Tagarchief: geel

Hopklaver : Medicago lupulina

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder gele bloemhoofdjes met vlinderbloemen, die na de bloei afvallen en
– de vruchthoofdjes met niervormige vruchtjes, die van groen naar zwart verkleuren en
– het driedelige klaverblad, waarvan de deelblaadjes een spitsje hebben

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hopklaver is eenjarig en zeer algemeen voorkomend. Ze groeit op vochtige tot droge, voedselrijke grond in gras-landen en bermen, ook op stenige plaatsen. Hopklaver wordt 7 tot 50 cm hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf april tot in de herfst met helder gele bloemhoofdjes van 10 tot 50 (gewoonlijk 30 tot 40) bloemen. De bloemhoofdjes staan op een lange steel in de bladoksels, zijn eerst rond, later eirond. Na de bloei vallen de bruinachtig geworden bloemetjes af en worden vruchthoofdjes zichtbaar met niervormige vruchtjes, die eerst groen zijn en later bij rijpheid zwart worden.

 

 

 

 

 

Blad

 

De verspreid staande bladeren bestaan uit 3 deelblaadjes, die omgekeerd eirond, behaard en boven het midden het breedst zijn. Het topblaadje is langer gesteeld dat de twee andere.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Hopklaver is snelgroeiend en wordt daarom soms als veevoer gekweekt. Behalve als veevoer wordt ze ook uitge-zaaid als groenbemester, omdat ze met behulp van bacteriën stikstof in de bodem kan vastleggen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

hopklaver : 10-50 bloemig helder geel hoofdje, niervormige groene (later zwarte) vruchtjes, afvallende bloemen, vierkantige stengel.

 

kleine klaver : 3-15(-25) bloemig geel hoofdje, waarvan de bloemen na de bloei verkleuren naar geelbruin, niet afvallen maar gaan hangen, ronde stengel.

 

 

 

 

 

 

 

liggende klaver : 20-40 bloemig citroen- tot gouddeel hoofdje, waarvan de bloemen een duidelijk geplooide, brede vlag hebben, niet afvallen, kleurloos tot lichtbruin verkleuren, ronde stengel.

 

 

 

 

 

Algemeen

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 7 tot 50 cm

Bloem
– helder geel
– vanaf april tot in de herfst
– hoofdje, 4-8 mm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld handvormig
– deelblaadjes :
– omgekeerd eirond
– zeer kort gesteeld
– top iets gerand met spitsje
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– opstijgend of liggend
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Merliniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

De naam merliniet, ook wel dendriet opaal genoemd, is gegeven aan een uniek gesteente, ontdekt in Madagaskar. Het is een combinatie van kwarts en veldspaat en andere nog onbekende mineralen  Merliniet is wit met zwart en grijs en soms geel van kleur. De steen kan ondoorzichtig en doorschijnend zijn.
.
.
.

ruw

.

.

.

.

.

.

.

Etymologie

.

Merliniet is vernoemd naar de tovenaar Merlijn uit de legenden van Koning Arthur vanwege zijn sterke connectie met magie.

.

.

ruw

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

 Duinviooltje : Viola curtisii

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

 

Goed te herkennen aan
– (meestal) drie verschillende kleuren kroonbladen en
– de groeiplaats; in de duinen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Duinviooltje is een overblijvend plantje van 10 tot 25 cm hoog. Ze komt algemeen voor in de duinen, vaak enigszins op verstuivende, voedselarme zandgrond. De plekken waar konijnen actief zijn hebben de voorkeur; ze doet het erg goed op konijnenmest. Komt ze buiten de duingebieden voor dan is ze aangevoerd met duinzand of je hebt een driekleurig viooltje gevonden.

Duinviooltje heeft een dunne, verticale, zich vertakkende wortelstok, waaruit meestal veel opstijgende stengels groeien. De penwortels gaan tot 1 meter diep. Bij droogte kan duinviooltje zo nog aan water komen. Tevens kan duinviooltje goed tegen vorst.

 

 

driekleurig viooltje

 

 

 

BLoem

 

Duinviooltje bloeit vanaf april tot in de herfst. De hoofdbloei valt in april en mei. De bloemen zijn blauw- of roodpaars met wit en lichtgeel. Soms zijn ze geheel paars, geelachtig of wittig. In de herfst zijn de bloemen vaak wat kleiner. De onderste kroonbladen zijn altijd lichter van kleur dan de bovenste. De gele vlek aan de basis van het onderste kroonblad vormt samen met de donkerpaarse streepjes het honingmerk.

De spoor reikt ongeveer 1,5 tot 3 mm verder dan de kelkbladen, duidelijk langer dan de spoor van driekleurig viooltje, dat hoogstens tot 1 mm voorbij de kelkbladen steekt.

.

 

 

 

 

Blad

De bladeren zijn donkergroen. In de winter zijn ze paars verkleurd. De bovenste zijn lancet- tot lijnlancetvormig; smal in vergelijking met die van driekleurig viooltje. De onderste bladeren zijn eirond tot rond, meestal vlezig. De steunblaadjes (de blaadjes aan de voet van de bladsteel) zijn veervormig met lange smalle eindslip.

.

 

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duinen
– (5) 10 tot 25 cm

Bloem
– combinatie van paars, wit en geel
– vanaf april tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– 15 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste rond of eirond
– bovenste lancet- tot lijnlancetvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend of bovengronds liggend
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aardpeer : Helianthus tuberosus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine zonnebloem-achtige bloemenhoofdjes met
– omwindsel bladen langer dan de breedte van het omwindsel én
– de late bloeiperiode; oktober – november én
– de hoogte van de plant; tot wel 2,40 meter

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aardpeer is een opvallende, hoge, behaarde plant van het najaar. Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In de Lage Landen is ze ingeburgerd tussen 1900 en 1924, waar ze sinds jaren dichte bestanden vormt. Ze is zeld-zaam, maar wel toenemend. Ze groeit op natte, zeer voedselrijke grond in oever ruigten en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardpeer bloeit laat in de herfst; in oktober en november. De alleenstaande bloemenhoofdjes lijken wat op kleine zonnebloemen. Ze hebben gele straalbloemen. Het hart is ook geel, maar wat donkerder. Dat komt ook door de donkerbruine, bijna zwarte meeldraden, die om de stijl zitten als een kokertje. De lancetvormige omwindsel blaadjes zijn even lang als of langer dan het omwindsel breed is en ze staan geheel of gedeeltelijk af.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Volgens Heukels zijn de bovenste bladeren niet veel kleiner dan de onderste. Toch vind ik de allerbovenste bladeren wel veel kleiner. De bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn kort behaard. Ook de stengels zijn kort behaard en rolrond, soms bovenaan gegroefd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De ondergrondse knollen van aardpeer hebben een nootachtige smaak, die zoeter wordt als het een keer gevroren heeft. Ze hebben een dunne schil, hoeven daarom niet geschild te worden. Ze kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. De knollen bevatten verschillende stoffen, waardoor aardpeer toepasbaar is bij suikerziekte, prikkelbare darmsyndroom, obstipatie en diarree.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Aardpeer wordt ook wel topinamboer, knolzonnebloem of Jeruzalem-artisjok genoemd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Slipbladige rudbeckia heeft gedeelde bladeren en een kegelvormig hart. Stijve rudbeckia is geheel ruw behaard, zoals aardpeer, maar wordt half zo hoog én de bloemenhoofdjes hebben een donkerbruin hart. Stijve zonne-bloem bloeit eerder en heeft kortere omwindsel bladeren.

 

 

slipbladige rubeckia

.

 

 

stijve rubeckia

.

 

 

stijve zonnebloem

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)

– overblijvend
– zeldzaam
– 1,20 tot 2,40 meter

Bloem
– geel
– oktober en november
– hoofdje
– lang gesteeld, alleenstaand
– 4 tot 8 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand getand
– voet aflopend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– bovenaan vertakt
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

.

 

 

 

Magnesiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Magnesiet is kleurloos, wit, geel, groen tot bruin. De steen is doorschijnend tot doorzichtig met een glasachtige glans. De steen kan, gepolijst, makkelijk verward worden met howliet. Magnesiet wordt soms turquoise geverfd als goedkope imitatie van turkoois. Het verschil tussen magnesiet en howliet is met het blote oog bijna niet te zien. De mineralen kunnen alleen betrouwbaar onderscheiden worden met behulp van een zuurtest waarbij mineraalpoeder voorzichtig in een verwarmde oplossing van 10% zoutzuur wordt gestrooid.

Magnesietpoeder ontwikkelt hierbij gasbelletjes en howliet veranderd in een gel-achtige massa. Uiterlijk is het enige verschil dat de aders in howliet eerder grijs zijn en in magnesiet meer bruin of zwart. Het verven van magnesiet maakt zijn energie of werking minder krachtig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: MgCO3

hardheid: 3,7-4,3

dichtheid: 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klein kruiskruid : Senecio vulgaris

Standaard

kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de gele bloemhoofdjes zonder straalbloemen en
– de glanzende geveerde bladeren

.

.

.

.

Algemeen

.

Klein kruiskruid is zeer algemeen voorkomende eenjarige plant. Ze kan tot 50 cm hoog worden. Vooral omge-werkte grond heeft de voorkeur, maar ook tussen stoeptegels kom je klein kruiskruid tegen.

.

.

.

.

Bloem

.

Klein kruiskruid bloeit bijna het hele jaar, behalve bij strenge vorst, met kleine gele bloemhoofdjes, die meer hoog dan breed zijn met zwart gepunte omwindsel blaadjes. De bloemhoofdjes staan in losse pluimen aan het einde van de stengel. Ze bestaan uitsluitend uit gele buisbloemen, straalbloemen ontbreken. De hoofdjes blijven lang gesloten en gaan ook nooit erg ver open.

.

.

.

.

Blad

.

De bladeren van klein kruiskruid zijn glanzend groen.

.

.

.

.

Bijzonderheden

.

Voor de bestuiving zorgt de plant zelf. Dus ook bij ongunstig weer, wanneer het nog te koud is voor de insecten, produceert ze veel zaadjes. De zaden groeien in zeer korte tijd uit tot volwaardige planten. Ook die produceren weer opnieuw zaden, die door het vruchtpluis makkelijk door de wind verspreid worden. Al met al een plantje dat je niet snel uit je tuin krijgt.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten

.

boskruiskruid : heeft een aantal naar buiten omgerolde straalbloemen, sterk ruikend, niet kleverig.

kleverig kruiskruid : kleverig door talrijke klierharen.

.

boskruiskruid :

.

  •  heeft een aantal naar buiten omgerolde straalbloemen, sterk ruikend, niet kleverig.

.

Boskruiskruid Senetio sylvaticus 5

.

kleverig kruiskruid : 

.

  • kleverig door talrijke klierharen
  • De bovenkant van de bladeren is glanzend groen en enigszins behaard, soms ook kaal.
  • De omwindselblaadjes hebben een zwarte punt.
  • De buitenste (onderste) omwindselblaadjes zijn voor de helft zwart.
  • De hoofdjes bestaan enkel uit buisbloemen, straalbloemen ontbreken.

.


01191Kruiskruid klerverig bloem 1copy

.

.

Algemeen

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 7 tot 50 cm hoog

Bloem
– geel
– hele jaar, behalve bij strenge vorst
– hoofdje
– 1 cm lang, 4 à 5 mm breed
– buisbloemen
– omwindselbladeren zwarte top

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– veervormig ingesneden tot de helft
– top spits
– rand getand of gelobd
– voet onderste bladeren steelvormig   versmald
– voet bovenste al dan niet   stengelomvattend
– veernervig
– vlezig
– bovenkant glanzend
– kaal of gedeeltelijk spinnenwebachtig   behaard

Stengel
– rechtop
– licht behaard

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

.

De 7 stralen van het Goddelijke bewustzijn

Standaard

categorie : reiki en de aura

.

.

7 stralen van het Goddelijke bewustzijn

.

De eindeloze stroom van kosmische energie die vanuit de Bron des Levens het hele Universum overspoelt manifesteert zich in de vorm van 7 verschillende stralen. Iedere straal vertegenwoordigt een bepaald aspect van een Goddelijk bewustzijn. Alle 7 stralen bevinden zich op een uniek trillingsniveau van het kleurenspectrum. Dat wil zeggen dat 7 verschillende kleuren de dragers zijn van spirituele informatie over iedere straal. Als je op de juiste manier de kleur van een Goddelijke Straal in je leven gebruikt, activeer je de geestelijke kwaliteiten van de desbetreffende straal.

.

.

.

.

Dit zijn de kleuren en de kwaliteiten van de 7 Goddelijke Stralen:

.

 

De 1ste straal is blauw van kleur en vertegenwoordigt de volgende aspecten van het leven: bescherming, kracht, macht, leiderschap, geloof, missie, Goddelijke plan, blauwdruk, Goddelijke wil, wilskracht, gehoorzaamheid aan de wil van God.

De 2de straal is goud-geel van kleur en vertegenwoordigt de volgende aspecten: verlichting, wijsheid, Goddelijke bewustzijn, zelfkennis, zelfonderzoek, begrip, psychologie, open bewustzijn, persoonlijke overwinning over het massabewustzijn.

De 3de straal is roze van kleur en vertegenwoordigt de volgende aspecten: schoonheid, kunst, Goddelijke liefde, creativiteit, inspiratie, devotie naar de goddelijke kant in het leven, adoratie, liefde en respectnaar alles wat heilig in het leven is.

De 4de straal is wit van kleur, het is de witte vuurkern die binnenin alle stralen te vinden is. De witte straal is het middelpunt van de goddelijke creatie, de kern van het zijn. Witte straal vertegenwoordigt de spirituele vlam van de Goddelijke Moeder, van Kundalini – levensenergie, en de Hemelvaartsvlam, die de ziel terug naar haar spirituele oorsprong brengt. De kwaliteiten van de witte straal zijn: zuiverheid, zelfdiscipline, zelfbeheersing, geduld, perfectie, orde, structuur, respect, balans, harmonie en eer.

De 5de straal is groen van kleur en vertegenwoordigt de volgende aspecten van het leven: wetenschap, analyse, concentratie, onderzoek, genezing, geluid, klank, muziek, natuur, goddelijke waarheid, kristallisatie van de spirituele energie in de materie, Goddelijke visie, overvloed.

De 6de straal is purper met gouden tintellingen, donkerpaars van kleur en vertegenwoordigt de volgende kwaliteiten: vrede, broederschap, dienstbaarheid, goddelijke oordeel, nederigheid, altruïsme, overgave, naastenliefde, praktische spiritualiteit.

7de straal is violet-magenta van kleur. Symbolisch gezien is het de kleur van de samensmelting van de 1ste blauwe straal met de 3de roze straal. De smelting van de energieën van Goddelijke kracht en Goddelijke liefde manifesteert violette straal, de straal van vergeving en bevrijding van de ziel. De kwaliteiten van de violette straal zijn: vrijheid,vergeving, compassie, rechtvaardigheid, genade, transmutatie vanverleden, zuivering van heden, verbetering van de kansen in de toekomst, vernieuwing, verandering, alchemie, geheime leer, magie,priesterschap, mysticisme, ritueel.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Boerenwormkruid : Tanacetum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de talrijke gele schijfvormige bloemhoofdjes en
– de geveerde bladeren en
– de groei in grote pollen

.

.

.

.

.

Algemeen

.

Boerenwormkruid is een sterk ruikende, overblijvende plant van 60 tot 120 cm hoog. Ze vormt grote pollen door ondergrondse uitlopers. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Je vindt boerenwormkruid op vochtige tot droge, omgewerkte grond op dijken en in bermen, de uiterwaarden, langs spoorwegen en aan akkerranden.

.

.

.

.

Bloem

.

Ze bloeit vanaf juli tot en met september met gele bloemen, die schermvormige pluimen vormen aan het einde van de stengel.

.

.

.

.

.

Blad en stengel

.

De bladeren doen wat denken aan varenbladeren. In het volle zonlicht richten zij zich plat naar het zuiden. Als ze gewreven worden geven ze een kruidige geur af. De stengel is enigszins verhout en bovenaan sterk vertakt.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Boerenwormkruid kent vele toepassingen. Zo is het een insecten werend middel en verjaagt onder andere vlie-gen, muggen, mieren en vlooien. Vroeger werd het bij mens en dier gebruikt als middel tegen wormen. Verder is ze zeer geschikt voor droogbloem boeketten, omdat de bloemen bij droging mooi hun gele kleur behouden.

.

.

.

.

Algemeen

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– vrij zeldzaam in het noordelijk   zeekleigebied
– 60 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juli t/m september
– hoofdje
– schermvormige pluim
– alleen buisbloemen
– 7 tot 13 mm
– omwindselblaadjes vliezig gerand

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel afgebroken veerdelig
– top spits of toegespitst
– rand scherp gezaagd
– voet gevleugld
– veernervig
– bovenste niet gesteeld

Stengel
– rechtop
– enigszins verhout
– glad en kaal
– bovenaan vertakt
– meerkantig

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Lemon kwarts

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Lemon kwarts, ook wel lemon citrien genoemd, is een variëteit van kwarts of citrien welke licht of donker geel van kleur is met soms een groenige gloed, en waarbij oranje- of bruintinten ontbreken. Meestal wordt deze variëteit kunstmatig geproduceerd door amethyst en ijzer op hoge temperaturen te verhitten. Ook door bestraling van bergkristal kan een intense lichtgele kleur ontstaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Lemon kwarts is vernoemd naar zijn kleur. Lemon is Engels voor citroen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Lemon kwarts wordt meestal geproduceerd met kwarts uit Brazilië.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: hoofdzakelijk SiO2 met sporen van Al en Fe

hardheid: 7

dichtheid: 2,65

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rode jaspis

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Kenmerken van rode jaspis

 

De rode variëteit van jaspis kan verschillende tinten rood tot roodbruin hebben, De steen is soms egaal rood, maar vertoont vaak vlekken of strepen. Rode jaspis kan een mooie tekening hebben, dankzij de verschillende kleurschakeringen. Een bijzonder soort is de brecciejaspis. Deze bestaat uit kleine fragmenten rode jaspis, die aan elkaar geklit zijn met kwarts.

Rode jaspis is een van de weinige edelstenen die je gewoon tijdens een wandeling kunt vinden op een grindpad, op het strand of in een zandverstuiving. De rode jaspis is geliefd voor ringen, hangers en kralen. En het is een van de belangrijkste heelstenen, die vooral voor de onderste drie chakra’s wordt gebruikt. De jaspis is meestal rood, maar kan ook geel, bruin of groen zijn.

.

.

 

jaspis

.

.

Herkomst van de naam

 

Het woord jaspis komt waarschijnlijk uit een Semitische taal in het Midden-Oosten. Het betekent ‘gespikkelde steen’. Een andere naam is silex. Dit is Latijn voor ‘vuursteen, kwarts’.

.

.

.

.

Door de eeuwen heen

 

Jaspis werd in de Oudheid voor de moeder van alle edelstenen gehouden. De edelsteen wordt genoemd in La-tijnse, Griekse en Hebreeuwse geschriften. Ook documenten van de oude Indusbeschaving (ca 3300-1300 v.Chr.) verwijzen naar deze steen. Jaspis was een geliefkoosd materiaal voor kleine amuletten, sieraden, versiering van het heft van wapens. In het Stenen Tijdperk werden wapens, sieraden en gebruiksvoorwerpen vervaardigd van ro-de jaspis. Er zijn Babylonische rolzegels van rode jaspis gevonden. De oudsten worden geschat op ongeveer 4000 jaar oud. Met je persoonlijk rolzegel gaf je in die tijd je akkoord voor een transactie (vergelijkbaar met je handte-kening nu).

In Egypte sneed men graag scarabeeën uit rode jaspis. Deze amuletten moesten beschermen tegen enge ziektes, heksen en demonen en rampspoed. Scarabeeën die aan doden meegegeven werden, moesten hun eigenaar beschermen tegen onheil in het dodenrijk. Er zijn rode jaspis-amuletten van slangenkoppen gevonden; zo’n slangenkop moest beschermen tegen slangenbeten.

In de Middeleeuwen was de rode jaspis een echte mannensteen. Vanwege de rode kleur werd hij verbonden met Mars, de oud-Romeinse oorlogsgod. Wapens versierd met rode jaspis zouden de kracht en moed van de eigenaar aanmerkelijk versterken. Het zwaard Balmung van Siegfried uit de Nibelungensage had volgens de legende een heft bezet met jaspis. In de Middeleeuwen geloofde men dat een amulet van rode jaspis je scherp van gedachten en snel van actie maakte. Daarnaast zou dit amulet beschermen tegen pech, onheil en onnodige risico’s. Ook in deze tijd was de rode jaspis een geliefde steen voor zegelringen, kralen en sieraden.

De Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) gebruikte graag rode jaspis tegen een groot aantal kwalen en problemen, waaronder beten van insecten, spinnen en slangen, vallende ziekte en maanziekte. Door tijdens het baren een stuk rode jaspis vast te houden, zou de moeder zichzelf en haar kind beschermen tegen boze gees-ten. De Amerikaanse Indianen gebruikten de rode jaspis in rituelen om regen op te roepen. De steen stond bij hen te boek als regenbrenger.

.

.

jaspis rood 2

.

.

2427-Rode-jaspis-engel-nr.6-46x32x17mm-31-gram-1

.

.

Spiritueel

 

* Rode jaspis maakt vasthoudend, doelgericht en wilskrachtig.
* De rode jaspis versterkt de creativiteit, ondersteunt de groei van geesteskinderen. Latent aanwezige talenten en vaardigheden komen tot bloei met rode jaspis, inclusief intuïtie en visionaire gaven.
* Rode jaspis vergemakkelijkt uittredingen en reizen naar andere dimensies. De edelsteen helpt om weer veilig terug te keren.
* Rode jaspis vergroot de liefde voor de medemens en de bereidheid om iets voor anderen te betekenen.
* Rode jaspissoorten helpen negatieve energieën af te vloeien en positieve energieën aan te trekken.
* Jaspis maakt eerlijk en oprecht (ook naar jezelf!).
* Rode jaspis helpt moeilijke situaties te hanteren en vervelende taken uit te voeren.
* Rode jaspis helpt bij het verwerken van oude trauma’s en verdriet

.

.

.

.

Chemische samenstelling

 

 

De rode kleur wordt veroorzaakt door ingesloten ijzeroxide. Rode jaspis kan overgaan in andere kleuren jaspis. De steen kan vlekken of strepen in allerlei kleuren vertonen. Dat is meestal witte kwarts of een andere kleur jaspis.

 

Samenstelling: SiO2 + Fe2O3 of Fe3O2
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: mat, vetglans, glasglans
Transparantie: ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig, ruw
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,91
Kristalstelsel: trigonaal, microkristallijn

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

John Astria

John Astria