Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Klein vlooienkruid : Pulicaria vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de kleine, half bolronde, gele bloemhoofdjes met korte straalbloemen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein vlooienkruid is een eenjarig plantje, dat je kan vinden langs de rivieren op voedselrijke en stikstofrijke zand- en kleigronden, die ’s winter onder water staan en ’s zomers droogvallen. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van klein vlooienkruid zijn geel, plat van boven en bolrond van onderen. De omwindselblaadjes zijn lijnvormig, ongelijk van lengte en wollig behaard. De straalbloemen zijn kort en 3-tandig. Klein vlooienkruid heeft een scherpe geur, waardoor insecten de bloemhoofdjes mijden.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De wollig behaarde stengels zijn wijd vertakt, waardoor klein vlooienkruid een struikachtig uiterlijk krijgt. De zijtakjes zijn langer dan de hoofdtak. Ook de bladeren zijn wollig behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werden gedroogde planten onder het matras gelegd om vlooien uit het bed te weren.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Klein vlooienkruid kan goed tegen beweiding. Het vee eet haar niet vanwege de geur en het stuk trappen van het gras stimuleert de kieming van haar zaden.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

goudknopje : heeft geen straalbloemen en is niet wollig behaard.

 

 

 

 

 

 

heelblaadjes : is in alles veel groter en heeft langere straalbloemen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteracea)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 10 to 40 cm

Bloem
– gele straalbloemen
– vuilgele buisbloemen
– sterk geurend
– vanaf juli t/m september
– kort gesteeld hoofdje
– 1 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf tot iets getand en zacht   golvend
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– wollig behaard
– rolrond
– meestal rood gekleurd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kartuizer anjer : Dianthus carthusianorum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemen met gekartelde kroonbladen
– in een bundeltje aan het einde van een ijle bloeistengel met
– vliezige, bruine schubben onder de kelk

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kartuizer anjer is een zeer zeldzame, overblijvende, polvormende plant van 30 tot 45 cm hoog, die groeit op grazige zandgrond. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kartuizer anjer bloeit vanaf juni tot en met augustus met helder roze (zelden witte) bloemen van 18 tot 20 mm in doorsnede. De kort gesteelde bloemen staan met 4 tot 15 in een bundeltje bij elkaar aan het einde van de ijle bloeistengel. Ze hebben 5 getande kroonbladen. De vliezige schubben onder de kelk zijn bruin, korter dan de kelk, plotseling in een spitsje van 2 tot 4 mm uitlopend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

 

 

 

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

 

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, zelden wit
– juni t/m augustus
– bundel of krans
– stervormig
– 18 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Yucca of de palmlelie

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Yucca komt van oorsprong uit Midden-Amerika. De Yucca, in Nederland ook wel Palmlelie genaamd, komt uit de plantenfamilie: Asparagaceae.

 

 

 

yucca-elephantipes-cane

 

 

 

Yucca onderhoud

 

Water geven

 

De Yukka houdt niet van veel water. Vooral gedurende de winter is het van belang de grond op te laten drogen alvorens de kamerplant opnieuw water krijgt. Een aantal weken zonder water is geen probleem. In de lente en zomer zal de Yucca meer water nodig hebben, vooral tijdens warme dagen. Wanneer de bovenste grondlaag droog begint te worden mag je opnieuw water geven. Teveel water kan leiden tot wortelrot. Ook kan de stam onderaan zacht worden door te veel water.

Bij twijfel is het daarom verstandig om beter iets minder water te geven. De hoeveelheid water is afhankelijk van onder andere de temperatuur, grootte en lichtintensiteit. Er mag absoluut geen laagje water onderin de pot komen te staan, de grond moet al het vocht kunnen absorberen. Voelt de grond na een week nog steeds vochtig, dan is het raadzaam om minder water per gietbeurt te geven.

 

 

 

Sproeien

 

De Yucca sproeien is niet noodzakelijk. Droge lucht is voor deze kamerplant geen probleem. Sproeien helpt wel om stof te verwijderen. Een regenbuitje in de zomer werkt tevens preventief tegen ziekten.

 

 

 

 

 

Standplaats

 

Een Yucca mag op een lichte standplaats staan. De bladeren blijven mooi hard bij voldoende licht. Maar pas in het begin op met direct zonlicht. De Yucca wordt namelijk opgekweekt onder gefilterd licht. Geleidelijk kan de Yucca dichterbij het raam komen te staan. In de zomer kan de plant ook buiten komen te staan, maar vermijd dan wel de middag zon.

De Yucca wenst minimaal 5 uur direct zonlicht per dag. Plaats de palmlelie daarom 2-3 meter voor een raam op het zuiden, of 3-4 meter voor een raam op het oosten/westen. Direct voor een raam op het noorden is eventueel ook mogelijk.

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 10 °C

 

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Yuka het beste verpotten direct na aanschaf, of in de lente. De lente heeft de voorkeur omdat eventueel beschadigde wortels dan sneller herstellen. Herhaal dit eens per 3 jaar. Bij oudere planten is alleen de bovenste grondlaag vervangen voldoende. Plaats deze woonplant in een pot die minimaal 20% breder is dan de kweekpot en gebruik hierbij normale potgrond. Gebruik geen hydrokorrels op de bodem.

Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en zal gaan rotten. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creëert een grotere waterbuffer, omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

 

 

 

 

Voeding

 

De Yucca verbruikt weinig voeding. Gebruik de helft van de dosering die staat aangegeven op de verpakking van vloeibare voeding voor groene kamerplanten. Bemest een Yucca alleen in de lente en de zomer. ’s Winters bemesten kan schadelijk zijn.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Gele bladeren bij een Yucca zijn vaak het gevolg van te veel water. Bruine bladeren kunnen duiden op verbran- ding. Plaats in dit geval de plant een meter verder van het raam.

 

 

 

Snoeien

 

De onderste bladeren kunnen afsterven, dit is geen probleem want bovenin worden nieuwe verse bladeren aangemaakt. Trek deze bladeren naar beneden om ze te verwijderen. Te lange stammen zijn met een zaagje in te korten. Hier zijn verder geen speciale benodigdheden voor nodig.

 

 

 

Vermeerderen

 

Afgezaagde uitlopers zijn in een licht vochtige grond te stekken. Doe dit bij voorkeur in de lente bij een tempe- ratuur van ongeveer 22 graden.

 

 

 

Bloemen

 

Een bloeiende Yucca in de woonkamer is zeldzaam in Nederland. Na de bloei maakt de Yucca vaak nieuwe scheuten. De bloemen zijn groot en worden in sommige landen gekookt.

 

 

 

 

 

Giftig?

 

De Yucca is giftig. Pas op bij dieren en kinderen.

 

 

 

Ziektes

 

Controleer een kamerplant en dus ook de Yucca regelmatig op luis. Hoe eerder deze wordt waargenomen hoe groter de kans op bestrijding. Kijk hierbij vooral onder en tussen het blad. Spint zal je niet snel aantreffen bij een Yucca.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Hoenderbeet : Lamium amplexicaule

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder roze lipbloemen met lange rechte kroonbuis in
– schijnkransen die een eindje uit elkaar staan en
– die ondersteunt worden door een “bladschoteltje”

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hoenderbeet is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, (moes)tuinen en bermen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hoenderbeet bloeit vanaf april tot in de herfst met helder roze lipbloemen, die een lange kroonbuis hebben, waardoor ze ver boven de kelk uitsteken. De bloemen staan in schijnkransen die een eindje uit elkaar staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn gesteeld en rond tot eirond. De bovenste zijn niervormig, ongesteeld en omvatten de stengel, zodat ze een schoteltje vormen onder de bloemen.

 

 

Hoenderbeet

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

paarse dovenetel : paarse verkleurde bovenste bladeren en flink stuk kale stengel.

 

 

 

 

 

ingesneden dovenetel : bladeren zijn dieper ingesneden en dubbel gelobd.

 

 

 

 

 

gevlekte dovenetel : heeft gevlekte bladeren en grotere bloemen, waarvan de onderlip donker gevlekt is.

 

 

 

 

 

gestreepte dovenetel : is gekweekt vanuit gevlekte dovenetel en heeft een zilverkleurige streep langs de middennerf.

 

 

 

 

 

hoenderbeet : de bloemen steken hoog uit boven de kelk en de bovenste bladeren zijn rond de stengel vergroeid.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : heeft lancetvormige bladeren.

 

 

 

 

 

stinkende ballote : bladeren geven bij kneuzing een onaangename geur af.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam voorkomend
– 15 tot 30 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 1,4 tot 2 cm
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stuifmeel oranje

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– onderste eirond en gesteeld
– bovenste niervormig, ongesteeld
– top stomp
– rand diep gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hazenpootje : Trifolium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de donzige, roze bloemhoofdjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hazenpootje is een eenjarige klaversoort, die groeit op open tot grazige, droge, meestal kalkarme zandgrond, zoals in bermen, graslanden, de duinen, langs akkerranden en spoorwegen. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit vanaf juli tot de herfst. De cylindervormige bloemhoofdjes bestaan uit talrijke witte vlinderbloemen, die voor een groot deel niet zichtbaar zijn door de beharing van de kelk. De kelktanden zijn roodachtig en samen met de lange beharing krijgen de hoofdjes daardoor een roze, donzig uiterlijk, wat het plantje heel herkenbaar maakt en goed geschikt voor droogbloemboeketten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Behalve de kelk zijn ook de stengel en de bladeren dicht behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Sinds de Middeleeuwen wordt hazenpootje als geneeskruid gebruikt tegen diarree. Het bevat looistoffen en vluchtige olie.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– plaatselijk algemeen
– 5 tot 30 cm hoog

Bloem
– roze, donzige hoofdjes met
– witte vlinderbloemen
– vanaf juli tot de herfst
– lang gesteeld
– 1 tot 2,5 cm

Blad

– verspreid
– handvormig samengesteld
– langwerpige deelblaadjes
– top toegespits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop of liggend
– dicht behaard
– sterk vertakt
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter D

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Distels en Melkdistels (Compositae)

 

Akkerdistel

 

Cirsium arvense, de AKKERDISTEL, is een van de meest beruchte onkruiden, niet alleen in ons land maar ook in vele andere landen. De slanke penwortel vormt ver weg kruipende, witachtige uitlopers, die binnen een paar jaar een geweldige kolonie kunnen doen ontstaan – en dat alles uit een enkel zaadje. Zelfs uit een klein stukje van de wortel kan zo’n kolonie ontstaan. Naarmate het wortelstelsel zich uitbreidt worden ook steeds meer nieuwe stengels gevormd, zodat tegelijk volwassen, halfwassen en nieuwe scheuten aanwezig zijn.

Deze overblijvende plant wordt 0,60-1,20 m hoog. De bloemhoofdjes zijn naar verhouding klein en staan in schermvormige pluimen; de kleur is lichtpaars, een enkele maal wit. De bladeren aan de voet van de plant zijn lancetvormig en uitlopend in een korte steel met bochtige randen die uitlopen in stevige stekels. De bladeren die hogerop staan hebben ongeveer dezelfde vorm maar zijn stengelomvattend en dieper ingesneden. Alle bladeren staan afwisselend en zijn kaal of aan de onderkant enigszins behaard. De bloemen hebben een sterke honinggeur en worden door verschillende soorten insecten bezocht. De bloeitijd is juni-september.

Akkerdistel komt voor in geheel Europa en in Noord-Amerika. In ons land zeer algemeen langs wegen en dijken, op akkers en gestoorde terreinen. In verscheidene provincies in ons land is een zogenaamde Distelverordening van kracht, die bepaalt dat eigenaren en gebruikers van gronden deze en andere soorten distels moeten bestrijden. In andere landen zijn soortgelijke maatregelen genomen.

 

 

 

 

 

 

Speerdistel

 

Cirsium vulgare is de SPEERDISTEL, een tweejarige plant die zich uitsluitend vermeerdert door zaad. De plant heeft een grote vlezige penwortel en wordt net als de vorige soort 0,60-1,20 m hoog. In het eerste jaar vormen de planten alleen een rozet van bladeren; deze zijn langwerpig tot lancetvormig of elliptisch en ruw getand.

In het tweede jaar komen de gegroefde, stekelig gevleugelde stengels tevoorschijn. De bladeren zijn van boven stekelig behaard en de lobben dragen lange stekels. Van onderen zijn de bladeren – net als de stengel – kort behaard tot spinnenwebachtig. De bloemhoofdjes zitten in een rond of vaasvormig omwindsel. Dit is stekelig, enigszins spinnenwebachtig behaard en groen van kleur. De bloeitijd is juli-augustus.

Speerdistel komt net als de vorige soort voor in geheel Europa en in Noord-Amerika. In ons land algemeen in weilanden, langs wegen en dijken, op kapvlakten in het bos, in de duinen en op gestoorde gronden.

De Melkdistels hebben allemaal gele bloemen. Ze zijn lang niet zo stekelig als de bovengenoemde soorten. Hun naam hebben ze te danken aan het witte melksap dat bij beschadiging tevoorschijn komt.

 

 

 

 

 

 

Akkermelkdistel

 

De AKKERMELKDISTEL (Sonchus arvensis) heeft kruipende ondergrondse stengels en bereikt een hoogte van 0,60-1,50 m. De stengels zijn gegroefd, hol en sterk behaard. De afwisselend staande bladeren zitten op het onderste deel van de stengel dicht bijeen; ze zijn diep ingesneden, langwerpig tot lancetvormig en uitlopend in een gevleugelde bladsteel. De bovenste bladeren zijn gering in getal, vaak zonder insnijding en stengelomvattend. De bloemhoofdjes zitten dicht opeen aan de top van de stengel en zijn goudgeel van kleur; de bloemstengels zijn voorzien van vele gele haren, net als de groene omwindsels. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst.

Het verspreidingsgebied omvat vrijwel geheel Europa en Noord-Amerika. In ons land algemeen op akkers en in grasland.

 

 

 

 

 

 

Brosse Melkdistel of gekroesde melkdistel

 

BROSSE MELKDISTEL (Sonchus asper) is een van de stekeligste soorten uit dit geslacht; de Latijnse naam duidt daar al op: asper = ruw. De plant heeft een stevige penwortel en wordt gemiddeld 60 cm hoog (maximaal 90 cm). De stengels zijn kaal en vaak roodachtig; de afwisselend staande bladeren zitten ook hier dicht opeen langs de stengel, vooral aan de voet van de plant, waar ze tevens dieper ingesneden zijn. Alle bladeren zijn stengelomvattend en de twee lobben aan de voet hebben de vorm van een oor.

De bloemkroon is geel en het omwindsel is peervormig of rond. De lange stelen van de dicht opeenstaande bloemhoofdjes komen tevoorschijn aan de top van de stengel, bij een blad dat rond de stengel is gegroeid. De bloeiperiode is dezelfde als bij de vorige soort. Deze soort komt voor in geheel Europa en in Noord-Amerika. In ons land algemeen op akkers, in moestuinen en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

Gewone melkdistel

 

GEWONE MELKDISTEL (Sonchus oleraceus) heeft een lange slanke penwortel en stevige kale, rechtop staande stengels van 30 tot 90 cm hoog. De stengels zijn vijfhoekig, hol (behalve bij de knopen) en van boven vertakt. De bladeren hebben een pijlvormige voet en spitse oortjes, meestal duidelijk gelobd met 2 tot 3 lobben ter weerszijden van de middennerf en een langere, bredere aan de top. De bovenste bladeren zijn vaak niet ingesneden. Alle bladeren staan afwisselend en de randen zijn zacht stekelig getand. De bloemhoofdjes komen tevoorschijn uit een blad dat aan de voet is ingesneden; ze staan dicht opeen en zijn lichtgeel. Bloeitijd en verspreiding zijn net als bij de voorgaande soort.

De gewone melkdistel zaait zich makkelijk uit door het pluizige zaad. Eerst wordt een rozet gevormd wat vrij snel doorschiet en in bloei heeft de plant gele halfgeopende bloemen. Na de bloei worden het wollige pluizen die door de wind verspreid worden. De lange penwortel is lastig te verwijderen en breekt ook snel af. Het blad
is stekelig maar niet zo erg als de gewone distel. Bij het breken van blad of stengel komt er wit melksap te voorschijn.

Het verspreidingsgebied omvat vrijwel geheel Europa en Noord-Amerika. In ons land algemeen op akkers en in grasland.

 

 

 

half geopende bloemhoofdjes

 

 

 

Doornappel (Solanaceae)

 

Van de DOORNAPPEL (Datura stramonium), die thans over de gehele wereld voorkomt, is bekend dat hij in 1577 in Spanje werd ingevoerd. In Engeland kweekte de kruidkundige John Gerard de plant al in 1599; hij schreef in zijn ‘Herball’ dat hij zaad had ontvangen van Lord Edward Zouche, die dat had meegebracht uit Constantinopel. Gerard gebruikte de plant om brandwonden en kwaadaardige zweren mee te genezen.

In de achttiende eeuw stond Doornappel in hoog aanzien als verdovend middel voor het verlichten van hoest en astma. De plant is uiterst giftig, vooral na het verwelken en wordt nog steeds als geneeskruid gebruikt.

Het is een eenjarige plant, die tot ongeveer een meter hoog wordt. De stengels zijn stevig en staan rechtop met spreidende takken, kaal, groen of paars. De bladeren, die afwisselend staan, zijn donkergroen en sterk geurend, ovaal tot driehoekig, met een grove tanding langs de rand en eindigend in een scherpe punt. Door hun gewoonte zich samen te vouwen hebben ze een stekelig uiterlijk.

Opvallend zijn de grote witte trompetbloemen, die 4-7,5 cm doorsnee bereiken en verschijnen tussen juni en september. Ze groeien in de oksels van de takken en worden gevolgd door ovale groene vruchten die bezet zijn met korte scherpe stekels. (Er zijn ook variëteiten met ongestekelde vruchten.) Iedere vrucht bevat 400 tot 800 zaden en de kiemkracht is gewoonlijk groot. Zelfs zaden die meer dan honderd jaar in de grond hadden gezeten bleken nog tot ontkieming te kunnen komen. Doornappel een vrij zeldzame verschijning. De plant komt voor op bouwland, in tuinen, op mesthopen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

Duivekervel (Fumariaceae)

 

De geslachtsnaam van de GEWONE DUIVEKERVEL (Fumaria officinalis) is afgeleid van het Latijnse fumus = rook. Dit wijst erop dat men vroeger geloofde dat de rook van deze plant de kracht had boze geesten te verdrijven. Gewone duivekervel is een sierlijk onkruid met trossen van meer dan 20 bloemen. Deze zijn buisvormig, roze, donkerder naar de top en afwisselend geplaatst langs de slanke bloemstengel. De zachte, grijsgroene bladeren, die rondom de stengels staan, zijn zo diep ingesneden dat er lijnvormige blaadjes ontstaan.

De hele plant heeft daardoor een teer uiterlijk. De bloeitijd is van mei tot in de herfst en iedere plant brengt ongeveer 800 zaden voort. Het verspreidingsgebied omvat Europa, West-Azië en Noord-Afrika; ingevoerd in Amerika. Het is een eenjarige plant die 10 tot 50 cm hoog wordt en een voorkeur heeft voor losse, voedselrijk en gewoonlijk kalkarme, lemige grond.

 

 

 

 

 

Duizendblad (Compositae)

 

GEWOON DUIZENDBLAD (Achillea millefolium) is weer zo’n onkruid waar we goed op moeten letten, want de wortels kunnen een heel eind weg kruipen en binnen korte tijd een massa stengels voortbrengen. De afwisselende bladeren zijn lancetvormig in omtrek en 2-3 maal ingesneden, zó fijn verdeeld dat ze er uit zien als verfrommelde veren. De plant bevat een etherische olie die er de aromatische geur aan geeft. De schermen witte (soms roze of rode) bloemhoofdjes verschijnen van juni tot en met oktober. Ze staan op 15-45 cm hoge stengels en hebben gewoonlijk vijf straalbloempjes.

De plant werd en wordt gebruikt als geneeskruid, vanwege de samentrekkende en daardoor bloedstelpende werking van de gekneusde bladeren. De geslachtsnaam heeft betrekking op Achilles, die de plant gebruikte om de wonden van Telephus te genezen. Deze soort komt voor in Europa en Noord-Amerika; hier te lande zeer algemeen langs wegen en dijken, tussen het gras en op ruige plaatsen.

 

 

 

 

 

Duizendknopen (Polygonaceae)

 

Deze groep is een fantasie in roze en groen-roze, soms groene, bloemen, roze kelk, roze meeldraden, roze zaden, roze knopen, te midden van bladeren in koel groen.

 

 

Perzikkruid

 

PERZIKKRUID (Polygonum persicaria) is een eenjarige plant die tot een meter hoog wordt. De stengels zijn boven de knopen verdikt en roodachtig van kleur. Uit de knopen komen zowel de bloemaren als de balderen tevoorschijn. Er bevindt zich hier een eigenaardig orgaan, het tuitje. Dit is een kokertje om de stengel, dat gevormd is uit aaneengegroeide steunblaadjes. Dit tuitje is roze van kleur en dient ter bescherming van de jonge aartjes. De aardige kleine bloempjes zitten dicht opeen en hebben vijf roze bloemblaadjes. De knoppen zijn donkerder roze. De lancetvormige, afwisselende bladeren hebben stelen die roodachtig zijn op de plaats waar ze – beneden het tuitje – uit de knopen komen.

Op de bladeren bevinden zich donkerrode tot zwarte vlekken die ongeveer de vorm van een halve maan hebben. Deze vlekken herinneren ons volgens de legende aan het bloed van Jezus. De plant groeide onder het kruis en ving met zijn bladeren het bloed op van zijn wonden. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst. De plant komt voor in Europa en Azië en is verwilderd in Noord-Amerika. In ons land zeer algemeen, vooral op akkers en in moestuinen.

 

 

 

 

 

Varkensgras

 

VARKENSGRAS (Polygonum aviculare) is een eenjarige, sterk vertakte, taaie plant, die rechtop groeit wanneer hij tussen andere planten staat en liggend wanneer hij zich op open grond bevindt. De stengels zijn geribbeld en hebben witachtige tuitjes. In de groene, afwisselende bladeren zit net zo veel variatie als in de groeiwijze van de plant, ze zijn bijna lijnvormig of breed elliptisch. De kleine bloemetjes groeien in aren die met 2-5 bijeen staan in de bladoksels; ze hebben vijf bloemblaadjes die eruit zien als kelkblaadjes, met een roze of witte rand.

Varkensgras is een kosmopolitisch onkruid, met andere woorden het kan in ieder werelddeel worden aangetroffen. Bij ons zeer algemeen langs wegen en op bebouwde grond. De bloeitijd is van mei tot en met november.

 

 

 

 

 

Knopige- en viltige duizendknoop

 

Polygonum lapathifolium is een zeer vormenrijke soort. Twee daarvan zijn algemeen, namelijk ssp. Lapathifollium, de KNOPIGE DUIZENDKNOOP en ssp. Pallidum, de VILTIGE DUIZENDKNOOP. Eerstgenoemde wordt 0,30-1,20 meter hoog of zelfs nog hoger, de laatste 0,30-0,60 meter. De stengels zijn gezwollen boven de knopen en gewoonlijk groenachtig; de bloemen zijn wit met groen, of alleen groen of wit, of roodachtig. De aren staan tros- of pluimvormig bijeen. De tuitjes hebben geen of zeer korte wimpers. De bladeren zijn kaal tot behaard, al naar gelang de groeiplaats. Ze staan afwisselend, zijn 5-20 cm lang en lancetvormig.

De viltige beharing – indien aanwezig – zit vooral aan de onderkant van de bladeren. Meestal zitten er donkere vlekken op de bladeren. De bloeitijd is van juni tot oktober en het verspreidingsgebied omvat geheel Europa. Knopige duizendknoop komt in ons land vooral voor op veen- en kleigrond. Viltige duizendknoop vooral op zandig bouwland.

 

knopige

 

knopige duizendknoop

 

knopige duizendknoop

 

viltige

 

viltige

 

viltige

 

 

Waterpeper

 

Zowel de wetenschappelijke als de Nederlandse benaming van WATERPEPER (Polygonum hydropiper) wijzen op de scherpe pepersmaak die bladeren en bloemen van deze soort bezitten. Van deze bijtende eigenschappen kunt u zich ook overtuigen door de plant met de hand aan te pakken en daarna met dezelfde hand in uw oog te wrijven! Deze sierlijke plant heeft enigszins knikkende aren, met bloemetjes die aan de voet groen en aan de top rood of wit zijn.

Waterpeper wordt 0,30-0,50 meter hoog en heeft afwisselende, smal lancetvormige bladeren. Die naar de top toe steeds smaller en kleiner worden. De korte roze tuitjes zijn al dan niet gewimperd. De naam van deze plant wijst er al op dat hij een voorkeur heeft voor vochtige plaatsen. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa en Noord-Amerika. In Vlaanderen algemeen, vooral op stikstofrijke plaatsen. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medinilla : een prachtige huiskamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Medinilla: een zeer decoratieve plant in de huiskamer

.
.
.

.

.

De Medinilla (ook wel Medinella genoemd) wordt gedurende het hele jaar opgekweekt in de kassen, maar deze mooie kamerplant wordt meestal in het najaar te koop aangeboden bij tuincentra. Waar moet je opletten bij de aanschaf en hoe verzorg je een Medinilla? Hoe kun je de plant vermeerderen?

.

.

Medinilla

 

In een tuincentrum zal deze plant zeker de aandacht trekken door de prachtige bloemen (deels verborgen tussen schutbladen) en de mooie bladeren. De Medinilla komt van de Filippijnen, Java en Oost-Afrika. Daar groeit de plant op takken van bomen, het is een epiphyt. Dat is een plant die op andere planten groeit zonder schade aan te brengen aan deze plant en geen voeding wegneemt. In Nederland wordt de plant (Medinilla magnifica) opgekweekt in kassen. Schaf je de plant aan dan is het best een uitdaging om de plant net zo mooi te houden als op het moment van aankoop. Het is handig als je een kasje of een zonnige serre bezit.

.

.

.

.

Aanschaf en plaats Medinilla

 

  • Let er bij aankoop op dat de wortels niet kletsnat zijn en de plant mag niet te koud hebben gestaan.
  • Pak de plant in voordat je deze gaat vervoeren (de Medinilla kan niet tegen kou).
  • Geef de plant een lichte plaats, maar niet in de volle zon.
  • Zet de plant niet in de buurt van de centrale verwarming, de Medinilla houdt van een hoge luchtvochtigheid.
  • De Medinilla heeft bloemen en bladeren die wat ruimte nodig hebben dus zet de plant niet te dicht bij andere planten

.

.

Temperatuur, water en voeding Medinilla

 

Laat de temperatuur tijdens de bloei niet onder de 18 graden Celcius komen en vernevel de plant van tijd tot tijd. Tijdens de bloei geef je de Medinilla matig water en eens in de twee weken voeding. Na de bloei geen voeding geven, wel moet je de plant wat vochtig houden. Als er uit het hart van de bladeren stengels gaan groeien, dan iets meer water geven en om de week voeding. Zijn de stengels en bladeren uitgegroeid dan weer geen voeding maar de plant wel vochtig houden. Als er een bloemknop ontspringt in het hart van de nieuwe bladeren dan kun je weer wat meer water geven en ook de voeding weer geven om de week. Maar nooit teveel water, dat is funest voor de Medinilla.

.

.

.
.
.

Wanneer bloeit de Medinilla?

 

Koop je de plant in het najaar dan kan de bloei duren tot in februari, maart. Met een goede verzorging zal de volgende bloeiperiode in november zijn. Maar omdat de planten het hele jaar door opgekweekt worden kun je ook een plant in huis hebben die bloeit in een andere periode.

.

.

De overgang van kas, tuincentrum naar de huiskamer

 

De Medinilla is best een uitdaging. Je moet niet schrikken als de plant er thuis al snel niet zo mooi meer uitziet als in het tuincentrum of de kas. De wisselingen van temperatuur kunnen de plant flink van slag doen raken. De Medinilla kan dit ‘uiten’ door een deel van de bloemen te laten vallen. Maar met een goede verzorging zal de plant het redden. Geef de Medinilla nooit teveel water, dit kan leiden tot wortelrot en bladval.

.

.

.

.

Snoeien Medinilla

 

Als de Medinilla teveel ruimte in gaat nemen, kun je de plant eventueel snoeien. Het is belangrijk om op de vorm van de Medinilla te letten. Haal je stengels weg, knip ze dan af aan het begin van de aangroei.

.

.

Vermeerderen Medinilla

 

Je kunt de Medinilla vermeerderen door een jonge loot van de plant af te halen (bij het punt waar deze ontspringt). Deze loot kun je in stekpoeder dopen en onder glas of onder een plastic hoes neerzetten. Bij 30 graden Celcius en een hoge vochtigheid van de lucht zal de stek wortels krijgen in zo’n vier, vijf weken.

.

.

Ziektes Medinilla

 

Geef je te veel water aan de plant dan kunnen bladval en wortelrot ontstaan. Soms heeft een Medinilla last van schildluizen.

.

.

 

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Heelblaadjes : Pulicaria dysenterica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– aan de talrijke gele compacte bloemhoofdjes en
– de viltig behaarde stengels en bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Heelblaadjes is een overblijvende plant van 60 tot 90 cm hoog. Ze komt algemeen voor in de Lage Landen. Ze groeit op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige tot natte (brakke) plaatsen, zoals duinvalleien, bermen, dijken, oevers en graslanden. Ze breidt zich uit via ondergrondse uitlopers van de wortel en kan zo grote bestanden vormen. De plant is, op de gele bloemenhoofdjes na, geheel viltig behaard.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Heelblaadjes die bloeit vanaf juli tot en met september met gele bloemenhoofdjes van 1,5 tot 2 cm breed.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn viltig behaard. Later worden ze aan de bovenkant kaal. De hoofdstengel vertakt zich boven het midden. De bloeiende zijstengels zijn vaak hoger dan de hoofdstengel.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Heelblaadjes werd vroeger als geneeskruid gebruikt om wonden te helen en buikloop te stoppen (vandaar de soortnaam “dysenterica”). Bovendien zou ze vlooien op een afstand houden. Pulicaria betekent “vlooienkruid”.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Het blad en de wortel hebben een citroenachtige geur. Doet ook wel denken aan zeep.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Engelse alant : heeft grotere hoofdjes en langere straalbloemen.

 

 

 

 

 

 

Klein vlooienkruid : is veel kleiner en heeft veel kortere straalbloemen.

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen voorkomend,   elders zeldzaam
– 60 tot 90 cm

Bloem
– geel
– hoofdje
– vanaf juli t/m september
– buis- en straalbloemen
– 1,5 tot 2 cm
– omwindselblaadjes met klierharen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste zittend
– bovenste (half)stengelomvattend met   oortjes
– langwerpig
– top spits
– rand verwijderd gezaagd en gegolfd
– voet hartvormig
– netnervig, aan de bovenkant verdiept, aan de onderkant duidelijk zichtbaar
– wit viltig behaard, later bovenkant   kaal
– geurend

Stengel
– rechtop
– boven het midden vertakt
– viltig behaard
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Washingtonia of de waaierpalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Washingtonia Filifera en Robusta zijn soorten afkomstig uit Californië. In Nederland ook wel bekend als Waaierpalm. De plantenfamilie is Areaceae (palmenfamilie)

 

 

569cf79338-washingtonia-robusta

 

 

Washingtonia onderhoud:

 

Water geven

 

De Washingtonia moet in constant vochtige grond staan. Zonder dat de wortels verzuipen. Geef in de zomer eens per 5-6 dagen water en in de winter eens per 10 dagen. Controleer hierbij of de grond al aan het opdrogen is. Zo niet, verminder dan de watergift. De hoeveelheid is afhankelijk van verschillende factoren, zoals standplaats en grootte van de palm. Begin daarom met kleine hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond na 4 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder per gietbeurt. Na enkele keren water geven leer je al snel hoeveel en hoe vaak jouw Washingtonia water nodig heeft.

De Washingtonia mag in de zomer naar buiten. De palm buiten plaatsen heeft een aantal voordelen. Door de regen wordt het eventuele ongedierte eraf gespoeld. Daarbij is de luchtvochtigheid groter, wat ter bevordering van deze tropische plant komt. Ook krijg de palm meer licht. Hou hierbij wel rekening met de overgang naar direct zonlicht. Wanneer de Washingtonia buiten wordt geplaatst zal de palm vele malen meer water nodig heeft.

 

 

 

 

 

Sproeien

 

De Washingtonia sproeien is een prima middel om droge lucht te compenseren, vooral wanneer de kachel aan gaat. De plant in de zomer verwennen op een regenbuitje werkt preventief tegen ziekten en verwijderd stof.

 

 

Standplaats

 

De Washingtonia staat het liefst op de meest zonnige plaats van de woonkamer. Ook in de tuin kan de Washingtonia in de volle zon worden geplaatst, mits de temperatuur dit toelaat. Het is echter van belang de palm aan het directe zonlicht te laten wennen. Dit kan je doen door de plant elke week iets dichterbij het raam te plaatsen. Buiten kan je de plant eerst in de schaduw plaatsen.

Vervolgens geef je geleidelijk de palm meer zon uren. Nieuw blad wat opgroeid in direct zonlicht is hier beter tegen bestand. Te weinig direct zonlicht zal de groei afremmen. Ook gaan de bladeren meer hangen bij een gebrek aan licht. Zorg dat de plant elke dag aab minimaal 5 uur direct zonlicht geniet. Een Washingtonia voor een raam op het noorden is daarom minder geschikt.

 

 

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 9 °C
‘S nachts: +/- 5 °C

 

 

 

Verpotten

 

Verpot deze palm eens per 2 jaar. Verpotten kan direct na aanschaf, maar geeft de voorkeur in de lente. Wortels groeien in deze periode namelijk het snelst. Een grotere plantenbak geeft de Washingtonia een grotere water- buffer, omdat de grond meer vocht kan absorberen. Hiermee is de kans op verdroging kleiner. Neem een sierpot met een diameter van minimaal 20% meer dan de vorige. Gebruik gewone universele potgrond of speciale palm grond. Gebruik alleen hydrokorrels op de bodem wanneer de pot is voorzien van een drainage gat.

 

 

 

Voeding

 

Bemest de Washingtonia in de lente en in de zomer. Gebruik vloeibare voeding voor palmen. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode waarin de binnenplant geen voeding heeft gehad. Lees voor de juiste dosering de verpakking van de kamerplantenvoeding.

 

 

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Bruine puntjes zijn niet te voorkomen. Washingtonia’s in de vrije natuur hebben ook deze bruine punten. Vooral bij oudere bladeren onderaan zal dit zichtbaar zijn. Meer sproeien zal het verse blad langer mooi houden. Een nieuwe palm kan na verplaatsing gele bladeren krijgen. Dit komt omdat de nieuwe standplaats waarschijnlijker lichter is dan de oude standplaats. Het nieuwe blad zal beter tegen direct zonlicht kunnen en daarom niet zo snel geel kleuren. Blad wordt snel lelijk door wind. Indien de palm buiten staat is het verstandig deze naast een muur of schutting te plaatsen.

 

 

Snoeien

 

Zoals hierboven beschreven staat, zal het blad van een palm op den duur lelijk worden. Een palm maakt namelijk bovenaan in de kern nieuw blad aan, waarna en de onderste bladeren afsterven. Het oudere blad wat niet meer mooi is kan je het beste bij de stam afknippen. Dit zal namelijk nooit meer herstellen en kost de plant alleen maar energie. De stam kan je niet snoeien. Hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

 

Laat het zaad van een Washingtonia 2 dagen weken bij een temperatuur van 28 graden. Vervolgens zaaien bij minimaal 25 graden.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Alleen volwassen Washingtonia palmen bloeien. Dit stadium zal de palm niet halen als woonkamerplant.

 

 

Giftig?

 

De Washingtonia is niet giftig. Wel heeft de Washingtonia scherpe doorns.

 

 

Ziektes

 

Als er schildjes op de Washingtonia verschijnen heeft de palm last van schildluis. Het blad word plakkerig en de palm ziet er ongezond uit. Grijp dan in door de aangetaste bladeren weg te snoeien en een bestrijdingsmiddel te gebruiken. Spint is het gevolg van een te droge lucht. Meer sproeien helpt dit te voorkomen.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Grote kaardebol : Dipsacus fullonum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de grote, stekelige, lila bloemhoofdjes en
– de vergroeide stengelbladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote kaardebol is een tweejarige plant van 0,9 tot 2 meter hoog. De plant komt plaatselijk algemeen voor. Ze wordt ook uitgezaaid. Ze groeit op vochtige, kalkhoudende, omgewerkte grond in bermen, op dijken en in ruigten. Grote kaardebol is in Nederland wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote kaardebol bloeit vanaf juli tot en met september. De rechtopstaande, eironde bloemhoofdjes worden aan de onderkant omgeven door enkele opwaarts gebogen stekelige schutbladen, waarvan een aantal langer zijn dan het bloemhoofdje. De bloemen gaan eerst in een ring halverwege het hoofdje open en vandaar naar boven en naar beneden. De uitgebloeide bloemhoofdjes kunnen goed verwerkt worden in droogbloemboeketten.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn aan de voet vergroeid en vormen zo een opvangbakje voor water. Het nut van het waterbakje is niet bekend.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Grote kaardebol is een geneeskrachtige plant die een bloedzuiverende werking heeft. Bovendien is ze eet- lustopwekkend en vochtafdrijvend. Uit de wortel en het blad worden tegenwoordig smeersels samengesteld om de pijn bij reuma en jicht te bestrijden. Ook maakt men er een in te nemen medicijn van tegen tuberculose.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen tot vrij   zeldzaam
– wettelijk beschermd
– tot 2 meter

Bloem
– lila, zelden wit
– vanaf juli t/m september
– hoofdje, 3 tot 9 cm lang
– buisbloem
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf tot getand of gezaagd
– voet om de stengel vergroeid
– netnervig
– witte middennerf aan de onderkant met stekels

Stengel
– rechtop tot 2 meter
– meerkantig
– gestekeld
– naar boven toe vertakt

zie wildebloemen