die elk levensvonkje heeft ontstoken. Uit mij komt niets sterfelijks voort. Ik beslis over alles wat is. Mijn bovenste vleugels omringen de aardbol, ik bestier de universele wijsheid. Van mij gaat het leven uit. Aangezien God kennis is, moet Hij uitwerking hebben. In de mens verwezenlijkt Hij de volle bloei van al Zijn werken. Want Hij heeft de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen.
Hij heeft in hem met vaste hand en maat de som van Zijn werken verwezenlijkt. Vanaf alle eeuwigheid was de schepping van dit werk, de schepping van de mens, in Zijn raadsbesluiten opgenomen. Toen het werk was voltooid, gaf Hij de mens de hele schepping in handen, opdat hij ermee kon handelen op de manier waarop God de mens had gevormd. Ik ben dus dienaar en toeverlaat.
Door Mij komt alles tot leven. Ik ben zonder begin en zonder einde, Ik ben het leven dat op dezelfde wijze eeuwig voort bestaat. Dat leven is God. Het is voortdurend in beweging, voortdurend werkzaam en zijn eenheid blijkt uit een drievoudige kracht. De eeuwigheid is de Vader, het Woord is de Zoon, de adem die beiden met elkaar verbindt is de Heilige Geest. God heeft dit in de mens tot uitdrukking gebracht, want de mens heeft een lichaam, een ziel en een geest.
Mijn vlammen heersen over de schoonheid der velden en de aarde is de materie waaruit God de mens heeft gevormd. Ik doorstraal de wateren met mijn licht, maar de ziel bewoont het hele lichaam, zoals het water door zijn loop de hele aarde bevloeit. Als ik zeg dat ik het vuur in zon en maan ben is dat een toespeling op de geest. Zijn de sterren immers niet de ontelbare woorden van de geest? En als mijn adem, het onzichtbare leven, de universele beschermer, het heelal tot leven brengt, is dat een symbool: de lucht en de wind onderhouden alles wat groeit en rijpt, en niets wijkt af van zijn eigen natuur.”
Vanuit de hemel richtte zij zich tot mij in de navolgende bewoordingen: “God, de Schepper van het heelal, heeft de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen. In de mens verbeeldde Hij elk schepsel, hoog of laag. Hij hield dermate veel van hem, dat Hij hem de plaats voorbestemde vanwaar de gevallen engel was verbannen. Hij gaf hem alle glorie, alle eer die de genoemde engel had verloren. Hij gaf hem tevens Zijn heil. Dat is hetgeen je ziet in het gezicht dat je aanschouwt.
De schitterende gestalte die je in het centrum van de zuidelijke windstreken en in Gods geheim aanschouwt, en wier uiterlijk dat van een mens is, symboliseert inderdaad de liefde van de hemelse Vader. De gestalte is de liefde. In de kracht van de altijddurende godheid en in het mysterie van haar gaven, is zij een wonder van zeldzame schoonheid. Als zij een menselijke gestalte heeft aangenomen, is dat omdat de Zoon van God vlees is geworden, om in naam van de liefde de mens van zijn ondergang te redden.
Daarom is dit gezicht van zo’n grote schoonheid. Daarom zou het gemakkelijker voor je zijn in de zon te kijken dan naar dit gezicht. Want de overvloed aan liefde straalt en schittert zo helder en lichtend, dat hij ons menselijk verstand, dat voor onze ziel gewoonlijk de meest uiteenlopende zaken kan verklaren, te boven gaat. Wij tonen het hier aan de hand van een symbool, waardoor men in het geloof kan herkennen wat onze lichamelijke ogen niet werkelijk kunnen aanschouwen.”
Hildegard opent haar visioenen dus met de Heilige Drieëenheid. De Eeuwigheid, het Woord en de Adem worden hier verzinnebeeld en betekenen dat God Leven en Liefde is. De opperste kracht, de kracht van vuur, ligt ten grondslag aan de schepping van de mens, die met een lichaam, een ziel en een geest geboren wordt. Alles spruit voort uit dit leven, waardoor een drievoudige liefdeskracht vrijkomt waarvan de mens een afspiegeling is. Het geheel wordt uitgedrukt met een levendigheid en een zin voor schoonheid waarvan Hildegard zegt dat de mens ze niet kan aanschouwen. Zij zelf slaat in het vierkante miniatuurtje onder aan de pagina in extase haar ogen op naar dit visioen.
.