Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Onkruid soorten in ons land – letter C

Standaard

Categorie : Kamerplanten en bloemen

Soorten onkruid – letter C

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

Chrysanthemums (Compositae)

 

Veel mensen zijn verbaasd wanneer ze horen dat behalve de bekende Chrysanten ook nog andere soorten tot dit geslacht behoren:

 

MARGRIET (CXhrysanthemum leucanthemum)

 

De officiële naam van deze soort doet wel wat eigenaardig aan als we weten dat Chrysanthemum ‘gouden bloem’ betekent en leucanthemum ‘witte bloem’.

Margriet is een overblijvende plant die 30 tot 60 cm hoog wordt en bloeit in de periode mei-augustus. De bloemhoofdjes bestaan uit witte straalbloemen met een hart van gele buisbloempjes en zijn 3-6 cm in doorsnee. De bladeren zijn donkergroen en staan afwisselend langs de stengel. De laagste zijn omgekeerd eirond tot langwerpig, getand en langgesteeld; de bovenste bladeren aan de stengel zijn langwerpig-lancetvormig tot bijna spatelvormig, stomp, getand of dieper ingesneden en stengelomvattend.

 

De plant komt voor in geheel Europa, West-Azië en Noord-Amerika. In ons land algemeen langs wegen en dijken en in grasland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BOERENWORMKRUID (Chrysanthemum vulgare )

 

Boerenwormkruid is een sterk geurende, overblijvende plant met kruipende ondergrondse stengels (stolonen) waaruit nieuwe scheuten ontspringen. De fraaie rechtopstaande, bebladerde stengels worden 60-120 cm lang en zijn hoekig en meestal roodachtig aan de basis. De donkergroene, geveerde bladeren hebben tot 12 paar scherp getande blaadjes. Hierdoor en door de goudgele knopvormige bloemhoofdjes, die verschijnen van juli tot in de herfst, onderscheidt de plant zich van de overige Chrysanthemums.

Tegenwoordig wordt Boerenwormkruid meestal Tanacetum vulgare genoemd, ofschoon ook de naam Chrysanthemum vulgare nog wel gebruikt wordt. Boerenwormkruid werd vroeger gekweekt als geneeskrachtige plant en als groente. Ze komt voor in geheel Europa en in Siberië. In ons land algemeen, vooral op zandgronden.

 

Gebruik

Uitwendig kan het gebruikt worden als lotion bij schurft. Wat boerenwormkruid in de schoenen geplaatst zou helpen tegen chronische koorts. In de fytotherapie wordt het gebruikt tegen onder andere artritis en verkoudheid. In de plant komt het giftige thujon voor dat wormafdrijvend, vooral van spoel- en lintwormen, is. Ook was het kruid veelvuldig in gebruik om een abortus op te wekken. Hoge doses veroorzaken duizeligheid, krampen, buikpijn en kunnen dodelijk zijn.

 

Verdelgingsmiddel

De etherische oliën uit de plant, zoals triticineirisine en graminine, worden gebruikt in de receptuur voor insectenverdrijvende middelen. Om het huis vlo- en motvrij te houden werd het veel in huis gestrooid.

 

Voedsel

In kleine hoeveelheden wordt boerenwormkruid vermengd in groenkoeken of ovenkoeken en gebruikt om de smaak van eieren te verbeteren.

 

Afweerkruid

De plant wordt gerekend tot de zogenaamde afweerkruiden. Het zou afweer bieden tegen hekserij, spoken en onweer.

 

 

 

 

 

 

 

 

MOEDERKRUID ((Chrysanthemum parthenium)

 

De officiële naam van het laatste onkruid uit deze groep is Moederkruid. Dit kruid werd gebruikt als middel ‘om de koude koorts te verdrijven’. Het is een overblijvende plant met vezelige wortels die een sterke kamillegeur verspreidt. Hij wordt 25-60 cm hoog, met rechtopstaande en enigszins donzig behaarde stengels, die van boven zijn vertakt tot schermen, zodat de bloemhoofdjes allemaal op dezelfde hoogte staan.

De bloemhoofdjes verschijnen van juni tot september; ze hebben korte brede straalbloemen en gele buisbloemen in het midden. De bladeren zijn 2,5-8 cm lang, geelachtig groen en staan afwisselend langs de stengel. De onderste zijn langgesteeld en verdeeld in getande of gelobde blaadjes; de omtrek van het geheel is enigszins hartvormig. De bovenste bladeren zijn korter gesteeld en minder diep ingesneden.

Moederkruid is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-oost-Europa en Klein-Azië en komt zowel in Europa als in Amerika plaatselijk verwilderd voor. Er is een variëteit met goudkleurige bladeren (var. Aureum); deze wordt nogal eens gebruikt als bladplant in kleurperken, maar kan net zo lastig worden als de gewone uitvoering.

 

Gebruik

De plant vond al in de Oudheid heelkundige toepassingen. Ze werd gebruikt om weeën op te wekken en tegen kraamvrouwenkoorts. In kruidentuinen wordt ze nog gekweekt als koortswerend middel en als middel tegen migraine.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De mooiste kamerplanten

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De mooiste kamerplanten

 

Breng een beetje buiten naar binnen. Met planten nodig je zuurstof, schoonheid en rust in huis uit. Dit zijn onze 10 toppers!

.

.

Voor de zuivere lucht…

 

Kamerplanten zijn de longen van je huis. Ze zuiveren de lucht van schadelijke stoffen uit plastic, chemische producten, elektrische apparaten en van de koolstofdioxide die we zelf uitademen. Deze drie groene jongens zijn echte specialisten!

 

.

 

Goudpalm


Oorsprong: Madagaskar
Lievelingsplek: meter van het raam of aan de zuidkant tot 4 meter

 

 

 

 

.

.

Bostonvaren


Oorsprong: Nieuw-Zeeland en tropisch Azië
Lievelingsplek: licht of halfschaduw, geen directe zon, dol op hoge luchtvochtigheid van badkamer of keuken. Wel uit de buurt van spots houden.

 

 

 

 

.

.

Kamerklimop


Oorsprong: Europa
Lievelingsplek: koel en licht, zeker geen volle zon

 

 

 

 

.

.

Voor een heerlijke geur…

 

Een goddelijke geur is goed voor het humeur. Waarom voor een synthetisch huisparfum kiezen als je een natuurlijke leverancier in huis kan halen?

 

.

 

Kaapse jasmijn

Oorsprong: China en Japan
Lievelingsplek: geen volle zon, wel veel licht

 

 

 

 

.

.

Bruidsbloem

Oorsprong: Madagaskar
Lievelingsplek: licht en luchtig, uit de felle zon

 

 

 

 

 

 

Voor kleur in huis…

 

Veel kamerplanten hebben exotische roots en daar horen tropische kleuren en weelderige vormen bij. Een lust voor het oog.

 

.

 

Paradijsvogelbloem

Oorsprong: Zuid-Afrika
Lievelingsplek: zonnig en luchtig

 

 

 

 

.

.

Vlinderorchidee

Oorsprong: Azië, Nieuw-Guinea en Australië
Lievelingsplek: aangenaam warm en licht, maar geen volle zon, een vensterbank po het oosten gericht is ideaal, een hoge luchtvochtigheid en eventueel benevelen

 

 

 

 

.

.

Medinilla magnifica

Oorsprong: Filipijnen
Lievelingsplek: licht en warm, maar geen directe zon, liefst hoge vochtigheid en eventueel benevelen

 

 

 

 

 

 

Voor positieve energie…

 

De Chinese harmonieleer feng shui gebruikt groen en bloemen om scherpe hoeken te neutraliseren, zodat de levensenergie ongestoord door het huis kan stromen. Sommige planten hebben een extra mooie missie.

 

 

 

Jadeplant

Oorsprong: Zuid-Afrika
Lievelingsplek: aan een raam in het oosten of westen
Feng shui: trekt overvloed en voorspoed aan, plaats hem zo dicht mogelijk bij de voordeur

 

 

 

.

.

 

Watercacao

Oorsprong: Centraal en Zuid-Amerika
Lievelingsplek: kan zowel licht als tamelijk donker staan, geen direct zonlicht, hoge luchtvochtigheid
Feng shui: ook geldboom genoemd, brengt welvaart en geluk in huis

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Bloeiend in augustus in de Lage Landen : deel 2

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

blauwe monnikskap

.

.

adderwortel

.

.

akkerkool

.

.

akkerkers

.

.

akkerwinde

.

.

akkermelkdistel

.

.

beemdkroon

.

.

basterdwederik

.

.

bont boonkruid

.

.

beenbreek

.

.

betonie

.

.

berganie

.

.

bijenorchis

.

.

bezemkruiskruid

.

.

reuzenbalsemien

.

.

rode ogentroost

.

.

blauwe zeedistel

.

.

boekweit

.

.

grote pimpernel

.

.

geel walstro

.

.

bosandoorn

.

.

bosrank

.

.

duizendblad

.

.

brede lathyrus

.

.

roze vetkruid

.

.

echte valeriaan

.

.

gekroesde melkdistel

.

.

geel hartje

.

.

ruig klokje

.

.

gele ganzenbloem

.

.

gele maskerbloem

.

.

gele kamille

.

.

gewone agrimonie

.

.

gele monnikskap

.

.

gewone bereklauw

.

.

gewone melkdistel

.

.

grijskruid

.

.

gewoon biggenkruid

.

.

groot spiegelklokje

.

.

groot kaasjeskruid

.

.

grote egelskop

.

.

grote centaurie

.

.

moeraswespenorchis

.

.

Jacobskruiskruid

.

.

grote wederik

.

.

grote teunisbloem

.

.

harig knopkruid

.

.

haagwinde

.

.

harig wilgenroosje

.

.

hokjespeul

.

.

kartuizer anjer

.

.

kale jonker

.

.

kikkerbeet

.

.

kattendoorn

.

.

klein springzaad

.

.

klein kaasjeskruid

.

.

klimopbremraap

.

.

klein streepzaad

.

.

knopig helmkruid

.

.

knoopkruid

.

.

korenbloem

.

.

koekruid

.

.

moederkruid

.

.

luzerne

.

.                                 

.

.

moeraskruiskruid

.

.

moerasspirea

.

.

moerasrolklaver

.

.

teer guichelheil

.

.

Oostenrijkse kers

.

.

peen

.

.

penningkruid

.

.

puntwederik

.

.

poelruit

.

.

rechte ganzerik

.

.

schijfkamille

.

.

rimpelroos

.

.

stijve klaverzuring

.

.

steenanjer

.

.

vijfvingerkruid

.

.

veldlathyrus

.

.

vlasbekje

.

.

vogelwikke

.

.

waterkruiskruid

.

.

watermuur

.

.

wilde kamperfoelie

.

.

waterpunge

.

.

wilde weit

.

.

wilgenroosje

.

.

wit vetkruid

.

.

witte klaver

.

.

zandblauwtje

.

.

wouw

.

.

zeeaster

.

.

zeeraket

.

.

zwarte toorts

.

.

zwarte mosterd

.

.

speerdistel

.

.

tweekeurig springzaad

.

.

struikhei

.

.

vertakte leeuwentand

.

.

viltig kruiskruid

.

.

watergentiaan

.

.

watermunt

.

.

wegdistel

.

.

wilde bertram

.

.

wilde marjolein

.

.

wilde cichorei

.

.

wolfspoot

.

.

witte honingklaver

.

.

zegekruid

.

.

zeepkruid

.

.

zomerfijnstraal

.

.

tuinbingelkruid

.

.

gewone zandraket

.

.

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen : deel 1

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in augustus in de Lage Landen. Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

.

herderstasje

.

.

boerenwormkruid

.

.

bleekgele droogbloem

.

.

paardenbloem

.

.

slanke sleutelbloem

.

.

paarse dovennetel

.

.

klein kruiskruid

.

.

winterpostelein

.

.

madeliefje

.

.

vogelmuur

.

.                                                                

kleine veldkers

.

.

daslook

.

.

canadese fijnstraal

.

.

duinreigersbek

.

.

duinviooltje

.

.

gehoornde klaverzuring

.

.

gewone hoornbloem

.

.

gewone engelwortel

.

.

gewone smeerwortel

.

.                       

grote ereprijs

.

.

grote kaardebol

.

.

phacelia

.

.

grote ratelaar

.

.

hoenderbeet

.

.

hondsdraf

.

.

hazenpootje

.

.                      

hopklaver

.

.

klein vlooienkruid

.

.

heelblaadje

.

.

knikkende distel

.

.

koninginnekruid

.

.

overblijvende ossetong

.

.

ronde ooi

.

.

raapzaad

.

.

tijmereprijs

.

.

kruisdistel

.

.

witte dovenetel

.

.

late guldenroede

.

.

lange ereprijs

.

.

engelwortel

.

.

akker vergeet me nietje

.

.

akkerviooltje

.

.

basterdklaver

.

.

avond koekoeksbloem

.

.

bermooievaarsbek

.

.

beekpunge

.

.

blaartrekkende boterbloem

.

.

bittere veldkers

.

.

blaassilene

.

.

boksdoorn

.

.

bleke klaproos

.

.

bonte wikke

.

.

dagkoekoeksbloem

.

.

donkere ooievaarsbek

.

.

drienerfmuur

.

.

geel nagelkruid

.

.

muskuskaasjeskruid

.

.

gele helmbloem

.

.

gele plomp

.

.

gewone brunel

.

.

gevlekt longkruid

.

.

gewone duivenkervel

.

.

gewone margriet

.

.

gewone ossentong

.

.

gewone rolklaver

.

.

gewone vogelmelk

.

.

gewoon speenkruid

.

.

glad walstro

.

.

groot streepzaad

.

.

heggenwikke

.

.

hengel

.

.

herik

.

.

inkarnaatklaver

.

.

kleine ooievaarsbek

.

.

kleine klaver

.

.

kleine ratelaar

.

.

kleine pimpernel

.

.

knolsteenbreek

.

.

kromhals

.

.

liggende klaver

.

.

oranje springzaad

.

.

mannetjes ereprijs

.

.

melkkruid

.

.

moeras vergeet me nietje

.

.

middelste duivenkervel

.

.

parnassia

.

.

muizenoor

.

.

muurleeuwenbek

.

.

muurbloem

.

.

schijnaardbei

.

.

smalle weegbree

.

.

wilde wikke

.

.

pastinaak

.

.

rode klaver

.

.

robertskruid

.

.

rood guichelheil

.

.

roze winterpostelein

.

.

slibbladige ooievaarsbek

.

.

slangenkruid

.

.

vierzadige wikke

.

.

stinkende gouwe

.

.

vingerhoedskruid

.

.

waterviolier

.

.

wede

.

.

weegbreezonnebloem

.

.

witte klaver

.

.                                                                                                       

witte engbloem

.

.

witte waterlelie

.

.

witte krodde

.

.

zomp vergeet me nietje

.

.

zachte ooievaarsbek

.

.

zwanebloem

.

.

zilverschoon

.

.

wilde reseda

.

.

.

.

De Trachycaprus, de Hennep palm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Trachycarpus is een winterharde palm, die zelfs de Nederlandse winters buiten overleeft. Van nature groeit deze palm in het Himalaya gebergte op grote hoogte. De Nederlandse naam is Hennep palm. De plantenfamilie is Arecaceae (palmenfamilie)

 

 

320px-Trachycarpus_Fortunei

 

 

 

Trachycarpus onderhoud:

 

Water geven

 

Gedurende de zomer dient de Trachycaprus in een vochtige grond te staan. Vooral bij warme dagen, als de palm buiten staat, is dagelijks een flinke scheut water nodig. De grond mag niet uitdrogen in de zomer. Gedurende de winter is het juist beter om de grond droog te houden. Dit voorkomt vorstschade. Bij een standplaats binnen is het beter om gedurende de winter de grond licht vochtig te houden.

De hoeveelheid water is afhankelijk van verschillende factoren, zoals luchtvochtigheid en hoeveelheid licht, daarom is het verstandig om te beginnen met kleinere hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond binnen 2 dagen droog, geef dan iets meer water. Is de grond na 5 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder water per keer. Indien de palm buiten staat en de plantenbak is voorzien van drainage gaten zal het overtollige water wegstromen.

 

 

 

Sproeien

 

Het is raadzaam maar niet noodzakelijk om wekelijks de Trachycaprus te sproeien. Vooral bij een standplaats binnen is regelmatig sproeien gewenst.

 

 

trachycarpus fortenei

 

 

 

Standplaats

 

De Trachycarpus wenst veel licht. Buiten kan de palm in de volle zon staan. Plaats deze palm niet in de volle wind, blad zal daardoor sneller afsterven. Een standplaats naast een schutting of muur is ideaal. Wanneer de Trachycarpus binnen staat, dan is minimaal 5 uur direct zonlicht per dag gewenst. Dit betekent dat de Trachycarpus tot 2 meter voor een raam op het zuiden mag staan, of voor een raam op het westen, oosten of noorden.

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: – 12 °C
‘S nachts: – 18 °C

Bescherm de palm bij nachttemperaturen onder de 15 graden. Dit kan met een lichtslang of speciale winter- hoezen voor palmen.

 

 

 

Verpotten

 

Vooral buiten is het belangrijk een zo groot mogelijke pot te nemen voor de Trachycarpus. Hoe groter de wortelkluit wordt, hoe beter de palm bestand is tegen lage temperaturen. Daarnaast is er meer grond aanwezig wat vocht zal vasthouden. Hiermee is de kans op uitdroging kleiner. Gebruik een plantenbak welke 2x zo groot is als de wortelkluit. Bij potten met drainage gaten voeg je eerst een laag hydrokorrels op de bodem.

Vervolgens een laag palmengrond of universele potgrond. Daarop plaats je de wortelkluit en vervolgens kun je de bak vullen met grond tot dezelfde hoogte als de grond voorheen was. Verpot bij voorkeur in de lente. Gedurende die periode herstellen de wortels het snelst. Het is aangeraden om deze palm eens per 3 jaar te verpotten.

Ook is het raadzaam om de bovenste grondlaag elk jaar te vervangen. Trachycarpussen kunnen ook in de volle grond worden geplaatst. Graaf een diep gat, vul deze eerst met een zak hydrokorrels, vervolgens een laag verse aarde en plaats daarop de palm. Vul de grond aan met verse grond.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Geef de Trachycarpus vaste voeding. Doseer nooit meer dan de verpakking aangeeft. Voeding in de herfst of winter is overbodig en kan zelfs schadelijk zijn.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

De onderste bladeren zullen op den duur verkleuren en lelijk worden. Dit is een natuurlijk proces en is helaas niet te voorkomen. Wanneer de palm zwarte bladpunten heeft, is dat waarschijnlijk een teken van overmatige watergift. Bruine of gele bladeren zijn eerder een teken van te weinig water. Ook kan de overgang van een schaduwrijke standplaats naar een zonnige locatie tijdelijk zorgen voor gele bladeren. De nieuwe bladeren zijn beter bestand tegen het directe licht.

 

 

 

Snoeien

 

De onderste bladeren van deze palmen worden op den duur minder mooi. Door deze naar beneden te buigen zijn de bladeren eenvoudig met en snoeischaar te verwijderen. Bruine punten mogen met een schaar geknipt worden. Kort de stam niet in, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

trachycarpus fortenei groei

 

 

 

Vermeerderen

 

Trachycarpus palmen zijn alleen doormiddel van zaad te vermeerderen.

 

 

 

Bloemen

 

De Trachycarpus kan buiten tot bloei komen. Gele trossen met bloemetjes zullen onderaan de kruin verschijnen.

 

 

 

Giftig?

.

De Trachycarpus is niet giftig.

 

 

Ziektes

 

Dopluis kan voorkomen bij een Trachycarpus. Verwijder besmette bladeren en behandel de palm eventueel met een bestrijdingsmiddel

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Strelitzia of de paradijsvogelbloem

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Bird of Paradise, Paradijsvogelbloem, Paradijsvogelplant, Vogelkopbloem of Strelitzia. Een van de meest exclusieve bloeiende kamerplanten. Deze prachtige planten komen van oorsprong uit Zuid-Afrika. De plantenfamilie is Musaceae.

 

 

strelitzia0

 

 

 

Strelitzia onderhoud:

 

Water geven

 

In de zomer heeft de Strelitzia redelijk veel water nodig, ongeveer zoveel dat de grond na een week nog net vochtig is. Voorkom echter dat de wortels in het water staan. In de winter mag de grond verder opdrogen. Geef de plant nog steeds 1x per week water, maar verminder de hoeveelheid. Dit zal de bloei in de lente stimuleren. Indien de Strelitzia in de lente en zomer buiten staat, zal de plant vele malen meer water nodig hebben.

 

 

 

Sproeien

 

Een Strelitzia sproeien is niet noodzakelijk. Het helpt wel stof van de plant te verwijderen zodat meer licht het blad kan bereiken.

 

 

 

 

 

Standplaats

 

Een Strelitzia wenst zoveel mogelijk licht. Plaats deze kamerplanten altijd voor een raam. Het liefst een raam op het zuiden. Dit is een van de weinige kamerplanten die onder direct zonlicht wordt gekweekt. De Paradijs- vogelbloem hoeft daarom niet te wennen aan direct zonlicht. Te weinig licht zal de bloei verminderen en veroorzaakt vaak lelijk blad.

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag:  +/- 14 °C
‘S nachts: +/- 6 °C

Plaats de Strelitzia in de winter in een koelere ruimte (zoals de slaapkamer). Dit zal de gezondheid van de plant ten goede komen.

 

 

Strelitzia

 

 

Verpotten

 

Verpot een Strelitzia wanneer deze letterijk uit zijn pot groeit. Natuurlijk is het mooier om direct na de aanschaf de plant te voorzien van een mooie sierpot, dit is dan ook geen probleem. Gebruik een plantenbak waarbij de diameter minimaal 20% breder is dan de vorige. Gebruik universele potgrond gemengd met brekerzand (50/50). Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.

 

 

 

Voeding

 

Na 6-8 weken zijn de voedingsstoffen in de aarde verbruikt. Het is dan raadzaam de Strelitzia te bemesten. Gebruik hiervoor vloeibare voeding voor bloeiende kamerplanten. Kijk voor de juiste dosering op de verpakking. Gebruik nooit meer dan aangegeven staat op de verpakking, liever iets minder. Bemesten in de herfst en winter is overbodig en kan zelfs schadelijk zijn.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

De buitenste bladeren zullen na verloop van tijd bruin worden. Dit is een natuurlijk proces waar helaas niks aan te doen is. Je kunt bruine punten verwijderen of het bladstengel 2cm boven de kern afsnijden.

 

 

 

 

 

 

Snoeien

 

Knip eventuele bruine punten. Of snij de bladstengels 2cm boven de kern af. Ook uitgebloeide bloemen 2cm van de basis verwijderen.

 

 

 

Vermeerderen

 

Het vermeerderen kan door middel van zaad. Of Scheuren.

 

 

 

Bloemen

 

Een Strelitzia kan gaan bloeien bij een leeftijd van 4 jaar. Meestal bloeit de Strelitzia vanaf de lente. Niet alle Strelitzia’s komen succesvol tot bloei. Hoe meer bloemen een Strelitzia heeft bij de aanschaf, hoe groter de kans dat de plant het volgende jaar nieuwe bloemen maakt. Een Strelitziakweker die zich richt op de snijbloemen verkoopt daarom vaak zijn planten die niet meer tot bloei komen.

De kans is daarom groot dat een bloemloos exemplaar in de handel niet snel nieuwe bloemen maakt. De bloei van een Strelitzia bevorderd in een koele winter periode, met tempraturen rond de 10 graden. Laat de wortelkluit meerdere malen geheel opdrogen in de winter. Geef de plant veel voeding, warmte en licht in de lente.

 

 

strelitzia-reginae-daniel-mosquin

 

 

Giftig?

 

Strellitzia’s zijn licht giftig. Het blad is schadelijk na inname door dieren of kinderen.

 

 

 

Ziektes

 

De Strelitzia krijgt soms last van schildluis. Het harde blad maakt het eenvoudig om de luis eraf te wrijven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne kop a4                                                                               JOHN ASTRIA

 

 

 

 

Bleekgele droogbloem : Gnaphalium luteo-album

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte viltige beharing van bladeren en stengels en
– de gele tot oranje bloemhoofdjes, die in dichte kluwens staan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bleekgele droogbloem is een een- of tweejarige plant van 5 tot 30 (50) cm hoog die vrij algemeen voorkomend is.  Ze groeit op open, vochtige tot natte, kalk- en/of voedselrijke zandgrond, vooral in duinvalleien, op zandplaten en in afgravingen, ook op stenige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bleekgele droogbloem bloeit vanaf juli tot en met oktober met bloemhoofdjes, die in dichte kluwens staan aan het einde van de hoofd- en zijstengels. De hoofdjes bestaan enkel uit gele tot oranje buisbloemen, ze hebben geen straalbloemen. Het omwindsel bestaat uit witte of gelige, droogvliezige, glanzende omwindselbladen. Dat maakt de plant aantrekkelijk in gedroogde vorm.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Bladeren en stengels zijn wit viltig behaard, wat de plant beschermd tegen uitdroging door de zon. De onderste bladeren staan dicht op elkaar (het lijkt daardoor een rozet), zijn spatelvormig en hebben een stompe top. De bovenste bladeren staan verder uit elkaar, zijn lancetvormig en hebben een spitse top. Ze hebben allemaal een iets omgerolde rand.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosdroogbloem : kluwens in alle bladoksels, stengel en onderkant bladeren wit viltig.

 

 

 

 

 

moerasdroogbloem : minder viltig dan bleekgele droogbloem, omwindsel bruin of geelachtig, kluwens omgeven door bladeren, die minstens 4x langer zijn dan de kluwens.

 

 

 

 

 

 

bleekgele droogbloem : dicht witte viltige beharing, ook bovenkant van de bladeren, omwindsel wit tot gelig, kluwens van volledig uitgegroeide bloeistengels omgeven door hooguit 2 kleine blaadjes.

 

dwergviltkruid : en andere viltkruiden zijn evenals de droogbloemen viltig behaard, alleen hebben ze veel kleinere bladeren.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig of tweejarig
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 5 tot 30 (50) cm

Bloem
– geel, oranjeachtig
– juli t/m oktober
– hoofdjes in kluwens
– buisvormig
– 5 mm
– omwindsel droogvliezig

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– spatelvormig
– top stomp
– bovenste :
– lancetvormigvormig
– top spits
– rand gaaf of gegolfd
– voet half stengelomvattend
– 1 nervig
– viltig behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– viltig behaard
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De maagdelijkheid van de lelie

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

If you have two loaves of bread, sell one and buy a lily

Chinees spreekwoord

Algemeen

.

De symboliek van de lelie is wijdverspreid en dateert al uit de tijd van de oude Grieken en Romeinen. Hun bruiden kregen een kroon van lelies met de hoop op een puur en vruchtbaar leven. De lelie wordt met veel verheven betekenissen geassocieerd: maagdelijkheid, vrede, vruchtbaarheid, puurheid, geestelijke liefde, onschuld, vergankelijkheid, koninklijk, zuiverheid.

.

.

Tijgerlelie

.

.

De witte lelie wordt ook wel Madonna-lelie genoemd en is vaak te zien als religieus symbool in combinatie met de maagd Maria. Dezelfde witte lelie is echter ook op graven te vinden als symbool van de dood. Vaandels en vlaggen in de Middeleeuwen voerden het symbool van de lelie als teken van vrede. De lelie is sinds 1179 ook terug te vinden in het wapen van de Koning van Frankrijk.

.

.

witte lelie

.

.

Soorten

.

Lelies behoren tot het plantengeslacht Liliaceae. Een paar bekende soorten zijn:

Tijgerlelies gespikkelde lelies met hangende bloemen
Oriëntaalse lelies lelies met grote geurende bloemen
Aziatische lelies de “normale” soort lelies met opstaande bloemen
Tulbandtype lelies met sterk teruggeslagen bloembladeren
Trompetlelies lelies met trompetvormige bloemen (bij de Longiflorum zijn de bloemen lang en dun)

.

.

tijgerlelie

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

   Oriëntaalse lelie

FD12035WH oriëntaalse lelie

.

.

  Aziatische lelie

2211 aziatisch

.

.

tulbandlelie

266px-Lilium_martagon_(flower) tulbaznd

.

.

  trompetlelie

10171trompet

.

.

Kenmerken

.

Een leliebol is geschubd met vlezige bladdelen. Lelies maken in tegenstelling tot andere bollen ook wortels aan de zijde waar de stengel uit de bol komt. De bloem van de lelie is klokvormig. Veel lelies hebben een heerlijke maar ietwat zware geur.

.

Bijzonderheden

.

De Franse lelie is een symbool dat tot op de dag van vandaag kan worden teruggevonden in interieurdecoraties zoals behang, gordijnen, kussens, serviezen en siervoorwerpen, maar ook op veel vlaggen van Franstalige gebieden. Deze Fleur-de-Lys (of fleur-de-lis) heeft een historisch verleden dat terugvoert naar de kroning van Clovis (465 – 511), de koning der Franken.

De maagd Maria zou Clovis een lelie hebben gegeven en de olie voor de zalving van de koning zou uit de hemel zijn komen vallen. Vanaf dat moment werd de lelie een symbool van rechtstreeks van God verkregen macht.

In de loop der eeuwen nam het leliesymbool een steeds belangrijker plaats in. De Franse vlag toonde een tijdlang gouden lelies op een witte ondergrond. Pas na de revolutie tegen Karel X van Frankrijk in 1830 verdween het symbool definitief van de nationale vlag van Frankrijk. Er bestaat overigens enige onduidelijkheid over de naam. Lys of lis betekent in het Frans gewoon lelie, maar het symbool zelf is eigenlijk een gestileerde iris ook wel lis genoemd.

.

.

Franse lelie

.

.

Verzorgingstips

.

  • Gebruik snijbloemenvoedsel voor een betere bloei.
  • Plaats de lelies niet bij rijpend fruit in verband met ethyleenvorming.
  • Vermijd dat er blad in het water hangt.
  • Haal ongeveer drie cm. van de steel af met een scherp mes.
  • Zet lelies niet in de felle zon.
  • Kijk uit voor stuifmeelvlekken op kleding. Mocht er toch een vlek ontstaan, verwijder die dan niet met een natte doek maar met een droge borstel. Andere manieren van reinigen zijn het buitenhangen van de kleding in zon en wind, of het stuifmeel voorzichtig met een plakbandje van de kleding halen.

 

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

mijne kop a4                                                                                      John Astria

Zwarte toorts : Verbascum nigrum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de paars, wollig behaarde meeldraden en
– de purperrode vlek aan de basis van de kroonbladen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zwarte toorts is een overblijvende plant, die 60 tot 150 cm hoog die vrij algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op droge, matig voedselrijke grond in zandige bermen, ruig grasland, duinen, kapvlakten in bossen en op dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zwarte toorts bloeit vanaf juni tot en met september. De bloemen hebben gele kroonbladen, die aan de voet purperrood gevlekt zijn. Ze staan met twee tot tien in dichte kluwens, die samen een aarvormige, meestal onvertakte bloeiwijze vormen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Alle bladeren zijn van onderen zacht viltig behaard, de bovenkant is minder behaard. De onderste bladeren zijn duidelijk gesteeld met hartvormige voet. De bovenste bladeren zijn bijna zittend. Ook de stengel is een beetje viltig behaard.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

keizerskaars : niet of kort aflopende bladeren.

 

 

 

 

 

 

koningskaars : drie van de vijf meeldraden zijn wit wollig behaard. Bladeren lopen langs de steel af tot het vorige blad.

 

 

 

 

 

 

stalkaars : heeft een sterk vertakte, wollig behaarde stengel met talrijke bloeiaren en krijgt daardoor een bossig uiterlijk.

 

 

 

 

 

 

 

melige toorts : alle helmdraden wit wollig behaard, meestal witte bloemen soms geel. Zeer zeldzaam.

 

 

 

 

 

 

 

mottenkruid : bruin/rood-achtige bloemknoppen, helmdraden paars wollig behaard.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
– overblijvend
– van zeer zeldzaam tot plaatselijk vrij   algemeen
– 60 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– aarvormige tros
– stervormig
– 1,2 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 paars behaarde meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig-eirond
– top spits
– rand gekarteld
– netnervig
– onderkant zacht viltig behaard
– onderste gesteeld met hartvormige   voet
– bovenste bijna zittend

Stengel
– rechtop
– licht viltig behaard
– geribd of meerkantig

zie wildebloemen.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 Canadese fijnstraal : Conyza canadensis (Erigeron canadensis)

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vorm van de plant, lang en dun, en
– de zeer veel kleine bloemhoofdjes met aan de rand
korte witte straalbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Canadese fijnstraal is een zeer algemeen voorkomende eenjarige plant, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. In de 17e eeuw is de plant naar Europa gebracht en sindsdien over heel Europa verspreid. Het is een zeer sterk kruid, dat zelfs bestand is tegen chemische bestrijdingsmiddelen en daardoor moeilijk uit te roeien.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Canadese fijnstraal bloeit vanaf juli tot de herfst met talrijke hele kleine bloemhoofdjes, die in een sterk vertakte lange pluim staan. Elk hoofdje produceert veel vruchtjes met pluis, die zeer licht zijn en makkelijk door de wind verspreid worden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De rechtopstaande, stevige stengel is dun behaard en vooral in de bovenste helft vertakt. De plant groeit op open, droge, voedselrijke, omgewerkte, zandige, braakliggende grond, ook tussen plaveisel en wordt tot 75 cm hoog. Ze kan op zeer voedselrijke plaatsen hoger worden.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Canadese fijnstraal kent veel toepassingen. In Noord-Amerika werd de plant door de indianen gebruikt tegen slangengif, menstruatiepijnen en puisten. Door de samentrekkende werking is het ook een goed middel bij diarree, bloedend tandvlees, aambeien, inwendige bloedingen, bloedende wonden en neusbloedingen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 20 tot 75 cm

Bloem
– korte witte straalbloemen
– gele buisbloemen
– vanaf juli tot de herfst
– lange pluimen
– 3 tot 5 mm breed
– omwindselbladeren geelgroen,
lijnvormig, vliezig, kaal of weinig
behaard

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- of lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of fijn getand
– 1-nervig
– gewimperd en verspreid behaard

Stengel
– rechtop
– bovenaan rijk vertakt
– behaard

zie wilde bloemen