Tagarchief: bloemen

Wilde kievitsbloem : Fritillaria meleagris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de blokvormig getekende, hangende, klokvormige, paarse bloemen (soms zijn ze geheel wit of wit/groenig)

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde kievitsbloem is bolgewas van 20 tot 50 cm hoog. Ze groeit op vrij voedselrijke graslanden, die ’s winters drassig zijn of onder water staan en ’s zomers niet te veel uitdrogen. Ze is vrij zeldzaam en wordt ook als tuinplant aangeboden. Wilde kievitsbloem is één van de eerste planten die wettelijk beschermd werd. Ondanks de bescher-ming zijn er toch heel veel groeiplaatsen verdwenen door te zware bemesting, ontwatering, intensievere bewei-ding of omdat ze plaats moesten maken voor uitbreiding van steden.

 

.

 

 

 

Bloem

 

Wilde kievitsbloem heeft ongeveer 8 jaar nodig voordat ze tot bloei komt. Ze bloeit in april en mei. De bloemen zijn klokvormig, hangend en meestal alleenstaand, soms met 2 of 3. Ze zijn paars/wit geblokt, egaal wit of wit /groenig. Na de bloei vallen de bloemdekbladen af, verlengt de stengel zich en richt zich op. De vruchtdoos wordt gevormd, waarin de zaden rijpen. De zaden bevatten luchtholtes, waardoor ze op het water blijven drijven en zo verspreid worden.

 

 

vrucht

 

 

 

Blad

 

De lange, smalle bladeren zijn grijsgroen en gootvormig. Ze staan verspreid langs de stengel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– leliefamilie (Liliaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 20 tot 50 cm
– rode lijst
– ook als tuinplant

Bloem
– donker- tot licht paarsrood
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 4,5 cm
– klokvormig
– 6 bloemdekbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– (half)stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rond

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloeiend in januari en februari in de Lage landen

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

 

 

 

sneeuwklokje

 

 

 

 

 

klein hoefblad

 

 

 

 

 

klein kruiskruid

 

 

 

 

 

kluwenhoornbloem

 

 

 

 

 

lenteklokje

 

 

 

 

 

madeliefje

 

 

 

 

 

stinkend nieskruid

 

 

 

 

 

vogelmuur

 

 

 

 

 

vroegeling

 

 

 

 

 

winterakoniet

 

 

 

 

 

wit hoefblad

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine sneeuwroem : Chionodoxa sardensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
niet knikkende, blauwe, 6-tallige bloemen kleiner dan 12 mm met een klein wit of bleekblauw hart

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine sneeuwroem is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Klein-Azië en in de 19de eeuw bij ons inge-voerd. Ze is op buitenplaatsen als stinsenplant aangeplant en vandaar langzaam verwilderd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine sneeuwroem bloeit in april. De bloeiwijze is een tros van 4 tot 12 bloemen, die min of meer aan dezelfde kant van de bloeistengel zitten. Ze zijn blauw en hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die aan de basis 3 tot 4 mm met elkaar vergroeid zijn. Ze hebben een klein wit of bleekblauw hart.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per bol zijn er 2 of 3 gootvormige bladeren van 1,5 cm breed met een kapvormige top.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote sneeuwroem en vroege- en oosterse sterhyacint.

 

 

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem.

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart.

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart.

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– verwilderd, plaatselijk ingeburgerd
– 5 tot 15 cm
– stinsenplant
– ook te koop als tuinplant

Bloem
– blauw
– april
– tros
– stervormig
– tot 12 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine maagdenpalm : Vinca minor

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de grote, lichtblauwe of blauw-paarse, 5-tallige bloemen aan
– een bodem bedekkende plant en
– de in de winter groen blijvende, glanzende bladeren met kale rand

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine maagdenpalm is een wintergroene, overblijvende, bodem bedekkende plant op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen en tuinen. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen en is ook te koop als tuin-plant. In Limburg vind je nog oorspronkelijk wilde exemplaren. De plant is wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine maagdenpalm bloeit vanaf half april tot begin mei,  in zachte winters eerder. Ook in de overige maanden kun je haar bloeiend aantreffen, maar dan minder enthousiast. De bloemen van oorspronkelijk wilde exemplaren zijn lichtblauw, die van de tuinversie blauw-paars. Ze zijn groot en hebben 5 asymmetrische kroonbladen, waar-van de bovenste gedeelte wijd uitstaat en het onderste gedeelte buisvormig is vergroeid. Het hart van de bloem is wit. De bloemen staan op korte stelen. Per bladpaar groeit er 1 bloem in één van de twee bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn glanzend groen en blijven in de winter aan de plant zitten. De niet bloeiende stengels liggen op de grond, wortelen op de knopen en kunnen meters lang worden. De bloeiende stengels staan rechtop en wor-den tot 30 cm hoog.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bloemen van kleine maagdenpalm zijn te eten en kunnen gebruikt worden ter versiering van taarten en sala-des. In de fytotherapie kent kleine maagdenpalm vele toepassingen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Grote maagdenpalm lijkt veel op kleine maagdenpalm, maar ze is in alles groter en de rand van de bladeren is gewimperd. De bladrand van kleine maagdenpalm is kaal. Grote maagdenpalm komt niet voor in Nederland.

 

 

grote maagdenpalm

 

 

 

Algemeen

 

maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– bloeistengel 15 tot 30 cm

Bloem
– lichtblauwe, blauw-paars, zelden wit
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– elliptisch tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf en kaal
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– glanzend

Stengel
– rechtop of liggend
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote sneeuwroem : Chionodoxa siehei

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de grote blauwe (soms roze of witte), niet knikkende, 6-tallige bloemen met een groot wit hart én de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote sneeuwroem is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Klein-Azië en in de 19de eeuw bij ons inge-voerd. Ze is op buitenplaatsen als stinsenplant aangeplant en vandaar langzaam verwilderd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

Bloem

 

Grote sneeuwroem bloeit in maart en april. De bloeiwijze is een tros van 1 tot 6 bloemen. Meestal zijn ze helder blauw, soms ook roze of wit. Ze hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die aan de basis ongeveer een halve centimeter met elkaar vergroeid zijn. Ze zijn tot bijna halverwege wit, waardoor de bloem een groot wit hart heeft. De bloemdekbladen hebben de neiging om te krullen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per bol zijn er 2 of 3 gootvormige bladeren, die 5 tot 15 mm breed zijn en een kapvormige top hebben.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meer vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals kleine sneeuwroem en vroege en oosterse sterhyacint.

 

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem.

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart.

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart.

 

 

 

 

 

Algemeen

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– 10 tot 25 cm
– stinsenplant
– ook te koop als tuinplant

Bloem
– blauw, soms roze of wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 20 tot 35 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

-rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jasmijn : etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

Jasmijn etherische olie

 

Jasmijn etherische olie (Jasminum officinalis) wordt gewonnen door alcoholextractie van de bloemen.

In de bloemen zit maar weinig olie daarom heeft men voor 1 kilo olie minstens 1000 kilo bloemen nodig.

 

 

 

.

De Jasmijn is een kleine groenblijvende heester die tot twee meter hoog kan worden. Uit de vertakkingen groeien talloze kleine witte kelkvormige bloemetjes die vooral ’s avonds en ’s nachts een exotische, bedwelmende geur verspreiden.  De Jasmijn staat daarom ook bekend als de koningin van de nacht

De etherische olie is rood tot roodgeel van kleur en heeft een warm bloemig en exotisch aroma. Jasmijn heeft door haar geur als geen andere olie de eigenschap je in andere sferen te brengen. De olie is zeer geschikt als parfum.

 

 

In Zuid-Frankrijk wordt de Jasminum grandiflorum, oorspronkelijk afkomstig uit de Himalaya, dan ook in grote hoeveelheden geteeld voor het winnen van Jasmijn etherische olie voor gebruik in de parfumindustrie.

Gedroogde bloemen worden ook gebruikt in Jasmijnthee.

In de Indiase Ayurveda en de Chinese geneeskunst wordt ook al duizenden jaren gebruik gemaakt van de Jasmijn bloemen en olie.

 

 

 

 

 

Jasmijn etherische olie in de aromatherapie

 

Jasmijn absolue werkt antiseptisch en heeft ontstekingsremmende eigenschappen.

In India wordt het als afrodisiacum gebruikt en als middel tegen impotentie op lendenen ingemasseerd. Een soort natuurlijke viagra wat mij zeker de moeite waard lijkt om te proberen als je tenminste van de geur van jasmijn etherische olie houdt.

In de zomer kan je jasmijn toevoegen aan een massage olie omdat het een koelend effect op het lichaam heeft.

Verder kan jasmijn tijdens de geboorte gebruikt worden om de contracties te versterken en het werkt licht pijnstillend.

Let op: jasmijn niet tijdens de zwangerschap gebruiken, alleen tijdens en na de geboorte.

Brengt het hormonale systeem in balans en is daarom ook geschikt bij diverse vrouwelijke problemen zoals pms, overgangsklachten etc.

 

 

 

Psychisch

 

Jasmijnolie heeft een rustgevende, antidepressieve en angst verdrijvende werking. Jasmijn geeft een gevoel van zelfvertrouwen en euforie, en kan daarom zeer goed ingezet worden tegen bij apathie, onverschilligheid en lusteloosheid.

Jasmijn kan de ontwikkeling van creativiteit ondersteunen. Het zorgt ervoor dat je ontvankelijker wordt.

Jasmiijn is ook zeer geschikt voor meditatie, doe een paar druppels op een aromasteentje of in een aromalamp. Werkt op het hartchakra, solar plexus chakra (zonnevlecht) en het basis of wortel chakra.

 

 

 

Combineren met:

 

Jasmijn kan je met praktisch alle soorten etherische olie mengen maar kan zeker goed gecombineerd worden met:

Bergamot, Ceder, Geranium, Lavendel, Mandarijn, Neroli, Ho blad, Sandelhout, Ylang Ylang

 

 

 

Gebruik van jasmijn etherische olie

 

  • 3 druppels Jasmijn, 3 druppels Sinaasappel en 3 druppels Nootmuskaat in een aromadiffuser verdampen helpt bij een depressieve stemming.
  • Een paar druppels Jasmijn in een aromadiffuser of op een geursteen werkt ontspannend.
  • Voor het creëren van een romantische stemming kan Jasmijn o.a. met Ho Blad, Ylang Ylang, Patchouli of Roos gemengd worden. Bijv. in een aromadiffuser of in een geurkaars.
  • Maak een romantische massageolie door 5 druppels jasmijn en 5 druppels roos toe te voegen aan 100 ml. zoete amandelolie. Ideaal voor een partnermassage.
  • Maak een ontspannende badolie door 2 druppels Jasmijn, 3 druppels Vetiver en 3 druppels Sinaasappel  te mengen met een beetje melk, room, een lepeltje honing of een schaaltje badzout. Voeg dit toe aan een niet te heet bad en ontspan 15-20 minuten in het geurende warme water.
  • Voeg jasmijn absolue toe aan je zelfgemaakte aleppo zeep voor een heerlijke geur, werkt antiseptisch en is verzorgend voor de huid.

 

 

 

 

 

 

 

Tekens van engelen

Standaard

categorie : religie

.

.

1380565_451533394968312_1347532707_n

.

.

De meest voorkomende tekens zijn muntjes, getallen en veertjes. Maar engelen tonen je ook regenbogen, wolken in de vorm van een engel en engelen plaatjes of beeldjes. Engelen kunnen  ook gebruik maken van geuren.  Bij engelen gaat dit om bloemen geuren. Ook de ‘toevalligheden’ die je tegenkomt op je pad zijn tekenen vanuit de hemel.

.

.Om deze tekens te ontvangen hoef je alleen maar te vragen. Vraag je engelen om tekens en laat dan je verzoek los! Dit loslaten betekent dat je ‘verder gaat met de dag’ en niet op de engelen gaat zitten wachten. Tekens en berichten van engelen komen gemakkelijker bij je binnen wanneer in een ontspannen, ontvankelijke staat bent.  Als je op een reactie wacht dan ben je niet ontvankelijk.

.

Met de tekens willen de engelen je laten weten dat ze in de buurt zijn. Klaar om jou te helpen! 

.

 Engelen hebben humor. Ze kunnen je adviseren, steunen en helpen zodra je ze daartoe uitnodigt. Echter ze respecteren je vrije wil en kunnen dus niet helpen zonder jouw vraag.  Engelen kunnen wel tekens geven in de hoop dat jij ze opmerkt en er wat mee doet. Bijvoorbeeld om hulp vragen!

.

Wanneer je God en de engelen om hulp hebt gevraagd is het belangrijk dat er ook klaar bent om de hulp (direct) te aanvaarden.

.

Wanneer er een deur voor je wordt geopend of je krijgt een bepaald advies dan is het belangrijk dat je dit zonder oponthoud opvolgt. Uitstel zorgt ervoor dat je de synchroniciteit met de goddelijke timing op dat moment verliest.

Wees ook zeer specifiek bij wat je vraagt. De engelen vragen om je overal bij te helpen is weinig zinvol. Het betekent dat je de engelen laat beslissen over jou vrije wil en de regie uit handen geeft. Dat is niet de bedoeling.

Een effectieve manier om met je engelen te werken is door ze s’morgens te vertellen wat je plannen zijn voor de dag en ze daarbij om hulp te vragen. Uiteraard kun je ook en vooral om hulp, steun en advies vragen op momenten wanneer je zorgen maakt . Of wanneer je tegen een situatie opziet.  Zorg wel dat je verzoek eindigt met een vraag!

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

John Astria

Gewone- en duinreigersbek : Erodium cicutarium sp. cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek met twee vlekken op kroonbladen

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

 

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas).

De plant is afkomstig uit Zuidwest-Europa, het huidige verspreidingsgebied beslaat Noord-Frankrijk, Luxemburg, België, Nederland, Noordwest-Duitsland en Groot Brittannië. In België en Nederland komt de plant algemeen voor. De favoriete standplaats is in loofbossen en vooral in de binnenduinen, maar ook tussen stoeptegels wil de plant wel groeien.

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand. Rei-gersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast de 2 genoemde ondersoorten is er ook nog kleverige reigersbek (Erdium lebelii, geen ondersoort).

 

 

  gewone reigersbek

– scherm: 5 tot 7 bloemen

– bloem 8 tot 17 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen met vlek

– snavel tot 3,5 cm lang

  duinreigersbek

– scherm: 3 tot 5 bloemen

– bloem 8 tot 14 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen zonder vlek

– snavel tot 2,5 cm lang

  kleverige reigersbek

– scherm: 2 tot 3 bloemen

– bloem 6 tot 8 mm

– meestal wit, soms lichtroze

– 5 gelijke kroonbladen zonder vlek

– kleverig door klierharen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

Reigersbek is van de andere ooievaarsbek soorten met kleine helder roze bloemen, zoals robertskruid en zachte ooievaarsbek, te onderscheiden door het blad. Reigersbek heeft oneven dubbel veervormig samengestelde bladeren; de andere ooievaarsbek soorten hebben handvormig gelobde of 3-5 tallige bladeren.

 

 

robertskruid

 

 

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

Gewone- en duinreigersbek

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone ereprijs : Veronica chamaedrys

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

IMG_9705-m.gewone ereprijs

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige hemelsblauwe bloemen in trossen
– en de stengels met beharing in 2 rijen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

De gewone ereprijs is een plant van matig voedselrijke, vochtige graslanden en lichte bossen en struwelen. De soort groeit veel in bermen en op dijken. Ook kan hij in gazons voorkomen. Doordat deze zoveel gemaaid wor-den, komt hij dan niet tot bloei.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Gewone ereprijs wordt 10 tot 40 cm hoog en bloeit in april , mei en juni met hemelsblauwe, 4-tallige bloemen, die donker geaderd zijn en wit hart hebben. De kroonbladen zijn aan de buitenkant iets lichter blauw. De bloemen zijn 0,8 tot 14 mm in doorsnede en vormen ijle trossen van 10 tot 20 bloemen in de oksels van de bovenste bladeren. De donkere beadering dient als honingmerk en leidt insecten naar het binnenste van de bloem. Bij veel regenval en/of harde wind sluiten de bloemen zich en gaan ze hangen. Bloemen van een dag oud krijgen een paars-rode zweem.

 

 

ereprijsgewone-110506-012

 

 

 

Bladeren

 

De ronde, opstijgende, enigszins slappe stengels zijn behaard met twee rijen haren. Zelden zijn ze rondom behaard en als ze dat wel zijn, dan zijn er toch twee dichter behaarde lijnen aanwezig. Ze zijn bebladerd met kruisgewijs tegenoverstaand, eironde tot elliptische bladeren, die zowel aan de boven- als aan de onderkant dicht behaard zijn met korte, zachte haren. De bladeren zijn zittend (soms kort gesteeld) en hebben een gekartelde rand.

 

.

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– hemelsblauw
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 8 tot 14 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, behaard
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gekarteld
– voet afgerond
– veernervig
– zittend (soms kort gesteeld)
– beide kanten zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Onkruid soorten in ons land – letter K – deel 1

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

.

.

Onkruid soorten

.

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

.

De Kaasjeskruiden (Malvaceae)

.

GROOT KAASJESKRUID

.

GROOT KAASJESKRUID (Malva sylvestris) is, zoals de naam al aangeeft, een forse plant (0,60-1,20 meter hoog). De stengels zijn houtig aan de onderkant, vertakt en sterk behaard. De vijfslippige, afwisselend staande bladeren zijn 5-10 cm in doorsnee, enigszins samengevouwen, ruw driehoekig in omtrek en vaak met een kleine donkere vlek. De uit vijf bloemblaadjes opgebouwde bloemen zijn meestal roze met opvallende donkere strepen, 2,5-4 cm in doorsnee en in groepjes bijeenstaand.

Deze tweejarige of overblijvende plant bloeit van juni tot in de herfst. Verspreidingsgebied Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika; bij ons algemeen langs wegen en dijken en op bouwland. Soms gekweekt.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

KLEIN KAASKRUID

.

KLEIN KAASKRUID (Malve neglacta) is een plant die zowel eenjarig, tweejarig als overblijvend kan zijn. De meestal liggende stengels worden 7 tot 45 cm lang en ontspringen aan een korte rechte penwortel. De vijf enigszins ingesneden bloemblaadjes zijn roze of wit, gestreept en slechts 2-2,5 cm in doorsnee. De bladeren, die afwisselend staan, hebben vijf afgeronde slippen, zijn 4-7 cm in doorsnee en langgesteeld. De bloeitijd is juni-oktober. Deze soort komt voor in Europa en West-Azië; ook in Amerika, waar het een van de meest algemene en schadelijke onkruiden is. De kinderen eten daar de platte zaden, die ze – net als bij ons – kaasjes noemen; de bladeren worden gebruikt om schotels mee te garneren. In ons land is Klein kaasjeskruid algemeen op zandgrond, vooral langs wegen en paden.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Kamilles (Compositae)

.

Dit zijn gewoonlijk sterk geurende planten met madeliefachtige bloemhoofdjes die meestal geel met wit van kleur zijn. De bladeren, die afwisselend staan, zijn in de regel zeer fijn verdeeld.

.

VALSE KAMILLE

.

VALSE KAMILLE (Anthemis arvensis) is een bossige, behaarde eenjarige plant van 15-45 cm hoogte. De bloemhoofdjes zijn 2,5-4 cm in doorsnee en staan afzonderlijk op lange steeltjes in de oksel van de bladeren. De witte straalbloemen zijn vrouwelijk. Iedere plant kan zo’n 4000-5000 zaden voortbrengen. Deze soort heeft een voorkeur voor een mineraalrijke grond zonder kalk en gewoonlijk sterk zuur, lemig of zandig lemig. Het verspreidingsgebied beslaat geheel Europa en Klein-Azië; ingevoerd in Noord-Amerika. De plant is vrij algemeen voorkomend op zandig bouwland en langs dijken en wegen. De bloeitijd is van juni tot in de herfst.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

STINKENDE KAMILLE

.

STINKENDE KAMILLE (Anthemis cotula) doet zijn naam echt eer aan. Hij verschilt van de vorige soort doordat de stengels meestal hoger zijn (30-45 cm). Ook zijn de bloemen wat kleiner (1,2-2,5 cm in doorsnee). De straalbloemen zijn ook hier wit, maar na de bloei zijn ze meestal teruggeslagen. De fijnverdeelde bladeren zijn evenals de stengels weinig behaard. Stinkende kamille komt voor in geheel Europa en Noord-Amerika. In ons land vrij zeldzaam langs wegen en dijken en op bouwland; het is een indicator voor leemgrond. De bloeiperiode is net als bij de voorgaande soort.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

SCHIJFKAMILLE

.

De SCHIJFKAMILLE (Matricaria matricarioides) is te herkennen aan de afwezigheid van straalbloemen. De bloemhoofdjes bevatten dus alleen schijfbloemen, waardoor ze eruit zien als kleine ronde, groenachtig-gele knopjes omgeven door schutbladeren. Deze laatste zijn groen met een wit randje. Deze sterk geurende, stevig gebouwde plant wordt vanwege zijn geur in Engeland meestal Ananaskruid genoemd. De plant wordt 5  tot 30 cm hoog en heeft kale stengels met vele stijve zijtakjes. De bloeitijd is van juni tot in de herfst. Iedere plant kan ruim 5000 zaden voortbrengen. Schijfkamille komt oorspronkelijk uit Azië, maar komt tegenwoordig in geheel Europa en Noord-Amerika voor. De plant is vooral te vinden langs wegen en dijken, op ruige plaatsen enzovoort.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

REUKLOZE KAMILLE

.

De voorgaande soort mag dan lastig zijn, de REUKLOZE KAMILLE (Matricaria maritima) is nog tien keer erger. Iedere plant brengt namelijk gemiddeld 34.000 zaden voort, ofwel om het nauwkeuriger te zeggen, tussen de 10.000 en 210.000 bij een fors exemplaar. Deze zeer vormenrijke soort komt in geheel Europa en ook in Noord-Amerika voor op bouwland, aan wegen en nabij bebouwing. In ons land komt alleen de ondersoort inodora voor; deze aanduiding geeft aan dat de planten geen of vrijwel geen geur hebben. Deze een- of tweejarige plant kan zowel rechtop als liggend groeien, is meestal vertakt en heeft 15 tot 60 cm lange, kale stengels. De afzonderlijk staande bloemhoofdjes van witte straal- en gele schijfbloemen zijn afgeplat van boven en variëren in doorsnee van 1,5 tot 5 cm. Ze zijn langgesteeld en verschijnen van juni tot in de herfst.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

ECHTE KAMILLE 

.

De ECHTE KAMILLE (Matricaria recutita) lijkt veel op de vorige soort, maar is te onderscheiden door de kegelvormige bloemhoofdjes die van binnen hol zijn (in plaats van met merg gevuld) en natuurlijk door de kenmerkende geur. De bloeitijd is veel korter, mei-juli.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.