Categorie archief: Religie

Tekstuitleg bij Mattheüs 24

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de_toe68

.

 

.

Inleiding

.

Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.

Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.

 

.

De context

.

Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.

Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.

De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.

.

 

Een overzicht van het Evangelie naar Mattheüs maakt dat duidelijk:

.

1. De afkomst van de Messias van David (1:1)

2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)

3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)

4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)

5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)

6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)

7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)

8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)

9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)

10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)

11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)

12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)

13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)

14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)

15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)

16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)

17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)

18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)

 

 

.

We kunnen het evangelie naar Mattheüs dan ook als volgt indelen:

.

Hoofdstuk 1-10   – De aankondiging en openbaring van de Koning.

Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.

Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.

Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.

Hoofdstuk 28      –  De opstanding van de Koning.

 

.

.

De sleutel tot begrip

.

Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.

Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.

Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.

Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Joden, christenen en volken

.

In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:

.

  1. Joden: in Mt24:1-35 zijn alle kenmerken Joods en van toepassing op de Joden.
  2. Christenen: in Mt24:36 tot Mt25:30 gaat het over waakzaamheid voor ‘de dag des Heren’ en de voorafgaande komst van de Heer tot zijn bruid, de Gemeente.
  3. Volken: in Mt25:31-46 gaat het over het oordeel over de volken, aan het begin van het vrederijk.

.

.

 

De vraag over de laatste dingen

.

Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:

  1. Het tijdstip waarop de tempel zal afgebroken worden.
  2. Het teken van Christus’ komst
  3. Het teken van de voleinding van de “eeuw”

De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.

In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).

 

.

Het begin van de weeën: de eerste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek.

.

Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.

De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.

Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).

 

 

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

De grote verdrukking: de laatste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek

.

Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.

Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).

In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

De wederkomst van Christus op aarde terstond

ná de grote verdrukking

.

De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).

De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.

 

.

 

De gelijkenis van de vijgenboom

.

‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.

Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).

 

 

bijbel40

 

.

 

Dit geslacht

.

‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).

Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).

.

 

.

Geen berekeningen maken

.

Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.

Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

 

 

 

De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip

.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).

Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).

In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).

Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

Het oordeel over de volken

.

Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.

 

 

.

 Conclusie

 

.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.

Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.

Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).

Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

 

Oorspronkelijke taal en vertalingen van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Oorspronkelijke taal van de Bijbel

.

Het Oude Testament is vrijwel geheel bekend in het Hebreeuws. Een groot deel van het boek Daniël is ons alleen bekend in het Aramees; naar men aanneemt is dat een vertaling van het Hebreeuwse origineel. Ook enkele delen van Ezra/Nehemia zijn Aramees, voornamelijk daar waar wordt geciteerd uit officiële stukken van de Perzen. Ook komen er hier en daar nog wat Arameese namen en uitdrukkingen voor. Het gaat om de volgende passages:

.

Waar Hoe herkenbaar (in de NBG ’51)
begin aangegeven, einde niet
 begin aangegeven, einde niet
 staat tussen gedachtestreepjes

.

In de 3e en 2e eeuw v. Chr. is van het hele Oude Testament een Griekse vertaling ontstaan, de zgn. Septuaginta. De naam is afgeleid van zeventig, volgens de legende het aantal mensen die het vertaalden. Daarom wordt deze vertaling soms ook aangeduid met het Romeinse getal voor zeventig: LXX. Deze vertaling vormde de Schrift van de eerste eeuwse kerk, later aangevuld met het Griekse Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament is ons volledig overgeleverd in het Grieks, al vinden we enkele Aramese uitdrukkingen (drie uitspraken van Jezus, twee van Paulus en een van Lucas). Er zijn mensen die willen aantonen dat de evan-geliën, zoals wij die bezitten, vertalingen zijn van Hebreeuwse originelen, maar hun argumenten zijn niet erg overtuigend. Tussen 382 en 405 is de totale Griekse Bijbel overgezet in het Latijn. Men noemt dat de Vulgaat. Dit is tot aan de Reformatie de officiële kerkbijbel geweest.

.

.

Vertalingen van de Bijbel

.

De Bijbel is geschreven in drie talen. Het Oude Testament is in het Hebreeuws, met enkele stukjes in het Aramees. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks. De oudste bekende vertaling is die van het Oude Testament in het Grieks. Deze staat bekend als de Septuaginta (vaak afgekort als LXX). De Septuaginta is gemaakt omstreeks de 2e eeuw voor Christus. Hij is gemaakt voor de vele Joden die op dat moment niet meer in Israël woonden en het Hebreeuws niet meer machtig waren.

Waar in het Nieuwe Testament het Oude aangehaald wordt, wordt vaak geciteerd uit de Septuaginta. Dit verklaart waarom een citaat in het Nieuwe Testament uit het Oude soms net iets anders is dan op de oorspronkelijke plaats. De combinatie van een Septuaginta Oude Testament en een Nieuwe Testament, dat direct in het Grieks geschreven was, vormde de complete Bijbel van de vroege Christelijke gemeenten.

Tegen het eind van het Romeinse rijk was het Grieks niet langer de voertaal van het Romeinse rijk. Er ontstond daarom vraag naar Bijbels in het Latijn, en er zijn wat vertalingen gemaakt. De kerk was hier aanvankelijk tegen omdat zij van mening was dat men bij de oorspronkelijke taal moest blijven. Uiteindelijk werd uit de bestaande vertalingen de Vulgaat (= volksbijbel) samengesteld. Dit werd vervolgens de standaard, en uiteindelijk door Rome zelfs aangewezen als de officiële Bijbel van de kerk. Dit is (in de Rooms Katholieke kerk) tot in onze tijd zo geble-ven.

In de Middeleeuwen zijn een aantal vertalingen in het Nederlands gemaakt. De bekendste hiervan is de zgn. Vlaamse Historiebijbel. Deze vertalingen werden vanuit het Latijn gemaakt. Toen de eerste gedrukte Nederlandse Bijbel werd uitgegeven (de Delftste Bijbel, van 1477) was dat een gedeelte van de Historiebijbel (het Oude Testament zonder de Psalmen).

In de Reformatie besloot Luther om een vertaling uit te geven die rechtstreeks uit de oorspronkelijke talen, He-breeuws en Grieks, was gemaakt, ca. 1520-1534. Zijn reden hiervoor was het grote aantal fouten dat in de loop der tijden in de Latijnse vertaling was ingeslopen. De Duitse ‘Luther Bijbel’ werd door Liesveldt in het Nederlands uitgegeven, waardoor er in de eerste helft van de 16e eeuw voor het eerst een complete Bijbel in het Nederlands bestond die een rechtstreekse vertaling was uit de oorspronkelijke talen. Sindsdien zijn alle protestantse vertalingen uit de oorspronkelijke talen vertaald.

Voor katholieke vertalingen is de situatie anders. Pas met de Petrus Canisius vertaling (1929) werd vertaald vanuit het Grieks en Hebreeuws. Alle eerdere vertalingen waren uit het Latijn vertaald omdat dit de officiële Bijbel van de kerk was.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

De attributen van de apostelen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Petrus: wordt afgebeeld met als attributen een sleutel, haan en omgekeerd kruis. Soms gekleed in pauselijk ornaat.

 

.

4._petrus

 

 

 

.

Johannes: zonder baard, kelk waaruit draak of slang die wegvlucht

 

 

johannes

 

 

 

.


Paulus:
zwaard

 

 

Paulus 0005(h600)

 

 

 

.


Andreas:
Andreaskruis en zwaard, soms met schaap aan de voeten

 

.

HDRtist HDR Rendering - http://www.ohanaware.com/hdrtist/

 

 

 

.


Jacobus de Meerdere
: zwaard en pelgrimskledij: Jacobschelpen, staf, hoed, veldfles, knapzak

 

 

300px-Jozefkerk_Jacobus01 de meerdere

 

 

.


Jacobus de Mindere:
lijkt zeer goed op Jezus: afgebeeld met knots en vollerstang (vollen: wollen vezels tot dichte massa bewerken.)

 

 

Jacobus de mindere 0007(h600)

 

 

 

 


Philippus:
zwaard en lans

 

 

philippus_1_m

 

 

 

 


Bartholomeüs:
mes en afgestroopte huid

 

 

bartholomeus_1_m

 

 

 

 


Matheüs:
zwaard en soms met schaap aan de voeten

 

 

Rubens_apostel_mattheus_grt

 

 

 


Simon:
zaag en (soms) schaap

 

 

1600. Houtsculptuur Nederland, Venray, St-Petrus’ Bandenkerk.” width=”249″ height=”439″>

 

 

 

 

Judas Thaddeüs: knots en (soms) schaap

 

 

image_phpRpwBkU njudas thaddeus

 

 

 

 


Thomas:
zwaard en winkelhaak

 

 

1600. Houtsculptuur Nederland, Venray, St-Petrus’ Bandenkerk.” width=”244″ height=”452″>

 

 

 

 

Matthias: bijl

 

 

mattias apostel

 

 

 

 


Judas Iskarioth:
meestal zwartharig en in het geel gekleed (kleur van de afgunst) en met geld, geldbeugel of strop in de hand

 

 

judasiskariot

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

De duif in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De duif als symbool voor de heilige geest

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

De duif

.

Onmiddellijk na zijn doop zag Jezus de Geest van God op Zich neerdalen in de vorm van een duif omdat Jezus kwam “om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen” (Matteüs 20:28). De Geest werd Hem gegeven om dat te kunnen.

En als symbool van een dienaar was de duif zeer toepasselijk. Van oudsher zijn duiven gebruikt om mensen te dienen. Zij kunnen instinctief de weg naar hun ouders terugvinden. Noach maakte van deze eigenschap gebruik toen hij wilde weten hoe ver het water van de zondvloed was gezakt (Genesis 8:8-13). De boodschap was bevre-digend en zowel de duif als het olijfblad dat zij bracht zijn sindsdien symbolen van vrede geworden.

 

 

 

Genesis 8:8-13

 

8 Daarna liet hij een duif wegvliegen, om te zien of het water al helemaal was verdwenen. 9 Maar de duif vond nog nergens een plekje om te gaan zitten en vloog naar Noach terug. Want de hele aarde stond nog onder water. Noach stak zijn hand uit en nam de duif weer terug in de boot. 10 Hij wachtte nog zeven dagen en liet de duif toen weer wegvliegen. 11 ’s Avonds kwam de duif terug met een vers olijfblad in de snavel. Daardoor wist No-ach dat het water op aarde was gezakt. 12 Hij wachtte nóg zeven dagen en liet toen de duif weer los. De duif kwam niet meer bij hem terug.

 

 

Toch eist de ware vrede, tussen God en de mens, verzoening en daarom offers. Voordat God zijn verbond met Noach aanging, bracht Noach offers van reine dieren en vogels (Genesis 8:20-22). Hoe wist hij het onderscheid tussen rein en onrein? De wet van Mozes kwam vele jaren later.

 

 

 

Genesis 8:20-22

 

20 En Noach bouwde een altaar voor de Heer. Hij koos van alle reine dieren en van alle reine vogels een aantal uit en offerde die als brand-offer op het altaar. 21 De Heer was blij met het offer en zei bij Zichzelf: “De mensen zijn slecht en bedenken van jongs af alleen maar slechte dingen. Toch zal Ik nooit meer op zo’n manier de aarde straffen. Ik zal nooit meer alles wat leeft doden. 22 Zolang de aarde bestaat, zullen voortaan zaaitijd en oogsttijd, kou en hitte, zomer en winter, en dag en nacht blijven bestaan.”

Wij concluderen dat de bepalingen in Leviticus 11 al eerder bekend waren en nemen daarom aan dat Noach duiven als brandoffer bracht. Dat was tenslotte de enige vogelsoort die als brandoffer en zonden offer onder de wet voorgeschreven was (Leviticus 1:14; 5:7, enz.).

 

 

 

Leviticus 1:14

 

14 Als hij Mij vogels wil offeren, moet hij daarvoor twee duiven nemen.

 

 

 

 

Leviticus 5: 7

 

7 Maar als iemand te arm is om een schaap of geit te offeren, moet hij twee duiven aan Mij offeren: de ene duif als vergevings-offer en de andere duif als brand-offer.

Jozef en Maria waren verplicht Jezus als eerstgeborene naar de tempel in Jeruzalem te brengen, om Hem de Here voor te stellen (Leviticus 12:6-8). Het feit dat zij twee tortelduiven als offer brachten getuigt van hun relatieve ar-moede (Lucas 2:22-24).

 

 

 

Leviticus 12:6-8

 

6 Als die tijd voorbij is, moet ze voor haar zoon of dochter een schaap van één jaar offeren als brand-offer, en een duif als vergevings-offer. Ze moet die naar de ingang van de tent van ontmoeting brengen en aan de priester geven. 7 Die moet de dieren bij de Heer offeren. Dan zal ze weer rein zijn van het bloed dat ze verloren heeft bij de geboorte van het kind. Dit zijn de regels voor vrouwen die een kind gekregen hebben. 8 Maar als een vrouw niet rijk genoeg is om een schaap of geit te offeren, dan moet ze twee duiven offeren. De ene duif is dan voor het brand-offer en de andere voor het vergevings-offer. De priester moet het offer brengen, en ze zal weer rein zijn.”

 

 

 

Lucas 2:22-24

 

22 Maria en Jozef deden alles wat volgens de wet van Mozes moet gebeuren als er een kind is geboren. Daarna namen ze Hem mee naar Jeruzalem om Hem naar de Heer God te brengen. 23 Want in de wet staat: ‘Elke eerste zoon en elk eerstgeboren dier is voor de Heer.’ 24 Ook gingen ze, zoals dat moet van de wet, het offer brengen: een paar tortelduiven of twee jonge duiven.

Van de duiven mogen wij ook iets leren over het huwelijk. We zeggen van een verliefd stel wel eens dat het net tortelduifjes zijn. Misschien heeft u wel eens een duivenpaar teder en lief bij elkaar zien zitten. Drie of vier keer per jaar komen zij tot broeden en blijven elkaar jaar op jaar trouw. Teder en trouw, zo hoort het te zijn tussen man en vrouw in een huwelijk, en vooral in geestelijke zin.

Het is geen toeval dat de bruid in het boek Hooglied telkens door haar geliefde als een duif beschreven wordt (b.v. 2:14; 5:2; 6:9), want Hooglied beeldt de relatie tussen Christus en zijn bruid uit. De onderlinge houding van broeders en zusters in het geloof wordt bepaald door hun bijzondere relatie met Hem.

 

 

 

Hooglied 2:14

 

14 Duifje van me, kom uit je rotsspleet! Kom uit je schuilplaats in de rots! Laat me je zien, laat mij je stem horen. Want jouw stem klinkt mij als muziek in de oren. En je bent zo mooi!

 

 

 

Hooglied 5: 2

 

2 Zij: “Ik sliep, maar mijn hart was wakker. Ik droomde dat mijn liefste aanklopte. Ik hoorde hem zeggen: ‘Doe open, mijn meisje, mijn liefste, mijn duifje, mijn schoonheid! Mijn hoofd is nat van de dauw. Mijn haar is nat van de waterdruppels.’

 

 

 

Hooglied 6: 9

 

9 Maar niemand is zo volmaakt als mijn duifje, de enige dochter van haar moeder. Ook haar moeder vindt haar het mooiste meisje. Als de meisjes jou zien, zullen ze je moeder vertellen dat je prachtig bent. De koninginnen en bijvrouwen zullen tegen elkaar zeggen hoe mooi ze je vinden.

.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Citaten in de Bijbel over de naaste

Standaard

categorie : religie

 

 

Harmonie!

.

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.

.
.
.

Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn.

.
.
.

Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander.

.
.
.

Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na.

.
.
.
.
.

Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.

.

 

Want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.

.
.
.

Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.

.
.

 

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.

.
.
.
.Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is.
.
.
.

Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hen niet te ergeren.

.
.

 

Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.

.
.
.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.

.
.
.

Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden.

.

 

 

Leer goed te doen.
Zoek het recht, houd tirannen in toom,
bied wezen bescherming, sta weduwen bij.
.
.
.
.

De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

.

 

 

Natuurlijk, u veroordeelt dit alles. Maar u bent evenmin te verontschuldigen. Het oordeel dat u over anderen velt, velt u over uzelf, want de dingen die u veroordeelt doet u zelf ook.

.

 

 

Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.

.

 

 

Wie zich bekommert om een vriend in nood
toont zijn eerbied voor de Ontzagwekkende.
.
.
.
.

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.

.

 

 

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.

.

 

Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.

 

 

De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen.

.

 

 

Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven.

.

 

Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben.

.
.
.

Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Spreek eerlijk recht, wees goed en zorgzaam voor elkaar; onderdruk geen weduwen en wezen en ook geen vreemdelingen en armen, en wees er niet op uit om een ander kwaad te doen.

.
.
.
.
Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.
.

Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.

.

 

 

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

.

 

 

Is dit niet het vasten dat ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?
.

 

Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

.
.
.

Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen.

.
.
.

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

.
.

 

Sta op, Heer, hef uw hand, God,
vergeet de armen niet.
.
.
.
.

Hoe kan Gods ​liefde​ in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn ​hart​ sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

.
.
.

Daarop kwam ​Petrus​ bij hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan ​vergeving​ schenken? Tot zevenmaal toe?’ Jezus​ antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven.’

.
.
.

Ondersteun ​weduwen​ die alleen staan.

.
.

Terwijl ​Petrus​ onder zware bewaking zat opgesloten, bleef de ​gemeente​ vol vuur voor hem ​bidden​ tot God.

.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Tekenen van de eindtijd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

.

Inleiding

.

Dat de wereld na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend veranderd is zal wel niemand ontkennen, daarvoor zijn er voorbeelden in overvloed te noemen. Maar er zullen weinig mensen zijn die beseffen dat wij leven in de voorlaatste fase van de geschiedenis die God met deze wereld schrijft.

.

 

Ook onder christenen is het besef dat we leven in de eindtijd jammer genoeg vaak niet of nauwelijks meer aan-wezig. Veel gebeurtenissen die in relatie staan met voorzeggingen in de Bijbel betreffende de eindtijd hebben intussen plaatsgevonden of zijn bezig zich verder te ontwikkelen.

In de zeventiger jaren was er over de eindtijd en de komst van de Heer Jezus veel aandacht, maar de belang-stelling in de ‘dingen die spoedig gebeuren moeten’ is daarna echter geleidelijk aan weggeëbd. Vandaar dat het goed is om die belangstelling weer eens aan te wakkeren want de tekenen zijn te duidelijk om ze te negeren.

.

 

1. Babylon, de grote hoer

 

Veel Bijbeluitleggers zijn van mening dat de beschrijving van de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 de profetische geschiedenis is van de christelijke kerk. Het begint met de gemeente te Efeze die haar eerste liefde heeft verlaten (2:4) en eindigt met de gemeente te Laodicea waar de Heer Jezus buiten de deur staat (3:20).

De opname van de Gemeente maakt een einde aan de geschiedenis van de Gemeente op aarde en wordt vanaf hoofdstuk 4 gezien in de hemel. Maar daarmee eindigt het christendom niet want Laodicea zal overgaan in het grote Babylon van de eindtijd. In Openbaring 17 zien we dat daar nog een geestelijke macht is die heerschappij voert over de koningen van de aarde.

Is het mogelijk dat de Wereldraad van Kerken opgericht in 1948 een voorloper is van dit grote Babylon? Het hoofddoel van de oecumenische beweging is om kerken van alle denominaties en sekten, en alle religieuze organisaties samen te brengen in één Oecumenische Kerk of Wereldkerk.

Het streven naar deze (valse) eenheid, gebaseerd op Johannes 17:21, en de oprichting in 1948 van de Wereldraad van Kerken kunnen we uniek in de geschiedenis van de Christenheid noemen en kan in verband met de eindtijd en de wederkomst van Christus gebracht worden.

Nooit eerder is er na de Reformatie zulk een streven en organisatie geweest.

 

.

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

2. Ontstaan van Europa

 

Na de Tweede Wereldoorlog beperkte het streven naar eenheid zich niet alleen tot het christendom. Het streven van de Wereldraad van Kerken naar eenheid gebeurde naar het voorbeeld van de Verenigde Naties. Deze orga-nisatie, opgericht in 1945, streefde naar het samenbrengen van alle volken op deze aarde.

Daarnaast was er in Europa ook een streven naar eenheid ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Veel eerder waren daartoe al pogingen ondernomen o.a. door Karel de Grote, Napoleon en Hitler maar allen faalden. Het verschil met hun pogingen en die van na de Tweede Wereldoorlog verschilt niet in hun doelstelling om alle landen van Europa verenigen, maar wel in hun manier.

Het Verdrag van Rome in 1953, was een verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap gevestigd werd. Om te begrijpen wat dat met de eindtijd te maken heeft moeten we teruggrijpen op het boek Daniël en in het bijzonder zijn beschrijving van het zgn. statenbeeld in hoofdstuk 2. Kort samengevat zien we daar dat, nadat Israël terzijde is gesteld, er vier wereldmachten opkomen waaraan God gezag verleend.

Dit zijn respectievelijk: het Babylonische, het Medische-Perzische, het Griekse en het Romeinse rijk.

Dat laatste rijk zal dan teniet gedaan worden door de komst van Christus die Zijn Rijk zal stichten. Dat betekent dan ook dat er voor de komst van Christus weer een ‘Romeins rijk’ aanwezig moet zijn. Vele uitleggers zien in de huidige Europese Unie de herleving van het Romeins rijk.

Treffend is de profetie van Daniël: ‘Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Daniël 2:43).

.

.

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

.

 

3. Ontstaan van de staat Israël

 

De staat Israël werd voorzegd door God: ‘Zo zegt de Here: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël’ (Ez.37:12).

Misschien is de stichting van de staat Israël door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog versneld. Hoe dan ook in 1948 was het zover en riep David Ben-Goerion op 14 mei in Tel-Aviv de staat Israël uit.

In het jaar 70 n.Chr. werd Jeruzalem door de Romeinse bevelhebber Titus verwoest en werden de joden in bal-lingschap gevoerd. Maar het Oude en het Nieuwe Testament getuigen namelijk dat er voor Israël herstel is.

‘Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis, dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschre-ven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob’ (Rom.11:25-26).

In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een ideologie, zionisme genaamd, die streefde naar het stichten van een nationale Joodse staat. Het zionisme was een antwoord op de voortdurende antisemitische vervolgingen waaraan Joden in Europa blootstonden. Sinds de oprichting van de zionistische be-weging verhuisde een steeds groter deel van de Joodse wereldbevolking naar Israël.

In 2000 woonde ongeveer 40% van alle Joden in Israël. Het huidige volk Israël verkeert nog in een staat van ongeloof maar daarin zal verandering komen. ‘Zo zegt de Heere tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (Ez.37:5, 8).

 

.

 

46946201309191543pal

 

 

.

 

4. Het jaar 1967

 

De Zesdaagse Oorlog was een oorlog die tussen 5 en 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. De term ‘Zesdaagse Oorlog’ is kort na de gebeurtenissen verzonnen door Moshe Dayan in een bewuste toespeling op de zes dagen der schepping in het Bijbelboek Genesis.

Door het innemen van de Gazastrook, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeru-zalem) en de Hoogten van Golan, verviervoudigde het door Israël gecontroleerde gebied tot 88.000 vierkante kilometer. Na felle gevechten werd heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd. Allon en Begin stelden voor om de Oude Stad, het historische centrum, van Jeruzalem in te nemen.

De bevelhebber van het Centrale Commando Uzi Narkiss, Moshe Dayan en Yitzak Rabin gingen op 7 juni 1967 om 13:00 uur de Oude Stad binnen via de Leeuwenpoort. Ze zullen toen wel niet beseft hebben dat ze daarmee de profetie van de Heer Jezus vervulden zoals vermeld in Lukas 21:24:  ‘Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn’.

 

 

 

5. De Messias-belijdende gelovigen

 

Na de gebeurtenissen van de Zesdaagse Oorlog kregen vele Joden de overtuiging dat ze leefden in bijzondere tijden. In 2014 waren er 35 Messias-belijdende gemeenten in Israël met ruim 10.000 gelovigen. Deze beweging is niet meer te stoppen en ook wereldwijd neemt het aantal Messias belijdende Joden toe.

God wil door deze Joden het nieuwe volk Israël gaan vormen. Dat er weer Joden in het land Israël zullen zijn blijkt overduidelijk uit de verzen 15-22 van de eindtijd rede in Mattheüs 24. Daarbij zijn er nog de 144000 verzegelden uit alle stammen van de Israëlieten (Openb.7:4;141, 3).

Op de bekering van Israël is het nog wachten maar Gods Woord is daar duidelijk over: ‘de tijden van verkwikking komen niet eerder dan dat Zij  over Hem, Die zij doorstoken hebben rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene (Zach.12:10).

 

 

 

6. De komende tempel

 

In Jeruzalem staat  het Visitors Center van het Temple Institute. In dit centrum kun je kennis nemen van de voort-gang van de voorbereidingen tot de bouw van een tempel. Dit centrum biedt gasten de mogelijkheid om een video te bekijken waarin de geschiedenis van de Heilige Tempel wordt vertoond.

De taak van het Temple Institute is om in de profetische tijd waarin wij leven en als leden van het menselijk ras te proberen de herbouw van de Heilige Tempel te voltooien om daarmee de woorden van de profeet Jesaja in ver-vulling te doen gaan: ‘Want mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken’ (Jes.56:7).

Uit de brief aan de Thessalonicenzen blijkt dat er vlak voor de komst van de Heer Jezus weer een tempel zal zijn want: ‘de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet’ (2 Thes.2:4).

Ook in het boek Openbaring wordt er gesproken over een tempel: ‘En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang’ (Openb.11:1-2).

De ‘derde tempel’ zoals het door orthodoxe Joden genoemd word zal niet de tempel zijn die in het boek Ezechiël beschreven wordt (Ez.40-42) maar de tempel waarin de Antichrist zich zal vertonen.

 

.

 

hoofdstuk-21-een-nieuwe-hemel-en-een-nieuwe-aarde

Openbaring hoofdstuk 21 : Het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

7. De wederkomst van de Heer

 

De eerste komst van de Heer Jezus, geboren als kind in Betlehem, kon aan de hand van de profetie van Daniël vrij nauwkeurig bepaald worden want: ‘Vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken.

Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden’ (Dan.9:25-27). 445 (voor Chr) +483 (69×7) = 38 (na Chr). Houden we nog rekening met een verschil van 3-4 jaar bij de vaststelling, dan komen we ongeveer op 33 naChr. Let wel het gaat hier niet om het tijdstip van zijn geboorte maar van het sterven van de Messias! Het NT vermeld dat er in die tijd joden waren die de Messias verwachten (Luk.2:25, 38; 23:51; Joh.4:25).

Een profetie voor wat betreft de tijdstip voor de  tweede komst van de Heer Jezus voor Israël en de volken is ons niet gegeven, eerder het tegenovergestelde. ‘En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft’ (Hand.1:7). En: ‘Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader’ (Mark.13:32).

Ondanks deze woorden van de Heer Jezus zijn er in het verleden maar ook nu nog, veel pogingen gedaan om dat tijdstip te berekenen maar ze faalden allen. Op de vraag van de discipelen: ‘Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld?’ geeft de Heer Jezus in algemene zin wel een antwoord op de dingen die zullen ge beuren maar vermeld er gelijk bij dat, ook al gebeuren deze dingen, dat dat het einde nog niet is.

(Matth.24:3-7). Voor de Opname van de Gemeente kan de Heer Jezus elk moment komen. Aan het volk Israël zijn er tekenen gegeven die in hoofdstuk 24 van het Mattheüs evangelie vermeld zijn en in de Openbaring van Johan-nes.

De zes gebeurtenissen, hierboven vermeld, zijn dan ook geen tekenen maar signalen die aangeven dat we in de eindtijd leven vlak voor de komst van de Heer Jezus.

‘Wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petr.1:19).

 

.

 

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

JOHN ASTRIA

Citaten in de Bijbel over de naaste

Standaard

categorie : religie

 

 

Harmonie!

.

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.

.
.
.

Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn.

.
.
.

Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander.

.
.
.

Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na.

.
.
.
.
.

Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.

.

 

Want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.

.
.
.

Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.

.
.

 

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.

.
.
.
.Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is.
.
.
.

Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hen niet te ergeren.

.
.

 

Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.

.
.
.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.

.
.
.

Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden.

.

 

 

Leer goed te doen.
Zoek het recht, houd tirannen in toom,
bied wezen bescherming, sta weduwen bij.
.
.
.
.

De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

.

 

 

Natuurlijk, u veroordeelt dit alles. Maar u bent evenmin te verontschuldigen. Het oordeel dat u over anderen velt, velt u over uzelf, want de dingen die u veroordeelt doet u zelf ook.

.

 

 

Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.

.

 

 

Wie zich bekommert om een vriend in nood
toont zijn eerbied voor de Ontzagwekkende.
.
.
.
.

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.

.

 

 

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.

.

 

Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.

 

 

De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen.

.

 

 

Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven.

.

 

Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben.

.
.
.

Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Spreek eerlijk recht, wees goed en zorgzaam voor elkaar; onderdruk geen weduwen en wezen en ook geen vreemdelingen en armen, en wees er niet op uit om een ander kwaad te doen.

.
.
.
.
Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.
.

Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.

.

 

 

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

.

 

 

Is dit niet het vasten dat ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?
.

 

Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

.
.
.

Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen.

.
.
.

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

.
.

 

Sta op, Heer, hef uw hand, God,
vergeet de armen niet.
.
.
.
.

Hoe kan Gods ​liefde​ in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn ​hart​ sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

.
.
.

Daarop kwam ​Petrus​ bij hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan ​vergeving​ schenken? Tot zevenmaal toe?’ Jezus​ antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven.’

.
.
.

Ondersteun ​weduwen​ die alleen staan.

.
.

Terwijl ​Petrus​ onder zware bewaking zat opgesloten, bleef de ​gemeente​ vol vuur voor hem ​bidden​ tot God.

.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Belangrijke oersymbolen

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

De aarde is van oudsher het symbool van “moeder” . De eerste bouwwerken waren kunstmatige heuvels die de buik van de zwangere vrouw symboliseerden. De vrouw en de aarde werden gezien als beginsel van vruchtbaar-heid. Deze symboliek vinden we terug bij de megalietenbouwers en bij de bouwers van de dolmen. De dolmen symboliseren de baarmoeder. Deze kunstmatige heuvels, megalieten of dolmen werden gebouwd op plaatsen waar de thallurische energie het sterkst was, waar de aarde het meest genezend, dwz. het meest “moeder” was.

 

 

oersymbool aarde

 

.

Getallen zijn symbolen waarmee we dagelijks geconfronteerd wordenIn de oudheid was het getal de uitdruk-king van de kosmische wetmatigheid. De mens zag fenomenen zoals de zon, maan, sterren en seizoenen. Hij legde verbanden en drukte ze uit in getallen. De mens zag de wetmatigheid van de kosmos en interpreteerde dit niet wetenschappelijk maar sacraal.

Zo drukte elk bouwwerk deze kosmische wetmatigheid uit en dienden zij om deze kosmische wetmatigheid te versterken. De bouwwerken werden opgericht volgens strikte geometrische patronen. Op zichzelf zijn deze geometrische figuren symbolen. De Kabbalah, een belangrijk begrip in de joodse filosofie, is gebaseerd op getallensymboliek.

 

 

Figuur2

 

.

De cirkel is het symbool van oneindigheid, van perfectie en bijgevolg van God. Het is het natuurlijke symbool van zon en maan. Voor de primitieve mens waren de  zon en maan gelijkwaardig. Visueel zijn ze ook even groot. De eerste woningen waren cirkelvormige tenten. De eerste dansen waren cirkeldansen, zij brachten de mens in trance en gaven een gevoel van heelheid.

De voorstelling van de steen der wijzen, de ridders van de ronde tafel, de slang in de vorm van een cirkel die in haar eigen staart bijt was bij de gnostici het symbool van de wijsheid en van de onsterfelijkheid. God wordt beschreven als een cirkel waar de omtrek nergens en het middelpunt overal is.

 

.

img444 circels

 

.

De driehoek is een oersymbool dat overeenkomt met de fysische vorm van het vrouwelijk geslachtsorgaan. De drie hoeken zijn de drie aspecten van de vrouw.
1. de vrouw als maagd (sacraal: als priesteres)
2. de vrouw als moeder (het leven gevend beginsel)
3. de vrouw als minnares (minnares van God, brengster van tederheid, de bezorgde en de verleidster)

Deze drie godinnen zijn één, de driehoek is dan ook het symbool van de drie-eenheid. Over het woord “maagd” zijn heel wat misvattingen. De orthodoxe opvatting over het woord maagd is zeker niet de oorspronkelijke bete-kenis zoals die door de evangelisten bedoeld werd. Het gaat niet over het biologisch feit maagd te zijn maar over de kwaliteit van het bewustzijn. Christus werd geboren uit een maagd waarmee men bedoelt dat Hij werd gebo-ren uit het onbevlekte bewustzijn. Het maagd zijn van O.L.Vrouw dienen we te interpreteren niet als een biolo-gisch feit maar in de zin van een vrouw van zuiver en onbevlekt bewustzijn. De driehoek is ook het symbool van God en van Satan. In de gnostiek, het dualisme, zijn God en Satan niet los van elkaar te koppelen.

.

.

 

 

 

Het punt is het perfecte symbool. Het is in de astrologie het symbool voor de zon. Een cirkel met in het middel-punt een punt is het symbool van de mens. De mens is het punt, de cirkel symboliseert de begrenzing van zijn wereld. In de slaap is het bewustzijn een punt, een lichtpunt. 

.

9529a743ca063427909bd51d1c7408c5 punt 

 

De spiraal is het symbool van de spirituele groei. De spiraal drukt het cyclisch karakter uit van alles. Het menselijk bestaan is cyclisch, het komt steeds terug, maar niet zoals bij een cirkel, wel op een steeds hoger of lager niveau. De mens zoekt zijn weg in een spiraal.

 

.

 

spiraal1

 

.

 

De mandala (Sanskriet voor cirkel) is een cirkel in 64 delen opgedeeld en is het symbool van energie en kracht. De mandala drukt een hogere waarneming uit van een bepaald aspect van het universum. De mandala symboli-seert kracht en energie en is er een abstracte voorstelling van.

 

 

mandala paarden

 

 

.

Het medicijnwiel (soort indiaanse mandala) is eveneens het symbool van kracht. Alles wat kracht geeft is cirkel-vormig. Een draaiende beweging van het rad geeft ons het beeld van een spiegel. Door de spiegel doorziet men het leven. Het is ook een verzameling van kruisen die in een cirkel gevat zijn.

 

 

.wielmedicijnwiel

 

.

Het hexagram, Davidster, Salomonszegel of zespuntige ster bestaat uit twee in elkaar geschoven driehoeken en wordt de laatste decennia helaas geassocieerd met de Jodenster uit het Derde Rijk. Een symbool dat afkeer, schuldgevoelens en haat oproept. Dit oeroude en wijdverbreide symbool dat we tot in de verre oudheid terug-vinden betekent echter heel wat anders.

Wanneer we het hexagram goed bekijken onderscheiden we twee in elkaar geschoven driehoeken. De driehoek met de punt naar onder symboliseert de vrouw en het vrouwelijke. De driehoek met de punt naar boven symbo-liseert de man en het mannelijke. De vrouwelijke driehoek staat voor water, de delta. De mannelijke driehoek voor het vuur en het vurige.

Waarom werd dit symbool dan voor de Joden gebruikt? De zeshoekige ster werd door koning Salomon, zoon van David, vandaar Davidster of Salomonszegel, gebruikt om God te symboliseren. Zoals we weten kent het Judaïsme geen afbeeldingen of voorstellingen van God. De ster symboliseert Jahwe en werd gedragen door de koningen van Juda (door de koninklijke messiassen, niet door de profetische of de priesterlijke).

 

.

salomonszegel

 

 

 

De swastika (Sanskriet: “het is goed”) is het symbool van welzijn en geluk. Het symboliseert de wentelgang van de vier seizoenen van het ronddraaiend jaar en van oneindigheid. De swastika is bij de Boedhisten het symbool voor de zon. In het oude China staat het hakenkruis symbool voor de oriëntering naar de vier windstreken en wordt het gebruikt om het getal tienduizend (oneindig) aan te duiden.

De oorsprong van de kruisvorm (het Grieks kruis met de gelijke balken) kan een combinatie zijn van vertikale en horizontale balken (geest en materie) of van een orientatie-situatie N-O en Z-W. Het kan refereren naar de recht-opstaande mens met gespreide armen. In de Islam is het kruis het symbool van de universele mens.

Het kruis is ook het symbool van de antichaos, het symbool van de ordening en voor het evenwicht in de mens, in het leven, in de natuur en in de kosmos. Het kruis verdeelt een vlak in vier delen, wat visueel een sterke indruk maakt en vaak als schending van een oppervlak ervaren wordt. Het is dus niet verwonderlijk dat het kruis aan-dacht opeist.

Bij de Maya’s verwijst het kruis naar de kosmische indeling in vier windstreken met als vijfde deel het centrum: de mens zelf. Bij de oud-Egyptenaren gebruikte men het kruis in de hiërogliefen om vernietiging en wraak uit te drukken. Bij de Indianen van Noord-Amerika en Canada is het kruis een antropomorf oriëntatiebeeld (antro-pomorf is de menselijke godsvoorstelling).

De top van het kruis wijst naar de richting van de koude noorderwind, de linkerkruisarm of oostelijke symboliseert het hart en de liefde. De rechterarm is de richting van de vriendelijke westenwind, de plaats van de longen waar-van de adem uitgaat en de voet van het kruis symboliseert de brandende zuidenwind en is het symbool voor de vurige passie. In de symboliek van vele Afrikaanse stammen verwijst het kruis naar de kosmos, naar de sterren of naar hemellichamen.

 

 

Gelukssymbolen met swastika

 

.

 

Het Sint-Andrieskruis (gekanteld kruis of de x-vorm) is een oorspronkelijk runeteken dat de betekenis heeft van geven. Sinds de vroegste geschiedenis van de beschaving wordt het gekantelde kruis gebruikt om een snijpunt van wegen aan te geven. Het Andrieskruis heeft in tegenstelling tot het Griekse kruis een meer dynamisch en spiritueel actief karakter.

 

.

nummer-23 st andreiskruis

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

23 Minutes in Hell (with Dutch subtitles)/ 23 minuten in de hel (Nederlandstalige ondertiteling)

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

23 Minutes in Hell (with Dutch subtitles)

 

 

23 minuten in de hel (Nederlandstalige ondertiteling)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

Een Maria-meditatie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

“Kijk in je hart naar het beeld dat Ik je zal tonen. Het is het beeld dat Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen ten volle tot uitdrukking brengt. Ik zal dit beeld voor eeuwig in je hart branden”.

 

.

8d1e2970ae3eae983f43b2b86a9ef7ac

.

 

 

Neem deze tekst goed door en visualiseer het tafereel ; vraag dan om een gunst

.

Ga op een zachte ondergrond liggen en ontspan je, let op je ademhaling en zet alle zorgen van de dag opzij. Neem daar je tijd voor.

 

  •  zie de bovenste glooiing van een bol, die de wereldbol voorstelt.
  • Op de bol staat een gouden troon. Bovenop de rugleuning van de troon zie je een lelievormig schild met daarop in sierlijke letters MDA (= Maria Domina Animarum, Maria Meesteres van alle Zielen).
  • Op de troon zie je Maria zitten. Ze draagt een wit kleed met daarover een mantel in een prachtige hemelsblauwe kleur zoals je die op deze wereld nooit gezien hebt. Over Haar hoofd hangt een schitterend goudkleurige gordel (een lint met een breedte van ongeveer 5 cm), die aan beide zijden van Haar hoofd naar beneden hangt zodat de beide uiteinden telkens buiten de armleuningen van de troon vallen en tot tegen de aardbol reiken.
  • Zie hoe Maria in de rechterhand een gouden scepter bekleed met veelkleurige edelstenen houdt. Haar linkerhand rust losjes op het voorste uiteinde van de linker armleuning. Acht van Haar vingers zijn getooid met edelstenen in verschillende kleuren (elke steen een andere kleur: de zeven kleuren van de regenboog, plus één waaruit intens goudkleurig licht straalt). De gekleurde stralen uit elk van de edelstenen verspreiden zich als lichtbundels naast Maria en vóór Haar voeten weg over de hele aardbol.
  • Op Maria’s hoofd, bovenop de goudkleurige gordel, staat een gouden kroon bekleed met veelkleurige edelstenen.
  • Bovenaan het beeld zie je de Godheid in de vorm van een verblindend wit Licht, zoals een schitterende zon, met in het midden een kruis waaruit druppels bloed vallen. Vanuit deze “zon” schiet een brede bundel schitterend wit licht omlaag, om halverwege tussen de “zon” en het hoofd van Maria over te vloeien in de Heilige Geest in de gedaante van een witte Duif.
  • Merk hoe binnenin deze Duif het wit Licht opgesplitst wordt in de zeven kleuren van de regenboog. Aan de onderzijde van de duif vertrekt een zevenkleurige stralenbundel omlaag, die breder wordt naarmate hij het hoofd van Maria nadert. Op het punt waarop deze bundel het hoofd van Maria raakt, heeft hij de breedte van Haar hoofd, zodat het lijkt alsof Haar hoofd omhuld wordt door een regenboog.
  • Je ziet het hart van Maria dat lijkt op een zon van schitterend gouden licht.
  • Aan beide zijden van Maria zie je massa’s engelen, die diep geknield liggen met het hoofd naar Maria toe. Het lijkt alsof al deze engelen “zweven” (zij raken geen grond).
  • Neem waar dat Maria’s rechtervoet op het gelaat van een duivel rust, die op het aardoppervlak ligt. Zijn kop is naar Maria toe met het gelaat naar links gedraaid, zodat het lijkt alsof de tenen van Maria’s rechtervoet op zijn wang rusten.
  • Maria’s linkervoet rust op de aardbol. Vóór deze voet liggen drie duivelse gestalten geknield, die met angstige blik naar deze voet kijken. Onder deze duivelen lijkt het aardoppervlak geopend en zie je de vlammen van de hel.
  • Aan Maria’s rechterzijde, tussen de engelen en het aardoppervlak, zie je een nevel waarin enkele gestalten eveneens geknield liggen. Deze nevel stelt het vagevuur voor. De nevel wordt bestraald door de goudkleurige straal uit één van Maria’s vingers.
  • Zie hoe Maria naar je kijkt, smeek om via Haar voorspraak te krijgen bij Christus om vergeving van je zonden te bekomen, bid 7 Weesgegroeten en vraag je eerbare gunst.

.

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Toelichting bij de meditatie

.

 Ziehier de betekenis van de hele symboliek zoals de Meesteres van alle zielen deze openbaart:

 

  • De Godheid heeft geen gestalte, Zij is puur Licht. In het centrum van het Goddelijk Licht staat het Kruis van Gods Zoon, met het Bloed waarmee Hij alle Genaden heeft ontsloten.
  • De Goddelijke Mysteries werken zich uit via de Heilige Geest. De uitsplitsing van het Goddelijk Licht in de Heilige Geest symboliseert het feit dat Gods Geest alle mogelijke Goddelijke Genaden “in opneembare vorm” naar de zielen stuurt.
  • Het hoofd van Maria wordt als het ware omhuld door de regenboog der genaden. Dit symboliseert het unieke voorrecht van de volheid der genade, die onder alle geschapen wezens slechts in Maria aanwezig is. Deze volheid van genade verheft Maria tot de unieke positie waarin Zij de uitvoerende macht van God Zelf over alle wezens kan uitoefenen.
  • Zij is omhuld door het Goddelijk Licht, wat betekent dat Zij de volheid van het Goddelijk Leven in Zich draagt, en dus ook totaal één is met Gods Wil. Hierdoor is Haar macht volkomen: elke uiting van Haar Wil geldt voor God als een uiting van Zijn Wil, en moet door alle schepselen worden aanvaard en gehoorzaamd als een uiting van Gods Wil.
  • Maria zit op een gouden troon. Deze symboliseert het feit dat Zij verheven is tot Koningin over alles wat onder God staat. Goud is de Goddelijke kleur, de kleur van de onbegrensde heiligheid en de waardigheid.
  • Maria draagt een gouden kroon bezet met veelkleurige edelstenen. De kroon is symbool voor het koningschap, de gouden kleur symboliseert het Goddelijke, de veelkleurige edelstenen symboliseren nogmaals de volheid der genaden en het feit dat God al Zijn eigenschappen in Haar heeft laten overvloeien voor de uitoefening van Haar unieke roeping als Meesteres van alle zielen.
  • De top van de rugleuning van Maria’s troon is een lelievormig schild met de initialen MDA (Maria Domina Animarum, d.w.z. Maria Meesteres van alle zielen), om aan te duiden dat Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen Haar is geschonken op grond van Haar onbevlekte zuiverheid en heiligheid (gesymboliseerd door de lelie). Volmaakte zuiverheid is de eigenschap waardoor een ziel Gods Licht TOTAAL in zich kan opnemen en verder uitstralen. Dit geldt voor geen enkele ziel buiten Maria, zodat van Haar kan worden gezegd dat Zij de Spiegel van God is.
  • Maria draagt een wit kleed, symbool voor Haar onbevlekte zuiverheid. De hemelsblauwe mantel symboliseert Haar ziel die de absolute volmaakte innerlijke Vrede in zich draagt, zoals deze anders slechts in het Hart van God Zelf te vinden is. Het lichtblauwe van een wolkenloze hemel symboliseert de diepe Vrede in haar hart, het goudkleurige lint over haar hoofd staat voor het feit dat Haar hele Wezen omhuld is in Goddelijke eigenschappen en uitwerkingen van de Goddelijke genade. Dit lint raakt aan beide zijden van de troon de aardbol, tot symbool voor het feit dat Maria Haar heerlijkheid over de zielen wil uitspreiden.
  • Maria’s Hart is een zon van schitterend gouden licht. Dit verwijst naar de absolute vlekkeloosheid van Maria’s innerlijke gesteldheden, het feit dat Zij totaal vervuld is van heiligheid en Goddelijk Leven, en het feit dat Haar macht zich uitwerkt door Haar onvergelijkbare Liefde.
  • Haar Hart is als een gouden zon. God wil hierdoor aanduiden dat Maria bij Goddelijk Besluit als het ware Goddelijke macht uitoefent, en dat Zij dit doet door de volheid van de Liefde, die letterlijk de drijvende kracht van de hele schepping is.
  • Maria’s rechterhand draagt een gouden scepter wat betekent dat Zij macht over alles heeft. De veelkleurige edelstenen op de scepter verwijzen naar deze macht die ontspringt uit de volheid van de Goddelijke genade. Haar linkerhand rust losjes op de linker armleuning wat de ongedwongenheid waarmee Zij Haar Glorie draagt benadrukt en Haar macht over de schepping aanwendt.
  • Acht van Haar vingers zijn getooid met edelstenen. Deze staan voor Maria’s rol als Middelares en Uitdeelster van alle Goddelijke genaden. Zij laat deze als stralen van gekleurd Licht (elementen van Goddelijk Leven) over alle zielen uitstralen. De edelstenen verspreiden de zeven kleuren van de regenboog die samen alle Goddelijke genaden symboliseren, en bovendien de gouden kleur tot voltooiing van de heiliging. Om deze reden bestraalt de gouden lichtbaan het vagevuur voor de loutering van de zielen die daar verblijven, en symbool voor het feit dat deze zielen hun loutering voltooien met de ondersteuning van de genaden die door Maria over hen worden uitgestort.
  • Maria’s troon staat op de aardbol, aan Haar is de macht over al het geschapene gegeven. Ook Haar linkervoet rust op de aardbol, tot teken voor Haar onbegrensde macht over alles op de wereld.
  • Maria’s rechtervoet rust op een duivel, Zij heeft voor alle eeuwigheid de duivel in Haar macht. Zij is hem gedurende Haar hele aardse leven de baas geweest, het volstaat dat één voet op hem rust om hem machteloos te maken. Zo zal Maria met de satan onder Haar voet in de volheid van de tijd aan de hele schepping verschijnen tot verkondiging van Haar meesterschap over alle zielen en van Haar definitieve overwinning over alle duisternis en alle werken der duisternis.
  • De houding van deze verslagen duivel draagt op zich nog verdere symbolen in zich: hij ligt op de aardbol, die hij wilde inpalmen, met de kop naar Maria toe gericht. Hij belaagt Maria en Haar getrouwen omdat zij zijn ultieme vijanden en hinderpalen zijn. De duivel ligt met de kop schuin gedraaid onder Maria’s voet. Zij heeft zijn kop, symbool voor zijn hoogmoed, onder Haar voet tegen de aarde gedrukt. Het feit dat Maria’s tenen niet op de schedel maar op de wang rusten, symboliseert de allerdiepste vernedering voor de duivelse gestalte.
  • Vóór Maria’s linkervoet liggen duivelen geknield, met onder hen de vlammen van de hel. Maria toont hierdoor Haar onbegrensde macht over alle duivelen en alle krachten der duisternis. De angstige blik in de ogen van de duivelse gestalten die naar Haar voet kijken, symboliseert het besef van hun machteloosheid jegens Haar. Dit beeld drukt eveneens het feit uit, dat het de satan bekend is, dat op zekere dag zijn kop door de voeten van de Meesteres van alle zielen zal worden verpletterd.
  • Aan beide zijden van Maria’s troon liggen zeeën van engelen geknield met het hoofd naar Haar toegewend, als symbool voor Maria’s meesterschap over alle engelen.

 

 

6701558 maria en duivel

 

.

 

Het totaalbeeld is dat van de Koningin en Meesteres over ALLES,

door volheid van Goddelijke genade.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria