Categorie archief: Religie

Is de Bijbel een sprookje?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

oud-bijbel-en-kruis-thumb4052170

 

 

 

Er bestaat de opvatting dat de Bijbel ons vertelt hoe de schrijvers in hun tijd, ervaringen of openbaringen van God gehad hebben. Die ervaringen hebben de schrijvers dan ieder op eigen manier en volgens eigen inzicht verklaard en opgeschreven om op die manier die ervaringen door te geven aan een volgend geslacht.

 

 

Dat volgende geslacht zou er dan weer op eigen manier mee kunnen werken: opnieuw verklaren en eigen erva-ringen doorgeven. Als dat waar is, moeten we rekening houden met menselijke fouten in de Bijbel. Bij deze op-vatting wordt de Bijbel een feilbaar boek. Een boek waarop je kritiek kunt hebben, zoals op ieder ander boek. Een boek, waarin de verschillende schrijvers elkaar dan ook tegenspreken. En de vraag die daaruit volgt is dan natuurlijk:

 

Wat is er eigenlijk waar in het boek, dat zichzelf aandient als het Woord van God ?

 

In het begin van de Bijbel kunnen we lezen over de schepping van de mens en van de wereld en over de opstand van de mens tegen God. Er zijn veel mensen die zeggen, dat dat niet echt gebeurd is. Ze beweren  zelfs dat in de eerste elf hoofdstukken van het boek Genesis volksverhalen worden verteld, maar dat de werkelijke geschied-schrijving pas begint als het gaat over Abraham. Maar ook als het over feiten gaat in de geschiedenis, zou de Bij-bel niet betrouwbaar zijn. Er zouden veel vergissingen gemaakt zijn door de schrijvers van de Bijbel.

Zij hebben eigen voorstellingen vaak doorgegeven alsof het gedachten van God waren. Er zijn talloze voorbeel-den aan te halen op basis waarvan de mens van vandaag de Bijbel eerder ziet als een sprookje, dan als het Woord van God. Volgens velen is de Bijbel daarom een feilbaar, menselijk boek. Wat erin vertelt wordt is niet echt ge-beurd, maar je kunt er wel lering uit trekken.

 

 

 

Jezus over de Bijbel

 

Jezus heeft nooit over de Bijbel gesproken zoals we dat in het voorgaande hebben weergegeven. Hij kende het Oude Testament precies zo als wij. Toen Jezus leefde was het Oude Testament al bekend in de vorm die wij nu nog kennen. Jezus heeft dat Oude Testament aanvaard in z’n geheel als het Woord van God. Hij citeert vaak het Oude Testament of noemt de naam van (Mat th.8 : 4) een schrijver: Mozes, Jesaja.

De  schrijvers zijn voor Hem even gezaghebbend als wanneer Hij zegt:

‘Er (Matth. 4: 4) staat geschreven’ of ‘De Schrift (Matth. 21: 42) zegt’.

 

Voor Jezus is er geen tegenstelling tussen God als auteur van de Bijbel en de mens die door God wordt ingescha-keld. Als Jezus uit het Oude Testament citeert, citeert Hij de woorden van de schrijvers als de Woorden van God. Christus heeft eerbied voor de Bijbel als het Woord van God.  Jezus dacht aan het hele Oude Testament, toen Hij zei:

‘Uw (Joh.17: 17) Woord is de waarheid!’

 

Jezus en Zijn discipelen  staan nooit kritisch tegenover de inhoud van het Oude Testament. Zij hebben die inhoud in zijn geheel en zonder voorbehoud aanvaard. Ook de geschiedkundige gedeelten.

 

 

 

Gaat de zon onder ?

 

De kritische geluiden over de juistheid van de Bijbel zijn niet terecht. Jezus heeft de eerste hoofdstukken van Ge-nesis heel duidelijk als waar gebeurde geschiedenis aanvaard. Hij (Matt 9:4) zegt:

‘Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van de beginne als man en vrouw heeft gemaakt?’

 

 

En (Rom.5:12-15) Paulus:

‘Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen zo is ook door één mens, Jezus Christus, de redding tot stand gebracht’ .

 

Wie het bestaan van Adam niet erkent, trekt daarmee ook het bestaan en het werk van (1 Cor. 15:45) Jezus, de tweede Adam, in twijfel. De schrijvers van de Bijbel dragen niet hun ideeën en voorstellingen uit. God zelf spreekt zo. Dat slaat ook op het zogenaamde verouderde wereldbeeld. Wat in de Bijbel te lezen staat is het Woord van God.

 

 

Christus verenigd in elk geloof

Christus verenigd in elk geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

(EX. 20 : 1-4 ) Toen sprak God al deze woorden

 

Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.’

 

God Laat Mozes dat later ook verklaren:

‘Neemt u er dan terdege voor in acht want gij hebt generlei gedaan te gezien op de dag dat de Here op Horeb tot u sprak uit het midden van het vuur dat gij niet verderfelijk handelt door u een gesneden beeld te maken in de gedaante van enige afgod: een afbeelding van een mannelijk of vrouwelijk wezen; een afbeelding van een of ander dier op de aarde; een afbeelding van een of ander gevleugeld gevogelte, dat langs de hemel vliegt; een afbeelding van een of ander gedierte, dat op de aardbodem kruipt; een afbeelding van een of andere vis, die in het water onder de aarde is; en dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels, aanziet en u Iaat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen.’

In dit (Deut.4:15-19) gedeelte wordt ons duidelijk wat er bedoeld wordt met de uitdrukking: in de hemel, op de aarde en onder de aarde. Het gaat hier gewoon om het luchtruim met de sterren, de aarde en om het water dat nu eenmaal lager ligt dan de aarde. In de Bijbel schrijft God in een taal die Zijn volk dagelijks gebruikt. Het taalge-bruik in de Bijbel is te vergelijken met ons eigen taalgebruik. In ons taalgebruik van iedere dag zeggen wij ook dingen die niet met de natuurkundige werkelijkheid overeenkomen. Ook wij zeggen: de zon komt op en de zon gaat onder. Ook wij schrijven en spreken over de hemel boven ons en over het water dat lager ligt dan de aarde.

Een voorbeeld uit het Nieuwe Testament (Hand.27: 27). Als er staat dat het scheepsvolk vermoedde, na de schip-breuk, dat er land naderde, zullen zij net zo min als wij in ons hedendaags taalgebruik, bedoeld hebben dat het schip stillag en het land op ze toekwam. De Bijbel spreekt geen wetenschappelijke taal. Gelukkig maar. De Bijbel is een boek voor mensen en geschreven in de taal van gewone mensen. De Bijbel gebruikt de taal van de mensen van toen, hun gewone omgangstaal.

 

 

 

Betrouwbaar

 

De Bijbel is het onfeilbare Woord van God. Daarvoor zijn er geen bewijzen. Na het voorgaande is het wel duidelijk dat veel van wat fouten in de Bijbel genoemd worden, vanuit de Bijbel zelf te weerleggen zijn. Van het Oude en van het Nieuwe Testament geldt beide:

‘Nooit is een profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken!’

 

De Bijbel is het betrouwbare Woord van God: Dát staat in de Bijbel zelf. Wij mogen er van overtuigd zijn dat dat woord door God gesproken is en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze aan ons is overge-bracht. Er valt geen enkele rechtmatige grond te ontlenen aan de Bijbel om te spreken van een feilbare overle-vering, die wij van de menselijke factor moeten ontdoen. De Bijbel is betrouwbaar, daar mag je zeker van zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Een Bijbelcode of toeval !

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bijbelcodes zijn modellen, voorafschaduwingen en codes in de Bijbel die bewijs leveren voor een Goddelijke integratie van de 66 afzonderlijke boeken; de boeken die over een periode van bijna 1600 jaar door 40 verschillende auteurs werden geschreven.

 

 

 

De genealogie in Genesis

 

Genealogie is de geschiedkundige studie die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam. Door de Bijbel heen zijn Bijbelcodes gebaseerd op allerlei alledaagse dingen, waaronder na-men en genealogieën. Laten we meteen maar toegeven dat dergelijke lijsten op het eerste gezicht erg saai lijken. Maar wanneer we vooruitgang boeken zul je zien dat Bijbelse namen en genealogieën niet alleen belangrijk zijn als bevestiging van de historische en culturele waarheid van de Bijbel, maar dat zij ook beladen zijn met inzicht, betekenis en soms zelfs een bovennatuurlijk ontwerp.

De eerste genealogie die we in de Bijbel aantreffen gaat van ADAM naar NOACH (Genesis 5). Deze genealogie zal door de hele Bijbel heen (Oude en Nieuwe Testament) om verschillende redenen belangrijk blijken. Men zou kunnen aantonen dat via dit artikel de Bijbel ontworpen is door een schepper. Dit bewijs is gebaseerd op de Hebreeuwse oorsprong van deze chronologisch op elkaar volgende namen  namen.

 

 

genealogy-of-genesis-5-adam-to-noah

 

 

 

ADAM: adomah betekent “man”. Dit is absoluut logisch, omdat hij de eerste mens was.

SET betekent “toegewezen” of “gegeven”. Eva zei: “God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven”.

ENOS betekent “sterfelijk”, “broos” of “miserabel”, en werd gebruikt in de context van diepe rouw, ziekte, misère of ellende. In de dagen van Enos begon de mens God te onteren.

KENAN betekent “verdriet”, “requiem” of “elegie”. Nogmaals, dit was een zwarte bladzijde in de geschiedenis en ouders kozen vaak namen voor hun kinderen die verwezen naar de omstandigheden tijdens de geboorte.

MAHALALEL: mahalal betekent “gezegend” of “lof” en El was de naam voor God. Daarom betekent Mahalel traditioneel “de gezegende God” (opmerking: je zult zien dat veel Hebreeuwse namen het woord El bevatten, zoals Dani-el, “God is mijn rechter”, en Nathani-el, “Geschenk van God,” enzovoorts).

JERED: yaradh betekent “zal neerkomen”. Veel schriftgeleerden geloven dat dit afkomstig is uit de tijd waarin de “zonen van God” (gevallen engelen) op aarde “neerkwamen” om de dochters van de mensen te onteren (gemeenschap met vrouwen), wat resulteerde in de zogenaamde Nephilim (de nakomelingen).

HENOCH betekent “onderwijzen” of “aanvang”. Later in de Bijbel leren we dat Henoch de eerste was van vier generaties priesters.

METUSELACH: muth betekent “dood” en shalach betekent “brengen” of “voortbrengen”. Daarom betekent zijn volledige naam “zijn dood zal brengen”.

LAMECH (waarvan de stam nog steeds te zien is in ons woord “lamenteren”) betekent hier in de Hebreeuwse context “wanhopend”.

NOACH: nacham betekent “verlossing bieden” of “troost”.

 

 

 

Als we dit alles nu op een rijtje zetten, dan vinden we:

 

Bijbelcodes

 

 

 

Is het mogelijk dat Gods reddingsplan voor de mens al meteen hier in het begin van de Bijbel gevonden kan wor-den?

“(De) Mens (is) sterfelijk verdriet toegewezen; (maar) de gezegende God zal neerkomen (om te) onderwijzen (dat) Zijn dood rust zal brengen (aan) de wanhopenden.”

 

 

 

Het tegenargument 

 

Natuurlijk zullen sommigen beargumenteren dat deze Bijbelcode de oorspronkelijke betekenis van de Hebreeuw-se stamwoorden uitrekt, zodat ze overeenstemmen met het Nieuwe Testament. Anderen zouden kunnen beargu-menteren dat dit alles pas achteraf werd verzonnen. Maar je kunt ons er niet van overtuigen dat een groep Jood-se rabbijnen met opzet probeerde een samenvatting van het christelijke Evangelie te verbergen op deze plek in het begin van de Bijbel, in de genealogie van hun zo dierbare Thora.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

God redt uit de macht van de zonde

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Keuze tussen goed en kwaad

Keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mattheüs 8:16-17 16 :  Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, 17 opdat vervuld zou worden, hetgeen gespro-ken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.

 

Marcus 1: 32-39 32 :  Toen het nu avond werd en de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, en de bezetenen. 33 En de gehele stad was te hoop gelopen bij de deur. 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.

 

In het evangelie treffen we Jezus aan omringd en omstuwd door een menigte van zieken en van mensen bezeten door boze geesten. Ze worden bij hem gebracht en ze zoeken hem op. Ook als hij zich terugtrekt op een eenza-me plaats om daar te bidden. ‘Allen zoeken U’, melden hem dan zijn discipelen. Jezus kan de zieken en kwalijk gestelden niet ontlopen, Hij raakt ze niet kwijt. Ze zitten hem op de hielen en op de huid.

Dat is de zware last die de Zoon des mensen is opgelegd en die hij steeds ook weer op zich neemt. Hij draagt en deelt het lot van zieken en melaatsen, van armen en zondaars. Dat is kenmerkend voor Jezus’ weg en werk.

Job in het Oude testament : ‘Heeft niet de mens een zware dienst op aarde en zijn zijn dagen niet als die van een dagloner? Als een slaaf die hijgt naar schaduw of als een dagloner, die wacht op zijn loon, zo werden mij maan-den van ellende toebedeeld en nachten van moeite beschoren’.

Ook Jezus, de Zoon des mensen, heeft iets van zo’n slaaf, zo’n dagloner, die hijgt naar schaduw, die rust zoekt welke hem nauwelijks gegund is. Want zijn leven is dienst onder de mensen. Jezus is de last, de moeite en de pijn van het mensenleven niet uit de weg gegaan, maar hij heeft die op zich genomen. Hij heeft er onder gebukt en onder gezucht. En juist daarom  is dat moeitevolle, belaste en gekwelde leven van zo velen niet zonder hoop, niet zonder enig uitzicht en zal het ook niet restloos en hopeloos verloren gaan.

 

 

 

Jezus, de Zoon van God, is in ons moeitevolle leven afgedaald

 

Jezus redt het leven van de ondergang, uit de macht van zonde en dood. Want de naam Jezus betekent immers: God redt! Hij laat ons niet liggen in onze ellende, maar ziet naar ons om wat ons nieuwe moed geeft. Hij laat ons niet over aan ons eenzame lot en hij geeft de wereld niet prijs aan haar fatale loop. Hij wendt en keert ons lot. Hij verbreekt de noodlottigheid van de dingen die er nu eenmaal gebeuren. Zo schept Jezus in zijn woord en daad nieuw vertrouwen, nieuwe verwachting en hoop.

Daar mogen we dagelijks van getuigen. Het is niet zo hopeloos als het wel eens kan lijken. En dat komt omdat God in Christus Jezus ons lot en ons leed zich heeft aangetrokken. We zijn er niet alleen in gelaten. We hoeven het niet allemaal alléén te dragen en te dulden. God weet ervan, God erbarmt zich over onze ellende. Hij kent ons, in ons verdriet, in onze eenzaamheid, in onze stille wanhoop. Dat lezen we af van de gestalte van de bukkende en dienende Jezus. In hem kennen we God en eigenlijk nergens anders dan in hem. Zoals Jezus is,  zo is God.

 

 

 

We mogen geloven in de macht van deze barmhartigheid die in Jezus

openbaar wordt en die naar ons en onze wereld is uitgegaan

 

 

We geloven in de kracht van deze liefde omdat het geen machteloze of vergeefse liefde is. Ze is reddende en genezende liefde. De zieken komen niet alleen tot Jezus, maar ze vinden ook genezing en uitredding bij hem. Zijn toegewijde trouw en liefde zijn niet vruchteloos. We horen:

‘en hij genas velen die ernstig ongesteld waren door allerlei ziektes en vele boze geesten dreef hij uit…’

Misschien zijn we zo vertrouwd en gewend aan de bijbelverhalen dat het ons niet eens meer verrast en verbaast, maar toch is het verrassend en verbazingwekkend dat zijn liefde wonderen doet. Dingen die we niet voor moge-lijk houden, die schijnbaar niet kunnen, maar die toch gebeuren.

 

 

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het evangelie is het verhaal van Gods bewogenheid met verloren

mensenlevens, met een verloren wereld.

 

God wil niet aan dat we naamloos verdwijnen in het niets en dat ons leven en de wereld de ondergang tegemoet gaan. Daar betaalt Hij in Christus een hoge prijs voor en die prijs zijn we indachtig door ook zelf in de liefde te leven. Want we kunnen sinds we van Gods ontferming in Christus weten niet langer liefdeloos leven. Ook wij krij-gen een hart voor de mensen in hun noden en hun menselijkheid. Hart in de zin van gevoel en moed om tussen en onder de mensen te leven.

 

 

 

Leven in het licht en de kracht van Gods liefde

 

Als we leven in het licht en de kracht van Gods liefde, dan worden daarmee niet alle kwellende vragen en duistere raadsels beantwoord en opgelost, maar misschien verliezen ze wel hun kwellend karakter, hun duistere dreiging, hun martelende onzekerheid. Want in de liefde is licht en leven, ook al gaan we (zegt Psalm 23) ‘door een dal van diepe duisternis’ en ook al krijgen we zware lasten te dragen en moeilijke dagen en tijden te verduren.

Net als bij Jezus in de evangeliën breken er op die weg tekenen van Gods Koninkrijk uit, lichtflitsen van zijn heil-rijke toekomst. Dat mogen we geloven en dat zullen we ook ervaren. Daarin houden we het vol en verliezen we de moed niet. Zelfs niet als ons levenseinde nabij is, als onze dagen geteld zijn. Want het is God die onze dagen telt en zo mogen ook wij ze tellen om een wijs en vreedzaam hart te bekomen.

 

 

Houd je in het heden aan de Tien Geboden uit dankbaarheid

 

 

De 10 geboden voor de eeuwigheid

De 10 geboden voor de eeuwigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Eerste gebod:
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

 

Tweede gebod:
Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den
hemel, of onder op de aarde is, of in het water onder de aarde is. Gij zult u voor die niet
buigen, noch hen dienen.

 

Derde gebod:
Gij zult den Naam des Heeren, uws Gods, niet ijdellijk gebruiken.

 

Vierde gebod:
Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.

 

Vijfde gebod:
Eert uw vader en uw moeder.

 

Zesde gebod:
Gij zult niet doodslaan.

 

Zevende gebod:
Gij zult geen overspel doen.

 

Achtste gebod:
Gij zult niet stelen.

 

Negende gebod:
Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

 

Tiende gebod:
Gij zult niet begeren uws naasten vrouw en gij zult u niet laten gelusten uws naasten
huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel,
noch iets dat uws naasten is.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

De Bijbel en Profetieën.

Standaard

categorie : religie

 

 

De profetieën in de Bijbel zijn talrijk en beslaan een groot aantal gebeurtenissen. Gods Woord is een opwindend boek dat gevuld is met Zijn beloften en doeleinden. “Elke schrifttekst is door God geïnspireerd…” (2 Timoteüs 3:16). Hij heeft ons profetische Schriftteksten gegeven, zodat we kunnen begrijpen wat er in het heden plaatsvindt en in de toekomst nog zal plaatsvinden. Zo kunnen wij onze hoop op Hem alleen vestigen.

 

 

6521009

 

 

In tegenstelling tot onszelf opereert God niet op een lineaire tijdbalk. Hij is alziend en almachtig. Hij weet wat er was, wat er is, en wat nog zal komen. En dat allemaal op hetzelfde moment! Het is voor het menselijke verstand moeilijk te bevatten. En toch heeft de Heer, om ons te helpen, ons profetie gegeven om ons te bemoedigen en ons een glimp te geven van Zijn plannen, Zijn oordelen en Zijn zegens.

 

In Openbaring 1:3 zegt Hij: “Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich hou-den aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.”

  • Van de 66 boeken in de Bijbel zijn er 17 gewijd aan profetie.
  • Zestien van deze boeken staan in het Oude Testament.
  • Openbaring is het enige profetische boek in het Nieuwe Testament.

 

Maar profetische verzen zijn door de hele Bijbel heen te vinden. Gods eerste profetische verkondiging vinden we in Genesis 3:15, wanneer Hij Satan aanspreekt over zijn verleiding van Eva. Sommige profetieën voorspellen de opkomst en ondergang van koninkrijken.

Een groot aantal van de profetieën in het Oude Testament wordt Messiaanse profetie genoemd; deze profetieën hebben betrekking op de komende Messias. Deze Schriftteksten zijn een overtuigende bevestiging van de nauw-keurigheid van de Bijbelse profetieën. Hier volg slechts een greep uit de honderden profetieën:

 

De vier Evangeliën in het Nieuwe Testament staan vol vervullingen van deze Messiaanse Profetieën door Jezus Christus. Zij voorspelden niet alleen (met 100% nauwkeurigheid) Zijn eerste komst om voor onze zonden te beta-len, maar verhalen ook over Zijn tweede komst (de wederkomst) om als Koning der Koningen te heersen (Openbaring 19:11-16).

Veel mensen denken dat profetieën mysterieus en onwerkelijk zijn. Om te begrijpen wat profetie precies inhoudt en voor ons vandaag de dag betekent, moeten we ons bewust zijn van het werkelijke bereik van de profetieën en de bedoeling van God. Profetie verbindt het verleden, het heden en de toekomst van de mensheid en geeft ons zo een balans van Gods complete en eeuwige doel.

 

 

 

WAT DENK JIJ?

 

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Helpt bidden echt?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

csm_gp_bidden_02_5964c5bcfc

 

 

 

Helpt bidden eigenlijk wel ?

 

Bidden is iets vragen aan God. Je moet dan natuurlijk wel geloven dat er een God en dat Hij bestaat. En je moet ook geloven, dat God naar je wil luisteren en al evenzeer geloven, dat Hij ook kan doen, wat je vraagt.

Bidden kun je leren. De discipelen, die in hun joodse opvoeding toch echt wel hadden leren bidden, zagen in de omgang van de Here Jezus met Zijn Hemelse Vader iets wat ze niet kenden. Dat bracht hen tot de vraag: “Here, leer ons bidden”. En Jezus leerde hun een gebed.

Ook wij mogen bidden leren. God wil gebeden zijn. Dus laten we werk maken van het gebed. In ons persoonlijk leven en in ons gemeenteleven mag gebed een centrale plaats innemen. Om met elkaar te ontdekken wat bidden nu eigenlijk is en hoe we dit vorm kunnen geven is deze studie van de Bijbel een geweldig middel.

 

 

 

 Wat is bidden eigenlijk ?

 

Veel mensen zeggen dat bidden onzin is. Bidden is ook onzin als je niet gelooft dat God bestaat. Bidden is ook onzin als je wel gelooft dat er een wezen bestaat dat God genoemd wordt, maar niet wilt aannemen dat Hij zich nog met ons bemoeit.

Geloven in God en geloven dat Hij naar je luistert is niet vanzelfsprekend. Het is moeilijk te begrijpen als je be-denkt dat er op hetzelfde ogenblik talloze mensen bidden en in vele talen. Eén ieder met zijn eigen problemen, moeiten en vragen.

Als je aanvaardt dat God al die gebeden kan horen, moet je geloven in een God die dat allemaal kan en die alles weet. Je moet dus geloven dat Hij almachtig en alwetend is. En als je wilt aannemen dat Hij naar je wil luisteren, moet je geloven dat Hij van je houdt en je liefheeft.

Bidden is erkennen dat je hulp nodig hebt. Je kunt het zelf niet meer. Je kunt niet meer op eigen benen staan, je eigen boontjes doppen. Je bent niet meer eigen baas. Bidden is jezelf afhankelijk erkennen. Veel mensen bidden niet meer. Wie niet gelooft dat God wil horen, wil helpen, kan helpen, kan ook niet bidden.

 

 

 

Kan God de mens, jou en mij dus, helpen?

 

In de Bijbel wordt veel over het bidden gesproken en over mensen die bidden. De Bijbel spreekt over bidders die krijgen, waar zo om vroegen, die verhoord worden en over bidders die wel bidden, maar niet ontvangen waar ze om vroegen, die niet verhoord worden. Mag je daaruit concluderen, dat bidden soms wel, soms niet helpt? Lees eens mee wat er staat in Lucas 11 : 5-13. Jezus Christus zelf spreekt over het bidden. Hij doet heel merkwaardige uitspraken :

‘Bidt en u zal gegeven worden’.

 

Ieder die bidt, ontvangt. Wat je vraagt, dat krijg je. Dat lijkt nogal in tegenspraak met de feiten. Meestal lijkt bid-den niet veel uit te halen. Je kunt bidden om beterschap. Gebeurt het dan ook altijd? Je kunt bidden om werk. Heb je dat dan meteen de volgende dag? En als je geen verhoring kreeg op je gebed, heeft God je dan niet ge-hoord? En stel dat je wel werk kreeg, was dat dan het gevolg van je gebed?

 

 

 

Een hemelse aanrader is niet twijfelen

 

Jacobus, waarschijnlijk een broer van Jezus en leider van de christelijke gemeente in Jeruzalem, schrijft daarover in het boek Jacobus 1 : 5-8.

Als u wilt weten wat God van u verwacht, vraag het Hem en Hij zal het u graag vertellen. Want Hij staat altijd klaar om ieder die Hem daarom vraagt, voldoende wijsheid te geven; Hij zal het u niet kwalijk nemen.

Maar als u Hem erom vraagt, moet u ook verwachten dat Hij het zal geven. Iemand die twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind heen en weer gejaagd wordt.

Zo iemand moet niet denken dat de Here hem iets zal geven,

als hij twijfelachtig is en onzeker in zijn optreden.

 

In de eerste plaats is het belangrijk om niet te twijfelen aan God zelf.

‘Want wie tot God komt moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken’. (Hebr. 11 : 6).

 

In de tweede plaats ook niet twijfelen aan het horen van God. God wil altijd luisteren ook al vind je jezelf nog zo’n slecht mens. Bidden met de gedachte van “Baat het niet, het schaadt ook niet” is niet echt bidden. We moeten vast geloven dat God luistert, dat Hij elk gebed hoort. Er niet aan twijfelen dat Hij helpen kan en wil.

 

 

 

Het is een zaak van volhouden

 

De Bijbel zegt dat we niet te gauw moedeloos moeten worden. We moeten blijven bidden en blijven zoeken. Je-zus vergelijkt (Matth. 7 : 7-12; zie ook Luc. 11 : 1-13) het bidden met zoeken en met het kloppen op een deur tot je wordt opengedaan en ontvangt. Jezus vertelt daarover een verhaal, een gelijkenis zoals dat in de Bijbel heet. (Luc. 18 : 1-8). Hij zegt dat als zelfs een onrechtvaardig, een slecht mens tenslotte toch luistert, dan zal God toch zeker horen, als we erg veel van Hem verwachten.

 

 

 

Het moeilijke van onverhoorde gebeden

 

De Bijbel vertelt ook over gebeden die niet verhoord worden, hoewel God de gebeden wel gehoord heeft. Paulus, een gezondene door Jezus Christus om het evangelie te verkondigen (een apostel genoemd) schrijft over een ge-bed van hem dat niet werd verhoord in 2 Cor. 12 : 7-9.

Hij heeft een geweldige ervaring gehad, hij is in het hemelse paradijs geweest. Zelf weet hij niet of dat nu werke-lijk of in een soort visionaire toestand gebeurde. Hij hoorde woorden die hij niet verder vertellen mag. Iets om behoorlijk trots op te zijn. Maar om hem klein te houden krijgt hij een doorn in het vlees.

Hij zegt niet wat dat nou precies is, maar misschien was het iets als een ooglijden. Paulus bidt driemaal of God die doorn weg wil nemen. Het gebeurt niet. God zegt tegen hem: ‘Mijn genade is genoeg voor u’. Dat betekent: Mijn liefde, waarmee God de schuld van de zonde vergeeft, moet genoeg zijn.

Mozes, de leider uit het Oude Testament, heeft iets dergelijks ervaren (Deut. 3 : 23-28 en Num. 20 : 7-13). Omdat Mozes ongehoorzaam was geweest, mag hij van God het land dat de Israëlieten beloofd was niet binnengaan. Hij vindt dat heel erg. Daarom vraagt hij of hij niet toch het beloofde land mag binnentrekken. Maar God zegt: ‘spreek Mij over deze zaak niet meer’ .

Het gebed van Mozes is door God wel gehoord, maar Hij doet niet wat van Hem gevraagd wordt. Soms zegt God al van te voren dat een gebed niet verhoord zal worden. Hij verbiedt dan zelfs het bidden ( zie Jer. 14 : 7-12 en 15: 1).

 

 

 

Gebeden in de Bijbel

 

Als je het gebed ziet als een middel om over God naar je eigen inzichten te kunnen beschikken, zal er zeker geen verhoring komen op je gebed. En bidden helpt ook niet als je het beschouwt als een middel dat ook wel eens te proberen zou zijn.

In de Bijbel staan veel gebeden. Als je die gebeden eens aandachtig leest, zijn er een paar dingen die telkens sterk opvallen. Dikwijls bidt men om vergiffenis en verlossing. In de Psalmen 25 bidt de dichter om verlossing, maar hij begint daar niet mee.

  • Allereerst spreekt hij zijn vertrouwen uit in de God tot wie hij bidt.
  • Daarna vraagt hij of hij God goed mag leren kennen.
  • Dan belijdt hij zijn schuld en bidt hij om vergeving, terwijl hij zegt er vast van overtuigd te zijn, dat God hem ook vergeven zal.
  • En pas nadat hij God om zijn trouw geprezen heeft begint de dichter van Psalm 25 te vragen om hulp.

 

Blijkbaar is er iets dat de dichter nog meer beangstigt dan de haat van zijn vijanden. Zijn eigen schuld, zijn eigen zonde benauwt hem veel meer . Zonde, dat is niet doen wat God zegt en juist wel doen wat God verbiedt.

Daarom gaat zijn gebed om vergeving van de zonde voorop. Hoewel hij er vast van overtuigd is, dat God zijn ge-bed verhoren wil, vindt hij dat kennelijk toch niet zo’n vanzelfsprekende zaak.

 

 

Bidden is bekommerd zijn om de kwaliteit van het leven.

 

Bidden is wikken en wegen. Ook overwegen en afwegen welke de juiste dosis is van de barmhartigheid en de rechtvaardigheid in de wereld en in ons eigen leven. Bidden is bekommerd zijn dat de naam van God zou gehei-ligd worden en dat zijn wil zou geschieden op de aarde als in de hemel.

Als wij niet bidden zal het verkeerd lopen met de schepping, met de wereld en met ons eigen leven. Sommige mensen hebben een zeer eenzijdige en oppervlakkige opvatting van bidden. Voor hen is bidden enkel vragen. Zij vragen dan meestal dingen in hun eigen belang en voordeel.

Tot in het bidden toe zijn ze nog met zichzelf bezig. Bidden is meeleven met God die de Schepper is en dus mee-leven met heel zijn schepping en mee bezorgd zijn opdat het goed zou zijn in de wereld.

Het gebed is er om ons los te maken van onszelf, om ons open te maken voor God en de wereld, voor Christus en de mensen. Mensen die niet bidden riskeren eng en enggeestig, klein en kleinzielig te worden. Bidden verruimt onze horizon en leert ons leven op de maat van God.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

De sprinkhaan in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De sprinkhaan

 

Voor boeren in de landen grenzend aan de Middellandse Zee, is het ergste dat hen kan overkomen – op een lang-durige droogte na – een sprinkhanenplaag. De sprinkhanen daar zijn verwant aan die in ons land. Het zijn insec-ten, die in zulke enorme aantallen optrekken, en met zo’n precisie te werk gaan, dat zij alles wat zij op hun pad tegenkomen en dat groen is, volledig kaalvreten.

Wanneer wij in het boek Exodus lezen over de achtste plaag die God over Egypte bracht, beseffen wij wat voor catastrofe dat moet zijn geweest (Exodus 10: 1-20). De vroege gewassen, het vlas en de gerst, waren al door de hagel neergeslagen; nu waren de tarwe en de spelt aan de beurt (Exodus 9: 29-33).

Omdat de Farao steeds weigerde naar God te luisteren, voerde Hij met een oostenwind een zwerm sprinkhanen aan, groter dan Egypte ooit had gezien. Nadat zij al het overige gewas kaalgevreten hadden, voerde God hen weer weg met een westenwind. Sprinkhanen werden dus door God gebruikt om mensen te straffen, onder meer de Israëlieten toen zij Hem de rug toekeerden (Deuteronomium 28: 38-42).

 

 

 

Exodus 10: 1-20

 

1 De Heer zei tegen Mozes: “Ga opnieuw naar de farao. Want Ik heb hem en zijn dienaren zó koppig gemaakt, dat ze niet zullen willen luisteren. Want Ik wil mijn wonderen bij hen doen. 2 Dan zullen jullie aan je kinderen en kleinkinderen vertellen wat Ik voor wonderen in Egypte heb gedaan. Jullie zullen weten dat Ik de Heer ben.”

3 Toen gingen Mozes en Aäron weer naar de farao. Ze zeiden tegen hem: “Dit zegt de Heer, de God van de He-breeën: hoelang zult u blijven weigeren om Mij te gehoorzamen? Laat mijn volk vertrekken, zodat ze Mij kunnen aanbidden. 4 Als u mijn volk niet laat gaan, zal Ik morgen sprinkhanen in uw land laten komen. 5 Ze zullen het hele land bedekken. Zelfs de grond zal niet meer te zien zijn. Ze zullen alles opeten wat er na de hagelbuien nog is overgebleven van de oogst en de bomen.

6 En alle huizen in Egypte zullen vol met sprinkhanen zitten. Nog nooit eerder is zoiets gebeurd in de geschie-denis van Egypte.” Toen draaide Mozes zich om en vertrok. 7 De dienaren van de farao zeiden tegen hem: “Hoelang zal deze man ons nog ellende bezorgen? Laat die mannen vertrekken om hun Heer God te aanbidden! Ziet u dan niet dat Egypte helemaal wordt vernietigd?”

8 Toen werden Mozes en Aäron bij de farao terug geroepen. De farao zei tegen hen: “Ga jullie Heer God maar aanbidden. Maar wie zullen er eigenlijk allemaal gaan?” 9 Mozes antwoordde: “We gaan met jong en oud, met onze zonen en dochters, met onze schapen, geiten en koeien. Want we hebben een feest voor de Heer.” 10 Toen zei de farao tegen hen: “Ik wens jullie nog liever de zegen van de Heer toe, dan dat ik jullie en jullie kinderen laat vertrekken! Pas maar op, want ik begrijp wel wat jullie van plan zijn!

11 Nee, alleen de mannen mogen gaan om de Heer te aanbidden, want dat was wat jullie hadden gevraagd.” En hij joeg hen zijn paleis uit. 12 Toen zei de Heer tegen Mozes: “Strek je hand uit over Egypte. Dan zullen er sprinkhanen in Egypte komen. Ze zullen alle planten opeten, alles wat er na de hagel nog is overgebleven.” 13 Toen strekte Mozes zijn staf uit over Egypte. En de Heer zorgde ervoor dat er die hele dag en die hele nacht een oostenwind over het land waaide. Toen het ochtend werd, bracht de wind sprinkhanen mee.

14 Zo kwamen er sprinkhanen in heel Egypte. In het hele land streken ze in grote zwermen neer. Nog nooit eer-der was er zó’n grote sprinkhanenplaag in Egypte geweest en zo één zal er ook nooit meer komen. 15 Ze be-dekten het hele land. Het zag er zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten en vruchten op die niet door de hagel waren vernield. Zo bleef er in heel Egypte geen sprietje groen meer over.

16 Toen liet de farao snel Mozes en Aäron halen en zei: “Ik heb verkeerd gedaan tegen jullie Heer God en tegen jullie! 17 Vergeef het mij nog één keer! Bid tot jullie Heer God dat Hij ons redt! Want zo gaan we allemaal dood!” 18 Toen ging Mozes bij de farao weg en bad tot de Heer. 19 En de Heer zorgde ervoor dat er een harde westenwind ging waaien. Die nam de sprinkhanen mee en blies ze de Rietzee in. Er bleef in heel Egypte geen één sprinkhaan over. 20 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao koppig bleef, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.

 

 

 

Exodus 9: 29-33

 

29 Mozes zei tegen hem: “Zodra ik buiten de stad ben, zal ik tot de Heer bidden. Het onweer zal ophouden en het zal niet meer hagelen. Dan zult u toegeven dat de aarde van de Heer is. 30 Maar ik weet dat u en uw die-naren nog steeds geen ontzag hebben voor de Heer God.” 31 Het vlas en de gerst waren door de hagel platge-slagen, want de gerst had al aren en het vlas stond net in bloei.

32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die groeien later. 33 Mozes ging bij de farao weg. Hij ging de stad uit, stak zijn handen op naar de Heer en bad tot Hem. Toen hield het zware onweer op en de ha-gel en de stortregen stopten.

 

 

 

Deuteronomium 28: 38-42

 

38 Jullie zullen veel zaad in de akkers zaaien, maar weinig oogsten. Want de sprinkhanen zullen de oogst opvreten.
39 Jullie zullen wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn drinken of druiven plukken. Want de wormen zullen alles kaalvreten.
40 Jullie zullen in het hele land olijfbomen hebben, maar jullie zullen je niet met olie zalven. Want de olijven zullen afvallen.
41 Jullie zullen zonen en dochters krijgen, maar niet van hen genieten. Want ze zullen als buit meegenomen worden.
42 Alle bomen en akkers zullen door ongedierte worden kaalgevreten.

 

 

De 10 plagen van Egypte

 

 

 

“De sprinkhanen – een koning hebben zij niet, maar ze rukken in slagorde op” (Spreuken 30: 27) zei Salomo. De profeet Joël voorspelde zo’n sprinkhanenplaag, zowel letterlijk als figuurlijk, als een sterke invallende macht (Joël 1: 1-7). In vers 4 worden vier verschillende woorden voor de sprinkhanen gebruikt; ze worden vertaald als knager, sprinkhaan, verslinder en kaalvreter.

 

 

 

Spreuken 30: 27

 

27 De sprinkhanen – ze hebben geen koning, maar toch trekken ze als één groot leger op.

 

 

 

Joël 1: 1-7

 

1 Dit is wat de Heer zei tegen de profeet Joël, de zoon van Petuël. 2 Luister, leiders van het volk! Luister goed, bewoners van het land! Luister naar wat Ik nu ga zeggen. Is dit ooit eerder gebeurd in de geschiedenis van dit land? 3 Vertel het aan je kinderen. En laten zij het weer aan hún kinderen vertellen, en ook zij weer aan hún kin-deren.

4 De sprinkhanen eten alles op: wat de knager overlaat, eet de sprinkhaan op. Wat de sprinkhaan overlaat, wordt opgevreten door de verslinder. En wat de verslinder overlaat, eet de kaalvreter op.

5 Dronkenlappen, word wakker! Huil en klaag, zuipers, want jullie zullen geen nieuwe wijn hebben! 6 Want een groot volk valt dit land aan. Een machtig, ontelbaar leger. Als een leeuw verslindt het alles met zijn tanden. 7 Israël, mijn wijnstruik, wordt helemaal verwoest. Mijn vijgenboom Israël ziet wit als schuim. Het leger schilt mijn vijgenboom helemaal kaal en werpt hem weg. De takken zijn kaal en wit geworden.

 

 

sprinkhanenplaag

 

 

Wij weten niet wanneer Joël profeteerde, maar het feit dat de bazuin op Sion geblazen moest worden (Joël 2: 1), betekent dat een aanval op Juda ophanden was. Dit zou wellicht de aanval van de Assyrische koning Sanherib in de dagen van koning Hizkia geweest kunnen zijn. Interessant is dat er in 2 Koningen 15 t/m 18 over vier invallen van Assur wordt geschreven, drie op het noordelijke rijk en één op Juda.

 

 

 

Joël 2: 1

 

1 Blaas op de ramshoorn in Jeruzalem! Sla alarm op mijn heilige berg Sion! Laten de bewoners van het land beven van angst, want de dag van Gods straf komt eraan!

 

 

In Arabische landen gebruikt men nog steeds sprinkhanen als voedsel. Dus is het niet zo vreemd dat Johannes de Doper, toen hij in de woestijn was, leefde van deze insecten en wilde honing (Matteüs 3: 4). En de wet van Mozes stond hem dat toe (Leviticus 11: 20-22).

 

 

Matteüs 3: 4

 

4 Johannes droeg een mantel die van kameelhaar was gemaakt, met een leren gordel om zijn middel. Hij leefde van sprinkhanen en honing van wilde bijen.

 

 

 

Leviticus 11: 20-22

 

20 Alle insecten moeten jullie walgelijk vinden. 21 Maar alle insecten die springpootjes hebben, mogen jullie wél eten. 22 Dat zijn dus alle soorten sprinkhanen. 23 Maar alle andere insecten moeten jullie walgelijk vinden.

 

 

 

 

 

 

Astrologie en de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Astrologie en de Bijbel

 

 

600_woordenboek_7_1

 

 

 

Astronomie of sterrenkunde is een wetenschap, die zich bezighoudt met het bestuderen van de hemellichamen. Daarbij kunnen exacte voorzeggingen van zonsverduisteringen, enz. gedaan worden.

 

Astrologie of sterrenwichelarij heeft niets met wetenschap te doen, maar is een bijgeloof. Met gaat er vanuit dat er een verband bestaat tussen de stand en de bewegingen van de sterren (of alg. hemellichamen) en het lot van de wereld en van de mens individueel.

 

Verschillende meningen van astrologen:

-de sterren beïnvloeden het mensenleven niet, er is slechts een parallel;
-er valt geen toekomst uit te voorspellen, alleen karakterbeschrijving;
-er is wel toekomstvoorspelling mogelijk.

 

 

 

Oorsprong en geschiedenis

 

De astrologie stamt uit het Midden-Oosten, uit het gebied van Babylon en heeft zich van daaruit na de tijd van Alexander de Grote naar het westen verspreid. In Egypte had ze al veel eerder vaste voet gekregen. Volgens ver-schillende egyptologen kan de plaatsing van de piramiden in verband gebracht worden met de stand van de sterren.

Tot de 18 e eeuw was er geen scheiding tussen astronomie en astrologie. Men berekende nauwkeurig zonsverduisteringen e.d. Daarnaast hield men zich bezig met voorspellingen van de toekomst. Men legde een verband tussen de planeten en de afgoden, denk maar aan de namen die men aan diverse planeten gaf.

Keizers en de gewone man gingen bij beslissingen af op ‘een gunstig gesternte’. In de Middeleeuwen kreeg de astrologie veel ingang in islamitische landen. In de 13 e,14 e eeuw was er ingang in christelijke landen met een bloeiperiode in de 15 e en 16 e eeuw. v De leer van Copernicus deed de invloed afnemen. In onze tijd neemt de invloed weer toe.

 

 

 

Grondbeginselen

 

Men gelooft niet in een transcendente God die boven de schepping staat. Astrologen geloven dat God met de schepping verbonden is. Er vindt een vergoddelijking van het heelal plaats. Men huldigt het parallelliteitsbeginsel wat een parallel trekt tussen het hemelgebeuren en het leven op aarde.

Of men huldigt het synchroniteitsbeginsel dat een overeenkomst zoekt tussen de micro- en macro kosmos. De mens is een micro-afspiegeling van het universum. Vervolgens beschouwt men oog, hand, voet als een micro-afspiegeling van het hele lichaam.. Men onderscheid wereld-astrologie, geboorte-astrologie en hecht waarde aan iriscopie, handleeskunde en dergelijke.

 

 

 

Horoscoop

 

De dierenriem of zodiak bevat 12 sterrenbeelden welke aangeven hoe de persoon is die onder dat gesternte is geboren. De indeling van de dierenriem is vast en onveranderlijk. Men acht het gesternte ook van belang voor de situatie van de mensheid als geheel.

Aanhangers van de New Age stellen dat we geleefd hebben in het tijdperk van de ‘vissen’ en dat we overgaan in het tijdperk van de ‘Waterman’. Dit heeft te maken met het zogenaamde Lentepunt wat bepaald wordt door de stand van de zon op 21 maart. Het doorlopen van een teken duurt 21411/2 jaar.

De zonnebaan heeft men ook in twaalf gedeelten verdeeld en die delen worden huizen genoemd. Dit is geen vas-te indeling. Het eerste huis heette horoscoop. Dat gedeelte zag het uur. De 12 huizen heetten: Leven, rijkdom, broeders, ouders, kinderen, gezondheid, vrouw, dood, godsdienst, koninkrijk, weldaden en gevangenis.

 

a) Uitgangspunt is het het teken waarin de zon stond op de dag van de geboorte, het zonneteken.

b) Tweede belangrijke zaak is het dierenriemteken dat op het punt staat boven de horizon te rijzen, op het moment en de plaats van geboorte, men noemt dat de ascendant.

c) Lokalisering van de maan en de vijf dichtstbijzijnde planeten. Elk heeft zijn karakter, maar wordt verder bepaald door het huis waarin ze zich bevinden.

d) Ook houdt men rekening met de onderlinge posities van de planeten uitgedrukt in de hoek die ze samen ten opzichte van de de aarde maken, de aspekten.

Op zichzelf is er wel verband tussen de hemellichamen en het leven op aarde, denk aan eb en vloed, invloed van zonnevlekken en dergelijke. Maar dat is heel wat anders. Dat is mathematisch en wetenschappelijk na te gaan. Het heeft niets met de theorieën van de astrologie te maken.

 

 

sterrenbeelden

 

 

 

Wetenschappelijke weerlegging

 

Er zijn diverse argumenten aan te dragen die de astrologie naar het rijk van de fabels verwijzen, zoals :

a. het is onwaarschijnlijk dat een toevallige constellatie van hemellichamen van invloed zou zijn op het reilen en zeilen van de mens individueel en van de mensheid als totaal.

b. het leven van twee personen geboren onder hetzelfde gesternte verloopt niet gelijk. In de wetenschap geldt dat een zaak pas vaststaat als je ze onder dezelfde omstandigheden moet kunnen ‘nadoen’.

c. de stand van planeet Venus acht men van invloed op het huwelijksleven en dat puur omdat mensen deze planeet de godin van de liefde hebben gewijd.

d. de stand van de planeten ten opzichte van de dierenriem verandert. Het lentepunt verplaatst zich van Ram, via Vissen naar Waterman. Er is dus in de loop van de tijden geen vastigheid.

e. er zijn in latere tijden drie planeten bij ontdekt, die vroeger dus geen rol speelden en nu ook vaak nog niet. Pure willekeur dus.

f. men gaat uit van een geocentrisch wereldbeeld waarbij de aarde als het middelpunt van het heelal werd gezien waarom alles draaide (zon , maan en sterren) terwijl we dat allang hebben losgelaten. Wetenschappelijk gezien is de aarde slechts een van de planeten.

g. men heeft het gesternte puur subjectief geprojecteerd tegen de denkbeeldige hemelkoepel terwijl de sterren waaruit zo’n beeld ‘bestaat’ totaal geen eenheid vormen.

 

 

 

De Bijbel

 

Belangrijk voor ons als christenen is wat de Bijbel over de schepping en dus ook over de sterrenhemel zegt. Wat dat laatste betreft kunnen we stellen dat de Schrift heel wat over de sterren zegt, maar dan in heel andere zin dan de astrologie dat doet.

Astrologie houdt de vergoddelijking van het heelal in, maar volgens de Bijbel is de schepping het werk van God en dat tot zijn eer ( Zie Js.43: 7 en  Op 4: 11).

a. Zon, maan en sterren als scheppingen verkondigen Gods eer:  Ps. 8: 4,5 / Ps.19: 1,5/ Ps.33: 6/ Ps.148: 3 /Ps.150: 1. De sterren worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt: Gn 15: 5 / Dt. 28: 62. Nooit wordt de sterrenhemel als een soort profetisch materiaal voorgesteld.

 

b. God gebruikt zon, maan en sterren maar dan als beelden (zie Gn 37: 9 / Op 12: 1). Christus wordt aangekondigd als de Morgenster (Nm 24: 17) en de Zon van de Gerechtigheid. Hij wordt aangewezen door een ster (Mt 2: 2). Engelen worden als sterren voorgesteld (Jb 38: 7 / Ri 5: 20 / Op 9: 1). Er wordt gesproken over het heir des hemels (Js 34: 4 / Js 40: 26; zie ook Op 1: 16.

 

c. De Bijbel spreekt over sterrenbeelden zoals men die kende en benoemd had, bijvoorbeeld: Pleiaden (Zevengesternte) en Orion (Am 5: 8); De Beer; de Orion, de Pleiaden; de kamers van het Zuiden (Jb 9: 9); De Pleiaden; Orion; tekens v.d. Dierenriem, de Beer o.a. in Jb 38: 31,32 vgl. Js 13: 10 voor de uitdrukking ‘sterrenbeelden’.

 

d. De Schrift sluit daarbij aan bij het bekende spraakgebruik en gebruikt slechts de benamingen, maar meer ook niet.  God gebruikt de opvatting van de wijzen uit het Oosten (Mt 2: 10) om zijn Zoon te doen huldigen, (vgl. Ps. 72: 10,11). Een opvatting die mogelijk nog verband houdt met de profetie van Bileam (Nm 24: 17).

 

e. De Schrift waarschuwt tegen afgoderij met het heir des hemels (Dt 4: 15-19) en veroordeelt deze afgoderij : Am 5: 26 / Hd 7: 43 / 2 Kn 17: 16 / Jr 7: 16-20 / Zf 1: 5 /Ez. 8: 16.

 

f.De Bijbel waarschuwt voor sterrenwichelarij ( Jr 10: 2), veroordeelt die (Jb 31: 26-28 / Js 47) evenals de waarzeggerij ( Lv 19: 32,26; 20: 6; Dt 18: 10-13; Js 44: 25)

 

 

heilige-schrift-0a0b29fe-3cf7-4528-8208-9c33823f3cb3

 

 

Gevaren van het raadplegen van een horoscoop

 

Het trekken van een horoscoop is dus baarlijke nonsens, maar het raadplegen ervan is beslist geen onschuldige zaak. Er zijn gevaren aan verbonden, zoals:

a. het gevaar van zelfvervulling van de horoscoop. Als de horoscoop inhoudt dat men zich op een bepaalde tijd niet goed zal gaan voelen dan gaat men zich dat ook inbeelden. Men gaat minder eten, wordt slapeloos en dergelijke. Het kan dus kwalijke lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben.

b. in plaats van zijn vertrouwen op God te stellen doet men dat op de leugen van de sterrenwichelarij . Zo zet men een deur open voor satan.

c. het kan leiden tot het komen in een occulte sfeer en daardoor kan men occult belast worden en onder invloed komen van satan.

 

 

Onze toekomst

 

Niet de sterrenwichelarij, niet de een of andere horoscoop bepaalt onze toekomst maar God doet dat. Bedenk wat er staat in Js 46: 9, 10 : ‘ Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is Mij gelijk: Ik die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is’. Laten we ons aan die God toevertrouwen voor dit leven en voor de eeuwigheid.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

De eerste brief aan de Korintiërs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

christus

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1 Kor 15 : 12 – 26

 

De opstanding van de doden

 

[12] Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe is het dan mogelijk dat sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat?

[13] Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet opgestaan.

[14] En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg.

[15] Dan blijken wij zelfs van God een vals getuigenis te hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus heeft opgewekt, wat Hij niet heeft gedaan, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen.

[16] Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen,

[17] en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde.

[18] Dan zijn ook die mensen verloren die in Christus ontslapen zijn.

[19] Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij het meest van alle mensen te beklagen.

[20] Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.

[21] Want omdat de dood er is door een mens, is de opstanding van de doden er ook door een mens.

[22] Zoals allen sterven in Adam, zullen ook allen in Christus herleven.

[23] Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eersteling Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren.

[24] Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen, na alle heerschappij en macht en kracht te hebben onttroond.

[25] Want Hij moet het koningschap uitoefenen, tot Hij zijn voet heeft gezet op al zijn vijanden.

[26] En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

mijne kop a4

 

 

Schaap en herder in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Eeuwig leven gevend water of de eeuwige dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Schaap en herder

 

Wij lezen in de Bijbel vaak over schapen en herders. De bekendste van alle psalmen (Psalm 23) gebruikt hen als beeld van de zorg die God (en zijn Zoon) voor zijn volk heeft:

 

“De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.”

 

 

Psalm 23

 

1 Een lied van David.
.
De Heer zorgt voor mij zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
Ik kom niets tekort.
2 Hij laat mij rusten in groene velden.
Hij laat mij drinken uit rustige stroompjes.
3 Hij geeft me kracht.
Hij helpt me om te leven zoals Hij het wil,
omdat Hij dat heeft beloofd.
4 Zelfs als ik door een diep, donker dal ga,
een dal van moeilijkheden,
ben ik nergens bang voor, want U bent bij mij.
Met uw stok en uw herdersstaf
beschermt U mij en stuurt U mij bij.
Het troost mij dat U dat doet.
5 Mijn vijanden zien hoe goed U voor mij bent:
U zet een feestmaaltijd voor mij neer.
U zalft mijn hoofd met zalf-olie.
U schenkt mijn beker zó vol dat hij overloopt.
6 Uw goedheid en liefde zijn mijn leven lang bij mij.
Ik mag mijn hele leven dicht bij U zijn.

 

 

De goede herder

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Maar de taak van de traditionele herder in het Midden-Oosten verschilt enorm van die van een West-Europese herder. Om een begrip te vormen van de betekenis van wat hierover in de Bijbel wordt verteld, is het nuttig eens te kijken naar die oude gewoonten, die de Arabieren in het moderne Israël nog steeds vasthouden. Omdat Psalm 23 van de hand van David komt, weerspiegelt het de herderspraktijken in de heuvels van Judea, ten zuiden van Jeruzalem. Het terrein is er ruig en schraal, met diepe ravijnen die naar de Dode Zee afdalen. Vers 2 zegt:

 

“Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water (‘rustige wateren’, NBG ’51).”

 

Hier ontbreekt het niet aan groene weiden, en de boer kan de schapen er gewoon op loslaten. In de heuvels van Judea moest de herder het groen echt zoeken. Hij moest er ook op letten dat de schapen daar bleven, en niet af-dwaalden naar verlaten streken, waar geen gras groeide. Beken in dat gebied vloeien snel met cascades en water-vallen. Maar de herder heeft daar niets aan, want schapen houden niet van harde geluiden en het wilde water weerhoudt ze te drinken. Dus zijn de herder en zijn schapen aangewezen op poelen, of de zacht vloeiende delen van een beek.

Desnoods creëert hij zulke drinkplaatsen, door de stroom met stenen af te dammen. Of, hij haalt water uit een put en giet het in een drinkbak, zoals wij in Exodus 2:16 lezen. Wij zien dus hoe God in zijn wijsheid schapen op een zodanige manier geschapen heeft, dat zij een passend beeld voor ons mensen zijn. Net als zij, hebben wij een Herder nodig, die ons naar rustige plekken kan brengen, en te verfrissen door het water des levens.