Tagarchief: stuifmeel

Bostulp : Tulipa sylvestris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

bostulp

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de opvallende, gele, tulp-achtige bloemen, waarvan
– de buitenste drie bloemdekbladen aan de buitenkant groenig zijn

.

.

.

.

Algemeen 

.

Bostulp is een overblijvend, zeer zeldzaam bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid- en Zuidoost-Europa. Ze behoort tot de stinsenplanten en je vindt haar dan ook voornamelijk op buitenplaatsen, bij oude huizen en op kerkhoven. Ze is ook te koop als tuinplant. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, kleiige grasgrond. In de schaduw zal ze nauwelijks tot bloei komen. De bollen vormen ondergronds lange uitlopers, waar aan de top een nieuw bolletje wordt gevormd.

.

.

baronfoto_342

.

.

Bloemen

.

Bostulp bloeit in april en mei met alleenstaande, geurende, gele, voor het opengaan knikkende bloemen, die 6 toegespitste bloemdekbladen hebben; drie smalle buitenste bladen, die aan de buitenkant groenig geel zijn en later naar buiten krullen en drie bredere, aan de voet gewimperde binnenste bladen, die zowel aan de binnen- als aan de buitenkant geel zijn.

.

.

.

.

Bladeren

.

’s Nachts en bij regenachtig weer sluiten de bloemen zich en gaan hangen om het stuifmeel te beschermen. De bloemsteel is kaal en rond en draagt 2 of 3 lange, lancetvormige, blauwgroene bladeren. Niet bloeiende bollen hebben maar 1 blad. Spitten, ploegen en schoffelen schijnt een gunstige uitwerking op de bloei te hebben. Vaak bloeien de bollen daarna zeer uitbundig.

.

.

.

.

Algemeen

– leliefamilie (Liliaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 20 tot 50 cm

Bloem
– geel
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 7 tot 8 cm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wildebloemen

.

.

.

..

3d-gouden-pijl-5271528

..

.

John Astria

Moerasandoorn : Stachys palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de roze/lila aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande lipbloemen en
– langwerpige tot lancetvormige behaarde bladeren

 

.

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasandoorn is een zeer algemeen voorkomende zwak geurende overblijvende plant. Ze wordt 30 tot 80 (120) cm hoog en groeit op vochtige, voedselrijke plaatsen aan oevers van rivieren en sloten, in drassige graslanden en lichte moerasbossen.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus (soms tot oktober) met roze/lila lipbloemen, waarvan de onderlip een donkere tekening heeft (honingmerk). De bloemen staan met 4 tot 10 bloemen in schijnkransen aan het einde van de stengel in een aarvormige bloeiwijze. De bloemen worden door veel insecten bezocht, zowel voor het stuifmeel als voor de nectar.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan paarsgewijs om de stengel, de onderste zijn heel kort gesteeld, de middelste en bovenste zittend of half stengelomvattend. Ze zijn langwerpig van vorm tot 15 cm lang en behaard. Ook de stengel en de bloemkelken zijn behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd moerasandoorn gebruikt als geneesmiddel voor sneden en wonden. De bladeren hebben een ontsmettende werking.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

bosandoorn : donker roodpaarse bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : roze bloemen (zelden wit), bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 

 

 

stinkende ballote : lichtpaarse bloemen (zelden wit), bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

 

Zowel watermunt als wolfspoot behoren tot de dezelfde familie als moerasandoorn (Lamiaceae). Toch lijkt moerasandoorn op afstand meer op de grote kattenstaart. Beiden groeien aan de waterkant met aarvormige bloeiwijzen. Grote kattenstaart bloeit echter uitbundiger, heeft geen lipbloemen, maar stervormige bloemen en de bloemen zijn feller van kleur.

 

 

watermunt

 

 

wolfspoot

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 80 (120) cm hoog

Bloem
– roze, lila (zelden wit)
– juli en augustus (oktober)
– schijnkrans
– 14 tot 18 mm
– lipbloemen
– 3-delige onderlip met donkere   tekening
– behaarde kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet zwak hartvormig of afgerond
– netnervig
– onderste kort gesteeld
– bovenste zittend of half   stengelomvattend
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

De maagdelijkheid van de lelie

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

If you have two loaves of bread, sell one and buy a lily

Chinees spreekwoord

Algemeen

.

De symboliek van de lelie is wijdverspreid en dateert al uit de tijd van de oude Grieken en Romeinen. Hun bruiden kregen een kroon van lelies met de hoop op een puur en vruchtbaar leven. De lelie wordt met veel verheven betekenissen geassocieerd: maagdelijkheid, vrede, vruchtbaarheid, puurheid, geestelijke liefde, onschuld, vergankelijkheid, koninklijk, zuiverheid.

.

.

Tijgerlelie

.

.

De witte lelie wordt ook wel Madonna-lelie genoemd en is vaak te zien als religieus symbool in combinatie met de maagd Maria. Dezelfde witte lelie is echter ook op graven te vinden als symbool van de dood. Vaandels en vlaggen in de Middeleeuwen voerden het symbool van de lelie als teken van vrede. De lelie is sinds 1179 ook terug te vinden in het wapen van de Koning van Frankrijk.

.

.

witte lelie

.

.

Soorten

.

Lelies behoren tot het plantengeslacht Liliaceae. Een paar bekende soorten zijn:

Tijgerlelies gespikkelde lelies met hangende bloemen
Oriëntaalse lelies lelies met grote geurende bloemen
Aziatische lelies de “normale” soort lelies met opstaande bloemen
Tulbandtype lelies met sterk teruggeslagen bloembladeren
Trompetlelies lelies met trompetvormige bloemen (bij de Longiflorum zijn de bloemen lang en dun)

.

.

tijgerlelie

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

   Oriëntaalse lelie

FD12035WH oriëntaalse lelie

.

.

  Aziatische lelie

2211 aziatisch

.

.

tulbandlelie

266px-Lilium_martagon_(flower) tulbaznd

.

.

  trompetlelie

10171trompet

.

.

Kenmerken

.

Een leliebol is geschubd met vlezige bladdelen. Lelies maken in tegenstelling tot andere bollen ook wortels aan de zijde waar de stengel uit de bol komt. De bloem van de lelie is klokvormig. Veel lelies hebben een heerlijke maar ietwat zware geur.

.

Bijzonderheden

.

De Franse lelie is een symbool dat tot op de dag van vandaag kan worden teruggevonden in interieurdecoraties zoals behang, gordijnen, kussens, serviezen en siervoorwerpen, maar ook op veel vlaggen van Franstalige gebieden. Deze Fleur-de-Lys (of fleur-de-lis) heeft een historisch verleden dat terugvoert naar de kroning van Clovis (465 – 511), de koning der Franken.

De maagd Maria zou Clovis een lelie hebben gegeven en de olie voor de zalving van de koning zou uit de hemel zijn komen vallen. Vanaf dat moment werd de lelie een symbool van rechtstreeks van God verkregen macht.

In de loop der eeuwen nam het leliesymbool een steeds belangrijker plaats in. De Franse vlag toonde een tijdlang gouden lelies op een witte ondergrond. Pas na de revolutie tegen Karel X van Frankrijk in 1830 verdween het symbool definitief van de nationale vlag van Frankrijk. Er bestaat overigens enige onduidelijkheid over de naam. Lys of lis betekent in het Frans gewoon lelie, maar het symbool zelf is eigenlijk een gestileerde iris ook wel lis genoemd.

.

.

Franse lelie

.

.

Verzorgingstips

.

  • Gebruik snijbloemenvoedsel voor een betere bloei.
  • Plaats de lelies niet bij rijpend fruit in verband met ethyleenvorming.
  • Vermijd dat er blad in het water hangt.
  • Haal ongeveer drie cm. van de steel af met een scherp mes.
  • Zet lelies niet in de felle zon.
  • Kijk uit voor stuifmeelvlekken op kleding. Mocht er toch een vlek ontstaan, verwijder die dan niet met een natte doek maar met een droge borstel. Andere manieren van reinigen zijn het buitenhangen van de kleding in zon en wind, of het stuifmeel voorzichtig met een plakbandje van de kleding halen.

 

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

mijne kop a4                                                                                      John Astria

De vijgeboom in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

De vijgenboom

.

Vanaf het begin van de schepping zijn er vijgenbomen. Na hun overtreding van Gods gebod probeerden Adam en Eva hun schaamte met vijgen bladeren te bedekken (Genesis 3: 7). Ook voor het moment dat Gods plan vol-tooid is, is er sprake van de vijgenboom, maar dan als beeld van vrede: “Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, zonder dat iemand hen opschrikt” (Micha 4: 4).

.

.

Genesis 3: 7

.

7 Toen zagen ze de waarheid: ze zagen dat ze naakt waren. Daarom maakten ze twee schorten van de bladeren van een vijgenboom. Zo hadden ze iets om aan te trekken.

.

.

.

.

De vijgenboom is een loofboom, waarvan de nieuwe bladeren pas laat in het voorjaar verschijnen. Hij is een snelle groeier, omdat zijn wortels zich diep in de grond boren en over een groot gebied verspreiden. Na zeven jaar draagt hij voor het eerst vrucht. Wat opvalt is dat je in de Bijbel nooit over zijn bloemen leest. En hierin ligt zijn geheim: die zitten in de vrucht. De bestuiving van de vijgenboom is opvallend, er zijn namelijk zowel mannelijke als vrouwelijke vijgenbomen. Er is een bepaald soort wesp waarvan het vrouwtje, die in een mannelijke boom uit het ei komt, door een nauwe opening van de vijg naar buiten vliegt.

Daarbij raakt zij het mannelijke stuifmeel aan, dat zij vervolgens naar een vrouwelijke boom brengt, met het doel daar haar eieren te leggen. Dat lukt haar niet, want de vrouwelijke bloemstijlen zijn te lang, dus komen er geen larven voort. Maar de bestoven bloemen zijn wel vruchtbaar. De Here Jezus gebruikt de vijgenboom in zijn leer vooral als beeld van het volk Israël. In Lucas 13: 6-9 vergelijkt Hij zijn volksgenoten met een onvruchtbare vijgen-boom, die rijp is om omgehakt te worden. Als hovenier is Hij bereid hen een laatste kans te geven door hen te bemesten, d.w.z. hen nog krachtiger aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.

.

.

Lucas 13: 6-9

.

.6 Jezus legde hun dit uit met een verhaal: “Er was iemand die in zijn wijngaard een vijgenboom had geplant. Op een dag ging hij kijken of er al vijgen aan zaten. Maar hij vond niets. 7 Toen zei hij tegen de tuinman: ‘Ik kom nu al voor het derde jaar kijken of er vijgen aan deze boom zitten, en ik vind er nooit één. Hak hem nu maar om! Waarom zou hij een stuk grond in beslag nemen als dat helemaal geen nut heeft?’ 8 De tuinman antwoordde hem: ‘Heer, laat hem dit jaar nog staan. Dan zal ik eerst nog eens de grond omspitten en er mest bij doen. 9 Als er dan het volgende jaar vijgen aan zitten, is het goed. Maar als hij dan nóg geen vijgen krijgt, moet u hem maar omhakken.’ ”

.

.

.

.

Maar deze extra inspanning bleek tevergeefs, want een half jaar later vervloekt Hij een vijgenboom in de buurt van Jeruzalem, omdat die wel bladeren, maar geen vruchten heeft (Matteüs 21: 18-22). Dit is geen ongeduld, maar een levend beeld van de natie Israël die de schijn van godsdienst toont, maar in werkelijkheid geen godsvrucht voortbrengt.

.

.

Matteüs 21: 18-22

.

18 ’s Morgens vroeg ging Jezus terug naar de stad. Hij had honger. 19 Hij zag een vijgenboom langs de weg staan en liep erheen om te kijken of er vijgen aan zaten. Maar er zaten alleen bladeren aan. En Hij zei tegen de boom: “Ik wil dat er nooit meer vijgen aan jou groeien!” Onmiddellijk verdroogde de boom. 20 Toen de leer-lingen dat zagen, waren ze erg verbaasd en vroegen: “Hoe kan het dat de vijgenboom zo plotseling is ver-droogd?” 21 Jezus antwoordde: “Luister goed! Ik zeg jullie: als jullie geloof hebben en niet twijfelen, dan zullen jullie niet alleen doen wat er met de vijgenboom is gebeurd. Maar zelfs als jullie tegen deze berg zeggen: ‘Kom van de grond en gooi jezelf in de zee,’ dan zal dat gebeuren. 22 Alles waar jullie vol geloof om bidden, zullen jullie krijgen.”

.

.

.

.

De Here past dit beeld ook toe op zijn wederkomst (Lucas 21: 29-31). Het uitlopen van de boom duidt op het weer opbloeien van Israël als natie, iets dat in recente tijden werkelijkheid is geworden. De zomer van zijn Koninkrijk komt er aan.

.

.

Lucas 21: 29-31

.

29 En Hij legde het hun uit met een voorbeeld: “Kijk eens naar de vijgenbomen en de andere bomen. 30 Zodra je ziet dat er blaadjes aan beginnen te komen, weet je dat de zomer eraan komt. 31 Zo kunnen jullie ook weten dat als al deze dingen gebeuren, het Koninkrijk van God eraan komt. 32 Luister goed! Ik zeg jullie dat de men-sen van deze tijd dit nog zullen meemaken. 33 De hemel en de aarde zullen ophouden te bestaan, maar mijn woorden zullen altijd blijven.

.

.

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Luzerne : Medicago sativa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
aan de eivormige tot langwerpige, rijkbloemige, lang gesteelde trossen paarse (soms witte), kortgesteelde vlinderbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Luzerne is een overblijvende, 30 tot 80 cm hoge plant. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen. Ze groeit op min of meer vochtige plaatsen in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Luzerne bloeit vanaf juni tot en met september. De bloeiwijze is een rijkbloemige, eivormige tot langwerpige tros vlinderbloemen. Ze zijn kort gesteeld, doorgaans paars, soms zijn ze wit. De trossen zijn lang gesteeld en staan in de bladoksels. Bij kruisingen van luzerne met sikkelklaver zijn de bloemen groen of geel-paars gevlekt. Sikkelklaver heeft gele bloemen.

De meeldraden en stijl liggen onder spanning in de kiel van de bloem verborgen. Zowel bijen als vlinders kunnen de bloem laten “ontploffen”. Zij drukken, op hun zoektocht naar nectar, de zwaarden en kiel naar beneden, waardoor het mechanisme dat stijl en meeldraden onder spanning houdt, wordt open gedrukt en stijl en meeldraden omhoog klappen tegen de buik van het insect.

De stijl is langer dan de meeldraden en ontvangt stuifmeel van een andere bloem, voordat de kortere meeldraden hun stuifmeel aan het insect afgeven. Bij een ontplofte bloem blijven na vertrek van het insect de meeldraden en stijl zichtbaar. Die bloemen worden bezocht door andere insecten vanwege het nu makkelijk bereikbare stuifmeel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De kortgesteelde bladeren bestaan uit 3 langwerpige deelblaadjes, die elk 2 à 3 cm lang zijn, het breedst boven het midden en waarvan de onderste helft van de rand gaaf is en de bovenste helft getand. De top heeft een stekelpuntje. De stengels zijn sterk vertakt en los bebladerd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De zaden van luzerne kunnen het hele jaar ontkiemen en worden verkocht als spruitgroente met de naam alfalfa; op dezelfde manier in de keuken te gebruiken als taugé. Ze wordt ook gekweekt als voederplant en vanwege haar stikstofbindende eigenschap gebruikt als groenbemester voor verbetering van schrale gronden.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Andere planten met paarse trossen vlinderbloemen zijn vogelwikke, stijve wikke en bonte wikke. Hoewel het ook vlinderbloemen zijn, zijn de bloemen van de wikke-soorten anders van vorm en smaller dan de bloemen van luzerne. Verder staan ze binnen 1 tros nagenoeg allemaal dezelfde kant op. Dat is bij luzerne niet het geval. De bladeren van luzerne bestaan uit 3 deelblaadjes, die van de wikke-soorten bestaan uit meer dan 3 deelblaadjes en de bladspil eindigt in een vertakte rank.

 

 

vogelwikke

 

 

stijve wikke

 

 

bonte wikke

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeldzaam
– ook gekweekt als voederplant
– 30 tot 80 cm

Bloem
– paars (soms wit)
– vanaf juni t/m september
– tros
– 8 tot 12 mm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– top spits met stekelpuntje
– rand bovenste helft getand
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– weinig behaar

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote kattenstaart : Lythrum salicaria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de aarvormige, dichtbloemige, helder roze bloeiwijzen met
– donker geaderde, stervormige, 5- of 6-tallige bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote kattenstaart is overblijvende plant van 60 tot 120 cm hoog, die groeit aan waterkanten en op natte, voedselrijke grond in graslanden, veenmoerassen, lichte loofbossen, rietlanden en duinvalleien.
De plant is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote kattenstaart bloeit van juni tot en met september met dichtbloemige, aarvormige bloeiwijzen. De helder roze bloemen zijn 1 tot 1,5 cm groot en hebben vijf of zes kroonblaadjes die donker geaderd zijn. Ze staan in schijnkransen in de oksels van de schutbladen. De bloemen produceren twee soorten stuifmeel. Het gele stuifmeel dient als lokmiddel voor de insecten. Het groene stuifmeel, dat voor de insecten onzichtbaar is, blijft aan hun lichaam hangen en daarmee bestuiven ze andere bloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren staan in een krans van drie, de bovenste staan in paren tegenover elkaar. Ze zijn spits en smal, lancetvormig. Ze gaan geleidelijk over in de schutbladen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde dient de plant als bloedstelpend middel. De looistofrijke wortels worden eveneens medisch toegepast bij maag- en darmaandoeningen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kattenstaartfamilie (Lythraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 60 tot 120 cm hoog

Bloem
– helder roze
– vanaf juni t/m september
– aarvormige tros
– 1 tot 1,5 cm
– stervormig
– 5 of 6 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 10 of 12 meeldraden, in twee kransen
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand of in kransen van 3
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– behaard
– geen bladsteel, wel steunblaadjes

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Witte waterlelie : Nymphaea alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

l_nymphaea-gonnere

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, witte (zelden rode), geurende bloemen met geel hart en
– de plaats waar ze bloeien …. in het water

 

 

waterlelie-shutter-630

 

 

 

Algemeen

 

Witte waterlelie is een opvallende waterplant van vrij diep, stilstaand tot zwak stromend, voedselrijk tot voedselarm water. Ze is zeer algemeen voorkomend en wordt ook aangeplant. De aangeplante soorten hebben ook gele en roze bloemen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf mei tot en met augustus. De drijvende of iets boven het water uitstekende bloemen verschijnen na de bladeren, zijn variabel in grootte, van 5,5 tot 18 cm in doorsnede, hebben 15 tot 25 witte kroonbladen en vier kelkbladen. De kelkbladen zijn groen of bruinachtig aan de buitenkant en wit aan de binnenkant. ’s Nachts en bij regen sluiten de bloemen zich ter bescherming van het stuifmeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De drijvende, leerachtige bladeren zijn nagenoeg rond met een hartvormige voet, 10 tot 30 cm in doorsnede. De bovenkant is glanzend groen, de onderkant lichtgroen, vaak roodachtig aangelopen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
– waterplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam

Bloem
– wit, zelden rood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 5,5 tot 18 cm
– stervormig
– 15 tot 25 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– stempelschijf met 5 tot 25 stralen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– rond
– top rond
– rand gaaf
– voet hartvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

196

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Weegbreezonnebloem : Doronicum plantagineum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

weegbreezonnebloem50

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, gele, lang gesteelde zonnebloemachtige bloemenhoofjes
– met lijnvormige omwindselblaadjes en
– de gesteelde, grote rozetbladeren met wigvormige voet

 

 

img_3399-gr-weegbreezonnebloem

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Weegbreezonnebloem is een overblijvende stinsenplant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is oorspronkelijk afkomstig uit Zuidwest-Europa. Ze groeit op vochtige, zandige, voedselrijke grond op lichte plaatsen in loofbossen bij buitenplaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Weegbreezonnebloem bloeit in mei en juni met opvallende, helder gele bloemenhoofdjes, die lijken op kleine zonnebloemen. De hoofdjes staan alleen of met 2 tot 3 op lange stelen. Ze richten zich naar het licht. De omwindselblaadjes zijn lijnvormig. De straal- en buisbloemen zijn geel, het stuifmeel en de stampers donkergeel, waardoor het hart donkerder kleurt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– stinsenplant
– 30 tot 90 cm

Bloem
– geel
– mei en juni
– hoofdje
– straal- en buisbloemen
– 5 tot 8 cm

Blad
– enkelvoudig
– netnervig
– behaard
– rozetbladeren :
– wortelstandig
– eirond tot ellipstisch
– top stomp
– rand gaaf of ondiep getand
– voet wigvormig
– gesteeld

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond, gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

19093960605_6d660b66b1_b

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Pijpbloem : Aristolochia clematitis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

dsc01267uit2

 

 

Goed te herkennen aan
de bundels lichtgele, buisvormige bloemen in de bladoksels

 

 

pijpbloem3

 

 

 

Algemeen

 

Pijpbloem is een overblijvende, lichtgroene, onbehaarde, licht geurende, giftige plant, die groeit op droge, voedselrijke, kalkrijke grond aan heggen en bosranden en op omgewerkte zandgrond, ook op dijkhellingen. Ze heeft een kruipende wortelstok en groeit daardoor meestal in groepen. Ze wordt 30 tot 90 cm hoog. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het Middellandse Zeegebied.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Pijpbloem bloeit in mei en juni met lichtgele, 2 tot 3 cm lange, buisvormige bloemen. Ze staan met 2 tot 8 in de bladoksels op korte stelen. Aan de binnenkant zitten naar beneden gerichte haren, die voorkomen dat een insect uit de bloem klimt, voordat bevruchting heeft plaats gevonden. Na bevruchting gaat de bloem hangen en verslappen de haren, waarna het insect, dat inmiddels vol zit met het stuifmeel, eruit kruipt en een jongere bloem bezoekt, die bevrucht wordt met het stuifmeel van de vorige bloem.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn groot, breed eirond (6-10 cm), lang gesteeld en hebben een diep hartvormige voet. De stengels zijn onvertakt, zigzag gebogen, rond en geribd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

pijpbloemfamilie (Aristolochiaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel
– mei en juni
– bundel
– buisvormig
– 2 tot 3 cm
– 1 bloemdek
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet hartvormig
– netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– niet vertakt
– rond en geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Brem.

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-cytisus_scoparius1

 

 

 

Goed te herkennen aan

de altijd groene takken, kleine blaadjes (2 cm), grote gele bloemen en de bezemvorm van de plant

 

 

 

geheel1-g

 

 

 

Algemeen

 

Brem is een zeer decoratieve, struikvormige plant van 0,6 tot 2 meter hoog die bloeit in mei en juni. Brem komt zeer algemeen voor, vooral op zandgrond, heidevelden, in duinen en langs spoordijken. Elders is ze aangevoerd met zand of aangeplant. Ze groeit op allerlei droge, kalkarme, vaak omgewerkte grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

In de oksels van de bladeren groeien de grote gele vlinderbloemen, meestal 1 soms 2. De geurende bloemen hebben 5 kroonbladen waarvan de bovenste de vlag wordt genoemd, de twee zijdelingse heten zwaarden. De kiel wordt gevormd door de twee onderste kroonbladen die aan de rand vergroeid zijn.

Op de vlag van de bloem zit een honingmerk, oranjebruine lijntjes die de bezoekende insecten de weg naar de nectar wijzen. Het is een manier om te zorgen voor bestuiving, want de bloemen bevatten geen nectar.
Van de 10 meeldraden zijn er vier langer, de stijl is opgerold.

De bloem ontploft bij bezoek van de juiste insecten. Dat houdt in dat het insect door zijn gewicht een proces op gang brengt, waarbij de kiel aan de bovenkant open gaat. Zodra die opening tot de helft is gekomen springen de kortere meeldraden uit de kiel en slingeren hun stuifmeel tegen de buik van het insect.

Gaat de kiel nog verder open, dan komt ook de stijl, die als een veer opgeborgen zit in de kiel, naar buiten en slingert zich op de rug van het insect, waar reeds stuifmeel zou kunnen zitten van de langere meeldraden van een vorige bloem. Tegelijkertijd geven ook de langere meeldraden hun stuifmeel af aan het insect.

 

 

 

 

 

Blad en takken

 

De bladeren van brem zijn klein (2 cm) en vallen ook spoedig af. De onderste zijn samengesteld uit drie deelblaadjes en gesteeld. De bovenste zijn enkelvoudig en zittend. Ze zijn aan de onderkant zacht behaard. De beharing loopt iets door over de rand op de bovenkant. De takken zijn groenblijvend en vijfkantig. De oudere takken van de plant zijn rond en met een grijsbruine schors bedekt.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

In de kruidengeneeskunde worden de gedroogde takken, bladeren en bloemen van brem gebruikt in preparaten tegen hartritmestoornissen, te lage bloeddruk en aandoeningen van het bloedvatenstelsel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 60 tot 200 cm

Bloem
– goudgeel
– mei en juni
– vlinderbloem
– vlag 1,5 tot 2 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 opgerolde stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig of samengesteld
– smal eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-nervig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– sterk vertakt
– vijfkantig
– groen blijvend

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-brem

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria