Tagarchief: aarde

Gebed: Het Onze Vader en de vergeving

Standaard

categorie : religie

 

 

Het Onze Vader

 

1.Onze Vader,

2.die in de Hemelen zijt,

3.geheiligd zij Uw Naam,

4.Uw Rijk kome,

5.Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.

6.Geef ons heden ons dagelijks brood

7.en vergeef ons onze schulden,

8.gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren

9.En leid ons niet in bekoring

10.maar verlos ons van het kwade.

Amen.

 

 

 

Het Onze Vader is het meest verbreide christelijke gebed en dateert uit de eerste eeuw. Het gebed richt zich tot God en is volgens het evangelie door Jezus Christus zelf aan zijn volgelingen geleerd.

 

Men vindt het gebed in de bijbel in Matteüs 6: 9-13 bij de bergrede en in Lucas 11: 2-4. De oudste teksten van het Onzevader die zijn overgeleverd, zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Katholieken in Nederland gebruiken een andere vertaling dan katholieken in Vlaanderen. Het hierboven vertaalde gebed is de versie van Matteüs.

 

 

Waarvoor bidt men?

 

  • De eerste 5 regels gaan over God. Hij is onze Vader, hij woont in de hemel, zijn naam is heilig, er komt een nieuw samenstel van dingen zonder zonden en hij is de soevereine heerser over het zichtbare en onzichtbare.
  • In regel 6 vraagt de bidder God om hem te geven wat hij in het dagelijkse leven nodig heeft.
  • De volgende twee regels gaan over vergeving vragen en vergeving geven.
  • De voorlaatste zin van het gebed is doeltreffend wanneer men in een crisis situatie verkeerd waarbij men de nabijheid van het boze voelt. De duivel zal wijken bij het bidden van het Onze Vader.
  • In de laatste regel geeft de mens toe dat hij onder invloed staat van het  kwade. Hij vestigt zijn hoop op God om ooit definitief van het boze verlost te worden.

 

 

De noodzaak van vergeving

 

In het Onze Vader bidt men om vergeven te worden en vergeving te geven. Het zijn belangrijke voorwaarden om eeuwig leven te bekomen.

 

 

De gelijkenis van de slaaf die niet wilde vergeven (Matteus 18: 21-35)

 

 

 

 

Wat aan de gelijkenis vooraf ging:

 

Jezus had richtlijnen gegeven wat de christen moest doen als zijn broeder zondigt ( Matteus 18: 15-17 ).
De bedoeling hiervan is dat de schuldige door zachtmoedigheid de noodzaak van berouw en bekering zal inzien.

“Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal” ( Matteus 18: 21-22 ).

 

Vergeving vragen en vergeving schenken is één van waardevolste dingen die het leven kent, maar ook één van de moeilijkste.

 

– hoe moeilijk is het niet om vergeving te vragen ( bang voor vernedering en afwijzing )
– hoe moeilijk is het niet om vergeving te schenken ( bang om opnieuw gekwetst te worden )
– mensen zijn vaak in hun eer, gevoel en waarde gekwetst.
– mensen ervaren het geven van vergeving als een teken van zwakte.

 

 

Er zijn steeds 2 partijen, zij die vergeving moeten schenken en zij die vergeving nodig hebben.

 

-Daar waar geen vergeving is, houden relaties op te bestaan.
-Daar waar geen vergeving is, is wrok, verbittering en haat.
-Daar waar geen vergeving is, is verdriet en onverdraagzaamheid.

 

 

De  ‘wanneer’  vragen bij vergeving

 

-Wanneer is de maat vol? Wanneer is de grens bereikt?
-Wanneer moet ik niet meer vergeven omdat diegene die tegen mij zondigt het niet verdient?
-Wanneer moet ik zeggen ‘nu ben je te ver gegaan, mijn grens is bereikt’?
-Wanneer moet ik zeggen ‘ik kan je niet meer vergeven’?
De mens heeft de neiging om wraak te nemen voor het onrecht dat hem wordt aangedaan en noemt het dan rechtvaardigheid. Wat zei Jezus over hen die tegen Hem zondigden? ( Lukas 23: 34 ).

 

 

Hoe mensen soms omgaan met iemand die zondigt

 

– frontale aanval:  ‘gij grote zondaar’
– blij zijn als de persoon die jouw heeft gekwetst, onheil meemaakt
– de persoon negeren
– de zonde negeren
– een roddelcampagne beginnen, plannen maken over hoe je hem/haar terug kan pakken
– vormen van partijschappen

 

 

De gelijkenis

 

Het Koninkrijk der hemelen is te vergelijken met een koning die afrekening wilde houden met zijn slaven.

 

De slaaf en zijn heer

 

Toen hij daarmee begon werd een slaaf voor hem geleid die hem 10.000 talenten schuldig was.
Omdat hij het niet kon betalen, beval zijn heer om hem, zijn gezin en zijn bezit zou worden verkocht opdat er zou kunnen worden betaald. De slaaf wierp zich smekend voor hem en zei ‘Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen’. De heer kreeg medelijden met hem en liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.

 

 

De slaaf en zijn medeslaaf

 

De slaaf ging weg en ontmoette een medeslaaf die hem 100 schellingen schuldig was, hij greep hem bij de keel en zei ‘Betaal wat gij schuldig zijt’. De medeslaaf wierp zich voor hem en verzocht hem met aandrang ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen’. Maar hij wilde niet en zette hem gevangen totdat hij het verschuldigde zou hebben betaald.

 

 

De reactie van de heer

 

De medeslaven zagen wat er was gebeurd en werden verdrietig en vertelden hun heer hetgeen er was gebeurd.
De heer ontbood de slaaf en zei ‘Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u?’ De meester werd toornig en gaf hem in de handen van folteraars, totdat hij het beschuldigde zou hebben betaald.

 

 

Conclusie:

 

“Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft” ( Matteus 18: 35 ). “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren”( Handelingen 3:19 ).

Vergeving is het middel waarmee we datgene dat kapot is gemaakt, terug in orde kunnen maken. De mens bezit over het vermogen om tegelijk te kwetsen en om te helen. Vergeving geeft je de vrijheid om lief te hebben, terwijl het niet geven van vergeving relaties vernietigd.

Wanneer wij worden gekwetst doen we vaak het tegenovergestelde van wat Jezus beveelt. We keren ons vaak tot haat, wrok, roddel en vergelding. De heer vergaf de schuld van de slaaf volledig, maar hij verwachtte wel dat de slaaf hetzelfde zou doen!

 

 

Lukas 17:3-4.

 

Wanneer wij elkaar vergeven en de houding hebben om te willen vergeven dan ontnemen wij satan zijn macht! Vergeven betekent om de schuld niet tegen de ander te houden, maar om deze van harte kwijt te schelden.

 

 

Efeziërs 4:32-5:1-2

 

“Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk”.

Wanneer we geconfronteerd worden met moeiten om een broeder of zuster te vergeven, laten we dan kijken naar de vergeving die God jou heeft geschonken. Christus vergeeft veelvoudig! Vergeet daarbij niet dat God een oordeelt velt over hen die niet bereid zijn om te vergeven.

 

 

1 Timoteus 1:12-13

 

“Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven”.

 

 

Matteus 6:14-15.

 

Hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven? ALTIJD!

 

 

Hebreeën 10:17

 

Wat wij van God willen is dat Hij ons altijd vergeeft, God gedenkt onze zonden niet meer.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

Our inherent Divinity, heaven on earth : Bruno Groening

Standaard

category / categorie : video

 

 

 

 

Our inherent Divinity, heaven on earth : Bruno Groening

 

Onze inherente Goddelijkheid, hemel op aarde ; Bruno Gröning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

De aarde is jong.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Een aantal aanwijzingen die een ‘jong heelal’ en

een ‘jonge aarde’ heel waarschijnlijk maken:

 

-De opwindsnelheid van spiraalvormige sterrenstelsel is te groot. Het binnenste gedeelte draait sneller dan het buitenste gedeelte, waardoor de vorm van een dergelijk stelsel al binnen enkele honderden miljoenen jaren niet meer herkenbaar zou zijn als een spiraal. Ons sterrenstelsel zou echter al 10 miljard jaar oud moeten zijn en toch heeft het een duidelijke spiraalvorm.

 

 

BinaireSprialGalaxies

 

 

– Kometen kunnen maximaal 10.000 jaar bestaan. Pogingen om bronnen te vinden waar nieuwe kometen vandaan zouden moeten komen, hebben tot nu toe gefaald.

– Om de 25 jaar is er een supernova waarneming in ons sterrenstelsel. Er zijn slechts ongeveer 200 restanten zichtbaar. Het totale aantal zichtbare supernova’s wijst op een maximale leeftijd van 7000 jaar.

– Er ligt meer sediment op de oceaanbodem dan de plaattektoniek kan verwijderen. Hierdoor kan de oceaanbodem maximaal 12 miljoen jaar oud zijn. Natuurlijk moet je bij die ‘maximale leeftijden’ bedenken dat processen in het verleden ook sneller gegaan kunnen zijn. Denk aan zeer snelle erosie na een wereldwijde overstroming (de zondvloed).

– Te weinig natrium in de oceanen. Maximum leeftijd: 42-62 miljoen jaar. Berekeningen met andere elementen geven nog lagere maximum leeftijden.

– De totale energie van het aardmagnetisch veld neem te snel af. Er wordt met complexe theorieën geprobeerd te verklaren hoe het toch gedurende miljarden jaren stand heeft kunnen houden, maar zoals het er nu uitziet kan het niet ouder zijn dan 20.000 jaar. Wel jonger natuurlijk.

 

 

cengrap0

 

 

– Opgevouwen aardlagen moeten snel gevormd zijn. Dit moet gebeurd zijn toen de lagen nog zacht waren, vlak nadat ze gevormd zijn. Hierbij voldoet het zondvloedmodel heel goed, maar dat het miljoenen jaren heeft gekost om ze te vormen is niet waarschijnlijk.

– Aanwijzingen voor versneld radioactief verval (polonium-218 halo’s) en snel opeenvolgende vorming van mineralen in de geologische ‘tijdvakken’ Jura, Trias en Eoceen.

– Te veel helium in mineralen. Bij radioactief verval ontstaat helium. Zirkoniumkristallen die gevonden zijn in precambrisch gesteente (dat wordt verondersteld 1.5 miljard jaar oud te zijn) zijn onderzocht en het blijkt dat ze nog maar 4000 tot maximaal 8000 jaar helium verliezen.

– Te veel C14 in dieper liggende lagen. Omdat C14 vrij snel vervalt (halfwaardetijd van 5700 jaar) zou er geen radioactief koolstof moeten zitten in lagen die geacht worden meer dan 250.000 jaar oud te zijn. Tests met koolstofhoudend gesteenten uit lagen die miljarden jaren oud zouden moeten zijn (ook diamanten, waarbij overigens vervuiling met recent koolstof is uitgesloten) hebben aangetoond dat er altijd C14 gemeten wordt. Dit is een sterke aanwijzing voor een jonge aarde.

– Mitochondriaal DNA wijst op een ‘recente eva’. Door mutaties verandert het DNA zo snel dat onze gemeenschappelijke voorouder onmogelijk 185.000 jaar geleden geleefd kan hebben. Eerder 6000 jaar.

– DNA kan onder natuurlijke omstandigheden hooguit 10.000 jaar bewaard blijven. Toch worden stukjes DNA gevonden in fossielen die volgens de evolutionaire tijdsrekening veel ouder zouden moeten zijn.

– 185.000 jaar mensheid en zo weinig graven? Mensen begraven hun doden, vaak met voorwerpen erbij. 185.000 jaar met een gemiddeld aantal wereldburgers van tussen de 1 en 10 miljoen zou miljarden graven moeten hebben opgeleverd. Er zijn tot nu toe slechts enkele duizenden graven uit de zogenaamde ‘steentijd’ gevonden. Waar zijn al die andere graven? Of heeft de steentijd (zoals de Bijbel ons leert) slechts enkele honderden jaren geduurd?

– 185.000 jaar mensheid en die zou pas zo’n 10.000 jaar geleden aan landbouw begonnen zijn? Zouden mensen die hun doden begraven niet ook intelligent genoeg kunnen zijn om te ontdekken dat zaadjes groeien als je ze in de grond stopt? Het is waarschijnlijker dat mensen vlak na de zondvloed (de ijs- en steentijd) een poosje zonder landbouw hebben moeten doen.

– 185.000 jaar mensheid en pas 5000 jaar geschiedenis? De ‘prehistorische’ mens kon wel prachtige monumenten bouwen, grotschilderingen maken, maanstanden bijhouden, maar niet schrijven? Erg onwaarschijnlijk. De tijdschaal van de Bijbel en de bijbehorende geschiedenis is veel waarschijnlijker.

 

 

 

Er zijn nog meer processen die een jonge aarde suggereren:

 

 

aarde1

 

 

 

De nog steeds hoge druk in oliereservoirs

Turbulentie in de ringen van Saturnus

De grootte van de Mississippi rivierdelta

De rotatiesnelheid van de aarde

De hoeveelheid vulkanisch sediment

Het gebrek aan bewijs voor stervorming

De hoeveelheid kosmisch stof in ons zonnestelsel

De temperatuur van de aarde

De afstand van de aarde naar de maan wordt groter

De groeisnelheid van stalagmieten De erosiesnelheid van de Niagara watervallen

De snelheid van vorming van steenkool

Sterrenclusters van verschillende leeftijden die verbonden zijn

Het bestaan van spiraalvormige sterrenstelsels op grote afstand

De erosiesnelheid van de continenten

Verzameling van kosmisch stof op aarde

Het aantal meteorieten in sediment

De diameter van de zon wordt kleiner

De gemiddelde dikte van de bovenste aardlagen

Het kraterpatroon op de maan en de scherpe aftekening ervan

Polonium halo’s

Het zout in de dode zee

De vorming en het verdwijnen van ijskappen

Het aantal door mensen gemaakte objecten in het fossielenbestand

Het aantal mensen op aarde

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie is de Alfa en de Omega?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De eindstrijd tussen de Alfa, de Omega en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Alfa (ook gespeld Alpha) en Omega (klemtoon op de O) zijn de eerste resp. de laatste letter van het Grieks alfabet. In het laatste Bijbelboek zegt God / de Heer Jezus dat Hij de Alfa en Omega is, dat wil zeggen ‘het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste’ (Opb. 22:13).

Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige.

Opb 21:6 En Hij zei tot mij: Zij zijn gebeurd! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal hem die dorst heeft, geven uit de bron van het water van het leven om niet.

Opb 22:13 Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.

Deze korte, majestueuze, betekenisvolle naam geeft de Heer Jezus zichzelf (Opb. 1: 8, volgens sommige handschriften ook in vers 11; 21: 6:; 22: 13); als één met God, die in Jes. 44:6 spreekt: “Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is geen God” (verg. 41 : 4; 43: 10).

In onze Nederlandse taal zouden wij eigenlijk moeten zeggen: ik ben de A en de Z. Deze twee letters, de eerste en de laatste van het alfabet, zijn wel geschikt om het geheimenis van de eeuwige Godheid van Christus en Zijne wezenseenheid met de Vader, niet alleen Zijn eeuwigheid, maar ook Zijn scheppende almacht aan te duiden.

Dat de verheerlijkte Heiland zichzelf zo noemt, betekent dat Hij er was vóór de wereld en eer de wereldgeschiedenis begon en dat Hij er zijn zal, wanneer de wereldgeschiedenis eindigt, het vergankelijke ophoudt, en alles eeuwig en onvergankelijk zal zijn.

Die naam bewijst, dat Hij niet geschapen is, maar dat Hij hetzelfde goddelijke Wezen met de Vader deelachtig is. Jahweh spreekt in het Oude Testament ook aldus: “Ik, de Heere, Die de Eerste ben en met de laatste ben Ik Dezelfde” (Jes. 41 : 4). Vgl. Jes. 44 : 6; 48 : 12.

Zoals de Zoon als de Alfa de grond en het aanvangspunt van alle schepselen is, die vóór alle dingen was en in en door Wie alles bestaat (Kol. 1: 17), door wiens bemiddeling alles is geschapen (Joh. 1: 1, 3), zo is Hij als de Omega ook het einddoel van het gans heelal. Alles moet in Hem, tot Wie alles naar zijn diepste grond zich neigt, zijn rust, bevrediging en voleinding vinden.

Hij is de Vorst en Koning over alle schepselen in hemel en op aarde, het hoofd, in Wie al het gescheidene herenigd en door Wie al het losgerukte tot zijn oorsprong moet teruggebracht worden, de eerstgeborene uit de doden (Kol. 1: 18) en de sluitsteen van al Gods openbaringen.

 

 

De ware en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Prediker 11 en 12 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

.

.

Spreuken over wijsheid (Prediker 11)

 

1 Strooi je brood op het water, want je zal het na een poos weer terugvinden.

2 Verdeel het in zeven, nee, in acht delen, want je weet niet wat voor ellende je nog zal overkomen.

3 Als de wolken vol zijn, gieten ze regen uit over de aarde. En als een boom valt, naar het zuiden of naar het noorden, dan blijft hij liggen op de plaats waar hij valt.

4 Iemand die steeds op de wind let, zal nooit zaaien. En iemand die steeds op de wolken let of het niet gaat regenen, zal nooit maaien.

5 Je weet niet waar de wind vandaan komt en waar hij naartoe gaat. En je weet niet hoe een kind groeit in de buik van zijn moeder. Zo weet je ook niet wat God aan het doen is.

6 Zaai ’s morgens en ’s middags. Want je weet niet welk deel zal opkomen.

 

 

Denk ook aan God als je nog jong bent

 

7 Het licht is prettig. Het is heerlijk om het zonlicht te zien.

8 Daarom moet je, hoelang je ook leeft, van elke dag genieten. Vergeet niet dat de tijd die je in het donker van de dood zal doorbrengen, nog veel langer zal zijn. Dan blijkt dat alles wat je hebt gedaan maar lucht is.

9 Als je jong bent, geniet dan van je jeugd. Doe wat je graag wil doen. Maar weet wel dat God zal oordelen over alles wat je doet.

10 Maak dus geen ruzie en zorg dat je gezond blijft. Bedenk dat je jeugd voorbijgaat: het is maar lucht. (lees verder)

 

 

 

Denk ook aan God als je nog jong bent (Prediker 12)

 

 

 

 

1 Denk aan je Maker zolang je nog jong bent. Denk aan Hem vóórdat de tijden komen dat je niet meer van het leven genieten kan.

2 Want op een dag wordt het licht van de zon, de maan en de sterren donker (je ogen worden slecht). Geniet, voordat de wolken terugkomen na de regen (voordat je veel verdrietige dingen hebt meegemaakt).

3 Want op een dag zullen de bewakers van het huis (je armen) beverig worden en de sterke mannen (je benen) krom worden. Je slavinnen (je tanden en kiezen) zullen ophouden met malen omdat er te weinig over zijn. Op een dag zullen zij die uit de ramen kijken (je ogen) niet goed meer kunnen zien.

4 De deuren naar de straat (je lippen) zullen dicht gaan, en het geluid van de molen (het kauwen) zal zwakker worden. Je stem wordt zo hoog als de stem van een vogel, en alle geluiden worden zacht (je wordt doof).

5 Op een dag ben je al bang om een heuvel te beklimmen. Je bent bang voor gevaar op de weg. De amandelboom zal bloeien (je haar wordt wit), de sprinkhaan sleept zich voort (je komt niet meer mee, je bent traag geworden) en je hebt nergens meer zin in. Want je bent op weg naar je eeuwige huis. De klaagvrouwen staan al klaar om over je dood te klagen en te treuren.

6 Denk aan je Maker voordat het zilveren koord (van het leven) wordt losgemaakt en je gouden lamp (je ziel) breekt. Denk aan Hem, voordat je kruik bij de bron wordt stukgeslagen en het waterrad in de put (je hart) wordt gebroken (en je hele bloedsomloop komt stil te liggen).

7 Het stof waarvan je gemaakt was, gaat terug naar de aarde. En je geest gaat terug naar God die jou je geest gegeven had.

 

 

 

De conclusie van Prediker

 

8 Alles is maar lucht en leegte, zegt Prediker. Niets heeft werkelijk zin! Het hele leven is maar lucht en iets onbegrijpelijks!

9 Ik ben niet alleen een wijs man geweest, maar ik heb ook veel aan het volk geleerd. Ik heb veel nagedacht en veel wijsheden opgeschreven.

10 Ik heb geprobeerd om woorden te vinden waar de mensen iets aan hebben, een boek te schrijven met nuttige spreuken.

11 De woorden van wijze mensen lijken op scherpe spijkers. Als je hun woorden één keer hebt gehoord, zitten ze zó stevig in je vast als een spijker in een plank. Ze zijn gegeven door één Herder.

12 Tenslotte nog deze waarschuwing, mijn zoon: Er worden eindeloos veel boeken geschreven en van al het studeren word je alleen maar moe.

13 Van alles wat ik hier gezegd heb, is de conclusie: Heb diep ontzag voor God en houd je aan zijn wet. Want dat is het belangrijkste voor elk mens.

14 Want God oordeelt over alles wat we gedaan hebben, goed of slecht. Ook over de dingen die geen mens van je weet.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De geschiedenis van de aarde volgens de Bijbel

Standaard

De geschiedenis van de aarde volgens de bijbel

 

 

 

De schepping (het hele tijdruimte continuüm) is het ontwerp van God, Degene die buiten tijd en ruimte staat en alles kan overzien. Hij heeft het universum perfect gemaakt, met de mens als hoogtepunt en als beheerder aangesteld over de schepping. (Genesis 1 en 2)

– De mens maakte door zijn ongehoorzaamheid scheiding tussen de oneindig goede Schepper en Zijn creatie. De mens had, en heeft nog steeds,  de verantwoordelijkheid om goed voor de aarde te zorgen. God wilde de inspiratie van de mens zijn, maar de mens onttrok zich aan Gods leiding door te kiezen voor autonomie, waardoor hij de benodigde wijsheid en leiding van zijn Schepper moest gaan missen. (Gen. 3)

– Door de schuld van de mens, vanwege ongehoorzaamheid, kwam er een oordeel over hem en de schepping. God trok zijn levenskracht terug. De mens mocht niet meer van de boom des levens eten. Vanaf dat moment kwamen er schadelijke mutaties in alle levende organismen. Mensen gingen elkaar naar het leven staan (Gen. 4). Maar God had al een plan klaarliggen. In Gen. 3:14,15 verzekert Hij dat ‘de slang’ (Satan, de bron van het kwaad)  zijn kop vermorzeld zou worden door ‘het zaad’ van de vrouw. Jesaja (7:14-9:6,7) profeteerde later dat een jonge vrouw een zoon zou krijgen en dat Hij de namen ‘God met ons’, ‘Wonderbaar’, ‘Raadgever’, ‘Sterke God’, ‘Eeuwige Vader’ en ‘Vredevorst’ zou krijgen.

– De mens bleef hardnekkig zijn eigen weg kiezen en keerde zich steeds meer tegen zijn Schepper. Dit bracht God zover dat Hij de hele aarde onder water liet lopen door een wereldwijde overstroming, om vervolgens opnieuw te beginnen met Noach (en zijn gezin), die als enige zuiver was gebleven. Van die grote watervloed zien we nu nog steeds de gevolgen: bergen, grotten, aardlagen, ravijnen, fossielen, ijskappen, enz. (Gen. 6 – 8)

– Na de overstroming wilden de mensen zich niet over de aarde verspreiden, zoals God geboden had. Ze keerden zich tegen hun Schepper en dachten zich rustig te kunnen vestigen in een vallei. God bracht echter verwarring in hun taal, waardoor de basis taalgroepen ontstonden. Er kwam onbegrip en scheiding onder de mensen. Nu moesten ze zich wel verspreiden. Hierdoor ontstonden ook de bevolkingsgroepen zoals Aziaten, Afrikanen, Indianen, Aboriginals, enz. (Genesis 11)

– God besloot dat één man (Abraham) een volk (Israël) zou voortbrengen dat als voorbeeld en uitgangspunt moest dienen voor Zijn grote verzoeningsplan: de omwisseling. Offers van onschuldige dieren die de schuld van de mensen op zich namen, waren voorbodes van het Grote Offer: de onschuldige mens Jezus de Gezalfde (Messias, Christus), een nakomeling van Abraham, die zijn leven gaf voor ons leven. Hij nam onze schulden op zich en stelde ons volledig schadeloos. Door Zijn offer is de totale overwinning over het kwaad en de dood beschikbaar geworden (Hebreeën 8:1-10:18). En wij mogen met Hem meewerken om de schade te herstellen. ( Efeziërs 1)

– De uiteindelijke oplossing en complete schriftvervulling, het uitkomen van alle profetieën, is de laatste fase van onze geschiedenis, die nog moet plaatsvinden. Het huidige tijdruimte continuüm wordt dan helemaal vernieuwd. Het kwaad wordt vernietigd, samen met al zijn aanhangers en ieder schepsel dat niets van zijn Schepper wil weten. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en zij die God liefhebben zullen voor altijd bij Hem zijn. (Openbaring 21 en 22)

 

 

Romeinen 1: 20

Want sinds de schepping van de wereld wordt het onzichtbare van God duidelijk gezien en begrepen door de dingen die gemaakt zijn, Zijn eeuwige kracht en Zijn Goddelijkheid, zodat zij (de mensen) geen excuus hebben.

 

 

 

Exodus 20: 11a

Want in zes dagen heeft de Heer de hemel, de aarde en de zee en al wat ze bevatten gemaakt.

 

 

 

Genesis 7: 18-20

Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. Tot vijftien el daarboven reikte het water,
de bergen stonden helemaal onder.

 

 

 

Hebreeën 11: 6

…en zonder het geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen beloont die Hem (grondig) (onder)zoeken.

 

 

 

Johannes 3: 16

Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

 

 

 

Galaten 4: 4-7

Maar toen de tijd rijp was, heeft God zijn Zoon gestuurd… [om ons te redden] …zodat wij als zonen geadopteerd mochten worden. En omdat jullie zonen zijn, heeft God de Geest van Zijn Zoon in jullie harten gegeven, waardoor je hem “Vader” mag noemen. Dan ben je dus niet meer een slaaf maar een zoon en als je een zoon bent, dan ben je ook erfgenaam van God, door Christus.

 

 

 

Johannes 1: 12

…wie Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, dat zijn degenen die in Zijn Naam geloven.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Sanseveria of de vrouwentong

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Sanseveria’s zijn een van de gemakkelijkste kamerplanten in deze encyclopedie. Deze makkelijke soorten groeien van oorsprong in Afrika. In Nederland zijn deze planten bekend als Vrouwentongen en in België als Wijventongen. De plantenfamilie is Agavaceae.

.

.

3

.

.

Sanseveria onderhoud

.

Water geven

.

Sansevieria’s verbruiken zeer weinig water. De enige manier om een Sansevieria dood te krijgen, is door de kam-erplant teveel water te geven. Het is daarom beter om bij twijfel geen water te geven. Het is van belang dat alle aarde goed is opgedroogd alvorens de Sansevieria opnieuw water krijgt. Anders is er kans op wortelrot. In de winter kan de Sansevieria gerust 6 tot 8 weken zonder water. Gedurende de groeiperiode (lente en zomer) is eens per 2 weken voldoende. Tijdens een hittegolf mag de Sansevieria wel een extra gietbeurt.

De hoeveelheid is onder andere afhankelijk van de potmaat en lichtintensiteit. Hoe groter de pot, hoe meer water de grond kan opnemen. Daarnaast is het zo dat een Sansevieria voor een raam op het zuiden wel 2 tot 3x zoveel water nodig heeft als een kamerplant voor een raam op het noorden. Voelt de grond na 3 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder water.

.

Sproeien

.

De Sansevieria kan uitstekend tegen droge lucht. Sproeien is daarom niet noodzakelijk. Wel kan sproeien worden gebruikt om stof van de plant te verwijderen.

.

Standplaats

.

De Sansevieria stelt geen hoge eisen aan de lichtintensiteit. Zodra deze binnenplant dichterbij het raam staat kleurt het blad lichter. De Sansevieria Black Coral blijft daarom juist mooier als deze binnenplant wat verder van het raam af staat. Wanneer de Sansevieria verder van het raam staat zal de waterbehoefte minder worden en de groei vertragen. Een afstand van meer dan 4 meter van het raam wordt afgeraden.

.

Minimale temperatuur

.

Overdag:  +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 13 °C

.

Verpotten

.

Ook op het gebied van verpotten is de Sansevieria een makkelijke kamerplant. Verpotten kan direct na aanschaf. Maar ook wanneer de Sansevieria zich uit de huidige pot drukt, na een jaar of 3. Een paar beschadigde wortels kan bij een Sansevieria niet zoveel kwaad. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Gebruik universele potgrond of cactusgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.

.

.

sanseveria-6

.

.

Voeding

.

Een Sansevieria groeit niet snel en heeft daarom maar weinig voeding nodig. Geef alleen in de lente of zomer een lage dosering vloeibare voeding. Ongeveer 1/4 van hetgeen wat er op de verpakking van de kamerplanten-voeding staat vermeld. Of speciale voeding voor Cactussen.

.

Verkleurende bladeren

.

De Sansevieria wordt donkerder van kleur wanneer deze verder van het raam staat, of lichter indien de stand-plaats dichtbij het raam is. Beide standplaatsen zijn prima.

.

.Snoeien

.

Een Sanseveria kan niet gesnoeid worden. De groei zal dan stoppen. Over het algemeen worden Sansevieria’s niet groter dan 150cm. Mocht de kamerplant toch te groot worden dan kan je het beste de grootste bladeren verwijderen door deze op de bodem af te snijden. Snoeien halverwege het blad kan wel, maar is niet altijd mooi. Bruine vlekken kunnen weggesneden worden.

.

Vermeerderen

.

Het vermeerderen kan door stekken of scheuren. Bij het scheuren blijft de kleur behouden. Bij het stekken van bonte exemplaren zal de plant verder groeien als een groen exemplaar.

.

Bloemen

.

De Sansevieria kan bloeien als kamerplant. Het is echter beter om deze te verwijderen om de plant zijn energie te sparen. Het bloeien kan een zoete geur verspreiden.

.

Giftig?

.

Sansevieria’s zijn licht giftig. Pas op dat kinderen of dieren er niet op knagen. Dit kan leiden tot maag en darm klachten.

.

Ziektes

.

De Sansevieria heeft zelden last van ziektes. Een harde straal water spuit alle luis gemakkelijk van het stevige blad.

.

Soorten

.

Er zijn vele soorten Sansevieria in de handel. Enkele soorten : Ayo, Bacularis, Black Coral, Blue Star, Cylindrica, Golden Edge Hahnii, Golden Hahnii Black, Gold Flame, Kirkii, Laurentii, Malaika, Mikado, Moonshine, Musica, Spiky, Straight, Superba, Twister, Victoria, Zeylanica.

.

.

ayo

.

.

bacularis

.

.

black coral

.

.

blue star

.

.

cylindrica

.

.

golden hahnii

.

.

golden hahnii black

.

.

gold flame

.

.

kirkii

.

.

laurentii

.

.

metallica

.

.

malaika

.

.

mikado

.

.

moonshine

.

.

musica

.

.

spiky

.

.

straight

.

.

Sansevieria Futara superba

.

.

twister

.

.

victoria

.

.

zeylanica

.

.

skyline

.

.

silver flame

.

.

velvet touch

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Evolutie of schepping?

Standaard

categorie : religie

.

.

Evolutie

.

Evolutie is de overtuiging dat al het leven op aarde van een enkele voorouder afstamt, een eenvoudige levende cel.  Evolutionisten zijn de mensen die dit geloof aanhangen. Veel evolutionisten geloven dat het eerste leven vanzelf uit niet levende materie is ontstaan. Daarbij wordt vaak ook nog geloofd in een spontaan ontstaan van alle materie door ‘de oerknal’; een expansie van tijd en ruimte vanuit een ondeelbaar klein ruimte-tijdgebied, de “Big Bang” genoemd.

.

.

.

.

Veel mensen gaan er vanuit dat de variatie die we nu binnen de soorten zien (zoals de verschillende soorten schildpadden, honden, paarden, kippen, rozen en orchideeën) omgezet  kan worden naar het verleden. Dat zou betekenen dat de verandering die we nu zien zo ver kan worden doorgetrokken, dat elk levend wezen in de geschiedenis van de aarde afstamt van het ‘eerste’ eencellige leven, dat op zich weer vanzelf ontstaan is uit levenloze materie. Hiervoor zijn honderden miljoenen jaren veronderstelt men.

Voor het ontstaan van die eerste cel heeft echter nog niemand een algemeen aanvaarde wetenschappelijke verklaring kunnen geven. De miljoenen tot miljarden jaren lijken op zich bewezen, gezien het feit dat het radioactief verval van bepaalde elementen heel veel tijd kost en het licht van sterren er heel lang over gedaan moet hebben om hier te komen.

Maar daarbij gaat men er vanuit dat deze processen in het verleden altijd even snel gegaan zijn als nu. Gaan we uit van een schepping, dan is het heel aannemelijk dat allerlei processen in het prille begin veel ‘soepeler’ verliepen dan nu. Zo kan via verschillende wetenschappelijke modellen aangetoond worden dat het licht van de sterren bijna direct op aarde belandde, zonder een verhoging van de lichtsnelheid.

Uiteindelijk kunnen alle dingen,volgens de Bijbel, die we nu op aarde zien in een geschiedenis van zes- tot achtduizend jaar ontstaan zijn. De schepping heeft volgens de Bijbel dus geen miljoenen jaren geleden plaatsgevonden, maar slechts tussen de 6000 en 8000 jaar geleden.

.

Schepping

.

Want sinds de schepping van de wereld zijn de onzichtbare dingen van God, Zijn eeuwige kracht en Zijn goddelijkheid, duidelijk zichtbaar, ze worden begrepen door de dingen die gemaakt zijn, zodat zij (mensen) geen excuus hebben.”
(Romeinen 1:20)

.

Deze tekst komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Paulus zegt dat er geen excuus is voor mensen om niet in God te geloven. Hij heeft alles geschapen en alles is duidelijk zichtbaar. Maar waarom zien zo veel mensen dat niet zo? Zou het iets te maken kunnen hebben met wat men wil geloven?

God heeft in het begin de aarde en alle basissoorten van levende wezens gemaakt. We zien een grote rijkdom aan variatie, wat wijst op een zeer ingenieus ontwerp. We zien uitwisseling van genetisch materiaal, maar aan het oorspronkelijke bouwplan verandert niets. Niemand heeft ooit waargenomen hoe de huidige families ontstaan zijn uit eerdere vormen.

Natuurlijk moet ook gezegd worden dat niemand heeft gezien hoe God de dieren maakte, maar het geloof dat Hij het heeft gedaan is minder problematisch dan geloven in een spontaan ontstaan en ontwikkelen van al het leven uit dode materie.

.

.

.

.

.Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen, En zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping“. 2 Petrus 3:3-7

.

Volgens Petrus laat zien dat mensen de neiging hebben om het bestaan van God weg te redeneren, door angst of teleurstelling (“God laat zich toch niet zien”).  Maar God wordt in de Bijbel niet als gevaarlijk beschreven. Hij is altijd bereid om te vergeven en heeft het beste met ons voor. Alleen mensen die bewust  tegen Hem blijven zondigen, lopen gevaar om veroordeeld te worden. “Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad” (1 Johannes 1:9).

.

Bewijs?

.

Een overtuigend bewijs kan geleverd worden door het aanvoeren van vele bewijsstukken en een persoonlijke overtuiging kan gevormd worden door intensief onderzoek. We kunnen aan de hand van de feiten uit het verleden een logische conclusie trekken over de dingen die we niet kunnen waarnemen, het bovennatuurlijke, en de dingen die we met het oog kunnen zien. Dit is anders dan in ‘de wetenschap’, waarbij een groot aantal mensen tot een overeenstemming komen.

.

Hier volgen een aantal punten die de Bijbel een hoge mate van betrouwbaarheid geven:

.

  • De scheppingsgeschiedenis in de Bijbel lezen is logisch en realistisch. Het begint met de schepping van tijd, ruimte en materie. Als er iemand is die alles gemaakt heeft, moet hij zelf niet aan tijd of ruimte gebonden zijn. En zo wordt God ook in de Bijbel beschreven.
  • De schepping zit niet alleen heel knap in elkaar, maar heeft ook een heel specifieke complexiteit. De schepping bestaat uit allemaal systemen die zo met elkaar verweven zijn dat ze eigenlijk alleen maar het resultaat van bewust ontwerp kunnen zijn. Dit spreekt in het voordeel van de Bijbel, waarin beschreven wordt hoe God alles met een eigen aard en functie gemaakt heeft.
  • De aardlagen kunnen het best verklaard worden door één grote (de zondvloed) en een aantal kleinere rampen (aardbevingen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen), precies zoals de Bijbel ons laat zien. Enorme geulen, zoals de Grand Canyon, ontstaan in korte tijd, niet gedurende miljoenen jaren. Dit is in overeenstemming met een jonge aarde, die minstens één grote overstroming heeft meegemaakt (de zondvloed).
  • Het heelal vertoont duidelijke tekenen van recente schepping. Kometen die maar 10.000 jaar kunnen bestaan draaien nog steeds om onze zon. Er zijn veel te weinig supernovarestanten voor een heelal van miljarden jaren oud. Manen en planeten die al lang koud hadden moeten zijn vertonen nog steeds heftige geologische activiteit, waarvoor in een model dat miljarden jaren omspant allemaal verklaringen gevonden moeten worden.
  • Er zijn nog steeds ‘prehistorische’ beesten. Maar de vraag is of ‘pre-historie’ wel bestaat, omdat geschiedenis in de Bijbel vanaf het begin van de tijd staat opgetekend. Je kunt dus ter discussie stellen of er wel miljoenen jaren van onbeschreven geschiedenis zijn geweest.
  • De tekst van de Bijbel is gedurende de duizenden jaren sinds het is geschreven vrijwel niet veranderd. En veel van de mensen die bijvoorbeeld schreven over de opstanding van Jezus, zijn daar zelfs onder grote druk, martelingen en bedreigingen, niet op teruggekomen.
  • De Bijbel is wetenschappelijk betrouwbaar ; archeologisch onderzoek bevestigt steeds meer dat plaatsen en mensen die in de Bijbel beschreven worden echt hebben bestaan. De meeste wetenschappelijke feiten passennaadloos in de Bijbelse geschiedenis.
  • Het tot in detail uitkomen van de profetieën van de Bijbel is een bewijs dat deze afkomstig zijn van Iemand die buiten ruimte en tijd staat. Geheel in overeenstemming met de aard en het karakter van de God van de Bijbel.
  • Er staan geen wezenlijke tegenstrijdigheden in de Bijbel.  Het betreft meestal schijnbare tegenstrijdigheden die vrij makkelijk te verklaren zijn.
  • De boodschap van de Bijbel heeft het leven van zeer veel mensen ten goede veranderd.

.

.

.

.

.Gods boodschap is duidelijk en eenvoudig, maar soms lastig te accepteren voor mensen met een hoge intelligentie.

Jezus zelf zei:  (Luk 10:21) “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verborgen hebt voor wijze en intelligente mensen en dat U ze geopenbaard hebt aan eenvoudige mensen…” Het is moeilijker voor hoog intelligente mensen omdat ze knap zijn in het verzinnen van ‘uitvluchten’.

In Mattheus 22:37 staat: “Jezus zei … u moet de Heer uw God liefhebben met uw hele hart, … ziel en … verstand.” Dat betekent dat ons verstand erbij betrokken is.

En in Handelingen 17:11 lezen we: “[De mensen in Berea] waren beter … want ze onderzochten dagelijks de geschriften om te zien of het echt waar was [wat Paulus en Silas hun vertelden]”
We moeten dus onderzoeken en tot een eerlijke conclusie komen.Desnoods probeer je te bewijzen dat de Bijbel niet betrouwbaar is. Gebruik je verstand, stel vragen en je mag best twijfels hebben. Als je met die vragen en twijfels maar wat doet en gaat onderzoeken. Paulus en Silas konden de Bereanen ook niet zomaar iets wijsmaken. Zij gingen het onderzoeken in de boeken. In deze tijd zijn er veel meer bronnen om uit te putten.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Evolutie, filosofie en religie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bij de ‘Big Bang’ of ‘oerknal’ denken veel mensen aan een moment waarop uit het niets plotseling iets ontstond dat explodeerde. Zo eenvoudig is het echter niet. Wetenschappers hebben een hypothese opgesteld die een begin uit ‘niets’ zou moeten verklaren. Men gaat daarbij uit van de mate waarin het heelal nu uit lijkt te dijen en rekenen dat dan terug tot op het moment dat alles bij elkaar zou hebben gezeten, ongeveer 13,7 miljard jaar geleden.

 

 

De problemen met deze hypothese:

 

  • Het is maar de vraag of het heelal eigenlijk wel uitdijt.
  • Het ‘horizonprobleem’: De grootte van het heelal is min of meer bekend en het licht van de ene kant van het heelal heeft de andere kant al bereikt. Maar er is niet genoeg tijd voor geweest om het licht die afstand te laten afleggen. Dat wordt verklaard door het heelal in het begin heel snel te laten uitdijen en later minder snel. Maar wat zorgde ervoor dat het ineens langzamer ging.
  • Als het heelal op een bepaald moment begonnen is met uitzetten dan zou het nu een soort ‘schil’ moeten zijn. Maar dat is niet zo, het hele heelal is gevuld. Daar komt nog bij dat sterrenstelsels gegroepeerd zijn en dat is niet logisch als het heelal begonnen is zoals sommige oerknaltheorieën suggereren.
  • Er zouden veel magnetische monopolen moeten voorkomen, maar die worden niet gevonden. Een magnetische monopool is een hypothetisch elementair deeltje dat één magnetische pool (een monopool) bevat – slechts een noord- of een zuidpool, niet allebei. Hun bestaan wordt voorspeld door diverse kosmologische en natuurkundige theorieën, maar pogingen om ze te vinden zijn tot nog toe tevergeefs gebleken.
  • Gas dat heet wordt zet uit. Maar sterren en sterrenstelsels zouden zijn ontstaan uit ronddraaiende, krimpende gaswolken. Een krimpende gaswolk wordt heter en zet dus weer uit… Dat kan dus niet zo gebeurd zijn.
  • Sterren en sterrenstelsels draaien, maar niet allemaal dezelfde kant op. Dat is een probleem: Als alles uit één draaiende massa moet zijn ontstaan, zouden ze allemaal dezelfde kant op moeten draaien.

 

Zo kun je wel doorgaan. Alle problemen worden met een nieuwe theorie ‘verklaard’ of door aan te nemen dat er iets is wat men nog niet gezien heeft (‘donkere materie’, ‘donkere energie’ of meerdere dimensies bijvoorbeeld), maar er is nog steeds geen enkele vaststaande oerknaltheorie.

De Bijbel zegt dat God het op een bepaald moment maakte en dat is op dit moment de meest logische verklaring.
Tot nu toe is er in ieder geval nog geen enkel feit bekend dat de tekst van de Bijbel op enig punt volledig tegenspreekt.

 

.

Het begin van het leven

 

Hoe de basisbouwstenen van het leven ooit spontaan bij elkaar gekomen zouden zijn, blijft een raadsel. Sinds Darwin met zijn ‘Oorsprong der soorten’ kwam is er nog nooit iemand geweest die heeft kunnen aantonen dat de eerste levende cel zou kunnen zijn ontstaan uit ‘dode’ materie.

Louis Pasteur bewees eerder het tegendeel door te laten zien dat leven alleen uit leven voortkomt. Het ‘stof’ waaruit wij door God gemaakt zijn, gaat niet vanzelf bij elkaar zitten op de manier die nodig is voor het leven zoals wij dat nu kennen. De creatieve kracht van de Schepper is een onmisbaar element.

Op dit moment zijn alle hoofdsoorten strikt gescheiden en het ontstaan van nieuwe organen is nog door niemand waargenomen. Gen 1:24 – “En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.”Eenvoudig gezegd: je kunt heel veel variaties tegenkomen van het basistype ‘hondachtige’, maar het blijft een hondachtige.

 

 

Het begin van de theorie

 

Het is niet toevallig dat de theorie die God ‘overbodig’ maakt voor het ontstaan van onze planeet, populair is geworden in een tijd waarin mensen koningen zat waren. Het juk van de autoriteit die boven hun gesteld was, werd ze te zwaar. En in veel gevallen was dat terecht, maar de reactie van veel mensen om dan ook maar het gezag van God en de Bijbel in twijfel te trekken baande de weg voor de evolutietheorie.

 

 

 

 

Enkele grondleggers van de evolutietheorie:

 

 

 

Men gebruikt vaak de algemene term ‘evolutietheorie’, maar eigenlijk is dat een verzameling van verschillende theorieën. Sommige mensen komen met het argument dat evolutie wel degelijk plaatsvindt. Dat klopt, maar het begrip ‘evolutie’ in de betekenis van ‘verandering’ of ‘aanpassing’ hoeft zelfs voor een christen geen probleem te zijn. Er is heel veel verandering in de natuur, dat heeft God zo gemaakt. Sterker nog, het feit dat er zoveel variatie is in de verschillende kenmerken van levende wezens is alleen maar sterk bewijs voor een steengoed ontwerp!

 

 

Natuurlijke selectie

 

Charles Darwin schreef in zijn boek The Origin Of Species: “Ik heb dit principe, waarbij iedere kleine variatie, mits nuttig, wordt behouden, Natuurlijke Selectie genoemd.” Hij concludeerde dat alle levensvormen aan elkaar verwant zijn. Hij dacht dat we allemaal afstammen van een enkele cel, die mogelijk ergens in een plasje water ontstaan is. Hij wist nog niets van wat er allemaal plaatsvindt binnenin de cellen waaruit alle levende organismen zijn opgebouwd.

Hij wist niet beter dan dat de cel een klein slijmerig bolletje was. Als hij geweten had wat wij nu weten over cellen, had hij heel wat meer moeite gehad om zijn theorie vorm te geven. Mutaties zijn vaak schadelijk voor een organisme en worden meestal niet op volgende generaties overgedragen, omdat er een goed ontworpen foutdetectiemechanisme in cellen zit (waar mutaties wel worden overgedragen spreken we van erfelijke ziekten – die volgens de Bijbel het gevolg zijn van de zondeval).

Maar variaties in het erfelijk materiaal die wel een bruikbare eigenschap opleveren zijn slechts nuttig om de soort te laten overleven in een veranderende omgeving (zoals een langere staart, een groter snaveltje, of een andere kleur huid). Dit soort variaties voegen geen nieuwe informatie toe.

 

 

In de schoolboeken

 

Wat wordt onze kinderen, of jou als student voorgehouden in de schoolboeken? Vinden we daarin de ‘bewijzen’ voor evolutie van eenvoudig naar complex? Laten we beginnen met een vreemd verschijnsel. Zie ook het volgende plaatje waarin verschillende door Haeckel getekende dierenembryo’s en een mensembryo naast elkaar zijn gezet. Dit keer met echte foto’s van de embryo’s eronder. Je ziet duidelijk het verschil.

Daar komt nog bij dat Haeckel de beesten die hij gebruikte in het voorbeeld bewust uitgekozen heeft omdat die het meeste op de mens lijken in een bepaald stadium. Hij heeft voor de amfibieën bijvoorbeeld een salamander gekozen, terwijl een kikker in dat stadium er heel anders uitziet. Sterker nog, hij heeft ook het stadium van ontwikkeling gekozen waarin de embryo’s het meest op elkaar lijken. In een vroeger stadium is er juist weer meer verschil.

 

 

 

 

     Haeckel

 

Haeckel beweerde ook dat een embryo van een mens in een vroeg stadium kieuwspleten heeft. De tekeningen die hij maakte waren duidelijke vervalsingen en hij werd daarvoor in zijn eigen tijd al onderuit gehaald. We weten nu dat de huidflapjes die Haeckel voor kieuwen aanzag bij de mens helemaal niets met ademhaling te maken hebben.

 

 

Jonge studenten worden nog steeds met deze propaganda geconfronteerd. Door sommigen worden de schijnbare overeenkomsten toch nog gezien als bewijs voor gemeenschappelijke afstamming. Als er al vergelijkbare structuren zijn, dan zijn die veel beter te verklaren door uit te gaan van een gemeenschappelijk ontwerp.

 

 

Rudimentaire organen als bewijs? Dit zijn organen die niet helemaal ontwikkeld zijn of niet (meer) goed functioneren. De Bijbelse benadering: God heeft ze ergens voor gemaakt maar wij weten niet waarvoor, of ze hebben hun functie verloren. Er wordt vaak verondersteld dat de walvis afstamt van een soort landdier en dat hij nu nog botjes heeft die overgebleven zijn van wat ooit achterpoten waren. De botjes op zich zeggen ons niet dat ze ooit achterpoten geweest zijn.

Daar komt nog bij dat we van de walvis weten dat de botjes wel degelijk een functie hebben, net als de zogenaamde ‘rudimentaire achterpoten’ van een slang. Als ze ergens voor dienen, maar nu niet meer zo goed werken, dan is het een heel logische conclusie dat ze vroeger misschien beter gewerkt hebben, maar dat is nog geen bewijs voor evolutie van eenvoudig naar complex.

 

 

De appendix (hangt aan de blindedarm) en staartwervels hebben wel degelijk belangrijke functies. Zonder appendix heb je minder weerstand tegen ziektes en aan de staartwervels zitten veel belangrijke spieren. Is dit bewijs voor evolutie? Nee. Alle ‘rudimentaire organen’ hebben een functie of hebben die eens gehad.

 

 

Vinden we in fossielen dan bewijs voor ontwikkeling?

 

 

Men is tot deze conclusie gekomen omdat organismen die in hogere lagen in de aardkorst zitten jonger en over het algemeen ook complexer zijn dan organismen die in lagere lagen zitten. Men neemt aan dat de aardlagen gedurende een hele lange tijd gevormd zijn (het uniformitarisme van James Hutton: geologische processen gaan langzaam ), zodat er tijd is voor de veronderstelde evolutionaire ontwikkeling.

Bij deze denkwijze wordt geen rekening gehouden met de Zondvloed, de Grote Overstroming uit de Bijbel. In een dergelijke wereldwijde overstroming zouden de meeste lagen in enkele maanden tot jaren gevormd kunnen zijn. Bij het indelen van de aardlagen moet rekening gehouden worden met de reeds aanwezige lagen van vóór de zondvloed, maar ook de lagen die ontstaan zijn door vulkaanuitbarstingen en overstromingen van ná de zondvloed.

Evolutiegelovigen zoeken ‘overgangsvormen’. Gevonden skeletten van ‘aapmensen’ waren van uitgestorven apensoorten, misvormde mensen, of vervalsingen. Er worden wel af en toe ‘schakels’ aangedragen. Zo nu en dan wordt er een fossiel gevonden dat een overgangsvorm “zou kunnen zijn”, bijvoorbeeld tussen reptielen en vogels. Maar hier en daar een enkel veronderstelde overgangsvorm is nog geen bewijs voor een complete ketting. Voor een doorslaggevend bewijs heb je een nagenoeg onafgebroken stroom van aaneensluitende, steeds complexere vormen nodig en die is er gewoon niet.

 

Geologische ‘tijdschaal’?

 

 

 

De ‘geologische tijdschaal’ is nergens op aarde compleet. Hier en daar vinden we een aantal lagen boven elkaar, maar nooit de totale veronderstelde geschiedenis van de aarde. Zou dat wel zo zijn dan zou hij zo’n 150 km dik moeten zijn. Waar ze zo mooi op elkaar liggen zou je eerder de conclusie trekken dat ze snel na elkaar gevormd zijn in een grote overstroming en vulkaanuitbarstingen.  Wanneer we de geschiedenis van de Zondvloed lezen, dan zien we een wereldwijde overstroming die precies dezelfde gevolgen had, maar dan op zeer grote schaal.

Zo groot zelfs dat vele levende wezens in de ramp omkwamen, snel begraven werden en fossiliseerden. We vinden vaak dode beesten in groepen bij elkaar begraven in allerlei verwrongen standen, alsof ze daar gedeponeerd zijn door een grote watersnoodramp. Dan werden ze bedekt met sediment en vervolgens fossiliseerden ze. Een proces dat altijd snel verloopt. Als een dood dier langzaam bedekt zou worden met sediment, zou het verrotten of worden opgegeten door aaseters.

Vinden we fossielen in deze volgorde in de aardlagen? Vaak wel, maar zeker niet overal. Tijdens de Zondvloed kunnen eenvoudige organismen eerst en ingewikkelde later begraven zijn, afhankelijk van: 1) Waar ze leefden 2) Hun drijfvermogen 3) Of en hoe snel ze konden vluchten en 4) Hun intelligentie. In welke aantallen ze voorkwamen tijdens de ramp bepaalt ook nog eens hoeveel we ervan in het fossielenarchief terugvinden.

Dat eenvoudige organismen vaak lager begraven liggen is om bovenstaande redenen te verwachten als je uitgaat van een wereldwijde overstoming. Op grond van het Bijbelse scenario kun je voorspellen dat levende wezens die sneller, groter en intelligenter zijn, ook later begraven worden. Mensen kunnen het langst van alle levende wezens vluchten voor natuurgeweld.

 

 

 

 

Misbruik

 

Hitler maakte misbruik van de evolutietheorie om te kunnen discrimineren. Wetenschappers weten nu wel dat alle mensen hetzelfde zijn; dezelfde kleurstof in de huid, alleen in verschillende tinten. Dat alle mensen dezelfde oorsprong hebben stond echter al lang in de Bijbel: (Hand. 17:26) “Hij maakte uit één man alle volken van mensen om te leven op de aarde.”

Niet alleen Hitler maakte misbruik van deze filosofie, maar ook andere dictators hebben geprobeerd mensen naar hun hand te zetten door op een sluwe manier op ze in te spelen. Het zit hem natuurlijk niet in de filosofie of religie zelf, maar in de mens die hem misbruikt voor zijn eigen doeleinden zoals macht, geld, seks, enz.

Romeinen 1:21,22,25
“Hoewel ze God kenden, verheerlijkten ze Hem niet en waren niet dankbaar; ze werden afvallig door hun verbeelding en hun dwaze hart werd verduisterd… Hoewel ze zich voordeden als wijs, werden ze dwaas. Ze veranderden de waarheid van God in een leugen en aanbaden en dienden het schepsel meer dan de Schepper.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA