Tagarchief: bijbel

Hij was bij de rijken in zijn dood.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De Bijbel vertelt bij monde van Jesaja en Micha, die zo’n zeshonderd jaar voor Christus leefden, precies waar Jezus van Nazareth geboren zou worden, waar zijn werkterrein zou liggen, hoe zijn afstamming uit een vergeten koningstak zou zijn, en onder welke omstandigheden hij gedood zou worden.

Jesaja meldt, dat hij onder de misdadigers gesteld zou worden (Jesaja 53 vers 12). Met deze misdadigers zou hij in een massagraf geworpen worden. Ook dit heeft Jesaja aangekondigd met de woorden: “Men stelde Zijn graf bij de goddelozen”.

Maar Christus kwam niet in dat massagraf. Een rijk man, Jozef van Arimathea, die in het geheim een volgeling van Jezus was, kwam in dit uur van de waarheid openlijk voor zijn geloof uit en vroeg aan Pilatus om het lichaam van Christus, en legde dat in zijn eigen graf. Zo ging het tweede deel van bovenstaande zin in vervulling: “hij is bij de rijke in zijn dood geweest” (Jesaja 53 vers 9).

De Bijbel, het Woord van God, faalt niet. Zoals de voorzeggingen betreffende het verleden zijn uit- gekomen, zo zal alles wat aangaande de toekomst vermeld staat, punctueel vervuld worden. Eenmaal zal Christus weerkomen, dan zullen allen die in Hem geloofd hebben in Zijn heerlijkheid delen.

Hij zal Zijn regering over deze wereld oprichten en de kerk zal in de glorie aan Zijn zijde staan. Zij die net als Jozef van Arimathea in dit leven voor Jezus Christus kiezen, zullen straks delen in zijn verheerlijking. Die verheerlijking zal even zeker plaatsvinden als Zijn kruisdood heeft plaatsgevonden. U kan er bij wezen, maar dan zult u nu uw schuld voor God moeten erkennen en het offer van Christus aanvaarden.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Bijbelteksten over de hel.

Standaard

categorie : religie

.

.

Het idee van een hel is dermate gruwelijk en ondenkbaar, dat veel christenen er moeite mee hebben. In een hemel geloven vind iedereen makkelijk, maar een hel? Toch spreekt de Bijbel er veelvuldig en zeer duidelijk over.

.

.

5 voor 12

Pasteltekening van John Astria

.

.

Het laat de grote ernst zien van het kwaad in ons hart en de brandende noodzaak om je te bekeren met een diep, waarachtig berouw. Hieronder vind je Bijbelteksten over de hel en leven na de dood. Neem er even de tijd voor, om deze waarheid diep tot je door te laten dringen.

‘Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!’
(Lukas 12:5)

‘Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.’
(Matteus 25:41, 46)

‘Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van Zijn macht.’
(2 Thessalonicenzen 1:9)

‘Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.’ (Openbaring 21:8)

‘Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.’
(Matteus 7:13, 14)

‘Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de weerspannigen zal verslinden.’
(Hebreeën 10:26, 27)

.

.

Vragen over de hel

.

Hoe kan een God van liefde mensen naar de hel sturen?

.

Ik wil tegenover deze veelgehoorde vraag een andere vraag zetten: Als Jezus Christus zich als een lam heeft laten afslachten om ons te verlossen, waarom vertikken zoveel mensen het dan om zijn doorboorde hand – die hen wil redden – vast te grijpen?

Waarom slaan zovelen liever Gods uitgestrekte hand van zich weg, dan zich door Hem te laten verlossen? Waarom willen zoveel mensen liever verloren gaan, dan zich van het kwaad in hun hart af te keren en zich te laten reinigen door het offer van Jezus Christus? Die vraag is veel belangrijker. Dat is waar het om gaat.

.

.

God wil mensen redden!

.

Waarom willen velen niet gered worden?

.

Omdat ze het kwaad liever hebben dan het goede, al beweren ze van zichzelf de goedheid zelve te zijn.

.

.

Gaan mensen die nooit over Jezus gehoord hebben, ook naar de hel?

.

De Bijbel zegt dat Jezus Christus is afgedaald in het dodenrijk en daar zijn verlossing heeft verkondigd aan de geesten van de gevangen zielen. Elk mens, levend of dood, heeft dus de kans verlost te worden.

‘Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen.’
(1 Petrus 3:18)

‘Want daartoe is ook aan doden het evangelie gebracht, opdat zij wel, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden, doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.’
(1 Petrus 4:6)

‘Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij en over doden en over levenden heerschappij voeren zou.’
(Romeinen 14:9)

.

.

Is het dodenrijk hetzelfde als de hel?

.

De Bijbel maakt onderscheid tussen het dodenrijk en de hel. Het dodenrijk (SHEOL of HADES in het Hebreeuws) is de plaats waar de doden gaan die niet gered zijn tijdens hun aardse leven. Dat betekent niet dat al deze doden ook voor eeuwig in de hel geworpen worden. Dat gebeurt pas wanneer God de doden oordeelt op basis van hun daden.

‘De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden. Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.’
(Openbaring 20:13, 14)

Het woord hel is de vertaling van het Griekse woord GEHENNA. Jezus gebruikte het woord Gehenna om de plaats aan te duiden waar God de doden in werpt, die gestraft worden. Gehenna is een andere plaats dan Sheol of Hades, want het dodenrijk wordt uiteindelijk in de hel geworpen. Hier is veel onwetendheid over en mensen gebruiken alleen het woord hel, terwijl ze vaak het dodenrijk bedoelen.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

7 Bijbelfiguren, een symbool van Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Met kerst vieren we weer dat de Heere Jezus naar de aarde is gekomen om ons te verlossen. Maar in het Oude Testament komen al meerdere figuren voor die vooruitwijzen naar Jezus.

 

 

Jezus in en uit Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

1. Simson

 

In Richteren : 13 lezen we over de geboorteaankondiging van Simson. De moeder van Simson was altijd onvruchtbaar geweest en had dan ook geen kinderen. Maar dan spreekt God: Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. En waar kennen we die zin ook alweer van? God belooft bij de geboorteaankondiging van Simson verder dat hij een begin zal maken om Israël te verlossen, het werk dat de Heere Jezus uiteindelijk zal voltooien.

 

 

2. Jozef

 

Het bekendste symbool van Jezus in het Oude Testament is misschien wel Jozef. Veel Bijbel uitleggers zien in het leven van Jozef veel terug van de Heere Jezus: hij wordt door zijn broers afgewezen, door een ander volk als verlosser binnengehaald en later alsnog door zijn broers erkend. Dat wijst vooruit naar het leven van Jezus. Hij wordt door Zijn eigen volk uitgeleverd in dienst van de andere volken, die Hem daarna als Verlosser erkennen. Uiteindelijk zal Hij ook door Zijn eigen volk worden erkend als Messias.

 

 

3. Adam

 

Zelfs de eerste mens wees al op de komst van de Messias. In Romeinen 5:14 staat: Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.

Adam is de enige Bijbelse figuur waarover in de Bijbel zelf wordt geschreven dat hij een symbool is van Jezus. Opmerkelijk, want je zou zeggen dat de eerste zondaar nou niet direct een voorbeeld is van de Messias. Toch wordt Adam door Paulus zo genoemd. Een uitleg hiervan is dat Adam zichzelf vernederde voor zijn vrouw Eva, zoals Christus Zich vernederde voor de mens. (lees in dat verband ook Efeze : 5)

 

 

4. Melchizedek

 

In Genesis 14:18 wordt voor het eerst melding gemaakt van een zekere Melchizedek. Zijn naam betekent Koning van de Gerechtigheid. Hij was de koning van Salem (= vrede), dus was hij ook de Koning van de Vrede. Dat is een wel heel duidelijke vooruitwijzing naar Jezus. In Hebreeën : 7 wordt verder van Melchizedek gezegd dat hij, net als Jezus, geen oorsprong en einde kent.

 

 

5. Izaak

 

In Genesis lezen we dat Abraham een merkwaardige opdracht krijgt van God: hij moet zijn zoon Izaäk offeren. Dat moest gebeuren op de berg Moria (Genesis 22:2). De opdracht blijkt gelukkig alleen maar een test te zijn van Abrahams geloof, maar de offerlocatie blijft opvallend. Op de uitlopers van de berg Moria vinden we namelijk Golgotha: de plek waar God Zijn eigen Zoon heeft geofferd.

 

 

6. Het Pesachlam

 

In het Paasevangelie zijn er een aantal opmerkelijke verbanden te zien tussen het lijden van de Heere Jezus en de manier waarop Israël het Pesachfeest viert:

  • tijdens Pesach werd in Jeruzalem altijd een Paaslam geslacht om de zonden van het volk Israël weg te nemen
  • Jezus stierf op hetzelfde moment als dat het Pesachlam altijd werd geslacht: om drie uur ’s middags op de 14e dag van de maand Niesan
  • de benen van het Pesachlam mochten niet worden gebroken worden, net als bij Jezus (Johannes 19:33)
  • men stak na het slachten een spies door het Pesachlam heen, via de bek dwars naar de achterkant. Daarna brachten ze een dwarsspies aan, van de ene naar de andere voorpoot: een gekruisigd lam dus, net als Jezus.

 

 

7. Israël

 

Ook de geschiedenis van het volk Israël is een vooruitwijzing naar het leven van Jezus:

  • beiden kennen een wonderlijke geboorte. Israël komt voort uit Abraham en Sara, die lange tijd onvruchtbaar waren. Jezus komt voort uit Maria, die als maagd zwanger werd.
  • beiden zijn geroepen uit Egypte (Hosea 11:1 en Mattheüs 2:19,20)
  • beiden worden de Knecht des Heeren genoemd in Jesaja 41 t/m 53
  • beiden worden het Licht voor de wereld genoemd (Jesaja 42:6 en Johannes 8:12)

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel 3

Standaard

categorie : religie

.

.

full11893219

.

.

Deuteronomium 20:19 vs. 2 Koningen 3:19

.

Deuteronomium 20:19

.

19 Wanneer gij lange tijd een stad belegert, daartegen strijdende om haar in te nemen, dan moogt gij het geboomte daaromheen niet vernietigen door de bijl erin te slaan, maar gij moogt daarvan wel eten, doch het niet vellen; want zijn de bomen in het veld mensen, dat zij door u bij het beleg betrokken zouden worden?

.

2 Koningen 3:19

.

19 zodat gij alle versterkte steden, de keur der steden zult innemen en alle goede bomen vellen en alle waterbronnen dichtstoppen en alle goede akkers met stenen bederven.

Dit betreft twee totaal verschillende militaire operaties met twee totaal verschillende doelstellingen.

Een simpele blik op de context lost de zogenaamde ‘contradictie’ op. In Deuteronomium 20:19 is het er duidelijk om te doen een stad in te nemen. Omdat het de bedoeling is dat de Israëlieten vervolgens zelf de stad zullen bewonen, moeten de bomen met eetbare vruchten eraan blijven staan (dat geldt niet voor de andere bomen, zoals blijkt uit Deuteronomium 20:20).

In 2 Koningen 3 is het er echter om te doen Moab een vernietigende slag toe te brengen, zonder dat de Israëlieten vervolgens dat land moeten gaan bewonen. Het verdelgen van voedselbronnen is onderdeel van deze vernietigende slag.

.

.

boekrol van het Oude Testament

.

.

Deuteronomium 27:26 vs. Galaten 3:10

.

Deuteronomium 27:26

.

26 Vervloekt is hij, die de woorden van deze wet niet metterdaad volbrengt. En het gehele volk zal zeggen: Amen.

.

Galaten 3:10

.

10 Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

Galaten 3:10 citeert Deuteronomium 27:26. De tegenstrijdigheid moet kennelijk liggen in het verkeerd citeren? Maar het verschil is te verwaarlozen, en inhoudelijk komt het op hetzelfde neer.

Kleine verschillen tussen nieuwtestamentische citaten en de oorspronkelijke oudtestamentische teksten kunnen ook ontstaan doordat het NT meestal de Septuagint citeert. Zo ook in dit geval. Deuteronomium 27:26 staat als volgt in de Septuagint:

Deuteronomium 27:26 (Septuagint, Engelse vertaling)
26 Cursed is every man that continues not in all the words of this law to do them: and all the people shall say, So be it.

Noot: de Septuagint (LXX) is een Griekse vertaling van het Oude Testament, die rond 250 voor Christus vertaald werd.

Ter vergelijking de Engelse NIV van Galaten 3:10:

Galaten 3:10 (New International Version)
10 For as many as are of the works of the law are under a curse. For it is written, “Cursed is everyone who doesn’t continue in all things that are written in the book of the law, to do them.”

Dit komt al veel beter overeen. En let op: als de Bijbel iemand citeert hoeft het niet exact, woord voor woord, overeen te komen. Het is vaak een parafrase.

Misschien bedoelde de opsteller van de lijst met vermeende contradicties dat de tegenstrijdigheid er in zit dat Galaten zegt dat iedereen die het van de wet verwacht vervloekt is, terwijl Deuteronomium zegt dat iedereen die de wet niet gehoorzaamt vervloekt is. Maar het is natuurlijk onwaarschijnlijk dat Paulus het vers, dat hij zelf citeert, tegen zou spreken, dus beter lezen is geboden. Hij citeert Deuteronomium 27:26 om aan te tonen dat iedereen vervloekt is, omdat niemand zich aan de wet kan houden. Dus moeten we op een andere manier redding krijgen: door het offer van Christus. Christus heeft de vloek op zich genomen, want vervloekt is degene die aan een paal hangt, zie Deuteronomium 21:22,23.

.

.

De alfa en de Omega

Pasteltekening van John astria

.

.

2 Samuël 6:6 vs. 1 Kronieken 13:9

.

2 Samuël 6:6

.

6 Maar toen zij bij de dorsvloer van Nakon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit naar de ark Gods en greep haar, omdat de runderen uitgleden.

.

1 Kronieken 13:9

.

9 Maar toen zij bij de dorsvloer van Kidon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit om de ark te grijpen, daar de runderen uitgleden.

Er zijn legio mogelijkheden:

  • Kidon was de eigenaar van de dorsvloer, terwijl Nakon de plaats was waar de dorsvloer lag, of andersom.
  • De eigenaar was zowel bekend als Kidon als Nakon.
  • De plaats waar de dorsvloer lag was zowel bekend als Kidon als Nakon.
  • De beide verslagen zijn op verschillende momenten geschreven (waarschijnlijk lang na de gebeurtenis) en de plaatsnaam was ondertussen veranderd.
  • Er is een kopieerfout gemaakt. Verschillende manuscripten variëren op dit punt.

 

.

God-zoeken

.

.

2 Samuel 8:4 vs. 1 Kronieken 18:4

.

2 Samuel 8:4

.

4 En David nam van hem gevangen zeventienhonderd ruiters en twintigduizend man voetvolk, en David liet alle wagenpaarden, met uitzondering van honderd, de pezen doorsnijden.

.

1 Kronieken 18:4

.

4 David veroverde op hem duizend wagens, zevenduizend ruiters en twintigduizend man voetvolk; alle wagenpaarden, met uitzondering van honderd, liet David de pezen doorsnijden.

In de Statenvertaling staat 2 Samuel 8:4 als volgt weergegeven:

2 Samuel 8:4
4 En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagenen over.

Merk het verschil op tussen de Statenvertaling en de NBG ’51 vertaling. In de Statenvertaling is er sprake van duizend wagens en zevenhonderd ruiters, terwijl er in de NBG sprake is van zeventienhonderd ruiters. Merk ook op dat ‘wagens’ in de Statenvertaling schuingedrukt staat. Dit is omdat het woord ‘wagens’ niet in de grondtekst voorkomt, maar door de statenvertalers is toegevoegd tussen ‘duizend’ en ‘zevenhonderd’ (en niet onterecht, zoals we zullen zien). In 1 Kronieken 18:4 wordt ook melding gemaakt van duizend wagens.

De contradictie is ontstaan doordat er een kopieerfout is gemaakt. Oorspronkelijk stond er in Samuel:

…duizend wagens, zeven duizend ruiters…

Later heeft een kopiist het woord ‘wagens’ per ongeluk weggelaten:

…duizend zeven duizend ruiters…

Omdat ‘duizend zevenduizend’ niet bestaat, heeft iemand dat later veranderd in:

…duizend zeven honderd…

Oftewel, zeventienhonderd, zoals we in onze moderne vertalingen zien. Dit verklaart zowel het verschil tussen 2 Samuel 8:4 en 1 Kronieken 18:4 in het aantal ruiters, als het ontbreken van de duizend wagens in Samuel.

Bijbelsceptici zullen dit waarschijnlijk zien als een ad hoc verklaring. Maar er is bewijsmateriaal dat bevestigt dat er in de oorspronkelijke geschriften van Samuel gewoon ‘…duizend wagens, zeven duizend ruiters…’ stond. In de Septuagint staat er namelijk in 2 Samuel 8:4:

2 Samuel 8:4 (Septuagint, Engelse vertaling)
4 And David took a thousand of his chariots, and seven thousand horsemen, and twenty thousand footmen: and David houghed all his chariot horses, and he reserved to himself a hundred chariots.

Hier staat dus hetzelfde als in Kronieken. Ook een aantal Dode Zee rollen bevestigen dit. De Septuagint en de Dode Zee rollen zijn dik duizend jaar ouder dan de oudste overgebleven manuscripten van de Masoretische tekst, waar ons Oude Testament op gebaseerd is. Dit is dus het doorslaggevende bewijsmateriaal dat deze contradictie is ontstaan door een kopieerfout en dus niet voorkwam in de oorspronkelijke geschriften.

.

.

Bijbelboeken van het oude Testament

.

.

2 Samuel 10:18 vs. 1 Kronieken 19:18

.

2 Samuel 10:18

.

18 doch de Arameeërs sloegen voor Israël op de vlucht, en David doodde van de Arameeërs zevenhonderd wagenpaarden en veertigduizend ruiters. Hun krijgsoverste Sobak verwondde hij zó, dat hij daar stierf.

.

1 Kronieken 19:18

.

18 maar de Arameeërs sloegen voor Israël op de vlucht, en David doodde van de Arameeërs zevenduizend wagenpaarden en veertigduizend man voetvolk. Ook Sofak, de krijgsoverste, doodde hij.

Er zijn hier twee contradicties:

  • 700 of 7000 wagens? (Het gaat niet om 700 paarden, maar om de berijders van 700 wagens, zie andere vertalingen.)
  • 40.000 infanteristen of cavaleristen?

De eerste is waarschijnlijk opnieuw een kleine kopieerfout, waarin 7000 hoogst waarschijnlijk het correcte getal is.

De tweede contradictie is simpel opgelost. Het waren veertigduizend dragonders. Dat zijn infanteristen die zich te paard verplaatsen. Tijdens de Amerikaanse revolutie werden dragonders ingezet door de Britten, net als de Arameeërs zonder succes.

.

.

Het ware Geloof

Pasteltekening van John Astria

.

.

2 Samuel 23:8 vs. 1 Kronieken 11:11

.

2 Samuel 23:8

.

8 Dit zijn de namen van de helden van David: Een inwoner van Sebet der Tachkemonieten, de aanvoerder der hoofdlieden, namelijk Adino, de Esniet, (zwaaide zijn speer) over achthonderd, die in één keer verslagen waren.

.

1 Kronieken 11:11

.

11 Dit is dan de opsomming van de helden van David: Jasobam, de zoon van Chakmoni, aanvoerder van de dertig; hij zwaaide zijn speer over driehonderd, die in één keer verslagen waren.

Het is twijfelachtig waarom dit gezien wordt als een contradictie. Het gaat over twee verschillende personen, de één versloeg er 300, de ander 800.

.

.

913e87eb51e3bfc0da03139a07d8ae4e

.

.

2 Samuel 24:1 vs. 1 Kronieken 21:1

.

2 Samuel 24:1

.

1 De toorn des HEREN ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda.

.

1 Kronieken 21:1

.

1 Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tellen.

God werkt vaak via andere uitvoerenden. Dan heeft God het ‘gedaan,’ maar ook de uitvoerende. Twee voorbeelden zijn Jozef en Job:

Jozef werd door zijn broers als slaaf verkocht en naar Egypte gevoerd, waar hij onderkoning werd en Egypte (en daarmee de omliggende gebieden) kon voorbereiden op zeven jaren hongersnood. Later komt ook de rest van zijn familie naar Egypte. Achteraf zegt hij tegen zijn broers:

Genesis 45:5-8
5 Maar weest nu niet verdrietig en ziet er niet zo ontsteld uit, omdat gij mij hierheen verkocht hebt, want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uit gezonden. […] 7 Daarom heeft God mij voor u uit gezonden om u een voortbestaan te verzekeren op aarde, en om voor u een groot aantal geredden in het leven te behouden. 8 Dus zijt gij het niet, die mij hierheen gezonden hebt, maar God; Hij heeft mij gesteld tot Farao’s vader en tot heer over geheel zijn huis en tot heerser in het gehele land Egypte.

Genesis 50:20
20 Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden.

De aardse uitvoerenden waren Jozefs broers, maar daarboven stond God, die het van tevoren zo van plan was en het bestuurde.

Job was een rijke, godvrezende man. Satan klaagde Job bij God aan, met de beschuldiging dat hij God enkel diende omdat hij een gemakkelijk, welvarend leven had. God gaf satan toestemming met Job te doen wat hij wilde. En dan zegt God:

Job 2:3
3 Toen zeide de HERE tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zó vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En nog volhardt hij in zijn vroomheid, hoewel gij Mij tegen hem hebt opgezet om hem, zonder oorzaak, in het verderf te storten.

Dus God heeft Job in het verderf gestort, terwijl satan de eigenlijke uitvoerende was. Gods deel was dus dat Hij opdracht, of toestemming gaf.

Dus wat kan er gebeurd zijn in het geval van 2 Samuel 24 en 1 Kronieken 21? God was waarschijnlijk de opdrachtgever (of Hij gaf slechts toestemming, in het geval dat er een aanklacht en schuldeis van satan aan vooraf gingen) en satan voerde het uit.

.

.

De mens in geloof met Christus

Pasteltekening van John Astria

.

.

2 Samuel 24:13 vs. 1 Kronieken 21:11,12

.

2 Samuel 24:13

.

13 Daarop kwam Gad bij David, deelde hem dit mee en zeide tot hem: Zal er zeven jaar hongersnood in uw land komen? Of wilt gij drie maanden vluchten voor uw tegenstanders, terwijl dezen u vervolgen? Of zal er drie dagen pest zijn in uw land? Welnu, denk na en overweeg, wat ik mijn Zender moet antwoorden.

.

1 Kronieken 21:11,12

.

11 Daarop kwam God bij David en zeide tot hem: Zo zegt de HERE: kies 12 òf drie jaren hongersnood, òf drie maanden vluchten voor uw tegenstanders, terwijl het zwaard van uw vijanden u achterhaalt, òf drie dagen dat het zwaard des HEREN, de pest, in het land heerst en de engel des HEREN in het gehele gebied van Israël verderf brengt. Overweeg dan nu, wat ik mijn Zender moet antwoorden.

Deze contradictie is ontstaan door een kopieerfout in Samuel, waar oorspronkelijk ook sprake was van drie jaar hongersnood. Opnieuw ondersteunt de LXX deze oplossing is, want daar staat in 2 Samuel:

2 Samuel 24:13 (Septuagint, Engelse vertaling)
13 And Gad went in to David, and told him, and said to him, Choose one of these things to befall thee, whether there shall come upon thee for three years famine in thy land; or that thou shouldest flee three months before thine enemies, and they should pursue thee; or that there should be for three days mortality in thy land. Now then decide, and see what answer I shall return to him that sent me.

Observaties:

  • Toen het boek Samuel oorspronkelijk onder Gods leiding werd geschreven, was het foutloos.
  • De fout die er sindsdien in is geslopen is gelokaliseerd en opgelost, het goede getal is gevonden.

 

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Volgens sommigen bestaat de hel niet.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het laatste oordeel : de hel of eeuwig leven

 

Pasteltekening van John Astria

 

“Er is geen hel”

 

Helaas komt het voor dat mensen, die geloven dat de Bijbel Gods woord is en dat Jezus ook voor hen stierf en het oordeel droeg, beweren dat er geen hel is. Niet alleen vindt  men deze dwaalleer in diverse sekten, maar ook bij anderen vindt men soms deze opvatting

 

Het gevolg is dat onbekeerden, die zich soms verschuilen achter deze uitspraken, de gevolgtrekking maken: als er toch geen hel is, waarom zouden we ons dan bekeren ? In de volgende teksten, die Gods woord citeren, wordt er wel degelijk de hel geciteerd als een plek van eeuwig lijden. Indien u zich daardoor niet laat overtuigen, maar toch vasthoudt aan uw menselijke overleggingen dat een liefhebbend God geen hellestraf kan instellen, weet dan, dat u straks verantwoordelijk zult staan voor God die u zo ernstig liet waarschuwen.

 

 

 

Hier volgen dan deze duidelijke uitspraken:

 

1 . Gaat weg van mij, vervloekten in het eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is. (Matth. 25: 4l).
2. En deze zullen gaan in de eeuwige pijn. (Matth. 25 : 46).
3. Het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusbaar vuur, waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt. (Marc.
9: 45, 46).
4. Werpt de onnutte slaaf uit in buitenste duisternis, daar zal wening zijn en knersing der tanden. (Matth. 25: 30).
5. Maar de vreesachtigen, en ongelovigen, en gruweldaders, en moordenaars, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars en alle leugenaars, hun deel is in de poel, die met vuur en zwavel brandt, hetwelk is de tweede dood (Openb. 21 : 8).
6. Buiten zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de moordenaars, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft en doet (Openb. 22: 15).
7. Die tot straf zullen lijden het eeuwig verderf van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte (2 Thess. 1:9).

 

 

 

En dat deze straf eeuwig-durend is en er geen omkeer mogelijk is blijkt ook nog uit:

 

Opdat gij niet bedroefd zijt evenals de anderen, die geen hoop hebben (1 Thess. 4: 13 ).

Maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hen, (Joh. 3 : 36).

En zij zullen gepijnigd worden dag en nacht tot in alle eeuwigheid (Openb. 20: 10).

Wel is er dus alle reden de mensen te wijzen op Hem, die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel (Matth. 10: 28).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Christus’ grootouders

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

De grootouders van christus

 

Joachim en Anna zijn de ouders van de heilige maagd Maria en dus de opa en oma van Jezus. Anna werd op hoge leeftijd zwanger van Maria dankzij ingrijpen van God. Deze ‘onbevlekte ontvangenis’ is een belangrijke gebeurtenis in het katholieke geloof.

 

Volgens de katholieke traditie is Maria op de wereld gekomen zonder de erfzonde. Ze werd ontvangen in de schoot van haar moeder Anna. Deze onbevlekte ontvangenis zorgt ervoor dat Jezus uit de meest zuivere ziel ter wereld kwam. Dit dogma uit de katholieke kerk is in de kunst vaak verbeeld aan de hand van het verhaal van Joachim en Anna.

 

 

 

 

 

De Ontmoeting bij de Gouden Poort

 

Joachim en Anna hadden een grote kinderwens, maar waren hun hele leven kinderloos gebleven. Toen Joachim op hoge leeftijd een dag een offer wilde brengen bij de tempel, werd hij weggehoond door zijn dorpsgenoten. Joachim voelde zich gestraft door God en trok alleen de woestijn in om tot God te komen. Na 40 dagen, werd Joachim door een engel bezocht. ‘Je vrouw is in verwachting’. Hij keerde meteen terug naar de stad en ontmoette zijn vrouw Anna bij de Gouden Poort in Jeruzalem. Anna zou het leven schenken aan een dochter, die zij Maria noemen.

De Gouden Poort staat in Jeruzalem, al is de huidige poort uit de 6e eeuw. De stadspoort is tegenwoordig afgesloten nadat een Ottomaanse sultan rond 1500 besloot dat de stad zo beter te verdedigen was. De poort speelt ook in andere Bijbelverhalen een rol. Zo wordt de Gouden Poort ook vaak genoemd als de plek waar Jezus Jeruzalem binnenkwam met Palmpasen

 

 

2014 06 01 The Golden Gate, also known as: Gate of Mercy, Gate of Eternal Life, Beautiful Gate.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Evangelie van Jakobus

 

Het verhaal van Joachim en Anna staat beschreven in het evangelie van Jakobus. De auteur van dit evangelie identificeert zichzelf als Jakobus de Mindere, mogelijk de broer van Jezus. Maar waarschijnlijk werd deze tekst pas geschreven in de 2e eeuw na Christus, daarom is dit evangelie ook niet opgenomen in het Nieuwe Testament. Toch is het evangelie van Jakobus een veel gelezen tekst, omdat de geboorte van Maria niet in de Bijbel beschreven is. Sterker nog Anna en Joachim worden in de hele Bijbel niet genoemd!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sint Anna te Drieën

 

Toch werd Anna in de 15e eeuw één van de meest populaire heiligen. Juist doordat Maria in de schoot van Anna geboren werd zonder erfzonde, werd Anna een bijzondere plek gegeven. In de Renaissance kunst is dit terug te zien de populaire afbeelding van Anna met Maria en Jezus. Dit tafereel wordt ‘de aardse drie-eenheid’ genoemd of Sint Anna te Drieën. Joachim wordt in deze schilderijen vaak vergeten. Doordat God degene was die Anna zwanger maakte, speelt hij slechts in bijrol in de hele geschiedenis.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Maria, de moeder van Jezus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Maria, de moeder van Jezus

 

Maria was de vrouw van Jozef en de moeder van Jezus Christus, die in haar verwekt was door de Heilige Geest toen ze maagd was. Ze wordt vaak genoemd de ‘Maagd Maria’ hoewel nergens in de Bijbel deze twee woorden bij elkaar staan als een echte naam (Matt. 2:11; Matt. 1:23; Luk. 1:27; Hand. 1:14). Er is weinig bekend over haar persoonlijke geschiedenis. Ze was uit de stam van Juda een rechtstreekse afstammelinge van David (Psalm 132:11; Luk. 1:32). Door haar huwelijk was ze familie van Elisabet, die een afstammelinge was van Aaron (Luk. 1:36)

 

Levensloop van Maria

 

Volgens de geslachtsregisters in de evangeliën stammen Maria zowel als Jozef allebei af van David. Hiermee werd aan de voorwaarde voldaan dat volgens de profeten van het Oude Testament de Messias, die God zou sturen, uit het Huis van David zou komen. Het Nieuwe Testament vermeldt dat Maria nog niet samenwoonde met Jozef maar wel verloofd was, toen ze zwanger werd en dat ze nog geen geslachtsgemeenschap hadden gehad. Maria was dus nog een maagd. Volgens de christelijke theologie is Jezus in de schoot van Maria ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. De verloving gaf in het jodendom reeds de rechten in het huwelijk. Toch bleef de bruid in het ouderlijk huis wonen, totdat de bruidegom haar plechtig zijn woning binnenleidde. Hiermee werd het huwelijk als voltrokken beschouwd.

Het evangelie van Matteüs beschrijft dat na de geboorte van Jezus, Jozef en Maria niet in Bethlehem bleven en ook niet naar Nazareth terugkeerden, maar naar Egypte vluchtten. Jozef was volgens dit evangelie namelijk via een droom gewaarschuwd, door een engel, dat koning Herodes, de aanstaande koning der Joden wilde vermoorden uit angst voor zijn eigen troon. Deze beging daartoe de kindermoord van Bethlehem. Na de dood van Herodes keerden Maria en Jozef terug naar Nazareth.

Hier groeide Jezus op onder de hoede van Maria en Jozef. Hij werd opgevoed in de joodse leer en leerde waarschijnlijk ook het beroep van zijn vader: timmerman. Jozef stierf volgens de traditie echter al op vrij jeugdige leeftijd, Maria als weduwe achterlatend. Bij het openbare optreden van Jezus wordt Maria nog dikwijls genoemd en ook bij de dood en verrijzenis van Jezus is zij aanwezig. Vervolgens zou ze nog aanwezig zijn geweest bij enkele vergaderingen van de apostelen.

Over haar verdere leven zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 na Christus zijn overleden in Jeruzalem of Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria’s lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus!

 

 

De Heilige Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd

 

Maria is haar naam. Gezegende onder de vrouwen wordt ze genoemd. En alle geslachten zullen haar voortaan gelukkig prijzen. Maria mag een naam hebben! Ze mag er zijn. De moeder van Jezus .

Nu heeft Maria onder rooms-katholieke christenen een heel bijzondere plaats gekregen. Zij aanbidden Maria en verwachten veel van hun gebed tot haar. Zo hebben zij van Maria meer gemaakt dan de Bijbel doet. Want Maria was een mens zoals wij en haar komt geen goddelijke eer toe. Maar zijn gereformeerde christenen misschien niet in het andere uiterste vervallen? Lopen zij niet het gevaar dat ze maar met een boogje om Maria heenlopen, uit angst dat ze haar te veel aandacht en zo te veel eer zouden geven? En maken zij zo niet minder van Maria dan de Bijbel doet?

Gods werk op aarde krijgt gezicht in Maria, zoals het werk van God op aarde gezicht heeft gekregen in een lange rij van mannen en vrouwen die we tegenkomen in de bijbel: Abraham, Mozes, Elia, Rachab, Ruth, Debora. Zij zijn allemaal geloofsgetuigen. In het concrete leven van al deze vrouwen en mannen, die in de bijbel een naam mogen hebben, is zichtbaar geworden wat God met mensen kan doen. Ook Maria hoort thuis in de lange rij geloofsgetuigen.

En in de lijn van Hebreeën 11, dat hoofdstuk waar al die geloofsgetuigen de revu passeren, zou over Maria gezegd kunnen worden: ‘Door het geloof heeft Maria, toen ze geroepen werd om de moeder van Jezus te zijn, vol overgave geantwoord: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ En daarom gaat deze preek over een jonge vrouw met de naam Maria. We prijzen haar gelukkig omdat we ook in haar leven ontdekken wat God met mensen kan doen.

 

 

De roeping van Maria

 

Maria wordt geroepen om de moeder van de Messias te zijn. En de hemel zelf komt haar dat vertellen. Want het is heel bijzonder wat hier gebeurt. Nadrukkelijk staat er in vers 26 dat de engel Gabriël door God werd gezonden. Als er engelen optreden in de bijbel is het meestal zo dat ze er gewoon zijn. Maar bij de roeping van Maria wordt er nadrukkelijk bij gezegd: ‘In de zesde maand zond God de engel Gabriël.’ Eerst staat hij dus nog in de hemel, waar de heerlijkheid van de Heer is, en waar Gabriël staat voor Gods aangezicht. Zo valt er een duidelijk accent op de plaats waar de engel vandaan komt.

En daarmee wordt ook het contrast met de plaats waar hij heengaat extra scherp neergezet: de engel Gabriël gaat vanuit de hemel, nu niet naar de tempel, waar een eerbiedwaardige priester zijn werk doet, maar naar een klein stadje waar een volslagen onbekend meisje woont die ondertrouwd is met een al even onbekende man. Lucas moet ze allemaal nog aan ons voorstellen. De provincie is Galilea en het stadje is Nazaret, dat onbekende meisje heet Maria, en die onbekende man heet Jozef.

Zo leidt Lucas het roepingsverhaal in. Een engel uit de hemel Gabriël brengt een blijde boodschap aan Maria.  Het eerste woord van de engel is een heel ander woord. Het is een groet, maar geen gewone. ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ De groet is heel bijzonder omdat de vrouw tot wie de engel zich richt heel bijzonder is. En dat wil de engel direct zeggen: al bij voorbaat eert Gabriël Maria om wat hij haar straks mag gaan zeggen. Namens heel de engelenwereld spreekt Gabriël een gelukwens uit.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd.’ Maria valt een heel bijzondere genade ten deel. Maar het is wel genade en daaruit blijkt dat ook Maria niet zonder zonde heeft geleefd. Maria wordt door God ‘de onbevlekte Ontvangenis’ die de Messias zal baren. Jezus moet geboren worden uit een zondeloos lichaam. Alle zonden van Maria worden uit haar leven gewist. Maria wordt op dat moment de perfecte mens, zoals Eva was in het paradijs voor de zondeval. Maria krijgt een heel unieke plaats in Gods plan, een heel unieke plaats binnen het volk van de Heer.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Zo maakt Gabriël zijn bijzondere groet af. ‘De Heer is met je.’ Dat betekent dat God zegenend tegenwoordig is in het leven van Maria. Want Maria moet een zware taak vervullen die ze alleen niet kan volbrengen. Dat gaat Gabriël zo dadelijk vertellen. Maar hij zegt al bij voorbaat: ‘De Heer zal je op een bijzondere manier helpen. De Heer zal je zegenen en beschermen.’

Maria voelt heel goed aan dat dit geen gewone groet is. We leren Maria kennen als een vrouw die over dingen nadenkt. Maria heeft wat met woorden. Ze luistert er heel intens naar en ze overweegt ze. Zo is Maria een voorbeeld voor iedereen die wil leren wat mediteren is over het Woord van God. Zo vraagt Maria zich af wat deze groet uit de hemel betekent. Haar gedachten gaan in een denkrichting van verbijstering en de confrontatie dat zij de beloofde Messias op de wereld zal brengen. Heel haar leven wordt op de kop gezet. De mensen zullen denken en praten, want Maria is nog niet getrouwd. En wat zal Jozef zeggen? Maria zal haar eigen leven moeten opgeven!

 

 

 

Waarom Maria weent!

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De overgave van Maria

 

Maria vraagt aan de engel hoe dat wel kan want Jozef is nog niet haar man. Het antwoord van de engel is duidelijk: ‘Het Koningskind dat zij verwacht het is een wonder van Gods kracht.’ En als Maria dat heeft gehoord, maakt haar vragende houding plaats voor een dienende houding uit overgave. Maria heeft het woord van God dat door de dienst van de engel Gabriël tot haar is gesproken, gehoord en overwogen in haar hart. En ze geeft gehoor aan de roeping die op haar afkomt.  ‘Amen’ zegt ze op het Woord van God.

Bij Maria zou je kunnen verwachten dat ze reageerde op de boodschap van de engel met een lach waarin spot en ongeloof doorklinken. Maar Maria lacht niet. Maria overweegt de woorden in haar hart en zegt: ‘De Heer wil ik dienen.’ Ze lijkt op haar Zoon die nog geboren moet worden. Maria gaat leven in de navolging van Christus, die zichzelf overgegeven heeft om ons te redden.  In deze overgave van Maria zien we ook werkelijk dat de Heer met haar is. .

 

 

Het geloof van Maria

 

Maria eindigt haar antwoord op haar roeping met de woorden: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Maria moet geloven dat uit haar door de Geest de Messias zal worden geboren, het vrouwenzaad dat al zo lang geleden was beloofd. Zij moet geloven dat dat kan, want bij God is niets onmogelijk. Zij moet geloven dat wat in haar leven gebeuren gaat de voortzetting is van het werk dat God in het Oude Testament begonnen is.

Maria’s  geloof komt van de Heilige Geest. Hij komt over haar en zal haar ‘als een schaduw bedekken’ dat iets blijvend is. God maakt van haar lichaam en van haar ziel in de meest letterlijke zin de tempel van de Heilige Geest. Het geloof van Maria komt van de Heilige Geest die het in haar hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie.

Hoe anders was het bij die andere jonge vrouw aan het begin van het Oude Testament, Eva. Bij haar zien we het ongeloof en zelfzucht. Bij haar zien we een onheilige geest die wakker wordt geroepen door de satan. Maria is de vrouw van het geloof. Eva, de vrouw die haar eigen wil doorzette en koos voor de zonde en de dood. Maria, die koos voor het heil en het leven door te zeggen: ‘Laat met mij gebeuren,  uw wil geschiede.’

Maria was een gezegende onder de vrouwen en alle geslachten prijzen haar gelukkig om de grote dingen die God in haar leven heeft gedaan. Maar tegelijk staat zij model voor alle christenen in alle tijden. Maria was ontvankelijk voor het Woord van God en voor het heil van God en voor de Zoon van God. Ze heeft de deur niet voor de neus van de engel dicht gegooid. Maar vol overgave en geloof heeft ze ‘Amen’ gezegd op de roepstem van God.

 

 

Hoe schetst het Nieuwe Testament ons Maria?

 

Als een vrouw die vele bevreemdende dingen meemaakte in haar leven en dat alles ‘in haar hart bewaarde’ (Lucas 2:19, 51). Ze had een open, verwachtingsvolle grondhouding en daarbij een enorm geloofsvertrouwen.

Op verschillende plaatsen zien we dat Maria en Jozef een vroom leven leidden. Jozef werd rechtvaardig genoemd (Mattheüs 1:19). Na de geboorte van het kind gingen de ouders naar de tempel om er een offer te brengen. Jaarlijks maakten ze ook de pelgrimage naar Jeruzalem (Lucas 2:41). Van Jozef horen we daarna niets meer, maar dat Jezus broers en zussen had wordt meerdere keren gezegd.

Het moet voor Maria niet makkelijk zijn geweest om te zien hoe haar zoon zijn eigen weg ging. Kennissen maakten schampere opmerkingen over haar zoon (Mattheüs 13:55, Marcus 6:3). En daarnaast nam Jezus soms scherp afstand van zijn familie (Lucas 8:19-21). Frappant is daarom misschien wel vooral dat Maria desondanks steeds volgend aanwezig bleef. Zoals bij de bruiloft in Kana al zichtbaar werd, handelde Jezus op eigen wijze. Dat weerhield Maria er niet van om op kenmerkende moederlijke wijze raadgevingen te doen en aanwijzingen te geven. Ze kende haar zoon.

Ook later is ze aanwezig, als Jezus wordt gekruisigd. Volgens Johannes was zij een van de drie Maria’s aan de voet van het kruis (Johannes 19:25).

Handelingen vertelt bovendien dat Maria bij de discipelen was in de weken tussen Pasen en Pinksteren. Samen met haar andere zonen wachtte ze in Jeruzalem vurig biddend op de komst van de Heilige Geest (Handelingen 1:14).

 

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Tien deugden van Maria volgens de traditie

 

Zuiverheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 1,34-38:

De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

 

 

Wijsheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 2,19-20:

Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

 

 

Deemoed

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,38:

Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’

 

 

Geloof

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,45:

Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.

 

 

Toewijding

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,46-47:

Met heel mijn hart roem ik de Heer, met al mijn adem juich ik om God, mijn redder.

 

 

Gehoorzaamheid

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,22-23:

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd.

 

 

Armoede

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,6-7:

Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.

en Lc 2,12:

Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.

 

 

Geduld

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,48:

Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.

Overweging uit het evangelie van Mattheus, Mt 2,13-15:

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’ Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte, en bleef daar tot de dood van Herodes.

 

 

Barmhartigheid

 

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 2,4-5:

Jezus antwoordde: Wat hebben ik en u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.’ Zijn moeder zei tegen de dienaren: ‘Wat Hij u ook beveelt, doe het maar’.’

 

 

Compassie

 

Overweging uit het evangelie naar Lucas, Lc 2,34-35:

Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 19,26-27:

Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.

 

 

Jezus en Maria, de zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Verdere info

 

Duizenden jaren lang was elk kind geboren met een overgeërfde zondige natuur en zondig vlees (Rom. 8:3). Dit is het resultaat van de zonde van onze voorouders: Adam en Eva van wie we afstammen. Elke generatie heeft gezondigd (Rom. 3:23) en geeft die zondige natuur en de vloek van de dood door aan de volgende generatie. Er is slechts één uitzondering in de geschiedenis. Ofschoon Jezus in de baarmoeder van Maria groeide, zoals elk kind bij zijn moeder groeit, was hij verschillend van alle andere kinderen. Jezus kon zonder zonde geboren worden door de Goddelijke status die Maria kreeg. Zij werd voor de verwekking van Jezus de ‘Onbevlekte Ontvangenis’. Voor God werd Maria de zondeloze Eva voor de zondeval, zo kon Jezus na zijn geboorte dienen als het vlekkeloze offerlam van God.

Als een geest en deel van de Drie-eenheid, bestond Jezus al voor de schepping van de wereld. Eigenlijk openbaart Johannes dat Hij de Schepper is. (Joh. 1). Verder was het fysieke lichaam van Jezus, zoals Hij werd geboren in Betlehem duidelijk een speciale creatie van God, geplaatst in Maria’s baarmoeder. Dit is de Bijbelse leerstelling van de maagdelijke geboorte.

Aldus is noch de geest van Christus, noch zijn lichaam het resultaat van het DNA van het eitje van Maria of van het zaad van enige man. Beide zouden genetische fouten hebben bevat en een zondige natuur. Zoals de Bijbel ons leert was Jezus echt de tweede Adam. De eerste Adam was een speciale schepping van God, zo ook de tweede Adam. (Romeinen 5:12-19). Jezus was net zo volledig mens als de eerste Adam en evenals deze had Hij geen zondige natuur, geen erfzonde, geen zondig vlees, dat steeds weer generatie op generatie doorgegeven werd sinds de zondeval. Hij was absoluut puur en zonder zonde, vanaf de dag van Zijn geboorte. Hij moest zijn en was het Lam van God, zonder vlek of rimpel, offerlam voor onze zonden (Joh. 1:29).

 

 

Hoe leeft Maria onder de gelovigen?

 

Onder het geloofsvolk neemt Maria een veel grotere plaats in dan in de officiële kerkleer, de theologie. Daar is blijkbaar behoefte aan. Vermoedelijk omdat Maria zo herkenbaar is, ze heeft immers altijd voor haar zoon gestaan. Bovendien is voor vele gelovigen Jezus een figuur op afstand die ontzag oproept. De volksdevotie van Maria is geen probleem zolang ze geen einddoel wordt, maar gezien wordt als weg, als kanaal naar Jezus.

 

 

 

Volksdevotie

 

Het meest prominent is Maria aanwezig in de katholieke en orthodoxe volksdevotie waarin de Mariaverering een dominante plaats inneemt. Volgens de officiële kerkelijke leer kan Maria nooit de plaats van Jezus als Verlosser van de zonde vervangen en verwijst zij altijd naar Jezus als de werkelijke Middelaar tussen de mens en God. In de volksdevotie is de praktijk meestal dat Maria als ‘toegankelijker’ beschouwd wordt dan Jezus en meer aangeroepen wordt, zij het dan als ‘voorspreekster’.

Ook vinden vele gelovigen dat het vragen van gebed aan Maria noodzakelijk is, omdat hun eigen gebeden tot Jezus zo vaak verstrooid en niet vurig genoeg zijn. In de wereld zijn veel plaatsen waar uitdrukking wordt gegeven aan deze devotie. Paus Johannes Paulus II, die Maria zeer na aan het hart lag, legde zijn lot en dat van de wereld in de handen van de Moeder Gods; zij zou hem beschermen volgens de verschijning van Maria in Fatima.

Het meest beroemd zijn de plaatsen waar Maria zou zijn verschenen: het Franse Lourdes (verschijning in 1858), Fátima in Portugal (1917) en Guadalupe in Mexico-stad (1531). Het Duitse Kevelaer trekt veel Nederlandse pelgrims. In katholieke en orthodoxe landen zijn ontelbare nationale en regionale heiligdommen te vinden, maar ook in Nederland bestaan talloze genadeoorden (bedevaartplaatsen).

 

 

 

Mariakapelletjes in de Nederlanden

 

Vooral in de van oudsher katholieke Nederlandse provincies Limburg en Brabant en in Vlaanderen kan men op veel plaatsen, vaak in oude stads- en dorpskernen maar ook verspreid over het platteland, kleine Mariakapelletjes aantreffen die door de plaatselijke bevolking, worden bezocht om een kaarsje op te steken en voor een moment van bezinning. Deze bevinden zich in Vlaanderen zeer vaak onder of bij een oude boom, op de plaatsen waar ooit in voor-christelijke tijden een boomheiligdom was.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Hoe de Bijbel lezen?

Standaard

categorie : religie

 

.

BIJBELLEZING

 

De Bijbel is een oud boek. Het is de neerslag van een lange ontwikkeling, niet het werk van één auteur die rustig en na rijp beraad de vrucht van zijn onderzoek op papier zet. De Bijbel is het product van vele mensen, gedurende ver uit elkaar liggende tijden en culturen, en van verschillende geaardheid, en ontstaan in zeer verschillende situaties. Dat verklaart waarom men in de Bijbel zulke uiteenlopende zaken aantreft zoals:

  • vlammende oproepen tot strijd en weerbaarheid naast aangrijpende pleidooien voor vrede en rust
  • benauwende bladzijden van enge betrokkenheid op zichzelf naast bezielende teksten over een wereldwijd universalisme
  • wraak en vergeving
  • liefde en haat

 

 

 

 

De Bijbel goed lezen is rekening houden met de bedoeling waarmee hij geschreven is. Om dat te kunnen moet men de omstandigheden kennen waarin de teksten ontstaan zijn. Dat is niet eenvoudig. Gelukkig hebben generaties geleerden niet tevergeefs gewerkt. Uit hun literaire ontledingen van de Bijbelteksten en uit de archeologische ontdekkingen in de Bijbelse landen hebben we heel wat informatie gekregen over de Bijbelse tijden en de manier waarop de mens toen leefde.

Deze ‘historisch-kritische methode van Bijbellezen’ plaatst de teksten terug in zijn ontstaansomgeving, en probeert met wetenschappelijke middelen te achterhalen op welke concrete vragen de Bijbeltekst een antwoord wil geven. Pas wanneer dat duidelijk is, kan men aan de hand van de Bijbeltekst een antwoord proberen te formuleren op de vragen die men zich nu, in onze tijd, stelt.

Waarbij men niet uit het oog mag verliezen dat de Bijbel geen naslagwerk is voor wetenswaardigheden over natuur, techniek en geschiedenis, maar een boek waarin vele generaties van gelovige mensen hun geloofsvisie op mens en wereld en hun vertrouwvolle overgave aan God hebben tot uitdrukking gebracht. En op dat niveau is de afstand tussen de Bijbelse mens en de mens van onze tijd wellicht niet zo groot.

Naast de ontstaansgeschiedenis van de Bijbeltekst dient men ook aandacht te hebben voor de werkingsgeschiedenis ervan. Daarmee bedoelt men dat de Bijbeltekst gedurende eeuwen de joodse en de christelijke gemeenschap heeft beïnvloed en georiënteerd. De Bijbel heeft ingewerkt op het geloof en het morele leven. Ook daarin zijn nogal wat verschillen te noteren: de ene periode was gevoeliger dan de andere voor bepaalde Bijbelse thema’s.

Toch tekent zich doorheen de eeuwenlange geschiedenis een duidelijke grondlijn af in het hanteren van de Bijbel als het gezaghebbend, inspirerend boek van de gelovige. In de Bijbel zelf komt dit tot uiting in de herhaalde formules ‘woord van God’ of ‘zo spreekt de Heer’.  Het is in de liturgische gemeenschapsviering dat de Bijbel zijn oorspronkelijke betekenis terugvindt.

Eeuwen lange Bijbelstudie heeft niet bewerkt dat alle problemen opgelost zijn en dat de geleerden het over alles eens zijn. Ook op dit terrein is de verleiding groot om ‘iets nieuws’ te vinden in de oude teksten. Maar ondanks de talrijke zijpaadjes wordt de grote hoofdweg steeds klaarder. Ernstig Bijbellezen blijkt dan iets anders te zijn dan lukraak teksten bijeen te rapen vanuit eigen smaak of overtuiging.

Sommigen willen de Bijbel lezen als een vergaarbak van goddelijke waarheden waarvan elk woord letterlijk en historisch waar is. Zulke houding noemt men fundamentalisme. Ze gaat ervan uit dat de Bijbel als goddelijk boek geen enkele kritische vraagstelling toelaat, want dat zou een uiting zijn van ongeloof. Die fundamentalistische houding die vooral leeft in sommige marginale groepen en sekten, is ten dele ontstaan uit reactie tegen rationalistische uitwassen van een bepaalde Bijbelstudie waarin men inderdaad geen oog had voor de Bijbel als geloofsboek. Om zich te kunnen handhaven is deze fundamentalistische Bijbellezing verplicht allerhande spitsvondigheden aan te wenden om de waarheid van de Bijbel te redden.

Vermelden we tenslotte nog dat men de Bijbel – zoals elk boek – kan lezen vanuit een speciale invalshoek. De lens wordt dan ingesteld op een bepaald punt dat heel scherp naar voren treedt, maar de context waarin het thuishoort en waaraan het zijn betekenis ontleent, vervaagt en verdwijnt. Die scherpstelling gaat gepaard met eenzijdigheid en overbelichting. De speciale invalshoeken die in onze tijd nogal wat aangewend worden zijn:

 

  • de materialistische Bijbellezing (met toegespitste aandacht voor de maatschappelijke achtergronden van de Bijbelse gebeurtenissen)
  • de psycho-analystische Bijbellezing (die de verborgen psycho-analytische mechanismen van deBijbelverhalen wil blootleggen)
  • de feministische bijbellezing, enz.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is de voorbede?

Standaard

categorie : religie

.

.

Wat is de voorbede?

.

Een voorbede is een gebed voor anderen, ook wel een “bemiddelend gebed” of “voorspraak” genoemd. Wanneer iemand een voorbede uitvoert, neemt hij de plaats van een ander in of bepleit hij de zaak van een ander. Een bepaalde studiebijbel definieerde de voorbede als “een heilig, gelovig, volhardend gebed waarin iemand ten voorstaan van God opkomt voor een ander of voor anderen, die Gods tussenkomst dringend nodig hebben.”

.

.

gebed_380x213

.

.

De voorbede is het Bijbelse fundament

.

De Bijbelse basis voor het uitvoeren van voorbeden door gelovigen in het Nieuwe Testament is onze roeping om priesters voor God te zijn. Het Woord van God stelt dat :
wij een heilig priesterschap vormen (1 Petrus 2:5).
wij zijn een koninkrijk van priesters zijn (1 Petrus 2:9),
wij priesters voor God zijn (Openbaring 1:5).
De achtergrond die nodig is om deze roeping tot de priesterlijke voorbede te begrijpen, kan in het voorbeeld van het Levitische priesterschap in het Oude Testament worden gevonden. Het was de verantwoordelijkheid van de priester om “ervóór en ertussen” te staan. Hij stond vóór God om Hem te dienen met offers en gaven. De priester stond ook tussen de rechtvaardige God en de zondige mens door hen op de plaats van het bloedoffer samen te brengen.
Hebreeën 7:11-19 legt het verschil uit tussen de bediening van een priester in het Nieuwe Testament en die in het Oude Testament. Het Levitische priesterschap in het Oude Testament werd van generatie op generatie doorgegeven aan de nakomelingen van de stam van Levi. Het “priesterschap van Melchizedek” waarover in deze Schrifttekst wordt gesproken, is de “nieuwe orde” van geestelijke priesters, waarvan Jezus Christus de Hogepriester is. Het priesterschap wordt aan ons doorgegeven via Zijn bloed en onze geestelijke geboorte als nieuwe scheppingen in Christus.
.
.

Ons rolmodel

.

Jezus Christus is ons model voor de voorbede. Jezus staat vóór God en Hij staat tussen God en de zondige mens, net als de priesters in het Oude Testament:
“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus” (1 Timoteüs 2:5).
“Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons” (Romeinen 8:34).
“Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten” (Hebreeën 7:25).
Jezus brengt de zondige mens en de rechtschapen God samen op de plek van het bloedoffer voor de zonden. Dierenbloed is niet meer noodzakelijk, zoals in het Oude Testament het geval was. We kunnen God nu benaderen op basis van het bloed van Jezus, dat aan het kruis op Golgota werd vergoten voor de vergeving van onze zonden. Door dat bloed van Jezus kunnen wij God ferm en zonder schroom benaderen (Hebreeën 4:14-16).
Toen Jezus hier op aarde was, was Hij een bemiddelaar. Hij bad voor mensen die ziek of door demonen bezeten waren. Hij bad voor Zijn discipelen. Hij bad zelfs voor jou en mij, toen Hij opkwam voor alle mensen die in Hem wilden geloven. Jezus vervolgde Zijn bemiddelende bediening na Zijn dood en opstanding toen Hij naar de Hemel terugkeerde. Hij dient nu als onze bemiddelaar in de Hemel.
.
.
.
De Drievuldigheid van God

De Drievuldigheid van God

pasteltekening van John Astria

.

 Effectieve voorspraak

.

In de voorbede volgen wij de priesterlijke functie uit het Oude Testament en het patroon van Jezus uit het Nieuwe Testament; wij staan vóór God en wij staan tussen God en een zondig mens. Om effectief “tussenbeide” te kunnen staan, moeten we eerst vóór God staan om de intimiteit te ontwikkelen die noodzakelijk is om deze rol te kunnen vervullen.
Numeri 14 is één van de belangrijkste passages over voorbeden in de Bijbel. Mozes kon tussen God en de zondige mens staan, omdat hij eerst “vóór” God had gestaan en een hechte relatie en communicatie met Hem had ontwikkeld.
Numeri 12:8 vertelt ons hoe God met Mozes als een vriend sprak, niet door middel van visioenen en dromen zoals Hij met andere profeten sprak. Als Nieuwtestamentische gelovigen offeren wij geen dieren meer op, zoals dit in het Oude Testament gebeurde. Wij staan voor God om geestelijke offers te brengen: onze aanbidding (Hebreeën 13:15) en onze eigen levens (Romeinen 12:1).
Op basis van deze hechte relatie met God kunnen wij tussen Hem en anderen staan. Zo kunnen wij hun pleitbezorgers en bemiddelaars zijn. Petrus gebruikt twee woorden om zijn priesterlijke taken te beschrijven: Heilig en Koninklijk.
Heiligheid is vereist om voor God te kunnen staan (Hebreeën 12:14).
We zijn alleen in staat om dit te doen dankzij de rechtschapenheid van Christus, niet die van onszelf. Koninklijk is een beschrijving van het koninklijke gezag dat ons als leden van de koninklijke familie is gegeven en ons toegang geeft tot de troonzaal van God.
.
.
.
3d-gouden-pijl-5271528
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria