Tagarchief: geel

Clinochloor

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Clinochloor is een groep edelstenen welke groen, grijs, geel, paars, wit of kleurloos kunnen zijn. Een aantal varian-ten van clinochloor zijn serafiniet  (diep groen met zilverkleurige patronen die het licht weerkaatsen en dus een glanzend effect geven), kammereriet (paars), cookeiet en chloriet.

 

 

chlinochloor ruw

 

 

 

clinochloor bewerkt

 

 

 

 

serafiniet ruw

 

 

 

serafiniet bewerkt

 

 

 

 

kammereriet ruw

 

 

 

 

hanger kammereriet

 

 

 

 

cookeiet ruw

 

 

 

 

kwarts met cookeiet

 

 

 

 

chloriet ruw

 

 

 

 

chloriet bewerkt

 

 

 

Etymologie

 

Clinochloor komt van de Griekse woorden klino, wat schuin, en chloros, wat groen betekent.

 

 

clinochloor grijs

 

 

 

clinochloor paars

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: (Mg,Fe++)5Al(Si3Al)O10(OH)8

hardheid: 2- 2,5

dichtheid: 2,55 – 2,75

 

 

chloriet in kwarts

 

 

 

chloriet in bergkristal

 

 

 

 

 

 

Bostulp : Tulipa sylvestris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

bostulp

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de opvallende, gele, tulp-achtige bloemen, waarvan
– de buitenste drie bloemdekbladen aan de buitenkant groenig zijn

.

.

.

.

Algemeen 

.

Bostulp is een overblijvend, zeer zeldzaam bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid- en Zuidoost-Europa. Ze behoort tot de stinsenplanten en je vindt haar dan ook voornamelijk op buitenplaatsen, bij oude huizen en op kerkhoven. Ze is ook te koop als tuinplant. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, kleiige grasgrond. In de schaduw zal ze nauwelijks tot bloei komen. De bollen vormen ondergronds lange uitlopers, waar aan de top een nieuw bolletje wordt gevormd.

.

.

baronfoto_342

.

.

Bloemen

.

Bostulp bloeit in april en mei met alleenstaande, geurende, gele, voor het opengaan knikkende bloemen, die 6 toegespitste bloemdekbladen hebben; drie smalle buitenste bladen, die aan de buitenkant groenig geel zijn en later naar buiten krullen en drie bredere, aan de voet gewimperde binnenste bladen, die zowel aan de binnen- als aan de buitenkant geel zijn.

.

.

.

.

Bladeren

.

’s Nachts en bij regenachtig weer sluiten de bloemen zich en gaan hangen om het stuifmeel te beschermen. De bloemsteel is kaal en rond en draagt 2 of 3 lange, lancetvormige, blauwgroene bladeren. Niet bloeiende bollen hebben maar 1 blad. Spitten, ploegen en schoffelen schijnt een gunstige uitwerking op de bloei te hebben. Vaak bloeien de bollen daarna zeer uitbundig.

.

.

.

.

Algemeen

– leliefamilie (Liliaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 20 tot 50 cm

Bloem
– geel
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 7 tot 8 cm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wildebloemen

.

.

.

..

3d-gouden-pijl-5271528

..

.

John Astria

Viltig kruiskruid : Jacobaea erucifolia

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de gele “kruiskruid” bloemen en
– de tot dubbel geveerde vlakke bladeren met omgerolde randen en
– de viltige beharing, die later op de bovenkant verdwijnt

.

.

.

.

Algemeen

.

Viltig kruiskruid is een overblijvende plant van 30 tot 120 cm hoog. Ze komt algemeen voor op in de Lage Landen. Ze groeit op vochtige, kalkhoudende, grazige grond, vooral op beplante dijken en aan slootkanten.

.

.

.

.

Bloem

.

De bloeiperiode is vanaf eind juli tot en met september. Ze begint later te bloeien dan jakobskruiskruid. De gele bloemhoofdjes bestaan uit buisbloemen (in het hart) en 12 tot 15 straalbloemen. Een enkele keer ontbreken de straalbloemen. De hoofdjes staan in schermvormige pluimen. De omwindselbladen hebben meestal geen zwarte top, die van de bloemhoofdjes van jakobskruiskruid wel.

.

.

.

.

Blad en stengel

.

De bladeren zijn tot dubbel geveerd en spinnenwebachtig behaard. De beharing aan de bovenkant verdwijnt later. De bladslippen staan in 1 vlak en de bladrand is iets omgerold. De bladeren van jakobskruiskruid zijn ook tot dubbel geveerd, maar vaak gekroesd, niet behaard en hebben geen omgerolde rand. De stengels zijn groen, soms rood, boven het midden vertakt en evenals de bladeren spinnenwebachtig behaard. Ook die beharing verdwijnt.

.

.

.

.

.

.

Herkennen vergelijkbare kruiskruiden
bezemkruiskruid : blad vlezig en zeer smal

jacobskruiskruid : omwindselbladen met zwarte punt / blad (dubbel) geveerd

viltig kruiskruid : omwindselbladen zonder zwarte punt / blad (dubbel) geveerd

duinkruiskruid : zonder straalbloemen / blad (dubbel) geveerd

waterkruiskruid : blad met grote eindslip (ongeveer de helft van het blad) / blad (dubbel) geveerd

schaduwkruiskruid : tanden bladrand opzij gericht / blad langwerpig

rivierkruiskruid : tanden bladrand naar de top gericht / blad langwerpig

moeraskuiskruid : onderkant grijs viltig behaard, bladeren staan ook vaak omhoog gericht / blad langwerpig

.

.

.

bezemkruiskruid

.

.

jacobskruiskruid

.

.

duinkruiskruid

.

.

waterkruiskruid

.

.

schaduwkruiskruid

.

.

rivierkruiskruid

.

.

moeraskruiskruid

.

.

Algemeen

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf eind juli t/m september
– hoofdjes in schermvormige pluimen
– lint- en straalbloemen
– 12 tot 15 mm
– omwindselblaadjes meestal zonder   zwarte punt

Blad
– vespreid
– tot dubbel geveerd
– top spits
– rand gaaf en omgerold
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard, later kaal
– gesteept
– gegroefd

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Watergentiaan : Nymphoides peltata

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de goudgele, gewimperde bloemen
– de kleine, ronde, drijvende bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Watergentiaan is een zout mijdende, overblijvende waterplant, die groeit in stilstaand of zwak stromend, voedselrijk, zoet water in rivierlopen, plassen, kanalen en sloten, vooral op klei. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. Ze bloeit met goudgele bloemen, die boven het water uitsteken. Ze blijven slechts enkele uren open en dan nog alleen bij helder zonnig weer. De kroonbladen hebben een brede donkerder middenstreep en zijn aan de rand gewimperd.

 

 

 

 

 

Blad

 

De drijvende bladeren zijn nagenoeg rond met een diepe insnijding, waar de steel zit. Ze worden zelden groter dan 10 cm.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– watergentiaanfamilie (Menyanthaceae)
– overblijvend
– algemeen tot ontbrekend
– 90 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juli t/m september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 3 tot 5 cm
– 5 kroonbladen
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rond
– top stomp
– rand gegolfd
– voet hartvormig
– netnervig
– drijvend

Stengel
– rechtop
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Johachidoliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Johachidoliet is een calcium-aluminium-boraat. Het mineraal kan licht doorschijnend zijn en is wit tot geel van kleur, met een glasachtige glans.

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Johachidoliet is vernoemd naar de oorspronkelijke vindplaats, Johachido in Noord-Korea.

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Johachidoliet wordt tegenwoordig nog gevonden in Myanmar (Birma).

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CaAlB3O7

hardheid: 7,5

dichtheid: 3,4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schermhavikskruid : Hieracium umbellatum

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de paardenbloem-achtige bloemenhoofdjes, die
– vaak schermvormig gegroepeerd staan en
– de stengels met veel, zeer smalle, weinig getande bladeren en
– de aan de top naar buiten gebogen omwindselblaadjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Schermhavikskruid is overblijvende plant van 10 tot 120 cm hoog, die groeit op min of meer voedselrijke zandgrond in lichte bossen, (licht beschaduwde) bermen en in de duinen. Ze komt algemeen voor in de Lage Landen en in de duinen langs de gehele kust. Elders is ze aangevoerd met duinzand.

 

 

 

 

Bloem

 

Schermhavikskruid bloeit vanaf juli tot in de herfst. Ze bloeit met paardenbloem-achtige bloemhoofdjes, die vaak schermvormig of in 2 boven elkaar staande kransen aan het einde van de stengel gegroepeerd staan. Ken- merkend voor schermhavikskruid zijn de naar buiten omgebogen toppen van de onderste en middelste omwindselblaadjes.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De kort behaarde stengels zijn rijk bebladerd met zeer smalle, weinig getande, kort behaarde bladeren. De rozetbladeren zijn in de bloeitijd verdord.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn een aantal havikskruiden, die je op het eerste gezicht zou kunnen verwarren met schermhavikskruid. De uitstaande top van de onderste en middelste omwindselblaadjes is kenmerkend voor schermhavikskruid.

Schermhavikskruid behoort tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.

 

.

In totaal bestaat de groep uit 39 soorten. Ze zijn te verdelen in twee groepen :

 

– de groep met minimaal 2 volwaardige bladeren aan de bloeistengel; hiertoe behoort schermhavikskruid.
Zie de pagina “Sleutel gele composieten met blad“.

– de groep met een kale bloeistengel of met hooguit 1 blad of een aantal schubvormige bladeren.
Zie de pagina “Sleutel gele composieten zonder blad“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juli tot in de herfst
– hoofdje
– alleen lintbloemen
– 2 tot 3 cm
– schermvormige pluim of 2 kransen
– stijlen geel

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf of verwijderd getand
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– kort, zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Vierde miniatuur: derde visioen van het Eerste Boek

Standaard

categorie : Hildergard Von Bingen

 

 

 

 

.

 

Derde visioen van het Eerste Boek

 

 

 

.
.
.
.
.
.
 Terwijl we deze prachtige compositie van Ptolomaeus’ wereldbeeld op ons laten inwerken, luisteren we naar wat de hemelse Stem zegt:
.
.

“God die alles door Zijn Wil te voorschijn riep, heeft ieder ding geschapen, opdat Zijn Naam erdoor gekend en geëerd zou zijn. Doch niet alleen het zichtbare en het tijdelijke maakt Hij door Zijn schepping bekend, maar ook het onzichtbare en het eeuwige.”

 

Door de zonde heeft de kosmos, die samengesteld is uit vier elementen aarde, water, lucht en vuur, zijn oorspronkelijke harmonie verloren. Maar de rol van de kosmos, symbool te zijn van de toekomstige en nieuwe harmonie, is voor Hildegard zoveel duidelijker geworden. Daarbij komt dat de wanorde en de barensweeën van de kosmos een grotere verbondenheid te weeg brengen tussen de mikro- en de makrokosmos.

Wat wellicht het eerste opvalt bij het zien van deze miniatuur, is de ovale vorm van de kosmos. Dit is een persoonlijk stempel die Hildegard hier legt op het reeds duizendjarig motief van het wereldbeeld, ontworpen door de Griekse astronoom Ptolomaeus uit de tweede eeuw na Christus.

De gangbare voorstelling is cirkelvormig, of zoals Hildegard zelf op latere leeftijd in haar Liber Divinorum Operum aangeeft, de vorm van een rad. Waarom spreekt zij hier van eivormig? In haar uitleg geeft zij er een symbolische betekenis aan. Deze vorm wijst de gelovige op de almachtige God, die niet te vatten is in zijn majesteit en niet te doorvorsen is in zijn geheimen.

Terwijl Hildegard nog bezig is met het mysterie van het kwaad, wijst zij reeds op God als bron en doel van onze hoop op het herstel van het nieuwe leven. Denken wij aan nieuw leven, dan denken wij ook aan een ei. Daar komt bij dat Hildegard, in haar poging om het onderscheid en verband tussen de verschillende elementen in de opbouw van de kosmos aan te duiden, het een prachtig beeld vond in het afpellen van de verschillende lagen van een ei rondom de dooier die in het midden hangt. De ronde vorm van de dooier was een voor de hand liggend beeld van de aarde, welke voor die tijd het middelpunt vormde van de hele samengestelde kosmos.

Dit grootse motief van de kosmos in eivorm is door de miniaturist uitgewerkt tegen een achtergrond van geel en blauw met witte puntjes. Hierover wordt niet gesproken in de tekst, maar het is mogelijk in deze twee kleuren een beeld van God zelf te zien, waarin de kosmos hangt. Het geel komen we straks tegen in miniatuur 27 voor de deugd Veritas, in miniatuur 29 voor de deugd Castitas en tenslotte in miniatuur 30 voor de Sapientia. Van haar wordt uitdrukkelijk gezegd, dat zij in goud gekleed gaan.

Maar de kunstenaar moest, omdat het bladgoud al zoveel gebruikt is, naar een andere kleur uitzien om de goudkleur uit te beelden, zoals in deze miniatuur naast de gouden vlammen. Zo slaat het geel, alias goud, op God als Scheppende Geest en het blauw op Zijn goedheid. Dit is te zien in de miniaturen 10 en 11.

Een tweede motief is de buitenste ring die bestaat uit vergulde met rood uitgetekende vlammen en de daarop volgende cirkel van een benauwende zwarte kleur. In deze laag zien we bliksemschichten en hagelkorrels uitgebeeld. Deze tegenstelling, tussen het vurig licht en de zwarte duisternis rondom de aardbol die in het midden van de blauwe sterrenhemel hangt, is voor Hildegard het beeld van het mysterie van het kwaad, dat zich opstelt tussen God en de geschapen mens.

Het is de strijd van het licht tegen de duisternis en zijn uiteindelijke overwinning waarover het hele boek Scivias spreekt. We zien in deze miniatuur nòg een keer de tegenstelling door goud en zwart uitgebeeld en wel in de wereldbol die daar in het midden zweeft. In de visioensbeschrijving is niet aangegeven hoe die zwevende bol er uitzag, alleen wordt er van een wereldbol gesproken.

Dom Baillet spreekt hier van de vier elementen, de aarde is groen, het water blauw en wit en hij probeert het goud en het zwart uit te leggen als vuur en lucht. Men kan ook uitleggen dat hier in het goud en het zwart weer die tegenstelling te zien is van licht en duisternis, het goed en kwaad.

Ditzelfde motief komt voor in de miniaturen over het doopsel waar Christus, de nieuw gedoopte, de twee wegen zal tonen. De ene weg naar het licht is aangeduid door het goud en de ander naar de duisternis is aangeduid door het zwart, nog verduidelijkt door de rode vlammen van de hel. Het feit, dat heel de compositie door de miniaturist binnen de omlijsting is gehouden, wijst op de overtuiging van Hildegard dat al het geschapene door de menselijke geest begrepen kan worden.

We zien in de buitenste ring van vlammen drie planeten samen met de grote zonnester die het kader van de eivorm overschrijden. Zij verbeelden het mysterie van de Menswording van de Eniggeborene des Vaders (steeds door de zon aangeduid omdat Hij de bron is van alle licht) en het mysterie van de Drievuldigheid die de menselijke geest te boven gaan. Maar tegelijk heeft de kunstenaar door dit overschrijden van het kader prachtig de eivorm van de kosmos onderstreept.

In de buitenste ring van vuur zien we rechts drie rode kopjes blazen. Zij stellen de Zuidenwind voor met haar nevenwinden, die hun oorsprong vinden in deze vurige zone. Links zien we in de buitenste ring drie groene kopjes uitgebeeld die bliksemschichten en hagelkorrels spuwen. Zij stellen de Noordenwind voor met haar nevenwinden. In de blauwe hemelse zone met de sterren huist de Oostenwind, onderaan door groene kopjes aangeduid, en in de waterhoudende ring rondom de aardbol bevindt zich de Westenwind, door drie grijze kopjes weergegeven.

Het motief van de vier windstreken speelde een grote rol in de verbeeldingswereld van de middeleeuwse mens en kreeg een grote plaats toebedeeld in de symbolentaal. Deze symbolen zullen we dan ook in onze miniaturenserie dikwijls ontmoeten. Zoals reeds gezegd, is het ei voor Hildegard een kernbeeld om de viriditas, de groeikracht van de hele schepping, uit te beelden. Op dit gegeven gaat het volgende visioen dieper in.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De Zamioculcas

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Zamioculcas komt uit de familie Araeca, tot deze familie behoren ook de Anthurium, Spathiphylum en de Zantedeschia. Deze plant is sinds 1996 begonnen aan een opmars in de Nederlandse huiskamers, zijn populariteit heeft hij te danken aan zijn eenvoudige onderhoud. Deze plant vindt zijn oorsprong in Zanzibar, Kenia en Madagaskar.

.

 

zamioculcas_pr

.

 

 

 

Zamioculcas onderhoud:

.

Water geven

 

Zamioculcassen verbruiken niet veel water. Bij te veel water bestaat de kans dat de onderste bladeren geel worden. In de winter mag de grond gerust twee á vier weken droog staan. In de zomer is één week voldoende. De hoeveelheid water voor de Zamioculcas is afhankelijk van onder andere de temperatuur, grootte van de plant en de lichtinstensiteit. Zorg ervoor dat er geen water onderin de pot komt te staan. Gebruik daarom geen hydrokorrels voor op de bodem.

De grond moet namelijk instaat zijn al het vocht te kunnen absorberen. Mocht het zo zijn dat de grond na een week nog steeds erg vochtig is, dan is het raadzaam om per gierbeurt minder water te geven. Bij twijfel kun je beter te weinig dan te veel water geven. Bij het water geven van de Zamioculcas is het belangrijk om eerst de grond goed op te laten drogen alvorens nieuw water te geven.

 

 

.

Sproeien

 

De Zamioculcas sproeien is niet noodzakelijk, wel helpt dit het stof te verwijderen.

 

 

 

.

.

 

Standplaats

 

Zamioculcassen stellen geen hoge eisen aan de lichtintensiteit. Een zonnige standplaats is ook mogelijk. Maar pas in het begin op met direct zonlicht. De Zamioculcas wordt namelijk opgekweekt onder gefilterd licht. Draai de Zamioculcas regelmatig, dit bevordert een gelijkmatige groei. Geleidelijk kan de Zamioculcas dichterbij het raam komen te staan.

Wanneer de Zamioculcas te weinig licht ontvangt zal dit de groei doen remmen. Bij teveel licht groeit de Zamioculcas erg snel. Het risico hierbij is dat hij bezwijkt onder zijn eigen gewicht en hierdoor zal sterven. Wanneer de Zamioculcas te veel gaat hangen kunt u het beste de plant 1 á 2 meter verder van het raam plaatsen.

Plaats deze kamerplanten 2-3 meter voor een raam op het op westen of oosten. Bij een raam op het zuiden is een afstand van 3-4 meter van het raam aan te raden. Direct voor een raam op het noorden is ook mogelijk. In de lente en zomer kan deze kamerplant ook naar buiten. Pas echter op met de overgang naar direct zonlicht. Vermijdt de middag zon, deze is schadelijk voor de plant.

 

 

.

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 12 °C
‘S nachts: +/- 5 °C

 

 

 

.

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Zamioculcas direct na de aanschaf of in de lente verpotten. De lente heeft de voorkeur omdat eventueel beschadigde wortels dan sneller herstellen. Herhaal dit proces eens per 3 jaar. Plaats deze woonplant in een pot die minimaal 20% breder is dan de kweekpot en gebruik hiervoor normale potgrond. Gebruik geen hydrokorrels op de bodem. Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en gaat rotten.

Het is wel raadzaam 10% hydrokorrels door de grond te mengen. Dit zorgt ervoor dat de grond beter draineert. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creeërt een grotere waterbuffer omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

.

 

Voeding

 

De Zamioculcas groeit redelijk snel en heeft hierdoor ook voeding nodig. Bemest de binnenplant met vloeibare voeding in de lente en zomer. Doe dit niet in de winter, dit zal de plant schaden. Gebruik de helft van de dosering die is aangegeven op de verpakking van de vloeibare voeding.

 

 

 

 

 

 

Verkleurende bladeren

 

Geel blad is niet meer te redden en kan je het beste verwijderen. Dit komt niet altijd door een slechte verzorging, het kan ook simpelweg oud blad zijn. Bij de Zamioculcas is te veel water vaak de oorzaak.

 

 

.

Snoeien

 

Het gele blad kun je het beste verwijderen. Dit oogt mooier en bespaard de plant energie. De gele bladeren kun je simpelweg verwijderen door deze zo dicht mogelijk bij de stengel af te knippen. Vergeet achteraf niet je handen te wassen. De Zamioculcas is namelijk matig giftig.

 

 

 

Vermeerderen

 

Als je de plant wil stekken, is het voldoende om een stengel af te snijden en deze in een pot met vochtige aarde te plaatsen. Na verloop van tijd vormt de stek een wortelstok, waaruit nieuwe stengels en bladeren gaan groeien. Het beste moment om je Zamioculcas te stekken is in de lente. Vergeet achteraf niet je handen te wassen. De Zamioculcas is namelijk matig giftig.

 

.

.

.

 

Bloemen

 

Wanneer de Zamioculcas goed wordt verzorgd bestaat de kans dat hij bloemen produceert, dit gebeurt echter niet vaak. Wanneer de Zamioculcas bloeit is het belangrijk te realiseren dat het de plant veel energie kost. Het is daarom raadzaam deze te verwijderen.

 

 

Giftig?

 

De Zamioculcas is matig giftig. Pas hiermee dus op bij dieren en kinderen.

 

 

 

 

 

Ziektes

 

Van nature is de Zamioculcas een plant die zelden last heeft van ongedierte, ziektes of plagen. Mede door de structuur van het blad van de Zamioculcas is luis er gemakkelijk af te spoelen, doe dit door middel van een lauw warme douche.

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Rhyoliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemeen

 

Ryoliet, of verouderd lipariet, is een op graniet lijkend vulkanisch stollingsgesteente met een felsische samen-stelling. Het is een uitvloeiingsgesteente en bestaat voor meer dan 68% uit silica. De naam ryoliet is gevormd uit de Griekse woorden ῤεῖν (rheîn), stromen, en λίθος (líthos), steen.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Ryoliet heeft kleine kristallen. Bij uitvloeiingsgesteenten koelt het aan het aardoppervlak gekomen magma (en vanaf dat moment lava genoemd) snel tot zeer snel af, waardoor er geen tijd is voor de mineralen om grote kris-tallen te ontwikkelen. Ryoliet bestaat doorgaans uit de mineralen kwarts, kaliveldspaat en plagioklaas. Sporen van meer mafische mineralen als biotiet, amfibool en pyroxeen kunnen aanwezig zijn in ryolieten.

Door het hoge silicapercentage in ryoliet, is het gesmolten gesteente erg viskeus (stroperig). Hierdoor zullen lava-stromen met een ryolietsamenstelling veel minder mobiel zijn dan de laag viskeuze mafische en daardoor snel-stromende basalten. Als ryoliet zo snel afkoelt dat het helemaal geen kristallen kan vormen, wordt gesproken van een vitrofier, of vulkanisch glas. De bekendste variant hiervan is obsidiaan.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Ryolieten komen overal voor waar hoog viskeuze magma ondanks de stroperigheid toch het aardoppervlak kan bereiken en snel stollen. Ryoliet, dat in het Japans ook wel koga genoemd wordt, komt voor in heuvels van de Schotse vallei Glen Coe, in Nijiima, Japan en het Italiaanse Lipari. Ook in Nieuw-Zeeland en in IJsland komen ryoliet-vulkanen voor.

Door de minerale samenstelling is ryoliet veelal licht van kleur. Ook kan deze kleur variëren, van wit via roze tot lichtgroen aan toe. Ryoliet heeft als het maar een sprankje licht ontvangt een zeer heldere kleur in het landschap, soms zelfs zo helder dat het lijkt alsof het licht uitzendt. Mooie voorbeelden hiervan zijn onder meer te vinden op Landmannalaugar, een gebied op IJsland.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: hoofdzakelijke SiO2

hardheid: 6-6,5

dichtheid: 2,5-2,7

 

 

Firemountain Rhyoliet

 

 

Ryoliet
RhyoliteUSGOV.jpg
Indeling der stollingsgesteenten
SiO2 uitvloeings-
gesteente
gang-
gesteente
diepte-
gesteente
felsisch >~70 ryoliet granofier graniet
~70-63 daciet granodioriet
intermediair 63-52 andesiet dioriet
mafisch 52-45 basalt doleriet gabbro
ultramafisch <45 komatiiet peridotiet

 

 

 

Kabamba Rhyoliet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pastinaak : Pastinaca sativa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele platte schermen, bestaande uit kleine bloemetjes met naar binnen gerolde blaadjes en
– de geveerde bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Pastinaak is behaarde, rechtop groeiende, tweejarige plant met een kantig gegroefde stengel, die groeit op vochtige, voedselrijke, grazige grond langs wegen, op dijken en in de uiterwaarden, ook op omgewerkte grond in de duinen. Ze wordt 40 tot 100 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juli tot en met september met geurende gele bloemschermen, die bestaan uit 9 tot 20 ongelijke stralen. Het hoofdscherm is meestal groter dan de zijschermen. De bloemetjes zijn erg klein en hebben 5 naar binnen gerolde kelkblaadjes. De vruchtjes zijn plat en ovaal.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De wortel heeft een crème-witte kleur en een anijsachtige smaak. De wortel was voor de introductie van de aardappel een belangrijk voedsel. Net als van een aantal andere schermbloemigen, zoals bv reuzenberenklauw, kan het sap van de plant tot huidverbranding leiden.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Vergelijkbare andere gele schermbloemigen zijn venkel en dille. Beiden zijn niet inheemse planten en worden gekweekt als keukenkruid. Zeer zelden kun je een verwilderd exemplaar treffen. Het verschil met pastinaak is gelijk te zien aan de bladeren. De bladeren van zowel venkel als dille zijn 3- tot 4-vouwdig geveerd met draadvormige slippen.

 

 

venkel

 

 

wortel venkel

 

 

 

dille

 

 

 

 

dille

 

 

 

 

Algemeen

 

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– tweejarig
– algemeen tot zeldzaam voorkomend
– tot 100 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf juli t/m september
– scherm, 5 tot 20 stralen
– 1,5 mm
– stervormig
– 5 naar binnen gerolde kroonbladen
– 0 tot 2 omwindselblaadjes, die afvallen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– enkel, soms dubbel, geveerd
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand ongelijk gekarteld/gezaagd
– veernervig
– bovenkant vaak glanzend
– onderkant behaard tot kaal

Stengel
– rechtop
– behaard
– kantig, diep gegroefd

zie wilde bloemen