Tagarchief: God

Ik, de HEER, vergeet jou niet

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid

De Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

God vergeet jou niet

 

Psalm 20:1-5

 

Moge de Heer u antwoorden in dagen van nood en de naam van Jakobs God u beschermen, moge hij hulp zenden uit zijn heiligdom, uit Sion u bijstaan. Moge hij al uw gaven gedenken, uw brandoffers welwillend aanvaarden. Moge hij geven wat uw hart verlangt, en al uw plannen doen slagen.

 

Er zijn al veel fasen en seizoenen in je leven voorbijgegaan. Veel dromen en doelen waar je op hoopte zijn gekomen en weer vervlogen. Sommige zijn waargemaakt, terwijl andere aan de kant zijn gezet uit respect voor de hoop en dromen van iemand anders. De vijand van je ziel probeerde om een groot aantal van deze dingen te vernietigen nog voordat je ze had bereikt. Maar toch overkwam je dit. Er waren tijden waarin je een zware strijd moest leveren om te overwinnen; tijden waarin je tot aan het vruchtbare einde standvastig volhield. Maar er worden net zoveel gevechten gestreden in de geestelijke wereld waar jij je niet van bewust bent.

 

 

 

Psalm 35:1-3

 

In deze strijd vocht Ik eenvoudig met mensen die jou tegenwerkten, vanwege jouw recht op je erfenis, een recht dat aan Mijn kinderen werd gegeven . Al die keren dat jij je hoop en je dromen opgaf voor die van een ander, vocht Ik met de vijand voor jouw goed.

 

 

 

Romeinen 8:28

 

Ik ben er, wanneer jij een dag vol problemen hebt. Ik neem die dag en maak er een zegen van.

 

 

 

God spreekt

 

Ik ben tenslotte de Schepper; daarom schep Ik. Mijn scheppende krachten hielden op de zevende dag niet op te bestaan. Zij namen slechts gewoon een pauze om waar te nemen, om te bezinnen, om te rusten en om te zeggen: “Het is goed”.

Ook op dit moment neem Ik alles waar, maar Ik rust niet. Ik bezin Me op al je brandoffers, al de dingen die jij hebt opgeofferd. Brandoffers kunnen bestaan uit de momenten waarop jij je eigen verlangens opgeeft voor die van een ander en zo een plezierige geur voortbrengt die Ik niet kan negeren. Het prettige aroma dat uit jouw offer afkomstig is, heeft Mijn neus als een parfum gevuld en Mijn hart gevuld met een overweldigende liefde die moet worden uitgegoten. Vanuit Mijn herinnering aan jouw offer overspoel Ik je leven vandaag met een verfrissing en bouw Ik een hoge, verheven, sterke brug waar jij overheen kunt lopen. Ik verdedig je en Ik verhef je.

Je moet begrijpen dat Ik de dingen niet vergeet die jij voor anderen hebt gedaan, dingen die je zelf al lang bent vergeten. Al deze dingen hebben zich voor jou opgehoopt en het is tijd voor de oogst. Je rekening is vol, de beloning is weelderig.

 

 

 

Psalm 20:1-9

 

Daarom zeg Ik: Sta op, kind van Zion, want Ik ben je niet vergeten en het verheugt Mij enorm om de verlangens van je hart te vervullen en alle plannen die Ik voor jou had te voltooien.

 

 

 

Lucas 1:37

 

Ik ben de Schepper; met Mij is niets onmogelijk.

 

 

Moge de Heer jou in je moeilijke tijd antwoord geven en al je offergaven en brandoffers gedenken.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Gods wapenuitrusting

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Strijd met de wapenuitrusting van God

Strijd met de wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De volledige wapenrusting van God

 

Efeziërs 6 : 10 18

 

Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.

Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven.

Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden. Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

Het woord van God is de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

Verschillende mensen hechten meer of juist minder waarde aan de Bijbel. Deze wordt vaak omschreven als “Het woord van God”, maar er zijn twee manieren om naar de Bijbel te kijken. “Het is het woord van God, door God gegeven”, of “Het is het woord over God, door gelovige mensen geschreven”. De meeste mensen, inclusief vele theologen gaan van dat laatste uit. De beide opvattingen, en de conclusies daarover, staan hieronder.

 

 

De Bijbel: goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Broeders in Christus gaan uit van de opvatting in de linker kolom

 

 

De Bijbel is het Woord van God De Bijbel is het Woord over God
De Bijbel is het resultaat van het zoeken van mensen naar God.
Mensen schreven vanuit hun eigen belevingswereld, waarbij zij vaak wel zeer gelovig waren, maar toch heel erg mensen van hun tijd.
Bijbelteksten zijn vaak ontstaan doordat verschillende verhalen zijn samengevoegd tot één geheel.
Delen van de Bijbel zijn veel later geschreven dan de schrijvers ons willen doen geloven.
Kennelijke tegenstellingen komen voort uit het feit dat er verschillende schrijvers zijn, of omdat het verhaal afkomstig is van verschillende bronnen.
De Bijbel toont een ontwikkeling in het denken en de opvattingen over God.
Er is nog veel mysterie dat wij nooit zullen weten. En er ontbreekt veel dat wij er zelf bij moeten bedenken.
Ook buiten de Bijbel is veel te vinden dat van nut is.
Er zijn ook andere Bijbelse tradities die we niet mogen verwaarlozen.
De Bijbel is een toevallige verzameling geschriften, waar je uit kunt halen wat je aanspreekt. Bestudering van het geheel is niet nodig.
Het voorzeggen van de toekomst is voor mensen principieel niet mogelijk. Wel kunnen mensen algemene toekomstverwachtingen hebben. Zogenaamde ‘voorzeggingen’ kunnen alleen door latere schrijvers toegevoegd zijn onder de naam van de oorspronkelijke schrijver.
We leven nu in een heel andere tijd. Grote delen zijn voor ons niet meer van belang.
Het boek is een cultuurgebonden afspiegeling van zijn tijd. Wij moeten het eerst “naar deze tijd toe vertalen”.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Rijkdom en bezit in Psalmen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Psalm 49 : 2

Wat zou mij toch doen vrezen in een tijd,
Waarin het kwaad, het onrecht mij bestrijdt,
Als ik omringd, benauwd ben door ’t geweld,
Dat in mijn val zijn hoogst genoegen stelt?
Wat hem betreft, die op zijn schat betrouwt,
En al zijn roem op groten rijkdom bouwt,
Zijn schat behoudt zijn broeder niet in ’t leven;
Hij kan daarvoor aan God geen losgeld geven.

 

 

 

Psalm 49 : 3

Hij kan dien prijs der ziele, dat rantsoen,
Aan God in tijd noch eeuwigheid voldoen;
Hij wenst vergeefs hier altoos ’t licht te zien,
En, door zijn schat, het naar bederf t’ontvliën.
Hij ziet elk uur der wijzen levensend;
Der dwazen dood blijft hem niet onbekend;
Hij ziet, dat hun in ’t sterven niets kan baten,
Maar dat zij ’t al aan and’ren overlaten.

 

 

 

Psalm 49 : 4

Al zegt zijn hart: “Mijn huis zal eeuwig staan,
Van kind tot kind gedurig overgaan”;
Al heeft hij ’t land, waarop zijn trotsheid roemt,
Zijn grootsheid bouwt, naar zijnen naam genoemd;
’t Is alles wind, waar zich zijn hart mee streelt;
De mens, hoe mild door ’t aards geluk bedeeld,
Hoe hoog in eer, in macht en staat verheven,
Vergaat als ’t vee, en derft in ’t eind het leven.

 

 

 

Psalm 52 : 5

“Zie”, zal men zeggen, “zie den dwaze,
Die, op zijn rijkdom stout,
Ons wilde door zijn macht verbazen,
Op God niet heeft vertrouwd;
Zijn sterkte kreeg hij door geweld;
Nu ligt hij neergeveld.”

 

 

 

Psalm 49 : 6

Men denkt niet meer aan hun verleden staat,
Wijl al hun glans met hen in ’t graf vergaat;
Maar na den dood is ’t leven mij bereid;
God neemt mij op in Zijne heerlijkheid.
Vreest hem dan niet, die grote schatten heeft,
Wiens machtig huis in eer en aanzien leeft;
Want hij zal niets in ’t sterven met zich dragen;
Zijn naam, zijn roem, ’t ligt al terneer geslagen.

 

 

 

Psalm 62 : 7

Vertrouwt, wat uw begeert’ ook zij,
Nooit op geweld of roverij,
En wordt niet ijdel, als ’t vermogen
Gedurig aanwast; waakt en let.
Dat gij het hart er nooit op zet;
Zo wordt ge door geen schijn bedrogen.

 

 

 

Psalm 73 : 14

Wie, ver van U, de weelde zoekt,
Vergaat eerlang en wordt vervloekt;
Gij roeit hen uit, die afhoereren
En U den trotsen nek toekeren;
Maar ’t is mij goed, mijn zaligst lot,
Nabij te wezen bij mijn God;
‘k Vertrouw op Hem geheel en al,
Den Heer, Wiens werk ik roemen zal.

 

 

AANBIDDING VAN HET GOUDEN KALF ONDER TOEZICHT VAN DE MAMMON, DE GELDDUIVEL

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

Helden of heiligen

Standaard

categorie: religie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Helden of Heiligen

 

De heiligen van de christelijke traditie spreken al millennia tot de verbeelding. Ze passen zich aan, aan tijd en plaats. Ze zijn oud en tegelijk elke keer weer nieuw.

De heiligen van de christelijke traditie lijken in vele opzichten op de postmoderne superhelden van comics en block busters. Ze bezitten bovenmenselijke krachten, staan voor alles wat goed en nobel is in de mens, verlossen de mensheid van grote noden, mensen aanbidden hen als incarnaties van het Goede, enzovoorts. Jezus redt de wereld, zoals Batman dat elke keer weer voor Gotham City doet.

De vergelijking is wel vaker gemaakt: superhelden en popsterren, ze zijn de nieuwe heiligen van onze tijd. Onaantastbaar in status, moreel en esthetisch ver verheven boven de massa, ze vertegenwoordigen alles wat wij zouden willen zijn, machtig, succesvol en vaak rijk.

 

 

 

Helden versus heiligen

 

In het boek The Drama of Christian Ethics geeft theoloog Samuel Wells een aantal verschillende tussen helden en heiligen. Zo wijst Wells erop dat het woord ‘held’ nergens te vinden is in het Nieuwe Testament. Dit in tegenstellingen tot bijvoorbeeld de Griekse mythologie, die zo ongeveer stijf staat van helden zoals Homeros, Achilles, Hercules, enzovoorts. Het woord ‘heilige’ komt 64 keer voor in het Nieuwe Testament. Het bijbels appel zoekt heiligen, geen helden. Wells komt met de volgende verschillen op de proppen.

 

 

 

Het verhaal

 

Wells ziet belangrijke verschillen tussen de verhalen die over de christelijke heiligen (de hagiografieën) worden verteld en de verhalen over de superhelden. De held komt altijd net op tijd te voorschijn om een noodzakelijke ingreep in de gebeurtenissen te plegen waardoor de wereld gered wordt. De heilige is in deze zin niet noodzakelijk. Hij kan onzichtbaar zijn, makkelijk gemist worden, zelfs vergeten. Het verhaal van de held gaat over de held. Het verhaal van de heilige gaat over God. De significantie van helden is direct duidelijk, die van heiligen kan vaak pas in retroperspectief worden gewogen.

 

 

 

Deugden

 

Het heldenepos draait altijd om het verheerlijken van de deugden van de held: zijn kracht, wijsheid, lenigheid, enzovoorts. En het is juist door die speciale krachten die de superheld heeft, dat hij in staat is om beslissend in te grijpen in de gebeurtenissen. En juist dat maakt de superheld tot wat hij is: een held. Een heilige heeft heel vaak geen speciale eigenschappen: van heiligen wordt juist vaak verteld welke negatieve eigenschappen hij of zij heeft. Vaak zijn heiligen niet dapper, slim of heel sterk. Heiligen zijn wel trouw, trouw aan God, zichzelf en hun roeping. Het heldenepos wordt verteld om ons te verheugen in zijn kracht, het verhaal van de heilige om geloof te vieren.

 

 

 

Prototype

 

Het prototype van de superheld is de soldaat: sterk, machtig, strategisch, gewelddadig, stoer. Het prototype van de heilige is de martelaar. De professionele soldaat/superheld ziet vrijwillig zijn eigen dood op het slagveld dagelijks onder ogen. De martelaar moet ook zijn eigen dood onder ogen zien, maar dan zonder ervoor gekozen te hebben en zonder zich te kunnen (willen) verdedigen in een ‘eerlijk’ gevecht.

 

 

 

Eén versus allen

 

De typische superheld is een eenling. In afzondering traint de superheld zijn mentale en fysieke krachten. Hij gaat alleen op pad om misdaad te bestrijden. Politie en dergelijke vermijdt hij liever. Het is one against the World. Hij is de ultieme self-made man, de incarnatie van de American Dream. De heilige staat (meestal) juist in de uitdrukkelijke grotere context van de gelovige gemeenschap (kerk of klooster). Zijn of haar heiligheid ontwikkelt zich in een duidelijke sociale context. Bovendien is de heilige geen self-made man, maar een mens die zich zeer duidelijk bewust is van het begrip ‘genade’. Elke heilige zal zijn deugden beschouwen als genade van God, en niet (alleen) als het resultaat van eigen werken.

 

 

Sportidolen aanbidden de gelddemon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Gemeenschap

 

Wells wijst erop dat in het Nieuwe Testament in alle vindplaatsen het woord ‘heilige’ altijd in het meervoud voorkomt. De held is slechts een onbereikbaar voorbeeld dat slechts bewondering (bij fans) en afgunst (bij tegenstanders) oproept. De heiligen geven vooral de boodschap dat heiligheid iets is dat in principe voor elke gelovige is weggelegd. In die zin zijn de heiligen democratischer dan de superhelden uit Hollywood.

 

 

 

Christelijke heiligen

 

Vanaf het begin van de christelijke kerk, twee millennia geleden, vereerden de eerste christenen bepaalde gestorven geloofsgenoten, vanwege hun uitzonderlijke positie, vroomheid of heroïsch einde. In eerste instantie komen hier de mensen voor in aanraking die direct met Jezus Christus te maken hebben gehad: de twaalf apostelen, Maria Magdalena, Maria de moeder van Jezus, enzovoorts. Deze ‘heiligen’ van het Nieuwe Testament zijn nooit als zodanig officieel heilig verklaard, maar werden al vanaf de oudste tijd zo beschouwd: hun kennismaking met Jezus was voldoende om hen te beschouwen als voorbeeldfiguren in het geloof.

 

 

 

Waarom doen Heiligen wonderen?

 

Wonderen en tekenen zijn er om de mensen die God niet kennen te

overtuigen

dat Hij bestaat.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boodschap 191 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : boodschappen uit de kosmos 

.

.

De mens in éénheid met de Drievulkdigheid

De mens in éénheid met de Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

GOD GAF ZIJN SCHEPPING IN VERTROUWEN

.

AAN DE EERSTE MENS.

..

ADAM EN EVA ZOUDEN DAT VERTROUWEN SCHENDEN

.

DOOR TE ZONDIGEN.

.

DE ZOON VAN GOD HEEFT DAT VERTROUWEN

.

OP HET KRUIS HERSTELD 

.

VOOR ZIJ DIE GELOVEN.

.

.

GOD GAVE HIS CREATION IN THRUST TO THE FIRST MEN.

.

ADAM AND EVA WOULD BREACH THAT TRUST BY SINNING.

.

THE SON OF GOD HAS RESTORED THAT CONFIDENCE

.

ON THE CROSS  FOR THOSE WHO BELIEVE.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

John Astria

De vogels in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

In de Bijbel worden op talloze plekken verwezen naar vogels, de ene keer in het algemeen en de andere keer zeer specifiek naar een bepaalde vogel, zoals een mus, een arend, een duif of een kraanvogel. 

 

 

Vogels in de bijbel - algemeen: rein/onrein en Gods zorg

 

.

.

 schepping en algemene aanduiding

 

In de Nieuwe Bijbel Vertaling heeft men het vaak over ‘de vogels aan de hemel’. (Psalm 8:9)

In het Bijbelboek Genesis kunnen we lezen dat God op de vijfde dag de vogels maakt:

  • God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag. (1:20-23)

 

 

 

Reine en onreine vogels in de Thora

 

De Thora maakt een onderscheid tussen reine en onreine vogels. Alle vogelsoorten die rein zijn, mogen de Israëlieten eten. De volgende vogels mogen niet gegeten worden:

 

de vale gier;

de lammergier;

de zwarte gier;

de rode wouw;

de verschillende soorten buizerds;

alle soorten kraaien en raven;

de struisvogel;

de velduil;

de bosuil;

alle soorten valken

de steenuil;

de ransuil;

de katuil;

de dwergooruil;

de visarend;

de visuil;

de ooievaar;

de verschillende soorten reigers;

de hop; en

de vleermuis. (Deuteronomium 14:12-18; vgl. Leviticus 11:13-19)

 

 

De visarend / Bron: MinoZig / Wikimedia Commons

 

 

Volgens drs. Ben Hobrink in ‘Moderne wetenschap in de bijbel’, zijn de beschermde vogels vooral belangrijk voor het biologische evenwicht in de natuur. God gaf niet zomaar een willekeurig lijstje met vogels op. Hobrink legt uit dat de beschermde vogels grofweg zijn in te delen in zes groepen of clusters:

  1. Kraaiachtigen – zijn echte alleseters, die hetgeen grote aaseters laten liggen oppeuzelen.
  2. Gieren en wouwen – deze dieren ruimen kadavers op, ze houden het milieu schoon.
  3. Roofvogels en uilen – Pas sinds enkele tientallen jaren weten we hoe belangrijk de bescherming van deze dieren is. Ze voeden zich met schadelijke dieren (ratten en muizen), ze ruimen kadavers op en doen zich te goed aan zwakke dieren.
  4. Ooievaars, reigers, ibissen en roerdompen – naast vis – vooral dode en zieke exemplaren – staan er muizen en sprinkhanen op hun menu.
  5. Bijeneters en hoppen – doen zich onder andere te goed aan sprinkhanen en andere insecten.
  6. Struisvogels – Volgens Hobrink is van deze vogel nog niet bekend waarom de struisvogel beschermd werd, waarschijnlijk omdat het een alleseter is.

 

 

Deze beschermde vogels zijn dus belangrijk voor het biologische evenwicht. Vogels die rein zijn volgens de voorschriften in de Thora, zijn niet belangrijk voor het in stand houden van dit evenwicht; zij eten vis, insecten, waterplanten, kevers, zaden, enz. Het zijn geen opruimers.

 

 

 

Gods zorg voor vogels (dieren) en de mens

 

Jezus wees naar de vogels in de lucht om te laten zien dat God voor deze schepselen zorg draagt:

Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? (Matteüs 6:26)

Maar de boodschap reikt verder dan dat. Als onze Vader die in de hemel woont voor de vogels zorgt, dan zal Hij toch zeker Zijn kinderen geven wat ze nodig hebben?

Dat de mens van het dier en vogels kan leren, komt ook in het Oude Testament voor:

Vraag het vee hiernaar, het zal je onderrichten, vraag de vogels in de lucht, ze zullen het verkondigen. (Job 12:7)

 

 

Bescherming tegen een demon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Mensenzoon heeft geen tehuis

 

Zelfs vogels die een rusteloos bestaan leiden hebben een veilige nest, een thuis, terwijl de Zoon des Mensen geen tehuis heeft:

Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ (Lucas 9:58)

De man aan wie Jezus dit zei, had tegen Jezus gezegd: “Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.” Hij realiseerde zich niet dat al wie Jezus wil navolgen, moet delen in zijn rusteloos bestaan.

 

 

 

Vogelvallen en de vluchtende mens

 

De vogel wordt belaagd door vogelvangers: “… zoals een vogel in het net vliegt en niet merkt dat het hem zijn leven kost.” (Spreuken 7:23)

Of, zoals Prediker het uitdrukt:

“Nooit weet de mens wanneer zijn tijd gekomen is: zoals de vissen verraderlijk worden gevangen door de fuik en de vogels door de val, zo wordt de mens verrast door de verraderlijke tijd, wanneer die als een klapnet op hem valt.” (9:12)

De mens die in het nauw wordt gebracht of vluchtende en opgejaagd is, wordt in de Bijbel diverse keren vergeleken met een vogel:

 

Psalm 11:1

Psalm 124:7

Spreuken 6:5

Spreuken 27:8

Jesaja 16:2

 

 

 

Bloed van vogels, reinigingsritueel en Jezus

 

In het Bijbelboek Leviticus kunnen we lezen dat het bloed van vogels een rol speelt in het reinigingsritueel.

De HEER zei tegen Mozes: ‘Dit zijn de voorschriften die van toepassing zijn wanneer iemand die door huidvraat getroffen is, weer rein kan worden verklaard. Zo iemand moet naar de priester worden gebracht, en de priester moet buiten het kamp onderzoeken of hij van zijn huidvraat genezen is. Als dat zo is, moet de priester opdracht geven om voor degene aan wie de reiniging moet worden voltrokken twee levende, reine vogels te halen, en cederhout, karmozijn en majoraan.

De ene vogel laat hij slachten boven een met bronwater gevulde aarden schaal. De andere, levende vogel moet hij, net als het cederhout, het karmozijn en de majoraan, in het bloed van de boven het bronwater geslachte vogel dopen, en met dat bloed moet hij degene die na zijn huidvraat moet worden gereinigd zevenmaal besprenkelen.

Daarna verklaart hij hem rein. De levende vogel moet hij vrijlaten in het open veld. Degene aan wie de reiniging wordt voltrokken, moet zijn kleren wassen, al zijn haar afscheren en zich met water wassen. Dan is hij weer rein. Daarna mag hij in het kamp terugkeren, maar hij moet zeven dagen buiten zijn tent blijven. Op de zevende dag moet hij opnieuw al zijn haar afscheren, zijn hoofdhaar, zijn baard en zijn wenkbrauwen. Al zijn haar moet hij afscheren en zijn kleren en zijn lichaam moet hij met water wassen; dan is hij weer rein…’ (14:1-9)

In Marcus 1:40-45 lezen we dat Jezus in Galilea een man van huidvraat (lepra) geneest. Jezus stuurde hem naar de priester om te laten zien dat hij genezen was en het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven te brengen, als getuigenis voor de mensen. Jezus had de man gereinigd en de priester moest hem rein verklaren. Dit stuk laat zien dat Jezus zich aan de wet van God hield. Hij houdt zich aan de voorschriften zoals beschreven staan in Leviticus. Het zegt dat het hier gaat om een echte genezing, want priesters moeten vaststellen en bevestigen. Dit is dan tevens een getuigenis van Jezus’ liefde en goddelijke macht.

 

 

 

 

 

Diep symbolische betekenis

 

Er schuilt een diep symbolische betekenis in het Bijbelgedeelte. De vogel die geslacht wordt en de besprenkeling die daarop zevenmaal volgt:

zeven is het getal van de compleetheid en totaliteit en wijst op de offerdood van Jezus, het bloed van Jezus reinigt ons van alle zonde. (1 Johannes 1:7) Jezus’ offerdood reinigt ons totale wezen.

En dan is daar nog de levende vogel die vrijlaten wordt in het open veld. Die verwijst naar de heilige Geest die in de gedaante van een duif op Jezus neerdaalde, nadat Hij zich had laten dopen. (Lucas 3:22) Na overgave aan Jezus en reiniging van zonde, komt de Heilige Geest over ons met al het goede dat daarbij hoort: “Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.” (Lees: Romeinen 8:14-17)

 

 

 

 

 

 

Het Angelus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het angelus (voluit Angelus Domini; Nederlands de Engel des Heren) is een katholiek gebed dat van oudsher driemaal daags gebeden wordt: om zes uur ’s morgens, twaalf uur ’s middags en zes uur ’s avonds. Waar voorheen de gelovigen hun werkzaamheden stopten om te bidden is dit gebruik grotendeels in onbruik geraakt.

 

 

Christus, de Engel des Heren

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het gebed wordt aangekondigd door het luiden van een kleine klok, het angelusklokje. Hierbij worden drie slagen op de klok gegeven waarna een aanroep met Weesgegroet Maria wordt gebeden. Nog tweemaal volgen drie slagen op de klok met een nieuwe aanroep en Weesgegroet. Ten slotte wordt de klok gedurende twee minuten geluid en wordt een afsluitend gebed gebeden.

De benaming ‘angelus’ is afgeleid van de Latijnse beginwoorden ‘Angelus Domini nuntiavit Mariae’ (‘De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt’). In zijn huidige vorm bestaat het angelus sinds 1571. In de Paastijd wordt het angelus vervangen door het regina coeli.

Sinds paus Johannes XXIII bestaat het gebruik dat de paus iedere zondag, om 12 uur ’s middags, voorgaat in het angelusgebed. Dat doet hij vanuit het raam van zijn appartement in het Apostolisch Paleis. ’s Zomers doet hij dat vanuit het raam van zijn studeerkamer in Castel Gandolfo. Na het angelus spreekt de paus een kort stichtelijk woord en begroet de pelgrims.

 

 

Angelusklok luidt

 

 

 

         Latijnse tekst

 

    • Angelus Domini nuntiavit Mariae

 

    • Et concepit de spiritu sancto
    • .Ave Maria, Gratia plena,

 

    • Dominus tecum.

 

    • Benedicta tu in mulieribus

 

    et benedictus Fructus ventris tui, Iesus.
    • Sancta Maria, Mater Dei,

 

    • Ora pro nobis peccatoribus

 

    • Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.Ecce, Ancilla Domini.

 

    • Fiat mihi secundum verbum Tuum.Ave Maria…Et Verbum caro factum est

 

    • Et habitavit in nobis.Ave Maria…Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix,ut digni efficiamur promissionibus Christi.Oremus. Gratiam Tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde,ut, qui angelo nuntiante, Christi, Filii Tui, incarnationem cognovimus,per

 

passionem eius et

 

crucem ad resurrectionis

 

    gloriam perducamur.Per eundem Christum, Dominum nostrum.Amen.

 

 

 

              Nederlandse tekst

 

    De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt,En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest.

Wees gegroet, Maria…

    Zie de Dienstmaagd des Heren,Mij geschiede naar Uw woord.

Wees gegroet, Maria…

    En het Woord is vlees geworden;En Het heeft onder ons gewoond.

Wees gegroet, Maria…

    Bid voor ons, Heilige Moeder van God,Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
    Laat ons bidden.Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus uw Zoon leren kennen;Wij bidden U, stort Uw genade in onze harten,Opdat wij door Zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis.Door Christus, onze Heer.
    • Amen.

 

 

 

Engel des Heren

 

 

 

Bode van God

 

De Engel des Heren in het Oude Testament is de eeuwige Christus zelf. We kunnen ook vertalen: bode van de Here.

We lezen van Mozes in Ex. 3: 2 : Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een brandende braamstruik.

 

 

 

Braamstruik verteert niet

 

Opvallend is dat de bremstruik niet verteerd wordt. Het vuur manifesteert de Heilige die al wat zondig is verteert. De bremstruik is Gods heilig volk.

Gods presentie betekent oordeel.

Gods vlammen slaan door zijn eigen volk. Er moet heel wat worden weggebrand.

Toch is de braam groen gebleven. God is een verterend vuur, maar toch genadig.

De God van Abraham Izaäk en Jakob openbaart zich hier als Jahweh: ik ben die Ik ben. De beste vertaling is de Getrouwe. Het brandend braambos is Christus symbool.

Voor Vaders eigen zoon werd Vaders minnevuur tot hellebrand.

Het is in Exodus 3 geen beeld van de ruimte van de kerk, een stralingsveld, waarvan je niet kunt zeggen waar de grens is. Integendeel het vuur heeft hier een doorlichtende functie.

 

 

 

God als een meervoud

 

Het vuur heeft in Exodus een openbaringskarakter. God openbaart zich als Elohim. Dit Hebreeuwse woord is een meervoud waarin je de Levensstroom hoort klotsen.

De Engel des Heren zegt vervolgens :  ‘Kom niet dichterbij, doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop ge staat is heilige grond’.

Toen verborg Mozes zijn gelaat want hij vreesde God te aanschouwen.

Het vuur van de brandende braamstruik veronderstelt niet ruimte, gezelligheid maar eerbied en distantie-besef.

Het Bijbelse beeld van ruimte in de kerk is niet het kampvuur, maar het in Christus zijn. Dat is ook de bodem waarin we geworteld zijn.

 

 

 

 

.

Ook in Zacharia

 

Ook in het boek Zacharia kom je de Engel des Heren tegen.

Zacharia 3: 1 > ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel van Jahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. Jozua nu had vuile kleren aan terwijl hij voor de Engel stond’.

Hier is duidelijk dat deze Engel geen gewone engel is. Welke engel zal kunnen zeggen ‘Hierbij reinig ik je van alle ongerechtigheid’ ? Dit is Christus in eigen Persoon.

Die vuile kleren van Jozua kon Hij niet achteloos aan de kant gooien, Hij moest ze zelf aantrekken wat Hij gedaan heeft op Golgotha.

En toen satan Jezus erom aanklaagde, was er niemand die het voor Hem opnam. Ondertussen liep Jozua allang in feestgewaad.

 

 

Feestkleed cadeau

 

Op zijn beurt ontvangt Jozua dan een feestelijk gewaad. Hier zie je ook de gedachte van de eeuwige ruil, waarover Augustinus schreef: Christus zegt: geef mij van wat van u is, Ik geef u wat van Mij is.

 

De kerk is ontstaan uit Joodse schokeffecten bij de opstanding van Jezus. De ongelovige Thomas was er helemaal onderste boven van. Als hij Jezus de verrezene ontmoet , kan hij alleen maar uitbrengen “Mijn Here en mijn God.”

Uit de vroegste brieven van Paulus die dateren rond het jaar 50, blijkt dat allerlei vormen van verering van Jezus al zijn ingeburgerd en dat zijn naam wordt uitgesproken bij de doop. De vroeg-christelijke hymnen die we in de teksten ontdekten, prijzen Jezus als God.

Vanaf het vroegste begin van de christenheid wordt Jezus al als God aanbeden. Jezus is ook niet geschapen als de engelen, luidt de kerkelijke belijdenis, maar gegenereerd, voortkomen uit de Vader. God is niet denkbaar zonder Jezus Christus. God heeft nooit geleefd zonder Hem.

Als we in Christus God zelf niet ontmoeten, kennen we God niet werkelijk. Zonder Christus denken we dat God in wezen zo is als wij, dat het Hem om macht gaat. Buiten Christus kunnen we God niet kennen. We kunnen zeggen “Als Christus niet helemaal God is, is Hij helemaal niet God.

 

 

Christus is helemaal God of Hij is het helemaal niet.

 

Als Christus niet helemaal God is, worden we niet door God verlost.

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

God zocht een vader voor Zijn zoon

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Heilige Jozef en Jezus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

God zocht een vader voor Zijn zoon

 

De kerstgeschiedenis is een opmerkelijk en bijzonder verhaal. Het heeft zoveel kanten die aandacht vragen. God koos niet alleen heel zorgvuldig Maria uit, maar ook Jozef. Hij wilde dat Zijn Zoon niet alleen een moeder, maar ook een aardse vader zou hebben. En daarom zocht Hij niet een gewoon meisje uit, maar een ondertrouwd meisje als moeder voor Zijn Zoon. Wat maakt dat nu voor een verschil?

 

Als Jezus uit een ongetrouwde maagd geboren zou zijn, zou de Zoon van God een ongehuwde, alleenstaande moeder hebben gehad. Hij zou zonder een aardse vader zijn op gegroeid. Maar Maria was ondertrouwd. Dat was zoiets als verloofd, alleen had het een veel vaster karakter. Het was een schriftelijk vast gelegde overeenkomst. De ondertrouwden hadden echter nog geen seksuele omgang. Het moment daarvoor was pas na de plechtige huwelijkssluiting. Jozef hoorde bij Maria. Hierdoor plaatste God Zijn Zoon in het gezin van Jozef. Hij wist hoe belangrijk het was voor de ontwikkeling van Zijn Zoon op aarde om niet alleen een moeder, maar ook een vader te hebben.

Het geslachtsregister in Mattheus eindigt met: `Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is. Dus niet: Jozef verwekte Jezus zoals bij de voorgaande vaders. Jozef was wel de man van Maria, maar niet de biologische vader van Jezus. De goddelijke Zoon is uit de maagd Maria geboren. Toch wordt de afstamming niet gerekend via Maria, maar via de lijn van Jozef. Wettelijk was Jezus een zoon van Jozef: de eerste, dus erfgenaam. Jozef was uit het geslacht van David. En zo werd Jezus via Jozef een zoon van David. Rom. 1:4 zegt: `Gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest… Gods Zoon…’

 

 

Een betrokken man en vader

 

En omdat Jozef uit het geslacht van David was, moest hij naar Bethlehem — de stad van David – om zich te laten inschrijven. Het register van zijn afstamming was dus goed bijgehouden. En tot onze verbazing nam hij zijn hoogzwangere bruid mee. Waarom doet hij dit? Had hij Maria in haar toestand niet beter thuis kunnen laten? Het is een zware tocht van 140 km dwars door het gebied van de Samaritanen heen. Maar Jozef neemt haar mee. Hij wil haar in haar omstandigheden niet alleen achterlaten. Hij wil haar beschermen tegen hoon en spot. En niet de schijn wekken dat hij Maria in de steek laat. Ze gaan samen.

En zo wordt het Schriftwoord vervuld dat Jezus in Bethlehem geboren zou worden. Het zal kenmerkend worden in hun relatie: waar Jozef is, daar is Maria en omgekeerd. Ze trekken door dik en door dun met elkaar op. Niet slechts even, maar een heel leven lang. Ze hebben dan ook een heel bijzonder geheim samen. Laten we dit in vogelvlucht bezien:

`En de herders kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef en het Kindeke, liggende in de kribbe.’ Jozef was bij de bevalling en stond haar daarin bij (Luc. 2:16). We zien ze weer samen in de tempel om hun Kind aan de Here op te dragen: vers 22 en 27. Vers 33: `En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd’. Ze beleefden de dingen samen. Vers 39: `Ze keerden samen weer terug naar Nazareth’. En dan lezen we in vers 41 dat ze samen elk jaar naar Jeruzalem reisden. Het jaarlijks opgaan naar de tempel was verplicht voor elke mannelijke Israëliet. Maar Maria ging ook mee.

Op een keer toen ze op reis waren naar Jeruzalem, raakten ze hun 12 jarige Zoon Jezus kwijt. De verontruste ouders gaan samen op zoek en zeggen tegen Hem, als ze Hem gevonden hebben: `Zie, uw vader en ik hebben u met angst gezocht’. Jozef was een betrokken vader! God bestuurde het zo dat Jezus in een eenvoudig gezin kwam, maar een goed gezin waar vader en moeder gezamenlijk optrokken, één weg gingen, samen met God!

 

 

Seksueel betrouwbaar

 

Toen Jozef bemerkte dat Maria zwanger was, wist hij het zeker: `Dat komt niet door mij.’ Hoewel hij en Maria ondertrouwd waren, hadden ze geen seksuele gemeenschap gehad. Ze hadden zelfs geen geslachtelijke omgang met elkaar tot de geboorte van de Here Jezus. Jozef werd niet beheerst door zijn seksuele driften, die werden beheerst door hem! Jozef was een man uit één stuk. Het is zo belangrijk voor een meisje om te merken tijdens de verkeringstijd dat haar `jongen’ de baas is over zijn seksuele driften. Het geeft een veilig gevoel. Want als hij zich vóór het huwelijk niet weet te beheersen, kan hij het dan wel in het huwelijk?

Want ook dan is er zelfbeheersing nodig, bijvoorbeeld bij ziekte of als de echtgenoten voor een bepaalde tijd afscheid moeten nemen. Als een man zich seksueel beheerst, krijgt hij de mogelijkheid om het innerlijk van het meisje te kennen en haar met het hart lief te krijgen. Dat deed Jozef. Uit de kerstgeschiedenis blijkt hoe zeer hij Maria lief had!

 

 

Gevoelig en toch sterk

 

Maria wist hoe het met de zaak gelegen was. Maar Jozef wist het niet. Zij wist dat ze geen omgang met een man had gehad, dat ze maagd was. Hoe kon ze dat aan Jozef bewijzen? Wat zat deze jonge vrouw in een moeilijk parket! Ze liep het gevaar van hoererij beschuldigd te worden en daar stond in Israël een hele zware straf op (peut. 22:23, 24). Maar Maria was niet bang. Ze wist dat ze onschuldig was en gaf het over aan God.
Jozef echter wist het niet. Het was voor de hand liggend dat hij dacht dat hij zich in zijn lieve Maria vergist had. Het kon niet anders dan dat ze vreemd was gegaan.

Natuurlijk zal Jozef heel verdrietig zijn geweest en teleurgesteld. Maar het valt op dat hij in deze netelige situatie waarin hij Maria heel gemakkelijk verwijten had kunnen maken, heel teergevoelig handelt. Hij houdt van Maria en is bezorgd om haar. Ook nu! Hij wil haar niet in opspraak brengen. Hij wil niet dat ze over de tong zal gaan. En daarom besluit hij om in stilte van haar weg te gaan. Jozef wilde zich aan de wet houden, die hem verbood om in deze omstandigheden Maria te trouwen. Maar hij ontziet haar zoveel als in zijn vermogen ligt. Hij loopt daarbij wel het risico zelf verkeerd beoordeeld te worden.

Men zou immers denken dat het kind van hem was en nu zijn zwangere ondertrouwde vrouw verliet… Hij verkoos barmhartigheid boven recht. Een grandioze man die Jozef! God had echt een hele goede vader voor Zijn Zoon gekozen! De Bijbel zegt dat hij zo handelde omdat hij rechtschapen was (Matt. 1:19). Het is een ouderwets woord dat staat voor integer, eerlijk, deugdzaam, oprecht. Nu moet u niet denken dat Jozef een zacht gekookt eitje was. Hij is een man zoals hij hoort te zijn: gevoelig en toch sterk.

 

 

Daadkrachtig

 

God grijpt in! Jozef krijgt een droom waarin een engel aan hem verschijnt. Die helpt hem uit de droom! Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest’ (Matt. 1:20). Maria is dus toch niet ontrouw aan hem geweest! Wat zal dat een opluchting voor hem zijn geweest. Hij nam Maria tot zich en had geen gemeenschap met haar tot Jezus geboren was (Matt. 1:25). Nog twee keer komt de engel des Heren tot Jozef en weer zien we zijn directe gehoorzaamheid en flinke wakkere handelwijze.

In Matt. 2:13 lezen we dat de engel tegen Jozef zegt dat hij moet vluchten naar Egypte, omdat Herodes zoekt het kind Jezus te doden. Reactie van Jozef: `Hij stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte.’ Het is belangrijk dat een man leert om duidelijke beslissingen te maken. Niet als een dictator, die alleen rekening houdt met zijn eigen wensen en voorkeuren, maar als een leider die beslissingen maakt in overleg en op basis van wat het beste is voor zijn vrouw en kinderen.

 

 

Gehoorzaam aan God en mensen

 

Het is opvallend dat Jozef telkens stil is en niets terug zegt tegen de engel. Hij handelt ernaar en geeft geen tegenwerpingen. Hij had bijvoorbeeld kunnen zeggen: `Kan de Here God Zijn eigen Zoon niet beschermen? Hij kan toch een legioen engelen sturen? Hij kan Herodes toch onschadelijk maken?’ Niets van dit alles. Ze breken op en vluchten. Ze weten niet voor hoelang. De engel zei: `Totdat de Here het u zal zeggen.’ Egypte is een land vol afgoden. Geen ideale plek voor een gelovig gezin om te wonen. Maar geen gezeur, geen gemopper, geen bezwaren. Jozef gaat onmiddellijk en Maria gaat met hem mee.

 

 

Hoofd van het gezin

 

Het valt op in het verhaal dat de engel des Heren zich steeds richt tot Jozef en niet tot Maria. Jozef doet niet voor spek en bonen mee. Hij leeft niet in de schaduw van de meest begenadigde vrouw die er ooit geleefd heeft, omdat zij de Zoon van God gebaard heeft. De Here geeft hem de leiding over het gezin, zoals aan elke vader. God verkoos deze man als vader voor Zijn Zoon. Hij was een man naar Gods hart.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Pretribulationisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het pretribulationisme is de leer dat de Heer Jezus zijn gemeente van de aarde wegneemt aan het begin of vóór de verdrukking ofwel de laatste jaarweek van Daniël. Zij die deze leer houden worden pretribulationisten genoemd.

 

 

Christus’ oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het woord pretribulationisme komt van ‘pre’ (= voor) en het Latijnse woord ‘tribulatio’ (= verdrukking). Het pretribulationisme hangt samen met het prechiliasme, dat is de leer dat de Heer Jezus terugkomt vóór het toekomstig, duizendjarig vrederijk. Prechiliasten hebben altijd geloofd dat er vlak vóór Christus’ wederkomst een tijd van verdrukking en benauwdheid zal wezen.

 

 

 

Argumenten

 

Voor de stelling dat de gemeente vóór de grote verdrukking wordt verwijderd van de aarde zijn onder meer de volgende argumenten aangevoerd:

 

 

Niet bestemd tot toorn

 

De Grote Verdrukking is de tijd dat de toorn van God over de aarde wordt uitgegoten. De aarde zal worden getroffen door rampen en plagen. De Grote Verdrukking is zwaarder en omvangrijker dan vroegere verdrukkingen. Hoewel de Gemeente verdrukking en vervolging heeft ondervonden en in veel landen nog ondervindt, zal zij niet worden blootgesteld aan de Grote Verdrukking. Want God heeft de Gemeente niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis.

De Grote Verdrukking is een tijd van goddelijke toorn, waarvoor de Gemeente, bestaande uit mensen die met God verzoend zijn, niet bestemd is (1Th1:10; 5:9; Op6:16v.: 11:18).

1Th 1:9 want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen 1Th 1:10 en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn

1Th 5:9 want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus.

Ro 5:9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.

Ro 5:10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door zijn leven. 

In de gemeenten zijn sterken en zwakken, rijken en armen, meesters en slaven. De wereldlingen zullen zich verbergen in de holen en de rotsen voor het aangezicht van God en voor de toorn van het Lam. Daar kunnen de gelovigen van de gemeente van Christus niet bij zijn, want de toorn van God en van het Lam zal hen niet treffen.

Opb 6:15 En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; Opb 6:16 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; Opb 6:17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan

 

 

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. Opb 11:18 En de naties zijn toornig geworden, en uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Herstel van Israël na de bedeling van de gemeente

 

Wij leven nu in de tijd van de gemeente, waarin geen onderscheid is tussen Jood en heiden. Het volk Israël, dat zijn Messias niet kent, miskent of afwijst, is terzijde gesteld. Israël heeft echter niet afgedaan. Gods heilsbeloften aan het volk zijn definitief. Zo zal God Israël als volk terug winnen als Christus Zijn gemeente tot Zich genomen heeft. Duidelijk handelt God weer met Israël ten tijde van de oordelen over het aardrijk. Zo zondert Hij uit dit volk 144.000 dienstknechten af, beschermt hij een vrouw (symbool van het gelovig overblijfsel van Israël) en laat Hij in Jeruzalem twee getuigen optreden. Dat gebeurt allemaal als de bedeling van de gemeente voorbij is en de gemeente verwijderd is van de aarde.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 : het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria