Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Onkruid soorten in ons land – letter E

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Ereprijs (Scrophulariaceae)

 

De blauwogige Ereprijssoorten zijn voornamelijk eenjarigen, die een tuin kunnen overvallen als een zwerm sprinkhanen. Het lijkt alsof ze plotseling, bloeiend en wel, verschijnen, vooral wanneer ze staan tussen andere kleine planten, waar hun zaailingen onopgemerkt zijn opgegroeid. De bladeren zijn tegenoverstaand, behalve op de bloeistengels.

We zullen negen soorten beschrijven en ze verdelen in twee groepen: vijf soorten die over de grond kruipen en alleenstaande bloemen hebbe en vier die rechtop groeien en de bloemen in aren hebben.

 

 

Grote ereprijs

 

GROTE EREPRIJS (Veronica persica) draagt zijn naam met eer, want hij heeft de grootste (en helderst blauwe) bloemen van de kruipende soorten – tot 11 mm in doorsnee. De lichtgroene bladeren, 2-4,5 cm lang, zijn kortgesteeld, driehoekig tot ovaal, ruw getand en behaard op de nerven aan de onderkant. De bloemstengels zijn langer dan de bladeren en kroezig behaard. Ze komen tevoorschijn uit de bladoksels. De vrucht bestaat uit twee uiteenstaande hokken, waardoor hij in zijn geheel bijna tweemaal zo breed als lang is. Oorspronkelijk afkomst uit Zuidwest-Azië is deze soort thans ingeburgerd in geheel Europa. Ook in Noord-Amerika ingevoerd. In ons land plaatselijk algemeen op akkers, in moestuinen en op mesthopen. Bloeit in april en mei en van juli tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 Draadereprijs

 

DRAADEREPRIJS (Veronica filiformis) is een heel klein plantje met bladeren van niet meer dan een halve centimeter in doorsnee. De blauwe bloemen, waarvan de onderste slip bleker of zelfs wit is, staan op draadvormige stelen die ongeveer 2-4 maal zo lang zijn als de bladeren. Hoe klein dit plantje ook is, het is een zeer agressief onkruid met zijn talrijke kruipende stengels die vak grote plakkaten vormen. Nadat deze soort was ingevoerd als rotsplantje werd hij al snel een lastige gast. Het is een overblijvende plant die bloeit in april en mei. De verspreiding gaat voornamelijk met behulp van stukjes tengel, die gemakkelijk wortel schieten; de aanvankelijke populariteit ging dan ook al snel verloren. Wanneer u de plant op de afvalhoop gooit ontsnapt hij gemakkelijk naar andere delen van de tuin. Vooral in het gazon kan hij zich bliksemsnel verspreiden, daarbij geholpen door de grasmaaier. In zijn oorspronkelijke groeigebied (de Kaukasus en Klein-Azië) is de plant niet zeer algemeen, maar hij is thans verwilderd in geheel Europa, vooral in Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. De plant kan het best verbrand worden, composteren is alleen aan te raden als voldoende warmte kan worden bereikt.

 

 

 

 

 

 

Akkerereprijs

 

AKKEREREPRIJS (Veronica agrestis) heeft bladeren van ongeveer dezelfde afmetingen als persica; ze zijn meer lang dan breed, bijna recht aan de voet en meer regelmatig getand. De kleur is geelgroen. De bloemen zijn heel klein en gewoonlijk bleek blauw met het onderste bloemblad of de onderste drie bloembladen wit of heel bleek. Minder vaak allemaal wit of roze aan de bovenkant. Bloeit van april tot in de herfst. De vruchten hebbe lange haren. Komt voor in geheel Europa, vooral in het noorden, en in Noord-Amerika. Bij ons vrij algemeen op akkers, vooral op kleigrond.

 

 

 

 

 

 

Gladde ereprijs

 

GLADDE EREPRIJS (Veronica polita) heeft donkergroene, meestal glanzende bladeren, kleiner dan die van de vorige soort, ronder maar met dezelfde gelijkmatig getande randen. De bloemen zin klein en diep hemelsblauw, vaak met een witte onderste slip. Ze staan op spaarzaam behaarde stelen en verschijnen al vroeg in het voorjaar, om dan, met een korte onderbreking in de zomer, door te gaan tot in de herfst. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa, vooral in het midden en zuiden, West-Azië en Noord-Afrika. In het noordwesten van de Verenigde Staten verwilderd. De plant heeft een voorkeur voor voedselrijke, losse, ietwat zanderige klei en is in ons land plaatselijk algemeen op akkers en in tuinen.

 

 

 

 

 

 

Klimop ereprijs

 

De laatste van de soorten met kruipende groeiwijze is KLIMOP EREPRIJS (Veronica hederifolia), met gesteelde en tamelijk dikke, lichtgroene bladeren. Uit de naamgeving is de bladvorm al af te leiden; althans min of meer, want de twee zijlobben zijn heel diep ingesneden en de middelste is stomp. De bloem is zeer klein, lichtblauw of lila, de bloemstelen zijn gewoonlijk korter dan de bladeren. De gewone stengels zijn behaard. Deze komt voor in geheel Europa, West-Azië en Noord-Afrika; verwilderd in Noord-Amerika. Hier te lande algemeen op akkers en in moestuinen, tussen het gras, onder heggen en in loofbossen.

 

 

 

 

 

 

Mannetjes ereprijs

 

We komen nu aan de Ereprijssoorten die de bloemen in aren dragen en een geheel of gedeeltelijk rechtopstaande groeiwijze hebben. MANNETJES EREPRIJS (Veronica officinalis) is een overblijvende plant met kruipende, wortelende stengels die vaak een heel tapijt vormen. De gewoonlijk lichtblauwe bloemen met hun donkerder aderen (soms zijn de bloemen donkerblauw, roze of wit) staan in langgesteelde aren. Deze komen tevoorschijn uit de oksels van de bladeren, die in paren tegenover elkaar staan, ovaal van vorm zijn, getand langs de rand, aan beide zijden behaard en 2-3 cm lang. De bloemen verschijnen in de periode mei-augustus. Mannetjes-ereprijs komt voor in Europa, het nabije Oosten en Noord-Amerika. In ons land algemeen op droge zand- en heidegrond.

 

 

 

 

 

 

Veld ereprijs

 

VELD EREPRIJS (Veronica arvensis) heeft zacht behaarde stengels, die al dan niet vertakt zijn en min of meer rechtop groeien tot een hoogte van maximaal 30 cm. De bladeren zijn driehoekig tot ovaal; de onderste gesteeld en tegenoverstaand, de bovenste afwisselend en dicht tegen de stengel aangroeiend. De bloeiwijze neemt ongeveer tweederde van de hoogte van de plant in beslag; de kleine bloemetjes – van binnen donker-, van buiten lichtblauw – komen uit de bladoksels en staan in trossen. Deze eenjarige plant bloeit van april tot in de herfst en is een lastig onkruid in het gazon en de border. Komt voor in geheel Europa en in Noord-Amerika; in Nederland algemeen op akkers, in moestuinen en op braakliggende terreinen; ook in de duinen.

 

 

 

 

 

 

Tijmereprijs

 

TIJMEREPRIJS (Veronica serpyllifolia) is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, met zacht behaarde, kruipende stengels die op de knopen wortelen. De bladeren zijn lichtgroen, ovaal en kaal. De bloemtros is naar verhouding lang (10 cm) en bevat tot dertig blauwachtig witte bloemetjes, die ieder in de oksel van een schutblad staan. De bloemblaadjes zijn getekend met donkerblauwe lijntjes die naar de nectarkamer wijzen; het zijn dus honingmerken voor de bestuivende insecten. Tijm-ereprijs komt voor in vrijwel geheel Europa, in Azië en in Noord-Amerika. Bij ons een algemene plant op akkers en in grasland, langs sloten en op andere vochtige plaatsen. Bloeit van april tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

Gewone ereprijs

 

GEWONE EREPRIJS (Veronica chamaedrys) heeft de grootste bloemen uit deze groep (tot 12 mm in doorsnee). Het is een overblijvende plant die 10 tot 40 cm hoog wordt, met stengels die eerst op de grond liggen en op de knopen wortelen en zich daarna oprichten. De stengels dragen twee rijen haren en zijn daartussenin vrijwel altijd kaal. De dofgroene, behaarde bladeren zijn tegenoverstaand, breed tot smal eirond met gekartelde randen en zittend of kort gesteeld. De bloeiaren staan op lange stelen uit de oksels van de bladeren en dragen 10-20 bloemen. Deze staan vrij ver uit elkaar en zijn hemelsblauw van kleur met donkerder aderen en een witte plek bij de keel. De bloeitijd is april-juni. Deze soort komt voor in geheel Europa en in Azië; verwilderd in Noord-Amerika. In ons land een algemene verschijning tussen het gras en langs wegen en bosranden.

 

 

 

 

 

 

 

Eenjarigen met gele bloemen

 

Herik

 

HERIK (Sinapis arvensis) is nauw verwant aan Witte mosterd. Hij heeft een slanke penwortel en een rechtopstaande, vertakte of onvertakte, stengel van 30 tot 80 cm hoog. De stengel is gewoonlijk stijf en behaard; de bladeren zijn eveneens ruw behaard, de onderste gesteeld, met een grote, heel grof getande eindlob; de bovenste stengelomvattend en afwisselend. Gewoonlijk zijn ze niet ingesneden, lancetvormig en grof getand. De bloemen staan afwisselend lans de stengel, bovenaan in een groepje. Iedere plant produceert zo’n 1200 zaden, die in de grond vele jaren kiemkrachtig kunnen blijven. De bloeitijd is van mei tot september. Komt voor in geheel Europa; in ons land een algemeen onkruid op bouwland en langs wegen en dijken.

 

 

 

 

 

 

Knopherik

 

KNOPHERIK (Raphanus raphanistrum) lijkt veel op de vorige soort, maar heeft rechtopstaande, borstelige kelkbladeren in plaats van spreidende of afhangende. Er is nog een ander kenmerk waardoor de plant zich van Herik onderscheidt en waarnaar in de Nederlandse naam wordt verwezen: bij het drogen worden de hauwen tussen de zaden sterk samengesnoerd, zodat deze laatste, 4-8 in getal, duidelijk te herkennen zijn. Tenslotte is ook de snavel aan het eind van de vrucht  veel langer dan bij Herik. De bloemkleur kan behalve geel ook wit, lichtpaars, blauwachtig of purper zijn, meestal met donkere aderen. De bloeitijd van deze 30-60 cm hoog wordende plant is van juni tot en met september. Komt voor in geheel Europa en in het oosten van Noord-Amerika. In ons land algemeen, vooral op zandige akkers, op ruigten en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

Zwarte mosterd

 

ZWARTE MOSTERD (Brassica nigra) is een veel forser onkruid, met rechtopstaande stengels van 0,60 tot 1,20 meter hoogte. Er zit veel variatie in de bladeren: de onderste hebben een grote eindlob met daaronder twee veel kleinere; de stengelbladeren, die afwisselend staan, zijn lancetvormig met slechts twee kleine lobben en de allerbovenste hebben helemaal geen lobben. Ook bij deze soort staan de bloemen afwisselend langs de stengel en aan de top dicht bijeen. De vruchten staan rechtop. De bloeitijd is van juni tot september. Het verspreidingsgebied omvat Europa, Azië en Noord-Amerika. In ons land vrij algemeen, vooral in het rivierengebied; op akkers, langs wegen en dijken en op ruigten. Uit de zaden van deze plant wordt de tafelmosterd bereid en ook een olie die in de geneeskunde en bij het vervaardigen van zeep wordt gebruikt.

