Tagarchief: insecten

Peterselie olie

Standaard

Categorie: Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Peterselie olie

 

Eigenschappen

Deze peterselie olie is zeer gezond, lekker en makkelijk te maken. Iedereen kent wel de peterselie, die vaak wordt gebruikt als garnering. Maar wist je dat peterselie een enorm gezonde plant is en dat je er een heerlijke kruidenolie mee kan maken. Deze peterselie olie wordt gemaakt met druivenpitolie.

Druivenpitolie is niet alleen geschikt voor huidverzorgingsproducten en massage maar het is ook een smakelijke spijsolie voor salades en rauwkost gerechten, de olie bevat bovendien meerdere mineralen en een hoog gehalte vitamine E.

Peterselie is naast een geneeskrachtig kruid en een gezonde bron van voedingsstoffen ook een krachtige ontgifter.

Bij veel natuurgeneeswijzen wordt peterselie gebruikt als een natuurlijk vochtafdrijvend middel dat het plassen stimuleert.

Peterselie bevordert ook de spijsvertering.

Het hoge chlorofyl gehalte in peterselie helpt bovendien om het bloed te reinigen waardoor met name de nieren en lever, maar bijvoorbeeld ook de blaas en het lymfesysteem, worden opgeschoond. Een kruid om dus vaker te gebruiken.

Peterselie kan je ook goed gebruiken in je groene smoothies en als smaakmaker in vele recepten.

 

 

Dit heb je nodig voor je peterselie olie recept:

 

Neem hiervoor 1/2 bosje platte peterselie, wassen en heel goed afdrogen. Er mag geen vocht meer aan de peterselie zitten want dan kan je olie bederven.

Vaak kan je peterselie goedkoop kopen bij de Turkse winkel of je kweekt je eigen peterselie. Dat kan makkelijk in potten op het terras, balkon of in de vensterbank.

100 ml. biologische druivenpitolie (of sesamolie of olijfolie)

Haal de blaadjes van de peterselie en doe deze in een in een lege, schone, glazen pot, voeg 1 tl. zout toe en vul de pot met de olie, Sluit de pot en even goed schudden.

Laat dit mengsel nu 3 weken trekken op een warme, lichte plaats (geen zonlicht), wel elke dag even schudden om de peterselie en olie goed te laten vermengen.

Na 3 weken giet je de olie door een fijne zeef of koffiefilter (koffiefilter goed uitpersen zodat je alle olie eruit haalt) in een schoon mooi flesje en is je peterselie olie klaar.

De peterselieolie smaakt heerlijk over salade en bij (zelf gekweekte) tomaten. Bewaar de olie in de koelkast dan is hij zo,n 2 maanden houdbaar.

Ook ideaal bij muggenbulten of andere insecten bulten. Insmeren met een beetje peterselie olie en de jeuk verdwijnt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste hulp bij insectenbeten

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

De zomerzon lokt ons massaal naar buiten, maar trekt ook minder aangename gasten aan: insecten! Iedereen krijgt dan ook vroeg of laat te maken met een insectensteek. Meestal zorgt dit voor een voorbijgaand ongemak, maar een ernstige reactie is ook mogelijk.

 

.
.
.
Een insectensteek is een kleine huidwonde die veroorzaakt wordt door een stekend insect (bijv. een mug, bij of wesp). Vaak is een insectensteek onschuldig en zorgt hij enkel voor wat licht ongemak. Wanneer je verschillende keren gestoken wordt, kan de ingespoten hoeveelheid gif echter voldoende zijn om een zeer ernstige reactie uit te lokken. Eén steek in de mond- of keelholte kan eveneens levensbedreigend zijn, omdat de zwelling de luchtweg kan belemmeren.

Bij een slachtoffer dat overgevoelig is voor insectengif, kan zich een allergische reactie voordoen die kan leiden tot shock en zelfs tot de dood! Meestal treedt er dus een onschuldige, plaatselijke reactie op: zwelling, roodheid, jeuk of wat pijn. Bij een ernstige reactie zijn bovenstaande symptomen in een meer uitgesproken vorm aanwezig en meer verspreid over het hele lichaam. Hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en diarree kunnen ook voorkomen, net als ademhalingsmoeilijkheden, slikproblemen en bewustzijnsverlies.

.

Een persoon met een (al dan niet gevaarlijke) insectensteek, verzorg je als volgt:

.

• Stel het slachtoffer gerust.
• Wanneer de angel nog in de huid steekt, gebruik dan je vingernagel of de botte kant van een mes om de angel weg te schrapen. Doe dit steeds door van onder de insteekplaats naar boven te drukken en te glijden. Gebruik geen pincet, want hiermee zou je het achtergebleven gifzakje kunnen samendrukken. Op die manier kan het resterende gif in de bloedsomloop terecht komen.
• Koel de plaats van de insectensteek met ijs om zwelling, jeuk en pijn te beperken. Je kan hiervoor ook een koelzakje gebruiken. Een jeukwerende lotion of zalf kan ook verlichting brengen.
• Laat het slachtoffer op ijs zuigen of de mond koelen met koud water als hij gestoken werd in de mond- of keelholte. Zo verminder je de kans op zwelling.
• Breng het slachtoffer in een halfzittende houding als hij allergisch reageert en onwel wordt. Dit vergemakkelijkt het ademen.

.

Alarmeer de hulpdiensten als:

.

• het slachtoffer overgevoelig is voor insectengif en onwel wordt.
• het slachtoffer gestoken werd in de mond- of keelholte.

.

Verwijs het slachtoffer door naar een arts of ziekenhuis als:

.

• je de achtergebleven angel niet zelf kan verwijderen.
• het slachtoffer zich na de steek steeds slechter begint te voelen.

Wist je dat een bij haar angel en gifzakje verliest bij een steek. Ze sterft dan ook kort nadien. Een wesp daarentegen trekt haar angel weer in. Zij kan dus meerdere keren na elkaar steken.

.

Met volgende eenvoudige tips kan je insectensteken voorkomen:

.

• Gebruik insectenwerende middelen, zeker als je al eens allergisch reageerde.
• Giet frisdrank altijd in een glas zodat je kan zien dat er een insect in zit.
• Zorg ervoor dat je geen insecten aantrekt met bijv. zoete dranken of een lichtbron.
• Sla niet naar insecten, daardoor worden ze agressief en is de kans op een steek groter.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Moerasandoorn : Stachys palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de roze/lila aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande lipbloemen en
– langwerpige tot lancetvormige behaarde bladeren

 

.

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasandoorn is een zeer algemeen voorkomende zwak geurende overblijvende plant. Ze wordt 30 tot 80 (120) cm hoog en groeit op vochtige, voedselrijke plaatsen aan oevers van rivieren en sloten, in drassige graslanden en lichte moerasbossen.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus (soms tot oktober) met roze/lila lipbloemen, waarvan de onderlip een donkere tekening heeft (honingmerk). De bloemen staan met 4 tot 10 bloemen in schijnkransen aan het einde van de stengel in een aarvormige bloeiwijze. De bloemen worden door veel insecten bezocht, zowel voor het stuifmeel als voor de nectar.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan paarsgewijs om de stengel, de onderste zijn heel kort gesteeld, de middelste en bovenste zittend of half stengelomvattend. Ze zijn langwerpig van vorm tot 15 cm lang en behaard. Ook de stengel en de bloemkelken zijn behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd moerasandoorn gebruikt als geneesmiddel voor sneden en wonden. De bladeren hebben een ontsmettende werking.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosandoorn : donker roodpaarse bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : roze bloemen (zelden wit), bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 

 

 

stinkende ballote : lichtpaarse bloemen (zelden wit), bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

 

Zowel watermunt als wolfspoot behoren tot de dezelfde familie als moerasandoorn (Lamiaceae). Toch lijkt moerasandoorn op afstand meer op de grote kattenstaart. Beiden groeien aan de waterkant met aarvormige bloeiwijzen. Grote kattenstaart bloeit echter uitbundiger, heeft geen lipbloemen, maar stervormige bloemen en de bloemen zijn feller van kleur.

 

 

watermunt

 

 

wolfspoot

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 80 (120) cm hoog

Bloem
– roze, lila (zelden wit)
– juli en augustus (oktober)
– schijnkrans
– 14 tot 18 mm
– lipbloemen
– 3-delige onderlip met donkere   tekening
– behaarde kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet zwak hartvormig of afgerond
– netnervig
– onderste kort gesteeld
– bovenste zittend of half   stengelomvattend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Late guldenroede : Solidago gigantea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de gele pluimen met gebogen zijtakken en
– stengels, die alleen in de bloeiwijze behaard zijn en
– bladeren zonder duidelijke zij-nerven

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Late guldenroede is een overblijvende, algemeen voorkomende plant oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Late guldenroede groeit op natte tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond aan rivieroevers en op onbebouwde terreinen. Ze is een echte woekeraar en vormt grote bestanden. De plant kan tot 1,50 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot in de herfst met kleine gele bloemhoofdjes, die in brede pluimen gerangschikt zitten. De brede pluimen hebben gebogen zijtakken. De bloemen produceren veel nectar en trekken dan ook veel insecten aan, zoals vliegen, dag- en nachtvlinders, bijen, hommels en wespen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste en bovenste bladeren zijn nagenoeg gelijk aan elkaar. Ze zijn lancetvormig, de bovenkant is kaal, de onderkant is blauwgroen en kaal of alleen behaard op de midden-nerf en aan de randen. Ze hebben niet twee duidelijke zij-nerven, zoals de bladeren van Canadese guldenroede. Alleen in de bloeiwijze is de groene of rood aangelopen stengel behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Zowel in de kruidengeneeskunde als in de homeopathie worden alle guldenroedes gebruikt vanwege de ontstekingremmende en urine afdrijvende eigenschappen.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

late guldenroede : pluimen met gebogen zijtakken, stengel alleen behaard in de bloeiwijze, onderkant bladeren blauwgroen en kaal of alleen midden-nerf en randen behaard, alle bladeren ongeveer gelijk.

 

 

 

 

 

 

 

echte guldenroede : pluimen met korte, rechte zijtakken, onderste bladeren groter dan bovenste, op de rode lijst.

 

 

 

 

 

 

Canadese guldenroede : pluimen met gebogen zijtakken, stengel tenminste vanaf het midden behaard, onderkant bladeren groen en behaard, alle bladeren ongeveer gelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 50 tot 150 hoog

Bloem
– goudgeel
– juli tot in de herfst
– hoofdjes in pluimen
– 6 tot 8 mm
– buis- en straalbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits of toegespitst
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– onderkant blauwgroen

Stengel
– rechtop
– kaal, in de bloeiwijze behaard
– soms rood aangelopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zachte lenteweer ideaal voor muggen

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Zachte lenteweer ideaal voor muggen

 

 

 

 

De combinatie van hoge temperaturen en voldoende vochtigheid zijn ideale omstandigheden voor de ontwikkeling van insecten en dus ook muggen. Dat is vernomen van insectendeskundige Patrick Grootaert, hoofd van het departement Entomologie van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

‘Insecten staan er zeer goed voor, en als het weer hetzelfde blijft, dan mogen we ons aan meer muggen dan normaal verwachten’, zegt Grootaert. ‘Vooral het lenteweer is bepalend voor de onmiddellijke toekomst. De eitjes zijn gelegd en de larven ontwikkelen zich momenteel in stilstaand water. Door de echt hoge dagtemperaturen -normaal schommelen die onder de vijftien graden- groeien de larven snel en ontwikkelen de muggen zich iets vroeger dan normaal.’ Toch houdt Grootaert nog een slag om de arm als het weer omslaat.

Dat ook de winter zacht was, is dan weer slechter voor insecten. ‘Zachte winters zijn doorgaans slechter dan koude winters, want dan krijgen insecten last van schimmels die op de dieren parasiteren. Een winter met vriesweer is noodzakelijk om die schimmels te onderdrukken.’

Het is verder nog te vroeg om te voorspellen of er veel wespen zullen opduiken. Terwijl regen noodzakelijk is om de larven van muggen tot ontwikkeling te brengen, is droog weer net ideaal voor de voorplanting van wespen, want de helft van hen legt eitjes in verlaten konijnenpijpen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Eerste hulp bij insectenbeten

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

De zomerzon lokt ons massaal naar buiten, maar trekt ook minder aangename gasten aan: insecten! Iedereen krijgt dan ook vroeg of laat te maken met een insectensteek. Meestal zorgt dit voor een voorbijgaand ongemak, maar een ernstige reactie is ook mogelijk.

 

.
.
.
Een insectensteek is een kleine huidwonde die veroorzaakt wordt door een stekend insect (bijv. een mug, bij of wesp). Vaak is een insectensteek onschuldig en zorgt hij enkel voor wat licht ongemak. Wanneer je verschillende keren gestoken wordt, kan de ingespoten hoeveelheid gif echter voldoende zijn om een zeer ernstige reactie uit te lokken. Eén steek in de mond- of keelholte kan eveneens levensbedreigend zijn, omdat de zwelling de luchtweg kan belemmeren.

Bij een slachtoffer dat overgevoelig is voor insectengif, kan zich een allergische reactie voordoen die kan leiden tot shock en zelfs tot de dood! Meestal treedt er dus een onschuldige, plaatselijke reactie op: zwelling, roodheid, jeuk of wat pijn. Bij een ernstige reactie zijn bovenstaande symptomen in een meer uitgesproken vorm aanwezig en meer verspreid over het hele lichaam. Hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en diarree kunnen ook voorkomen, net als ademhalingsmoeilijkheden, slikproblemen en bewustzijnsverlies.

.

Een persoon met een (al dan niet gevaarlijke) insectensteek, verzorg je als volgt:

.

• Stel het slachtoffer gerust.
• Wanneer de angel nog in de huid steekt, gebruik dan je vingernagel of de botte kant van een mes om de angel weg te schrapen. Doe dit steeds door van onder de insteekplaats naar boven te drukken en te glijden. Gebruik geen pincet, want hiermee zou je het achtergebleven gifzakje kunnen samendrukken. Op die manier kan het resterende gif in de bloedsomloop terecht komen.
• Koel de plaats van de insectensteek met ijs om zwelling, jeuk en pijn te beperken. Je kan hiervoor ook een koelzakje gebruiken. Een jeukwerende lotion of zalf kan ook verlichting brengen.
• Laat het slachtoffer op ijs zuigen of de mond koelen met koud water als hij gestoken werd in de mond- of keelholte. Zo verminder je de kans op zwelling.
• Breng het slachtoffer in een halfzittende houding als hij allergisch reageert en onwel wordt. Dit vergemakkelijkt het ademen.

.

Alarmeer de hulpdiensten als:

.

• het slachtoffer overgevoelig is voor insectengif en onwel wordt.
• het slachtoffer gestoken werd in de mond- of keelholte.

.

Verwijs het slachtoffer door naar een arts of ziekenhuis als:

.

• je de achtergebleven angel niet zelf kan verwijderen.
• het slachtoffer zich na de steek steeds slechter begint te voelen.

Wist je dat een bij haar angel en gifzakje verliest bij een steek. Ze sterft dan ook kort nadien. Een wesp daarentegen trekt haar angel weer in. Zij kan dus meerdere keren na elkaar steken.

.

Met volgende eenvoudige tips kan je insectensteken voorkomen:

.

• Gebruik insectenwerende middelen, zeker als je al eens allergisch reageerde.
• Giet frisdrank altijd in een glas zodat je kan zien dat er een insect in zit.
• Zorg ervoor dat je geen insecten aantrekt met bijv. zoete dranken of een lichtbron.
• Sla niet naar insecten, daardoor worden ze agressief en is de kans op een steek groter.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Wilde kamperfoelie : Lonicera periclymenum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de trossen lange, smalle bloemen met ver uitstekende meeldraden,
– roze, (room)wit en geel gekleurd (of een combinatie hiervan),
– aan een klimmende plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde kamperfoelie is een overblijvende plant, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op natte tot droge, vrij zure, matig voedselrijke grond in bossen, struikgewas, moerassen en aan slootwallen, in de duinen vaak op de grond liggend. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde kamperfoelie bloeit vanaf juni tot en met oktober. De bloemen vormen een gesteelde, hoofdjes-achtige bloeiwijze; het zijn een aantal kransen dicht op elkaar, gescheiden door kleine schutbladen. Vooral in de avond verspreiden de bloemen een heerlijke, zoete geur. Jonge bloemen zijn (room)wit, oudere bloemen worden geel. Bloemen en knoppen in de zon lopen vaak rozerood aan.

De bloemen hebben een lange kroonbuis, waarin zich de nectar bevindt. De ongedeelde onderlip en de bredere, 4-spletige bovenlip krommen zich ver achterwaarts, waardoor de bloemen een landingsplaats voor insecten missen. Ze worden daarom voornamelijk bezocht door nachtvlinders, die voor de bloem in de lucht blijven hangen en met hun lange tong de nectar uit de kroonbuis opzuigen.,De kelkbladen, de schutbladen, de jonge takken en de buitenkant van de bloemen zijn met klierharen behaard.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn eirond en kortgesteeld, bovenzijde groen, onderzijde grijs-groen. De stengel windt zich om de takken van struiken als meidoorn en duinroosje of draaien om elkaar. Bij gebrek aan steun liggen de stengels op de grond. Ze kunnen tot 10 meter lang worden. Vaak zijn ze rood-paars verkleurd. Jonge bladeren en takken hebben een lichte beharing, die na verloop van tijd verdwijnt.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De bessen verkleuren van groen naar prachtig, mat glanzend rood. Ze dragen de resten van de kelk als een donker kroontje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

Tartaarse kamperfoelie : 2 bloemen op 1 steel in de bladoksels, bloemen roze, rood of wit, buitenkant bloemkroon kaal.

 

 

 

 

 

 

Rode kamperfoelie : 2 bloemen op 1 steel in de bladoksels, bloemen geelwit, buitenkant bloemkroon viltig behaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tuinkamperfoelie : ongesteelde bloeiwijze, bladeren van bloeiende takken aan de voet tot een schoteltje vergroeid, geurend, zelden verwilderd.

 

 

 

 

 

 

Wilde kamperfoelie : gesteelde bloeiwijze, bladeren van bloeiende takken aan de voet niet vergroeid, geurend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeldzaam
– tot 3,00 meter

Bloem
– wit, geel, roze, rood
– vanaf juni t/m oktober
– gesteeld hoofdje
– 4 tot 5 cm
– buisvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– neer- of overhangend, windend
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Schijfkamille : Matricaria discoidea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de groengele ei-ronde bloemhoofdjes zonder straalbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Schijfkamille is een zeer algemeen voorkomende eenjarige plant met een duidelijke geur en een gedrongen bouw. Ze groeit op vochtige tot droge, betreden of omgewerkte grond, zoals in bermen, wegranden en tussen bestrating. Ze wordt 5 tot 30 cm hoog.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met november. De kort gesteelde, groengele bloemhoofdjes zijn ei-rond en bestaan uit talrijke kleine, vier-tandige buisbloemen. De straalbloemen ontbreken. Daardoor trekt ze weinig insecten aan en is ze voornamelijk aangewezen op zelfbestuiving.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 30 cm

Bloem
– groengeel
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdje
– 5 tot 10 mm
– alleen buisbloemen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– iets vlezig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reuzenberenklauw : Heracleum mantegazzianum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de enorm grote, witte bloemschermen, soms tot 50 cm in doorsnede

 

 

 

 

 

Algemeen

 

De indrukwekkende reuzenberenklauw, ook wel Perzische berenklauw genoemd, is vanuit Zuidwest-Azie in de 19e eeuw naar Europa gebracht als sierplant. Op veel plaatsen is de plant verwilderd. Het is een overblijvende (vaak tweejarige) plant, die algemeen voorkomend in stedelijke gebieden. Elders is ze zeldzaam. Ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke grond in bermen, tuinen, plantsoenen en struikgewas. Afhankelijk van de standplaats kan ze tot 3 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Reuzenberenklauw bloeit vanaf juni tot en met september met een variabel aantal schermen witte bloemetjes. De schermen bestaan uit 50 tot 150 deelschermen. De buitenste bloemen in een deelscherm zijn vergroot en asymmetrisch. De bloemen geuren naar anijs en zijn heel aantrekkelijk voor insecten. In de winter gebruiken de insecten de plant om te overwinteren in de holle stengels.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De grote bladeren bevatten furanocumarine, een sterk geurende, vluchtige olie die de huid overgevoelig maakt voor ultraviolette straling, waardoor ontstekingen en brandwonden ontstaan. In het vroege voorjaar, als de zaden ontkiemen, zullen door de omvang en de enorme groeikracht van de plant andere planten geen kans krijgen en ontstaat er al snel een bos. Reuzenberenklauw is nauwelijks te beteugelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met witte bloemschermen

 

Er zijn veel planten met witte bloemschermen. Zie voor vergelijking en herkenning van de algemeen voorkomende soorten, die groeien in graslanden, akkers, bermen, langs heggen en bosranden de pagina “Sleutel algemene witte schermbloemigen“.

 

 

 

 

 

Algemeen


– 
schermbloemenfamilie (Apiaceae)

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 2 tot 3 meter

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m september
– meervoudig scherm
– stervormig
– 8 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervormig oneven
– top spits
– rand getand
– voet half stengelomvattend
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rood gevlekt
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 Poelruit : Thalictrum flavum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de op lange, onvertakte stengels staande lichtgele, geurende pluimen van dicht op elkaar staande bloemen met lange meeldraden

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Poelruit is een overblijvende plant, die groeit op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, langs rivieren, in drassige graslanden, in grienden en moerassen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Poelruit bloeit in juni en juli met lichtgele, geurende pluimen. Bij nader bekijken blijken de bloeiende pluimen voornamelijk te bestaan uit lange meeldraden; die geven de pluimen hun kleur. Elke bloem heeft vier, smalle, groenig witte bloemdekbladen, die vrij snel afvallen. De knoppen zijn lichtgroen. De geurende bloemen bevatten geen nectar. Bezoekende insecten verzamelen stuifmeel en zorgen voor de bestuiving.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langer dan breed, 2- tot 3-voudig oneven geveerd. De deelblaadjes zijn handvormig en aan de onderkant grijsgroen met uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Poelruit wordt in de kruidengeneeskunde gebruikt als laxeermiddel.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Op afstand lijkt de bloeiwijze van moerasspirea op die van poelruit; de pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes

 

 

moerasspirea

 

 

 

blad moerasspirea

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 45 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel, wit, groen
– juni en juli
– pluim
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 10 tot 20 meeldraden
– 10 tot 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rond en geribd

zie wilde bloemen