categorie: Religie/video/Openbaring
Bijbel College Openbaring deel 9
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
Het Griekse woord voor ‘verzoeking’ is peirasmos, verwant aan het werkwoord peirazo. In de allereerste plaats heeft het woord peirazo de betekenis hebben van ‘op de proef stellen’. We moeten leren God te gehoorzamen en niet onze eigen wil te doen, maar we moeten dat dan ook waarmaken op momenten en in situaties die in die zin ter zake doen. Dat zijn als het ware de proefwerken van onze opleiding.
Wanneer wij aan zo’n beproeving worden blootgesteld vraagt God ons in feite te laten zien waar onze prioriteiten liggen: bij Hem of bij onszelf. Dit kan met een voorbeeld aangetoond worden door een citaat uit de toespraak van Mozes in Deuteronomium 8:14-16:
U mag straks in het beloofde land de heer, uw God, niet vergeten. Was Hij het niet die u veilig door die grote, verschrikkelijke woestijn leidde om u op de proef te stellen, zodat hij u later zou kunnen zegenen?
Zo wordt ook de gelovige van het Nieuwe Verbond op de proef gesteld, want geloof moet blijken. Maar waarom leert Jezus ons dan bidden ‘breng ons alstublieft niet in zo’n situatie van beproeving’? Het enige antwoord daar op is dat wij daarmee erkennen dat de kans groot is dat wij die beproeving niet zullen doorstaan, hoewel dat eigenlijk wel zou moeten. Dus ja, het is God die ons aan die beproeving onderwerpt, maar het is niet Hij die er de oorzaak van is dat wij vervolgens falen en zondigen. Die oorzaak zijn wij echt zelf!
De apostel Paulus vermaant de gelovigen te Korinte:
U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u met de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan (1 Korintiërs 10:12-13).
Als we toch falen ligt dat dus helemaal aan onszelf. Ook Jezus zelf is zo op de proef gesteld; onmiddellijk na zijn doop, in de woestijn, maar ook voortdurend gedurende zijn leven. Hij verwijst daarnaar wanneer Hij in de bovenzaal tegen zijn discipelen zegt:
‘Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven’ (Lucas 22:28).
Op grond daarvan belooft Hij hen overigens een plaats in zijn komende Koninkrijk (vs 29). Maar tegelijkertijd moet Hij Petrus waarschuwen:
Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken (vs 31-32).
Uiteindelijk leidt er geen weg om beproeving heen. Jezus zelf is, in Getsemane, zo op de proef gesteld, en dat geldt ook voor wie Hem willen volgen. Maar we moeten ons er wel van bewust zijn dat we dat niet zomaar even doen. Petrus reageerde in de bovenzaal met de verzekering dat, zelfs al mochten alle anderen falen, hem dat niet zou overkomen (Matteüs 26:33), en die zelfverzekerdheid kreeg nog diezelfde nacht een harde les te leren. En zo liggen de kaarten ook voor een ieder van ons. Later zou diezelfde Petrus schrijven:
Verheug u over de erfenis die u beloofd is ook al moet u nu allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst (1 Petrus 1:6-7).
Want daar tegenover staat de zekerheid dat :
De Heer vromen uit de beproeving redt en onrechtvaardigen gevangen houdt tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen (2 Petrus 2:9).
En het is Jezus zelf, die deze taak namens God uitvoert:
Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld (Openbaring 3:10).
Er zal een tijd van beproeving zijn, maar wanneer wij trouw blijven, zullen we geholpen worden die te doorstaan. Maar we doen er goed aan ons te realiseren dat we dat uit onszelf niet zouden redden.
Eén van de meest mysterieuze en intrigerende aspecten van Jezus is de manier waarop Hij bad. We hebben slechts de beschikking over kleine gedeelten van Zijn gebeden, zoals deze in de Evangelies zijn vastgelegd.
Het staat geschreven dat Hij soms de hele nacht lang bad. De Bijbel vertelt ons dat Hij in de hof van Getsemane bloed zweette, zo groots was Zijn gesprek met Zijn Vader.
Zijn laatste vastgelegde gebed zijn de bekende woorden: “Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.” Deze uitdrukking van volkomen onderwerping aan wat er zou gaan gebeuren staat in schril contrast met onze menselijke neiging om confrontaties en de dood te ontwijken.
Er is niet vastgelegd dat Jezus ooit in het openbaar bad. Hij leerde Zijn volgelingen om hun geestelijkheid niet te gebruiken om de aandacht op zichzelf te vestigen, zoals de priesters in die tijd gewoonlijk deden.
Hij bad in afzondering. Om precies te zijn, Hij trok zich op een eenzame plek terug zodat hij niet door anderen zou worden afgeleid. We kunnen Zijn voorbeeld volgen door een stille plek voor onszelf te reserveren en ons gebed op een dusdanig tijdstip te plannen dat we minder snel door familie, vrienden of andere afleidingen worden gestoord. Je op God concentreren is de voornaamste gedachte, zodat we Zijn antwoord kunnen horen.
De Bijbel leert ons dat we ten alle tijde een “biddende houding” moeten aannemen. Eén van de prachtigste aspecten van bidden is dat we zelfs kunnen bidden als we aan het werk zijn, als we thuis zijn, of op andere plaatsen. We kunnen zelfs bidden als we in de auto rijden. Een biddende houding betekent dat we ons steeds bewust moeten zijn van de aanwezigheid van God en dat Hij altijd luistert.
“Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet” (Jakobus 5:16). Dit betekent dat de kleinste vurige verzoeken met dezelfde kracht door God worden ontvangen als een lang gebed: “Ik geloof” heeft de macht om jouw leven te veranderen.
Toen Zijn discipelen Hem vroegen om hen te leren bidden, leerde Hij hen het “Onze Vader”. Dit gebed leerde hen om God te eren, om Zijn perfecte wil voor hun levens na te streven, om Hem te vragen in hun behoeften te voorzien, om Zijn voorzieningen te verwachten en om zichzelf in dienstbaarheid op te offeren.
Een aardige manier om te onthouden welke dingen jij in je gebed kunt opnemen is :
God prijzen,
vreugdevol zijn,
vraag wat je zou willen, en
geef je aan Hem over.
Deze vier eenvoudige dingen vormen een geweldige fundering waar jij je gebeden op kunt bouwen.
Bidden is tweerichtingsverkeer. Onze vader in de Hemel verlangt ernaar om met ons te communiceren. Wij hebben deze wonderbaarlijke mogelijkheid gekregen om “tweerichtingsgesprekken” met onze Schepper te voeren. Hij kent onze harten en gedachten al, maar als we deze aan Hem verwoorden, dan laten we onze lasten en onze verlangens los.
Wanneer wij God in vertrouwen nemen, dan maakt Hij Zijn antwoorden aan ons bekend. We bidden niet alleen om onszelf te horen denken of praten. Bidden bouwt aan de relatie die we met Hem hebben. Bidden bouwt aan ons geloof.
God reageert op ons geloof, niet op onze behoeften. Bidden is de handeling waarmee ons geloof wordt uitgezonden. Ook wij kunnen bidden zoals Jezus dat deed.
Ieder van ons verlangt naar een verbinding met iemand die zich kan identificeren met onze omstandigheden en met wie we ons dagelijkse leven kunnen delen. En dat is precies wat een gebed is: een persoonlijke ervaring en een intieme verbinding met onze liefdevolle Hemelse Vader.
1 Johannes 5:14-15
“Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”
God wordt op vele manieren beschreven: van een onpersoonlijke levenskracht tot een welwillende, persoonlijke, almachtige Schepper. Hij is ook al bij vele namen genoemd, zoals “Zeus”, “Jupiter”, “Brahma”, “Allah”, “Ra”, “Odin”, “Ashur”, “Izanagi”, “Viracocha”, “Ahura Mazda” en “de Grote Geest”. Hij wordt door sommigen gezien als “Moeder Natuur”, door anderen als “Vader God”. Maar wie beweert Hij zelf te zijn?
Wat heeft God over Zichzelf aan ons geopenbaard? Allereerst noemt Hij zichzelf “Vader”, nooit “Moeder”, wanneer Hij over Zichzelf spreekt in de context van ouderschap. Hij noemt Zichzelf “een Vader voor Israël” en in één geval, toen zijn “kinderen” bijzonder oneerbiedig tegen Hem waren, zei Hij tegen hen:
“Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de Heer van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij?”
Zijn profeten erkenden Hem als Vader door te zeggen: “Toch, Heer, bent u onze vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen.”
En: “Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen?” Nooit noemt God Zichzelf “Moeder” en nooit wordt Hij zo door de profeten beschouwd. God “Moeder Natuur” noemen is vergelijkbaar met je aardse vader “mama” noemen.
Pasteltekening van John Astria
Wie is God wat betreft Zijn morele eigenschappen? Hij zegt dat Hij geniet van rechtvaardigheid en oprechtheid:
“… De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij mij kent, inziet dat ik, de Heer, dit land liefde schenk, rechtvaardigheid en recht, want daar schep ik behagen in.”
“Want ik, de Heer, heb het recht lief, ik haat offers van roofgoed…”
Rechtvaardigheid en onpartijdigheid zijn erg belangrijk voor God. Maar net zozeer erbarmen en genade. Dus terwijl God iedereen verantwoordelijk houdt, ieder voor zijn eigen leven, reikt Hij met Zijn genade uit naar de berouwvolle zondaar. Hij belooft:
“Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven. Denken jullie dat ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft. Want de dood van een mens geeft me geen vreugde. Kom tot inkeer en leef!”
Met dood bedoelt God niet echt de lichamelijke dood, waar wij meteen aan zouden denken. In plaats daarvan verwijst God naar een gebeurtenis in de eeuwigheid, na onze lichamelijke dood. De Schriftteksten verwijzen naar deze gebeurtenis als de “tweede dood”.
De eerste dood scheidt ons van onze lichamen en verwijdert ons uit deze wereld. De tweede dood is anders. Deze is ook een scheiding, maar in dit geval de scheiding van de éne groep mensen van de andere: mensen die gerechtvaardigd en vergeven zijn aan de ene kant, en mensen die boosaardig en zonder berouw zijn aan de andere kant. Over deze twee groepen zal afzonderlijk worden geoordeeld.
De ene groep zal beloond worden op basis van de goede dingen die zij gedaan hebben. Hun slechte daden zullen hierin niet in beschouwing worden genomen, maar door God vergeven worden. De andere groep zal beoordeeld worden op basis van het kwaad dat zij hebben gedaan, en hun goede daden zullen hen niet redden van hun straf.
God zegt:
“Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven. Kom tot inkeer en leef!”
Op deze manier ziet God er op toe dat gerechtigheid uiteindelijk zegeviert, maar dat genade wordt verleend aan mensen die nederig en berouwvol zijn.
God heeft een voorziening gemaakt voor mensen die berouw willen tonen. Het is een voorziening die mensen redt van hun zonden, als zij op goede voet met Hem willen staan. Hij stuurde een Messias, een Dienaar die vrijwillig leed en een plaatsvervangende dood stierf om de prijs te betalen voor de zonden van de mensen die tot inkeer willen komen en op Hem willen vertrouwen.
De Bijbel zegt:
“Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard? Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op zich neerkomen.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
.
4 En al de sterren aan de hemel vergaan, en de hemelen zullen toe gerold worden, gelijk een boek, en al de sterren vallen neer, gelijk een blad van de wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van de vijgenboom.
.
13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid.
.
7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle ogen zullen Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij één ieder vergelden naar zijn doen.
.
26 Wanneer Ik, de Mensenzoon, kom in de schitterende majesteit van mijn Vader, Mijzelf en de heilige engelen, zal Ik Mij schamen voor ieder mens die zich nu voor Mij en mijn woorden schaamt.
.
13 Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.
.
5 En de heerlijkheid des Heren zal geopenbaard worden; en alle vlees tegelijk zal zien, dat de mond des Heren gesproken heeft.
.
24 Want gelijk de bliksem, die van het ene einde naar de andere kant van de hemel bliksemt, tot het andere onder den hemel schijnt, alzo zal ook de Zoon des mensen wezen in Zijn dag.
.
40 En dit is de wil van Diegene, Die Mij gezonden heeft, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven zal hebben; en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.
.
19 Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw van de moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen.
.
2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
.
17 Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.
.
31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste.
.
17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Here wezen.
.
4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
.
Want ziet, de HERE zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te bezoeken; en de aarde zal haar bloed ontdekken, en zal haar doodgeslagenen niet langer bedekt houden.
.
15 Ach, die dag! want de dag des Heren is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige.
.
3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;
.
4 Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met de adem Zijner lippen zal Hij de goddeloze doden.
.
10 Maar de dag des Heren zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.
.
13 De Here zal uittrekken als een held; Hij zal de ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.
.
14 Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Here der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.
.
Pasteltekening van John Astria
.
13 Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heer Jezus Christus met al Zijn heiligen.
.
31 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon Zijner heerlijkheid.
.
8 En Assur zal vallen door het zwaard, niet eens mans, en het zwaard, niet eens mensen, zal hem verteren; en hij zal voor het zwaard vlieden, en zijn jongelingen zullen versmelten.
.
25 En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen de Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.
.
45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan de berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.
.
27 En hij zal velen het verbond versterken tijdens een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste.
.
8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, de welken de Heere verdoen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
.
10 Maar deze dag is des Heren, des Heren der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Here der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.
.
20 En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de Here.
.
26 En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
.
3 Alzo zegt de Here: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des Heren der heirscharen, een berg der heiligheid.
.
.
.
.
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.
Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.
In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
.
.
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
De openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
.
.
.
Dit geldt voor wie in Jezus gelooft! Wonderen zijn daarom belangrijk omdat het mensen helpt. Bij mensen over de hele wereld zijn gehoorbeentjes en trommelvliezen verwijderd, maar na gebed hoorden ze weer. Dokters testten het en constateerden genezing. Mensen met een hernia lopen weer gezond rond. Mensen met slecht zicht, zijn weer scherp gaan zien. Of dit bijzonder is? Nee, dit is het normale christendom. nGod doet wonderen van Genesis tot Openbaring. Het Oude en Nieuwe Testament krioelt van wonderen. Kijk maar wat er gebeurde in de dagen van Mozes en David. Christen zijn is een wonder op zich; Jezus is geboren uit de maagd Maria!”
“In 2 Petrus 1 vers 4 staat dat we deel hebben gekregen aan de Goddelijke natuur. Daarmee kan elke gelovige in Jezus Zijn voetsporen wandelen.
Johannes 10 vers 38-39: ‘Indien Ik (Jezus) de werken mijns Vaders niet doe, gelooft Mij niet, doch indien ik ze doe en Gij mij toch niet gelooft, gelooft dan de werken, opdat gij weten en erkennen moogt, dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader”.
Jezus wijst hier heel duidelijk op wonderen en tekenen. Wonderen zijn ook een bewijs dat God bestaat. Het is een reden voor veel mensen om zich te bekeren.
Men moet nooit opgeven, want bij God zijn alle dingen mogelijk. Er is bij God geen aanneming des persoons. God heeft laten zien in Zijn Woord, door de Heilige Geest, dat God ons alles heeft gegeven, maar we moeten het grijpen. In Marcus 11:24 staat:
‘Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.’
Jezus zei:
‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worden. Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.’
Want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwing. 2 Kor.5:7
Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Rom.1:17
Tekenen zijn in deze dagen een hot item. Het is, misschien wel voor de meeste christenen, een bewijs van het christen zijn en iets wat we moeten doen. Ook de naderende wederkomst van Jezus wordt berekent. Allerlei onderzoeken worden er gedaan om maar vast te kunnen stellen wanneer Hij terug komt. Ook de geruchten van oorlogen, aardbevingen en dergelijke zijn aanleiding om naar de tekenen te kijken van de aanstaande opname van de gemeente. Ook dit is een onderdeel van de wereldwijde wonderen en tekenen bediening. Als we kijken naar de bijbel met betrekking tot de dag dat Jezus terug komt dan krijgen we één duidelijke opdracht.
We moeten omhoog kijken en de Heer verwachten.
Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de gerechtigheid waarop wij hopen.Gal.5:5
Wonderen en tekenen zijn geen noodzaak om te geloven. Je ziet het aan het volk Israël. Hoeveel wonderen en tekenen God ook deed, ze dwaalden steeds weer af. Zo is het nu nog steeds. Wonderen en tekenen geven geen garantie voor geloof. Enkel het vertrouwen op het offer van de Here Jezus rechtvaardigt ons en zal ons bevrijden.
De namen die in de Bijbel voor God gebruikt worden dienen als een wegenkaart om het karakter van God te kunnen ontwaren. Omdat de Bijbel Gods Woord aan ons is, zijn de namen die Hij voor zichzelf in de Bijbel heeft gekozen bedoeld om Zijn ware aard aan ons te openbaren.
“ELOHIM”
(of Elohay) is de allereerste naam voor God in de Bijbel. Deze wordt door het Oude Testament heen meer dan 2.300 keer gebruikt. Elohim komt van het Hebreeuwse stamwoord dat “sterkte” of “macht” betekent en heeft de ongewone eigenschap dat het een meervoudsvorm is.
In Genesis 1:1 lezen we: “In het begin schiep Elohim de hemel en de aarde.” Meteen vanaf het begin wordt deze meervoudsvorm voor de naam van God gebruikt om de Ene God te beschrijven, een mysterie dat in de rest van de Bijbel wordt geopenbaard.
Door de Schriftteksten heen wordt Elohim gecombineerd met andere woorden om bepaalde karakteristieken van God te beschrijven. Enkele voorbeelden:
Elohay Kedem – God van het begin (Deuteronomium 33:27).
Elohay Mishpat – God van rechtvaardigheid (Jesaja 30:18).
Elohay Selichot – God van vergeving (Nehemia 9:17).
Elohay Marom – God van hoogten (Micha 6:6).
Elohay Mikarov – God Die dichtbij is (Jeremia 23:23).
Elohay Mauzi – God van mijn kracht (Psalmen 43:2).
Elohay Tehilati – God van mijn aanbidding (Psalm 109:1).
Elohay Yishi – God van mijn redding (Psalm 18:47, 25:5).
Elohim Kedoshim – Heilige God (Leviticus 19:2, Jozua 24:19).
Elohim Chaiyim – Levende God (Jeremia 10:10).
Elohay Elohim – God der goden (Deuteronomium 10:17).
“EL” is een andere naam die in de Bijbel voor God gebruikt wordt. Deze naam kun je meer dan 200 keer in het Oude Testament vinden. El is een vereenvoudiging van Elohim en wordt vaak met andere woorden gecombineerd om een beschrijvende nadruk te leggen. Enkele voorbeelden:
El HaNe’eman – De trouwe God (Deuteronomium 7:9).
El HaGadol – De grote God (Deuteronomium 10:17).
El HaKadosh – De heilige God (Jesaja 5:16).
El Yisrael – De God van Israël (Psalm 68:35).
El HaShamayim – De God van de hemel (Psalm 136:26).
El De’ot – De God van kennis: (1 Samuël 2:3).
El Emet – De God van de waarheid (Psalm 31:6).
El Yeshuati – De God van mijn verlossing (Jesaja 12:2).
El Elyon – De allerhoogste God (Genesis 14:18).
Immanu El – God is met ons (Jesaja 7:14).
El Olam – De God van oneindigheid (Genesis 21:33).
El Echad – De Ene God (Maleachi 2:10).
“Elah” is een andere naam voor God die ongeveer 70 keer in het Oude Testament voorkomt. Ook wanneer deze naam wordt gecombineerd met andere woorden zien we verschillende eigenschappen van God. Enkele voorbeelden:
Elah Yerush’lem – De God van Jeruzalem (Ezra 7:19).
Elah Yisrael – God van Israël (Ezra 5:1).
Elah Sh’maya – God van de hemel (Ezra 7:23).
Elah Sh’maya V’Arah – God van hemel en aarde (Ezra 5:11).
“YHVH” is het Hebreeuwse woord dat vertaald wordt als “Heer”. Deze titel wordt in het Oude Testament vaker aangetroffen dan enige andere naam voor God (ongeveer 7.000 keer). Deze naam wordt ook vaak het “Tetragrammaton” genoemd, wat “de vier letters” betekent.
YHVH vindt zijn oorsprong in het Hebreeuwse woord “zijn” en is de bijzondere naam die God aan Mozes openbaarde bij de brandende struik: “Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: ‘IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.’
Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: De Heer heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.'” (Exodus 3:14-15).
Daarom staat YHVH voor het absolute wezen van God; de bron van alles, zonder begin en zonder einde. Hoewel sommigen YHVH uitspreken als “Jehova” of “Jahweh”, weten geleerden eigenlijk niet wat de juiste uitspraak van het woord is. De Joden spraken deze naam na ongeveer 200 na Christus niet meer uit, uit vrees voor het gebod in Exodus 20:7: “Misbruik de naam van de Heer, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan”.
Hier zijn enkele voorbeelden van het gebruik van YHVH in de Bijbel:
YHVH Elohim – HEER God (Genesis 2:4).
YHVH M’kadesh – De HEER Die heilig maakt (Ezechiël 37:28).
YHVH Yireh – De HEER Die voorziet (Genesis 22:14).
YHVH Nissi – De HEER mijn vaandel (Exodus 17:15).
YHVH Shalom – De HEER van vrede (Rechters 6:24).
YHVH Tzidkaynu – De HEER van gerechtigheid (Jeremia 33:16).
YHVH O’saynu – De HEER onze Schepper (Psalm 95:6).
De Heer die Zichzelf in het Oude Testament heeft geopenbaard als YHVH, wordt in het Nieuwe Testament geopenbaard als Yeshua (Jezus). Jezus heeft dezelfde eigenschappen als YHVH en beweert duidelijk YHVH te zijn. In Johannes 8:56-59 laat zien dat Jezus Zichzelf presenteert als de “IK BEN”.
Toen Jezus door enkele Joodse leiders werd uitgedaagd, omdat Hij beweerde Abraham gezien te hebben (die zo’n 2.000 jaar eerder leefde), antwoordde Hij: “Waarachtig, ik verzeker u, van voordat Abraham er was, ben ik er.” Die Joodse leiders begrepen dat Jezus beweerde YHVH te zijn. Dit wordt duidelijk wanneer zij Hem proberen te stenigen vanwege godslastering onder de Joodse Wet.
In Romeinen 10:9 schrijft Paulus:
Meteen daarop, in Romeinen 10:13, zet Paulus deze woorden kracht bij door uit het Oude Testament te citeren: “Ieder die de naam van de Heer (YHVH) aanroept, zal worden gered” (Joël 3:5).
Yeshua (Jezus) aanroepen is dus hetzelfde als YHVH (Heer) aanroepen; Hij is de Messias die door het hele Oude Testament heen wordt voorspeld.
Vooraleer Ik kom als de Rechtvaardige Rechter zal Ik eerst komen als Koning van Barmhartigheid. Vooraleer de dag van Gerechtigheid aanbreekt zal aan het volk een teken aan de hemel van dit soort gegeven worden. Alle lichten aan de hemel zullen uitgeblust zijn en er zal een grote duisternis over de hele aarde zijn.
Dan zal het teken van het kruis aan de hemel gezien worden. En van de openingen waar de handen en voeten van de Redder waren genageld zullen grote lichten voortkomen die zullen lichten op de aarde voor een periode van tijd. Dit zal plaatsvinden kort voordat de laatste dag aanbreekt.
Je zal de wereld voorbereiden op Mijn Tweede Komst. Het visioen dat Zr Faustina had kan refereren naar de komende Verlichting die de Grote Kastijding voorhad (de dag van Gerechtigheid). Zr Lucia van Fatima had een gelijkaardig visioen in juni 1929. 4 maanden vooraleer de aandelenmarkt ineenstortte in oktober 1929. Jezus vertelde Zr Faustina dat een vonk zou komen die de wereld zou voorbereiden op Zijn Tweede Komst.
Dat was Paus Johannes Paulus II, de tweede Elia. Paus Johannes Paulus II gaf de wereld de boodschap van de Goddelijke Barmhartigheid, die Jezus aan de wereld brengt als de Koning van Barmhartigheid. Het einde van het tijdperk begon in 2005, die de dood van de tweede Elia – Paus Johannes Paulus II – aankondigde zegt ons dat de dag van gerechtigheid nabij is.
Ik zag mijn beschermengel. Hij zei me hem te volgen. In een ogenblik bevond ik mij in een bewolkte plaats, vol vuur. Er was een menigte van lijdende zielen. Ze waren fervent aan het bidden maar zonder effect voor zichzelf. Wij alleen kunnen hen helpen. De vlammen die hen verbrandden raakten me niet. Mijn beschermengel liet me geen ogenblik in de steek. Ik vroeg aan deze zielen: wat is jullie grootste kwelling?
Eenparig antwoordden ze: we verlangen naar God! Ik zag de Moeder van God deze zielen bezoeken. Ze noemen haar ‘Sterre der Zee’. Zij brengt hen verlichting. Ik verlangde meer met hen te praten maar mijn beschermengel deed teken om deze gevangenis van lijden te verlaten. Toen hoorde ik een innerlijke stem die zei: Mijn barmhartigheid verlangt dit niet maar gerechtigheid wel.
De legende vertelt dat wetenschappers in Sibeire een gat boorden van 14,5 km diep voor ze een hol complex aantroffen. Geïntrigeerd door deze onverwachte ontdekking lieten ze een extreem hitte-tolerante microfoon naar beneden samen met andere sensoren in de holte. De temperatuur was een 1100 graden celsius hitte van een vuurput waarvan het geschreeuw van de vervloekten gehoord kon worden. Wat volgt is een radioprogramma van de Amerikaanse presentator Art Bell over de Siberische Geluiden van de Hel.
Ik, Zuster Faustina, heb de Hel bezocht op bevel van God, zodat Ik de zielen erover kon vertellen en getuigen van zijn bestaan. Vandaag werd ik geleid door een Engel naar de afgrond van de Hel. Het is een plaats van veel marteling, hoe groot en uitgebreid is de Hel! Daar waren de grote martelingen die ik zag.
Ik zou gestorven zijn van de aanblik van deze folteringen als Gods Almacht me niet had ondersteund. Laat de zondaar weten dat hij voor eeuwig gemarteld zal worden in de zintuigen die hij gebruikt heeft om te zondigen. Ik schrijf dit op, op bevel van God, zodat geen ziel een excuus kan vinden door te zeggen dat er geen hel is of dat er niemand geweest is, en dat niemand kan zeggen hoe het er is.
Maar ik stelde een ding vast: dat de meeste zielen die in de hel zijn niet geloven in het bestaan van de hel. Hoe verschrikkelijk lijden de zielen daar. Wanneer ik bij bewustzijn kwam kon ik bijna niet bewegen van angst. Daarom bid ik nog ferventer voor de bekering van zondaars. Ik smeek ononderbroken om Gods barmhartigheid over hen.
O mijn Jezus, ik zou liever in doodsstrijd zijn tot het einde van de wereld te midden het grootste lijden, dan U te beledigen met de kleinste zonde!
Jezus kwam om de God van de Bijbel te openbaren, terwijl God Zichzelf in Zijn boek heeft geopenbaard. Elke afwijking daarvan in ons begrip van Hem is een verzonnen god. De Bijbel zegt dat we God moeten prijzen voor wie Hij is, vooral in gebed. Een groot gedeelte van de Psalmen legt zich hierop toe. De meeste mensen concentreren zich in hun lofprijzing te veel op een beperkt aantal aspecten, zoals Gods liefde, en gebruiken de rest van hun gebeden om dingen van Hem te vragen.
Wijsheid
“Wijsheid is het vermogen om perfecte doelen te stellen en om deze doelen op de meest perfecte manier te bereiken”. God maakt geen fouten. Hij is de Vader die het echt het beste weet, zoals Paulus in Romeinen 11:33 uitlegt: “O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!”
Oneindigheid
God kent geen grenzen. Hij is onmetelijk. Deze eigenschap heeft per definitie gevolgen voor alle andere eigenschappen van God. Omdat God oneindig is, moeten ook al Zijn andere eigenschappen oneindig zijn.
Oppermacht
Dit is “de eigenschap waarmee Hij over Zijn hele schepping heerst”. Het is de toepassing van Zijn andere eigenschappen van alwetendheid en almachtigheid. Deze eigenschap geeft Hem de absolute vrijheid om datgene te doen, waarvan Hij weet dat dit het beste is. God heeft de controle over alles wat er gebeurt. Maar de mens heeft nog steeds een vrije wil en is nog steeds verantwoordelijk voor de keuzes in zijn leven.
Heiligheid
Dit is de eigenschap die God onderscheidt van alle andere, geschapen wezens. Deze heeft betrekking op Zijn verhevenheid en Zijn perfecte morele reinheid. Er bestaat absoluut geen enkele zonde of boosaardige gedachte in God. Zijn heiligheid is de definitie van wat rein en rechtvaardig is, in het hele universum. Steeds als God zich ergens vertoont, zoals aan Mozes in de brandende doornstruik, dan wordt die plaats heilig omdat God er is geweest.
Drie-eenheid
Ook al wordt dit woord niet in de Bijbel gebruikt, toch is de waarheid in de Bijbel opgenomen dat God Zichzelf in drie Personen openbaart. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden alle drie God genoemd, worden als God aanbeden, bestaan eeuwig en zijn betrokken bij zaken die alleen God kan doen. Maar, ook al openbaart God Zichzelf in drie Personen, toch is God Eén en kan Hij niet worden gesplitst. De drie Personen zijn er allen volledig bij betrokken wanneer Eén van de Drie actief is.
Alwetendheid
“God weet alles en heeft daarom geen behoefte aan nieuwe kennis. God heeft nooit iets geleerd en kan niet leren.” Alwetendheid betekent “alles wetend”. God weet alles en Zijn kennis is daarom oneindig. Het is onmogelijk om iets voor God verborgen te houden.
Trouw
Alles wat God heeft beloofd zal plaatsvinden. Zijn trouw garandeert dit. Hij liegt niet. Wat Hij in de Bijbel over Zichzelf heeft gezegd is waar. Jezus zei zelfs dat Hij de Waarheid is. Dit is extreem belangrijk voor volgelingen van Jezus, omdat onze hoop op eeuwig leven juist op Zijn trouw berust. Hij zal Zijn belofte dat onze zonden zullen worden vergeven en dat wij eeuwig met Hem zullen leven in ere houden.
.
Liefde
Liefde is een zo belangrijk onderdeel van Gods karakter dat de apostel Johannes schreef: “God is liefde”. Dit betekent dat het welzijn van anderen Zijn grootste zorg is. Als je een volledige definitie van “liefde” wil ontdekken, lees dan 1 Korintiërs 13. Als wij liefde in actie willen zien, dan kunnen we het leven van Jezus bestuderen. Zijn offergave aan het kruis voor de zonden van anderen is de hoogst mogelijke liefdesdaad. Gods liefde is geen liefde die uit emoties bestaat, maar een liefde die uit daden bestaat. Zijn liefde wordt vrijelijk aan Zijn geliefden gegeven die er voor kiezen om Zijn zoon Jezus te volgen.
Pasteltekening van John Astria
Almachtig
Dit woord betekent letterlijk al-machtig. Omdat God oneindig is en omdat Hij macht heeft, heeft Hij oneindige macht. Hij staat weliswaar toe dat Zijn schepselen een zekere macht bezitten, maar dit doet op geen enkele manier af aan Zijn eigen macht. “Hij verbruikt geen hoeveelheid energie die weer aangevuld zou moeten worden”. Wanneer de Bijbel ons vertelt dat God op de zevende dag rustte, dan is dit om ons een voorbeeld te geven van de rust die wij nodig hebben, niet omdat Hij Zelf moe was.
Onveroorzaakt
Toen Mozes vroeg wie in de brandende doornstruik met hem in gesprek was, zei God: “IK BEN DEGENE DIE ER ALTIJD IS.” God heeft geen begin en geen einde. Hij bestaat gewoon. Niets anders in het hele universum is onveroorzaakt. Als er iets zou bestaan dat God had geschapen, dan zou dat andere iets Goddelijks zijn. Voor onze menselijke geesten is dit moeilijk te bevatten, omdat alle andere dingen in onze ervaringswereld uit iets anders dan zichzelf afkomstig zijn. De Bijbel zegt: “In het begin schiep God”. Hij was er al.
Zelfvoorzienend
De Bijbel zegt dat God in Zichzelf leven heeft (zie Johannes 5:26). Al het andere leven in het universum is een geschenk van God. Hij heeft nergens behoefte aan en er is geen enkele manier waarop Hij zou kunnen verbeteren. Voor God is niets anders noodzakelijk. Hij heeft onze hulp nergens voor nodig, maar vanwege Zijn barmhartigheid en Zijn liefde laat Hij ons deel uitmaken van de ontvouwing van Zijn plan op aarde en staat Hij ons toe om een zegen voor anderen te zijn. Wij zijn degenen die veranderen, God verandert nooit. Hij is zelfvoorzienend.
Rechtvaardig
De Bijbel zegt dat God rechtvaardig is, maar Zijn karakter is juist wat ons vertelt wat rechtvaardigheid werkelijk inhoudt. Rechtvaardigheid verschaft iedereen een morele gelijkheid. Wanneer slechte dingen worden gedaan, dan eist de gerechtigheid dat er een straf wordt uitgedeeld. Omdat God perfect is en nooit enig kwaad heeft begaan, zou er voor Hem nooit een straf nodig zijn. Vanwege Zijn grote liefde heeft God de straf voor onze kwaadaardige daden op Zich genomen door Zelf naar het kruis te gaan. Er moet aan Zijn rechtvaardigheid voldaan worden, voor alle mensen die in Jezus willen geloven heeft Hij hier Zelf voor gezorgd.
Onveranderlijk
Dit betekent eenvoudigweg dat God nooit verandert. Daarom zegt de Bijbel: “Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.”
Barmhartig
“Barmhartigheid is de eigenschap van God die Hem actief genadig maakt”. Omdat door Jezus aan Gods gerechtigheid werd tegemoetgekomen, staat het Hem vrij om genadig te zijn voor alle mensen die ervoor kiezen Hem te volgen. Deze genade zal nooit ophouden omdat het een onderdeel van Gods aard is. Barmhartigheid is de manier waarop Hij verlangt met de mensheid om te gaan. Hij zal dit daarom ook doen, tenzij een mens er zelf voor kiest om God te verachten of te negeren. Als dat het geval is, dan wordt Zijn gerechtigheid Zijn meest prominente eigenschap.
Eeuwig
Dit feit over God is in enkele opzichten eender aan Zijn zelfvoorzienigheid. God is er altijd al geweest en zal er ook altijd zijn, omdat Hij Zich in de eeuwigheid bevindt. De tijd is Zijn schepping. Daarom kan God het einde al vanaf het begin zien en daarom wordt Hij nooit door iets verrast. Als God niet eeuwig zou zijn, dan zou Zijn belofte van eeuwig leven voor de volgelingen van Jezus van weinig waarde zijn.
Pasteltekening van John Astria
Goed
“De goedheid van God is wat Hem vriendelijk, schappelijk, welwillend en vol goedheid ten opzichte van de mens maakt”. Deze eigenschap van God verklaart waarom Hij Zijn volgelingen zegent. Gods daden definiëren wat goedheid is en we kunnen dit zonder moeite waarnemen in de manier waarop Jezus met de mensen om Hem heen omging.
Genadig
God geeft graag grote geschenken aan de mensen die van Hem houden, zelfs als zij dat niet verdienen. Genadigheid is het woord waarmee we deze houding beschrijving. Jezus Christus is het kanaal waardoor Zijn genadigheid zich beweegt. De Bijbel zegt: “Want is de wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.”
Alomtegenwoordig
Deze term betekent: “altijd aanwezig”. Omdat God oneindig is kent Zijn wezen geen grenzen. Het is dus duidelijk dat Hij overal aanwezig is. Deze waarheid wordt ons door de Bijbel met de woorden “Ik ben met jullie” onderwezen, die in zowel het Oude als het Nieuwe Testament 22 keer worden herhaald. Dit waren zelfs Jezus’ geruststellende woorden juist nadat Hij Zijn discipelen de opdracht had gegeven om Zijn boodschap over de hele wereld te verspreiden. Dit is ongetwijfeld een geruststellende waarheid voor alle mensen die Jezus volgen.
Dit is de beschrijving van de God van de Bijbel. Alle andere ideeën over God zijn, volgens de Bijbel, afgoden. Zij komen voort uit het voorstellingsvermogen van de mens. Door over de eigenschappen van God te leren, kun je God prijzen voor wie Hij werkelijk is en voor de manier waarop al Zijn eigenschappen jouw leven op een positieve manier beïnvloeden.
Heb jij te maken met onverhoorde gebeden? Wil God maar niet luisteren naar je wanhopige smeekbeden om genezing, je financiële situatie of broodnodige bescherming? We raken allemaal geïrriteerd als onze beste pogingen om te communiceren een onbevredigende reactie tot gevolg hebben, of nog erger: helemaal geen reactie.
We denken: “Heb je mijn bericht wel ooit gehad?” Zo denken we ook dat God onze gebeden heeft afgewezen, als we geen onmiddellijke, tastbare resultaten kunnen waarnemen. In Jakobus 5:13-16 worden we aangespoord om oprecht te bidden met de belofte dat dit “zijn uitwerking niet mist”. Waarom zou God het belang van gebeden benadrukken en er vervolgens voor kiezen om niet met een vreugdevol antwoord te reageren?
Wanneer God gebeden verhoort, dan reageert Hij eerst op onze houding, precies zoals een ouder op een geliefd kind reageert (Psalm 103:13-14). De gewenste resultaten van onze gebeden worden regelmatig beïnvloed door onze kinderachtige daden en houdingen. Hier enkele factoren die God belemmeren om onze gebeden te verhoren:
Het niet willen vergeven van anderen (Marcus 11:24-25),
24 Wat je in het gebed ook vraagt, je krijgt het als je gelooft dat je het al ontvangen hebt. 25 Wanneer je staat te bidden en je hebt iets tegen iemand, moet je het hem vergeven. Dan zal je hemelse Vader ook jou vergeven wat jij verkeerd hebt gedaan.
zelfzuchtigheid (Mattheüs),
13 Wie zijn oren dichtstopt voor het hulpgeroep van de armen, wordt zelf ook niet verhoord, wanneer hij om hulp roept.
twijfel (Matteüs 21:18-22),
hebzucht (Jakobus 4:2-3),
2 jullie willen van alles, maar jullie hebben niets. Jullie haten elkaar en zijn jaloers op elkaar, maar krijgen nog steeds niet wat jullie willen hebben. Jullie doen vreselijk je best om van alles te bereiken. Maar jullie bereiken niets, omdat jullie niet bidden.
3 Of jullie bidden misschien wel, maar dan krijgen jullie het niet omdat jullie verkeerd bidden. De reden dat jullie om iets bidden is namelijk verkeerd: jullie denken alleen maar aan jezelf.
hoogmoed (2 Kronieken 7:14-15)
14 en mijn volk zich vernedert en bidt, Mij weer zoekt en breekt met zijn zondige praktijken, dan zal Ik vanuit de hemel luisteren, zijn zonden vergeven en het land weer gezond maken. 15-16 Ik zal aandachtig luisteren naar elk gebed dat wordt uitgesproken op deze plaats die Ik heb uitgekozen en afgezonderd als mijn eeuwige woonplaats, mijn ogen en mijn hart zullen daar voor altijd zijn.
koppigheid (Zacharia 7:11-13)
11 Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
12 En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de Heere der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den Heere der heirscharen.
13 Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de Heere der heirscharen;
Een gebed is niet zomaar een vluchtig éénrichtingsgesprek. Het is geen verzekeringspolis die garant staat voor een leven zonder pijn en moeilijkheden. Een gebed is een actieve erkenning van God als de bron van alle macht en van ons vertrouwen dat Zijn antwoorden, verwacht of onverwacht, grotere doelen zullen bereiken (Jesaja 46:9-10; 64:4).
9 En vergeet ook niet hoe vaak Ik u overduidelijk heb verteld wat in de toekomst ging gebeuren. Want Ik ben God, Ik alleen, en er bestaat geen ander zoals Ik. 10 Ik verkondig u van het begin af aan de afloop van wat er gebeuren gaat. Wat Ik heb bepaald, zal gebeuren zoals Ik heb besloten.
jesaja 64:4 :
4 Want wat niemand ooit heeft gezien of gehoord en wat niemand ooit heeft bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor hen die op Hem wachten.
Soms zal God onze wanhopige gebeden met “NEE” beantwoorden. We moeten ons niet laten ontmoedigen door een onverwacht resultaat of door een uitstel van onze wensen.
Wat is Gods werkelijke doel wanneer Hij onze gebeden verhoort?
13 Wat u in mijn naam biddend vraagt, zal Ik doen. Want daardoor zal blijken hoe groot en machtig de Vader in Mij is. 14 Als jullie Mij iets vragen in mijn naam, zal Ik het doen
Wat wil God door middel van gebeden in ons volbrengen?
23 Als het zover is, hoeven jullie Mij niets meer te vragen. Luister goed, Ik zeg dat jullie dan alles rechtstreeks aan de Vader kunnen vragen en Hij zal het jullie geven in mijn naam. 24 Tot nu toe hebben jullie nog niet in mijn naam gebeden. Bid en jullie zullen ontvangen. Dat zal jullie grote vreugde geven.
God wil dat wij elke behoefte aan Hem voorleggen, omdat Hij volgens Zijn aard en Zijn wil antwoordt met ja of neen. God zal verzoeken nooit inwilligen, als die tegen Zijn wil ingaan. Hoewel een positief antwoord ons gewoonlijk gelukkig maakt, heeft God ons nooit geluk beloofd.
Geluk is gebaseerd op omstandigheden. God wil dat we eeuwige vreugde hebben, vooral wanneer Hij antwoordt: “Nee, ik zal dat volgens Mijn eigen tijdschema doen, niet het jouwe. Nee, ik zal Mijn glorie openbaren.”
In Lucas 22:41-44 werd Jezus gekweld door de gebeurtenissen die tot Zijn dood zouden leiden. In Zijn vurige gebed was het Zijn grootste verlangen om Gods wil voorop te stellen, niet Zijn eigen lijden en pijn (Hebreeën 12:2). Wanneer wij onophoudelijk bidden (1 Tessalonicenzen 5:16-18), dan zal God altijd reageren, en elk antwoord brengt vreugde.
16 Wees ook altijd blij.
17 Bid onophoudelijk.