Category/categorie: religion/religie/video
Christians in the Tribulation!
Christenen in de Grote Verdrukking!
Robert Breaker

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



Als christenen worden wij opgeroepen om onszelf als een “levend offer” aan God te geven. De Apostel Paulus helpt ons in zijn brief aan de gelovigen in Rome om deze waarheid te begrijpen:
Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is. (Romeinen 12:1-2)
Onszelf presenteren aan God als een levend offer is onze oude “ik” laten sterven. Dit concept wordt in het volgende anonieme gedicht prachtig uitgedrukt.
Dat is je oude “ik” laten sterven.
Dat is je oude “ik” laten sterven.
Dat is je oude “ik” laten sterven.
Dat is je oude “ik” laten sterven.
Dat is je oude “ik” laten sterven.
Dat is je oude “ik” laten sterven.
Dat is je oude “ik” laten sterven.
De “vrucht van de Geest” is een Bijbelse term die de negen zichtbare eigenschappen van een waar christelijk leven samenvat. Volgens Galaten 5:22-23 zijn deze eigenschappen: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
We leren uit de Schrift dat deze eigenschappen geen individuele vruchten zijn waaruit we zomaar kunnen kiezen. In plaats daarvan is de vrucht van de Geest een negenvoudige vrucht, die een karakteristiek is van alle mensen die oprecht door de Heilige Geest worden geleid. Gezamenlijk zijn deze vruchten datgene wat door alle christenen in hun nieuwe levens met Jezus Christus zou moeten worden voortgebracht.
De vrucht van de Geest is een tastbare manifestatie van een christelijk getransformeerd leven. Om als gelovigen naar volwassenheid te kunnen groeien, moeten wij de eigenschappen van de negenvoudige vrucht bestuderen en begrijpen:
Liefde – “Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem” (1 Johannes 4:16). Jezus Christus is ons grootste doel om alle dingen liefdevol te doen. “De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. De liefde zal nooit vergaan.” (1 Korintiërs 13:4-8)
Vreugde – “…de vreugde die de Heer u geeft, is uw kracht” (Nehemia 8:10). “Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God.” (Hebreeën 12:2)
Vrede – “Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus” (Romeinen 5:1). “Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.” (Romeinen 15:13)
Geduld (verdraagzaamheid) – Wij hebben “door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen” (Kolossenzen 1:11). “Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.” (Efeziërs 4:2)
Vriendelijkheid – Wij zouden moeten leven “door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de heilige Geest en ongeveinsde liefde, door de verkondiging van de waarheid en de kracht van God. We vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid.” (2 Korintiërs 6:6-7)
Goedheid – “Wij danken God altijd voor u allen: wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden en gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig uw liefde is” (1 Tessalonicenzen 1:2). “Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid.” (Efeziërs 5:9)
Geloof (trouw) – “Heer, u bent mijn God. Ik zal u hulde bewijzen, uw naam loven. Want wonderbaarlijk zijn uw daden, u hebt uw beleid sinds mensenheugenis trouw en betrouwbaar uitgevoerd” (Jesaja 25:1). “Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.” (Efeziërs 3:16-17)
Zachtmoedigheid – “Broeders en zusters, wanneer u merkt dat één van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid” (Galaten 6:1). “Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.” (Efeziërs 4:2)
Zelfbeheersing – “Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.” (2 Petrus 1:5-7)
De vrucht van de Geest is een prachtige studie voor christenen op elk geestelijk niveau. We hopen dat dit artikel een uitdagende gedachteoefening en een springplank voor verdere groei biedt.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
Op de vraag of dit onderwerp volgens hem wel zo leeft onder christenen, reageert Embregts: “Jazeker! Ik ben jarenlang leraar eschatologie (leer van de laatste dingen, red.) geweest en bovendien was ik ruim veertig jaar voor-ganger. Al die jaren werden in bijbel studies onophoudelijk vragen over dit onderwerp gesteld. Mijn boek Geen uitstel meer, is een herdruk van een boek dat ruim vijfentwintig jaar geleden is verschenen – de vraag ernaar bleef. Er is dus nog steeds belangstelling voor.”
.
.
Hoever zijn we nog verwijderd van de openbaring van deze ‘antigoddelijke eindtijdkoning’, zoals de ‘Studiebijbel’ hem typeert?
.
“Geen idee! Maar het is natuurlijk wél zo dat wat we nu zien, verschrikkelijk veel lijkt op het beeld dat de Bijbel schetst. Ik zou er zelf nooit één of andere profetische uitspraak over willen doen – dan ga je geheid op je neus – maar alles lijkt erop te wijzen dat het binnenkort gebeuren kán.”
.
.
Is de antichrist volgens u een persoon, of – zoals oudere theologen als dr. S. Greijdanus en ds. A. Ringnalda stelden – een macht?
.
“Een persoon. Als je Daniël 7 naast Openbaring 12, 13 en 17 legt, zie je dat het om een méns gaat die woorden spreekt tegen de Allerhoogste en de strijd aanbindt met de gelovigen. Ik zie een satanische tegenhanger van de Drie-eenheid, met de draak (Openbaring 12, red.) als anti-God de Vader, het beest uit de zee (Openbaring 13, red.) als de anti-Christus en het beest uit de aarde (idem, red.) als de anti-Heilige Geest.”
.
.
Een onder uitleggers omstreden kwestie: is de antichrist een Jood, of een niet-Jood?
.
“Niemand weet het precies. Mijns inziens kan het bijna niemand anders dan een Jood zijn. De Joden wachten op het herstel van de tempeldienst. In Daniël 9 lees je dat er iemand zal komen die toestemming geeft om de offerdienst te hervatten. Als er iemand komt die toestemming geeft om de tempel te herbouwen, dan zullen de Joden hem waarschijnlijk zien als de Messias Die komen zal, dus per definitie een Jood.”
.
.
De Bijbel tekent de antichrist als een figuur die óók niet-Joden aantrekt. Hoe doet hij dat?
.
“Zijn grootste troef is dat hij een oplossing heeft voor de problemen in het Midden-Oosten. Als zo’n figuur op-staat, zal hij door vriend en vijand met open armen worden ontvangen.” ‘De antichrist kan zich uitermate christelijk voordoen’
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
Ook de Hoogeveense publicist Jaap Spaans ziet ontwikkelingen die erop wijzen dat de openbaring van de anti-christ dichterbij komt. “We worden in toenemende mate geconfronteerd met problemen die een grensoverschrijdend karakter hebben,” legt hij uit. “Geen enkel land, zelfs de machtige Verenigde Staten niet, is in staat die op te lossen. Denk aan vraagstukken als terreur, dreigende grondstoffenschaarste, vluchtelingenstromen, milieuproblemen en klimaatverandering, criminaliteit, besmettelijke ziekten, het Midden-Oosten en Israël, enzovoort. De terreuraanslagen op Amerika van 11 september 2001 vormden een belangrijk omslagpunt in de wereld.
Iedereen kan zich voorstellen wat er gebeurt als er bijvoorbeeld een aanslag met een vuile of nucleaire bom zal plaatsvinden. Alles raakt dan in een stroomversnelling. De wereld schreeuwt om een oplossing voor deze problemen en om vrede. Deze ontwikkeling vereist een krachtig centraal gezag op mondiaal niveau, en sterk leiderschap. nEr is dus een voedingsbodem voor de komst van de antichrist.” Spaans verwijst naar Matteüs 24, Lucas 21, Markus 13, Zacharia 12 en 14 en Daniël 12.
.
.
Hoe typeert u de komende antichrist?
.
“Hij is de tegenstander van God – de duivel – in het vlees. Een charismatisch leider, die in staat is grote dingen te doen. Wel iemand met een organisatie of infrastructuur op mondiaal niveau achter zich. Want wil je al de machtsmiddelen inzetten en controle op die schaal uitoefenen, dan heb je een apparaat nodig dat je beleid uitvoert.”
.
.
In Openbaring 13 wordt gesproken over het ‘merkteken van het beest’. Gelooft u dat dit een letterlijk teken zal zijn, bijvoorbeeld in de vorm van chips die geïmplanteerd worden ?
.
“Ik neem het inderdaad letterlijk, maar met dien verstande dat er sprake is van een complexe infrastructuur, waarbij identificatie een sleutelrol vervult.”
.
.
Kunt u die identificatie toelichten?
.
Het merkteken zal volgens mij drie belangrijke aspecten omvatten, namelijk bio<00AD>metrie (identificatie op basis van unieke lichaamskenmerken), chipimplantatie (een chip kan informatie bevatten, zoals een medisch dos-sier) en een uniek nummer, zoals het Burger Service Nummer of het Euronummer in de toekomst. Dit nummer is dan de zoeksleutel waarmee informatie over wereldburgers kan worden verzameld, verwerkt en opgeslagen. Hierdoor is totale controle van de mens mogelijk. Uiteraard kan de vorm door verbetering van technieken nog wijzigen. Maar voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid is de vervulling van Openbaring 13 technisch realiseerbaar.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
1 Jezus vertrok uit de tempel. Zijn leerlingen zeiden Hem hoe mooi ze de gebouwen van de tempel vonden. 2 Hij antwoordde: “Kijk nog maar eens goed. Geloof Mij, er zal geen steen van op de andere blijven staan. Alles zal tot de grond worden afgebroken.”
3 Ze gingen op de Olijfberg zitten. Zijn leerlingen kwamen Hem vragen: “Wanneer zal dat gebeuren? En waaraan kunnen we zien wanneer U komt en het einde van de wereld eraan komt?” 4 Jezus antwoordde: “Let goed op dat jullie je door niemand laten bedriegen. 5 Want heel veel mensen zullen beweren dat ze Mij zijn. Ze zullen zeggen: ‘Ik ben de Messias.’ En heel veel mensen zullen dat geloven.
6 Ook zullen jullie horen over oorlogen en over berichten van oorlogen. Maar laat je daardoor niet bang maken. Die dingen moeten gebeuren. Maar het is nog niet het einde. 7 Want allerlei landen en volken zullen met elkaar oorlog voeren. En er zullen op allerlei plaatsen hongersnoden, gevaarlijke ziekten en aardbevingen zijn. 8 Maar dat is pas het begin van het einde.
9 Dan zullen de mensen jullie gevangen nemen, mishandelen en doden. Iedereen zal jullie haten omdat jullie in Mij geloven. 10 Veel mensen zullen hun geloof verliezen. Ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11 Er zullen allerlei mensen komen die beweren dat ze mijn profeten zijn. Ze zullen zeggen dat ze namens Mij spreken, terwijl dat helemaal niet zo is. Ze zullen daarmee heel veel mensen bedriegen.
12 En de mensen zullen zich steeds minder van God aantrekken. Daardoor zullen ze ook steeds minder liefde voor elkaar hebben. 13 Maar de mensen die volhouden tot het einde, zullen worden gered. 14 En het goede nieuws van het Koninkrijk moet aan de hele wereld worden verteld. Alle volken moeten weten wat Ik heb gedaan. Pas dan zal het einde komen.
15 Er zal iets afschuwelijks op de plaats van de tempel staan, iets afschuwelijks dat verwoesting veroorzaakt. De profeet Daniël heeft daar al over gesproken – Let goed op als je dit leest en denk er over na! – 16 De bewoners van Judea moeten dan naar de bergen vluchten. 17 Als je op het dak van je huis bent, ga dan niet naar beneden om iets uit je huis mee te nemen.
Je moet onmiddellijk vluchten. 18 Als je in het veld aan het werk bent, ga dan niet eerst naar huis om kleren op te halen. Je moet onmiddellijk vluchten. 19 Het zal een vreselijke tijd zijn voor de vrouwen die in verwachting zijn of net een baby hebben gekregen! 20 Bid dat het geen winter zal zijn als jullie moeten vluchten, of een heilige rustdag. 21 Want het zal een vreselijke tijd worden.
Zo’n verschrikkelijke tijd is er nog nooit eerder geweest en zal er ook nooit meer komen. 22 Als de Heer die tijd niet korter zou maken, zou geen mens worden gered. Maar God zal die tijd korter maken om de mensen die in Hem geloven te helpen.
23 Geloof het niet als iemand tegen jullie zegt: ‘Kijk, hier is de Messias! Kijk, daar is Hij!’ 24 Want er zullen men-sen komen die beweren dat ze de Messias zijn of dat ze zijn profeten zijn, terwijl dat helemaal niet waar is. Ze zullen zelfs grote wonderen doen. Daardoor zal het hun bijna lukken om ook de gelovigen te bedriegen. 25 Ik waarschuw jullie hier nu alvast voor. Pas dus goed op.
26 Dus als de mensen tegen jullie zeggen: ‘Kijk, Hij is in de woestijn,’ ga er dan niet heen. En als ze zeggen: ‘Kijk, Hij is in dat huis,’ geloof het dan niet. 27 Want net zoals de bliksem de hele hemel van oost tot west verlicht, zo zal de komst van de Mensenzoon zijn. 28 Let op: Waar een dood dier ligt, daar zullen de gieren zich verzamelen.
29 Onmiddellijk na die vreselijke tijd zal de zon donker worden. De maan zal geen licht meer geven. De sterren zullen uit de hemel vallen. En de machten van de geestelijke wereld zullen schudden. 30En dan zal het teken van de Mensenzoon zichtbaar worden aan de lucht.
Alle volken van de aarde zullen de Mensenzoon op de wolken zien komen in zijn stralende hemelse macht en majesteit. En ze zullen huilen van spijt. 31 Onder luid trompetgeschal zal Hij zijn engelen uitsturen. Ze zullen de ge-lovigen verzamelen uit het noorden, oosten, zuiden en westen, van over de hele wereld.
32 Van de vijgenboom kun je dit leren: als het hout zacht wordt en er blaadjes aan komen, weet je dat de zomer eraan komt. 33 Zo kunnen jullie ook weten dat als al deze dingen gebeuren, het einde eraan komt. Het is dan bijna tijd. 34 Luister goed! Ik zeg jullie dat dit volk niet zal ophouden te bestaan vóór al deze dingen zijn gebeurd. 35 De hemel en de aarde zullen ophouden te bestaan. Maar mijn woorden zullen altijd blijven.
36 Maar niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen zijn. Ook de hemelse engelen weten dat niet. Ook de Zoon weet dat niet. Alleen mijn Vader weet het. 37 Zoals het ging in de tijd van Noach, zo zal het ook gaan als de Mensenzoon terugkomt. 38 Want in die tijd, vóór de grote overstroming, gingen de mensen gewoon hun gang. Ze aten en dronken en trouwden, tot op de dag dat Noach aan boord van zijn boot ging.
39 Ze hadden niets in de gaten. Toen kwam de grote overstroming en ze verdronken allemaal. Zo zal het ook gaan als de Mensenzoon komt. 40 Twee mensen zullen in het veld aan het werk zijn. De één zal plotseling meegenomen worden, de ander niet. 41 Twee vrouwen zullen graan aan het malen zijn. De één zal plotseling meegenomen worden, de ander niet. 42 Let daarom goed op. Want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
43 Als de bewoner van een huis had geweten hoe laat de dief zou komen, zou hij opgebleven zijn. Hij zou niet in zijn huis hebben laten inbreken. Onthoud dat goed! 44 Daarom moeten jullie ook goed opletten. Want de Mensenzoon zal onverwachts komen.
45 Een trouwe en verstandige dienaar krijgt van zijn heer de leiding over de andere dienaren. Hij moet voor hen zorgen. Wie van jullie zal net zo doen als hij? 46 Wat is het heerlijk voor die dienaar als hij met zijn werk bezig is als zijn heer terugkomt. 47 Luister goed! Ik zeg jullie dat zijn heer hem de leiding zal geven over alles wat hij bezit.
48 Maar stel dat hij een slechte dienaar is. Stel dat hij bij zichzelf zou zeggen: ‘Mijn heer blijft nog wel een poosje weg.’ 49 En hij zou de andere dienaren mishandelen en met dronkenlappen gaan zitten drinken. 50 Dan komt zijn heer onverwachts terug, op een moment dat de dienaar hem niet verwacht. 51 En zijn heer zal hem gevangen zetten. Hij zal hem dezelfde straf geven als de schijnheilige mensen. Dan zal die dienaar huilen en met zijn tanden knarsen van spijt.”
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
5 Jezus hoorde de mensen zeggen dat de tempel zo mooi was en dat hij met mooie stenen en geschenken versierd was. 6 Maar Hij zei: “Er zal een tijd komen dat alles wat jullie daar zien, zal worden afgebroken. Er zal geen steen van op de andere blijven staan.” 7 Toen vroegen ze Hem: “Meester, wanneer zal dat gebeuren? En waar-aan zullen we kunnen zien dat het zover is?”
8 Jezus zei: “Let op dat jullie je door niemand laten bedriegen! Want heel veel mensen zullen beweren dat ze Mij zijn. Ze zullen zeggen: ‘Ik ben het.’ En: ‘Het is zover!’ Geloof hen niet. 9 Ook zullen jullie horen over oorlogen en onrust. Word daar niet ongerust over. Die dingen moeten eerst gebeuren. Maar dat is nog niet meteen het einde.”
10 Toen zei Hij tegen hen: “Allerlei landen en volken zullen met elkaar oorlog voeren. 11 Er zullen op allerlei plaatsen zware aardbevingen zijn. Er zullen nu hier, dan daar gevaarlijke ziekten en hongersnoden zijn. Ook aan de lucht zullen vreselijke dingen te zien zijn. 12 Maar vóórdat dit allemaal gebeurt, zullen de mensen jullie mishandelen, vervolgen en gevangen zetten in de synagogen en gevangenissen.
Omdat jullie in Mij geloven, zullen ze jullie voor koningen en bestuurders slepen. Zij zullen over jullie rechtspreken. 13 Dat zal gebeuren zodat jullie hun over Mij kunnen vertellen. 14 Besluit nu alvast dat jullie niet van te-voren gaan bedenken wat jullie dan moeten zeggen. 15 Want Ik zal jullie de woorden en de wijsheid geven. Daar zullen jullie vijanden niets op weten te antwoorden.
16 Jullie zullen zelfs door je ouders en broers en familieleden en vrienden worden verraden. En ze zullen sommigen van jullie doden. 17 Iedereen zal jullie haten omdat jullie in Mij geloven. 18 Maar er zal nog geen haar van jullie hoofd verloren gaan. 19 Heb geduld en houd vol.
20 Jullie zullen zien dat Jeruzalem door het leger van de vijand zal worden omsingeld. Besef dan dat de stad verwoest gaat worden. 21 De bewoners van Judea moeten naar de bergen vluchten. De bewoners van de stad moeten uit de stad wegvluchten. De mensen op het land moeten de stad niet binnengaan. 22 Want het zal de tijd zijn van de straf van God. Dan zal alles wat in de Boeken staat, gaan gebeuren.
23 Het zal een vreselijke tijd zijn voor de vrouwen die in verwachting zijn of net een baby hebben gekregen! Want er zal een grote ramp over dit volk komen. 24 De mensen zullen door het zwaard worden gedood. Ze zullen gevangen meegenomen worden naar andere volken. En Jeruzalem zal door een ander volk worden vertrapt, totdat ook de tijd van dat volk om is.
25 En er zullen vreemde dingen te zien zijn aan de zon, de maan en de sterren. De volken zullen radeloos van angst zijn door het bulderen van de zee. 26 De mensen zullen doodsbang zijn door de dingen die er met de wereld gebeuren. Want de machten van de geestelijke wereld zullen wankelen. 27 En daarna zullen de mensen de Mensenzoon in zijn stralende hemelse macht en majesteit zien komen in een wolk. 28 Wanneer deze dingen beginnen te gebeuren, ga dan rechtop staan en hef je hoofd op, want je redding komt eraan.”
29 En Hij legde het hun uit met een voorbeeld: “Kijk eens naar de vijgenbomen en de andere bomen. 30 Zodra je ziet dat er blaadjes aan beginnen te komen, weet je dat de zomer eraan komt. 31 Zo kunnen jullie ook weten dat als al deze dingen gebeuren, het Koninkrijk van God eraan komt. 32 Luister goed! Ik zeg jullie dat de mensen van deze tijd dit nog zullen meemaken. 33 De hemel en de aarde zullen ophouden te bestaan, maar mijn woorden zullen altijd blijven.
34 Jullie moeten die dag elk moment verwachten. Laat je niet afleiden door altijd maar te feesten, of door je steeds zorgen te maken over de dagelijkse dingen. Want dan overkomt die dag jullie onverwachts, als een val die plotseling dichtklapt. 35 Want die dag zal plotseling komen voor alle bewoners van de aarde. 36 Let goed op. Bid dat jullie zullen mogen ontkomen aan alles wat er nog gaat gebeuren en dat jullie bij de Mensenzoon zullen mogen komen.”
.
.
.
.
1 Jezus vertrok uit de tempel. Eén van zijn leerlingen zei tegen Hem: “Kijk eens Meester, wat zijn het toch prachtige gebouwen!” 2 Jezus zei tegen hem: “Kijk nog maar eens goed naar die grote gebouwen. Er zal geen steen van op de andere blijven staan. Alles zal tot de grond worden afgebroken.”
3 Ze gingen op de helling van de Olijfberg zitten, tegenover de tempel. Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas namen Hem apart en vroegen: 4 “Wanneer zal dat gebeuren? En waaraan zullen we het kunnen zien dat het zover is?”
5 Jezus antwoordde: “Let goed op dat jullie je door niemand laten bedriegen! 6 Want heel veel mensen zullen beweren dat ze Mij zijn. Ze zullen zeggen: ‘Ik ben de Messias.’ En heel veel mensen zullen dat geloven. 7 Ook zullen jullie horen over oorlogen en over berichten van oorlogen.
Word daar niet ongerust over. Die dingen moeten gebeuren. Maar het is nog niet het einde. 8 Want allerlei landen en volken zullen met elkaar oorlog voeren. En er zullen op allerlei plaatsen aardbevingen en hongersnoden zijn. Maar dat is pas het begin van het einde.
9 Maar jullie moeten goed op jezelf passen. De mensen zullen jullie gevangen nemen en voor de rechter brengen. En in de synagogen zullen jullie mishandeld worden. Omdat jullie in Mij geloven, zullen bestuurders van pro-vincies en landen over jullie rechtspreken. En jullie zullen aan hen over Mij vertellen. 10 Want eerst moet aan alle volken het goede nieuws worden verteld.
11 En als de mensen jullie gevangen nemen, maak je dan niet van tevoren zorgen over wat je moet zeggen. Want op het juiste moment zullen jullie weten wat jullie moeten zeggen. En dát zullen jullie zeggen. Want het zullen niet jullie eigen woorden zijn, maar woorden die de Heilige Geest jullie geeft.
12 En een man zal zijn broer gevangen laten nemen en ter dood laten brengen. En een vader zal dat met zijn zoon doen. En kinderen zullen zich tegen hun ouders verzetten en hen doden. 13 En iedereen zal jullie haten omdat jullie in Mij geloven. Maar iedereen die volhoudt tot het einde, zal worden gered.
14 Er zal iets afschuwelijks staan op een plek waar het niet hoort, namelijk in de tempel. De profeet Daniël heeft daar al over gesproken – Let goed op als je dit leest en denk er over na! – De bewoners van Judea moeten dan naar de bergen vluchten. 15 Als je op het dak van je huis bent, ga dan niet naar beneden om iets uit je huis mee te nemen. Je moet onmiddellijk vluchten.
16 En als je op het veld bent, ga dan niet eerst naar huis om kleren op te halen. Je moet onmiddellijk vluchten. 17 Het zal een vreselijke tijd zijn voor de vrouwen die in die tijd in verwachting zijn of net een baby hebben ge-kregen! 18 Bid dat het geen winter zal zijn als jullie moeten vluchten. 19 Want het zal een vreselijke tijd worden. Zo’n verschrikkelijke tijd is er nog nooit eerder geweest en zal er ook nooit meer komen.
20En als de Heer die tijd niet korter zou maken, zou geen mens worden gered. Maar God zal die tijd korter maken om de mensen die in Hem geloven te helpen.
21 Geloof het niet als iemand tegen jullie zegt: ‘Kijk, hier is de Messias!’ Of: ‘Kijk, daar is Hij!’ 22 Want er zullen heel veel mensen komen die beweren dat ze de Messias zijn of dat ze zijn profeten zijn, terwijl dat helemaal niet waar is. Ze zullen zelfs wonderen doen. Daardoor zal het hun bijna lukken om ook de gelovigen te bedriegen. 23 Ik waarschuw jullie hier nu alvast voor. Pas dus goed op.
24 Maar na die verschrikkelijke tijd zal de zon donker worden. De maan zal geen licht meer geven. 25 De sterren zullen uit de hemel vallen. En de machten van de geestelijke wereld zullen schudden. 26 En dan zullen ze op de wolken de Mensenzoon zien komen in zijn stralende hemelse macht en majesteit. 27 Hij zal zijn engelen uit-sturen. Ze zullen de mensen die in Hem geloven, verzamelen uit de vier windstreken, van over de hele wereld.
28 Van de vijgenboom kun je dit leren: als het hout zacht wordt en er blaadjes aan komen, weet je dat de zomer eraan komt. 29 Zo kunnen jullie ook weten dat als al deze dingen gebeuren, het einde eraan komt. 30 Luister goed! Ik zeg jullie dat de mensen van deze tijd dit nog zullen meemaken. 31De hemel en de aarde zullen op-houden te bestaan. Maar mijn woorden zullen altijd blijven. 32 Maar niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen zijn. Ook de engelen in de hemel weten dat niet. Ook de Zoon weet het niet. Alleen de Vader weet het.
33 Blijf goed opletten! Blijf bidden! Want jullie weten niet wanneer het tijd is. 34 Je kan het vergelijken met een man die naar het buitenland ging. Hij zei tegen zijn dienaren dat ze goed voor zijn huis moesten zorgen. De dienaren moesten hun werk doen en de deurwachter moest het huis goed bewaken.
35 Let goed op, want jullie weten niet wanneer de Heer van het huis terugkomt: laat in de avond of om middernacht, ’s morgens vroeg als de haan kraait of later op de ochtend. 36 Want als Hij plotseling komt, mag Hij jullie niet in slaap vinden. 37 Ik zeg niet alleen tegen jullie, maar tegen iedereen: blijf goed opletten!”
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
1 Dit is wat Zacharia van de Heer moest zeggen over Israël. “Dit zegt de Heer die de hemel als een tent over de aarde heeft gezet, die de aarde heeft gemaakt en die de geest in het binnenste van de mens heeft gemaakt. 2 Let op, Ik maak Jeruzalem tot een wijnbeker voor de volken rondom. En niet alleen Jeruzalem, maar ook Juda. Dat zal zijn wanneer Jeruzalem wordt aangevallen. 3 Alle volken zullen hun legers verzamelen bij Jeruzalem.
Ze zullen proberen om de stad te veroveren. Maar ze zullen zelf vernietigd worden. Jeruzalem zal voor hen zijn als een steen die te zwaar is om op te tillen: wie hem toch optilt, breekt zijn rug. 4 In die tijd zal Ik de paarden van de vijand in paniek brengen. Ik zal hun ruiters gek van angst maken. De legers van de volken zal Ik blind maken. Maar Juda zal Ik beschermen: mijn ogen zullen erop gericht zijn.
5 Dan zullen de leiders van Juda bij zichzelf zeggen: ‘Dankzij de Heer van de hemelse legers zijn de bewoners van Jeruzalem zo machtig.’ 6 In die tijd zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurtje onder droog hout, als een brandende fakkel onder een bos graan. Alle buurlanden, links en rechts, zullen verbranden. Maar de bewoners van Jeruzalem zullen veilig zijn in hun eigen stad. 7 Maar Ik zal eerst de steden van Juda redden, en dan pas Jeruzalem, zodat de koning uit de familie van David en de bewoners van Jeruzalem niet trots worden tegenover Juda.
8 In die tijd zal Ik de bewoners van Jeruzalem beschermen. Mensen die zwak zijn, zal Ik zo sterk maken als David. De mensen die afstammen van David zullen zo machtig zijn als engelen, ja, zo machtig als de Engel van de Heer die hen leidt.
9 In die tijd zal Ik elk volk dat Jeruzalem aanvalt, vernietigen. 10 Over de afstammelingen van David en over de bewoners van Jeruzalem zal Ik mijn Geest uitstorten. Dat is de Geest van mijn goedheid en van gebed. De mensen zullen Mij zien die zij doorstoken hebben. Ze zullen diep bedroefd zijn. Ze zullen over zijn dood treuren als over de dood van hun enige zoon. 11 In die tijd zal iedereen in Jeruzalem diep bedroefd zijn.
Net zo bedroefd als vroeger over koning Josafat die werd gedood in Hadad-Rimmon in het Megiddo-dal. 12 Het hele land zal treuren. Alle families zullen diep bedroefd zijn: de families die afstammen van David, de families die afstammen van de profeet Natan, 13 de families die afstammen van Levi, de families die afstammen van Simeï 14 en alle andere families. Mannen en vrouwen zullen treuren.”
.
.
.
.
1 In die tijd zal de engel Michaël komen, de machtige beschermer van je volk. Hij zal je volk helpen in de vreselijke tijd die komt. Want zulke verschrikkelijke tijden zijn er nog nooit geweest sinds er mensen bestaan. Maar iedereen van jouw volk wiens naam in het Boek van het Leven is bijgeschreven, zal worden gered. 2 Veel van de mensen die allang dood zijn, zullen opstaan.
Sommigen zullen het eeuwige leven krijgen, anderen de eeuwige, vreselijke straf. 3 De wijze mensen zullen stralen als de sterren aan de hemel. Zij die andere mensen hebben geleerd hoe ze God moeten dienen, zullen schit-teren als de sterren, voor altijd en eeuwig.”
4 De Man zei tegen mij: “Daniël, schrijf dit allemaal op. Maar verberg de betekenis ervan, zodat alles verborgen blijft tot aan het eind van de tijd. Veel mensen zullen proberen het te begrijpen en zullen het onderzoeken. Ze zullen er steeds meer van gaan begrijpen.”
5 Toen zag ik plotseling nog twee andere mannen staan: de één aan deze kant van de rivier, de ander aan de overkant. 6 Eén van hen zei tegen de Man in de linnen kleren die hogerop langs het water van de rivier stond: “Hoelang duurt het nog tot deze wonderlijke dingen gebeurd zullen zijn?”
7 De Man in de linnen kleren die hogerop langs het water van de rivier stond, hief zijn handen op naar de hemel en zwoer bij de God die eeuwig leeft: “Een tijd, tijden en een halve tijd. Wanneer Hij zijn volk niet langer uit elkaar zal jagen, zullen al deze dingen gebeurd zijn.”
8 Ik hoorde wel alles wat Hij zei, maar ik begreep het niet. Ik vroeg: “Mijn Heer, wat gaat er nu toch precies ge-beuren?” 9 Maar Hij zei: “Ga nu, Daniël. Want dat zal verborgen blijven tot aan het eind van de tijd. 10 Veel mensen zullen zich laten schoonwassen en bij God willen horen. Maar de mensen die zich niets van God aantrekken, zullen gewoon slechte dingen blijven doen.
Zij zullen hier niets van begrijpen. Maar de wijze en verstandige mensen zullen deze dingen begrijpen. 11 Vanaf de tijd dat het dagelijks offer niet meer zal worden gebracht en het afgodsbeeld dat vernietiging brengt in de tempel staat, zullen er 1290 dagen (ongeveer 3 jaar en 7 maanden) voorbij gaan.
12 Het zal heerlijk voor de mensen zijn die hierop zelfs 1335 dagen (ongeveer 3 jaar en 8 ½ maand) blijven wachten. 13 Jij mag rustig sterven. Maar aan het eind van de tijd zul je opstaan uit de dood. Dan zul je je beloning krijgen.”
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
“Ik zie de antichrist niet als één bepaalde, historische persoonlijkheid,” merkt de hervormde theoloog en hoogleraar dr. J. Hoek op. “Het is vaak voorgekomen dat mensen bijvoorbeeld Nero of de paus of Hitler als de antichrist hebben geïdentificeerd. Ik denk echter dat we de antichrist als de benaming voor de manifestatie van de satan in menselijke figuren moeten zien. Johannes spreekt immers ook over ‘vele antichristen’ (1 Johannes 2:18).
Ik geloof dat er niet alleen door de geschiedenis heen mensen zijn die als antichristen zijn opgetreden – die dus echt principieel en over de hele linie gekant zijn tegen Christus en Zijn gemeente – maar dat er ook in het laatste der dagen nog bij uitstek zo’n figuur komt.”
.
.
Is dat dezelfde als ‘de mens der wetteloosheid’ uit 1 Tessalonicenzen 2:4?
.
“Inderdaad. Er is dus een soort opklimmende reeks; hij staat aan het eind en zal al zijn voorgangers overtreffen. Dat is de escalatie van het laatste der dagen, waarover ook Openbaring spreekt – wat vuil is, zal vuiler worden en wat rechtvaardig is, zal rechtvaardiger worden (Openbaring 22:11, red.).”
.
.
Welke antichristen uit het verleden kunt u bijvoorbeeld noemen?
.
“Dan denk ik aan Romeinse keizers als Nero en Domitianus, die christenen vreselijk hebben vervolgd. Maar ook aan bepaalde pausen die nota bene onder de pretentie Christus’ plaatsvervanger op aarde te zijn, vreselijke machtspolitiek hebben bedreven en daarbij ook talloze mensen hebben vermoord.”
.
.
Wat is het meest recente voorbeeld?
.
“Adolf Hitler, die Gods oogappel, Israël, heeft aangerand. Het brandpunt richt zich zowel op het volk van Israël als op de christelijke gemeente en het Joodse volk. Iemand als Pol Pot, hoe erg het ook was wat hij deed, moeten we wat dit betreft dus buiten beschouwing laten.”
.
.
Zal die laatste antichrist een Jood zijn, zoals sommige uitleggers denken?
.
“Daar zijn de Bijbelse aanwijzigingen te gering voor. Voorstanders van die visie wijzen er onder meer op dat Paulus stelt dat hij zich in de tempel van God zal zetten. Die tekst, 2 Tessalonicenzen 2:4, lees ik niet zó dat daarvoor de herbouw van de tempel in Jeruzalem nodig is. Over de tempel wordt in het Nieuwe Testament namelijk ook gesproken als een aanduiding voor het huis van God, Zijn gemeente (bijvoorbeeld in 1 Korinte 3:16, red.).”
.
.
Wat is de relevantie hiervan voor ons, vandaag?
.
“De Bijbel waarschuwt ons dat de antichrist zich uitermate christelijk kan voordoen. Daarin lijkt hij op de duivel, die zich als een engel des lichts vertoont. We moeten dus waakzaam zijn!”
.
.
.
Tbs’ers op proefverlof zouden een onderhuidse chip moeten krijgen, zodat altijd duidelijk is waar zij zijn. Deze digitale brandmerking moet voorkomen dat zij opnieuw slachtoffers maken. Dat advies geeft hoogleraar forensische psychiatrie en tbs-deskundige Hjalmar van Marle in het AD.
Dit bericht las Yvette Lont, ChristenUnie-raadslid in Amsterdam Zuid-Oost, op 10 oktober in Elsevier. Ze zag een link met de Bijbelse profetieën over de antichrist en het getal van het beest (Openbaring 13) en klom direct in de pen om christelijke media te waarschuwen.
Honden en katten worden al voorzien van de chip en de volgende stap is volgens de Bijbel de mens die het merk-teken op de rechterhand of het voorhoofd zal krijgen. Wat gaan wij als christenen doen als ons deze chip wordt opgelegd, als je geen boodschappen meer kunt doen, als je niet meer kunt reizen?
Wat gaan de kerken doen om de leden in- en voor te lichten en te waarschuwen voor de gevolgen van deze ontwikkelingen op geestelijk, materieel en financieel gebied? Wij zitten in een geestelijke roes van apathie omdat geen – de uitzonderingen daar gelaten – geestelijk leider, noch christelijke gemeente of organisatie, noch de christelijke media, noch de christelijke politiek hier adequaat op reageert.
.
.
.
.
.
.
Bovenstaand een deel van een visioen dat een oude dame in Valdres, Noorwegen, in 1968 kreeg. Het werd enkele jaren geleden openbaar gemaakt door Emanuel Minos, een 81-jarige evangelist uit Noorwegen. Minos, die in 1925 in Belgisch Congo werd geboren en later enige tijd in Zuid-Afrika woonde, kwam als jongeman naar Noor-wegen om theologie te studeren en zou er nooit meer weg gaan. Minos staat in Noorwegen hoog aangeschre-ven. Minos vertelde ten overstaan van een groot publiek tijdens een samenkomst, hoe een oude vrouw hem deel-genoot had gemaakt van een visioen dat zij had gehad. Ze vertelde Minos er over, kort nadat ze het visioen had gehad. Ze vertelde hem erbij dat zij het niet meer mee zou maken, maar hij wel. En dat hij er pas later over zou mogen praten, wanneer de mensen het zouden kunnen begrijpen.
Veel immers van wat zij in 1968 in het visioen zag was – voor die tijd – erg ongebruikelijk. Ze zag, in een tijd waar-in de Koude Oorlog in alle hevigheid woedde, een ‘ontspannen verhoudingen’ tussen Oost en West, maar ook lauwheid onder christenen. Ze sprak over het ‘welvaartsevangelie’ (door haar ‘geluksevangelie’ genoemd) in een tijd dat nog niemand die bui al zag hangen, en ze waarschuwde indringend voor een enorm moreel verval. Ook noemde ze stromen van mensen die naar Europa zouden komen. Ze had het over asielzoekers in een tijd dat dat nog in de verste verte geen item was. Ze kende het woord ‘asielzoeker’ nog niet eens. Het ‘Noorse visioen’ heeft de afgelopen tijd steeds meer aandacht getrokken.
Nadat Emanuel Minos er uitgebreid over sprak en het verhaal, zoals hij dat destijds eind jaren zestig had opge-schreven, voorlas, verscheen het al spoedig in allerlei vertalingen op internetsites. Het Duitse evangelische pers-bureau Idea publiceerde het visioen in het Duits. In Nederland echter kreeg het nog nauwelijks aandacht. Daar lijkt nu verandering in te komen. Minos vond het verhaal, toen hij de inhoud van het visioen voor het eerst te ho-ren kreeg, zo ongeloofwaardig, dat hij het opborg in een kast en er niets van wilde weten uit schrik om gek ver-klaard te worden. Maar nu, zovele jaren later, is Minos tot de conclusie gekomen dat veel van wat destijds onbe-grijpelijk leek, inmiddels heel normaal is en dat de inhoud van het visioen nu veel logischer lijkt. Daarom wilde hij het verhaal niet meer voor zichzelf houden.
.
Ik heb de tijd gezien, net voor de terugkomst van Jezus op aarde. Er breekt een Derde Wereldoorlog uit. Ik zag de gebeurtenissen met mijn natuurlijke ogen. Ik zag de wereld als een soort globe. Ik zag Europa, land voor land. Ik zag Scandinavië. Ik zag bepaalde scènes die gaan gebeuren, vlak voor de terugkomst van Jezus en net voor de laatste ramp plaatsvindt, een ramp zoals wij die nog nooit hebben meegemaakt.
Ze zet hier de volgende aspecten uiteen. Hieronder in chronologische volgorde:
1. Ik zag bepaalde scènes die gaan gebeuren
2. een ramp zoals wij die nog nooit hebben meegemaakt.
3. vlak voor de terugkomst van Jezus
4. Er breekt een Derde Wereldoorlog uit.
5. net voor de laatste ramp plaatsvindt
6. de terugkomst van Jezus op aarde.
Net voor Jezus terugkomt, en net voor de Derde Wereldoorlog uitbreekt, komt er een ontspanning, die wij nooit eerder gehad hebben. Er komt vrede tussen de grootmachten uit Oost en West. In deze periode van vrede en rust komt er ontwapening in meerdere landen, ook in Noorwegen. De Derde Wereldoorlog begint op een manier, die niemand had verwacht en van een onverwachte kant.
Hieronder een chronologisch overzicht van “3de wereld oorlog”
1. toen de koude oorlog op het hoogst was.
2. Er komt vrede tussen de grootmachten uit Oost en West. (Val van de Berlijnse muur)
3. komt er een ontspanning, die wij nooit eerder gehad hebben.
4. komt er ontwapening in meerdere landen.
5. Net voor Jezus terug komt,
6. De Derde Wereldoorlog begint op een manier, die niemand had verwacht en van een onverwachte kant.
Er zal een grote afval zijn van het ware levende christendom. Net voor Jezus terugkomt, willen de christenen niet openstaan voor het Evangelie. Ze willen niet meer, zoals vroeger, horen over zonde en genade, over wet en Evangelie, over berouw en bekering. In plaats daarvan ontstaat een vervanging, een ‘geluksevangelie’. Nu gaat het meer om succes te hebben, om iets te zijn.
Het gaat om materiële goederen, dingen die God ons nooit heeft beloofd. Kerken, gebedshuizen en vrije gemeenten zullen leeglopen. In plaats van de verkondiging die wij van generatie op generatie hebben gezien, zoals het opnemen van het kruis en het volgen van Jezus, zullen vermaak, kunst en cultuur de plaats innemen van de kerken, de gebedshuizen en andere locaties waar eens samenkomsten werden gehouden waar mensen werden opgewekt Christus te volgen, waar men berouw toonde en tot levend geloof kwam. Dit zal in hoge mate toenemen, net voor de terugkomst van Jezus.
Hieronder het chronologisch overzicht van de grote afval.
1. Een afval van het ware levende christendom.
2. Ze willen niet meer horen over zonde en genade
3. ontstaat een vervanging, een ‘geluksevangelie’
4. Het gaat om materiële goederen
5. Kerken zullen leeglopen
6. vermaak, kunst en cultuur de plaats innemen van de kerken,
7. Dit zal in hoge mate toenemen tot de terugkomst van Jezus.
lege kerken
Er komt een moreel verval, dat het oude Noorwegen nog nooit eerder heeft meegemaakt. Mensen gaan leven als getrouwden zonder getrouwd te zijn. Grote onreinheid voor het huwelijk, en veel ontrouw in het huwelijk, zullen heel normaal worden en men zal zich hiervoor verontschuldigen op allerlei manieren. Dit zal ook gebeuren in christelijke kringen. Men omarmt het zelfs.
Er zullen televisie-uitzendingen komen die mensen nog nooit eerder meegemaakt hebben. Televisie zal vol zijn van geweld, van gruwelijk geweld, waardoor mensen leren te vermoorden en te vernietigen, waardoor onze straten niet veilig meer zijn. Mensen gaan nadoen wat ze zien. Er is niet slechts één kanaal op de tv te zien, maar de tv wordt vol kanalen. (Minos wijst op het feit dat in 1968 de komst van de TV net begon in Noorwegen.)
Het wordt net zoals wij het kennen van de radio. Wij kunnen het ene station na het andere nemen en de tv wordt vol van geweld. (Zij kende het woord “kanaal” toen nog niet en gebruikte daarom het woord station zoals bij de radio, aldus Minos.) Mensen gaan het gebruiken als vermaak. Wij zullen vreselijke scènes van moord en vernieling zien en dat wordt verspreidt in de maatschappij.
Er zullen ook bedscènes te zien zijn op tv. De meest intieme dingen, die alleen gebeuren in het huwelijk, zullen te zien zijn op het scherm. (Minos: “ik protesteerde hierop en zei dat we een paragraaf hebben die dit soort dingen verbiedt!”) De oude vrouw vervolgt, het gaat allemaal gebeuren en je zult het zien. Alles wat wij eerder gehad hebben, de goede dingen, zullen afgebroken worden en de meest ongepaste dingen zullen wij zien voor onze ogen.
Uiteenzetting van bovenstaande:
1. De opkomst van de belangrijkheid van de televisie.
2. De opkomst van de normvervaging.
3. De opkomst van geweld. Wat men op TV ziet (bijv. films) hoe je iemand doodschiet, zal op straat na gedaan worden.
4. De opkomst van pornografie en het vele bloot dat dagelijks te zien is op televisie.
Mensen van arme landen zullen naar Europa stromen. (E. Minos wijst op het feit dat er in 1968 er nog niet is bestond als immigratie.) Zij zullen ook naar Scandinavië, naar Noorwegen, komen. Er zullen er zoveel komen dat mensen het hier vervelend beginnen te vinden en hen hard zullen behandelen. Ze zullen net zo behandeld worden als de Joden voor de oorlog. Dan is de maat van de zonde vol. (E. Minos protesteerde daarop, toen in 1968 niet wetende, dat dit letterlijk zou uitkomen!)
Toen, zegt Emanuel Minos, stroomden de tranen over de wangen van de oude dame. Ze ging verder: “Ik zal het niet meemaken, maar jij zult het zien. Dan, ineens, komt Jezus weer en de Derde Wereldoorlog breekt los. Het wordt een korte oorlog. Alles wat ik eerder gezien heb is alleen een spelletje in vergelijking met deze oorlog, die wordt beëindigd met een atoombom. De lucht wordt zo verontreinigd dat men niet kan ademhalen.
Het gaat over meerdere continenten, over Amerika, Japan, Australië, alle rijke landen. Het water wordt vervuild. Wij kunnen in de aarde niets meer kweken. Het resultaat is dat er alleen een rest overblijft. De rest van de rijke landen zal proberen naar de arme landen te vluchten, maar daar zullen de mensen net zo hard tegenover hen zijn, als wij waren tegenover de mensen die naar ons toe kwamen.
Ze eindigde haar verhaal met: Ik ben blij dat ik het niet zal meemaken. Maar als die tijd komt, moet je moed verzamelen en het vertellen. Ik heb het van God gekregen. Niets hiervan spreekt tegen wat de Bijbel vertelt. Maar diegene die hun zonden vergeven gekregen hebben en Jezus als Verlosser en Heer hebben, zijn veilig.
Chronologisch overzicht van de derde wereld oorlog.
1. Dan, ineens, komt Jezus weer,
2. diegene die hun zonden vergeven gekregen hebben en Jezus als Verlosser en Heer hebben, zijn veilig.
3. de Derde Wereldoorlog breekt los.
· Het gaat over meerdere continenten, over Amerika, Japan, Australië, alle rijke landen.
· die wordt beëindigd met een atoombom.
· Het resultaat is dat er alleen een rest overblijft.
4. De lucht wordt zo verontreinigd dat men niet kan ademhalen.
5. Het water wordt vervuild.
6. Wij kunnen in de aarde niets meer kweken.
7. De rest van de rijke landen zal proberen naar de arme landen te vluchten.
Pasteltekening van John Astria
Ik zag bepaalde scènes die gaan gebeuren : Matt. 24:8 “Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.”
Een afval van het ware levende christendom en Kerken zullen leeglopen : 2 Thess 2:3 “tenzij dat eerst de afval gekomen zij”
ontstaat een vervanging, een ‘geluksevangelie’ : Matt. 24:5 “Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.”
De opkomst van de normvervaging en geweld : Matt. 24:12 “de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden.”
Er zullen er zoveel komen dat mensen het hier vervelend beginnen te vinden en hen hard zullen behandelen. Immigratie : Matt. 24:10 “En dan zullen er velen geërgerd worden, en zullen elkander overleveren, en elkander haten.”
Dan, ineens, komt Jezus weer, diegene die hun zonden vergeven gekregen hebben en Jezus als Verlosser en Heer hebben, zijn veilig : 1 Thess 1:10 “En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden opgewekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van de toekomende toorn.”
Er breekt een Derde Wereldoorlog uit, die wordt beëindigd met een atoombom : Opb. 8:7-12 : En de eerste engel heeft gebazuind, en er is geworden hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde geworpen; en het derde deel der bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand.
Pasteltekening van John Astria
Het water wordt vervuild : Opb.8:8-11 : En de tweede engel heeft gebazuind, en er werd iets als een grote berg, van vuur brandende, in de zee geworpen; en het derde deel der zee is bloed geworden. En het derde deel der schepselen in de zee, die leven hebben, is gestorven; en het derde deel der schepen is vergaan. En de derde engel heeft gebazuind, en er is een grote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit de hemel, en is ge-vallen op het derde deel der rivieren, en op de fonteinen der wateren. En de naam van de ster wordt genaamd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden.
De lucht wordt zo verontreinigd dat men niet kan ademhalen : Opb. 8:12 En de vierde engel heeft gebazuind, en het derde deel der zon werd geslagen, en het derde deel der maan, en het derde deel der sterren; opdat het derde deel ervan zou verduisterd worden, en dat het derde deel van de dag niet zou lichten; en van de nacht eve-neens.
Wat deze Noorse vrouw in 1968 in een visioen gezien heeft is Bijbels te onderbouwen. Maar het belangrijkste is dat de Here Jezus Christus centraal staat en verheerlijkt wordt. Ook dit aspect is terug te vinden in deze profetie.
Eigenlijk is het slot het belangrijkste uit deze profetie:
Ze eindigde haar verhaal met: Ik ben blij dat ik het niet zal meemaken. Maar als die tijd komt, moet je moed verzamelen en het vertellen. Ik heb het van God gekregen. Niets hiervan spreekt tegen wat de Bijbel vertelt. Maar diegene die hun zonden vergeven gekregen hebben en Jezus als Verlosser en Heer hebben, zijn veilig.
Pasteltekening van John Astria

De zegen van het vasten
Matteüs 6:16-18
16 En als jullie een dag niets eten om je op God te richten, laat dat dan niet aan de mensen merken. De schijnheilige mensen laten dat wél aan iedereen zien. Ze zetten een heel somber gezicht op, kammen hun haar niet en wassen hun gezicht niet, zodat iedereen het weet. Luister goed! Ik zeg jullie dat ze hun hele beloning al hebben gekregen. 17 Maar jullie zeg Ik: als jullie niets eten om je op God te richten, kam dan gewoon je haar en was gewoon je gezicht. 18 Dan weten de mensen het niet, maar alleen jullie Vader weet het, want Hij ziet de verborgen dingen. En Hij zal jullie er openlijk voor belonen.”
Matteüs 9:14-17
14 Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe. Ze vroegen: “Wij en de Farizeeërs slaan op sommige dagen het eten over. Waarom doen úw leerlingen dat niet?” 15 Jezus zei tegen hen: “Hoe kunnen de gasten op een bruiloftsfeest verdrietig zijn? Ze zijn gekomen om met de bruidegom feest te vieren! Maar er zal een tijd komen dat de Bruidegom niet meer bij hen is. Dán zullen ze niets eten.”16 Hij vertelde hun een voorbeeld om het uit te leggen: “Niemand gebruikt een nieuwe lap om een oud kledingstuk te repareren. Want de opgenaaide lap zal krimpen en een scheur trekken in het kledingstuk. Dan is het gat nog groter geworden. 17 Ook doe je nieuwe wijn niet in oude wijnzakken. Want de wijnzakken zullen barsten door het gisten van de wijn. Dan loopt de wijn weg en de zakken zijn kapot. Maar nieuwe wijn doe je in nieuwe wijnzakken. Dan blijft de wijn bewaard en de zakken blijven heel.”
Jesaja 58:1-9
1 De Heer zei tegen mij: “Roep zo hard als je kan. Houd je niet in. Roep met een stem zo luid als een trompet naar mijn volk Israël wat ze allemaal voor slechte dingen doen. Vertel hun hoe slecht ze zijn. 2 Elke dag komen ze bij Mij. Ze lijken ernaar te verlangen Mij te kennen. Ze vragen Mij om goed voor hen te zijn omdat ze vinden dat ze daar recht op hebben. Ze lijken graag bij Mij te willen zijn. 3 En ze zeggen verbaasd: ‘We slaan op vaste dagen het eten over, maar U ziet het niet eens. We doen moeite voor U, maar U let er niet op!’
Maar Ik zeg tegen mijn volk: Op de dagen dat jullie het eten overslaan, doen jullie gewoon waar jullie zin in hebben in plaats van dat jullie spijt hebben van jullie slechtheid. Ook zetten jullie je arbeiders gewoon aan het werk in plaats van dat jullie hun vrij geven zoals de wet zegt. 4 In de tijd dat jullie niet eten, maken jullie ruzie met elkaar en vechten jullie. Zo heb Ik het niet bedoeld. Daarom luister Ik niet naar jullie gebeden. 5 Heb Ík soms tegen jullie gezegd dat jullie de hele dag je hoofd moeten laten hangen? Dat jullie rouwkleren moeten dragen en op as moeten slapen? Moet Ik dáár blij mee zijn?
6 Als jullie Mij werkelijk willen dienen, zorg dan voor rechtvaardigheid in het land. Haal het juk waaronder de mensen gebukt gaan, van hun schouders af. Laat de verdrukte mensen vrij. Verbreek elk juk. 7 Geef eten aan de mensen die honger hebben. Geef onderdak aan vluchtelingen. Geef kleren aan de mensen die geen kleren hebben. Wees goed voor je volksgenoten. 8 Dán zal het goed met jullie gaan. Dan zal de zon weer in jullie leven opgaan. Dan zal alle ellende snel voorbij zijn. Mijn goedheid zal voor jullie uit gaan. Mijn macht en majesteit zal jullie beschermen. 9 Als jullie Mij dán roepen, zal Ik jullie antwoorden. Als jullie om hulp schreeuwen, zal Ik zeggen: ‘Kijk, IK BEN!’ Stop met elkaar te verdrukken, te beschuldigen en leugens over elkaar te vertellen.

In Matteüs 6:16-18, 9:14-17 en Jesaja 58:1-9 vinden we enkele gedeelten die ook over het vasten gaan. Deze gedeelten laten ons zien, dat het vasten niet uit een plichtsgevoel moet voortkomen, maar veel meer vanuit het hart. Het vasten komt trouwens niet alleen bij het Joodse volk en onder christenen voor. Ook heidense volkeren kennen het vasten (bijvoorbeeld Ninevé, Jona 3:5-10). Het ‘vasten’ wordt in het Oude Testament ook wel ‘verootmoedigen’ genoemd. Er zijn voor Israël twee momenten van vasten ingesteld, namelijk:
– het vasten op de Grote Verzoendag (Leviticus 16:29-31 en 23:27);
– het vasten v.a. 28 juli/augustus ter gelegenheid van de verwoesting van de tempel.
Alle andere momenten van vasten zijn op vrijwilligheid gebaseerd. Hieronder volgen enkele voorbeelden.
-Rouwbedrijven (1 Samuël 31:11-13)
11 De bewoners van Jabes in Gilead hoorden wat de Filistijnen met Saul hadden gedaan. 12 Toen gingen alle mannen die met wapens konden omgaan naar Bet-San. Ze liepen de hele nacht door en haalden de lichamen van Saul en zijn zonen van de muur af. Daarna gingen ze naar Jabes terug en verbrandden de lichamen daar. 13 Daarna begroeven ze de botten onder de boom van Jabes. Zeven dagen lang aten ze niets omdat ze over hen treurden.
– God ernstig zoeken (2 Samuël 12:16-23)
16 David bad alle dagen tot God voor het jongetje. Hij at niets en sliep op de grond. 17 Zijn dienaren probeerden hem over te halen om van de grond op te staan. Maar hij wilde niet en wilde ook niet met hen eten. 18 Na zeven dagen stierf het kind. De dienaren durfden het niet aan David te vertellen. Ze zeiden: “Toen het kind nog leefde, wilde David niet naar ons luisteren. Hoe kunnen wij hem dan nu zeggen dat het kind dood is? Hij zou zich iets kunnen aandoen.” 19 David zag dat zijn dienaren met elkaar liepen te fluisteren. Daardoor begreep hij dat het kind was gestorven. Hij vroeg aan zijn dienaren: “Is het kind gestorven?” Ze zeiden: “Ja, heer.” 20 Toen stond David op van de grond, waste zich, verzorgde zich en deed andere kleren aan. Daarna ging hij het heiligdom van de Heer binnen en boog zich neer. Toen ging hij naar huis terug. Hij vroeg om een maaltijd en ging eten.21 Zijn dienaren vroegen hem: “Waarom doet u dit zo? Toen het kind nog leefde, heeft u gehuild en wilde u niet eten. Maar nu het kind is gestorven, staat u op en eet u weer!” 22 Hij antwoordde: “Toen het kind nog leefde, heb ik gehuild en niet gegeten omdat ik hoopte dat de Heer medelijden zou hebben. Ik hoopte dat Hij het kind zou laten leven. 23 Maar nu is het gestorven. Waarom zou ik hier dan nog mee doorgaan? Ik kan het kind er toch niet mee uit de dood terug krijgen. Ik zal wel naar hem toe gaan, maar het kind komt niet meer naar mij.”
– Gods redding, hulp zoeken (2 Kronieken 20:1-4)
1 Op een keer werd het land aangevallen door de Moabieten, Ammonieten en nog anderen. 2 Josafat kreeg het bericht: “We worden aangevallen door een heel groot leger van de overkant van de zee, uit Aram. Ze zijn al in Hazezon Tamar (dat is Engedi).” 3 Josafat werd bang en besloot de Heer om raad te vragen. Hij zei dat de hele bevolking niet mocht eten, totdat de Heer geantwoord had. 4 Uit alle steden in heel Juda kwamen mensen naar de tempel om de Heer om hulp te vragen. 5 Ze verzamelden zich op het nieuwe buitenplein van de tempel van de Heer.
– Gods bescherming zoeken (Esther 4:15-17)
15 Ester liet Hatach het volgende antwoord aan Mordechai overbrengen: 16 “Verzamel alle Judeeërs die in de stad Susan wonen. Eet en drink drie dagen en nachten niet. Ook ik en mijn dienaressen zullen drie dagen en nachten niet eten en drinken. Daarna zal ik naar de koning gaan, ook al heeft hij dat verboden. Sterf ik, dan is het niet anders.”17 Mordechai vertrok en deed wat Ester hem had gevraagd.
– Gods vergeving zoeken (Daniël 9:1-4)
1 Darius, de zoon van koning Ahasveros uit Medië, werd koning van de Babyloniërs gemaakt. 2 Toen hij nog maar pas koning was, begreep ik op een dag uit de Boeken dat de Heer tegen de profeet Jeremia gezegd had, dat Jeruzalem 70 jaar lang in puin zou liggen. En ik zag dat die 70 jaren nu bijna voorbij waren. 3 Ik begon daarover tot de Heer te bidden en te smeken. Ik at niet en droeg rouwkleren. 4 Ik bad tot mijn Heer God en ik vertelde Hem over de schuld van mijn volk. Ik zei: “Heer, grote en machtige God, U bent trouw aan uw verbond. U bent goed voor de mensen die van U houden en die leven zoals U het wil.

– Als voorbereiding op de bediening (Matteüs 4:1-2)
1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.
– Goddelijke kracht zoeken (Matteüs 17:19-21)
19 Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen ze Hem: “Waarom konden wij die duivelse geest niet uit hem wegjagen?” 20 Hij zei tegen hen: “Doordat jullie geen geloof hadden. Want luister goed! Ik zeg jullie: je geloof hoeft maar zo groot te zijn als een mosterdzaadje. Als je dan tegen deze berg zou zeggen: ‘Ga van hier naar daar,’ dan zal hij daarheen gaan. En niets zal onmogelijk voor je zijn. 21 Maar deze soort wordt alleen verjaagd door mensen die bidden en niets eten om zich op God te richten.”
– Gods wil zoeken (Handelingen 13:1-3)
1 In de gemeente in Antiochië waren een paar profeten en leraren. Dat waren Barnabas, Simeon Niger, Lucius van Cyrene, Manaän (Manaän was samen met koning Herodes opgegroeid) en Saulus. 2 Op een dag, toen zij zonder te eten de hele dag aan het bidden waren, zei de Heilige Geest tegen hen: “Ik heb een speciale taak voor Barnabas en Saulus.” 3 Ze baden de hele dag en legden hun daarna de handen op om hen te zegenen voor het werk dat ze gingen doen. Daarna lieten ze hen gaan.
– Gods zegen zoeken (Handelingen 14:21-23)
21 Ook in Derbe vertelden ze het goede nieuws. Ze maakten er een groot aantal leerlingen. Daarna gingen ze terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië in Pisidië. 22 Want ze wilden de leerlingen daar aanmoedigen om het geloof vast te houden. En ze vertelden hun dat we allemaal veel moeilijkheden zullen meemaken als we het Koninkrijk van God willen binnengaan. 23 Daarna wezen ze in elke gemeente leiders aan. Ze baden de hele dag, zonder te eten, en vertrouwden hen daarna toe aan de Heer in wie ze geloofden.

Bij het vasten gaat het niet zozeer om uiterlijke verschijningsvormen, maar veel meer om een innerlijke houding, die in overeenstemming is met onze levenswandel. Er werd in Israël twee keer per week gevast en wel op maandag en donderdag. Er werden op deze dagen openbare Godsdienstoefeningen op straat gehouden. De Farizeeër in Lucas 18:12 was er trots op dat hij tweemaal per week vastte! Het kwam voor dat bij het vasten geen schoenen gedragen werden, de kleren gescheurd werden en dat men as over het hoofd strooide. Een Griekse woordspeling luidde: ‘Onverschijnbaar verschijnt men om te kunnen schijnen’.
Er werd van zonsopgang tot zonsondergang gevast. Bij één dag vasten werd geheel gevast en bij meerdere dagen at men alleen het hoogstnodige. Het vasten en bidden wordt in de Bijbel vaak aan elkaar gekoppeld. Zo lezen we bijvoorbeeld van Hanna dat ze voortdurend in de tempel God diende met vasten en bidden (Lucas 2:37). In het vasten onthoudt men zich onder andere van eten, drinken, alcohol, vermaak en seksuele gemeenschap (1 Korintiërs 7:4-5), kortom, alles wat ons van God af zou kunnen leiden. Gods Woord verplicht christenen dus niet om te vasten, maar wijst ons wel op de zegen om op bepaalde momenten, op vrijwillige basis en wanneer het hart ons dringt, te vasten.


.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
Mattheüs 25: 41-46 / Marcus 9: 45-46 / Openbaring 20: 10,14
.
.
.
Matthew 25: 41-46 / Mark 9: 45-46 / Revelation 20: 10,14
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
De naam Halloween komt van All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen op 1 november. Dit is een feestdag van de Rooms-katholieken. Maar de oorsprong gaat nog verder terug. Halloween heeft een zeer rijke en tevens ver in het verleden reikende geschiedenis. Het mag worden beschouwd als één van de oudste feestdagen tot op heden, met wortels die duizenden jaren teruggaan. Eigenlijk is Halloween een combinatie van 3 feestelijkheden, ‘Samhain’ (Kelten), ‘Pomona’ (Romeinen) en ‘Allerheiligen en Allerzielen’ (Christendom), die elk doorheen de eeuwen heen hun stempel hebben gedrukt op dit winterfeest.
.
.
.
31 oktober is op de Keltische kalender oudejaarsavond, Samhain genoemd. Ze vierden dan de opbrengst van de oogst. Op zich is dat niet zo heel schokkend, maar er is meer. De Kelten geloofden dat op deze dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen en probeerden om een levend lichaam in bezit te nemen. Geesten gaan ook op visite bij vrienden of familie, maar vielen mensen die ze niet mochten lastig. Vooral in Groot-Brittannië werd Halloween door de Kelten gevierd. Ze legden dan eten neer voor hun deur, want geesten werden aangetrokken door voedsel. Om boze geesten te weren, droegen de Kelten maskers.
.
Romeinse Impuls
.
Het feest van Samhain nam deels een nieuwe wending toen de Romeinen, in de eerste eeuw na Christus, het land van de Kelten veroverden en bezetten. Zij introduceerden er namelijk hun feest ‘Pomona’. Het resultaat was dat de tradities en rituelen van twee verschillende culturen samenvloeiden, werden gewijzigd en versmolten, waardoor er een gezamenlijk herfstfeest ontstond. Het eigenlijk concept van Samhain bleef wel ongeveer behouden, maar onderinvloed van de Romeinen werd er heel wat zoet fruit gegeten. En zo werd meteen ook de pompoen in onze contreien geïntroduceerd.
.
.
Lang geleden kwam er ook een christelijk tintje aan het feest. Christenen gingen langs de deuren om krentenbrood te vragen en voor elk brood baden ze dan om bevrijding van overledenen uit het vage vuur. In de VS kwam het feest in de tweede helft van de 19e eeuw in opmars. Ze gaan dan met pompoen lantaarn langs de deuren om snoep te vragen. Ze zijn dan ook verkleed om de bewoners een beetje bang te maken. In Nederland kennen we ook deze vorm. Sommige scholen vieren Halloween en Walibi World kent de Halloween Fright Nights.
.
.
.
Vandaag de dag wordt Halloween op 31 oktober gevierd met zoetigheden, pompoenen (cf. Pomona), zwarte katten, magie, kwade geesten (cf. Samhain), spoken, skeletten en doodskoppen (cf. Allerheiligen). Het is een feest waarbij kleine kinderen als spoken worden verkleed en met uitgesneden pompoenen als lantaarns langs de huizen gaan en vragen om een traktatie of dreigen met een grap (trick-or-treat).
Ook is er een stijgende belangstelling voor de aankleding en versiering van feest en feestgangers waarneembaar die haar inspiratie vindt in zo groot mogelijke griezeligheid. Hoe griezeliger, hoe beter! De laatste decennia heeft Halloween vanuit Amerika zich stilaan over heel West Europa verspreid, vooral onder invloed van griezelfilms, televisieseries en de commercie. Daarbij wordt de vermeende heidense achtergrond sterk benadrukt. Het feest wordt voorgesteld als een Keltisch feest van 2000 tot 5000 jaar oud en is uitgegroeid tot een gezellig familiegebeuren.
.
.
.
.
Maar toch . . . , Halloween oké ?
.
Het wordt in ons land een bekend beeld: kinderen lopen op de 1e november met een pompoen met daarin een brandende kaars. Halloween! Is dit onschuldig vermaak? Vergis u niet! De verlichte pompoen van Halloween ( in Engeland spreekt men over ‘Jack-o-Latern) is het symbool van een dolende ziel. Vroeger holden bijgelovige mensen een pompoen uit en plaatsten er een kaars in. Zij deden dat om de boze geesten van hun huizen weg te jagen.
Een andere bron vermeldt, dat de verlichte bewoners van dat huis sympathiek stonden tegenover de satanisten. De naam ‘Halloween’ is een verbastering van ‘All Hallow’s Eve’ en heeft een Keltische achtergrond. Op de avond van 31 oktober droegen de druïden (Keltische priesters) alle mensen op hun haardvuur te doven. Dan legden zij vuren aan van (heilige) takken waarin zij delen van de oogst verbrandden, maar ook dieren en mensen, als offer voor hun goden en godinnen. Tijdens dit duivelse ritueel waren de mensen bekleed met koppen en huiden van dieren en deden aan waarzeggerij en wichelarij. Zij sprongen over de vlammen, dansten en zongen, allemaal om de boze geesten weg te jagen.
Laat ons dit bedenken! Halloween is geen onschuldig vermaakt maar heeft, ook al zijn kinderen dit totaal niet bewust, een duivelse achtergrond. Als ouders hebben we dit heel concreet af te wijzen en het ‘waarom’ aan onze kinderen duidelijk te maken. Symbolen en tekenen van oude religies komen in onze tijd weer tot leven. Laat ons het kruis hoog opheffen! Dat is het teken van de overwinning op saten en al zijn volgelingen. Dat teken wijst ons naar Christus.
.
.
.
.
.
Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.
Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.
.
.
Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.
Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.
De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.
.
.
1. De afkomst van de Messias van David (1:1)
2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)
3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)
4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)
5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)
6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)
7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)
8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)
9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)
10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)
11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)
12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)
13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)
14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)
15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)
16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)
17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)
18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)
.
.
Hoofdstuk 1-10 – De aankondiging en openbaring van de Koning.
Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.
Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.
Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.
Hoofdstuk 28 – De opstanding van de Koning.
.
.
.
Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.
Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.
Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.
Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.
Pasteltekening van John Astria
.
.
In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:
.
.
.
.
Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:
De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.
In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).
.
.
Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.
De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.
Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.
Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).
In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).
De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.
.
.
‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.
De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.
Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.
In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.
Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).
.
.
‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).
Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).
.
.
.
Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.
Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.
.
Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).
Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.
Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.
De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.
Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).
In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.
Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).
Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.
.
.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.
Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.
Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).
Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.
.
.
.
.
.
.
Ook onder christenen is het besef dat we leven in de eindtijd jammer genoeg vaak niet of nauwelijks meer aan-wezig. Veel gebeurtenissen die in relatie staan met voorzeggingen in de Bijbel betreffende de eindtijd hebben intussen plaatsgevonden of zijn bezig zich verder te ontwikkelen.
In de zeventiger jaren was er over de eindtijd en de komst van de Heer Jezus veel aandacht, maar de belang-stelling in de ‘dingen die spoedig gebeuren moeten’ is daarna echter geleidelijk aan weggeëbd. Vandaar dat het goed is om die belangstelling weer eens aan te wakkeren want de tekenen zijn te duidelijk om ze te negeren.
.
Veel Bijbeluitleggers zijn van mening dat de beschrijving van de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 de profetische geschiedenis is van de christelijke kerk. Het begint met de gemeente te Efeze die haar eerste liefde heeft verlaten (2:4) en eindigt met de gemeente te Laodicea waar de Heer Jezus buiten de deur staat (3:20).
De opname van de Gemeente maakt een einde aan de geschiedenis van de Gemeente op aarde en wordt vanaf hoofdstuk 4 gezien in de hemel. Maar daarmee eindigt het christendom niet want Laodicea zal overgaan in het grote Babylon van de eindtijd. In Openbaring 17 zien we dat daar nog een geestelijke macht is die heerschappij voert over de koningen van de aarde.
Is het mogelijk dat de Wereldraad van Kerken opgericht in 1948 een voorloper is van dit grote Babylon? Het hoofddoel van de oecumenische beweging is om kerken van alle denominaties en sekten, en alle religieuze organisaties samen te brengen in één Oecumenische Kerk of Wereldkerk.
Het streven naar deze (valse) eenheid, gebaseerd op Johannes 17:21, en de oprichting in 1948 van de Wereldraad van Kerken kunnen we uniek in de geschiedenis van de Christenheid noemen en kan in verband met de eindtijd en de wederkomst van Christus gebracht worden.
Nooit eerder is er na de Reformatie zulk een streven en organisatie geweest.
.
Pasteltekening van John Astria
.
Na de Tweede Wereldoorlog beperkte het streven naar eenheid zich niet alleen tot het christendom. Het streven van de Wereldraad van Kerken naar eenheid gebeurde naar het voorbeeld van de Verenigde Naties. Deze orga-nisatie, opgericht in 1945, streefde naar het samenbrengen van alle volken op deze aarde.
Daarnaast was er in Europa ook een streven naar eenheid ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Veel eerder waren daartoe al pogingen ondernomen o.a. door Karel de Grote, Napoleon en Hitler maar allen faalden. Het verschil met hun pogingen en die van na de Tweede Wereldoorlog verschilt niet in hun doelstelling om alle landen van Europa verenigen, maar wel in hun manier.
Het Verdrag van Rome in 1953, was een verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap gevestigd werd. Om te begrijpen wat dat met de eindtijd te maken heeft moeten we teruggrijpen op het boek Daniël en in het bijzonder zijn beschrijving van het zgn. statenbeeld in hoofdstuk 2. Kort samengevat zien we daar dat, nadat Israël terzijde is gesteld, er vier wereldmachten opkomen waaraan God gezag verleend.
Dit zijn respectievelijk: het Babylonische, het Medische-Perzische, het Griekse en het Romeinse rijk.
Dat laatste rijk zal dan teniet gedaan worden door de komst van Christus die Zijn Rijk zal stichten. Dat betekent dan ook dat er voor de komst van Christus weer een ‘Romeins rijk’ aanwezig moet zijn. Vele uitleggers zien in de huidige Europese Unie de herleving van het Romeins rijk.
Treffend is de profetie van Daniël: ‘Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Daniël 2:43).
.
.
.
De staat Israël werd voorzegd door God: ‘Zo zegt de Here: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël’ (Ez.37:12).
Misschien is de stichting van de staat Israël door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog versneld. Hoe dan ook in 1948 was het zover en riep David Ben-Goerion op 14 mei in Tel-Aviv de staat Israël uit.
In het jaar 70 n.Chr. werd Jeruzalem door de Romeinse bevelhebber Titus verwoest en werden de joden in bal-lingschap gevoerd. Maar het Oude en het Nieuwe Testament getuigen namelijk dat er voor Israël herstel is.
‘Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis, dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschre-ven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob’ (Rom.11:25-26).
In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een ideologie, zionisme genaamd, die streefde naar het stichten van een nationale Joodse staat. Het zionisme was een antwoord op de voortdurende antisemitische vervolgingen waaraan Joden in Europa blootstonden. Sinds de oprichting van de zionistische be-weging verhuisde een steeds groter deel van de Joodse wereldbevolking naar Israël.
In 2000 woonde ongeveer 40% van alle Joden in Israël. Het huidige volk Israël verkeert nog in een staat van ongeloof maar daarin zal verandering komen. ‘Zo zegt de Heere tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (Ez.37:5, 8).
.
.
De Zesdaagse Oorlog was een oorlog die tussen 5 en 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. De term ‘Zesdaagse Oorlog’ is kort na de gebeurtenissen verzonnen door Moshe Dayan in een bewuste toespeling op de zes dagen der schepping in het Bijbelboek Genesis.
Door het innemen van de Gazastrook, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeru-zalem) en de Hoogten van Golan, verviervoudigde het door Israël gecontroleerde gebied tot 88.000 vierkante kilometer. Na felle gevechten werd heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd. Allon en Begin stelden voor om de Oude Stad, het historische centrum, van Jeruzalem in te nemen.
De bevelhebber van het Centrale Commando Uzi Narkiss, Moshe Dayan en Yitzak Rabin gingen op 7 juni 1967 om 13:00 uur de Oude Stad binnen via de Leeuwenpoort. Ze zullen toen wel niet beseft hebben dat ze daarmee de profetie van de Heer Jezus vervulden zoals vermeld in Lukas 21:24: ‘Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn’.
Na de gebeurtenissen van de Zesdaagse Oorlog kregen vele Joden de overtuiging dat ze leefden in bijzondere tijden. In 2014 waren er 35 Messias-belijdende gemeenten in Israël met ruim 10.000 gelovigen. Deze beweging is niet meer te stoppen en ook wereldwijd neemt het aantal Messias belijdende Joden toe.
God wil door deze Joden het nieuwe volk Israël gaan vormen. Dat er weer Joden in het land Israël zullen zijn blijkt overduidelijk uit de verzen 15-22 van de eindtijd rede in Mattheüs 24. Daarbij zijn er nog de 144000 verzegelden uit alle stammen van de Israëlieten (Openb.7:4;141, 3).
Op de bekering van Israël is het nog wachten maar Gods Woord is daar duidelijk over: ‘de tijden van verkwikking komen niet eerder dan dat Zij over Hem, Die zij doorstoken hebben rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene (Zach.12:10).
In Jeruzalem staat het Visitors Center van het Temple Institute. In dit centrum kun je kennis nemen van de voort-gang van de voorbereidingen tot de bouw van een tempel. Dit centrum biedt gasten de mogelijkheid om een video te bekijken waarin de geschiedenis van de Heilige Tempel wordt vertoond.
De taak van het Temple Institute is om in de profetische tijd waarin wij leven en als leden van het menselijk ras te proberen de herbouw van de Heilige Tempel te voltooien om daarmee de woorden van de profeet Jesaja in ver-vulling te doen gaan: ‘Want mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken’ (Jes.56:7).
Uit de brief aan de Thessalonicenzen blijkt dat er vlak voor de komst van de Heer Jezus weer een tempel zal zijn want: ‘de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet’ (2 Thes.2:4).
Ook in het boek Openbaring wordt er gesproken over een tempel: ‘En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang’ (Openb.11:1-2).
De ‘derde tempel’ zoals het door orthodoxe Joden genoemd word zal niet de tempel zijn die in het boek Ezechiël beschreven wordt (Ez.40-42) maar de tempel waarin de Antichrist zich zal vertonen.
.
Openbaring hoofdstuk 21 : Het nieuwe Jeruzalem
Pasteltekening van John Astria
.
De eerste komst van de Heer Jezus, geboren als kind in Betlehem, kon aan de hand van de profetie van Daniël vrij nauwkeurig bepaald worden want: ‘Vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken.
Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden’ (Dan.9:25-27). 445 (voor Chr) +483 (69×7) = 38 (na Chr). Houden we nog rekening met een verschil van 3-4 jaar bij de vaststelling, dan komen we ongeveer op 33 naChr. Let wel het gaat hier niet om het tijdstip van zijn geboorte maar van het sterven van de Messias! Het NT vermeld dat er in die tijd joden waren die de Messias verwachten (Luk.2:25, 38; 23:51; Joh.4:25).
Een profetie voor wat betreft de tijdstip voor de tweede komst van de Heer Jezus voor Israël en de volken is ons niet gegeven, eerder het tegenovergestelde. ‘En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft’ (Hand.1:7). En: ‘Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader’ (Mark.13:32).
Ondanks deze woorden van de Heer Jezus zijn er in het verleden maar ook nu nog, veel pogingen gedaan om dat tijdstip te berekenen maar ze faalden allen. Op de vraag van de discipelen: ‘Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld?’ geeft de Heer Jezus in algemene zin wel een antwoord op de dingen die zullen ge beuren maar vermeld er gelijk bij dat, ook al gebeuren deze dingen, dat dat het einde nog niet is.
(Matth.24:3-7). Voor de Opname van de Gemeente kan de Heer Jezus elk moment komen. Aan het volk Israël zijn er tekenen gegeven die in hoofdstuk 24 van het Mattheüs evangelie vermeld zijn en in de Openbaring van Johan-nes.
De zes gebeurtenissen, hierboven vermeld, zijn dan ook geen tekenen maar signalen die aangeven dat we in de eindtijd leven vlak voor de komst van de Heer Jezus.
‘Wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petr.1:19).
.
pasteltekening van John Astria
.
.