Tagarchief: profetie

Van wie komt genezing en gezondheid?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

God is geïnteresseerd in onze gezondheid

 

Johannes schrijft: ‘Geliefde, ik bid dat het u in alle opzichten goed gaat en dat u gezond bent, zoals het uw ziel goed gaat’ (3 Joh. 2). En Paulus: ‘Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand’ (1 Tess. 2:23-24). En Jakobus: ‘Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan’ (Jak. 5:15). De eerste keer dat God zich aan zijn complete volk in de woestijn voorstelde was als heelmeester: “Ik, de HEER, ben het die jullie geneest” (Ex. 15:26). En Jezus ‘trok rond door het land als weldoener en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij’ (Hand. 10:38).

 

 

gebedsgenezing-bijbel

 

 

‘De Zoon van God is gekomen om de daden van de duivel teniet te doen.’
(1 Johannes 3:8)

 

Het past bij Gods almacht om te genezen, maar ook bij zijn heiligheid, waarin hij zich van al het kwaad afkeert en zich honderd procent naar mensen richt. God is liefde, zegt de Bijbel. Hij heeft zijn goedheid en genade bewezen door Jezus te geven, die stierf voor de zonde én alle gevolgen, ziekte incluis. Wij moeten ons daarom niet laten intimideren door de wereld of ons laten ontmoedigen door onze eigen twijfelachtigheid.

‘Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken’ (1 Kor. 2:12).

 

 

Gods gezichtspunt

 

Praten over ziekte en genezing is altijd spannend en riskant. Spannend omdat iedereen met ziekte te maken heeft en niets liever wil dan dat er genezing optreedt. Riskant omdat er tal van voorbeelden zijn waarbij genezing uit-bleef, ook nadat er vurig werd gebeden. Jawel, er zijn voorbeelden van wonderen, maar die worden meestal ge-zien als incidentele ingrepen van God en niet als een bereikbare mogelijkheid waar je als christen aanspraak op mag maken.

Als onze ervaring ons vertrekpunt en onze limiet zou zijn, zouden we niet al te hoopvol gestemd zijn. Toch willen we ons niet laten leiden door wat we zien, maar door het Woord van God. We willen God kennen zoals hij zichzelf presenteert in de Bijbel en zoals dat bevestigd wordt in ons hart door zijn Geest. Want ons geloof moet niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God, schrijft Paulus.

‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefhebben. God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God’ (1 Kor. 2:5, 9, 10).

God heeft een plan met mensen. Toen God de mens schiep, zag hij dat het zeer goed was (Gen. 1:31). De mens had het in alle opzichten geweldig: er was rust, overvloed, gezondheid en geen zonde. Zo wilde God dat. Die situ-atie veranderde toen de duivel er in slaagde de mens tot zonde te verleiden.

Jezus noemt de duivel de mensenmoordenaar vanaf het begin (Joh. 8:44).

De gevolgen zijn bekend: de dood deed zijn intrede en als gevolg daarvan werd ziekte deel van ons sterfelijke bestaan. Uit de wordingsgeschiedenis van de mens weten we dus dat ziekte niet bij God maar bij de duivel van-daan komt. Het is een gevolg van de zonde en absoluut niet door God gewenst. Ziekte maakt deel uit van de vloek die de zonde veroorzaakt heeft. Om die reden liet God in de tijd van het Oude Testament ziekte toe als mid-del tegen zijn vijanden (zoals tegen de Egyptenaren tijdens het optreden van Mozes).

Voor zijn volk was er juist gezondheid en voorspoed; tenminste, wanneer het God volgde. Dat was tegelijkertijd een enorm getuigenis voor de omringende volken. Dit blijkt bijvoorbeeld uit Exodus 15:26:

‘Als jullie de woorden van de Heer, jullie God, ter harte nemen, als jullie doen wat goed is in zijn ogen en al zijn geboden en wetten gehoorzamen, zal ik jullie met geen van de kwalen treffen waarmee ik Egypte heb gestraft. Ik, de Heer, ben het die jullie geneest.’

Israël ondervond aan den lijve dat God een hekel heeft aan ziekte toen hij bitter water gezond maakte nadat Mo-zes er een stuk hout in had gegooid. De profeten voorspelden dat er een tijd zal komen dat God definitief met zonde en ziekte zal afrekenen, namelijk wanneer de Messias zal komen. Bijvoorbeeld Jesaja in hoofdstuk 53:4-5:

‘Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.

Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij gestraft, zijn strie-men brachten ons genezing.’ We zullen zien dat deze profetie 500 jaar later wordt aangehaald, maar dan om te vertellen dat hij in vervulling is gegaan. God heeft genezing gebracht!

 

 

4dd0daaa2e0d4955dd713ed88ca55be6

 

 

Jezus de geneesheer

 

Toen Jezus aan zijn optreden begon, vertelde hij direct dat hij degene was waarover Jesaja sprak. In Lucas 4:18-19 betrekt hij de woorden van Jesaja 61:1-2 op zichzelf:

“De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.”

Jezus maakt vanaf de start van zijn optreden duidelijk dat hij de volmacht heeft om in te grijpen in de wereld die gebukt gaat onder zonde en ziekte. Hij presenteert manifestaties van overwinning over de duisternis die zijn pre-diking van het koninkrijk van God onderstrepen. Gods heerschappij wordt zichtbaar in genezing en bevrijding. Matteüs vat aan het begin van zijn evangelie Jezus’ werk dan ook als volgt samen (4:23-25):

‘Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.’

Jezus’ optreden bestond dus uit drie elementen: verkondiging, onderricht en genezing. Na het onderricht (de Bergrede in de hoofdstukken 5-7) beschrijft Matteüs dan ook tien genezingen:

  • de lepralijder die buiten de samenleving stond (8:2),
  • de verlamde slaaf van een centurio, iemand die voor de Joden als heiden gold (8:5),
  • de schoonmoeder van Petrus (8:14),
  • twee bezetenen die bevrijd worden van demonen (8:28),
  • een verlamde (9:2),
  • een bloedvloeiende vrouw (9:20),
  • het dode dochtertje van de godsdienstleider Jaïrus (9:23),
  • twee blinden (9:27) en een doofstomme man (9:32),

 

nummer tien is een speciaal geval, namelijk de evangelieschrijver Matteüs zelf, die genezen wordt van geldzucht en van wie Jezus zegt: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel” (9:9-12).

Middenin de beschrijving van Jezus’ optreden verwijst Matteüs naar de vervulling van de profetie die we al eerder aanhaalden (Matt. 8:16-17):

‘Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij hem. Met een enkel bevel dreef hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja.

Vervolgens legt hij het motief bloot waar vanuit Jezus werkte:

‘Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hopeloos uitzagen, als schapen zonder herder.’

Daarna stuurt Jezus zijn volgelingen eropuit om met zijn volmacht hetzelfde te doen: het evangelie van het ko-ninkrijk verkondigen, onderrichten én genezen.

 

 

hij-geneest

 

 

Jezus’ volgelingen doen hetzelfde

 

Zoals gezegd, stuurt Jezus zijn discipelen eropuit om hetzelfde te doen als hij:

Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen’ (Matt. 10:1).

Die taak kreeg een definitief vervolg, die voortduurt tot op de dag van vandaag.

Vlak voordat Jezus teruggaat naar de Vader, onderstreept hij dat dit geen tijdelijke opdracht is, maar de basis-uitrusting waarmee God zijn kinderen op weg stuurt. In Marcus 16:15-18 zegt hij:

“Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend. Wie gelooft en gedoopt is, zal worden gered, maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld. Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen her-kenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbeken-de talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.”

Zo wordt in de Nieuwtestamentische gemeente de heerschappij van God niet alleen verkondigd en onderwezen, maar ook gedemonstreerd, precies volgens Jezus’ bedoeling. Hieruit blijkt hoe betrouwbaar en consistent God is. In het paradijs wil hij al geen ziekte. Aan zijn volk openbaart hij zich als de geneesheer. In de Here Jezus worden zijn beloften vervuld en door de heilige Geest mogen wij delen in zijn volmaakte offer, want Hebreeën 13:8 zegt:

‘Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.’

 

 

media_xl_1238473

 

 

Christus’ triomf

 

Jezus heeft Gods koninkrijk binnen bereik gebracht. Met zijn komst (als de laatste Adam, 1 Kor. 15:45) werd het probleem van de zonde definitief opgelost.

‘God heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd’ (Kol. 2:15).

Wij zijn door hem bevrijd uit de macht van de duisternis en ontvangen eeuwig leven. ‘Maar u bent nu verlost van de zonde en dienaars van God geworden. Het gevolg daarvan is dat u nu bij God hoort en eeuwig leven krijgt’ (Rom. 6:22).

Eeuwig leven is niet alleen een leven zonder einde, maar ook een leven zonder ziekte en in voorspoed. Dat leven kwam Jezus ons brengen. Jezus wijst de duivel aan als de oorzaak van kwaad, ellende en ziekte en zichzelf als de oplossing daarvoor: “De dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid” (Joh. 10:10).

Jezus geeft ons dus volheid van leven, hoewel we dat niet verdiend hebben en ook nooit zullen kunnen verdie-nen, hoe goed we er ons best ook voor doen. Het is een genadegift. Maar geen goedkope genade, het kostte God zijn Zoon. God is rechtvaardig. Hij moest onze zonden daarom ook rechtvaardig straffen. Dat heeft hij ge-daan door zijn Zoon in onze plaats zonde te laten worden, zodat wij in zijn plaats rechtvaardig zouden worden (2 Kor. 5:21).

De Bijbel laat er geen misverstand over bestaan dat Jezus zowel voor onze zonden als voor onze ziekten stierf. Zoals een aardse vader graag de ziekte van een kind wil overnemen, zo deed onze hemelse Vader dat, aan het kruis. Het werd een complete ruil. Jezus ontving wat hij niet bezat: onze schuld, zonde en ziekte, zodat wij zouden ontvangen wat wij niet bezaten: zijn rechtvaardigheid en leven. God wilde die ruil, omdat hij het goede voor zijn kinderen wil.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

Behoud is ook genezing

 

Toen Jezus uitriep (Joh. 19:30) “Het is volbracht”, betekende dat letterlijk ook: ‘het is betaald’. Jezus heeft betaald voor onze zonden en voor de gevolgen daarvan. Door hem zijn wij behouden. Om te ontdekken wat de gewel-dige consequenties van zijn overwinning zijn, is het belangrijk om de rijkdom van het woord ‘behoud’ te begrijpen.

Paulus schrijft in Romeinen 1:16:

‘Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.’

Letterlijk betekent behoud zowel redding, verlossing en bevrijding als genezing en heelmaking. Het is een woord dat de complete verlossing van de mens op alle levensterreinen aanduidt. Als Jezus zegt dat hij gekomen is om ons volheid van leven te geven, bedoelt hij een compleet en volmaakt leven.

Dit woord behoud wordt soms gebruikt in specifieke situaties van genezing. Bijvoorbeeld in Handelingen 4, waar Petrus en Johannes door de Joodse leiders worden ondervraagd nadat ze een verlamde hadden genezen. Ze vra-gen hen (vers 7): “Door welke kracht of in wiens naam hebt u dit gedaan?” Waarop Petrus uitlegt dat dit door de naam van Jezus is gebeurd en hij vervolgt zijn verklaring over de genezing met (vers 12):

“En de behoudenis  is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.”

Teksten waarin het over ‘behoud’ of ‘redding’ gaat bedoelen dus een volledige begrip. Bijvoorbeeld Hebreeën 7:25, waar Jezus als onze grote Hogepriester wordt beschreven, door wie wij God vrijmoedig mogen naderen:

‘Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.’  Jezus kan dus volkomen genezen wie door hem tot God komt.

 

 

4234137

 

 

De sleutel tot genezing

 

Het staat dus vast dat wij in Christus niet alleen vergeving voor onze zonden maar ook genezing hebben ont-vangen. Er is geen enkele Bijbelse aanleiding om de vergeving al wel te aanvaarden en de genezing te plaatsen na Jezus’ wederkomst. Dat is een dualisme gebaseerd op de praktijk van onze beperkte ervaring en niet op de prak-tijk van Gods Woord.

Het is waar dat we deze realiteit van God helaas maar beperkt zien functioneren. Maar het is onterecht om de realiteit zoals die zich aandient te laten voor wat ze is wanneer we Gods Woord serieus willen nemen. De duivel kan ons lastig vallen of misleiden, maar als God ons door zijn Woord aanspreekt hebben we uitsluitend met hem te maken.

De genezing die we in Christus ontvangen hebben kan daadwerkelijk zichtbaar worden door geloof. Jezus zegt (Matt. 21:21-22):

“Ik verzeker jullie: als jullie geloven zonder te twijfelen, zul je niet alleen teweeg kunnen brengen wat er gebeurde met de vijgenboom, maar zul je zelfs tegen die berg kunnen zeggen: ‘Kom van je plaats en stort je in zee,’ en het zal gebeuren. Alles waarom jullie in je gebeden vragen zullen jullie krijgen, als je maar gelooft.”

Het is goed om hier een misverstand uit de weg te ruimen. Bij ‘geloof’ denken wij al gauw aan iets dat we in ons-zelf moeten vinden. Maar Jezus zegt juist (Marc. 11:22): “Heb geloof in God.” Het gaat hier dus niet om een ge-voel of zekerheid in onszelf maar om het besef van wie God is en wat hij in Jezus voor ons heeft gedaan. Geloof komt van God, hij wekt het in ons op als we ons richten op Jezus. Door Gods waarheid in Jezus te zien gaat geloof (bijvoorbeeld in genezing) vanzelf functioneren.

Christenen denken al gauw aan pijnlijke situaties waarin iemand verweten wordt te weinig geloof te hebben door-dat genezing na gebed uitbleef. Dat is allerminst Gods weg en bedoeling. Inderdaad, hij roept ons op om de ge-nezing die hij voor ons aan het kruis heeft gekocht in geloof te aanvaarden. Maar hij vraagt geen prestatie van onze kant.

Dat we genezing vaak niet zien functioneren heeft dus te maken met ongeloof, dat we niet weten wat ons in Christus is geschonken en dat we de praktijk als maatstaf hanteren en zelfs geen genezing verwachten. Maar onze maatstaf is het volmaakte offer van het Lam, dat onze Hogepriester is. In hem staan wij volmaakt voor God en hebben zowel veroordeling als ziekte geen recht meer op ons leven. Wij hoeven onszelf niet meer te kwalificeren voor genezing, want Christus is in onze plaats gekwalificeerd. Hij heeft aan Gods eis voldaan.

 

 

4dd0daaa2e0d4955dd713ed88ca55be6

 

 

Manieren waarop God geneest

 

Er zijn verschillende middelen die God gebruikt om genezing die hij aan het kruis heeft bewerkstelligd in ons leven te laten doorbreken.

 

 

1. Het Woord

 

De basis voor genezing is Gods Woord. Wanneer de waarheid over genezing wordt geopenbaard zullen mensen geloven en genezen. Daarom is het ook zo belangrijk om de Bijbelse waarheid over genezing in de gemeente te onderwijzen en te belijden.

In Spreuken 4 vers 20-22 wordt Gods woord een medicijn voor het lichaam genoemd. ‘Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden, geef aan mijn uitspraken gehoor. Houd ze steeds voor ogen, bewaar ze in het diepste van je hart. Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden, sterken heel je lichaam als een medicijn.’

Als dat medicijn achterwege blijft en in de verkondiging genezing wordt overgeslagen kan ziekte welig blijven tieren. Er zijn voorbeelden van mensen die door bijbels onderwijs over genezing plotsklaps of langzamerhand gezond werden.

 

 

bijbel-mooi

 

 

2. Avondmaal

 

Doordat wij deelhebben aan Jezus’ opstanding, is het avondmaal een niet te onderschatten middel als belijdenis van ons geloof. Jezus stelde het avondmaal persoonlijk in door het brood aan te reiken met de woorden:

“Neem, eet, dit is mijn lichaam,” en de beker met wijn: “Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden” (Matt.26:26-30).

Daarmee werd het een vast en krachtig onderdeel van het gemeenteleven.

Tijdens het avondmaal denken we aan twee dingen. Het bloed van Jezus, dat tijdens het avondmaal gebruikt wordt, staat voor de vergeving van onze zonden (Kol. 1:14, Ef. 1:7). Er wordt tijdens het avondmaal vaak aan gere-fereerd dat we het bloed van het nieuwe verbond drinken, waar we geweldig dankbaar voor mogen zijn. Maar wat betekent het brood? Het brood staat voor onze genezing, want het representeert Jezus’ lichaam. We weten uit de evangeliën dat het aanraken van Jezus’ lichaam genezing bracht.  Dat impliceert alles wat hij met zijn dood bewerkstelligd heeft, inclusief genezing.

Het omgekeerde is ook waar. In Korinte leidde misstanden tijdens het avondmaal tot ziekte. Sommigen maakten van het avondmaal voor zichzelf een braspartij, terwijl zij anderen niets gunden. Hierdoor kon het genezende werk van het avondmaal geen doorgang vinden. Paulus waarschuwt in 1 Korintiërs 11:30:

‘Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven.’

 

 

holy-supper

 

 

3. Gaven van genezing

 

God heeft aan de gemeente gaven van genezingen gegeven; mensen die, als antwoord op gebeden, namens God genezing uitspreken. In 1 Korintiërs 12: 7, 9 lezen we:

‘In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. De een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen.’

Waar de kracht van het Woord altijd en door iedereen kan worden ervaren en toegepast (ook m.b.t. genezing), gaat het hier om door de Geest geleide momenten in de gemeente van Christus. De heilige Geest leidt in een samenkomst van gelovigen (groot of klein) tot specifieke gebedsverhoring en schakelt anderen in als transport-kanaal van zijn genezing door hen gaven toe te vertrouwen van onderscheid, genezing, bevrijding. Sommigen krijgen van hem daartoe zelfs een specifieke taak, die in de gemeente herkend en bevestigd kan worden.

 

 

gave van genezing

 

 

4. Oudsten in de gemeente

 

De praktijk van genezing hoort thuis in de gemeente  omdat genezing alles te maken heeft met gezonde relaties. Het gaat in de gemeente om de totale mens in gemeenschap met broeders en zusters. Jakobus schrijft in 5:14 en 15:

‘Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wan-neer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden.’

In het Nieuwe Testament wordt ziekte in de gemeente als een onwenselijke uitzondering gezien. Onderlinge zon-de houdt ziekte in stand. Daarom werkt concrete zonde opruimen genezend en schrijft Jakobus (in 5:16):

‘Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krach-tig en mist zijn uitwerking niet.’

Bedenk wel dat het hier gaat om een situatie waarin de eerste drie genezingsmiddelen (bijbelse verkondiging over genezing, genezend gebruik van het avondmaal en ruimte voor gaven van genezingen) in de gemeente verondersteld worden. Wanneer christenen zich voor het eerst met genezing bezighouden, beginnen ze vaak bij Jakobus 5, met als gevolg dat het fundament (goed zicht op de waarheid) ontbreekt en er geloof in het ritueel in plaats van in God zelf ontstaat.

Ziekenzalving is geheel bijbels, maar niet de eerste weg die God wijst. Het is de weg die we mogen gaan wanneer de hoofdweg en de parallelweg nog geen doorbraak geven. God laat hierin opnieuw zien hoe belangrijk hij het vindt dat zijn kinderen gezond zijn. Hij voorziet ons van allerlei middelen om zijn zegen te ontvangen.

 

 

slide_49

 

 

5. Gelovige vrienden

 

Zoals gezegd, is geloof essentieel in het ontvangen van genezing. Maar iemand die ziek is, kan soms niet geloven. Gelukkig kan het geloof van anderen zo iemand er bovenop helpen. We zien dat bijvoorbeeld in Matteüs 9:1-8, waar een paar mensen een verlamde vriend bij Jezus brengen.

‘Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: “Wees gerust, uw zonden worden u vergeven. Sta op, pak uw bed en ga naar huis.” En hij stond op en ging naar huis.’

Deze man werd genezen op grond van het geloof van zijn vrienden, die hem bij Jezus brachten. Dit is een enorme bemoediging voor een biddende gemeente. Want het gezamenlijke gebed van medegelovigen is zeker niet krachteloos. Vandaar ook dat er voorbeelden zijn van mensen voor wie ’s zondags in de dienst voorbede wordt gedaan en die dan daadwerkelijk hulp en genezing ontvangen.

Maar wat zijn volgens de bijbel oorzaken van het uitblijven van genezing. De ideale voedingsbodem van zowel ongeloof als zonde is wetticisme. Zodra we onszelf of elkaar langs de meetlat van de wet leggen, voldoet nie-mand en verliezen we ons geloof in Gods genade. Het is dan ook niet zo vreemd dat Paulus bij het fundamenten leggen van het gemeenteleven daar in zijn brieven zo vaak en fel voor waarschuwt.

Onze verlossing is volledig gebaseerd op Gods gerechtigheid, die hij ons heeft toegerekend. Wij hoeven niets meer te verdienen of met hem in orde te maken. De Farizeeën en schriftgeleerden wilden door de wet in acht te nemen hun heil verdienen. Nadat de discipelen zich tot discussie hadden laten verleiden (Marc. 9:14) en zo weer waren gaan twijfelen aan de macht van Jezus’ genade, konden ze die bezeten jongen niet bevrijden. Jezus verwijt hun dan ‘ongeloof’ (vers 19). Vandaar ook dat hij hen nadrukkelijk waarschuwt:

‘Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën’ (Matt. 16:6).

Een veelgebruikte wettische truc van de duivel is om ons met een gevoel van geestelijkheid op onszelf en niet op de Here Jezus terug te werpen. “God zal mij vast niet genezen, want ik ben zo zondig en ik heb zo weinig ge-loof…” Gelukkig dat God niet onze zonden en ons geloof in onze situatie, maar onze rechtvaardige positie in hem en ons vertrouwen in het volmaakte offer van Jezus als sleutel tot genezing heeft gegeven, zodat deze smoesjes bij goed onderwijs geen stand houden.

 

 

leer-methodes

 

 

Genezing in de praktijk

 

Hier zijn een paar richtlijnen voor het omgaan met genezing in het gemeenteleven.

 

 

1. Gods Woord hoogachten

 

Belangrijker nog dan het aanvaarden van Gods waarheid over genezing is dat die waarheid door iedere christen daarna ook herkauwd en uitgediept wordt en een blijvende plaats krijgt in het gemeenteleven. God wil heel graag zijn volledige genezingsperspectief laten zien en laten functioneren, maar hij geeft ons ook de tijd om dit met anderen te delen, zodat we op dezelfde lijn komen. Het liefst heeft hij dat iedereen instemt en bij de kudde blijft. Maar hij wil vooral dat er een goed bijbels fundament wordt gelegd, zodat het geloof van de gemeente niet ge-baseerd is op een boekje, een studie of een voorganger, maar op God en op wat hij in zijn Woord openbaart.

 

 

2. Bewogenheid

 

Geen genezing zonder ontferming. Ook voor Jezus was bewogenheid de aansteker voor zijn genezende kracht. In Matteüs 9 lezen we dat hij het goede nieuws over het koninkrijk verkondigde en dat ondersteunde met onder-richt en genezingen.

Maar we lezen ook het motief van waaruit hij dit deed:

‘Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder’ (Matt. 9:35-36). En in Matteüs 14:14 lezen we: ‘Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en genas hun zieken.’

Liefdeloosheid en gebrek aan werkelijke gemeenschap zijn belangrijke oorzaken van een gebrek aan bewogen-heid en dus van een gebrek aan kracht. Bij genezing is daarom (naast gebed om geloof in het volbrachte werk van Christus) gebed om een bewogen hart essentieel.

 

 

3. Moed

 

Wanneer je de boodschap dat we van God genezing hebben ontvangen gaat verkondigen en uitoefenen, word je onherroepelijk geconfronteerd met tegenstand. Het is noodzakelijk dat we moedig en waardig de koninklijke weg bewandelen door mensen in liefde te woord te staan en hen op Gods Woord te beproeven. Titus kreeg in dit ver-band van Paulus de volgende aanmoediging (2:11, 15):

‘Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. Gebruik je gezag om dit te verkondigen, moedig aan en wijs terecht. Laat niemand op je neerkijken.’

 

 

4. Geduld

 

Paulus noemt zichzelf een kundig bouwmeester (1 Kor. 3:10). God heeft kundige bouwmeesters nodig om een goed fundament van de overwinning van Jezus te kunnen leggen. Bouwen kost tijd. Het integreren van Gods genezende liefde ook. Gelukkig heeft God ook tijd. Wij mogen in alle rust ontdekken wat wijsheid is. Niet om aan dit belangrijke thema af te doen, wel omdat rust Gods manier van werken is. Die rust mogen we van hem over-nemen.

Verschillende brieven in het Nieuwe Testament beginnen met de zegen:

‘Genade zij u en vrede…’

Genade is alles wat God ons heeft gegeven in het offer van zijn Zoon, waaronder genezing. Vrede is de rust die dat in ons leven brengt. Wanneer verkondiging van de boodschap van genade (genezing) de vrede verstoort vanwege ons ongeduld of onze onwijsheid, belemmeren we het werk van de Geest. Dus: moedig rechtop blijven staan en volharden, maar niet gaan rennen; God werkt, wij rusten in zijn volbrachte werk.

 

 

7136f4cc768dcde89a4735433549ec17

 

 

Knellende vragen

 

Is genezing niet alleen geestelijk bedoeld; de rest komt na de wederkomst van Christus?

 

Dat is westers dualisme en geen Bijbelse theologie. De profetie is vervuld, zoals we lezen in Matteüs 8:16 en 17:

‘Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij hem. Met een enkel bevel dreef hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich genomen heeft.’

 

 

Heeft God voor alle ziekten betaald?

 

In Matteüs 9:35 staat:

‘Waar hij ook kwam, genas hij iedere ziekte en elke kwaal.’

Johannes zegt in zijn evangelie (Joh. 3:16) dat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Wat is eeuwig leven?

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus,” zegt Jezus in Johannes 17:3.

Je ontvangt genezend leven wanneer je de ware God gaat leren kennen, die zich onder andere bekend maakt als… geneesheer!

 

 

In Betesda genas Jezus toch niet alle zieken? Hoe zit dat dan?

 

Het is een voorbeeld van ‘postmodern Bijbel lezen’ om Johannes 5 als ‘bewijs’ te gebruiken dat Jezus toch niet iedereen genas. Er zijn natuurlijk nog veel meer mensen die hij niet heeft genezen. Dat kwam eenvoudigweg doordat hij toen hij op aarde was lang niet overal geweest is. Bovendien blijkt steeds weer dat hij alle mensen genas die op hem af kwamen. Dat waren dus mensen die graag genezen wilden worden. Ze geloofden in hem en aanvaardden zo wat hen wilde geven.

Johannes 5 vormt daarop een uitzondering, omdat Jezus daar zelf (‘ongevraagd’) in dat badhuis op iemand afstapt, mogelijk omdat hij met ontferming bewogen werd over de man die daar al 38 jaar volkomen kansloos leek te liggen. Wat precies de reden is dat Jezus juist hem uitkiest, wordt echter niet vermeld. Ook wordt niet vermeld dat die anderen (later) niet genezen werden.

 

 

Maar hoe zit het dan met het lijden dat wij in deze wereld meemaken?

 

Dat is zonder meer een realiteit. Daarom zien we ook zo uit naar de wederkomst van de Here Jezus. Want al zijn wij verlost, om ons heen zucht de schepping. Wij zijn geen burgers van deze (zieke, verdorven) wereld, maar (gezonde, vergeven) hemelburgers (Fil. 3:20). Als hemelburger leef je natuurlijk het liefst thuis, in een volmaakte omgeving, zonder pijn en ellende om Christus’ wil en zelfs zonder dat je nog hoeft te geloven, omdat je alles direct kunt zien.

 

 

En wat moet je in dit kader dan met ‘de vervolging om Christus’ wil’?

 

De Here Jezus zei tegen vier van zijn discipelen: “Wat jullie zelf betreft: pas goed op. Jullie zullen voor het gerecht worden gesleept en in synagogen worden gegeseld, en jullie zullen voor gouverneurs en koningen moeten ver-schijnen om voor hen van mij te getuigen.” (Marc. 13:9). Tegen de gemeente zegt hij:

“Wees niet bang voor wat u nog te wachten staat. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden gegooid, en zo op de proef worden gesteld; tien dagen lang zult u het zwaar te verduren hebben” (Op. 2:10).

Let op: de vervolging waar het in dit verband om gaat wordt niet veroorzaakt door ongelovigen, maar door reli-gieuze mensen, zogenaamde gelovigen, dwaalleraars die de gelovigen die van genade leven weer onder de wet willen brengen. Over hen zegt Jezus (Matt. 16:6):

“Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de Farizeeën en de Sadduceeën” en (Joh. 15:20): “Een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen.”

 

 

Als gezondheid een gevolg is van je rechtvaardige positie in Christus, hoe kan het dan dat hij ook ongelovigen genas?

 

Dat zijn twee verschillende dingen. Gelovigen zijn gezond op basis van hun rechtvaardige positie. Ongelovigen ontvangen genezing met als doel dat ze ook de andere elementen van ‘behoud’ (vergeving, verlossing, bevrij-ding) gaan zien en zullen aanvaarden. Het is altijd Gods doel dat we hem als Heer van ons leven aanvaarden.

Hij gebruikt genezing om mensen te helpen om in hem te geloven, ook al lijkt de uitwerking in de bijbel soms anders te zijn. Voor ons is geloof niet alleen een gift, maar doordat we Jezus als Heer van ons leven hebben aan-vaard ook een recht. Als kind van God mag je er aanspraak op maken (je hebt het al ontvangen), ongelovigen mogen er om bidden. Als zij hun vertrouwen op Jezus stellen wil God ook hen gezond maken.

 

 

Is het niet meedogenloos om te zeggen dat iedereen kan genezen?

 

Nee, het is eerder meedogenloos om mensen te zeggen dat er geen oplossing is voor hun ziekte, terwijl Jezus daarvoor betaald heeft. Het is een ontkenning van de volheid van Christus’ werk, die helaas eeuwenlang bestaat en wereldwijd aanvaard is.

 

 

God kan mijn ziekte toch gebruiken om mij afhankelijk van hem te houden?

 

Nee, dat is een leugen van de duivel. Afhankelijkheid is volgens de Bijbel juist dat je afhankelijk bent van het ge-nezende offer van Jezus Christus.

 

 

Gebruikt God ook dokters om te genezen?

 

Zeker, God laat alle dingen meewerken ten goede. Dokters zijn een zegen van God. Elke genezing die via een dokter plaatsvindt, is net zo goed een wonder van God. Het is alleen niet primair de weg die hij in de Bijbel wijst. Wij gaan vaak eerst naar een dokter en als er geen uitzicht is naar dokter Jezus. God wil het graag andersom: dat we in alles (eerst) bij hem komen. Dan kan hij hetzelfde genezingsproces, maar dan zonder tussenkomst van een dokter en vele malen grondiger en sneller, laten plaatsvinden.

 

 

Wat doe je als genezing uitblijft?

 

Wanneer je voor wat genezing betreft geworteld bent in Gods Woord, is de volgende stap om zijn volmaakte of-fer te gaan belijden. Je gaat dus niet langer ‘bidden om genezing’, maar in de wetenschap dat je die genezing al ontvangen hebt ‘belijden dat je door zijn striemen genezen bent’, ook als je dan nog niet direct ziet dat de gene-zing in je lichaam zichtbaar wordt. In feite is dat een vergelijkbaar proces als bij schuldgevoel: je belijdt dat je vergeven bent en gaat vanzelf zien dat dit in je denken en gevoel doorwerkt.

Een voorbeeld uit het optreden van Jezus illustreert dit proces. In Marcus 11 vervloekt Jezus een vijgenboom. Op dat moment gebeurt er niets zichtbaars, maar later wel:

‘Toen ze ’s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen, zagen ze dat hij tot aan de wortels verdord was’ (vers 20). Het krachtwoord van de Here Jezus liet ter plekke de wortels sterven; het resultaat was de volgende dag pas goed zichtbaar.

Wanneer in de naam van Jezus genezing over je wordt uitgesproken, sterft de ziekte onmiddellijk aan de wortel. Gods Woord is namelijk betrouwbaar. De uitwerking kan echter nog even op zich laten wachten. Dan is het zaak om in geloof vast te blijven houden aan Gods volbrachte werk en de uitwerking daarvan op jouw leven. Laat het niet roven door ongeloof, gebaseerd op wat je ziet en niet op wat je gelooft.

 

 

Is het niet wijs om ‘God wil het (nu) niet’ als mogelijkheid te blijven zien?

 

Deze gedachte ligt zeer voor de hand en komt vaak voort uit een diepe betrokkenheid bij mensen die ziek blijven nadat met hen gebeden is. Maar juist dan moeten we niet aan Gods Woord gaan twijfelen. Niet onze praktijk (hoe kwetsbaar en pijnlijk ook) maar Gods realiteit is ons onwrikbare fundament.

Wel moet je er alles aan doen om te voorkomen dat er in zulke situaties veroordeling ontstaat, zowel van de kant van de zieke (‘Ik genees niet, want ik heb zo weinig geloof’), als van de kant van de bidder (‘Hij of zij geneest niet omdat ik niet in geloof bid’).

De constatering dat iemand (nog) niet genezen is moet altijd gepaard gaan met het basisprincipe dat er geen veroordeling meer is voor hen die in Christus Jezus zijn (Rom. 8:1).

Dat wij bepaalde situaties in Gods hand leggen kan wijs zijn, maar moeten we niet tot norm verheffen. God gunt ons de tijd om te zoeken en te groeien; daar is hij onze hemelse Vader voor. Laten we die ruimte echter niet ge-bruiken als aanleiding voor het vlees, door vanuit bepaalde ervaringen iets van zijn (en onze!) overwinning af te doen.

‘De Zoon van God is gekomen om de daden van de duivel teniet te doen’ (1 Joh. 3:8).

 

 

hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega

 

pasteltekening van John Astria:  ” eeuwig leven “

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Onze-Lieve-Vrouw van Smarten

Standaard

Categorie: religie

 

Onze-Lieve-Vrouw van Smarten

 

Onze-Lieve-Vrouw van Smarten is een katholieke advocatie van Maria. Dit feest wordt jaarlijks op 15 september, de dag na het feest van de Kruisverheffing gevierd. Doorheen de eeuwen kent OLV van Smarten een grote verering binnen het volksgeloof.

Mariologie

 

Een Spaanse Dolorosa, typisch met de tranen uit kristal, Granada

 

 

 

Beierse Dolorosa, aan de voet van het Kruis

 

 

 

 

De zeven Weëen die het Hart doorboren, Fresco in Santo Stefano Rotondo, Rome

 

 

 

Mater Dolorosa, Aelbrecht Bouts

 

 

Met dit feest gedenkt de Katholieke Kerk de zeven smarten van Maria:

  1. De profetie van Simeon in de Tempel bij het opdragen van Jezus, Lukas 2:25-35
  2. De vlucht naar Egypte, Mattheüs 2:13-14
  3. Het zoekraken van Jezus in de Tempel, Lukas 2:42-51
  4. Ontmoeting van Maria met Jezus op weg naar de Calvarieberg
  5. Maria staat onder Jezus’ kruis, Johannes 19:25-27
  6. Maria omhelst Jezus’ dode lichaam na de kruisafneming
  7. Jezus wordt begraven, Mattheüs 27:57-66, Markus 15:42-47, Lukas 23:50-56, Johannes 19:38-42

 

 

Iconografie

 

Er zijn strenge regels hoe een Dolorosa wordt afgebeeld, hierdoor ze is nadrukkelijk te onderscheiden van een Piëta en van stabat Mater. In de westerse iconografie wordt Onze-Lieve-Vrouw van zeven Smarten afgebeeld als een vrouw van wie het hart doorstoken is met zeven zwaarden. Vaak wordt ze als oudere vrouw afgebeeld, waarbij alle aandacht uitgaat naar de expressie op het gezicht. Vaak neemt Maria een biddende en berustende houding aan. Normaal draagt ze eenvoudige kleding zoals voor Joodse vrouwen geldt. In de 17de-eeuwse Spaanse canon wordt Maria veelal gekroond voorgesteld en draagt ze een grote mantel uit zwart fluweel die kostbaar is geborduurd.

 

 

Pauselijk gekroonde Dolorosa’s

 

Onze-Lieve-Vrouw van de Zeven Weeën, Los Llanos de Aridane

María Santísima de la Amargura, Sevilla.

Esperanza MacarenaSevilla

Nuestra Señora de los Dolores Coronada, Camas

Onze-Lieve-Vrouw van de Eenzaamheid, Parla

Onze-Lieve-Vrouw van Victorie, Huelva

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De psalmen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

Psalmen

 

 

Het boek der Psalmen is in de loop der tijd een inspiratiebron geweest voor gelovigen. Het zijn niet alleen maar lofzangen voor de Heer, maar ook leerdichten waarin een rijke boodschap is neergelegd.

 

 

De naam

 

De naam die door de Joden aan het boek van de Psalmen is gegeven is Tehillim. Onze Nederlandse naam ‘Psal-men’ is de vertaling van de Griekse titel uit de Septuaginta (Griekse vertaling van het Oude Testament) Psalmoi, dat eenvoudig ‘liederen’ betekent. Het woord ‘Psalm’ is van het Griekse Woord ‘Psalterion’ dat kan worden ver-taald met ‘harp’ of een ander snaarinstrument. Vanuit het Grieks betekent ‘Psalmen’ dus liederen bij snarenspel. Tehillim wordt meestal vertaald met ‘lofzangen’. Het boek Psalmen bevat 150 liederen/lofzangen die begeleid kunnen worden met snarenspel.

 

 

 

De structuur

Het boek is onderverdeeld in vijf hoofddelen

1.      Psalm 1-41
2.      Psalm 42-72
3.      Psalm 73-89
4.      Psalm 90-106
5.      Psalm 107-150

Hoewel niemand precies weet hoe deze indeling is ontstaan, is het wel opvallend, dat de vijf hoofddelen van de boeken der Psalmen nauwe verwantschap hebben met de vijf boeken van Mozes.

 

 

 

 

 

 

De structuur van het boek der Psalmen

 

 

1. Psalm 1-41: Het boek GENESIS, aangaande de mens

 

De raad van God aangaande de mens. Alle zegeningen komen voort uit gehoorzaamheid (vg.Psalm 1: 1 met Gen. 1: 28). Gehoorzaamheid is ‘de boom des levens’ voor de mens (vg. Psalm 1: 3 met Gen.2: 16). Ongehoorzaamheid leidt tot de val van de mens (vg. Psalm 2 met Gen.3). Het herstel kan alleen plaatsvinden door de Zoon van Adam (Zoon des mensen) in Zijn verzoenend werk als het ‘zaad van de vrouw (vgl. Psalm 8 met Gen.3: 15). Dit Psalmen-boek eindigt met een doxologie (een soort lofprijzing) en een dubbel Amen.

 

 

 

2. Psalm 42-72: Het boek EXODUS, aangaande Israël als een volk

 

De raad van God aangaande de val van Israël, Israëls Verlosser en Israëls verlossing (Ex.15: 13). Vergelijk Psalm 68: 5 met Exodus 15: 3 waar beide keren staat dat JAHWEH Zijn naam is. Dit boek begint met Israëls roepen om be-vrijding en eindigt met de Koning van Israël die regeert over het verloste volk. Het boek eindigt met een doxo-logie en een dubbel Amen.

 

 

 

3. Psalm 73-89: Het boek LEVITICUS, aangaande het heiligdom

 

De raad van God aangaande het heiligdom in relatie tot de mens en het heiligdom in relatie tot God. Het heilig-dom, de gemeente (Israël) en Sion zijn woorden die in bijna elke Psalm voorkomen in dit boek. Het boek eindigt met een doxologie en een dubbel Amen.

 

 

 

4. Psalm 90-106: Het boek NUMERI, aangaande Israël en de volkeren van de aarde

 

De raad van God aangaande de aarde. Het laat zien dat er is geen hoop en rust is voor de aarde, los van JAHWEH. De wereld wordt voorgesteld als een woestijn. Het begint met het gebed van Mozes (Psalm 90) en het eindigt met een herhaling van Israëls rebellie in de woestijn (Psalm 106). Let op het nieuwe lied voor de ganse aarde in Psalm 96: 1. Het boek eindigt met een doxologie en een Amen.

 

 

 

5. Psalm 107-150: Het boek DEUTERONOMIUM, aangaande God en Zijn Woord

 

De raad van God aangaande Zijn Woord, laat zien dat alle zegeningen voor de mens (boek 1), alle zegeningen voor Israël (boek 2), alle zegeningen voor de aarde en de volkeren (boek 5) verbonden zijn aan het kennen van het Woord van God.

Deut.8: 3 > De mens leeft van al wat uit de mond van de Heer uitgaat. Het niet luisteren naar het Woord van de Heer is de oorzaak voor de moeiten van de mens, de verwerping van Israël, de val van het heiligdom en de ellen-de van de aarde. De zegeningen komen van de Heer wanneer Zijn Woord in het hart wordt geschreven (Jeremia 31: 33 – 34  ;   Hebr.8: 10 -12 en 10: 16 – 17).

We vinden in Psalm 119 de Psalm van het Woord net zoals in Johannes 1:1. Het boek begint met Psalm 107. In vers 20 lezen we dat Hij Zijn woord zond en hen genas. Het eindigt met vijf Psalmen (naar de vijf Psalmenboeken). Iedere Psalm begint en eindigt met ‘Halleluja’.

 

 

 

De auteurs van de Psalmen

 

De meeste Psalmen (73) zijn geschreven door David:

     37 in boek 1 (3,4,5,6,7,8,9,11-32,34-41); 
18 in boek 2 (51-65, 68-70); 
1 in boek 3 (86); 
2 in boek 4 (101,103) en 
15 in boek 5 (108-110, 122,124,131, 133,138-145).

Verder zijn er Psalmen van Asaf , de Zonen van Korach, Salomo, Heman de Ezrachiet, Etan de Ezrachiet en Mozes.

 

 

 

 

 

 

Het onderwijs in de Psalmen

 

De Psalmen blijven een bron van geestelijke steun voor alle gelovigen. Hun woorden raken ons in het hart, net zoals ze het hart hebben geraakt van mensen sinds de tijd dat ze werden geschreven. Hoe we ons ook voelen en hoe onze omstandigheden ook zijn, de stemmen uit dat verre verleden nodigen ons uit naar hen te luisteren. Ook zij hebben de vreugde, het verdriet, de rouw, de zonde, de woede, de belijdenis van schuld en al die andere ding-en ervaren die ons zo diepe raken. Ze roepen ons op van hen te leren wanneer de Heilige Geest hun woorden ge-bruikt om ons dichter bij de Heer te brengen.

Toch zijn de Psalmen niet in de eerste plaats om ons geschreven en ze gaan ook niet over ons, de leden van het Lichaam van Christus. Het onderwijs in de Psalmen gaat verder dan het verlenen van geestelijke steun. De Psal-men laten ons zien wie Christus is en wat Gods weg is met Israël en de volkeren. In dit alles moeten we weten dat de heilige Geest de auteur is, die de schrijvers inspireerde (Zie Hand. 1: 16; 2: 25 en 30; Hebr.3: 7).

We moeten in gedachten houden wat Petrus schreef in 2 Petrus 1: 21: “Dit moet gij vooral weten, dat geen profe-tie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” Hierin ligt een aanwij-zing hoe wij de Psalmen moeten leren lezen.

 

 

Lees de Psalmen Christocentrisch

 

De Here Jezus zei tegen de Emmaüsgangers: “En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had” (Luk. 24: 27). Daarom is het goed de Psalmen Christocentrisch te lezen. Dit is onderzoeken wat in de Psalmen betrekking heeft op Christus. Het boek Psalmen geeft een duidelijk beeld van Jezus als Zoon van God, offer voor onze zonden, de grote Hogepriester, verrezen uit de dood. Koning der koningen en Here der Heren”.

We lezen in de Evangeliën dat de Here Jezus vaak bad. De Psalmen laten ons de inhoud van Zijn gebeden zien. Wanneer we de Psalmen lezen, moeten we dus beseffen dat het geschreven is met het oog op Christus (de Mes-sias), Israël, als Zijn volk en de volkeren als Zijn bezit. De toepassing is voor iedereen die besef dat hij/zij een Red-der nodig heeft om bevrijd te kunnen worden van de macht van de zonde.

In het boek Psalmen wordt ook de grote tegenstelling beschreven tussen de ware en de valse Messias. De valse Messias wordt de ‘man van de aarde’ genoemd (Psalm 10:18)en de ware Messias de wel-gelukzalige Man (Ps. 1: 1). De Psalmen vertellen de ondergang van de valse Messias en zijn volgelingen en de glorie van de ware Messias en Zijn volgelingen. De Psalmen getuigen dat de wraak God toebehoort en de uitoefening van de wraak ligt in handen van de ware Messias, daarin bijgestaan door Zijn volk en Zijn engelen.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen profetisch en met onderscheid

 

De confrontatie tussen de ware Messias en de valse Messias vindt plaats gedurende de wederkomst van Christus. De Psalmen moeten daarom ook gelezen worden met het oog op deze wederkomst. Deze wederkomst is voor de gelovigen van nu ook nog toekomstig. De Psalmen beschrijven echter niet de toekomst van de Gemeente, als het Lichaam van Christus. De Gemeente was ten tijde van de Psalmen nog een verborgenheid. Een belangrijk, zo niet het voornaamste, onderscheid wat in de Bijbel naar voren komt is dat tussen profetie en verborgenheid. Wij leven nu in een periode, die de Bijbel omschrijft als ‘de bedeling van het geheimenis. Met ‘geheimenis’ bedoelen we ei-genlijk dat verborgen aspect van de wil van God.

Tegenover verborgenheid of geheimenis staat profetie, het aspect van Gods wil dat openbaringen bekend maakt aan de mensheid omtrent de toekomst van gelovigen en ongelovigen. De Psalmen zijn voor een groot deel pro-fetisch. In de Psalmen gaat het over een zichtbaar volk (Israël), dat op de eerste plaats staat in Gods handelen met de wereld. In de Psalmen gaat het over zichtbaar heiligdom (de tempel). We vinden Psalmen over een zichtbare Koning van een koninkrijk dat zichtbaar wordt op aarde. Er ligt een verwachting in van een toekomstige oordeel periode in de zogenaamde ‘Dag des Heren’ (verg. Psalm 2).

De zegeningen die in de Psalmen worden beschreven zijn aards en hebben betrekking op een welzijn op aarde. Israël wordt in de Psalmen gezien als de Bruid van de Koning (verg. Psalm 45). De hoop van Israël richt zich op de aarde waar zij haar aardse roeping en opdracht zal vervullen. In de huidige fase van Gods plan, door Paulus ge-noemd als de ‘huishouding van het geheimenis’ gaat het over een onzichtbaar volk (het Lichaam van Christus). Er is nu geen onderscheid tussen Israël en de volkeren. Er is sprake van een onzichtbaar heiligdom (God woont door Zijn Geest in ons hart). Het Koninkrijk is verborgen.

Onze verwachting richt zich op de verschijning van Christus, met wie wij zullen verschijnen in heerlijkheid (Kol. 3: 4, Titus 2: 13). De Gemeente wordt door Paulus gezien als ‘het Lichaam van Christus’. De hoop van de Gemeente richt zich op de hemel, waarin zij nu al door geloof mag genieten van de hemelse zegeningen. Wanneer we bo-venstaand onderscheid tussen Israël en de Gemeente niet meenemen in het lezen van de Psalmen, kunnen tek-sten in de Psalmen ons in verwarring brengen. Wanneer we als voorbeeld de wraakpsalmen nemen met teksten als ‘Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderen grijpen en aan de steenrots verpletteren zal’ (Uit Psalm 137) dan kunnen we dit maar moeilijk rijmen met de genade en de liefde van God zoals het wordt beschreven in het Nieu-we Testament.

In de huidige fase van Gods plan regeert God in het verborgene in genade, terwijl de volgende fase er één zal zijn waarin Hij zal regeren en optreden als Rechter. We kunnen daarom de wraakpsalmen niet lezen vanuit het stand-punt van genade. We zullen het moeten lezen vanuit het standpunt van de Wet en het toekomstig oordeel. Wan-neer we in de Psalmen lezen over zegeningen onder het Koningschap van de Messias, moeten we beseffen dat deze zegeningen aardse zegeningen zijn voor Israël en de volkeren op aarde. Deze zegeningen kunnen we dus niet zomaar meenemen naar de huidige tijd. Lees de Psalmen daarom ook heilshistorisch met het oog op de ont-wikkeling van de openbaring van het heil voor Israël en de Gemeente.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen persoonlijk

 

Wanneer we Psalm 139 echter in de eerste plaats Christocentrisch lezen, met het oog dus op de Messias, verstaan we dat het Zijn woorden zijn. Psalm 139 spreekt over de Messias, Zijn geboorte, Zijn leven, Zijn bestaan. Nooit zou Hij aan de aandacht kunnen ontsnappen van Zijn Vader. Hij was zowel in de hemel als in het dodenrijk. Alleen Hij die zonder zonde is, kan oordelen over goddelozen. En alleen Hij die volmaakt is in heiligheid en reinheid kan alles wat niet volmaakt is haten. Dit zal ook gebeuren in de toekomstige oordeelsperiode, de Dag des Heren. Zo is Psalm 139 ook profetisch.

Voor ons betekent Psalm 139 dat wij onze identiteit mogen verbinden aan de Here Jezus. Wij als gelovigen zijn immers ‘in Hem’, zoals Paulus dat dikwijls verwoord. Nooit zullen wij, vanuit deze positie, aan de aandacht van de hemelse Vader ontsnappen. Waar wij zijn is Christus! Hij omsluit ons, van achter en van voren. Zijn hand rust op ons in Zijn zegeningen die ons bezit mogen zijn. Daar waar van de Here Jezus wordt gezegd dat Zijn groei in de buik van Maria een wonderbaarlijk gebeuren is en Hij kunstig werd geweven in Maria’s schoot, mogen wij nu ook zeggen dat God ons in Christus als een volmaakte nieuwe schepping ziet. Dit ondanks dat er naar de mens ge-sproken weeffouten kunnen zijn in ons menselijk lichaam.

Als wij dus moeite hebben om te danken en te loven voor het ontzaglijke wonder van ons bestaan, omdat we al lang worstelen met ziekte en onvolmaaktheid, kan deze Psalm ons toch troosten vanwege onze door God geziene verbondenheid met Christus. Zo krijgt Psalm 139 een diepgang doordat we het in de eerste plaats Christocentrisch lezen en vervolgens profetisch en daarna persoonlijk.

 

 

Soorten Psalmen

 

Niet iedere Psalm is volgens eenzelfde patroon geschreven. Er zijn verschillende typen Psalmen.

 

 

Hymnen

 

Gezangen van lof en dank aan God voor Wie Hij is en wat Hij heeft gedaan (o.a. Ps.8).

 

 

 

Boetepsalmen

 

Betuigen berouw over zonde, vragen om genade en vergeving (o.a. Ps.38).

 

 

 

Wijsheidspsalmen

 

Algemene observaties over het leven, vooral over God en de relatie tussen de mens en God (o.a. Ps. 1).

 

 

 

Koningspsalmen

 

Refereren aan David (of Salomo), maar in het bijzonder aan de Zoon van David, de Messias, als Gods instrument om Zijn volk te regeren (o.a. Ps.45).

 

 

 

Messiaanse Psalmen

 

Beschrijven aspecten van de persoon of de bediening van de Messias (o.a. Ps.22)

 

 

 

Wraakpsalmen

 

Roepen om Gods oordeel over Gods vijanden en/of de vijanden van Zijn volk (o.a. Ps.69)

 

 

 

Klaagpsalmen

 

De dichter beklaagt zich over zijn situatie; de Psalm bevat meestal een klacht, een uiting van geloofsvertrouwen en een lofprijzing aan God (o.a. Psalm 3)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

De eindtijd vooraf

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 :zegel 7 en de eerste vier bazuinen

Openbaring hoofdstuk 8 :zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Veel mensen geloven dat er niets over het tijdstip van de wederkomst van de Heer kan worden geweten, omdat Jezus zei dat Hij zou terugkomen als een dief in de nacht (Matteüs 24:42-44).

Maar Paulus maakt het in 1 Tessalonicenzen 5:1-6 duidelijk dat Jezus verklaring niet op gelovigen van toepassing is:

“Maar gij, broeders zijt niet in de duisternis zodat die dag u als een dief overvallen zou…”

 

Hij gaat vervolgens uitleggen waarom:

“Want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen doch wakker en nuchter zijn.”

 

Hij gaat vervolgens uitleggen waarom:

“Maar gij, broeders zijt niet in de duisternis zodat die dag u als een dief overvallen zou…”

 

Paulus verwijst natuurlijk naar het licht van de Heilige Geest welke in iedere ware gelovige woont en die ons verlichten kan door onze studie van de Bijbel om de tijd te kennen van de wederkomst van de Heer(1 Johannes 2:27).

 

 

 

De Houding van God

 

Feitelijk is God door Zijn karakter verplicht om de wereld te waarschuwen voor de ophanden zijnde wederkomst van Zijn Zoon. De reden is dat Jezus in grote toorn komt om “te oordelen en oorlog te voeren” (Openbaring 19:11), en God giet nooit Zijn toorn uit zonder te waarschuwen.

God wil niet dat sommige verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen (2 Petrus 3:9). Daarom waarschuwt God altijd voordat Hij zijn toorn uitvoert. Hij waarschuwde de wereld 120 jaar voor Noach. Hij waarschuwde Sodom en Gomorra door Abraham. Hij stuurde Jona om de heidense stad Ninevé te waarschuwen en Hij zond 150 jaar later Nahum naar dezelfde stad.

God waarschuwt eveneens vandaag de wereld dat Zijn Zoon op het punt staat terug te keren. Hij roept de wereld op tot berouw. De boodschap van het ogenblik voor ongelovigen komt neer op de volgende woorden:

“‘Vlucht van de toorn die komt door nu in de liefdevolle armen van Jezus te vluchten.”

 

Jezus kwam de eerste keer als een uitdrukking van God’s liefde en kwam om voor de zonden van de mensheid te sterven. Als Hij terugkeert, zal Hij met wraak komen om de toorn van God uit te gieten over degenen die God’s liefde en genade hebben verworpen. De spoedige wederkomst van Jezus draagt ook een boodschap met zich mee voor gelovigen. Lauwe en wereldse christenen worden geroepen om een heilig leven te leiden.

 

De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts! Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd! Maar doet de Here Jezus Christus aan, en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt. (Romeinen 13:12-14)

 

 

De mens in geloof en bekering

De mens in geloof en bekering

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Methode van God om te Waarschuwen

 

God alarmeert gelovigen voor de spoedige wederkomst van Zijn Zoon door wat wordt genoemd “De Tekenen der Tijden”. Dit zijn profetieën met betrekking tot wereldgebeurtenissen, waarvan gezegd wordt dat we ze in de ga-ten moeten houden. Profetieën die de tijd zal aangeven van de wederkomst van de Heer. De Bijbel staat vol van deze tekenen. Er zijn ongeveer 500 profetieën in het Oude Testament welke betrekking hebben op de Tweede Komst van de Messias. In het Nieuwe Testament houdt één op de 25 verzen zich bezig met de wederkomst van Jezus.

 

 

1) De Tekenen van de Natuur

 

Er wordt ons gezegd om te letten op aardbevingen, hongersnoden, epidemieën, en tekenen aan de hemel (zie Matteüs 24:7 en Lukas 21:11).

Veel mensen halen hun schouders op en zeggen dat er altijd al natuurrampen zijn geweest. Merk op dat Jezus zegt dat deze tekenen als geboorte weeën zullen zijn. (Matteüs 24:8) wat wil zeggen dat ze zullen toenemen in frequentie en kracht naarmate de tijd nadert van Zijn wederkomst. Met andere woorden, er zullen meer krachtige en meer frequent aardbevingen zijn. Dat is precies wat er vandaag gebeurt.

Een andere reden waarom er weinig acht wordt geslagen op deze tekenen is omdat de meeste christenen zo rationeel zijn dat ze niet echt in het bovennatuurlijke geloven. Ze vinden het daarom moeilijk te geloven dat God de wereld aanspreekt door de tekenen van de natuur. Toch leert de Bijbel dit principe van begin tot het eind.

  • God rekende met de zonden van de wereld af door de zondvloed in de dagen van Noach (Genesis 6).
  • Hij riep het volk van Juda op tot berouw door een verschrikkelijke invasie van sprinkhanen (Joël 1).
  • Op soortgelijke wijze riep Hij het volk van Israël op tot berouw door het sturen van droogte, stormen, schimmel, sprinkhanen, hongersnood en epidemieën (Amos 4:6-10).
  • De profeet Haggai wees op een droogte als bewijs dat God de mensen opriep om hun prioriteiten op orde te stellen (Haggai 1:10-11).

Het Nieuwe Testament begint met een speciaal licht aan de hemel om de geboorte van de Messias aan te kondigen (Matteüs 2:2). Op de dag dat Jezus werd gekruisigd was er drie uur duisternis en een aardbeving (Matteüs 27:45-51). En als Jezus terugkomt, zal de aarde de grootste aardbeving in haar geschiedenis meemaken als elke berg naar beneden komt en elk dal omhoog en elk eiland wordt verplaatst. (Openbaring 16:17-21)

God heeft altijd gesproken door tekenen van de natuur en dat doet Hij ook vandaag nog. We kunnen er maar beter nauwlettend aandacht aan besteden.

 

 

Openbaring hoofdstuk 18 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

Openbaring hoofdstuk 18 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2) De Tekenen van de Maatschappij

 

Jezus zei dat de maatschappij steeds meer wetteloos en immoreel zal worden naarmate de tijd nadert van Zijn wederkomst. In feite zei Hij dat het net zo kwaadaardig zou worden zoals het was in de dagen van Noach (Matteüs 24:12, 37-39).

Paulus schetst een kil plaatje van de maatschappij in de eindtijd in 2 Timoteüs 3:1-5 waarin hij zegt dat het gekarakteriseerd zal worden door drie liefdes:

  • de liefde voor zichzelf (humanisme),
  • de liefde voor geld (materialisme) 
  • de liefde voor genot (Hedonisme).

Hij wijst er vervolgens op dat het resultaat van deze wereldse levensstijl zal worden wat de filosofen nihilisme noemen, dat is een maatschappij op weg naar wanhoop. De geesten van mensen zullen bedorven worden (Romeinen 1:28) en de mensen zullen kwaad goed noemen en goed kwaad (Jesaja 5:20).

Wij zien vandaag deze profetieën voor onze ogen vervuld worden als we er op letten dat onze maatschappij zijn christelijk erfgoed verwerpt en afdaalt in een helse poel van wetteloosheid, immoraliteit en wanhoop. We exporteren ons nihilisme over de wereld door onze immorele en gewelddadige films en tv programma’s .

 

 

Einde van de Mammon

Einde van de Mammon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3) De Geestelijke tekenen

 

Er zijn zowel positieve als negatieve geestelijke tekenen waar we op moeten letten. De negatieve houdt in:

  • de verschijning van valse christussen en hun sekten. (Matteüs 24:5,11,24)
  • de afvalligheid van de belijdende kerk (2 tessalonicenzen 2:3)
  • een uitbarsting van satanisme (1 Timoteüs 4:1)
  • de vervolging van trouwe christenen (Matteüs 24:9).

Deze negatieve geestelijke tekenen begonnen in het midden van de negentiende eeuw te verschijnen toen chris-telijke sekten zich begonnen te vormen. De afvalligheid van de reguliere christelijke kerkgenootschappen begon in de twintiger jaren van vorige eeuw toen de Duitse school van ‘higher critism’ de Amerikaanse seminars begon binnen te dringen en de autoriteit van de Bijbel begon te ondermijnen, lerende dat de Bijbel de zoektocht van mensen naar God is i.p.v God’s openbaring aan de mensen.

Gedurende de zestiger jaren vond er een explosie van satanisme plaats in Amerika en is sindsdien wereldwijd geëxporteerd door middel van Amerikaanse films, boeken en tv programma’s. Bemoeienissen in het occulte is gewoongoed geworden in de vorm van astrologie, numerologie, voorspellen mbv kristallen bollen, transcendente meditatie en channeling. De hele trend is voltooid in de verschijning van de New Age Beweging met haar lering dat de mens God is.

De christelijke waarden, eens het fundament van de westerse beschaving, worden nu openlijk bespot en degenen die hieraan nog trouw blijven worden door de media beschouwd als intolerante fundamentalisten.

De positieve geestelijke tekenen omvatten:

  • de verkondiging van het Evangelie aan de hele wereld (Matteüs 24:14)
  • een geweldige uitstorting van de Heilige Geest (Joël 2:28-32)
  • een geestelijke verlichting om de profetieën te begrijpen welke verzegeld zijn tot de eindtijd (Daniël 12:4,9).

 

Net zoals het geval is met de negatieve tekenen, zien we deze positieve tekenen in onze dagen in vervulling gaan. Door middel van het gebruik van moderne technologie is in deze eeuw het Evangelie verkondigd over de gehele wereld, en is de Bijbel vertaald in alle voornaamste talen. De geweldige eindtijd uitstorting van de Heilige Geest die werd geprofeteerd door de profeet Joël is ook begonnen. Joël noemde het “de late regen” (Joël 2:23), en hij zei dat het zou gebeuren nadat de Joden naar hun land waren teruggekeerd. De staat Israël werd in 1948 her-steld.

 

 

 

4) De Tekenen van de Technologie

 

Het boek Daniël zegt dat er een explosie van kennis zal zijn in de eindtijd en dat mensen snel heen en weer zullen reizen. (Daniël 12:4).

Er zijn vele Bijbelse profetieën die, afgezien van moderne technologie, niet begrepen kunnen worden.

  • Hoe kan bijvoorbeeld de hele wereld naar twee lichamen kijken in de straten van Jeruzalem? (Openbaring 11:8-9). Moderne satelliet tv maakt het gemakkelijk.
  • Hoe kan de valse profeet een beeld van de antichrist maken die levend blijkt te zijn ?(Openbaring 13:15). Het antwoord is natuurlijk door de techniek van robots.
  • Hoe kan de valse profeet van alle mensen eisen om het merkteken van het beest aan te nemen om te kopen en verkopen? (Openbaring 13:16-17). Het zou niet mogelijk zijn zonder computers en lasers.

 

Jezus zei dat de Grote Verdrukking zo verschrikkelijk zou zijn dat al het leven op aarde zou ophouden te bestaan als Hij die dagen niet zou inkorten (Matteüs 24:21-22). Hoe zou al het leven op aarde bedreigd kunnen worden vóór de komst van nucleaire wapens? Een andere verwijzing naar nucleaire kracht bevat waarschijnlijk Lukas ver-melding dat in de eindtijd de mensen zullen bezwijmen van angst omdat “de machten der hemelen zullen wan-kelen.” (Lukas 21:26). Dat klinkt zeker als een verwijzing naar een atoomsplitsing.

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

5) De Tekenen van de Wereldpolitiek 

 

De Bijbel profeteert dat er een zeker patroon van wereldpolitiek zal zijn dat de geopolitieke kaart in de eindtijd zal karakteriseren.

  • Het brandpunt zal de herstelde staat Israël zijn (Zacharia 12:2-3). Het zal belegerd worden door een bedreigende natie van de “afgelegen streken van het Noorden,” Het land van “Rosh” ofwel het moderne Rusland (Ezechiël 38:2,6).
  • Er zal ook een bedreigende natie uit het Oosten zijn welke in staat zal zijn een leger van 200 miljoen te sturen, nl China. (Openbaring 9:13-16) en (Openbaring 16:12-13).
  • Een derde bron van gevaar voor Israël zullen de Arabische landen zijn die het direct omringen. Zij zullen het land begeren en zullen proberen het van de Joden af te pakken ( Ezechiël 35:10 en 36:2).

 

Een andere belangrijke speler op het wereldpolitieke toneel in de eindtijd zal een coalitie van Europese landen zijn die een confederatie zullen vormen in het gebied van het oude Romeinse Rijk (Daniël 2:41-44,Daniël 7:7,23-24 en Openbaring17:12-13). Deze confederatie zal dienen als de politieke basis voor de opkomst van de antichrist en het scheppen van zijn wereldwijde koninkrijk (Daniël 7:8). Andere internationale politieke tekenen omvatten oor-logen en geruchten van oorlogen (Matheüs 24:6), burgeroorlogen (Matteüs 24:7), en algemeen internationaal terrorisme en wetteloosheid (Matteüs 24;12).

 

 

 

6) De Tekenen van Israël 

 

De tekenen met betrekking tot de staat Israël zijn overvloedig en zeer belangrijk.

De meest veelvuldig herhaalde profetie in het Oude Testament is de voorspelling dat de Joden in de eindtijd vergaderd zullen worden uit de “vier hoeken der aarde” (Jesaja 11:10-12).  De Bijbel vermeldt dat een gevolg van deze vergadering het herstel van de staat Israël zal zijn (Jesaja 66:7-8). De Bijbel zegt dat als eenmaal de Joden weer in hun land terug zijn het land zelf het wonder van ontginning zal ervaren (Jesaja 35). De woestijn zal bloe-ien en mensen zullen roepen: “Dit verwoestte land is geworden als de Hof van Eden.” (Ezechiël 36:35).

Een ander wonder in de eindtijd zal de herleving van de Hebreeuwse taal zijn. (Sefanja 3:9). De meeste mensen zijn zich niet bewust van het feit dat, toen de Joden in 70 AD werden verstrooid uit hun land, ze ophielden de Hebreeuwse taal te spreken. De Joden die zich in Europa vestigden ontwikkelde een nieuwe taal Jiddish, een combinatie van Hebreeuws en Duits. De Joden die naar het Middellandse zee gebied trokken creëerden een taal, Ladino genoemd, een combinatie van Hebreeuws en Spaans.

Andere belangrijke tekenen waarop we moeten letten in de eindtijd mbt Israël omvat:

  • het weer innemen van Jeruzalem (Lukas 21:24)
  • de herrijzing van Israël’s militaire kracht (Zacharia 12:6)
  • het opnieuw in het brandpunt komen van de wereldpolitiek inzake Israël.

 

Al deze tekenen zijn vervuld in deze eeuw. De natie is hersteld, het land is teruggevorderd, de oude taal herleeft. De Joden zijn terug in Jeruzalem, en Israël is het brandpunt van de wereldpolitiek.

Jezus zegt in Lukas 21:28 dat wanneer deze dingen beginnen te geschieden, we ons op moeten richten en onze hoofden omhoog moeten heffen omdat “onze verlossing genaakt”.

 

 

 

De Voornaamste Tekenen

 

De meest belangrijke tekenen zijn die welke betrekking hebben op Israël omdat God de Joden door de Bijbel heen gebruikt als Zijn profetische tijdklok. God wijst zeer vaak op het Joodse volk en de Staat. Een goed voor-beeld van dit principe kan gevonden worden in Daniël 9 in de beroemde profetie van de 70 jaarweken. De profeet vertelt ons om op een bevel te letten om de herbouw van Jeruzalem te bekrachtigen. Hij zegt vervolgens dat 69 jaarweken (483 jaar) nadat het bevel is uitgegaan naar de Joden, de Messias zal komen.

Er zijn 2 voorname profetieën welke in verband staan met de wederkomst van Jezus, die gebeurden in de Joodse geschiedenis sinds 1948. Deze 2 gebeurtenissen bewijzen duidelijk de periode waar we nu in leven als de tijd van de wederkomst van de Heer.

 

 

1.De Staat Israël

 

De eerste is het herstel van de staat Israël welke geschiedde op 14 mei 1948. Jezus koos deze gebeurtenis uit als het teken dat Zijn spoedige wederkomst zal aankondigen.

Zijn profetie zit verwerkt in de parabel van de olijfboom (Matteüs 24:32-35) welke Hij in Zijn Rede op de Olijfberg presenteerde. De dag voordat Hij deze toespraak hield had Hij een vloek gelegd op een dorre vijgenboom met als resultaat dat hij verwelkte (Matteüs 21:18-19). Dit was een symbolische profetie dat God spoedig Zijn toorn over het joodse volk zou doen komen vanwege hun geestelijke verdorring in het verwerpen van Zijn Zoon.

De volgende dag herinnerde Jezus Zijn discipelen aan de vijgenboom. Hij zei te letten op het weer bloeien ervan. Met andere woorden zei Hij te letten op de wedergeboorte van Israël. Hij gaf aan dat als de vijgenboom weer bloeit Hij aan de poorten van de Hemel zou staan, klaar om terug te keren (Matteüs 24:33). Eveneens belangrijk voegde Hij er een interessante waarneming aan toe: “Voorwaar Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbij gaan voordat dit alles geschiedt” (Matteüs 24:34.) Welk geslacht? Jezus bedoelde niet een generatie mensen maar het geslacht der Joden van toen tot heden. 

 

 

 

2.De Stad Jeruzalem

 

De tweede voornaamste gebeurtenis werd door Jezus in dezelfde rede geprofeteerd zoals opgeschreven door Lukas: “en zij (de Joden) zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden totdat de tijden der heidenen zullen zijn vervuld.” (Lukas 21:24).

De eerste helft van deze profetie werd vervuld in 70 AD, veertig jaar nadat Jezus de woorden gesproken had. In dat jaar veroverden de Romeinen onder leiding van Titus Jeruzalem en verdreef de Joden onder de volkeren. Jeruzalem bleef onder heidense bezetting gedurende 1897 jaar tot 7 juni 1967 toen Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog de stad weer in handen kreeg. De Joodse herbezetting van de stad Jeruzalem is duidelijk het bewijs dat we leven in de periode van de wederkomst van de Heer. Jezus zei dat dit het einde zou markeren van het tijdperk van de heidenen.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 : De nederdaling van het Nieuwe Jeruzalem

Openbaring hoofdstuk 21 : De nederdaling van het Nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4

Preterisme, de vervangingstheologie

Standaard

Categorie: religie

.

.

.

.

Preterisme

.

Het preterisme is de leer dat de voorzegde gebeurtenissen in Mattheüs 24 en het boek Openbaring grotendeels of volledig hebben plaatsgevonden in de aanloop naar en ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Christus. Sommige preteristen stellen dat de wederkomst van Christus en de opstanding van de doden in het jaar 70 hebben plaatsgevonden.

Term. De term preterisme komt van het Latijnse woord praeter = verleden, omdat de profetieën merendeels of alle reeds in het verleden zouden zijn vervuld.

Hoofdinhoud van leer. Het preterisme stelt dat alle of een deel van de Bijbelse profetieën over de laatste dagen verwijzen naar gebeurtenissen die in de eerste eeuw plaatsvonden na de geboorte van Christus, in het bijzonder in verband met de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus. Jezus’ voorzeggingen aangaande aardbevingen. onlusten, oorlogen en de grote verdrukking zijn in de eerste eeuw uitgekomen.

Versus futurisme. Het preterisme staat tegenover het futurisme, dit is de opvatting dat de meeste voorzeggingen over het einde der tijden, de laatste dagen, de Grote Verdrukking en dergelijke, nog een toekomstige vervulling wacht en aan de terugkeer van Christus onmiddellijk zullen voorafgaan.

.

.

.

.

Gedeeltelijk en volledig preterisme

.

.-deel– en volpreterisme: De opvatting dat de profetieën over het einde reeds grotendeels (maar niet alle) zijn uitgekomen. Nog niet gebeurd zijn: 1. de wederkomst van Christus en de opneming van de gemeente; 2. de opstanding; 3. het oordeel.

-volledig preterisme of hyperpreterisme: De meer recente opvatting dat alle voorzeggingen reeds zijn vervuld.

Gedeeltelijk preterisme

Het gedeeltelijke preterisme is de oudste van de twee standpunten. Het stelt dat de profetieën aangaande de verwoesting van Jeruzalem, de Antichrist, de Grote Verdrukking en de komst van de Dag van de Heer als een “komst ten oordeel” door Christus, vervuld werden circa 70 na Chr., toen de Romeinse generaal (en latere keizer) Titus Jeruzalem innam, plunderde en de tempel verwoestte, waardoor blijvend een einde kwam aan de dagelijkse dierenoffers. “Babylon de Grote” (Openbaring 17-18) wordt vereenzelvigd met de oude heidense stad Rome of de Joodse stad Jeruzalem.

De meeste gedeeltelijk preteristen geloven ook dat uitdrukking “laatste dagen” slaat op de laatste dagen van de Mozaïsche verbond dat God uitsluitend had met de natie Israël tot het jaar 70 na Christus. Zoals God gericht uitoefende over verschillende naties in het Oude Testament, zo kwam ook Christus ten oordeel tegen degenen in Israël die hem afwezen.

Die laatste dagen van de natie Israël zijn volgens het gedeeltelijk preterisme te worden onderscheiden van de “laatste dag”, die nog wel in de toekomst ligt en deze gebeurtenissen brengt: de wederkomst van Jezus, de lichamelijke opstanding van de rechtvaardigen en onrechtvaardigen, het laatste oordeel, en de schepping van een letterlijke nieuwe hemel en een nieuwe aarde, vrij van de vloek van zonde en dood, die door de val van Adam en Eva is gekomen.

Het preterisme vindt (anno 2015) al meer aanhang onder christenen. Een bekende Amerikaanse preterist is Don K. Preston. Hij ziet de periode tussen 30 en 70 na Christus als het duizendjarig rijk en de tijd daarna is die van het nieuwe verbond (de eeuwige toestand).

.

.

Volledig preterisme

.

Het volledig preterisme verschilt van het gedeeltelijk daarin, dat alle profetie beschouwd als vervuld met de verwoesting van Jeruzalem, dus ook de voorzeggingen aangaande de opstanding van de doden en de wederkomst (parousia) van de Heer Jezus.

Volgens het volledig preterisme is de Heer Jezus teruggekomen in 70 n.C. en wel ten oordeel, wat geleid heeft tot de verwoesting van Jeruzalem en haar tempel in het jaar 70. Dit gebeurde door midden van buitenlandse legers op een manier die vergelijkbaar is met diverse oudtestamentische beschrijvingen van God die komt om andere naties rechtvaardig te oordelen.

Volgens het volledig preterisme is de opstanding van de doden al gebeurd. Deze opstanding was niet een lichamelijke, maar een verrijzenis van de zielen uit de plaats der doden, welke bekend staat als Sjeool (Hebreeuws) of Hades (Grieks). De rechtvaardige zielen hebben een geestelijk lichaam gekregen dat geschikt is voor de hemel, en de onrechtvaardige doden zijn geworpen in de poel van vuur. Sommige volledig preteristen geloven dat deze verandering een doorgaande is en bij het overlijden van elke ziel plaatsvindt (Hebr. 9:27).

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden door het volledig preterisme gelijkgesteld met de vervulling van de wet in het jaar 70 na Chr. Zoals een christen bij zijn bekering “een nieuwe schepping” is geworden, is de wereld dat ook in 70 na Chr.

.

.

Kritiek

.

Bijbels bezwaar. Op Bijbelse gronden kan men ernstige bezwaren tegen het volledig preterisme aanvoeren. Reeds de apostel Paulus verwierp de gedachte dat de opstanding der doden al had plaatsgevonden.

2Ti 2:16 Maar onttrek je aan ongoddelijk gezwets; 2Ti 2:17 want zij zullen voortgaan tot toenemende goddeloosheid en hun woord zal als kanker voortwoekeren. Onder hen zijn Hymeneus en Filetus, 2Ti 2:18 die van de waarheid zijn afgeweken door te zeggen dat de opstanding al heeft plaatsgehad en die het geloof van sommigen omverwerpen.

De Heer Jezus stond lichamelijk uit de doden op en ook de doden zullen lichamelijk verrijzen en het lichaam van de levenden zal veranderd worden.

Aanhangers van het volledig preterisme antwoorden dat Paulus’ veroordeling terecht was, omdat de opstanding vóór 70 na Christus nog niet gebeurd was. Ook zeggen zij dat zij bepaalde Schriftplaatsen, die tegen hun standpunt worden aangevoerd, anders uitleggen.

Ketterij. Voor zover en omdat het volledig preterisme sterk afwijkt van de overgeleverde geloofsbelijdenissen, wordt het door velen als ketterij beschouwd. Volledig preteristen antwoorden dat de geloofsbelijdenissen niet goddelijk geïnspireerd zijn, maar zijn opgesteld door feilbare mensen. De belijdenissen zijn fout op het punt van de toekomst en moeten aangepast worden.

.

.

.

.

Argumenten voor het preterisme

.

Sommige leerlingen zouden Hem zien komen. De Heer Jezus heeft gezegd dat sommigen van zijn leerlingen zijn komst zouden meemaken.

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen. Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. 

“Dit geslacht” zou het meemaken. De Heer Jezus heeft gezegd dat “dit geslacht”, het geslacht van zijn tijd (in de eerste eeuw) de voorzegde gebeurtenissen zou meemaken.

Mt 24:33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Mt 24:34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. 

De voorzeggingen in Matteüs 24 aangaande de “Grote Verdrukking” beschouwt het preterisme als vervuld met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. Steun voor deze stelling vindt men in Jezus’ woorden dat “dit geslacht niet zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd”. Deze woorden schijnen de voorzegde gebeurtenissen te beperken tot “dit geslacht”, tot de generatie in de eerste eeuw.

“Spoedig”. De Heer heeft gezegd dat de in de Openbaring voorzegde gebeurtenissen spoedig zouden geschieden (Opb. 1:1)

Opb 1:1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven.

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren.

Hijzelf zou spoedig komen (Opb. 22:7, 12, 20)

Opb 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.

Opb 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is.

Opb 22:20 Hij die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig! Amen, kom, Heer Jezus!

Ook aan twee gemeenten in Klein-Azië zei Hij spoedig te komen.

Opb 2:16  Bekeer u dan; maar zo niet, Ik kom spoedig naar u toe en Ik zal oorlog tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond.

Opb 3:11  Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt.

.

.

Tegenwerpingen

.

Sommige leerlingen zouden Hem zien komen. De Heer Jezus heeft gezegd dat enkele leerlingen Hem zouden zien komen in zijn koninkrijk.

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen. Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. 

Dat hebben zij gezien toen de Heer zes dagen na deze woorden drie leerlingen meenam op een hoge berg. Daar werd hij verheerlijkt.

Mt 17:1 En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg. Mt 17:2 En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Enz. 

Merk op dat ze verzen onmiddellijk volgen op Matth. 16:28. Dat “zien komen” is een vooruitblik geweest. Zoals Hij toen in zichtbare heerlijkheid straalde, zo zal hij eens zichtbaar verschijnen in deze wereld.

“Dit geslacht” zou het meemaken. De Heer heeft gezegd dat “dit geslacht” de voorzegde gebeurtenissen zou meemaken.

Mt 24:33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Mt 24:34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. 

Het gebruikte woord voor “geslacht” is het Griekse woord “genea”. Het kan een figuurlijke betekenis hebben: “een soort mensen die veel op elkaar lijken in gaven, leefwijzen, karakter; specifiek in ongunstige zin, een verdorven geslacht”.

Mt 11:16 Met wie echter zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen die op de markten zitten en de anderen de woorden toeroepen: 

Mt 12:39 Hij antwoordde echter en zei tot hen: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, en het zal geen teken worden gegeven dan het teken van de profeet Jona. 

Mt 12:45 Dan gaat hij heen en neemt zeven andere geesten met zich mee, bozer dan hijzelf, en zij komen binnen en wonen daar; en het laatste van die mens wordt erger dan het eerste. Zo zal het ook zijn met dit boos geslacht. 

Mr 8:38 Want wie zich voor Mij en mijn woorden schaamt onder dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal ook de Zoon des mensen Zich schamen wanneer Hij komt in de heerlijkheid van zijn Vader, met de heilige engelen. 

Mr 9:19 Hij nu antwoordde hun en zei: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn? Hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem bij Mij. 

Flp 2:15 opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God temidden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, 

Als wij andere Schriftplaatsen over de toekomst zoveel mogelijk letterlijk nemen, moeten we “dit geslacht” in Matth. 24:34 figuurlijk verstaan: het betekent niet een “generatie van 40 jaar” betekent, maar “deze soort mensen”, d.w.z. dit verdorven mensengeslacht.

“Spoedig”. De Heer heeft gezegd dat de in de Openbaring voorzegde gebeurtenissen spoedig zouden gebeuren en dat Hijzelf spoedig zou komen. Daarnaast heeft de Heer gesuggereerd dat zijn komst op zich laat wachten. De boze slaaf zou zeggen “Mijn heer blijft uit”.

Mt 24:48 Als die boze slaaf echter in zijn hart zegt: Mt 24:49 Mijn heer blijft uit, en zijn medeslaven begint te slaan en eet en drinkt met de dronkaards, 

De bruisdmeisjes vielen in slaap, omdat “de bruidegom uitbleef”.

Mt 25:5 Toen nu de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. Mt 25:6 Maar te middernacht klonk een geroep: Zie, de bruidegom! Gaat uit, hem tegemoet!

In de gelijkenis van de slaven kwam de heer “na lange tijd” (Matth. 25:19).

Mt 25:14 Want het is als een mens die buitenslands ging en zijn eigen slaven riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde. (…) Mt 25:19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.

Wetend dat sommigen het uitbleven van de Heer voor traagheid hielden, wees de apostel Petrus erop dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.

2Pe 3:8 Maar laat dit ene u niet onbekend zijn, geliefden, dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. 2Pe 3:9 De Heer vertraagt de belofte niet zoals sommigen het voor traagheid houden, maar Hij is lankmoedig over u, daar Hij niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen. 2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 

De tijdrekening van God is anders dan de onze. Gezien de aanwijzingen van “lange tijd” en “uitblijven” en gezien dat veel voorzeggingen over de eindtijd en de zichtbare komst van de Heer in de wereld met heerlijkheid en majesteit nog niet hebben plaatsgevonden, moeten we “spoedig” in het perspectief van een goddelijke tijdrekening plaatsen.

Ps 90:4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is, of als een wake in de nacht. 

De Heer komt op de wolken van de hemel. Critici van het preterisme wijzen erop dat Mattheüs 24 ook spreekt van Jezus’ komst op de wolken des hemels. Deze wederkomst in de lucht is nog niet gebeurd, ook niet in de eerste eeuw. De preterist antwoordt daarop dat er geen reden is om aan te nemen dat die komst op de wolken de Wederkomst van Christus is. In het Oude Testament spreekt God van zijn komst tot het volk ten oordeel. In Jesaja 19 vinden wij daarvan een treffend voorbeeld. De profeet verwijst naar het op handen zijnde oordeel over Egypte:

Jes 19:1 De last over Egypte. Zie, de HEERE rijdt op een snelle wolk en komt in Egypte. De afgoden van Egypte zullen beven voor Zijn aangezicht en het hart van de Egyptenaren zal smelten in hun binnenste. 

Noch Jes. 19: 1 noch Matt. 24:33, die beide op een komst op de wolken spreken, spreken volgens het preterisme van de wederkomst van Christus.

Belofte van Israëls herstel.Een andere tegenwerping tegen het preterisme is dat Gods verbond met Israël “eeuwig” is en daarom niet geëindigd kan zijn in het jaar 70. Israël is weliswaar verstrooid onder de volken, naar de Schrift (Deut. 30), maar het zal ook weer worden hersteld, naar de Schrift.

Logische gevolgen. Een ander bezwaar tegen het preterisme naar voren gebracht, is dat het antisemitisme en vervangingstheologie in de hand werkt.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

2016: EEN OVERGANGSJAAR NAAR EEN ANNUS HORRIBILIS.

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

2016 WAS EEN OVERGANGSJAAR

 

NAAR EEN 

 

ANNUS HORRIBILIS.

 

 

israelbericht_tekenen_eindtijd

 

 

 

 

TEKENEN DIE WIJZEN NAAR DE EINDTIJDEN

 

 

De terugkeer naar Israël

 

Sinds ongeveer 1880 tot op de dag van vandaag zijn uit allerlei landen ruim 5,5 miljoen Joden teruggekeerd naar Israël (Ezech. 11:17). Het profetisch Woord is er duidelijk over dat veel Joden in de eindtijd weer in Israël zullen wonen. Bijna het gehele volk is helaas in ongeloof teruggekeerd. De profeten voorzeggen dat Israël in de eindtijd bekering nodig heeft. Het is daarom niet vreemd dat zij in ongeloof terugkeren (Joël 2:12-17). De terugkeer van de Joden naar Israël is een belangrijk teken van de tijd! Dat zal niemand ontkennen, die ook maar enigszins kennis heeft van het profetisch Woord.

 In Ezech. 37 lezen we over een profetie van een dal met dorre doodsbeenderen. We zien hierin dat er twee fasen zijn voor Israëls herstel. De eerste is lichamelijk. Dit herstel is al geruime tijd bezig, zoals de terugkeer van het volk en dat Israël weer als volk en natie op de kaart staat. De tweede fase is dat Israël geestelijk hersteld zal worden. Maar daar moet eerst bekering aan vooraf gaan (Hos. 3:4,5). Dan, als zij Jezus hebben aangenomen, aan het einde van de Grote Verdrukking, zal het overblijfsel het Land voor altijd in vrede bezitten:

“Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!” (Matt. 23:39).

 

Als Jezus komt zullen alle Joden, die dan nog in verstrooiing zijn, in geloof terugkeren en zal het volk geheel uit rechtvaardigen bestaan!:

“Uw volk zal geheel uit rechtvaardigen bestaan, voor altoos zullen zij het land bezitten: een scheut die Ik geplant heb, een werk mijner handen, tot mijn verheerlijking” (Jes. 60:21).

 

Dan zal Israël zowel fysiek als geestelijk volledig worden hersteld. De grenzen van het Land worden dan niet meer door politieke leiders bepaald, maar door de Messias Zelf (Ezech. 47, 48). Nu leeft het volk nog in angst voor aanslagen en oorlogen. Ook leeft het volk achter een grote muur om haar veiligheid te waarborgen. Als Jezus komt en “gans Israël” behouden is, dan zal het volk echt in vrede wonen en over de gehele wereld in aanzien zijn!:

“en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem” (Jes. 2:3).

 

De terugkeer van de Joden naar Israël is voor de gemeente een belangrijk teken wat laat zien dat deze huidige “bedeling der genade” ten einde loopt en dat de Grote Verdrukking nabij is. De gemeente kan daarom elk moment worden opgenomen (1 Tess. 1:10).

 

 

de terugkeer van het Joodse volk naar Israël

de terugkeer van het Joodse volk naar Israël

 

 

 

Israël: twistappel en oogappel

 

De oprichting van de staat Israël in 1948 (welke door David Ben-Goerion werd uitgeroepen) en het heroveren van Jeruzalem in 1967, zijn belangrijke tekenen van de tijd. We weten dat Israël wordt gedwongen om vrede te sluiten met de Palestijnen in ruil voor Land. Bijna de gehele wereld bemoeit zich hiermee. Maar het Land is niet van de Palestijnen en ook niet van de Verenigde Naties. Het Land is van God dieide God van Israël is.

In Lev. 25:23 lezen we dat God zegt: “Want het Land is van Mij”.

 

Niemand minder dan God Zelf brengt Zijn volk terug naar Israël. God wil dat zij daar wonen in de eindtijd, zodat de laatste Jaarweek straks kan gaan beginnen (Dan. 9:27). Daarna zal de Here Jezus de vervallen hut van David gaan oprichten en zullen de heerlijke Messiaanse zegeningen komen, althans voor het gelovig overblijfsel (Hand. 15:16-18). Die zegeningen komen door niemand minder dan Jezus Christus Zelf (2 Kor. 1:20). Paulus zegt:

“en aldus zal gans Israël behouden worden” (Rom. 11:26).  

 

De Bijbel is er duidelijk over dat Israël nog steeds Gods oogappel is en dat God niet wil dat het Land wordt verdeeld en ingenomen door vreemdelingen. Zijn toorn zal over die volken komen:

 

  • Want, zo zegt de Here der heerscharen, wiens heerlijkheid mij gezonden heeft, aangaande de volken die u uitgeplunderd hebben – want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan” (Zach. 2:8).

 

  • “Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, en over mijn volk het lot wierpen,… (Joël 3:1,2).

 

Als we naar Israël kijken, dan zien we dat het omsingeld is door vijanden. Israël wordt steeds meer in het nauw gedreven door haar islamitische buurlanden. De Jodenhaat onder de Arabische volken en het Palestijnse volk is zo groot dat er zelfs islamitische groeperingen zijn die Israël van de kaart willen vegen, of het volk in de Grote Zee willen drijven! In Ps. 83:3-9 lezen we:

“Want zie, uw vijanden tieren, uw haters steken het hoofd op;  zij smeden een listige aanslag tegen uw volk en beraadslagen tegen uw beschermelingen. Zij zeggen: Komt, laten wij hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht. Want zij hebben eensgezind beraadslaagd, tegen U een verbond gesloten: de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de Hagrieten,  Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de inwoners van Tyrus;  zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd, zij zijn de zonen van Lot tot steun”.

 

Wereldwijd komt er steeds meer verzet tegen de Joden. Het antisemitisme is niet alleen groot rondom de buurlanden van Israël, ook in de westerse maatschappij neemt dit drastisch toe. En zo ook in Rusland en bijvoorbeeld in Polen. Zo zijn er zelfs in ons land schuilsynagoges, waar de Joden ongestoord hun diensten kunnen houden, omdat zij anders bedreigd worden. Doordat het antisemitisme sterk toeneemt keren veel Joden terug naar Israël.

 

We kunnen niets anders dan concluderen dat Christus’ tegenstander een hekel aan de Joden heeft. Dat komt omdat hij weet dat God nog een plan heeft met Israël (Ezech. 36:26-28; 39:29; Hos. 2:13-22). Maar bovenal omdat het heil uit de Joden is, dat is de Here Jezus (Rom. 9:5). Hij is Israëls Messias, de komende Vredevorst die vanuit Jeruzalem op de troon van David over de gehele aarde zal regeren.

 

 

We hoeven niet alleen op Israël en het Midden-Oosten te letten, om de tekenen der tijden te zien. De Bijbel geeft namelijk veel meer aanwijzingen. 

 

 

Europa en het herstelde Romeinse Rijk

 

Israël hoorde vroeger bij het oude Romeinse Rijk. Ook de Noordelijke Afrikaanse landen hoorden daar bij. Zo heeft enkele jaren geleden de toenmalige Franse president Sarkozy zich uitgesproken over een Mediterrane Unie, van het Middellandse Zeegebied. Die is er gekomen op 13 juli 2008, opgericht in Parijs.  Het moet een samen-werkingsverband vormen tussen de landen van de Europese Unie en de landen aan het Middellandse Zee gebied. Het is duidelijk zichtbaar dat de wereld wordt klaargemaakt voor het laatste wereldrijk (het herstelde Romeinse rijk) en voor de komst van de antichrist :

(Openb. 6:2; 13:1,2; 17:11): “Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve” 

 

 

hoofdstuk 13 van de Openbaring : de opkomst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 van de Openbaring : de opkomst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Ongetwijfeld zal het laatste wereldrijk ongeveer dezelfde landen omvatten als het oude Romeinse Rijk. Het zal echter nooit een (h)echte eenheid vormen, zoals ijzer en leem zich niet met elkaar laten vermengen (Dan. 2:43). Wellicht omdat de verschillen tussen het z.g. christendom en de islam te groot zijn.

 

 

 

De natuur is in nood

 

Bijna dagelijks horen we over aardbevingen, overstromingen, bosbranden, vulkaanuitbarstingen, hongersnoden (de voedseltekorten en voedselprijzen zijn de afgelopen jaren enorm gestegen, vgl. Openb. 6:6), besmettelijke ziekten en allerlei diersoorten die uitsterven. Dit laatste is volgens velen ook een oorzaak van onze klimaat-verandering:

en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën” (Matt. 24:7,8).

 

 

hoofdstuk 16 van de openbaring ; de 7 offerschalen worden uitgegeoten

hoofdstuk 16 van de openbaring ; de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Het is noodzakelijk waakzaam te blijven en door middel van het lezen van de Bijbel de tekenen der tijden te gaan zien. Het lijkt wel of het door velen niet meer wordt opgemerkt.

Luc. 12:54-56 zegt de Here Jezus het volgende:

“Wanneer gij een wolk ziet opkomen in het westen, zegt gij dadelijk: Er komt regen, en het gebeurt. En wanneer gij de zuidenwind ziet waaien, zegt gij: Er zal hitte komen, en het gebeurt. Huichelaars, het aanzien van aarde en hemel weet gij te onderscheiden, waarom onderkent gij de tijd niet?”   

 

 

 

 Onreinheid

 

Door tv. en internet kan er allerlei onreinheid onze huiskamers binnenkomen en zo ook in onze geest. Voor som-mige christenen is dit een geestelijke strijd, vooral onder mannen. Verkeerd tv.- en internetgebruik kan een open riool worden. Het is en sterk wapen van de boze, wat tussen God en christenen instaat.

God is heilig en daarom behoren ook christenen een rein en zuiver leven te leiden (1 Petr. 1:15,16).

 

De wereld kijkt al niet meer op van homofeesten, zoals de jaarlijkse Gay parade in Amsterdam. Veel mensen vin-den dat dit wel moet kunnen en zien dit als ultieme vrijheid. Maar in wezen zijn zij gebonden door de machten van de duisternis.  In Openb. 22:10,11 waarschuwt een engel van God dat de tijd nabij is en wat de tekenen daar-van zijn:

“want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd”.

 

In dit Schriftgedeelte wordt er gesproken over de kinderen van God en de kinderen van de boze. In de eindtijd zal het zichtbare verschil steeds groter worden.

 

 

Hebzucht

 

De hebzucht is een belangrijk tekenen van de tijd, waarin menigeen tevergeefs hun geluk hopen te vinden. Helaas zijn er ook christenen moe geworden van de hebzucht en de stress en houden zich daardoor niet meer met de dingen van God bezig, zoals: Bijbellezen, bidden, Bijbelstudies volgen, kerkdiensten bezoeken en andere mensen helpen:

 

  • “De in de dorens gezaaide is hij, die het woord hoort, en de zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom verstikt het woord en hij wordt onvruchtbaar” (Matt. 13:22).

 

  • “Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook deze op een afstand” (2 Tim. 3:1-5).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Agressiviteit

 

Veel mensen zijn angstig geworden. Er zijn nu al die dreigingen met chemische wapens en terrorisme zoals bij-voorbeeld de terroristische aanlag in New York op 11-09-2001 die de hele wereld veranderd heeft. Dagelijks wor-den we er via de media over geïnformeerd, dat we in roerige tijden leven. Veel oorlogen zijn er de afgelopen decenia’s geweest, zoals in het Midden-Oosten:

“Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk(Matt. 24: 6,7).

 

 Laten we ook naar ons eigen land kijken, waar we helaas regelmatig horen over slachtoffers door zinloos geweld en seksueel misbruik. Ook neemt de liefdeloosheid naar buitenlanders toe, bijvoorbeeld naar asielzoekers, Joden en moslims.

 

 

Wetsverachting

 

Het gezag van de overheid wordt steeds minder, bijvoorbeeld van de politie, ambulancepersoneel en leerkrach-ten. Samenwonen wordt ook door christenen bijna volledig geaccepteerd. Trouwen wordt ouderwets gevonden en het aantal scheidingen neemt toe. Ook de ongehoorzaamheid aan de ouders is een teken van de eindtijd :

“En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen” (Matt. 24:12).

 

 

Vele valse profeten

 

Niet elk wonder, profetie of lering komt van Gods Geest. Gods Woord waarschuwt ons dat er altijd al verkeerde leringen en valse profeten zijn geweest en dat dit tot de wederkomst zal toenemen. 

 

  • “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden” (Matt. 24:11).

 

  • “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan” (1 Joh. 4:1).

 

 

In Openb. 13 staat dat er tijdens de Grote Verdrukking een valse profeet zal zijn. Hij zal grote wonderen doen. Ook zal hij de mensen verleiden om de schijn-messias, dat is de antichrist, te volgen en aanbidden.

 

 

Vernietiging van de valse profeet

Vernietiging van de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geloofsafval

 

Tegenwoordig is het niet gemakkelijk om als Bijbelgetrouwe christen je rug recht te houden. Veel kerken lopen leeg. Aan hetgeen de Bijbel zegt wordt helaas door veel christenen getwijfeld, bijvoorbeeld wanneer we het over het volbrachte werk van Christus aan het kruis hebben. Dan wordt er al gauw aan Zijn opstanding getwijfeld en over hoe God door het bloed van het Lam zonden kan vergeven (Jes. 53).

Het wonder van de wedergeboorte is voor vele gelovigen nog geen realiteit in hun leven geworden. Ook wordt de Here Jezus door velen slechts gezien als een profeet, goed mens, of een grote leraar. Maar dat Hij God de Zoon is, gaat er bij velen niet in (Joh. 1:1).

Als we de Bijbel geloven, geloven we God. Want God spreekt tot ons door Zijn Woord. Paulus zegt in 2 Tim. 2:23-26:

Maar wees afkerig van de dwaze en onverstandige strijdvragen; gij weet immers, dat zij twisten teweegbrengen; en een dienstknecht des Heren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te onderwijzen, geduldig, met zachtmoedigheid de dwarsdrijvers bestraffende. Het kon zijn, dat God hun gaf zich tot erkentenis der waarheid te keren en, ontnuchterd, zich te wenden tot de wil van Hem, losgekomen uit de strik des  duivels, die hen gevangen hield”.

 

In de omgang met deze mensen moeten we vol liefde en geduld zijn. Het is belangrijk dat we ze door liefde en waarheid weten te winnen. Zo zijn er nog veel meer tekenen te noemen, die betrekking hebben op de eindtijd, zoals: de economische crisis. De sterke toename van occultisme en de opkomst van New Age in allerlei christelijke stromingen. 

 

 

hoofdstuk 17 van de openbaring ; Babylon wordt geoordeeld

hoofdstuk 17 van de openbaring ; Babylon wordt geoordeeld

 

pasteltekening van John Astria

 

Het is duidelijk dat het roerige tijden zijn en dat er reden toe is Hem te verwachten (Openb. 3:10). Laten we in die hoopvolle verwachting blijven getuigen van de Here Jezus, want nu is het nog genadetijd. Wie reeds gekozen heeft is niet alleen gered, maar zal ook worden verlost van de komende toorn, dat is de Grote Verdrukking (1 Tess. 5:9).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus”.

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij”.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt”.

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk  van de Openbaring  zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

John Astria

Tekstuitleg bij Mattheüs 24

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de_toe68

.

 

.

Inleiding

.

Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.

Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.

 

.

De context

.

Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.

Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.

De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.

.

 

Een overzicht van het Evangelie naar Mattheüs maakt dat duidelijk:

.

1. De afkomst van de Messias van David (1:1)

2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)

3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)

4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)

5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)

6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)

7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)

8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)

9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)

10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)

11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)

12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)

13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)

14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)

15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)

16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)

17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)

18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)

 

 

.

We kunnen het evangelie naar Mattheüs dan ook als volgt indelen:

.

Hoofdstuk 1-10   – De aankondiging en openbaring van de Koning.

Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.

Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.

Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.

Hoofdstuk 28      –  De opstanding van de Koning.

 

.

.

De sleutel tot begrip

.

Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.

Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.

Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.

Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Joden, christenen en volken

.

In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:

.

  1. Joden: in Mt24:1-35 zijn alle kenmerken Joods en van toepassing op de Joden.
  2. Christenen: in Mt24:36 tot Mt25:30 gaat het over waakzaamheid voor ‘de dag des Heren’ en de voorafgaande komst van de Heer tot zijn bruid, de Gemeente.
  3. Volken: in Mt25:31-46 gaat het over het oordeel over de volken, aan het begin van het vrederijk.

.

.

 

De vraag over de laatste dingen

.

Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:

  1. Het tijdstip waarop de tempel zal afgebroken worden.
  2. Het teken van Christus’ komst
  3. Het teken van de voleinding van de “eeuw”

De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.

In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).

 

.

Het begin van de weeën: de eerste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek.

.

Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.

De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.

Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).

 

 

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

De grote verdrukking: de laatste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek

.

Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.

Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).

In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

De wederkomst van Christus op aarde terstond

ná de grote verdrukking

.

De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).

De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.

 

.

 

De gelijkenis van de vijgenboom

.

‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.

Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).

 

 

bijbel40

 

.

 

Dit geslacht

.

‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).

Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).

.

 

.

Geen berekeningen maken

.

Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.

Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

 

 

 

De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip

.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).

Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).

In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).

Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

Het oordeel over de volken

.

Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.

 

 

.

 Conclusie

 

.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.

Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.

Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).

Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

 

Tekenen van de eindtijd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

.

Inleiding

.

Dat de wereld na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend veranderd is zal wel niemand ontkennen, daarvoor zijn er voorbeelden in overvloed te noemen. Maar er zullen weinig mensen zijn die beseffen dat wij leven in de voorlaatste fase van de geschiedenis die God met deze wereld schrijft.

.

 

Ook onder christenen is het besef dat we leven in de eindtijd jammer genoeg vaak niet of nauwelijks meer aan-wezig. Veel gebeurtenissen die in relatie staan met voorzeggingen in de Bijbel betreffende de eindtijd hebben intussen plaatsgevonden of zijn bezig zich verder te ontwikkelen.

In de zeventiger jaren was er over de eindtijd en de komst van de Heer Jezus veel aandacht, maar de belang-stelling in de ‘dingen die spoedig gebeuren moeten’ is daarna echter geleidelijk aan weggeëbd. Vandaar dat het goed is om die belangstelling weer eens aan te wakkeren want de tekenen zijn te duidelijk om ze te negeren.

.

 

1. Babylon, de grote hoer

 

Veel Bijbeluitleggers zijn van mening dat de beschrijving van de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 de profetische geschiedenis is van de christelijke kerk. Het begint met de gemeente te Efeze die haar eerste liefde heeft verlaten (2:4) en eindigt met de gemeente te Laodicea waar de Heer Jezus buiten de deur staat (3:20).

De opname van de Gemeente maakt een einde aan de geschiedenis van de Gemeente op aarde en wordt vanaf hoofdstuk 4 gezien in de hemel. Maar daarmee eindigt het christendom niet want Laodicea zal overgaan in het grote Babylon van de eindtijd. In Openbaring 17 zien we dat daar nog een geestelijke macht is die heerschappij voert over de koningen van de aarde.

Is het mogelijk dat de Wereldraad van Kerken opgericht in 1948 een voorloper is van dit grote Babylon? Het hoofddoel van de oecumenische beweging is om kerken van alle denominaties en sekten, en alle religieuze organisaties samen te brengen in één Oecumenische Kerk of Wereldkerk.

Het streven naar deze (valse) eenheid, gebaseerd op Johannes 17:21, en de oprichting in 1948 van de Wereldraad van Kerken kunnen we uniek in de geschiedenis van de Christenheid noemen en kan in verband met de eindtijd en de wederkomst van Christus gebracht worden.

Nooit eerder is er na de Reformatie zulk een streven en organisatie geweest.

 

.

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

2. Ontstaan van Europa

 

Na de Tweede Wereldoorlog beperkte het streven naar eenheid zich niet alleen tot het christendom. Het streven van de Wereldraad van Kerken naar eenheid gebeurde naar het voorbeeld van de Verenigde Naties. Deze orga-nisatie, opgericht in 1945, streefde naar het samenbrengen van alle volken op deze aarde.

Daarnaast was er in Europa ook een streven naar eenheid ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Veel eerder waren daartoe al pogingen ondernomen o.a. door Karel de Grote, Napoleon en Hitler maar allen faalden. Het verschil met hun pogingen en die van na de Tweede Wereldoorlog verschilt niet in hun doelstelling om alle landen van Europa verenigen, maar wel in hun manier.

Het Verdrag van Rome in 1953, was een verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap gevestigd werd. Om te begrijpen wat dat met de eindtijd te maken heeft moeten we teruggrijpen op het boek Daniël en in het bijzonder zijn beschrijving van het zgn. statenbeeld in hoofdstuk 2. Kort samengevat zien we daar dat, nadat Israël terzijde is gesteld, er vier wereldmachten opkomen waaraan God gezag verleend.

Dit zijn respectievelijk: het Babylonische, het Medische-Perzische, het Griekse en het Romeinse rijk.

Dat laatste rijk zal dan teniet gedaan worden door de komst van Christus die Zijn Rijk zal stichten. Dat betekent dan ook dat er voor de komst van Christus weer een ‘Romeins rijk’ aanwezig moet zijn. Vele uitleggers zien in de huidige Europese Unie de herleving van het Romeins rijk.

Treffend is de profetie van Daniël: ‘Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Daniël 2:43).

.

.

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

.

 

3. Ontstaan van de staat Israël

 

De staat Israël werd voorzegd door God: ‘Zo zegt de Here: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël’ (Ez.37:12).

Misschien is de stichting van de staat Israël door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog versneld. Hoe dan ook in 1948 was het zover en riep David Ben-Goerion op 14 mei in Tel-Aviv de staat Israël uit.

In het jaar 70 n.Chr. werd Jeruzalem door de Romeinse bevelhebber Titus verwoest en werden de joden in bal-lingschap gevoerd. Maar het Oude en het Nieuwe Testament getuigen namelijk dat er voor Israël herstel is.

‘Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis, dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschre-ven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob’ (Rom.11:25-26).

In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een ideologie, zionisme genaamd, die streefde naar het stichten van een nationale Joodse staat. Het zionisme was een antwoord op de voortdurende antisemitische vervolgingen waaraan Joden in Europa blootstonden. Sinds de oprichting van de zionistische be-weging verhuisde een steeds groter deel van de Joodse wereldbevolking naar Israël.

In 2000 woonde ongeveer 40% van alle Joden in Israël. Het huidige volk Israël verkeert nog in een staat van ongeloof maar daarin zal verandering komen. ‘Zo zegt de Heere tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (Ez.37:5, 8).

 

.

 

46946201309191543pal

 

 

.

 

4. Het jaar 1967

 

De Zesdaagse Oorlog was een oorlog die tussen 5 en 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. De term ‘Zesdaagse Oorlog’ is kort na de gebeurtenissen verzonnen door Moshe Dayan in een bewuste toespeling op de zes dagen der schepping in het Bijbelboek Genesis.

Door het innemen van de Gazastrook, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeru-zalem) en de Hoogten van Golan, verviervoudigde het door Israël gecontroleerde gebied tot 88.000 vierkante kilometer. Na felle gevechten werd heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd. Allon en Begin stelden voor om de Oude Stad, het historische centrum, van Jeruzalem in te nemen.

De bevelhebber van het Centrale Commando Uzi Narkiss, Moshe Dayan en Yitzak Rabin gingen op 7 juni 1967 om 13:00 uur de Oude Stad binnen via de Leeuwenpoort. Ze zullen toen wel niet beseft hebben dat ze daarmee de profetie van de Heer Jezus vervulden zoals vermeld in Lukas 21:24:  ‘Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn’.

 

 

 

5. De Messias-belijdende gelovigen

 

Na de gebeurtenissen van de Zesdaagse Oorlog kregen vele Joden de overtuiging dat ze leefden in bijzondere tijden. In 2014 waren er 35 Messias-belijdende gemeenten in Israël met ruim 10.000 gelovigen. Deze beweging is niet meer te stoppen en ook wereldwijd neemt het aantal Messias belijdende Joden toe.

God wil door deze Joden het nieuwe volk Israël gaan vormen. Dat er weer Joden in het land Israël zullen zijn blijkt overduidelijk uit de verzen 15-22 van de eindtijd rede in Mattheüs 24. Daarbij zijn er nog de 144000 verzegelden uit alle stammen van de Israëlieten (Openb.7:4;141, 3).

Op de bekering van Israël is het nog wachten maar Gods Woord is daar duidelijk over: ‘de tijden van verkwikking komen niet eerder dan dat Zij  over Hem, Die zij doorstoken hebben rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene (Zach.12:10).

 

 

 

6. De komende tempel

 

In Jeruzalem staat  het Visitors Center van het Temple Institute. In dit centrum kun je kennis nemen van de voort-gang van de voorbereidingen tot de bouw van een tempel. Dit centrum biedt gasten de mogelijkheid om een video te bekijken waarin de geschiedenis van de Heilige Tempel wordt vertoond.

De taak van het Temple Institute is om in de profetische tijd waarin wij leven en als leden van het menselijk ras te proberen de herbouw van de Heilige Tempel te voltooien om daarmee de woorden van de profeet Jesaja in ver-vulling te doen gaan: ‘Want mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken’ (Jes.56:7).

Uit de brief aan de Thessalonicenzen blijkt dat er vlak voor de komst van de Heer Jezus weer een tempel zal zijn want: ‘de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet’ (2 Thes.2:4).

Ook in het boek Openbaring wordt er gesproken over een tempel: ‘En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang’ (Openb.11:1-2).

De ‘derde tempel’ zoals het door orthodoxe Joden genoemd word zal niet de tempel zijn die in het boek Ezechiël beschreven wordt (Ez.40-42) maar de tempel waarin de Antichrist zich zal vertonen.

 

.

 

hoofdstuk-21-een-nieuwe-hemel-en-een-nieuwe-aarde

Openbaring hoofdstuk 21 : Het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

7. De wederkomst van de Heer

 

De eerste komst van de Heer Jezus, geboren als kind in Betlehem, kon aan de hand van de profetie van Daniël vrij nauwkeurig bepaald worden want: ‘Vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken.

Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden’ (Dan.9:25-27). 445 (voor Chr) +483 (69×7) = 38 (na Chr). Houden we nog rekening met een verschil van 3-4 jaar bij de vaststelling, dan komen we ongeveer op 33 naChr. Let wel het gaat hier niet om het tijdstip van zijn geboorte maar van het sterven van de Messias! Het NT vermeld dat er in die tijd joden waren die de Messias verwachten (Luk.2:25, 38; 23:51; Joh.4:25).

Een profetie voor wat betreft de tijdstip voor de  tweede komst van de Heer Jezus voor Israël en de volken is ons niet gegeven, eerder het tegenovergestelde. ‘En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft’ (Hand.1:7). En: ‘Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader’ (Mark.13:32).

Ondanks deze woorden van de Heer Jezus zijn er in het verleden maar ook nu nog, veel pogingen gedaan om dat tijdstip te berekenen maar ze faalden allen. Op de vraag van de discipelen: ‘Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld?’ geeft de Heer Jezus in algemene zin wel een antwoord op de dingen die zullen ge beuren maar vermeld er gelijk bij dat, ook al gebeuren deze dingen, dat dat het einde nog niet is.

(Matth.24:3-7). Voor de Opname van de Gemeente kan de Heer Jezus elk moment komen. Aan het volk Israël zijn er tekenen gegeven die in hoofdstuk 24 van het Mattheüs evangelie vermeld zijn en in de Openbaring van Johan-nes.

De zes gebeurtenissen, hierboven vermeld, zijn dan ook geen tekenen maar signalen die aangeven dat we in de eindtijd leven vlak voor de komst van de Heer Jezus.

‘Wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petr.1:19).

 

.

 

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

JOHN ASTRIA

Wat is de Bijbelse Profetie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Inleiding

.

Onze huidige tijd is er een van revolutionaire veranderingen waar geen enkele andere tijd mee te vergelijken en geconfronteerd is. Het is dan ook niet vreemd dat veel mensen zich vragen beginnen te stellen over de toekomst. Allerlei prognoses, hypothesen en fantasieën doen de ronde maar er niemand die weet waar het met de wereld naar toe gaat.

Als christenen hoeven wij niet in het onzekere te verkeren voor wat betreft onze toekomst en die van de wereld waarin wij leven. God heeft ons in zijn Woord duidelijk de contouren geschetst van zijn plan met deze wereld en wij kunnen daarvan kennis nemen middels de Bijbel. De Heer Jezus zegt dat wanneer de heilige Geest zal komen dat Deze ons zal inlichten over de toekomstige dingen (Joh.16:13).

 

‘En zo hebben wij het profetisch woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten’ (2Petr.1:19).

 

In de christelijke traditie wordt Bijbelse profetie nadrukkelijk onderscheiden van waarzeggerij, wichelarij, uitleggen van voortekenen, tovenarij, bezweringen en ondervragen van doden (spiritisme). Ongeveer een vierde van de Bijbel is profetie om te ontdekken dat God in controle is en bezig is zijn plan ten uitvoer te brengen.

 

.

 

Wat is profetie?

.

Het begrip profetie in Bijbelse zin heeft een bredere betekenis dan alleen maar toekomstvoorspelling. Profeet zijn is spreken namens God tot mensen, zowel voorzeggend als voortzeggend. Zo’n ‘godsspraak door profetenmond’ kan troostend, vermanend of oordelend van aard zijn. De godsspraak kan ook geuit worden in de vorm van een lied (zoals bij Mozes, Mirjam, Hanna, Maria en in de Psalmen) en kan soms ook betrekking hebben op een gebeurtenis in de nabije of verre toekomst.

Veel oudtestamentische profetieën riepen op tot herstel of handhaving van de Wet, en kondigden oordelen aan wanneer het verbond met God verbroken werd. In Bijbelse tijden werden door middel van profetie mensen geroepen tot het koningschap (zoals Saul, David, Jehu) of tot gemeentelijke taken (zie bijvoorbeeld Hand.13:2).

Bijbelse profeten profeteerden volgens eigen zeggen niet uit zichzelf (vgl. Am.3:7; Jer.23:18). Apostel Petrus schreef hierover:

 

‘Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken’ (2Petr.1:21).

 

De profeet Jeremia beschreef in zijn zielenstrijd dat de kracht van de Geest van God voor een goedwillende profeet nagenoeg onweerstaanbaar was (Jer.20:7-9).

Ook het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament, is vol profetie. Zacharias en Elizabeth, Maria, Simeon en Anna profeteerden. Johannes de Doper en Jezus traden op als profeet. Zij deden dit op de grens van het oude en het nieuwe verbond (Luk.22:20).

Verder komen we mannen en vrouwen tegen die profeteren, bijvoorbeeld de profeten Agabus (Hand.11:27-10, 21:10-11), Judas en Silas (Hand.15:32), de vier dochters van Filippus (Hand.21:9) en anderen (Hand.11:27, 13:1). De christelijke gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en nieuw testamentische profeten (1Kor.12:28, Ef.4:11), waarvan Jezus zelf de hoeksteen is (Ef.2:20). In de Openbaring aan Johannes lezen we over Gods profeten (Op.10:8; 11:18; 18:20; 22:6,9).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

Wat is het doel van profetie?

.

Profetie is ons niet gegeven om te speculeren, maar om te motiveren’

.

Het doel van de profetie is niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om ons praktisch geloofsleven een extra stimulans te geven tot een heilig leven. Met het oog op de wederkomst van de Heer Jezus schrijft de apostel Johannes:

 

‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1Joh.3:3) en

‘Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, nog meer gerechtigheid doen; en die heilig is, zich nog meer heiligen’ (Op.22:11).

 

Maar dat niet alleen. God heeft geweldige plannen met zijn schepping en wil ons daarover inlichten opdat ook wij ons daarin zouden verheugen :

 

‘Voorzeker, de Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Am.3:7).

 

In de Bijbel zien we hoe het plan van God, om zijn Christus in de wereld te brengen, zich geleidelijk ontwikkeld. Dat plan heeft zijn begin in het boek Genesis en vindt zijn uiteindelijke vervulling in het boek Openbaring. Dat maakt de Bijbel tot een heel bijzonder boek.

Omdat God zijn plan op Schrift heeft laten stellen, is die God ook verifieerbaar. We kunnen Hem niet alleen volgen maar ook ontdekken dat zijn beloften waar zijn. Veel profetieën hebben hun vervulling al gekregen bij de eerste komst van de Heer Jezus bij zijn geboorte, lijden en sterven. Veel profetieën zullen nog vervuld worden bij zijn wederkomst. Laten we maar eens als voorbeeld Handelingen 2 nemen waar we een gedeeltelijke profetie zien van Joël wanneer hij spreekt over de uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen (Hand.2:17-21).

Lukas – de schrijver van het boek Handelingen – zegt dat er eenzelfde manifestatie van Gods Geest zal zijn voor-dat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.

Het doel van profetie is de openbaring van de Heer Jezus:

 

‘Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie’ (Op.19:10).

 

Het plan van God vindt zijn hoogtepunt in de verhoging van Christus:

 

‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader’ (Fil.2:9-11).

 

.

Waarom zouden we de profetie bestuderen?

.

De Heer Jezus zegt in Johannes 15:15 :

 

‘Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van mijn Vader heb gehoord, bekend gemaakt heb.

 

Gelukkig heeft God zijn plan niet voor ons verborgen gehouden. Paulus zegt dat:

 

‘Hij ons de verborgenheid van zijn wil bekend heeft gemaakt, naar zijn welbehagen, dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus’ (Ef.1:9-10).

 

De leer omtrent ‘de laatste dingen’ de eschatologie is wat in onze tijd de meeste aandacht trekt, maar we moeten niet vergeten dat dit slechts een onderdeel uit maakt van de profetie. Er zijn een aantal redenen te noemen waarom in onze tijd een vernieuwde aandacht voor de toekomstige dingen is, en dat niet slechts bij christenen.

De jaren zestig zette veel mensen aan het nadenken over de vraag waar het met onze’planeet aarde naar toe ging. Er zijn verschillende krachten die onze wereld veranderen:

  • Het ontstaan van een mondiale economie met talloze kruisverbanden.
  • Het ontstaan van een wereldwijd communicatienetwerk zoals het internet.
  • Het ontstaan van volledig nieuwe machtsverhoudingen op politiek, economisch en militair gebied, denk maar aan de rol van China de laatste decennia.
  • Het ontstaan van een snelle groei van de wereldbevolking en daarmee gepaard gaande verbruik van grondstoffen, watertekorten, enz.
  • Het ontstaan van revolutionaire nieuwe technologieën op het gebied van biologie, biochemie, genetica en andere materialen waardoor grenzen overschreden kunnen worden die we ons nooit hebben kunnen voorstellen.
  • Het ontstaan van een radicale nieuwe relatie tussen de samengebalde kracht van menselijke beschaving en de ecologische systemen van de aarde zoals het klimaat en de atmosfeer.

 

Als christenen kunnen we naast deze zaken verder denken aan het ontstaan in van het volk Israël in 1948. Maar ook het ontstaan van de Europese Unie waarin velen de wedergeboorte van het antieke Romeinse Rijk in menen te herkennen. De vraag is, hoe het mogelijk is dat Europa na haar ondergang in 476 in de vijftiende eeuw een wedergeboorte (renaissance) heeft gekend en zo’n dominerende invloed heeft gehad over de rest van de wereld. Of het Westen nog eens ten onder zou kunnen gaan en weer opstaan is een boeiende vraag voor christenen.

 

 

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe dienen we de profetie bestuderen?

.

Van de volkeren wordt gezegd dat zij :

 

‘de gedachten des Heren niet kennen en zijn raadslag niet verstaan’ (Mi.4:12).

Welk mens kan ons zeggen wat de toekomst zal brengen? De mens die niet eens weet, hoe morgen zijn leven zal zijn? (Jak.4:14).

 

Voor betrouwbare informatie betreffende het plan van God en de toekomstige dingen zijn wij geheel en al aangewezen op Gods openbaring daarvan in de Bijbel en door de verlichting van zijn Geest:

 

‘Vraagt Mij naar de toekomstige dingen’ zegt de Here God (Jes.45:11).

 

God is immers die God die:

 

‘van de beginne de afloop verkondigt en vanouds wat nog niet geschied is’ (Jes.46:10).

 

Al Gods plannen waren nog niet geopenbaard in het Oude Testament, dat blijkt wel uit de woorden van de Heer Jezus die heeft gezegd:

 

‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging van de wereld af verborgen zijn geweest’ (Mat.13:34).

 

Wanneer de Heer Jezus de komst van de heilige Geest aankondigt wordt daarvan gezegd dat:

 

‘Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd’ (Joh.14:26).

 

Maar niet alleen dat, ook zou de Geest ons in de hele waarheid leiden en de toekomstige dingen zou Hij ons verkondigen (Joh.16:13, 14). Met andere woorden we krijgen door de Geest inzicht in de leer van het Bijbelse geloof en leven vermeld in de diverse brieven. Ook in de leer omtrent de laatste dingen, de eschatologie, vermeld in het Oude en Nieuwe Testament.

De apostel Paulus heeft het voorrecht gekend enkele van die geheimenissen, of verborgenheden te duiden. Die geheimenissen waren :

  • dat de Heer Jezus het middelpunt van Gods plannen was (Rom.16:25; 1Kor.2:7v; Ef.1:9v.).
  • de Gemeente, haar ontstaan en bestemming (Ef.3:9, 5:32; Kol.1:26, 2:2).
  • de opname en Christus’ verschijning in heerlijkheid (1Kor.15:51; 1Thes.4:15vv.)
  • Gods plannen met het volk Israël (Rom.11:25).

 

We dienen ons dus afhankelijk van Gods Geest en Woord op te stellen in het onderzoek van Gods plan. Het Woord dient gezag te hebben over ons leven en denken. Om niet te ontsporen in allerlei speculaties is het noodzakelijk dicht bij het licht van Gods Woord te blijven. Veel zaken zullen duidelijk worden als de tijd daarvoor aangebroken is:

 

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is’ (1Joh.3:2).

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

De troonsheerlijkheid van God : hoofdstuk 4

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament : hoofdstuk 4

 

 

 

De troonsheerlijkheid van God

 

hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote  ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.

Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans  de wereld.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria