Tagarchief: gebed

Gebed om verlossing.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

bidden-tongentaal

 

 

Ons eerste echte gesprek met God

 

Het “gebed om verlossing” is het belangrijkste gebed dat we ooit zullen bidden. Wanneer we er klaar voor zijn om een christen te worden, zijn we er ook klaar voor om ons eerste echte gesprek met God te hebben, met de volgende componenten:

 

 

 

Het begint met geloof in God

 

Wanneer we het gebed om verlossing bidden, dan laten we God weten dat we geloven dat Zijn woord waar is. Door het geloof dat Hij ons heeft gegeven kunnen we er voor kiezen om in Hem te geloven. De Bijbel vertelt ons:

 

“Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.” (Hebreeën 11:6)

 

Wanneer we bidden, vragen we God dus om het geschenk van onze verlossing. We gebruiken onze vrije wil om te erkennen dat we in Hem geloven. Deze uiting van geloof behaagt God, omdat we er in alle vrijheid voor gekozen hebben om Hem te leren kennen.

 

 

Onze zonden belijden

 

Wanneer we het gebed om verlossing bidden, moeten we toegeven dat we gezondigd hebben. Zoals de Bijbel over iedereen, behalve Christus, zegt:

 

Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God.” (Romeinen 3:23)

 

Zondigen is niets anders dan tekort schieten, als een pijl die de roos maar niet kan raken. Wij schieten tekort tegenover de heerlijkheid van God, die alleen in Jezus Christus kan worden gevonden:

 

De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. (2 Korintiërs 4:6)

 

Het verlossingsgebed erkent dus dat Jezus Christus de enige mens is die ooit zonder zonde heeft geleefd:

 

 God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden. (2 Korintiërs 5:21)

 

 

Bevrijding van de zonden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Geloof in Jezus Christus als Heer en Redder belijden

 

Met Christus als onze standaard voor perfectie, erkennen we nu ons geloof in Hem als God, in overeenstemming met wat de woorden van de Apostel Johannes:

 

In het begin was het Woord [Christus], het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat (Johannes 1:1-3)

 

Omdat God alleen een perfect, zondeloos offer kon aanvaarden en omdat Hij wist dat wij dat doel onmogelijk zouden kunnen bereiken, stuurde Hij Zijn Zoon om voor ons te sterven en de eeuwige prijs te betalen.

 

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)

 

 

Alleen Christus redt

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Bid het en meen het nu!

 

Ben jij het eens met alles wat je hierboven hebt gelezen? Als dat zo is, begin je nieuwe leven in Jezus Christus dan nu meteen. Bid het volgende met ons:

 

“Vader, ik weet dat ik Uw wetten heb overtreden en dat mijn zonden mij van U hebben weggehouden. Het spijt me echt en ik wil nu van mijn vroegere zondige leven tegenover U weglopen. Vergeef mij alstublieft en help me om niet meer te zondigen. Ik geloof dat Uw zoon, Jezus Christus, voor mijn zonden stierf, dat Hij uit de dood is opgestaan, leeft en mijn gebeden hoort. Ik nodig Jezus uit om de Heer van mijn leven te worden, om vanaf vandaag in mijn hart te heersen. Stuur alstublieft Uw Heilige Geest om mij te helpen U te gehoorzamen en voor de rest van mijn leven Uw wil te volbrengen. Ik bid hiervoor in de naam van Jezus. Amen.”

 

 

 Ik heb het gebeden, wat nu?

 

Als je dit gebed om verlossing met ware overtuiging en met heel je hart hebt gebeden, dan ben je nu een volgeling van Jezus. Dit is een feit, zelfs als jij je nu niet anders voelt dan voorheen. Godsdiensten hebben jou misschien ooit doen geloven dat je nu iets zou moeten voelen; een warme gloed, een rilling of een soort mystieke ervaring. De werkelijkheid is dat je zoiets zou kunnen voelen… of niet.

Als je het verlossingsgebed hebt gebeden, en je meende het echt, dan ben je nu een volgeling van Jezus. De Bijbel vertelt ons dat je eeuwige redding nu veilig gesteld is!

 

Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.” (Romeinen 10:9)

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De Bergrede van Christus en deze van Mahatma Gandhi

Standaard

categorie : religie

.

.

De Bergrede is te vinden in de hoofdstukken 5, 6 en 7  van Mattheüs en in Lukas 6

.

.

De historische achtergrond

 

Mattheüs vertelt hoe Jezus rondtrok door heel Galilea en in de synagogen leerde. Hij verkondigde het goede nieuws van het Koninkrijk der hemelen en genas zieken onder het volk. Al snel stroomden van alle kanten de mensen toe om de wonderen te zien.

Lukas 6:12-19 vertelt overigens dat Jezus de nacht tussen de aankomst bij de berg en de grote rede, wakend heeft doorgebracht. Het is de enige keer dat wij lezen over een hele nacht vol gebed. Jezus begon niet te spreken voordat hij urenlang voor het volk geknield had liggen smeken bij de Vader.

Om te begrijpen wat Jezus de menigte leerde, is het goed om te kijken naar de omstandigheden waarin Jezus sprak. Politieke, godsdienstige omstandigheden werden nogal eens gebruikt om Zijn boodschap duidelijk te maken.

.

.

.

. 

1.Politieke, godsdienstige omstandigheden

 

In de tijd waarin Jezus opgroeide, werd het godsdienstige klimaat gekleurd door vier belangrijke groeperingen: Sadduceeën, Farizeeën, Essenen en Zeloten. Van deze groeperingen konden de Farizeeën, de Zeloten en de Essenen niet leven met de bestaande toestand. Zij waren op zoek naar herstel van het door God uitverkoren volk.

De Farizeeën vormden de stroming waar Jezus het meest mee te maken gehad heeft. Zij zagen het als hun opdracht het Joodse volk te bewaren bij de Thora. Het zijn vaak moedige mannen geweest, die met inzet van hun leven geprobeerd hebben het Joodse erfgoed te behoeden voor invloeden van buitenaf. Om er zeker van te zijn dat men niet per ongeluk de voorschriften van de Thora zou overtreden, werd er door hen een soort beschermde omheining aangebracht.

Zo werd bijvoorbeeld gesteld dat de sabbat een uur eerder moest beginnen om te voorkomen dat men per ongeluk te laat zou beginnen. Men ging hierin echter steeds eerder verder en men werd gedetailleerder in de voorschriften. Als drijfveer kunnen we veronderstellen dat het hen ging om het behoud van de eigenheid van Israël en de godsdienst. Kortom: in het algemeen waren de Farizeeën felle strijders voor het joodse geloof, vervuld met een oprechte afkeer van de heidense Romeinse bezetter.

Toch bemerken we bij Jezus een zekere felheid ten opzichte van de Farizeeën. Het betreft dan het feit ze anderen zware lasten opleggen. Op dertien jarige leeftijd treedt Jezus in de openbaarheid en begint met Zijn evangelieverkondiging. Letterlijk genomen betekent evangelie ‘goed bericht’. Een goed bericht in geval van overwinningen aan het front of berichten van belangrijke gebeurtenissen rondom de keizer die goddelijke eer genoot.

Het evangelie van het koninkrijk betekent: de goede en verblijdende tijding dat Gods koninkrijk gekomen is en steeds meer zichtbaar wordt. Het hemel rijk is daarbij niet hetzelfde als de hemel. Met het Koninkrijk der hemelen wordt bedoeld dat de hemel en het gezag van God de toon aangeven. Nu Jezus aantreedt, is deze toekomst nabij. Een blijde boodschap.

Deze heilsboodschap vormt de kern van de leer en het werk van de Messias Jezus. Later is de betekenis van het woord evangelie verbreed, maar de oorspronkelijke betekenis ten tijde van Jezus openbaring was de aankondiging van een nieuw tijdperk van Gods heerschappij op aarde. Een belangrijk gegeven met het oog op de Bergrede.

.

.

2. Wat staat in de Bergrede?

 

De Bergrede, zoals beschreven in Mattheüs 5 tot 7, kan op diverse manieren worden ingedeeld. Ze kan gezien worden als richtlijn voor het leven van een christen, die weet dat God hem elk moment van de dag ziet. Velen in de wereld om hem heen leven anders en houden geen rekening met God. In de Bergrede is dat terug te vinden in allerlei situaties, die op twee manieren worden bekeken. Het gaat dan om twee manieren van handelen, die tegengesteld zijn.

Je kunt aalmoezen geven en bidden als een geveinsde, huichelaar, maar dat kan anders. Je kunt schatten verzamelen en zorgen dat je rijk wordt, maar dat kan ook anders. Je kunt bezorgd zijn over allerlei dagelijkse dingen, maar dat kan anders. Je kunt peuteren aan de splinter in het oog van je naaste, maar dat kan ook anders. je kunt ingaan door de brede poort, maar dat kan ook zeker anders.

In het dagelijks leven gebeuren dingen vaak op de ene manier, maar als christen wordt er juist wat anders van je verwacht. Opvallend is dus het denken in tegenstellingen. De Bergrede laat zien dat het besef van Gods aanwezigheid gevolgen heeft voor de keuzes die je maakt. Gevolgen voor de verhouding die de christen heeft tot zijn naaste, die vaak dingen anders aanpakt.

.

.

3. De Bergrede, wat nu?

 

De Bergrede is de grondwet van het koninkrijk van God, dat nergens op aarde te vinden is in de zin van een gebied van landsgrenzen. Christus richt dit op de harten van Zijn onderdanen. In de Bijbel is het voor iedere hoorder een uitnodiging om burger van dit Koninkrijk te worden.

Citaat van Jezus: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die dezelve vinden.

De weg om burger te worden is wedergeboorte en bekering. God heeft een volk voor zichzelf gewild dat hem toebehoort en dient. Daarvoor is de Heer Jezus op aarde gekomen om zichzelf te geven voor de zonden van de mens. Daardoor werd de tegenstrever van God, de satan, voor goed verslagen. Wie in het zoenoffer van het kruis gelooft ( zie Johannes 11: 24-26) krijgt de belofte van Jezus dat hij gered is.

.

.

.

.

De Bergrede in Mattheüs 5

 

Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

Hij nam het woord en onderrichtte hen:

  • Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
  • Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
  • Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
  • Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
  • Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
  • Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
  • Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
  • Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

.

.

Matteüs 5: 39 – 39

 

38 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” 39 En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet,  maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.

.

.

Mattheüs 6

 

7 Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voort prevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden.

8 Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen.

9 Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,

10 laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.

11 Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.

12 Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.

13 En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.

14 Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven.

15 Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.

.

.

In 2018 is het precies zeventig jaar geleden dat Mahatma Gandhi (1869-1948) werd doodgeschoten. Geïnspireerd door de Bergrede van Christus, preekte hij als hindoe en als politicus consequent geweldloosheid, onder andere via de beroemde ‘Zoutmars’ van 1930.

.

.

.

.

Mohandas Karamchand Gandhi (2/10/1869 – 30/01/1948), vaak Mahatma Gandhi genoemd, was een Indiaas politicus. Na een rechtenstudie in Engeland vertrok Gandhi naar Zuid-Afrika, waar hij zich voor de Indiase bevolkingsgroep inzette. Na terugkeer in India werd hij leider in de Indiase onafhankelijkheidsstrijd.

Mahatma Gandhi was een van de grondleggers van de moderne staat India en voorstander van geweldloosheid als middel voor revolutie. Gandhi spande zich ook in voor verzoening tussen hindoes en moslims  in India. Hij werd in 1948 in New Delhi vermoord door een extremistische hindoe. 

Gandhi is in het Westen vooral bekend om zijn levensfilosofie van vreedzaam verzet, oftewel ‘satyagraha’. Het is dus wrang dat hij uitgerekend door geweld om het leven is gekomen door een radicale hindoe.

.

.

10 citaten, als Bergrede, van deze scherpzinnige denker

 

1. “Het verschil tussen wat we doen en wat we kunnen doen zou voldoende zijn om het grootste deel van de problemen van de wereld op te lossen.”

2. “Alleen christenen begrijpen niet dat Christus geweldloos was.”

3. “De liefde eist nooit rechten op, zij geeft ze altijd. De liefde lijdt steeds, koestert nooit wrok, wreekt zichzelf nooit.”

4. “Stilte verlicht je levenspad. Door niet te spreken, zie je duidelijker.”

5. “Alleen de waarheid zal standhouden; al het andere wordt door de vloed van tijd weggeveegd.”

6. “Gebed is de sleutel van de ochtend en de grendel van de avond.”

7. “Iemand kan je alleen je zelfrespect afnemen als je het hem geeft.”

8. “Het gebed is geen ijdel pleziertje van oude vrouwen. Als men het juist begrijpt en benut is het het machtigste middel tot de actie.”

9. “De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen maar niet ieders hebzucht.”

10. “De geest wordt onzuiver als het hart niet gewassen wordt door gebed.”

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Psalm 138 • Praise God for answered prayer/Prijs God voor verhoord gebed

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

.

Psalmen 138 . Prijs God voor verhoord gebed

.

Paul LeBoutillier

.

 

 

 

 

 

 

Helpt bidden echt?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

csm_gp_bidden_02_5964c5bcfc

 

 

 

Helpt bidden eigenlijk wel ?

 

Bidden is iets vragen aan God. Je moet dan natuurlijk wel geloven dat er een God en dat Hij bestaat. En je moet ook geloven, dat God naar je wil luisteren en al evenzeer geloven, dat Hij ook kan doen, wat je vraagt.

Bidden kun je leren. De discipelen, die in hun joodse opvoeding toch echt wel hadden leren bidden, zagen in de omgang van de Here Jezus met Zijn Hemelse Vader iets wat ze niet kenden. Dat bracht hen tot de vraag: “Here, leer ons bidden”. En Jezus leerde hun een gebed.

Ook wij mogen bidden leren. God wil gebeden zijn. Dus laten we werk maken van het gebed. In ons persoonlijk leven en in ons gemeenteleven mag gebed een centrale plaats innemen. Om met elkaar te ontdekken wat bidden nu eigenlijk is en hoe we dit vorm kunnen geven is deze studie van de Bijbel een geweldig middel.

 

 

 

 Wat is bidden eigenlijk ?

 

Veel mensen zeggen dat bidden onzin is. Bidden is ook onzin als je niet gelooft dat God bestaat. Bidden is ook onzin als je wel gelooft dat er een wezen bestaat dat God genoemd wordt, maar niet wilt aannemen dat Hij zich nog met ons bemoeit.

Geloven in God en geloven dat Hij naar je luistert is niet vanzelfsprekend. Het is moeilijk te begrijpen als je be-denkt dat er op hetzelfde ogenblik talloze mensen bidden en in vele talen. Eén ieder met zijn eigen problemen, moeiten en vragen.

Als je aanvaardt dat God al die gebeden kan horen, moet je geloven in een God die dat allemaal kan en die alles weet. Je moet dus geloven dat Hij almachtig en alwetend is. En als je wilt aannemen dat Hij naar je wil luisteren, moet je geloven dat Hij van je houdt en je liefheeft.

Bidden is erkennen dat je hulp nodig hebt. Je kunt het zelf niet meer. Je kunt niet meer op eigen benen staan, je eigen boontjes doppen. Je bent niet meer eigen baas. Bidden is jezelf afhankelijk erkennen. Veel mensen bidden niet meer. Wie niet gelooft dat God wil horen, wil helpen, kan helpen, kan ook niet bidden.

 

 

 

Kan God de mens, jou en mij dus, helpen?

 

In de Bijbel wordt veel over het bidden gesproken en over mensen die bidden. De Bijbel spreekt over bidders die krijgen, waar zo om vroegen, die verhoord worden en over bidders die wel bidden, maar niet ontvangen waar ze om vroegen, die niet verhoord worden. Mag je daaruit concluderen, dat bidden soms wel, soms niet helpt? Lees eens mee wat er staat in Lucas 11 : 5-13. Jezus Christus zelf spreekt over het bidden. Hij doet heel merkwaardige uitspraken :

‘Bidt en u zal gegeven worden’.

 

Ieder die bidt, ontvangt. Wat je vraagt, dat krijg je. Dat lijkt nogal in tegenspraak met de feiten. Meestal lijkt bid-den niet veel uit te halen. Je kunt bidden om beterschap. Gebeurt het dan ook altijd? Je kunt bidden om werk. Heb je dat dan meteen de volgende dag? En als je geen verhoring kreeg op je gebed, heeft God je dan niet ge-hoord? En stel dat je wel werk kreeg, was dat dan het gevolg van je gebed?

 

 

 

Een hemelse aanrader is niet twijfelen

 

Jacobus, waarschijnlijk een broer van Jezus en leider van de christelijke gemeente in Jeruzalem, schrijft daarover in het boek Jacobus 1 : 5-8.

Als u wilt weten wat God van u verwacht, vraag het Hem en Hij zal het u graag vertellen. Want Hij staat altijd klaar om ieder die Hem daarom vraagt, voldoende wijsheid te geven; Hij zal het u niet kwalijk nemen.

Maar als u Hem erom vraagt, moet u ook verwachten dat Hij het zal geven. Iemand die twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind heen en weer gejaagd wordt.

Zo iemand moet niet denken dat de Here hem iets zal geven,

als hij twijfelachtig is en onzeker in zijn optreden.

 

In de eerste plaats is het belangrijk om niet te twijfelen aan God zelf.

‘Want wie tot God komt moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken’. (Hebr. 11 : 6).

 

In de tweede plaats ook niet twijfelen aan het horen van God. God wil altijd luisteren ook al vind je jezelf nog zo’n slecht mens. Bidden met de gedachte van “Baat het niet, het schaadt ook niet” is niet echt bidden. We moeten vast geloven dat God luistert, dat Hij elk gebed hoort. Er niet aan twijfelen dat Hij helpen kan en wil.

 

 

 

Het is een zaak van volhouden

 

De Bijbel zegt dat we niet te gauw moedeloos moeten worden. We moeten blijven bidden en blijven zoeken. Je-zus vergelijkt (Matth. 7 : 7-12; zie ook Luc. 11 : 1-13) het bidden met zoeken en met het kloppen op een deur tot je wordt opengedaan en ontvangt. Jezus vertelt daarover een verhaal, een gelijkenis zoals dat in de Bijbel heet. (Luc. 18 : 1-8). Hij zegt dat als zelfs een onrechtvaardig, een slecht mens tenslotte toch luistert, dan zal God toch zeker horen, als we erg veel van Hem verwachten.

 

 

 

Het moeilijke van onverhoorde gebeden

 

De Bijbel vertelt ook over gebeden die niet verhoord worden, hoewel God de gebeden wel gehoord heeft. Paulus, een gezondene door Jezus Christus om het evangelie te verkondigen (een apostel genoemd) schrijft over een ge-bed van hem dat niet werd verhoord in 2 Cor. 12 : 7-9.

Hij heeft een geweldige ervaring gehad, hij is in het hemelse paradijs geweest. Zelf weet hij niet of dat nu werke-lijk of in een soort visionaire toestand gebeurde. Hij hoorde woorden die hij niet verder vertellen mag. Iets om behoorlijk trots op te zijn. Maar om hem klein te houden krijgt hij een doorn in het vlees.

Hij zegt niet wat dat nou precies is, maar misschien was het iets als een ooglijden. Paulus bidt driemaal of God die doorn weg wil nemen. Het gebeurt niet. God zegt tegen hem: ‘Mijn genade is genoeg voor u’. Dat betekent: Mijn liefde, waarmee God de schuld van de zonde vergeeft, moet genoeg zijn.

Mozes, de leider uit het Oude Testament, heeft iets dergelijks ervaren (Deut. 3 : 23-28 en Num. 20 : 7-13). Omdat Mozes ongehoorzaam was geweest, mag hij van God het land dat de Israëlieten beloofd was niet binnengaan. Hij vindt dat heel erg. Daarom vraagt hij of hij niet toch het beloofde land mag binnentrekken. Maar God zegt: ‘spreek Mij over deze zaak niet meer’ .

Het gebed van Mozes is door God wel gehoord, maar Hij doet niet wat van Hem gevraagd wordt. Soms zegt God al van te voren dat een gebed niet verhoord zal worden. Hij verbiedt dan zelfs het bidden ( zie Jer. 14 : 7-12 en 15: 1).

 

 

 

Gebeden in de Bijbel

 

Als je het gebed ziet als een middel om over God naar je eigen inzichten te kunnen beschikken, zal er zeker geen verhoring komen op je gebed. En bidden helpt ook niet als je het beschouwt als een middel dat ook wel eens te proberen zou zijn.

In de Bijbel staan veel gebeden. Als je die gebeden eens aandachtig leest, zijn er een paar dingen die telkens sterk opvallen. Dikwijls bidt men om vergiffenis en verlossing. In de Psalmen 25 bidt de dichter om verlossing, maar hij begint daar niet mee.

  • Allereerst spreekt hij zijn vertrouwen uit in de God tot wie hij bidt.
  • Daarna vraagt hij of hij God goed mag leren kennen.
  • Dan belijdt hij zijn schuld en bidt hij om vergeving, terwijl hij zegt er vast van overtuigd te zijn, dat God hem ook vergeven zal.
  • En pas nadat hij God om zijn trouw geprezen heeft begint de dichter van Psalm 25 te vragen om hulp.

 

Blijkbaar is er iets dat de dichter nog meer beangstigt dan de haat van zijn vijanden. Zijn eigen schuld, zijn eigen zonde benauwt hem veel meer . Zonde, dat is niet doen wat God zegt en juist wel doen wat God verbiedt.

Daarom gaat zijn gebed om vergeving van de zonde voorop. Hoewel hij er vast van overtuigd is, dat God zijn ge-bed verhoren wil, vindt hij dat kennelijk toch niet zo’n vanzelfsprekende zaak.

 

 

Bidden is bekommerd zijn om de kwaliteit van het leven.

 

Bidden is wikken en wegen. Ook overwegen en afwegen welke de juiste dosis is van de barmhartigheid en de rechtvaardigheid in de wereld en in ons eigen leven. Bidden is bekommerd zijn dat de naam van God zou gehei-ligd worden en dat zijn wil zou geschieden op de aarde als in de hemel.

Als wij niet bidden zal het verkeerd lopen met de schepping, met de wereld en met ons eigen leven. Sommige mensen hebben een zeer eenzijdige en oppervlakkige opvatting van bidden. Voor hen is bidden enkel vragen. Zij vragen dan meestal dingen in hun eigen belang en voordeel.

Tot in het bidden toe zijn ze nog met zichzelf bezig. Bidden is meeleven met God die de Schepper is en dus mee-leven met heel zijn schepping en mee bezorgd zijn opdat het goed zou zijn in de wereld.

Het gebed is er om ons los te maken van onszelf, om ons open te maken voor God en de wereld, voor Christus en de mensen. Mensen die niet bidden riskeren eng en enggeestig, klein en kleinzielig te worden. Bidden verruimt onze horizon en leert ons leven op de maat van God.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Deel 12 over gebed: Mompelende en fluisterende gebeden die tot grote zegen worden

Standaard

Category / categorie : video

 

 

 

Deel 12 over gebed: Mompelende en fluisterende gebeden

die tot grote zegen worden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Maria Faustina Kowalska

Standaard

Categorie: religie

 

Maria Faustina Kowalska

 

Maria Faustina Kowalska
Sint Maria Faustina Kowalska van het Heilige Sacrament.
Geboren 25 augustus 1905 te GockowiceKeizerrijk Rusland
Gestorven 5 oktober 1938 te KrakauPolen
Verering Rooms-Katholieke Kerk
Zaligverklaring 18 april 1993 door paus Johannes Paulus II
Heiligverklaring 30 april 2000 door paus Johannes Paulus II
Schrijn Heiligdom van de Goddelijke Barmhartigheid in Krakau
Naamdag 5 oktober

 

 

Biografie

 

Helena Kowalska werd geboren als het derde kind van een arm Pools gezin met tien kinderen. Op vijftienjarige leeftijd, na slechts drie jaar school, begon ze te werken om het gezin te onderhouden. Op twintigjarige leeftijd volgde ze haar roeping om als non in de Katholieke kerk te dienen. Ze vertrok naar Warschau en bezocht diverse kloosters, maar werd telkens afgewezen. Uiteindelijk werd ze op 30 april 1926 aangenomen bij het klooster van de Congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid met de naam Zuster Maria Faustina van het Heilige Sacrament.

 

 

De verschijningen

 

Zuster Faustina heeft gemeld een verschijning van Christus gezien te hebben in het vagevuur, en verschillende malen Jezus en Maria gezien en gesproken te hebben. Ze schreef dat Jezus aan haar de missie geopenbaard heeft om de devotie van de Goddelijke Barmhartigheid te verspreiden. In Płock verscheen volgens haar Jezus op 22 februari 1931 als de ‘Koning van Goddelijke Genade’, gekleed in een wit gewaad. Zijn rechterhand was in een teken van zegen opgeheven en de andere wees op de borst.

 

 

 

 

Vanonder het kledingstuk gingen twee stralen uit, de een rood en de ander wit, waarbij het rood bloed en het wit water zou voorstellen. Conform de opdracht welke ze zei te hebben ontvangen, liet zuster Faustina een schilderij van dit visioen maken. Met de hulp van pater Michał Sopoćko, liet ze de afbeelding vermenigvuldigen en verspreiden in Krakau en Vilnius. De boodschap die ze bij deze verschijning als opdracht kreeg luidt als volgt:

 

Aanhalingsteken openen “Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: ‘Jezus, ik vertrouw op U’. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan.” Aanhalingsteken sluiten

 

 

 Johannes 11: 24-27

 

Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal opstaan uit de dood, op de laatste dag, als alle doden weer opstaan.” 25 Jezus zei tegen haar: “IK BEN  de opstanding en het leven. Iedereen die in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij al gestorven is. 26 En iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal nooit meer sterven. Geloof je dat?” 27 Ze zei tegen Hem: “Ja Heer, ik geloof dat U de Messias bent, de Zoon van God die op aarde zou komen.”

 

 

Ze hield ondanks haar gebrekkige taalkennis een dagboek bij. Dit dagboek is later gepubliceerd onder de titel ‘Goddelijke Genade in mijn Ziel: Het dagboek van Sint Faustina’. Ze verzocht om de oprichting van een ‘Congregatie die Goddelijke Genade zou gaan verkondigen aan de wereld en deze zou behouden door gebed’. Ze werd echter hierin herhaaldelijk afgewezen door haar superieuren. In de boodschap waarin Jezus aan zuster Faustina verzocht om ervoor te ijveren dat de zondag na Pasenhet feest van de Goddelijke Barmhartigheid zou worden gevierd was als volgt:

 

Aanhalingsteken openen “Op die dag staan de diepste diepten van Mijn tedere barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van Mijn barmhartigheid naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de heilige communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open.” Aanhalingsteken sluiten

 

 

 

 

In 1935 had ze een visioen dat beschreef wat nu het ‘Rozenhoedje van de Goddelijke Genade’ wordt genoemd. In 1936 Werd Marie Faustine ernstig ziek; naar destijds aangenomen werd, leed ze waarschijnlijk aan tuberculose. Ze werd verplaatst naar het sanatorium in Prądnik. Ze bleef veel tijd doorbrengen in gebed en het bidden van haar Rozenhoedje voor de bekering van de zondaren. Daarnaast zou ze geleden hebben aan onzichtbare stigmata welke haar onbeschrijfelijke geestelijke pijnen bezorgden.

De laatste twee jaren van haar leven bracht ze door in gebed en met het bijhouden van haar dagboek. In juni 1938 kon ze hier niet meer in schrijven. Ze stierf op 5 oktober 1938. Toen haar priores de kamer van Faustina aan het leegruimen was, kwam ze in een lade de afbeelding van de Goddelijke Barmhartigheid tegen.

Na het overlijden van zuster Faustina werden de door haar geschreven teksten naar het Vaticaan gestuurd: tot in 1966 moesten alle verslagen van visioenen van verschijningen van Jezus en Maria eerst goedgekeurd worden door de Heilige Stoel alvorens ze werden vrijgegeven voor publicatie. Na een mislukte poging om paus Pius XII te overtuigen om zijn – afwijzende – beoordeling te ondertekenen, nam kardinaal Alfredo Ottaviani, secretaris van de Heilig Officie haar werk op in een lijst die hij in 1959 voorlegde aan de nieuwe paus Johannes XXIII.

De paus ondertekende het decreet waardoor haar werken op de Index der verboden boeken werden geplaatst; ze bleven meer dan twee jaar op deze lijst staan. Pater Sopoćko werd streng berispt, en al zijn werk werd onderdrukt. Maar Eugeniusz Baziak, de aartsbisschop van Krakau, stond het de nonnen toe om de originele afbeelding in hun kapel neer te hangen zodat degenen die dat wensten er bij konden blijven bidden.

De huidige verklaring van het Vaticaan is dat de aanvankelijke negatieve beoordeling door het Vaticaan een misverstand betreft dat veroorzaakt werd door verkeerde Italiaanse vertaling van Kowalska’s dagboeken en dat het twijfelachtige materiaal niet kon worden vergeleken met de originele Poolse versie als gevolg van problemen door de Tweede Wereldoorlog en het daaropvolgende communistische tijdperk.

Echter, een artikel in de National Catholic Reporter suggereert dat het verbod voortvloeide uit meer ernstige theologische kwesties. Bijvoorbeeld haar verklaring dat Jezus beloofd had om volledige vergeving van de zonde door bepaalde devotionele handelingen die alleen door de sacramenten geboden kunnen worden, wat door de Vaticaanse onderzoekers gevoeld werd als een overdreven focus op Faustina welke in strijd is met de zienswijze vanuit de Heilige Officie.

 

 

Zalig- en heiligverklaring

 

Toen Karol Józef Wojtyla (de latere paus Johannes Paulus II) aartsbisschop van Krakau werd, werd er een nieuw onderzoek gestart naar het leven en de dagboeken van zuster Faustina, en ook werd de devotie tot de Goddelijk Barmhartigheid weer toegestaan. Kardinaal Franciszek Macharski, de opvolger van Johannes Paulus II als aartsbisschop van Krakau, zei dat Faustina ons herinnert aan de werkelijkheid van het evangelie die we vergeten waren. Maria Faustina werd zalig verklaard op 18 april 1993 en heilig verklaard op 30 april 2000. Barmhartigheidszondag wordt gevierd op de tweede zondag van Pasen (= de eerste zondag na Pasen).

 

Aanhalingsteken openen Voorwaar de boodschap welke zuster Faustina bracht is het juiste en indringende antwoord dat God wil bieden op vragen en verwachtingen van de mensen in deze tijd welke gekenmerkt wordt door vreselijke tragedies. Aanhalingsteken sluiten

 

In mei 2020 heeft paus Franciscus de gedachtenis Faustina van 5 oktober op de liturgische kalender van de universele kerk laten zetten.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Psalm 116 • The joy of answered prayer/De vreugde van verhoord gebed

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

.

Psalmen 116 . De vreugde van verhoord gebed

.

Paul LeBoutillier

.

 

 

 

 

 

 

Strijd in de Hemelse gewesten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Ef. 6:12 “want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.

 

 

Dit gedeelte leert ons dat we als gelovigen moeten worstelen tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Wat zo vreemd is, is dat vele gelovigen niet eens weten waartegen ze moeten vechten laat staan hoe ze moeten vechten. Niemand trekt ten strijde zonder de strijd te kennen.

 

 

maxresdefault

 

 

 

1. De strijd tussen God en satan

 

Satan was, de vader der leugen, de misleider, de mensenmoordenaar vanaf den beginne. Er kwam hoogmoed in het hart van satan. Hoogmoed en trots liggen aan de basis van de strijd in de hemelse gewesten. Satan wilde niet langer God aanbidden en Hem alle lof eer en glorie geven, hij wilde als God zijn. Hij wilde zich verheffen boven God.  Vervolgens werd satan uit de hemel geworpen en is er een strijd aan de gang tussen de satan en God.

 

Lees  Openbaringen 12:4. Vele uitleggers geloven dat deze tekst erop wijst dat satan een derde deel van de engelenschare met zich meesleepte in de val. Een deel van deze gevallen engelen is met satan actief in de hemelse gewesten en de wereld.  Een ander gedeelte wordt door God bewaard tegen ‘de dag des oordeels’.

Openbaringen 12:1-17 beschrijft op een indrukwekkende manier de strijd tussen God en de satan. De vrouw: Israël. Het kind: Christus. De draak: satan.

 

 

openbaring 12 : de vrouw en de draak

openbaring 12 : de vrouw en de draak

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Al vanaf het allereerste begin van de geschiedenis zien we dat de satan probeert om het reddingsplan dat God met de wereld heeft te dwarsbomen. (Gen. 6: zonen Gods hebben gemeenschap met de vrouwen). De strijd wordt ten top gevoerd wanneer Jezus geboren wordt.

  • Satan wilde Jezus doden als baby onder Herodes.
  • Verzoeking in de woestijn.
  • In de tuin van Getsémané.
  • Aan het kruis.
  • In het graf.

In de onzichtbare wereld is er een strijd aan de gang tussen God en de satan.

 

 

 

2. Strijd tussen de engelen en de demonen.

 

Er is niet alleen een strijd tussen God en satan. Er is ook een strijd tussen engelen en demonen. Laten we hier e-ven bij stil staan.

 

 

2.1. Engelen


De natuur van de engelen

 

Het woord engel betekent ‘bode’, ‘boodschapper’.  God is de Here der Heerscharen (1 Sam. 17:45). Hij regeert en heeft heerschappij over de engelen.

 

Engelen zijn geestelijke wezens en zijn als geestelijk wezen niet gebonden aan de fysische wetten die gelden voor de menselijke natuur:

( Hand. 12:6-8 )engelen kunnen gesloten gevangenissen binnenkomen

( Hand. 5:19) ze kunnen gevangenisdeuren openzetten

( Rich.13: 19-20) ze kunnen nederdalen onder vorm van een vuurvlam

 

Engelen zijn in staat om grote afstanden op korte tijd af te leggen.

 

Engelen zijn wijzer dan mensen. 

(2 Sam. 14:20)  “Om uw zaak een ander aanzien te geven, heeft uw dienaar Job dit gedaan. Maar mijn heer is zo wijs als een engel Gods: hij weet alles wat op aarde geschiedt” .

 

Engelen hebben veel kracht.

 (Ps. 103:20) “Looft de Heer, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn volk volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord.”

  1. Eén engel doodde 185.000 Assyrische soldaten : 2 Kon. 19:35.
  2. Eén engel sloeg 70.000 Israëlieten ten gevolge van Davids zonde :  2 Sam. 24:15-16.
  3. Eén engel veroorzaakte een grote aardbeving en rolde de steen weg bij het graf van Jezus : Mat. 28:2-4.
  4. Eén engel zal de duivel gedurende 1000 jaar vastbinden en gevangen houden : Op.20:1-3.

 

Er is een hiërarchie tussen de engelen.

( Judas 9) Michaël wordt een aartsengel genoemd.

( Kol. 1:16, Dan; 10:12-21, l Thes. 4:16, l Pet. 3:22) De Bijbel spreekt over aartsengelen, over engelen, over tronen, over machten en heerschappijen.

 

Engelen zijn onsterfelijk

( Luc. 20:35-36), ze hebben geen stoffelijke lichamen en kennen geen tekenen van veroudering en dood.

 

Engelen zijn geslachtsloos en onhuwbaar

( Luc. 20:35-36 en Mat. 22:30)

 

Engelen kunnen zichtbaar worden en menselijk voedsel eten

(Luc. 2:9, Gen; 32:1-2 Gen. 18:5)

 

 

battleofgoodandevil

 

 

 

Het aantal engelen

 

Er zijn oneindig, ontelbaar veel engelen.

(Op.5: 11) “en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen…”.

(Heb. 12:22) “…tot de stad van de levende god, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen engelen…”.

(Mat. 26:53)  Jezus zei “of meent gij dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan 12 legioenen engelen terzijde stellen”( 3.000 tot 6.000 elk).

(2 Kon.6:17) de knecht van Elisa zag, nadat God hem de ogen opende als antwoord op gebed van Elisa, dat de berg vol vurige paarden en wagens was rondom Elisa.

 

 

 

Het werk van de engelen

 

In de hemel:

 

1.de opdracht van de engelen is in eerste instantie het loven, prijzen en dienen van God. 

(Openbaring 5:11-12; 8:3-4).

 

Op aarde :

 

2.  hier vervullen ze opdrachten voor God.

Hagar de bron tonen, verschijnen voor Jozua met een getrokken zwaard, de ketenen van Petrus losmaken, de deuren van gevangenissen openen en het voeden, versterken en verdedigen van Gods kinderen.

 

3. Ze voeren de oordelen en doelstellingen van God uit.

(Num. 22:22) ” Maar de toorn Gods ontbrandde toen hij ging , en de Engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander…”

(Hand. 12:23) “en terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij (Herodes) God de eer niet gaf…” zo werd Herodes door een engel gedood.

 

 

4. Ze moeten uit het Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen die ongerechtigheid bedrijven en zij zullen in het vuur geworpen worden

( Mat. 13:41-42).

 

 

5. Engelen zijn dienende geesten.

(Heb.1:14) “Ze zijn uitgezonden ter wille van hen die het heil zullen beërven”.

 

 

6. Ze begeleiden gelovigen.

(Hand: 8:26) Een engel leidde Phillipus tot bij de Ethiopiër. Ze beschermen, helpen en versterken de gelovigen.

(Mat.4:1 1) Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn.

(Luc.22:43) Op Gethsemane  “en Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven”.

 

 

7. Ze zullen onze Heer begeleiden bij Zijn wederkomst

(Mat. 25:31, 2 Thes;1:7-8).

 

 

8. De engelen zijn betrokken bij het geven van Gods wetten.

(Heb. 2:2) “want indien het woord, dat door bemiddeling van engelen is gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en gehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen…

(Hand; 7:53 )“gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van de engelen, doch haar niet hebt onderhouden.”

 

 

9. Als gelovigen mogen we de engelen niet loven en eer bewijzen.

(Openbaringen 22:8-9).

 

 

 

Rangorde onder de engelen.

 

Aartsengelen:

  • Michaël die een speciale beschermengel is voor het volk Israël. Hij wordt omschreven als vorst.
  • Gabrieël: boodschapper van God. Dan. 8:16, Dan. 9:21, Luc. 1:19, 26

 

Cherubijnen: Bewakers van Gods heiligheid.

  • Gen. 3:24, Bij de hof van eden.
  • Ezech 1:15-25, Onder Gods troon.
  • Ex. 25:17:22, Op de ark.
  • Ex. 26:1, 31, Op het voorhangsel

 

Serafs: Jes. 6:2-7,  Gods heiligheid aankondigen.

 

Gewone engelen: beschermengelen, spirituele begeleiders, dienaren van God.

 

 

angels

 

 

 

De superioriteit van de mens ten opzichte van de engelen

 

Engelen zijn net als Adam en Eva volmaakt geschapen. Engelen als geestelijke wezens en Adam en Eva als men-selijke, vleselijke wezens. Niettegenstaande zijn we toch superieur aan de engelen omdat:

  1. Engelen mogen het evangelie niet verkondigen, deze opdracht is door Jezus aan ons gegeven.
  2. Op zekere dag zullen we oordelen over de engelen ( l Kor. 6:3). Waarschijnlijk gaat het enkel over de gevallen engelen (Judas 6).

Niettegenstaande we in zonde gevallen zijn, zijn we heilig voor God door het bloed van Christus. Ja, Christus heeft ons de positie boven de engelen gegeven.

 

 

 

2.2. De demonen.

 


Gevallen engelen

 

Engelen worden door Christus omschreven als heilig (Marc.8:38), engelen zijn heilig van bij hun schepping. Ook engelen worden door God op de proef gesteld. Wanneer ze niet volharden in hun dienstbaarheid aan God wor-den ze verworpen, degenen die wel aan Gods wil beantwoorden, worden bevestigd in hun heiligheid.

(Ps. 89:7 ) “God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die met hem zijn”.

(2 Pet. 2:4)  spreekt over de gevallen engelen, als de engelen die gezondigd hebben. Het is onduidelijk wanneer de val van de engelen juist plaats vond, vanuit de Bijbel worden verschillende hypothesen gemaakt:

  1. Ze rebelleerden tegen God wanneer satan probeerde te zijn zoals God. (Jes. 14:12, Ezech. 28:16 en Op. 12:7).
  2. De zonde van de “gevallen engelen” was de zonde van trots en ongehoorzaamheid t.a.v. God.
  3. Het was de zonde van seksuele gemeenschap met de kinderen der mensen (Gen:1-4).

 

De toekomstige plek van de gevallen engelen :

(Mat. 25: 41) “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”. Ten gevolge van hun val wachten ze op het oordeel.

 

 

maxresdefault (1)

 

 

 

Rangorde

 

Overheden en machten

Opperbevelhebbers en bevelhebbers

Wereldbeheersers

 

 

 

Macht

 

Ziekte toebrengen.

 

Math. 9:32-33, Doofstomme die bezeten is.

Math. 12:22, Blind, stom.

Luc. 13:11, Geest van zwakheid: verkromde vrouw.

Hand.: Waarzeggende geest. Meisje die voorspellingen doet.

 

 

Invloed in deze wereld door occultisme, hekserij, muziek, enz.

Gelovigen en de gemeente doen wankelen en aanvallen door leugens

Misbruik maken van de zwakten van de mens

Ongelovigen doen uitschijnen dat ze goed bezig zijn

Laten uitschijnen dat zij niet bestaan. Daardoor bevestigen ze dat God ook niet bestaat

Gods plannen dwarsbomen en Hem bespotten

 

Heel praktisch voorbeeld van de strijd in de hemelse gewesten. Daniël 10 beschrijft de strijd in die gebieden, waar een engel van God en de engelenvorst Michaël het moeten opnemen tegen de demonische vorst die over het koninkrijk der Perzen heerst. Deze strijd duurde 21 dagen. Later zouden ze moeten strijden tegen de vorst van Griekenland, een andere demonische machthebber. We zien ook hier heel duidelijk een strijd om Gods heilsplan met de wereld te verijdelen.

 

 

 

3. Strijd gelovigen en de hemelse gewesten.

 

We hebben gezien dat er een duidelijke strijd gaande is tussen de satan en God. De satan haat God. Dat is het uitgangspunt van alle strijd. Hij wil Gods aanbidding en Gods glorie vernietigen. Dat is ook de reden waarom sa-tan de gemeente aanvalt, waarom hij de gelovigen aanvalt. De strijd is een strijd om de glorie van God. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God,  (2 Tim. 2:3-4).

 

 

 

4. Hoe strijdt satan?

 

  • Mensen te verblinden. 2 Kor. 4:3-4
  • Satan probeert door ongeloof, onverschilligheid, valse getuigenissen, leugens, valse religies, enz. de mensheid te verblinden. Daarom zegt Paulus in Efeze 6: 18-19, bid!
  • Gelovigen aan te vallen, ontmoedigen, aftrekken. Lucas 22:31, 1 Petrus 5:8, Job. 1:6-12, 2:1-10.  > Staan op Gods beloften: 1 Kor. 10:13
  • Verdeeldheid te zaaien, huwelijk verbreken. 1 Kor. 7:3-5
  • Leiders vernietigen. 1 Tim. 3:2-6
  • Valse religies en dwaalleraars. 2 Kor. 11:13-14
  • In ons denken en ons handelen en door middel van begeerten.

 

 

derren-brown-tricks-of-the-mind

 

 

 

5. Samenvatting.

 

Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd tussen licht en duisternis, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente. Het is een strijd om de glorie van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken. God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen.

Hoe kunnen we standhouden in deze strijd?

  • Staan op Gods beloften. (1 Kor. 10:13), niet boven vermogen verzocht worden.
  • Strijden in gebed.
  • De weg van gehoorzaamheid aan Gods woord bewandelen. (2 Kor. 10:3-6)
  • Vlucht naar God toe! (Jacobus 4:7-8)

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria