Categorie archief: Religie

Maria Faustina Kowalska

Standaard

Categorie: religie

 

Maria Faustina Kowalska

 

Maria Faustina Kowalska
Sint Maria Faustina Kowalska van het Heilige Sacrament.
Geboren 25 augustus 1905 te GockowiceKeizerrijk Rusland
Gestorven 5 oktober 1938 te KrakauPolen
Verering Rooms-Katholieke Kerk
Zaligverklaring 18 april 1993 door paus Johannes Paulus II
Heiligverklaring 30 april 2000 door paus Johannes Paulus II
Schrijn Heiligdom van de Goddelijke Barmhartigheid in Krakau
Naamdag 5 oktober

 

 

Biografie

 

Helena Kowalska werd geboren als het derde kind van een arm Pools gezin met tien kinderen. Op vijftienjarige leeftijd, na slechts drie jaar school, begon ze te werken om het gezin te onderhouden. Op twintigjarige leeftijd volgde ze haar roeping om als non in de Katholieke kerk te dienen. Ze vertrok naar Warschau en bezocht diverse kloosters, maar werd telkens afgewezen. Uiteindelijk werd ze op 30 april 1926 aangenomen bij het klooster van de Congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid met de naam Zuster Maria Faustina van het Heilige Sacrament.

 

 

De verschijningen

 

Zuster Faustina heeft gemeld een verschijning van Christus gezien te hebben in het vagevuur, en verschillende malen Jezus en Maria gezien en gesproken te hebben. Ze schreef dat Jezus aan haar de missie geopenbaard heeft om de devotie van de Goddelijke Barmhartigheid te verspreiden. In Płock verscheen volgens haar Jezus op 22 februari 1931 als de ‘Koning van Goddelijke Genade’, gekleed in een wit gewaad. Zijn rechterhand was in een teken van zegen opgeheven en de andere wees op de borst.

 

 

 

 

Vanonder het kledingstuk gingen twee stralen uit, de een rood en de ander wit, waarbij het rood bloed en het wit water zou voorstellen. Conform de opdracht welke ze zei te hebben ontvangen, liet zuster Faustina een schilderij van dit visioen maken. Met de hulp van pater Michał Sopoćko, liet ze de afbeelding vermenigvuldigen en verspreiden in Krakau en Vilnius. De boodschap die ze bij deze verschijning als opdracht kreeg luidt als volgt:

 

Aanhalingsteken openen “Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: ‘Jezus, ik vertrouw op U’. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan.” Aanhalingsteken sluiten

 

 

 Johannes 11: 24-27

 

Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal opstaan uit de dood, op de laatste dag, als alle doden weer opstaan.” 25 Jezus zei tegen haar: “IK BEN  de opstanding en het leven. Iedereen die in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij al gestorven is. 26 En iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal nooit meer sterven. Geloof je dat?” 27 Ze zei tegen Hem: “Ja Heer, ik geloof dat U de Messias bent, de Zoon van God die op aarde zou komen.”

 

 

Ze hield ondanks haar gebrekkige taalkennis een dagboek bij. Dit dagboek is later gepubliceerd onder de titel ‘Goddelijke Genade in mijn Ziel: Het dagboek van Sint Faustina’. Ze verzocht om de oprichting van een ‘Congregatie die Goddelijke Genade zou gaan verkondigen aan de wereld en deze zou behouden door gebed’. Ze werd echter hierin herhaaldelijk afgewezen door haar superieuren. In de boodschap waarin Jezus aan zuster Faustina verzocht om ervoor te ijveren dat de zondag na Pasenhet feest van de Goddelijke Barmhartigheid zou worden gevierd was als volgt:

 

Aanhalingsteken openen “Op die dag staan de diepste diepten van Mijn tedere barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van Mijn barmhartigheid naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de heilige communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open.” Aanhalingsteken sluiten

 

 

 

 

In 1935 had ze een visioen dat beschreef wat nu het ‘Rozenhoedje van de Goddelijke Genade’ wordt genoemd. In 1936 Werd Marie Faustine ernstig ziek; naar destijds aangenomen werd, leed ze waarschijnlijk aan tuberculose. Ze werd verplaatst naar het sanatorium in Prądnik. Ze bleef veel tijd doorbrengen in gebed en het bidden van haar Rozenhoedje voor de bekering van de zondaren. Daarnaast zou ze geleden hebben aan onzichtbare stigmata welke haar onbeschrijfelijke geestelijke pijnen bezorgden.

De laatste twee jaren van haar leven bracht ze door in gebed en met het bijhouden van haar dagboek. In juni 1938 kon ze hier niet meer in schrijven. Ze stierf op 5 oktober 1938. Toen haar priores de kamer van Faustina aan het leegruimen was, kwam ze in een lade de afbeelding van de Goddelijke Barmhartigheid tegen.

Na het overlijden van zuster Faustina werden de door haar geschreven teksten naar het Vaticaan gestuurd: tot in 1966 moesten alle verslagen van visioenen van verschijningen van Jezus en Maria eerst goedgekeurd worden door de Heilige Stoel alvorens ze werden vrijgegeven voor publicatie. Na een mislukte poging om paus Pius XII te overtuigen om zijn – afwijzende – beoordeling te ondertekenen, nam kardinaal Alfredo Ottaviani, secretaris van de Heilig Officie haar werk op in een lijst die hij in 1959 voorlegde aan de nieuwe paus Johannes XXIII.

De paus ondertekende het decreet waardoor haar werken op de Index der verboden boeken werden geplaatst; ze bleven meer dan twee jaar op deze lijst staan. Pater Sopoćko werd streng berispt, en al zijn werk werd onderdrukt. Maar Eugeniusz Baziak, de aartsbisschop van Krakau, stond het de nonnen toe om de originele afbeelding in hun kapel neer te hangen zodat degenen die dat wensten er bij konden blijven bidden.

De huidige verklaring van het Vaticaan is dat de aanvankelijke negatieve beoordeling door het Vaticaan een misverstand betreft dat veroorzaakt werd door verkeerde Italiaanse vertaling van Kowalska’s dagboeken en dat het twijfelachtige materiaal niet kon worden vergeleken met de originele Poolse versie als gevolg van problemen door de Tweede Wereldoorlog en het daaropvolgende communistische tijdperk.

Echter, een artikel in de National Catholic Reporter suggereert dat het verbod voortvloeide uit meer ernstige theologische kwesties. Bijvoorbeeld haar verklaring dat Jezus beloofd had om volledige vergeving van de zonde door bepaalde devotionele handelingen die alleen door de sacramenten geboden kunnen worden, wat door de Vaticaanse onderzoekers gevoeld werd als een overdreven focus op Faustina welke in strijd is met de zienswijze vanuit de Heilige Officie.

 

 

Zalig- en heiligverklaring

 

Toen Karol Józef Wojtyla (de latere paus Johannes Paulus II) aartsbisschop van Krakau werd, werd er een nieuw onderzoek gestart naar het leven en de dagboeken van zuster Faustina, en ook werd de devotie tot de Goddelijk Barmhartigheid weer toegestaan. Kardinaal Franciszek Macharski, de opvolger van Johannes Paulus II als aartsbisschop van Krakau, zei dat Faustina ons herinnert aan de werkelijkheid van het evangelie die we vergeten waren. Maria Faustina werd zalig verklaard op 18 april 1993 en heilig verklaard op 30 april 2000. Barmhartigheidszondag wordt gevierd op de tweede zondag van Pasen (= de eerste zondag na Pasen).

