Category / categorie: video
Fallen angels have no chance to repent /
Gevallen engelen krijgen geen kans tot berouw

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



De Serafijnen zijn de engelen met de hoogste rang. Ze werden de “de brandenden” genoemd, omdat hun licht zo intens helder is dat een sterveling onmiddelijk zou verbrand worden. Deze engelen van liefde, licht en vuur vliegen rond de troon van God en zingen het trisagion, een lofzang op het driemaal heilige. Ze absorberen en reflecteren het goddelijk licht en geven het door aan het volgende koor. Hun heersende vorsten zijn onder andere Serafiël en Metatron.
De machtige cherbijnen vormen in rang rang het tweede koor der engelen. Alleen de serafijnen overtreffen hun ontzagwekkende straling. Cherubijnen reflecteren de kennis en wijsheid van God. In het Oude Testament treden ze op als bewakers van de hof van Eden na de zondeval. Op de Ark van het verbond, in het bezit van de Israëlieten op hun tocht door de woestijn, bevonden zich twee gebeeldhouwde cherubijnen. Hun aanvoerders zijn onder andere Kerubiël en Ofaniël.
De tronen zijn de ” veelogige brandende wielen” van de merkaba, de heilige triomfwagen. Deze wagen met zijn engelen cirkelt rond de troon van God in eendracht met de cherubijnen. Ze reflecteren het geloof in de kracht en glorie van God, er wordt gezegd dat ze zich in de vierde hemel bevinden. Hun heersende vorsten zijn Zafkiël en Orifiël.
De engelen van dit koor, die ook wel de ” heerschappijen” of “heren” worden genoemd, streven naar de hoogste genade en weerspiegelen het verlangen om boven de aardse waarden uit te stijgen. Ze wonen waar de geestelijke en fysieke niveaus in elkaar over gaan en controleren de taken van de engelenkoren onder hen. Hun heersers zijn Zadkiël, Zachariël en Teratel.
De engelen van het koor van de krachten zijn verantwoordelijk voor de bewegingen en cycli van de sterren en planeten van het heelal. Ze beheren alle natuurwetten en zijn daarom verantwoordelijk voor de wonderen die deze wetten breken. Ze weerspiegelen de moed van helden en de deugdzaamheid van heiligen. Hun regenten zijn onder andere Barbiël, Sabraël en Hamaliël.
De engelen van dit koor zijn verantwoordelijk voor het bewaken van de paden die naar de hemel leiden en voor het geleiden van verdwaalde zielen naar deze paden. Ze houden de wereld in balans en verdedigen haar voortdurend tegen demonen. Ze hebben de macht gekregen om zowel te straffen als te vergeven en misschien zijn zij het die ons soms wakker schudden als we van het rechte pad verdwalen. Ze weerspiegelen het verlangen om zich tegen het kwaad te verzetten en goed te doen. Kermuël en Verchiël zijn enkele van de voerders van de machten.
De engelen van het zevende koor begeleiden de heersers en leiders op aarde. Samen met de beschermengelen werken ze aan het stimuleren van de individuele verantwoordelijkheid en ze kunnen zich met het doen en laten van mensen bemoeien op de weg naar de waarheid. Cerviël is een van de heersende vorsten van dit koor.
Aartsengelen zijn de herauten van God. Ze verschijnen aan de mensen met boodschappen en decreten van het “hogere”, zoals Gabriël dat bijvoorbeeld deed bij de Maagd Maria en bij Mohammed om hem de Koran te dicteren. Dit zijn de engelen die het vaakst door de mensen worden waargenomen, want de beschermengelen blijven meestal onzichtbaar. Ze kunnen ook voor ons bemiddelen om vergiffenis te krijgen voor onze zonden. De bekendste vorsten van dit koor zijn Michaël, Rafaël, Gabriël en Uriël.
De laagste orde der engelen is het meest bij de mensheid betrokken. Ze begeleiden en beschermen ons.
Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat een auto niet van de weg raakt en proberen ongelukken en rampen zo veel mogelijk te voorkomen. Ze kunnen zich niet met ons bemoeien, maar hoe vaker we om hulp vragen, hoe groter de kans op een gelukkig lot. Bij dit koor horen ook de beschermengelen en Adnachiël is hun heerser.

Bij ons zijn vandaag vele engelen en Meesters aanwezig. Iedereen is verheugd over het feit dat vandaag de gelegenheid gegeven wordt om alweer een stuk karma los te maken, te transformeren. Moeder Aarde, de leden van de Witte Broederschap en Al Wat Is zijn aan het jubelen. Als een klein groepje mensen zichzelf verlost van oud karma heeft dit effect op alles Wat Is, omdat alles met elkaar verbonden is. Niets staat op zichzelf.
Aartsengel Michael gaat informatie over het karmische patroon van geweld doorgeven en Meester St. Germain zal alle karma dat voortgevloeid is uit dat karmische patroon gedurende ons hele bestaan op aarde in de derde dimensie, met de violette vlam transformeren. Daarnaast zijn een heleboel helpers, Engelen en Gidsen, om ieder van ons te begeleiden, te helpen datgene te doen wat op dit moment voor ieder van ons het juiste is.
De ontwikkeling, de groei van onze ziel en ons levensplan zit in ons DNA opgesloten. Allemaal gaan we evolueren, maar hoe en wanneer bepaalt ieder persoon zelf, omdat we allemaal begiftigd zijn met vrije wil. Ik vraag jullie namens onze geliefde Michael en namens Meester St. Germain om nog een keer te bevestigen of jullie wel of niet bereid zijn om verlost te worden van dat karma. Maak je intentie duidelijk door deze te benoemen.
Vandaag zal ik tot jullie spreken over het karmische patroon van geweld. Geweld is zowel een daad als een gedachte. Geweld heeft een uiterlijk en een innerlijk aspect. Zoals alle karmische patronen is geweld ook afkomstig uit angst. Angst is op haar beurt het gevolg van jullie afgescheidenheid van de Bron. De derde dimensie waar jullie grotendeels in verkeren wordt door angst geregeerd.
Geweld is ontstaan als gevolg van de diversiteit die op een gegeven ogenblik op de planeet ontstond. Ooit was jullie soort de enige op aarde. Maar Het Bewustzijn, waarvan jullie ook medescheppers zijn, had daar geen vrede mee omdat er weinig te leren viel. Dus meerdere rassen van andere planeten incarneerden ook op aarde.
Die zagen er anders uit. Het “anders zijn” bracht angst met zich mee. Oordelen en vooroordelen zijn eerst geboren. Beide groepen werden bang van elkaar. Als de angst groot werd, werd het overlevingsinstinct geactiveerd met als gevolg dat geweld voor het eerst het licht van de derde dimensie zag. Geweld is een expressie van het overlevingsinstinct in situaties van extreme angst. Het idee dat alleen “slechte” mensen gewelddadig kunnen zijn is een misvatting, mijn vrienden.
Geweld is een gemanifesteerde uiterste vorm van angst en paniek. Geweld veroorzaakt veel leed maar is ook een goddelijke expressie in de derde dimensie. Het concept “slecht” net als “het kwade” zijn vooroordelen en overtuigingen van jullie mind. Ze zijn een illusie van jullie afgescheiden geest. Er bestaan namelijk geen slechte of goede mensen. Jullie zijn allemaal goddelijke wezens, tijdelijk afgescheiden van jullie essentie en met het hoogste doel het Goddelijk Bewustzijn te dienen.

De diverse religies hebben geweld veroordeeld en er een zonde van gemaakt. Aan die zonde waren ook straffen verbonden. In het christendom was de hel de straf die gewelddadige mensen wachtte na hun dood. In de dualiteit hadden straffen wel degelijk een doel. Zolang angst de scepter zwaaide, moesten normen en waarden, straffen en beloningen de voorzetting van jullie soort beschermen.
Zo zijn een aantal leefregels ontstaan die door onze Meesters nooit gepredikt zijn maar door de toenmalige leiders van de religieuze stromingen geïntroduceerd. Dat verklaart waarom jullie nooit de moeite hebben genomen om voldoende onderzoek te doen naar de oorsprong van geweld. Nog steeds wordt geweld bestraft. Maar de oorzaak van geweld, de onderliggende angst, de onderliggende vooroordelen, worden daarmee niet aangepakt.
Het wordt tijd lieve vrienden, children of love, dat jullie gevangenissen van vorm gaan veranderen. Een geweldpleger is zelden gebaat bij lange gevangenisstraffen. Hij is eerder gebaat bij acceptatie, zelf inzichten en een nieuw zelfbeeld. Ieder geweldpleger voelt zich diep in zijn hart schuldig. Iedere geweldpleger haat zichzelf. Door de veroordelingen, gevangenisstraffen of andersoortige straffen wordt zijn “slecht” zelfbeeld extra bevestigd en meer beschadigd.
Denken jullie dan dat iets bij de broeder of zuster van jullie, de geweldpleger, kan veranderen? Natuurlijk niet. Hij raakt alleen steeds verder en verder afgescheiden van wie hij in wezen is. Het wordt dus tijd dat in jullie gevangenissen onderwezen wordt wat de essentie van ieder mens is en wat geweld betekent. Het wordt tijd dat gevangenen de kans krijgen om inzicht in zichzelf en hun daden te krijgen. We zeggen niet dat ze beloond moeten worden. We denken niet in straf en beloning. We denken in oorzaak en gevolg. Daar gaan jullie ook naar toe, broeders en zusters.
De komende honderd jaar zal veel veranderd moeten worden om de Eenheid bij de samenleving en de mensheid vorm te geven en te verankeren. Een van de eerste veranderingen die plaats zal vinden is dat mensen te horen zullen krijgen wie ze werkelijk zijn. Jullie moeten allemaal weten dat er geen goede en slechte mensen bestaan, alleen mensen die door angst worden gedreven en mensen die door liefde worden gedreven, beginners of gevorderden op de levensschool.
Deze scheiding zal de komende tijd steeds duidelijker en duidelijker worden. Degenen die vanuit liefde gedreven worden zullen de weg wijzen aan de broeders en zusters die nog in angst en oordelen leven.
Er zijn verschillende vormen van geweld. Sommige vormen zijn legaal. Er zijn nog culturen op jullie planeet waar lijfstraffen en martelingen de norm zijn en legaal uitgevoerd worden. Er zijn vormen van geweld die nog steeds getolereerd worden. Zoals oorlog. Het doden van broeders en zusters is nog steeds legaal mits dit in oorlog situatie plaatsvindt. Dat is een grote misvatting lieve broeders en zusters.
Een misvatting als gevolg van dat jullie planeet nog steeds in de derde dimensie leeft waar angst en afgescheidenheid nog steeds regeren. Alles wat er plaats vindt, alle acties en reacties hebben een functie die het Goddelijke plan dient. Er bestaat niets dat geen functie heeft, lieve broeders en zusters. Iedere creatie leidt tot een nieuwe creatie. De Goddelijke Intelligentie zorgt dat de levenscycli in hun baan blijven bewegen en alles wat plaats vindt leidt naar datzelfde goddelijke doel, namelijk groei, ontwikkeling en verandering.
Sinds het jaar 2000 wordt geen karma meer naar een volgende incarnatie meegenomen omdat in de Eenheid geen plaats voor karma is. Alle karma wordt in datzelfde leven afgelost of wordt meegenomen om bij de tweede Aarde uitgewerkt te worden. In de huidige overgangstijd hebben oorlog en geweld een nieuwe en belangrijke functie. De oorlog en het geweld van nu en de komende jaren zijn een nieuw middel voor sommige zielen om definitief met angst en geweld af te rekenen.
De ziel van degenen die nu in oorlog sterven ervaart bewust voor de laatste keer de grote dwaling, de grote wond van angst en geweld en daardoor verlangt zij des te sterker naar het licht en de eenheid. Dat betekent dat alle zielen die nu in een oorlog sterven de kans hebben om opnieuw op de nieuwe Aarde te incarneren en direct in de Eenheid te stappen. Dus de mensen die nu nog woede en machteloosheid in zichzelf voelen en vanuit deze drijfveren misdrijven plegen of in een oorlogssituatie belanden creëren geen karma meer. In tegendeel, hun ziel rekent bij het verlaten van hun fysieke lichaam voorgoed af met de illusie van de afgescheidenheid.

Geweld is niet altijd zichtbaar, broeders en zusters. Geweld kan ook een innerlijke houding zijn die gericht is op vernietiging in plaats van op creatie. Jullie natuurlijke goddelijke aard is om te creëren. Het karmische patroon van geweld overschaduwt soms jullie creatieve aard en vervalt in vernietiging. Soms is de vernietiging gericht op jezelf. Vele broeders en zusters, zeker degenen die bij een kerkgenootschap of een ander religieuze groepering horen of sterk erdoor beïnvloedt zijn zullen hun attitude van geweld, hun wond, nooit naar derden richten maar alleen naar zichzelf.
Hetzelfde patroon vertonen veel onder jullie broeders en zusters die op het pad van de vierde dimensie lopen. Jullie worden bewust van agressieve en gewelddadige gedachten, gevoelens en attitudes in jezelf, jullie schamen je daarvoor en onderdrukken vervolgens deze neigingen. Onderdrukte gedachten, gevoelens en gedrag zoeken in deze overgangstijd snel de weg naar het licht en daarom exploderen ze onverwachts als gevolg van een onbelangrijke aanleiding voordat de mind deze opnieuw kan onderdrukken.
In de tussentijd hebben ze hun vernietigende werking bij jullie zelf gedaan. Dat creëert net zoveel karma, lieverds, als het plegen van geweld bij derden. Dit omdat er geen verschil tussen jezelf en de ander is. Dus of je jezelf kapot maakt of een ander, beide daden zijn afkomstig van de afgescheidenheid en de illusie dat jullie machteloos en overgeleverd aan het lot zijn. Er zijn vele vormen van zelfvernietiging die soms heel subtiel kunnen zijn en kunnen uitmonden in fysieke ziektes, maar ook in gebrek aan succes, armoede en tegenslagen.
Hoe het mogelijk is, broeders en zusters, dat jullie jezelf pijn kunnen doen? Heel simpel eigenlijk: Hetzelfde motief waarmee jullie je medemens pijn kunnen doen. En het motief is angst als gevolg van de afgescheidenheid van jullie bewustzijn van de Bron. Je kunt angstig zijn voor iemand buiten jezelf maar je kunt ook angstig zijn voor onbekende aspecten van jezelf. Voor bepaalde emoties, ideeën en overtuigingen die je over jezelf hebt. Maar ook voor succes en overvloed.
Voor vreugde en onbezorgdheid. Als je als kind te horen kreeg dat je altijd beter je best moest doen, trok je de conclusie dat je niet goed genoeg was. Als je opgegroeid ben in een gezin waar geen plaats was voor liefde, trok je de conclusie dat je het niet waard was om geliefd te zijn. Die gevoelens van niet goed genoeg zijn en niet de moeite waard zijn hebben in je ziel nieuwe wonden veroorzaakt. Zelfhaat en geweld plegen tegen jezelf. Het niet eren van wie je bent, het niet onvoorwaardelijk van jezelf houden betekent geweld plegen aan jezelf. Het gevolg is: zelfvernietiging.
Vergeet niet broeders en zusters dat je leven gevormd wordt door je gedachten en je gevoelens. Wat je denkt manifesteer je in de materie. Verschillende fysieke en psychische ziektes laten zien hoe iemand zichzelf verafschuwt en zichzelf liever straft dan onvoorwaardelijk accepteert. Als je vindt dat je het niet waard bent om geliefd en succesvol te zijn en in overvloed te leven zul je tegenslag, ziekte en armoede creëren.

Lieve vrienden, laat je hart spreken. Durf de aspecten van geweld die in jou leven en een rol spelen onder ogen te zien. Je hoeft er niet voor te schamen. Omdat er niets is om je voor te schamen. Net zo goed als er geen rede is om iemand te straffen is ook geen rede om je voor je daden te schamen. Zie jouw persoonlijke geweldplegingen als een wond, die ontstaan is door je afgescheidenheid van je bron. Die wond is oud, heel erg oud.
Een van de eerste wonden die je ziel opliep toen ze op aarde wandelde duizenden jaren geleden. Kun je iemand die gewond is straffen? Verdient zo iemand werkelijk straf? Neen, alleen liefde kan de wonden genezen, lieve children of love. Compassie hebben voor jezelf en je gewelddadige neigingen naar jezelf en anderen. Maar ook compassie hebben voor je medemens die openlijk geweld pleegt, die in tijden van oorlog mensen om zich heen doodschiet. Alleen compassie en onvoorwaardelijke liefde kan jullie en de wonden waaronder jullie lijden, genezen.
Laat je vooroorden en je oordelen over jezelf en je medemens die misdrijven pleegt, varen. Je hebt ze niet meer nodig. Geweldpleging en misdaden komen voort uit ernstige bloedende wonden die nu in deze tijd aan het licht komen om genezen te worden. Heb jezelf lief en stuur je onvoorwaardelijke liefde en compassie naar die broeders en zusters. Jullie zijn allemaal bewust van de kracht van liefde. Kunnen jullie je voorstellen wat er zou kunnen gebeuren als een groep mensen oprechte, onvoorwaardelijke liefde zou sturen naar de lijdende medemens in een ander land die nu wild om zich heen schiet?
Kunnen jullie voorstellen dat deze kracht, de liefde, in staat zou zijn om een oorlog te beëindigen? We zeggen jullie dat dit mogelijk is. Over al niet te lange tijd zullen jullie de kracht van liefde inzetten om de Eenheid op aarde te verankeren. Maar eerst is het van belang dat je met onvoorwaardelijk liefde naar jezelf kan kijken. Omdat als je niet jezelf onvoorwaardelijk lief hebt, het onmogelijk is om niet over je medemens te oordelen, deze te veroordelen of te straffen in plaats van lief te hebben. Richt je aandacht naar je eigen wond, de wond van afgescheidenheid, de pijn en angst die je daardoor voelt, waardoor je in de loop van je leven tot gewelddadige gedachten of daden bent gedreven.
Alleen door de gevolgen van het karmische patroon van geweld bij jezelf te onderkennen en te respecteren is het nu mogelijk om deze voorgoed te transformeren. Meester St. Germain is nu bezig om alle karma dat jullie opgebouwd hebben leven na leven, als gevolg van geweld, op te schonen en te transformeren. Dat betekent dat jullie karmavrij zijn. Maar jullie zijn nog niet verlost van de gewoonte om volgens dat karmische patroon te denken, te voelen en te handelen.
Dat is iets wat jullie zelf de komende tijd zullen doen door middel van bewustwording. We zeggen jullie dat vanaf nu iedere keer dat je jezelf er op betrapt dat je vanuit het karmische patroon van geweld denkt, voelt of handelt, bij jezelf of een ander, je onmiddellijk het patroon kan stopzetten. Dat betekent dat over niet al te lange tijd het karmisch patroon van geweld uit je bewustzijn verdwenen zal zijn.
We vragen jullie nu om je Hogere Zelf te visualiseren als een gouden bal die 6o cm. boven je hoofd zweeft. Stuur vanuit je kruin een energielijn naar je Hogere Zelf. Zodra de lijn daar aangekomen is stuurt je Hoger Zelf zijn antwoord terug: een energielijn naar je hart en vandaar uit terug naar kruin en je Hogere Zelf. Zo zijn jullie met elkaar in een rechte lijn verbonden. Je hoofd, je hart en je Hogere Zelf. Als jullie eenmaal verbonden zijn met je HZ ben je ook in staat om je met ons en Al Wat Is te verbinden. We bedoelen: je bewust worden van de verbinding die altijd is geweest, en IS. Bewust verbinden.
Vanuit deze bewuste verbinding kun je de Eenheid voelen. We nodigen jullie uit om je met ons en Al Wat is te verbinden en we vragen je om vanuit je Hogere Zelf energielijnen te sturen naar broeders en zusters over de hele wereld. Stuur ook je verbindingslijnen naar de natuur, de bomen, de bergen de zeeën en de dieren. Ervaar dit moment van Eenheid. Dat is je nabije toekomst, broeders en zusters. Voortdurend vanuit de staat van Eenheid denken, voelen en handelen. We houden onvoorwaardelijk van jullie,
Ik ben
Michael


.
.
.
.
.
.
Voor de soevereine majesteit van God stond Lucifer als een grote Ster te schitteren. We hebben in de tiende miniatuur gezien, dat de engelen zijn geschapen toen God sprak: “Het worde licht.” Hier worden zij voorgesteld als gouden sterren tegen een zilveren achtergrond.
Dit zilver heeft in de voorgaande miniaturen twee bijzondere betekenissen: het wijst op de almacht van God de Vader, het ondoorgrondelijk licht, maar ook op het licht van het geloof waaraan ieder schepsel zich onderwerpt dat God gehoorzaamt, zowel engel als mens.
Maar de hemelse geesten bleven niet allemaal engelen van het licht. Een aantal onder hen hield op de Goddelijke Schoonheid te aanbidden en keek naar zichzelf. Zij raakten verstrikt in de zonde van de hoogmoed. Daarom werden zij neergeworpen in de afgrond van het Noorden vèr van het aanschijn van God. Hun schittering veranderde in duisternis.
Het licht dat zij verloren werd bestemd voor de gelukzaligen die God mettertijd vormen zou uit het leem der aarde. We merken dat de gouden sterren van de gevallen engelen in een soort kolk naar beneden getrokken worden. Daarbij doven de sterren uit en worden zij meer en meer verduisterd. Door haar eenvoud van compositie, klaarheid van symboliek en harmonie van kleuren is deze miniatuur één van de mooiste van heel de serie.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
Wie het getal twaalf noemt herinnert vanzelfsprekend aan de twaalf zonen van Jacob, de stamvaders van Israël en aan de twaalf discipelen van Jezus. Hieronder een veelvoud van voorbeelden:
We zouden het getal twaalf het best kunnen omschrijven als :
Israël, een volk in zijn geheel met een perfect bestuur!
Het is logisch, dat het getal twaalf ook telkens te voorschijn komt als het gaat over de vertegenwoordiging van het volk. Als de kinderen Israëls na door de Schelfzee getrokken te zijn, in de oase Elim aankomen vinden ze daar niet minder dan twaalf bronnen. Eenzelfde karakter als de twaalf heeft ook zijn verdubbeling de vierentwintig. De priesterschare is verdeeld in vierentwintig afdelingen en er zijn vierentwintig zanggroepen van elk twaalf Levieten. Vierentwintigduizend Levieten houden toezicht op werk in het huis des Heren.
De vermelding van de twaalf manden voor het overgeschoten brood in de geschiedenis van de eerste wonderbare spijziging wordt door velen terecht verstaan als een verwijzing naar de messiaanse maaltijd met het gehele volk.
Als Jezus bij zijn gevangenneming zinspeelt op de mogelijkheid dat twaalf legioenen engelen zullen te hulp komen, dan is dit getal wel gekozen met het oog op de twaalf die bedreigd worden.
Een belangrijke rol speelt het getal twaalf ook in het boek van de Openbaring van Johannes. We horen over de vrouw met de krans van twaalf sterren, de dochter van Sion, het volk Israël of de gemeente van God. Zij is geheel Israël. In de beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem worden twaalf poorten getekend met twaalf engelen en namen, ‘welke zijn die van de twaalf stammen van de kinderen Israëls’. ‘De muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de namen van de twaalf apostelen van het Lam’. Lengte, breedte en hoogte van de stad zijn twaalfduizend stadiën.
In Exodus 25:8,9 lezen we het volgende: ‘En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al het gerei’.
Dit heiligdom heeft in Exodus 27:21 als naam ” tent der samenkomst”. In het latijn heeft het de naam tabernakel. Het woord wordt ook gebruikt voor ‘vaste tijden’.
In Genesis 1:14-16 zegt God:
‘dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijdenals van dagen en jaren’. Die lichten zijn voor de dag de zon en in de nacht de maan en de sterren. Hier zijn de zon, de maan en de sterren dus aanwijzingen voor vaste tijden!
Dus zoals we zagen gaat het in Genesis om de verschijning van zon, maan en sterren op vaste tijden.
In Leviticus 23:2 en 4 lezen we het volgende: Daar zegt God tegen Mozes:
‘De Feesttijden des Heren, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn Feesttijden. Dit zijn de Feesttijden des Heren, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd’.
We zien hier dus dat de vaste tijden ook Feesttijden des Heren zijn, en die Feesttijden vallen op vaste tijden in de loop van het jaar.
God’s feestkalender
Israëls Feesten onderscheiden we als volgt:
Deze vaste Feesttijden leiden tot heilige samenkomsten op de plaats van ontmoeting, zoals God zegt in Exodus 29:42, 43: ‘Ik zal daar samenkomen met de Israëlieten’. “Daar” betreft dan de tent der samenkomst.
Dus eerst zagen we de vaste tijden, die verklaart worden vanuit de hemellichamen (zon, maan en sterren). Vervolgens de vaste tijden, die tegelijk Feesttijden des Heren zijn, en plaatsvinden op precieze data. En al deze betekenissen lopen uit op de plaats van ontmoeting.
Zo kunnen we verstaan dat de tent der samenkomst (tabernakel), vaste tijden van hemellichamen, en vaste tijden van de Feesttijden, drie in het Hebreeuws gelijkluidende termen zijn, die tezamen de bedoeling aangeven, dat het volk Israël zijn God ontmoet op vaste tijden!
Om weer terug te keren naar het hemelse getal 12 stellen we vastdat vanaf de oprichting van de staat Israël op 14 mei 1948 er 3 x 4 {tetrad} dus 12 bloed rode manenzich manifesteerden in het hemels uitspansel op de vaste tijden, de ‘Feesttijden des Heren’.
Als volgt weergeven: Lunar eclipses
We zien hier in de eerste kolom bij de Lunar eclipses 4 opeenvolgende {tetrad} bloed rode manen in de jaren 1949 en 1950 op Passover (Peseach) en Sukkot (Loofhuttenfeest) nadat op 14 mei 1948 de staat Israel werd uitgeroepen.
Vervolgens 4 in de jaren 1967 en 1968 als Jeruzalem op 7 juni 1967 heroverd wordt en nu de ondeelbare hoofdstad van Israel is (Luk. 21:24)!
In 2014 en 2015 was er opnieuw een tetrad te zien zijn van bloed rode manen. Het religieuze jaar begon dan met een totale zonsverduistering op de 1e Nisan, met twee weken later gevolgd door een bloed rode maan op Passover. Het burgelijk jaar opende met een zonsverduistering op de 1e Tishri/RoshHasjana gevolgd door weer een bloed rode maan op Sukkot in 2015.
Geen 4 {tetrad} opeenvolgende bloed rode manen deden zich voor in de 16e – 17e – 18e – en 19e eeuw.
De demonische uitroeiing van een groot deel van het Joodse volk en het schouwspel van een uit alle delen van de wereld naar Palestina/Israël toestromend en onweerstaanbaar oprijzend overblijfsel van Israël, heeft veler ogen weer geopend voor de wonderlijke invloed van de oudtestamentische profetie.
Een moderne staat als Israël belet velen nog verband te leggen tussen de oude profeten en het hedendaagse denken, maar wie de profetie kent weet dat Israël in geloof (Messiaanse gelovigen) terug zal keren om later als volk zijn God (Jesjoea, de Messias) te ontdekken. De terugkeer van Juda uit de verstrooiing is vanouds door alle insiders als de ouverture tot de eindtijd der menselijke geschiedenis beschouwd!
Het theocratisch interim-rijk op aarde, ofwel het messiaanse rijk, is geen christelijk rijk, maar een Christus-rijk,waarin Messias Jesoea (Jezus) mét zijn aan hem verbonden Lichaam, de gemeente, als Koning en Rechter over de dan levende mensheid regeert.
Het apocalyptische visioen van een tijdelijk Godsrijk, waarin de duivelse machten zijn uitgeschakeld en een bepaalde orde in de hemel opgenomen gelovigen met Christus over de volken regeert, plaatst de oudtestamentische profetie over een messiaans rijk in een bepaald nieuwtestamentisch kader en het verklaart vooral de tijdelijke en nog zondige elementen in dit rijk.
De profetie over een messiaans rijk profeteert van het tijdelijke ( 1000 jaar ) naar het eeuwige rijk heen, maar bevat toch elementen van onvolkomenheid, die onmogelijk toepasselijk kunnen zijn op het eeuwige rijk. De mensen zijn er nog sterfelijk, hoewel zij zeer oud worden en een 100-jarige nog een jongeling genoemd wordt (Jes. 65, 20a), er zijn vijanden die zich geveinsd onderwerpen (Zach. 14, 17-19; Ap. 20, 7-10), en mensen kunnen gedood worden om hun zonden (Jes. 65, 20b).
Andere profetieën spreken:
over de tempeldienst te Jeruzalem en een ‘hoeden der heidenen’ met een ‘ijzeren scepter’ (Jes. 66, 21-23; Ps. 2, 9; Ap. 2, 26, 27),
‘Leiders van wetenschap en verstand’ zullen de volken in Godskennis onderrichten (Jer. 3, 15; Jes. 30, 20-21; 11, 9; Hab. 2, 14),
Israel zal het religieus-culturele centrum van dit wereldrijk zijn (Jes. 60, 2, 10-22; 61, 5; 62, 1-2; Zach. 8, 13, 22-23; 14, 16),
Christus is hier de theocratische Koning over de wereld waarin alles aan hem onderworpen is (Ps. 95, 10; Jes. 2, 4; 3, 13; 51, 5; Ap. 2, 26-27; 12, 5; 19, 15),
Zijn gezag is bemiddeld aan de Davidische messias (Jes. 16, 5; 55, 3-4; Jer. 30, 9; Ez. 34, 23-24; 37, 25),
de mensheid leeft onder een wettig regiem (Ps. 9, 9; 67, 5; 95, 10; 96, 10; 98, 9; Jes. 2, 1-5; 42, 1, 15-17; Zach. 14, 16-21).
Men behoeft slechts met enkele trekken het beeld uit deze profetie te schetsen om het onderscheid met de tegenwoordige gemeente van gelovigen en het eeuwige Godsrijk te onderkennen. Het kan alleen ‘geplaatst’ worden in de tijd die volgt op de verschijning van de antichrist (Ap. 20, 1-3 verg. Ap. 12, 9; 13, 1-5, 11-18; verg. Dan. 7, 19-27), en de wederkomst van Christus (2 Thess. 2, 1-4), een historisch tijdperk dat voorafgaat aan het eeuwig Koninkrijk Gods (1 Kor. 15, 23-28).
Het Messiaanse Rijk zal, na een laatste poging van de duivelse machten om Gods heilswerk te vernietigen, overgaan in het eeuwige Volkomen Koninkrijk. Satan, de demonen en de onbekeerden zullen dan voor eeuwig in de vuurpoel gegooid worden.
De korte tijd van de duivelse uitbarsting toont in de eerste plaats de consequente volharding van het kwaad na een 1000 jarige periode van passiviteit (Ap. 20, 1-2, 3, 5, 7), en dienst vervolgens als een laatste selectie onder de dan levende mensheid. Want ondanks de paradijselijke staat waarin de mensheid gedurende het messiaanse rijk op aarde onder leiding van de Messias Jesjoea leeft, zal blijken dat velen zich geveinsd aan deze theocratische wereldorde hebben onderworpen (Ap. 20, 7-8).
De ‘plasregens’ van zegen en kennis van Jahweh (Ik ben die Ik ben – Ex. 3:14) hebben het volkomen Godsrijk op aarde zeer nabij gebracht, maar desondanks zullen bepaalde volken zich toch laten verleiden om dit alles ongedaan te maken. Wanneer deze opzet neergeslagen is en de duivelse machten met hun volgelingen voor eeuwig buiten het Koninkrijk Gods gestoten worden, volgt het laatste oordeel over de doden en wordt het heilsplan voleindigd in de dubbele gestalte van het Koninkrijk Gods: een hemels rijk en een aards rijk.
Deze rijken zijn echter niet gescheiden. Ofschoon het hemels Godsrijk de gehele kosmos omvat, wordt de hemel met de aarde verbonden door de ‘schakel’ van het Nieuwe Jeruzalem, een voor beide rijken gemeenschappelijk ‘centrum’, waar de communicatie plaats vindt ( Ap. 21, 1-5, 10-27; 22, 1-5).
De categorieën als transcendentie en immanentie, eeuwigheid en tijd, heden en toekomst, hemel en aarde, gemeente en wereld, gemeente en Israël, zijn in de structuur van het Koninkrijk Gods dus geen tegenstellingen die elkaar uitsluiten, maar elkander inhoudende, insluitende en aanvullende elementen!
Samenvattend kunnen wij het Koninkrijk Gods in zijn wijdste betekenis omschrijven als dat deel der schepping, dat Hij zich eeuwig toeeigent. Een deel van de schepping staat ‘tegenover God’, zowel in de mensenwereld als in de wereld van kosmische machten. Ook dit deel is ‘eigendom’ van de schepper. Het kan uitsluitend door de scheppingskracht van God bestaan, maar na de afsluiting van het heilproces is het gedoemd voor eeuwig ‘buiten’ God en zijn Rijk te bestaan. Het is het ‘niets’ buiten God, zoals een schaduw ook ‘niets’ is maar toch ‘bestaat’.
Datgene wat in de schepping beantwoordt aan de liefde Gods is het Koninkrijk Gods en als het voltooid is, is ook aan de zin van de schepping voldaan.
De mens is ooit geopenbaard dat hij het gezag zal hebben over al de schepselen op aarde. Dit gezag valt hem toe als hij de volkomen mens is geworden, het beeld en de gelijkenis van de Volkomen Mens in God. Evenals in de engelenwereld scheidt zich een deel van de mensheid af om uiteindelijk in eeuwige Gods vijandigheid buiten het Koninkrijk Gods te verteren. Het deel dat God in liefde volgt is evenwel niet eenvormig en van gelijke hoedanigheid. Er zijn ‘niveaus’ en ‘geledingen’ in de volkomen mensheid. Zij die positief reageren op de openbaring Gods worden wel allen volkomen mens, maar niet alle in gelijke ‘rang’ of hoedanigheid. Men krijgt wat men verdient.
Voor het aardse rijk zijn alle heidenen bestemd die niet tot de gemeente ofwel het Lichaam van Jesjoea behoren, maar wél in het Boek des Levens bij het Laatste Oordeel worden gevonden (Ap. 20, 11-15).
Het Koninkrijk der hemelen ofwel het Messiaanse rijk is de erfenis van allen die tot het Lichaam van Jesjoea behoren en allen die in het anti-christelijke tijdperk uit de grote verdrukking de Messias alsnog hebben aangenomen (Ap. 7, 9-17), waaronder ook de ‘verzegelden’ uit het overblijfsel van Israël in die dagen (Ap. 14, 1-5 verg. Ap. 7, 1-8).
‘Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de Heere komt, die grote en ontzagwekkende’ (Joel 2:30-31; Hand. 2:16-21).
Eerst begint Hildegard te spreken over God zelf, die woont in het Oosten. Zij ziet een hoog oprijzende rots van ijzerkleur, hier als van bovenaf gezien voorgesteld door blauwe en witte cirkels. Baillet meent dat de cirkel de rots van bovenaf gezien voorstelt. Keller gaat nog verder en vermoedt dat de blauwwitte kleur de wolk is die volgens Hildegard boven die rots hing. In ieder geval kan men deze cirkel zien als een hardstenen kei, zo groot dat hij de indruk maakt van een bol.
Daarboven zweeft een witte wolk, hier voorgesteld als aan bloem, waarop de troon van God staat net zoals Boeddha zit op een lotusbloem. Hiltgart Keller heeft een verklaring om deze omhoog gerichte bruine, halve bol met meniekleurige golven die versierd zijn met witte lijnen en zwarte randen.
Zij ziet hierin niet een witte wolk, maar de in de Scivias-tekst beschreven vuurkleurige glans van steen en staal. Het is de glans die na de val van de engelen, voorgesteld als uitdovende vallende sterren, terugkeert naar de troon van de Schepper.
De grote lichtcirkel rondom de Schepper is als een mandorla. Een mandorla is een amandelvormige figuur, waarin vaak Christus of een heilige wordt afgebeeld. Deze is eveneens bruinrood en menierood van kleur en met witte golflijnen. Hoe dan ook, de verklaring zegt dat de rots de Vreze des Heren is, de grondslag van alle bovennatuurlijke kennis.
Hoe dan ook ziet Hildegard boven de rots een witte wolk zweven als beeld van de gave der Wijsheid. Als ons gezegd wordt dat op die wolk Gods troon staat, roept het geheel sterke herinneringen op aan de Godsverschijning op de berg Sinaï in het Oosten.
De voorstelling van God toont verwantschap met de Pantokrator van de mozaïeken in de oude basilieken. De term Pantokrator is afkomstig uit de Griekse vertaling van de joods-christelijke Bijbel, het Oude Testament en het Nieuwe Testament en is een aanduiding voor God. De nadruk ligt op de universaliteit en de almacht die aan God worden toegeschreven.
We kunnen niet direct zien of het om God de Vader gaat of om Christus, maar er staat in het Evangelie: “Wie Mij (Christus) ziet, ziet de Vader”
Een apart detail valt nog op te merken: op de borst van het Godsbeeld zien we een gouden schild waarover een bruine band loopt als een pallium. Een pallium is vaak cirkelvormig en wordt gedragen om de hals en over de kazuifel en heeft twee afhangende banden aan de voor- en achterkant. De witte band is voorzien van zwarte kruisen.
Volgens de tekst is dit het leem dat God op zijn hart draagt. Dit geeft de eeuwige verlossende Voorzienigheid aan, waardoor God de zondige mens kent en hem verlossen wil uit de modder van de ondeugd. De edelstenen, die de leem omlijsten, zijn de martelaren, maagden, belijders en ook de boetvaardigen. De Eeuwige heeft hen allen voorbestemd om de engelen te vervangen die Lucifer in zijn val had meegesleurd.
De term shariah wordt in twee verschillende betekenissen gebruikt: enerzijds het theorethisch islamitisch wettelijk model en anderzijds een door mensen gemaakte wet waarvan er uiteenlopende versies kunnen zijn.
De Shariah (letterlijk: het pad naar leven-gevend water) is het geheel van de islamitische wetten, die over alle aspecten van het leven van een moslim handelt zoals de dagelijkse activiteiten tot spirituele zaken, strafrecht, familierecht, economie, dierenrechten enz. Ook ecologie heeft een prominente plaats in de islam: een achtste van de Koranische verzen handelen erover.
Het betreft een theoretisch, richtinggevend model. Niets in de koran verplicht moslims ertoe de shariah in te voeren. De koran bevat immers geen blauwdruk van een islamitische staat. De Koran geeft moslims de opdracht een voor iedereen (moslims en niet-moslims) rechtvaardige samenleving na te streven, maar het staat hen vrij de staat te organiseren zoals ze dat zelf verkiezen (met dien verstande dat de koran een dictatuur en theocratie uitsluit).
De shariah kan slechts ingevoerd worden wanneer een meerderheid van de bevolking dat zo wil. Wanneer men de shariah vertaalt in een concrete wet, is dat niet langer de theoretische shariah, maar een eigen plaatselijke concretisatie daarvan en dus in die zin een secularisering van de wet. Een concreet wettelijk stelsel wordt immers door mensen gemaakt en niet door God. Omdat het een door mensen opgestelde verwezenlijking is, kunnen er dus ook verschillende versies van de shariah zijn.
Er bestaan onder islamgeleerden grote meningsverschillen over het al dan niet wenselijk zijn van het invoeren van de shariah. Veel geleerden zijn de mening toegedaan dat eerst het maatschappelijk doel van de islam gerealiseerd moet zijn en dat er dan pas de shariah kan ingevoerd worden om deze rechtvaardige samenleving te beschermen. Nog anderen stellen dat de shariah gewoon niet kan ingevoerd worden, maar enkel een theoretisch richtinggevend model is.
Het is een groot misverstand te denken dat, wanneer de shariah ingevoerd wordt, alle mensen zich moeten bekeren tot de islam. Het is immers integendeel zo dat de koran aan iedereen godsdienstvrijheid garandeert. Bij het invoeren van de shariah zouden niet-moslims, bij overtredingen van de wet, mogen kiezen of zij door een islamitische rechtbank dan wel door een burgerlijke rechtbank willen gevonnist worden. Andere religies mogen dan ook hun eigen rechtbanken inrichten voor zaken die eigen zijn aan hun geloof, zoals familierecht (erfenissen, huwelijken enz).
In veruit de meeste moslimlanden geldt geen lokale versie van de shariah. In de meeste moslimlanden geldt immers een burgerlijk recht of een gemengd stelsel van burgerlijk recht, gewoonterecht, soms met een aantal aspecten van islamitisch recht.
Deze bronnen moeten in bovenstaande volgorde aangewend worden. Dit wil zeggen: een besluit over om het even welke zaak wordt eerst en vooral gebaseerd op de Koran,dan op de Sunnah. Als er geen uitspraak kan volgen op die basis, dan moeten islamitische geleerden de zaak bekijken en onderzoeken en zo tot een uitspraak komen.
De shariah is geen absolute wet. De islam schuwt immers extremen. Zo stelt de koran dat men bepaalde voedingsmiddelen niet mag eten. Men mag toch het verboden voedsel eten als er niets anders aanwezig is dan het verboden voedsel. In de islam is er een rechtsregel die zegt dat nood de wet versoepelt.
Een wisselwerking van beloning van het wenselijke of verplichte enerzijds, en bestraffing van het onwenselijke anderzijds, zorgt ervoor dat een moslim er alle belang bij heeft de wettelijke richtlijnen te volgen. Het levert hem immers een beloning op, zo niet in het huidige leven, dan in het hiernamaals.
De Islam gelooft niet in de erfzonde. Het eigen gedrag en de verantwoordelijkheid daarvoor staat in de islam centraal. Het is op basis van het eigen gedrag en de mate waarin men zich aan de goddelijke leidraad gehouden heeft dat men op de Oordeelsdag beoordeeld zal worden. De “kerk” waartoe men behoort is daarbij niet essentieel, wel of men het goede gedaan heeft. Een ‘goede’ christen of jood kan volgens de islam dus ook tot het paradijs toegelaten worden, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.
Moslims geloven dat gedurende het leven van elk persoon alle daden opgeschreven worden door twee Engelen. De Engel aan de rechter kant noteert voor elke goede daad direct +10 punten, terwijl de Engel aan de linkerzijde bij het doen van slechte daden wat aarzelt en pas als we doorzetten de slechte daad noteert voor -1 punt. Het is één van de vele voorbeelden waaruit volgens de islam de genade en liefde van God blijkt. God beloont het goede vele malen meer dan Hij het slechte bestraft.
Dit systeem van positieve bekrachtiging van het goede en het wenselijke en van bestraffing van het verbodene en onwenselijke, vinden we in het hele islamitisch stelsel terug, niet alleen met het oog op het eeuwig leven in het hiernamaals, maar ook met betrekking tot economie, ecologie enz.
Volledigheidshalve voegen we hieraan toe dat wanneer moslims zich in een niet-islamitisch land bevinden, zij vanuit de islam verplicht zijn zich te houden aan de wetten van het land waarin zij zich bevinden.

