Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Reuzenberenklauw : Heracleum mantegazzianum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de enorm grote, witte bloemschermen, soms tot 50 cm in doorsnede

 

 

 

 

 

Algemeen

 

De indrukwekkende reuzenberenklauw, ook wel Perzische berenklauw genoemd, is vanuit Zuidwest-Azie in de 19e eeuw naar Europa gebracht als sierplant. Op veel plaatsen is de plant verwilderd. Het is een overblijvende (vaak tweejarige) plant, die algemeen voorkomend in stedelijke gebieden. Elders is ze zeldzaam. Ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke grond in bermen, tuinen, plantsoenen en struikgewas. Afhankelijk van de standplaats kan ze tot 3 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Reuzenberenklauw bloeit vanaf juni tot en met september met een variabel aantal schermen witte bloemetjes. De schermen bestaan uit 50 tot 150 deelschermen. De buitenste bloemen in een deelscherm zijn vergroot en asymmetrisch. De bloemen geuren naar anijs en zijn heel aantrekkelijk voor insecten. In de winter gebruiken de insecten de plant om te overwinteren in de holle stengels.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De grote bladeren bevatten furanocumarine, een sterk geurende, vluchtige olie die de huid overgevoelig maakt voor ultraviolette straling, waardoor ontstekingen en brandwonden ontstaan. In het vroege voorjaar, als de zaden ontkiemen, zullen door de omvang en de enorme groeikracht van de plant andere planten geen kans krijgen en ontstaat er al snel een bos. Reuzenberenklauw is nauwelijks te beteugelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met witte bloemschermen

 

Er zijn veel planten met witte bloemschermen. Zie voor vergelijking en herkenning van de algemeen voorkomende soorten, die groeien in graslanden, akkers, bermen, langs heggen en bosranden de pagina “Sleutel algemene witte schermbloemigen“.

 

 

 

 

 

Algemeen


– 
schermbloemenfamilie (Apiaceae)

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 2 tot 3 meter

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m september
– meervoudig scherm
– stervormig
– 8 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervormig oneven
– top spits
– rand getand
– voet half stengelomvattend
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rood gevlekt
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 Poelruit : Thalictrum flavum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de op lange, onvertakte stengels staande lichtgele, geurende pluimen van dicht op elkaar staande bloemen met lange meeldraden

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Poelruit is een overblijvende plant, die groeit op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, langs rivieren, in drassige graslanden, in grienden en moerassen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Poelruit bloeit in juni en juli met lichtgele, geurende pluimen. Bij nader bekijken blijken de bloeiende pluimen voornamelijk te bestaan uit lange meeldraden; die geven de pluimen hun kleur. Elke bloem heeft vier, smalle, groenig witte bloemdekbladen, die vrij snel afvallen. De knoppen zijn lichtgroen. De geurende bloemen bevatten geen nectar. Bezoekende insecten verzamelen stuifmeel en zorgen voor de bestuiving.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langer dan breed, 2- tot 3-voudig oneven geveerd. De deelblaadjes zijn handvormig en aan de onderkant grijsgroen met uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Poelruit wordt in de kruidengeneeskunde gebruikt als laxeermiddel.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Op afstand lijkt de bloeiwijze van moerasspirea op die van poelruit; de pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes

 

 

moerasspirea

 

 

 

blad moerasspirea

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 45 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel, wit, groen
– juni en juli
– pluim
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 10 tot 20 meeldraden
– 10 tot 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rond en geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peen : Daucus carota

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– het roodpaarse bloemetje in het midden van (volgroeide)
– en de omwindselbladen met lijnvormige slippen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Peen is een stijf behaarde, overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit in vrije droge graslanden, in bermen, op dijken en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Peen bloeit vanaf juni tot de herfst met witte, soms roze, platte schermen, die bestaan uit 20 tot 40 kleinere schermen. Op de plaats van het middelste kleine scherm staan meestal 1 of meer rood-paarse bloemetjes. Hierdoor is peen makkelijk te onderscheiden van de andere witte schermbloemigen.

De schermen bestaan uit kleine witte bloemetjes met 5 uitgerande kroonbladen. De buitenste bloemetjes zijn stralend en hebben ongelijke kroonbladen. Na de bloei gaan de buitenste stralen zich buigen en ontstaat een “vogelnestje”.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De vruchtjes blijven hangen in de vacht van dieren en kunnen daardoor over grote afstanden verspreid worden. Peen is een belangrijke waardplant voor de rupsen van de koninginnenpage. De gekweekte vorm van peen heeft een vlezige oranje wortel, is minder behaard en heeft iets anders gevormde bladeren.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met witte bloemschermen

 

Er zijn veel planten met witte bloemschermen. Zie voor vergelijking en herkenning van de (zeer) algemeen voorkomende soorten, die groeien in graslanden, akkers, bermen, langs heggen en bosranden de pagina “Sleutel algemene witte schermbloemigen“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen of vrij zeldzaam
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– wit (soms roze)
– vanaf juni tot de herfst
– meervoudig scherm
– stervormig
– 1,5 tot 2 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf of gezaagd
– voet wigvormig of gevleugeld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Knoopkruid : Centaurea jacea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemenhoofdjes, die
– met buitenste, vergrote randbloemen lijken op korenbloemen,
– zonder de vergrote randbloemen op distelbloemen en
– de ongedeelde stengelbladeren tot vlak onder het bloemhoofdje

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Knoopkruid is een overblijvende plant, die bloeit van juni tot in de herfst op droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke, grazige grond. Ze kan tot 1,20 meter hoog worden. Knoopkruid is zeer variabel van vorm. Er bestaan verschillende ondersoorten, van elkaar te onderscheiden door de vorm en het aanhangsel van de omwindselblaadjes. Het omwindsel is heel opvallend. De omwindselblaadjes hebben een verbreed, donkerbruin tot zwart aanhangsel met een gave tot franje-achtige rand.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De buitenste buisbloemen zijn vergroot en staan naar buiten gericht, maar kunnen ook ontbreken.
Zonder de vergrote stralende buitenste bloemen heeft bloemhoofdje wat weg van distelbloemen (linkerfoto), maar de plant is makkelijk van distels te onderscheiden vanwege het ontbreken van de voor distels kenmerkende prikkende bladeren en/of stengels.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bovenste stengelbladeren zijn ongedeeld, de onderste bladeren veerspletig. Jonge planten zijn licht (spinragachtig) behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de Middeleeuwen werd de plant gebruikt om wonden te helen, tegen aandoeningen van de urinewegen en zelfs cholera schijnt ermee bestreden te zijn.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort 

 

Grote centaurie is een vergelijkbare soort. Ze heeft grotere bloemen, gedeelde stengelbladeren (ook de bovenste) en geen stengelbladeren tot vlak onder de bloem.

 

 

grote centauri

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)

– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 0,1 tot 1,20 meter hoog

Bloem
– helder roze buisbloemen
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdje
– alleenstaand
– 2 tot 6 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top spits
– voet gevleugeld
– netnervig
– kaal of (spinragachtig) behaard
– bovenste :
– zittend
– lancetvormig
– gave rand
– onderste :
– gesteeld
– veervormig ingesneden
– getande rand

Stengel
– rechtop
– kaal of (spinragachtig) behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

De Phoenix Roebelenii of de dwergdadelplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

Phoenix Roebelenii komt van oorsprong uit Zuid-Oost-Azië. Deze palm blijft in vergelijking tot zijn soortgenoten vrij klein, vandaar de Nederlandse naam: Dwergdadelpalm. De plantenfamilie is Araceae.

 

 

Phoenix-roebelenii

 

 

 

Phoenix Roebelenii onderhoud:

 

Water geven

 

vochtig houdenVochtig houden

 

Phoenix Roebelenii palmen zijn echte groot verbruikers wat betreft water. De grond mag nooit uitdrogen. Indien de grond meer dan 2x droog staat, daalt de palm sterk in sierwaarde. Van nature groeien deze palmen dichtbij rivieren en schieten met hun wortels diep in de bodem opzoek naar water.

Geef gemiddeld 2 tot 3x per week water en tijdens warme zomer dagen zelfs elke dag. Pas echter wel op dat de palm niet met zijn wortels in het water staat. Controleer geregeld met een vinger in de grond of deze nog vochtig is. Wanneer de grond droger wordt kan je de Phoenix Roebelenii opnieuw water geven. De hoeveelheid water is afhankelijk van de maat pot. Hoe groter de pot, hoe meer water erin kan.

Het is daarom verstandig om de Phoenix Roebelenii een ruime pot te geven. Is de grond de volgende dag alweer droog, geef dan meer water per gietbeurt. Wanneer de Phoenix Roebelenii buiten staat zal de palm nog meer water verbruiken. Vooral op warme dagen is dagelijks water geven noodzakelijk.

 

 

 

Sproeien

 

De Phoenix Roebelenii verbruikt veel water. Door regelmatig te sproeien verliest de palm minder vocht door verdamping. Dit komt de gezondheid ten goede.

 

 

 

Standplaats

 

zonnig

 

Zonnig

 

Plaats de Phoenix Roebelenii op een zonnige standplaats. Het blad verdraagt direct zonlicht na gewenning. Ook buiten kan de palm in de volle zon staan. De middagzon kan echter beter worden vermeden. Ouder blad kan verbranden in het directe zonlicht, maar het nieuwe blad is hier prima tegen bestand. Wanneer de Phoenix Roebelenii te donker staat, zal de palm geen nieuw blad aanmaken. Plaats deze binnenplanten 1 tot 2 meter van het raam, zodat de palm minimaal 5 uur direct zonlicht ontvangt.

 

 

 

 

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 7 °C

‘S nachts: +/- 3 °C

 

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Phoenix Roebelenii het beste verpotten direct na de aankoop. Omdat de Dwerg Dadelpalm veel water verbruikt is een grotere pot noodzakelijk. De kweekpot kan namelijk onvoldoende water absorberen. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is ten opzichte van de vorige. Hoe groter hoe beter, omdat meer grond ook meer water kan vasthouden. Daarnaast komt een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede. Gebruik universele potgrond of palmgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Geef deze kamerpalm eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Lees de gebruiksaanwijzing van de kamerplantenvoeding voor de juiste dosering.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Bruine of gele bladeren (of bladpunten) komen vaak voor op de onderste bladeren van deze kamerpalm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren. Indien veel bladeren, en niet alleen de onderste krans, bruin of geel worden kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water.

Ook kan een plotseling overgang naar teveel direct zonlicht de oorzaak zijn. Dichtgeknepen blad is een teken van een lage luchtvochtigheid, of een tekort aan water in de grond. De V-vorm van het blad staat onder gunstige omstandigheden open. Gaat de kachel aan, dan is de kans groot dat het blad zich samen vouwt.

 

 

Phoenix_roebelenii

 

 

 

Snoeien

 

Je kunt de bruine bladpuntjes gewoon weg knippen met een schaar. Verwijder de onderste laag bladeren indien deze lelijk worden. Dit gaat het gemakkelijkst indien je de veren naar beneden buigt en vervolgens zo dicht mogelijk bij de stam het blad afsnijd. Je kunt ook een sterke snoeischaar gebruiken. Pas wel op voor de doorns. De stam kan niet afgezaagd worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Dit kan lang duren, verhoog hierbij de temperatuur tot rond de 25 graden.

 

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Het is zeldzaam dat de Phoenix Roebelenii in de woonkamer bloeit, maar het is wel mogelijk. Een palm bloeit alleen in een volwassen stadium. De Phoenix Roebelenii is een van de weinige palmen die dit kan bereiken vanwege zijn beperkte hoogte.

 

 

 

Giftig?

 

De Phoenix Roebelenii is niet giftig. Maar pas wel op voor de doorns. Deze stekels maken de plant minder geschikt wanneer er kleine kinderen bij kunnen komen.

 

 

 

Ziektes

 

Phoenix Roebelenii kan last krijgen van schild of dopluis. Verwijder aangetaste bladeren zo snel mogelijk om verspreiding te voorkomen. Vermijd besmetting met andere planten door de palm buiten te plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Oranje havikskruid : Hieracium aurantiacum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de oranje bloemhoofdjes op lang behaarde stelen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oranje havikskruid is een overblijvende plant, vrij algemeen voorkomend. Ze groeit op droge tot vrij vochtige, grazige plaatsen en wordt 30 tot 60 cm hoog. Ze vormt onder- en bovengrondse uitlopers en op voedzame grond kan ze erg woekeren. Ze komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Midden-, Oost- en Noord-Europa. Als sierplant ingevoerd is ze vanuit tuinen verwilderd en inmiddels ingeburgerd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

In juni en juli bloeit oranje havikskruid met oranje bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen. Degene aan de rand zijn oranje, meer naar het hart toe zijn ze oranje/geel. De onderkant van de buitenste lintbloemen is rood.

De knoppen staan met 2 tot 10 dicht bij elkaar. Als de eerste gaat bloeien staan de knoppen van de andere eronder. Zodra er meerdere gaan bloeien verlengen de bloemstelen zich iets en vormen de bloemhoofdjes een schermvormige bloeiwijze.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Oranje havikskruid vormt rozetten van langwerpige tot lancetvormige bladeren, die aan beide kanten bezet zijn met lange witte haren. De stengel en omwindselblaadjes hebben naast lange afstaande witte haren ook korte zwarte klierharen en nog kortere witte sterharen. Aan de stengel zitten 1 of 2 stengelbladeren, die dezelfde vorm hebben als de rozetbladeren, alleen kleiner.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, ook als tuinplant
– 30 tot 60 cm

Bloem
– oranje lintbloemen
– juni en juli
– hoofdje
– 15 tot 25 mm

Blad
– rozet of verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klieren

-rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Muurpeper : Sedum acre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder gele, stervormige, 5-tallige bloemen en
– de platte, driehoekige, schubachtige blaadjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Muurpeper is een overblijvend algemeen voorkomend plantje van 5 tot 10 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselarme tot voedselrijke zandgrond in plantsoenen, langs wegen en op muren en daken en kan daar in korte tijd grote kussens vormen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Muurpeper bloeit in juni en juli met helder gele bloemen van 10 tot 14 mm.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn sterk vertakt en liggend, alleen het uiteinde richt zich omhoog. De bladeren zijn wintergroen, kaal, plat driehoekig, schubachtig en zitten dakpansgewijs dicht bij elkaar langs de stengel. De bladeren van niet bloeiende stengels vormen vaak een bolletje en kunnen soms enigszins rood gekleurd zijn. De bladeren hebben een peperachtige smaak.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Muurpeper is een ideale bodembedekker, ze wordt ook gekweekt als tuinplant. Van de vetplanten is muurpeper de meest bekende soort.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

zacht vetkruid : bloemen kleiner dan 10 mm, de blaadjes hebben geen peperachtige smaak en zijn lijnvormig.

muurpeper : bloemen 10 – 14 mm, alle bloemen 5-tallig, plat driehoekig, schubachtig blad, peperachtige smaak.

tripmadam : bloemen 14 of 15 mm, schermen met 5- tot 8-tallige bloemen met gekielde kroonbladeren en grijs- of blauwgroene, lijnlancetvormige, halfronde, spitse bladeren.

 

 

zacht vetkruid

 

 

 

tripmadam

 

 

Algemeen

 

vetplantenfamilie (Crassulaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– ook als tuinplant
– 5 tot 10 cm

Bloem
– geel
– juni en juli
– tros
– stervormig
– 10 tot 14 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– afgeplat driehoekig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond
– zonder nerven
– vlezig
– peperachtige smaak

Stengel
– liggend, aan het einde rechtop
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moeraswespenorchis : Epipactis palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de orchideebloemen met grote witte lob, die 2 dooiergele strepen heeft, een gekartelde, golvende rand en stompe of uitgerande top

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Moeraswespenorchis is een overblijvende plant van 20 tot 65 cm hoog. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als zeldzaam en matig afgenomen.  Ze groeit op natte, kalkhoudende zand- en leemgrond in duinvalleien en blauwgraslanden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Moeraswespenorchis bloeit vanaf juni t/m augustus. De bloemen staan in een tros van 8 tot 15 hangende bloemen. De tros is eerst knikkend, maar gaat later rechtop staan en verlengt zich tijdens de bloei. De bloemen bestaan uit 6 bloemdekbladen. De buitenste 3 zijn aan de buitenkant groenig bruin en aan de binnenkant groenig paarsrood met lichte rand.

Van de drie binnenste bloemdekbladen zijn de 2 bovenste kleiner dan de buitenste bloemdekbladen, wit en aan de basis roze of roze geaderd. Het onderste bloemdekblad bestaat uit 2 gedeeltes. Het binnenste (bovenste) deel is wit en roze geaderd en scheidt de nectar af. Het onderste gedeelte is geheel wit, rond van vorm met gekartelde, golvende rand, stompe of iets uitgerande top en twee dooiergele strepen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn grijsgroen, onbehaard en wat gootvormig. De bovenste bladeren zijn kleiner dan de onderste. Het bovenste gedeelte van de stengel, de bloemstelen en de vruchtbeginsels zijn behaard. Omdat moeraswespenorchis een kruipende wortel met uitlopers heeft, kan ze massaal voorkomen op goeie standplaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Van alle wespenorchideeën is de moeraswespenorchis de enige met een grote witte eindlob aan het onderste bloemdekblad en daardoor makkelijk te herkennen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

orchideeënfamilie (Orchidaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– rode lijst en wettelijk beschermd
– 20 tot 65 cm hoog

Bloem
– wit, rood, groen, roze
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– orchideebloem

– 2 tot 2,5 cm
– 6 bloemdekbladen
– 1 stempelzuil

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond, langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– (half) stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– bovenaan behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moerasspirea : Filipendula ulmaria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de pluimen roomwitte kleine bloemetjes, die zoet geuren en
– de vruchtjes, die spiraalsgewijs om elkaar heen gedraaid zijn

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasspirea is een overblijvende plant met krachtige rechtopstaande, dunne, vaak rood/bruin gestreepte stengels en wordt 60 tot 120 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend en groeit voornamelijk op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en in lichte loofbossen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Moerasspirea bloeit vanaf juni tot en met augustus in schuimachtige pluimen, die bestaan uit talrijke kleine, roomwitte of witte, zoet geurende bloemen. De vruchten zijn spiraalvormig gedraaid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Moerasspirea werd veel gebruikt om de lucht te verfrissen. De geurige bloemen werden samen met andere bloemen (o.a. kamperfoelie), in huizen en kerken gelegd om onaangename geuren te verdrijven.

De plant heeft pijnstillende, koortsverlagende en ontstekingsremmende eigenschappen en werd gebruikt tegen malaria en buikloop. Tegenwoordig wordt een aftreksel van de bloemen (thee) nog gebruikt bij griep en verkoudheid. De plant bevat salicylzuur, de werkzame stof in aspirine.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Moeasspirea lijkt op knolspirea. Toch zijn er wel wat verschillen. Knolspirea wordt minder hoog. De bloemen van de knolspirea zijn groter, soms roze of rood, de bladeren zijn langgerekter en bestaan uit minstens 8 paar deelblaadjes. Knolspirea staat op de rode lijst.

Op afstand lijkt moerasspirea op poelruit. De pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes.

 

 

knolspirea

 

 

 

poelruit

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 0,6 tot 1,2 meter

Bloem
– wit of roomwit
– sterk geurend
– vanaf juni t/m augustus
– pluim
– stervormig
– 4 tot 8 mm
– 5 of 6 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 of 6 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2 tot 5 paar blaadjes
– top spits
– rand onregelmatig gezaagd
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– van onderen vaak zilverwit behaard

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond
– vaak roodbruin aangelopen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Oostenrijkse kers : Rorippa austriaca

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes gele, 4-tallige bloemetjes en
– de hogere stengelbladeren, die oortjes hebben en
– de bolvormige vruchtjes op lange stelen

 

 

blad oostenrijkse kers

 

 

 

Algemeen

 

Oostenrijkse kers is overblijvende plant, die groeit op natte, voedselrijke, omgewerkte grond op hoge rivieroevers, kribben en in bermen. Ze groeit in groepen en wordt 30 tot 90 cm hoog. Het is een vrij zeldzaam voorkomende plant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oostenrijkse kers bloeit vanaf juni tot en met augustus met gele, 4-tallige bloemen, die bij elkaar in een tros aan het einde van de stengel en zijstengels staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn gesteeld. De hogere hebben twee oortjes, waarmee ze de stengel omvatten. Ze zijn allemaal onregelmatig getand (niet gelobd). De vruchtjes staan op lange stelen en zijn bolvormig.

 

 

 

 

 

 

Herkennen Rorippa soorten

 

– zijn de kroonbladen ongeveer even groot als de kelkbladen ?
– nee …. heeft het blad oortjes ?
– nee …. is het blad diep veervormig ingesneden met een smalle eindslip ?
– nee …. is het blad diep veervormig ingesneden met een grote eindslip ?
ja
ja
ja
ja
anders
:
:
:
:
:
moeraskers
Oostenrijkse kers
akkerkers
valse akkerkers
gele waterkers

 

 

 

moeraskers

 

 

 

moeraskers

 

 

 

akkerkers

 

 

 

akkerkers

 

 

 

valse akkerkers

 

 

 

valse akkerkers

 

 

 

gele waterkers

 

 

 

gele waterkers

 

 

Valse akkerkers (Rorippa x anceps) is een kruising tussen gele waterkers en akkerkers, komt voornamelijk voor langs rivieroevers. Ze is van akkerkers te onderscheiden door de grote eindslip van het blad en van gele waterkers door de dieper ingesneden bladeren. De vruchten zijn korter dan die van akkerkers en langer dan die van gele waterkers. Daarnaast komt er nog een kruising voor, ontstaan uit Oostenrijkse kers en akkerkers (Rorippa x armoracioides). De verspreiding van deze kruising is onvoldoende bekend en deze vorm wordt vaak verward met akkerkers.

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– 8 tot 10 mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand onregelmatig getand
– onderste bladeren gesteeld
– middelste en bovenste
half stengelomvattend met oortjes
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

zie wilde bloemen