Categorie archief: Religie

Wat zijn Apocriefen?

Standaard

categorie : religie

.

.

APOCRIEFEN

.

Zowel in het jodendom als in het vroege christendom zijn heel wat meer geschriften ontstaan dan in de Bijbel zijn opgenomen. Daarin werden slechts die boeken opgenomen die voor joden en christenen beslissend gezag hadden inzake geloof en moreel handelen, geschriften die echt als woord van God erkend werden en op grond daarvan in de joodse of christelijke gemeenschap gelezen werden in de liturgische diensten. Men ging daarbij niet lichtvaardig te werk; getuige daarvan de strenge selectie die werd doorgevoerd en de soms langdurige aarzelingen en betwistingen over sommige boeken (Ezechiël en Prediker bij de rabbijnen; Hebreeën en Apokalyps in sommige kerken).

De geschriften die in de Bijbel zijn opgenomen, noemt men canonische geschriften, omdat zij behoren tot de canon ( = lijst, regel, norm) van heilige boeken die voor de gelovige jood of christen gezaghebbend en normerend zijn inzake geloof en moreel handelen.

De boeken die verwantschap vertonen met de Bijbelse geschriften, ongeveer in dezelfde tijd ontstaan zijn, en hier en daar als heilige boeken beschouwd werden, noemt men aprocriefen (van een Grieks woord dat ‘verborgen’ betekent).

.

.

.

.

Vaak circuleerden deze geschriften in marginale groepen die in onmin leefden met de grote kerkgemeenschap, en er min of meer afwijkende meningen op na hielden die ze met behulp van hun geschriften probeerden te ondersteunen. Vooral in de twee eeuwen voor en na onze tijdrekening zijn er talrijke apocriefen ontstaan, zowel bij de joden als bij de christenen. Zo spreekt men van de apocriefen van het Oude Testament en de apocriefen van het Nieuwe Testament.

Wat de eerste groep betreft, werd reeds gewezen op het feit dat de protestantse christenen een aantal boeken die in de katholieke Bijbels staan, apocriefen noemen; de boeken die de katholieken apocriefen noemen, noemen zij pseudepigrafen.

Enkele bekende voorbeelden van de talrijke oudtestamentische apocriefen zijn het Henochboek, de Testamenten van de twaalf patriarchen en het Vierde boek Ezra. Bij de apocriefen van het Nieuwe Testament zijn vooral bekend: het evangelie van Thomas (een honderdtal losse gezegden van Jezus), het prota-evangelie van Jakobus (over de kinderjaren van Maria en Jezus), en de Handelingen van Paulus.

De apocriefen worden – ten onrechte – toegeschreven aan bekende Bijbelse figuren. De informatie die in die boeken gegeven wordt, is legendarisch en historisch onbetrouwbaar, maar de apocriefen bevatten interessante gegevens over de opvattingen en de mentaliteit van de joodse en christelijke groepen waarin ze ontstaan zijn.

Ondanks het feit dat veel gelovigen tegenwoordig weinig vertrouwen stellen in de apocriefen, zijn deze omstreden geschriften in het algemeen moreel van aard en geven zij inzicht in bepaalde aspecten van de geschiedenis, de gebruiken en de religieuze ontwikkeling van de Joden tijdens deze periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De volgende veertien geschriften, die nu kort worden samengevat, vormen samen de zogenaamde apocriefen. Hoewel de meeste tussen 300 voor Christus en 100 na Christus zijn ontstaan, verwijzen diverse van deze boeken naar eerdere tijden en gaan zij uit van verschillende historische contexten.

.

.

De 14 apocriefen

.

1 ESDRAS, de Griekse naam voor Ezra, is een historisch verslag over de periode van het einde van de ballingschap tot de voltooiing van de tempel. Het is een compilatie die delen van Ezra, Nehemia en de Kronieken bijna dupliceert. Een toegevoegd verhaal probeert uit te leggen waarom Zerubabbel een leidende rol had in de wederopbouw van de tempel. Volgens het verhaal beargumenteerde Zerubabbel met succes in een debat met twee andere wachters van koning Darius dat vrouwen en waarheid sterker zijn dan koningen en wijn.

.

.

.

.

2 ESDRAS, van Latijnse oorsprong uit de eerste drie eeuwen na Christus, beoogt een reeks apocalyptische visioenen over de toekomst van de wereld te verslaan. In dat opzicht is het vergelijkbaar met de apocalyptische visioenen van de toonaangevende profeten, vooral die van Daniël. Een groot gedeelte van het boek bespreekt een aantal van de moeilijke kwesties die in het boek Job worden behandeld: hoe kan God toestaan dat Zijn mensen lijden? Waarom zou God ervoor kiezen om volken die slechter zijn dan Israël te gebruiken om Israël te straffen? Waarom een rechtschapen leven leiden als de boosaardigen er beter vanaf lijken te komen? Hoe lang zal het duren voordat de rechtschapen mensen eindelijk hun beloning zullen ontvangen? Hoe zullen de goddelozen worden gestraft? En ook al worden er net als in het boek Job enkele antwoorden gegeven, toch is de primaire respons dat er nu eenmaal veel is dat de mens nog niet kan bevatten.

.

.

.

.

HET BOEK TOBIT is een fictief religieus verhaal over een vrome Jood, Tobit genaamd, en zijn zoon Tobias. Het verhaal concentreert zich vooral op de reis van Tobias van Ninevé naar de stad Ecbatana om geld op te halen dat zijn vader daar in bewaring had gegeven. Op zijn reis ontmoet Tobias een verre verwante, Sarah genaamd, met wie hij trouwt. Sarah had al zeven echtgenoten overleefd; zij stierven steeds tijdens de huwelijksnacht. Een centrale figuur in het verhaal introduceert elementen van Perzisch mysticisme en demonisme. Deze hoofdrolspeler beweert de aartsengel Rafaël te zijn, die zich vermomd heeft als Tobias’ gids. De morele boodschap in het verhaal is het aanmoedigen van onzelfzuchtigheid en liefdadigheid, vooral zoals deze te zien zijn in het leven van Tobit en de principes die hij zijn zoon heeft meegegeven.

.

.

.

.

HET BOEK JUDITH is een ander religieus fictief werk, over een mooie Joodse vrouw, Judith genaamd, die haar stad en zelfs het hele volk van Israël redt door een Assyrische generaal om de tuin te leiden en zijn hoofd af te hakken. De generaal Holofernes wordt verondersteld een legeraanvoerder te zijn van Nebukadnezar, de koning over de Assyriërs in Ninevé. Die historische fout bevestigt de fictieve aard van het verhaal en richt de aandacht van de lezer nadrukkelijker op het duidelijke doel van het boek: het bevorderen van een strikte navolging van de Joodse wetten, vooral de ceremoniële wetten en de voedingswetten. Het verhaal kan zijn voortgebracht door de Joodse Farizeeërs, die in latere verhalen nog uitgebreider zullen worden besproken.

.

.

.

.

TOEVOEGINGEN OP HET BOEK ESTHER zijn aanvullingen op het canonieke verslag over Esther. Deze supplementen vinden we verspreid over de Griekse vertalingen van het boek. Omdat er in het boek Esther geen rechtstreekse verwijzingen bestaan naar God of de Joodse godsdienst, is het mogelijk dat de vertalers besloten om de diverse aanvullingen op het boek toe te voegen om zo de religieuze invloed ervan te vergroten. Onder de aanvullingen vinden we, zo wordt beweerd, de inhoud van het decreet van koning Artaxerxes om de Joden af te slachten, een vermeend verslag over Esthers gebed tot God voordat zij de koning ongenodigd zou benaderen, de veronderstelde inhoud van de brief die de Joden toestond om zichzelf te verdedigen en tenslotte een epiloog waarin Mordechai laat zien hoe zijn droom in alle voorgaande gebeurtenissen bewaarheid werd.

.

.

.

.

DE WIJSHEID VAN SALOMO, of Boek der Wijsheid, is een gedicht dat stilistisch vergelijkbaar is met het boek Prediker en is karakteristiek voor de literatuur in de wijsheidsbeweging van Salomo. Daarom wordt het boek soms met Salomo’s naam aangeduid, ook al is het kennelijk pas rond 50-40 voor Christus geschreven. Het gedicht spreekt op prachtige wijze over Gods alwetendheid, de aard van de dood, de geborgenheid van de rechtschapenen, de superioriteit van deugdzaamheid en de vernietiging van de goddelozen. En op een manier die doet denken aan de profeten, voert de schrijver een scherpe aanval uit op afgoderij en heidense perversies. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van Gods omgang met Israël en Zijn altijddurende zorg voor Zijn volk, zelfs wanneer zij ontrouw zijn.

.

.

.

.

DE WIJSHEID VAN JEZUS SIRACH is het langste boek van de apocriefen en is vergelijkbaar met het boek Spreuken wat betreft inhoud en stijl. Het werd oorspronkelijk rond 180 voor Christus in Jeruzalem in het Hebreeuws geschreven en zo’n vijftig jaar later in de stad Alexandrië in het Grieks vertaald. Het laatste gedeelte van het boek bevat een overzicht van alle grote mannen in de Joodse geschiedenis, eindigend met Simon de hogepriester, die in 199 voor Christus overlijdt. Een proloog geeft aan dat de schrijver een man met de naam Jezus of Jozua is (wiens vaders naam Sirach is) en dat zijn gedachten voortkomen uit een jarenlange bestudering van de wet, de profeten en andere oudtestamentische wijsheidsliteratuur. Het is niet verbazingwekkend dat dit boek, dat ook wel Ecclesiasticus wordt genoemd, begint met de woorden: “Alle wijsheid komt van de Heer en is bij hem tot in eeuwigheid.”

Net als het boek Spreuken vindt Ecclesiasticus wijsheid in de vrees voor de Heer, maar ook in zelfbeheersing, vooral spraakbeheersing. Liefdadigheid en nederigheid worden aangemoedigd en het boek bevat waarschuwingen tegen ongepaste begeerten en overmatig wijngebruik. De kortheid van het leven en de bestraffing van de goddelozen worden als motivaties voor een correcte leefstijl gezien. Slechte vrouwen en klagende vrouwen worden net als overspelige mannen heel scherp als boosaardig bestempeld.

In tegenstelling tot andere wijsheidsliteratuur in de canonieke Schrift bevat Ecclesiasticus ook werelds advies voor gepaste etiquette aan de eettafel en primaire gezondheidsgewoontes. Verschillende beroepen worden geprezen, van artsen tot gewone handelslieden, waarvan wordt gezegd: “…wat voor altijd geschapen is, krijgt door hen zijn plaats…” en “…ze hebben alleen de behoefte hun ambacht uit te oefenen”. Alles in aanmerking genomen behandelt Ecclesiasticus een breed scala aan wijze gezegden die een weerspiegeling zijn van de wijsheidsliteratuur die al eerder gepresenteerd werd.

.

.

.

.

HET BOEK BARUCH wordt verondersteld geschreven te zijn door de kopieerder van Jeremia. Het werd volgens het boek zelf meegezonden met een ingezameld geldbedrag om de aanbidding in de tempel in 582 te steunen. Maar aangezien de tempel in die tijd een ruïne was, bestaan er twijfels over de geschiedkundige nauwkeurigheid van het geschrift. Het lijkt erop dat het document ergens aan het einde van de eerste eeuw tot ontstaan kwam, toen Jeruzalem en de herbouwde tempel opnieuw werden bedreigd. In dit boek vinden we een bekentenis van nationale zonden, een smeekbede voor genade, een vraag om wijsheid en bemoedigende woorden voor een onderdrukt volk. Deze worden gevolgd door de “Brief van Jeremia”, waarvan beweerd wordt dat hij door de grote wenende profeet zelf geschreven is aan de gevangenen in Babylon en waarin hij waarschuwt tegen betrokkenheid bij afgoderij. Deze brief is een van de krachtigste en meest wijze aanvallen tegen afgoderij die ooit zijn geschreven.

.

.

.

.

HET VERHAAL VAN SUSANNA is een kort verhaal over een deugdzame vrouw die Susanna genoemd wordt en valselijk van ontrouw wordt beschuldigd door twee boosaardige Joodse volksoudsten, wanneer zij hun seksuele avances afwijst. Wanneer zij wordt weggevoerd om geëxecuteerd te worden, na een rechtszaak waarin haar aanklagers een vals getuigenis afleggen, dringt Daniël (verondersteld wordt dat het Daniël uit het Oude Testament is) erop aan dat de twee oudsten afzonderlijk worden ondervraagd. Deze zet leidt tot getuigenissen die met elkaar in strijd zijn en waarmee Susanna’s onschuld bewezen wordt.

Het verhaal is misschien niets meer dan een hypothetisch geval dat geschreven is om aan te zetten tot hervormingen in de manier waarop bewijslast wordt vergaard in rechtszaken over misdaden waarop de doodstraf staat. Hoewel de wet vereist dat er twee getuigen nodig zijn om iemand schuldig te kunnen verklaren, is het toch mogelijk dat deze twee getuigen samenzweren waardoor een onschuldig mens ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Deze nieuwe procedure zou dan kunnen helpen om een dergelijke samenzwering te ontmaskeren en juist de doodstraf op te leggen aan de samenzweerders.

.

.

.

.

HET LIED VAN DE DRIE JONGE MANNEN is een geschrift uit de periode 170-150 voor Christus, bedoeld om geïntegreerd te worden met het boek Daniël (na vers 3:23). Het boek beweert een verslag te zijn over het wonder waarmee Sadrach, Mesach en Abednego gered werden toen zij in de brandende oven werden geworpen, samen met een gebed van Azarja (Abednego), dat feitelijk een bekentenis van Israëls zonden en een smeekbede voor de redding van het volk is. Het bevat verder een loflied op de God die de drie mannen uit het dodelijke vuur heeft gered.

.

.

.

.

BEL EN DE DRAAK is het derde verhaal dat aan het boek Daniël is toegevoegd en is een aanval op afgoderij, vooral de verering van slangen, of “draken”, zoals zo vaak gebeurde rond 100 voor Christus toen dit boek geschreven werd. Het verhaal plaatst Daniël in een dispuut met koning Kores over de vraag of de Babylonische god Bel het voedsel dat aan hem wordt geofferd al dan niet opeet. Door middel van eenvoudige vindingrijkheid weet Daniël aan te tonen dat het voedsel door de priesters van Bel wordt opgegeten. Daniël veroorzaakt vervolgens de dood van een aanbeden slang, waardoor de Babylonische aanbidders zó boos worden dat zij Daniël in een leeuwenkuil gooien. In dit fictieve verhaal over de leeuwenkuil wordt Daniël eten gebracht door de profeet Habakuk, waarvan beweerd wordt dat hij voor deze gelegenheid op wonderbaarlijke wijze van Judea naar Babylon werd overgebracht.

.

.

.

.

HET GEBED VAN MANASSE is een kort, maar uitstekend voorbeeld van een vroom en berouwvol gebed, misschien van Farizese oorsprong.

.

.

.

.

1 MAKKABEEEN verhaalt de geschiedenis van het Joodse volk in Judea in de periode 175-132 voor Christus. Het bevat er een groot aantal details over die in latere geschriften slechts summier zullen worden aangestipt. De strijd tussen de belangrijkste koningen van deze periode – de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte – wordt afgeschilderd. De Joden bevinden zich midden tussen de strijdende grootmachten. Er wordt verwezen naar een latere Romeinse macht, maar in deze periode bestaat er nog geen directe Romeinse heerschappij waar Judea door beïnvloed zou zijn. Het begin van dit historische verslag gaat voornamelijk over de Seleucidische koning Antiochus Epiphanes, die een grote vervolging begint van de Joden en hun godsdienst. Er zijn Joden die liever sterven dan toezien dat de wet onderdrukt wordt en zij reageren op een militante wijze. Meerdere decennia lang worden deze Joden in de ene na de andere strijd aangevoerd door een man met de naam Mattatias en drie van zijn zonen.

De eerste zoon die deze taak van zijn vader overneemt is Judas, die Makkabeüs wordt genoemd. Het historische verslag is naar deze man vernoemd. Judas Makkabeüs wordt opgevolgd door zijn twee broers Jonatan en Simon, en later door Simons zoon Hyrkanus. De militaire strijd van de Joden tegen de Syriërs, Grieken, Egyptenaren, Edomieten en een aantal plaatselijke vijanden, doet denken aan de oorlogen van koning David. Maar de bijna onophoudelijke gevechten geven Judea en de Joden uiteindelijk een korte periode van vrede, te midden van door conflicten gekenmerkte eeuwen. Jonatan en Simon worden aangesteld als hogepriesters en gouverneurs, wat duidt op een evolutie in de traditionele rollen van het Joodse leiderschap. Het eerste boek der Makkabeeën is de belangrijkste en meest betrouwbare bron van de geschiedenis van de Joden in deze periode.

.

.

.

.

2 MAKKABEEEN wordt verondersteld de periode te beschrijven van 175-160 voor Christus, maar het is minder historisch dan vaderlandslievend. Het boek beweert een leesbare samenvatting te zijn van een veel gedetailleerder werk in vijf delen, geschreven door Jason van Cyrene. Het meest in het oog springend zijn de gedetailleerde verslagen over gewelddadige wreedheden die Antiochus Epiphanes tegen de Joden zou hebben begaan.

Met behulp van deze geschriften en de historische verslagen van andere volken in de volgende vier eeuwen is het mogelijk om in grote lijnen vast te stellen hoe het Joodse volk zich verder ontwikkelt, als natie en als een uiteengeslagen volk.

.

.

.

.

.

.

Gods waarschuwing tegen bedriegers

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Christus redding van de duivel door genade

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

2 Petrus 2

 

Waarschuwing tegen bedriegers

 

1 Maar er waren vroeger ook leugen-profeten bij het volk. En ook bij jullie zullen er zulke bedriegers komen. Zij willen jullie verkeerde dingen leren. Ze leren jullie leugens, die slecht voor jullie zijn. Ze zullen zelfs de Heerser die hen heeft gekocht, niet als Heer willen dienen. Daardoor zal het al heel gauw slecht met hen aflopen.

2 Veel mensen zullen met hen meedoen en net als zij er maar op los leven. Zo zullen er, door hún schuld, slechte dingen worden gezegd over het goede nieuws.

3 En omdat ze hebzuchtig zijn, zullen ze proberen jullie over te halen om je geld aan hen te geven. Daarvoor gebruiken ze allerlei goed klinkende praatjes. Maar Gods oordeel over hen staat al lang vast. Hun straf is al onderweg. Het zal binnen korte tijd slecht met hen aflopen. Hij zal geen genade met hen hebben.

 

4 Want God heeft ook de engelen die Hem ongehoorzaam waren, geen genade gegeven. Hij heeft hen gevangen gezet in de bodemloze put. Daar wachten ze vastgebonden in de duisternis tot Hij over hen zal rechtspreken.

5 En ook de mensen van heel lang geleden die zich niets van Hem aantrokken, heeft Hij geen genade gegeven. Hij liet een grote overstroming over de wereld komen. Alleen Noach werd door God gered, samen met nog zeven andere mensen. Want Noach had aan de mensen verteld dat ze verkeerd leefden en hoe God wilde dat ze zouden leven.

6 En de steden Sodom en Gomorra heeft God voor straf tot as verbrand en omgekeerd. Hij deed dat als waarschuwing voor andere mensen die zich niets van Hem aantrekken.

7 Maar God redde Lot. Want Lot leefde wel zoals God het wil. En Lot vond het heel erg dat de mensen er zo op los leefden.

8 Hij woonde wel bij hen, maar hij had dag en nacht verdriet over alle slechte dingen die ze deden.

9 Dus de mensen die leven zoals God het wil, worden door Hem gered uit de moeilijkheden die hun geloof op de proef stellen. Maar de mensen die zich niets van Hem aantrekken, worden door Hem gevangen gehouden tot de dag dat Hij over hen zal rechtspreken. Dan zal Hij hen straffen.

 

10 Hij straft dan vooral de mensen die allerlei verkeerde dingen op het gebied van seks doen en er maar op los leven en die helemaal niet willen luisteren naar de Heerser in de hemel. Zulke slechte mensen die alleen maar aan zichzelf denken, durven zelfs slechte dingen van God te zeggen.

11 Zelfs de engelen zijn heel wat bescheidener dan zij. Want de engelen zijn wel veel sterker en machtiger dan mensen, maar willen zulke mensen niet beschuldigen bij de Heer.

12 Maar die mensen zijn net dieren zonder verstand. Ze zijn van nature alleen geschikt om gevangen genomen en gedood te worden. Want ze durven slechte dingen te zeggen over zaken waar ze niets van begrijpen. Maar ze zullen zelf worden vernietigd door de slechte dingen die ze doen.

13 Ze zullen hun verdiende straf krijgen. Ze vinden het heerlijk om overdag wilde feesten te houden en te doen waar ze zin in hebben. Als ze met jullie eten, zijn zij als rotte plekken en vieze vlekken aan jullie tafel, omdat ze nooit genoeg krijgen van liegen en bedriegen.

14 Hun ogen zijn altijd opzoek naar een vrouw. Ze krijgen er nooit genoeg van om te doen wat God verboden heeft. Ze verleiden mensen die niet tegen hen op kunnen. Ze halen hen over om met hen mee te doen. En het zijn echte geldwolven. Ze zijn vervloekt!

 

15 Doordat ze van het rechte pad zijn afgegaan, zijn ze verdwaald. Ze zijn dezelfde weg opgegaan als Bileam , de zoon van Beor. Bileam werd ongehoorzaam aan God omdat hij veel geld hoopte te verdienen.

16 Maar zijn ezel was verstandiger dan hij: hij sprak met een mensenstem tegen Bileam om hem tegen te houden.

17 Zulke mensen zijn als bronnen waar geen water meer uit komt. Ze zijn als wolken die geen regen geven maar door de wind weggeblazen worden. Ze zullen voor eeuwig in de diepste duisternis terechtkomen.

 

18 Want ze leven er maar op los en doen wat ze willen. Met hun mooie praatjes verleiden ze de mensen die nog maar pas aan het kwaad zijn ontsnapt. Ze halen hen over om weer dezelfde slechte dingen te gaan doen als eerst.

19 Ze beweren dat ze vrijheid komen brengen, maar zelf zijn ze slaven van het kwaad. Want een mens is de slaaf van dat wat hem in zijn macht heeft.

20 Eerst hebben ze wel Jezus Christus als Redder en Heer leren kennen. Daardoor waren ze aan de vuiligheid van de wereld ontsnapt. Maar later zijn ze weer naar hun oude manier van leven teruggaan. Daardoor zijn ze er op het laatst erger aan toe dan in het begin toen ze Jezus nog niet kenden.

21 Ze willen nu niets meer te maken hebben met hoe God wil dat ze leven. Maar dan was het beter voor hen geweest als ze er nooit iets over hadden geweten.

22 Want met hen is dan gebeurd wat het spreekwoord zegt: ‘Hij is als een hond die teruggaat naar zijn braaksel,’ of wat een ander spreekwoord zegt: ‘Hij is als een schoongewassen varken dat teruggaat naar de modder.’

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Jezus geneest.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

jezus-christus-geneest

 

 

 

joh1

 

 

 

Eeuwig leven of eeuwige hel

Eeuwig leven of eeuwige hel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

joh2

 

 

joh3

 

 

 

De antichrist of de valse profeet

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

joh4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

Wonderen en tekenen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Jezus, Gods Zoon en Boodschapper 

 

 

wonderen-visioenen

 

 

Jezus zei “die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft” Johannes 5:36b. Jezus veranderde water in wijn als begin van Zijn tekenen (Johannes 2:1-11). Nadat Hij 2 broden en 5 vissen zegende, konden er meer dan 5000 mensen van eten (Matteus 14:13-21). We zien Jezus de winden en de zee bestraffen zodat zij stil werden (Matteus 8:23-27).

Toen Zijn discipelen Hem over het water zagen lopen, zeiden ze “Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon” (Matteus 14:22-33). Om te laten zien dat Hij de macht had om op aarde zonde te vergeven genas Hij een verlamde man (Matteus 9:1-8). “En vele scharen kwamen bij Hem, die lammen, kreupelen, blinden, stommen en vele anderen bij zich hadden, en zij legden die aan zijn voeten neer.

En Hij genas hen, zodat de schare zich verwonderde, want zij zagen stommen spreken, kreupelen gezond, lammen lopen en blinden zien. En zij verheerlijkten de God van Israel” Matteus 15:30-31. Zelfs doden werden door Jezus terug tot leven gebracht (Matteus 9:18-26; Johannes 11:1-45) en ook over boze geesten had Jezus macht (Markus 1:21-28; Matteus 12:28-29).

 

 

cropped-pinksterschilderij-1_595.jpg

 

 

 

De aard van Jezus’ tekenen en wonderen

 

De melaatse werd terstond genezen (Matteus 8:1-3). De twee blinden werden terstond ziende nadat Jezus hen aanraakte (Matteus 20:29-34). De verlamde kon op Jezus’ Woord voor het oog van allen weer lopen, waardoor zij die het zagen, zeiden: “zo iets hebben wij nog nooit gezien”(Markus 2:1-12). De koorts van Petrus’ schoonmoeder verliet haar toen Jezus haar hand vatte (Markus 1:29-31).

De vrouw die al 12 jaar aan bloedvloeiingen leed, werd terstond genezen toen zij Jezus’ kleed aanraakte (Markus 5:25-34). We zien dat Jezus tekenen en wonderen terstond gebeurden, dat is onmiddellijk, dadelijk, direct. Er is één voorbeeld te vinden waar Jezus ervoor koos om een blinde man in 2 stappen te genezen (Markus 8:22-25).
Nikodemus, een Farizeeër zei tegen Jezus “Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is” Johannes 3:2b.

Johannes zegt op het einde van zijn evangelie “Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” Johannes 20:30-31.

Op pinksterdag na Jezus’ opstanding predikte Petrus “Jezus, de Nazoreeer, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet” Handelingen 2:22. God had krachten, wonderen en tekenen door Jezus in hun midden verricht en allen waren ervan op de hoogte. Deze dingen waren niet ergens in het verborgene gebeurd.

 

 

 

Jezus gaf bepaalde mensen de macht om tekenen en wonderen te doen

 

Tijdens Zijn leven riep Jezus Zijn 12 apostelen tot Zich en “gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen” Hij zei “Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet” Matteus 10:1, 7-8.

“Daarna wees de Here nog tweeenzeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou” en Hij zei “geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen. … En de tweeen zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam. … Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen” Lukas 10:1,9,17,19.

 

 

 

Jezus’ apostelen konden tekenen en wonderen doen

 

Na Zijn opstanding verscheen Jezus aan de elf apostelen met de opdracht om het evangelie van geloof en doop tot behoudenis aan de hele schepping te prediken (Markus 16:15-16). “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen;

op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden. De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods. Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden” Markus 16:17-20.

 

 

wonderen-god-jezus-christus-geest-bijbel-3

 

 

De lege plaats  van  de apostel Judas werd aangevuld met een man die ooggetuige was van Jezus’ opstanding en die zich bij hen had aangesloten vanaf de tijd dat Jezus is beginnen te prediken (Handelingen 1:20-26). Een apostel werd door God aangewezen zoals Saul (Paulus) door de Here werd uitverkoren als een werktuig om Zijn Naam te verkondigen (Handelingen 9:15).

Paulus zegt daarom ook “Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen;     maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene” 1 Korintiërs 15:7-8. Deze apostelen waren te onderscheiden van anderen zoals Paulus de Korintiërs duidelijk maakt “De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten” 2 Korintiërs 12:12.

Vanaf pinksterdag zien we dan ook “En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk … En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen.

En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.” Handelingen 5:12a, 14-16. Merk op dat ook nu weer alle zieken werden genezen! Eerder had Petrus een man die van geboorte af lam was, in Jezus’ Naam genezen (Handelingen 3:1-10). Hij had ook een gestorven vrouw weer tot leven gewekt (Handelingen 9:32-42). Paulus dreef in Jezus’ Naam boze geesten uit (Handelingen 16:16-18), wekte doden op (Handelingen 20:9-12) en zelfs de bijt van een  slang had geen werking op hem (Handelingen 28:3-6).

“En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren” Handelingen 19:11-12. Tegenstanders konden niet loochenen welke wondertekens door de handen van de apostelen geschiedden (Handelingen 4:16).

 

 

Universele liefdesenergie

Universele liefdesenergie

 

 

 

Zij op wie de apostelen de handen oplegden, konden tekenen en wonderen doen

 

Filippus, een evangelist, predikte de Christus in Samaria. “En toen de scharen Filippus hoorden en tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen en er kwam grote blijdschap in die stad” Handelingen 8:6-8.

Ook Simon die een tovenaar was geweest “kwam tot geloof, en na gedoopt te zijn, bleef hij voortdurend bij Filippus, verbijsterd door die tekenen en grote krachten, die hij zag geschieden”. Toen de apostelen hoorden dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij Petrus en Johannes tot hen en dezen legden hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

Toen Simon zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd gegeven wilde hij deze macht kopen maar Petrus bestrafte hem daarvoor  (Handelingen 8:14-25). Het kwam Simon niet toe om door handoplegging de Geest te geven, zelfs Filippus die zelf tekenen en grote krachten kon doen, bezat deze macht niet. Enkel de apostelen hadden deze macht (vgl Handelingen 19:5-7; 2 Timoteus 1:6).

Paulus zegt daarom ook tegen de christenen te Rome “Want ik verlang u te zien om u enige geestelijke gave mede te delen tot uw versterking” Romeinen 1:11 (1 Korintiërs 12:1-11). Hij sprak ook over het einde van deze gaven (1 Korintiërs 13:8-13).

 

 

 

Gebeuren er nog tekenen en wonderen?

 

Jezus, Zijn apostelen en hen die door handoplegging van de apostelen de Geest ontvingen, konden tekenen en wonderen verrichten. Deze tekenen en wonderen zijn geschied om te bevestigen dat de sprekers boodschappers van God waren.

“Daarom moeten wij al onze aandacht richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken. Want als het door engelen gesproken woord al zo veel rechtskracht bezat dat op elke overtreding en ongehoorzaamheid een rechtmatige straf volgde, hoe zullen wij dan aan die straf ontkomen wanneer we geen acht slaan op de zoveel meer omvattende redding die begonnen is met de woorden van de Heer, en die voor ons bevestigd werd door hen die deze woorden hebben gehoord? Ook God zelf getuigde daarvan, door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten, en door de gaven van de heilige Geest overeenkomstig zijn wil te verdelen” Hebreeën 2:1-4.

Het Woord van God is op betrouwbare wijze aan ons overgeleverd en God zelf heeft dat Woord bevestigd! Laat u niet misleiden door hen die beweren Gods boodschappers te zijn en zeggen tekenen en wonderen te kunnen doen (zie 2 Tessalonissenzen 2:9-17). Hedendaagse tekenen en wonderen komen nog niet eens in de buurt van wat Gods ware boodschappers deden in de eerste eeuw. Breng het woord van Jezus en Zijn apostelen, dat eens voor altijd is overgeleverd, in toepassing en God zal met u zijn (Filippenzen 4:9; Judas 3).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’ 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten . Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Bijbel is een instructieboek

Standaard

categorie : religie

 

 

biblewhyjar-dead-sea-scroll-jar

 

 

 

Doel van de Bijbel

 

Het doel van de Bijbel is te dienen als een instructieboek bij het leven. Zo krijgen we van God een boek dat ons alles vertelt wat we als dienaar van God moeten weten.  Dat betekent dat we voor ons leven in Christus niet zijn aangewezen op aanvullende informatie van buiten-Bijbelse bronnen. Let op, we hebben het hier niet over hulpmiddelen voor Bijbelstudie.

Het betekent ook dat we in de Bijbel niet moeten gaan zoeken naar informatie over onderwerpen die niets met die doelstelling te maken hebben. Daar komt ook nog bij dat de Bijbel een kenmerkend eigen taalgebruik hanteert wat op zichzelf niet moeilijk is maar wel inzet vraagt.

Je hoeft er niets anders voor te doen dan het Boek regelmatig en met aandacht te lezen. Heel veel gekibbel over zogenaamde ‘geloofszaken’ heeft te maken met het feit dat mensen de ‘buitengrenzen’ uit het oog hebben verloren. Daarom willen we daar nu wat aandacht aan besteden.

 

 

De Bijbel is geen geschiedenisboek

 

Om te beginnen moeten we beseffen dat de Bijbel geen geschiedenisboek is. We vinden alleen die dingen die ons lessen kunnen leren wat kan betekenen dat de beschreven gebeurtenissen soms niet op elkaar lijken aan te sluiten. Dat komt dan omdat we bepaalde informatie missen om die aansluiting te begrijpen, wat geen tekortschieten van de Bijbel is.

De Bijbel heeft op dat moment niet de doelstelling ons die historische ontwikkeling duidelijk te maken, omdat dat niet nodig is. En dat is dan alvast de eerste conclusie: we moeten leren ons bij elk verhaal af te vragen wat het ons wil leren.  Alles wat er in een verhaal staat is van belang, maar wat er niet staat hoeven we blijkbaar ook niet te weten. Dat zou ons maar afleiden van de zaken waar het wel om gaat.

 

 

Sodom en Gomorra als voorbeeld

 

Iedereen kent het verhaal van de ondergang van ‘Sodom en Gomorra’. Maar in Richteren 19 vinden we bijna net zo’n verhaal. Dat wil ons kennelijk vertellen dat de toestand in Israël zover was afgegleden dat die op het niveau was beland waarvoor God enkele eeuwen eerder een aantal belangrijke steden van de Kanaänieten volledig had weggevaagd.

Maar ook al staat het bijna aan het eind van dat boek, toch zijn commentatoren het over eens dat dit verhaal zich moet hebben afgespeeld kort na de dood van Jozua, en dus heel aan het begin van de ruim 3 eeuwen lange periode van de Richteren. Wat hier van belang is, is kennelijk de les die het ons leert en niet het geschiedkundige verloop van die periode.

 

 

De Bijbel geeft ook geen biografieën

 

Zo zijn ook levensbeschrijvingen van personen in de Bijbel geen biografieën maar praktijklessen die ons vertellen hoe het wel of juist niet moet. Of hoe het na een goed begin dramatisch verkeerd kan gaan, en waarom dan precies.

Het loont daarbij altijd om op zoek te gaan naar overeenkomsten en verschillen tussen personen in vergelijkbare situaties:

voorbeelden

  • de verloochening door Petrus tegenover het verraad van Judas,
  • Judas tegen Jezus als kopie van Achitofel tegen David,
  • het nieuwe paasfeest van Hizkia tegenover dat van Josia,
  • Petrus als apostel vergeleken met Paulus als apostel.

 

Ook zien we dat de evangelisten ons duidelijk laten weten dat zij een selectie hebben gemaakt uit het voorhanden zijnde materiaal, omdat we anders door de bomen het bos niet meer zouden zien (zie bijvoorbeeld Johannes 21:25). We moeten er daarom dus ook op verdacht zijn dat ze ons die keuze niet chronologisch presenteren, maar gerangschikt naar thema. Dat was in het OT dus al niet anders, al wordt dat vaak onvoldoende beseft.

 

 

god_gevoel

 

 

 

Gelijkenissen

 

Een aparte vorm van onderwijs vormen de gelijkenissen. In de Evangeliën zijn ze kenmerkend voor het onderwijs van Jezus, hoewel we ze in feite ook al in het OT tegenkomen. Een gelijkenis belicht een aspect van de leer door een abstract principe te plaatsen in een alledaagse situatie, die in principe een verhaal en geen werkelijkheid is, al zijn in sommige van Jezus’ gelijkenissen wel historische achtergronden te herkennen.

Soms gaat de beschrijving van die situatie echter over de grenzen van een geloofwaardige werkelijkheid heen, wanneer de illustratie dat vergt. Dat is duidelijk in:

“Wie van u, die honderd schapen heeft en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt?” (Lucas 15:4).

 

De nadruk ligt hier op het zoeken van dat ene schaap, ondanks het bezit van nog 99 andere, niet op de vraag of je die ook in werkelijkheid onbewaakt achter zou laten.

En van de man die ontdekt dat een bepaalde akker een schat bevat en vervolgens die akker voor de gangbare prijs koopt zonder de eigenaar in te lichten over de werkelijke waarde ervan (Matteüs 13:44-46). Hier staat niet het morele aspect van zijn handelen ten voorbeeld, maar alleen het feit dat hij er alles voor over heeft om die akker in bezit te krijgen.

 

 

Overdrijving als leermiddel

 

Soms bevat een gelijkenis duidelijk absurde elementen die juist zijn bedoeld om onze aandacht ergens op te vestigen. Dat een koning zijn leger zou uitzenden om de steden van zijn niet geïnteresseerde bruiloftsgasten plat te branden terwijl het eten, bij wijze van spreken, al op tafel staat (Matteüs 22:7) lijkt in werkelijkheid niet zo voor de hand liggend.

Maar het legt extreme nadruk op het unieke van de uitnodiging en het feitelijk absurde karakter van een afwijzen daarvan. Evenzo klinkt het niet waarschijnlijk dat de eigenaar van een wijngaard aanvankelijk geen enkele actie zou ondernemen wanneer de pachters daarvan zijn slaven vermoorden zodra die de pacht komen ophalen, maar in plaats daarvan steeds weer andere zendt, en pas in actie komt wanneer ze ook zijn zoon doden.

Het beschrijft op treffende wijze de absurde situatie van een onwillig volk, en dan vooral hun leiders, waar God door de eeuwen heen wel mee heeft gehandeld, wat voor ons overigens een dringende waarschuwing is om niet zo te handelen.

Zo moeten we ook bij de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus niet de fout maken daarin een beschrijving te lezen van hoe het hiernamaals er uitziet; het vertelt ons alleen maar dat we onze erfenis niet tweemaal kunnen incasseren: eerst in dit leven en daarna nog een keer.

 

 

‘Highlighting’

 

Om effectief de Bijbel te kunnen lezen moeten we dus bedacht zijn op de doelstelling van dat Boek. Details worden er soms uitgelicht, helderder gepresenteerd of uitvergroot. We moeten de verhalen in de Bijbel zien als een fotografische werkelijkheid, maar dan wel zo bewerkt (highlighting) dat de dingen waar het om gaat er duidelijker en helderder uitspringen, zodat we de lessen niet hoeven te missen.

Toch moeten we daar oog voor hebben, want het talent van de mens om te negeren wat hij niet wil zien en alleen in te zoomen op wat hij wel wil zien is schier onbegrensd.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

God en geweld.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Je hoeft maar het tv-journaal te volgen, of je ploft midden in die realiteit. Wat een geweld en wat een leed! Wat is onze wereld voor miljoenen mensen een tranendal! Als je al dat verschrikkelijke op je laat inwerken, kun je als gelovige tot benauwende vragen komen. Waarom laat God dit toe, is wat er gebeurt, te rijmen met alles wat de Bijbel zegt over zijn liefde?

 

 

De onrust neemt nog meer toe wanneer we ons realiseren hoeveel geweld we zelfs in de Bijbel ontmoeten. Druipt Israëls geschiedenis vaak niet van bloed? En staat het Oude Testament niet vol met oordeelsaankondigingen die ons met huiver vervullen? In dit artikel staan we stil bij wat professor Eric Peels, de oudtestamenticus van de TU Apeldoorn, over God en geweld schrijft.

 

 

 

 

 

Grondlijn

 

Peels wijst er terecht op dat niet alle geweld hetzelfde is. Er is geweld dat door en door slecht is, dat uitsluitend het eigenbelang zoekt en de ander minacht. Maar er is ook antigeweld dat er juist op uit is het kwaad te keren en de ander tot zijn recht te laten komen. Het geweld dat terroristen hanteren, is iets anders dan wanneer de ME met harde hand de openbare orde herstelt.

De hele wereld van geweld kom je ook in de Bijbel tegen. Daarin is de Bijbel zeer actueel: hij gaat niet voorbij aan de rauwe werkelijkheid. En voor alle slachtoffers van kwaadaardig geweld mag het troostvol zijn dat de God van de Bijbel ook met het geweld van doen heeft. De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen.

Zeker als je de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament op zich bekijkt. Men kan zich de vraag stellen of dat wat
er bijvoorbeeld met Sodom en de inwoners van Jericho gebeurt, te rijmen is met een God van liefde. Maar dan vergeet je – wat Peels noemt – de grondlijn en doe je geen recht aan heel het Oude Testament. Deze grondlijn is die van recht en vrede. God laat zijn door de zonde verworden wereld niet los, maar werkt dwars tegen het kwaad in naar zijn wereld van recht en vrede.

Om tot die wereld te komen moet Hij soms onvermijdelijk ook gebruik maken van geweld. Antigeweld om het kwaad in te dammen, af te straffen en weg te doen. Sodom wordt omgekeerd. Jawel, maar Gods geweld is hier duidelijk antigeweld: de klachten over de praktijken van Sodom riepen om zijn ingrijpen (vgl. Gen. 18:20). En bij de inwoners van Kanaän was het niet anders (vgl. Gen. 15:16).

Wie denkt dat het Oude Testament geweld verheerlijkt, gaat eraan voorbij dat het een verstrekkende antigeweldboodschap bevat. Juist in tegenstelling met religieuze teksten uit de oude wereld rondom Israël. In een cultuur van grenzeloze wedervergelding (Lamech, 77 keer, Gen. 4) zegt God: slechts één oog voor een oog, slechts één tand om één tand (Lev. 24:20).

Frappant is hoezeer de profeten Israëls koningen om hun geweld ter verantwoording roepen. David mag Gods huis niet bouwen, nota bene omdat hij ‘een man van bloed’ is.

 

 

 

 

 

Godsbeeld in het Oude Testament

 

Maar wat het Oude Testament zegt over Gods antigeweld en zijn afkeer van onrechtmatige agressie, brengt ons vragend hart niet tot rust. Integendeel, het roept extra spanning op. Want hoe is dat alles dan te rijmen met een voor ons gevoel buitensporig goddelijk geweld bij de omkering van Sodom, de zondvloed, de uitroeiing van Amalek en in schrikbarende oordeelsprofetieën als Amos 4? Als de Here een God van liefde is, kan dit toch niet.

Is het ook niet in strijd met die grondlijn die we ontdekten in het Oude Testament? Peels wijst erop  dat er
zich in het denken van moderne mensen over God een ingrijpende verandering heeft voltrokken. Je kunt spreken van een metamorfose in het godsbeeld. Het is van kleur verschoten, zachter en lichter geworden. God is niet meer de Koning, de Rechter, de Wreker.

Het accent komt te liggen op zijn barmhartigheid, liefde en genade. Deze metamorfose past goed in een cultuur die voorrang geeft aan de mondige mens met zijn keuzevrijheid en zelfontplooiing. Geloof moet passen bij de mens en aansluiten bij de eigen ervaring. Waar vorige generaties bijbellezers weinig problemen hadden met al het geweld in de Schrift, roept dit thans problemen op doordat het beeld dat men van God heeft, veranderd
is.

Diep in het Oude Testament is de verkondiging verankerd van de barmhartige God die liefde is en die daarom ook zo ontzagwekkend kan toornen. Hij, die het recht en de gerechtigheid liefheeft, blijft niet onbewogen bij de schending daarvan. In een eerdere studie wees Peels op Gods heilige naijver (vgl. Ex. 34:14; Deut. 5:9; Nah. 1:2), die niet duldt dat Hem tekort wordt gedaan.

Wat de Schrift daarover zegt, dient ook ons beeld van God te bepalen, want het gaat hier om iets wat zeer wezenlijk voor onze God is. Wanneer wij denken: dit is voor ons gevoel buitensporig, moeten we bescheiden zijn. Daarvoor is de demonische werkelijkheid van het kwaad te groot en de ondoorgrondelijkheid van de God van de Bijbel te groot.

De geweldteksten in het Oude Testament openen onze ogen voor wie de God van liefde ook is, en wie wij mensen zijn. Hij is de totaal Andere, de Heilige die geen geweld uitoefent om het geweld, maar bij wie geweld op de een of andere manier steeds weer heeft te maken met zijn afschuw van het kwaad. Zijn geweld staat in het brede kader van zijn gerechtigheid, en dient het herstel van vrede en recht.

 

 

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

De kerk heeft altijd ook het Oude Testament als Gods gezaghebbend Woord vastgehouden. Vanzelfsprekend is dit niet. Juist de geweldteksten gaven aanleiding voor de roep om het Oude Testament af te schaffen. De ketter Marcion maakte in de tweede eeuw reeds korte metten met het Oude Testament. De God van toorn en geweld is niet de Vader van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament verkondigt ons een andere God, de God van liefde en vrede. Nog altijd spookt de geest van deze ketter rond wanneer het gaat om het beeld van God waaraan moderne mensen (soms ook christenen) de voorkeur geven. Peels wijst erop dat er geen tegenstelling is tussen de beide testamenten op dit punt. De
nieuwtestamentische auteurs hebben helemaal geen kritiek op het Oude Testament.

Integendeel, zij citeren het en halen zelfs woorden uit de vloekpsalmen aan. Jezus gebruikt soms in zijn waarschuwingen voor de hel de taal van het geweld. Het Lam blijkt ook een Leeuw te zijn. De gemeente wordt op het hart gebonden dat onze God ‘een verterend vuur’ is (Heb. 12:29). In het Nieuwe Testament wordt pas goed duidelijk hoezeer Gods toorn over afkerige mensen gaat (Joh. 3:36; Rom. 1:18).

Gods toorn is duidelijk te lezen in de Openbaring, een boek dat vol is van het geweld dat de toorn van God en van het Lam over onze wereld brengt. Er is geen tegenstelling tussen het Oude en het Nieuwe Testament, wel een verschil, zo schrijft Peels. Het verschil is niet een ánder godsbeeld. Wel is het zo dat vrede en verzoening
in het Nieuwe Testament meer nadruk krijgen.

 

Dat komt omdat de weg van God met zijn volk en de wereld veranderd is. In de persoon en het werk van Jezus Christus.

 

In Hem is de wereld van vrede definitief doorgebroken en reikt God met het evangelie de hand aan alle volken. De kerk behoeft niet meer met geweld haar erfenis te bevechten, maar strijdt nu met het Woord, terwijl ze biddend uitziet naar de dag waarop God aan al het geweld van mensen een einde maakt en zijn vrede voorgoed aanbreekt.

 

 

 

 

 

Afsluitend

 

De bijdrage van professor Peels laat de lezer zien hoe actueel deze bijdrage is. Hier wordt echt een ‘heet hangijzer’ aangepakt en worden we verder geholpen als het gaat om de vraag wat we aanmoeten met de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament, en hoe een God van liefde ook ‘verwoesting’ op aarde kan aanrichten (vgl. Ps. 46:9).

Peels’ bijdrage komt in de prediking te weinig aan bod, terwijl een kerkganger er best mee zit en in de
theologie van vandaag is het thema ‘God en het geweld’ volop aan de orde. Peels’ bijdrage is beperkt. Dat kon ook niet anders. Het recht doen van God aan verdrukten, dat ook in het Oude Testament zo sterk naar voren komt, blijft onderbelicht.

De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen omdat God recht zal doen. Wat Peels schrijft, vormt een belangrijke aanzet om af te rekenen met het kwellende idee dat in het Oude Testament de bron van veel geweld en
agressie ligt.

 

 

 

 

 

 

 

Roddelen is verkeerd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Roddelen en kwaadspreken

 

Het is duidelijk dat kwaadspreken over anderen, roddelen, het karakter van satan typeert. Wie roddelt, begeeft zich op het terrein van satan.

 

 

 

Waarom is roddelen verkeerd?

 

 

Roddel heeft geen begrip voor de ander


Roddel komt vaak voort uit jaloezie, of een slecht zelfbeeld. Er wordt vaak geroddeld over mensen, die andere gewoontes hebben. Roddel stelt iemand in een negatief daglicht en kent geen mededogen of barmhartigheid.
Bij kwaadspreken gaat men voorbij aan de persoonlijkheid en de achtergrond van waaruit iemand handelt. Daarom staat er ook in de tien geboden:

Gij zult geen vals (leugenachtig, misleidend) getuigenis spreken tegen uw naaste. (Exodus 20:16)

 

 

 

Roddel leidt een eigen leven en dient vaak de leugen

 

Als iemand iets negatiefs over een ander hoort vertellen, wordt dat gewoonlijk weer aan anderen doorverteld en gaat het verhaal een eigen leven leiden. Meestal wordt het steeds pittiger en dramatischer. Iets dat verteld wordt als een veronderstelling, “ik meen te weten dat …”, wordt gaandeweg steeds zekerder en uiteindelijk doorverteld als een vaststaand feit.

 

 

 

Roddel ontneemt iemand de eerste indruk


Wanneer iemand een persoon, over wie men heeft horen roddelen, voor het eerst ontmoet, zal hij er moeite mee hebben om vrij en open tegenover deze persoon te staan. De eerste indruk is bij voorbaat negatief beïnvloed.
Hierdoor ontstaat argwaan en de ander zal zich, onbewust, eerst moeten bewijzen, om die argwaan weg te nemen.

 

 

 

Roddel beïnvloedt de manier waarop men over iemand denkt

 

Stel dat, om wat voor reden dan ook, mijnheer X zich bedrinkt. Het is mogelijk dat dit nooit eerder is gebeurd en ook nadien niet meer, maar net die ene keer heeft iemand dat gezien. Als deze persoon overal gaat rondvertellen, dat hij mijnheer X dronken gezien heeft, dan is de kans reëel dat hij door veel mensen als een dronkaard wordt beschouwd en dat men hem gaat mijden.

 

 

 

Roddel brengt verwijdering tussen mensen

 

Het is duidelijk dat er in het vorige geval een verwijdering ontstaat tussen mijnheer X en zijn omgeving.
Roddel is vaak de oorzaak van geschillen binnen families en hele gemeenschappen kunnen uit elkaar vallen vanwege kwaadsprekerij.

 

 

 

Wie roddelt wordt een tegenstander van God

 

Jezus bad tot zijn Vader:

Ik bid …  voor hen, die … in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.   (Johannes 17:20-21)

Aan de andere kant zei Jezus:

Wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.   (Mattheüs 12:30 / Lukas 11:23)

 

 

 

 

Wie roddelt, brengt verwijdering tussen mensen en speelt de satan in de kaart

 

 

Roddelen veroordeelt


Oordelen is niet aan de mens. Zelfs Jezus zei:

Indien iemand naar mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart, Ik oordeel hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden. (Johannes 12:47)

 

 

 

Roddel getuigt van onvergevingsgezindheid

 

Farizeeën kwamen bij Jezus roddelen over een vrouw, die betrapt was op overspel. Ze hadden haar zelfs meegebracht en volgens de wet van Mozes moest zij gestenigd worden, samen met de man waarmee ze overspel gepleegd had. De farizeeën hadden de wet aan hun kant.

Maar Jezus zei:

Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar.   (Johannes 8:7)

 

En toen iedereen afdroop, zonder verder iets te zeggen, zei Hij tot de vrouw:

Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!   (Johannes 8:11)

 

 

 

Wie roddelt heeft niets begrepen van de liefde van Jezus

 

Paulus schrijft:

Wie zijt gij, dat gij de knecht van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Here is bij machte hem vast te doen staan.   (Romeinen 14:4)

 

Het is verkeerd om een oordeel over anderen uit te spreken en helemaal verkeerd om dit persoonlijke oordeel rond te bazuinen.

 

Wie roddelt verstrooit, schaadt mensen en schaadt ook het getuigenis van de gemeente in de wereld, als het beeld van Jezus Christus.

 

 

 

 

 

Hoe God wil dat mensen met elkaar omgaan

 

Indien iemand in de fout is gegaan, waarschuwt Paulus:

Broeders (zusters), zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.   (Galaten 6:1)

 

Wie tot in het diepst van zijn hart beseft volkomen aanvaard en vergeven te zijn door Jezus, staat vergevingsgezind in het leven.

 

De opdracht is:

God lief te hebben boven alles en je naaste als jezelf.   (Lukas 10:27)

 

 

 

God geeft een geweldige belofte

 

Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat,

wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt,

dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.

En de Here zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.

En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van straten. (Jesaja 58:9-12)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie is Satan volgens het woordgebruik in het Hebreeuws en het Grieks

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Hebreeuws

.

Het karakter van de satan komt in het woordgebruik in het O.T. tot uiting op twee manieren:

  • in zijn naam: satan
  • in de manier waarop hij tot zonde kwam

Het Hebreeuws voor de satan is:  satan.
In het Nederlands taalgebruik is dit woord als eigennaam overgenomen.

Volgens de OLB, de On Line Bijbel vertaling  is satan:

  • een zelfstandig naamwoord
  • te vertalen als: tegenstander, tegenpartij, satan (als eigennaam)
  • afgeleid van het werkwoord: satan

Het werkwoord satan wordt volgens de OLB vertaald als: tegenstander zijn, als tegenstander handelen, weerstaan, zoals o.a. in de tekst, waar David zegt:

Mijn vijanden echter leven, zij zijn machtig, talrijk zijn zij, die mij trouweloos haten, zij, die mij kwaad voor goed vergelden en mij weerstaan (satan), omdat ik het goede najaag. (Psalmen 38:19-20)

Satan als zelfstandig naamwoord wordt in 23 verzen gebruikt, waarbij 8 maal vertaald wordt als tegenstander, zoals bijvoorbeeld in:

Maar de toorn Gods ontbrandde, toen hij (Bileam was op weg om het volk Israël te vervloeken) ging, en de Engel van de Here stelde zich op de weg als zijn tegenstander (satan); Bileam reed op zijn ezelin en had twee van zijn dienaren bij zich.   (Numeri 22:22)

.

Satan in ons taalgebruik

.

In ons taalgebruik komt het woord satan vaak als een eigennaam voor. Het is de vraag of satan ook in Bijbelse tijden als eigennaam gebruikt werd.

Het is best mogelijk dat men in de tijd van het Oude Testament, bij het gebruik van het woord satan, niet zozeer dacht aan de naam van een gevallen engel, maar eerder aan de tegenstander van God.

Bij het lezen van de Bijbel zou bij satan misschien beter telkens ‘de tegenstander’ ingevuld kunnen worden, wat duidelijker uitdrukt wie hij werkelijk is.

.

.

.

.

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Grieks

.

In het Nieuwe Testament worden twee namen voor de tegenstander van God gebruikt, namelijk:

  • satan – in het Grieks: satanas.
  • duivel – in het Grieks: diabolos.

De satan is de vertaling van het Grieks satanas

Volgens de OLB is satanas:

  • een zelfstandig naamwoord
  • van Aramese oorsprong, overeenkomend met het Hebreeuwse ‘satan’ (met het bepalend lidwoord)
  • te vertalen als: tegenstander (iemand die zich in voornemen en daad tegen de ander verzet)
  • de naam gegeven aan de vorst van de boze geesten.

Satanas komt voor in 28 Bijbelverzen en wordt steeds door satan vertaald. Volgens de OLB is satanas een zelfstandig naamwoord.

In de meeste Bijbelverzen wordt satanas voorafgegaan door een lidwoord, dus ‘de satan’. Ook hier kan afgevraagd worden, zoals bij satan in het Hebreeuws, of in de tijd van het Nieuwe Testament satanas wel gebruikt werd als eigennaam, zoals het in het Nederlands vaak gebeurd.

Misschien zou het ook hier beter zijn om satan, of de satan’ te vervangen door tegenstander, of de tegenstander’ wat weergeeft wie hij werkelijk is.

En Jezus werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan (de tegenstander) en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.   (Markus 1:13)

Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan (tegenstander)! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.   (Mattheüs 4:10)

De satan stelt zich op als een tegenstander, omdat hij er steeds op uit is mensen van hun goede voornemens af te brengen.

.

.

Soms probeert hij mensen op verkeerde gedachten te brengen

.

Dat is duidelijk als hij Jezus verzoekt in de woestijn en probeert om Hem ongehoorzaam te doen zijn aan zijn Vader.  (Mattheüs 4:1-11)

.

.

.

Soms gebruikt hij daarvoor uitspraken van andere personen

.

zoals in wat Petrus zei:

21 Vanaf dat moment begon Jezus aan zijn leerlingen uit te leggen wat er zou gaan gebeuren. Dat Hij naar Jeruzalem moest gaan. Dat Hij daar mishandeld moest worden door de leiders van het volk, de leiders van de priesters, en de wetgeleerden. Dat Hij zelfs moest worden gedood. Maar ook dat Hij op de derde dag uit de dood zou opstaan.
22 Toen nam Petrus Hem apart. Hij begon Hem streng tegen te spreken. Hij zei: “Heer, God zal ervoor zorgen dat dat niet zal gebeuren!” 23 Maar Jezus draaide Zich om en zei tegen Petrus:

“Ga weg, duivel! Je probeert Mij ongehoorzaam aan God te maken. Want jij wil niet wat God wil, maar wat mensen willen!”

.

.

.

De duivel in het taalgebruik

.

De duivel is de vertaling van diabolos.
Volgens de OLB is ‘diabolos’:

  • een bijvoeglijk naamwoord
  • te vertalen als: geneigd tot laster, lasterlijk, vals beschuldigend
  • afgeleid van het werkwoord ‘diaballo’ (werpen over, belasteren, kwaad spreken van, verdacht maken, bedriegen)
  • Als metafoor ook toegepast op iemand, waarvan gezegd kan worden dat die de rol van de duivel vervult

Het is duidelijk dat het woord diabolos het begrip laster, kwaad spreken in zich heeft.

Diabolos komt in 36 verzen voor en wordt in 33 verzen vertaald met ‘de duivel’.
Er zijn echter drie uitzonderingen (de duivel toegepast als metafoor):

(over diakenen) Evenzo moeten hun vrouwen zijn: waardig, geen kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles.   (1 Timotheüs 3:11)

… want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers (Grieks: blasphemos – kwaadsprekend, lasterend), aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede …   (2 Timotheüs 3:2-3)

Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende.   (Titus 2:3)

Omdat diabolos steeds gebruikt wordt met een lidwoord en vertaald wordt met ‘ duivel’, kan ook hier afgevraagd worden of men in de tijd van Jezus eerder dacht aan ‘de lasteraar’ of ‘de kwaadspreker’.

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel (de lasteraar), en hij zal van u vlieden.   (Jakobus 4:7)

.

Duidelijk is, dat er in het Grieks sprake is van

‘de lasteraar’, ‘de aanklager’.

.

De duivel is hier nog steeds dag en nacht mee bezig bij God

.

En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.   (Openbaring 12:9)

En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager (kategoros)van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde (kategoreo: beschuldigde) voor onze God, is neergeworpen.   (Openbaring 12:10)

Omwille van Jezus geeft God geen gehoor aan alles wat de satan, de duivel, de tegenstander, de kwaadspreker, bij zijn troon komt roddelen, zoals Johannes schrijft in zijn eerste brief:

Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak (parakletos:  voorbidder, advocaat) bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden ( voor wie dat wenst!!) en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.   (1 Johannes 2:1-2)

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Klein overzicht van de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Waaruit bestaat de Bijbel?

 

Een goed overzicht / samenvatting van de Bijbel is lastig te bereiken. De Bijbel bestaat uit twee Testamenten, 66 verschillende boeken, 1189 hoofdstukken, 31.173 verzen en 773.692 woorden. De diverse boeken van de Bijbel beslaan verschillende onderwerpen en waren aan verschillende groepen mensen gericht. De Bijbelboeken zijn geschreven door ongeveer 40 verschillende mensen over een periode van ongeveer 1.500 jaar. Een samenvatting / overzicht is daarom een enorme opgave.

Tegelijkertijd is de Heilige Geest de “inspirerende” auteur van de Bijbel. God “ademde” Zijn Woord uit en gebruikte de profeten en apostelen om Zijn Woord op te Schrijven (2 Timoteüs 3:16-172 Petrus 1:21). Verder woont de Heilige Geest in iedereen die zijn of haar geloof in Jezus Christus geplaatst heeft (Romeinen 8:91 Korintiërs 12:13). De Heilige Geest verlangt ernaar ons te helpen de Bijbel te begrijpen (1 Korintiërs 2:10-16).

.

.

HOE ZIT DE BIJBEL IN ELKAAR?

 

De Bijbel is opgedeeld in testamenten, boeken, hoofdstukken en verzen. Wat betekent dat? Ook bestaat de Bijbel uit verschillende soorten teksten. Op deze pagina vind je hier wat uitleg over.

.

.

EEN VERZAMELING BOEKEN

 

Het woord Bijbel betekent ‘boeken’. Het komt van biblija, wat je waarschijnlijk wel kent van bibliotheek. De Bijbel is dus een verzameling boeken. Zo is bijvoorbeeld Genesis het eerste Bijbelboek, en Openbaring het laatste. In totaal zijn er 66 Bijbelboeken.

.

.

TWEE GEDEELTEN

 

De Bijbel is opgedeeld in twee onderdelen: het Oude Testament, en het Nieuwe Testament. Het Oude Testament bestaat uit 39 Bijbelboeken en speelt zich af voor de komst van Jezus Christus. Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 Bijbelboeken, en speelt zich af vanaf de geboorte van Jezus.

.

.

DIVERSE SOORTEN BOEKEN

 

De Bijbel bestaat uit meerdere soorten boeken. Je vindt in de Bijbel onder andere verhalen, liederen, profetieën (stukken waar God zelf spreekt) en brieven aan christenen.

.

.

 

HOOFDSTUKKEN EN VERZEN

 

De meeste bijbelboeken hebben meerdere hoofdstukken. Wanneer hiernaar verwezen wordt zie je bijvoorbeeld staan Genesis 1 of Genesis 2. Elk hoofdstuk is ingedeeld in verzen. Een vers bestaat meestal uit een of twee zinnen. Het vers wordt vaak aangegeven door een dubbele punt. Bij een verwijzing naar een tekst kun je dus tegenkomen: Genesis 1:1.

.

.

.

.

.

.

Jezus over de heidenen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

Matteüs 10 : 5 – 25

 

 

1 Daarna riep Jezus zijn twaalf leerlingen bij Zich. Hij gaf hun de macht om duivelse geesten uit de mensen weg te jagen en om alle ziekten en kwalen te genezen. 2 Dit zijn de namen van die twaalf leerlingen, die Hij ook apostelen noemde: allereerst Simon, die ook Petrus wordt genoemd, en zijn broer Andreas. Jakobus de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. 3 Verder Filippus, Bartolomeüs (= Natanaël), Tomas en de belasting-ontvanger Matteüs. Verder Jakobus de zoon van Alfeüs, en Lebbeüs die ook Taddeüs wordt genoemd. 4 Verder Simon de Zeloot en Judas Iskariot, die Hem later heeft verraden.

5 Dit zijn de twaalf leerlingen die Jezus op pad stuurde. Hij beval hun: “Ga niet naar niet-Joodse mensen (heidenen). 6 Ga ook niet naar de steden in Samaria . Ga alleen naar de verdwaalde schapen van het volk Israël. 7 Vertel overal dat het Koninkrijk van God eraan komt. 8 Genees de zieken, maak doden weer levend, verjaag duivelse geesten. Jullie hebben niets voor deze macht hoeven betalen. Vraag er dus ook nooit een beloning voor. 9 Neem geen geld mee. 10 Ook geen reistas voor onderweg. Neem geen extra hemd, extra sandalen of een staf mee. Want een arbeider wordt altijd beloond voor zijn werk. Je zal krijgen wat je nodig hebt.

11 Als je een stad of een dorp binnenkomt, bekijk dan wie het daar waard is dat je bij hem logeert. Blijf bij hem tot je weer uit die stad vertrekt. 12 Als je zijn huis binnengaat, wens de mensen die er wonen dan vrede toe. 13 Als die mensen het waard zijn, zal je vrede over hen komen.

 

Maar als ze (heidenen) die vrede niet waard zijn, zal je vrede bij je terugkomen. 14 Als mensen niet naar je willen luisteren, ga dan weg uit dat huis of die stad. Klop het stof van je voeten af om hen te waarschuwen. 15 Luister goed! Ik zeg jullie dat het voor de streek van Sodom en Gomorra minder erg zal zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad.

 

16 Ik stuur jullie als schapen onder de wolven. Wees daarom net zo voorzichtig en slim als slangen, en net zo onschuldig als duiven. 17 Maar pas op voor de mensen. Want ze zullen jullie gevangen nemen en voor de rechter slepen. En ze zullen jullie zweepslagen geven in hun synagogen. 18 Jullie zullen ook voor bestuurders van provincies en voor koningen en keizers terecht staan omdat jullie in Mij geloven. Jullie zullen hun en de volken over Mij vertellen. 19 Als ze jullie gevangen nemen, maak je dan geen zorgen wat jullie moeten zeggen. Want jullie zullen de woorden krijgen op het moment dat jullie ze nodig hebben. 20 Want jullie zullen niet zelf spreken. Maar de Geest van jullie Vader zal door jullie heen spreken.

21 En een man zal zijn eigen broer laten doden. Een vader zal zijn eigen zoon laten doden. Kinderen zullen hun ouders laten doden. 22 Iedereen zal jullie haten omdat jullie in Mij geloven. Maar jullie moeten tot het einde volhouden. Dan zullen jullie worden gered. 23 Als de mensen jullie in de ene stad vervolgen, vlucht dan naar een andere stad. Want luister goed! Jullie zullen niet in alle steden van Israël zijn geweest, voordat de Mensenzoon komt.

24 Een leerling is niet beter dan zijn leermeester. En een slaaf is niet belangrijker dan zijn heer. 25 Voor een leerling is het genoeg om net zo goed te worden als zijn leermeester. En voor een slaaf is het genoeg om gelijk te worden aan zijn heer. Als de mensen de heer van het huis ‘Beëlzebul’ (= de leider van de duivelse geesten) noemen, dan zullen ze de dienaren die in zijn huis wonen, ook zo noemen!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget