Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Gewone dotterbloem : Caltha palustris subsp. palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

 

 

Goed te herkennen aan
de schotelvormige, dooier-gele bloemen aan de waterkant

 

 

 

 

Gewone dotterbloem is meerjarig, wordt tot 50 cm hoog en bloeit in april en mei met grote, dooiergele bloemen van 2 tot 5 cm. Soms zie je in de herfst een tweede bloei.

Ze is algemeen voorkomend in het rivierengebeid en in de laagveengebieden. De favoriete standplaats is langs randen van sloten, beken, in vochtige weilanden, brongebieden en andere zompige plaatsen. Op deze plaatsen komt de plant zowel in de volle zon als in de halfschaduw voor.

 

 

dotterbloem_Mark_Zekhuis

 

 

Je vindt gewone dotterbloem op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden, rietlanden, moeras-bossen en brongebieden. Ze is zout mijdend. Gewone dotterbloem is niet zeldzaam, maar wel kwetsbaar. Door ontwatering, bemesting en gebrek aan schoon zuurstofrijk water is het aantal behoorlijk achteruit gegaan. De plant is wettelijk beschermd.

Naast insecten die met mooi weer de bloemen veelvuldig bezoeken en bestuiven, zorgt ook de regen voor de bestuiving. Als het regent blijven de bloemen geopend, lopen zo vol water, waardoor het stuifmeel op de stempels komt.

Water zorgt ook voor verspreiding van de zaden. In juni splijten de peulen open en worden de zaden door regen- of slootwater meegenomen. Dotterbloem is licht giftig en wordt daarom niet door vee gegeten.

.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– beschermd
– 15 tot 50 cm

Bloem
– dooiergeel
– april en mei
– soms tweede bloei in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 5 cm
– stervormig
– 5 tot 8 bloemdekbladen
– niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot 10 stijlen, soms meer

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– niervormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– glanzend
– onderste lang gesteeld
– bovenste zittend

Stengel
– opstijgend
– naar boven vertakt
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Bloeiend in januari en februari in de Lage landen

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

Elke bloem wordt in de categorie ” Kamerplanten en bloemen ” beschreven : zie zoeken

 

 

 

sneeuwklokje

 

 

 

 

 

klein hoefblad

 

 

 

 

 

klein kruiskruid

 

 

 

 

 

kluwenhoornbloem

 

 

 

 

 

lenteklokje

 

 

 

 

 

madeliefje

 

 

 

 

 

stinkend nieskruid

 

 

 

 

 

vogelmuur

 

 

 

 

 

vroegeling

 

 

 

 

 

winterakoniet

 

 

 

 

 

wit hoefblad

 

 

 

 

 

 

 

 

De Cactus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Cactus

 

De cactus behoort tot de succulenten, planten die grote hoeveelheden water in hun plantenlichaam en wortels kunnen opnemen en opslaan. Op deze manier kunnen ze extreem lange perioden zonder water. Ook de doornen hebben een gelijkaardige  functie. Ze kunnen dauw absorberen en zo zorgen voor extra vocht.

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

 

cactus-rose

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

 

soorten cactussen

 

Decactus is van de plantenfamilie van de Cactacea. Er zijn ongeveer 300 geslachten en 3000 soorten. De familie heeft veel bekende soorten omdat ze als kamerplant makkelijk in leven te houden zijn en als decoratief worden gezien.

De planten kunnen ingedeeld worden naargelang hun vormen. We hebben de bladvorm, de lidvorm, de schijfvorm, de bolvorm, de loofvorm en de zuilvorm. Bepaalde catussoorten kunnen zeer groot worden, andere blijven heel klein.

Er bestaan veel andere soorten succulenten in de wereld maar deze missen areolen,  plekjes waarop de doornen staan ingeplant. Dit is eigen aan cactussen en kenmerken de familie.

 

 

 

 

 

 

 

 

het biotoop van de cactus

 

De meeste cactussen komen oorspronkelijk uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Ze komen daar voor in woestijnen en steppen, op hooggelegen berghellingen en in oerwouden.  Hij is een meester in het zich aanpassen aan de levensomstandigheden.

Een klein aantal soorten komt voor in tropische regenwouden. Ze groeien dan als epifyt op boomtakken waar ondanks de hoge regenval, door het snel wegstromen van water, droge omstandigheden overheersen. De soorten in Canada en West-Europa  zijn winterhard als er een goede afwatering en enige beschutting tegen regen geboden wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

een zeer sterke plant

 

De cactus is een meester in het zich aanpassen aan de levensomstandigheden. De temperatuurverschillen in sommige gebieden waar hij voorkomt kunnen wel oplopen tot 50 graden. Als je het biotoop van de cactussen nagaat, dan stellen we vast dat deze meestal leven in warme gebieden met veel licht en weinig neerslag, op een eerder dorre en mineraal arme grond. De cactus kan daar overleven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de verzorging

 

 

Water

 

In de zogenaamde rustperiode (november – maart) helemaal geen, of zeer weinig water geven. Vanaf maart benevelen met een plantenspuit. In de zomerperiode, wanneer er bloemknoppen verschijnen, langzaam wat meer water geven. De Cactus is heel gevoelig voor rottingsgevaar aan de wortels.

 

 

 

licht

 

Zoveel te meer zonlicht, des te beter voor de plant.

 

 

 

temperatuur   

 

De temperatuur voor de plant mag liefst niet onder de 10°C komen.

 

 

 

 

cactusvoeding  

 

Tijdens de groeiperiode in de zomermaanden is het raadzaam de planten meststoffen te geven.

 

 

 

grondsamenstelling

 

potgrond

kant en klare cactusgrond

rivierzand

leem

 lavagruis

grind

 

 

 

De eisen waaraan een cactusgrond moet voldoen

 

goed doorlatend

luchtig

goede afvoer van overtollig water mogelijk

eerder arme grond

 

Epifytenzijn organismen die op planten groeien zonder hieraan voedsel te onttrekken.

 

 

Canyon Wren

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Gehoornde klaverzuring : Oxalis corniculata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de kleine, 5-tallige, gele bloemen en
– het klaverachtige groen of bruingroene blad en
– de teruggeslagen vruchtstelen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gehoornde klaverzuring is een eenjarig plantje, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa. Ze is vrij zeldzaam en komt voornamelijk voor in de stedelijke gebieden. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke grond in tuinen, plantsoenen, boomgaarden en op stenige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De vijftallige, kleine, gele bloemetjes met uitgerande kroonbladen bloeien vanaf april tot en met oktober, staan met 1 tot 7 bij elkaar in een los scherm en zijn alleen geopend bij zonnig weer.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren bestaan uit 3 hartvormige deelblaadjes met een gave, gewimperde rand en zijn meestal bruin of bruingroen, maar kunnen ook groen zijn. De stengels kunnen 10 tot 30 cm lang worden, wortelen op de knopen en zijn behaard met haren die alle kanten op staan.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Gehoornde klaverzuring wordt gezien als een lastig onkruid. Naast dat de stengels wortelen op de knopen, vermeerdert het zich ook heel makkelijk via zaad. De vruchtdozen springen bij rijpheid van de zaden bij de minste beweging open en slingeren de zaden weg.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

stijve klaverzuring : heeft geen teruggeslagen vruchtstelen, stengels behaard met lange afstaande en korte aanliggende haren.

 

 

 

 

 

 

 

 

knobbelklaverzuring : heeft teruggeslagen vruchtstelen, stengels behaard met alleen korte aanliggende haren.

 

 

 

 

 

 

 

gehoornde klaverzuring : heeft teruggeslagen vruchtstelen, kruipende stengels, bladeren vaak bruingroen, haren op de stengels alle kanten uitwijzend.

 

 

 

 

Algemeen

 

– klaverzuringfamilie (Oxalidaceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 5 tot 30 cm

Bloem
– donkergeel
– vanaf april t/m oktober
– bijscherm
– stervormig
– 4 tot 7 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– deelblaadjes hartvormig
– top uitgerand
– rand gaaf, gewimperd
– voet wigvormig
– veernervig
– bruin tot groen

Stengel
– kruipend
– worteld op de knopen
– behaard
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

.

 

 

 

 

Duinreigersbek : Erodium cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

49195191.050830001b

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

1343977693-650670529

 

 

 

Algemeen

 

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas) Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

Reigersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

.

 

Erodium cicutarium ssp dunense 8, Duinreigersbek, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met   helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Donkersporig bosviooltje : Viola reichenbachiana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bosviooltje-bloem

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de paarse bloemen,
– waarvan de zijdelingse kroonbladen de bovenste niet bedekken en
– de kelkbladen met spitse top en aanhangsel korter dan 1 mm en
– de donker roodpaarse spoor

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Donkersporig bosviooltje is een overblijvend plantje van 5 tot 25 cm hoog, dat groeit op vochtige, kalkrijke of lemige grond in loofbossen. Ze is vrij zeldzaam in de Lage Landen. De bloeitijd is vanaf begin april tot en met begin mei, soms in september weer.

 

 

Macro opname van een groep Donkersporig bosviooltje; Close-up from a group Early Dog-violet.

Macro opname van een groep Donkersporig bosviooltje

 

 

 

Bloemen

 

De niet geurende bloemen zijn paars met een iets roodachtige tint. Naar het midden toe worden ze iets donker-der van kleur. Het onderste kroonblad heeft een donker roodpaars spoor en donkere lijntjes (honingmerk). De zijdelingse kroonbladen wijzen schuin naar beneden en raken de bovenste niet.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De kelkbladen hebben een spitse top en een aanhangsel korter dan 1 mm, dat na de bloei niet uitgroeit. Dit in tegenstelling tot de kelkaanhangsels van bleeksporig bosviooltje, waarvan de onderste na de bloei wel uitgroeien.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Donkersporig bosviooltje wordt gebruikt in de natuurgeneeskunde vanwege de slijmstoffen en vluchtige oliën die de bladeren en bloemen bevatten.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen komen 12 soorten viooltjes voor. Ze zijn te verdelen in twee groepen; de ene groep heeft schuin naar boven wijzende zijdelingse kroonbladen. Tot die groep horen akkerviooltje, zinkviooltje, driekleurig viooltje en duinviooltje. De overige viooltjes hebben schuin naar beneden wijzende zijdelingse kroonbladen.

 

 

 

 

 

 

akkerviooltje

 

 

 

zinkviooltje

 

 

 

driekleurig viooltje

 

 

 

duinviooltje

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 5 tot 25 cm

Bloem
– lichtpaars
– vanaf begin april t/m begin mei
– gesteeld alleenstaand
– 13 tot 15 mm
– donker roodpaars spoor
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen met spitse top
– kelkaanhangsels korter dan 1 mm
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– hartvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hartvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

154011

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 Duinviooltje : Viola curtisii

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

 

Goed te herkennen aan
– (meestal) drie verschillende kleuren kroonbladen en
– de groeiplaats; in de duinen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Duinviooltje is een overblijvend plantje van 10 tot 25 cm hoog. Ze komt algemeen voor in de duinen, vaak enigszins op verstuivende, voedselarme zandgrond. De plekken waar konijnen actief zijn hebben de voorkeur; ze doet het erg goed op konijnenmest. Komt ze buiten de duingebieden voor dan is ze aangevoerd met duinzand of je hebt een driekleurig viooltje gevonden.

Duinviooltje heeft een dunne, verticale, zich vertakkende wortelstok, waaruit meestal veel opstijgende stengels groeien. De penwortels gaan tot 1 meter diep. Bij droogte kan duinviooltje zo nog aan water komen. Tevens kan duinviooltje goed tegen vorst.

 

 

driekleurig viooltje

 

 

 

BLoem

 

Duinviooltje bloeit vanaf april tot in de herfst. De hoofdbloei valt in april en mei. De bloemen zijn blauw- of roodpaars met wit en lichtgeel. Soms zijn ze geheel paars, geelachtig of wittig. In de herfst zijn de bloemen vaak wat kleiner. De onderste kroonbladen zijn altijd lichter van kleur dan de bovenste. De gele vlek aan de basis van het onderste kroonblad vormt samen met de donkerpaarse streepjes het honingmerk.

De spoor reikt ongeveer 1,5 tot 3 mm verder dan de kelkbladen, duidelijk langer dan de spoor van driekleurig viooltje, dat hoogstens tot 1 mm voorbij de kelkbladen steekt.

.

 

 

 

 

Blad

De bladeren zijn donkergroen. In de winter zijn ze paars verkleurd. De bovenste zijn lancet- tot lijnlancetvormig; smal in vergelijking met die van driekleurig viooltje. De onderste bladeren zijn eirond tot rond, meestal vlezig. De steunblaadjes (de blaadjes aan de voet van de bladsteel) zijn veervormig met lange smalle eindslip.

.

 

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duinen
– (5) 10 tot 25 cm

Bloem
– combinatie van paars, wit en geel
– vanaf april tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– 15 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste rond of eirond
– bovenste lancet- tot lijnlancetvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend of bovengronds liggend
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deens lepelblad : Cochlearia danica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Cochlearia danica - Deens lepelblad-03

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, witte, 4-tallige bloemetjes in een tros en
– de lang gesteelde enkelvoudige, vlezige rozetbladeren en
– de (meestal) kort gesteelde, vlezige stengelbladeren en
– haar zoutminnende eigenschap

.

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Deens lepelblad is een eenjarig plantje van 5 tot 25 cm hoog, dat groeit op open, droge tot vrij vochtige, voed-selrijke, zilte grond in de duinen, op groene stranden, op dijken in het kustgebied en langs wegen waarop ’s winters gestrooid wordt. Ze is vrij algemeen in de duingebieden en het maritieme gebied en zeer algemeen langs bepekelde wegen.

 

 

00342Deens lepelblad Lange land Ziekenhuis 1 copy

 

 

 

Bloemen

 

Deens lepelblad bloeit vanaf april tot en met juni met kleine witte bloemetjes, die in een trosje aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De kelkbladen zijn roodbruin aangelopen. De rest van de plant is donkergroen of sterk roodbruin aangelopen. Hoe droger de standplaats hoe sterker de roodbruine verkleuring.

 

 

 

 

.

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– vrij tot zeer algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 4 tot 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– top stomp
– rond tot driehoekig
– voet hartvormig
– bovenste bladeren :
– kort gesteeld
– top spits
– 3- tot 5-lobbig
– voet aflopend
– veernervig
– vlezig

Stengel
– rechtop of opstijgend
– glad en kaal
– groen tot rood aangelopen
– meerkantig

zie wilde bloemen

.

 

scurvy5

 

.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

De narcis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

De narcis

 

Van twee gekochte broden door een mens, is er één bestemd voor een Narcis. Immers, brood is voedsel voor het lichaam, de Narcis is voedsel voor de ziel.

De Arabische profeet Mohammed

.

Algemeen

 

Voor veel westerlingen is de symboliek van de narcis gekoppeld aan ijdelheid en zelfzucht. Niet voor niets noemen we iemand die overloopt van zelf liefde een narcist. In oosterse landen heeft de narcis echter een geheel andere betekenis. Daar staat de bloem symbool voor een treurige liefde. Om elkaar eeuwige liefde te betuigen, sturen van elkaar gescheiden minnaars en geliefden dan ook een narcis, om zo het liefdesleed te verzachten.

.

.

Soorten

 

De narcis (Narcissus) behoort tot het plantengeslacht Amaryllidaceae. Er bestaan narcissen zonder blad (“potloodjes”), narcissen met vast blad (“pootjes”) en narcissen met los blad. De naam is afkomstig uit de Griekse mythologie. In totaal zijn er ongeveer dertig soorten narcissen. Een paar bekende soorten zijn de trompetnarcis, de grootkronige en kleinkronige narcis, de dubbele narcis en de Narcis Poeticus.

 

.

10171trompet

trompetnarcis

 

 

 

16657ghrootkronige

grootkronige narcis

 

 

 

kleinkronige_narcis

kleinkronige narcis

 

 

 

323220__double-daffodil_p

 dubbele narcis

 

 

 

MINOLTA DIGITAL CAMERA

narcis poeticus

.

.

 

Kenmerken

 

De bloemen van de narcis hebben een licht hangende kop met een zogeheten bijkroon. Het bekendste voorbeeld daarvan is de trompetvormige bijkroon van de trompetroos. De meest voorkomende kleuren bij de narcis zijn geel en wit, maar er komen steeds meer kleurvariaties op de markt door het kweken van nieuwe soorten.

.

.

 

Bijzonderheden

 

De oudste gekweekte narcis (sinds 1601) is de Dubbele Kampernelle, ook wel Narcissus Alba Odorus Plenus genoemd. Deze is te bezichtigen in Hortus Bulborum in Limmen. Het bekende verhaal uit de Griekse mythologie van Narcissus maakt duidelijk hoe de narcis aan zijn naam komt en ook waarom de bloem licht voorover buigt.

.

.

Narcissen

.

 

Narcissus was een zeer knappe jongeman die door de aanblik van zijn eigen spiegelbeeld in een meertje zo verliefd werd op zichzelf, dat hij zich niet meer los kon maken van het urenlang staren naar deze onbereikbare schoonheid en langzaam wegkwijnde. Uiteindelijk veranderde de wraakgodin Nemesis veranderde hem in een narcis. Het voorovergebogen hoofd van de narcis lijkt op het voorovergebogen hoofd van Narcissus.

.

 

.

Verzorgingstips

 

  • Snijd de stelen schuin af en zet de narcissen in een schone vaas met schoon water
  • Zet geen andere bloemen in het water waar de narcissen in staan. Narcissen scheiden namelijk een voor andere bloemen schadelijk slijm af. Het gevolg is bladverbranding bij de toegevoegde bloemen.
  • Na een aantal uren scheiden de stelen geen slijm meer af en kunnen er eventueel wel andere bloemen in de vaas geschikt worden. Opnieuw afsnijden van de stelen zal geen nieuw slijm veroorzaken en kan probleemloos gedaan worden.
  • Schoon water met een druppel chloor zorgt voor het langste bloeiresultaat.

 

 

voorpagina openbaring a4.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Rapis of de bamboepalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Rhapis palmen groeien van oorsprong in Zuid-Oost-Azië en China. De palm heeft een kenmerkende stam, vandaar de Nederlandse naam: Bamboepalm of stokpalm. De plantenfamilie is Araceae (Palmea).

 

 

4778686794b236cdf3d092

.

 

Water geven

 

.

vochtig houden

.

Vochtig houden

 

Rhapis palmen verbruiken matig water wanneer deze kamerplanten op een schaduw locatie staan. Naarmate de Rhapis meer licht ontvangt, zal de waterbehoefte toenemen. Hetzelfde geldt voor de temperatuur. Alhoewel deze palmen niet veel water nodig hebben, dient de grond wel altijd vochtig te blijven. De sierwaarde zal dalen indien de grond meerdere keren droog is geweest. Geef opnieuw water als de grond begint met opdrogen.

De hoeveelheid is afhankelijk meerdere factoren. Er mag nooit meer water worden gegeven dan de grond kan absorberen. Anders staan de wortels in het water, dit kan leiden tot wortelrot. Hoe groter de pot, hoe meer water erin kan. Begint de grond na 3 dagen al droog aan te voelen, geef dan iets meer. Is de grond na een week nog steeds erg nat, geef dan iets minder.

 

.

.

 

 

Sproeien

.

Alhoewel sproeien niet noodzakelijk is zal het wel de gezondheid bevorderen. Ook werkt het preventief tegen ongedierte. Verwen de Rhapis in de zomer eens op een regenbuitje. Dit verwijderd stof waardoor de palm meer licht kan ontvangen en het blad mooier glanst.

 

 

 

Standplaats

 

Schaduw of donker

.

Er is geen kamerplant welke donkerder kan staan als de Rhapis. De Rhapis heeft diep donkergroen blad. Dit betekent dat deze plant veel bladgroenkorrels aanmaakt. Deze bladgroenkorrels zetten het zonlicht om in energie voor de plant. Maar hou er rekening mee dat ook de Rhapis zonlicht nodig heeft. Ook zal de Rhapis sneller groeien indien er meer licht aanwezig is.

Een ruimte zonder ramen is dus niet geschikt. Plaats een Rhapis niet verder verder dan 5 meter van een raam. Bij een raam op het zuiden kan deze afstand nog iets verder worden vergroot tot 7 meter. Word het blad van een Rhapis lichter van kleur dan staat de palm op een lichtere standplaats. Wordt het blad zelfs geel dan ontvangt de palm teveel licht.

Verplaats de Rhapis in dit geval verder van het raam. De Rhapis staat te donker indien de kamerplant geen nieuwe bladeren aanmaakt. Zet de palm in dit geval dichterbij het raam. Rhapis palmen hebben minder dan 5 uur direct zonlicht nodig.

.

 

 

Minimale temperatuur

.

Overdag:  +/- 15 °C
‘S nachts: +/- 8 °C

 

 

 

Verpotten

.

Een Rhapis verpotten kan direct na de aankoop, maar bij voorkeur in de lente. Bij hogere temperaturen groeien wortels sneller, dit is de reden dat de lente het ideale moment is om te verpotten. Gebruik universele potgrond of palmgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Hoe groter hoe beter, omdat meer grond ook meer water kan vasthouden. Daarnaast komt een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede.

 

 

 

Voeding

.

Geef eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Lees de gebruiksaanwijzing van de kamerplantenvoeding voor de juiste dosering.

 

 

 

Verkleurende bladeren

.

Bruine of gele bladeren (of bladpunten) zijn vaak de onderste bladeren van een palm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren. Indien veel bladeren en niet alleen de onderste bruin of geel worden. Kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water. Teveel of te weinig water zal het zelfde effect hebben op de bladeren. Ook kan een overgang naar teveel (direct) zonlicht de oorzaak zijn.

 

.

 

 

 

Snoeien

.

Knip bruine bladpuntjes weg met een kartelschaar, dit komt het meest overeen met de natuurlijke bladpunten. Verwijder de onderste bladeren indien deze lelijk worden. Knip de bladeren zo dicht mogelijk bij de stam af. De stam kan niet gesnoeid worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

.

Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Verhoog de temperatuur tot rond de 24 gra-den.

 

 

Bloemen

.

Het is zeldzaam dat de Rhapis in de woonkamer bloeit. Bijna onmogelijk omdat de palmen alleen bloeien in een volwassen stadium.

 

 

Giftig?

 

De Rhapis niet giftig. Volkomen veilig voor dieren en kinderen.

 

 

Ziektes

 

Rhapis is niet gevoelig voor specifieke ziekten. Toch is het verstandig regelmatig tussen de bladeren te zoeken naar luis. Hoe eerder deze wordt bestreden hoe groter de kans dat je hierin slaagt.

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA