Tagarchief: loofbossen

Kruipend zenegroen : Ajuga reptans

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

kruipend-zenegroen

 

 

Goed te herkennen aan
– de blauwpaarse, donker geaderde lipbloemen in de bladoksels aan het einde van de stengels en
– de spatelvormige bladeren met golvende of gave rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kruipend zenegroen is een overblijvende plant van 5 tot 40 cm hoog. Ze groeit op natte tot matig vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen, beekdalgraslanden, op lemige heide en in laag duingrasland. Ze wordt ook aangeboden als tuinplant.

Ze heeft bebladerde, bovengrondse uitlopers, die wortelen op de knopen en ze vormt daar nieuwe planten; ze groeit in groepen en kan op grazige plaatsen uitgestrekte bestanden vormen. Ze is algemeen in het oosten, midden en zuiden van het land en in de duingebieden, elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kruipend zenegroen bloeit vanaf april tot en met juni. De bloeiwijze is een schijnaar en bestaat uit 3 tot 10 schijnkransen, die op hun beurt weer uit 6 tot 10 bloemen bestaan. De bloemen zijn blauwpaars (zelden roze of wit) en hebben donkere aders. De bovenlip is gereduceerd tot twee puntige slipjes. De onderlip bestaat uit 2 kleine zijlobben en een grotere, uitgerande middenlob.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn bovenin afwisselend aan twee zijden zacht behaard, soms rondom. Het onderste gedeelte van de stengel is (vrijwel) kaal. De onderste bladeren zijn spatelvormig en gesteeld. Ze vormen een rozet. De stengelbladeren zijn ovaal tot omgekeerd eirond en worden naar boven toe steeds kleiner; de bovenste zijn kleiner dan de bloem en ze zijn vaak donker paarsrood verkleurd.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd kruipend zenegroen gebruikt in de homeopathie als middel tegen reuma en ontstekingen in de mond.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 5 tot 40 cm

Bloem
– blauwpaars, zelden roze of wit
– vanaf april t/m juni
– schijnkrans
– lipbloem
– 10 tot 17 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– enkelvoudig
– top stomp
– rand gaaf of zwak golvend
– veernervig
– onderste :
– rozet
– spatelvormig
– voet wigvormig
– bovenste :
– kruisgewijs tegenoverstaand
– ovaal of omgekeerd eirond
– voet wigvormig

Stengel
– liggend en opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Onkruid soorten in ons land – letter S

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

 

De Schermbloemigen met fijn verdeelde bladeren (Umbelliferae)

 

Deze schermbloemigen vormen een charmante groep planten, die op hun mooist uitkomen wanneer ze in de wegberm of op een dijk groeien waar ze uitsteken boven de andere begroeiing. Fluitenkruid heeft niet voor niets de bijnaam ‘Hollands kant’. Zelfs wanneer deze planten de tuin binnendringen hoeft men dat niet te betreuren. Hun diep uit de grond voedsel halende penwortels brengen namelijk waardevolle mineralen naar boven waardoor die ook voor ondiep wortelende planten ter beschikking komen. Zorg er echter wel voor dat deze onkruiden niet tot zaadvorming komen: Wilde peen bijvoorbeeld brengt per plant ongeveer 4000 zaden voort en 4000 penen is wel wat veel van het goede.

 

 

Fluitekruid

 

FLUITEKRUID (Anthriscus sylvestris) is een overblijvende plant van 0,60 tot 1,50 meter hoog, met wijd vertakte ondergrondse stengels, die binnen korte tijd een flink stuk grond in beslag kunnen nemen. De zachte, heldergroene bladeren staan afwisselend, zijn tot 30 cm lang en 2-3 maal geveerd met ruw gezaagde randen. Ze komen tevoorschijn uit gegroefde scheden op de holle, eveneens van groeven voorziene stengels, die aan de onderkant donzig behaard zijn en aan de bovenkant kaal. De bloeiwijze is een eindstandig, samengesteld scherm met kleine witte bloemen die vijf bloemblaadjes hebben. De vruchtjes zijn langwerpig, kaal en zwart, met twee snavels aan de top.

Fluitekruid is inheems in Europa, Noord-Azië en Noord-Afrika. In ons land een zeer algemene verschijning op grazige, vochtige plaatsen, langs wegen en dijken en in vochtige loofbossen. De bloeitijd is mei-juni.

 

 

 

fluitekruid

 

 

 

 

 

Hondspeterselie

 

HONDSPETERSELIE (Aethusa cynapium) is een vertakte, eenjarige plant, die een grote variatie in afmetingen vertoont: gewoonlijk is hij tussen 30 en 90 cm hoog, maar er zijn ook exemplaren bekend van 3 cm hoog en andere die wel 2 meter bereiken! De holle stengels zijn blauwachtig van kleur en voorzien van fijne ribbels; de bladeren staan afwisselend en hebben een donkergroene kleur; ze zijn niet zo fijn verdeeld als bij de voorgaande soort. Ook hier staan de bloemen in samengestelde schermen, maar deze zijn minder dicht; aan de onderkant zitten omwindseltjes met drie tot vier bladeren.

De bloemen verschijnen van juni tot in de herfst. Wanneer de vruchtjes rijp worden buigen de steeltjes zich naar beneden terwijl de vruchtjes zelf rechtop staan. Ze zijn eivormig en geribbeld, zonder snavels. Alle delen van de plant zijn giftig. Er zijn vergiftigingen bekend in gevallen dat de bladeren waren aangezien voor die van gewone peterselie en de wortels voor jonge raapjes of radijzen. Hoewel dieren de planten weigeren te eten vanwege de onaangename geur, eten zij ze wèl wanneer de planten in hooi verwerkt zijn. Door het drogen zijn de giftige eigenschappen dan verdwenen. Hondspeterselie komt voor in de meeste delen van Europa en is in ons land algemeen langs wegen, op bouwland, in moestuinen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peen

 

PEEN (Daucus carota) is een tweejarige plant die 30 tot 90 cm hoog wordt. De slanke stengels staan rechtop en zijn vertakt; ze zijn hol, geribbeld, en borstelig behaard. De fijne verdeling van de afwisselend staande bladeren doet de plant eruit zien alsof hij gemaakt is van kant. De kleine witte bloempjes zitten in dichte, samengestelde schermen, die aan de voet een groot aantal schutblaadjes bezitten. Het middelste bloemetjes in het scherm is vaak rood of paars.

Na de bloei krommen de stelen van het scherm zich naar boven, waardoor als het ware een vogelnestje ontstaat. De vruchtjes zijn langwerpig, met en afgeplatte en een geribbelde, borstelige zijde. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst en het verspreidingsgebied omvat geheel Europa en een groot deel van Noord-Amerika. In ons land algemeen op grazige plaatsen, langs dijken en wegen. Dit is de stamvorm van de gekweekte peen.

 

 

 

 

 

 

 

Spurrie (Caryophyllaceae)

 

GEWONE SPURRIE (Spergula arvensis) lijkt wel wat op Kleefkruid. Hij heeft dezelfde manier van groeien en dezelfde kleverige stengels met de bladeren in kransen. Maar terwijl bij Kleefkruid de bladeren lancetvormig zijn, zijn die van Gewone spurrie lijnvormig. De rangschikking van de bloemen is ook anders, ze staan eindstandig in open groepjes; de vijf bloemblaadje zijn wit. De bloeiperiode loopt van april tot in de herfst. Deze eenjarige plant wordt 15 tot 30 cm hoog. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa. In ons land algemeen op zandgrond; wordt ook gekweekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fluitenkruid : Anthriscus sylvestris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

detail-scherm-bloeiend-fluitenkruid

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte bloemenschermen met kleine bloemetjes,
– die allemaal 2 kleinere en 3 grotere kroonbladen hebben en
– de gewimperde omwindselblaadjes en
– de op de ribben behaarde en aan de rand gewimperde bladscheden

 

 

436b584a39604248a279a407883c92a8

 

 

.

Algemeen

 

Fluitenkruid is een overblijvende zeer algemeen voorkomende plant, die bloeit in mei en juni met witte bloemschermen. De plant wordt 0,6 tot 1,5 meter hoog en groeit op zonnig tot licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen in graslanden en loofbossen, en vooral in bermen en op dijken.

 

 

 

 

.

Bloem

 

Fluitenkruid is de meest algemeen voorkomende van de witte schermbloemigen en bloeit als eerste. Alle bloemetjes hebben 3 grotere en 2 kleinere kroonbladen, ook die in het midden van het scherm. Bij de randbloemen is het verschil tussen de kroonbladen het grootst en makkelijkst te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Fluitenkruid dankt haar naam aan het feit dat er van de holle stengel tegen het einde van de bloeitijd een fluitje gemaakt kan worden. Er zijn vele witte schermbloemigen die lijken op fluitenkruid. Sommigen daarvan zijn giftig. Doe dit dus alleen als je helemaal zeker weet dat het fluitenkruid is.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 60 tot 150 cm

Bloem
– wit
– mei en juni
– meervoudig scherm
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven 2- of 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gezaagd
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– bovenaan kaal
– onderaan op de ribben behaard
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

fluitenkruid

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Drienerfmuur

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_3975-gr-drienerfmuur

 

 

Goed te herkennen aan
– de onopvallende, kleine, witte, stervormige bloemetjes, waarvan
– de spitse kelkbladen duidelijk groter zijn dan de kroonbladen en
– de smal eironde, spitse bladeren met 3 nerven, soms 5

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Drienerfmuur is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm. Ze is algemeen voorkomend in Europa en Azië. Drienerfmuur groeit op droge, matig voedselarme grond in loofbossen en onder struikgewas. Ze groeit in pollen.

 

 

578281752

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot in de herfst met onopvallende, kleine, witte bloemetjes. De ronde kroonbladen zijn duidelijk kleiner dan de spitse kelkbladen, die een vliezige, behaarde rand hebben.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn smal eirond met spitse punt en gewimperde, gave rand. Ze hebben 3 (soms 5) duidelijke, parallel lopende nerven, waaraan de plant haar naam dankt. De behaarde, sterk vertakte stengels zijn slap, liggend en aan de top opstijgend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 30 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei tot in de herfst
– alleenstaand
– 4 tot 7 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– smal eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– parallelnervig
– onderste gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– liggend en opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

266px-illustration_moehringia_trinervia0

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gele anemoon ; Anemone ranunculoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

anemone-ranunculoides-gele-anemoon-02

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele, “anemoonachtige” bloemen met 5 aan de buitenkant behaarde bloemdekbladen en
– de drie, in slippen verdeelde, kort gesteelde, kransstandige stengelbladeren en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele anemoon is een overblijvende plant van 15 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, bermen en op dijken, na kap lang standhoudend. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen. Ze wordt aangeplant als stinsenplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gele anemoon bloeit vanaf maart tot en met mei. De bloemen zijn alleenstaand of staan met 2 of 3 bij elkaar en hebben 5 (soms tot 8) gele, eironde bloemdekbladen, die aan de buitenkant behaard zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De drie, in een krans staande, kort gesteelde stengelbladeren zijn elk bijna tot aan de voet gedeeld in drie slippen met grof gezaagde rand. Gele anemoon heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze in groepen groeit.

 

 

 

 

 

 

veenendaal-044

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Gele anemoon is van de andere anemoon-soorten, zoals bosanemoon, blauwe anemoon en Oosterse anemoon, te onderscheiden door haar kleur.

Andere planten met gelijksoortige bloemen (qua kleur en vorm) zijn :

gewone dotterbloem > grotere bloemen, 6 (of meer) bloemdekbladen, groeit (meestal) aan het water.

boterbloemsoorten > bloemen met kelkbladen en rondere kroonbladen.

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

gewone boterbloem

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam of als stinsenplant
– 15 tot 25 cm

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 (soms tot 8) bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– bloemsteel behaard
– steel wortelbladeren kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Bosanemoon ; Anemone nemorosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bosanemoon200406

 

 

Goed te herkennen aan
– de van binnen zuiver witte bloemen
– met meestal 6, doorzichtig geaderde bloemdekbladen en
– de drie handgedeelde bladeren onder de bloem

 

 

bosanemoon_02

 

 

 

Algemeen

 

Bosanemoon is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in het oosten en midden van het land, elders als stinsenplant.  Ze heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze grote bestanden kan vormen. Ze groeit vooral in loofbossen, maar je kunt haar ook tegenkomen langs sloten en in grasland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bosanemoon bloeit vanaf maart tot en met mei met witte bloemen, die ’s nachts en bij koud weer gesloten blijven. De halfknikkende tot rechtopstaande bloemen zijn meestal alleenstaand, hebben 6 tot 8 bloemdekblaadjes, die aan de onderkant vaak roze tot paars aangelopen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– ook als stinsenplant
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m mei
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 4 cm
– 6 tot 8 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Gevlekt longkruid ; Pulmonaria officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

266px-pulmonaria_officinalis_gevlekt_longkruid

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de verschillend gekleurde bloemen en
– de gevlekte behaarde bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gevlekt longkruid is een overblijvende plant, die alleen in Zuid-Limburg in het wild voorkomt. Daar is ze zeldzaam. Elders in de Lage Landen is ze verwilderd vanuit tuinen (via tuinafval) of als stinsenplant aangeplant.
Ze groeit op vochtige, voedselrijke, lemige grond in loofbossen en op buitenplaatsen. De plant wordt 10 tot 30 cm hoog, is ruw behaard en groeit in pollen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gevlekt longkruid bloeit vanaf maart tot en met mei. Aanvankelijk zijn de bloemen roze, later verkleuren ze naar blauw-paars.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De wortelbladeren verschijnen later en zijn lang gesteeld, de kleinere stengelbladeren zijn kort of niet gesteeld. Alle bladeren zijn licht gevlekt. De wortelstandige bladeren zijn in de winter blijvend.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd gevlekt longkruid beschouwd als een geneeskrachtige plant. Ze zou helpen tegen longziektes.
In de volksgeneeskunde wordt gevlekt longkruid gebruikt bij diarree en voor de verzorging van wonden.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 10 tot 30 cm

Bloem
– roze tot blauw-paars
– vanaf maart t/m mei
– schicht
– trechtervormig
– 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top toegespits
– rand gaaf
– veernervig
– licht gevlekt
– behaard
– wortelbladeren :
– lang gesteeld
– hartvormige voet
– stengelbladeren :
– kort of niet gesteeld
– voet half stengelomvattend

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Pinksterbloem : Cardamine pratensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de trossen zacht lila bloemen in het vroege voorjaar

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Pinksterbloem is een overblijvende, zeer algemeen voorkomende plant van 15 tot 50 cm hoog. Ze groeit op natte tot vochtige, voedselrijke grond in graslanden, loofbossen, moerassen en op drijftillen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Pinksterbloem bloeit vanaf april tot en met juni met zacht lila tot witte, donker geaderde bloemen. Het toppunt van de bloei ligt meestal eind april, dus ruim voor Pinksteren. De bloemen staan aan het einde van de stengel in een trosje. In de nacht en als het regent buigen de stengels zich en sluiten de bloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren vormen een rozet. Alle bladeren zijn oneven geveerd. De deelblaadjes van de onderste bla-deren zijn hartvormig tot eirond. Naar boven toe worden de deelblaadjes steeds smaller, totdat ze uiteindelijk bijna lijnvormig zijn.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Pinksterbloemen worden door veel insecten bezocht, maar met name voor de oranjetip is de pinksterbloem een waardevolle plant. De vlinder haalt er nectar uit, zet haar eitjes af op de stengel, de rupsen voeden zich met de zaden en brengen de winter door als pop aan de voet van de plant. Zodra de pinksterbloemen gaan bloeien ver-schijnen ook de eerste vlinders. Op pinksterbloemen zie je vaak schuimvlokken zitten. Die worden gevormd door de larven van schuimcicaden (spuugbeestjes), die sappen uit de plant zuigen.

 

 

oranjetip op pinksterbloem

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 15 tot 50 cm hoog

Bloem
– zacht lila tot wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– 8 tot 18 mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet en verspreid
– veervormig oneven samengesteld
– top stomp
– rand gaaf, zelden getand
– veernervig

Stengel
– rechtop
– niet of alleen vanaf het midden   vertakt
– glad en kaal
– rolrond, soms iets kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oosterse sterhyacint : Scilla siberica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– blauwe (zelden witte), knikkende, 6-tallige bloemen en
– de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oosterse sterhyacint is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Ze is zeldzaam en groeit op voedselrijke grond in loofbossen, vooral op buitenplaatsen. Ze behoort tot de stinsenplanten en is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oosterse sterhyacint bloeit in maart en april met blauwe, stervormige, knikkende bloemen, die alleen of met 2 tot 5, bij elkaar in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die vanaf de basis uiteen wijken en in het midden een donkere streep heb-ben. De bloemen van grote en kleine sneeuwroem zijn ook blauw en stervormig, maar de bloemdekbladen van die bloemen zijn aan de basis een klein stukje met elkaar vergroeid. Dat is goed zichtbaar aan de achterkant van de bloem.

 

 

 

 

 

Blad

 

Oosterse sterhyacint heeft 2 tot 4 breed lijnvormige bladeren met een gekapte spitse top. Na de bloei groeien de bladeren nog verder uit.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote en kleine sneeuwroem en vroege sterhyacint.

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart

 

 

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 25 cm

Bloem
– blauw, zelden wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 6 tot 14 mm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Look-zonder-look : Alliaria petiolata (Alliaria officinalis)

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– trossen 4-tallige witte bloemetjes en
– de uien- of knoflookgeur, die vrijkomt als de bladeren gewreven of gekneusd worden

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Look-zonder-look is een tweejarige plant. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen. Ze heeft een voorkeur voor vochtige, zeer voedselrijke, meestal zandige grond op half beschaduwde plaatsen in loofbossen en langs beken. Het eerste jaar wordt een rozet van lang gesteelde niervormige bladeren gevormd. Het tweede jaar gaat de plant vanaf april tot en met juni bloeien met witte bloemetjes en kan dan tot 90 cm hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemetjes staan in trossen aan het einde van de stengel en in de bladoksels. Ze hebben 4 groene kelkbladen met witte rand, die vrij snel afvallen. Naarmate de bloei vordert vormt de plant een langgerekte tros met van bo-ven naar beneden de knoppen, bloemen, jonge vruchten en rijpe vruchten. Deze bloeiwijze is kenmerkend voor de kruisbloemenfamilie, waartoe look-zonder-look behoort.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn gesteeld en frisgroen van kleur. Als je het blad wrijft of kneust dan ruik je een uien- of knoflook-geur. Ook de zaden en wortels verspreiden deze geur. En dat is dan ook de enige overeenkomst met look, van-daar de naam.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

In de keuken is look-zonder-look goed te gebruiken; alle delen van de plant bevatten knoflook- en mosterdolie.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 90 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– 8 tot 12 (18) mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid, eerste jaar rozet
– enkelvoudig
– rozetbladeren :
– niervormig
– grof gekarteld
– stengelbladeren :
– hartvormig
– onregelmatig getand
– netnervig
– bij wrijving of kneuzing geurend

Stengel
– rechtop
– niet vertakt
– rond met lengteribbels

zie wilde bloemen