Auteursarchief: tornado1961

Onbekend's avatar

Over tornado1961

Ik ben reikimaster en heb interesse voor religie, spiritualiteit, dieren, planten, techniek enz. Ik ben auteur van het boek " De Openbaring" waarin ik op een begrijpelijke manier de eindtijden uitleg.

Liber Divinorum Operum : visioen 4

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

Liber Divinorum Operum 4

 

 

 

Hildegard vervolgt met een gedetailleerde beschrijving van het vierde visoen:

“De redelijke ziel brengt talrijke woorden voort die weerklinken zoals de boom zijn takken vermeerdert en zoals de takken uit de boom voortkomen, zo ontspruiten de krachten van de mens aan zijn ziel. De werken die zij in samenwerking met de mens volbrengt, welke deze ook mogen zijn, lijken op de vruchten van een boom.

De ziel heeft in werkelijkheid vier vleugels (geestelijke vermogens):

de zinnen (voelen),

de kennis (waarnemen),

de wil (willen)

en het verstand (denken).”

 

Haar overwegingen betreffende de mens te midden van de natuur voeren Hildegard terug tot de tijd van de schepping. “Toen God de mens zag, zag Hij dat hij goed was; had Hij hem niet naar zijn eigen beeld en gelijkenis geschapen? Het was aan de mens middels de stem van de rede de goddelijke wonderwerken te verkondigen! De mens is de volheid van het werk Gods, de mens kent God, want God heeft in hem alle schepselen geschapen, en Hij heeft hem toegestaan Hem in de kus van de ware Liefde en door de rede te loven en te prijzen; maar er ontbrak de mens een hulp aan hem gelijk.

God gaf hem deze hulp in de spiegel die de vrouw is. Zij verborg in zich het hele menselijke geslacht, dat zich in de energie van de goddelijke kracht moest ontwikkelen; in deze energie had hij de eerste mens geschapen. Daarom komen man en vrouw tezamen, om aan elkaar hun werk te voltrekken, want zonder de vrouw zou de man niet als zodanig worden herkend, en omgekeerd.

De vrouw is het werk van de man, de man is het instrument van troost voor de vrouw en geen van hen kan afzonderlijk leven. De man duidt op de goddelijkheid, de vrouw op de menselijkheid van de Zoon van God.” Zo hebben al deze visioenen een diepe eenheid van God en Zijn werk, of het nu om de mens gaat of om de kosmos.

 

 

Daaraan ontlenen zij hun grootsheid:

 

“De ziel, zolang zij in het lichaam verblijft, voelt Gods aanwezigheid omdat zij uit God voortkomt, maar zolang zij haar taak onder de schepselen vervult, ziet zij God niet. Als zij de werkplaats van haar lichaam heeft verlaten en oog in oog met God komt te staan, zal zij haar ware karakter en haar vroegere afhankelijkheid van het lichaam kennen. Zij wacht dus vol ongeduld op de jongste dag van de wereld, want het omhulsel waarvan zij houdt en dat haar eigen lichaam is, heeft zij verloren.

Als zij het heeft teruggekregen, zal zij samen met de engelen het luisterrijke aangezicht Gods zien. ” “De mens is het omhulsel dat mijn Zoon in Zijn koninklijke macht omhult, om God van de hele schepping en leven van leven te lijken.” “God heeft in de gedaante van de mens zijn gehele werk vastgelegd.”

 

Het vierde visioen van Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel in het lichaam werkt.

De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart. Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken. Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is zij immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht. Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden.

De ziel vliegt in de mens met vier vleugels, namelijk met het waarnemingsvermogen (sensualitas), met het verstand (intellectus) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali). Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees (lichaam); door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis van het goede en kwade voltooit de mens elk werk in de ziel. Daardoor wordt getoetst welke werken door de geest verlossing door God verlangen en welke door het vlees het eerbetoon van de mensen begeren.

 

 

 

De levensweg van de ziel 

 

Was in Scivias de pelgrimsreis van de ziel op aarde verteld als een beeldverhaal, in Liber Divinorum Operum blijkt dat Hildegard in staat was een geleerd betoog te schrijven. Toch bleef zij concrete beelden gebruiken om uit te leggen wat zij bedoelde zoals een boom met takken of de ziel als een gevleugelde vogel. Wat zij opnieuw wilde verkondigen was, dat de mensenziel haar edele staat en haar opdracht ontleent aan haar goddelijke afkomst. Daardoor neemt zij deel aan de rede (rationalitas) en kan zij beschikken over woorden en taal om zich te uiten en haar werk bekend te maken. Na een lang leven van bidden en werken, schreef Hildegard:

 

“Immers, de met rede begiftigde ziel brengt met deze klank woorden voort om die te vermenigvuldigen, zoals een boom zijn takken vermenigvuldigt. En uit haar (de ziel) komen alle krachten van de mens voort, zoals uit de boom zijn takken. En zo worden ook de werken die door de mens verricht worden, naar hun hoedanigheid bekend, zoals de vruchten van de boom gekend worden. De ziel heeft immers vier vleugels, namelijk waarnemingsvermogen (sensus) en kennis (scientia), wil (voluntas) en verstand (intellectus). Door de vleugel van de waarneming merkt zij dat zij gewond is.

Zij neigt immers tot wat het vlees behaagt, waardoor zij altijd koerst op onbestendige wind. Door de vleugel der kennis heeft het lichaam, wetend dat het door de ziel leeft, verlangen om te werken. En door de vleugel van de wil verlangt de ziel ernaar om met het lichaam te werken, daar zij ziet dat dit ervoor gemaakt is. Maar door de vleugel van het verstand (her)kent de ziel de vruchten van al die werken, of zij nuttig zijn of nutteloos, en weet zij in hoeverre deze het eeuwige (leven) te wachten staat.

Doordat deze vier vleugels met de kennis van goed en kwaad van voren en van achteren ogen hebben, vliegt de ziel als een vogel voorwaarts door de kennis van het goede als de mens het goede doet, achteruit door de kennis van het kwade als de mens slechte werken doet.”

 

Hoewel de beelden die Hildegard in Liber Divinorum Operum gebruikte verschillen van die in Scivias, is de inhoud van haar zielkunde dezelfde gebleven, maar zij is dieper doordacht en diepzinniger uitgedrukt. Meer dan vroeger benadrukte Hildegard in haar latere werk de gespannen verhouding tussen de ziel en het lichaam. Het lichaam trekt de ziel omlaag met haar zintuigen die het aardse zoeken. De ziel moet het lichaam moeizaam meetorsen terwijl zij opwaarts wil streven naar haar goddelijke oorsprong en bestemming.

 

 

ldo22

 

 

 

ldo23

 

 

 

ldo24

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Het boek ” De Openbaring ” uit het Nieuwe Testament.

Standaard

categorie : de Openbaring

.

.

Wat is de Openbaring ?

.

voorpagina openbaring a4

.

.

 “De Openbaring”

.

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden.

.

.

God geeft kennis over

.

zijn doel met deze wereld.

de toekomst van Israël en de wereld.

het mysterie van het goede en het kwade.

de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade.

de toekomstige natuurrampen en oorlogen.

de wederkomst van de Messias.

de dag des oordeel

het uitzicht in de hemel en zijn troon.

de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

.

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van goddelijke theocratie voor gans de wereld.

.

    Waarom de Openbaring lezen?

.

  1. Johannes17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.”
  2. Openbaring1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  3. Openbaring22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

.

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots ver-staanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Daardoor krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

.

.

 Pasteltekeningen per hoofdstuk van de Openbaring door John Astria 

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview,  aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

    JOHN ASTRIA

Boodschap 261 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos

.

.

Het helende bloed van Christus

 

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

WIE GELOOFT DAT GOD BESTAAT KAN GERED WORDEN,

.

MITS GELOOF IN HET ZOENOFFER VAN CHRISTUS OP HET KRUIS

.

.

WHOEVER BELIEVES THAT GOD EXISTS CAN BE SAVED,

.

PROVIDED THAT THEY BELIEVE IN THE SACRIFICIAL SACRIFICE

.

OF CHRIST ON THE CROSS

.

.

.

.

Het beeld van het beest.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Beeld van het Beest is het toekomstige beeld dat op bevel van het Beest uit de Aarde (= de valse profeet, de antichrist) door de mensen gemaakt wordt voor het Beest uit de Zee, een grote politieke leider. Als het beeld klaar is, krijgt het Aardebeest van hogerhand de macht om het beeld adem te geven, leven in te blazen. Het beeld moet aanbeden worden. Het zorgt ervoor dat iedereen die het beeld niet aanbidt, gedood wordt.

.

 

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

pasteltekening van John Astria

 

 

Openbaring 13:14. En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken.


Openbaring 13:15. En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.

Het Beeld van het Beest wordt massaal aanbeden (vgl. Opb. 14:9; 14:11; 16:2; 19:20). Opvallend is dat het Beest uit de Zee deze beeldverering kennelijk goedvindt, hoewel hij zich verzet en zich verheft tegen al wat een voorwerp van verering is (2 Thess. 2:4). Een dergelijke tegenstrijdigheid betreft ook zijn afwijzing van al wat God heet, hoewel hijzelf “in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is” (2 Thess. 2:4). Vergelijk de voorzegging door de engel aan Daniël over een toekomstige koning:

Da 11:36.  Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.


Da 11:37.  En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, [en] ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken.


Da 11:38.  En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden.

Da 11:39.  Hij zal versterkte vestingen maken samen met een vreemde God. Voor hen die hij zal kennen, zal hij de eer laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning.

Aanbidding van het Zeebeest en zijn beeld is je reinste afgodendienst. Er zullen echter mensen zijn die er niet aan mee doen. Zij weten dat God een na-ijverig God is en geen aanbidding van mensen of beelden kan verdragen.

Exodus 20:2.  Ik ben de Heere, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.


Exodus 20:3.  U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.


Exodus 20:4.  U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.


Exodus 20:5.  U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de Heere, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,


Exodus 20:6. Maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.

Degenen die weigeren mee te doen aan de aanbidding van het Beeld en van het Beest en ook het merkteken van het Beest weigeren, al kost het ook hun leven, zijn overwinnaars en zullen opgewekt worden en met Christus in het duizendjarig Vrederijk regeren.

Openbaring 15:2.  En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God.

Openbaring 20:4.  En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.

 

 

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

Openbaring 20 : de eerste opstanding en de tweede dood

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Het Beeld van het beest dan wel het Beest zelf is waarschijnlijk gelijk aan de gruwel der verwoesting‘ waarvan door de profeet Daniël gesproken is. De Heer Jezus verwijst naar deze de gruwel, die in ‘de heilige plaats’ , de tempel in Jeruzalem, zal staan.

Mattheüs 24:14.  En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.


Mattheüs 24:15.  Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op)


Mattheüs 24:16.  laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

 

.

 

Voorafschaduwing

.

Een historische voorafschaduwing van het Beeld is het gouden beeld dat de beroemde Babylonische koning Nebukadnezar liet oprichten en waarvoor iedereen moest buigen. Het was ongeveer 30 meter (60 el) hoog en 3 meter (6 el) breed. Wie weigerde te buigen, moest in een brandende oven geworpen worden.

Daniël 3:1.  Koning Nebukadnezar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig el was, en zijn breedte zes el. Hij richtte het op in het dal Dura, in het gewest Babel.

Daniël 3:5.  Op het moment dat u het geluid hoort van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, panfluit, en allerlei muziekinstrumenten, moet u neervallen en het gouden beeld aanbidden dat koning Nebukadnezar heeft opgericht.

Daniël 3:6. Wie niet neervalt en aanbidt, zal op hetzelfde ogenblik midden in de brandende vuuroven worden geworpen.

Daniël 3:7.  Daarom, zodra al de volken het geluid hoorden van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, en allerlei muziekinstrumenten, vielen op datzelfde tijdstip alle volken, natiën en talen neer, [en] aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht.

.

 

Afbeelding: gedwongen verering van het beeld van Nebukadnezar.
Het 30 meter hoge beeld is naar verhouding nog te klein getekend.

.

Drie Joodse mannen, namelijk Sadrach, Mesach en Abed-Nego, die Nebukadnezar over het bestuur van het gewest Babel had aangesteld, weigerden het gouden beeld te aanbidden. Zij werden er dan ook van beschuldigd dat zij Nebukadnezars goden niet vereren en het gouden beeld niet aanbidden (Dan. 3:12). Zij antwoordden de koning:

Daniël 3:17.  Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.


Daniël 3:18.  En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.

Daarop werden ze in de brandende oven geworpen. In de oven verscheen een vierde persoon, een engel, en deze was bij de mannen en zij werden gespaard. Nebukadnezar zag hun wonderlijke bewaring en riep de Joden uit de oven terug. Hij noemde ze “dienaren van de allerhoogste God” (Dan. 3:26). Er was aan de mannen helemaal niet te merken dat ze in de oven waren geweest.

Daniël 3:27. Toen kwamen de stadhouders, de machthebbers, de landvoogden en de raadslieden van de koning bijeen. Zij zagen aan deze mannen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam: het haar van hun hoofd was niet geschroeid, en hun mantels waren niet verteerd, ja, er hing [zelfs] geen brandlucht aan hen.


Daniël 3:28.  Nebukadnezar nam het woord en zei: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, Die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan hún God.


Daniël 3:29.  Daarom wordt door mij een bevel uitgevaardigd dat elk volk, [elke] natie of taal die lasterlijke dingen zegt over de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, in stukken zal worden gehouwen en dat zijn huis tot een mesthoop zal worden gemaakt, want er is geen andere god die zo redden kan.


Daniël 3:30.  Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-Nego voorspoedig in het gewest Babel.

 

.

In meerdere opzichten schaduwt Nebukadnezars beeld het beeld van het Beest vooraf

.

  1. het beeld is een beeld van de grote Leider
  2. de gedwongen aanbiddig
  3. de massaliteit van de aanbidding
  4. de doodstraf bij weigering

Een eigentijdse voorloper van de verering van een mansbeeld is de eer die burgers in Noord-Korea dagelijks moeten bewijzen aan Kim Il-Sung, bij diens immense standbeeld in de hoofdstad van het land. Wie dat niet doet, riskeert het strafkamp.

 

 

 

Foto: eerbetoon bij het 23 meter hoge standbeeld van Kim Il-Sung.
Het beeld van Nebukadnezar was zo’n 7 meter hoger.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Regeringen en corruptie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

143826_962_1135610059353-judith-van-der-veer2-1

 

.

1. MACHT

.

PROBLEEM: Overheden halen hun inkomsten vooral uit belastingen die door burgers betaald worden. Sommige ambtenaren verduisteren dat geld, terwijl andere smeergeld aannemen van personen die belasting willen ontduiken. Zo kan er een vicieuze cirkel ontstaan. De overheid verhoogt de belasting om de verliezen te dekken, wat weer tot meer corruptie leidt. In zo’n maatschappij trekken eerlijke mensen meestal aan het kortste eind.

OPLOSSING: Gods Koninkrijk dankt zijn macht aan de almachtige God (Openbaring 11:15).  Het is niet afhankelijk van belastingen. Omdat God ‘sterk is in kracht’ en onzelfzuchtig en gul is, zal het Koninkrijk altijd goed voor zijn onderdanen zorgen (Jesaja 40:26; Psalm 145:16).

 

 

 

2. BESTUURDER

.

PROBLEEM: Inspanningen om corruptie uit te roeien ‘moeten bij de top beginnen’. Regeringen verliezen hun geloofwaardigheid als ze corruptie binnen de politie of de douane proberen uit te roeien maar bij topfunctionarissen een oogje dichtknijpen. En zelfs de meest integere bestuurder is onvolmaakt. De Bijbel zegt duidelijk: ‘Er is geen mens rechtvaardig op de aarde, die voortdurend doet wat goed is’ (Prediker 7:20).

OPLOSSING: In tegenstelling tot onvolmaakte mensen kan Jezus Christus, die door God gekozen is als Bestuurder van het Koninkrijk, niet worden verleid tot slechte dingen. Jezus bewees dit door de grootste omkoopsom ooit af te wijzen — ‘alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht’.

Als hij de Duivel één keer zou aanbidden, zou hij al die koninkrijken in handen krijgen (Mattheüs 4:8-10, De Nieuwe Bijbelvertaling; Johannes 14:30). Zelfs toen Jezus doodgemarteld werd, was hij vastbesloten zijn integriteit te bewaren. Daarom weigerde hij een verdovend middel, dat de pijn onderdrukt zou hebben maar ook invloed op zijn denken zou hebben gehad (Mattheüs 27:34).

Jezus, die van God een opstanding tot leven in de hemel heeft gekregen, heeft dus bewezen dat hij de juiste persoon is om over het Koninkrijk te regeren (Filippenzen 2:8-11).

 

.

 

3. STABILITEIT

.

PROBLEEM: Bij verkiezingen kunnen corrupte ambtenaren in principe weggestemd worden. Helaas zijn ook campagnes en verkiezingen gevoelig voor corruptie, zelfs in zogenaamd ontwikkelde landen. Mensen met geld kunnen huidige en toekomstige overheidsfunctionarissen beïnvloeden door  de campagnekas te spekken. Het is dus niet vreemd dat mensen wereldwijd vinden dat de meeste corruptie bij politieke partijen voorkomt.

OPLOSSING: Bij Gods Koninkrijk zal campagne- of verkiezingsfraude niet meer voorkomen. Omdat de Bestuurder ervan door God is gekozen, is het niet afhankelijk van een achterban en kan het niet omvergeworpen worden. Omdat het Koninkrijk stabiel is, zullen de maatregelen ervan ook op langere termijn altijd in het beste belang van het volk zijn.

.

.

 

 4. WETTEN

 

Gods Koninkrijk is een echte regering in de hemel

PROBLEEM: Om een situatie te verbeteren, worden vaak nieuwe wetten ingevoerd. Maar experts hebben vastgesteld dat meer wetten vaak meer gelegenheid tot corruptie creëren. Bovendien is het heel duur om wetten tegen corruptie in te voeren, en er wordt maar weinig mee bereikt.

OPLOSSING: De wetten van Gods Koninkrijk zijn veel beter dan die van menselijke regeringen. Jezus kwam bijvoorbeeld niet met een waslijst van wat je allemaal wel en niet mag maar gaf de Gulden Regel: ‘Alle dingen dan die gij wilt dat de mensen voor u doen, moet ook gij insgelijks voor hen doen’ (Mattheüs 7:12). Wat misschien nog belangrijker is, de wetten van het Koninkrijk richten zich niet alleen op daden, maar ook op motieven. Jezus zei: ‘Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf’ (Mattheüs 22:39).

.

 

 

5. MOTIEVEN

.

PROBLEEM: Achter corruptie gaan hebzucht en eigenbelang schuil. Die verkeerde motieven zie je terug bij zowel ambtenaren als burgers. Er zal alleen een eind aan corruptie komen als mensen leren om diepgewortelde eigenschappen als hebzucht en egoïsme te overwinnen. Maar regeringen willen en kunnen zo’n leerprogramma niet invoeren.

OPLOSSING: Gods Koninkrijk roeit corruptie met wortel en al uit door mensen te leren hoe ze de achterliggende verkeerde eigenschappen kunnen overwinnen. * Dit leerprogramma helpt hen  op een andere manier te gaan denken (Efeziërs 4:23). Mensen leren hebzucht en egoïsme te vervangen door tevredenheid en aandacht voor anderen (Filippenzen 2:4; 1 Timotheüs 6:6).

 

.

6. ONDERDANEN

.

PROBLEEM: Zelfs in de beste omgeving en met de beste opleiding in normen en waarden zullen sommige mensen ervoor kiezen oneerlijk en corrupt te zijn. Experts geven toe dat regeringen om deze reden geen eind kunnen maken aan corruptie. In het gunstigste geval kunnen ze de omvang ervan en de schade die erdoor wordt veroorzaakt, beperkt houden.

OPLOSSING: Het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie zegt dat regeringen ‘integriteit, eerlijkheid en verantwoordelijkheidsgevoel’ hoog op hun agenda moeten zetten om corruptie tegen te gaan. Dat is een mooi streven, maar Gods Koninkrijk gaat verder dan alleen het promoten van deze eigenschappen — ze zijn een vereiste voor zijn onderdanen. De Bijbel zegt dat ‘hebzuchtige personen’ en ‘leugenaars’ niet in aanmerking komen voor het Koninkrijk (1 Korinthiërs 6:9-11; Openbaring 21:8).

 

 

.

voorpagina openbaring a4

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

mijne kop a4 JOHN ASTRIA

Creediet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Creediet is een gehydrateerd calcium-aluminium-sulfaat-fluoride, wat tot de groep halogenides behoort. Het doorschijnende of doorzichtige mineraal is wit, tot paars of oranje van kleur en heeft een vettige glans. Het vormt zich in prismatische, naaldachtige kristallen.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Creediet is vernoemd naar de Amerikaanse plaats Creede, nabij de originele vindplaats.

 

 

.

.

.

Vindplaats

 

Naast de originele vindplaats Creede in de Amerikaanse staat Colorado, wordt creediet ook gevonden in Mexico, Bolivia, Griekenland, Frankrijk, Italië, China en Zuid-Afrika.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Ca3[Al2(F,OH)10|SO4] · 2H2O

hardheid: 4

dichtheid: 2,7

 

 

Creediet
Creedite 3 photo fond.jpg
Mineraal
Chemische formule Ca3Al2(SO4)F7,5(OH)2,5·2(H2O)
Kleur Kleurloos, wit, oranje of paars
Streepkleur Wit
Hardheid 3,5
Gemiddelde dichtheid 2,71 kg/dm3
Glans Glas tot vet
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Schelpvormig
Splijting Perfect, [100]
Kristaloptiek
Kristalstelsel monoklien
Brekingsindices 1,461 – 1,485
Dubbele breking 0,0240

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verdiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

.

Algemene informatie

.

Verdiet is de handelsnaam voor een onzuivere vorm van fuchsiet / serpentijn en kan in mindere mate bijvoorbeeld albiet, chloriet, korund, rutiel en kwarts bevatten. De steen is groen van kleur soms met wat rood of geel. Het mineraal serpentijn of clinochrysotiel is een magnesium-ijzer-silicaat met de chemische formule (Mg, Fe)3Si2O5(OH)4. Het behoort tot de fylosilicaten. Het amorfe mineraal kan rood, geel, wit en groen zijn.

De groene kleur is typisch voor het mineraal in het mantelgesteente serpentiniet. De hardheid is 2,5 tot 4, afhankelijk van de samenstelling en serpentijn heeft een gemiddelde dichtheid van 2,59. Één van deze soorten valt onder asbest. De inademing van deze soort is schadelijk voor de gezondheid.

.

.

ruw

.

.

Vindplaats

.

Verdiet wordt gevonden in Zimbabwe en Zuid-Afrika.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

Hardheid: 2 – 3

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

 

Brede lathyrus : Lathyrus latifolius

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Brede Lathyrus, Montenach

 

 

Goed te herkennen aan
– de rozerode tot helder roze vlinderbloemen met brede vlag en
– de uit 2 deelblaadjes bestaande, gerankte, blauwgroene bladeren
– en de gevleugelde, blauwgroene stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Brede lathyrus is een overblijvende plant oorspronkelijk afkomstig uit Midden- en Zuid-Europa. In de Lage Landen wordt ze aangeboden als tuinplant. Vanuit tuinen is ze verwilderd (via tuinafval) en kan zich hier en daar goed handhaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met opvallende, grote, aangenaam ruikende vlinderbloemen, die in lang gesteelde trossen van 5 tot 15 bloemen staan. De vlag en zwaarden zijn gelijk van kleur, rozerood tot helder roze, zelden wit. De kiel is wit.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren hebben een gevleugelde bladsteel en bestaan uit twee elliptische tot lancetvormige deelblaadjes met daar tussen een vertakte rank. De deelblaadjes hebben 5 parallel lopende nerven (onderling verbonden door middel van kleinere nerven), zijn 1 tot 4 cm breed en 4 tot 12 cm lang. Zowel de bladeren als gevleugelde stengels zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

aardaker : stengel kantig en niet gevleugeld, hele bloem rozerood tot helder rood.
boslathyrus : vleugels bladsteel 0,5 tot 1,8 mm, gevleugelde stengel, vlag roze, zwaarden roodpaars, kiel geelgroen.
brede lathyrus : vleugels bladsteel 2 tot 4 mm, gevleugelde stengel, vlag en zwaarden rozerood tot helder roze en witte kiel.

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– verwilderd vanuit tuinen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– rozerood tot helder roze, soms wit
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– (15) 20 tot 30 mm breed
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– elliptisch tot lancetvormig
– top stomp met kort spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallel- en netnervig
– rank
– vleugels bladsteel (1,5-) 1,8 – 4 mm

Stengel
– liggend of klimmend
– glad en kaal

zie wilde bloemen