Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Liggende asperge : Asparagus officinalis subsp. prostratus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

liggende-asperge-15521987

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, licht geelgroene, klokvormige, hangende bloemetjes en
– de lijnvormige “bladeren” aan
– een sterk vertakte, struikvormige plant

 

 

asparagus_postratus_cantabria_berry_ph2004_i_legarra

 

 

 

Algemeen

 

In de Lage Landen komen twee soorten asperge voor : asperge en liggende asperge. De eerste soort wordt ook als groente gekweekt. Asperge en liggende asperge behoren tot de oorspronkelijke flora van de Lage Landen. Omdat asperge al eeuwen lang verbouwd wordt als groente is het niet altijd vast te stellen of een in de natuur voorkomende aspergeplant oorspronkelijk wild dan wel een ontsnapte cultuurplant is. Men neemt aan dat de exemplaren langs de rivieren en in de duinen wilde planten zijn.

Asperge is algemeen voorkomend en groeit op droge tot vochtige, vaak geroerde zandgrond in duinstruikgewas, rivier begeleidende ruigten, grindbanken en aan oevers. Liggende asperge groeit op open plaatsen met droge, kalkrijke, grazige zandgrond in de duinen, vooral nabij bebouwing.

 

 

gewone asperge

gewone asperge

 

 

 

gewone asperge

gewone asperge

 

 

 

gewone asperge

gewone asperge

 

 

 

Bloem

 

Beide asperge-soorten zijn overblijvende, sterk vertakte, struikvormige planten, die tot 2 meter hoog kunnen worden en bloeien van mei tot en met juli met kleine, klokvormige, licht geelgroene, hangende bloemetjes.
Asperge is tweehuizig. Dat betekent dat een bloem mannelijk of vrouwelijk is en er aan een plant maar 1 soort bloem zit; er zijn mannelijke en vrouwelijke aspergeplanten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De naaldvormige “blaadjes” zijn geen blaadjes maar takjes. De eigenlijke bladeren zijn de kleine, schubvormige, driehoekige vliezen, die onderaan de stengel wat groter zijn en daar duidelijker zichtbaar. In de herfst wordt de plant strokleurig en kleuren de bessen mooi oranjerood.

 

 

 

 

 

Insecten

 

De kleurrijke aspergehaantjes of aspergekevertjes (Crioceris asparagi) kunnen grote schade aanrichten. Zowel de volwassen kevers als de larven eten de groene delen van asperge en kunnen zo een hele plant kaal eten. Aspergetelers zijn daar uiteraard niet blij mee en bestrijden de kevers direct. De kevers zetten zwarte eitjes af loodrecht op de verschillende delen van de plant. Binnen een week komen de eitjes uit en zit de plant vol met grijze larven.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer  zeldzaam
– 0,2 tot 2 meter

Bloem
– licht geelgroen
– vanaf mei t/m juli
– alleenstaand
– klokvormig
– 4 tot 6,5 mm
– 6 bloemdekbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– schubvormig
– top spits
– rand gaaf
– vliezig

Stengel
– rechtop of liggend
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

asperge1liggende

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vergeten wikke : Vicia sativa subsp. segetalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9758-gr-vergeten-wikke

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze vlinderbloemen,
– die alleenstaand of met 2-4 in de bladoksels staan en
– waarvan de zwaarden duidelijk donkerder gekleurd zijn dan de vlag
– en de samengestelde bladeren met vertakte rank

 

 

img_9745-gr-vergeten-wikke

 

 

 

Algemeen

 

Vergeten wikke is eenjarig en komt zeer algemeen voor op grazige zandgrond en in akkers. Vergeten wikke wordt 10 tot 100 cm hoog. Ze is verspreid behaard.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli. De bloemen staan alleen of met 2-4 in de bladoksels. Ze hebben een heel kort steeltje en zijn helder roze. De zwaarden zijn duidelijk donkerder van kleur dan de vlag.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren hebben kleine steunblaadjes met klieren, die bij zonnig weer nectar produceren, waar vooral mieren op afkomen. De deelblaadjes van de bovenste bladeren zijn smaller dan die van de onderste bladeren. De overgang gaat geleidelijk. Ze zijn in of boven het midden het breedst (3-6 mm). De stengels zijn slap en de plant vindt door middel van de ranken steun bij omringend gras, soortgenoten of andere planten. De ranken zijn vertakt en zitten aan het uiteinde van de samengestelde bladeren in het verlengde van de bladspil.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 100 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m juli
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen met gelijke tanden
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– smal eirond tot langwerpig
– in of boven het midden het breedst
– zeer kort gesteeld
– top rond met spits uitsteekseltje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

Stengel
– klimmend
– weinig behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vierzadige wikke : Vicia tetrasperma subsp. tetrasperma

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

vicia-tetrasperma-vierzadige-wikke-04

 

 

Goed te herkennen aan
– 1 tot 3 bloemige trosjes van kleine licht lila of blauwachtig witte vlinderbloemen en
– de gerankte bladeren met 3 – 8 paar deelblaadjes

 

 

vierzadige-wikke-yerseke-moer-peter-706

 

 

 

Algemeen

 

Vierzadige wikke is een eenjarig, teer plantje met een klimmende, vaak vertakte stengel van 15 tot 70 cm lang. Ze groeit op vochtige, matig voedselrijke grond in akkers, bermen en op dijken.

 

 

Vierzadige wikke

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met augustus. De bloemen zijn blauwachtig wit tot licht lila. Ze staan in trosjes van 1 tot 3 bloemen. De steel van het trosje is in de vruchttijd ongeveer even lang als het draagblad, in tegenstelling tot die van slanke wikke, waarvan de steel van het trosje langer is dan het draagblad.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
> – eenjarig
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 15 tot 70 cm

Bloem
– blauwachtig wit tot licht lila
– vanaf mei t/m augustus
– armbloemige losse tros
– vlinderbloem
– 4 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– lijnvormig tot langwerpig
– top rond of met een stekelpuntje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-nervig

Stengel
– klimmend
– weinig kort behaard

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-vierzadige-wikke

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zwanenbloem : Saponaria officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

butomusumbellatus2

 

 

Goed te herkennen aan
– de schermvormige bloeiwijze met roze bloemen
– op lange bladerloze stengels
– aan of in ondiep, voedselrijk water

 

 

zwanenbloem-090802-241

 

 

 

Algemeen

 

Zwanenbloem is een overblijvende moeras- en oeverplant, die groeit in en aan ondiep, voedselrijk water in sloten, vaarten en afwateringskanalen. Ze wordt 30 tot 150 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend en is wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zwanenbloem bloeit vanaf juni tot en met september met roze of witte, donker geaderde bloemen, die in een schermvormige bloeiwijze aan het einde van een bladerloze stengel staan. Aan de sierlijke vorm van de stijlen dankt ze haar naam. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen, de buitenste wat korter en smaller dan de binnenste. Na de bloei sluiten de bloemdekbladen zich om de rijpende vruchten. Zwanenbloem is protandrisch, dat wil zeggen dat de stampers pas gaan rijpen als de meeldraden uitgebloeid zijn. Op deze manier voorkomt de bloem zelfbestuiving.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

zwanenbloemfamilie (Butomaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– roze
– vanaf juni t/m september
– schermvormige tros
– 1,6 tot 2,6 cm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen
– 9 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top afgerond
– rand gaaf
– parallelnervig
– in doorsnede driehoekig
– vaak bovenaan gedraaid

Stengel
– rechtop
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zompvergeet-me-nietje : Myosotis laxa subsp. cespitosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_7443-gr-zompvergeet-me-nietje

 

 

Goed te herkennen aan
– de “trosjes” kleine (2 tot 5 mm) helder blauwe bloemetjes en
– de met aanliggende haren bedekte kelkbladen en
– de tot ongeveer de helft ingesneden vruchtkelk

 

 

zompvergeet-me-nietje

 

 

 

Algemeen

 

Zompvergeet-me-nietje is een eenjarige (soms overblijvende) plant, die groeit op open, natte, zomers droog- vallende grond in greppels, moerassige graslanden, venen en slootkanten. Ze wordt (10) 15 tot 45 (100) cm en is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zompvergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot en met augustus. De kleine bloemetjes zijn helder blauw. Het hart wordt gevormd door gele keelschubben. In de knop zijn de bloemen roze. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schicht aan het einde van de stengels en zijstengels. Tijdens de bloeitijd ontrolt de schicht zich en wordt de bloeistengel langer, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de open kelk.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig (soms overblijvend)
– algemeen tot zeldzaam
– (10) 15 tot 45 (100) cm

Bloem
– helder blauw
– vanaf mei t/m augustus
– schicht
– stervormig
– 2 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– aanliggend behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Slipbladige ooievaarsbek : Geranium dissectum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

geranium-dissectum-05-slipbladige_ooievaarsbek1-h4

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze, kleine bloemtjes met 5 uitgerande kroonbladen op korte bloemstelen én
– de lange afstaande beharing van de hele plant én
– de klierharen voornamelijk in de bloeiwijzen

 

 

geranium-dissectum-05-slipbladige_ooievaarsbek3-h4

 

 

 

Algemeen

 

Slipbladige ooievaarsbek is een eenjarige plant van 10 tot 40 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke, meestal kleiige grond in akkers, op dijken, in bermen en aan slootkanten. De gehele plant is afstaand behaard en vooral in de bloeiwijzen ook met klierharen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Slipbladige ooievaarsbek bloeit vanaf mei tot en met september. De helder roze bloemen staan met 2 bij elkaar in de bladoksels. Ze hebben 5 uitgerande kroonbladen, die even lang zijn als de genaalde kelkbladen. Ze staan op stelen, die korter zijn dan 2 cm, waardoor ze wat tussen de bladeren verscholen zitten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De behaarde bladeren zijn in omtrek rond, handvormig 5- tot 7-delig met 3-spletige slippen. Slipbladige ooievaarsbek heeft ook rozetbladeren, die minder diep gespleten zijn en een rode rand hebben. Tijdens de bloei zijn de rozetbladeren al verdord. De stengel is liggend of opstijgend en wordt vaak gesteund door omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m september
– alleenstaand
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 uitgerande kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 genaalde kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– 5- tot 7-delig
– in omtrek rond
– top spits
– rand gaaf
– handnervig
– afstaand behaard, bovenste ook met   klierharen

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zilverschoon : Potentilla anserina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

3179-640

 

 

Goed te herkennen aan
– de goudgele, 5-tallige bloemetjes en
– de zilverwit behaarde, veervormig samengestelde bladeren

 

 

zilverschoon-plantje2

 

 

 

Algemeen

 

Zilverschoon is een zeer algemeen voorkomend vrij laag plantje. Ze groeit op natte tot vochtige, voedselrijke of brakke tot zilte grasgrond aan wegen, op akkers, in duinvalleien en aan de rand van schorren en kwelders. Zilverschoon kan zich vegetatief vermeerderen door middel van bovengronds liggende stengeluitlopers, die op de knopen wortelen en waar dan een nieuwe zelfstandige plant ontstaat.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zilverschoon bloeit vanaf mei tot en met augustus. De bloemen zijn goudgeel, staan op behaarde stelen en zijn alleen bij zonnig weer geheel geopend. Ze hebben normaal gesproken 5 kroonbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Behalve de stengels zijn ook de bladeren behaard, meestal alleen aan de onderkant, soms ook aan de bovenkant. Door de beharing krijgen ze hun zilverachtige uiterlijk. De bladeren bestaan uit 15 tot 25 deelblaadjes met hele kleine blaadjes daartussen. Dat wordt afgebroken veervormig genoemd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de groene delen van zilverschoon zit een stof met een krampstillende werking. Daarom wordt de plant verwerkt in preparaten tegen menstruatiepijn en maag- en darmaandoeningen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 30 (45) cm

Bloem
– goudgeel
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 1,5 tot 3 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– rozet
– samengesteld
– oneven afgebroken veervormig
– top spits
– rand scherp gezaagd
– voet aflopend
– veernervig
– onderkant zacht zilverwit behaard
– soms ook de bovenkant

Stengel
– bovengronds kruipend
– wortelend op de knopen
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Witte waterlelie : Nymphaea alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

l_nymphaea-gonnere

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, witte (zelden rode), geurende bloemen met geel hart en
– de plaats waar ze bloeien …. in het water

 

 

waterlelie-shutter-630

 

 

 

Algemeen

 

Witte waterlelie is een opvallende waterplant van vrij diep, stilstaand tot zwak stromend, voedselrijk tot voedselarm water. Ze is zeer algemeen voorkomend en wordt ook aangeplant. De aangeplante soorten hebben ook gele en roze bloemen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met augustus. De drijvende of iets boven het water uitstekende bloemen verschijnen na de bladeren, zijn variabel in grootte, van 5,5 tot 18 cm in doorsnede, hebben 15 tot 25 witte kroonbladen en vier kelkbladen. De kelkbladen zijn groen of bruinachtig aan de buitenkant en wit aan de binnenkant. ’s Nachts en bij regen sluiten de bloemen zich ter bescherming van het stuifmeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De drijvende, leerachtige bladeren zijn nagenoeg rond met een hartvormige voet, 10 tot 30 cm in doorsnede. De bovenkant is glanzend groen, de onderkant lichtgroen, vaak roodachtig aangelopen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
– waterplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam

Bloem
– wit, zelden rood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 5,5 tot 18 cm
– stervormig
– 15 tot 25 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– stempelschijf met 5 tot 25 stralen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rond
– top rond
– rand gaaf
– voet hartvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

196

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zachte ooievaarsbek : Geranium molle

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

ooievaarzacht-100523-136

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze, in paren staande bloemetjes met
– de van binnen eveneens helder roze stempels en
– de in omtrek ronde, tot de helft gespleten bladeren en
– stengels met lange en korte haren

 

 

zachte_ooievaarsbek_1

 

 

 

Algemeen

 

Zachte ooievaarsbek is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant van 5 tot 40 cm hoog, die bloeit vanaf mei tot de herfst. Ze groeit op open plaatsen met vochtige tot droge, meer of minder voedselrijke, grazige grond, vooral in zandige bermen, op dijken, in gazons en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze van zachte ooievaarsbek is 2-bloemig. De bloemen zijn helder roze. Ze hebben 5 omgekeerd hartvormige, ingesneden kroonblaadjes. De stempels hebben aan de binnenkant dezelfde kleur als de kroonbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels, bladstelen, bloemstelen en kelkbladen zijn behaard met lange en korte afstaande witte haren en korte klierharen. De bladeren zijn in omtrek rond en tot het midden ingesneden. In de herfst kleuren ze rood. De onderste bladeren zijn lang gesteeld en 7- tot 9-delig, de bovenste zijn korter gesteeld en 5-delig.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 5 tot 40 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– 5- tot 9-delig
– in omtrek rond
– top stomp
– rand getand
– handnervig
– behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard, bovenin ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

zachte-ooievaarsbek1

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Witte klaver : Trifolium repens

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_0623-gr-witte-klaver

 

 

Goed te herkennen aan
– het ronde bloemhoofdje met (room)witte vlinderbloemen en
– de halvemaanvormige lichte vlek op de bladeren

 

 

bloemen-witte-klaver1

 

 

 

Algemeen

 

Witte klaver is een zeer algemeen voorkomende soort, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke of brakke tot zilte grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Witte klaver bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemhoofdjes staan op lange bladerloze stelen en ruiken zoet. Ze zijn (room)wit met soms een roze waas. Ze verwelken van (room)wit via roze naar bruin. De uitgebloeide bloemen gaan hangen, de onderste het eerst. Aan de basis van het door de kroonbladen gevormde buisje wordt vrij veel nectar afgescheiden. De bloemen vormen daarom voor langtongige insecten, zoals bijen, een waardevolle nectarbron.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn lang gesteeld, 3-tallig (zelden 4) en voorzien van een halvemaanvormige lichte vlek. Omdat witte klaver een lange liggende stengel heeft, die op elke knoop kan wortelen, is ze moeilijk uit te roeien. Snel woekerend kan ze andere planten verdringen en soms hele tapijten vormen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– roomwit, soms met een roze waas
– vanaf mei tot in de herfst
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– op lange steel, meestal 3-tallig,
zelden 4-tallig
– samengesteld
– rond tot eirond, met
halvemaanvormige lichte vlek
– top stomp of uitgerand
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– bovengronds kruipend
– wortelend op knopen
– glad en kaal of behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

witte-klaver

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA