Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Bloeiend in november en december in de Lage Landen

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Bloeiend in november en december  in de Lage Landen.

.

.

Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten

.

en bloemen ” beschreven : zie zoeken

.

                                                                                                                   

aardpeer

.     

                                                                    

 

bezemkruiskruid

 

 

                                                                            

 

duizendblad

                   

 

gewone melkdistel

 

                

 

harig knopkruid

 

 

 

klein kruiskruid

                                                                                                              

 

tuinbingelkruid

 

 

 

vogelmuur

 

 

herderstasje

 

 

klein streepzaad

 

 

madeliefje

 

 

paardenbloem

 

 

witte dovenetel

 

 

 

.

.

De Bromelia, een kleurrijke kamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Bromelia: een gemakkelijke, vrolijke, kleurige kamerplant

.

.

 

Bromelia: een gemakkelijke, vrolijke, kleurige kamerplant

.

.

De Bromelia is een subtropische plant die je tegen kunt komen in de natuur, met name in Zuid- en Midden-Amerika. De Ananas behoort ook tot de Bromelia’s. In de achttiende eeuw werd de schoonheid van de Bromelia ontdekt door handelsreizigers uit België en meegenomen naar Europa. De Bromelia brengt kleur in de huiskamer en je kunt de plant het hele jaar door aanschaffen bij tuincentra. Hoe verzorg je een Bromelia en wat zijn leuke ‘weetjes’?

.

 

Bromelia

.

De Bromelia komt oorspronkelijk uit de tropen, maar doet het in onze huiskamer ook heel goed. Het is een overlever en zeker geen kasplantje. In het wild zijn er soorten Bromelia’s die aan bomen groeien, zonder dat er aarde bij betrokken is. Het zijn geen parasitaire planten, ze onttrekken geen voedsel aan de boom. Met hun wortels en bladeren halen ze vocht en voeding uit de lucht. Er zijn ongeveer achtentwintighonderd soorten Bromelia’s in het wild en daarnaast zijn er nog circa tweehonderdvijftig soorten bijgekomen door veredeling.

.

Twee groepen Bromelia’s

.

Terrestrisch groeiende planten

.

  • Voorbeelden: Hechtia, Puya, Dyckia, Ananas.
  • Deze planten groeien op de grond, vaak in zware, steenachtige bodem. Deze terrestrisch groeiende planten worden bijna niet gekweekt.

.

Epifytisch groeiende planten

.

  • Voorbeelden: Aechmea, Tillandsia, Neoregelia, Vriesea.
  • Deze planten groeien van nature op bomen, vooral in de oksels van takken. Ze onttrekken geen voedsel aan de boom.

.

Bromelia Guzmania
Bromelia Guzmania
.
.
.

Verzorging Bromelia

.

Staat graag op een lichte standplaats, maar niet in de volle zon.

Geef de plant water in het hart van de plant, ook wel koker genoemd.

In de koker mag constant water staan.

Voeding: een keer per maand plantenvoeding geven in het water.

.

.

Kenmerken van enkele soorten Bromelia’s

.

Een Bromelia bloeit gemiddeld drie tot zes maanden, de Bromelia bloeit eenmalig.

.

 

Aechmea

.

Wit, rood, rood-oranje, paars;

Aechmea betekent lanspunt en die vorm zie je terug in de bladeren;

Soms heeft de Aechmea zaadbessen die verkleuren;

Geef de plant een paar keer per week water in de kelk.

.

.

Aec_%20Blue%20Tango9 achmea

.

.

Ananas

.

Deze ananas is niet geteeld voor consumptie. Deze soort Bromelia is een siergewas. De vruchten zijn een stuk kleiner dan de echte ananas, het gaat om een soort mini ananas die in de Bromelia groeit. De kleur is wat donkerder dan de ‘gewone’ ananas.

.

.

ananas-detail

.

.

Billbergia

.

De Billbergia is genoemd naar een advocaat uit Zweden met de naam Billberg. Hij was een liefhebber van planten en heeft er ook veel over geschreven. De Billbergia heeft minder blad dan andere Bromelia’s.

.

.

billbergia_nutans_4

.

.

Crypthantus

.

De Crypanthus groeit op aarde en niet in bomen (terrestrisch). De naam komt van het Griekse woord: verborgen bloemen.

.

.

photo16 cryptantus

.

.

.Guzmania

.

De Guzamania kun je aanschaffen in heel veel kleuren. Van wit tot rood, geel, paars. De Guzmania heeft royale bloemen. De uitbundige uitstraling komt voort uit het gebied waar ze vandaan komen: de Caribiën.

.

.

bromelia-em-extincao-no-brasil-1 guzmania

.

.

Neoregelia

.

De Neoregelia kun je aanschaffen in het paars, roze, oranje en rood, soms met witte stipjes op de bladeren. Opvallend is dat de plant geen echte bloemen heeft, het gaat om hartbladeren die langzaam verkleuren.

.

.

3790 neoregelia

.

.

Tillandsia

.

Binnen de familie van de Tillandsia heb je wel zevenhonderd soorten. Wat betreft de kleuren: rood, roze, oranje in allerlei tinten. In het wild vind je Tillandsia’s die in bomen groeien, maar ook Tillandsia’s die op de grond groeien. Je vindt ze in regenwouden en woestijnen.

.

.

bromelia_0965 tillandsia

.

.

Zelf een Bromelia kweken

.

Het is erg leuk om zelf zo’n kleurige kamerplant te kweken. Je vindt de stekken bij de Bromelia na de bloei aan de basis van de plant. De stekken moet je laten groeien tot ongeveer de helft van de moederplant. Twee weken water in de kelk geven en daarna de stek voorzichtig loshalen, bij voorkeur met de wortel er nog aan. De stek zet je in een pot en na circa een jaar is de plant rijp om te bloeien.

Tip: om de bloei te stimuleren kun je de plant inpakken in een plastic zak die goed sluit, met daarin een rijpe appel. De zak sluiten en drie tot vier dagen laten zo laten staan (daarna de zak en appel verwijderen). De appel geeft een gas af, dat de plant aanzet tot bloeien. Na een paar maanden zie je in het hart van de Bromelia een bloemknop.

.

Kan een Bromelia buiten staan?

.

De Bromelia mag naar buiten, maar doe het niet voor half mei. Dek ze eventueel de eerste tijd af in de nachtelijke uren. Plaats de plant in de schaduw, niet in de volle zon. Voor buiten zijn zeer geschikt: Aechmea, Neoregelia, Tillandsia, Billbergia en Ananas.

.

Ziektes die je tegen kunt komen bij de Bromelia

.

  • Ananasmijt: behoort tot de weekhuidmijten.
  • Californische trips: klein insect dat sap uit de bladeren van planten zuigt.
  • Diaspis bromeliae: schildluis.
  • Exserohilum: aantasting door een schimmel, bij hoge vochtigheid van de lucht of als de planten al langere tijd nat zijn.
  • Koudeschade Guzmania: laat zich vaak zien als een witte band op blad of een verkleuring van de schutbladen. Het kan komen omdat er te koud water wordt gebruikt om te begieten, maar het kan ook komen door contact van de plant met te koude lucht tijdens het vervoer.
  • Spintmijt: een spinachtige.
  • Stromijt.
  • Tomatenbronsvlekkenvirus: vlekken op de bladeren, vergeling.
  • Parthenotrips: klein insect met vleugels die wit zijn van kleur met een zwart bandje.

.

‘Weetjes’

.

    • De Bromelia is een zusje van de Ananas.
    • Er zijn Bromelia’s met puntige bladeren maar ze kunnen ook zaagvormig zijn.
    • Een Bromelia met dikke bladeren houdt van een droge omgeving, heeft een Bromelia dunne bladeren zet de plant dan wat vochtig.
    • De kelk van de plant kan goed water opnemen door haartjes en kleine schubben.
    • Staat een Bromelia in het wild dan zal deze ook uitwerpselen van vogels als voeding gebruiken als deze in de kelk vallen.
    • Ook in het wild: in de kelk zoekt de gifkikker zijn eten en drinken en laat er kikkerdril achter.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wilde marjolein : Origanum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de vertakte bloeiwijze van talrijke kleine roze bloemetjes met donker rood-paarse schutbladen en
– de sterk geurende bladeren, waarvan de nerven aan de onderkant duidelijk zichtbaar zijn

.

.

.

.

Algemeen

.

Wilde marjolein is een beschermde, sterk geurende, stevige, overblijvende plant van 30 tot 60 cm hoog. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen  en in verwilderde (moes)tuinen. Wilde marjolein groeit op min of meer droge, matig voedselrijke, kalkrijke grond op hellingen, dijken, langs bermen en bosranden.

.

.

.

.

.

Bloem

.

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. De bloeiwijze van wilde marjolein is vertakt en bestaat uit een aantal pluimen met talrijke kleine roze bloemetjes, waarvan de meeldraden ver buiten de bloem steken. In weze bestaan de pluimen uit kleine schijnaren, die op hun beurt weer opgebouwd zijn uit schijnkransen van 2 tot 6 bloemen.

.

.

.

.

Bladeren

.

De schutbladen tussen de bloemetjes zijn donker rood-paars gekleurd, waardoor de bloeiwijzen in het begin van de bloei een afwisselend roze/donker rood-paars uiterlijk krijgen. Vanwege de nectar en in mindere mate het stuifmeel worden de bloemetjes door veel vlinders, vliegen, bijen en hommels bezocht.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Wilde marjolein bevat vluchtige oliën, die gebruikt worden voor de behandeling van verkoudheid, krampen, astma, reuma en gewrichtspijnen. Bovendien is ze, naast de verschillende kweekvormen, ook in gebruik als keukenkruid.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten

.

wilde marjolein : kelk met vijf tanden, bladeren alleen aan de onderkant behaard.

echte marjolein : ongetande kelk, bladeren aan beide kanten grijs-viltig.

echte marjolein

.

.

Algemeen

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeldzaam
– beschermd
– ook als tuinplant
– 30 tot 60 cm

Bloem
– roze, zelden wit
– vanaf juli t/m september
– pluim
– lipbloem
– 4 tot 7 mm
– kelk vijftandig
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf of gekarteld
– veernervig
– voet afgerond of wigvormig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– vierkantig
– behaard

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

De Sanseveria of de vrouwentong

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Sanseveria’s zijn een van de gemakkelijkste kamerplanten in deze encyclopedie. Deze makkelijke soorten groeien van oorsprong in Afrika. In Nederland zijn deze planten bekend als Vrouwentongen en in België als Wijventongen. De plantenfamilie is Agavaceae.

.

.

3

.

.

Sanseveria onderhoud

.

Water geven

.

Sansevieria’s verbruiken zeer weinig water. De enige manier om een Sansevieria dood te krijgen, is door de kam-erplant teveel water te geven. Het is daarom beter om bij twijfel geen water te geven. Het is van belang dat alle aarde goed is opgedroogd alvorens de Sansevieria opnieuw water krijgt. Anders is er kans op wortelrot. In de winter kan de Sansevieria gerust 6 tot 8 weken zonder water. Gedurende de groeiperiode (lente en zomer) is eens per 2 weken voldoende. Tijdens een hittegolf mag de Sansevieria wel een extra gietbeurt.

De hoeveelheid is onder andere afhankelijk van de potmaat en lichtintensiteit. Hoe groter de pot, hoe meer water de grond kan opnemen. Daarnaast is het zo dat een Sansevieria voor een raam op het zuiden wel 2 tot 3x zoveel water nodig heeft als een kamerplant voor een raam op het noorden. Voelt de grond na 3 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder water.

.

Sproeien

.

De Sansevieria kan uitstekend tegen droge lucht. Sproeien is daarom niet noodzakelijk. Wel kan sproeien worden gebruikt om stof van de plant te verwijderen.

.

Standplaats

.

De Sansevieria stelt geen hoge eisen aan de lichtintensiteit. Zodra deze binnenplant dichterbij het raam staat kleurt het blad lichter. De Sansevieria Black Coral blijft daarom juist mooier als deze binnenplant wat verder van het raam af staat. Wanneer de Sansevieria verder van het raam staat zal de waterbehoefte minder worden en de groei vertragen. Een afstand van meer dan 4 meter van het raam wordt afgeraden.

.

Minimale temperatuur

.

Overdag:  +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 13 °C

.

Verpotten

.

Ook op het gebied van verpotten is de Sansevieria een makkelijke kamerplant. Verpotten kan direct na aanschaf. Maar ook wanneer de Sansevieria zich uit de huidige pot drukt, na een jaar of 3. Een paar beschadigde wortels kan bij een Sansevieria niet zoveel kwaad. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Gebruik universele potgrond of cactusgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.

.

.

sanseveria-6

.

.

Voeding

.

Een Sansevieria groeit niet snel en heeft daarom maar weinig voeding nodig. Geef alleen in de lente of zomer een lage dosering vloeibare voeding. Ongeveer 1/4 van hetgeen wat er op de verpakking van de kamerplanten-voeding staat vermeld. Of speciale voeding voor Cactussen.

.

Verkleurende bladeren

.

De Sansevieria wordt donkerder van kleur wanneer deze verder van het raam staat, of lichter indien de stand-plaats dichtbij het raam is. Beide standplaatsen zijn prima.

.

.Snoeien

.

Een Sanseveria kan niet gesnoeid worden. De groei zal dan stoppen. Over het algemeen worden Sansevieria’s niet groter dan 150cm. Mocht de kamerplant toch te groot worden dan kan je het beste de grootste bladeren verwijderen door deze op de bodem af te snijden. Snoeien halverwege het blad kan wel, maar is niet altijd mooi. Bruine vlekken kunnen weggesneden worden.

.

Vermeerderen

.

Het vermeerderen kan door stekken of scheuren. Bij het scheuren blijft de kleur behouden. Bij het stekken van bonte exemplaren zal de plant verder groeien als een groen exemplaar.

.

Bloemen

.

De Sansevieria kan bloeien als kamerplant. Het is echter beter om deze te verwijderen om de plant zijn energie te sparen. Het bloeien kan een zoete geur verspreiden.

.

Giftig?

.

Sansevieria’s zijn licht giftig. Pas op dat kinderen of dieren er niet op knagen. Dit kan leiden tot maag en darm klachten.

.

Ziektes

.

De Sansevieria heeft zelden last van ziektes. Een harde straal water spuit alle luis gemakkelijk van het stevige blad.

.

Soorten

.

Er zijn vele soorten Sansevieria in de handel. Enkele soorten : Ayo, Bacularis, Black Coral, Blue Star, Cylindrica, Golden Edge Hahnii, Golden Hahnii Black, Gold Flame, Kirkii, Laurentii, Malaika, Mikado, Moonshine, Musica, Spiky, Straight, Superba, Twister, Victoria, Zeylanica.

.

.

ayo

.

.

bacularis

.

.

black coral

.

.

blue star

.

.

cylindrica

.

.

golden hahnii

.

.

golden hahnii black

.

.

gold flame

.

.

kirkii

.

.

laurentii

.

.

metallica

.

.

malaika

.

.

mikado

.

.

moonshine

.

.

musica

.

.

spiky

.

.

straight

.

.

Sansevieria Futara superba

.

.

twister

.

.

victoria

.

.

zeylanica

.

.

skyline

.

.

silver flame

.

.

velvet touch

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wilde cichorei : Cichorium intybus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
de prachtig lichtblauwe bloemhoofdjes, die in de bladoksels staan en die bestaan uit in een vlakke cirkel gespreide lintbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde cichorei komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. In de Lage Landen is ze vrij algemeen voor komend. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grazige grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde cichorei bloeit in juli en augustus, soms tot de herfst, met lichtblauwe bloemen, die meestal alleen in de ochtend geopend zijn. Afhankelijk van de omstandigheden wordt de plant wordt 0,3 tot 2 m hoog. De plant is erg kwetsbaar, de stengel breekt snel, de bloemen verdragen geen regen, kou of aanraking en bij teveel warmte vallen ze af.

 

.

 

.

 

Toepassingen

Als medicinale plant geneest ze maagklachten en bevordert ze de galwerking. Tot in de Tweede Wereldoorlog werd van de wortel surrogaat koffie gemaakt. Tegenwoordig vind je cichorei samen met andere ingrediënten in koffie-vervangers. Een gekweekte vorm van cichorei kennen wij als witlof.

 

 

.

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het rivierengebied,

– 0,3 tot 2 meter

Bloem
– lichtblauw, zelden roze of wit
– hoofdje
– juli en augustus, soms tot de herfst
– 5-tandige lintbloemen
– 2,5 tot 4,5 cm
– omwindselblaadjes met klierharen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– langwerpig
– bochtig veervormig gespleten
– grote spitse eindlob
– bovenste :
– lancetvormig
– half stengelomvattend
– top spits
– rand gaaf of getand
– netnervig
– onderkant ruw behaard

Stengel
– rechtop
– houtig
– sterk vertakt
– verspreid ruw behaard of nagenoeg
kaal
– gegroefd
– bevat bitter melksap

zie wildebloemen

.

 

 

 

.

 

 

 

 

Vertakte leeuwentand : Leontodon autumnalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

 

Goed te herkennen aan
– de paardenbloem-achtige bloemhoofdjes, waarvan de buitenste lintbloemen aan de onderkant een brede rode streep hebben en
– de smalle eindslip van de bladeren en
– de vertakte, bladerloze bloeistengels, die onder het hoofdje iets verdikt zijn

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vertakte leeuwentand is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant van 7 tot 45 cm hoog. Ze groeit op open plaatsen op vochtige, voedselrijke, soms brakke grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juli tot en met oktober. Ze bloeit met paardenbloem-achtige bloemhoofdjes van 2 tot 3,5 cm, waarvan de buitenste lintbloemen aan de onderkant een brede rode streep hebben. De bloem- hoofdjes zijn geel,  staan aan het einde van de kale of weinig behaarde stengel en zijstengels, en vormen samen een losse pluim. Onder het hoofdje is de bloeistengel iets verdikt. De overgang tussen stengel en omwindsel is geleidelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan in een rozet aan de voet van de stengel. Ze blijven ’s winters groen, zijn langwerpig tot lancetvormig, kaal tot weinig behaard en bochtig getand tot veervormig gedeeld met lange smalle eindslip. De overige slippen zijn eveneens smal en staan ver uit elkaar. De bladeren hoger aan de stengel (niet de bloei-stengel) zijn lijnvormig met gave rand. De bloeistengel heeft geen bladeren; wel vrij veel schubvormige bladeren vooral aan het bovenste gedeelte.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Vertakte leeuwentand lijkt veel op gewoon biggenkruid. Het duidelijkste verschil is de bladtop; bij gewoon biggenkruid is de top breed driehoekig, bij vertakte leeuwentand smal langwerpig. Daarnaast verschilt de kleur van de onderkant van de buitenste lintbloemen; bij gewoon biggenkruid zijn ze blauwachtig grijs, bij vertakte leeuwentand rood. Ruige en kleine leeuwentand hebben allebei knikkende knoppen en een onvertakte stengel. Vertakte leeuwentand behoort tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.

 

 

 

gewoon biggenkruid

 

 

 

kleine leeuwentand

 

 

 

ruige leeuwentand

 

 

.

In totaal bestaat de groep uit 39 soorten. Ze zijn te verdelen in twee groepen :

 

– de groep met minimaal 2 volwaardige bladeren aan de bloeistengel; zie de pagina “Sleutel gele composieten met blad“.

– de groep met een kale bloeistengel of met hooguit 1 blad of een aantal schubvormige bladeren. Hiertoe behoort vertakte leeuwentand. Zie de pagina “Sleutel gele composieten zonder blad

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 7 tot 45 cm

Bloem
– gele lintbloemen
– vanaf juli t/m oktober
– hoofdjes in een pluim
– 2 tot 3,5 cm

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– veervormig gedeeld
– top stomp
– rand gaaf of bochtig getand
– voet steelachtig versmald
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal of weinig behaard
– rolrond en gegroefd
– vertakt

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweekleurig springzaad : Impatiens balfourii

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan 
tweekleurige (wit en roze/lila), hangende, typische balsemien-bloemen met nagenoeg recht spoor langer dan 1 cm.

 

 

 

 

.

Algemeen

 

Tweekleurig springzaad is eenjarige tuinplant, oorspronkelijk afkomstig uit de Himalaya. Ze ontsnapt regelmatig uit tuinen en kan zich dan goed handhaven. Op dit moment mag ze als ingeburgerd beschouwd worden in stedelijke gebieden en een aantal duingebieden. Ze word 40 tot 80 cm hoog en groeit het liefst in vochtige grond op beschaduwde plekken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Tweekleurig springzaad bloeit vanaf juni tot in de herfst. De bloeiwijze is een tros van 4 tot 8 bij elkaar staande tweekleurige bloemen. Ze zijn wit en roze of lila. Ze hebben een nagenoeg recht spoor, dat aan het onderste kelkblad zit. Dat kelkblad is zakvormig vergroeid en is wit/roze van kleur. De overige 2 kelkbladen zijn kleiner en wit en zitten bovenop aan de zijkant van de bloem. Het bovenste kroonblad is wit.

De middelste twee (veel kleinere) kroonbladen zijn ook wit en de onderste twee zijn roze of lila. Op de twee onderste kroonbladen en wat dieper in de bloem zitten donkergele vlekken en streepjes (honingmerk). De spoor van de knoppen is nog terug gekromd, maar strekt zich later bijna recht uit.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn eirond tot langwerpig en hebben een regelmatig fijn gezaagde rand. Ze staan verspreid aan de stengel.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Net als de andere springzaad soorten zaait tweekleurig springzaad zich heel gemakkelijk uit. Bij aanraking van de plant springen de rijpe zaaddozen open en worden de zaden er met kracht uitgeslingerd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein springzaad : ichtgele kleine bloemen, nagenoeg recht spoor (niet teruggekromd), rechtopstaande bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

groot springzaad : gele bloemen, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

oranje springzaad : oranje bloemen met roodachtige vlekken, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

reuzenbalsemien : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, krom spoor.

 

 

 

 

 

 

 

tweekleurig springzaad : bloemkleur is een combinatie van roze/lila en wit, nagenoeg recht spoor, recent ingeburgerd in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

Algemeen

 

– balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– recent ingeburgerd
– 40 tot 80 cm

Bloem
– wit en roze of lila
– vanaf juli tot in de herfst
– tros, 4 tot 8 bloemen
– gespoord
– incl. spoor tot 3 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top toegespits
– rand fijn gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– kantig

zie wildebloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Wrangwortel : Helleborus viridis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

warangwortel

.

 

Goed te herkennen aan
– de grote, geelgroene schotelvormige bloemen en
– de vroege bloeitijd

 

 

 

 

 

Algemeen 

 

Wrangwortel komt oorspronkelijk uit de bergen van Midden-Europa. Van nature komt ze hier niet voor , maar is ze als stinsenplant aangeplant en verwilderd. Wrangwortel is een giftige, reukloze, overblijvende, uiterst zeldzame plant, die groeit op vochtige, kalkhoudende grond op grazige, licht beschaduwde dijkhellingen en in vochtige loofbossen, vooral op klei. Ze staat op de rode lijst als zeer zeldzaam en sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Wrangwortel wordt 20 tot 40 cm hoog en bloeit in maart en april met geelgroene, schotelvormige, iets hangende bloemen. Ze hebben 5 bloemdekbladen, zeer veel meeldraden en 3, 4 of 5 stijlen.

 

 

wrangwortel-snel-_017_30_tekst

 

 

.

Bladen

 

De geelgroene bloemdekbladen zijn eigenlijk de kelkbladen. De kroonbladen zijn vergroeid tot nectariën (nectarbakjes), die in het hart van de bloem onderaan de meeldraden zitten. Meestal zijn er twee lang gesteelde, glimmende, wortelstandige, donkergroene, handvormig gedeelde, getande bladeren en hoger aan de stengel enkele kleinere ook handvormig gedeelde, lichter groene stengelbladeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd wrangwortel gebruikt door boeren om koeien te behandelen, die de ziekte wrang hadden. Hoewel wrangwortel giftig is, wordt ze in de homeopathie gebruikt bij storingen in de nierfunctie en ziekten van de uri-newegen. Vergelijkbaar met wrangwortel is de kerstroos. Deze komt bij ons alleen voor als tuinplant, is duidelijk lager en bloeit met witte (soms roze) bloemen.

.

 

kerstroos

kerstroos

 

.

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– uiterst zeldzaam
– 20 tot 40 cm

Bloem
– groengeel
– maart en april
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 3 tot 5 cm
– 5 bloemdekbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 3, 4 of 5 stijlen

Blad
– verspreid en wortelstandig
– enkelvoudig
– handvormig
– top spits
– rand gezaagd
– voet gevleugeld
– hand-/netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Struikhei : Calluna vulgaris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.

rijk-bloemige trossen roze tot lichtpaarse, kleine, iets knikkende bloemen aan lage, struikvormige, altijd groene planten

Struikhei groeit op vochtige tot droge, zure grond in heiden, schrale graslanden en lichte bossen.

.

.

.

.

Algemeen

.

Struikhei is een sterk vertakte, altijd groene, overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen maar vrij zeldzaam in duingebieden. Tevens wordt ze verkocht als tuinplant, dan ook in wit.

.

.

.

.

Bloem

.

Struikhei bloeit vanaf juli tot in de herfst. De iets knikkende, roze tot lichtpaarse bloemen staan in een (meestal) eenzijdige tros, elke bloem aan het einde van een korte steel. De kroon- en kelkbladen hebben nagenoeg dezelfde kleur. De kelk wordt gevormd door de 4 buitenste bladen; de kroon door de 4 binnenste. De kroonbladen zijn smaller en korter dan de kelkbladen.

De binnenste bladen regelen het opengaan van de bloem. Zij zwellen aan de onderkant op en drukken zo de buitenste bladen naar buiten. Dat gebeurt op een zodanige manier dat de bovenkant van de bloem wat afgesloten is en zo een dakje vormt ter bescherming van het stuifmeel en de onderkant van de bloem meer open is, waardoor insecten een betere toegang hebben tot de nectar en zo de bestuiving tot stand brengen.

.

.

.

.

Blad

.

De kleine bladeren zijn mooi helder groen, staan in 4 rijen langs de stengel en bedekken elkaar dakpansgewijs. Elk blaadje eindigt aan de voet in 2 priemvormige oortjes.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Thee van gedroogde bladeren en bloemen heeft een mild urine-drijvende werking en werkt ontsmettend, samentrekkend en kalmerend op de urinewegen.

.

.

.

.

Algemeen

– heifamilie (Ericaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– ook als tuinplant
– 30 tot 100 cm

Bloem
– roze, lichtpaars
– vanaf juli tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– in 4 rijen
– enkelvoudig
– schubvormig
– top spits
– rand gaaf
– geoorde voet
– 1-nervig

Stengel
– liggend of opstijgend
– oudere takken verhout

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Wilde bertram : Achillea ptarmica

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
– de losse bloemschermen met witte bloemhoofdjes en
– de smalle, lancetvormige bladeren met fijn gezaagde rand

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Wilde bertram is een algemeen voorkomende overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze groeit op natte, meer of minder voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden, uiterwaarden, greppels en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot en met september met witte schermachtige bloeiwijzen. De bloemhoofdjes bestaan uit 8 tot 13 witte straalbloemen en in het hart talrijke 5-tandige geelachtig witte buisbloemen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De wortel bevat een scherpe, maar lekker smakende stof en werd daarom vroeger gekauwd.

 

.

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Wilde bertram is het makkelijkst te onderscheiden van duizendblad door de bladvorm. Duizendblad heeft dubbel geveerde bladeren, terwijl wilde bertram ongedeelde bladeren (met gezaagde rand) heeft.
Daarnaast zijn de bloemhoofdjes van wilde bertram groter en hebben ze meer witte straalbloemen dan de bloemhoofdjes van duizendblad. Verder bestaan de bloemschermen van wilde bertram uit minder bloemhoofdjes, de schermen zijn minder compact.

 

 

duizendblad

 

 

 

duizendblad

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– witte straalbloemen
– geelachtig witte buisbloemen
– vanaf juli t/m september
– hoofdjes in losse schermen
– 12 tot 18 mm
– omwindselblaadjes viltig behaard

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd
– voet gevleugeld
– veernervig
– meestal kaal
– glanzend

Stengel
– rechtop
– bovenaan behaard en vertakt
– meerkantig

zie wildebloemen

 

 

 

.