 

 

 

 

 

 

Gewone raket

 

GEWONE RAKET (Sisymbrium officinale) heeft de onderste bladeren in een rozet; ze zijn diep ingesneden zodat gepaarde slippen met een grotere eindlob ontstaan. De onderdelen van de bladeren zijn getand. De stengelbladeren staan afwisselend, hebben een lange pijlvormige eindlob en een tot drie kleine langwerpige zijlobben. De dicht opeenstaande bloemen zijn kortgesteeld en hebben bloemblaadjes ie half zo lang zijn als de kelkblaadjes. De vruchten staan stijf rechtop en hebben een afgeronde onderkant. Zowel stengels als bladeren zijn borstelig. Deze plant wordt 30-80 cm hoog en bloeit van mei tot en met september. Iedere plant levert ongeveer 2700 zaden op, die ondiep kiemen. Het verspreidingsgebied beslaat geheel Europa, West-Azië en Noord-Afrika; elders verwilderd. In ons land een van de algemeenste onkruiden op akkers; ook veel voorkomend langs wegen en heggen en op ruigten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hongaarse raket

 

HONGAARSE RAKET (Sisymbrium altissimum) behoort tot de zogenaamde ‘tumble weeds’: wanneer de plant na een of twee jaar afsterft breekt hij aan e voet af om dan met de eerste windvlaag mee over de grond te rollen, waarbij tijdens de tocht de zaden worden verspreid. De plant wordt 40 tot 90 cm hoog en bloeit van mei tot juli. De bladeren van de grondrozet zijn gesteeld en ruw behaard; ze zijn verdeeld in smal driehoekige slippen; bij de middelste bladeren zijn de slippen nog smaller en bij de bovenste zijn ze bijna draadvormig. De vruchten zijn lang en dun. Oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-oost-Europa, maar thans in verscheidene Europese landen en in Noord-Amerika te vinden. In ons land vooral langs de grote rivieren en in de duinen, elders zeldzaam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Knikkende distel : Carduus nutans

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote, helder roze, knikkende distelhoofdjes met fors, stekelig omwindsel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Knikkende distel een overblijvende of tweejarige distel van 0,3 tot 2 meter hoog, die groeit op droge tot matig vochtige, kalkrijke, vaak omgewerkte grond. Ze brengt minstens één winter door als rozet en zodra ze vruchtjes gevormd heeft, sterft ze af. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemhoofdjes van knikkende distel zijn tamelijk groot. Onder het hoofdje met buisbloemen zit het omwindsel, dat gelijk een spinnenweb behaard is en vaak rood-bruine kleur heeft. De omwindselbladen zijn voorzien van scherpe stekels, in het midden iets ingesnoerd en dan naar buiten gebogen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De smalle, glanzende, donkergroene, stekelige bladeren zijn veervormig ingesneden en lopen in gestekelde vleugels af langs de stengel. De onderkant van de bladeren is behaard, de bovenkant is kaal. De lange stengels zijn gelijk een spinnenweb behaard, onderaan gevleugeld, bovenaan kaal en gebogen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 0,3 tot 2 m hoog

Bloem
– helder roze  buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– alleenstaand
– 2 tot 8 cm
– omwindselbladen stekelig, afstaand
en licht spinnenwebachtig behaard

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand gestekeld
– voet aflopend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– wit spinnenwebachtig behaard
– rolrond en onderaan gevleugeld

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine ooievaarsbek : Geranium pusillum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de bleek lila of blauw-paarse, in paren staande bloemetjes met
– de van binnen gelige stempels en
– de in omtrek ronde, tot over de helft gespleten bladeren en
– stengels met alleen korte haren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine ooievaarsbek is een eenjarige, vaak breed uitgroeiende plant van 5 tot 40 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit op open plaatsen met vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine ooievaarsbek bloeit vanaf mei tot de herfst met bleek lila of blauw-paarse bloemen, die paarsgewijs bij elkaar staan. De bloemen hebben 5 hartvormig ingesneden kroonblaadjes. De stempels zijn aan de binnenkant gelig van kleur. De stempels van zachte ooievaarsbek hebben de kleur van de kroonbladen.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels, blad- en bloemstelen zijn uitsluitend behaard met korte haren en naar boven toe ook met zeer kleine klierhaartjes. De bladeren zijn in omtrek rond en tot voorbij het midden gedeeld. De onderste bladeren staan in een rozet en verdorren gedurende de bloei.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met kleine (tot 10 mm) roze tot licht paarse bloemen
glanzige ooievaarsbek

gewone reigersbek
duinreigersbek
kleverige reigersbek

robertskruid
klein robertskruid

slipbladige ooievaarsbek
fijne ooievaarsbek

zachte ooievaarsbek
kleine ooievaarsbek
ronde ooievaarsbek

zeer zeldzaam in stedelijke gebieden en langs de binnenduinrand

2 van de 5 kroonbladen zijn iets kleiner met vlek
2 van de 5 kroonbladen zijn iets kleiner zonder vlek
5 gelijke kroonbladen zonder vlek, kleverige plant

donkergeel tot oranje stuifmeel
geel stuifmeel, stadsplant en daar zeldzaam

afstaand behaard, bovenste deel ook met klierharen
aangedrukt behaard zonder klierharen

helder roze stempels, stengels behaard met lange en korte haren
gele stempels, stengels behaard met alleen korte haren
kroonbladen zonder top-insnijding

 

 

 

glanzige ooievaarsbek

 

 

 

gewone ooievaarsbek

 

 

 

duin ooievaarsbek

 

 

 

robertskruid

 

 

 

klein robertskruid

 

 

 

slipbladige ooievaarsbek

 

 

 

fijne ooievaarsbek

 

 

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

ronde ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

 

– ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot algemeen
– 5 tot 40 cm
– verspreiding

Bloem
– bleek lila of blauw-paars
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 2 tot 5 mm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig gedeeld
– 5- tot 9-delig
– in omtrek rond
– top stomp
– rand getand
– handnervig
– behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– kort behaard, bovenaan ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klein vlooienkruid : Pulicaria vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de kleine, half bolronde, gele bloemhoofdjes met korte straalbloemen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein vlooienkruid is een eenjarig plantje, dat je kan vinden langs de rivieren op voedselrijke en stikstofrijke zand- en kleigronden, die ’s winter onder water staan en ’s zomers droogvallen. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van klein vlooienkruid zijn geel, plat van boven en bolrond van onderen. De omwindselblaadjes zijn lijnvormig, ongelijk van lengte en wollig behaard. De straalbloemen zijn kort en 3-tandig. Klein vlooienkruid heeft een scherpe geur, waardoor insecten de bloemhoofdjes mijden.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De wollig behaarde stengels zijn wijd vertakt, waardoor klein vlooienkruid een struikachtig uiterlijk krijgt. De zijtakjes zijn langer dan de hoofdtak. Ook de bladeren zijn wollig behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werden gedroogde planten onder het matras gelegd om vlooien uit het bed te weren.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Klein vlooienkruid kan goed tegen beweiding. Het vee eet haar niet vanwege de geur en het stuk trappen van het gras stimuleert de kieming van haar zaden.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

goudknopje : heeft geen straalbloemen en is niet wollig behaard.

 

 

 

 

 

 

heelblaadjes : is in alles veel groter en heeft langere straalbloemen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteracea)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 10 to 40 cm

Bloem
– gele straalbloemen
– vuilgele buisbloemen
– sterk geurend
– vanaf juli t/m september
– kort gesteeld hoofdje
– 1 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf tot iets getand en zacht   golvend
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– wollig behaard
– rolrond
– meestal rood gekleurd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kartuizer anjer : Dianthus carthusianorum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemen met gekartelde kroonbladen
– in een bundeltje aan het einde van een ijle bloeistengel met
– vliezige, bruine schubben onder de kelk

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kartuizer anjer is een zeer zeldzame, overblijvende, polvormende plant van 30 tot 45 cm hoog, die groeit op grazige zandgrond. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kartuizer anjer bloeit vanaf juni tot en met augustus met helder roze (zelden witte) bloemen van 18 tot 20 mm in doorsnede. De kort gesteelde bloemen staan met 4 tot 15 in een bundeltje bij elkaar aan het einde van de ijle bloeistengel. Ze hebben 5 getande kroonbladen. De vliezige schubben onder de kelk zijn bruin, korter dan de kelk, plotseling in een spitsje van 2 tot 4 mm uitlopend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

 

 

 

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

 

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, zelden wit
– juni t/m augustus
– bundel of krans
– stervormig
– 18 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Yucca of de palmlelie

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Yucca komt van oorsprong uit Midden-Amerika. De Yucca, in Nederland ook wel Palmlelie genaamd, komt uit de plantenfamilie: Asparagaceae.

 

 

 

yucca-elephantipes-cane

 

 

 

Yucca onderhoud

 

Water geven

 

De Yukka houdt niet van veel water. Vooral gedurende de winter is het van belang de grond op te laten drogen alvorens de kamerplant opnieuw water krijgt. Een aantal weken zonder water is geen probleem. In de lente en zomer zal de Yucca meer water nodig hebben, vooral tijdens warme dagen. Wanneer de bovenste grondlaag droog begint te worden mag je opnieuw water geven. Teveel water kan leiden tot wortelrot. Ook kan de stam onderaan zacht worden door te veel water.

Bij twijfel is het daarom verstandig om beter iets minder water te geven. De hoeveelheid water is afhankelijk van onder andere de temperatuur, grootte en lichtintensiteit. Er mag absoluut geen laagje water onderin de pot komen te staan, de grond moet al het vocht kunnen absorberen. Voelt de grond na een week nog steeds vochtig, dan is het raadzaam om minder water per gietbeurt te geven.

 

 

 

Sproeien

 

De Yucca sproeien is niet noodzakelijk. Droge lucht is voor deze kamerplant geen probleem. Sproeien helpt wel om stof te verwijderen. Een regenbuitje in de zomer werkt tevens preventief tegen ziekten.

 

 

 

 

 

Standplaats

 

Een Yucca mag op een lichte standplaats staan. De bladeren blijven mooi hard bij voldoende licht. Maar pas in het begin op met direct zonlicht. De Yucca wordt namelijk opgekweekt onder gefilterd licht. Geleidelijk kan de Yucca dichterbij het raam komen te staan. In de zomer kan de plant ook buiten komen te staan, maar vermijd dan wel de middag zon.

De Yucca wenst minimaal 5 uur direct zonlicht per dag. Plaats de palmlelie daarom 2-3 meter voor een raam op het zuiden, of 3-4 meter voor een raam op het oosten/westen. Direct voor een raam op het noorden is eventueel ook mogelijk.

 

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 18 °C
‘S nachts: +/- 10 °C

 

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Yuka het beste verpotten direct na aanschaf, of in de lente. De lente heeft de voorkeur omdat eventueel beschadigde wortels dan sneller herstellen. Herhaal dit eens per 3 jaar. Bij oudere planten is alleen de bovenste grondlaag vervangen voldoende. Plaats deze woonplant in een pot die minimaal 20% breder is dan de kweekpot en gebruik hierbij normale potgrond. Gebruik geen hydrokorrels op de bodem.

Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en zal gaan rotten. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creëert een grotere waterbuffer, omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

 

 

 

 

Voeding

 

De Yucca verbruikt weinig voeding. Gebruik de helft van de dosering die staat aangegeven op de verpakking van vloeibare voeding voor groene kamerplanten. Bemest een Yucca alleen in de lente en de zomer. ’s Winters bemesten kan schadelijk zijn.

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Gele bladeren bij een Yucca zijn vaak het gevolg van te veel water. Bruine bladeren kunnen duiden op verbran- ding. Plaats in dit geval de plant een meter verder van het raam.

 

 

 

Snoeien

 

De onderste bladeren kunnen afsterven, dit is geen probleem want bovenin worden nieuwe verse bladeren aangemaakt. Trek deze bladeren naar beneden om ze te verwijderen. Te lange stammen zijn met een zaagje in te korten. Hier zijn verder geen speciale benodigdheden voor nodig.

 

 

 

Vermeerderen

 

Afgezaagde uitlopers zijn in een licht vochtige grond te stekken. Doe dit bij voorkeur in de lente bij een tempe- ratuur van ongeveer 22 graden.

 

 

 

Bloemen

 

Een bloeiende Yucca in de woonkamer is zeldzaam in Nederland. Na de bloei maakt de Yucca vaak nieuwe scheuten. De bloemen zijn groot en worden in sommige landen gekookt.

 

 

 

 

 

Giftig?

 

De Yucca is giftig. Pas op bij dieren en kinderen.

 

 

 

Ziektes

 

Controleer een kamerplant en dus ook de Yucca regelmatig op luis. Hoe eerder deze wordt waargenomen hoe groter de kans op bestrijding. Kijk hierbij vooral onder en tussen het blad. Spint zal je niet snel aantreffen bij een Yucca.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Hoenderbeet : Lamium amplexicaule

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder roze lipbloemen met lange rechte kroonbuis in
– schijnkransen die een eindje uit elkaar staan en
– die ondersteunt worden door een “bladschoteltje”

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hoenderbeet is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, (moes)tuinen en bermen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hoenderbeet bloeit vanaf april tot in de herfst met helder roze lipbloemen, die een lange kroonbuis hebben, waardoor ze ver boven de kelk uitsteken. De bloemen staan in schijnkransen die een eindje uit elkaar staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn gesteeld en rond tot eirond. De bovenste zijn niervormig, ongesteeld en omvatten de stengel, zodat ze een schoteltje vormen onder de bloemen.

 

 

Hoenderbeet

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

paarse dovenetel : paarse verkleurde bovenste bladeren en flink stuk kale stengel.

 

 

 

 

 

ingesneden dovenetel : bladeren zijn dieper ingesneden en dubbel gelobd.

 

 

 

 

 

gevlekte dovenetel : heeft gevlekte bladeren en grotere bloemen, waarvan de onderlip donker gevlekt is.

 

 

 

 

 

gestreepte dovenetel : is gekweekt vanuit gevlekte dovenetel en heeft een zilverkleurige streep langs de middennerf.

 

 

 

 

 

hoenderbeet : de bloemen steken hoog uit boven de kelk en de bovenste bladeren zijn rond de stengel vergroeid.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : heeft lancetvormige bladeren.

 

 

 

 

 

stinkende ballote : bladeren geven bij kneuzing een onaangename geur af.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam voorkomend
– 15 tot 30 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 1,4 tot 2 cm
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stuifmeel oranje

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– onderste eirond en gesteeld
– bovenste niervormig, ongesteeld
– top stomp
– rand diep gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hazenpootje : Trifolium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de donzige, roze bloemhoofdjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hazenpootje is een eenjarige klaversoort, die groeit op open tot grazige, droge, meestal kalkarme zandgrond, zoals in bermen, graslanden, de duinen, langs akkerranden en spoorwegen. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit vanaf juli tot de herfst. De cylindervormige bloemhoofdjes bestaan uit talrijke witte vlinderbloemen, die voor een groot deel niet zichtbaar zijn door de beharing van de kelk. De kelktanden zijn roodachtig en samen met de lange beharing krijgen de hoofdjes daardoor een roze, donzig uiterlijk, wat het plantje heel herkenbaar maakt en goed geschikt voor droogbloemboeketten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Behalve de kelk zijn ook de stengel en de bladeren dicht behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Sinds de Middeleeuwen wordt hazenpootje als geneeskruid gebruikt tegen diarree. Het bevat looistoffen en vluchtige olie.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– plaatselijk algemeen
– 5 tot 30 cm hoog

Bloem
– roze, donzige hoofdjes met
– witte vlinderbloemen
– vanaf juli tot de herfst
– lang gesteeld
– 1 tot 2,5 cm

Blad

– verspreid
– handvormig samengesteld
– langwerpige deelblaadjes
– top toegespits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop of liggend
– dicht behaard
– sterk vertakt
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter D

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Distels en Melkdistels (Compositae)

 

Akkerdistel

 

Cirsium arvense, de AKKERDISTEL, is een van de meest beruchte onkruiden, niet alleen in ons land maar ook in vele andere landen. De slanke penwortel vormt ver weg kruipende, witachtige uitlopers, die binnen een paar jaar een geweldige kolonie kunnen doen ontstaan – en dat alles uit een enkel zaadje. Zelfs uit een klein stukje van de wortel kan zo’n kolonie ontstaan. Naarmate het wortelstelsel zich uitbreidt worden ook steeds meer nieuwe stengels gevormd, zodat tegelijk volwassen, halfwassen en nieuwe scheuten aanwezig zijn.

Deze overblijvende plant wordt 0,60-1,20 m hoog. De bloemhoofdjes zijn naar verhouding klein en staan in schermvormige pluimen; de kleur is lichtpaars, een enkele maal wit. De bladeren aan de voet van de plant zijn lancetvormig en uitlopend in een korte steel met bochtige randen die uitlopen in stevige stekels. De bladeren die hogerop staan hebben ongeveer dezelfde vorm maar zijn stengelomvattend en dieper ingesneden. Alle bladeren staan afwisselend en zijn kaal of aan de onderkant enigszins behaard. De bloemen hebben een sterke honinggeur en worden door verschillende soorten insecten bezocht. De bloeitijd is juni-september.

Akkerdistel komt voor in geheel Europa en in Noord-Amerika. In ons land zeer algemeen langs wegen en dijken, op akkers en gestoorde terreinen. In verscheidene provincies in ons land is een zogenaamde Distelverordening van kracht, die bepaalt dat eigenaren en gebruikers van gronden deze en andere soorten distels moeten bestrijden. In andere landen zijn soortgelijke maatregelen genomen.

 

 

 

 

 

 

Speerdistel

 

Cirsium vulgare is de SPEERDISTEL, een tweejarige plant die zich uitsluitend vermeerdert door zaad. De plant heeft een grote vlezige penwortel en wordt net als de vorige soort 0,60-1,20 m hoog. In het eerste jaar vormen de planten alleen een rozet van bladeren; deze zijn langwerpig tot lancetvormig of elliptisch en ruw getand.

In het tweede jaar komen de gegroefde, stekelig gevleugelde stengels tevoorschijn. De bladeren zijn van boven stekelig behaard en de lobben dragen lange stekels. Van onderen zijn de bladeren – net als de stengel – kort behaard tot spinnenwebachtig. De bloemhoofdjes zitten in een rond of vaasvormig omwindsel. Dit is stekelig, enigszins spinnenwebachtig behaard en groen van kleur. De bloeitijd is juli-augustus.

Speerdistel komt net als de vorige soort voor in geheel Europa en in Noord-Amerika. In ons land algemeen in weilanden, langs wegen en dijken, op kapvlakten in het bos, in de duinen en op gestoorde gronden.

De Melkdistels hebben allemaal gele bloemen. Ze zijn lang niet zo stekelig als de bovengenoemde soorten. Hun naam hebben ze te danken aan het witte melksap dat bij beschadiging tevoorschijn komt.

 

 

 

 

 

 

Akkermelkdistel

 

De AKKERMELKDISTEL (Sonchus arvensis) heeft kruipende ondergrondse stengels en bereikt een hoogte van 0,60-1,50 m. De stengels zijn gegroefd, hol en sterk behaard. De afwisselend staande bladeren zitten op het onderste deel van de stengel dicht bijeen; ze zijn diep ingesneden, langwerpig tot lancetvormig en uitlopend in een gevleugelde bladsteel. De bovenste bladeren zijn gering in getal, vaak zonder insnijding en stengelomvattend. De bloemhoofdjes zitten dicht opeen aan de top van de stengel en zijn goudgeel van kleur; de bloemstengels zijn voorzien van vele gele haren, net als de groene omwindsels. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst.

Het verspreidingsgebied omvat vrijwel geheel Europa en Noord-Amerika. In ons land algemeen op akkers en in grasland.

 

 

 

 

 

 

Brosse Melkdistel of gekroesde melkdistel

 

BROSSE MELKDISTEL (Sonchus asper) is een van de stekeligste soorten uit dit geslacht; de Latijnse naam duidt daar al op: asper = ruw. De plant heeft een stevige penwortel en wordt gemiddeld 60 cm hoog (maximaal 90 cm). De stengels zijn kaal en vaak roodachtig; de afwisselend staande bladeren zitten ook hier dicht opeen langs de stengel, vooral aan de voet van de plant, waar ze tevens dieper ingesneden zijn. Alle bladeren zijn stengelomvattend en de twee lobben aan de voet hebben de vorm van een oor.

De bloemkroon is geel en het omwindsel is peervormig of rond. De lange stelen van de dicht opeenstaande bloemhoofdjes komen tevoorschijn aan de top van de stengel, bij een blad dat rond de stengel is gegroeid. De bloeiperiode is dezelfde als bij de vorige soort. Deze soort komt voor in geheel Europa en in Noord-Amerika. In ons land algemeen op akkers, in moestuinen en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

Gewone melkdistel

 

GEWONE MELKDISTEL (Sonchus oleraceus) heeft een lange slanke penwortel en stevige kale, rechtop staande stengels van 30 tot 90 cm hoog. De stengels zijn vijfhoekig, hol (behalve bij de knopen) en van boven vertakt. De bladeren hebben een pijlvormige voet en spitse oortjes, meestal duidelijk gelobd met 2 tot 3 lobben ter weerszijden van de middennerf en een langere, bredere aan de top. De bovenste bladeren zijn vaak niet ingesneden. Alle bladeren staan afwisselend en de randen zijn zacht stekelig getand. De bloemhoofdjes komen tevoorschijn uit een blad dat aan de voet is ingesneden; ze staan dicht opeen en zijn lichtgeel. Bloeitijd en verspreiding zijn net als bij de voorgaande soort.

De gewone melkdistel zaait zich makkelijk uit door het pluizige zaad. Eerst wordt een rozet gevormd wat vrij snel doorschiet en in bloei heeft de plant gele halfgeopende bloemen. Na de bloei worden het wollige pluizen die door de wind verspreid worden. De lange penwortel is lastig te verwijderen en breekt ook snel af. Het blad
is stekelig maar niet zo erg als de gewone distel. Bij het breken van blad of stengel komt er wit melksap te voorschijn.

Het verspreidingsgebied omvat vrijwel geheel Europa en Noord-Amerika. In ons land algemeen op akkers en in grasland.

 

 

 

half geopende bloemhoofdjes

 

 

 

Doornappel (Solanaceae)

 

Van de DOORNAPPEL (Datura stramonium), die thans over de gehele wereld voorkomt, is bekend dat hij in 1577 in Spanje werd ingevoerd. In Engeland kweekte de kruidkundige John Gerard de plant al in 1599; hij schreef in zijn ‘Herball’ dat hij zaad had ontvangen van Lord Edward Zouche, die dat had meegebracht uit Constantinopel. Gerard gebruikte de plant om brandwonden en kwaadaardige zweren mee te genezen.

In de achttiende eeuw stond Doornappel in hoog aanzien als verdovend middel voor het verlichten van hoest en astma. De plant is uiterst giftig, vooral na het verwelken en wordt nog steeds als geneeskruid gebruikt.

Het is een eenjarige plant, die tot ongeveer een meter hoog wordt. De stengels zijn stevig en staan rechtop met spreidende takken, kaal, groen of paars. De bladeren, die afwisselend staan, zijn donkergroen en sterk geurend, ovaal tot driehoekig, met een grove tanding langs de rand en eindigend in een scherpe punt. Door hun gewoonte zich samen te vouwen hebben ze een stekelig uiterlijk.

Opvallend zijn de grote witte trompetbloemen, die 4-7,5 cm doorsnee bereiken en verschijnen tussen juni en september. Ze groeien in de oksels van de takken en worden gevolgd door ovale groene vruchten die bezet zijn met korte scherpe stekels. (Er zijn ook variëteiten met ongestekelde vruchten.) Iedere vrucht bevat 400 tot 800 zaden en de kiemkracht is gewoonlijk groot. Zelfs zaden die meer dan honderd jaar in de grond hadden gezeten bleken nog tot ontkieming te kunnen komen. Doornappel een vrij zeldzame verschijning. De plant komt voor op bouwland, in tuinen, op mesthopen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

Duivekervel (Fumariaceae)

 

De geslachtsnaam van de GEWONE DUIVEKERVEL (Fumaria officinalis) is afgeleid van het Latijnse fumus = rook. Dit wijst erop dat men vroeger geloofde dat de rook van deze plant de kracht had boze geesten te verdrijven. Gewone duivekervel is een sierlijk onkruid met trossen van meer dan 20 bloemen. Deze zijn buisvormig, roze, donkerder naar de top en afwisselend geplaatst langs de slanke bloemstengel. De zachte, grijsgroene bladeren, die rondom de stengels staan, zijn zo diep ingesneden dat er lijnvormige blaadjes ontstaan.

De hele plant heeft daardoor een teer uiterlijk. De bloeitijd is van mei tot in de herfst en iedere plant brengt ongeveer 800 zaden voort. Het verspreidingsgebied omvat Europa, West-Azië en Noord-Afrika; ingevoerd in Amerika. Het is een eenjarige plant die 10 tot 50 cm hoog wordt en een voorkeur heeft voor losse, voedselrijk en gewoonlijk kalkarme, lemige grond.

 

 

 

 

 

Duizendblad (Compositae)

 

GEWOON DUIZENDBLAD (Achillea millefolium) is weer zo’n onkruid waar we goed op moeten letten, want de wortels kunnen een heel eind weg kruipen en binnen korte tijd een massa stengels voortbrengen. De afwisselende bladeren zijn lancetvormig in omtrek en 2-3 maal ingesneden, zó fijn verdeeld dat ze er uit zien als verfrommelde veren. De plant bevat een etherische olie die er de aromatische geur aan geeft. De schermen witte (soms roze of rode) bloemhoofdjes verschijnen van juni tot en met oktober. Ze staan op 15-45 cm hoge stengels en hebben gewoonlijk vijf straalbloempjes.

De plant werd en wordt gebruikt als geneeskruid, vanwege de samentrekkende en daardoor bloedstelpende werking van de gekneusde bladeren. De geslachtsnaam heeft betrekking op Achilles, die de plant gebruikte om de wonden van Telephus te genezen. Deze soort komt voor in Europa en Noord-Amerika; hier te lande zeer algemeen langs wegen en dijken, tussen het gras en op ruige plaatsen.

 

 

 

 

 

Duizendknopen (Polygonaceae)

 

Deze groep is een fantasie in roze en groen-roze, soms groene, bloemen, roze kelk, roze meeldraden, roze zaden, roze knopen, te midden van bladeren in koel groen.

 

 

Perzikkruid

 

PERZIKKRUID (Polygonum persicaria) is een eenjarige plant die tot een meter hoog wordt. De stengels zijn boven de knopen verdikt en roodachtig van kleur. Uit de knopen komen zowel de bloemaren als de balderen tevoorschijn. Er bevindt zich hier een eigenaardig orgaan, het tuitje. Dit is een kokertje om de stengel, dat gevormd is uit aaneengegroeide steunblaadjes. Dit tuitje is roze van kleur en dient ter bescherming van de jonge aartjes. De aardige kleine bloempjes zitten dicht opeen en hebben vijf roze bloemblaadjes. De knoppen zijn donkerder roze. De lancetvormige, afwisselende bladeren hebben stelen die roodachtig zijn op de plaats waar ze – beneden het tuitje – uit de knopen komen.

Op de bladeren bevinden zich donkerrode tot zwarte vlekken die ongeveer de vorm van een halve maan hebben. Deze vlekken herinneren ons volgens de legende aan het bloed van Jezus. De plant groeide onder het kruis en ving met zijn bladeren het bloed op van zijn wonden. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst. De plant komt voor in Europa en Azië en is verwilderd in Noord-Amerika. In ons land zeer algemeen, vooral op akkers en in moestuinen.

 

 

 

 

 

Varkensgras

 

VARKENSGRAS (Polygonum aviculare) is een eenjarige, sterk vertakte, taaie plant, die rechtop groeit wanneer hij tussen andere planten staat en liggend wanneer hij zich op open grond bevindt. De stengels zijn geribbeld en hebben witachtige tuitjes. In de groene, afwisselende bladeren zit net zo veel variatie als in de groeiwijze van de plant, ze zijn bijna lijnvormig of breed elliptisch. De kleine bloemetjes groeien in aren die met 2-5 bijeen staan in de bladoksels; ze hebben vijf bloemblaadjes die eruit zien als kelkblaadjes, met een roze of witte rand.

Varkensgras is een kosmopolitisch onkruid, met andere woorden het kan in ieder werelddeel worden aangetroffen. Bij ons zeer algemeen langs wegen en op bebouwde grond. De bloeitijd is van mei tot en met november.

 

 

 

 

 

Knopige- en viltige duizendknoop

 

Polygonum lapathifolium is een zeer vormenrijke soort. Twee daarvan zijn algemeen, namelijk ssp. Lapathifollium, de KNOPIGE DUIZENDKNOOP en ssp. Pallidum, de VILTIGE DUIZENDKNOOP. Eerstgenoemde wordt 0,30-1,20 meter hoog of zelfs nog hoger, de laatste 0,30-0,60 meter. De stengels zijn gezwollen boven de knopen en gewoonlijk groenachtig; de bloemen zijn wit met groen, of alleen groen of wit, of roodachtig. De aren staan tros- of pluimvormig bijeen. De tuitjes hebben geen of zeer korte wimpers. De bladeren zijn kaal tot behaard, al naar gelang de groeiplaats. Ze staan afwisselend, zijn 5-20 cm lang en lancetvormig.

De viltige beharing – indien aanwezig – zit vooral aan de onderkant van de bladeren. Meestal zitten er donkere vlekken op de bladeren. De bloeitijd is van juni tot oktober en het verspreidingsgebied omvat geheel Europa. Knopige duizendknoop komt in ons land vooral voor op veen- en kleigrond. Viltige duizendknoop vooral op zandig bouwland.

 

knopige

 

knopige duizendknoop

 

knopige duizendknoop

 

viltige

 

viltige

 

viltige

 

 

Waterpeper

 

Zowel de wetenschappelijke als de Nederlandse benaming van WATERPEPER (Polygonum hydropiper) wijzen op de scherpe pepersmaak die bladeren en bloemen van deze soort bezitten. Van deze bijtende eigenschappen kunt u zich ook overtuigen door de plant met de hand aan te pakken en daarna met dezelfde hand in uw oog te wrijven! Deze sierlijke plant heeft enigszins knikkende aren, met bloemetjes die aan de voet groen en aan de top rood of wit zijn.

Waterpeper wordt 0,30-0,50 meter hoog en heeft afwisselende, smal lancetvormige bladeren. Die naar de top toe steeds smaller en kleiner worden. De korte roze tuitjes zijn al dan niet gewimperd. De naam van deze plant wijst er al op dat hij een voorkeur heeft voor vochtige plaatsen. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa en Noord-Amerika. In Vlaanderen algemeen, vooral op stikstofrijke plaatsen. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medinilla : een prachtige huiskamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Medinilla: een zeer decoratieve plant in de huiskamer

.
.
.

.

.

De Medinilla (ook wel Medinella genoemd) wordt gedurende het hele jaar opgekweekt in de kassen, maar deze mooie kamerplant wordt meestal in het najaar te koop aangeboden bij tuincentra. Waar moet je opletten bij de aanschaf en hoe verzorg je een Medinilla? Hoe kun je de plant vermeerderen?

.

.

Medinilla

 

In een tuincentrum zal deze plant zeker de aandacht trekken door de prachtige bloemen (deels verborgen tussen schutbladen) en de mooie bladeren. De Medinilla komt van de Filippijnen, Java en Oost-Afrika. Daar groeit de plant op takken van bomen, het is een epiphyt. Dat is een plant die op andere planten groeit zonder schade aan te brengen aan deze plant en geen voeding wegneemt. In Nederland wordt de plant (Medinilla magnifica) opgekweekt in kassen. Schaf je de plant aan dan is het best een uitdaging om de plant net zo mooi te houden als op het moment van aankoop. Het is handig als je een kasje of een zonnige serre bezit.

.

.

.

.

Aanschaf en plaats Medinilla

 

  • Let er bij aankoop op dat de wortels niet kletsnat zijn en de plant mag niet te koud hebben gestaan.
  • Pak de plant in voordat je deze gaat vervoeren (de Medinilla kan niet tegen kou).
  • Geef de plant een lichte plaats, maar niet in de volle zon.
  • Zet de plant niet in de buurt van de centrale verwarming, de Medinilla houdt van een hoge luchtvochtigheid.
  • De Medinilla heeft bloemen en bladeren die wat ruimte nodig hebben dus zet de plant niet te dicht bij andere planten

.

.

Temperatuur, water en voeding Medinilla

 

Laat de temperatuur tijdens de bloei niet onder de 18 graden Celcius komen en vernevel de plant van tijd tot tijd. Tijdens de bloei geef je de Medinilla matig water en eens in de twee weken voeding. Na de bloei geen voeding geven, wel moet je de plant wat vochtig houden. Als er uit het hart van de bladeren stengels gaan groeien, dan iets meer water geven en om de week voeding. Zijn de stengels en bladeren uitgegroeid dan weer geen voeding maar de plant wel vochtig houden. Als er een bloemknop ontspringt in het hart van de nieuwe bladeren dan kun je weer wat meer water geven en ook de voeding weer geven om de week. Maar nooit teveel water, dat is funest voor de Medinilla.

.

.

.
.
.

Wanneer bloeit de Medinilla?

 

Koop je de plant in het najaar dan kan de bloei duren tot in februari, maart. Met een goede verzorging zal de volgende bloeiperiode in november zijn. Maar omdat de planten het hele jaar door opgekweekt worden kun je ook een plant in huis hebben die bloeit in een andere periode.

.

.

De overgang van kas, tuincentrum naar de huiskamer

 

De Medinilla is best een uitdaging. Je moet niet schrikken als de plant er thuis al snel niet zo mooi meer uitziet als in het tuincentrum of de kas. De wisselingen van temperatuur kunnen de plant flink van slag doen raken. De Medinilla kan dit ‘uiten’ door een deel van de bloemen te laten vallen. Maar met een goede verzorging zal de plant het redden. Geef de Medinilla nooit teveel water, dit kan leiden tot wortelrot en bladval.

.

.

.

.

Snoeien Medinilla

 

Als de Medinilla teveel ruimte in gaat nemen, kun je de plant eventueel snoeien. Het is belangrijk om op de vorm van de Medinilla te letten. Haal je stengels weg, knip ze dan af aan het begin van de aangroei.

.

.

Vermeerderen Medinilla

 

Je kunt de Medinilla vermeerderen door een jonge loot van de plant af te halen (bij het punt waar deze ontspringt). Deze loot kun je in stekpoeder dopen en onder glas of onder een plastic hoes neerzetten. Bij 30 graden Celcius en een hoge vochtigheid van de lucht zal de stek wortels krijgen in zo’n vier, vijf weken.

.

.

Ziektes Medinilla

 

Geef je te veel water aan de plant dan kunnen bladval en wortelrot ontstaan. Soms heeft een Medinilla last van schildluizen.

.

.

 

.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA