Categorie archief: Religie

Vele namen van God

Standaard

categorie : religie

 

 

Een manier om Zijn aard en karakter te begrijpen

 

De namen die in de Bijbel voor God gebruikt worden dienen als een wegenkaart om het karakter van God te kunnen ontwaren. Omdat de Bijbel Gods Woord aan ons is, zijn de namen die Hij voor zichzelf in de Bijbel heeft gekozen bedoeld om Zijn ware aard aan ons te openbaren.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Zijn titels in de Schriftteksten

 

ELOHIM

 

“ELOHIM” (of Elohay) is de allereerste naam voor God in de Bijbel. Deze wordt door het Oude Testament heen meer dan 2.300 keer gebruikt. Elohim komt van het Hebreeuwse stamwoord dat “sterkte” of “macht” betekent en heeft de ongewone eigenschap dat het een meervoudsvorm is.

In Genesis 1: 1 lezen we: “In het begin schiep Elohim de hemel en de aarde.” Meteen vanaf het begin wordt deze meervoudsvorm voor de naam van God gebruikt om de Ene God te beschrijven, een mysterie dat in de rest van de Bijbel wordt geopenbaard. Door de Schriftteksten heen wordt Elohim gecombineerd met andere woorden om bepaalde karakteristieken van God te beschrijven.

Enkele voorbeelden:

Elohay Kedem – God van het begin (Deuteronomium 33:27).

Elohay Mishpat – God van rechtvaardigheid (Jesaja 30:18).

Elohay Selichot – God van vergeving (Nehemia 9:17).

Elohay Marom– God van hoogten (Micha 6:6).

Elohay Mikarov – God Die dichtbij is (Jeremia 23:23).

Elohay Mauzi – God van mijn kracht (Psalmen 43:2).

Elohay Tehilati – God van mijn aanbidding (Psalm 109:1).

Elohay Yishi – God van mijn redding (Psalm 18:4725:5).

Elohim Kedoshim – Heilige God (Leviticus 19:2Jozua 24:19).

Elohim Chaiyim – Levende God (Jeremia 10:10).

Elohay Elohim – God der goden (Deuteronomium 10:17).

 

.

GODS NAMEN ELOHIM DE GODHEID 2500 x

 

 

 

EL

 

“EL” is een andere naam die in de Bijbel voor God gebruikt wordt. Deze naam kun je meer dan 200 keer in het Oude Testament vinden. El is een vereenvoudiging van Elohim en wordt vaak met andere woorden gecombineerd om een beschrijvende nadruk te leggen.

Enkele voorbeelden:

El HaNe’eman – De trouwe God (Deuteronomium 7:9).

El HaGadol – De grote God (Deuteronomium 10:17).

El HaKadosh – De heilige God (Jesaja 5:16).

El Yisrael – De God van Israël (Psalm 68:35).

El HaShamayim – De God van de hemel (Psalm 136:26).

El De’ot – De God van kennis: (1 Samuël 2:3).

El Emet – De God van de waarheid (Psalm 31:6).

El Yeshuati – De God van mijn verlossing (Jesaja 12:2).

El Elyon – De allerhoogste God (Genesis 14:18).

Immanu El – God is met ons (Jesaja 7:14).

El Olam – De God van oneindigheid (Genesis 21:33).

El Echad – De Ene God (Maleachi 2:10).

 

 

 

 

.

ELAH

 

“ELAH” is een andere naam voor God die ongeveer 70 keer in het Oude Testament voorkomt. Ook wanneer deze naam wordt gecombineerd met andere woorden zien we verschillende eigenschappen van God.

Enkele voorbeelden:

Elah Yerush’lem – De God van Jeruzalem (Ezra 7:19).

Elah Yisrael – God van Israël (Ezra 5:1).

Elah Sh’maya – God van de hemel (Ezra 7:23).

Elah Sh’maya V’Arah – God van hemel en aarde (Ezra 5:11).

 

 

 

 

.

YHVH

 

“YHVH” is het Hebreeuwse woord dat vertaald wordt als “HEER”. Deze titel wordt in het Oude Testament vaker aangetroffen dan enige andere naam voor God (ongeveer 7.000 keer). Deze naam wordt ook vaak het “Tetra-grammaton” genoemd, wat “de vier letters” betekent.

YHVH vindt zijn oorsprong in het Hebreeuwse woord “zijn” en is de bijzondere naam die God aan Mozes open-baarde bij de brandende struik. “Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: ‘IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.’ Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: De HEER heeft mij gestuurd, de God van uw voor-ouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.

En hij heeft gezegd: Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende ge-neraties.'” (Exodus 3:14-15). Daarom staat YHVH voor het absolute wezen van God; de bron van alles, zonder be-gin en zonder einde. Hoewel sommigen YHVH uitspreken als “Jehova” of “Jahweh”, weten geleerden eigenlijk niet wat de juiste uitspraak van het woord is.

De Joden spraken deze naam na ongeveer 200 na Christus niet meer uit, uit vrees voor het gebod in Exodus 20:7: “Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan” (de rabbijnen gebruiken tegenwoordig meestal “Adonai” in plaats van YHVH).

Hier zijn enkele voorbeelden van het gebruik van YHVH in de Bijbel:

YHVH Elohim – HEER God (Genesis 2:4).

YHVH M’kadesh – De HEER Die heilig maakt (Ezechiël 37:28).

YHVH Yireh – De HEER Die ziet/voorziet (Genesis 22:14).

YHVH Nissi – De HEER mijn vaandel (Exodus 17:15).

YHVH Shalom – De HEER van vrede (Rechters 6:24).

YHVH Tzidkaynu – De HEER van gerechtigheid (Jeremia 33:16).

YHVH O’saynu – De HEER onze Schepper (Psalm 95:6).

 

 

.

.

 

 

 De Heer geopenbaard in YHVH is de Heer geopenbaard in Yeshua (Jezus)

 

De HEER die Zichzelf in het Oude Testament heeft geopenbaard als YHVH, wordt in het Nieuwe Testament geo-penbaard als Yeshua (Jezus). Jezus heeft dezelfde eigenschappen als YHVH en beweert duidelijk YHVH te zijn. In Johannes 8:56-59 laat zien dat Jezus Zichzelf presenteert als de “IK BEN”.

Toen Jezus door enkele Joodse leiders werd uitgedaagd, omdat Hij beweerde Abraham gezien te hebben (die zo’n 2.000 jaar eerder leefde), antwoordde Hij: “Waarachtig, ik verzeker u, van voordat Abraham er was, ben ik er.” Die Joodse leiders begrepen dat Jezus beweerde YHVH te zijn. Dit wordt duidelijk wanneer zij Hem proberen te stenigen vanwege godslastering onder de Joodse Wet.

In Romeinen 10:9 schrijft Paulus: “Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.” Meteen daarop, in Romeinen 10:13, zet Paulus deze woorden kracht bij door uit het Oude Testament te citeren: “Ieder die de naam van de Heer (YHVH) aanroept, zal worden gered” (Joël 3:5). Yeshua (Jezus) aanroepen is dus hetzelfde als YHVH (HEER) aanroepen; Hij is de Messias die door het hele Oude Testament heen wordt voorspeld.

 

 

 

.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

God heeft eigenschappen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

Eigenschappen van God

 

 

 De betekenis

 

“Waar wij aan denken wanneer we over God nadenken, is de belangrijkste eigenschap van onszelf,” schrijft A.W. Tozer in zijn klassieke boek over de eigenschappen van God, The Knowledge of the Holy(oftewel De kennis van God).

 

Tozer gaat verder:

“De geestelijke geschiedenis van de mens zal ongetwijfeld aantonen dat geen enkele godsdienst ooit groter is geweest dan zijn begrip van God. Aanbidding is rein of onrein, afhankelijk van de gedachten die de aanbidder over God heeft.”

 

In onze harten weten we dat het bovenstaande waar is. Het is niet voldoende om “God” te volgen. Dat woord kan tegenwoordig zo veel verschillende dingen betekenen dat het eigenlijk erg weinig betekenis meer heeft. Als we gewoon in ons eigen hoofd gaan bepalen hoe Hij is, dan doen we niets anders dan een afgod in onze gedachten scheppen.

 

 

 De basis

 

Jezus kwam om de God van de Bijbel te openbaren, en God heeft Zichzelf in Zijn boek geopenbaard. Elke afwij-king daarvan in ons begrip van Hem is een verzonnen God. Tozer beschrijft in ‘The Knowledge of the Holy’ 18 karakteristieken van God in de Bijbel. Deze worden hier herhaald (maar niet in dezelfde volgorde). Tozer’s defi-nities zullen, wanneer deze gebruikt worden, tussen aanhalingstekens worden geplaatst.

De Bijbel zegt dat we God moeten prijzen voor wie Hij is, vooral in gebed. Een groot gedeelte van de Psalmen legt zich hierop toe. De meeste mensen concentreren zich in hun lofprijzing te veel op een beperkt aantal aspec-ten, zoals Gods liefde, en gebruiken de rest van hun gebeden om dingen van Hem te vragen.

 

 

 

 De karakteristieken

 

Wijsheid: “Wijsheid is het vermogen om perfecte doelen te stellen en om deze doelen op de meest perfecte manier te bereiken”. Met andere woorden: God maakt geen fouten. Hij is de Vader die het echt het beste weet, zoals Paulus in Romeinen 11: 33  uitlegt: “O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgron-delijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!”

 

Oneindigheid: God kent geen grenzen. Hij is onmetelijk. Deze eigenschap heeft per definitie gevolgen voor alle andere eigenschappen van God. Omdat God oneindig is, moeten ook al Zijn andere eigenschappen oneindig zijn.

 

Oppermacht: Dit is “de eigenschap waarmee Hij over Zijn hele schepping heerst”. Het is de toepassing van Zijn andere eigenschappen van alwetendheid en almachtigheid. Deze eigenschap geeft Hem de absolute vrijheid om datgene te doen, waarvan Hij weet dat dit het beste is. God heeft de controle over alles wat er gebeurt. Maar de mens heeft nog steeds een vrije wil en is nog steeds verantwoordelijk voor de keuzes in zijn leven.

 

Heiligheid: Dit is de eigenschap die God onderscheidt van alle andere, geschapen wezens. Deze heeft betrekking op Zijn verhevenheid en Zijn perfecte morele reinheid. Er bestaat absoluut geen enkele zonde of boosaardige ge-dachte in God. Zijn heiligheid is de definitie van wat rein en rechtvaardig is, in het hele universum. Steeds als God zich ergens vertoont, zoals aan Mozes in de brandende doornstruik, dan wordt die plaats heilig omdat God er is geweest.

 

Drie-eenheid: Ook al wordt dit woord niet in de Bijbel gebruikt, toch is de waarheid in de Bijbel opgenomen dat God Zichzelf in drie Personen openbaart. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden alle drie God genoemd, worden als God aanbeden, bestaan eeuwig en zijn betrokken bij zaken die alleen God kan doen. Maar, ook al openbaart God Zichzelf in drie Personen, toch is God Eén en kan Hij niet worden gesplitst. De drie Personen zijn er allen volledig bij betrokken wanneer Eén van de Drie actief is.

 

Alwetendheid: “God weet alles en heeft daarom geen behoefte aan nieuwe kennis. God heeft nooit iets geleerd en kan niet leren.” Alwetendheid betekent “alles wetend”. God weet alles en Zijn kennis is daarom oneindig. Het is onmogelijk om iets voor God verborgen te houden.

 

 

Trouw: Alles wat God heeft beloofd zal plaatsvinden. Zijn trouw garandeert dit. Hij liegt niet. Wat Hij in de Bijbel over Zichzelf heeft gezegd is waar. Jezus zei zelfs dat Hij de Waarheid is. Dit is extreem belangrijk voor volgeling-en van Jezus, omdat onze hoop op eeuwig leven juist op Zijn trouw berust. Hij zal Zijn belofte in ere houden: Zijn belofte dat onze zonden zullen worden vergeven en dat wij eeuwig met Hem zullen leven.

 

 

 

Vervolg van de studie

 

Liefde: Liefde is een zo belangrijk onderdeel van Gods karakter dat de apostel Johannes schreef: “God is liefde”. Dit betekent dat het welzijn van anderen Zijn grootste zorg is. Als je een volledige definitie van “liefde” wil ont-dekken, lees dan 1 Korintiërs 13. Als wij liefde in actie willen zien, dan kunnen we het leven van Jezus bestuderen. Zijn offergave aan het kruis voor de zonden van anderen is de hoogst mogelijke liefdesdaad. Gods liefde is geen liefde die uit emoties bestaat, maar een liefde die uit daden bestaat. Zijn liefde wordt vrijelijk aan Zijn geliefden gegeven; de mensen die er voor kiezen om Zijn zoon Jezus te volgen.

 

Almachtig: Dit woord betekent letterlijk al-machtig. Omdat God oneindig is en omdat Hij macht heeft, heeft Hij oneindige macht. Hij staat weliswaar toe dat Zijn schepselen een zekere macht bezitten, maar dit doet op geen enkele manier af aan Zijn eigen macht. “Hij verbruikt geen hoeveelheid energie die weer aangevuld zou moeten worden”. Wanneer de Bijbel ons vertelt dat God op de zevende dag rustte, dan is dit om ons een voorbeeld te geven van de rust die wij nodig hebben, niet omdat Hij Zelf moe was.

 

 

Onveroorzaakt: Toen Mozes vroeg wie in de brandende doornstruik met hem in gesprek was, zei God: “Ik ben diegene die er altijd is.” God heeft geen begin en geen einde. Hij bestaat gewoon. Niets anders in het hele uni-versum is onveroorzaakt. Als er iets zou bestaan dat God had geschapen, dan zou dat andere iets God zijn. Voor onze menselijke geesten is dit moeilijk te bevatten, omdat alle andere dingen in onze ervaringswereld uit iets an-ders dan zichzelf afkomstig zijn. De Bijbel zegt: “In het begin schiep God”. Hij was er al.

 

 

Zelfvoorzienend: De Bijbel zegt dat God in Zichzelf leven heeft (zie Johannes 5: 26). Al het andere leven in het universum is een geschenk van God. Hij heeft nergens behoefte aan en er is geen enkele manier waarop Hij zou kunnen verbeteren. Voor God is niets anders noodzakelijk. Hij heeft onze hulp nergens voor nodig, maar vanwege Zijn barmhartigheid en Zijn liefde laat Hij ons deel uitmaken van de ontvouwing van Zijn plan op aarde en staat Hij ons toe om een zegen voor anderen te zijn. Wij zijn degenen die veranderen: God verandert nooit. Hij is zelf-voorzienend.

 

 

Rechtvaardig: De Bijbel zegt dat God rechtvaardig is, maar Zijn karakter is juist wat ons vertelt wat rechtvaardig-heid werkelijk inhoudt. Hij schikt zich niet naar externe criteria. Rechtvaardigheid verschaft iedereen een morele gelijkheid. Wanneer slechte dingen worden gedaan, dan eist de gerechtigheid dat er een straf wordt uitgedeeld. Omdat God perfect is en nooit enig kwaad heeft begaan, zou er voor Hem nooit een straf nodig zijn; maar van-wege Zijn grote liefde heeft God de straf voor onze kwaadaardige daden op Zich genomen door Zelf naar het kruis te gaan. Er moet aan Zijn rechtvaardigheid voldaan worden: voor alle mensen die in Jezus willen geloven heeft Hij hier Zelf voor gezorgd.

 

 

Onveranderlijk: Dit betekent eenvoudigweg dat God nooit verandert. Daarom zegt de Bijbel: “Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.”

 

 

Barmhartig: “Barmhartigheid is de eigenschap van God die Hem actief genadig maakt”. Omdat door Jezus aan Gods gerechtigheid werd tegemoetgekomen, staat het Hem vrij om genadig te zijn voor alle mensen die ervoor kiezen Hem te volgen. Deze genade zal nooit ophouden omdat het een onderdeel van Gods aard is. Barmhartig-heid is de manier waarop Hij verlangt met de mensheid om te gaan. Hij zal dit daarom ook doen, tenzij een mens er zelf voor kiest om God te verachten of te negeren. Als dat het geval is, dan wordt Zijn gerechtigheid Zijn meest prominente eigenschap.

 

 

Eeuwig: Dit feit over God is in enkele opzichten eender aan Zijn zelfvoorzienigheid. God is er altijd al geweest en zal er ook altijd zijn, omdat Hij Zich in de eeuwigheid bevindt. De tijd is Zijn schepping. Daarom kan God het ein-de al vanaf het begin zien en daarom wordt Hij nooit door iets verrast. Als God niet eeuwig zou zijn, dan zou Zijn belofte van eeuwig leven voor de volgelingen van Jezus van weinig waarde zijn.

 

 

Goed: “De goedheid van God is wat Hem vriendelijk, schappelijk, welwillend en vol goedheid ten opzichte van de mens maakt”. Deze eigenschap van God verklaart waarom Hij Zijn volgelingen zegent zoals Hij doet. Gods daden definiëren wat goedheid is en we kunnen dit zonder moeite waarnemen in de manier waarop Jezus met de men-sen om Hem heen omging.

 

 

Genadig: God geeft graag grote geschenken aan de mensen die van Hem houden, zelfs als zij dat niet verdienen. Genadigheid is het woord waarmee we deze houding beschrijving. Jezus Christus is het kanaal waardoor Zijn ge-nadigheid zich beweegt. De Bijbel zegt: “Want is de wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.”

 

 

Alomtegenwoordig: Deze theologische term betekent: “altijd aanwezig”. Omdat God oneindig is kent Zijn wezen geen grenzen. Het is dus duidelijk dat Hij overal aanwezig is. Deze waarheid wordt ons door de Bijbel met de woorden “Ik ben met jullie” onderwezen, die in zowel het Oude als het Nieuwe Testament 22 keer worden her-haald. Dit waren zelfs Jezus’ geruststellende woorden juist nadat Hij Zijn discipelen de opdracht had gegeven om Zijn boodschap over de hele wereld te verspreiden. Dit is ongetwijfeld een geruststellende waarheid voor alle mensen die Jezus volgen.

 

 

 

Eigenschappen van God – De conclusie

 

Dit is de beschrijving van de God van de Bijbel. Alle andere ideeën over God zijn, volgens de Bijbel, afgoden. Zij komen voort uit het voorstellingsvermogen van de mens. Door over de eigenschappen van God te leren, kun je God prijzen voor wie Hij werkelijk is en voor de manier waarop al Zijn eigenschappen jouw leven op een positieve manier beïnvloeden.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

Bijbelteksten over de eigenschappen van god

 

eeuwig, oneindig, onsterfelijk, onveroorzaakt

 

 

Deuteronium 33: 27

 

Bij de eeuwige God ben je altijd veilig. Zijn eeuwige armen dragen je. Hij jaagt al je vijanden voor je weg en zegt: ‘Vernietig hen!’

 

 

 

Psalm 90: 2

 

2 Nog vóórdat de bergen ontstonden, nog vóórdat U de aarde had gemaakt, was U al God. Voor eeuwig bent U God.

 

 

 

1 Timoteüs 1: 17

 

17 Voor de Koning van alle eeuwen, de God die wij niet kunnen zien en die nooit sterft, de enige ware God, voor Hem is alle eer en alle macht en majesteit, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

 

 

onveranderlijk, trouw

 

Maleachi 3: 6

 

 Let op, Ik, de Heer, verander niet. Daarom zijn jullie niet totaal vernietigd, volk van Jakob!

 

 

 

Numeri 23:19

 

19 God is niet zoals de mensen. Mensen liegen, maar God liegt nooit. Mensen veranderen van gedachten, maar God doet altijd wat Hij zegt. Hij houdt Zich altijd aan wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

 

Psalm 102: 26 -27

 

26 U heeft in het begin de aarde neergezet. Ook de hemel is door U gemaakt.

 

 

 

 

wijsheid, onvergelijkbaar, perfect

 

2 Samuël 7:22

 

22 U bent geweldig, Heer! Uit alles wat we zelf hebben gehoord weten we zeker: niemand is als U. Er is geen an-dere God dan U.

 

 

 

Jesaja 40: 25

 

25 “Met wie willen jullie Mij vergelijken? Wie is als Ik?” zegt de Heilige God.

 

 

 

Matheüs 5: 48

 

48 Wees volmaakt, want jullie hemelse Vader is óók volmaakt.”

 

 

 

oppermachtig, ondoorgrondelijk, onopspeurbaar

 

Jesaja 40: 28

 

28 Weten jullie het dan niet? Hebben jullie het dan niet gehoord? De Heer is de Maker van de hele aarde. Hij is een eeuwige God. Hij wordt niet moe en raakt niet uitgeput. Hij is zóveel wijzer dan wij, dat wij Hem niet kunnen begrijpen.

 

 

 

Psalm 145: 3

 

3 U bent geweldig. U verdient het te worden geprezen. U bent zó machtig, het is niet te begrijpen.

 

 

 

Romeinen 11: 33 – 34

 

33 Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!

 

 

 

rechtvaardig

 

Deuteronium 32: 4

 

4 Hij is de Rots waarop wij stevig staan. Alles wat Hij doet is volmaakt. Alles wat Hij doet is rechtvaardig. Hij is trouw en nooit onrechtvaardig. Hij doet altijd wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

Psalm 18: 30

 

30 Met U durf ik een heel leger aan. Met U spring ik over een muur. 

 

 

 

 

God is één

 

Deuteronium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén. 

 

 

 

Matheüs 28: 19

 

Ga nu op pad en maak alle volken tot leerlingen van Mij. Doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. En leer hen om alles te doen wat Ik ook aan jullie heb geleerd.

 

 

 

Marcus 1: 9 – 11

 

9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jor-daan.10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer.11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”

 

 

 

alomtegenwoordig

 

Psalm 139: 7

 

7 Hoe zou ik kunnen vluchten voor uw Geest? Waar zou ik me voor U kunnen verbergen?

 

 

 

 

Jeremia 23: 23

 

23 Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg?

 

 

 

alwetend

 

Psalm 139: 1 – 5

 

1 Een lied van David. Voor de leider van het koor.  2 Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. 3 U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. 4 U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd. 5 U bent aan alle kanten om mij heen en uw hand rust op mij.

 

 

 

Spreuken 5: 21

 

21 Niets is verborgen voor de ogen van de Heer. Hij beoordeelt alles wat je doet.

 

 

 

heilig, als een vuur

 

Jesaja 6: 3

 

3 En de engelen riepen tegen elkaar: “Heilig! Heilig! Heilig is de Heer van de hemelse legers! De aarde is vol van zijn schitterende macht en majesteit!”

 

 

 

Exodus 3: 2

 

2 Daar kwam de Engel van de Heer naar hem toe. De Engel stond midden in een braamstruik en zag er uit als een vuurvlam. Mozes zag dat de braamstruik wel in brand stond, maar niet verbrandde.

 

 

 

Hebreeëuwen 12: 29

 

29 Want onze God is als een vuur dat alles verbrandt.

 

 

 

barmhartig, genadig, liefde, goed

 

Exodus 34: 6

 

6 De Heer liep langs hem heen en riep:  “Ik ben de Heer! Ik ben vriendelijk en geduldig, liefdevol, vol medelijden en vol waarheid.

 

 

 

Psalm 31: 19

 

19 Leg al die leugenaars het zwijgen op. Trots en spottend beschuldigen ze onschuldige mensen. 

 

 

 

1 Petrus 1: 3

 

3 We zijn de God en Vader van onze Heer Jezus Christus heel erg dankbaar. Want omdat Hij zo goed en liefdevol is, heeft Hij nieuwe mensen van ons gemaakt: we zijn opnieuw geboren. Dat heeft Hij gedaan door Jezus Christus uit de dood terug te roepen en weer levend te maken. Daardoor kunnen we vol hoop zijn.

 

 

 

Johannes 3: 16

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben.

 

 

 

Johannes 17: 3

 

3 Het eeuwige leven is dat de mensen U kennen, de enige echte God, en Jezus Christus die U heeft gestuurd.

 

 

 

almachtig  

 

Openbaring 19: 6

 

6 Toen hoorde ik een stem die leek op het geluid van een grote menigte, of van de zee, of van de donder. En die stem riep: “Prijs de Heer! Want de Almachtige Heer God is Koning!

 

 

 

Jeremia 32: 17

 

17 “Heer, U heeft door uw grote macht en kracht de hemel en de aarde gemaakt. Niets is te wonderlijk voor U.

 

 

 

Jeremia 32: 27

 

27 “Ik ben de Heer, de God van alle mensen. Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

1 Thimotheüs 6 ; 10 de wortel van alle kwaad is geldzucht

Standaard

categorie : religie

 

 

money

.

 

 

De rijke man : Lucas 16: 19 – 31

 

Nu was er een rijk mens, en hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest. Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort, vol zweren, begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel; maar zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. De rijke nu stierf ook en werd begraven.

En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam. Abraham echter zei: Kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven, en Lazarus evenzo het kwade; en nu wordt hij hier vertroost, maar u lijdt smart.

En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd, zodat zij die van hier naar u willen overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen. Hij echter zei: Ik bid u dan, vader, dat u hem zendt naar het huis van mijn vader, want ik heb vijf broers,opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn.

Abraham echter zei: Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij, ook al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen.

* Lazarus komt op een plek terecht na zijn dood waar hij troost vindt 

* De rijke man komt na zijn dood terecht in Hades, een plek vol van pijnen

* Slechts een kloof scheidt de twee plekken van elkaar, zij kunnen zelfs met elkaar communiceren

* Het is onmogelijk om van de ene kant van de kloof naar de andere kant over te komen

* Al zou een dode terug komen om de ongelovigen te overtuigen zich te bekeren, dan zouden zij het niet doen

.

Op de inhoud van Lucas 16:19-31 ingaan is niet nodig want de tekst spreekt voor zich zelf, alleen de verzen 30 en 31 zeggen ons iets heel belangrijks want daar hebben wij in onze dagen ook nog steeds mee te maken. De rijke man wilde dat Lazarus naar zijn familie ging om hen te waarschuwen maar Abraham zei dat ook dat niet zou helpen, ze zouden zich niet bekeren.

.

 

Sinds de opstanding van Christus Jezus is er wél iemand geweest die in de dood was en weer opstond, Christus Zelf, en ook Hem geloofde de mensheid niet.

.

De mensheid heeft geen excuus want Hij heeft er voor gezorgd dat alles is na te lezen in Zijn brief, het Nieuwe Testament. Daarnaast zijn er ettelijke getuigen geweest die Hem in levende lijve hebben gezien na Zijn opstanding vanuit de doden. De weinige mensen die wel geloven dat Hij opstond en de Weg naar het eeuwige leven is zijn later misleid door mensen die in hun zucht naar geld en macht een valse weg hebben gewezen. Het begon al vlak na Zijn hemelvaart dat mensen uit eigen belang wilden handelen en kwanselen met het reddende Evangelie en de uitingen daarvan.

.

.

De aanbidding van de Mammon, de geldduivel

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

.

Wat staat er precies in 1 Timotheüs 6 :10 ?

.

De Bijbeltekst luidt: ‘Want de geldzucht is een wortel van alle kwaad’. Het gaat niet om het geld op zich, maar om de geldzucht. Terloops zij opgemerkt, dat er in het Grieks voor kwaad geen lidwoord staat. Dat houdt in, dat de vertaling ‘wortel van alle kwaad’ juister zou zijn omdat er dan ruimte gelaten wordt voor de gedachte dat er meer wortels van kwaad zijn. De geldzucht wordt echter daardoor gekarakteriseerd dat er alle vormen van kwaad uit kunnen voortkomen, zoals leugen, bedrog, geweld, seksuele uitbuiting. Maar dit terzijde; de Schrift spreekt over de geldzucht als bron van alle kwaad.

.

.

Hunkeren naar rijkdom in het boek Spreuken

 

Over die geldzucht maakt het Spreukenboek een paar rake opmerkingen, die we wel ter harte mogen nemen. We lezen er bijvoorbeeld deze waarschuwing in:‘Tob u niet af voor rijkdom… want plotseling maakt hij zich vleugels’. Als je meent het bezit in handen te hebben, glipt het je tussen de vingers door. Soms verwerft iemand zich in korte tijd rijkdom.

Hij heeft het geld echt in handen, maar dan komt daarna de tegenslag en verliest men zijn bezit. Of men gooit het geld in een leven van verkwisting over de balk. Wij kennen het gezegde: ‘Zo gewonnen, zo geronnen’ Een andere waarschuwing, nog ernstiger van aard, lezen we in Spr.28:20: ‘Maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft’.

Het staat er niet met zoveel woorden, maar hier is kennelijk bedoeld dat men op oneerlijke wijze geld probeert te verwerven. De persoon die naar rijkdom jaagt, wordt in dit vers namelijk gecontrasteerd met ‘een betrouwbaar man’. Het hunkeren naar rijkdom gaat immers veelal gepaard met het gebruik van oneerlijke middelen om rijk te worden.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De boekdrukkunst voor de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

De komst van de boekdrukkunst

 

De uitvinding van de boekdrukkunst, halfweg de 15e eeuw, betekent een omwenteling in de kennisoverdracht. Die omwenteling raakt ook de verspreiding van de Bijbel. Toch lijkt er aanvankelijk weinig te gebeuren. Het nieu-we proces heeft als het ware een incubatietijd tot de gevolgen in de 16e eeuw in volle omvang losbarsten. De boekdrukkunst maakt een eind aan duizend jaar scheiding tussen volk en Bijbel.

.

.

 

drukpers 15 e eeuw

 

 

.

De boekdrukkunst

 

Halfweg de 15e eeuw werd een uitvinding gedaan die de wereld zou veranderen: de uitvinding van de boek-drukkunst. Op zich was het drukken al niet onbekend meer. Prenten werden in hout uitgesneden en gedrukt. Ook tekst werd wel op deze wijze vermenigvuldigd; men spreekt dan van blokdruk. Het bezwaar van blokdruk was dat de houten “moeder” snel sleet en het gedrukte beeld na een eerste serie vervaagde.

Voor prenten was dit niet zo’n bezwaar, maar tekst werd snel onleesbaar. De uitvinding hield in feite in het “zet-ten” van een tekst uit losse letters. Deze letters werden gegoten uit een metaallegering van lood en tin in daar-voor gemaakte gietmallen. Ze konden bij slijtage gemakkelijk omgesmolten worden en opnieuw gegoten. Zo ont-stond een gedrukte tekst die zich kon meten met de beste handschriften.

.

 

boekdrukkunst 15 e eeuw

 

 

 

boekdrukkunst 16 e eeuw

.

.

.

Gutenberg

 

De eerste van wie wij weten dat hij zo gewerkt heeft is de Duitser Johannes Gutenberg uit Mainz. In de vroege ja-ren vijftig van de 15e eeuw werkte hij aan de uitgave van een Bijbel. Deze Bijbel moest de fraaiste uitgave worden die er ooit was geweest. Maar omdat hij met zijn nieuwe procédé veel sneller kon werken dan de monniken in de kloosters, die de Schrift geheel met de hand moesten schrijven, kon hij toch relatief goedkoop leveren. Vijftig gul-den (ongeveer twintig euro) vroeg hij voor een editie op perkament. Dat was tweemaal het jaarloon van een ge-schoold ambachtsman, maar veel goedkoper dan een handschrift dat, afhankelijk van de uitvoering, des-tijds rond de 100 euro moest kosten. Drie jaar was Gutenberg bezig, van 1450 tot 1453. Om het werk gaande te hou-den moest hij telkens geld lenen.

Daar zijn later processen over gevoerd want toen de geldschieters doorkregen waar Gutenberg mee bezig was claimden zij de eigendomsrechten op de nieuwe vinding. Het is door deze processen en uit de processtukken dat wij nu zo precies weten wat Gutenberg deed. Om intussen brood op de plank te krijgen drukte Gutenberg ook een editie op papier. Die kostte destijds slechts 35 gulden. De oplage bedroeg enige tientallen exemplaren, zowel van de perkamentuitgave als van de papieruitgave. Deze zogenaamde 42-regelige Gutenbergbijbel is het oudste gedrukte boek dat wij kennen. En hoe zit dat dan met Laurens Jansz. Koster? Het is jammer, maar van hem bezit-ten wij geen enkel gedrukt boek. Volgens deskundigen is het zelfs niet zeker of hij heeft bestaan. Het oudste vol-gens de nieuwe techniek gedrukte boek dat wij in ons land kennen, is de Delftse Bijbel van 1477 (dat is 25 jaar na de Gutenbergbijbel) en die is niet van Koster.

De 42-regelige Gutenbergbijbel wordt beschouwd als een hoogtepunt van de boekproductie. Hoewel de tekst zelf is gedrukt, is er nog erg veel handwerk aan verricht. Hoofdstuktitels, ondergeschikte hoofdletters en paginakoppen zijn met de hand in rode inkt toegevoegd. Beginhoofdletters zijn uitgevoerd in de fraaiste miniatuurtechnieken en vele bladzijden zijn voorzien van kostbare randversieringen. Gutenberg mikte op de rijke burgerij, de welgestelde kooplui, die zijn boek konden betalen. Massaproductie was niet zijn doel. En het besef dat je met de nieuwe techniek een eigen weg kunt gaan, moest nog doorbreken. Zijn Bijbel was ook een Bijbel in het Latijn. Dat was immers de officiële versie en zijn clientèle kende best Latijn.

Het werd al even aangeduid: Gutenberg drukte niet alleen op perkament, maar ook op papier. Papier was een be-trekkelijk nieuwe uitvinding, van Arabische oorsprong. Juist rond deze tijd begonnen hier en daar in Europa aar-zelend de eerste papiermolens te verschijnen. Een schijnbaar ondergeschikte ontwikkeling, maar wel een die be-palend was voor de ontwikkeling van de boekdrukkunst. Gutenberg had voor het drukken van één perkament-Bijbel 340 vellen perkament nodig. Eén kalfshuid leverde twee vellen; dat was dus 170 kalfshuiden per Bijbel. Voor zijn oplage van slechts 50 exemplaren waren duizenden kalfshuiden nodig. Het vraagt weinig fantasie om te zien dat het met die hele boekdrukkunst nooit iets was geworden als de nieuwe papiermolens niet in het benodigde papier hadden kunnen voorzien.

 

 

Gutenberg

 

 

 

Gutenbergbijbel

 

 

.

De Delftse Bijbel

 

In 1477 verschijnt in ons land het eerste boek (voor zover wij weten) dat volgens het nieuwe procédé is gedrukt. Ook dit is een Bijbel; maar anders dan de Bijbel van Gutenberg is dit er één in de landstaal. Naar de plaats van drukken staat hij bekend als de “Delftse Bijbel”. In 1977 is er in Delft een grote tentoonstelling aan gewijd ge-weest: 500 jaar Delftse Bijbel (en dus waarschijnlijk ook: 500 jaar boekdrukkunst in Nederland). De verschillen met de Bijbel van Gutenberg zijn opvallend. En dat geldt niet alleen voor de taal. De uitvoering is sterk vereenvoudigd: geen illustraties, geen rijk versierde hoofdletters. Het handwerk is sterk teruggebracht. De beide drukker /uitge-vers mikken kennelijk op een veel groter publiek. Om de kosten nog verder te drukken geven zij niet eens een complete Bijbel uit. Ze beperken zich tot het Oude Testament, en dan nog zonder de psalmen.

Dit weerspiegelt nog de middeleeuwse houding: een stukje Bijbel is al heel wat, want wie kan zich een complete Bijbel veroorloven. Bovendien bestonden de evangeliën al in enige omvang in handschrift en ook losse psalteria waren bekend. De beide Delftenaren dachten kennelijk dat er wel markt zou zijn voor de rest. Door dit alles kwam de prijs omlaag tot circa 12½ gulden (ongeveer 5 euro), destijds een half jaarsalaris. Toch is de uitgave kennelijk geen groot commercieel succes geweest, want hij is niet herhaald. De vertaling van de Delftse Bijbel was overi-gens een oude bekende. Het was die van de Vlaamse Historiebijbel van 1360; een vertaling die redelijk populair was in de Nederlanden.

 

.

Delftse Bijbel

 

 

 

Vlaamse Historiebijbel

 

 

 

De Keulse Bijbel

 

Korte tijd na de Delftse Bijbel is in het oosten van ons land de zogenaamde Keulse Bijbel verschenen. Anders dan de Delftse Bijbel was dit een complete Bijbel. Hij werd gedrukt in Keulen in twee versies: een Hoogduitse en een West-Nederduitse. Die laatste taal werd in het oosten van ons land gesproken, maar sprak de burger elders in de Nederlanden minder aan, wat een grote verspreiding in de weg heeft gestaan. Ook nu nog merken wij dat de Delftse Bijbel gemakkelijker te lezen is dan de Keulse Bijbel. De vertaling voor de Keulse Bijbel werd speciaal voor dat doel gemaakt. Maar het boek Hooglied werd onvertaald gelaten en bleef in het Latijn afgedrukt. Een inleiding vertelt ons dat de inhoud van Hooglied minder geschikt werd geacht voor al te jeugdige personen. De veronder-stelling was kennelijk dat wie Latijn heeft geleerd intussen de jaren des onderscheids heeft bereikt.

De Keulse Bijbel oogt aantrekkelijker dan de Delftse Bijbel omdat hij op diverse plaatsen geïllustreerd is. Wie hem doorbladert, merkt ook op dat de uitgever er bij de toenmalige oplagen niet tegenop zag zetfouten in de hele op-lage met de hand in rode inkt te laten verbeteren. Al deze Bijbels waren vertalingen van de Vulgaat, de offi-ciële Latijnse kerkbijbel. Aan de eventuele juistheid van de Vulgaat werd toen nog door niemand getwijfeld. Dat kwam pas later, in de 16e eeuw, ten tijde van de reformatie. Ook ontbrak in deze Bijbels nog de indeling van de hoofdstukken in verzen wat pas ontstond rond 1560. Wel waren de hoofdstukken in grotere delen ingedeeld die werden aangegeven met hoofdletters in de kantlijn: A, B, C enz.

 

 

Keulse Bijbel

 

 

.

De betekenis van de boekdrukkunst

 

De invloed van de uitvinding van de boekdrukkunst lijkt aanvankelijk niet zeer groot te zijn. Gedurende de tweede helft van de 15e eeuw is er nog geen sprake van een massale verspreiding van Bijbels. Er waren slechts enkele uit-gaven en de oplagen waren klein. Toch is de uitvinding van immense betekenis geweest, al zou deze zich pas in de volgende eeuw openbaren. Als in de 16e eeuw het volk in opstand komt tegen de gevestigde orde, is het de drukpers die het proces ondersteunt. Ideeën hoeven niet langer van mond tot mond te worden doorgegeven. Hun verspreiding is niet langer uitsluitend afhankelijk van de reissnelheid van hun predikers, die de boodschap persoonlijk moeten komen verkondigen.

Ook wordt het volk onafhankelijk van de kerkelijke en wereldse overheid. Het kan nu langs andere wegen kennis nemen van ideeën. In de vroege 16e eeuw zal dit leiden tot de reformatie, en tot tal van andere omwentelingen. Sommige overheden zagen dit reeds vroeg en trachtten het drukkersambt te binden aan een vergunningsysteem. Maar dat is nooit gelukt. En tot in onze dagen begint elke revolutionaire beweging zijn activiteiten met de verwer-ving van een kopieermachine of een drukpers. Het is door de drukpers dat in de 16e eeuw het contact tussen volk en Bijbel na duizend jaar weer hersteld wordt.

 

 

 

drukpers 16e eeuw

 

 

 

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Wat is devotie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Met devotie wordt in het algemeen de toewijding aan

een hogere macht of waarheid bedoeld.

 

 

Meer specifiek wordt met devotie bedoeld de vormgeving van de toewijding aan God door middel van religieuze gewoonten: persoonlijke devotie of vroomheid.

 

 

devotie

 

 

vormen van devotie

 

Persoonlijke devotie of vroomheid kan allerlei vormen aannemen. De kerk reikt vormen aan in het verlengde van of verbonden met de kerkelijke vormen van eredienst, zoals de getijden.

 

 

Boek van de getijdengebeden in de abdij van Tongerlo ( 1522 )

 

 

 

overzicht van de geschiedenis van devotie

 

 

Middeleeuwen

 

In de middeleeuwen is de groepsgewijze persoonlijke devotie een zaak van de kloosterorden (Getijden en me-ditatie) en van de geestelijken geworden. Het volk beperkte zich tot de Apostolische Geloofsbelijdenis, het Onze Vader en het Ave Maria en tot het bidden van de rozenkrans.

 

 

 

rozenkrans

 

 

 

getijdenboek in de middeleeuwen

getijdenboek in de middeleeuwen

 

 

 

De Moderne Devotie

 

Aan het einde van de Middeleeuwen, in de dertiende en veertiende eeuw, ontstaan bewegingen die zich ont-trekken aan de druk van de sociale en kerkelijke hiërarchie. Een belangrijke vrouwenbeweging is die van de Be-gijnen. Daarnaast is er de beweging van de ‘Broeders van het Gemene Leven’ onder leiding van Geert Groote.

 

.

.

.

.

Tegelijkertijd treden tot de verbeelding sprekende mystici op als Catharina van Siëna, Julia van Norwich en Eck-hart. De nadruk hierbij ligt op de persoonlijke vroomheid. Veel mensen blijken gevoelig voor deze ontwikkeling.

 

 

Julia van Norwich

 

 

 

Catharina van Siëna

 

 

Geert Groote en zijn ‘broeders des gemenen levens’, waar ook zusters bij horen,  vormen een invloedrijke bewe-ging in de tijd van de opkomende steden en handel. De broeders en zusters vormden religieuze gemeenschap-pen zonder zich aan een regel te binden. Zij waren dus niet aan de geestelijkheid gebonden, maar beoogden een integratie van clerus en leken.

 

 

Geert Groote

 

 

Sterke nadruk viel op innerlijke persoonlijke vroomheid, die een protest was tegen de grote uiterlijke vroomheid van die tijd. Het bidden van de getijden nam bij de Broeders een voorname plaats in. Het getijdenboek van Geert Groote moet één van de meest gelezen Middelnederlandse boeken zijn geweest.

 

 

boek ten tijde van de moderne devotie

boek ten tijde van de moderne devotie

 

 

 

De Reformatie

 

De Reformatie is daarom niet zozeer een breukvlak als wel een voortzetten en doorzetten van bepaalde reeds be-staande tradities. Ook daar neemt het onophoudelijk bidden een centrale plaats in. Dit gebed kan voor de refor-matoren evenwel geen zaak voor een bepaalde kerkelijke stand zijn. Men bidt als leden van Gods volk en van één lichaam, en dus participeert iedereen in dat gebed. Ten aanzien van de vormgeving van het gebed is de Refor-matie niet eenduidig, maar zij is eensgezind in haar kritiek op de wijze waarop het getijdengebed zich in de Rooms-Katholieke kerk heeft ontwikkeld. Luther wil bijvoorbeeld de getijden behouden voor de gemeente, maar gezuiverd en aangepast. Het aantal diensten wordt gereduceerd, de vaste orde vervalt, de voertaal wordt Duits. Een nieuw brevier komt er niet en in de praktijk bloedt het getijdengebed langzaam dood.

In Nederland blijven de getijdengebeden, ondanks synodebesluiten die het tegendeel willen vooral in de steden, nog lang na de Reformatie gehandhaafd. Ontmoedigingsbeleid van de synode van Dordrecht (1618/1619) leidt ertoe dat bijvoorbeeld in 1627 in Amsterdam het laatste avondgebed te midden van de andere diensten sneuvelt, hoewel de avondgebeden populair waren bij het volk en goed bezocht werden. Als reden wordt genoemd dat zij afbreuk deden aan de gewone woorddienst, aan de huisgebeden die de vader in zijn gezin behoorde te doen en aan de vastendagen.

 

 

Geloofsovertuigingen ten tijde van de reformatie

Geloofsovertuigingen ten tijde van de reformatie

 

 

 

De Reformatie is eensgezind in haar verzet tegen een aantal elementen

 

  • Ten eerste oordeelt men dat de vorm van de getijden een veruiterlijking van de godsdienst in de hand werkt en ten koste van de inhoud gaat. Het volbrengen van een gebedspensum (opdracht) wekt de gedachte aan zelfrechtvaardiging.
  • Ten tweede is men van menig dat de getijden worden overwoekerd door on Bijbelse elementen, zoals de heiligenverering.
  • Ten derde is het getijdengebed door een zwaar en onbegrijpelijk pensum slechts haalbaar voor de enkelen, waardoor bidden een eindeloos gemummel wordt en de kloof tussen clerus en volk steeds groeit.

 

Deze elementen tastten de kern van het geloof aan, namelijk de onverdiende genade en de overtuiging dat Woord en sacrament de enige middelen tot heil zijn. De wijze waarop de ontaarding bestreden wordt wisselt naar omstandigheden en staat onder de  invloed van bepaalde reformatoren en de volksaard. Ten behoeve van de ‘echtheid’ geeft men later de voorkeur aan het vrije gebed boven de geformuleerde gebeden (gebeden psalmen en formuliergebeden). Alleen het vrije gebed is, naar men veronderstelde, door de heilige Geest geïnspireerd. De Reformatie ontmoedigde aldus het getijdengebed als vorm van persoonlijke vroomheid en verving het door per-soonlijk gebed en Bijbellezing in huiselijke kring. De huisvroomheid, met het gezin als dragende factor, wordt de belangrijkste traditie naast de openbare eredienst. Daarbij zij wel aangetekend dat de openbare eredienst van Woord en gebed in met name de calvinistische kerken verwantschap vertoont met bepaalde vormen van getijdengebeden.

 

 

huisgodsdienst ten tijde van de reformatie

huisgodsdienst ten tijde van de reformatie

 

 

 

De Nadere Reformatie

 

In de Nadere Reformatie verschijnen tal van boeken en traktaten die de huisvroomheid stimuleren en onder-steunen. Het gezin wordt beschouwd als kleine huisgemeente met eigen gebedsuren. Nederlandse predikanten stellen de Engelse puriteinen aan hun gemeenten ten voorbeeld. De Middelburgse predikant Willem Teellinck (1579-1629) raakte in Engeland diep onder de indruk van de family worship (de familiegodsdienst) bij de puri-teinen die zich in de gevestigde kerk niet erg thuis voelden. Teellinck schreef op grond van deze ervaringen zijn Huysboeck dat in veel gezinnen een plaats kreeg.

 

 

Willem Teellinck

 

 

Bijbellezing, bijbelstudie en catechese zijn belangrijke elementen in de huisdevotie. Duidelijke orden, zoals bij de getijden, treffen we nauwelijks meer aan, maar gebed en het zingen van enkele psalmverzen of een geestelijk lied geeft een zekere structuur. Onder verwijzing naar Psalm 55:18, Psalm 141:2 en Daniël 6,11 komt men alweer tot een morgen-, middag- en avondgebed. Teelinck en anderen bepleiten ook meditatie en methodisch beoefende vroomheid, waarbij zij teruggrijpen op schrijvers uit de kring van de Moderne Devotie.

Wilhelmus a Brakel (1635-1711) realiseert zich dat soms wel veel wordt gevraagd van de gezinnen, en dat niet ieder gezin dezelfde mogelijkheid heeft. Hij adviseert om dan maar wat korter te bidden. Voor het Onze Vader is altijd wel gelegenheid, zegt hij, en ‘daar is alles in vervat, als ’t maar wel verstaan, ende van harte tot God gebeden is’.

 

 

Wilhelmus_à_Brakel

 

 

De 19e eeuw

 

In de 19e eeuw ontstond ook in de Rooms-Katholieke kerk een nieuw, persoonlijker soort vroomheid. In de achttiende eeuw had de religieuze praktijk voornamelijk bestaan uit de collectieve uitdrukking van de vrome sentimenten van een hiërarchische maatschappij. Men nam deel aan religieuze uitingsvormen en plechtigheden samen met de maatschappelijke groep waartoe men behoorde, het dorp of het gilde. De kerk begon een belij-dende vroomheid te stimuleren. Men nam niet langer deel aan het ritueel als lid van een traditioneel sociaal li-chaam, maar als individu en beleed zo tevens een bepaalde culturele en politieke stellingname. De ontwikkeling impliceerde een individualisering van het geloof dat zich al eerder in het protestantisme had voorgedaan, zoals dat de 18e eeuwse Rooms Katholieke hervormers voor ogen had gestaan.

De kerk paste zich veel meer dan voorheen aan bij het populaire verlangen naar spectaculaire geloofsvoorvallen en een direct ingrijpen van het goddelijke in het dagelijks leven. Buitengewone verhalen over wonderbaarlijke ge-beurtenissen, die onder het ancien regime onmiddellijk tot een onderzoek door de Inquisitie zouden hebben geleid, werden nu door de kerk met graagte ontvangen en verspreid. Allerlei populaire vormen van vroomheid die de clerus sinds de zestiende eeuw afstandelijk had bejegend, zoals de verering van heiligen en van het Heilig Hart, werden nu door de geestelijkheid gestimuleerd. Al het uiterlijke en uitbundige werd benadrukt.

Zowel de kerken van de Afscheiding en Doleantie als de Rooms-Katholieke kerk leerden verder de middelen te beheersen die de liberale politici al veel langer gebruikt hadden om het volk te mobiliseren. Men ontwikkelde een professionele pers. Een stortvloed van traktaten, devotionele werken en ander propagandamateriaal werd ver-spreid. Men organiseerde volkspetities en agressieve missionaire campagnes. Het liberale streven naar een kerk die zich zou beperken tot haar spirituele en pastorale taak had gezegevierd, maar bleek een tweesnijdend zwaard toen de kerk in de stimulering van de persoonlijke vroomheid een middel vond om de leken voor haar strijd te organiseren.

 

 

bidstond prent van de 19 e eeuw

bidstond prent van de 19 e eeuw

 

 

 

De 20e eeuw

 

Veel uit de 19e eeuw gaat door, individualisering en secularisering. Er komen echter ook tegenbewegingen op gang met herbronning van de persoonlijke vroomheid in Vroege kerk en Mystiek, of in Oosterse en Westerse niet-christelijke stromingen (New Age).

 

 

new age

new age

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

Jezus Christus : een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1: 15 – 17 en Openbaring 3: 14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 17

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde gemaakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem.

 

 

Openbaring 3:14

 

14 De Heer zei tegen Johannes: “Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen (=’ja, zo is het’), de Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat God heeft gemaakt.

 

 

De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon “er maar één God is” (1 Korintiërs 8: 4; Deuteronomium 6: 4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1: 26; Efeze 2: 19)

 

 

1 Korintiërs 8: 4

 

4 Ik wil jullie het volgende zeggen over het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd. We weten dat er eigenlijk geen andere goden bestaan. Want er is maar één God.

 

 

Deuteronomium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén.

 

 

Genesis 1: 26

 

26 En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.”

 

 

Efeze 2: 19

 

19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God.

 

 

Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het “Woord” (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1: 1-3; Efeze 3: 9; Hebreeën 1: 1 – 3)

 

 

Johannes 1: 1-3

 

1 We willen jullie vertellen over het Levende Woord. Het Levende Woord was er al vanaf het begin. We hebben Hem gehoord, met onze eigen ogen gezien en met onze eigen handen gevoeld. 2 In Hem is het Leven Zelf zichtbaar geworden. Dat eeuwige Leven was bij de Vader, en de Vader heeft het zichtbaar gemaakt zodat wij het konden zien. 3 We willen jullie vertellen wat we hebben gezien en gehoord, zodat we één met elkaar zullen zijn. En wíj zijn één met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

 

 

Efeze 3: 9

 

9 God, die alle dingen door Jezus Christus heeft gemaakt, heeft eeuwenlang zijn plannen verborgen gehouden. En nu mag ík aan de mensen zijn plan bekend maken!

 

 

Hebreeën 1: 1 – 3

 

1 God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door zijn Zoon. 2 Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat. 3 De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.

 

 

Nadat Hij “Zichzelf ledigde” van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2: 5 – 8) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6: 23) werd Jezus de “eniggeborene des Vaders”, (Johannes 1: 14 – 18; 3: 16 – 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4: 14 – 16) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4: 10-12)

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

Romeinen 6: 23

 

23 Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.

 

 

Johannes 1: 14 –  18 

 

14 Het Woord werd een mens en Hij heeft bij ons gewoond. We hebben gezien hoe geweldig en machtig Hij is: Hij, Gods enige Zoon, met dezelfde macht als de Vader, liefdevol, vriendelijk, en vol van waarheid. 15 Johannes de Doper zei van Hem: “Dit is de man over wie ik het had. Hém bedoelde ik toen ik zei: ‘De man die na mij komt, is belangrijker dan ik,’ want Hij was er al voordat ik werd geboren.” 16 Hij is één en al liefde, vriendelijkheid en goedheid. Daarom is Hij ook eindeloos liefdevol, vriendelijk en goed voor ons allemaal. 17 Door Mozes hebben we de wet gekregen, die ons leert wat God van ons vraagt. Door Jezus Christus zijn Gods liefde, vriendelijkheid, goedheid en waarheid naar ons toe gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien. Maar zijn Enige Zoon, die helemaal één met Hem is, heeft ons laten zien wie God is.

.

 

Johannes 3: 16 – 18

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

.

1 Johannes 4: 14 – 16

 

14 Wij hebben met eigen ogen gezien dat de Vader de Zoon heeft gestuurd als Redder van de mensen. En dat is wat wij aan de mensen vertellen. 15 Als iemand hardop erkent dat Jezus de Zoon van God is, mag hij er zeker van zijn dat God in hem woont en dat hij in God is. 16 We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.

.

 

Handelingen 4: 10-12

 

10 Ik wil dat u en het hele volk van Israël weten dat wij dat hebben gedaan namens Jezus Christus uit Nazaret. U heeft Hem gekruisigd, maar God heeft Hem teruggeroepen uit de dood en weer levend gemaakt. Door deze Jezus staat deze man nu gezond vóór u. 11 Jezus is de steen die u, de bouwers, niet goed genoeg vond. Toch is hij de belangrijkste bouwsteen van het gebouw geworden. 12 Niemand anders dan Hij kan de mensen redden. Er is op aarde niemand anders door wie de mensen gered kunnen worden.”

 

Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3: 14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als “het begin der schepping Gods”. Het probleem ligt in de vertaling van het woord “het begin”. (In het Grieks, arche)

 

 

Openbaring 3: 14 > zie boven

.

 

De Drievuldigheid en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

 

Christus is “de oorsprong van de schepping Gods”. (Prof. Brouwer, zie ook de Moffatt of NIV vertaling) “Het Begin” zou beter vertaald zijn met “de Beginner” of de “Bewerker”, of de “Schepper” van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3: 14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1: 15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als “de eerstgeborene der ganse schepping”, Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met “eerstgeborene” -prototokos (van proto, “eerste” en tikto, “verwekken”) – geeft niet aan, dat Jezus geschapen was.

Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de “superioriteit” als “de eerstgeborene uit de doden” had. (Kolossenzen 1: 18; Openbaring 1: 4 – 6) Bovendien –  zoals juist opgemerkt in Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words – is Kolossenzen 1: 15 een vers “waar Christus’ relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde. Het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt. Hij schiep Zichzelf niet.

 

 

Kolossenzen 1: 18

 

18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen. 20 Door Jezus’ dood aan het kruis heeft God vrede met ons gesloten. Door Jezus heeft Hij de vriendschap hersteld tussen Hemzelf en alles wat leeft op de aarde en in de hemel.

 

 

Openbaring 1: 4 – 6

 

4 Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia (= Turkije): Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, 5 en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. 6 Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en “een priester van God, de Allerhoogste” (Genesis 14: 18 – 20).

 

Genesis 14: 18 – 20

 

18 Ook Melchizédek, de koning van Salem, kwam Abram tegemoet. Hij gaf hem en zijn mannen brood en wijn. Melchizédek was een priester van de Allerhoogste God. 19 Hij zegende Abram en zei: “Ik zegen je met de zegen van de Allerhoogste God, de Eigenaar van de hemel en de aarde. 20 En ik dank de Allerhoogste God, die ervoor zorgde dat je al je vijanden hebt overwonnen.” Toen gaf Abram aan Melchizédek een tiende deel van de hele buit.

 

 

Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos”. (Hebreeën 7: 3)

 

 

Hebreeën 7: 3

 

3 Verder wordt er niets over hem gezegd. Zo is hij zonder vader, zonder moeder, zonder voorouders of kinderen, zonder begin van zijn leven en zonder eind van zijn leven. Hij is daarmee gelijk aan de Zoon van God en blijft voor altijd priester.

 

Melchisedek was “als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5: 10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen

 

 

Hebreeën 5: 10

 

10 Zo maakte God Jezus tot net zo’n Hogepriester als Melchizédek.

 

 

Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet.

Jezus Christus is het “Woord”, die “God was” en “met God” was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1: 1-4), vòòr de schepping, die zal terugkomen als “Koning der koningen en Here der heren” (Openbaring 19: 13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2: 2-4).

 

 

Johannes 1: 1-4

 

1 In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. 2 In het begin was het Woord bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. 4 In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen.

 

 

Openbaring 19: 13-16

 

3 Zijn kleren waren in bloed geverfd. Zijn naam is: ‘Het Woord van God’. 14 En de hemelse legers, gekleed in schone, witte, linnen kleren, volgden Hem op witte paarden. 15 Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, waarmee Hij de ongelovigen verslaat. Hij zal streng over de volken heersen, als met een ijzeren staf. Hij zal Zelf de druiven uitpersen in de druivenpers van de straf van de Almachtige God. 16 Op zijn kleding staat bij zijn bovenbeen zijn naam geschreven: ‘Hoogste Koning en machtigste Heer.’

 

 

Jesaja 2: 2-4

 

2 Als het eind van de tijd is gekomen, zal de berg waarop de tempel van de Heer staat de hoogste berg zijn. Hij zal hoger zijn dan de hoogste bergen, indrukwekkender dan de hoogste heuvels. Alle volken zullen daarheen gaan. 3 Ze zullen zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Jakob. Want we willen van Hem leren hoe we moeten leven. We willen leven zoals Hij het wil. Want vanuit Jeruzalem zal de Heer zijn wil bekend maken.’ 4 Hij zal rechtspreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren.

.

 

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

De gebedstijden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het Getijdenboek

Het Getijdenboek

 

  • Het getijdengebed stamt uit de tempel- en synagoge-dienst en was ook een praktijk die men thuis onderhield.
  • In het Oude Testament vindt men allerlei voorbeelden van het avond en morgengebed (Numeri 28, Psalm 55: 18).
  • .

Psalm 55: 18 >’s Avonds en ’s morgens en ’s middags kan ik niet anders dan van bezorgdheid blijk geven en ik kreun, En hij hoort mijn stem.

Numeri 28:1-2> verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israëls, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult gij waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd.

 

.

  • De eerste christenen nemen dit gebruik over en komen in de tempel bijeen op geregelde gebedstijden. Volgens geschriften uit de eerste eeuwen werd er in groepen drie keer per dag gebeden in het huis van de gemeente. Wat gebeden werd is minder duidelijk, het Onze Vader wordt genoemd, maar gebeden uit de Joodse gebedstraditie zullen daar ook een plaats hebben gehad.
  • De drie dagelijkse momenten van gebed werden uitgebreid tot zeven of acht (1 Tessalonicenzen 5:17 bid onophoudelijk). Het is vooral Benedictus van Nursia die dit gebed een vaste vorm geeft in het klooster. In veel kloosters is tegenwoordig het aantal getijden beperkt tot vijf of  minder.

 

.

1 Tessalonicenzen 5:17-20 Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u. Blust den Geest niet uit. Veracht de profetieën niet.
.
.
.
De mens in geloof

De mens in geloof

pasteltekening van John Astria

.

.

.

De acht getijden ( ook wel officie genoemd) zijn:

 

.

De Metten (ook wel Vigilie genoemd) rond 5 uur

 

De metten (matutinae) maken deel uit van het getijdengebed in de Rooms-Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerk. Het woord ‘metten’ komt van het Latijnse  woord ‘matutinum’, dat ‘ochtend’ betekent, maar de metten worden meestal ’s nachts of in de zeer vroege ochtend gebeden. Het aanvangstijdstip varieert van ongeveer 3.45 uur tot 6.15 uur. Omdat ze vaak ’s nachts gebeden worden, gebruikt men  tegenwoordig de term vigilie (“wake”).

 

 

De Lauden rond 6 uur

 

De lauden (laudes) vormen het ochtendgebed van het Heilig Officie  of getijdengebed. Het woord lauden is een vernederlandsing van het Latijnse  laudes, het meervoud van laus wat lof of lofprijzing betekent.

 

 

 

De Priem rond 7 uur (tegenwoordig voor de priesters en ook in de meeste kloosters afgeschaft)

 

De priem  is een vastgestelde gebedstijd in het traditionele getijdengebed. De priem (of in het Latijn ‘prima’) wordt meestal rond zes of zeven uur ’s ochtends gebeden. In de vernieuwde liturgie van na het Tweede Vatikaans Concilie is de priem komen te vervallen.

 

 

De Terts rond 9 uur

 

De terts is een van de kerkelijke getijden, een van de kleine getijden. Het staat voor het derde uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de terts meestal gebeden rond negen uur ’s morgens.

 

 

De Sext rond 12 uur

 

De sext is een van de kerkelijke getijden. De sext is een van de zogeheten kleine getijden. Het woord sext staat voor het zesde uur (Latijn: sexta hora), dat vroeger in lengte varieerde, omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de sext meestal gebeden rond twaalf uur ’s middags.

 

 

De Noon rond 14 uur

 

De none (afgeleid van ‘negende’ in het Latijn) is een van de kerkelijke kleine getijden. Het staat voor het negende uur, dat vroeger varieerde omdat de uren ’s winters korter waren dan ’s zomers. Tegenwoordig wordt de none meestal gebeden rond drie uur ’s middags.

Het officie van de none begint zoals de meeste getijden met de aanroep:

God, kom mij te hulp, Heer, haast U mij te helpen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.
Amen, Alleluja!
.

 

De Vespers rond 17 uur

 

De vespers (of het avondgebed) behoren tot de getijden in de kerk en worden gebeden om 17-18 uur. Het woord komt uit het Latijn, van vespera dat avond betekent. In enkele protestantse  kerken wordt de term ‘vespers’ gebruikt als aanduiding voor een avonddienst.

 

 

 

De Completen rond 20 uur

 

De completen vormen het laatste getijdengebed van de dag. Het woord is afkomstig van het Latijnse  completorium dat afronding betekent of complere = vullen. Het stamt uit de 6e eeuw.

 

  • In het kloosterlijk officie worden de honderdvijftig psalmen uit de Bijbel gebeden, verspreid over de week. Dit gebeurt niet in berijmde vorm, zoals bij de protestanten. In sommige kloosters worden elke week alle 150 psalmen gebeden, in andere verspreid over twee weken. In de Anglicaanse kerk worden ze sinds het Book of Common Prayer verspreid gebeden over een maand.
  • Alle getijden hebben een lezing uit de Bijbel en smeekgebeden.
  • De getijden worden ingedeeld in grote en kleine getijden. De Metten, Lauden en Vespers zijn grote getijden, de Priem, de Terts, de Sext en de Noon zijn kleine getijden. Ook Completen horen bij de kleine getijden.
  • De taal van de getijden was in de westerse traditie het Latijn, maar tegenwoordig wordt ook de volkstaal gebruikt.
  • De muziek van de kloosterlijke getijden is traditioneel het Gregoriaans. Waar Nederlands wordt gezongen is nieuwe muziek gecomponeerd die vaak sterk aan het Gregoriaans doet denken. In Nederland wordt de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde in de kloosters het meest gebruikt. Hiervoor zijn in het Abdijboek bijbehorende melodieën geschreven door verschillende monniken en zusters.

Het koorgebed van priesters noemt men breviergebed. Het boek waaruit priesters de getijden bidden heet brevier. Het middeleeuwse getijdenboek was bestemd voor de persoonlijke devotie van leken.

 

 

Het brevier

Het brevier

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Hoe is het bidden van de rozenkrans ontstaan?

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Maria en de Rozenkrans

 

De exacte oorsprong van de rozenkrans is onduidelijk

 

Repetitieve gebeden en gebedssnoeren hebben voorchristelijke wortels. In het christendom gebruikten de woestijnvaders in de derde eeuw al geknoopte gebedstouwen bij het Jezusgebed. Dat bestaat uit de herhaling van één gebedszin: Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar (of variaties daarvan).

Het bidden van 150 Onze Vaders (in het Latijn Pater noster) en later weesgegroetjes ontstond waarschijnlijk in de abdijen. Monniken die geen Latijn kenden, hadden zo een alternatief voor het psalmgebed. De vader van het kloosterleven, Benedictus (480-547), schreef in zijn regel voor dat monniken wekelijks de 150 psalmen zouden bidden of zingen. Zo rond de 10e eeuw sprak men dan ook van het psalmengebed ter ere van Maria.

De praktijk om te mediteren over het leven van Jezus tijdens de rozenkrans wordt toegeschreven aan de kartuizermonnik Dominicus van Pruisen (1382–1461).

De eerste historische aanwijzingen voor de moderne rozenkrans dateren van ca. 1460. Toen begon de dominicaan Alanus de Rupe (Alain de la Roche, 1428-1475) geïnspireerd door een visioen de rozenkrans te promoten in de vorm van 15 tientjes van telkens één Onze Vader en 10 weesgegroeten. Volgens Alanus werd de rozenkrans aan de Kerk geschonken door de stichter van de dominicanenorde Sint Dominicus (1170-1221). Maar daar zijn geen historische bronnen voor.

Zeker is dat paus Pius V (een dominicaan) in zijn bul Consueverunt Romani Pontifices van 1569 de rozenkrans goedkeurde en zijn vaste vorm gaf. Sindsdien hebben veel pausen de rozenkrans aanbevolen.

De vorm van de rozenkrans bleef onveranderd tot 2002. Toen voegde paus Johannes Paulus II 5 mysteries van het licht toe over het openbare leven van Jezus. De apostolische brief waarin hij dat deed, Rosarium Virginis Mariae, is een boeiend (maar niet zo makkelijk leesbaar) document voor wie zich in de spiritualiteit van de rozenkrans wil verdiepen.

De vroegere paus wilde het verval omkeren waarin de rozenkrans was beland in de jaren 1970-85 vooral door het wegglijden van de aandacht van de mysteries van de rozenkrans. Daarom benadrukt hij ook de contemplatieve en meditatieve dimensie van het rozenkransgebed. Het gaat om de relatie met Jezus, naar het voorbeeld van Maria en met haar hulp.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Meerdere vertalingen van de Bijbel : twee voorbeelden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Hieronder laten we nu een tweetal fragmenten volgen, in de verschillende vertalingen. Het ene komt uit het Oude Testament en het andere uit het Nieuwe Testament.

 

Het oudtestamentische fragment dat genomen is uit Jesaja 2:4-5. De “Hij” waar het mee begint is de Here.

 

.

 

Delftse Bijbel

 

Ende hi sal oerdelen die heyden, ende sal berispen vele volkes.
Ende si sullen smeden haer zwaerde inden ploechyseren,
ende haer speren inden zekelen.
Di lude en sullen ieghen die lude dat zwaert niet opheffen
noch voertmeer en sullen si hem niet meer oeffenen tot stride.
Jacobs huys, coemt ende wandelen wi in ons gods licht.

Het vlaams van de Delftse Bijbel is gemakkelijker te lezen dan het Westnederduits van de Keulse Bijbel.

 

 

Keulse Bijbel

 

Ende hey sall ordelen de heyden
ende sal berispen vele volckes
Ende sullen smeden ere swerde in plochiseren
ende ere speer in sichten
Dat volck en sal dat swert
tegen dat volck niet upheven
noch vortmeer en sullen se sich niet oeven toe striden
Jacobs huis kom ende wanderen wy in unses godes licht.

Tachtig jaar later leest de vernederlandste Luthertekst als volgt:

 

 

Liesveldtbijbel

 

Ende hy sal rechten onder de heydenen,
ende straffen veel volcx.
Dan sullen sy haer sweerden tot ploechijsers,
ende haer spiessen tot seyssenen ende sickelen maken.
Want daer gheen volck zijn en sal,
dat deen mes teghen dat ander op heffe.
Ende sy en sullen voortaen niet meer leeren oorlooghen.
O ghy huys Jacobs coemt herwaerts,
laet ons wandelen int licht des Heeren.

De vrijere vertaling van Luther blijkt bijv. uit de vierde regel (zeisen en sikkels), uit het mes in regel zes en uit de meer omslachtige formulering van de laatste zin.

Vergelijk dit met de:

 

 

Deux Aes Bijbel

 

Ende hy sal richten onder de heydenen,
ende straffen vele volcken:
soo sullen sy hare sweerden tot ploechijseren,
ende hare spiessen tot sickelen maken:
want gheen volck en sal teghen het ander een sweert opheffen,
ende en sullen voortaen niet meer krijgen leeren.
Coemt ghy vanden huyse Jacobs, latet ons wandelen
in den lichte der Heeren.

De Statenvertaling sluit hier betrekkelijk dicht bij aan:

 

 

Statenvertaling (1637)

 

Ende hy sal richten onder de heydenen,
ende bestraffen vele volckeren;
ende sy sullen hare sweerden slaen tot spaden,
ende hare spiessen tot sickelen:
het [eene] volck en sal tegen het [ander] volck geen sweert opheffen,
noch sy en sullen geen oorloge meer leren.
Comt ghy huys Jacobs, ende laett ons wandelen
in den lichte des Heeren.

Vergelijk de spelling en het taalgebruik (bijv. zoals in regel zes) nu eens met een “moderne” Statenvertaling:

 

 

Statenvertaling (herzien)

 

En Hij zal rechten onder de heidenen,
en bestraffen vele volken;
en zij zullen hunne zwaarden slaan tot spaden,
en hunne spiesen tot sikkelen;
het (eene) volk zal tegen het (andere) volk geen zwaard opheffen,
en zij zullen geen oorlog meer leren.
Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen
in het licht des Heren.

En vergelijk dat nu weer eens met de Nieuwe Vertaling van het NBG:

 

 

Nieuwe Vertaling (NBG’51)

 

En Hij zal richten tussen volk en volk
en rechtspreken over machtige natiën.
Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden
en hun speren tot snoeimessen;
geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen,
en zij zullen de oorlog niet meer leren.
Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des Heeren.

U ziet dat de ploegscharen (regel 3) weer terug zijn, maar de volken en heidenen (natiën) in regel 1 en 2 zijn van plaats verwisseld.

 

 

Moerentorf

 

Ende hy zal de heydenen oordeelen
ende veel volken straffen
ende zy sullen hare swaarden versmeden tot ploeg-ijseren
ende hare lancien tot seijssenen
Volk tegen volk en salder geen swaart heffen
nog zy en sullen meer ten strijde geoeffent worden
Gy huys van Jacob komt ende laat ons wandelen in ’t licht des Heeren.

Vergelijk dit eens met de Statenvertaling uit 1637.

 

 

Petrus Canisius Vertaling

 

Hij zal tussen de volkeren scheidsrechter zijn,
en recht verschaffen aan machtige naties:
dan smeden ze hun zwaarden tot ploegijzers om,
en hun lansen tot sikkels;
geen volk trekt zijn zwaard meer tegen een ander,
en niemand oefent zich voor de strijd.
Op, huis van Jakob; laat ons wandelen in Jahweh’s licht!

Hier wordt de verbondsnaam Jahweh gebruikt in plaats van het in protestantse Bijbels gebruikelijke Heere.

 

 

Willibrord

 

Hij zal recht doen tussen de vele volken,
en machtige naties tuchtigen.
Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen
en hun speerpunten tot sikkels.
Geen volk heft het zwaard meer tegen een ander
en de oorlog leren ze niet meer.
Huis van Jakob, komt,
laat ons wandelen in het licht van Jahwe.

Dit is duidelijk weer wat moderner

 

 

Groot Nieuws Bijbel

 

Hij zal rechtspreken
tussen machtige volken
en geschillen oplossen tussen talloze naties.
Dan smeden ze hun zwaarden om tot ploegscharen,
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk neemt nog de wapens op,
nooit meer bereidt men zich voor op de oorlog.
Nakomelingen van Jakob,
kom, laten we gaan,
de Heer verlicht onze weg.

De oproep in het laatste vers om in Gods licht te wandelen is hier een verzekering geworden dat dat gebeurt.

 

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

Hij zal rechtspreken tussen de volken,
over machtige naties een oordeel vellen.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Nakomelingen van Jakob, kom mee,
laten wij leven in het licht van de Heer.

Dan wat meer richting parafrase:

 

 

Bijbel in Gewone Taal (BGT)

.

Daar zal God als een rechter tegen hen spreken.
Hij zal hun leren wat goed en slecht is.
Dan zullen ze hun zwaarden en speren laten smelten in het vuur,
en zij zullen er gereedschap van maken.
Dan zullen de volken niet meer tegen elkaar strijden,
ze zullen niet meer weten wat oorlog is.
Volk van Israël, kom, ga mee!
Laten we leven zoals de Heer het wil

En tot slot een echte parafrase:

 

 

Het Boek

 

De Here zal internationale geschillen beslechten; alle volken van de aarde zullen hun wapens veranderen in vreedzame gereedschappen;
hun zwaarden zullen zij omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen.
Nergens zal meer oorlog worden gevoerd en niemand zal meer worden opgeleid tot militair.
Och Israël, laten wij wandelen in het licht van de Here en Zijn wetten gehoorzamen.

.

 

.

Het nieuwtestamentische fragment. Dit is genomen uit Paulus’ brief aan de Filippenzen, hfd. 2:1-2. De Delftse Bijbel bevatte geen N. T. We beginnen dus met de Keulse Bijbel, die hier wel bijzonder moeilijk leest.

 

 

 

.

Keulse Bijbel

 

Hirumb is enige troest in christo
dat is de geordeniert sy to christo
off enige solacie der lyeffde
is enige geselschop des geystes
sint enige inwendyge gheleder der verbarmynghu
soe vervullet myne vroude
up dat gy smaket dat selve
hebbende de selve lievede
eindrachtich volende dat selve.

Uit vergelijking met de volgende vertalingen blijkt duidelijk dat de Latijnse uitgangstekst afweek van de Griekse (regel 2 en 9 bijv.).

 

 

Liesveldtbijbel

 

Is nu onder u eenige vermaninge in Christo
is daer eenighen troost der liefde
isser eenige gemeijnscap des Geests
isser eenighe hertelijcke liefde ende bermherticheyt
so vervult mijn vruecht
dat ghi eens gemoets ende sins zijt
gelijcke liefde hebt.

Vergelijk dit eens met de Biestkens Bijbel hieronder.

 

 

Biestkens Bijbel

 

Is’t dat nu onder u eenighe vermaninghe in Christo is,
isser eenige troost der liefde,
isser eenige ghemeynschap des geests,
isser eenige hertelijcke liefde ende barmhertigheyt:
soo vervult mijn vreughde:
dat ghy eens moets ende sins weest,
gelijcke liefde hebbende.

De dichterlijke stijl van Paulus is hier duidelijk weergegeven.

 

 

Deux Aes Bijbel

 

So dan is daer eenige vermaninge in Christo,
is daer eenige vertroostinge der liefde,
is daer eenighe ghemeynschap des Gheests,
zijn daer eenighe hertgrondelijcke bewegingen ende ontfermingen:
So vervult myn blijschap: dat ghy heden eens gesint zijt
eenderley liefde hebbende, eenmoedich ende eenderley gevoelende.

 

 

Statenvertaling (1637)

 

Indiender dan eenige vertroostinge is in Christo,
indiender eenigen troost is der liefde,
indiender eenige gemeynschap is des Geests
indiender eenige innerlijcke bewegingen ende ontfermingen zijn
so vervult mijne blijdtschap,
dat ghy mooght eens gesint zijn,
deselve liefde hebbende
van een gemoet
(ende) van een gevoelen zijnde.

 

 

Statenvertaling (herzien)

 

Indien er dan eenige vertroosting is in Christus,
indien er eenige troost is der liefde,
indien er eenige gemeenschap is des Geestes,
indien er eenige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn,
zoo vervult mijne blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn
dezelfde liefde hebbende, van één gemoed en van één gevoelen zijnde.

Deze vertalingen sluiten dicht aan bij die van de Deux Aes Bijbel.

 

 

Nieuwe Vertaling (NBG’51)

 

Indien er dan enig beroep (op u gedaan mag worden) in Christus,
indien er enige bemoediging is der liefde,
indien er enige gemeenschap is des geestes,
indien er enige ontferming en barmhartigheid is,
maakt (dan) mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn,
één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven.

Hier wordt al een poging gedaan met de vertaling ook de bedoeling van Paulus’ woorden te verduidelijken.

 

 

Moerentorfbijbel

 

Daarom isser eenig vertroostinge in Christo,
isser eenig solaas der liefden,
isser eenige gemeenschap des geest,
zijnder eenige hartgrondelijke ontferminge,
Soo vervult mijn blijdschap, dat gij een gevoelen moogt hebben,
een liefde hebbende, eendrachtig, een sin hebbende.

Deze (katholieke) vertaling lijkt verrassend veel op de (calvinistische) Deux Aes Bijbel, hoewel uit het Latijn vertaald.

 

 

Petrus Canisius Vertaling

 

Wanneer dan een vermaning in Christus of een liefderijk woord, geestesgemeenschap, hartelijkheid of deernis nog vat op u heeft
maakt dan mijn vreugde volkomen door eensgezind te zijn,
de onderlinge liefde te bewaren en eenstemmig hetzelfde na te streven.

Bovenstaande vertaling is evenals de volgende duidelijk veel vrijer.

 

 

Willibrord Vertaling

 

Als dan vermaning in Christus
en liefdevolle bemoediging iets vermogen,
als gemeenschap van Geest, als hartelijkheid en mededogen
u iets zeggen, maakt dan mijn vreugde volkomen
door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde
uw saamhorigheid en eensgezindheid.

 

 

Groot Nieuws Bijbel

 

Als ik u in naam van Christus mag vermanen
en liefdevol aanmoedigen,
als gemeenschap van Geest en gevoelens van genegenheid
en meeleven u iets zeggen
maak mij dan volmaakt blij door eensgezind te zijn.
Leef in dezelfde liefde, wees gelijkgezind en streef naar eenheid.

De invloed van de vertaalstijl, die ook de Willibrord Vertaling kenmerkt, is hier duidelijk zichtbaar.

In een voorbeeld van een parafrase:

 

 

Het Boek

 

Als u elkaar in Christus helpt, als u elkaar met liefde bemoedigt, als u door de Geest één bent met elkaar, als u zich over elkaar ontfermt en liefdevol met elkaar omgaat, maak mij dan helemaal gelukkig door het onderling eens te zijn en elkaar lief te hebben. Streef – één van hart en ziel – naar echte eenheid.

De vergelijking tussen de laatste twee vertalingen toont duidelijk dat de vertalers verschillende opvattingen hadden (Als ik u…, tegenover: als u elkaar…).

Dan de nieuwe vertaling.

 

 

Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

 

Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.

Wat in deze vertaling opvalt, is dat de slotzin niet wordt gepresenteerd als afhankelijk van in eerdere bijzinnen genoemde ‘voorwaarden’, maar als een logisch hoogtepunt, waarbij de eerdere bijzinnen geen voorwaarden meer zijn maar constateringen. In feite staat daar in het Grieks inderdaad telkens een woord dat vaak ‘indien’ betekent, maar dat de vertalers hier kennelijk hebben opgevat als ‘aangezien nu’ wat in principe ook een mogelijke betekenis is.

We eindigen deze reeks door twee moderne uitgaven tegenover elkaar te zetten: de Herziene Statenvertaling (HSV) waar dicht bij de grondtekst is gebleven, en de Bijbel in Gewone Taal (BGT) als een moderne doeltaal gerichte vertaling.

 

 

Herziene Statenvertaling (HSV)

 

Als er dan enige bemoediging is in Christus, als er enige troost is van de liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn, maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel bent en één van gevoelen.

 

 

Bijbel in Gewone Taal (BGT)

 

Christus geeft jullie moed, en hij troost jullie met zijn liefde. Door de heilige Geest zijn jullie met elkaar verbonden. Jullie zijn goed voor elkaar en jullie leven met elkaar mee. Daar ben ik blij om. En mijn vreugde zal volmaakt zijn als jullie helemaal één zijn. Als jullie allemaal hetzelfde willen, het met elkaar eens zijn en allemaal veel van elkaar houden.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget