Categorie archief: Religie

De Bijbelse Oudheidkunde

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De Bijbelse Oudheidkunde is de wetenschap die een beschrijving geeft van het leven op het terrein van de bijzondere Godsopenbaring (zoals overgeleverd in de Bijbel) , met zijn verschillende toestanden, instellingen, zeden en gewoonten.

 

 

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

 

.

 

Inleiding

.

Nut

 

Voor een goed begrip van de Bijbel, in het bijzonder van de Bijbelse Geschiedenis, is het nodig om enigszins bekend te zijn met de Bijbelse Oudheidkunde.

.

 

Stof

 

De naam Israëlitische Oudheidkunde moet als te beperkt worden verworpen. Pas na de uitleiding uit Egypte treden de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob in de geschiedenis op als het volk Israël. Bij de Sinaï heeft God hen geformeerd tot een volk, en aangenomen tot Zijn volk, dat tot op Christus’ komst drager van Zijn bijzondere openbaring zijn zou. Aangezien echter de bijzondere openbaring niet eerst toen, maar al direct na de zondeval begonnen is, moet de Oudheidkunde ook van hen, die van Adam af met deze openbaring werden bedeeld, het leven en de leefvormen beschrijven, althans voor zover dit mogelijk is.

.

 

Gegevens

 

Wat de tijden vóór Mozes aangaat, staan ons niet veel gegevens ter beschikking. Aan het tijdperk van Adam tot Abraham worden in de Schrift slechts enkele bladzijden gewijd. Wel valt er meer te beschrijven over het tijdperk van Abraham tot Mozes, maar kan er zeker geen volledige beschrijving van de Oudheidkunde in dit tijdvak gege-ven worden. En het weinige, dat meegedeeld word, geeft wel enig inzicht in het godsdienstig leven, maar biedt heel weinig gegevens over het burgerlijk-maatschappelijk leven.

.

 

Indeling

 

Wat de indeling van de voorhanden stof betreft, verdient het de voorkeur, om eerst het godsdienstig leven, en vervolgens het persoonlijk en huiselijk, het maatschappelijk en staatkundig leven te beschrijven. Als bezwaar wordt hiertegen ingebracht, dat het natuurlijke eerst is, daarna het geestelijke, en dat de bijzondere openbaring altijd begint met in het natuurlijk leven in te gaan. Dit bezwaar is niet helemaal ongegrond. Het kan niet worden ontkend, dat de goddelijke instellingen en gebruiken het natuurlijk leven veronderstellen en zich daarbij aansluiten.

Anderzijds mag echter niet worden voorbijgezien, dat juist op het terrein van de bijzondere openbaring heel het leven door de dienst van God wordt beheerst en gedragen. Het is, om een voorbeeld te noemen, de roeping van en de belofte aan Abraham, die de levensgang van de aartsvaders bepaalt. Met name bij Israël is het burgerlijk-maatschappelijk leven niet los te denken van het godsdienstige leven. Heel de nationale ontwikkeling van Israël hangt ten nauwste samen met zijn verkiezing en bestemming tot volk van God.

.

 

oude gebouwen uit de tijd van koning David

oude gebouwen uit de tijd van koning David

 

.

 

Het godsdienstig leven vóór Mozes

.

Terstond na de geschiedenis van de zondeval (Gen. 3 : 1) lezen we van het offer, door Kaïn en Abel gebracht (Gen. 4 : 1). In het algemeen heeft het offer ten doel, de gemeenschap met God te zoeken, door Hem een stoffelijke ga-ve aan te bieden. Vóór de val wijdde de mens zichzelf met al het zijne de Heere toe. Maar door de zonde werd de gemeenschap met God verbroken. Toen heeft God Zelf de gevallen mens opgezocht, hem de belofte geschonken van het vrouwenzaad, (Gen. 3 : 15).

Kaïn en Abel zijn de eersten, van wie wij lezen, dat zij hebben geofferd, kennelijk met het doel, Gods gemeen-schap te zoeken, een blijk van Zijn gunst te ontvangen, door Hem met welgevallen te worden aangezien. Een andere onderscheiding dan die tussen bloedige en onbloedige offers, (Gen. 4 : 3 en 4) werd blijkbaar nog niet gemaakt.

Uit het feit, dat er vóór Abraham alleen van brandoffers sprake is, niet van zonde- en schuldoffers, mag niet wor-den afgeleid, dat de behoefte aan verzoening niet werd gekend. Pas bij Noach lezen we van een altaar, (Gen. 8 : 20) waaruit echter niet volgt, dat er vóór de zondvloed niet op een altaar zou zijn geofferd. In de dagen van Seth, na de geboorte van Enos (Gen. 4 : 26) “begon men de Naam van de Heere aan te roepen”, d.w.z. er werd een begin gemaakt met de openbare godsdienstoefening. Op geregelde tijden kwam men samen tot gemeenschap-pelijke verering en offerande.

.

 

Altaren

 

Van de aartsvaders Abraham, Izaäk en Jakob, weten wij, dat zij op de plaats waar de Heere hun verscheen, of waar zij zich voor enige tijd dachten te vestigen, altaren bouwden, om God hun offers te brengen en daar in het gebed tot Hem te naderen, (Gen. 12 : 7 – 13 : 4 – 21 : 33 – 26 : 25). Deze altaren waren hoogten, gebouwd van ongehou-wen stenen of van graszoden, en stonden in de open lucht of onder de schaduw van een boom. Het offer werd gebracht door de huisvader. Een speciaal ingesteld priesterschap kent de patriarchale tijd niet.

 

.

Besnijdenis

 

Aan Abraham werd reeds als een blijvende instelling de besnijdenis bevolen. Op zijn 99 ste jaar sprak de Heere tot hem: Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde” (Gen. 17 : 10). Deze besnijdenis, die op de achtste dag moest plaatshebben, was dus een teken en een zegel van het verbond, dat tot inhoud had: “u te zijn tot een God en uw zaad na u” (Rom. 4 : 11). De wegsnijding van de voorhuid, dat in de regel door de huisvader met een stenen en later met een stalen mes gedaan werd, was een zegel van de wegneming van “de voorhuid des harten” en van “de besnijdenis des harten”, dat is van het zondige hart, de vleselijke natuur, waaruit de zonden voortkomen.

Ook ingeborene en gekochte slaven, alsook inwonende vreemdelingen, waren aan het bevel van de besnijdenis onderworpen (Gen. 17 : 12 en 13). Lang vóór Abraham werd al bij de Egyptenaren en andere volken uit de oud-heid de besnijdenis toegepast als een soort van gezondheidsmaatregel, en dan niet voor elke man uit het volk, maar alleen voor de priesters, terwijl van een besnijdenis van kinderen nooit sprake was. De moslims voltrekken ze, ook nu nog, pas op hun 13e jaar (Gen. 17 : 25).

Zoals God niet pas tijdens Noach de regenboog in het aanzijn riep, maar die voortaan stelde tot een teken van Zijn verbond, zo sloot Hij, toen Hij aan Abraham de besnijdenis gaf, Zich aan bij een reeds onder andere volken bestaand gebruik, maar bepaalde daarvoor wel een geheel nieuwe manier van bediening, en gaf daaraan ook een geheel nieuwe, geestelijke betekenis.

.

 

Eed zweren

 

Bij de aartsvaders lezen we voor het eerst van het eed zweren. Toen God aan Abraham de belofte van het verbond gaf, zwoer Hij bij Zichzelf, dat Hij bij niemand die meerder was, had te zweren (Gen. 22 : 16 tot 26) en (Hebr. 6 : 13). Abraham liet zijn knecht zweren bij de Heere, de God des hemels en der aarde (Gen. 24 : 2 en 3). Jakob zwoer bij de vreze van zijn vader Izaäk: (Gen. 31 : 53)  “dat is, bij God, Die zijn vader Izaäk met grote eerbied en godvruchtigheid diende”. Bij het zweren werd de hand opgeheven tot de hemel (Gen. 14 : 22) of gelegd onder de heup van hem, die de eed vroeg (Gen. 24 : 2 tot 9 – 47 : 29)  (Gen. 21 : 23 – 24 : 31 – 25 : 33 – 26 : 31 – 47 : 31 – 50 : 25).

.

 

Zegening

 

Ook de patriarchale zegening was een godsdienstige handeling. Hierbij traden de aartsvaders op als profeten, wat onder meer hieruit blijkt, dat zij de zegening niet gaven aan de kinderen, voor wie zij een zekere voorliefde had-den (Gen. 27 : 27 en 39 en 49 – 48 : 14). Abraham heeft Izaäk niet gezegend; dat Izaäk de erfgenaam van de be-lofte zou zijn, was boven alle twijfel verheven. De zegening van Izaäk moest echter het onderscheid tussen Jakob en Ezau, de zegening van Jakob het onderscheid tussen Juda en zijn andere zonen openbaren en in de historie vaststellen.

.

 

Afgoderij

 

Hoewel de aartsvaders zich zelf vrij hielden van alle afgoderij, sloop deze nochtans hun tenten binnen. Rachel stal de terafim van haar vader (Gen. 31 : 19) en Jakob moest, vóór hij zijn gelofte te Bethel kon vervullen, de vreemde goden en de (waarschijnlijk als amuletten gedragen) oorsierselen van zijn huisgenoten wegdoen (Gen. 35 : 2).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John astria

.

 

Egyptische invloed

 

Van het godsdienstig leven van de kinderen Israëls tijdens hun verblijf in Egypte wordt in de Schrift weinig mee-gedeeld. De godvruchtigen hebben stellig geleefd bij de beloften, aan de vaderen gedaan, en de hoop vastge-houden op het toekomstig bezit van Kanaän (Ex. 4 : 29 tot 31). Dat de sabbat in ere werd gehouden, kan als zeker worden aangenomen; uit het feit, dat er op de sabbat geen manna viel, blijkt dat hij door Israël vóór de wetge-ving al werd gevierd (Ex. 16 : 23 tot 30). In Egypte werden de afgoden door velen gediend (Lev.17 : 7) (Ez. 20 : 7 tot 9). In de latere geschiedenis komt telkens uit, hoezeer de zeden en gewoonten van de Egyptenaren invloed op de Israëlieten hebben uitgeoefend. Zeer waarschijnlijk heeft de herinnering aan de stierdienst in Egypte geleid tot het maken van het gouden kalf bij de Sinaï  (Ex : 32).

 

 

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

 

.

 

Het godsdienstig leven bij het volk Israël

.

Uit kracht van het verbond met Abraham waren de kinderen Israëls ten allen tijde een afgezonderd geslacht. Daarom noemt de Heere hen, in opdracht aan Mozes, “Mijn volk”(Ex. 3 : 7 en 10). Voor het eerst bij de Sinaï echter worden ze daadwerkelijk geformeerd tot een volk, en gaat de belofte in vervulling: “Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn”(Ex. 6 : 6). Uit kracht van de genadige betrekking, waarin God Zich tot Israël stelt, in onderscheiding van andere volken, geeft Hij het volk Zijn wetten en inzettingen, die alle rusten op de Wet, nl. de Wet van de tien geboden (Ex 20 en Deut 5).

God, Die heilig is, had Israël verkoren om een heilig volk te zijn en zich Hem geheel en al toe te wijden. Israël was dat, wanneer het in- en uitwendig, in geloof en levenswandel, zich gedroeg overeenkomstig de wetten, welke God bij de Sinaï gaf. Deze heiligheid, waartoe Israël geroepen was, sloot niet alleen de zedelijke heiligheid in, die in de wet van de tien geboden, maar ook de ceremoniële heiligheid, die in de schaduwachtige wetten wordt ge-vraagd. Deze laatste, die in Christus en Zijn gemeente hun vervulling verkrijgen, bevatten wat door God was bepaald omtrent:

  • plaatsen van de offerdienst (tabernakel, tempel),
  • voor de dienst van God uitverkoren personen (levieten, priesters),
  • bepaalde godsdienstige handelingen (offeren, reinigen, besnijden, geloften doen, bidden en zegenen, verbannen, wijden eerstgeborenen, eerstelingen en tienden, zalven, gewijde zang en muziek) en
  • bijzondere tijden (dagelijks offers, sabbat, maandsabbat, sabbatsjaar, jubeljaar, feesttijden, verzoendag).

 

.

Israël, het volk van God

Israël, het volk van God

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

Wat is de Bijbelse Profetie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Inleiding

.

Onze huidige tijd is er een van revolutionaire veranderingen waar geen enkele andere tijd mee te vergelijken en geconfronteerd is. Het is dan ook niet vreemd dat veel mensen zich vragen beginnen te stellen over de toekomst. Allerlei prognoses, hypothesen en fantasieën doen de ronde maar er niemand die weet waar het met de wereld naar toe gaat.

Als christenen hoeven wij niet in het onzekere te verkeren voor wat betreft onze toekomst en die van de wereld waarin wij leven. God heeft ons in zijn Woord duidelijk de contouren geschetst van zijn plan met deze wereld en wij kunnen daarvan kennis nemen middels de Bijbel. De Heer Jezus zegt dat wanneer de heilige Geest zal komen dat Deze ons zal inlichten over de toekomstige dingen (Joh.16:13).

 

‘En zo hebben wij het profetisch woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten’ (2Petr.1:19).

 

In de christelijke traditie wordt Bijbelse profetie nadrukkelijk onderscheiden van waarzeggerij, wichelarij, uitleggen van voortekenen, tovenarij, bezweringen en ondervragen van doden (spiritisme). Ongeveer een vierde van de Bijbel is profetie om te ontdekken dat God in controle is en bezig is zijn plan ten uitvoer te brengen.

 

.

 

Wat is profetie?

.

Het begrip profetie in Bijbelse zin heeft een bredere betekenis dan alleen maar toekomstvoorspelling. Profeet zijn is spreken namens God tot mensen, zowel voorzeggend als voortzeggend. Zo’n ‘godsspraak door profetenmond’ kan troostend, vermanend of oordelend van aard zijn. De godsspraak kan ook geuit worden in de vorm van een lied (zoals bij Mozes, Mirjam, Hanna, Maria en in de Psalmen) en kan soms ook betrekking hebben op een gebeurtenis in de nabije of verre toekomst.

Veel oudtestamentische profetieën riepen op tot herstel of handhaving van de Wet, en kondigden oordelen aan wanneer het verbond met God verbroken werd. In Bijbelse tijden werden door middel van profetie mensen geroepen tot het koningschap (zoals Saul, David, Jehu) of tot gemeentelijke taken (zie bijvoorbeeld Hand.13:2).

Bijbelse profeten profeteerden volgens eigen zeggen niet uit zichzelf (vgl. Am.3:7; Jer.23:18). Apostel Petrus schreef hierover:

 

‘Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken’ (2Petr.1:21).

 

De profeet Jeremia beschreef in zijn zielenstrijd dat de kracht van de Geest van God voor een goedwillende profeet nagenoeg onweerstaanbaar was (Jer.20:7-9).

Ook het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament, is vol profetie. Zacharias en Elizabeth, Maria, Simeon en Anna profeteerden. Johannes de Doper en Jezus traden op als profeet. Zij deden dit op de grens van het oude en het nieuwe verbond (Luk.22:20).

Verder komen we mannen en vrouwen tegen die profeteren, bijvoorbeeld de profeten Agabus (Hand.11:27-10, 21:10-11), Judas en Silas (Hand.15:32), de vier dochters van Filippus (Hand.21:9) en anderen (Hand.11:27, 13:1). De christelijke gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en nieuw testamentische profeten (1Kor.12:28, Ef.4:11), waarvan Jezus zelf de hoeksteen is (Ef.2:20). In de Openbaring aan Johannes lezen we over Gods profeten (Op.10:8; 11:18; 18:20; 22:6,9).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

Wat is het doel van profetie?

.

Profetie is ons niet gegeven om te speculeren, maar om te motiveren’

.

Het doel van de profetie is niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om ons praktisch geloofsleven een extra stimulans te geven tot een heilig leven. Met het oog op de wederkomst van de Heer Jezus schrijft de apostel Johannes:

 

‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1Joh.3:3) en

‘Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, nog meer gerechtigheid doen; en die heilig is, zich nog meer heiligen’ (Op.22:11).

 

Maar dat niet alleen. God heeft geweldige plannen met zijn schepping en wil ons daarover inlichten opdat ook wij ons daarin zouden verheugen :

 

‘Voorzeker, de Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Am.3:7).

 

In de Bijbel zien we hoe het plan van God, om zijn Christus in de wereld te brengen, zich geleidelijk ontwikkeld. Dat plan heeft zijn begin in het boek Genesis en vindt zijn uiteindelijke vervulling in het boek Openbaring. Dat maakt de Bijbel tot een heel bijzonder boek.

Omdat God zijn plan op Schrift heeft laten stellen, is die God ook verifieerbaar. We kunnen Hem niet alleen volgen maar ook ontdekken dat zijn beloften waar zijn. Veel profetieën hebben hun vervulling al gekregen bij de eerste komst van de Heer Jezus bij zijn geboorte, lijden en sterven. Veel profetieën zullen nog vervuld worden bij zijn wederkomst. Laten we maar eens als voorbeeld Handelingen 2 nemen waar we een gedeeltelijke profetie zien van Joël wanneer hij spreekt over de uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen (Hand.2:17-21).

Lukas – de schrijver van het boek Handelingen – zegt dat er eenzelfde manifestatie van Gods Geest zal zijn voor-dat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.

Het doel van profetie is de openbaring van de Heer Jezus:

 

‘Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie’ (Op.19:10).

 

Het plan van God vindt zijn hoogtepunt in de verhoging van Christus:

 

‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader’ (Fil.2:9-11).

 

.

Waarom zouden we de profetie bestuderen?

.

De Heer Jezus zegt in Johannes 15:15 :

 

‘Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van mijn Vader heb gehoord, bekend gemaakt heb.

 

Gelukkig heeft God zijn plan niet voor ons verborgen gehouden. Paulus zegt dat:

 

‘Hij ons de verborgenheid van zijn wil bekend heeft gemaakt, naar zijn welbehagen, dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus’ (Ef.1:9-10).

 

De leer omtrent ‘de laatste dingen’ de eschatologie is wat in onze tijd de meeste aandacht trekt, maar we moeten niet vergeten dat dit slechts een onderdeel uit maakt van de profetie. Er zijn een aantal redenen te noemen waarom in onze tijd een vernieuwde aandacht voor de toekomstige dingen is, en dat niet slechts bij christenen.

De jaren zestig zette veel mensen aan het nadenken over de vraag waar het met onze’planeet aarde naar toe ging. Er zijn verschillende krachten die onze wereld veranderen:

  • Het ontstaan van een mondiale economie met talloze kruisverbanden.
  • Het ontstaan van een wereldwijd communicatienetwerk zoals het internet.
  • Het ontstaan van volledig nieuwe machtsverhoudingen op politiek, economisch en militair gebied, denk maar aan de rol van China de laatste decennia.
  • Het ontstaan van een snelle groei van de wereldbevolking en daarmee gepaard gaande verbruik van grondstoffen, watertekorten, enz.
  • Het ontstaan van revolutionaire nieuwe technologieën op het gebied van biologie, biochemie, genetica en andere materialen waardoor grenzen overschreden kunnen worden die we ons nooit hebben kunnen voorstellen.
  • Het ontstaan van een radicale nieuwe relatie tussen de samengebalde kracht van menselijke beschaving en de ecologische systemen van de aarde zoals het klimaat en de atmosfeer.

 

Als christenen kunnen we naast deze zaken verder denken aan het ontstaan in van het volk Israël in 1948. Maar ook het ontstaan van de Europese Unie waarin velen de wedergeboorte van het antieke Romeinse Rijk in menen te herkennen. De vraag is, hoe het mogelijk is dat Europa na haar ondergang in 476 in de vijftiende eeuw een wedergeboorte (renaissance) heeft gekend en zo’n dominerende invloed heeft gehad over de rest van de wereld. Of het Westen nog eens ten onder zou kunnen gaan en weer opstaan is een boeiende vraag voor christenen.

 

 

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe dienen we de profetie bestuderen?

.

Van de volkeren wordt gezegd dat zij :

 

‘de gedachten des Heren niet kennen en zijn raadslag niet verstaan’ (Mi.4:12).

Welk mens kan ons zeggen wat de toekomst zal brengen? De mens die niet eens weet, hoe morgen zijn leven zal zijn? (Jak.4:14).

 

Voor betrouwbare informatie betreffende het plan van God en de toekomstige dingen zijn wij geheel en al aangewezen op Gods openbaring daarvan in de Bijbel en door de verlichting van zijn Geest:

 

‘Vraagt Mij naar de toekomstige dingen’ zegt de Here God (Jes.45:11).

 

God is immers die God die:

 

‘van de beginne de afloop verkondigt en vanouds wat nog niet geschied is’ (Jes.46:10).

 

Al Gods plannen waren nog niet geopenbaard in het Oude Testament, dat blijkt wel uit de woorden van de Heer Jezus die heeft gezegd:

 

‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging van de wereld af verborgen zijn geweest’ (Mat.13:34).

 

Wanneer de Heer Jezus de komst van de heilige Geest aankondigt wordt daarvan gezegd dat:

 

‘Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd’ (Joh.14:26).

 

Maar niet alleen dat, ook zou de Geest ons in de hele waarheid leiden en de toekomstige dingen zou Hij ons verkondigen (Joh.16:13, 14). Met andere woorden we krijgen door de Geest inzicht in de leer van het Bijbelse geloof en leven vermeld in de diverse brieven. Ook in de leer omtrent de laatste dingen, de eschatologie, vermeld in het Oude en Nieuwe Testament.

De apostel Paulus heeft het voorrecht gekend enkele van die geheimenissen, of verborgenheden te duiden. Die geheimenissen waren :

  • dat de Heer Jezus het middelpunt van Gods plannen was (Rom.16:25; 1Kor.2:7v; Ef.1:9v.).
  • de Gemeente, haar ontstaan en bestemming (Ef.3:9, 5:32; Kol.1:26, 2:2).
  • de opname en Christus’ verschijning in heerlijkheid (1Kor.15:51; 1Thes.4:15vv.)
  • Gods plannen met het volk Israël (Rom.11:25).

 

We dienen ons dus afhankelijk van Gods Geest en Woord op te stellen in het onderzoek van Gods plan. Het Woord dient gezag te hebben over ons leven en denken. Om niet te ontsporen in allerlei speculaties is het noodzakelijk dicht bij het licht van Gods Woord te blijven. Veel zaken zullen duidelijk worden als de tijd daarvoor aangebroken is:

 

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is’ (1Joh.3:2).

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

Citaten in de Bijbel over nederigheid

Standaard

categorie : religie

 

 

 

5 voor 12

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

.

Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.

.
.

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.

.
.

 

Hoogmoed leidt tot schande,
wijsheid kenmerkt wie bescheiden is.
.
.
.
.
.

Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot bescheidenheid. Ga niet af op uw eigen inzicht.

.
.

Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen.

.
.

Uw schoonheid moet niet gelegen zijn in uiterlijkheden, zoals kunstig gevlochten haar, gouden sieraden of elegante kleding, maar in wat verborgen ligt in uw hart, in een zacht en stil gemoed. Dat is een onvergankelijk sieraad dat God kostbaar acht.

.
.

 

Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.

.
.

De hoogmoed van een mens brengt hem ten val,
eer is weggelegd voor wie bescheiden is.
.
.
.

 

Wie bescheiden is en ontzag heeft voor de Heer,
wordt beloond met rijkdom, eer en een lang leven.
.
.
.

Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven.

.
.

Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? Laat hij het daadwerkelijk bewijzen door een onberispelijk leven en door wijze zachtmoedigheid.

.
.

 

En wanneer dan mijn volk, het volk dat mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.

.
.

 

Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

.
.

Wie zichzelf in de hoogte steekt, komt ten val,
bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
.
.
.

Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn.

.
.
.
.

Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’

.
.
.
.

Wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.

.
.
.
.

Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.

.
.

 

Er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de Heer van je wil:
niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten
en nederig de weg te gaan van je God.
.
.
.

 

Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer. Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar.

.
.

Wie ontzag heeft voor de Heer wint aan wijsheid,
bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
.
.
.

 

Goed en rechtvaardig is de Heer:
hij wijst zondaars de weg,
wie nederig zijn leidt hij in het rechte spoor,
hij leert hun zijn paden te gaan.
.
.
.

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.

.
.

 

Hij zei tegen hen: ‘Wie dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.’

.
.

Aan onze God en Vader komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.

.
.
,

Hij moet groter worden en ik kleiner.

.
.

 

Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
hij kroont de vernederden met de zege.
.
.
.

Ik, Nebukadnessar, roem, verhef en verheerlijk nu de koning van de hemel. Al zijn daden zijn juist en zijn paden recht. Wie hoogmoedig zijn, kan hij vernederen.

.
.

 

Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.

.
.

Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.

.
.

 

Wee degene die de strijd aanbindt
met hem door wie hij gevormd is –
een potscherf tussen de potscherven.
Zegt klei soms tegen wie hem vormt:
‘Wat ben je eigenlijk aan het maken?’
of: ‘Deze pot heeft niet eens oren!’
.
.
.

 

Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.
.
.
.

 

Want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef – zegt de Heer -, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’

.
.

 

Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.

.
.

 

Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen.

.
.

Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.
.
.
.

De Heer maakt arm en hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.
.
.
.
.

De ceder in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

.

.

.

.

De ceder

.

Bomen komen veelvuldig in de Bijbel voor en de ceders van de Libanon nemen daarin een voorname plaats in. Niet minder dan 72 keer wordt er in het Oude Testament van deze statige coniferen melding gemaakt. De ceder groeit langzaam en wordt zeer hoog, tot wel 40 meter. Hij is inheems in de landen rondom de Middellandse Zee, maar wordt overal in de wereld als sierboom geplant.

Een ceder is ook makkelijk te herkennen aan zijn dikke, rechte stam en zijn enorme kroon van horizontale takken. Cederhout is zacht, aromatisch en duurzaam. Het wordt in de wijde omgeving als bouwmateriaal gebruikt en verwerkt.

In de Bijbel lezen wij voor het eerst over ceders in verband met de reinigingsrituelen van de Israëlieten: de reiniging van een melaatse (Leviticus 14) en in het voorbereiden van het reinigingswater (Numeri 19). De combinatie met hysop, een zeer algemene plant, doet vermoeden dat hier wordt bedoeld dat iedereen, rijk of arm, reiniging nodig heeft (zie 1 Koningen 4:33).

 

.

 

Leviticus 14

.

1 De Heer zei tegen Mozes: 2 “Als iemand genezen is van een besmettelijke huidziekte en hij wil weer rein verklaard worden, dan moet hij naar de priester gaan. 3 De priester moet naar hem toe gaan, buiten het tentenkamp. Als hij ziet dat de besmettelijke huidziekte genezen is en helemaal verdwenen, zal de priester hem zeggen dat hij weer gezond is. 4 De priester moet de man twee levende, reine vogels laten brengen, voor een offer. Verder ook cederhout, rode wol en een bosje van de hysop-plant. 5 De ene vogel moet worden geslacht boven een pot van gebakken klei waar vers bronwater in zit. 6 Daarna moet de priester de levende vogel nemen, met het cederhout, de rode wol en het bosje hysop. Hij moet die alle drie, samen met de levende vogel, indopen in het bloed van de vogel die boven het verse bronwater is geslacht. 7 Dan moet hij de man die van de besmettelijke huidziekte gereinigd moet worden, zeven keer met dat bloed besprenkelen. Daarna zal de man rein zijn. De levende vogel moet hij vrij laten wegvliegen. 8 En de man die gereinigd moet worden, moet zijn kleren wassen, zijn haar en baard afscheren en zich in water wassen. Dan zal hij rein zijn. Daarna mag hij weer in het tentenkamp komen. Maar hij moet nog zeven dagen buiten zijn tent blijven. 9 Op de zevende dag moet hij al zijn haar afscheren: zijn hoofdhaar, zijn baard en zijn wenkbrauwen. Hij moet zijn kleren wassen en zich helemaal in water wassen. Dan zal hij rein zijn.

.

 

Numeri 19 : 1-7

 

1 De Heer zei tegen Mozes en Aäron: 2 “Dit is de wet die Ik geef: Laat de Israëlieten een gezonde, roodbruine koe naar de priester Eleazar brengen. Het dier mag nog nooit een juk gedragen hebben. 3 Eleazar moet het dier buiten het tentenkamp laten slachten en daar zelf bij zijn. 4 Daarna moet Eleazar zijn vinger in het bloed dopen en zeven keer bloed sprenkelen in de richting van de tent van ontmoeting. 5 Daarna moet een priester de hele koe verbranden tot er alleen nog as van over is: de huid, het vlees, het bloed, de darmen en de mest moeten worden verbrand. Eleazar moet daar bij zijn. 6 Hij moet cederhout, een bosje van de hysop-plant en wat rode wol op de brandende koe gooien. 7 Daarna moet hij zijn kleren wassen en zich helemaal in water wassen. Pas daarna mag hij het tentenkamp weer in komen. Maar hij is tot de avond onrein.

.

 

 

1 Koningen 4 : 33

.

33 Over alles wist hij wel een wijze spreuk: over de bomen, van de grote cederboom op de Libanon tot en met de kleine hysop-plant die op de muren groeit, over het vee, de vogels, de kruipende dieren en de vissen.

 

Cederhout was toen zeer gewild voor bouwwerken; het werd gebruikt voor de paleizen van de koningen David en Salomo, en voor de tempel, die Salomo voor de Heer bouwde. Dit was mogelijk omdat Hiram, de koning van Tyrus, bevriend was met Israël (1 Koningen 5:1-12).

.

 

.

1 koningen 5 : 1-12

 

1 Koning Hiram van Tyrus hoorde dat Salomo de nieuwe koning was. Hij stuurde dienaren naar hem toe om hem te feliciteren. Want Hiram was altijd goed bevriend geweest met David. 2 Daarna stuurde Salomo hem een boodschap: 3 “U weet wel dat mijn vader David geen tempel voor zijn Heer God kon bouwen, omdat hij aldoor oorlog voerde. Uiteindelijk heeft de Heer al Davids vijanden overwonnen. 4 Nu heeft mijn Heer God mij aan alle kanten vrede gegeven. Er is geen enkele vijand en geen enkel gevaar. 5 Nu zou ik voor mijn Heer God een tempel willen bouwen. Want de Heer heeft tegen mijn vader David gezegd: ‘Jouw zoon die Ik na jou koning zal maken, zal een tempel voor Mij bouwen.’ 6 Wilt u alstublieft uw dienaren opdracht geven om voor mij op de Libanon cederbomen te kappen. Mijn dienaren zullen hen helpen. Ik zal uw dienaren betalen wat u wil. Want niemand heeft zoveel verstand van het kappen van bomen als de Sidoniërs.”

7 Toen Hiram deze boodschap van Salomo kreeg, was hij erg blij. Hij zei: “Prijs de Heer! Hij heeft David een wijze zoon gegeven om over dit grote volk te regeren!” 8 En hij liet tegen Salomo zeggen: “Ik heb uw boodschap ontvangen. Ik zal alles doen wat u wenst wat betreft het cederhout en het cipressenhout. 9 Mijn dienaren zullen het van de Libanon naar de zee brengen en er daar vlotten van maken. Laat mij weten waar ik die vlotten naar toe moet laten brengen. Daar zal ik de vlotten weer uit elkaar laten halen, zodat u het hout kan ophalen. Als betaling levert u het eten voor mijn paleis.” 10Zo leverde Hiram aan Salomo zoveel cederhout en cipressenhout als Salomo wenste. 11 En Salomo betaalde Hiram hiervoor elk jaar 20.000 kor (5 miljoen liter) tarwe en 20 kor (500 liter) olijf-olie voor zijn paleis.12 De Heer deed wat Hij had beloofd en maakte Salomo heel erg wijs. En er was vrede tussen Hiram en Salomo. Ze sloten een verbond met elkaar.

 

.

 

.

Hier hebben wij een voorbeeld van een goede samenwerking tussen Israëlieten en niet-Israëlieten. Later, na de ballingschap, haalden de teruggekeerde Israëlieten ook cederhout van de Libanon om de verwoeste tempel te herbouwen (Ezra 3:7).

 

 

 

Ezra 3 : 7

 

7 Voor de herbouw van de tempel huurden ze steenhouwers en timmermannen. Ze betaalden hen met geld. Uit Sidon en Tyrus bestelden ze cederhout van bomen van de Libanon. De boomstammen werden naar zee gebracht en dreven van daar naar Jafo. Ze betaalden voor het hout met voedsel, drank en olijf-olie. Voor dit alles hadden ze de toestemming van koning Kores.

 

 

 

Wij komen ceders ook tegen als beeld van iets anders. In positieve zin, als beschrijving van welvaart (Numeri 24:5-6), van de rechtvaardigen (Psalm 92:13), of van de bruidegom in het boek Hooglied (5:15). Daartegenover gebruiken de profeten ceders ook als beeld van menselijke trots tegenover God (Jesaja 2:12-13), of van één van de grootmachten uit die tijd (Ezechiël 31:3).

 

 

.

Numeri 24 : 5-6

.

5 Wat zijn jullie tenten gezegend, volk van Jakob,
en de plaatsen waar jullie wonen ook, volk van Israël!
6 Jullie dorpen en steden zullen de dalen vullen.
Ze zullen zo mooi zijn als tuinen langs een rivier.
De Heer heeft ze geplant,
zoals sandelbomen en cederbomen die langs het water staan.

 

 

 

Pslam 92 : 13

 

13 Als je leeft zoals God het wil, zal het goed met je gaan.
Je zal groeien als een palmboom,
hoog worden als een cederboom op de Libanon.

 

 

 

Hooglied 5 : 15

 

15 Zijn benen zijn als pilaren van wit marmer
die op voetstukken van zuiver goud staan.
Hij is zo groot en sterk als een grote cederboom van de Libanon.

 

 

 

jesaja 2 : 12-18

 

12 Op de dag van de Heer  zal iedereen die trots en eigenwijs is, moeten buigen voor de Heer van de hemelse legers. 13 Alles zal moeten buigen: ook de trotse en hoge cederbomen van de Libanon, de eikenbomen van Basan, 14 de trotse bergen en de hoge heuvels, 15 de hoge torens en de sterke muren, 16 de schepen van Tarsis en de prachtige versieringen. 17 Alles waar de mensen trots op zijn, zal moeten buigen. En alle trotse mensen zullen moeten buigen. Op die dag zullen ze toegeven dat God de hoogste Heer is. 18 Er zal geen enkele afgod overblijven.

 

 

 

Ezechiel 31:3

 

3 U bent te vergelijken met Assur. Assur was een cederboom op de Libanon. Hij had prachtige takken, veel bla-deren en een hoge stam. Zijn top kwam tot aan de wolken.

 

 

.

 

In een veelzeggende gelijkenis wordt het beeld op de laatste koning van Juda toegepast, nu maar als een twijg die door de koning van Babel werd geplukt (Ezechiël 17:1-4). Toch zal God die situatie keren, zodat Zijn volk niet meer zal worden geplunderd maar als een prachtige ceder in het land Israël gedijen (Ezechiël 17: 22-24).

 

 

 

Ezechiël 17:1-4

 

1 De Heer zei tegen mij: 2 “Mensenzoon, geef het volk Israël een raadsel op. Vertel hun het volgende verhaal: 3 De Heer zegt: De grote adelaar vloog naar de berg Libanon. Hij had machtige vleugels, prachtig gekleurde veren en een sterke vleugelslag. Hij vloog naar de Libanon en rukte daar de top van een cederboom af. 4 Hij brak het hoogste topje af en bracht dat naar een land waar veel handel is. Daar plantte hij het in een drukke handelsstad.

.

 

 

Ezechiël 17 : 22-24

 

22 Dit zegt de Heer: Dan zal Ik Zelf uit de top van de hoge cederboom een jong takje afplukken. Dat zal Ik planten op een hoge berg. 23 Ik zal het op de hoogste berg van Israël planten. Er zullen takken en vruchten aan groeien. Het zal een prachtige cederboom worden. Er zullen allerlei soorten vogels in de schaduw tussen zijn takken wonen. 24 Alle bomen zullen beseffen dat Ik, de Heer, de hoge cederboom heb omgekapt, de kleine boom heb laten verdrogen en de kleine tak tot een machtige boom heb gemaakt.  Ik, de Heer, zal doen wat Ik heb gezegd.”

 

.

 

 

 

Een boodschap van El Morya

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

El Morya

.

 

El Morya en caballo blanco

 

.

 

Gij zult niet begeren wat een ander toebehoort.

.

Gegroet mijn broeders en mijn zusters. Wees gegroet en ontvang mijn zegening. Lang geleden, zeer lang geleden zijn er Hemelse Woorden aan de mensheid aangereikt. Hemelse Woorden die de mensheid zouden helpen om vrede en liefde in hun leven te brengen. Om als één mensheid te kunnen samenleven ondanks de verschillen die er bestonden en nog bestaan.

Tien Gulden Waarheden, gulden regels als het ware, zijn de mensheid vanuit hogere trilling aangereikt. Niet om de mensheid aan banden te leggen, niet om vrijheden in te perken of om straffen te kunnen uitdelen, maar wel om het leven in een samenleving te vereenvoudigen. Om het leven in een groep te bevorderen. Deze gulden regels werden rechtstreeks vanuit hogere sferen aangereikt aan de toenmalige incarnatie van mijn ziel, genaamd Mozes.

In die tijd van verzoeking en in die tijd van chaos was het nodig om bepaalde leefregels aangeboden te krijgen om misverstanden te voorkomen. In de loop der tijden is er misbruik en inbreuk gepleegd op deze hemelse aanreiking. Aan machtsmisbruik heeft men zich schuldig gemaakt.

Zovele aanreikingen met de voeten getreden. Vanuit menselijk machtsgevoel heeft men deze gulden aanwijzingen misbruikt om de mensheid angstig te maken en van haar vrijheid te beroven. Onbewust en opzettelijk zijn verkeerde interpretaties de wereld ingestuurd en nu, zo veel tijd later, zijn vele van deze hemelse aanreikingen uit het bewustzijn van de mensen verdwenen.

Vergeten, als het ware of niet meer aanvaard omwille van de vele misbruiken en het verdriet dat ermee gepaard is gegaan. Jaren, eeuwen, tijdperken zijn vergaan en toch blijven deze gulden aanwijzingen hemels in het bestaan van de mensheid. Deze Tienvoudige Hulpmiddelen zijn vervangen door duizenden en duizenden wetten, waarvan men de oorsprong en de gevolgen niet meer kent.

De hoofden en de handen die deze duizenden wetten hebben bedacht en geschreven kennen zelf hun wetten niet meer, noch de gevolgen. Al deze duizenden en duizenden wetten en wetboeken kunnen allen vervangen worden door Tien Hemelse Aanreikingen in een samenleving, in een mensenleven, op wereldniveau en in een familie.

Wanneer deze gulden leefwijzen begrepen en gerespecteerd worden is al het andere overbodig. Bij de eerste aanreiking van deze Hemelse Woorden was het bewustzijn van de mensheid nog niet rijp om de ware betekenis en de impact van deze gulden regels te begrijpen. In plaats van ze als zegening en aanwijzing te zien, noemde mensen ze De Tien Geboden.

Maar zij die Gods wil waarlijk kennen, weten dat God niets gebied, maar dat alle kinderen van de wereld in vrijheid leven. Een vrijheid die in de hoogste trilling gerespecteerd wordt. Maar op vraag van het mondiale zielenbelang zijn er gulden aanreikingen en aanwijzingen gegeven om de mensheid terzijde te staan om een vrede volle samenleving te kunnen opbouwen.

Nu, in deze tijd aan het begin van Aquarius is het bewustzijn van de mensheid klaar om de waarheid door deze Hemelse Woorden heen te zien! Om te aanvaarden en om te begrijpen, om de ware impact hiervan op wereldniveau te kunnen inschatten. Wanneer deze gulden aanwijzingen door de mensheid begrepen en aanvaard worden, wanneer men ernaar tracht te leven, zijn andere wetten, regels die men zelf niet meer kent, overbodig.

 

.

Mijn zusters, mijn broeders:

“gij zult niet begeren wat een ander toebehoort”.

 

.

Wanneer men hiernaar leeft, zal de toekomst van de wereld van morgen er totaal anders uitzien. De wereld is op dit moment enorm gematerialiseerd, het liefhebben van de materie viert hoogtij. De waardigheid en het succes van een mens wordt dikwijls gemeten naar deze materiële rijkdom. Dit brengt vele negatieve verschuivingen met zich mee. De druk op de evoluerende ziel is enorm verhoogd en wordt soms zelfs te groot.

Het ego van de mens is op jacht. Als een jager beweegt hij zich door het leven op jacht naar materiële prooi. Vele jaren en vele lessen later, wanneer de prooi gevangen is, of ook niet, komt men tot het besef dat deze prooi niet de voldoening schenkt die men dacht hierin te vinden. Het leven leeft haar leven. Het leven houdt zich in evenwicht ongeacht de keuze van het ego.

Maar door materialisatie op wereldlijk niveau kunnen zich verschuivingen in dit evenwicht voordoen en hoogmoed zowel als laagmoed vieren hoogtij. Een nieuwe bacterie is als het ware geboren, een bacterie die in de oude tijden is ontstaan, maar die nu in deze wereld hoogtij viert. De bacterie wordt onder de menselijke noemer vertaald als afgunst, jaloezie, het begeren wat een ander heeft.

Mijn broeders, mijn zusters, als u zich toch één moment boven de menselijke trilling kon verheffen om te zien wat dit alles teweegbrengt in uw wereld op mondiaal niveau of in uw persoonlijk leven, zou u begrijpen waarom de hoogste trilling zoveel eeuwen geleden deze aanwijzing aan de mensheid heeft aangereikt.

Wanneer u in uw straat rond kijkt ziet het menselijke ego dat het gras aan de andere kant van de straat groener is. Men blijft zich blind staren op het groenere gras van de ander. Maar doordat men zich in de laagte blind staart, ziet men in de ziel niet welk een schoonheid zich in eigen tuin ontvouwt. Door het altijd kijken in de tuin van de ander, ziet men de bloemen voor de eigen deur niet staan.

De krachtige boom die haar vruchten schenkt, loopt men voorbij omdat men de illusie heeft dat de boom aan de andere kant van de straat groter is of meer vruchten zou dragen. Open toch uw ogen en zie de zegeningen en de schoonheid die in uw eigen leven worden aangereikt. Staart u zich niet blind op het succes of de rijkdom van een ander, want u heeft geen besef van de zielenweg van een ander.

U heeft dikwijls nauwelijks besef van uw eigen zielenweg. Maar weet dat alles wat het leven biedt een reden heeft. Dat iedere ziel en ieder menselijk ego zelf hiervoor verantwoordelijkheid draagt. Wanneer uzelf de nodige inspanningen doet in uw eigen leven, zult u zien dat het universum zich alles aan u openbaart en u alles aanreikt wat u nodig heeft. Alles wat meer is, is overbodig en alles wat overbodig is, rust als een last op uw schouders.

Het leven neemt en het leven geeft. Maar het leven kan alleen schenken, wanneer uw handen geopend zijn om te aanvaarden; vanuit liefde en niet vanuit hebzucht. Mijn geliefde broeders, mijn geliefde zusters. Besef goed, dat de hebzucht van het ego veel onevenwichtigheid veroorzaakt in het leven van de mensheid als geheel en als individu.

Deze hebzucht, deze afgunst heeft verschuivingen veroorzaakt, waardoor natuurlijke rijkdommen en gematerialiseerde rijkdommen niet in alle rechtvaardigheid verdeeld zijn. Hoed uzelf voor deze hebzucht; hoed uzelf voor deze afgunst. Want dat wat u in uw leven uitstraalt, zal naar u terugkeren. Neem uw eigen verantwoordelijkheid. Het universum is een onuitputtelijke rijkdom waaruit één ieder mag nemen wat hij nodig heeft.

Wees u bewust van de trilling die u uitstraalt naar een ander toe wanneer uw leven vervult is van het begeren van andermans zaken of zijn. Wees u bewust van de negatieve trilling die u hierbij uitstraalt, wees u bewust, dat u zo de trilling van de mensheid in een negatieve spiraal helpt komen. Voor hen, die overladen worden met deze negatieve trilling van afgunst en hebzucht, blijf in stilte, blijf in liefde.

Reageer niet op deze trilling en ga er zeker niet in mee. Verhef uzelf en reik de ander de hand om hem of haar te helpen. Om hem of haar te helpen inzien waarom het Universum zo deelt.

Mijn broeders, mijn zusters. Al wat is mag in dienstbaarheid zijn om het leven te verrijken en het leven te vergemakkelijken, maar besef goed dat uw weg van zielengeluk zich niet in het materiële bevindt. Het materiële is een afspiegeling van wat in de geest bestaat, maar het is een gefilterde afspiegeling en wanneer u de ware rijkdom in uw leven wenst te verwelkomen, begeer dan niet de materiële rijkdom van uw naaste buur.

Maar verlang, verlang werkelijk naar de onuitputtelijke bron van het Universum. Daar waar de ware rijkdom, evenwaardig en evenredig verdeeld wordt, daar waar het ware geluk te vinden is.

Mijn broeders, mijn zusters. Blijf verder zonder oordeel. Ga in stilte en kijk in uw eigen hart, wat in u aanwezig is. Laat los, wat losgelaten mag worden en weet dat wanneer u al de banden, oude patronen heeft losgemaakt, het Universum in uw levensbehoefte voorziet. Weet, dat één ieder vanuit de liefde in hun hart, met open handen de gelukzaligheid van het Universum mag ontvangen in het leven.

Kijk in uzelf waarom u vindt dat het gras aan de overkant van de straat groener is dan bij u. Vind de antwoorden op deze vragen in uzelf en besef goed dat de oplossing, de waarheid in uw handen rust.

Mijn broeder, mijn zusters. Begeer niet wat een ander toebehoort in geest of in materie. Maak geen balans voor de ander waar hij staat in het leven als mens of als ziel. Zoek en vind uw eigen zielenweg. Zoek en vind uw eigen zielengeluk en u zult een antwoord hebben op al uw vragen en onuitputtelijk zal de bron van het Universum u verrijken. Vanuit de hoogste trilling reik ik u deze gulden aanwijzing aan. Tezamen met mijn groet en mijn zegening.

Daar ik BEN uw aller Broeder El Morya

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Wat is bekering?

Standaard

categorie : religie

 

.

Bekering is een algehele verandering van iemands levensrichting: een afkeer van het kwaad en een omkeer tot God, om Hem te gehoorzamen en te dienen. God wil dat we ons tot Hem bekeren en geloven in Zijn Zoon, Jezus Christus, de verlosser. Bekering gaat daarom gepaard met geloof in Jezus Christus. Bekering gaat ook samen met een geestelijke wedergeboorte, de onzienlijke kant van dezelfde ingrijpende levensgebeurtenis. Bekering geeft God gelegenheid en reden om vergeving van zonden, het eeuwige leven en de gave van de Geest te schenken. Bekering leidt tot een blijvende verandering ten goede: vrucht dragen, goede werken doen.

 

 

christelijk-geloof-verlossing

 

 

 

Noodzaak

 

De mens is een zondaar, die, om behouden te worden van Gods oordeel over de zonde en het eeuwige leven te beërven, bekering nodig heeft. De twaalf leerlingen die de Heer Jezus uitzond predikten ‘dat men zich moest be-keren’ (Marc. 6:12).


Mr 6:12 .En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren.

 

In het oude- en nieuwe testament wordt deze eis gesteld om weer met God in gemeenschap te komen en ontrukt te worden aan het dreigende oordeel. De grondslag hiervoor is gelegd door het werk van Christus aan het kruis volbracht.

.

 

 

Bekering van

 

Wie zich bekeert, bekeert zich van iets: van de geestelijke en zedelijke duisternis, van de macht van Satan.

Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.

De bekeerling is zich niet altijd bewust van de macht van de satan of van de duisternis waarin hij zich bevond. Hij breekt met een slecht leven of met een slechte praktijk en wil met Jezus een nieuw begin maken. In de ogen van de Heiland is er meer aan de hand: wie zich bekeert, keert zich af van de duisternis en van de macht van satan.

.

 

 

Bekering tot

 

De waarachtige bekering is een bekering tot God. De door de zonde verstoorde verhouding tot een heilige en rechtvaardige God wordt door de bekering hersteld. Wie zich bekeert treedt tot God in een nieuwe betrekking. Het is alsof een verloren zoon thuis komt bij zijn vader, die in liefde naar zijn kind uitzag. Bekering is een relationele verandering die leidt tot een persoonlijk kennen en omgaan met God.

De Godsgezant Paulus betuigde de bekering tot God:

Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde.

 

.

Ook de Heer Jezus, die aan Paulus verscheen, spreekt van bekering tot God:

Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.

 

.

Bekering tot God gaat gepaard met het aanroepen van God, het berouw hebben over zonden, het erkennen/belijden van zonden en het geloven in de Heer Jezus Christus (Hand 2:21). Wie zich bekeert, neemt zich voor verkeerde dingen  voortaan na te laten en wendt zich tot God met erkenning van persoonlijke zonden.

 

 

4234137

 

 

 

In- en uitwendig.

 

Deze ommekeer dient een hartezaak te zijn, niet slechts uitwendig: niet alleen een uitwendige gedragsveran-dering of een woordelijke belijdenis:

Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

Deut. 30:2 En gij zult u bekeren tot den Heere God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

 

.

Soms wordt in de Bijbel over bekering gesproken als over een inwendige verandering; soms echter ook over een uiterlijk zichtbare verandering en ook wordt van een inwendige én uitwendige ommekeer melding gemaakt. De verandering bij een bekering is zowel uitwendig als inwendigeen andere weg inslaan alsook andere gedachten of gezindheid aannemen:

 


Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den Heere zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.

 

.

geloof-beproeving

 

.

 

 

Gods werk vóór de bekering

 

De bekering is een antwoord op Gods werk aan het hart en geweten van een mens. Door middel van woorden (van christenen, uit de Bijbel), ontmoetingen, gebeurtenissen of omstandigheden spreekt God de mens aan. Evangelisten en andere christenen brengen de boodschap van de verlossing door Christus, gepaard met de oproep tot bekering en geloof.

.

 

 

Onze verantwoordelijkheid

 

Bekeren is iets dat wijzelf moeten doen. God werkt, doch de mens moet ook iets doen, hij moet zich bekeren. Wij kunnen ons er niet aan onttrekken met te zeggen: ‘God bekeert mij (nog) niet’. We moeten niet op God wachten voor onze bekering. Integendeel, God wacht op ons tot wij ons bekeren. God geeft tijd en na onze bekering vergeeft hij. De menselijke en goddelijke werkzaamheden komen in de volgende verzen naar voren:

 

Opb 2:21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.

Jer 36:3 Misschien zullen die van het huis van Juda luisteren naar al het onheil dat Ik hun denk aan te doen, zodat zij zich bekeren, ieder van zijn slechte weg en Ik hun ongerechtigheid en hun zonden zal vergeven.

Mt 13:15zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen.

 

.

 

Gevolg van de bekering

 

Het gevolg van Godswege voor de bekeerling is de ondervinding van Gods ontferming, de vergeving en uitwissing van zonden, de gave van van Heilige Geest en een eeuwig hemels erfdeel.

Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEER, zo zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig.

Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer

Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

 

God wil iedere berouwvolle bekeerling vergeving van zonden schenken, zodat de gemeenschap met Hem weer wordt hersteld en de mens opnieuw, door de Heilige Geest, in staat is Hem van harte te dienen.

 

.

 

Na de bekering de doop

.

Op de bekering hoort de doop te volgen.

 

Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

 

 

doopl1

.

 

.

Levensverandering

 

Bekering leidt tot een verandering in denken, willen, voelen en gedrag. De nieuwe levenswijze vloeit deels op ‘natuurlijke’ wijze voort uit de nieuwe natuur die de gelovige door de wedergeboorte ontvangt en uit het ver-nieuwende werk van God. Zo moet de bekeerling gevolg geven aan zijn bekering en zich gedragen de bekering waardig. Bekering moet door gehoorzaamheid aan God leiden tot een andere levensstijl.

 

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

Mt 3:8 Brengt dan vrucht voortde bekering waardig;

Tit 2:11 -14 Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen
en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw,
in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken

1Th 1:8-10 Want van u uit heeft het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en in Achaje, maar in elke plaats is uw geloof jegens God uitgegaan, zodat wij daarvan niets hoeven te zeggen; want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.

 

Miljoenen hebben, door Gods Geest en door Zijn woord bewerkt, de wondere uitwerking van deze verandering ervaren en gaan als gelukkige mensen door het leven, zij het niet zonder struikeling of strijd. Met de jongste zoon uit de gelijkenis van Luk. 15 delen zij in de vreugde “verzoend te zijn met God” en een plaats te hebben in het huis des Vaders.

 

.

 

Blijdschap in de hemel

 

Voor God is de bekering van een mens een grote, vreugdevolle verandering, zoals de Heer Jezus duidelijk maakt in de gelijkenis van de verloren zoon:

 

Lu 15:24 want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn. 

 

 

.

Noodzakelijk voor ieder mens

 

De bekering tot God, met het geloof in Jezus Christus, is nodig voor de joden en voor de andere volken, dus voor alle mensen en is nog noodzakelijk voor ieder mens, of hij religieus is of niet. Immers, er is niemand die wegens zijn zonde van nature voor God kan bestaan. Zoals Gods gezant Paulus zegt:

 

Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde. 

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damascus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

 

 

geloof-en-wetenschap

.

 

 

Bekering + geloof = behoudenis

 

Bekering dient samen te gaan met geloof in Jezus Christus. Bekering + geloof = behoudenis. Deze behoudenis omvat werkelijk veel heil en zegen. In onderstaande tabel worden bekering en geloof naast elkaar geplaatst en nader verduidelijkt:

 

.

Bekering + geloof = behoudenis
Erkennen tegenover God dat het niet goed zit met je, dat je gezondigd hebt.

Je afkeren en bereid zijn je af te keren van wat slecht is en je keren tot God.

Willen breken met verkeerde gewoonten.

Bekering betekent dat je een ander, een nieuw leven wilt gaan leiden met God.

Bekering is afslaan van een weg zonder God, invoegen op een weg met God.

 Je vertrouwen vestigen op Jezus. Je waagt het met Hem.

God op zijn Woord nemen.

Geloven dat God ook jou wil redden van je zonden en daarvoor Zijn Zoon heeft gegeven.

Een aanbod, een geschenk aannemen uit de handen van God.

Jezelf aan God overgeven.

Rusten in een werk dat volbracht is.

“Dank u wel” zeggen tegen God” voor het werk dat Jezus aan het kruis heeft volbracht.

Niet verloren gaan.

Niet in het oordeel van God komen.

Vergeving van zonden.

Uitwissing van zonden.

Kind van God geworden.

Een nieuwe schepping.

Een eeuwig erfdeel in de hemel.

Gemeenschap en omgang met God.

 

 

 

Bekering en het Koninkrijk van God

 

De oproep tot bekering klinkt in het Nieuwe Testament al vóór het verlossingswerk dat Jezus Christus aan het kruis volbracht. Het was een onderdeel van de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk van God. Het goede nieuws (‘evangelie’) dat het Koninkrijk van God nabij was gekomen werd verkondigd door Johannes de Doper en daarna door Jezus Christus.

De bekering moest niet zonder gevolg zijn, maar tot een blijvende verandering ten goede leiden: vrucht dragen, goede woorden en daden voortbrengen. Johannes de Doper zei:

 

Mt 3:8  Brengt dan vrucht voort, de bekering waardig;

De oproep tot bekering ging gepaard met de oproep om te geloven in het goede nieuws (evangelie) van het Koninkrijk:

Mr 1:14-15  Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie.

De Koning werd echter verworpen en gekruisigd. Doch God maakte hiervan een verlossingswerk. Aan het kruis droeg Jezus onze zonden en onderging de straf over onze zonden. Wie zich bekeert tot God en in Zijn Zoon Jezus gelooft, wordt overgebracht in het koninkrijk van de Zoon.

Col 1:12-14  terwijl u de Vader dankt, die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht; die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde,  in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.

Door de bekering komt men op een ander terrein, het terrein van het Koninkrijk van God.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

De Bijbelse geschiedenis.

Standaard

categorie : religie

.

.

image

.

.De Bijbelse geschiedenis is de geschiedenis die ons in de Bijbel wordt verteld. Zij is de openbaringsgeschiedenis, de geschiedenis van de zelfopenbaring van de drie-enige God. Hoewel zij uit vele geschiedenissen bestaat, is zij toch één, omdat deze allen  samen verbonden zijn door het éne openbaringsdoel dat zij beogen.

Synoniemen zijn: “gewijde geschiedenis”, “heilige geschiedenis”.

De grondslag van de Bijbelse Geschiedenis en van alle geschiedenissen vormt wat in Genesis 1-3 wordt verteld:
– De schepping van alle dingen en van de mens door God;
– De val van de mens, waardoor alle zonde en lijden in deze wereld wordt verklaard;
– De belofte van de verlossing, waarmee de geschiedenis aanvangt van Gods barmhartigheid en genade, die de hoofdinhoud vormt van heel de Bijbelse Geschiedenis. Dat bereikt haar hoogtepunt in het kruis en de kroon van de beloofde en gekomen Verlosser, Jezus Christus, Gods Zoon, onze Heere.

Alleen in deze belofte moet het beginsel van de indeling van de Bijbelse Geschiedenis worden gezocht. Want het is de belofte, die zich in de gang van de heilige historie ontplooit en door de profetie wordt verhelderd. Heel de geschiedenis werkt naar, en loopt uit op de komst van de beloofde Messias, waarmee het Oude Testament besluit en het Nieuwe Testament begint. Daaruit volgt dat de Bijbelse Geschiedenis in twee hoofddelen uiteen valt:

I  De Bijbelse geschiedenis van het Oude Testament, of de tijd der belofte;
II De Bijbelse geschiedenis van het Nieuwe Testament, of de tijd der vervulling.

Men kan de hoofdtijdperken van de Bijbelse geschiedenis op 2 manieren berekenen: vanaf de schepping van de mens en tot de geboorte van Christus tot de huidige de jaartelling.

.

De hoofdperioden volgens de tijdrekenkundige indeling van  zijn de volgende:

.

Jaar van de mens
(Anno Homini)
Vóór / na Christus Duur Periode
0-1650 A.H. 3974-2324 v.C. 1650 jaren Van de schepping tot de zondvloed
1651-2000 A.H. 2324 -1974 v.C. 350 jaren Na Zondvloed tot geboorte Abram
2001-2500 A.H. 1974 -1474 v.C. 500 jaren Van Abrams geboorte tot de Uittocht
2501-2980 A.H. 1473/4 – 993/4 v.C. 480 jaren Van Wetgeving tot 4e jaar van Salomo
2981-3366/7 A.H. 993/4 – 607 v.C. 390-3 à 4 j = 387/7 jaren Van Tempelbouw tot Ballingschap
3467-3437 A.H. 607 – 537 v.C. 70 jaren Van begin Ballingschap tot terugkeer Juda
3437-3517 A.H. 537 – 457 v.C. 80 jaren Vanaf bouw 2e Tempel tot komst Ezra
3517-4000 A.H. 457 v.C. – 26 na Chr. 483 jaren Van Ezra tot Johannes de Doper (Dan. 9:25)
4000 jaren Totaal
4000-4070 A.H. 27-97 na Chr. 70 jaren Van Johannes de Doper tot Openbaring van Joh.
4070 jaren Totaal

A.H. = Anno Homini = in het jaar van de mens (na de schepping van de mens).

.

.De evolutionisten beweren via de koolstofmethode dat de aarde miljarden jaren oud is. Het is een methode die succesvol gebruikt wordt om de ouderdom te bepalen van overleden dieren, mensen en planten. Tijdens de zondvloed hebben op de aarde echter zo een gigantische krachten alles vernietigd, dat de wetten van de fysica en scheikunde niet van toepassing waren.

De tussenkomst van God was tijdens de zondvloed enorm groots en angstwekkend. Aangezien de Bijbel het Woord van God is, en God liegt nooit, moeten bovenaardse natuurwetten de aarde op een korte tijd verzwolgen hebben. Daardoor lijken de gevonden fossielen veel ouder dan ze werkelijk zijn.

.

.

De stamboom van Adam tot de zondvloed

De stamboom van Adam tot de zondvloed

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

23 Minutes in Hell (with Dutch subtitles)/ 23 minuten in de hel (Nederlandstalige ondertiteling)

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

23 Minutes in Hell (with Dutch subtitles)

 

 

23 minuten in de hel (Nederlandstalige ondertiteling)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

Evolutie of creatie?

Standaard

categorie : religie

.

.

Evolutie of creatie : oordeel zelf

.

.

Wat een ogen !

Dit is een adelaarsvlucht van de top van de hoogste wolkenkrabber,  de Burj Khalifa toren op 828 meter boven zeeniveau, in Dubai.
Zijn meester wacht op hem, op de grond. De adelaar is voorzien van een camera .


Hij heeft geen idee dat zijn coach staat op een eiland dat eruit ziet als veel andere eilanden en gebouwen van de stad. Vanuit deze hoogte herkent hij zijn meester tussen alle andere mensen.


Je ziet hem zoeken naar zijn meester, die helemaal onzichtbaar is voor het menselijk oog en ook voor de camera. Zodra de meester opgespoord  is, strekt de vogel zijn vleugels en vliegt rechtstreeks naar hem.


Wat de deskundigen verrast is niet alleen de efficiëntie waarmee de adelaar zijn meester vindt vanuit de hoogte, maar ook de snelheid van zijn vlucht zonder het verplaatsen van de
camera, zelfs tijdens de duik.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

De stad Bethlehem

Standaard

categorie : religie

.

.

.

Bethlehem

Bethlehem in Juda

.

.

Bethlehem is in de Bijbel:

1. een stad in het stamgebied van Juda, ook Bethlehem Juda en Bethlehem Ephrata genoemd

2. een stad in het stamgebied van Zebulon. De naam “Bethlehem” (Hebr. Beit Lechem) betekent ‘huis des broods”. In Bethlehem Juda kwam de Zaligmaker, het ware Hemelbrood, ter wereld. Eerder was daar koning David geboren.

Bethlehem Juda ligt 2 uur gaans van Jeruzalem zuidwaarts. Een Bethlehemiet is iemand afkomstig van Bethlehem.

Uit Bethlehem kwamen Elimelech en Naomi, die met hun zonen naar Moab trokken, omdat er in Bethlehem hongersnood was. Nadat ze haar man en zonen had verloren, keerde ze met haar Moabietische schoondochter Ruth terug naar Bethlehem. Ruth huwt er met de vermogende Boaz, de overgrootvader van koning David, een voorvader van Christus Jezus.

In Bethlehem werd David geboren en tot koning gezalfd.

.

.

De ster van Bethlehem: de geboorteplek van Christus in de Geboortekerk

De ster van Bethlehem: de geboorteplek van Christus in de Geboortekerk

.

.

De Geboortekerk van Christus

De Geboortekerk van Christus

.

.

In Bethlehem werd later de Messias, de beloofde Verlosser van Israël, de zoon van David geboren. Nadat de wijzen uit het oosten, geleid door een ster, de woning van de pasgeboren koning (Jezus) gevonden hadden en hun geschenken hadden aangeboden, gingen ze langs een andere weg terug, zonder koning Herodes in te lichten over de verblijfplaats van het kind. Daarop liet de koning alle jongetjes tot twee jaar oud in Bethlehem vermoorden, met het oogmerk van de geboren Koning der Joden uit de weg te ruimen.

.

.

Foto: Hoofdstraat in Bethlehem 

.

.

In 1917 kwam Bethlehem met heel het land van Israël onder Brits bestuur. De eeuwen durende heerschappij van de Turken was voorbij.

In 1948 werd Bethlehem veroverd door de Jordaniërs. Jordanië regeerde over Bethlehem en de westelijke Jordaanoever tot 1967, toen het gebied door Israël werd veroverd.

In 1995 droeg Israël, krachtens de Oslo-akkoorden, Bethlehem over aan de Palestijnse Autoriteit.

.

.


Foto: kersttijd  in Bethlehem 

.

.

In Bethlehem staat de Geboortekerk ter nagedachtenis aan de geboorte van de Heiland. De basiliek werd gebouwd in 339 n.C. door de christenkoning Constantijn de Grote en zijn moeder Helena, boven de grot die men voor de plaats van Jezus’ geboorte hield. In de loop der eeuwen werd de kerk verwoest en/of herbouwd door verschillende veroveraars: de Samaritanen, Perzen, Arabieren, Kruisvaarders, Mammelukken, Turken (Ottomanen) en Britten.

Bethlehem was van ouds een dorp met een christelijke meerderheid, gebouwd rond de Geboortekerk. Toerisme was de belangrijkste industrie. Echter, het percentage christenen in Bethlehem is gedaald van 85 procent in 1948 tot 54 procent in 1967 en tot circa 30 procent in 2013. Een belangrijke oorzaak is de druk van de zijde van agressieve Islamisten, waar ook andere christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten onder lijden, behalve in Israël.

.

.

.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

John Astria

John Astria