 

Aanhalingsteken openen Voorwaar de boodschap welke zuster Faustina bracht is het juiste en indringende antwoord dat God wil bieden op vragen en verwachtingen van de mensen in deze tijd welke gekenmerkt wordt door vreselijke tragedies. Aanhalingsteken sluiten

 

In mei 2020 heeft paus Franciscus de gedachtenis Faustina van 5 oktober op de liturgische kalender van de universele kerk laten zetten.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Genesis 3 : 15

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Maria Domina Animarum / Maria Meesteres van alle zielen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Genesis 3: 15

 

Toen zei de Heer God tegen de slang: “Omdat je dit hebt gedaan, ben je voortaan zwaar vervloekt. Je hele leven zul je op je buik kruipen en stof eten. 15 En jij en de vrouw zullen elkaars vijanden zijn. En jouw kinderen en haar kind zullen elkaars vijanden zijn. Haar kind zal jouw kop verpletteren en jij zal de hiel van haar kind verpletteren.  ”

 

Al op de eerste bladzijden van Genesis lezen we over de VROUW, die verenigd met haar Zoon de kop van de slang verplettert:

“Vijandschap sticht ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel.”  (Gen. 3,15)

De katholieke bijbelwetenschap heeft nooit geaarzeld in deze VROUW Maria te zien, die in vereniging met haar Zoon satan overwint. En ook in Amsterdam wijst Maria daarop: “Ik heb met mijn voet de slang verpletterd. Ik ben verenigd geworden met de Zoon, zoals ik altijd verenigd was met Hem.” (15-8-1951)
“Zij zal, zoals voorzegd is, satan verslaan. Zij zal haar voeten zetten op de kop van satan.” (31-5-1955). God sprak dus al van in het begin van de Bijbel over de latere geboorte van de maagd Maria, waaruit Christus zou geboren worden.

Jezus Christus heeft op het kruis te Golgotha Satan overwonnen. Satan heeft de mens Eva verslaan in de hof van Eden en zal als vergelding door een mens, de Maagd Maria, de kop vermorzeld worden. Een grote vernedering voor Satan! 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De eindtijd vooraf

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 :zegel 7 en de eerste vier bazuinen

Openbaring hoofdstuk 8 :zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Veel mensen geloven dat er niets over het tijdstip van de wederkomst van de Heer kan worden geweten, omdat Jezus zei dat Hij zou terugkomen als een dief in de nacht (Matteüs 24:42-44).

Maar Paulus maakt het in 1 Tessalonicenzen 5:1-6 duidelijk dat Jezus verklaring niet op gelovigen van toepassing is:

“Maar gij, broeders zijt niet in de duisternis zodat die dag u als een dief overvallen zou…”

 

Hij gaat vervolgens uitleggen waarom:

“Want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen doch wakker en nuchter zijn.”

 

Hij gaat vervolgens uitleggen waarom:

“Maar gij, broeders zijt niet in de duisternis zodat die dag u als een dief overvallen zou…”

 

Paulus verwijst natuurlijk naar het licht van de Heilige Geest welke in iedere ware gelovige woont en die ons verlichten kan door onze studie van de Bijbel om de tijd te kennen van de wederkomst van de Heer(1 Johannes 2:27).

 

 

 

De Houding van God

 

Feitelijk is God door Zijn karakter verplicht om de wereld te waarschuwen voor de ophanden zijnde wederkomst van Zijn Zoon. De reden is dat Jezus in grote toorn komt om “te oordelen en oorlog te voeren” (Openbaring 19:11), en God giet nooit Zijn toorn uit zonder te waarschuwen.

God wil niet dat sommige verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen (2 Petrus 3:9). Daarom waarschuwt God altijd voordat Hij zijn toorn uitvoert. Hij waarschuwde de wereld 120 jaar voor Noach. Hij waarschuwde Sodom en Gomorra door Abraham. Hij stuurde Jona om de heidense stad Ninevé te waarschuwen en Hij zond 150 jaar later Nahum naar dezelfde stad.

God waarschuwt eveneens vandaag de wereld dat Zijn Zoon op het punt staat terug te keren. Hij roept de wereld op tot berouw. De boodschap van het ogenblik voor ongelovigen komt neer op de volgende woorden:

“‘Vlucht van de toorn die komt door nu in de liefdevolle armen van Jezus te vluchten.”

 

Jezus kwam de eerste keer als een uitdrukking van God’s liefde en kwam om voor de zonden van de mensheid te sterven. Als Hij terugkeert, zal Hij met wraak komen om de toorn van God uit te gieten over degenen die God’s liefde en genade hebben verworpen. De spoedige wederkomst van Jezus draagt ook een boodschap met zich mee voor gelovigen. Lauwe en wereldse christenen worden geroepen om een heilig leven te leiden.

 

De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts! Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd! Maar doet de Here Jezus Christus aan, en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt. (Romeinen 13:12-14)

 

 

De mens in geloof en bekering

De mens in geloof en bekering

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Methode van God om te Waarschuwen

 

God alarmeert gelovigen voor de spoedige wederkomst van Zijn Zoon door wat wordt genoemd “De Tekenen der Tijden”. Dit zijn profetieën met betrekking tot wereldgebeurtenissen, waarvan gezegd wordt dat we ze in de ga-ten moeten houden. Profetieën die de tijd zal aangeven van de wederkomst van de Heer. De Bijbel staat vol van deze tekenen. Er zijn ongeveer 500 profetieën in het Oude Testament welke betrekking hebben op de Tweede Komst van de Messias. In het Nieuwe Testament houdt één op de 25 verzen zich bezig met de wederkomst van Jezus.

 

 

1) De Tekenen van de Natuur

 

Er wordt ons gezegd om te letten op aardbevingen, hongersnoden, epidemieën, en tekenen aan de hemel (zie Matteüs 24:7 en Lukas 21:11).

Veel mensen halen hun schouders op en zeggen dat er altijd al natuurrampen zijn geweest. Merk op dat Jezus zegt dat deze tekenen als geboorte weeën zullen zijn. (Matteüs 24:8) wat wil zeggen dat ze zullen toenemen in frequentie en kracht naarmate de tijd nadert van Zijn wederkomst. Met andere woorden, er zullen meer krachtige en meer frequent aardbevingen zijn. Dat is precies wat er vandaag gebeurt.

Een andere reden waarom er weinig acht wordt geslagen op deze tekenen is omdat de meeste christenen zo rationeel zijn dat ze niet echt in het bovennatuurlijke geloven. Ze vinden het daarom moeilijk te geloven dat God de wereld aanspreekt door de tekenen van de natuur. Toch leert de Bijbel dit principe van begin tot het eind.

  • God rekende met de zonden van de wereld af door de zondvloed in de dagen van Noach (Genesis 6).
  • Hij riep het volk van Juda op tot berouw door een verschrikkelijke invasie van sprinkhanen (Joël 1).
  • Op soortgelijke wijze riep Hij het volk van Israël op tot berouw door het sturen van droogte, stormen, schimmel, sprinkhanen, hongersnood en epidemieën (Amos 4:6-10).
  • De profeet Haggai wees op een droogte als bewijs dat God de mensen opriep om hun prioriteiten op orde te stellen (Haggai 1:10-11).

Het Nieuwe Testament begint met een speciaal licht aan de hemel om de geboorte van de Messias aan te kondigen (Matteüs 2:2). Op de dag dat Jezus werd gekruisigd was er drie uur duisternis en een aardbeving (Matteüs 27:45-51). En als Jezus terugkomt, zal de aarde de grootste aardbeving in haar geschiedenis meemaken als elke berg naar beneden komt en elk dal omhoog en elk eiland wordt verplaatst. (Openbaring 16:17-21)

God heeft altijd gesproken door tekenen van de natuur en dat doet Hij ook vandaag nog. We kunnen er maar beter nauwlettend aandacht aan besteden.

 

 

Openbaring hoofdstuk 18 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

Openbaring hoofdstuk 18 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2) De Tekenen van de Maatschappij

 

Jezus zei dat de maatschappij steeds meer wetteloos en immoreel zal worden naarmate de tijd nadert van Zijn wederkomst. In feite zei Hij dat het net zo kwaadaardig zou worden zoals het was in de dagen van Noach (Matteüs 24:12, 37-39).

Paulus schetst een kil plaatje van de maatschappij in de eindtijd in 2 Timoteüs 3:1-5 waarin hij zegt dat het gekarakteriseerd zal worden door drie liefdes:

  • de liefde voor zichzelf (humanisme),
  • de liefde voor geld (materialisme) 
  • de liefde voor genot (Hedonisme).

Hij wijst er vervolgens op dat het resultaat van deze wereldse levensstijl zal worden wat de filosofen nihilisme noemen, dat is een maatschappij op weg naar wanhoop. De geesten van mensen zullen bedorven worden (Romeinen 1:28) en de mensen zullen kwaad goed noemen en goed kwaad (Jesaja 5:20).

Wij zien vandaag deze profetieën voor onze ogen vervuld worden als we er op letten dat onze maatschappij zijn christelijk erfgoed verwerpt en afdaalt in een helse poel van wetteloosheid, immoraliteit en wanhoop. We exporteren ons nihilisme over de wereld door onze immorele en gewelddadige films en tv programma’s .

 

 

Einde van de Mammon

Einde van de Mammon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3) De Geestelijke tekenen

 

Er zijn zowel positieve als negatieve geestelijke tekenen waar we op moeten letten. De negatieve houdt in:

  • de verschijning van valse christussen en hun sekten. (Matteüs 24:5,11,24)
  • de afvalligheid van de belijdende kerk (2 tessalonicenzen 2:3)
  • een uitbarsting van satanisme (1 Timoteüs 4:1)
  • de vervolging van trouwe christenen (Matteüs 24:9).

Deze negatieve geestelijke tekenen begonnen in het midden van de negentiende eeuw te verschijnen toen chris-telijke sekten zich begonnen te vormen. De afvalligheid van de reguliere christelijke kerkgenootschappen begon in de twintiger jaren van vorige eeuw toen de Duitse school van ‘higher critism’ de Amerikaanse seminars begon binnen te dringen en de autoriteit van de Bijbel begon te ondermijnen, lerende dat de Bijbel de zoektocht van mensen naar God is i.p.v God’s openbaring aan de mensen.

Gedurende de zestiger jaren vond er een explosie van satanisme plaats in Amerika en is sindsdien wereldwijd geëxporteerd door middel van Amerikaanse films, boeken en tv programma’s. Bemoeienissen in het occulte is gewoongoed geworden in de vorm van astrologie, numerologie, voorspellen mbv kristallen bollen, transcendente meditatie en channeling. De hele trend is voltooid in de verschijning van de New Age Beweging met haar lering dat de mens God is.

De christelijke waarden, eens het fundament van de westerse beschaving, worden nu openlijk bespot en degenen die hieraan nog trouw blijven worden door de media beschouwd als intolerante fundamentalisten.

De positieve geestelijke tekenen omvatten:

  • de verkondiging van het Evangelie aan de hele wereld (Matteüs 24:14)
  • een geweldige uitstorting van de Heilige Geest (Joël 2:28-32)
  • een geestelijke verlichting om de profetieën te begrijpen welke verzegeld zijn tot de eindtijd (Daniël 12:4,9).

 

Net zoals het geval is met de negatieve tekenen, zien we deze positieve tekenen in onze dagen in vervulling gaan. Door middel van het gebruik van moderne technologie is in deze eeuw het Evangelie verkondigd over de gehele wereld, en is de Bijbel vertaald in alle voornaamste talen. De geweldige eindtijd uitstorting van de Heilige Geest die werd geprofeteerd door de profeet Joël is ook begonnen. Joël noemde het “de late regen” (Joël 2:23), en hij zei dat het zou gebeuren nadat de Joden naar hun land waren teruggekeerd. De staat Israël werd in 1948 her-steld.

 

 

 

4) De Tekenen van de Technologie

 

Het boek Daniël zegt dat er een explosie van kennis zal zijn in de eindtijd en dat mensen snel heen en weer zullen reizen. (Daniël 12:4).

Er zijn vele Bijbelse profetieën die, afgezien van moderne technologie, niet begrepen kunnen worden.

  • Hoe kan bijvoorbeeld de hele wereld naar twee lichamen kijken in de straten van Jeruzalem? (Openbaring 11:8-9). Moderne satelliet tv maakt het gemakkelijk.
  • Hoe kan de valse profeet een beeld van de antichrist maken die levend blijkt te zijn ?(Openbaring 13:15). Het antwoord is natuurlijk door de techniek van robots.
  • Hoe kan de valse profeet van alle mensen eisen om het merkteken van het beest aan te nemen om te kopen en verkopen? (Openbaring 13:16-17). Het zou niet mogelijk zijn zonder computers en lasers.

 

Jezus zei dat de Grote Verdrukking zo verschrikkelijk zou zijn dat al het leven op aarde zou ophouden te bestaan als Hij die dagen niet zou inkorten (Matteüs 24:21-22). Hoe zou al het leven op aarde bedreigd kunnen worden vóór de komst van nucleaire wapens? Een andere verwijzing naar nucleaire kracht bevat waarschijnlijk Lukas ver-melding dat in de eindtijd de mensen zullen bezwijmen van angst omdat “de machten der hemelen zullen wan-kelen.” (Lukas 21:26). Dat klinkt zeker als een verwijzing naar een atoomsplitsing.

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

5) De Tekenen van de Wereldpolitiek 

 

De Bijbel profeteert dat er een zeker patroon van wereldpolitiek zal zijn dat de geopolitieke kaart in de eindtijd zal karakteriseren.

  • Het brandpunt zal de herstelde staat Israël zijn (Zacharia 12:2-3). Het zal belegerd worden door een bedreigende natie van de “afgelegen streken van het Noorden,” Het land van “Rosh” ofwel het moderne Rusland (Ezechiël 38:2,6).
  • Er zal ook een bedreigende natie uit het Oosten zijn welke in staat zal zijn een leger van 200 miljoen te sturen, nl China. (Openbaring 9:13-16) en (Openbaring 16:12-13).
  • Een derde bron van gevaar voor Israël zullen de Arabische landen zijn die het direct omringen. Zij zullen het land begeren en zullen proberen het van de Joden af te pakken ( Ezechiël 35:10 en 36:2).

 

Een andere belangrijke speler op het wereldpolitieke toneel in de eindtijd zal een coalitie van Europese landen zijn die een confederatie zullen vormen in het gebied van het oude Romeinse Rijk (Daniël 2:41-44,Daniël 7:7,23-24 en Openbaring17:12-13). Deze confederatie zal dienen als de politieke basis voor de opkomst van de antichrist en het scheppen van zijn wereldwijde koninkrijk (Daniël 7:8). Andere internationale politieke tekenen omvatten oor-logen en geruchten van oorlogen (Matheüs 24:6), burgeroorlogen (Matteüs 24:7), en algemeen internationaal terrorisme en wetteloosheid (Matteüs 24;12).

 

 

 

6) De Tekenen van Israël 

 

De tekenen met betrekking tot de staat Israël zijn overvloedig en zeer belangrijk.

De meest veelvuldig herhaalde profetie in het Oude Testament is de voorspelling dat de Joden in de eindtijd vergaderd zullen worden uit de “vier hoeken der aarde” (Jesaja 11:10-12).  De Bijbel vermeldt dat een gevolg van deze vergadering het herstel van de staat Israël zal zijn (Jesaja 66:7-8). De Bijbel zegt dat als eenmaal de Joden weer in hun land terug zijn het land zelf het wonder van ontginning zal ervaren (Jesaja 35). De woestijn zal bloe-ien en mensen zullen roepen: “Dit verwoestte land is geworden als de Hof van Eden.” (Ezechiël 36:35).

Een ander wonder in de eindtijd zal de herleving van de Hebreeuwse taal zijn. (Sefanja 3:9). De meeste mensen zijn zich niet bewust van het feit dat, toen de Joden in 70 AD werden verstrooid uit hun land, ze ophielden de Hebreeuwse taal te spreken. De Joden die zich in Europa vestigden ontwikkelde een nieuwe taal Jiddish, een combinatie van Hebreeuws en Duits. De Joden die naar het Middellandse zee gebied trokken creëerden een taal, Ladino genoemd, een combinatie van Hebreeuws en Spaans.

Andere belangrijke tekenen waarop we moeten letten in de eindtijd mbt Israël omvat:

  • het weer innemen van Jeruzalem (Lukas 21:24)
  • de herrijzing van Israël’s militaire kracht (Zacharia 12:6)
  • het opnieuw in het brandpunt komen van de wereldpolitiek inzake Israël.

 

Al deze tekenen zijn vervuld in deze eeuw. De natie is hersteld, het land is teruggevorderd, de oude taal herleeft. De Joden zijn terug in Jeruzalem, en Israël is het brandpunt van de wereldpolitiek.

Jezus zegt in Lukas 21:28 dat wanneer deze dingen beginnen te geschieden, we ons op moeten richten en onze hoofden omhoog moeten heffen omdat “onze verlossing genaakt”.

 

 

 

De Voornaamste Tekenen

 

De meest belangrijke tekenen zijn die welke betrekking hebben op Israël omdat God de Joden door de Bijbel heen gebruikt als Zijn profetische tijdklok. God wijst zeer vaak op het Joodse volk en de Staat. Een goed voor-beeld van dit principe kan gevonden worden in Daniël 9 in de beroemde profetie van de 70 jaarweken. De profeet vertelt ons om op een bevel te letten om de herbouw van Jeruzalem te bekrachtigen. Hij zegt vervolgens dat 69 jaarweken (483 jaar) nadat het bevel is uitgegaan naar de Joden, de Messias zal komen.

Er zijn 2 voorname profetieën welke in verband staan met de wederkomst van Jezus, die gebeurden in de Joodse geschiedenis sinds 1948. Deze 2 gebeurtenissen bewijzen duidelijk de periode waar we nu in leven als de tijd van de wederkomst van de Heer.

 

 

1.De Staat Israël

 

De eerste is het herstel van de staat Israël welke geschiedde op 14 mei 1948. Jezus koos deze gebeurtenis uit als het teken dat Zijn spoedige wederkomst zal aankondigen.

Zijn profetie zit verwerkt in de parabel van de olijfboom (Matteüs 24:32-35) welke Hij in Zijn Rede op de Olijfberg presenteerde. De dag voordat Hij deze toespraak hield had Hij een vloek gelegd op een dorre vijgenboom met als resultaat dat hij verwelkte (Matteüs 21:18-19). Dit was een symbolische profetie dat God spoedig Zijn toorn over het joodse volk zou doen komen vanwege hun geestelijke verdorring in het verwerpen van Zijn Zoon.

De volgende dag herinnerde Jezus Zijn discipelen aan de vijgenboom. Hij zei te letten op het weer bloeien ervan. Met andere woorden zei Hij te letten op de wedergeboorte van Israël. Hij gaf aan dat als de vijgenboom weer bloeit Hij aan de poorten van de Hemel zou staan, klaar om terug te keren (Matteüs 24:33). Eveneens belangrijk voegde Hij er een interessante waarneming aan toe: “Voorwaar Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbij gaan voordat dit alles geschiedt” (Matteüs 24:34.) Welk geslacht? Jezus bedoelde niet een generatie mensen maar het geslacht der Joden van toen tot heden. 

 

 

 

2.De Stad Jeruzalem

 

De tweede voornaamste gebeurtenis werd door Jezus in dezelfde rede geprofeteerd zoals opgeschreven door Lukas: “en zij (de Joden) zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden totdat de tijden der heidenen zullen zijn vervuld.” (Lukas 21:24).

De eerste helft van deze profetie werd vervuld in 70 AD, veertig jaar nadat Jezus de woorden gesproken had. In dat jaar veroverden de Romeinen onder leiding van Titus Jeruzalem en verdreef de Joden onder de volkeren. Jeruzalem bleef onder heidense bezetting gedurende 1897 jaar tot 7 juni 1967 toen Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog de stad weer in handen kreeg. De Joodse herbezetting van de stad Jeruzalem is duidelijk het bewijs dat we leven in de periode van de wederkomst van de Heer. Jezus zei dat dit het einde zou markeren van het tijdperk van de heidenen.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 : De nederdaling van het Nieuwe Jeruzalem

Openbaring hoofdstuk 21 : De nederdaling van het Nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4

De mus in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De mus

 

Toen de Here Jezus zijn twaalf discipelen de eerste keer uitzond om het evangelie te prediken, vermaande Hij hen niet bevreesd te zijn voor de mensen. En om zijn woorden te illustreren, gaf Hij als voorbeeld de mussen. Je zou denken dat de arend met zijn kracht en moed een beter voorbeeld zou zijn, maar nee, Jezus koos bewust de klei-ne huismus. Tot voor kort wist men weinig over de mus, omdat niemand de moeite had genomen hem nauw-keurig te bestuderen. Nu weten wij dat hij best dapper kan zijn, afgezien van zijn andere karaktereigenschappen, zoals slimheid, voorzichtigheid, vrolijkheid en ondeugendheid.

Mussen moeten in de dagen van Jezus algemeen voorgekomen zijn, gezien zijn woorden (Matteüs 10: 29 en Lucas 12:6) dat op de markt twee mussen voor een duit en vijf mussen voor twee duiten werden verkocht, (een duit is vergelijkbaar met een Eurocent nu).

 

 

 

Matteüs 10: 29

 

29 Jullie weten toch dat twee mussen voor maar één muntje worden verkocht? Toch zal niet één mus doodgaan zonder dat jullie Vader het toestaat. 30 Ook weet Hij zelfs precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. 31 Wees dus niet bang, want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar.

 

 

 

Lucas 12:6

 

6 Jullie weten dat vijf mussen worden verkocht voor maar twee muntjes. Maar niet één van die mussen is door God vergeten. 7 Ook weet Hij precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. Wees niet bang! Want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar.

 

 

Jezus koos dit voorbeeld omdat Hij, in navolging van zijn Vader, liever kiest wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is (1 Korintiërs 1: 28 – 31). In zijn gelijkenissen gebruikte Hij vaak de meest algemene dingen in het leven: water, wijn, koren, schapen. Zo komt de achterliggende les sterker uit.

 

 

 

1 Korintiërs 1: 28 – 31

 

28 En de dingen die de ongelovige mensen onbelangrijk en waardeloos vinden, gebruikt God juist om te laten zien dat je niets hebt aan de dingen die de mensen zo belangrijk vinden. 29 Zo kan dus niemand bij God over zichzelf opscheppen. 30 Want alles wat we nu zijn, hebben we alleen aan Hem te danken. Want alleen door Je-zus Christus hebben we nu Gods wijsheid. En alleen dankzij Hem zijn we vrijgesproken van schuld en zijn we ge-red. Alleen door Hem horen we nu bij God. 31 Daardoor is het waar wat er in de Boeken staat: “Als iemand zo graag trots wil zijn, laat hij dan trots zijn op de Heer en niet op zichzelf.”

 

Wanneer we Jezus’ woorden van Matteüs 10:29 in hun verband lezen – Zijn opdracht aan de twaalf om te prediken- is zijn les niet op eigen kracht te vertrouwen. Wanneer zij tegenover een vijandige schare of een keiharde koning komen te staan, moeten zij niet in paniek raken, maar eenvoudig vertrouwen dat God hen de woorden om te spreken zal ingeven (Matteüs 10:19).

 

 

 

Matteüs 10:19

 

19 Als ze jullie gevangen nemen, maak je dan geen zorgen wat jullie moeten zeggen. Want jullie zullen de woorden krijgen op het moment dat jullie ze nodig hebben. 20 Want jullie zullen niet zelf spreken. Maar de Geest van jullie Vader zal door jullie heen spreken.

 

Ook de mus heeft elke dag met grote gevaren te maken, of dat nu door het verkeer of van een roofvogel komt. Toch komt hij meestal veilig weg. Niet één wordt er door God vergeten, zegt Jezus. Feitelijk is een discipel van Hem net zo afhankelijk van de Vader als een mus. Dat vogeltje is wel voorzichtig en houdt altijd een oogje in het zeil, maar tegelijkertijd is hij veel minder bezorgd dan wij mensen.

Hij geniet van het leven en is niet bevreesd voor de toekomst. Hij leert uit ervaring, maar maakt zich geen zorgen. Waren wij ook maar zo onbekommerd. Niet bang voor de mensen, maar vertrouwend op God, die ons leven in zijn hand houdt.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De Heilige Maagd Maria.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 De leer van de Rooms-katholieke Kerk

 

De gezegende maagd Maria was de moeder van Jezus Christus. Naast haar Bijbelse biografie bestaan er drie pri-maire doctrines die de Rooms-katholieke Kerk over Maria onderwijst:

(1) De Onbevlekte Ontvangenis,

(2) Maria als mede-middelaar co-mediatrix naast Jezus Christus, en

(3) De Maria-Tenhemelopneming.

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

het één zijn van Maria en haar zoon Christus

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis stelt dat de gezegende maagd Maria zonder erfzonde werd geboren. Zij was een maagd toen ze in de kracht van de Heilige Geest zwanger werd van Christus. In 1854, vier jaar voor de Mariaverschijningen in Lourdes, definieerde Paus Pius IX het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis. Dit dogma stelde “dat de allerzaligste Maagd Maria in de eerste stand van haar Ontvangenis door een enige bijzondere ge-nade en bevoorrechting van de almachtige God, om de wille van de verdiensten van Christus Jezus de Behouder van het mensdom, van alle smet van de erfschuld vrij is bewaard.”

De Bijbel leert ons dat alleen Jezus Christus, de laatste Adam, zonder erfzonde werd geboren en dat alle andere mannen en vrouwen geboren worden met een zondige natuur, die wordt geërfd van Adam (Romeinen 5:12). Ver-der onderwijst de Rooms-katholieke Kerk dat Maria haar hele leven lang maagd bleef. En toch noemt Matteüs, een Jood die voor Joden schreef, Jezus “haar eerstgeboren zoon” (Matteüs 1:25), een uitdrukking die door Joden alleen werd gebruikt als er na het eerste kind nog andere kinderen werden geboren. Anders zou “eni-ge zoon” zijn gebruikt.

Schriftgeleerden geloven dat Matteüs zijn evangelie ongeveer 35 jaar na de wonderbaarlijke maagdelijke geboorte van Christus schreef. Matteüs had dus kunnen weten of Maria na Jezus wel of geen andere kinderen meer had. De Bijbel stelt uitdrukkelijk dat Jezus broers had en Matteüs geeft ons zelfs hun namen: Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? (Matteüs 13:55-56).

Rooms-katholieke Schriftgeleerden beweren dat Matteüs, Lucas en Paulus (1 Korintiërs 9:5) niet echt “broer” bedoelden toen zij het woord “broer” gebruikten, maar dat zij hiermee “neef” bedoelden. Dit standpunt is gebaseerd op het Griekse woord adelphos, dat met “broer” of “neef” vertaald kan worden. Maar in een poging om de geldigheid van Zijn bediening in twijfel te trekken vergeleken de Joden Jezus met Zijn gewone broers; het zou veel minder overtuigend zijn geweest als Jezus met Zijn neven was vergeleken.

 

 

 

 De leer van Maria als een mede-middelaar naast Jezus Christus

 

De meest verontrustende leer geeft de gezegende maagd Maria een rol als mede-middelaar (co-mediatrix) naast Jezus Christus. Om met de woorden van Paus Johannes Paulus II te spreken:

In eenheid met Christus en in onderwerping aan Hem heeft zij samen met Hem de genade der verlossing voor de hele mensheid veilig gesteld… In Gods plan is Maria de ‘vrouw’ , de Nieuwe Eva, verenigd met de Nieuwe Adam om de mensheid te herstellen tot haar oorspronkelijke waardigheid. Haar samenwerking met haar Zoon gaat door tot in de eeuwigheid in het universele moederschap, dat zij in de genadige rangorde vervult. Laten wij ons, in vertrouwen op deze moederlijke samenwerking, tot Maria wenden en in onze nood haar hulp vragen.

In de Schriftteksten kan geen basis worden gevonden voor het idee dat Maria een mede-middelaar zou zijn voor de kerk op aarde. De woorden van Christus waren op dit gebied ook erg duidelijk: Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.'” (Johannes 14:6). De grote rol van de hei-lige Maria is dat men, wanneer men tot haar bidt, voorspraak kan krijgen bij Jezus Christus omdat Hij de gunsten van zijn moeder nooit weigert. Ook blijft zij bidden voor de zonden van de zondaars die om vergiffenis smeken. Wanneer Maria verschijnt aan Catherine Labouré in Parijs eist ze dat er een medaille gemaakt moet worden met de volgende tekst:

 

 

“Oh, Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen”.

 

 

 

voorzijde van de medaille

voorzijde van de medaille

 

.

achterzijde van de medaille

achterzijde van de medaille

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De leer van de Maria-Tenhemelopneming

 

De Maria-Tenhemelopneming is een leer die stelt dat de gezegende maagd Maria lichamelijk en geestelijk naar de hemel werd opgenomen. Dit proces wordt in de Bijbel opname genoemd. De schriftteksten bevatten hiervan twee bekende voorbeelden: Henoch (Hebreeën 11:5) en Elia (2 Koningen 2:11). Tijdens het Concilie van Chalcedon in 451 na Christus, toen bisschoppen vanuit het hele Middellandse Zeegebied in Constantinopel bijeen kwamen, vroeg keizer Marcianus de Patriarch van Jeruzalem om de relieken van Maria naar Constantinopel te brengen, zodat deze daar in het Capitool konden worden bijgezet.

De Patriarch legde aan de keizer uit dat er in Jeruzalem geen relieken van Maria bestonden, dat Maria in de aanwezigheid van de apostelen was gestorven, maar dat haar graf, toen dat later werd geopend, leeg werd aangetroffen en dus concludeerden de apostelen dat het lichaam naar de hemel was opgenomen. Er bestaat in de schriftteksten geen bewijs om de toepassing van deze leer op Maria te ondersteunen of te ontkennen.

 

 

 

 Zij is een model voor geloof, geen afgod

 

Maria kan een model voor ons geloof zijn (net als Paulus of Petrus), maar zij kan ons niet redden. Alleen Jezus Christus is God en Hij is de Enige die de redding van de hele mensheid tot stand kan brengen. Het Woord van God is bijzonder duidelijk over dit onderwerp. Maria is door God zelf tot koningin in de hemel gekroond en zal de slang, de Satan, verpletteren. Door een vrouw is de zonde in de wereld gekomen en door een vrouw zal de Satan overwonnen worden. Dit is de grootste vernedering van Satan die er mogelijk is. Zij heeft een grote macht in de hemel en op aarde die zij enkel zal benutten als het past in het Goddelijke plan tot in de eeuwigheid.

 

 

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum : Maria, meesteres van alle zielen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Men mag “bidden” tot Maria om een gunst die zij, mits toestemming van haar zoon Jezus, kan gerealiseerd wor-den. Het “aanbidden” van iemand behoort enkel God toe.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Is er echt een hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Provincie_Antwerpen_Validatoren_DuivelAlleen

 

 

 

Wat zegt het Oude Testament?

 

Het is interessant om te ontdekken dat er meer Bijbelverzen over de hel gaan dan over de hemel. Hier zijn een paar verzen uit het Oude Testament die over de hel gaan.

Daniël 12:2 : “Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.” De hel wordt hier als eeuwig beschreven.

Jesaja 66:24 : “Bij het verlaten van de stad zien ze de lijken van hen die tegen mij in opstand kwamen: de worm die aan hen knaagt zal niet sterven, en het vuur waarin ze branden zal niet doven; ze worden verafschuwd door alles wat leeft.” In deze passage wordt de hel beschreven als een plaats waar het vuur niet zal worden gedoofd.

Deuteronomium 32:22 : schildert de hel af als een plaats waar God zijn toorn zal uitgieten: “Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk; het zal de aarde verschroeien en alles wat daar groeit, het zal de grondvesten van de bergen verteren.”

Psalmen 55:16 :  illustreert de hel als het rijk van de zondaars: “Laat de dood hen onverhoeds treffen, laat hen levend neerdalen in het dodenrijk, want bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart.”

 

 

Wat zegt het Nieuwe Testament?

 

2 Tessalonicenzen 1:9 vertelt ons: “Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”

Openbaring 14:11 leert ons, wanneer over de antichrist gesproken wordt: “De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Openbaring 20:14-15  De hel is een poel van brandend vuur wordt hier beschreven: “Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

 

Openbaring 20 : de eeuwige beloning of de eeuwige straf

Openbaring 20 : de eeuwige beloning of de eeuwige straf

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat zei Jezus erover?

 

Sommige mensen die beweren dat de hel niet bestaat, doen dit op basis van hun geloof dat Jezus liefde, vrede, en vergeving predikte en dat Hij ons niet onderwees over een eeuwige, vurige plaats waar ongelovigen gestraft zouden worden. Het tegenovergestelde is juist waar. In Gods Woord onderwees niemand méér over de hel dan Jezus.

Hij beschreef de hel als een plaats van :

eeuwig vuur, (Matteüs 25:41)

eeuwige bestraffing (Matteüs 25:46)

kwelling, vlammen, en lijden (Lucas 16:23-24).

Jezus onderwees tijdens Zijn leven vele malen uitdrukkelijk over de hel (Matteüs 5:22, 29-30; 10:28; 18:9; 23:15,33; Marcus 9:43-47; Lucas 12:6; 16:23).

 

 

 

 Hoe kan een eeuwigheid in de hel rechtvaardig zijn?

 

Als de hel bestaat, hoe kan die dan rechtvaardig zijn? Waarom zou een liefdevolle God een mens eeuwig straffen, als zijn zonde slechts over een periode van zo’n 70-80 jaar plaatsvond? Het antwoord is dat uiteindelijk alle zon-den tegen God zijn gekeerd. God is oneindig (Psalmen 51:4). Omdat God een eeuwig en oneindig Wezen is, is dus elke zonde een oneindige bestraffing waard.

Jazeker, God houdt van ons (Johannes 3:16) en Hij wil dat alle mensen gered worden (2 Petrus 3:9). Maar God is ook rechtvaardig en oprecht; Hij zal niet toestaan dat zonde onbestraft wordt gelaten. Dit is de reden dat God Jezus stuurde om de prijs voor onze zonden te betalen. De dood van Jezus Christus was een eeuwige dood.

Het was de betaling van onze schuld die het gevolg was van onze oneindige zonde, zodat wij hier niet tot in de eeuwigheid in de hel voor zouden hoeven te boeten (2 Korintiërs 5:21). Het enige dat wij hoeven te doen is ons vertrouwen op Hem te stellen. Onze zonden zijn daarmee vergeven en ons wordt daarvoor een eeuwig thuis in de hemel beloofd. God hield zo veel van ons dat Hij voorzag in onze redding.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

Als we Zijn geschenk van eeuwig leven door de Heer Jezus Christus afwijzen, dan zullen we de eeuwige gevolgen van die beslissing onder ogen moeten zien: een eeuwigheid in een brandende hel.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Wat is uit God geboren zijn?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

eeuwig leven of de eeuwige dood

eeuwig leven of de eeuwige dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Noodzaak

 

In Johannes 3 heeft Jezus een gesprek met Nicodemus, een Farizeeër. Deze man begint met een opmerking dat de Farizeeën erkennen dat Jezus van God gekomen is (vers 2). Jezus’antwoord in vers 3 lijkt wel heel bot. “Voor-waar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren is, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien”. Jezus geeft hem te kennen dat Nicodemus bitter weinig kan zien of kennen tenzij hij opnieuw geboren is.

Weten wie Hij is, is dan welhaast onmogelijk. (vergelijk 1 Cor.2:14). In vers 5 versterkt Jezus dit nog eens: “Voor-waar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnen-gaan.” Om iets van Gods wereld te kunnen begrijpen, kennen en om deel te krijgen aan het heil van God is het noodzaak om opnieuw geboren te worden.

 

 

Wat is dat opnieuw geboren worden?

 

Dat is ook de vraag die Nicodemus stelt! Jezus legt het uit met “uit water en Geest geboren worden.” De verdere uitleg van Hem is “wat uit vlees geboren is, is vlees en wat uit de Geest geboren is, is geest”. Naast de natuurlijke geboorte moet een mens ook uit de Geest geboren worden. Waarom?

In het vlees, ons natuurlijk bestaan, kunnen we God niet kennen of dienen. Later, in Joh. 6:63, zal Jezus zeggen: “De Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut.” Paulus leert ons in Rom.8:7 en 8 “De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet van God; trouwens het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen”.

Door de zonde (het probleem) kan een mens uit zijn natuurlijke vermogens God niet dienen en Hem gehoor-zamen. Daarom doet het vlees geen nut. Daarom geeft God de mogelijkheid van een nieuwe geboorte. Deze geboorte is uit Gods Geest, leert Jezus. Gods Geest schept nieuw leven in ons,  we zijn dan uit God geboren. Dit leven is eeuwig leven, onvergankelijk leven, staat in Johannes 3 vers 16.

Wedergeboorte is dus een geestelijke geboorte uit de Heilige Geest van God. In Joh.1:12 en 13 vind je dit uitgewerkt. We worden letterlijk kinderen van God. Lees eens de prachtige tekst 1 Johannes 3:1! Paulus schrijft in Galaten 4:6 En dat gij zonen zijt – God heeft de Geest van zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept Abba, Vader”.

Gods natuur is in ons en we kunnen gaan lijken op onze Vader. Gods weten is in ons zodat we kunnen gaan be-grijpen. Gods kracht is in ons zodat we kunnen overwinnen. Gods mogelijkheden zijn in ons zodat we kunnen wat onmogelijk leek.

Jezus leert dat we geboren moeten worden uit water en Geest. Jezus doelt hierbij op de doop. Paulus legt later uit in Titus 3:5 dat God “naar Zijn ontferming ons gered heeft door het bad van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest”.

 

 

Hoe gebeurt dat, wedergeboren worden?

 

Wat er precies gebeurt weten wij niet. Jezus legt is vers 8 uit dat het een ongrijpbaar gebeuren is. Hoe het kan gebeuren is wel duidelijk. Door de prediking en het aanvaarden van het woord van God wordt zaad van geloven in ons hart gelegd. Daarom schrijft Petrus in 1 Petrus 1:23 dat we zijn “wedergeboren, en niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God”.

Doordat we gaan geloven in Jezus schenkt God ons vergeving van zonden waardoor we levend gemaakt worden. Daarom staat in Colossenzen 2:13 “Ook u heeft hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesne-denheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold.”

Jezus die stierf aan het kruis, wordt door geloof voor ons de oorzaak van redding. Dit in geloof aannemen van Jezus, geeft ons de macht om kinderen van God te worden, staat in Joh.1:12 en 13. In 1 Joh. 5:1 schrijft Johannes “Een ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren”. Dit leven is in Gods Zoon. Daarom staat iets verder in vers 12 ” Wie de zoon heeft, heeft het leven, wie de zoon van God niet heeft, heeft het leven niet”.

 

 

Het vervolg van opnieuw geboren worden.

 

Nadat we kind van God geworden zijn komen we in een proces. We zijn niet meteen geweldig geestelijke mensen maar gaan leven in een proces van heiliging en groei. Paulus doelt hierop in 1 Cor.3:1 en 2. Dit proces van heili-ging en groei is niet zozeer een proces van onszelf verbeteren maar van het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens. Zie bijvoorbeeld Efeze 4:22-24. De mogelijkheden van ons liggen in het Nieuwe Leven. Een illustratie vind je in 1 Petrus 1:22 t/m 3:1. Wij moeten onze zielen door gehoorzaamheid aan de waar-heid reinigen tot echte onvervalste broederliefde. Deze liefde komt voort uit de wedergeboorte.

Om de kracht van deze liefde te ervaren moeten wij wel alle kwaadwilligheid, bedrog, huichelarij, afgunst en kwaadsprekerij afleggen. De liefde is er al. Dat is namelijk een vrucht van de Geest. Niet ons werk, maar iets dat er al is uit onze nieuwe natuur. Onze actie is ons vlees afleggen, laten sterven en ons keren naar de nieuwe mens. Onze opdracht is volgens Galaten 5:16 “wandel naar de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees”.

De basis van levensverandering en heiliging is de nieuwe mens op basis van opnieuw geboren zijn. Johannes schrijft in 1 Johannes 5:4 “Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld”. De Geest van Jezus die in ons woont heiligt en verandert ons leven dus van binnen uit. Hij overwint in ons het kwaad en leert ons anders leven en denken. Als je ergens niet vanaf kunt komen, richt je geloof op God en zeg: Vader wij hebben een probleem! Maar ik weet dat U het in mij kunt overwinnen. Uw Geest kan het onmogelijke waarmaken.

 

 

In Christus

 

Door het geloof worden wij één gemaakt met Christus. “In Christus “ noemt Paulus dat. Zijn leven is ons leven, Zijn lijden is ons lijden, zijn kruisiging is onze kruisiging, zijn dood is onze dood, zijn opstanding is onze opstan-ding, zijn heerlijkheid is onze heerlijkheid, zijn koningschap is ons koningschap. In Christus zijn we een nieuwe schepping, zegt Paulus in 2 Cor.5:17. Deze eenheid met Hem heeft voor ons een hele praktische uitwerking. Wij beschouwen ons leven hier als gestorven voor de wereld en de wereld is voor ons gestorven Gal.6: 14. Wij leven nu voor God, voor Jezus en willen dat Zijn leven in ons openbaar wordt Gal. 2:20. Door de Geest van God worden wij dan ook in navolging van Jezus geleid.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

De mier in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De mier

 

 

Spreuken 30:24-25

 

“Vier dieren zijn de kleinste op aarde, maar zij zijn buitengewoon wijs; de mieren – sterk zijn ze niet, maar al in de zomer leggen ze een voorraad aan.” 

 

Wij weten niet wie Agur was – de schrijver van deze woorden – maar hij had wel ogen om op te merken en ver-stand om de lessen te trekken uit wat hij waargenomen had. In het land Israël wemelt het van allerlei soorten mieren, van zeer klein tot zo groot als een bij. Het soort waarover Agur het had, was waarschijnlijk de oogstmier, die in de kustgebieden veel voorkomt. Deze mier verzamelt in de zomer een voorraad zaden en slaat ze op in ondergrondse galerijen. Zaden die zouden kunnen ontkiemen, worden verwijderd en buiten het nest gedepo-neerd, om later als voedselbron te dienen. Al eerder in het boek Spreuken vestigt Salomo de aandacht op deze ijverige insekten:

 

Spreuken 6:6-8

 

“Ga naar de mieren, luiaard, kijk hoe ze werken en word wijs. Hoewel er onder hen geen leider is, geen aanvoerder, geen koning, halen ze in de zomer voedsel binnen, leggen ze in de oogsttijd een voorraad aan.” 

 

 

Iedere mier kent zijn of haar plaats in de mierenstaat; zij werken allemaal op efficiënte wijze samen, om voor de koningin en haar larven te zorgen. Sommige miersoorten zijn gevaarlijk en trekken samen uit op rooftocht, maar de oogstmier is vegetarisch en vormt geen bedreiging voor andere dieren. In tropische landen komt men de be-faamde bladmier tegen, wiens voorraad uit vers afgebeten bladgedeelten bestaat, en wiens heen en weer gaan tussen boom en nest op een protestmars lijkt. Mieren weten instinctief dat hun leven afhangt van het tijdig inza-melen. Wij mensen hebben de neiging om dingen uit te stellen en gaan liever luieren in de zon. Maar, zegt Salo-mo, die weg leidt tot armoede en gebrek.

 

Spreuken 6:6-11

 

6 Kijk naar de mieren, luiwammes, kijk hoe ze leven, en leer daar iets van.
7 Want ook al hebben ze geen aanvoerder, geen leider en geen koning,
8 toch verzamelen ze in de zomer alvast hun eten voor de winter. In de oogsttijd verzamelen ze voedsel.
9 Maar jij, luiwammes, hoelang blijf je nog liggen? Wanneer sta je eindelijk eens op?
10 ‘Nog even slapen, nog even soezen, nog even lekker liggen met de handen achter mijn hoofd’ –
11 Maar daar komt de armoede al op je af, zo snel als een hardloper. Gebrek overvalt je als een rover.

 

 

Mieren zijn niet alleen voorbeeldig in hun ijver, maar ook in de manier waarop zij samenwerken; alle energie wordt in dienst van de kolonie of staat gestopt. Van gelovigen wordt dat ook gevraagd.

 

 

Filippenzen 2:2

 

“maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Strijd in de Hemelse gewesten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Ef. 6:12 “want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.

 

 

Dit gedeelte leert ons dat we als gelovigen moeten worstelen tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Wat zo vreemd is, is dat vele gelovigen niet eens weten waartegen ze moeten vechten laat staan hoe ze moeten vechten. Niemand trekt ten strijde zonder de strijd te kennen.

 

 

maxresdefault

 

 

 

1. De strijd tussen God en satan

 

Satan was, de vader der leugen, de misleider, de mensenmoordenaar vanaf den beginne. Er kwam hoogmoed in het hart van satan. Hoogmoed en trots liggen aan de basis van de strijd in de hemelse gewesten. Satan wilde niet langer God aanbidden en Hem alle lof eer en glorie geven, hij wilde als God zijn. Hij wilde zich verheffen boven God.  Vervolgens werd satan uit de hemel geworpen en is er een strijd aan de gang tussen de satan en God.

 

Lees  Openbaringen 12:4. Vele uitleggers geloven dat deze tekst erop wijst dat satan een derde deel van de engelenschare met zich meesleepte in de val. Een deel van deze gevallen engelen is met satan actief in de hemelse gewesten en de wereld.  Een ander gedeelte wordt door God bewaard tegen ‘de dag des oordeels’.

Openbaringen 12:1-17 beschrijft op een indrukwekkende manier de strijd tussen God en de satan. De vrouw: Israël. Het kind: Christus. De draak: satan.

 

 

openbaring 12 : de vrouw en de draak

openbaring 12 : de vrouw en de draak

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Al vanaf het allereerste begin van de geschiedenis zien we dat de satan probeert om het reddingsplan dat God met de wereld heeft te dwarsbomen. (Gen. 6: zonen Gods hebben gemeenschap met de vrouwen). De strijd wordt ten top gevoerd wanneer Jezus geboren wordt.

  • Satan wilde Jezus doden als baby onder Herodes.
  • Verzoeking in de woestijn.
  • In de tuin van Getsémané.
  • Aan het kruis.
  • In het graf.

In de onzichtbare wereld is er een strijd aan de gang tussen God en de satan.

 

 

 

2. Strijd tussen de engelen en de demonen.

 

Er is niet alleen een strijd tussen God en satan. Er is ook een strijd tussen engelen en demonen. Laten we hier e-ven bij stil staan.

 

 

2.1. Engelen


De natuur van de engelen

 

Het woord engel betekent ‘bode’, ‘boodschapper’.  God is de Here der Heerscharen (1 Sam. 17:45). Hij regeert en heeft heerschappij over de engelen.

 

Engelen zijn geestelijke wezens en zijn als geestelijk wezen niet gebonden aan de fysische wetten die gelden voor de menselijke natuur:

( Hand. 12:6-8 )engelen kunnen gesloten gevangenissen binnenkomen

( Hand. 5:19) ze kunnen gevangenisdeuren openzetten

( Rich.13: 19-20) ze kunnen nederdalen onder vorm van een vuurvlam

 

Engelen zijn in staat om grote afstanden op korte tijd af te leggen.

 

Engelen zijn wijzer dan mensen. 

(2 Sam. 14:20)  “Om uw zaak een ander aanzien te geven, heeft uw dienaar Job dit gedaan. Maar mijn heer is zo wijs als een engel Gods: hij weet alles wat op aarde geschiedt” .

 

Engelen hebben veel kracht.

 (Ps. 103:20) “Looft de Heer, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn volk volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord.”

  1. Eén engel doodde 185.000 Assyrische soldaten : 2 Kon. 19:35.
  2. Eén engel sloeg 70.000 Israëlieten ten gevolge van Davids zonde :  2 Sam. 24:15-16.
  3. Eén engel veroorzaakte een grote aardbeving en rolde de steen weg bij het graf van Jezus : Mat. 28:2-4.
  4. Eén engel zal de duivel gedurende 1000 jaar vastbinden en gevangen houden : Op.20:1-3.

 

Er is een hiërarchie tussen de engelen.

( Judas 9) Michaël wordt een aartsengel genoemd.

( Kol. 1:16, Dan; 10:12-21, l Thes. 4:16, l Pet. 3:22) De Bijbel spreekt over aartsengelen, over engelen, over tronen, over machten en heerschappijen.

 

Engelen zijn onsterfelijk

( Luc. 20:35-36), ze hebben geen stoffelijke lichamen en kennen geen tekenen van veroudering en dood.

 

Engelen zijn geslachtsloos en onhuwbaar

( Luc. 20:35-36 en Mat. 22:30)

 

Engelen kunnen zichtbaar worden en menselijk voedsel eten

(Luc. 2:9, Gen; 32:1-2 Gen. 18:5)

 

 

battleofgoodandevil

 

 

 

Het aantal engelen

 

Er zijn oneindig, ontelbaar veel engelen.

(Op.5: 11) “en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen…”.

(Heb. 12:22) “…tot de stad van de levende god, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen engelen…”.

(Mat. 26:53)  Jezus zei “of meent gij dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan 12 legioenen engelen terzijde stellen”( 3.000 tot 6.000 elk).

(2 Kon.6:17) de knecht van Elisa zag, nadat God hem de ogen opende als antwoord op gebed van Elisa, dat de berg vol vurige paarden en wagens was rondom Elisa.

 

 

 

Het werk van de engelen

 

In de hemel:

 

1.de opdracht van de engelen is in eerste instantie het loven, prijzen en dienen van God. 

(Openbaring 5:11-12; 8:3-4).

 

Op aarde :

 

2.  hier vervullen ze opdrachten voor God.

Hagar de bron tonen, verschijnen voor Jozua met een getrokken zwaard, de ketenen van Petrus losmaken, de deuren van gevangenissen openen en het voeden, versterken en verdedigen van Gods kinderen.

 

3. Ze voeren de oordelen en doelstellingen van God uit.

(Num. 22:22) ” Maar de toorn Gods ontbrandde toen hij ging , en de Engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander…”

(Hand. 12:23) “en terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij (Herodes) God de eer niet gaf…” zo werd Herodes door een engel gedood.

 

 

4. Ze moeten uit het Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen die ongerechtigheid bedrijven en zij zullen in het vuur geworpen worden

( Mat. 13:41-42).

 

 

5. Engelen zijn dienende geesten.

(Heb.1:14) “Ze zijn uitgezonden ter wille van hen die het heil zullen beërven”.

 

 

6. Ze begeleiden gelovigen.

(Hand: 8:26) Een engel leidde Phillipus tot bij de Ethiopiër. Ze beschermen, helpen en versterken de gelovigen.

(Mat.4:1 1) Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn.

(Luc.22:43) Op Gethsemane  “en Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven”.

 

 

7. Ze zullen onze Heer begeleiden bij Zijn wederkomst

(Mat. 25:31, 2 Thes;1:7-8).

 

 

8. De engelen zijn betrokken bij het geven van Gods wetten.

(Heb. 2:2) “want indien het woord, dat door bemiddeling van engelen is gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en gehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen…

(Hand; 7:53 )“gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van de engelen, doch haar niet hebt onderhouden.”

 

 

9. Als gelovigen mogen we de engelen niet loven en eer bewijzen.

(Openbaringen 22:8-9).

 

 

 

Rangorde onder de engelen.

 

Aartsengelen:

  • Michaël die een speciale beschermengel is voor het volk Israël. Hij wordt omschreven als vorst.
  • Gabrieël: boodschapper van God. Dan. 8:16, Dan. 9:21, Luc. 1:19, 26

 

Cherubijnen: Bewakers van Gods heiligheid.

  • Gen. 3:24, Bij de hof van eden.
  • Ezech 1:15-25, Onder Gods troon.
  • Ex. 25:17:22, Op de ark.
  • Ex. 26:1, 31, Op het voorhangsel

 

Serafs: Jes. 6:2-7,  Gods heiligheid aankondigen.

 

Gewone engelen: beschermengelen, spirituele begeleiders, dienaren van God.

 

 

angels

 

 

 

De superioriteit van de mens ten opzichte van de engelen

 

Engelen zijn net als Adam en Eva volmaakt geschapen. Engelen als geestelijke wezens en Adam en Eva als men-selijke, vleselijke wezens. Niettegenstaande zijn we toch superieur aan de engelen omdat:

  1. Engelen mogen het evangelie niet verkondigen, deze opdracht is door Jezus aan ons gegeven.
  2. Op zekere dag zullen we oordelen over de engelen ( l Kor. 6:3). Waarschijnlijk gaat het enkel over de gevallen engelen (Judas 6).

Niettegenstaande we in zonde gevallen zijn, zijn we heilig voor God door het bloed van Christus. Ja, Christus heeft ons de positie boven de engelen gegeven.

 

 

 

2.2. De demonen.

 


Gevallen engelen

 

Engelen worden door Christus omschreven als heilig (Marc.8:38), engelen zijn heilig van bij hun schepping. Ook engelen worden door God op de proef gesteld. Wanneer ze niet volharden in hun dienstbaarheid aan God wor-den ze verworpen, degenen die wel aan Gods wil beantwoorden, worden bevestigd in hun heiligheid.

(Ps. 89:7 ) “God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die met hem zijn”.

(2 Pet. 2:4)  spreekt over de gevallen engelen, als de engelen die gezondigd hebben. Het is onduidelijk wanneer de val van de engelen juist plaats vond, vanuit de Bijbel worden verschillende hypothesen gemaakt:

  1. Ze rebelleerden tegen God wanneer satan probeerde te zijn zoals God. (Jes. 14:12, Ezech. 28:16 en Op. 12:7).
  2. De zonde van de “gevallen engelen” was de zonde van trots en ongehoorzaamheid t.a.v. God.
  3. Het was de zonde van seksuele gemeenschap met de kinderen der mensen (Gen:1-4).

 

De toekomstige plek van de gevallen engelen :

(Mat. 25: 41) “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”. Ten gevolge van hun val wachten ze op het oordeel.

 

 

maxresdefault (1)

 

 

 

Rangorde

 

Overheden en machten

Opperbevelhebbers en bevelhebbers

Wereldbeheersers

 

 

 

Macht

 

Ziekte toebrengen.

 

Math. 9:32-33, Doofstomme die bezeten is.

Math. 12:22, Blind, stom.

Luc. 13:11, Geest van zwakheid: verkromde vrouw.

Hand.: Waarzeggende geest. Meisje die voorspellingen doet.

 

 

Invloed in deze wereld door occultisme, hekserij, muziek, enz.

Gelovigen en de gemeente doen wankelen en aanvallen door leugens

Misbruik maken van de zwakten van de mens

Ongelovigen doen uitschijnen dat ze goed bezig zijn

Laten uitschijnen dat zij niet bestaan. Daardoor bevestigen ze dat God ook niet bestaat

Gods plannen dwarsbomen en Hem bespotten

 

Heel praktisch voorbeeld van de strijd in de hemelse gewesten. Daniël 10 beschrijft de strijd in die gebieden, waar een engel van God en de engelenvorst Michaël het moeten opnemen tegen de demonische vorst die over het koninkrijk der Perzen heerst. Deze strijd duurde 21 dagen. Later zouden ze moeten strijden tegen de vorst van Griekenland, een andere demonische machthebber. We zien ook hier heel duidelijk een strijd om Gods heilsplan met de wereld te verijdelen.

 

 

 

3. Strijd gelovigen en de hemelse gewesten.

 

We hebben gezien dat er een duidelijke strijd gaande is tussen de satan en God. De satan haat God. Dat is het uitgangspunt van alle strijd. Hij wil Gods aanbidding en Gods glorie vernietigen. Dat is ook de reden waarom sa-tan de gemeente aanvalt, waarom hij de gelovigen aanvalt. De strijd is een strijd om de glorie van God. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God,  (2 Tim. 2:3-4).

 

 

 

4. Hoe strijdt satan?

 

  • Mensen te verblinden. 2 Kor. 4:3-4
  • Satan probeert door ongeloof, onverschilligheid, valse getuigenissen, leugens, valse religies, enz. de mensheid te verblinden. Daarom zegt Paulus in Efeze 6: 18-19, bid!
  • Gelovigen aan te vallen, ontmoedigen, aftrekken. Lucas 22:31, 1 Petrus 5:8, Job. 1:6-12, 2:1-10.  > Staan op Gods beloften: 1 Kor. 10:13
  • Verdeeldheid te zaaien, huwelijk verbreken. 1 Kor. 7:3-5
  • Leiders vernietigen. 1 Tim. 3:2-6
  • Valse religies en dwaalleraars. 2 Kor. 11:13-14
  • In ons denken en ons handelen en door middel van begeerten.

 

 

derren-brown-tricks-of-the-mind

 

 

 

5. Samenvatting.

 

Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd tussen licht en duisternis, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente. Het is een strijd om de glorie van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken. God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen.

Hoe kunnen we standhouden in deze strijd?

  • Staan op Gods beloften. (1 Kor. 10:13), niet boven vermogen verzocht worden.
  • Strijden in gebed.
  • De weg van gehoorzaamheid aan Gods woord bewandelen. (2 Kor. 10:3-6)
  • Vlucht naar God toe! (Jacobus 4:7-8)

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria